Gewasbeschermingplan 2015

Vergelijkbare documenten
Jaarplan Gewasbescherming

Gewasbeschermingsplan 2014

Gewasbeschermingplan 2015

Gewasbeschermingsplan 2013

Gewasbeschermingsplan 2011

Aspecten van het gewasbeschermingsplan

Gewasbeschermingsplan

IRS Postbus AA Bergen op Zoom / Gewasbescherming. Jan D.A. Wevers

Gewasbeschermingsmonitor

Gewasbeschermingsplan 2011

Gewasbeschermingsmonitor

Gewasbescherming Basis

Workshop Voorjaarsproblemen

Factsheet biologische bloembollenteelt voor professionals

IPM Integrated Pest Management: hoe voldoen aan wettelijke verplichtingen? Bart Debussche Vlaamse Overheid Departement Landbouw en Visserij

Bedrijfskaart. Biodiverse Bloembollenteelt

Veilig werken. Veilig werken met gewasbeschermingsmiddelen - basis

5.2.4 Rhizoctonia De ziekte. In deze paragraaf wordt verwezen naar foto s. Deze kunt u vinden op de website als bijlage bij

De principes van geïntegreerde gewasbescherming (IPM) met aardappel als voorbeeld

Belang maar ook bedreiging van de diversiteit aan rassen en gewassen. De noodzaak van Agrobiodiversiteit. Michel Haring Hoogleraar Plantenfysiologie

GEINTEGREERDE GEWASBESCHERMING (IPM) TOEGEPAST IN DE TEELT VAN KNOLBEGONIA

Amistar, WG en aanbevelingen, N W.7.

Wet en regelgeving gewasbeschermingsmiddelen. Wied Hendrix AOC Oost

Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei

landbouw en natuurlijke omgeving 2011 plantenteelt gesloten teelten CSPE KB minitoets bij opdracht 3

Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe biologische teelt

Geïntegreerde gewasbescherming (IPM)

MAISTEELT 2019: DE SUCCESFACTOREN!

Ecologisch moestuinieren

Van gewasbescherming naar integrale aanpak plantgezondheid

Onkruid vergaat niet. Onderwerpen. Onkruidproblematiek. Onkruid vergaat niet. Methoden onkruidbestrijding. Chemische onkruidbestrijding

Aandachtspunten. Praktijknetwerk duurzame aanpak ziekten plagen en onkruiden Esther Hessel & Hans Smeets

Toelichting beoordeling risico gewasbeschermingsmiddelen voor On the way to PlanetProof

DE KEURING VAN POOTAARDAPPELEN

I GEÏNTEGREERDE TEELT

400 g/l pendimethalin

Genetisch gewijzigde aardappelen ter bestrijding van de aardappelziekte. met de medewerking van

WAARNEMINGS- EN WAARSCHUWINGSSYSTEMEN

NIEUW Moderne aaltjesbestrijding

Bodemmonster Bodemmonster

MLHD onkruidbestrijding in suikerbieten. ing. K.H. Wijnholds en ing.h.w.g. Floot, PAV-NNO

IPM IN DE BIETENTEELT T IS NIE MOEILIJK, T IS GEMAKKELIJK

Hét kiemremmingsmiddelen voor aardappelen en uien

In dit document zijn de belangrijkste ziekten en plagen opgenomen, die een risico kunnen vormen voor de productie van bollen van goede kwaliteit

Schoon Water Brabantse telers laten zien dat t kan

Biedt de nieuwe GLB kansen voor voedergewassen? L.Tjoonk Kennisontwikkelaar ruwvoerteelt

Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen

Gewasbescherming en omwonenden

CONVISO SMART een alternatief systeem voor

Evenwicht in de volkstuin? april 1, 2014 DLV Plant

Groenbemester als vervanging vals zaaibed

KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 ZIEKTEN EN PLAGEN / INSECTEN. TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN

De keuring van pootaardappelen

RAPPORT. Gevoeligheid van aardappelrassen voor schade door stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci) Ing. Egbert Schepel

Aardappelteelt. Docent: Muhtezan Brkić

landbouw en natuurlijke omgeving 2011 plantenteelt gesloten teelten CSPE BB minitoets bij opdracht 5

Biologische bestrijding van plagen in de glastuinbouw,

Het Nederlands Lelie Rapport Met Micosat mycorrhizae, schimmel en bacteriën

Ziekten en plagen; aardappel en prei problematisch

De keuring van pootaardappelen

Consultancy duurzaam gebruik van meeldauwmiddelen

Trichodorideaaltje: beheersbaar?

Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei. Hoe stel ik de juiste diagnose?

Programma voor vandaag:

Bij Jan Coenegrachts in Riemst Sector op positieve manier naar buiten brengen

Verzorging. Pireco. Delumbri. Ter voorkoming van wormenoverlast. Delumbri. Dosering en toediening. Samenstelling en werking

Organische stof, meer waard dan je denkt

Gewasbeschermingsplan kerstbomenteelt

Programma voor vandaag: Bespreking toets Graanteelt deel 1 Ziekten in wintergranen Plagen en legering Werkopdracht Ziekten, plagen en legering

NIEUW Moderne aaltjesbestrijding

versie: maart Diagnostiek CONTACTPERSONEN: ELMA RAAIJMAKERS EN BRAM HANSE

Inhoud. Voorwoord 5. Inleiding 8

KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 KOSTPRIJZEN AARDAPPELEN.

Milieukeur. Keurmerk voor duurzamere bloembollen. Informatiebijeenkomst Bollenteeelt Stefanie de Kool, SMK

Afwijkingen bestrijden

Onkruidbestrijding in biologische teelten, strategie en technologie

Handleiding 2014 voor Unitip online Unitip extern module

Doel van het onderzoek

CONTROLE EN CERTIFICERING VAN IPM

Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij

IBS Zaaien, poten en planten

Transcriptie:

Naam: Adres: Woonplaats: Gewasbeschermingplan 2015 Preventie Gewas: Mais Opmerkingen 1. Grondgebonden ziekten / plagen. 2. Goed uitgangsmateriaal. 3. Voorkeur resistente rassen. 4. Treffen van bedrijfshygiënische maatregelen. 5. Hanteren van aaltjes beheers- en bestrijdingstrategie. 6. Toepassen van vrucht- en teelt-wisseling. Noodzaak bestrijding 7. Het uitvoeren van gewasinspecties. 8. Gebruik maken van Beslissing Ondersteunende Systemen. Niet-chemische bestrijding 9. Inzetten en in stand houden van natuurlijke ziekten- en plaagbestrijders. 10. Toepassen van mechanische of andere vorm van onkruidbestrijding. Chemische bestrijding 11. Bij voorkeur zaad-, plantof pootgoedbehandeling, danwel stekbehandeling. 12. Rekening houden t.a.v. middelen met milieubelasting en selectiviteit en ook arbeidsveiligheid van de toepasser. Indien noodzakelijk vruchtwisseling Niet van toepassing Gewas inspecties worden regelmatig uitgevoerd: Er wordt gebruik gemaakt van de volgende Beslissings Ondersteunende Systemen: Niet van toepassing 13. Pleksgewijs toedienen van GBM. 14. LDS toepassing bij onkruidbestrijding.

