UITBREIDING/ SEDIMENTATIEPROEF Oriënteren - onderzoeksvraag Onderzoeksvraag: Welk van de onderzochte stalen vertoont dezelfde sedimentatie als het staal dat gevonden werd in de buurt van het slachtoffer? Voorbereiden (is het in gedachten uitvoeren van het experiment = theoretisch, op papier) A - Informatie verzamelen = vooronderzoek Wat is een sedimentatie? Bezinkingssnelheid van deeltjes met verschillende massa Uit welke deeltjes bestaat aarde? Zand, leem en klei Welke deeltjes zijn het zwaarst en zullen sneller bezinken? Dit komt omdat zanddeeltjes het grootst en het zwaarst zijn en daarom ook het snelst bezinken.. Welke deeltjes zijn het lichtste en zullen moeilijk bezinken? Leemdeeltjes zijn iets kleiner en lichter en de kleideeltjes zijn erg licht en bezinken pas als laatste. B - Hypothese * Hypothese Als het te onderzoeken zand uit een mengsel van verschillende deeltjes bestaat dan zullen we na sedimentatie verschillende lagen kunnen waarnemen. * Benodigdheden - Elke leerling verzamelt 3 verschillende grondstalen bij zijn thuis of in de omgeving - 3 verzamelpotten (bv plastieken emmers van yoghurt).
- water - afwasmiddel - bodemdriehoeken Uitvoeren (is het praktisch uitvoeren van het experiment = concreet, in het labo) 1) Werkwijze voor het verzamelen van gegevens Neem bodemstalen op verschillende plaatsen in het gebied dat je wilt onderzoeken. Doe 30 g van ieder bodemstaal in een doorzichtige emmer of pot met een deksel dat goed sluit en meng de aarde. Voeg 400 ml water toe en een klein beetje (anders krijg je heel veel schuim) afwasmiddel toe en schud goed totdat je een homogene massa bekomt. Laat de emmer dan een dag staan zodat alle aardedeeltjes kunnen bezinken. Na een dag zijn normaalgezien alle deeltjes bezonken en zijn er visueel 3 lagen te onderscheiden, van onder naar boven: zand, leem en klei. We meten de dikte van elke laag en de totale dikte op verschillende plaatsen (omdat de verschillende lagen niet op alle plaatsen even dik zijn), nadien wordt voor elke laag de gemiddelde dikte bepaald. Dan bereken we het procentuele aandeel van elke laag ten opzichte van het totaal. 2) Waarneming 3) Verwerken van de gegevens - Geef een duidelijk overzicht van je waarnemingen. Vul hiertoe onderstaande tabel in.
Voorbeeld: Grondsoort Dikte van de lagen op de verschillende meetpunten (cm) Dikte tot. (cm) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Procentueel aandeel (%) Zand 1.2 0.6 0.6 1.5 0.9 0.7 5.5 50.9% Leem 1 0.2 0.6 1.1 0.3 0.5 0.4 3.1 28.7% Klei 0.6 0.3 0.3 0.4 0.3 0.3 2.2 20.4% Totaal 2.0 1.5 2.0 2.2 1.4 1.4 10.8 100% - De percentages in de laatste kolom worden getekend in de bodemdriehoek (zoals in het voorbeeld). Dan bekomt men 3 lijnen die elkaar in 1 punt snijden. De letter die in het vak van het snijpunt staat, lege bodemdriehoek Voorbeeld: de bodemsoort van het grondstaal is klei. geeft de grondsoort aan. Staal 1 Staal 2 Staal 3 Dikte (cm) % Dikte (cm) % Dikte (cm) % Zand Leem 1 De Nederlandse term Leem slaat eigenlijk op de Engelse term Silt. Loam, de letterlijke vertaling van leem, is eigenlijk een mengsel zand-klei-silt. De vertaling is dus ongelukkig gebeurd!
