CONCEPT /'
In opdracht van: RVE Onderwijs, Jeugd en Zorg Projectnummer: Lotje Cohen MSc drs. Manilde van der Oord dr. Esther Jakobs dr. Annika Smits Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal Postbus, AR Amsterdam lotje.cohen@amsterdam.nl Telefoon www.os.amsterdam.nl Amsterdam, februari Foto voorzijde: Het Cygnus Gymnasium, fotograaf Edwin van Eis ()
Inhoud Inleiding Vergelijking leerlingenprognose / en aantallen in. Vergelijking van de VO basisgeneratie. Verschillen met de vorige prognose op stadsdeelniveau. Vergelijking per school. Vergelijking van basisschooladviezen Aanpassingen leerlingenprognose /. Algemene uitgangspunten. Handmatige aanpassingen Leerlingenprognose /. De leerlingenprognose VO /. Leerlingenprognose / per windrichting Bijlage : Specificatie veronderstellingen Bijlage : Achtergrond basisgeneratie Werkwijze bevolkingsprognose OIS Invoer van het prognosemodel Veronderstellingen
Inleiding In schooljaar / heeft OIS in opdracht van OJZ Amsterdamse leerlingenprognoses voor het PO, VO en SO gemaakt 1. In de jaren hiervoor maakte OJZ deze prognoses zelf. De leerlingenprognose geeft inzicht in hoeveel leerlingen scholen mogen verwachten op basis van de gesignaleerde demografische ontwikkelingen. Deze prognose wordt onder meer gebruikt voor de planning van huisvesting van scholen. OIS gebruikt, net zoals OJZ in de jaren hiervoor deed, het programma G pro van het bedrijf Pronexus om de leerlingenprognose te maken. Gegevens die dit programma gebruikt voor de VO prognose zijn de bevolkingsprognose over de omvang van de bevolking naar leeftijd en buurtcombinatie (OIS), de integrale oktober telling van de aantallen leerlingen per school per leeftijd en het woonstadsdeel van de leerlingen (DUO/ERISA). In de leerlingenprognose VO / zijn verbeteringen ten aanzien van de prognose doorgevoerd (technische verbeteringen) en is het systeem van de prognose (in een bijgevoegd rapport) beter uitgelegd. In opdracht van OJZ heeft OIS voor schooljaar / een nieuwe leerlingenprognose gemaakt die in deze rapportage wordt gepresenteerd. In het eerste hoofdstuk worden er vergelijkingen gemaakt. Zo wordt ten eerste de jongste prognose van de VO basisgeneratie besproken en vergeleken met de bevolkingsprognose van. Dit geeft inzicht in welke stadsdelen er veranderingen in het aantal jongeren worden verwacht. Vervolgens wordt de leerlingenprognose van / vergeleken met de daadwerkelijke standgegevens. Zo worden de verschillen tussen de geprognotiseerde aantallen en de feitelijke tellingen duidelijk en wordt inzichtelijk waar de grote verschillen zijn. Deze vergelijkingen leiden mogelijk tot aanpassingen voor aannames van de nieuwe leerlingenprognose. In het tweede hoofdstuk beschrijven we hoe de leerlingenprognose / tot stand is gekomen en welke aanpassingen er zijn gedaan. In het laatste hoofdstuk wordt de nieuwe leerlingenprognose gepresenteerd en volgt een korte analyse van de verwachte ontwikkelingen per stadsdeel en schoolsoort. In de bijlage staan de precieze bevolking aannames en een gedetailleerde specificatie van de leerlingenprognose aanpassingen beschreven. 1 OIS, Leerlingenprognose / PO, Amsterdam, juli & OIS, Leerlingenprognose / VO, Amsterdam, april
Vergelijking leerlingenprognose / en aantallen in In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk wordt de jongste prognose van de VO basisgeneratie besproken en vergeleken met de bevolkingsprognose van. Dit geeft inzicht in welke stadsdelen er veranderingen in het aantal jongeren worden verwacht (in paragraaf. ). Vervolgens wordt de leerlingenprognose van / vergeleken met de daadwerkelijke standgegevens. In de laatste paragraaf gaan we in op het verloop van de verschillende basisschooladviezen en de ontwikkelingen hierin.. Vergelijking van de VO basisgeneratie In het leerlingenprognosemodel worden Amsterdammers in de voortgezet onderwijs leeftijd, de VO basisgeneratie, als input gebruikt. Deze VO basisgeneratie komt voor toekomstige jaren voort uit de bevolkingsprognose Amsterdam van OIS. De prognose vloeit voort uit de demografische ontwikkelingen die zich in het verleden voordeden en de aannames over de toekomstige trends hierin. In Bijlage staat gedetailleerd beschreven hoe de bevolkingsprognose van OIS tot stand komt. De belangrijkste ontwikkeling voor de VO scholen is dat de leeftijdsgroep van - jaar de komende jaren zal blijven groeien. De basisgeneratie voor de scholen die VMBO aanbieden bestaat uit procent van de -jarigen plus alle - tot en met -jarigen. In figuur. is de ontwikkeling van deze groep kinderen te zien, de basisgeneratie VO. Figuur. Basisgeneratie VO, aantallen (feitelijk t/m, prognose daarna) 38000 36000 34000 32000 30000 28000 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS
Vanaf is de basisgeneratie VO sterk toegenomen. In stond de teller op. kinderen. De verwachting is dat het aantal tot en met nog verder zal blijven toenemen met ongeveer kinderen per jaar. Vanaf zal de groei tijdelijk afzwakken, om tussen en weer toe te nemen tot ruim kinderen per jaar. Deze kinderen zijn geboren tussen en ; een periode waarin IJburg flink groeide en veel gezinnen met kinderen aantrok, en waarin de crisis op de woningmarkt er vermoedelijk mede voor gezorgd heeft er meer gezinnen in de stad zijn blijven wonen. In bestaat de basisgeneratie VO naar verwachting uit ruim. kinderen. Rond dit niveau zal de omvang van de groep tot en met blijven schommelen. In staat de teller op. ; meer dan volgens de vorige prognose. De prognose van komt hoger uit dan de prognose van. Dit is het gevolg van het feit dat gezinnen met kinderen de afgelopen jaren steeds vaker in de stad zijn blijven wonen. De vertrekkansen zijn afgenomen, vooral voor de groep kinderen tussen en jaar. In figuur. is ook goed te zien dat sinds de vertrekkans voor de groep - tot en met -jarigen nog verder is afgenomen. Hierdoor komen de aantallen voor deze groep hoger uit in de prognose van, dan in die van. Figuur. Vertrekkans (binnenlands vertrek) - tot en met -jarigen per leeftijdsgroep, - 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 1991 1993 1995 1997 1999 2001 2003 2005 2007 2009 2011 2013 0-3 4-7 8-12 13-17 bron: OIS Daarnaast zijn de verschillen tussen beide prognoses op de langere termijn (vanaf ) vooral het gevolg van een hogere woningbouwproductie tussen en. In de prognose van werd uitgegaan van een toename van. woningen in deze periode (gemiddeld. per jaar); in de huidige prognose is dat maar liefst. (gemiddeld ruim. per jaar). In Bijlage is beschreven hoe de veronderstellingen rond de woningbouwprogrammering tot stand zijn gekomen.
Voor scholen die VMBO, HAVO en VWO aanbieden wordt de basisgeneratie gevormd door procent van de -jarigen plus alle - tot en met -jarigen. In figuur. is de ontwikkeling van deze groep te zien. Hier is goed te zien dat de sterke groei die vanaf is ingezet, nog tot voortduurt. Het verschil met de basisgeneratie VO is het meetellen van het aantal - en jarigen. In telt de basisgeneratie VO. kinderen; in zijn dat er bijna.. In staat de teller op. ; bijna. kinderen meer dan volgens de vorige prognose. De verschillen tussen de prognose van en die van zijn nog beter te zien voor de basisgeneratie VO. Figuur. Basisgeneratie VO, aantallen (feitelijk t/m, prognose daarna) 54000 52000 50000 48000 46000 44000 42000 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS Als we de groei van de basisgeneratie tot en met jaar per stadsdeel bekijken (figuur. ) dan zien we een sterke groei tussen en in Oost. Deze groei komt voornamelijk voort uit het aantal kinderen dat in het Oostelijk Havengebied en op IJburg opgroeit en de middelbare schoolleeftijd bereikt. Na zet de groei in Oost nog door, maar in veel lager tempo. Tussen en is zelfs een daling van de VO-generatie te zien; dit is het logische gevolg van het ouder worden van de grote groep kinderen die sinds de beginjaren in het Oostelijk Havengebied en IJburg opgroeiden, en het feit dat hier nu minder nieuwe woningen bijkomen dan destijds het geval was. In Noord groeit de basisgeneratie VO van tot en met gestaag. Dit is het gevolg van de gefaseerde nieuwbouw die in Noord plaatsvind. In Zuid is de basisgeneratie tussen en gegroeid, deze zal eveneens gestaag blijven doorgroeien, voornamelijk als gevolg van de nieuwbouw rondom de Zuidas. In de overige stadsdelen blijft het aantal kinderen in de VOleeftijd redelijk stabiel. In figuur @ is verder te zien dat de absolute aantallen van de VObasisgeneratie tot en met jaar verreweg het grootst zijn in Nieuw-West met ongeveer. kinderen. In Centrum zijn deze aantallen het laagst. Hier wonen ongeveer. kinderen in de middelbare schoolleeftijd.
Figuur. Basisgeneratie VO naar stadsdeel, aantallen, prognose 14000 12000 10000 8000 6000 4000 Nieuw-West Oost Noord Zuidoost West Zuid Centrum 2000 0 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 bron: OIS. Verschillen met de vorige prognose op stadsdeelniveau De verschillen tussen de huidige en de voorgaande prognose worden hieronder per stadsdeel beschreven. In het algemeen geldt dat de verschillen worden veroorzaakt door de verdere afname van de vertrekkans van met name - tot en met -jarigen. Daarnaast worden de verschillen op langere termijn (vanaf ) veroorzaakt worden door een aangepaste woningbouwprogrammering. Op stadsniveau bedraagt het verschil in toegevoegde woningen tussen en maar liefst. woningen (gemiddeld. per jaar extra). Dit verschil kan op stadsdeelniveau verder worden uitvergroot; afhankelijk van de aanpassingen in de voortgang en prioritering van specifieke bouwprojecten. Voor stadsdeel Centrum (figuur. ) lopen de prognoses niet heel ver uiteen. In was het aantal kinderen in de middelbare schoolleeftijd. ; in zijn dat er.. Het verschil met de vorige prognose bedraagt kinderen. Na gaat de basisgeneratie in stadsdeel centrum afnemen tot het huidige niveau van. kinderen in. Deze afname is geringer dan in de vorige prognose werd verondersteld.