Cel: B4 Opmerking: Gewasbeschermingsplan: Doelstelling is om de achterblijvers naar een hoger plan te brengen en de enige mogelijkheid is een wettelijk kader. Doelstelling is ook om reeds gecertificeerde telers geen extra veranderingen op te leggen. Men is uitgegaan van het beginsel Niet spuiten, tenzij. Men laat vrij hoe het Logboek en Gewasbeschermingsplan er uit moet zien. GBM-plan en Logboek hoeven niet opgestuurd te worden, maar gewoon aanwezig bij een teler op zijn bedrijf. Bij controle van een AID-er of ander bevoegd gezag, moet het getoond kunnen worden. Cel: B6 Opmerking: Preventie 1 - Grondgebonden ziekten / plagen: Hier kunt u invullen welke bodemziekten u verwacht bij dit gewas en op dit perceel. Iedere grondsoort kan zijn specifieke fytosanitaire problemen met zich brengen. Het is dan van belang dat u grondsoort-gerelateerde zaken inzichtelijk maakt in uw gewasbeschermingplan. Het gaat hier niet om het inzichte-lijk maken van alle potentiële fytosanitaire problemen, maar om de problemen die gelet op de combi-natie grond-gewas redelijkerwijs verwacht kunnen worden. Het periodiek terugkeren van bepaalde grondgebonden ziekten, plagen of onkruiden kan daarbij een indicatie zijn. Cel: C6 Bloembollen kunnen vooral op lichte gronden aangetast worden door alen. Alen kunnen niet alleen opbrengst kosten maar ook o.a. virusziekten overbrengen. Cel: B7 Opmerking: Preventie 2 - Goed uitgangsmateriaal: Hier kunt u invullen dat u gebruik gaat maken van gecertificeerd en ziekten- en plaagvrij uitgangsma-teriaal. Cel: C7 In Nederland is het verboden om niet BKD goedgekeurd plantgoed te planten. Cel: B8 Opmerking: Preventie 3 - Voorkeur resistente rassen: Hierbij kunt u de bijgevoegde rassenlijst bekijken en een gefundeerde keuze maken in resistente ras-sen tegen de voor u geldende ziekten/plagen. Cel: C8 In Nederland zijn nog geen resistente rassen aanwezig die een hier voorkomende ziekte kunnen weerstaan. kwaliteit keuring en een BKD keuring het product bloembollen op een hoger niveau te brengen. Cel: B9 Opmerking: Preventie 4 - Bedrijfshygienische maatregelen: Hier kunt u vermelden dat u afvalhopen met aangetaste gewasresten afdekt. Ook kunt u uw gereed-schap en machines reinigen en/of ontsmetten vóór en ná grond- of gewasbehandeling. Cel: C9 Bedrijfshygiene dient een belangrijk onderdeel te zijn in de bedrijfsvoering. Veel ziekten en plagen komen van buiten het bedrijf. Voorbeelden hiervan zijn Phytophthora Infestans en zaden van hanenpoot die met mest verspreid worden. Ook bacterieziekten zoals

bruinrot en zwartbenigheid kunnen met aangekocht pootgoed binnen uw bedrijf komen. Afdekken van aardappelafvalhopen is een belangrijke maatregel die elk jaar op 1 april gebeurd moet zijn. Wanneer u mest op uw bedrijf ontvangt, eis dan dat die partij van een vertrouwd adres komt waardoor er zo min mogelijk kans op verspreiding van onkruidzaden is. Bacterieziekten in pootgoed is een probleem die nog steeds niet goed onder controle is te krijgen. Belangrijk is wel gebleken dat gewerkt moet worden met schoon materiaal. Verspreiding van de bacterie kan gemakkelijk plaats vinden door versmering via transportbanden. Het schoonhouden van werkruimten door middel van stofzuigen is een belangrijke maatregel om het ronddwarrelende stof zo veel als mogelijk tegen te gaan. Cel: B10 Opmerking: Preventie 5 - Aaltjesbeheersingsstrategie: Belangrijk is om eerst vast te stellen of u last van aaltjes hebt en dan te weten waar ze zitten en welke type het is. Een besmetting kan worden beheerst en bestreden door een ruime vruchtwisseling, de teelt van (partieel) resistente rassen en bestrijding van opslagplanten (aardappel, biet etc). Ook het niet terugbrengen van besmette sorteergrond kan helpen. Daarnaast kunt u een grondbehandeling door injecteren uitvoeren. Grondbehandeling, rijenbehandeling en toplaagbehandeling; allen behande-len met een nematicide. Daarnaast is het belangrijk aaltjesvrij uitgangsmateriaal te gebruiken (dus niet in pootgoed of zaad aanwezig). Het gebruik van groenbemesters voor en/of na de teelt kan ook aal-tjesverminderend werken. Cel: C10 Om de verschillende alen die onze gewassen bedreigen te voorkomen is het belangrijk te weten welke alen dat kunnen zijn. Bij iedere teler weet dat een vruchtwisseling voor gewassen belangrijk is om alen te voorkomen. Economisch past dat niet altijd waardoor de vruchtopvolging te snel kan zijn. Voor witlof is 1 op 6 een goede teeltmaatregel. Niet alleen aardappelcystealen zijn van belang om te weten maar ook bijv. bietencystealen, verschillende soorten vrijlevende alen (komen eigenlijk alleen voor op lichte gronden die een lutum getal hebben van lager dan 10), wortelknobbelalen, wortellesiealen en stengelalen. Om hier meer inzicht in te krijgen kunt u op internet kijken bij www.digiaal.nl. Cel: B11 Opmerking: Preventie 6 - Vrucht- en Teeltwisseling: Een goede bodemkwaliteit en diversiteit van bodemorganismen kan in belangrijke mate bijdragen aan het tegengaan van ziekten en plagen en daarmee aan het voorkomen of terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Door teelt- en vruchtwisseling toe te passen kan dit worden gerealiseerd. Het is dan van belang dat u in het gewasbeschermingplan aangeeft op welke wijze u hieraan invulling geeft, dit mede in relatie tot de grondgebonden ziekten, plagen en onkruiden die zich redelij-kerwijs op het bedrijf kunnen voordoen zoals u bij punt 1 hebt opgesteld. Cel: C11 Als vruchtwisseling en teeltmaatregel kunnen worden gekozen dat de bloembollen in een rotatie van 1 op 6 staan met wintertarwe als voorvrucht. Aardappelen komen na de suikerbieten kan de aardappelopslag handmatig effectief bestreden worden. De suikerbieten en uien worden in de rotatie eens in de 6 jaar geteeld. De uien staan op een rijafstand die voldoende is om mechanisch of handmatig onkruid te kunnen bestrijden. krijgt. Cel: B13 Opmerking: Noodzaakbestrijding 7a - Gewasinspecties: Het uitvoeren van gewasinspecties is een wezenlijk onderdeel van principes van de geïntegreerde gewasbescherming zodat ziekten en plagen vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en maatregelen kunnen worden getroffen. In het gewasbeschermingplan geeft u aan op welke wijze u hieraan invulling geeft. Het gaat daarbij vooral om het aangeven van de methoden en middelen die bij de gewasinspec-tie zullen worden gehanteerd, zoals vangplaten, weerpalen en schadedrempels. Cel: C13 Door het controleren van de gewassen kunnen ziekten en plagen op tijd worden gesignaleerd. Loop regelmatig (dat is bijv. 3 keer per week) door uw gewas en let op afwijkende bladstand, planten die slap hangen, afwijkende kleur van het blad t.o.v. van de rest van het perceel. Samen met de teeltadviseur kunt u dan een plan van aanpak opstellen om verdere problemen te voorkomen.

