BENCHMARK 2015 SUPERMARKTEN

Vergelijkbare documenten
BENCHMARK 2016 SUPERMARKTEN

Bedrijfsprofiel. 1 & 2 sterrenhotels in beeld. Anders denken, anders doen. In dit profiel: Van Spronsen & Partners horeca-advies December 2006

cijfers & trends ambachtelijke brood- en banketbakkerij Beko Advies een initiatief van Beko Advies en GIBO CAD Accountants en Adviseurs

GfK Supermarktkengetallen

GfK Supermarktkengetallen

De online omzet van de supermarkten (1.0% binnen totaal omzet) in kwartaal blijft nog achter bij de Foodspeciaalzaken (5.7%).

Kengetallen Mobiliteitsbranche

GfK Supermarktkengetallen

Analyse ontwikkeling leerlingaantallen

Significante groei en sterk vertrouwen

pagina 1 25 aan Sectorcommissie Loonwerk onderwerp Factsheet Loonwerk 2011 Documentnummer Na datum 29 oktober 2012 van Judith Terwijn

9.1 Verwacht resultaat Exploitatie-begroting Omzet showroom en overig , , ,44

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Ontwikkeling aantal leerlingen (index: 2009 = 100) (index: 2014 = 100)

De barometer week 26:

Ontwikkeling leerlingaantallen

Kengetallen Mobiliteitsbranche

Deloitte Branchegroep Retail September Bedrijfsvergelijking 2013 Zelfstandige levensmiddelendetailhandel

Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007

GfK Supermarktkengetallen

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 tot en met 8.

pagina 1 20 aan Sectorcommissie Bedrijfsverzorgingsdiensten onderwerp Factsheet Bedrijfsverzorgingsdiensten 2011 Documentnummer N

GfK Supermarktkengetallen

KENGETALLEN MOBILITEITSBRANCHE

Bij een resultatenbegroting (ook wel exploitatiebegroting genoemd) wordt een overzicht gemaakt van de opbrengsten en van de kosten.

Factsheet Paddenstoelen 2016

GfK Supermarktkengetallen

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Prognose aantal leerlingen (index: 2011 = 100) (index: 2016 = 100)

Lichte omzetgroei supermarkten in april 2015.

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Nationaal Leenonderzoek Analyse van tienduizenden leningaanvragen uit 2016

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

GfK Supermarktkengetallen

Eindexamen havo m&o I

Module 4 Inzicht in cijfers

AMBACHTELIJKE BROOD- EN BANKETBAKKERIJ

Allochtonen op de arbeidsmarkt

Factsheet Groothandel in Bloembollen Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2013

Langdurige werkloosheid in Nederland

Samengevat bereken je de nettowinst van een onderneming zo:

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Anderhalf jaar stijgende lijn werkloosheid

[ARBEIDSMARKTRAPPORTAGE]

CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN FYSIOTHERAPEUTEN Peiling 2003

Persoonlijke gegevens van Wethouders

KvK-Bedrijvendynamiek

WINSTGEVENDHEID OP DE WINKELVLOER. Drs. Melanie Murk EFMI Business School

Kengetallen mobiliteitsbranche

2 Constante en variabele kosten

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003

Stagnatie zet door op startersmarkt Randstad trekt extra startende ondernemers

Samenvatting M&O periode 1. Hoofdstuk 13 8,4. Paragraaf 1. Samenvatting door G woorden 12 maart keer beoordeeld

CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN FYSIOTHERAPEUTEN (in de eerste lijn)

Aantal huisartsen en aantal FTE van huisartsen vanaf 2007 tot en met 2016

Factsheet Loonwerk Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2013

Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011

Even voorstellen Pim Dirckx

Factsheet Hoveniers 2016

.., Algemene Rekenkamer. BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Gen era a Binnenhof AA Den Haag

Diversiteit in de Provinciale Staten

Factsheet persbericht

Hypotheekschuld in Nederland:

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II

Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 2018

SPORTUITGAVEN ONDERZOEK

managementinformatie sturen met cijfers

Benchmark Kantoorcijfers 2012

Transcriptie:

Meer rendement, nu en in de toekomst BENCHMARK 2015 SUPERMARKTEN

1.0 INLEIDING Marshoek heeft een benchmark opgesteld over de supermarktbranche 2015. Marshoek is al meer dan 30 jaar financieel retailspecialist in de supermarktbranche. Naast ondersteuning op individueel niveau biedt Marshoek met haar afdelingen Retail Consultancy en Onderzoek & Ontwikkeling ook mogelijkheden om trends en ontwikkelingen in beeld te brengen, maar hier ook actief op te sturen. Hiervoor zet Marshoek haar kennis en kunde binnen de branche in, maar wordt er ook gebruik gemaakt van de beschikbare data. Deze benchmark is één van de producten welke hieruit voortkomen. In dit rapport worden de uitkomsten van de benchmark Foodretail gepresenteerd en wordt er ingegaan op de ontwikkelingen in de supermarktbranche. Aan de hand van de data wordt er in dit rapport een representatief beeld geschetst omtrent de performance van de afgelopen jaren én wat de ondernemer kan verwachten in de toekomst en hoe hier mee om te gaan. Naast het presenteren van de algemene resultaten over 2015 worden in deze benchmark Foodretail ook diverse ontwikkelingen en trends uitgelicht. Dit rapport kan daardoor als tool gebruikt worden om ook de toekomstige resultaten te verbeteren door in te spelen op kansen en ontwikkelingen in de markt. In dit rapport wordt tevens ingegaan op de invloed van de CAO-ontwikkelingen. Welke gevolgen heeft dit voor de ondernemer en wat heeft dit voor invloed op het personeelsbestand van de ondernemer? De ontwikkelingen met betrekking tot online worden besproken. Er wordt aandacht geschonken aan regionale verschillen, waarin wordt gekeken naar de verschillende bestedingspatronen van inwoners van een bepaalde regio en wat dit voor de ondernemer betekent. Marshoek gelooft in ondernemerschap en in franchising. De resultaten uit deze benchmark onderstrepen weer het belang van een goede formule in het juiste marktgebied en het lokale ondernemerschap van de ondernemer. Daarbij is het van belang dat zowel de franchisegever als de franchisenemer optimaal inspelen op trends en elkaar scherp houden. Daarbij is het voor de ondernemer tevens van belang om kritisch naar het eigen ondernemerschap te kijken. Marshoek begrijpt het belang van lokaal ondernemerschap en de grote diversiteit aan facetten welke hierbij komen kijken en biedt dan ook diverse diensten aan om de ondernemer hierbij te ondersteunen. Dit gaat veel verder dan alleen administratie en advies. Bijvoorbeeld het in beeld brengen van de kenmerken van een specifiek marktgebied of diverse trainingen voor zowel het personeel als voor de ondernemer zelf. Ontzorgen van de ondernemer en de juiste tools aanbieden om een optimaal rendement te genereren staan daarbij centraal. 1.1 HOOFDLIJNEN BENCHMARK FOODRETAIL 2015 Vanuit de resultaten van deze benchmark kan de conclusie worden getrokken dat 2015 een positief jaar is geweest voor de supermarktbranche. De totale supermarktbranche is in 2015 gegroeid qua omzet en de zelfstandige ondernemers hebben het fors beter gedaan dan de markt. De totale supermarktomzet is in het jaar 2015 met 3,2% gestegen van 33,28 miljard (2014) naar 34,33 miljard. De omzet per kassabon steeg met 0,4% naar 22,25, terwijl het aantal kassabonnen steeg met 2,8%. Een belangrijke verklaring voor de stijging van de omzet is de 53 e week welke in 2015 wel aanwezig was maar in 2014 niet. Wanneer voor zowel 2014 als 2015 met 52 weken wordt gerekend bedraagt de omzetstijging 1,1%, wat neerkomt op een omzet van 33,63 miljard (bron: GfK). De zondagomzet blijkt een belangrijke groeifactor te zijn. In 2015 is de zondagomzet van supermarkten gestegen met 21% naar 1,41 miljard (bron: GfK). Een deel van deze groei kan worden verklaard doordat er steeds meer supermarkten op zondag de deuren openen. Echter is er op de zondag ook sprake van autonome omzetgroei. Opvallend is ook de verder toegenomen promotiedruk in 2015, ondanks het wegvallen van de actieformule C1000. In 2015 kwam bijna een vijfde van de omzet voort uit promotieverkopen. Dit is een stijging van 0,5% ten opzichte van een jaar eerder (Bron: IRI). 2

Zelfstandige ondernemers laten een autonome omzetgroei zien van 2,9% ten opzichte van 2014. Deze omzetstijging is onder andere te verklaren doordat de gemiddelde besteding is gestegen naar 15,86 en doordat de klantenaantallen zijn gestegen. Dit houdt in dat er én meer klanten zijn aangetrokken én dat deze klanten gemiddeld ook meer besteed hebben. De brutowinst na derving is gestegen met een index van 102,3 en de nettomarge inclusief overige opbrengsten is gestegen met een index van 101,5. Dit is onder andere te verklaren door de daling van de geregistreerde derving en door het hogere versaandeel wat is behaald in 2015 ten opzichte van een jaar eerder. De belangrijkste kostenpost in de supermarktbranche zijn de loonkosten. Over 2015 is er een daling van de loonkosten van 1,7%, met een gemiddeld loonkostenpercentage van 7,9% van de consumentenomzet. De productiviteit (OPWU) is gestegen en het Kostprijs Uurloon (KPU) is gedaald. Dit laat zien dat de ondernemers het afgelopen jaar bewuster zijn omgegaan met de inzet van personeel. De nieuwe CAO en de ontwikkelingen binnen de politiek om jongere medewerkers eerder in aanmerking te laten komen voor een minimum volwassenloon zorgen ervoor dat het van groot belang blijft voor ondernemers om actief op hun loonkosten en personeelsinzet te sturen. De overige kosten zijn in 2015 gedaald met 2,8%. Met name de rente- en afschrijvingskosten zijn gedaald met een index van respectievelijk 87,2 en 92,2. Hieruit valt af te leiden dat het investeringsniveau van de winkels in de benchmark relatief gedaald is. Daarnaast zijn de overige kosten gedaald vanwege de 53 e week in 2015, omdat veel kosten al over 52 weken waren gedekt. De hogere omzet, de gestegen brutowinst, de lagere loonkosten en lagere overige kosten hebben tot een gestegen nettoresultaat geleid. De index van het nettoresultaat in 2015 ten opzicht van 2014 is 128,9. Met name de kleinere winkels in omzetcategorie A en B hebben een hoger nettoresultaat weten te bereiken met indexen van boven de 140. Uit onderzoek blijkt dat winkels welke een relatief hoger investeringsniveau kennen, een hogere omzetindex laten zien dan winkels met een lager investeringsniveau. Verder is zichtbaar dat winkels welke meegaan met ontwikkelingen, zoals zondagsopening en zelfscan, een hogere omzetindex zien dan winkels welke niet meedoen aan deze ontwikkelingen. Kortom, 2015 was een positief jaar voor de supermarktbranche, mede door het verdwijnen van C1000 en de relatief rustige markt. Er kan geconcludeerd worden dat ondernemers die meegaan met de ontwikkelingen en hun investeringen op peil houden, relatief de beste prestaties laten zien. Benchmark 2015 Supermarkten 3