Figuur. Basisgeneratie VO, stadsdeel Centrum, aantallen, prognoses en 3400 3300 3200 3100 3000 2900 2800 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS In stadsdeel West (figuur. ) lopen de prognoses tot en met gelijk. Daarna gaan de aantallen verder uiteen lopen. In woonden in West zo n. kinderen in de middelbare schoolleeftijd. In zullen dat er zo n. zijn; meer dan volgens de vorige prognose. De verschillen tussen beide prognoses zijn vooral groot tussen en ; in bedraagt het verschil kinderen. De oorzaak hiervan is de verdere afname van de vertrekkansen in de leeftijdsgroep tot en met jaar. In staat de teller op. kinderen; meer dan volgens de vorige prognose. De verschillen vanaf zijn vooral het gevolg van een hogere woningbouwveronderstelling in de periode -. In de vorige prognose werd uitgegaan van een saldo (nieuwbouw minus sloop) van. woningen; in de nieuwe prognose is dat.. Figuur. Basisgeneratie VO, stadsdeel West, aantallen, prognoses en 7000 6900 6800 6700 6600 6500 6400 6300 6200 6100 6000 5900 5800 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS In stadsdeel Nieuw-West woonden in. kinderen in de middelbare schoolleeftijd (figuur. ). Dit aantal zal verder blijven toenemen tot. in. Volgens de prognose van zouden dat er minder zijn. In staat de teller op. ; volgens de prognose van zouden dat er. zijn. Ook voor Nieuw-West geldt dat de verschillen na vooral het
gevolg zijn van extra woningbouw. Per saldo ging de prognose van uit van woningen tussen en ; in de prognose van is uitgegaan van nieuwe woningen. Figuur. Basisgeneratie VO, stadsdeel Nieuw-West, aantallen, prognoses en 12200 12100 12000 11900 11800 11700 11600 11500 11400 11300 11200 11100 11000 10900 10800 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS Stadsdeel Zuid telde. kinderen in de middelbare schoolleeftijd (figuur. ). Dit aantal zal toenemen tot. in, zij het met een kleine afname in. Volgens de prognose van zouden er in zo n minder kinderen in de middelbare schoolleeftijd zijn. Voor stadsdeel Zuid valt op dat de prognoses elkaar tot niet veel ontlopen. De afname in de vertrekkansen van kinderen speelt dus een geringere rol in Zuid. De verschillen als gevolg van een andere woningbouwprogrammering zijn ook in stadsdeel Zuid goed te zien. Per saldo ging de prognose van uit van ongeveer woningen tussen en ; in de prognose van is uitgegaan van ruim. woningen. In staat de teller voor de basisgeneratie tot en met jaar in zuid op ruim. ; volgens de prognose van zouden dat er ruim. zijn. Figuur. Basisgeneratie VO, stadsdeel Zuid, aantallen, prognoses en 3400 3300 3200 3100 3000 2900 2800 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS In Oost (figuur. ) is het aantal kinderen in de middelbare schoolleeftijd de afgelopen jaren enorm toegenomen. Zoals genoemd zijn de ontwikkeling van het Oostelijk havengebied en
IJburg hier mede de oorzaak van. Ook in de komende jaren wordt er veel gebouwd in Oost; met name in het Amstelkwartier maar ook nog steeds in IJburg. Zowel de prognose van als de huidige prognose voorzien in deze ontwikkelingen. Beide prognoses ontlopen elkaar niet veel. In telde Oost ruim. kinderen in de middelbare schoolleeftijd. Dit aantal neemt verder toe tot. in ; volgens de prognose van zou dat ruim. zijn. In staat de teller op bijna. ; de prognose van zat daar net iets boven. Het nagenoeg gelijk lopen van de beide prognoses duidt erop dat in Oost weinig verschillen in de woningbouwprogrammering zijn. Weliswaar is het aantal toevoegingen tussen en volgens de nieuwe prognose met. woningen veel hoger dan volgens de oude prognose (. ), maar het gaat hier voornamelijk om woningen voor studenten en jongeren. Van zulke doelgroepwoningen wordt aangenomen dat de populatie in leeftijd en omvang over de jaren gelijk blijft. Figuur. Basisgeneratie VO, stadsdeel Oost, aantallen, prognoses en 9600 9400 9200 9000 8800 8600 8400 8200 8000 7800 7600 7400 7200 7000 6800 6600 6400 6200 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS In Noord (figuur.) zijn wel verschillen te zien tussen beide prognoses. Deze verschillen treden echter pas op na ; tot die tijd lopen de prognoses ongeveer gelijk. In woonden er in Noord zo n. kinderen in de middelbare schoolleeftijd. In zullen dat er ruim. zijn; meer dan volgens de vorige prognose. De verschillen tussen beide prognoses zijn deels te verklaren door de geringere vertrekkansen van kinderen volgens de nieuwe prognose, maar vooral door de verhoogde woningbouwproductie. Tussen en komen er in Noord ruim. extra woningen bij; volgens de vorige prognose waren dat er net geen.. In staat de teller op. kinderen; wederom meer dan volgens de vorige prognose.
Figuur. Basisgeneratie VO, stadsdeel Noord, aantallen, prognoses en 8600 8400 8200 8000 7800 7600 7400 7200 7000 6800 6600 6400 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS Voor stadsdeel Zuidoost (figuur.) komt de nieuwe prognose tot wat lager uit dan de oude prognose. Van tot en met zijn de aantallen volgens de nieuwe prognose juist hoger; daarna komt de nieuwe prognose iets lager uit. Dit is mede het gevolg van een lagere woningbouwproductie tussen en ; volgens de prognose van krijgt Zuidoost er in die periode net geen woningen bij, terwijl dat in de prognose van nog. woningen waren. In telde Zuidoost zo n. kinderen in de middelbare schoolleeftijd. In zijn dat er. ; meer dan volgens de vorige prognose. In wonen er in Zuidoost ruim. kinderen in de middelbare schoolleeftijd. Figuur. Basisgeneratie VO, stadsdeel Zuidoost, aantallen, prognoses en 8000 7900 7800 7700 7600 7500 7400 7300 7200 7100 7000 6900 6800 6700 6600 6500 6400 6300 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 feitelijk prognose 2013 prognose 2014 bron: OIS
. Vergelijking per school Uit de vergelijking tussen de leerlingenprognose voor / en de voorlopige leerlingenaantallen van / van DUO blijkt dat de feitelijke leerlingaantallen hoger zijn dan we op basis van het verleden konden verwachten; in werkelijkheid zijn er ruim leerlingen meer in Amsterdam naar een middelbare school gegaan dan geprognotiseerd. Vooral in Zuid en in mindere mate in Oost zijn de leerlingenaantallen hoger dan verwacht. In Nieuw-West en in mindere mate in Zuidoost zijn de leerlingenaantallen iets lager dan geprognotiseerd. Tabel. Vergelijking oktober telling / en de leerlingenprognose voor / naar stadsdeel 1 oktober telling 2014/'15 leerlingenprognose voor 2014/'15 verschil Nieuw-West 6.509 6.656-147 Zuidoost 3.167 3.227-60 West 3.116 3.141-25 Noord 4.363 4.349 14 Centrum 824 808 16 Oost 6.571 6.481 90 Zuid 15.658 15.413 245 totaal 40.208 40.075 133 bron: OIS + DUO In Nieuw-West hebben twee scholen ruim leerlingen minder dan geprognotiseerd, dat zijn het Mundus College en het Meridiaan College. Bij het Meridiaan College is de groei van de afgelopen jaren (van leerlingen in / tot in / ) omgeslagen in een forse daling (in / leerlingen in plaats van de geprognotiseerde ). Het leerlingenaantal van het Mundus College was de afgelopen jaren redelijk stabiel, maar hier is opeens een vrij forse daling van het leerlingenaantal te zien (van in / naar in / ). In Zuidoost hebben zowel de OSB, het Bindelmeer College en het ROC op Maat minimaal leerlingen minder dan geprognotiseerd. In Oost zien we een gemixt beeld, er is vooral een groei te zien op het Pieter Nieuwland College (+), een gevolg van een nieuwe HAVO-dependance. Ook het IJburg College & (+),College de Meer (+) en het Metis Montessori Lyceum (+) laten een sterkere stijging in leerlingenaantallen zien. Het Montessori College Oost (- ) en het Stelle College (-) laten daarentegen een sterke daling aan leerlingenaantallen zien. In Zuid zien we dat een aantal scholen sterker groeien dan geprognotiseerd: het Montessori Lyceum Amsterdam (inclusief de MAVO dependance, + ), het Sint Nicolaas Lyceum (+), het CSB (+), het Geert Grootte (+) en het Spinoza Lyceum (+), mogelijk vanwege het realiseren van extra klassen vanwege lotingen op deze scholen. Daarnaast heeft het Gerrit van der Veen College in Zuid in plaats van een stabiele of dalende trend nu een stijgend leerlingenaantal (van leerlingen in / naar in / ). Een kleiner aantal scholen in Zuid laten een dalende trend zien: het IVKO (van naar ) en het Ignatius Gymnasium (van leerlingen naar leerlingen). Alles samengenomen komen er zo in Zuid leerlingen meer dan geprognotiseerd.
