Multifactoriële C Multifactoriële evaluatie

Vergelijkbare documenten
Multifactoriële evaluatie

De multifactoriële aanpak van valproblematiek bij hoogrisicopersonen verloopt in drie fasen: A Case finding B Multifactoriële C Multifactoriële

Valpreventieparcours

Het belang van valpreventie Praktijkrichtlijn voor Vlaanderen Vallen

II EVALUATIEPROTOCOL VALLEN

Valincidenten Clinical Assessment Protocol (CAP) = 0

Valincidenten Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1

Veilig thuis: Concrete tips om vallen te voorkomen

VALPREVENTIE MB Brochure: Vallen l Ziekenhuis Oost-Limburg

De rol van de huisarts in valpreventie

Valpreventie in Woonzorgcentra: Nieuwe praktijkrichtlijn voor Vlaanderen

> Veilig op stap: valpreventie bij ouderen.

MET VALLEN EN OPSTAAN

Valpreventie voor Patiënten in het ziekenhuis Ziekenhuis Maas en Kempen

2. VALPREVENTIE BIJ THUISWONENDE OUDEREN ( 65 JAAR) MET EEN VERHOOGD RISICO

Ketenzorg Arnhem. Vallen bij ouderen

Valpreventie az groeninge. Nathalie De Donder Jessica Gionchetta 2/10/2014

patiëntenwijzer Hoe voorkomen dat u valt?

Valpreventie voor Patiënten in het ziekenhuis en thuis Ziekenhuis Maas en Kempen

Inleiding. A Case finding B Multifactoriële C Multifactoriële. Transfer van informatie bij ontslag

Een (te) lage bloeddruk of een plotse daling van de bloeddruk bij het rechtkomen, het bukken of na de maaltijd.

metabole en cardiovasculaire aandoeningen info voor patiënten Valpreventie

Infobrochure. Valvrij door het leven. mensen zorgen voor mensen

Valpreventie INFORMATIE VOOR PATIËNTEN

Valpreventie Valpreventie

Gang- en valkliniek geriatrie Valpreventie

INFO VOOR PATIËNTEN VALPREVENTIE

Veilig bewegen in en om het huis. 16 maart 2017

Infobrochure valpreventie

Valpreventie ergotherapie. Informatiebrochure

VALLEN. blijf er even bij stil staan N Diensthoofd Geriatrie. Jan Yperman Ziekenhuis Briekestraat Ieper

STAPPENPLAN PREVENTIE VAN VALLEN IN DE EERSTE LIJN

Bijlage 2: Informatiebrochure valpreventie voor patiënten

Vragen en antwoorden Valquiz

Valpreventie Wat kan je er zelf aan doen? Informatie voor patiënten

Vermijd vallen in de thuissituatie

Dienst geriatrie Valpreventie in het ziekenhuis. Informatiebrochure voor de patiënt en de familie

Valpreventie kwetsbare ouderen

Tips om vallen te vermijden

Vragen en antwoorden Valquiz

Algemeen Vallen bij ouderen

Stel je voor als spreker.

VEILIG OP WEG. Valpreventie bij ouderen

Infobrochure Valpreventie

Vragen & Antwoorden Veiligheidsbingo

Projecten op een chirurgische afdeling

Valpreventie voor senioren Dienst ergotherapie. Patiënteninformatie

valpreventie voor psychogeriatrische cliënten

VALLEN (BIJ DEMENTIE)

Daling van de bloeddruk na het gaan staan

Multifactoriële interventies

Valpreventie. Informatiebrochure voor de patiënt en de familie

Interprofessionele vorming Gentbrugge-Ledeberg. Donderdag 11 juni 2015

Voordracht Valpreventie ouderen. Stel je voor als spreker:

Valpreventie in woonzorgcentra Stand van zaken met betrekking tot de effectiviteit van valpreventiemaatregelen

Valpreventie in de huisartsenpraktijk. Dr Elie Balligand

VALPREVENTIE WAT KUNT U ER ZELF AAN DOEN? Sjaak Coenen

Valpreventie. Noodzaak. Doel. Factoren die het vallen beïnvloeden: Meest voorkomende kwetsuren:

Samen voorkomen dat u valt

Epidemiologische data en oorzaken van recidiverend vallen DR. W. JANSSENS DIENST GERIATRIE UZ GENT 18 NOVEMBER 2015

ZORGPROGRAMMA VALPREVENTIE. Versie augustus 2013

Doel Preventie van duizeligheid en complicaties bij zelfstandig wonende ouderen.