2.0 OPZET BENCHMARK: WELKE CIJFERS LEZEN WE? De financiële en bedrijfseconomische rapportages van de exploitatie van de supermarkten worden ingericht volgens standaarden en modellen. Dit maakt het mogelijk een representatieve benchmark samen te stellen. 2.1 AANTALLEN EN VERDELING In deze benchmark zijn de cijfers van in totaal 260 supermarkten meegenomen, verdeeld over de formules: Jumbo, Albert Heijn, Plus, Coop, Spar en Emté. In de benchmark zijn alleen supermarkten meegenomen die zowel volledig 2015 als 2014 hebben gedraaid onder één formule. Supermarkten die zijn verbouwd en/of vergroot in één van beide jaren zijn niet meegenomen. De supermarkten zijn onderverdeeld in vier omzetcategorieën. Omzetcategorie Omzet Aantal supermarkten A < 50.000 weekomzet 63 B 50.000-150.000 weekomzet 85 C 150.000-250.000 weekomzet 65 D > 250.000 weekomzet 47 Totaal 260 Deze 260 supermarkten vormen een goede afspiegeling van de franchisemarkt van deze formules. De in deze benchmark opgenomen supermarkten vormen gezamenlijk ruim 22% van het totaal aantal franchisewinkels van de genoemde formules. Aantal franchise supermarkten in de benchmark Totaal aantal franchisewinkels van genoemde formules % winkels benchmark t.o.v. totaal franchisewinkels 260 1.177 22% 2.2 NORMALISATIE Om de cijfers vergelijkbaar te maken zijn een aantal posten genormaliseerd: Kostensoorten zijn ingedeeld onder een eenduidige indeling. Brutowinst wordt in alle gevallen gepresenteerd na derving en lekkage. Management fee/ondernemersbeloning is buiten de exploitatie gelaten. Afschrijving goodwill is buiten de exploitatie gelaten. Wanneer een eigen pand in de exploitatie zit, is een normatieve huur opgenomen en zijn de pand specifieke kosten (afschrijving/onderhoud/financiering) buiten de exploitatie gelaten. De post privégebruik auto is buiten de exploitatie gelaten. Er is geen rekening gehouden met belastingen. 2.3 LEESWIJZER Om de overzichten juist te interpreteren zijn er een aantal punten van belang: De overzichten betreffen de gemiddelde resultaten per week. Percentages zijn berekend ten opzichte van de consumentenomzet. Indexcijfers zijn berekend op de niet afgeronde percentages. 4

3.0 OMZET 3.1 TOTAAL CONSUMENTENOMZET Toelichting consumentenomzet: De consumentenomzet is de omzet inclusief BTW en wordt weergegeven in een gemiddelde per week. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 35.190 34.822 99,0 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 105.304 108.111 102,7 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 188.051 194.097 103,2 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 307.823 318.038 103,3 Branchetotaal 145.611 149.797 102,9 Consumentenomzet 350.000 103,3 300.000 250.000 200.000 103,2 150.000 102,9 100.000 102,7 50.000 99,0 0 Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Branchetotaal 2014 2015 De identieke omzetgroei over alle supermarkten in Nederland bedroeg over het jaar 2015, zoals eerder vermeldt 1,1%. De franchisewinkels waarvan de cijfers in deze benchmark zijn meegenomen, laten een identieke omzetgroei van 2,9% zien. De omzetindex van deze zelfstandige supermarktondernemers ligt daarmee dus aanzienlijk hoger dan de index welke over de totale markt is gerealiseerd. 3.2 GEMIDDELDE BESTEDING Toelichting gemiddelde besteding: De gemiddelde besteding is het gemiddelde bedrag dat per klant, per bezoek wordt besteed. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 11,93 12,08 101,3 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 15,17 15,78 104,0 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 17,13 17,24 100,6 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 18,09 18,14 100,3 Branchetotaal 15,40 15,68 101,8 Benchmark 2015 Supermarkten 5

Gemiddelde besteding 20,00 18,00 100,6 100,3 16,00 104,5 101,9 14,00 12,00 101,3 10,00 8,00 Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Branchetotaal 2014 2015 In de bovenstaande tabel is zichtbaar dat de gemiddelde besteding per klant in 2015 voor alle omzetcategorieën is gestegen in 2015 ten opzichte van een jaar eerder. Vooral winkels in de omzetcategorie B laten een sterke stijging van de gemiddelde besteding per klant zien. 3.3 KLANTENAANTALLEN Toelichting klantenaantallen: De klantenaantallen zijn het gemiddeld aantal kassabonnen per week. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 3.118 3.020 96,9 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 7.004 7.020 100,2 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 11.238 11.616 103,4 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 17.335 17.874 103,1 Branchetotaal 8.988 9.162 101,9 De vloerproductiviteit laat zien dat er per m² verkoopvloeroppervlakte (VVO) gemiddeld 150,84 omzet wordt behaald. Klantenaantallen 20.000 18.000 103,1 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 100,3 103,4 101,9 6.000 4.000 96,9 2.000 0 Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Branchetotaal 2014 2015 6

De klantenaantallen laten in 2015 een stijging zien ten opzichte van 2014. Vooral de omzetcategorieën C en D laten een sterke groei van het aantal klanten zien. De winkels in omzetcategorie A zien juist een daling van het aantal klanten in 2015 ten opzichte van een jaar eerder. 3.4 ZONDAGSOPENING EN ZELFSCAN De zondagomzet is in 2015 verder gestegen met 21% (bron: GfK). Dit komt deels doordat er steeds meer winkels op zondag hun deuren openen, maar ook doordat er steeds meer consumenten op zondag hun boodschappen doen. Daarnaast zien we de ontwikkeling dat er steeds meer winkels gebruikmaken van zelfscan als mogelijkheid voor de consument. In onderstaande grafiek wordt een vergelijk gemaakt tussen de omzetindex van winkels welke wel op zondag open zijn en niet op zondag open zijn en winkels welke wel zelfscan hebben en winkels zonder zelfscan. In deze grafiek wordt zichtbaar dat de winkels welke op zondag zijn geopend en winkels welke zelfscan aanbieden een aanzienlijk betere index laten zien dan winkels welke dit niet hebben. Omzetindex zondagsopening/zelfscan 104,0 103,5 103,0 103,0 103,6 102,5 102,0 101,5 101,0 100,5 101,5 101,9 100,0 Zondag Ja Nee Zelfscan 3.5 VERSAANDEEL Toelichting versaandeel: Het versaandeel wordt berekend op basis van de goederenomzet van de versgroepen Vlees, Wild & Gevogelte, AGF, Kaas, Vleeswaren, Brood, Bake-off, Gebak, Maaltijden en Verse Vis. Het versaandeel wordt weergegeven als een percentage ten opzichte van de totale goederenomzet. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 33,7% 34,0% 100,9 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 36,0% 36,3% 100,8 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 36,8% 37,0% 100,5 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 36,8% 37,1% 100,8 Branchetotaal 35,8% 36,1% 100,8 Het omzetaandeel van de versafdelingen is interessant, omdat er in deze omzetgroepen gemiddeld een hogere brutomarge wordt behaald dan op de overige productgroepen in de winkel. Het is dus in het belang van de totaalmarge dat het versaandeel hoog is. Tevens zien we in de markt dat de focus van de verschillende supermarktformules steeds meer op vers komt te liggen. De tabel en de grafiek (pagina 8) laten zien dat het versaandeel over alle omzetcategorieën is gestegen. Categorie C blijft hierbij wel iets achter, waardoor het fair share van deze groep wat is teruggelopen. Benchmark 2015 Supermarkten 7