In Noord zien we dat alle scholen die havo en/of vwo aanbieden meer leerlingen hebben dan geprognotiseerd (het Damstede, de Nieuwe Havo en het Hyperion), terwijl alle scholen die vmbo aanbieden minder leerlingen hebben dan geprognotiseerd (waarvan de grote verschillen zich voordoen bij de Bredero Mavo, Bredero Beroepscollege en het Over-Y College). Meer leerlingen op brede en smalle scholengemeenschappen Als we naar de totalen per schoolsoort kijken zien we dat vooral de smalle en de brede scholengemeenschappen meer leerlingen hebben dan geprognotiseerd (ongeveer leerlingen meer). Zo is er bijna geen gymnasium, havo/vwo school of scholengemeenschap (vmbot/havo/vwo) dat minder leerlingen heeft dan geprognotiseerd, de enige uitzondering hierop is het Calandlyceum (-) en het Ignatius (-). De categorale vmbo-t scholen en de vmbo-scholen hebben duidelijk minder leerlingen (samen leerlingen minder dan geprognotiseerd). Ook hier zien we dat er bijna geen school in deze groep zit die meer leerlingen heeft dan geprognotiseerd, de uitzonderingen zijn College De Meer (+), de Tobiasschool (+) en Wellantcollege Linnaeus (+). Tabel. Vergelijking oktober telling / en de leerlingenprognose voor / naar soort school 1 oktober telling leerlingenprognose verschil 2014/'15 voor 2014/'15 brede vmbo school 8.658 9.067-409 categoraal vmbo-t (incl. havo) 2.461 2.661-200 internationale school 413 433-20 school voor praktijkonderwijs 976 970 6 gymnasia (incl. atheneum) 5.479 5.415 64 zeer brede scholengemeenschap 3.813 3.741 72 brede scholengemeenschap vmbo-t/havo/vwo 10.165 9.914 251 smalle scholengemeenschap (havo/vwo) 8.243 7.874 369 totaal 40.208 40.075 133 In figuur. is de historie van de leerlingenaantallen de afgelopen negen jaar per type school weergegeven. Omdat steeds meer Amsterdamse leerlingen hoge schooladviezen krijgen, groeien scholen die deze hogere niveaus aanbieden, zoals havo/vwo scholen, brede scholengemeenschappen en gymnasia, het sterkst. Het aantal leerlingen op een vmbo-school is de afgelopen negen jaar met ruim tien procent afgenomen. Ook is in deze figuur te zien dat ten opzichte van / in / de hierboven beschreven trend zich sterker voordoet dan de jaren ervoor. In de huidige prognose zullen we rekening houden met deze trend (meer leerlingen op scholengemeenschappen, minder of een stabiel aantal op vmbo scholen). bron:
Figuur. Aantal leerlingen op Amsterdamse VO-school naar type school 16.000 aantal leerlingen 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 havo/vwo school en gymnasium scholengemeenschap vmbo-t/(en havo) school vmbo school school voor praktijkonderwijs internationale school 2.000 0 2006/'07 2007/'08 2008/'09 2009/'10 2010/'11 2011/'12 2012/'13 2013/'14 2014/'15 bron: DUO, OJZ en OIS. Vergelijking van basisschooladviezen Dat er minder leerlingen op vmbo-scholen zitten en meer leerlingen op (brede) scholengemeenschappen en havo/vwo scholen zitten is een gevolg van een verschuiving in de basisschooladviezen. Het aandeel hoge adviezen (havo/vwo) stijgt de afgelopen jaren, en het aandeel lage adviezen (vmbo-b/k met lwoo) daalt. Ten opzichte van is er een versterking van deze trend. Zo is het aantal hogere adviezen (vanaf vmbo-t /havo) met % gestegen en de aantallen vmbo-b/k adviezen met % gedaald (zie figuur.). Dit is een sterkere toename dan was voorzien in de scenario s van de basisschooladviezen die OIS tijdens de voorgaande prognose had gemaakt. Deze verschuiving in adviezen verklaart een groot deel van de verschillen in de leerlingenprognose VO met de leerlingenaantallen van de oktober telling van schooljaar /.
Figuur. Basisschooladviezen leerlingen groep Amsterdam, - 30 % 25 20 15 10 praktijkonderwijs lwoo vmbo-bkg vmbo-t en vmbot/havo havo en havo/vwo vwo kopklas 5 0 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 bron: OJZ
Aanpassingen leerlingenprognose / In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de leerlingenprognose / tot stand is gekomen. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van het softwarepakket G PRO 2. We starten met een beschrijving van de algemene uitgangspunten en eindigen met de veronderstellingen die we hebben gebruikt bij het handmatig aanpassen van de prognose.. Algemene uitgangspunten Als basis zijn per middelbare school de leerlingenaantallen van de afgelopen drie jaar ingevoerd. Hiervoor zijn de recentste gegevens van DUO gebruikt. Enkele scholen die één BRIN-nummer hebben maar op meerdere locaties gehuisvest zijn hebben we in overleg met OJZ gesplitst. Daarnaast hebben we voor enkele scholen de historie gesplitst. In de bijlage staan de precieze gegevens over de gesplitste scholen: het Metis Montessori Lyceum, de MLA MAVO, IJburg College, Calandlyceum en DENISE. Voor afbakening van herkomstgebieden waaruit een school zijn leerlingen trekt, wordt voor het VO de indeling van de stadsdelen gevolgd en worden gemeenten buiten Amsterdam in zijn geheel als herkomstgebied meegenomen. Per school wordt het voedingsgebied berekend. Elke school heeft een eigen voedingsgebied op basis van de waargenomen herkomst (woonlocatie) van zijn leerlingen. Een gebied behoort tot het herkomstgebied van de school als tenminste leerlingen of minimaal % van de leerlingen naar de school gaan. Het voedingsgebied bestaat uit die verzameling herkomstgebieden (stadsdelen) van waaruit dit jaar ruim % van de leerlingen afkomstig is. De herkomstgebieden worden in de gehele leerlingenprognose onderscheiden. Op deze wijze wordt een nauwkeurige prognose verkregen. Op basis van de VO-basisgeneratie (% van de + alle t/m jarigen) en het voedingsgebied wordt per school een prognose van de leerlingaantallen berekend. De leerlingenprognose is een stadsbrede prognose. Dit betekent het dat totaal aantal leerlingen dat voortvloeit uit de basisgeneratie verdeeld wordt over de scholen. Deze verdeling gebeurt op basis van de belangstellingspercentages van de basisgeneratie voor de school. Hierbij nemen we de ontwikkeling van de afgelopen jaren per school mee waarbij we uitgaan van een afvlakkende trend van drie jaar: groeide een school de afgelopen jaren, dan blijft de school dit de komende drie jaar ook nog doen, alhoewel de groei iets afgevlakt zal worden. Hetzelfde geldt voor krimpende scholen. Als we verwachten dat groei of krimp van een school door zal zetten (bijvoorbeeld omdat het een nieuwe school is), dan hebben we handmatige aanpassing gedaan om de groei bij te stellen. 2 Dit programma voldoet aan het Programma voor het opstellen van leerlingenprognoses van de VNG.
. Handmatige aanpassingen Stadsbrede aannames De afgelopen jaren groeit het aantal leerlingen op scholen die havo/vwo aanbieden sterk, de instroom op dit schooltype is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De deelname uit de basisgeneratie VO - stijgt en de deelname uit de basisgeneratie VO - daalt, dit betekent in totaal een groter aandeel van Amsterdamse jongeren die naar een VO-school gaan (of meer leerlingen die langer op een VO-school zitten omdat ze jaar vwo doen in plaats van jaar vmbo). Daarnaast is ook het aandeel Amsterdamse leerlingen dat buiten Amsterdam naar school gaat de afgelopen drie jaar licht afgenomen van % in schooljaar /,, % in schooljaar / tot, % in schooljaar / 3. We verwachten dat deze trend zich de komende jaren nog zal voortzetten en dat de deelnamepercentages van de VO - jarigen nog iets verder zullen toenemen. Naast een groei in de basisgeneratie (zoals beschreven in paragraaf. ) verwachten we dat de ingezette stijging van de deelnamepercentages nog iets zal toenemen (zie figuur. ) en dat de groei in leerlingenaantallen daarmee dus nog iets sterker zal zijn dan de groei van de basisgeneratie. Figuur. Ontwikkeling deelnamepercentages per stadsdeel en basisgeneratie, / 80 % 70 60 50 40 30 20 10 0 12-16 12-18 12-16 12-18 12-16 12-18 12-16 12-18 12-16 12-18 12-16 12-18 12-16 12-18 12-16 12-18 Centrum Zuid IJburg Oost West Nieuw-West Zuidoost Noord 2012/'13 2013/'14 2014/'15 2015/'16 2016/'17 2017/'18 2018/'19 Bron: OIS 3 Bron: OJZ/Erisa
Vergelijking korte en lange termijn prognose De eerste stap om tot handmatige aanpassingen te komen is een vergelijking tussen een korte en lange termijnprognose van de school. Voor de korte termijnprognose gebruiken we een instroom-doorstroommodel: op basis van gelijkblijvende instroom in de brugklas worden de komende jaren aan de hand van de doorstroompercentages (percentage van de kinderen dat bijvoorbeeld van de e naar de e doorstromen) doorgerekend. OIS heeft na het maken van de eerste lange termijn prognose voor alle scholen de lange en korte termijn prognoses vergeleken. Op basis van bovenstaande vergelijking en aanname is besloten voor de volgende scholen een handmatige aanpassingen te doen: Aanpassing toenemende belangstelling: Het Hyperion Lyceum: een recentelijk gestarte school. Deze school hebben we via sterker toenemende belangstellingspercentages uit Centrum, West en Noord laten vullen. Het Caland : een recentelijk gestarte school. Deze school hebben we via sterker toenemende belangstellingspercentages uit West en Nieuw-West laten vullen. Het IJburg College : een recentelijk gestarte school. Deze school hebben we via sterker toenemende belangstellingspercentages uit IJburg en overig Oost laten vullen. Het Pieter Nieuwland: met de start van een nieuwe havo De Hof is de belangstelling voor deze school toegenomen en laat de korte termijn een sterker groei zien. Deze school hebben we via sterker toenemende belangstellingspercentages uit Centrum, IJburg, overig Oost en Zuidoost verder laten groeien. De instroom van het Huygens College is in / vergeleken met het vorig jaar weer toegenomen. We verwachten dan ook dat de sterke daling die het afgelopen jaar was ingezet niet doorgaat. De belangstellingspercentages uit West en Nieuw-West hebben we voor deze school niet verder laten afnemen. Het Montessori Lyceum Amsterdam komt met de afvlakkende trend van drie jaar lager uit dan de korte termijn prognose. Om de lange termijn prognose beter te laten aansluiten op de korte termijn prognose hebben we de stabiele belangstelling vanuit Zuid en Oost (excl. IJburg) iets laten toenemen. Het Comenius Lyceum: deze school toont een sterke stijging in de brugklas. Door de belangstelling uit West en Nieuw-West iets te verhogen sluit de lange termijn prognose nu beter aan op de korte termijn prognose. Het AICS: vergeleken met de korte termijn mocht de belangstelling iets toenemen. De belangstellingpercentages uit Amstelveen en Zuid zijn iets naar boven aangepast. Het Bredero Nieuwe Havo: heeft een instroom van klassen in plaats van de vorig schooljaar. Op basis van de korte termijn mag verwacht worden dat deze school gaat groeien. De belangstellingspercentages uit Noord hebben we dan ook iets laten toenemen. Aanpassing afnemende belangstelling: Het IJburg College komt met de afvlakkende trend van drie jaar iets hoger uit dan de korte termijn prognose. Dit is een direct gevolg van het vullen van de school de
afgelopen drie jaar. Door de belangstellingspercentages uit IJburg en overig Oost voor deze school iets te laten afnemen, sluit de lange termijn prognose beter aan op de korte termijn prognose. Het Cygnus Gymnasium komt met de afvlakkende trend van drie jaar hoger uit dan de korte termijn prognose. Dit is een direct gevolg van het vullen van de school de afgelopen drie jaar. Door de belangstellingspercentages uit IJburg, Zuid en overig Oost voor deze school iets te laten afnemen, sluit de lange termijn prognose beter aan op de korte termijn prognose. Het Meridiaan College: deze school voor vmbo komt door een lagere instroom met de lange termijn prognose hoger uit dan de korte termijn prognose. Door de belangstelling uit West en Nieuw-West te laten afnemen sluiten beide prognoses beter op elkaar aan. Het Berlage Lyceum: heeft er voor gekozen in schooljaar / te starten met een kleiner brugjaar. De belangstellingspercentages uit Centrum en West zijn dan ook stabiel gehouden in plaats van de groei vanuit de afvlakkende trend op basis van de laatste drie jaar. Het Mundus College: heeft een niet zo grote instroom dit schooljaar vergeleken met vorige schooljaren. De belangstelling uit Nieuw-West is naar beneden bijgesteld om de korte termijn en lange termijn beter te laten aansluiten.