9/03/16. VAL-net: de ergotherapeut binnen transmurale samenwerking bij ouderen met verhoogd valrisico. Valnet-project. Initatiefnemers en partners

Van slaappillen kan je vallen

Bewegen door Senioren

Snelle daling van de bloeddruk bij het gaan staan

lage bloeddruk bij staan

VALPREVENTIE: Wat kan je er zelf aan doen?

De Gecombineerde Valrisico Score

Patiënteninformatie. Valpreventie: praktische tips voor thuis

Valpreventie. bij ouderen. Informatie voor oudere patiënten die een verhoogde kans hebben om te vallen of die kort geleden zijn gevallen.

Vlaamse richtlijn: Valpreventie bij thuiswonende ouderen. Prof. Dr. Koen Milisen

Valpreventie bij thuiswonende ouderen Praktijkrichtlijn voor Vlaanderen

Orthostatische hypotensie

Vallen voorkomen Thuis en in het ziekenhuis

Klinische geriatrie Valpreventie, wat u er zelf aan kunt doen

Valpreventie: blijf op je eigen benen staan. Educatiebrochure SAP 7747

Infobrochure. Valvrij door het leven. Thuis en in het ziekenhuis. mensen zorgen voor mensen

Valpreventie voor ouderen

1. ALGEMENE GEZONDHEIDSPROMOTIE MET FOCUS OP VALPREVENTIE

Valincidenten bij ouderen: Valt het mee?

Beweegpakket VAL-net. oefeningen voor patiënten

Valpreventie. Beter voor elkaar

Tips om vallen en struikelen thuis te voorkomen. Imeldaziekenhuis

Verminder uw kans om te vallen in het ziekenhuis

H Plotselinge Bloeddrukdaling (Orthostatische hypotensie)

Multidisciplinaire aanpak van valpreventie in de thuiszorg Rapport studieavond op 4 september 2009 SIT regio Mortsel

Vragen en antwoorden Valquiz

Transcriptie:

A Case finding B Multifactoriële C Multifactoriële evaluatie interventies De zeven risicofactoren worden op gestandaardiseerde wijze geëvalueerd. In de praktijk gebeurt dit bij voorkeur multidisciplinair en worden de resultaten op een werkfiche genoteerd zodat alle disciplines de resultaten kennen. Een standaardvoorbeeld van een werkfiche kan gedownload worden op de webstek www.valpreventie.be. Elke discipline is in principe in staat de evaluatie uit te voeren. Per risicofactor wordt echter met een symbool aangeduid welke discipline bij voorkeur de evaluatie op zich neemt. Het doorgeven van geobserveerde problemen en het verwijzen van de oudere naar andere disciplines indien nodig blijft evenwel de verantwoordelijkheid van alle gezondheidswerkers. Symbolen: Huisarts Verpleegkundige Kinesitherapeut Ergotherapeut Naast deze zeven meest voorkomende risicofactoren zijn er nog verschillende andere. De huisarts voert bij voorkeur een bijkomend onderzoek uit om valincidenten van cardiale, neurologische of orthopedische oorzaak uit te sluiten. 1

Stoornissen met het evenwicht, gangpatroon en een verminderde spierkracht zijn het meest frequent geassocieerd met valincidenten. Deze mobiliteitsstoornissen zijn beïnvloedbaar door training en kinesitherapie. 1. Four Test Balance Scale (Rossiter-Fornoff, 1995; Gardner et al., 2001) Procedure: - vraag aan de oudere om elk van de 4 posities van de Four Test Balance Scale gedurende 10 seconden aan te nemen; (zie onderstaande figuur) - voor de 4de positie (unipodale stand) mag de oudere kiezen op welk been hij zal staan; 2