Versaandeel 38,0% 37,0% 100,5 100,8 36,0% 100,8 100,8 35,0% 34,0% 100,9 33,0% 32,0% Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Branchetotaal 3.6 VLOERPRODUCTIVITEIT Toelichting vloerproductiviteit: De vloerproductiviteit is de omzet per vierkante meter verkoopvloeroppervlakte (vvo). Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 88,7 87,6 98,8 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 136,3 140,1 102,8 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 172,4 178,3 103,4 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 224,1 231,7 103,4 Branchetotaal 149,6 153,5 102,8 De vloerproductiviteit laat zien dat er per m² verkoopvloeroppervlakte (vvo) gemiddeld 153,5 omzet is behaald in 2015. Daarbij is het beeld duidelijk zichtbaar dat de vloerdruk groter is naarmate de omzet hoger is. Voor additionele omzet wordt dus relatief steeds minder meters gebruikt. 600.000 500.000 400.000 Omzet 300.000 200.000 100.000 - - 500 1.000 1.500 2.000 2.500 3.000 VVO In de bovenstaande grafiek is de verhouding tussen vierkante meter verkoopvloeroppervlakte en omzet weergegeven. 8

4.0 MARGE 4.1 BRUTOWINST Toelichting brutowinst: De gerealiseerde brutowinst wordt bepaald door de goederenomzet minus de inkoopwaarde van deze omzet, onder aftrek van eventuele kortingen. Hierin is de geregistreerde derving en niet-zichtbare derving verwerkt. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 17,4% 18,4% 105,4 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 20,4% 20,9% 102,1 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 22,2% 22,6% 102,0 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 23,7% 24,2% 102,0 Branchetotaal 22,1% 22,6% 102,3 * Indexcijfers zijn berekend op basis van niet afgeronde percentages. Brutowinst (na derving) 26,0% 24,0% 102,0 102,0 102,3 22,0% 102,1 20,0% 18,0% 105,4 16,0% 14,0% 12,0% Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Branchetotaal Bovenstaande figuren laten zien dat over alle omzetcategorieën de brutowinst in 2015 is gestegen ten opzichte van een jaar eerder. De gemiddelde stijging bedraagt hierbij 2,3%. Het meest opvallend is de hoge stijging van de winkels in omzetcategorie A, welke met een stijging van 5,4% ruim boven het gemiddelde scoren. Het absolute verschil tussen de verschillende omzetcategorieën wordt voor een belangrijk deel verklaard door de verschillen tussen de diverse conditiestelsels. Daarom is voor een vergelijk tussen de omzetcategorieën de nettomarge relevanter. Benchmark 2015 Supermarkten 9

4.2 NETTOMARGE INCLUSIEF OVERIGE OPBRENGSTEN Toelichting nettomarge inclusief overige opbrengsten: De nettomarge is de marge inclusief overige margecomponenten zoals (inkoop) bonussen, omzetcorrecties en margecorrecties. De overige opbrengsten bestaan onder andere uit provisies postagentschap, vrijvalleningen en bijdrage vanuit de organisaties. Ook de organisatiekosten (distributie- en formulefee) zijn hierin verwerkt. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 18,8% 19,7% 104,7 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 17,9% 18,2% 101,4 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 17,4% 17,7% 101,3 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 17,9% 18,1% 101,3 Branchetotaal 17,8% 18,1% 101,5 * Indexcijfers zijn berekend op basis van niet afgeronde percentages. Nettomarge (incl. overige opbrengsten) 20,0% 104,7 19,5% 19,0% 18,5% 18,0% 101,4 101,3 101,3 101,5 17,5% 17,0% 16,5% 16,0% Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Branchetotaal Ook de nettomarges zijn in 2015 flink gestegen ten opzichte van 2014. Deze stijging manifesteert zich binnen alle omzetcategorieën. 4.3 GEREGISTREERDE DERVING Toelichting geregistreerde derving: De geregistreerde derving bestaat uit de goederenderving en de prijsderving. De geregistreerde derving wordt uitgedrukt in een percentage ten opzichte van de consumentenomzet. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 1,61% 1,55% 96,4 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 1,15% 1,11% 96,9 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 0,96% 0,96% 99,9 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 0,87% 0,89% 101,6 Branchetotaal 1,16% 1,14% 98,0 * Indexcijfers zijn berekend op basis van niet afgeronde percentages. 10

De geregistreerde derving over de gehele branche is gedaald. Alleen in omzetcategorie D is de geregistreerde derving in 2015 hoger geweest dan in 2014. Tevens wordt uit deze tabel duidelijk dat de derving ten opzichte van de consumentenomzet duidelijk terugloopt naarmate de omzet hoger wordt. Dit ligt ook in de lijn der verwachtingen gezien de hogere vloerproductiviteit voor de winkels in de hogere omzetcategorieën. 5.0 PERSONEELSKOSTEN 5.1 LOONKOSTEN Toelichting loonkosten: De loonkosten worden bepaald door alle brutolonen te verhogen met de sociale lasten voor rekening van de werkgever en de pensioenlasten. De loonkosten (exclusief overige personeelskosten) worden uitgedrukt in een percentage van de consumentenomzet. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 7,2% 7,1% 98,5 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 7,8% 7,7% 98,8 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 8,2% 8,0% 97,5 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 8,1% 8,0% 98,6 Branchetotaal 8,0% 7,9% 98,3 * Indexcijfers zijn berekend op niet afgeronde percentages. De loonkosten zijn in 2015 binnen alle categorieën gedaald. Dit is een positieve ontwikkeling. Als we tussen de categorieën gaan kijken zien we dat categorie C relatief de grootste daling heeft gerealiseerd en dat de overige categorieën vrijwel gelijk hebben gescoord. Loonkosten 8,4% 8,2% 8,0% 7,8% 98,8 97,5 98,6 98,3 7,6% 7,4% 7,2% 98,5 7,0% 6,8% 6,6% 6,4% Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Branchetotaal 2014 2015 Benchmark 2015 Supermarkten 11

