s tichting b ouwr esearch Het prestatieconcept; begrip, inhoud en betekenis voor het bouwproces deel 1
CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG Boonekamp, HAL. Het prestatieconcept / [rapporteurs HAL. Boonekamp, J. Hengeveld, C. de Hoog]. - Rotterdam: Stichting Bouwresearch DI. 1 : Begrip, inhoud e,n betekenis voor het bouwproces. - (Stichting Bouwresearch ; 219) ISBN 90-5367-002-5 SISO 692 UDC 624.1 NUGI 833 Trefw.: prestatieconcepten ; bouwkunde. rapporteurs: ir. HAL. Boonekamp ir. J. Hengeveld,ir. C. de Hoog Bouwcentrum Advies BV
s tichti ng bouwi'ii'esea rch Het prestatieconcept; begrip, inhoud en betekenis voor het bouwproces-. deel 1 Rotterdam, 1990..
De stichting stelt zich ten doel: a. in de bouwnijverheid produktiviteit en kwaliteit te verhogen, en de continuïteit in de werkgelegenheid te bevorderen; b. de kennis op het terrein van de bouwnijverheid te vergroten en te verspreiden naar en binnen alle organisaties waarmede de stichting een relatie onderhoudt; voorts al hetgeen dat met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords. De stichting en degenen die aan deze publikatie hebben medegewerkt, hebben een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht bij hèt verwerken - volgens de huidige stand van wetenschap en techniek - van de in deze publikatie vervatte gegevens. Nochtans moet de mogelijkheid dat zich toch onjuistheden in deze publikatie zouden bevinden niet worden uitgesloten. Degene die van deze publikatie gebruik maakt, aanvaardt daarvoor het risico. De stichting sluit, mede ten behoeve van degenen die aan deze publikatie hebben meegewerkt, iedere aansprakelijkheid uit voor schade die mocht voortvloeien uit het gebruik van informatie in deze publikatie. ISBN 90 5367 002 5. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Stichting Bouwresearch. No part of this book may be reproduced in any form by print, photoprint, microfilm or any other means without written permis sion from the Stichting Bouwresearch. " :
INHOUD pagina Woord vooraf INLEIDING/SAMENVATTING 9 2 OORZAKEN VAN MEER BELANGSTELLING VOOR HET PRESTATIECONCEPT 13 2.1 Meer aandacht voor kwaliteit 2.2 Europa. 2.3 Produkt- en procesvernieuwing 2.4 Samenvatting van voordelen 13 15 16 17 3 PRESTATIECONCEPT; BEGRIPSBEPALING 19 3.1 Prestatiegericht denken, ontwerpen en produceren 19 3.2 Functionele en beschrijvende eisen 24 3.3 De vraagspecificatie volgens het prestatieconcept 26 4 ANALOGIE MET VARIANTEN OP TRADITIONELE AANBESTEDING 30 5 BOUWPROCES BIJ MEERVOUDIGE AANBIEDING OP BASIS VAN HET PRESTATIECONCEPT 35 5.1 Ontwerpfase 5.2 CO!1tractfase 5.3 Uitvoeringsfase 5.4 Gebruiksfase 5.5 Richtlijnen, bedrijfsstandaards en projectdocumenten 36 37 40 40 41
6 VERSCHUIVEN VAN ROLLEN 44 6.1 Taken en verantwoordelijkheden 6.2 Mogelijke gevolgen 44 49 7 DE INHOUD VAN DE VRAAGSPEGIFICÁTIE 53 7.1 Algemene projectgegevens 7.2 Basis voor het contract 7.3 Ruimteplan 7.4 Functionele eisen, prestatie-eisen, beschrijvende eisen 7.5 Ruimtenboek 7.6 Tekeningen 7.7 Vormdetails 7.8 Budgetindicatie 7.9 Eisen te stellen aan de aanbodspecificatie 7.10 Uitwerking van een voorbeeld voor een woongebouw 54 55 57 57 61 61 61 62 62 65 Bijlage 1 Het prestatieconcept Deel 2: De vraagspecificatie uitgewerkt voor een woongebouw - inhoudsopgave 69 Bijlage 2 Matrix van bouwdelen en eigenschappen 73
WOORD VOORAF Het prestatieconcept, als besteksbeschrijving van bouwwerken, is allerminstnieuw als idee. Eind jaren '70 bijvoorbeeld verscheen de Belgische Prestatiegids. Ook werd toen al in CIB-verband (Comittee W69 'Performance concept') daarnaar onderzoek verricht. Er moet echter geconstateerd worden, dat tot voor kort bij opdrachtgevers, architecten en bouwbedrijven weinig interesse bestond om het prestatieconcept op te pakken en in de praktijk toe te passen. In die houding van de bouwnijverheid is inmiddels een duidelijke verandering ontstaan. De vraag 'waarom nu die belangstelling?' is niet gemakkelijk te beantwoorden. Wel zijn er een aantal trends te signaleren waarbinnen het prestatieconcept past en die bepalend zijn voor de toekomst van de bedrijfstak 'bouw' in de jaren '90. Deze trends hebben betrekking op sommige ontwikkelingen in de markt, zoals de wijziging van een aanbieders- naar een vragersmarkt, de vraag naar gebouwen met een hoge kwaliteit, toekomstige regelgeving en technologische ontwikkelingen binnen de bedrijfstak. De verschuiving van een aanbieders- naar een vragersmarkt wordt veroorzaakt door een verschuiving van een kwantitatief tekort aan huisvesting naar een kwalitatief tekort en door een afnemende bemoeienis van de overheid met het volume van de bouwproduktie. Beiden hebben tot gevolg, dat de vraag naar bouwprodukten meer wordt bepaald door de relatie tussen prijs en kwaliteit, in verhouding tot bestedingen voor andere gebruiksgoederen en diensten zoals ondermeer woninginrichting, auto's en vakanties. Het bouwprodukt zal hier steeds meer concurrentie van ondervinden. Voor het beïnvloeden van het bestedingsgedrag is een heldere specificatie van de kwaliteit van het produkt een vereiste. Controleerbare prestaties geven de afnemer immers vertrouwen in het produkt. Opdrachtgevers letten meer op de kwaliteit van het eindprodukt. Het gaat daarbij niet in de eerste plaats om de opbouwen samenstelling van mate-