- deze test wordt uitgevoerd zonder hulpmiddel of schoeisel; - de onderzoeker mag de oudere helpen om de juiste positie aan te nemen; vervolgens moet de oudere aangeven wanneer hij klaar is om de test zonder hulp uit te voeren; oefenen is niet toegelaten; plaats een stoel achter de oudere; - de test is positief van zodra men één van de 4 posities geen 10 seconden kan aannemen, bv. de oudere kan niet in de gevraagde positie blijven staan, de hulpverlener moet de oudere vastnemen om een val te voorkomen of de oudere raakt de muur, tafel of stoel om het evenwicht te behouden. Het is belangrijk dat de volgorde van de posities bewaard blijft. 2. Timed chair-stand-test (Guralnik et al., 1995) Benodigdheden: Stoel, bij voorkeur zonder armleuningen. Procedure: - de oudere zit op de stoel en houdt de armen gekruist voor de borst; indien het een stoel betreft met armleuningen, mag de oudere deze niet gebruiken; - plaats de stoel met de leuning tegen de muur voor de veiligheid van de oudere; - vraag aan de oudere om volgende opdracht zo snel mogelijk uit te voeren: 5 maal op te staan van de stoel en vervolgens opnieuw te gaan zitten; - de tijd wordt opgenomen; - de test is positief indien de oudere hiervoor 14 seconden of meer nodig heeft of indien hij niet in staat is de test uit te voeren. 3. Functional Reach (Duncan et al., 1992) Benodigdheden: Lintmeter, horizontaal tegen muur op schouderhoogte. Procedure: - de oudere neemt plaats naast de lintmeter en houdt de arm het dichtst tegen de muur met gebalde vuist horizontaal met de lintmeter (zie onderstaande figuur); - deze test wordt uitgevoerd zonder hulpmiddel of schoeisel; - de oudere reikt zo ver mogelijk voorwaarts zonder het evenwicht te verliezen; - de test is positief indien de reikafstand 25 cm of minder bedraagt. 3

CAVE: altijd in de onmiddellijke nabijheid van de patiënt blijven! Omwille van onderlinge interactie kan polyfarmacie een belangrijke rol spelen in het ontstaan van valincidenten bij ouderen. Daarnaast bestaan een aantal typen risicovolle geneesmiddelen die een verhoogd risico op valincidenten als gevolg hebben. 1. Tel het aantal voorgeschreven en niet-voorgeschreven geneesmiddelen dat de oudere per dag neemt. Indien er dit 4 of meer verschillende zijn, is er sprake van polyfarmacie. 2. Ga na of de oudere één of meer van volgende typen risicovolle geneesmiddelen neemt: - sedativa, vnl. benzodiazepines (bv. lormetazepam, bromazepam, oxazepam, lorazepam, dikaliumchlorazepaat, alprazolam,...); - neuroleptica (bv. haloperidol, risperidon,...); - antidepressiva (bv. trazodonhydrochloride, fluoxetine, citalopram, sertraline, amitriptyline,...); - digoxine (bv. digoxine, metildigoxine,...); - diuretica (bv. furosemide, amiloridehydrochloride, spironolacton,...); - type IA antiaritmica (bv. disopyramide). 4

(Leipzig, 1999; Tinetti, 2003) 5

Ook ouderen die last hebben van duizeligheid, draaierigheid of bij wie de bloeddruk te veel daalt bij het rechtkomen, lopen een verhoogd risico op een valincident. 1. Stel een aantal screenende vragen, zoals: - Heeft u soms last van duizeligheid/draaierigheid? - Heeft u dit bij het rechtstaan uit bed, stoel of zetel, bij het bukken? 2. Klinische vaststelling: Procedure: - meet de bloeddruk na een liggende houding van minimaal 5 minuten, bij voorkeur s morgens of na de middagrust; - laat de oudere rechtstaan; - meet de bloeddruk opnieuw onmiddellijk na het rechtstaan en na 3 minuten. Orthostatische hypotensie is aanwezig: - indien een bloeddrukdaling wordt vastgesteld van liggende naar staande houding van: - systolisch: 20mmHg (of > 20%); OF - diastolisch: 10mmHg; OF - indien de systolische bloeddruk daalt tot 90mmHg. (The consensus committee of the American Autonomic Society and the American Academy of Neurology, 1996; Ooi et al., 1997; Rushing et al., 2005) 6

