ZORGBELEIDSPLAN 2013-2017 GRIFTLAND COLLEGE Samengesteld door: J.I.Vrugteveen Zorgcoördinator Noorderweg 79, 3761 EV Soest Postbus 316, 3760 AH Soest T (035) 60 98 200, F (035) 601 07 76 mail@griftland.nl www.griftland.nl
Inleiding Het zorgplan geeft een overzicht van de huidige interne leerlingenzorg op het Griftland College. Het zorgplan gaat ook in op de invoering van Passend Onderwijs in augustus 2014 en de manier waarop het Griftland College daarop anticipeert. Op het Griftland College zijn veel personeelsleden betrokken bij de dagelijkse leerlingenzorg: docenten, mentoren, afdelingsdirecteuren, leerlingbegeleiders, remedial teachers, de zorgcoördinator, de kerndirectie en externe instanties. Het Griftland College biedt, in samenwerking met externe partijen, leerlingen de mogelijkheid mee te doen aan trainingen faalangstreductie en sociale vaardigheden. Motorische remedial teaching wordt intern gegeven. Om goed aan te kunnen sluiten bij de ontwikkelingen van leerlingen, adequate zorg te bieden aan de leerlingen die dat vragen en in te kunnen spelen op het in 2014 te realiseren Passend Onderwijs zal de komende jaren nog meer aandacht komen voor de begeleiding van leerlingen. Het zorgplan richt zich op de huidige leerlingbegeleiding en maakt inzichtelijk welke begeleidingsroutes er zijn en zoekt naar verheldering en versterking daar waar dat nodig en mogelijk is. Dat betekent dat de huidige routes van begeleiding en inzet van mensen uitgangspunt zijn bij het versterken van de kwaliteit van de begeleiding. In dit plan wordt aangegeven of en hoe de huidige begeleidingsstructuur verheldering behoeft en hoe die vorm kan krijgen. Ook de rollen en taken van de verschillende betrokkenen worden verhelderd, waardoor er meer zicht komt op wie wat doet en wanneer. Soest, september 2013 2
INTERNE ZORGSTRUCTUUR Het Griftland College is een school voor mavo, havo en vwo. De school is gevestigd aan de Noorderweg 79 te Soest. Grootte, ligging en alle faciliteiten op een locatie maken de school tot een veilige leeromgeving. Het Griftland College is een school in verandering: niet alleen het onderwijs maar ook het zorgbeleid is hieraan onderhevig. Goede schoolresultaten en sociaal-emotioneel welbevinden gaan hand in hand. Het Griftland College kent een interne zorgstructuur waarin vier Professionele Momenten (PM) worden onderscheiden, te weten: PM I, II, III en IV. Bij het eerste PM, in het primaire proces, vindt de eerste zorgbegeleiding plaats. Hier wordt de potentiële zorgleerling in een vroeg stadium gesignaleerd en de eerste noodzakelijke begeleiding door de docenten (en mentoren) geboden. Leerlingen met een zorgdossier zijn bekend bij het interne zorgteam. PM II is het Professionele Moment dat plaatsvindt als de mentor met de afdelingsleiding overleg heeft over de leerling en de interventies die uitgevoerd kunnen worden. Ook de leerlingbespreking valt onder PM II. Wanneer een leerling in het PM I en PM II onvoldoende geholpen kan worden, wordt de leerling met een hulpvraag ingebracht in PM III. PM III is het Professionele Moment, dat gelijk staat aan het interne zorgteam. Dit overleg bestaat uit de leerlingbegeleiders, de remedial teachers en de zorgcoördinator en is bedoeld om leerlingen te bespreken voor wie meer hulp nodig is dan in PM I en PM II geboden kon worden dan wel toereikend bleek. PM IV is het ZAT (Zorg Advies Team). Bij dit overleg zijn de externe partners betrokken. Elk PM kent een PM-verantwoordelijke. Voor PM I is dat de mentor; PM II de afdelingsleiding, PM III en IV de zorgcoördinator. Als de vraag in een PM-gebied niet opgelost kan worden, komt een volgend PM in beeld. Interventies per PM-gebied zijn verschillend dan wel aanvullend op elkaar. Elk PM-gebied heeft derhalve een toegevoegde waarde aan het vorige PM-gebied en de in te zetten expertise verschilt dan ook per PM: als een zorgvraag in PM I niet opgelost is, komt PM II in beeld. In PM II wordt iets anders gedaan dan in PM I. 3
HUIDIGE SITUATIE Leerlingbegeleiding heeft vele kanten. In een ideale situatie zou de begeleiding zich uitsluitend richten op ondersteuning van het leerproces van de leerlingen en het bevorderen van het sociale klimaat in de klas. De praktijk van het (school)leven is echter anders. Voor leerlingen is het steeds belangrijker geworden om in hun schooltijd ook in te groeien in de toekomstige maatschappij en worden er aan leerlingen steeds meer en vaker eisen gesteld op het gebied van zelfsturing, reflectie, keuzes maken en sociale vaardigheden. Dat vraagt om een kijk op leerlingen, een alertheid op leerlingengedrag en daarop volgend een adequate benadering en eventuele begeleiding. Het handhaven en bewaken van de waarden en normen van het Griftland College is en blijft daarnaast dan ook een andere, belangrijke kant van de leerlingbegeleiding: orde, rust en regelmaat leggen de basis voor een veilig schoolklimaat, waarin in harmonie en met respect voor elkaar wordt gewerkt. Aanmelding De zorg voor leerlingen begint al bij de aanmelding voor de brugklas. Er wordt contact gezocht met de basisschool van de aangemelde leerling. Er wordt over het gedrag, inzet, huiswerk en bijzondere begeleiding advies gevraagd aan de basisschool. Na het gesprek met de schoolleiding of groepsleerkracht wordt de leerling in de toelatings- en plaatsingscommissie van het Griftland College besproken alwaar de beslissing wordt genomen of een leerling wel of niet wordt toegelaten. Indien een leerling een specifieke begeleidingsvraag heeft bij binnenkomst, dan is de afdelingsdirecteur (in overleg met de zorgcoördinator) verantwoordelijk voor de overdracht van informatie naar de mentor en de docenten. Is de begeleidingsvraag van de leerling te complex voor het Griftland College, dan kan gekeken worden naar passend onderwijs binnen het samenwerkingsverband Eemland. Eerste lijn DE MENTOR EN DE DOCENTEN (PM 1) Mentor Professioneel overleg Docent 4
Elke klas in de onderbouw heeft een mentor. In klas 1 en 2 (en 3 mavo) zijn er wekelijks één of meer mentoruren ingeroosterd. In klas 3 havo en vwo is dit een flexibel mentoruur. Tijdens mentoruren werkt de mentor aan groepsvorming, sociale en emotionele vorming, planning, studievaardigheden en worden de leerresultaten besproken. In sommige leerjaren wordt er aandacht besteed aan beroep- en studiekeuze. De mentor is voor alle problemen van pedagogisch-didactische en psychosociale aard het eerste aanspreekpunt voor leerlingen en ouders/verzorgers. De mentor heeft een signalerende functie en houdt de ontwikkelingen van zijn/haar leerlingen bij in SOM. Indien nodig, neemt de mentor contact op met ouders. Aan het begin van het schooljaar is er een kennismakingsavond voor ouders. Ouders maken dan kennis met de mentor en worden geïnformeerd over het schooljaar. Ook leerlingen in de bovenbouw hebben een mentor, in de meeste gevallen is dit niet klassikaal georganiseerd. Voor de verschillende bovenbouwklassen worden aparte mentorprogramma s georganiseerd. De leerlingbespreking: In veel gevallen vinden er in oktober voor klassen in de onderbouw signaleringsvergaderingen plaats. Er wordt vooral naar de leerling en minder naar de cijfers gekeken. Voorafgaand aan het eerste en derde rapport worden de leerlingen besproken in een rapportvergadering. Hierbij zijn de afdelingsleiding, de mentor en alle docenten aanwezig. De teams Op het Griftland College zijn 5 teams: - brugklasteam - team 2/3/4 mavo - team 2/3 havo - team 4/5 havo - team 2/3/4/5/6 vwo Deze teams komen zeven keer per jaar bijeen. In de teambijeenkomsten wordt voornamelijk over leerlingenzorg in het algemeen gesproken, niet over individuele leerlingen. Als er sprake is van specifieke zorg rond een leerling dan wordt deze leerling besproken met de afdelingsleiding. Daarna kan aanmelding plaatsvinden bij het zorgteam (tweede lijn). Tweede lijn Docenten en mentoren worden ondersteund door het intern zorgteam bestaande uit de zorgcoördinator, de leerlingbegeleiders en de remedial teachers. Indien nodig sluiten de trainers van de motorische remedial teaching aan. De zorgstructuur op het Griftland College is gebaseerd op de volgende aandachtsgebieden: Leerproblemen Het Griftland College heeft een afdeling remedial teaching. Binnen deze afdeling worden leerlingen begeleid op het gebied van taal. In de brugklas worden alle 5
leerlingen gescreend. Leerlingen met een zwakke score op het gebied van begrijpend lezen of hun woordenschat, krijgen RT-begeleiding in de brugklas. Aanmelding geschiedt door de mentor, in overleg met de afdelingsleiding, via een aanmeldingsformulier. Leerlingen die al een dyslexieverklaring hebben, krijgen begeleiding bij het omgaan hiermee in het voortgezet onderwijs. Tijdens deze begeleidingsuren worden zij tevens gewezen op de mogelijke hulpmiddelen. Leerlingen met dyslexie komen in aanmerking voor bepaalde faciliteiten (dit staat beschreven in het dyslexiebeleid). Zij worden in de brugklas ook begeleid op het gebied van de vreemde talen. Na de brugklas bestaat er de mogelijkheid op extra RT, na overleg met de mentor. Alle brugklasleerlingen maken een rekentoets. Leerlingen die zwak scoren krijgen in de brugklas RT rekenen. Voor leerlingen met een dyscalculieverklaring geldt het dyscalculiebeleid. Zij hebben recht op extra faciliteiten (dit staat beschreven in het dyscalculiebeleid). Sociaal-emotionele begeleiding Aanmelding voor sociaal-emotionele begeleiding gebeurt door de mentor, in overleg met de afdelingsleiding, met behulp van een aanmeldingsformulier. De hulpvraag wordt besproken in het wekelijkse interne overleg. Hulp kan bestaan uit begeleiding/coaching van de mentor, begeleiding van de leerling zelf of, na toestemming ouders, bespreking in het ZAT. Er vindt altijd terugkoppeling naar de mentor plaats. De mentor informeert de ouders. Het interne zorgteam richt zich op problematiek rond pesten, gezin, rouwverwerking, depressie en angsten, negatief zelfbeeld, motivatie, gedragsproblemen, eetstoornissen, verslaving, etc. De leerlingbegeleiders kunnen ook ingeschakeld worden als er sprake is van onveiligheid in klassen. De leerlingbegeleiders zijn docenten die een opleiding leerlingbegeleiding hebben gevolgd. Zij begeleiden leerlingen gedurende een korte periode. Daarnaast signaleren zij ernstige problemen en verwijzen indien nodig door naar externe professionele hulpverleners. Gedragsproblemen Aanmelding gebeurt door de mentor, in overleg met de afdelingsleiding, via een aanmeldingsformulier. Er volgt een 360 graden inventarisatie, gecoördineerd door de zorgcoördinator, bestaande uit: - gegevens basisschool / cito - indien aanwezig: diagnostiek - gegevens testen brugklas - gegevens schoolvragenlijst - sociaal emotionele vragenlijst ingevuld door mentor - ABC checklist door 3 docenten - 2 observaties - gesprek met ouders Indien gewenst kan met toestemming van ouders Preventieve Ambulante Begeleiding aangevraagd worden. De bespreking van een leerling in het ZAT kan leiden tot een melding bij het zorgplatform. 6
Faalangst / SOVA / MRT Leerlingen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid in groepsverband deel te nemen aan een cursus faalangstreductie. Screening vindt plaats door middel van de schoolvragenlijst. Ook de mentor wordt om advies gevraagd. De faalangstreductie training wordt gegeven door medewerkers van het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin). Ouders en leerling worden uitgenodigd voor een voorlichtingsavond. Daarna vindt inschrijving plaats. Ook wordt de training sociale vaardigheden aangeboden. Screening vindt plaats aan de hand van de schoolvragenlijst en op advies van mentoren. Deze training wordt wederom verzorgd door de medewerkers van het CJG. Ouders worden uitgenodigd voor een voorlichtingsavond. Daarna vindt inschrijving plaats. Beide trainingen worden na schooltijd gegeven, in een lokaal van het Griftland College. De kosten van deze trainingen (± 45 euro) komen voor rekening van de ouders. De leerkrachten lichamelijke opvoeding screenen leerlingen ten behoeve van de training motorische remedial teaching. Huiswerktoezicht Tegen betaling kunnen leerlingen in aanmerking komen voor huiswerktoezicht. Leerlingen werken dan na schooltijd twee lesuren onder toezicht aan hun huiswerk. Geïndiceerde leerlingen (leerlingen met een rugzakje ) Leerlingen kunnen problemen met zich meedragen, waardoor ze aangewezen zijn op extra zorg: begeleiding en/of voorzieningen. Wanneer de problematiek past in een vastgesteld beeld waarvoor extra zorg geïndiceerd is, krijgt de leerling een eigen budget: een rugzakje of zorgarrangement. De rugzak of het zorgarrangement kan ingezet worden op een school voor speciaal onderwijs die bij de betreffende problematiek past of in het regulier onderwijs. In het laatste geval krijgt de leerling ambulante begeleiding. Onze school zal bij aanmelding van een rugzakleerling aan de hand van het dossier, het advies van de basisschool en in samenspraak met de ambulant begeleider beoordelen of er mogelijkheden zijn om de gewenste zorg te bieden. Zorg kan niet geboden worden als blijkt dat de school onvoldoende voorzieningen kan treffen om adequaat tegemoet te komen aan de specifieke hulpvragen. Dit geldt zowel voor de fysieke omgeving als voor orthopedagogische en didactische eisen die uit de hulpvraag voortvloeien. Indien er sprake is van problematiek waardoor de veiligheid van de leerling zelf of die van medeleerlingen en/of personeel in het geding komt, wordt de leerling niet geplaatst. Dit geldt ook voor gedrag waardoor anderen binnen de organisatie belemmerd worden in de onderwijsparticipatie. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om acting-out gedrag, problematisch gedrag ten gevolge van alcohol- of drugsverslaving of gedrag dat voortkomt uit psychiatrische problematiek waarvoor een meervoudige behandeling plaatsvindt. Indien de school leerlingen afwijst, zal zij de ouders desgewenst wijzen op andere (speciale) onderwijsvoorzieningen voor leerlingen met specifieke hulpvragen. 7
Aanname van rugzakleerlingen is maatwerk. Criteria zijn: - de leerling heeft van de school van herkomst een ondubbelzinnig advies mavo of hoger; - de leerling heeft van de school van herkomst een ondubbelzinnig advies: regulier onderwijs; - de leerling heeft op de cito, of ander onafhankelijk meetinstrument, zo gescoord dat plaatsing mogelijk is; - de school heeft de kennis, kunde en mogelijkheden om de leerling te begeleiden. Hieronder vallen ook de voorzieningen in het gebouw en de mogelijkheden van de medewerkers; - ouders hebben vertrouwen in de school en willen meewerken aan en tijd vrijmaken voor de begeleiding van hun kind. De aanmelding, indien er sprake is van een indicatie Wij noemen de eerste oriëntatie een kennismakingsgesprek. Ouders dienen bij aanmelding van hun kind een kopie van de beschikkingsbrief van het REC (Regionaal Expertise Centrum) en relevante informatie mee te sturen (of die aan de zorgcoördinator te overhandigen), te weten: - diagnostiek; - onderwijskundig rapport van de basisschool; - recent handelingsplan; - cito-score (of soortgelijk). De aanname Als ouders hun kind hebben aangemeld vindt een aannamegesprek plaats. Voorafgaand aan dit gesprek wordt de visie van de basisschool gevraagd (contact IB-er / leerkracht). Eventueel is er ook een observatie in de klas. Indien alle partijen een reëel beeld hebben gekregen, wordt de leerling besproken in de toelatings- en plaatsingscommissie. Deze commissie bepaalt of de leerling toegelaten wordt en op welk niveau de leerling geplaatst wordt. Indien gewenst, behoort een onderzoek op gebied van lezen / rekenen tot de mogelijkheden. In geval van een negatieve beslissing zal de school de ouders, indien gewenst, wijzen op een andere, passender vorm van (speciaal) onderwijs in de regio. De rol van de zorgcoördinator: De zorgcoördinator is mede verantwoordelijk voor de aanname van de leerling en draagt zorg voor contacten tussen de betrokken partijen. De zorgcoördinator houdt zich niet bezig met de dagelijkse gang van zaken, maar bemiddelt als zaken fout dreigen te lopen. De zorgcoördinator zit regelmatig bij de gesprekken met de AB-er en 3x per jaar bij het Groot Overleg. De zorgcoördinator houdt het dossier bij. Mentoren rapporteren aan de zorgcoördinator. De rol van de afdelingsleiding: De afdelingsleiding is verantwoordelijk voor de aanname van de leerling. Na plaatsing zoekt de afdelingsleiding in overleg met de zorgcoördinator een geschikte klas en een geschikte mentor voor deze leerlingen. 8
De rol van de mentor: * kennismaking met leerling en ouders voor de vakantie; * contacten: ouders - docenten - afdelingsleider - zorgcoördinator - AB-er; * bereidheid tot scholing; * rapportage aan zorgcoördinator voor dossier. De rol van de docent: * krijgt instructie van de mentor; * dient rekening te houden met een rugzakleerling. Eventuele opvallende zaken of problemen dienen zo snel mogelijk met de mentor te worden besproken. Financiën: besteding rugzakgelden mentor zorgcoördinator extra vergadertijd voorlichting extra zorg middelen 20 uur op jaarbasis 20 uur op jaarbasis 15 minuten per vergadering voor alle docenten aan het docententeam of aan de klas deskundigheidsbevordering: abonnementen tijdschriften (Balans / NVA), boeken en methodes voor begeleiding, bezoek studiedagen zorgcoördinator en trainingen (Autisme in de klas); vakliteratuur indien nodig wordt extra zorg gegeven door de RT of de leerlingbegeleiders (=sociaal-emotioneel: gesprekken) voorzieningen t.b.v. laptopgebruik, sticks, extra boekenpakket etc., gebruik van de lift, ondersteunende middelen zoals digipad. Cursussen faalangstreductie, motorische RT of sociale vaardigheden vallen hier niet onder. Ook huiswerktoezicht wordt niet gerekend tot extra zorg. Bij de evaluatie van het handelingsplan wordt de verantwoording van de financiën aangegeven. Derde lijn ZAT Een keer per 6 weken komt het Zorg-Advies-Team (ZAT) bijeen. Dit is een multidisciplinair zorgoverleg waarin er primair wordt afgestemd tussen externe instanties en de interne begeleiding. Bij acute hulpvragen kan een leerling direct aangemeld worden bij het ZAT, via de zorgcoördinator. De doelstellingen van het ZAT overleg zijn: - problemen die in de school niet te beantwoorden zijn, worden vanuit meer disciplines bekeken en daarbij wordt naar antwoorden gezocht; - verwijzing naar gespecialiseerde hulpverlening; - terugdringen van vroegtijdig schoolverlaten; - uitwisseling van expertise vanuit de verschillende instanties; - evalueert en stelt bij betreffende de begeleiding, zorg en hulpverlening. 9
Naast de interne begeleiders van school (zorgteam) zijn er ook externe deskundigen aanwezig. De externe deskundigen zijn vertegenwoordigers van: Bureau Jeugd Zorg, Leerplicht, Centrum voor Jeugd en Gezin, Sovee en Politie. Er zijn drie mogelijkheden om leerlingen in te brengen in het ZAT: - als casus; - met toestemming ouders (mondeling); - met toestemming ouders (schriftelijk). De zorgcoördinator van het Griftland College is voorzitter van het ZAT-overleg. Per leerling wordt een casemanager aangesteld. De voorzitter van het ZAT zorgt voor de vastlegging van de afspraken. De zorgcoördinator heeft 1x per maand overleg met de afdelingsleiding om de zorgleerlingen goed in beeld te krijgen en indien nodig bijtijds door te verwijzen naar het intern zorgteam/zat. 10
Landelijke maatregelen Passend Onderwijs De organisatie van de verschillende zorgstructuren binnen het onderwijs is complex en kent een aantal knelpunten: kinderen die thuis zitten of op wachtlijsten staan, veel bureaucratie rond indicatiestelling, onvoldoende aansluiting en samenwerking tussen de deelsystemen, onvoldoende afstemming en samenwerking met (jeugd)zorg, etc. Naar aanleiding hiervan is in de politiek gediscussieerd over een herziening van de zorgstructuren. Dit heeft geleid tot het concept Passend Onderwijs. In brieven aan de Tweede Kamer heeft het kabinet een uitwerking aan dit concept gegeven. Centraal in de uitwerking staan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en de vorming van regionale netwerken om tot een betere organisatie van onderwijs en zorg te komen. Passend Onderwijs beoogt dat scholen een passend onderwijsaanbod hebben voor ieder kind dat bij de school wordt aangemeld of staat ingeschreven. Wanneer de school zo n passend aanbod zelf niet kan bieden moet de school op zoek naar partners die dat wél kunnen. Dat betekent dat scholen meer moeten gaan samenwerken. Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs en Speciaal Onderwijs gaan op regionaal niveau nauwere banden aan om aan ieder kind passend onderwijs te kunnen bieden. Hechtere samenwerking met (jeugd)zorgpartners zorgt voor een passend onderwijsaanbod, een jeugdzorgprogramma voor nog meer leerlingen. In het realiseren van die samenwerking en in het voorbereiden van de benodigde integrale indicatiestelling is het zorg- en adviesteam onmisbaar. Dit betekent voor het Griftland College dat wij met de verschillende scholen uit Baarn, Soest, Amersfoort en de omliggende gemeenten tot het Samenwerkingsverband Eemland (SWV Eemland) zijn gekomen. Alle scholen die tot het SWV behoren, hebben in samenwerking met het APS (Algemeen Pedagogisch Studiecentrum) een schoolondersteuningsprofiel (SOP) opgesteld, waarin is opgenomen welke zorg de verschillende scholen van het SWV Eemland kunnen bieden. Vanaf augustus 2014 hebben scholen zorgplicht. Met zorgplicht wordt bedoeld dat de school waar ouders hun kind aanmelden, verplicht is om binnen het samenwerkingsverband te zoeken naar een school die passend onderwijs kan bieden. Het versterken van de zorgstructuur In augustus 2014 gaat Passend Onderwijs van start. In het schooljaar 2013-2014 wordt gewerkt aan de implementatie hiervan. Met de invoering van Passend Onderwijs zullen de zogenoemde rugzakken verdwijnen. Daarmee verdwijnt ook de begeleiding door de ambulant begeleiders op school. Het is de bedoeling dat alle scholen binnen het Samenwerkingsverband dezelfde basiszorg gaan leveren. Op het Griftland College hebben de docenten al met leer- en gedragsproblematiek te maken. Er worden al meer leerlingen met aandoeningen als dyslexie, astma, allergieën, PDD-NOS, NLD, DCD op het Griftland College begeleid, met positief resultaat. Vanaf augustus 2014 vervalt de ondersteuning door de ambulant begeleiders en zullen docenten meer toegerust moeten zijn op de begeleiding van leerlingen. In het najaar van 2013 komt in een (eventueel virtuele) bijeenkomst met de docenten het onderstaande aan de orde: 11
- informatie over de stand van zaken Passen Onderwijs; - de gevolgen van Passend Onderwijs in de dagelijkse praktijk; - de ondersteuningsbehoefte van docenten. Docenten zien en spreken de leerling het meest. De leerlingbegeleiders, de RT-ers en de zorg moeten gericht zijn op het ondersteunen van docenten in de klas. Natuurlijk blijven de gesprekken met interne deskundigen nodig, zeker als het gaat om persoonlijke problemen van leerlingen. Een speerpunt de komende jaren moet is de deskundigheidsbevordering en ondersteuning van de docenten door de specialisten uit de zorg (intern of extern). Om transparant te kunnen werken en om gestelde doelen beter te kunnen meten en indien nodig bij te stellen, wordt een procesbewakingssysteem opgezet. Ouders kunnen in de toekomst een passend onderwijsaanbod van de school eisen. Het is dan ook van groot belang ouders intensief bij de school en de zorg te betrekken. Op die manier wordt voor ouders zichtbaar wat er zich op school afspeelt en wat de school aan inspanningen verricht. Dit alles wordt gedocumenteerd in SOM. Ouders hebben recht op inzage in dit leerlingvolgsysteem. Het is dus ook van groot belang dat alle disciplines gebruik maken van SOM, omdat de school vaker dan voorheen ter verantwoording zal worden geroepen. 12