Klei Totale dikte (cm) Tot % Totale dikte (cm) Tot % Totale dikte (cm) Tot % Laad hier eventueel je foto s in. Staal 1 Staal 2 Staal 3 Rapporteren Reflecteren * Rapporteren Beantwoord met volledige zinnen de onderzoeksvragen. * Reflecteren over het resultaat confronteren met andere resultaten
Vergelijk jouw resultaat met dat van een medeleerling. Vinden jullie hetzelfde? Indien er een verschil is, wat kan daarvan de oorzaak zijn? * Reflecteren over de uitvoering Veronderstel dat je de uitvoering opnieuw zou doen. Wat zou je het een volgende keer anders aanpakken? Hoe zou je dat dan aanpakken? Waarom zou je dat zo doen? De bodemdriehoek
De bodemdriehoek (uitgewerkt vb) TEXTUURBEPALING Een voorbeeld van een methode om de textuur van een bodem te bepalen is als volgt:
1. Neem ongeveer een halve koffielepel materiaal en maak het nat. Kneed het hoopje tot een maximale kleverigheid en kneedbaarheid bekomen wordt, zodanig dat alle klonters en brokjes verwijderd zijn. Indien men steentjes (groter dan 2 mm of ongeveer de grootte van een rijstkorrel) aantreft moet men die ook verwijderen. Het is mogelijk dat men regelmatig water moet toevoegen om de massa in een optimale kneedbaarheid te behouden. Vervolgens voert men de volgende tests uit en tracht men een antwoord te formuleren op volgende vragen. 2. Wat is het dominerend gevoel in de vingers bij het kneden? - korrelig ga naar 3 - kleverig, vettig (siltige) klei - deegachtig of zijdeachtig ga naar 4 3. Probeer een bolletje te maken door de vochtige massa tussen de handpalmen te wrijven (niet tussen de vingers kneden). -onmogelijk -mogelijk met grote moeite en omzichtigheid zand lemig zand -gemakkelijk uit te voeren ga naar 4 4. Maak een nieuw bolletje (3) en probeer het tot een worstje (doorsnede 0,5 cm) te rollen - onmogelijk om worstje te vormen lemig zand - mogelijk ga naar 5 5. Maak het staal opnieuw vochtig, maak een dun worstje met een diameter van ongeveer 0.3 cm en maak een hoefijzervorm. Probeer met dit worstje een ring te vormen met een diameter van ongeveer 2.5 cm door de eindjes bij elkaar te brengen zonder dat het worstje breekt. - mogelijk siltig klei - onmogelijk leem (zandig of kleiig) bron: Stuart G., McRae. Practical Pedology. Studying soils in the field.
1. Koppeling case 6.1 Vaststellingen a) Op het lijk Aarde op de kleding van het slachtoffer. b) In de omgeving van het lijk Voetsporen van aarde. c) Verzamelde bewijsstukken Aarde onder de schoenzolen van de verdachten. 6.2 Verdachten Verdachte 1: Bertil Verdachte 2: Olivia Alibi: Was op het tijdstip van de moord net een luchtje gaan scheppen buiten. Alibi: Was tijdens het tijdstip van de moord net naar het toilet. Relatie slachtoffer: Al lang bevriend met Cor. Maar sinds kort kunnen ze elkaar geen vriendelijk woord meer gunnen. Relatie slachtoffer: Heeft het net uitgemaakt omdat ze had gezien hoe Cor een ander meisje het hof maakte. Verdachte 3: Rick Verdachte 4: Dorien Alibi: Was op het tijdstip van de moord net een biervat gaan halen. Relatie slachtoffer: Kent Cor niet maar is de beste kameraad van Bertil. Alibi: Was tijdens het tijdstip van de moord net iets uit haar auto halen. Relatie slachtoffer: Is het geheimzinnige meisje dat met Cor een praatje aan het maken was.
6.3 Waarnemingen De aarde gevonden op en in de omgeving van het slachtoffer had volgende kenmerken: Verdachte Bertil Bruine kleur Fijne structuur Enkele kleine steentjes aanwezig (contaminatie van de weg?) Beschrijving gevonden aarde Vergelijking met bekende aardestalen Olivia Rick Dorien 6.4 Besluit Duid de verdachte aan: Bertil Olivia Rick Dorien 6.5 Oplossing: Verdachte Beschrijving gevonden aarde Vergelijking met bekende aardestalen Bertil Olivia Rick Dorien Duid de verdachte aan: Bertil Donker bruine kleur Fijne structuur Geen steentjes aanwezig Koperrode kleur Grof van stuctuur Veel kleine steentjes aanwezig Licht wit/gele kleur Fijne structuur Weinig steentjes aanwezig Bruine kleur Fijne structuur Enkele kleine steentjes aanwezig Leem of zandleem ijzerzandsteen mergel Leem of zandleem
Olivia Rick Dorien