5.2 OVERIGE PERSONEELSKOSTEN Toelichting overige personeelskosten: De overige personeelskosten bestaan uit bijvoorbeeld opleidingskosten en kosten voor assurantie van personeel. De overige personeelskosten worden uitgedrukt in een percentage van de consumentenomzet. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 0,18% 0,17% 92,4 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 0,26% 0,26% 102,3 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 0,34% 0,33% 95,4 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 0,35% 0,34% 97,1 Branchetotaal 0,34% 0,32% 93,9 * Indexcijfers zijn berekend op niet afgeronde percentages. Net als de loonkosten zijn ook de personeelskosten gedaald. Alleen in omzetcategorie B zien we een lichte stijging van deze kosten. 5.3 OPWU Toelichting Omzet Per Werk Uur: Het productiviteitskengetal Omzet Per Werk Uur (OPWU) wordt berekend door de consumentenomzet te delen door het aantal gewerkte uren. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 198 199 100,5 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 179 184 102,4 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 178 183 103,1 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 187 189 101,2 Branchetotaal 185 188 101,9 Bovenstaande grafiek laat zien dat de productiviteit over het algemeen is gestegen. Opvallend is echter wel dat vooral omzetcategorie B en C een sterke stijging van de productiviteit laten zien, terwijl omzetcategorie A en D wat achter blijven. Verder is het opvallend dat de productiviteitstijging niet gelijk loopt met de omzetstijging. Relatief hebben de supermarkten dus meer uren ingezet. 5.4 KOSTPRIJS UURLOON Toelichting Kostprijs Uurloon: Het Kostprijs Uurloon (KPU) wordt berekend door de totale loonkosten te delen door het aantal gewerkte uren. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het KPU weer. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 13,95 13,64 97,8 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 14,00 13,92 99,4 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 14,62 14,51 99,3 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 15,11 15,15 100,3 Branchetotaal 14,34 14,22 99,2 12

Deze tabel laat zien dat er in 2015 een daling van de KPU is gerealiseerd. Voor omzetcategorie D is er nog sprake van een lichte stijging, maar zeker in omzetcategorie A is het KPU aanzienlijk gedaald. Relatief is er in 2015 dus meer met goedkope uren gewerkt dan in 2014. 5.5 VERDIEPING PERSONEELSBESTAND Bovenstaande paragrafen hebben laten zien dat er in 2015 sprake is geweest van een daling van de personeelskosten, welke zowel voortkomt uit een gestegen productiviteit als een gedaald KPU. Deze daling van personeelskosten is een trendbreuk met eerdere jaren, waarin de personeelskosten ieder jaar zijn gestegen. Focus op lage personeelskosten heeft een positief effect op het rendement via de kostenkant. Echter teveel besparen op personeelskosten gaat ten koste van de kwaliteit. Voor de ondernemer is het van belang om daarom een beleid te formuleren waarin de optimale balans tussen kosten en kwaliteit wordt gevonden. Een onderdeel hiervan is de gewenste opbouw van het personeelsbestand op het gebied van het soort dienstbetrekking en het loongebouw. Marshoek heeft een overzicht gemaakt van de opbouw van het personeelsbestand. Dit vergelijk wordt gedaan op basis van de beste, gemiddelde en slechtste dekkingsbijdrage. De dekkingsbijdrage wordt berekend door de totale loonkosten van de nettomarge af te trekken. In onderstaande figuren zijn de resultaten van deze analyse weergegeven. Dienstbetrekking 100% 90% 1% 4% 6% 80% 70% 60% 50% 73% 72% 75% 40% 30% 20% 10% 0% 19% 17% 14% 7% 7% 5% Beste score Gemiddelde Slechtste score Fulltime Parttime Hulpkracht Overig Loonschalen 100% 90% 80% 1% 1% 32% 5% 4% 26% 4% 2% 18% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 76% 65% 65% Beste score Gemiddelde Slechtste score A B C > C Benchmark 2015 Supermarkten 13

Uit de getoonde figuren komen een aantal opvallende kenmerken naar voren. Circa 75% van alle medewerkers binnen de supermarkt zijn hulpkracht. Het verschil in dienstbetrekkingen tussen winkels met een hoge en een lage dekkingsgraad is relatief beperkt. Het grootste verschil dat naar voren komt zit in het aandeel parttimers. Uit de figuren komt naar voren dat supermarkten met een relatief hoge dekkingsgraad meer parttimers (12-32 uur contracten) in dienst hebben. Het lijkt er dus op dat een vaste en daarmee wat duurdere base van medewerkers zorgt voor een hogere dekkingsgraad. Deze medewerkers zijn in staat om meer kwaliteit te leveren en zijn ook op meerdere momenten in de week aanwezig wat zorgt voor een betere borging van het proces en herkenbaarheid bij de klant. Deze meerwaarde van de relatief wat duurdere parttimers ten opzichte van hulpkrachten, compenseert de wat hogere loonkosten welke dit tot gevolg heeft. Binnen de loonschalen zien we ook een opvallend verschil tussen de winkels met een hoge dekkingsgraad en de winkels met een lage dekkingsgraad. Zo zien we hier dat winkels met een hoge dekkingsgraad duidelijk meer medewerkers in loonschaal B hebben zitten, terwijl de winkels met lage dekkingsgraden juist relatief veel medewerkers in loonschaal A hebben zitten. Opvallend is tevens nog dat de winkels met een hoge dekkingsgraad vrijwel geen medewerkers hebben welke een hogere loonschaal hebben dan loonschaal B. Dit geeft aan dat deze winkels ervoor kiezen te investeren in de zogenaamde middenlaag om zo een optimale verhouding tussen kosten en kwaliteit te bereiken. Tot slot worden de eerder getoonde grafieken hierna herhaald waarbij het gemiddelde personeelsbestand over de verschillende omzetcategorieën wordt weergegeven. Hierbij zien we dat in de omzetcategorie A een relatief grote groep overig is. In de groep overig zitten de uitzendkrachten en de vakantiekrachten. Verder is opvallend dat wanneer een winkel een hogere gemiddelde weekomzet draait, het percentage fulltimers ook hoger ligt. Dienstbetrekking 100% 90% 10,37% 3,30% 1,30% 3,95% 80% 70% 60% 50% 71,0% 78,1% 80,2% 74,3% 40% Fulltime 30% 20% 10% 0% 15,6% 3,1% A 13,7% 4,9% B 12,9% 5,6% C 13,7% 8,0% D Parttime Hulpkracht Overig Voor wat betreft loonschalen zien we vooral dat de middencategorieën relatief veel medewerkers in schaal C hebben en dat winkels in omzetcategorie D duidelijk meer medewerkers in schaal B hebben. 14