Leerlingenprognose / In dit hoofdstuk presenteren we de leerlingenprognose /. Als eerste in zijn geheel, en daarna uitgesplitst per stadsdeel en schoolsoort.. De leerlingenprognose VO / In tabel. staat de leerlingenprognose / per school tot en met schooljaar /. De prognose voor volgend schooljaar is dat het leerlingenaantal met bijna. leerlingen stijgt tot. in / (+, %). Deze stijging zal volgens de prognose doorzetten tot bijna. leerlingen in / (+%). De verwachtte groei is iets sterker dan in de vorige prognose van /. Zo is de prognose voor schooljaar / met bijna leerlingen, en voor / met bijna. leerlingen naar boven bijgesteld. Dit is zowel een gevolg van de verwachte groei van de basisgeneratie als de verwachte stijging van het aandeel jongeren dat naar een Amsterdamse VO-school gaat (o.a. door de stijging van het aantal leerlingen dat vwo volgt). Tabel. /, aantallen naam school feitelijk 2012/ '13 2013/ '14 2014/ '15 prognose 2015/ '16 2016/ '17 Hubertus Vakschool 266 288 290 295 297 297 296 296 297 299 301 305 307 307 Ignatiusgymnasium 804 799 776 774 778 783 786 788 792 799 805 810 813 814 Wellantcollege Sloten 403 417 408 410 412 408 409 411 417 422 420 427 431 434 Wellantcollege Linnaeus 291 315 333 347 351 352 352 353 355 361 369 374 376 374 Hervormd Lyceum West 876 825 839 836 839 837 840 836 844 850 851 860 866 874 Fons Vitae Lyceum 1013 989 995 997 1007 1015 1020 1021 1025 1034 1041 1050 1053 1054 Amsterdams Lyceum, Het 1098 1082 1086 1089 1100 1107 1113 1114 1121 1131 1137 1145 1149 1151 Hervormd Lyceum Zuid 939 938 944 951 962 969 974 976 980 988 994 1000 1002 1002 Mediacollege Amsterdam 311 295 291 288 290 290 291 292 295 299 303 307 310 309 Open Schoolgemeenschap Bijlmer 1622 1622 1611 1619 1612 1617 1621 1618 1618 1633 1657 1674 1677 1674 Atlant, De 200 208 205 206 207 207 206 208 209 213 217 220 221 220 Berkhoff, de 245 252 251 255 258 259 260 261 261 263 266 268 268 267 Plein, Het 207 212 214 218 220 219 219 220 222 225 226 230 233 234 Pieter Nieuwland College 1005 1043 1154 1233 1308 1352 1368 1377 1383 1395 1407 1417 1415 1408 College De Meer 432 460 517 542 557 561 564 567 568 576 586 594 595 591 Bindelmeer College 464 487 481 488 485 481 478 482 483 492 506 513 514 513 Cygnus Gymnasium 604 686 734 757 772 784 792 795 798 803 808 812 810 806 Stelle College 329 313 263 251 245 244 244 246 247 251 256 260 261 259 ROC op maat ZO 80 96 66 66 65 64 64 64 64 65 66 67 67 66 Tobiasschool 143 151 167 172 174 175 174 175 176 179 181 184 185 184 Westburg College 189 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Luca 156 172 169 172 172 173 173 174 175 178 181 184 185 185 ROC op maat west 74 76 71 71 71 71 71 71 72 73 73 74 75 75 Nicolaas Lyceum, Sint 1081 1125 1194 1233 1256 1268 1275 1276 1283 1292 1301 1311 1315 1316 Christelijke 786 797 823 840 850 854 858 857 864 873 879 889 894 899 2017/ '18 2018/ '19 2019/ '20 2020/ '21 2021/ '22 2022/ '23 2023/ '24 2024/ '25 2025/ '26
Scholengemeenschap Buitenveldert Maimonides 168 162 166 168 172 174 175 176 178 181 183 184 185 186 Montessori Lyceum Amsterdam 1347 1361 1436 1484 1525 1551 1567 1571 1578 1595 1610 1623 1627 1629 IVKO 492 475 443 435 434 436 438 437 437 440 443 445 444 443 Metis Montessori Lyceum 683 722 815 859 884 896 900 901 905 916 925 934 937 939 Montessori College Oost 986 1027 962 960 956 957 958 963 967 981 1000 1015 1019 1014 MLA MAVO 326 329 381 396 408 412 413 412 414 419 423 427 430 431 Geert Groote College 736 767 820 848 868 878 882 882 886 893 898 904 907 908 Comenius Lyceum 681 700 747 765 779 790 806 815 822 829 829 838 843 852 Meridiaan College 337 364 301 275 259 257 257 258 261 265 265 269 273 275 Calvijn met Junior College 518 508 484 472 470 466 466 468 473 480 481 489 495 498 Iedersland College 224 246 248 255 258 257 257 258 261 264 266 270 274 275 Damstede 995 1051 1090 1131 1153 1155 1165 1165 1176 1193 1208 1222 1226 1229 Rosa Beroepscollege 237 250 244 247 250 252 255 257 261 268 274 280 283 285 IJdoorn 333 326 315 316 316 316 318 321 327 336 346 355 360 363 Over-Y College 626 631 619 611 610 606 611 611 616 629 644 653 659 665 Hogeland `t 77 83 81 95 106 107 108 109 110 112 112 114 115 115 Mundus College 1059 1079 971 928 926 919 919 923 932 945 951 967 977 981 AICS 312 376 413 451 467 472 475 478 483 489 494 497 500 502 Berlage Lyceum 1168 1152 1177 1176 1185 1191 1191 1188 1193 1208 1220 1232 1236 1238 Marcanti College 682 710 677 674 675 671 671 673 679 689 693 705 714 718 Cartesius Lyceum 719 753 773 793 805 811 814 813 815 825 830 839 842 845 Wissel, De 45 50 55 57 58 59 59 58 59 60 61 62 63 63 DENISE 114 113 115 128 130 131 132 131 132 133 134 136 137 138 Barlaeus Gymnasium 800 810 824 835 849 858 862 864 865 874 881 888 889 888 Vossius Gymnasium 806 782 802 805 817 825 829 832 838 848 856 863 868 870 Bredero Lyceum (nieuwe HAVO) 466 388 432 457 480 498 503 505 512 523 535 544 549 556 Bredero Beroepscollege 384 383 354 348 346 346 348 351 358 368 379 388 393 397 Bredero Mavo 350 322 276 255 249 248 250 252 257 263 271 277 280 283 Hyperion Lyceum 178 351 501 619 725 818 853 880 884 893 904 913 914 916 Spinoza Lyceum 1234 1230 1259 1274 1291 1302 1308 1309 1316 1327 1335 1345 1347 1350 Gerrit van der Veen College 866 849 914 933 954 964 969 971 974 982 990 997 998 998 Sweelinck College 500 576 591 612 619 621 620 622 627 637 646 656 662 661 Huygens College 657 544 494 478 473 472 471 473 477 484 488 497 504 505 Zuiderlicht 383 393 392 395 398 398 398 400 402 408 413 420 422 421 Apollo, de 233 240 231 234 236 236 236 238 240 242 245 247 247 247 Reigersbos Scholengemeenschap 800 811 829 846 844 846 844 841 840 853 872 884 887 888 Calandlyceum 1844 1891 1892 1908 1911 1905 1916 1909 1930 1941 1934 1953 1962 1979 Calandlyceum - 2 120 251 405 588 767 777 782 779 788 793 790 799 803 812 Cheider 40 45 37 36 35 35 35 36 36 36 37 37 38 38 Clusius College Amsterdam 229 250 243 249 252 252 254 256 260 266 274 279 282 285 Kolom praktijkcollege Noord 209 199 208 208 211 212 214 217 220 226 232 237 239 241 Dreef, de 165 160 180 185 187 186 184 186 186 190 195 198 198 197 Passie, De 276 63 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 IJburg College 1 692 827 925 986 1034 1073 1112 1135 1146 1153 1157 1154 1142 1127 IJburg College 2 150 300 448 529 594 646 665 676 682 688 693 695 690 685 4e Gymnasium 729 738 756 769 782 787 791 790 791 800 806 812 813 813 38594 39286 40208 41183 42036 42456 42729 42868 43143 43639 44054 44518 44695 44765 bron: OIS
In onderstaande tabel zijn de totalen per schoolsoort en windrichting aangegeven. Duidelijk is dat de groei op de praktijkscholen, vmbo-scholen en vmbo-t(en havo) scholen met een groei van % lager is dan de stedelijke groei. De leerlingenaantallen op scholengemeenschappen, havo/vwo scholen en de vwo scholen zullen juist sterker groeien, met ongeveer %. Daarnaast is de groei van leerlingenaantallen in Noord (+%) sterker dan in de rest van de stad. Tabel. / per schoolsoort naar stadsdeel, aantallen totalen schoolsoort feitelijk 2012/ '13 2013/ '14 2014/ '15 prognose 2015/ '16 2016/ '17 pro Zuid/Centrum 200 208 205 206 207 207 206 208 209 213 217 220 221 220 pro Noord 209 199 208 208 211 212 214 217 220 226 232 237 239 241 pro Oost/Zuidoost 321 332 349 357 359 359 357 360 361 368 376 382 383 382 pro West 207 212 214 218 220 219 219 220 222 225 226 230 233 234 totaal pro 937 951 976 989 997 997 996 1005 1012 1032 1051 1069 1076 1077 vmbo Zuid/Centrum 837 839 850 855 862 863 863 867 873 886 897 911 917 914 vmbo Noord 1260 1292 1237 1255 1270 1273 1283 1294 1316 1350 1385 1416 1433 1445 vmbo Oost/Zuidoost 2827 2950 2873 2909 2917 2918 2920 2936 2945 2989 3049 3091 3100 3084 vmbo West 4117 3918 3698 3640 3640 3620 3619 3631 3667 3716 3734 3796 3840 3856 totaal vmbo 9041 8999 8658 8659 8689 8674 8685 8728 8801 8941 9065 9214 9290 9299 vmbo-t (en havo) Zuid/Centrum 1551 1620 1646 1677 1697 1705 1707 1709 1718 1738 1757 1775 1783 1782 vmbo-t (en havo) Noord 976 953 895 866 859 854 861 863 873 892 915 930 939 948 vmbo-t (en havo) Oost/Zuidoost vmbo-t (en havo) West 337 364 301 275 259 257 257 258 261 265 265 269 273 275 totaal vmbo-t (en havo) 2864 2937 2842 2818 2815 2816 2825 2830 2852 2895 2937 2974 2995 3005 scholengemeenschap Zuid/Centrum 4132 4153 4282 4342 4401 4434 4449 