Problemen met het zicht hebben een negatief effect op de posturale controle. Verschillende determinanten van zicht zoals een verminderde diepteperceptie en contrastgevoeligheid houden een verhoogd valrisico in. 1. Stel screenende vragen, zoals: - Heeft u moeilijkheden bij het lezen, autorijden of tv kijken? - Is uw laatste bezoek aan de oogarts langer dan een jaar geleden? 2. Evalueer of de patiënt last heeft bij het gebruik van een bifocale bril. 3. Evaluatie gezichtsscherpte: Lineaire E-test (de test kan gedownload worden via de webstek www.valpreventie.be) Procedure: - ga op 5m afstand tegenover de oudere staan in een goed verlichte ruimte; - hou de lineaire E-test op ooghoogte van de oudere; - wanneer de oudere normaalgezien een bril draagt, voert hij/zij de test uit met bril; - de test wordt in eerste instantie met beide ogen tegelijkertijd uitgevoerd; indien nodig kunnen beide ogen vervolgens apart getest worden; - wijs de tekens één voor één en lijn per lijn aan, te beginnen bij de bovenste lijn, en vraag aan de oudere om teken te doen of te zeggen aan welke kant de beentjes van de E open staan; - let er op dat u de overige tekens niet afdekt, de hele lijn moet zichtbaar blijven; - indien de oudere een visus heeft van 0,40 of minder is er mogelijk een probleem met het zicht dat tot een val kan leiden. (Lord et al., 2001; Lord et al., 2006) 7

Voetproblemen of het dragen van risicohoudend schoeisel kunnen eveneens aan het ontstaan van een valincident liggen. Klinische beoordeling 1. Aandoeningen zoals - eeltknobbels; - teenafwijkingen; - ingegroeide nagels; - blaren; - zweren; - amputatie van tenen; of de aanwezigheid van - drukpunten; - open wonden; - diabetes met vermoeden van aantasting diepe gevoeligheid. 2. Kenmerken van risicohoudend schoeisel zijn o.a. de volgende: onvast; open aan de achterkant; hoge hak; gladde zool. (Tinetti et al., 1988; NVKG richtlijn 2004; Menz et al., 2006) 8

Ook risicovolle situaties in de omgeving van de oudere of risicovol gedrag zijn belangrijke risicofactoren. Aanpassingen van de omgeving kennen een doeltreffend effect bij ouderen die in het verleden gevallen zijn of mobiliteitsproblemen vertonen. Stel volgende screenende vragen: - Zijn er in uw huis risicovolle situaties aanwezig, situaties die het risico om te vallen verhogen, bv. opstapjes, losliggende draden, opkrullende tapijten, een wc buitenshuis,...? - Vindt u dat u soms onveilige activiteiten uitvoert, zoals - u snel naar de deurbel of telefoon begeven, wanneer men aan de deur belt of wanneer de telefoon rinkelt? - een stoel of ladder gebruiken om dingen op hoogte te nemen? - Steekt u het licht aan als u s nachts opstaat? - Draagt u soms schoenen die niet zo vast rond uw voeten zitten of waarmee u gemakkelijk kan uitglijden (bv. slippers)? - Voert u soms onveilige handelingen uit? (Stalenhoef et al., 1998; Johnson et al., 2001; Lord et al., 2006) 9

Valangst kan variëren van - een gezonde bekommernis over het vermijden van een risico in de omgeving (bv. een bevroren, gladde ondergrond); - tot een verlammende bekommernis die ertoe kan leiden dat een persoon bepaalde activiteiten niet meer zal uitvoeren die hij/zij eigenlijk nog kan. Vooral in deze laatste situatie kunnen ouderen zo angstig zijn om te vallen dat ze minder gaan bewegen waardoor hun valrisico alsook hun risico op letsels vergroot. De gevolgen van valangst zijn: - afname van de sociale interactie; - toegenomen risico op isolatie, depressie; - daling van de kwaliteit van leven. Stel screenende vragen, zoals: - Heeft u angst om te vallen? - Zijn er dingen die u niet of niet meer doet omdat u bang bent dat u zou kunnen vallen? (Evitt et al., 2004; Milisen et al., 2004; Huang, 2005; Jørstad, 2005) 10