Loonschalen 100% 90% 80% 1,6% 1,62% 17,6% 3,7% 1,42% 16,9% 3,7% 2,02% 17,9% 2,3% 1,58% 21,7% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 79,2% 78,0% 76,4% 74,5% A B C 0% A B C D > C 5.6 EFFECT NIEUWE CAO Op 28 december 2015 is er een akkoord bereikt over een nieuwe Belangrijkste feiten van de nieuwe CAO Levensmiddelenbedrijf (detail) 2013 CAO voor de supermarkt- branche. Dit akkoord werd ondertekend door vakbond CNV, de FNV was op 16 december 2015 al uit het overleg gestapt. De nieuwe CAO gaat met terugwerkende Looptijd: Ondertekend door: Niet ondertekend door: Van 01-04-2013 tot 31-03-2017 CNV FNV, De Unie en overige bonden kracht in vanaf 1 april Loonsverhoging in %: 2013 en loopt tot 1 april 2017. Per 1-1-2014 1,25% Voor het gemak wordt in de tabel hiernaast de belangrijkste Per 1-1-2015 1,25% uitkomsten uit de nieuwe CAO weergegeven. Met name de verandering van de leeftijd van 23 jaar naar 22 jaar, wanneer men in aanmerking komt voor een minimum volwassenloon, springt eruit. Aan de hand van de beschikbare data van 125 zelfstandige supermarkten heeft Per 1-4-2016 Per 1-1-2017 Vakvolwassen vanaf leeftijd: Volwaardige banen: 1,75% 0,75% 22 jaar per 01-07-2016 (was 23 jaar) Min. 1.000 volwaardige banen (>12 uur per week) creëren vanaf 01-20-2016 Marshoek onderzoek gedaan naar deze verandering. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder weergegeven. Allereerst is er gekeken wat het gemiddelde KPU is van een 22-jarige en een 23-jarige, tevens is gekeken hoeveel procent van de totaal gewerkte uren en hoeveel procent van het personeelsbestand bestaat uit 22-jarigen en 23-jarigen. Leeftijd KPU % van totaal personeelsbestand % van totaal gewerkte uren 22 jaar 14,11 4,0% 4,7% 23 jaar 16,02 2,7% 3,5% Benchmark 2015 Supermarkten 15

Gemiddeld stijgt het KPU van een 22-jarige met 13,5% wanneer hij 23 jaar wordt. Aangezien in 2015 4,7% van de gewerkte uren door een 22-jarige is ingevuld, geeft dit de volgende vergelijking: Stijging KPU x percentage gewerkte uren door een 22-jarige = Stijging totale loonkosten Met het oog op de eerder getoonde tabel geeft dit dus het volgende resultaat: 13,5% x 4,7% = 0,64% Conclusie is dat de bruto loonsom van een gemiddelde zelfstandige supermarktondernemer stijgt als gevolg van de verhoging van het loon van een 22-jarige naar het niveau van een 23-jarige met ca. 0,64% op basis van het aantal gewerkte uren. Personeelsdata 22 jaar 23 jaar Verschil % van totaal personeelsbestand 3,8% 2,6% -1,2% % dat aanblijft na 23 e verjaardag 100,0% 68,6% -31,4% % van totaal gewerkte uren 4,7% 3,5% -1,2% % bruto uurloon 23-jarige t.o.v. 22-jarige 100,0% 112,9% 12,9% % KPU 23-jarige t.o.v. 22-jarige 100,0% 113,5% 13,5% De vraag is natuurlijk wat er zal gebeuren met de leeftijd van het personeel wanneer jongere medewerkers duurder worden. Marshoek heeft gekeken naar het aandeel van verschillende leeftijdsgroepen dat nog steeds in dienst is bij een supermarkt wanneer de medewerker de leeftijd van 23 bereikt. Hieruit blijkt dat van de 22-jarige medewerkers 68,6% ook als 23-jarige nog werkzaam is in de supermarkt. Het verloop tussen 22 jaar en 23 jaar bedraagt dus 31,4%. Dit is na een vergelijking van het verloop tussen 21-jarigen en 22-jarigen niet opvallend hoog maar vergelijkbaar. In feite zien we dus dat momenteel het overgrote deel van de medewerkers dat op 22-jarige leeftijd nog in dienst is, ook nog in dienst blijft wanneer zij de leeftijd van 23 bereiken (en dus fors duurder worden). Deze kostenstijging door deze groep medewerkers wordt door veel ondernemers dus voor lief genomen. Dit gegeven sluit ook aan bij het onderzoek dat is uitgevoerd door Marshoek en is gepresenteerd in de Benchmark Foodretail 2014. Nieuw besluit kabinet Op 21 april 2016 maakte minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken bekend dat het kabinet samen met de werkgeversorganisaties en vakbonden besloten heeft enkele hervormingen te gaan uitvoeren op de arbeidsmarkt. Eén van deze hervormingen is het verlagen van het minimum jeugdloon naar 21 jaar. Dit is nog een jaar eerder dan in de nieuwe supermarkten CAO is besloten. Tevens is ermee ingestemd om het jeugdloon van 18- en 19-jarigen stapsgewijs omhoog te laten gaan. Hier tegenover staat het verdwijnen van enkele zware en dure verplichtingen voor bedrijven bij de re-integratie van zieke werknemers. In het vorige gedeelte is gekeken naar het effect van het verlagen van het minimumloon van 23 naar 22 jaar. In dit gedeelte zal gekeken worden welk effect er is wanneer de leeftijd voor minimum volwassen loon daalt van 23 naar 21 jaar. Hiervoor is dezelfde data gebruikt als bij het vorige vergelijk. Leeftijd KPU % van totaal personeelsbestand % van totaal gewerkte uren 21-22 jaar 12,39 9,4% 10,4% 23 jaar 16,02 2,7% 3,5% Gemiddeld stijgt het KPU van een 21/22-jarige met 29,3% wanneer hij 23 jaar wordt. Aangezien in 2015 10,4% van de gewerkte uren door een 21/22-jarige is ingevuld, geeft dit de volgende vergelijking: Stijging KPU x percentage gewerkte uren door een 21/22-jarige = Stijging totale loonkosten 16

Met het oog op de getoonde tabel geeft dit dus het volgende resultaat: 29,3% x 10,4% = 3,04% Conclusie is dat het bruto loonsom van een gemiddelde zelfstandige supermarktondernemer stijgt als gevolg van de verhoging van een 21/22-jarige naar het niveau van een 23-jarige met ca. 3,04% op basis van het aantal gewerkte uren. Personeelsdata 21-22 23 Verschil % van totaal personeelsbestand 9,4% 2,6% -6,8% % dat aanblijft na 23 e verjaardag 100,0% 27,9% -72,1% % van totaal gewerkte uren 10,4% 3,5% -6,9% % bruto uurloon 23-jarige t.o.v. 22-jarige 100,0% 128,2% 28,2% % KPU 23-jarige t.o.v. 22-jarige 100,0% 129,3% 29,3% Benchmark 2015 Supermarkten 17

6.0 OVERIGE KOSTEN Toelichting overige kosten: De overige kosten betreffen de huisvestings-, verkoop-, vervoers-, productie-, algemene-, afschrijvings-, en rentekosten. De kosten worden per omzetcategorie weergegeven en uitgedrukt in procenten van de consumentenomzet. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 Huisvestingskosten 3,9% 3,9% 100,1 Verkoopkosten 1,5% 1,6% 107,2 Vervoerskosten 0,2% 0,2% 113,1 Productiekosten 0,4% 0,5% 108,1 Algemene kosten 1,7% 1,7% 100,3 Afschrijvingskosten 1,6% 1,6% 97,6 Totaal rente 0,7% 0,7% 97,1 Totaal overige kosten 10,0% 10,1% 101,1 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 Huisvestingskosten 3,3% 3,2% 96,4 Verkoopkosten 1,2% 1,1% 96,8 Vervoerskosten 0,1% 0,1% 97,2 Productiekosten 0,4% 0,4% 103,8 Algemene kosten 0,9% 0,9% 102,6 Afschrijvingskosten 1,9% 1,8% 92,5 Totaal rente 0,4% 0,3% 77,4 Totaal overige kosten 8,2% 7,8% 95,5 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 Huisvestingskosten 3,0% 2,9% 96,0 Verkoopkosten 0,9% 0,9% 105,1 Vervoerskosten 0,1% 0,1% 100,4 Productiekosten 0,3% 0,3% 98,7 Algemene kosten 0,7% 0,7% 100,3 Afschrijvingskosten 1,8% 1,6% 87,3 Totaal rente 0,4% 0,3% 78,3 Totaal overige kosten 7,1% 6,8% 94,6 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 Huisvestingskosten 2,7% 2,7% 97,5 Verkoopkosten 0,8% 0,8% 97,4 Vervoerskosten 0,1% 0,1% 95,7 Productiekosten 0,3% 0,3% 98,0 Algemene kosten 0,6% 0,6% 94,9 Afschrijvingskosten 1,4% 1,3% 91,7 Totaal rente 0,2% 0,2% 86,1 Totaal overige kosten 6,1% 5,9% 95,5 * Indexcijfers zijn berekend op niet afgeronde percentages. 18

Branchetotaal Huisvestingskosten 3,1% 3,1% 97,7 Verkoopkosten 1,0% 1,1% 102,1 Vervoerskosten 0,1% 0,1% 103,0 Productiekosten 0,3% 0,3% 102,9 Algemene kosten 0,9% 0,9% 100,0 Afschrijvingskosten 1,6% 1,5% 92,2 Totaal rente 0,4% 0,4% 87,0 Totaal overige kosten 7,6% 7,4% 97,1 De bovenstaande tabellen laten zien dat de totale overige kosten in procenten van de omzet zijn gedaald in 2015 ten opzichte van 2014. Alleen voor de omzetcategorie A zien we dat er sprake is van een lichte stijging van de kosten in percentage van de omzet. Overigens is de spreiding van de kostenontwikkeling wel verschillend over de verschillende omzetcategorieën. Alleen categorie D heeft over de hele linie lagere kosten weten te bewerkstelligen. De daling van de kosten komt onder andere voort uit het feit dat er in 2015 53 weken zaten, terwijl dit er in 2014 52 waren. Voor een deel van de kosten, zoals energiekosten of folderkosten, heeft dit geen effect omdat deze ook wekelijks gemaakt worden. Voor kosten welke per jaar worden vastgesteld, zoals huurkosten, kan dit echter wel verschil maken omdat de gemiddelde kosten per week dan zullen dalen als gevolg van een extra week. De grootste daling van de kosten in het branchetotaal zit in de rentekosten. Dit heeft mede te maken met het investeringsniveau van de winkels. Zo valt te zien dat naast de rente, ook de afschrijvingskosten relatief sterk zijn gedaald. Hieruit valt dus af te leiden dat het investeringsniveau van de winkels in de benchmark relatief gedaald is. De rentekosten zijn het meest gedaald ten opzichte van 2014 (index 87,1). Enerzijds heeft dit te maken met de lage rentestand, maar ook met het investeringsniveau. De afschrijvingen zijn als indicator van dit investeringsniveau lager geworden. Enerzijds is dit effect te verklaren door de samenstelling van de winkels in de benchmark (niet verbouwd, geen formulewijziging), maar het geeft ook aan dat winkels terughoudend zijn in het doen van kleine herinvesteringen om de winkel up-to-date te houden. Het blijven investeren in de winkel is belangrijk voor een ondernemer. De algemene uitstraling is voor veel klanten van belang voor de keuze waar zij hun boodschappen doen. Investeren kost echter geld en dit moet worden terugverdiend. Belangrijk is daarom dat investeringen leiden tot een hogere opbrengst. In het figuur zijn de hoogte van de afschrijvingen (in % van de omzet 2014) gepresenteerd ten opzichte Omzetindex 115,0 110,0 105,0 100,0 95,0 90,0 0,0% 0,5% 1,0% 1,5% 2,0% 2,5% 3,0% 3,5% Afschrijvingen van de omzetindex (2014 = 100). Hier is een significant verband aanwezig: een relatief hoger investeringsniveau heeft een positief effect op de omzetindex van een winkel. Hieruit valt dus af te leiden dat het investeren in de winkel een positief effect heeft op de omzet. Dit effect blijkt uit de analyse bijzonder sterk te zijn voor winkels in de hogere omzetcategorieën. Benchmark 2015 Supermarkten 19

