THEMA 10B Spreken 1 SCHRIK voor bliksem 2 SCHRIK voor donder 3 SCHRIK voor muizen 4 SCHRIK voor spoken op de zolder 5 SCHRIK voor mieren 6 SCHRIK voor spinnen 7 SCHRIK voor pieren 8 SCHRIK voor het licht 9 SCHRIK voor het donker 10 SCHRIK voor heksen 11 SCHRIK voor geesten 12 SCHRIK voor enge vieze beesten Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 90
Toets begrijpend en verwerkend lezen 1 Hoe staat het in de tekst? 1pt. Het vriest heel erg hard. 2 Wat hoort bij elkaar? 2 pt. Trek de pijlen. De wind wordt nog harder. Eend heeft honger. Eend stept met zijn ene poot. Eend heeft dorst. Hij voelt zijn maag knorren. Zo komt hij toch vooruit. Zijn keel is kurkdroog. Het blijft ijskoud. 3 Wat gebeurt eerst? 0,5 pt. Geef elke zin een nummer. Misschien wil Mol helpen. Eend gaat hulp halen. Eend stept naar Worm. 4 Weet je wie of wat het is? 1,5 pt. Hij wil graag slapen. Hij dat is: Hier zit ik lekker warm. Ik dat is: Die heeft een groter hol dan ik. Die dat is: 5 Zeg anders 1 pt. De wind waait erg luid door de bomen. Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 91
Toets begrijpend en verwerkend lezen (vervolg) 6 Hoe komt het dat eend maar moeilijk uit zijn nest kruipt? 1 pt. 7 Hoe komt het dat eend niets kan eten of drinken? 1 pt. 8 Welke zinnen passen het best bij deze tekening. 1 pt. Zet er een X voor. Ik val flauw, denkt hij. Ik moet hulp halen. Gelukkig heeft eend een rolschaats. Daar gaat hij op zitten Hij stept met zijn ene poot. Zo komt hij toch vooruit. Eend zit op zijn nest. Hij wil graag slapen. Maar dat lukt niet. 9 Uit welk boek komt dit verhaal? 1pt. Totaal /10pt. Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 92
Toets begrijpend en verwerkend lezen correctiesleutel 1 Hoe staat het in de tekst? 1pt. Het vriest heel erg hard. het vriest dat het kraakt 2 Wat hoort bij elkaar? 2 pt. Trek de pijlen. De wind wordt nog harder. Eend heeft honger. Eend stept met zijn ene poot. Eend heeft dorst. Hij voelt zijn maag knorren. Zo komt hij toch vooruit. Zijn keel is kurkdroog. Het blijft ijskoud. 3 Wat gebeurt eerst? 0,5 pt. Geef elke zin een nummer. 3 1 2 Misschien wil Mol helpen. Eend gaat hulp halen. Eend stept naar Worm. 4 Weet je wie of wat het is? 1,5 pt. Hij wil graag slapen. Hij dat is: Hier zit ik lekker warm. Ik dat is: Die heeft een groter hol dan ik. Die dat is: Eend Worm Mol 5 Zeg anders 1 pt. De wind waait erg luid door de bomen. loeit Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 93
Toets begrijpend en verwerkend lezen vervolg correctiesleutel 6 Hoe komt het dat eend maar moeilijk uit zijn nest kruipt? 1 pt. Eend heeft maar één poot. 7 Hoe komt het dat eend niets kan eten of drinken? 1 pt. De sloot is bevroren. 8 Welke zinnen passen het best bij deze tekening. 1 pt. Zet er een X voor. X Ik val flauw, denkt hij. Ik moet hulp halen. Gelukkig heeft eend een rolschaats. Daar gaat hij op zitten Hij stept met zijn ene poot. Zo komt hij toch vooruit. Eend zit op zijn nest. Hij wil graag slapen. Maar dat lukt niet. 9 Uit welk boek komt dit verhaal? 1pt. Eend ziet een engel. Totaal /10pt. Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 94
Begrijpend en verwerkend lezen EEND HEEFT HET KOUD Het is nacht. Het vriest dat het kraakt. De wind loeit door de bomen. Op de sloot ligt ijs. Eend zit op zijn nest. Hij wil graag slapen. Maar dat lukt niet. Zijn snavel klappert van de kou. Dat geeft een naar geluid. Eend blijft er wakker door. Hij stopt zijn snavel tussen zijn veren. Het helpt niet. Zijn snavel blijft maar klapperen... Langzaam wordt het licht. Eend hoopt dat de zon komt. En dat het een beetje warmer wordt. Maar dat gebeurt niet. De wind wordt nog harder. Het blijft ijskoud. Eend wordt er bang van. Hij heeft honger en dorst. Maar hij kan niets eten of drinken. De sloot is bevroren. Het kroos zit vast in het ijs. Eend kan er niet bij. Hij voelt zijn maag knorren. Zijn keel is kurkdroog. Ik val flauw, denkt hij. Ik moet hulp halen. Misschien kunnen mijn vrienden mij helpen. Eend kruipt uit zijn nest. Dat gaat moeilijk. Eend heeft maar één poot. Gelukkig heeft hij een rolschaats. Daar gaat Eend op zitten. Hij stept met zijn ene poot. Zo komt hij toch vooruit. Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 95