rialen en constructies, maar vooral om de eigenschappen die van invloed zijn op het gebruik en de beleving van de huisvesting. De interesse gaat dus niet uit naar beton en wapening, maar naar draagvermogen, niet naar de constructie en uitvoering van een gevel, maar naar bouwfysische eigenschappen van het gebouw zoals warmte-isolatie en geluidisolatie. Het toenemende kwaliteitsbesef vraagt om kwaliteitsbeheersing gedurende alle fasen van het ontwerp- en bouwproces. Dat is mogelijk door het resultaat per fase te toetsen aan de in de voorafgaande fase opgestelde eisen. Deze toetsing lukt beter als de eisen zijn geformuleerd in meetbare prestaties. De nationale regelgeving zal in toenemende mate gedicteerd 'worden door Europa. Nationale standaards zijn nu gebaseerd op dé locale bouwtraditie " en bevatten daardoor veel recepturen die van land tot land verschillen. Harmonisatie van regelgeving op basis van die recepten kan daardoor niet plaatsvinden. Harmonisatie is echter wel mogelijk op basis van prestatie-eisen die per definitie niet gebonden zijn aan een produkt-, constructie-, of materiaaltoepassing en aan een uitvoeringswijze. Overigens zullen die EG-eisen per regio kunnen verschillen. De bedrijfstak blijft dus genoodzaakt produkt- en procesinnovaties op gang te brengen. Die innovaties moeten projectongebonden zijn om de er mee gepaard gaande investeringen rendabel te maken. Evenzo zullen de mogelijkheden van de automatisering, zoals voor planning, logistiek en produktie, beter kunnen worden benut bij aanwending van interne bedrijfsstandaard. Dit impliceert dat producenten, bouwbedrijven en toeleveranciers, veel meer zeggenschap over de toe te passen techniek moeten krijgen dan nu in het algemeen het geval is. Het bestek als aanbestedingsdocument, zal daarom meer het karakter moeten krijgen van een beschrijving van het gebouw in termen van prestatie-eisen dan in termen van recepturen.
Implementatie van het prestatieconcept in' de bouwpraktijk vraagt om een praktische toepassing van meer wetenschappelijke kennis van fysische eigenschappen van materialen, produkten en constructies en hun invloed op de prestaties van het gebouwen de gebouwdelen. Toename van die kennis zal een verdere vervaging van de traditionele rollen van de partners van het bouwproces met zich meebrengen. Het prestatieconcept houdt immers het streven in om de subjectiviteit in de kwaliteitsbeschrijving van bouwkundige en installatietechnische oplossingen, te vervangen door ob-' jectief meetbare eigenschappen. Hierdoor kunnen er verschuivingen plaats vinden in taken en verantwoordelijkhèden. In juridische zin krijgt de aannemingsovereenkomst meer het karakter van een resultaatsverplichting dan een inspanningsverplichting. Het prestatieconcept maakt gebruik van een nieuwe taal. Het is een technische taal, waarmee vragers en aanbieders kunnen communiceren over hun wensen en eisen zonder te denken in materiële oplossingen'. Deze zelfs internationaal bruikbare taal is daarom bij uitstek geschikt om het begrip 'kwaliteit' beter tastbaar en meer controleerbaar te maken. Het voor u liggende rapport biedt u voor het leren van deze taal een 'woordenschàt' en een 'grammatica'. Deze publikatie is deel 1 in een serie van drie. Deel 1 vertelt wat het prestatieconcept als onderdeel van het prestatiegericht denken in de bouw nu eigenlijk is. Deel 2 werkt een vraagspecificatie voor een woongebouw uit, dat als leidraad kan dienen voor opdrachtgevers en ontwerpers voor elk ander gebouw. Deel 3 zal het complement namelijk de aanbodspecificatie bevatten. Dit deel geeft aan hoe vanuit de uitvoering op een vraagspecificatie kan worden gereageerd en zal in 1991 verschijnen. Het onderzoek is uitgevoerd door ir. J. Hengeveld en ir. C. de Hoog, terwijl het tekstgedeelte is geschreven door ir.. H.A:L. Boonekamp, allen medewerkers van Bouwcentrum Advies B.V. te Rotterdam en Maarssen.
Een aanmerkelijke bijdrage in de kosten van het onderzoek is verstrekt door de Vereniging Grootbedrijf Bouwnijverheid, VGBouw te Zoetermeer. Het onderzoek is begeleid door een studiecommissie die als volgt was samengesteld: drs. ing. P.A. Boon ir. P.F.C. Jansen T. Jongkind ir. G.J.M. Mars ing. G.H.W. Sanders ir. D. Spekkink K. Woestenenk ir. A. Rip AEGON Vastgoed Nevanco B.V., Utrecht Kruisheer, Hallink. Arends B.V., Rotterdam VGBouw, Zoetermeer Smit's Bouwbedrijf B.V., Beverwijk EGM Architecten B.V., Dordrecht STABU, Ede Stichting Bouwresearch ( coördinator/gespreksleider)