Gewas inspecties zijn in vier groepen te verdelen: De gewasinspecties vinden minimaal één maal per week plaats en evt. frequenter als de omstandig - heden van de hierboven beschreven problemen dreigen te veranderen. Dit geldt ook voor de bewaring c.q. droging al is de controle dan frequenter. Stap 1: Schade drempel vaststellen. Stap 2: Bestrijdingmethode afwegen: niet / mechanisch / biologisch / chemisch. Stap 3: Indien chemisch bestrijden, dan afwegen of er een breed werkend of specifiek werkend middel vereist is, ook kan de milieubelasting in deze keus worden meegenomen. Cel: B14 Opmerking: Noodzaak bestrijding 7b - B.O.S.: B.O.S. = Beslissings Ondersteunende Systemen. Informatie ontvangen van bijvoorbeeld de Phytofax en/of alle andere weerpaalsystemen, vangbakken van luizen, Groene Vlieg (wortel- en uienvlieg), Phytophthora melding via telefoon etc. Cel: C14 Informatie over verschillende ziekten is beschikbaar gemaakt via adviessystemen. Deze systemen hebben de informatie die er is omtrent verschillende ziekten vertaald in een gebruiksvriendelijk programma die de teler ten dienste kan zijn bij het moment van beslissen wanneer een bespuiting nodig is. Voor de tulpenteelt is dit bijv. de Optibol fax van Opticrop. Het systeem is ook beschikbaar op uw eigen computer waarmee u tevens uw registratie kan bij houden. Cel: B16 Opmerking: Niet-chemische bestrijding 9 - Natuurlijke ziekten- en plaagbestrijders: Hier kunt u (net zoals bij punt 8 genoemd) aangeven dat u bijvoorbeeld gebruik maakt van de diensten van de Groene Vlieg (zetten natuurlijke vijanden of steriele soorten uit). In de sierteelt onder glas kan het inzetten van natuurlijke vijanden leiden tot meer gebruik van bestrijdingsmiddelen, vanwege hoge kwaliteitseisen die aan het product worden gesteld en een onzeker bestrijdingsresultaat van de ingezette natuurlijke vijanden. Cel: C16 Om gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk te beperken zijn natuurlijke vijanden een belangrijk hulpmiddel. Hoewel het uitzetten van dieren en/of eieren daarvan verboden is in de nieuwe Flora - en Faunawet is er een mogelijkheid ontheffing te krijgen voor dit doel bij het ministerie van landbouw. Het instandhouden van natuurlijke vijanden kan al door het gebruik van Pirimor en Plenum (alleen Lelies) bij de luisbestrijding. Cel: B17 Opmerking: Niet-chemische bestrijding 10 - Mechanische onkruidbestrijding: In de meeste land- en tuinbouwsectoren zijn mechanische of andere vormen van onkruidbestrijding, zoals thermische methoden of bodembedekking, een alternatief voor chemische gewasbescherming. Het is derhalve van belang dat de teler in zijn gewasbeschermingplan aangeeft op welke wijze hij me-chanische onkruidbestrijding zal toepassen. Cel: C17 In het tulpenbed is moeilijk mechanich onkruid te bestrijden. Handmatig kunt u natuurlijk wel het een en ander doen.