4448 4473 4518 4552 4591 4607 4619 scholengemeenschap Noord scholengemeenschap Oost/Zuidoost 3947 4282 4628 4839 4968 5078 5142 5171 5191 5243 5304 5341 5333 5313 scholengemeenschap West 3116 3030 3136 3332 3517 3519 3538 3524 3562 3584 3575 3612 3631 3665 totaal scholengemeenschap 11195 11465 12046 12513 12886 13031 13129 13143 13226 13345 13431 13544 13571 13597 havo/vwo Zuid/Centrum 5246 5262 5483 5598 5704 5767 5805 5815 5840 5891 5936 5981 5995 5999 havo/vwo Noord 1461 1439 1522 1588 1633 1653 1668 1670 1688 1716 1743 1766 1775 1785 havo/vwo Oost/Zuidoost 1005 1043 1154 1233 1308 1352 1368 1377 1383 1395 1407 1417 1415 1408 havo/vwo West 1400 1453 1520 1558 1584 1601 1620 1628 1637 1654 1659 1677 1685 1697 totaal havo/vwo 9112 9197 9679 9977 10229 10373 10461 10490 10548 10656 10745 10841 10870 10889 vwo Zuid/Centrum 3508 3473 3488 3503 3544 3573 3590 3598 3616 3652 3679 3706 3719 3723 vwo Noord 178 351 501 619 725 818 853 880 884 893 904 913 914 916 vwo Oost/Zuidoost 604 686 734 757 772 784 792 795 798 803 808 812 810 806 vwo West 729 738 756 769 782 787 791 790 791 800 806 812 813 813 totaal vwo 5019 5248 5479 5648 5823 5962 6026 6063 6089 6148 6197 6243 6256 6258 internationaal (in Zuid) 426 489 528 579 597 603 607 609 615 622 628 633 637 640 totaal Zuid/Centrum 15900 16044 16482 16760 17012 17152 17227 17254 17344 17520 17666 17817 17879 17897 totaal Noord 4084 4234 4363 4536 4698 4810 4879 4924 4981 5077 5179 5262 5300 5335 totaal Oost/Zuidoost 8704 9293 9738 10095 10324 10491 10579 10639 10678 10798 10944 11043 11041 10993 totaal West 9906 9715 9625 9792 10002 10003 10044 10051 10140 10244 10265 10396 10475 10540 totaal 38594 39286 40208 41183 42036 42456 42729 42868 43143 43639 44054 44518 44695 44765 2017/ '18 2018/ '19 2019/ '20 2020/ '21 2021/ '22 2022/ '23 2023/ '24 2024/ '25 2025/ '26
. Leerlingenprognose / per windrichting In onderstaande tabel over windrichting Centrum/Zuid is te zien dat de leerlingenaantallen over alle schoolsoorten tot en met / stabiel zullen stijgen. In totaal zal de toename % zijn, wat neerkomt op. extra leerlingen in Zuid en Centrum. Omdat het aantal leerlingen op scholen die hogere niveaus aanbieden groot is, is deze stijging vooral terug te zien bij de scholengemeenschappen (+ leerlingen ), havo/vwo scholen (+ ) en vwo scholen (+ ). Daarnaast is de verwachting dat er meer leerlingen internationaal onderwijs zullen volgen, en de enige scholen die dit aanbieden zitten in Zuid. Tabel. / per school naar schoolsoort Zuid/Centrum, aantallen naam school feitelijk 2012/ '13 2013/ '14 2014/ '15 prognose 2015/ '16 2016/ '17 Atlant, De 200 208 205 206 207 207 206 208 209 213 217 220 221 220 totaal pro 200 208 205 206 207 207 206 208 209 213 217 220 221 220 Mediacollege Amsterdam 311 295 291 288 290 290 291 292 295 299 303 307 310 309 Tobiasschool 143 151 167 172 174 175 174 175 176 179 181 184 185 184 Zuiderlicht 383 393 392 395 398 398 398 400 402 408 413 420 422 421 totaal vmbo 837 839 850 855 862 863 863 867 873 886 897 911 917 914 IVKO 492 475 443 435 434 436 438 437 437 440 443 445 444 443 MLA MAVO 326 329 381 396 408 412 413 412 414 419 423 427 430 431 Sweelinck College 500 576 591 612 619 621 620 622 627 637 646 656 662 661 Apollo, de 233 240 231 234 236 236 236 238 240 242 245 247 247 247 totaal vmbo-t(havo) 1551 1620 1646 1677 1697 1705 1707 1709 1718 1738 1757 1775 1783 1782 Christelijke Scholengemeenschap 786 797 823 840 850 854 858 857 864 873 879 889 894 899 Buitenveldert Maimonides 168 162 166 168 172 174 175 176 178 181 183 184 185 186 Geert Groote College 736 767 820 848 868 878 882 882 886 893 898 904 907 908 Berlage Lyceum 1168 1152 1177 1176 1185 1191 1191 1188 1193 1208 1220 1232 1236 1238 Spinoza Lyceum 1234 1230 1259 1274 1291 1302 1308 1309 1316 1327 1335 1345 1347 1350 Cheider 40 45 37 36 35 35 35 36 36 36 37 37 38 38 totaal scholengemeenschap 4132 4153 4282 4342 4401 4434 4449 4448 4473 4518 4552 4591 4607 4619 Fons Vitae Lyceum 1013 989 995 997 1007 1015 1020 1021 1025 1034 1041 1050 1053 1054 Hervormd Lyceum Zuid 939 938 944 951 962 969 974 976 980 988 994 1000 1002 1002 Nicolaas Lyceum, Sint 1081 1125 1194 1233 1256 1268 1275 1276 1283 1292 1301 1311 1315 1316 Gerrit van der Veen College 866 849 914 933 954 964 969 971 974 982 990 997 998 998 Montessori Lyceum Amsterdam 1347 1361 1436 1484 1525 1551 1567 1571 1578 1595 1610 1623 1627 1629 totaal havo/vwo 5246 5262 5483 5598 5704 5767 5805 5815 5840 5891 5936 5981 5995 5999 Barlaeus Gymnasium 800 810 824 835 849 858 862 864 865 874 881 888 889 888 Ignatiusgymnasium 804 799 776 774 778 783 786 788 792 799 805 810 813 814 Amsterdams Lyceum, Het 1098 1082 1086 1089 1100 1107 1113 1114 1121 1131 1137 1145 1149 1151 Vossius Gymnasium 806 782 802 805 817 825 829 832 838 848 856 863 868 870 totaal vwo 3508 3473 3488 3503 3544 3573 3590 3598 3616 3652 3679 3706 3719 3723 AICS 312 376 413 451 467 472 475 478 483 489 494 497 500 502 DENISE 114 113 115 128 130 131 132 131 132 133 134 136 137 138 totaal internationaal 426 489 528 579 597 603 607 609 615 622 628 633 637 640 totaal Zuid 15900 16044 16482 16760 17012 17152 17227 17254 17344 17520 17666 17817 17879 17897 2017/ '18 2018/ '19 2019/ '20 2020/ '21 2021/ '22 2022/ '23 2023/ '24 2024/ '25 2025/ '26
In Noord is sprake van de relatief grootste groei in leerlingaantallen. Dit is een gevolg van de vele nieuwbouw in dit stadsdeel. De verwachting is dat er de komende tien jaar bijna. leerlingen bij zullen komen, een stijging van %. Deze stijging is op alle onderwijssoorten terug te zien, omdat het een gevolg is van een groei in de basisgeneratie. Op het Hyperion Lyceum, de enige categorale vwo-school in Noord is de groei sterker, dat komt omdat deze school recent gestart is. Tabel. / per school naar schoolsoort Noord, aantallen naam school feitelijk 2012/ '13 2013/ '14 2014/ '15 prognose 2015/ '16 2016/ '17 2017/ '18 Kolom praktijkcollege Noord 209 199 208 208 211 212 214 217 220 226 232 237 239 241 totaal pro 209 199 208 208 211 212 214 217 220 226 232 237 239 241 Rosa Beroepscollege 237 250 244 247 250 252 255 257 261 268 274 280 283 285 IJdoorn 333 326 315 316 316 316 318 321 327 336 346 355 360 363 Hogeland `t 77 83 81 95 106 107 108 109 110 112 112 114 115 115 Bredero Beroepscollege 384 383 354 348 346 346 348 351 358 368 379 388 393 397 Clusius Colleg 2018/ '19 2019/ '20 2020/ '21 2021/ '22 2022/ '23 2023/ '24 2024/ '25 2025/ '26 229 250 243 249 252 252 254 256 260 266 274 279 282 285 e Amsterdam totaal vmbo 1260 1292 1237 1255 1270 1273 1283 1294 1316 1350 1385 1416 1433 1445 Over-Y College 626 631 619 611 610 606 611 611 616 629 644 653 659 665 Bredero Mavo 350 322 276 255 249 248 250 252 257 263 271 277 280 283 totaal vmbo-t(havo) 976 953 895 866 859 854 861 863 873 892 915 930 939 948 Damstede 995 1051 1090 1131 1153 1155 1165 1165 1176 1193 1208 1222 1226 1229 Bredero Lyceum 466 388 432 457 480 498 503 505 512 523 535 544 549 556 (nieuwe HAVO) totaal havo/vwo 1461 1439 1522 1588 1633 1653 1668 1670 1688 1716 1743 1766 1775 1785 Hyperion Lyceum 178 351 501 619 725 818 853 880 884 893 904 913 914 916 totaal vwo 178 351 501 619 725 818 853 880 884 893 904 913 914 916 totaal Noord 4084 4234 4363 4536 4698 4810 4879 4924 4981 5077 5179 5262 5300 5335 bron: OIS