Begrijpend en verwerkend lezen (vervolg) Eend stept naar Worm. Hij gaat langzaam vooruit. Dat komt door de wind en de kou. Worm is de vriend van Eend. Hij woont in een mesthoop. Daar heeft hij zijn hol. Eend stept tot vlak bij het hol van Worm. Daar stampt hij op de grond. Help Worm, help! roept hij schor. Ik heb erge dorst en honger. En ik heb het heel erg koud. Ik denk dat ik bijna doodvries! Eend wacht. Worm komt niet naar buiten. ik kan niet komen, Eend! roept hij. Het is veel te koud. Hier zit ik lekker warm. Jammer dat je zo groot bent. Anders kon je binnenkomen. Dan konden we moppen vertellen. Jammer dat dat niet kan. Misschien wil Mol je helpen. Die heeft een groter hol dan ik. Uit: Eend ziet een engel, van Peter Smit Uitg. Zwijsen Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 96
Woordenschat Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 97
Woordenschat (vervolg) Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 98
Woordenschat (vervolg) Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 99
Woordenschat (vervolg) Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 100
Toets woordenschat 1 Schrijf het anders. /4pt. de zwarte broek De broek is. het grote huis Het huis is. de koude winter De winter is. de mooie kast De kast is. 2 Lees de zinnen. Vul het juiste woord in. /4pt. Kies uit: trots vervelend blij boos droef Witje, de muis, vond het niet leuk dat hij wit was Hij was niet met die kleur. Vader en moeder waren kwaad op hun zoontje. Ze haalden Pietje waste zijn haar met rode verf. Hij was heel Iedereen lachte hem uit. Dat vond Pietje wel. hun schouders op. op zijn nieuwe kleur. 3 Vul de juiste woorden in. /3pt. Kies uit: zoet ezel lui - sterk pluim ei Zo dom als een. Zo Zo als honing. als een leeuw. 4 Wat hoort bij elkaar? Trek een streep. /4pt. Het wordt donker. Ik zet de verwarming aan. Het is ijskoud in de kamer. Ik kruip in mijn bed. Ik heb zin om te lezen. Ik steek het licht aan. Totaal Het wordt laat en ik ben moe. Ik zoek een boek. /15pt. Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 101
Toets woordenschat correctiesleutel 1 Schrijf het anders. /4pt. zwart groot de zwarte broek De broek is. het grote huis Het huis is. koud mooi de koude winter De winter is. de mooie kast De kast is. 2 Lees de zinnen. Vul het juiste woord in. /4pt. Kies uit: trots vervelend blij boos droef Witje, de muis, vond het niet leuk dat hij wit was Hij was niet met die kleur. Vader en moeder waren kwaad op hun zoontje. Ze haalden Pietje waste zijn haar met rode verf. Hij was heel blij boos trots Iedereen lachte hem uit. vervelend Dat vond Pietje wel. hun schouders op. op zijn nieuwe kleur. 3 Vul de juiste woorden in. /3pt. Kies uit: zoet ezel lui - sterk pluim ei Zo dom als een. Zo Zo zoet sterk ezel als honing. als een leeuw. 4 Wat hoort bij elkaar? Trek een streep. /4pt. Het wordt donker. Ik zet de verwarming aan. Het is ijskoud in de kamer. Ik kruip in mijn bed. Ik heb zin om te lezen. Ik steek het licht aan. Totaal Het wordt laat en ik ben moe. Ik zoek een boek. /15pt. Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 102
THEMA 10 Lezen DAT KAN IK AL! Woorden maken kolen duren kreten dromen padden messen lossen mussen redden Mediaan /10p. Zinnen Wij stappen en lopen in de bossen. Padden en mussen kun je niet kussen. Tim en Lieve maken gaten en putten. Ga slapen! De bedden staan al klaar! Lees niet te snel en ook niet te traag. Mama knipt het licht uit en loopt de gang op. Ze laat de deur op een kiertje. Fleur hoort hoe ze naar de keuken gaat. Daarna wordt het stil in huis. Fleur wacht, maar er komt niets. Geen slaap, geen politiemannen en ook geen honden. Er loopt alleen water door de buizen in de muur: klokklokklok, tittiktik... Mama gaat zeker afwassen. Mediaan Tijd Gemiddelde tijd /10p. Taalsignaal Anders! 2A Plantyn Kopieerblad 103