Cel: B19 Opmerking: Chemische bestrijding 11 - Zaad-, Plant- of Pootgoedbehandeling: Voorzover het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet kan worden vermeden, besteedt de teler aandacht aan de keuze daarvan in zijn gewasbeschermingplan. Daarbij geldt als uitgangspunt het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen met een zo gering mogelijke milieube-lasting. Middelen die werken op basis van een zaadbehandeling hebben vanuit preventief oogpunt de voorkeur boven middelen die uitgaan van gewasbehandeling. Hetzelfde geldt voor middelen die wor-den toegediend via plant- of pootgoedbehandeling of via stekbehandeling. Cel: C19 Douchen of schuimen van het plantgoed geeft veel minder restvloeistof. Restvloeistof kan wanneer het gefilterd is weer gebruikt worden. Cel: B20 Opmerking: Chemische bestrijding 12 - Milieubelasting en selectiviteit Middelen: In het gewasbeschermingplan dient de teler aan te geven op welke wijze hij, indien hij noodzakelijker-wijs chemische gewasbeschermingsmiddelen moet inzetten, bij zijn keuze voor het betrokken middel rekening houdt met de milieueigenschappen en de selectiviteit van de beschikbare middelen, alsmede met de gevolgen daarvan voor de arbeidsbescherming. Zo worden chemische middelen met een bre-de werking pas ingezet zodra de middelen met een smallere werking niet toereikend zijn gebleken of om andere redenen niet kunnen worden ingezet. Een ander uitgangspunt is dat in het laatste geval wordt gekozen voor het meest gunstige middel voor zowel arbeidsomstandigheden als milieu. Cel: C20 Elk middel heeft zijn eigen eigenschappen ten aanzien van de belasting voor het milieu. Het Centrum voor Landbouw en Milieu kortweg CLM heeft hierin veel werk verricht. De milieubelastingspunten die zijn opgesteld voor elk middel geven een indruk van wat een middel voor effect heeft op het waterleven, het bodemleven en het grondwater.wanneer we geen sloten in de omgeving van het perceel hebben is de kolom waterleven niet belangrijk. Hebben we niet te maken met een grondwaterbeschermingsgebied dan is de kolom grondwater ook niet belangrijk genoeg om daar rekening mee te houden. Een vergelijk van middelen kunt u maken op http://library.wur.nl/milieumeetlat/ maar u kunt ook uw teeltadviseur vragen een compleet plan voor u af te drukken. Op dit plan staan niet alleen de kg's aktieve stof maar ook de milieubelastingspunten van elk gekozen middel. Cel: B21 Opmerking: Chemische bestrijding 13 - Pleksgewijze toediening: De teler geeft in gewasbeschermingplan aan op welke wijze hij invulling zal geven aan zaken als pleksgewijze toediening van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Cel: C21 Als onkruiden alleen pleksgewijs voorkomen is het niet nodig om een geheel perceel te spuiten tegen dat onkruid. Dit is om economische redenen niet zinvol maar ook niet ten aanzien van het milieu. Aardappelopslag kunt u eenvoudig bestrijden met de Selector. Wortelonkruiden zijn veelal beter te bestrijden door pleksgewijs die plekken aan te pakken. Cel: B22 Opmerking: Chemische bestrijding 14 - LDS toepassing: De teler geeft in gewasbeschermingplan aan op welke wijze hij invulling zal geven aan zaken als het toedienen van lage-doseringssystemen bij het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen.