meetwaarde zie figuur



Vergelijkbare documenten
Telefoon: Fax: GST registration no.:

Telefoon: Fax: GST registration no.:

Klepspeling stellen mm, bij koude motor

AST4910 Gereedschapsset voor het afstellen/ blokkeren van benzinemotoren met dubbele nokkenas

Geschreven door Eric Leijten vrijdag, 01 oktober :12 - Laatst aangepast dinsdag, 25 oktober :05

Telefoon: Fax: GST registration no.:

Toerental-/positiesensoren: inductie-sensoren. Beschrijving. Afgegeven signaal

Telefoon: Fax: GST registration no.:

Copyright 2010: Donkervoort.info, Jasper D. Steffens. Handleiding. Distributieriem vervangen Donkervoort Audi 1.8T 20V motor

Vervangen koppakking en optimaliseren v GSI

MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN

Telefoon: Fax: GST registration no.:

Telefoon: Fax: GST registration no.:

Beschrijving 2. Plaatsing componenten. 2-polige stelmotor. A = Luchtstroom. 1. Aansluitingen 2. Huis 3. Permanente magneet 4. Anker 5.

ContiTech: Deskundige Tips voor vervanging van distributieriemen

Telefoon: Fax: GST registration no.:

5 D-Jetronic van Bosch

Motordistributiege-reedschapsset

Nokkenas vervangen (M52TU / M54 / M56)

AT-242 Benzinemotormanagement. Ontsteking. Zelfstudie en huiswerk 10-08

Lambdasondes. Beschrijving

Chrysler Voyager ,5 CRD / 2,5 / 104 / / / R2516C Land van productie - Cilinderinhoud/Vermogen 2,5 / 104 kw Motoraanduiding

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Compressiemeting. Cilinderkop verwijderd

Werkwijze voor het vervangen van de O-ringetjes der inlaatkleppen zonder Cilinderkop te demonteren. (6 pagina s)

Algemene informatie. Storingscode-identificatie. Storingslocatie

Praktijkvoorbeeld van het diagnosticeren van een motormanagementstoring. 1 Gegevens. 2 Klacht. 3 Historie voor het aanbieden bij autodiagnose.

Geschreven door Eric Leijten vrijdag, 01 oktober :44 - Laatst aangepast dinsdag, 25 oktober :05

Kleppenmechanisme. A. Uitlaatklep sluit 10 0 na bovenste. B. Uitlaatklep opent 40 0 voor onderste dodepunt; C. Inlaatklep opent 5 0 voor bovenste

KD Montage/demontagerichtlijnen

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de distributie. VERVANGING VAN DE STOTERBUSSEN UITBOUWEN.

KD riemspanner GT357.13

VERVANGING VAN EEN CILINDERKOP

Ontstekingstijdstip controleren

Maak deze plug los van de schakelaar ( op foto is aanpassing al gemaakt!)

Nokkenassen uit- en inbouwen

MODELJAAR 2004 TYPE GOEDKEUR ( R115 ) PLAATSING GOEDKEUR STICKER SET NUMMER 337/

Branderketel 12V DC/ 24 V DC

Controleer achtereenvolgens: of er geen storingen in het CODE-systeem aanwezig zijn of de traagheidsschakelaar in de 'onderbroken' stand staat

Mogelijke Proeve- of BPV-opdrachten Eerste Verbrandingsmotortechnicus (EVMT)

Bij een inductieve ontsteking, zoals toegepast op MG, wordt de energie die nodig is voor een vonk opgebouwd in de bobine.

KD Montage/demontage richtlijnen

Historische autotechniek (3)

Opbouw van de motor. Onderdelen van de motor

Voorbereiding. Stap 1 kappen / plaatwerk verwijderen. INSTALLATIE INSTRUCTIES Nokkenas 4-TAKT

NUMMER : 076/ DATUM : VERSIE NR : B

ONTSTEKINGSSYSTEEM ONTSTEKINGSSYSTEEM 22

GT Montage/demontage richtlijnen

VERPLICHT : Neem de voorschriften voor veiligheid en schoon werken in acht. [0197-M] A1Z]

INTELLISTART 4 INSTALLATIE

De tweeslagmotor AOC OOST Almelo Groot Obbink

KD Montage-/demontage-instructies A4 (serie 1 FL, serie 2, serie 2 FL, cabriolet I en II), A6 (serie 2 en 2 FL) Superb

Luchthoeveelheidsmeters: Alle typen, behalve Karman Vortex. Beschrijving. Principeschema

Handleiding Motronic diagnose apparaat MDD

# /06/2009. Spanrolinstallatie Mitsubishi/Volvo V benzinemotoren

Cilinderkop (de )monteren

KD montagehandleiding

Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding

KD Montage-/demontage-instructies


/ M / L. Motoronafhankelijke luchtverwarmingen voor benzine- en dieselbrandstof AIRTRONIC / AIRTRONIC M / AIRTRONIC L

2. Motor\Motorstuursysteem T... Storingzoeken, symptomen - Sl...

A170 / A200 AANTAL KLEPPEN MOTORCODE M / M TRANSMISSIE TYPE TYPE VSI INJECTOREN (RAIL NUMMER + KLEUR) RETROFIT VERSIE ( LPG / CNG ) LPG

Mogelijke Proeve- of BPVopdrachten. Eerste Scootertechnicus (ESCT)

Vragen. De vierslagmotor. De inlaatslag Figuur laat zien hoe de inlaatslag werkt.

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de cilinderkop. VERVANGING VAN EEN TUIMELAARAS VAN DE INLAATKLEPPEN UITBOUWEN.

FORD. Essentiële afstelling van een eenvoudige distributieset VKMA Install confidence. Infoblad

AT1G rev Toegangscontrole Module AT1G Handleiding. thinks outside the box!

ContiTech: Tips van experts voor vervanging van distributieriemen

De airco-regelmodule beschikt over een zelfdiagnosefunctie. De storingscodes van de airco-regelmodule kunnen op het bedieningspaneel worden getoond.

ContiTech: Tips van de experts voor het vervangen van tandriemen

5... Januari 1974 SXEMA 1 - START- EN OmSTEKINGSSYSTEEM (L & XL) Capri 11: Sectie 36-5 BEDRADING, CIRCUITBEVEILIGING EN LAMPKAARTEN

Afstellen Carburateurs

Motor en randorganen

ContiTech: Tips van experts voor vervanging van distributieriemen

Inbouwhandleiding 80cc 4takt GY6 / 139QMB blok

Kortsluiting van de aanvoer- Defecte of niet (goed) aangesloten aanvoer- of retourtemperatuursensor. Geen doorstroming

Knipperlicht rechts: zwart/groene draad op zekeringkast in stekker H2 pen 4.

Stappenplan Audi A2 (8z0) FSI 1.6 Fsi ( ) BAD motor. Waarschuwingen en aanbevelingen

Opdrachten voor de Proeven van bekwaamheid Eerste Verbrandingsmotortechnicus. Crebocode 90900, dossier

Carburateur reinigen. Interval:

STORINGSHANDLEIDING GASGESTOOKTE LUCHTVERWARMERS

AUTODATA TECHNISCHE DATABASE VOOR MOTOREN / ONLINE Het compleet nieuwe programma behandelt 8000 modellen van 62 constructeurs.

Motor en randorganen

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT

Thermostaat vervangen bij een M20 blok.

CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.

Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control

ContiTech: Tips van experts voor vervangen van distributieriemen

Van Harte welkom bij BV Nimag Boosterjet & TCSS

MOTOR. 1 of 1 22/01/ :48 REVISEREN 1 DISTRIBUTIERIEM, SPANINRICHTING EN TANDWIELEN. Distributieriem - verwijderen

Elektronische ontsteking in de kever.

Naam:.. Klas: Datum:..

Mercedes-Benz personenwagens

Examen VMBO-BB. voertuigentechniek CSPE BB. gedurende 360 minuten. Bij dit examen horen uitwerkbijlagen.

Transcriptie:

»J3&?&f&^ >>7prap>roeX3p7^^ 4000-I 2000 o- 1. weerstand in Q 2. temperatuur in C 25 100 900 800 00 400 200 weerstand temperatuursensor koelvloeistof en temperatuursensor inlaatlucht weerstand; contact uit wit bruin/wit temperatuursensor inlaatlucht 9 0 zie figuur weerstand; contact uit bruin/blauw bruin/wit temperatuursensor koelvloeistof 10 meefwaarc/e zie figuur luchthoeveelheidsmeter weerstand; contact uit; stekker van gaskleppotentiometer losgetrokken blauw/zwart bruin/wit 17 0,5-1,0 kq weerstand; contact uit; stekker van gaskleppotentiometer losgetrokken; stuwklep bewegen blauw/zwart bruin/rood 17 21 weerstandsverandering gaskleppotentiometer weerstand; contact uit; stekker van luchthoeveelheidsmeter losgetrokken; gasklep dicht bruin/wit rood/blauw 11 ca. 1 kq

- f weerstand; contact uit; stekker van luchthoeveelheidsmeter losgetrokken; gasklep dicht blauw/zwart M ca. 2,5 kq rood/blauw 11 weerstand; contact uit; stekker van luchthoeveelheidsmeter losgetrokken; gasklep geheel open blauw/zwart rood/blauw weerstand; contact uit meten op de verstuiver 17 11 verstuiver Hall-sensor voedingssignaal; contact aan 3; rood/geel 8 1; bruin/wit ca. 1 kq 15-20Q minstens 10V werking; contact aan; gebruik LED-tester 2; groen/wit massa LED moet knipperen ^:;:^::. :: :ii:f/:i:'. : :v r- : " ontstekingseindtrap ^"rw voedingssignaal; contact aan 4; zwart ca. accuspanning 2; bruin werking; contact aan; aansluiten op bobine 15 op bobine 1 op bobine minstens 2V, moet na enkele seconden teruglopen tot 0V Regelsystemen Ontstekingsaanpassing Laat de bedrijfswarme motor stationair draaien. Trek de stekker van de koelvloeistoftemperatuursensor. Noteer het ontstekingstijdstip bij 2500/min. Steek de stekker weer op de sensor. Het ontstekingstijdstip moet nu bij hetzelfde toerental in de richting vroeg verschuiven: 30. Als het ontstekingstijdstip niet verschuift: Controleer het elektrische gedeelte van het Digifant-systeem. Als het ontstekingstijdstip maar 15 verschuift: Controleer de luchthoeveelheidsmeter.

^ BL = blauw; BR = bruin; GE = geel; GN = groen; GR = grijs; LI = lila; RT = rood; SW = zwart; WS = wit elektrisch schema Digifant 3F tot 10/1990 1. ontstekingseindtrap 2. regeleenheid 3. relais regeleenheid 4. relais brandstofpompen 5. temperatuursensor koelvloeistof. gaskleppotentiometer 7. luchthoeveelheidsmeter 8. temperatuursensor inlaatlucht 9. naar toerenteller 10. Hall-sensor 11. lambdasonde 12. naar klem 50 contactslot 13. naar brandstofpomprelais 14. verwarming lambdasonde 15. extra-luchtschuif 1. brandstofdrukpomp 17. brandstofopvoerpomp 18. contactslot 19. idem

- Digifant (3F motor), uitvoeringen vanaf 10/1990 Ontstekingsvolgorde 1-3 _ 4-2 Het betreft een multipoint inspuitsysteem gecombineerd met een elektronische ontsteking. Een regeleenheid regelt beide systemen met behulp van diverse sensoren en schakelaars. technische specificaties bougies, merk en type elektrodenafstand bobineweerstand, bobineweerstand, systeemdruk bougies primair secundair Bosch WDTC Beru 14-DTU 0,7-0,9 mm 0,5-0,7 Q 3-4 kq 2,5 bar

3 4 5 7 \ \8 1. luchthoeveelheidsmeter 2. stelschroef CO-percentage 3. brandstofdrukregelaar 4. temperatuurregelaar voor inlaatlucht 5. gasklephuis. stelschroef stationair toerental 7. gaskleppotentiometer 8. stekker van lambdasonde 9. relais voor brandstofpomp en regeleenheid 10. regeleenheid 11. voor meten brandstofdruk 12. bobine 13. temperatuursensor koelvloeistof 14. CO-test 15. extra-luchtschuif 1. koolstoffilter 72] 17. brandstofdampafsluitklep plaatsing componenten

Afstellingen Stationair toerental en CO-percentage Ontstekingstijdstip ontstekingsmerktekens dynamisch ontstekingstijdstip Start de motor. 5 ± 1 voor BDP bij 2000-2500 /min Trek de stekker van de koelvloeistoftemperatuursensor. Controleer het ontstekingstijdstip met een toerenteller en een stroboscooplamp. Stel af door de stroomverdeler te verdraaien. stelschroef stationair toerental

Controleer bij bedrijfswarme motor en correct afgestelde ontsteking. Trek de PCV-slang los en plug de slang af. Controleer of de gaskleppotentiometer in orde is. Start de motor en laat de motor stationair draaien. Trek na ca. 1 minuut de stekker van de koelvloeistoftemperatuursensor (blauwe draad). Geef drie keer gas; minstens 3000 toeren. stationair toerental stelschroef CO percentage stekker van koelvloeistoftemperatuursensor losgetrokken stekker van koelvloeistoftemperatuursensor aangebracht CO-percentage stekker van koelvloeistoftemperatuursensor losgetrokken stekker van koelvloeistoftemperatuursensor aangebracht 920 ± 25/min 875 ± 25/min 1,2 ± 0,2 % 0,7 ± 0,4 % Laat de motor stationair draaien. Controleer het stationair toerental en het CO-percentage volgens de tabel. Zo nodig corrigeren. Sluit de stekker weer aan op de koelvloeistoftemperatuursensor. Geef opnieuw drie keer gas; minstens 3000 toeren. Controleer opnieuw het stationair toerental en het CO-percentage volgens de tabel. Als de waarden afwijken kan de oorzaak worden gezocht in het aanzuigen van valse lucht. Ook kan het storingsgeheugen van de regeleenheid worden uitgelezen. Storingsdiagnose De regeleenheid is voorzien van een zelfdiagnosesysteem dat door middel van knippercodes kan worden uitgelezen.

Storingscodes Activeer de eerste storingscode door de draad ca. 5 seconden aan massa te houden. Lees de eerste storingscode uit. \ JL JL ^ID N.B. De code wordt herhaald totdat de volgende storingscode wordt geactiveerd. De LED brandt na het activeren eerst 3 seconden aan een stuk. Daarna wordt de storingscode weergegeven. De LED brandt weer 3 seconden tussen de herhalingen van de storingscode in. Houd de draad opnieuw 5 seconden aan massa voor het activeren van de volgende storingscode. Na uitlezen van alle codes kan het storingsgeheugen worden gewist door de draad minimaal 15 seconden aan massa te houden. 1. plus 2. min 3. knippercodes pinbezetting diagnosestekkers Sluit de LED-tester aan op de plus en de knippercode-uitgang (op de knippercode-uitgang staat een spanning van 1,5V). Leg een extra draad aan de knippercode-uitgang. code 1111 2111 2113 2212 2234 2312 2322 2323 2341 2342 4444 storingscodelijst diagnose regeleenheid defect Hall-sensor Hall-sensor gaskleppotentiometer voedingsspanning regeleenheid temperatuursensor koelvloeistof temperatuursensor inlaatlucht luchthoeveelheidsmeter lambda-regeling lambda-sensor geen defecten

Simulatie van basissignalen Simulatie van het Lambdasignaal Zie bij sensoren/stelelementen bij de lambdasonde, in de algemene informatie over elektronische regelsystemen. Diagnosemetingen relais voor voedingsspanning regeleenheid werking; contact aan zwart/wit, V+ bruin, V- 23 13 ca. accuspanning N.B. Stekker = stekker van de betreffende sensor / schakelaar / klep, tenzij anders vermeld. N.B. Pen = van de regeleenheidsstekker, tenzij anders vermeld. N.B. Aansluiting = van de sensorstekker, tenzij anders vermeld. N.B. Zie bij afwijkende n eventueel de vervolgcontroles. Zie bij de betreffende sensoren/stelelementen, in de algemene informatie over elektronische regelsystemen. (D 7000 000 \ 4000 2000 \ o- 0 25 50 100 900 800 00 400 200 0 regeleenheid voedingssignaal; contact aan zwart/geel, V+ bruin, V- 14 13 ca. accuspanning 1. weerstand in Q 2. temperatuur in C weerstand temperatuursensor koelvloeistof en temperatuursensor inlaatlucht

i>$i!if»^ weerstand; contact uit 1; wit 2; bruin/wit weerstand; contact uit 1; bruin/blauw 2; bruin/wit 9 temperatuursensor koelvloeistof 10 zie figuur zie figuur luchthoeveelheidsmeter weerstand; contact uit; stekker van gaskleppotentiometer losgetrokken 3; blauw/zwart 4; bruin/wit 17 0,5-1,OkQ weerstand; contact uit; stekker van gaskleppotentiometer losgetrokken; stuwklep bewegen 3; blauw/zwart 2; groen/rood 17 21 weerstandsverandering fiti;^*'*-: *' ' : ' :: : : ' : - : gaskleppotentiometer " : - :. ; ; weerstand; contact uit; stekker van luchthoeveelheidsmeter losgetrokken; stekker van gaskleppotentiometer aangesloten, gasklep dicht bruin/wit rood/blauw 11 ca. 1,5 kq weerstand; contact uit; stekker van luchthoeveelheidsmeter losgetrokken; stekker van gaskleppotentiometer aangesloten; gasklep dicht rood/blauw blauw/zwart 11 17 ca. 2,5 kq weerstand; contact uit; stekker van luchthoeveelheidsmeter losgetrokken; stekker van gaskleppotentiometer aangesloten; gasklep geheel open rood/blauw blauw/zwart weerstand; contact uit meten op de verstuiver 11 17 verstuiver ca. 2,5 kq 15-20Q

voedingssignaal; contact aan 3; rood/geel 1; bruin/wit 8 minstens 10V werking; contact aan, gebruik LED-tester 2; groen/wit massa LED moet knipperen Steek de stekker weer op de sensor. Het ontstekingstijdstip moet bij hetzelfde toerental nu in de richting vroeg verschuiven: 20. Als het ontstekingstijdstip niet verschuift: Controleer het elektrische gedeelte van het Digifant-systeem. Als het ontstekingstijdstip maar 10 verschuift: Controleer de luchthoeveelheidsmeter. ontstekingseindtrap voedingssignaal; contact aan 3; zwart meefwaarde ca. accuspanning 1; bruin werking; contact aan, aansluiten op bobine 15 op bobine 1 op bobine Regelsystemen Ontstekingsaanpassing Laat de bedrijfswarme motor stationair draaien. meeftvaarde minstens 2 V, moet na enkele seconden teruglopen tot 0V Trek de stekker van de koelvloeistoftemperatuursensor. Noteer het ontstekingstijdstip bij 2500/min.

Ir5 1 T3/1. 13/3 4 1T3/2 0.5 sw/gn 1 101 1 1 w J2sn ' 125/3 [ I 2$ ^l1/5 iw/ge 1,5 1,0 ro br/ws ---crnj r 2/7 H/o 0^ iw/ws 1 1 f25/14 TT25/23 5 I I k ^ 3^ i ^ ** sw ro/g^ ra'gc ** 1 i III 1 "?! I T32/1 l_ 87/17 8/10 12505 it25» 4T25/I8 W25/ r 125/10 125/11 1 1T25/I7 1T25/21 AT25/9 ^725/2 il25/13 AT25/20 il25/19 - T25/ OS 05 O5 c 3 05 OJ 0,5 0^ 0^ 1^ 05 1,5 1i m'g«gn/«3 brft»s br/bl ra/bl bl/ gr/ro ws 1' br ge/wi br/sw brfge 1 1, B 1. naar klem 50 contactslot 2. relais voor regeleenheid 3. brandstofpomprelais 4. ontstekingseindtrap 5. regeleenheid. Hall-sensor 7. temperatuursensor koelvloeistof 8. gaskleppotentiometer 9. luchthoeveelheidsmeter 10. temperatuursensor inlaatlucht 11. lambdasonde 12. naar diagnosestekker 13. verstuivers 14. verwarming lambdasonde 15. extra-luchtschuif 1. brandstofdrukpomp 17. brandstofopvoerpomp BL = blauw; BR = bruin; GE = geel; GN = groen; GR = grijs; LI = lila; RT = rood; SW = zwart; WS = wit elektrisch schema Digifant 3F vanaf oktober 1990

^^ - Digifant (PY motor), uitvoeringen tot 10/1990 zi Ontstekingsvolgorde 1-3 - 4-2 Het betreft een multipoint inspuitsysteem gecombineerd met een elektronische ontsteking. Een regeleenheid regelt beide systemen met behulp van diverse sensoren en schakelaars. technische specificaties bougies, merk en type elektrodenafstand bougies bobineweerstand, primair bobineweerstand, secundair systeemdruk Bosch W5DTC 0,7-0,9 mm 0,5-0,8 Q 2,4-3,5 kq 1,9 bar

1. luchthoeveelheidsmeter met temperatuursensor inlaatlucht 2. brandstofdrukregelaar 3. nullastschakelaar 4. gasklephuis 5. stelschroef stationair toerental. vollastschakelaar 7. stekker voor extra-luchtschuif 8. stekker voor pingelsensor 9. brandstofpomprelais 10. regeleenheid 11. stelschroef CO-percentage 12. pingelsensor 13. extra-luchtschuif 14. intercooler 15. temperatuursensor koelvloeistof voor Digifant-systeem 1. koelvloeistoftemperatuursensor voor temperatuurmeter 17. bobine piaatsing componenten

Afstellingen Stationair toerentai en CO-percentage Ontstekingstijdstip stelschroef stationair toerentai ontstekingsmerktekens dynamisch ontstekingstijdstip 5±1 voor BDP bij 2000-2500 /min Start de motor. Trek de stekker van de koelvloeistoftemperatuursensor. Controleer het ontstekingstijdstip met een toerenteller en een stroboscooplamp. Stel af door de stroomverdeler te verdraaien.

vxf>i*ifj9?!5jvs>^ Storingsdiagnose Diagnosemetingen N.B. Stekker = stekker van de betreffende sensor / schakelaar / klep, tenzij anders vermeld. N.B. Pen = aansiuiting van de regeleenheidsstekker, tenzij anders vermeld. N.B. Aansluiting = van de sensorstekker, tenzij anders vermeld. stationair toerental CO-percentage zonder katalysator met katalysator stelschroef CO-percentage 900 ± 50/min 1,0 ±0,5% 0,7 ± 0,3 % Controleer bij bedrijfswarme motor en correct afgestelde ontsteking. Trek de PCV-slang los en plug de slang af. Start de motor en laat de motor stationair draaien. Uitvoeringen met katalysator: Verbreek de stekkerverbinding met de lambda-sonde. Meet het CO-percentage aan de test op het uitlaatspruitstuk. Laat de motor stationair draaien. Controleer het stationair toerental en het CO-percentage. Zo nodig corrigeren. N.B. Zie bij afwijkende n eventueel de vervolgcontroles. Zie bij de betreffende sensoren/stelelementen, in de algemene informatie over elektronische regelsystemen. regeleenheid voedingssignaal; contact aan zwart/wit, V+ 14 V- massa nullast-/vollastschakelaar weerstand; contact uit; gasklep gesloten 1, 3; rood/blauw 2; bruin/blauw 11 ca. accuspanning max. 1,5 Q

weerstand; contact uit; gasklep open tot vlak voor vollast 1, 3; rood/blauw 2; bruin/blauw 11 ooq weerstand; contact uit; gasklep helemaal open 1, 3; rood/blauw 2; bruin/blauw 11 1,5Q 7000 000 4000: 2000 : o- 1. weerstand in Q 2. temperatuur in C 25 50 100 900 800 00 400 200 weerstand temperatuursensor koelvloeistof en temperatuursensor inlaatlucht 0 temperatuursensor inlaatlucht (in iuchthoeveelheidsmeter) weerstand; contact uit 1; wit blauw/bruin temperatuursensor koelvloeistof weerstand; contact uit 1; rood/blauw 2; bruin/geel weerstand; contact uit 3; lila 4; blauw/bruin 9 10 luchthoeveelheidsmeter 17 weerstand; contact uit; stuwklep bewegen 3; lila 2; wit/geel weerstand; contact uit meten op verstuiver 17 21 verstuiver zie figuur zie figuur 0,5-1,OkQ weerstandsverandering 15-20Q

: ' :;:: '*^' : '': :: " :: : ; ' : ' :?"* :: ":- : 'Hall-sensor ' : voedingssignaal; contact aan 3; zwart/geel 18 meefwaarde minstens 10V 1; bruin/wit werking; contact aan; gebruik LED-tester; krukas ronddraaien 2; groen/wit V- Regelsystemen 18 massa LED moet knipperen Ontstekingsaanpassing Laat de bedrijfswarme motor stationair draaien. Noteer het ontstekingstijdstip. Verhoog het toerental: 2500/min. Het ontstekingstijdstip moet minstens 15 in de richting vroeg verschuiven. Als het ontstekingstijdstip niet verschuift: Controleer de koelvloeistoftemperatuursensor en de regeleenheid.

1. naar klem 50 van startmotor BE 2. naar klem 50 contactslot 1 I 3. klopsensor BL = blauw; BR = bruin; GE = geel; GN = groen; GR = grijs; LI = lila; RT = rood; SW = zwart; WS = wit elektrisch schema Digifant PY tot 10/1990 4. regeleenheid 5. Hall-sensor. nullastschakelaar 7. vollastschakelaar 8. temperatuursensor koelvloeistof Digifant-systeem 9. luchthoeveelheidsmeter 10. temperatuursensor inlaatlucht 11. lambdasonde 12. verwarming lambdasonde 13. brandstofdrukpomp 14. brandstofopvoerpomp 15. relais regeleenheid 1. relais brandstofpompen 17. verstuivers 18. extra-luchtschuif 19. contactslot 20. idem

Digifant (PY motor), uitvoeringen vanaf 10/1990 Ontstekingsvolgorde 1-3 - 4-2 Het betreft een multipoint inspuitsysteem gecombineerd met een elektronische ontsteking. Een regeleenheid regelt beide systemen met behulp van diverse sensoren en schakelaars. technische specificatfes bougies, merk en type elektrodenafstand bougies contacthoek bij starttoerental bobineweerstand, primair bobineweerstand, secundair systeemdruk Bosch W5DPO 0,7-0,9 mm geen opgave 0,5-0,7 Q 3-4kQ 2,5 bar

1. brandstofdampafsluitklep 2. brandstofdrukregelaar 3. pingelsensor 4. gasklephuis 5. stelschroef stationair toerental. nullast-/vollastschakelaar 7. stelschroef CO-percentage 8. CO-potentiometer met stelschroef en temperatuursensor inlaatlucht 9. stekker van lambdasonde 10. regeleenheid met MAP-sensor 11. relais voor brandstofpomp en regeleenheid 12. stekker van pingelsensor 13. bobine 14. koelvloeistoftemperatuursensor voor Digifant systeem 15. CO-test 1. voor meten brandstofdruk 17. extra-luchtschuif 18. koolstoffilter plaatsing componenten

Afstellingen Stationair toerental en CO-percentage Ontstekingstijdstip stelschroef stationair toerental ontstekingsmerktekens dynamisch ontstekingstijdstip ± 1 voor BDP bij 2000-2500 /min Start de motor. Trek de stekker van de koelvloeistoftemperatuursensor. Controleer het ontstekingstijdstip met een toerenteller en een stroboscooplamp. Stel af door de stroomverdeler te verdraaien.

Controleer bij bedrijfswarme motor en correct afgestelde ontsteking. Trek de PCV-slang los en plug de slang af. stationair toerental stelschroef CO-percentage stekker van temperatuursensor koelvloeistof losgetrokken stekker van temperatuursensor koelvloeistof aangesloten CO-percentage stekker van temperatuursensor koelvloeistof losgetrokken stekker van temperatuursensor koelvloeistof aangesloten 920 ± 25/min 975 ± 25/min 0,7 ± 0,2 % 0,7 ± 0,4 % Sluit de CO-meter aan op de CO-test. Start de motor en laat de motor stationair draaien. Trek na ca. 1 minuut de stekker van de koelvloeistoftemperatuursensor (blauwe draad). Geef drie keer gas; minstens 3000 toeren. Laat de motor stationair draaien. Controleer het stationair toerental en het CO-percentage volgens de tabel. Zo nodig corrigeren. Sluit de stekker weer aan op de koelvloeistoftemperatuursensor. Geef opnieuw drie keer gas; minstens 3000 toeren. Controleer opnieuw het stationair toerental en het CO-percentage volgens de tabel. Als de waarden afwijken kan de oorzaak worden gezocht in het aanzuigen van valse lucht. Storingsdiagnose De regeleenheid is voorzien van een zelfdiagnosesysteem dat door middel van knippercodes en met behulp van een LED-proeflampje kan worden uitgelezen.

;?K K?K^?ftJ$g;SffiB^? Storingscodes Leg een extra draad aan de knippercode-uitgang. Activeer de eerste storingscode door de draad ca. 5 seconden aan massa te houden. Lees de eerste storingscode uit. N.B. De code wordt herhaald totdat de volgende storingscode wordt geactiveerd. De LED brandt na het activeren eerst 3 seconden aan een stuk. Daarna wordt de storingscode weergegeven. De LED brandt weer 3 seconden tussen de herhalingen van de storingscode in. Houd de draad opnieuw 5 seconden aan massa voor het activeren van de volgende storingscode. Na uitlezen van alle codes kan het storingsgeheugen worden gewist door de draad minimaal 15 seconden aan massa te houden. 1. plus 2. min 3. knippercodes pinbezetting diagnosestekkers Sluit de LED-tester aan op de plus en de knippercode-uitgang (op de knippercode-uitgang staat een spanning van 1,5V). code 1111 2111 2113 2142 2222 2234 2242 2312 2322 storingscodelijst diagnose regeleenheid defect Hall-sensor Hall-sensor pingelsensor MAP-sensor in regeleenheid voedingsspanning regeleenheid CO-potentiometer temperatuursensor koelvloeistof temperatuursensor inlaatlucht

2323 2341 2342 4444 Diagnosemetingen luchthoeveelheidsmeter lambda-regeling lambda-sensor geen defecten N.B. Stekker = stekker van de betreffende sensor / schakelaar / klep, tenzij anders vermeld. N.B. Pen = van de regeleenheidsstekker, tenzij anders vermeld. N.B. Aansluiting = van de sensorstekker, tenzij anders vermeld. N.B. Zie bij afwijkende n eventueel de vervolgcontroles. Zie bij de betreffende sensoren/stelelementen, in de algemene informatie over elektronische regelsystemen. regeleenheid voedingssignaal; contact aan zwart/wit, V+ 14 V- massa ca. accuspanning relais voor voedingsspanning regeleenheid werking; contact aan groen/rood, V+ V- 23 massa nullastschakelaar weerstand; contact uit; gasklep gesloten zwart, V+ bruin/blauw, V- 11 ca. accuspanning max. 1,5 kq weerstand; contact uit; gasklep geheel open zwart, V+ 11 ooq bruin/blauw, V- vollastschakelaar weerstand; contact uit; gasklep gesloten blauw/zwart 15 bruin/blauw, V- ooq

?'''&''«''«w ;^^^«; weerstand; contact uit; gasklep helemaal open blauw/zwart bruin/blauw, V- 15 1,5kQ temperatuursensor inlaatlucht (in luchthoeveelheidsmeter) weerstand; contact uit 2; blauw/wit 3; blauw/bruin, V- 9 zie figuur 4000 " 900 800 00 400 temperatuursensor koelvloeistof weerstand; contact uit 1; bruin/blauw, V+ 2; bruin/wit, V- 10 zie figuur 2000 1. weerstand in Q 2. temperatuur in C 25 50 100 200 weerstand temperatuursensor koelvloeistof en temperatuursensor inlaatlucht CO-potentiometer weerstand; contact uit 1; blauw 5 3; blauw/bruin weerstand; contact uit meten op verstuiver verstuiver 0-2kQ 15-20Q

Hall-sensor voedingssignaal; contact aan zwart/geel 8 bruin/wit minstens 10V werking; contact aan; gebruik LED-tester; krukas ronddraaien 2; groen/wit bruin/wit 18 LED moet knipperen Regelsystemen Ontstekingsaanpassing Laat de motor stationair draaien. Trek de stekker van de koelvloeistoftemperatuursensor. Noteer het ontstekingstijdstip bij 2000-2500/min. Steek de stekker weer op de sensor. Het ontstekingstijdstip moet nu bij hetzelfde toerental in de richting vroeg verschuiven: 15. Als het ontstekingstijdstip niet verschuift: Controleer het elektrische gedeelte van het Digifant-systeem.

1 J 1, 5 f s D c 5 ro/ iw i 5 ' it d li/i 1 5 IjO OJ 0^ w ro sw iw 1>30/5 ^1 87/11 2 *87/17 *8/10 485/12 14 0,5 04 T T t-j ~^ TO m~m* 1,5 1,0 ro/go ro/ge I (T] ^ 30/2 85/9 ^87/14 u ro/ge L. 8/7 1. naar contactslot klem 50 2. relais voor regeleenheid 3. relais brandstofpompen 4. ontstekingseindtrap 5. regeleenheid met MAP-sensor. Hall-sensor 7. temperatuursensor koelvloeistof 8. nullastschakelaar 9. vollastschakelaar 10. CO-potentiometer 11. temperatuursensor inlaatlucht 12. pingelsensor 13. lambdasonde 14. naar diagnosestekker 15. verstuivers 1. verwarming lambdasonde 17. extra-luchtschuif 18. brandstofdrukpomp 19. brandstofopvoerpomp BL = blauw; BR = bruin; GE = geel; GN = groen; GR = grijs; LI = lila; RT = rood; SW = zwart; WS = wit elektrisch schema Digifant PY vanaf 10/1990