In de windrichting Oost/Zuidoost zal het aantal leerlingen met % groeien van. in / tot. in /. Er komen dus in totaal ruim. leerlingen bij. Deze groei is voornamelijk te zien bij de nieuwe scholen in het stadsdeel: IJburg College & en bij de nieuwe Havo dependance van het Pieter NIeuwland College. Tabel. / per school naar schoolsoort Oost/Zuidoost, aantallen naam school feitelijk 2012/ '13 2013/ '14 2014/ '15 prognose 2015/ '16 2016/ '17 2017/ '18 Luca 156 172 169 172 172 173 173 174 175 178 181 184 185 185 Dreef, de 165 160 180 185 187 186 184 186 186 190 195 198 198 197 totaal pro 321 332 349 357 359 359 357 360 361 368 376 382 383 382 Wellantcollege Linnaeus 291 315 333 347 351 352 352 353 355 361 369 374 376 374 Berkhoff, de 245 252 251 255 258 259 260 261 261 263 266 268 268 267 College De Meer 432 460 517 542 557 561 564 567 568 576 586 594 595 591 Stelle College 329 313 263 251 245 244 244 246 247 251 256 260 261 259 Montessori College Oost 986 1027 962 960 956 957 958 963 967 981 1000 1015 1019 1014 Bindelmeer College 464 487 481 488 485 481 478 482 483 492 506 513 514 513 ROC op maat ZO 80 96 66 66 65 64 64 64 64 65 66 67 67 66 totaal vmbo 2827 2950 2873 2909 2917 2918 2920 2936 2945 2989 3049 3091 3100 3084 IJburg College 1 692 827 925 986 1034 1073 1112 1135 1146 1153 1157 1154 1142 1127 IJburg College 2 150 300 448 529 594 646 665 676 682 688 693 695 690 685 Metis Montessori Lyceum 683 722 815 859 884 896 900 901 905 916 925 934 937 939 Open Schoolgemeenschap Bijlmer 1622 1622 1611 1619 1612 1617 1621 1618 1618 1633 1657 1674 1677 1674 Reigersbos Scholengemeenschap 800 811 829 846 844 846 844 841 840 853 872 884 887 888 totaal scholengemeenschap 3947 4282 4628 4839 4968 5078 5142 5171 5191 5243 5304 5341 5333 5313 Pieter Nieuwland College 1005 1043 1154 1233 1308 1352 1368 1377 1383 1395 1407 1417 1415 1408 totaal havo/vwo 1005 1043 1154 1233 1308 1352 1368 1377 1383 1395 1407 1417 1415 1408 Cygnus Gymnasium 604 686 734 757 772 784 792 795 798 803 808 812 810 806 totaal vwo 604 686 734 757 772 784 792 795 798 803 808 812 810 806 totaal Oost/Zuidoost 8704 9293 9738 10095 10324 10491 10579 10639 10678 10798 10944 11043 11041 10993 2018/ '19 2019/ '20 2020/ '21 2021/ '22 2022/ '23 2023/ '24 2024/ '25 2025/ '26 bron: OIS
In West is de stijging met % van het leerlingenaantal gemiddeld, er komen in totaal ruim leerlingen bij. De grootste groei is te zien bij de nieuwe school het Calandlyceum. Daarnaast is de groei over de verschillende schoolsoorten redelijk evenwichtig verdeeld. Tabel. / per school naar schoolsoort West, aantallen naam school feitelijk 2012/ '13 2013/ '14 2014/ '15 prognose 2015/ '16 2016/ '17 2017/ '18 Plein, Het 207 212 214 218 220 219 219 220 222 225 226 230 233 234 totaal pro 207 212 214 218 220 219 219 220 222 225 226 230 233 234 Wellantcollege Sloten 403 417 408 410 412 408 409 411 417 422 420 427 431 434 Westburg College 189 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Calvijn met Junior College 518 508 484 472 470 466 466 468 473 480 481 489 495 498 Iedersland College 224 246 248 255 258 257 257 258 261 264 266 270 274 275 Mundus College 1059 1079 971 928 926 919 919 923 932 945 951 967 977 981 Hubertus Vakschool 266 288 290 295 297 297 296 296 297 299 301 305 307 307 ROC op maat west 74 76 71 71 71 71 71 71 72 73 73 74 75 75 Marcanti College 682 710 677 674 675 671 671 673 679 689 693 705 714 718 Wissel, De 45 50 55 57 58 59 59 58 59 60 61 62 63 63 Huygens College 657 544 494 478 473 472 471 473 477 484 488 497 504 505 totaal vmbo 4117 3918 3698 3640 3640 3620 3619 3631 3667 3716 3734 3796 3840 3856 Meridiaan College 337 364 301 275 259 257 257 258 261 265 265 269 273 275 totaal vmbo-t(havo) 337 364 301 275 259 257 257 258 261 265 265 269 273 275 Hervormd Lyceum West 876 825 839 836 839 837 840 836 844 850 851 860 866 874 Calandlyceum 1844 1891 1892 1908 1911 1905 1916 1909 1930 1941 1934 1953 1962 1979 Calandlyceum - 2 120 251 405 588 767 777 782 779 788 793 790 799 803 812 Passie, De 276 63 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 totaal scholengemeenschap 3116 3030 3136 3332 3517 3519 3538 3524 3562 3584 3575 3612 3631 3665 Comenius Lyceum 681 700 747 765 779 790 806 815 822 829 829 838 843 852 Cartesius Lyceum 719 753 773 793 805 811 814 813 815 825 830 839 842 845 totaal havo/vwo 1400 1453 1520 1558 1584 1601 1620 1628 1637 1654 1659 1677 1685 1697 4e Gymnasium 729 738 756 769 782 787 791 790 791 800 806 812 813 813 totaal vwo 729 738 756 769 782 787 791 790 791 800 806 812 813 813 totaal West 9906 9715 9625 9792 10002 10003 10044 10051 10140 10244 10265 10396 10475 10540 2018/ '19 2019/ '20 2020/ '21 2021/ '22 2022/ '23 2023/ '24 2024/ '25 2025/ '26 bron: OIS
Bijlage : Specificatie veronderstellingen Bij het maken van de leerlingenprognose VO / zijn er verschillende veronderstellingen gedaan. In deze bijlage beschrijven we deze aanpassingen: allereerst de aanpassingen die we vooraf hebben toegepast, daarna de aannames van het G PRO programma voor de lange termijn prognose en voor de korte termijn prognose. Aanpassingen vooraf toegepast Leerlingen met borgingstrajecten zijn net zoals in de prognose / meegenomen. In het verleden (voor ) werden deze weggelaten om huisvestingsreden. Bij deze prognose hebben we gebruikt gemaakt van de woonplaatsen van leerlingen uit DUO gegevens (postcode ) omdat dat voldoende informatie leverde over herkomstgebieden naar stadsdelen en volledig aansluit bij de DUO teldata. Omdat twee postcode-vier gebieden ( en ) stadsdeeloverstijgend zijn heeft OIS voor deze twee gebieden Erisa data gebruikt. In overleg met OJZ hebben we enkele BRIN-nummers uit elkaar gehaald. Het gaat om de volgende BRIN-nummers en scholen: voor de jaren en zijn YS en YS samengevoegd tot het Mundus College. Vervolgens zijn leerlingen die op het Mundus College internationaal onderwijs volgen (element codes en ) ondergebracht onder het BRINnummer YS Het AICS. Voor de jaren, en hebben we verschillende aanpassingen gedaan bij scholen van het MSA. Voor vormen BRIN s samen het METIS College (PS, PS en PS). In en is het METIS samengesteld uit twee BRIN s (PS en PS). Voor en is er een apart BRIN nummer voor de MLA MAVO (PS) die op een andere locatie is gehuisvest dan het MLA (PS). Voor hebben we in overleg met OJZ bij benadering eenzelfde groep van het MLA verplaatst naar de MLA MAVO. Van OJZ hebben we het totaal aantal leerlingen op de MLA MAVO en het MLA gekregen. Daarnaast hebben we in het Erisa bestand via de BSN-nummers van de leerlingen die leerlingen die in en op de MLA MAVO zaten teruggeplaatst voor. Per is er een nieuwe school voor nieuwkomers: DENISE (YS). Voor en hebben we het leerlingenaantal van het Berlage Lyceum (YS) aangepast om ook de historie van de DENISE te kunnen bepalen. Van OJZ hebben we het totaal aantal leerlingen op de DENISE en op het Berlage Lyceum gekregen voor en. Daarnaast hebben we in het Erisa bestand via de BSN-nummers van de leerlingen die leerlingen die in op de DENISE zaten teruggeplaatst voor en. Omdat dit om zeer kleine aantallen gaat (waarschijnlijk stromen de nieuwkomers door in het reguliere onderwijs) is dit geen ideale situatie. De komende jaren zullen de historie gegevens van de DENISE beter kloppen en zal daardoor de prognose van deze school beter worden. Het Calandlyceum- heeft per een eigen BRIN-nummer (GD). Om de historie van te bepalen hebben we het leerlingenaantal van het Calandlyceum
(GD) aangepast. Van OJZ hebben we het totaal aantal leerlingen op het Calandlyceum & gekregen voor. Daarnaast hebben we in het Erisa bestand via de BSN-nummers van de leerlingen die leerlingen die in en op het Calandlyceum zaten teruggeplaatst voor. Het IJburg College heeft per een eigen BRIN-nummer (DH). Om de historie van en te bepalen hebben we het leerlingenaantal van het IJburg Colllege (DH) aangepast. Van OJZ hebben we het totaal aantal leerlingen op het IJburg College & gekregen voor en. Daarnaast hebben we in het Erisa bestand via de BSN-nummers van de leerlingen die leerlingen die in op het IJburg College zaten teruggeplaatst voor en. Om een volledig beeld te hebben van de totale groep VO scholieren zijn in deze prognose de MBO scholen die vmbo aanbieden meegenomen. Deze scholen vallen qua huisvesting niet onder de gemeente. Het gaat om de volgende scholen: Het Wellant College Sloten (OE) en Linneaus (OE), het Media College (PA) en het Clusius College (EF). Ook dit jaar gebruiken we als input voor de leerlingenprognose voor de leerlingen die niet in Amsterdam wonen maar in omringende gemeentes de bevolkingsprognose van Primos4. Aannames in softwarepakket G PRO voor de lange termijn prognose De eerste stap in G PRO is het bepalen van de basisgeneratie uit de bevolkingsprognose van OIS. Voor het VO zijn er twee basisgeneraties. Een voor de VMBO scholen (% van de jarigen en alle t/m -jarigen) en een voor de brede scholengemeenschappen en de HAVO en/of VWO scholen (% van de -jarigen en alle t/m jarigen). Vervolgens wordt informatie over het leerjaar van de leerling (uit DUO gegevens) omgezet naar leeftijd (zodat het gebruikt kan worden als match met de basisgeneratie). Voor het VO worden alle leerlingen van jaar en ouder opgeteld bij de -jarigen en de leerlingen van jaar en jonger opgeteld bij de -jarigen. Op basis van de herkomst van de leerlingen wordt per school een voedingsgebied vastgesteld. In de huidige leerlingenprognose is het gebied onderdeel van het herkomstgebied van de school als tenminste leerlingen of minimaal % van de leerlingen uit een bepaald gebied naar de school gaan. Het voedingsgebied van de school dat zo is bepaald bestaat uit die verzameling herkomstgebieden (stadsdelen) van waaruit ruim % van de leerlingen afkomstig is. Op basis van de voedingsgebieden van de scholen worden vervolgens belangstellingspercentages voor de scholen per voedingsgebied (stadsdeel) bepaald. Per voedingsgebied wordt een overzicht gegeven van de belangstellingspercentages van alle scholen die hier leerlingen uit betrekken. Hier kunnen we zien welke gevolgen het heeft als de belangstelling van de scholen veranderd. Op basis van de belangstellingspercentages en de basisgeneratie wordt vervolgens de lange termijn prognose per school berekend. Hier gaan we uit van een afvlakkende trend van drie jaar. De belangstelling van het eerste prognosejaar is het laatst waargenomen belangstellingscijfer plus het gemiddelde verschil van de laatste drie jaar. Die van het tweede prognosejaar is de helft van het verschil plus het belangstellingspercentage van het eerste prognosejaar, etc. Op deze manier ontstaat een afvlakkende lijn die op korte termijn rekening houdt met trends uit het recente verleden. 4 Primos
Aannames in softwarepakket G PRO voor de korte termijn prognose Voor het maken van de korte termijn prognose zijn we in principe uitgegaan van een gelijkblijvende instroom in de brugklas van het laatste jaar. Daarnaast hebben we de doorstroompercentages (hoeveel procent van de kinderen uit bijv. de e naar de e gaan bijvoorbeeld) van het laatste jaar de komende jaren doorgetrokken. Voor de recentelijk gestarte scholen hebben we de doorstroompercentages op een volgende manier aangepast: Bij het Caland (GD) hebben we de doorstroompercentages van Het Caland Lyceum gebruikt voor de overgang van -, -, - Het IJburg (DH) hebben we door laten groeien tot één grote vmbo-t/havo school. Daarvoor zijn de doorstroompercentages - en - van het IJburg gebruikt. Voor het Hyperion (AS) hadden we geen vergelijkbare school. Daar hebben we de doorstroom van - en - op één gezet: dat betekent dat we in het model ervan uitgaan dat elke leerling doorstroomt naar het volgende schooljaar. Ook voor de nieuwe school voor nieuwkomers Denise (YS) hadden we geen vergelijkbare school. De doorstroompercentages zijn daarom op één gezet.
Bijlage : Achtergrond basisgeneratie In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de bevolkingsprognose van OIS tot stand komt. De achterliggende veronderstellingen voor de prognose worden toegelicht, en waar ze afwijken van de veronderstellingen in de vorige bevolkingsprognose zal hier extra uitleg voor worden gegeven. Werkwijze bevolkingsprognose OIS OIS maakt jaarlijks een nieuwe bevolkingsprognose. Het maken van een nieuwe bevolkingsprognose begint altijd met een vergelijking van de laatste prognosecijfers met de feitelijke aantallen. Zo wordt per leeftijdsgroep bekeken of de geprognosticeerde aantallen overeen komen met de werkelijke stand, zowel op stadsniveau als op het niveau van stadsdelen en buurtcombinaties. Eventuele verschillen kunnen dan gebruikt worden om de veronderstellingen voor de nieuwe prognose aan te passen. Voor het opstellen van de prognose op stadsniveau wordt gebruikgemaakt van de cohortcomponentenmethode. Dat wil zeggen dat voor alle leeftijdscohorten de componenten van de bevolkingsprognose (geboorte, sterfte, vestiging en vertrek) apart worden doorgerekend. Hiervoor moet als eerste worden vastgesteld hoeveel Amsterdammers er volgens de Basisregistratie Personen (BRP) op januari staan ingeschreven. Vervolgens worden de randvoorwaarden voor de bevolkingsontwikkeling bepaald. Hiertoe worden er veronderstellingen gedaan over toekomstige ontwikkelingen in geboorte, sterfte, buitenlandse migratie, woningbouw, inwoning en leegstand. Historische en actuele ontwikkelingen zijn hiervoor een belangrijke leidraad. Soms is het nodig de veronderstellingen aan te passen, bijvoorbeeld wanneer de cijfers van de laatste bevolkingsprognose te veel afwijken van de inmiddels gerealiseerde cijfers, of wanneer er grote aanpassingen in de landelijke bevolkingsprognose worden doorgevoerd. Middels een stuurkaart kunnen in het model voor alle toekomstige jaren de parameters worden ingegeven voor het verwachte gemiddelde vruchtbaarheidscijfer, de gemiddelde levensverwachting (apart voor mannen en vrouwen), het buitenlands migratiesaldo (vestiging minus vertrek), en de factoren voor inwoning en leegstand. Ook wordt per jaar bepaald wat het verwachte aantal toevoegingen aan de woningvoorraad is. De binnenlandse migratie wordt, op basis van de woningvoorraad, pas in laatste instantie berekend. Na invoer van alle parameters worden - per leeftijd en geslacht - de kansen op geboorte, sterfte, vestiging vanuit het buitenland en vertrek naar het buitenland doorgerekend op basis van de kansen in de afgelopen vijf jaar. Ze worden begrensd door de ingegeven parameters. Voor bijvoorbeeld het aantal geboorten wil dat zeggen dat als er in bepaald jaar op basis van de kansberekeningen meer geboorten zijn dan op basis van het ingegeven vruchtbaarheidscijfer
verwacht mag worden, de kansen voor alle leeftijden evenredig naar beneden worden bijgesteld. Nadat per jaar de bevolkingsgroei op basis van de demografische componenten berekend is, is ook het verwachte inwonertal uitgaande van een binnenlands migratiesaldo van nul - bekend. Dat wordt omgezet naar het verwachte aantal huishoudens. Het binnenlands migratiesaldo wordt nu bepaald door het aantal huishoudens in te passen in de verwachte woningvoorraad. Wanneer er, gegeven de inwoning en leegstand, meer huishoudens zijn dan woningen, zal het binnenlands migratiesaldo negatief zijn: er trekken meer mensen weg dan er naar de stad toe komen. Op basis van de binnenlandse vestigingskansen uit het verleden worden de totale vestiging en het totale vertrek uitgesplitst naar leeftijd en geslacht. Invoer van het prognosemodel Het Amsterdamse prognosemodel, op stadsniveau, bestaat uit de volgende variabelen: De standbevolking op januari van het laatst bekende jaar, uitgesplitst naar -jaars leeftijdsgroep en geslacht. In de prognose van is de standbevolking die op januari. Om de analyse compleet te maken en de kansen voor de verschillende gebeurtenissen uit het verleden te kunnen bepalen is het noodzakelijk om ook een x-aantal jaren uit het verleden in te voeren. Het minimaal aantal benodigde jaren hiervoor is jaar. Geboorten. Per jaar (minimaal jaarreeksen) het aantal geboorten naar leeftijd van de moeder in -jaars leeftijdsgroep. De groep vruchtbare vrouwen bevindt zich in de groep - tot en met -jarigen. Sterfte. Per jaar (minimaal jaarreeksen) het aantal gestorvenen naar leeftijd en geslacht. Vertrek binnenland. Per jaar (minimaal jaarreeksen) het aantal mensen dat vertrekt uit de stad naar een locatie binnen Nederland per -jaars leeftijdsgroep en geslacht. Vertrek buitenland. Per jaar (minimaal jaarreeksen) het aantal mensen dat vertrekt uit de stad naar een locatie buiten Nederland per -jaars leeftijdsgroep en geslacht. Vestiging binnenland. Per jaar (minimaal jaarreeksen) het aantal mensen dat zich vanuit Nederland in de stad vestigt naar -jaars leeftijdsgroep en geslacht. Bovendien is nodig de meest recente bevolkingsprognose voor Nederland in -jaars leeftijdsgroepen. Deze is nodig om de verdeling van de vestigers naar leeftijd voor de toekomst te corrigeren. Vestiging buitenland, per jaar (minimaal jaarreeksen) het aantal mensen dat zich van buiten Nederland in de stad vestigt naar -jaars leeftijdsgroep en geslacht. Woningvoorraad en woningbouwprogrammering. Hier gaat om de meest recente stand van de woningvoorraad en de meest actuele verwachting van de jaarlijkse toevoegingen. Veronderstellingen Veronderstellingen over de geboorte In de Amsterdamse prognose werd tot en met de prognose van verondersteld dat de TFR van autochtonen gelijk zal blijven en die van niet-westerse allochtonen zal afnemen tot uiteindelijk het autochtone niveau. Dat betekent dat de totale TFR van Amsterdam zal afnemen.
Omdat de vruchtbaarheidscijfers van autochtonen tussen en onophoudelijk stegen (zie figuur ), is die aanname aangepast. Figuur Total fertility Rate (TFR), Amsterdam, -, naar herkomstgroepering 2,5 2 1,5 1 0,5 0 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 19992000 2001 2002 2003 200420052006 2007 200820092010 2011 2012 2013 totaal niet-westerse allochtonen westerse allochtonen autochtonen bron: OIS Zo is de TFR vanaf het jaar bijgesteld van, in de prognose van, naar, in de prognose van. Als gevolg hiervan komt het verwachte aantal geboorten volgens de nieuwe prognose hoger uit. Tabel 2 Aantal geboorten in 2015, 2020, 2025 en 2030, volgens prognose 2008 en 2014 Aantal geboorten Volgens prognose Volgens prognose Verschil bron: OIS Veronderstellingen over de sterfte De levensverwachting in Nederland neemt de laatste jaar erg sterk toe, wel maanden per jaar. Het is onwaarschijnlijk dat dat altijd maar door blijft gaan. Aangezien het hier om een landelijke ontwikkeling gaat en niet om een Amsterdamse, wordt de ontwikkeling gevolgd zoals het CBS die voorspelt. Dat betekent dat is uitgegaan van de Amsterdamse cijfers, maar dat deze
zodanig worden aangepast voor de toekomst, dat de stijging van de levensverwachting gelijk is aan die van de CBS-prognose. Het volgen van de landelijke trend in de levensverwachting heeft er meerdere malen toe geleid dat de sterftekansen in het Amsterdamse prognosemodel werden bijgesteld. Sinds de prognose van werden deze kansen voor zowel mannen als vrouwen naar beneden bijgesteld in prognoses van,, en. De levensverwachting in Amsterdam ligt ongeveer een jaar onder het Nederlands gemiddelde. In de bevolkingsprognose van gaan we uit van een levensverwachting van, jaar in voor vrouwen (Nederland:, jaar) en, jaar voor mannen (Nederland:, jaar). Veronderstellingen over de woningvoorraad Conform de ambitie die in de Structuurvisie Amsterdam is opgenomen, zal de woningvoorraad in Amsterdam tussen en met woningen toenemen. In de prognose van zijn de woningen op een andere manier over de jaren verdeeld, dan in de prognose van. Bij het opstellen van de vorige prognose waren de verwachtingen rond het aanhouden van de kredietcrisis nog grotendeels bepalend. De bouwproductie was nog laag en er was nog geen teken van een opleving. In de huidige prognose zijn actuele ontwikkelingen met betrekking tot (het stijgen van) de bouwproductie verwerkt. Het jaarlijkse aantal verwachte opleveringen is, conform de ambities uit het Actieplan -, op de korte termijn naar boven bijgesteld. Tussen en loopt het verwachte aantal toevoegingen per jaar op tot in het piekjaar. Vanaf wordt dit aantal afgebouwd. Net als in voorgaande prognose wordt verondersteld dat vanaf, wanneer de groei van het aantal huishoudens in Nederland is afgevlakt (CBS prognose ), het draagvlak om te bouwen zal afnemen. De groei bedraagt vanaf dan ook nog slechts. De voornaamste groei van de woningvoorraad vindt dus naar verwachting voor plaats, met een piek op de korte termijn.. Een belangrijke meerwaarde van het Amsterdamse prognosemodel is dat de ontwikkeling van de bevolking op stadsdeel- en buurtcombinatieniveau weergegeven wordt. Hierbij is inzicht in de woningbouwplanning per buurtcombinatie nodig. Voor de prognose op stadsdeel- en buurtcombinatieniveau wordt dan ook gedetailleerd onderzoek gedaan naar de huidige bouwplannen die er binnen de gemeente bekend zijn. Onderzocht wordt in welke fase de plannen zich bevinden, van het verlenen van de bouwvergunning tot het gereedkomen van het project. Bouwplannen die vertraging oplopen worden doorgeschoven naar de langere termijn. Bouw- en sloopplannen voor woningen met een leeftijdsspecifieke doelgroep, zoals studenten en ouderen, worden in de buurtprognose apart gehouden. Deze woningen tellen niet mee in de doorberekening van de kansen op geboorte, sterfte, vestiging en vertrek, omdat verondersteld wordt dat de populatie in deze woningen stabiel blijft qua omvang (indien de woningvoorraad voor deze doelgroep stabiel blijft) en gemiddelde leeftijd.
Veronderstellingen over de migratie Het saldo van vestiging in Amsterdam vanuit het buitenland en vertrek naar het buitenland vanuit Amsterdam, oftewel het buitenlands migratiesaldo 5, is de loop der tijd erg grillig. Het hangt veelal af van het migratiebeleid en buitenlandse ontwikkelingen zoals vluchtelingenstromen. De buitenlandse migratiestroom van en naar Amsterdam hangen samen met de landelijke migratiestromen. In de veronderstelling voor de toekomstige buitenlandse migratiesaldo voor Amsterdam wordt verondersteld dat de stad % van het totale landelijk buitenlands migratiesaldo krijgt. Dit percentage blijkt op de lange termijn de meest robuuste voorspeller te zijn. In de meest recente bevolkingsprognose van het CBS zijn de verwachtingen omtrent de buitenlandse migratie flink naar boven bijgesteld. Gebleken was dat de buitenlandse migratie in de afgelopen periode omvangrijker was dan eerder was geprognosticeerd. De hogere immigratiestromen zijn vooral het gevolg van toegenomen arbeidsmigratie vanuit de EU en toegenomen asielmigratie vanuit Syrië en Eritrea. In de nieuwe prognose gaat het CBS er vanuit dat als gevolg hiervan ook de gezinsmigratie hoger zal uitvallen. Voor de korte termijn verwacht het CBS dat de arbeidsmigratie, asielmigratie en gezinsmigratie nog hoog blijven. De cijfers vallen daardoor hoger uit dan in de vorige prognose. Ook op lange termijn zal het aantal arbeidsen gezinsmigranten hoger zijn dan eerder geprognosticeerd, maar is het aantal asielmigranten bijna gelijk aan dat van de eerdere prognose. Veronderstellingen over inwoning en leegstand In het Amsterdamse prognosemodel is ook een mogelijkheid om de inwoning te bepalen: dit is de verhouding tussen het aantal huishoudens en het aantal bewoonde adressen. Deze verhouding is mede afhankelijk van de ruimte op de woningmarkt en de economische situatie. Bij een krappe woningmarkt en grote populariteit van Amsterdam zal de inwoning hoog zijn en bij een ruime markt en/of geringe populariteit van Amsterdam zal de inwoning laag zijn. In is het bevolkingsprognosemodel aangepast omdat de bevolking veel harder groeide dan de woningvoorraad. Amsterdam telde veel meer huishoudens dan woningen. Met de aanpassing is het mogelijk geworden om, per jaar, de leegstand te laten toe- of afnemen. Tegelijkertijd is het mogelijk het aandeel bewoonde niet-woningen te bepalen. Hierbij kan gedacht worden aan bewoonde kantoorruimtes. Verondersteld is dat de leegstand van woningen laag is, en het aandeel bewoonde niet-woningen hoog is, tijdens krapte op de woningmarkt. Figuur toont de loop van de Amsterdamse bevolking. Voor de jaren na is de nieuwste bevolkingsprognose gebruikt. De figuur laat duidelijk zien dat er voor de jaren - nog steeds een groei voorzien wordt. Deze groei is voornamelijk het gevolg van natuurlijke aanwas. Opvallend is de omslag in de omvang van het binnenlands migratiesaldo en het buitenlands migratiesaldo. Conform de verwachting van het CBS zal het buitenlands migratiesaldo de komende jaren nog hoog blijven; en op termijn gaan afnemen. Tot gaat het per saldo om gemiddeld. personen per jaar die zich vanuit het buitenland in Amsterdam vestigen. Het opvangen van al deze nieuwe inwoners vereist voldoende woonruimte. De figuur laat duidelijk 5 In dit saldo is het ambtshalve vertrek inbegrepen; dat zijn uitschrijvingen uit het bevolkingsregister van personen die zich niet zelf hebben uitgeschreven, maar waarvan, na een uitgebreide onderzoeksprocedure, het vermoeden bestaat dat ze niet langer in Nederland verblijven.
zien dat, ondanks het feit dat de woningbouwproductie in de periode tot juist hoog is, er toch een negatief binnenlands saldo zal gaan ontstaan. Er zullen meer Amsterdammers zijn die de stad verruilen voor een andere Nederlandse gemeente, dan dat er vanuit andere gemeenten naar Amsterdam verhuizen. Figuur Loop van de bevolking, - (vanaf volgens prognose ) 20 x 1.000 10 0-10 -20 1980 1985 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2020 2025 2030 2035 2040 natuurlijke aanwas buitenlands migratiesaldo binnenlands migratiesaldo toe/afname bron: OIS Voor de leerlingenprognoses voor het VO wordt de basisgeneratie uit de bevolkingsprognose van OIS gebruikt. Dat is procent van alle -jarigen, plus procent van de - tot en met -jarigen (VO) of - tot en met -jarigen (VO).