Distributie Distributieriem j De distributieriem drijft via de waterpomp de bovenliggende nokkenas aan. De riem moet elke 120.000km worden vervangen. Uit- en inbouwen V? -'J z o merktekens motoren met tuimelaars merktekens motoren met hydraulische klepstoters

Bouw de V-riem en de distributiekap uit. Zet de krukas en de nokkenas in de aangegeven positie Maak de waterpomp los en ontspan de distributieriem. Controleer voor inbouwen de juiste stand van de krukas en de nokkenas. Monteer de distributieriem; span de riem door verdraaien van de waterpomp. De riem moet tussen nokkenastandwiel en waterpomp nog juist een kwartslag gedraaid kunnen worden. Nokkenas(sen) - Motoren met tuimelaars (GK, GL, GT, HB, HH, HJ, HK en KW) Uit- en inbouwen Voordat de nokkenas kan worden uitgebouwd, moet eerst de distributieriem worden verwijderd. Verwijder de stroomverdeler, de flens, de benzinepomp en de tuimelaarklemmen. Verwijder de tuimelaars: Laat de bij de tuimelaar behorende nok (op de nokkenas) omhoog wijzen. Trek de tuimelaar met een tang los. Verwissel de tuimelaars onderling niet. Verwijder het nokkenastandwiel en trek de nokkenas uit de cilinderkop. Inbouwen gaat in omgekeerde volgorde van uitbouwen. distributiekap nokkenastandwiel kleppendeksel aantrekkoppels 10 Nm 80 Nm 10 Nm - Motoren zonder tuimelaars (HZ, MH, NU, 2G, ACM, AAK, AAU, AAV, NZ, PY en 3F) Uitbouwen Voordat de nokkenas kan worden uitgebouwd, moet eerst de distributieriem worden verwijderd.

Verwijder de stroomverdeler, de brandstofpomp en de nokkenaspoelie. Bouw de buitenste lagerkappen en de middelste lagerkap uit. Draai de overige lagerkappen kruiselings los. Inbouwen Let op de juiste inbouwstand van de lagerkappen; de brede nok moet naar het inlaatspruitstuk wijzen. aantrekkoppels aantrekvolgorde nokkenaslagerkappen (vanaf distributiezijde) moeren van lagerkappen 2 en 4 kruiselings vastzetten moeren van overige lagerkappen vastzetten alle moeren natrekken bouten van lagerkap 5 vastzetten nokkenastandwiel distributiekap kleppendeksel Nm Nm 90 hoekverdraaiing 10 Nm 80 Nm 10 Nm 10 Nm Kleppen, tuimelaars en stoters Klepspeling - Motoren met tuimelaars (GK, GL, GT, HB, HH, HJ, HK en HW) De bovenliggende nokkenas bedient via tuimelaars de kleppen. Draai de nokkenas totdat de twee nokken van de betreffende cilinder omhoog wijzen. De klepspeling wordt tussen tuimelaar en klep gemeten en met een kogelbout op de tuimelaar afgesteld. Controleren en afstellen warme motor inlaat uitlaat koude motor inlaat uitlaat Hydraulische klepstoters klepspeling 0,15mm 0,25 mm 0,10mm 0,20 mm - Motoren zonder tuimelaars (HZ, MH, NU, 2G, ACM, AAK, AAU, AAV, NZ, PY en 3F) Alle motoren zonder tuimelaars -zijn voorzien van hydraulische klepstoters.

Aantrekkoppels Carburatiemotor met tuimelaars in Nm, tenzij anders aangegeven r-i.o.oaq 3 VYrYrYr^7 cilinderkopbouten fase 1 fase2 fase 3 hoofdlagerkappen drijfstanglagerkappen / nekkenastaridwtel N ' "v kpukastandwiel M12 M14 krukaspoelie distributiekap/deksel kleppendeksel vliegwiel uitlaatspruitstuk aantrekvolgorde cilinderkopbouten 1 40 0 180 hoekverdraaiing 5 30 Nm + 90 hoekverdraaiing 80 -*80 90 Nm + 180 hoekverdraaiing 20 10 10 30 Nm + 90 hoekverdraai- -ing geen opgave uitlaat op spruitstuk carterpan oliedruksensor / schakelaar olie-aftapplug 25 20 25 30

Controleren max. stoterspeling 0,1 mm Controleer de stoters door ze met een plastic wig of lets dergelijks in te drukken. Vervang de stoters als de maximale stoterspeling overschreden wordt. N.B. Als nieuwe hydraulische klepstoters worden ingebouwd mag de motor pas na 30 minuten worden gestart. Draai de krukas eerst een paar keer met de hand rond om te controleren of de kleppen de zuigers niet raken.