7.0 ONLINE 7.1 ONTWIKKELINGEN De ontwikkelingen op het gebied van online (zowel bezorging als Pick-Up-Points) hebben in 2015 een sterke vlucht laten zien. Zo is Picnic van start gegaan met bezorgen, maar zien we ook in 2015 en 2016 de (verdere) uitrol van online bij formules als Jumbo, Plus, Spar en Coop. Over de potentiële omvang van de online markt zijn de meningen verdeeld, echter duidelijk is wel dat online een groeiende impact zal hebben op de traditionele omzet van supermarkten. Gemiddeld is de omzet via online gegenereerd nog zeer beperkt. De verschillen tussen winkels welke actief zijn in online zijn echter wel groot. Zo zijn er winkels welke nog geen 0,5% van hun omzet via het online kanaal genereren en winkels welke rond de 7% van hun omzet uit het online kanaal halen. Hierbij spelen diverse factoren een rol, waaronder de aandacht die de ondernemer eraan geeft; wordt er actief op ingezet of wordt het als service aangeboden zonder veel ruchtbaarheid. Deze aandacht bepaalt voor een deel ook het succes van de online dienst. De online markt staat nog in haar kinderschoenen. Dit betekent ook dat de data op dit gebied nog relatief beperkt is. Er waren in het jaar 2015 nog maar een beperkt aantal franchise supermarkten welke actief met online bezig waren. Toch zijn er al enkele gemeenschappelijke kenmerken te ontdekken tussen de verschillende winkels. Deze worden hieronder verder uitgediept. 7.2 MARKTGEBIED VAN ONLINE Om te kijken naar de gemeenschappelijke kenmerken van winkels welke een relatief hoog aandeel van hun omzet uit online halen (de Top winkels) en welke een relatief laag aandeel van hun omzet uit online halen (de Flop winkels), is er een selectie gemaakt waarin deze winkels tegenover elkaar zijn geplaatst. Voor deze winkels is het marktgebied in kaart gebracht en naast elkaar gezet in de volgende tabel. Opvallend aan de tabel is dat de Top winkels in een marktgebied acteren met relatief meer inwoners en huishoudens. Huishoudens in deze gebieden zijn gemiddeld wel wat kleiner. Ook het % gezinnen met kinderen is zoals verwacht hoger in een marktgebied van succesvolle winkels. Wat echt opvalt is dat de winkels die succesvoller zijn in online, in een marktgebied actief zijn waarin het gemiddeld inkomen onder het landelijk gemiddelde ligt, terwijl de winkels welke relatief minder succesvol zijn juist in een marktgebied actief zijn met gemiddeld hoge inkomens. Tevens is de omgevingsadressendichtheid en bevolkingsdichtheid per km² lager voor de Top winkels dan bij de Flop winkels. Een voorzichtige eerste conclusie is dat winkels in relatief minder verstedelijkte gebieden gemiddeld een hogere omzetpotentie in online omzet hebben dan winkels welke in meer verstedelijkte gebieden actief zijn. 20

Bevolkingsgegevens NL Top Flop Verschil Aantal inwoners 16.829.290 11.536 8.524 3.012 Aantal huishoudens 7.589.795 5.492 4.163 1.329 Huishoudensgrootte 2,2 1,7 1,8-0,1 % mannen 49,5% 50,1% 49,1% 1,0% % vrouwen 50,5% 49,9% 50,9% -1,0% % niet westerse allochtonen 12,0% 7,9% 5,9% 2,0% % gezinnen met kinderen 34,0% 35,0% 30,5% 4,5% Leeftijdsopbouw % 0-14 jaar 17,0% 16,3% 14,9% 1,5% % 15-24 jaar 12,0% 15,0% 11,3% 3,8% % 25-44 jaar 26,0% 25,2% 25,0% 0,2% % 45-65 jaar 28,0% 27,2% 27,4% -0,2% % + 65 jaar 17,0% 16,1% 21,0% -4,9% Gemiddelde leeftijd 39,8 39,0 41,7-2,7 Inkomensgegevens Inkomen per inwoner 22.400 21.556 25.788-4.232 Inkomen per ontvanger 30.800 29.700 34.825-5.125 % laag inkomen 40,0% 41,1% 38,5% 2,6% % hoog inkomen 20,0% 19,1% 23,3% -4,1% % niet-actieven 21,0% 22,4% 18,8% 3,7% Marktgebied Omgevingsadressen dichtheid 1.933 1.470 2.526-1.056 Bevolkingsdichtheid (km²) 500 2.970 3.919-949 % koopwoningen 56,0% 60,0% 57,3% 2,8% % huurwoningen 44,0% 40,0% 42,8% -2,8% Benchmark 2015 Supermarkten 21

8.0 ONTWIKKELING RESULTAAT/CASHFLOW 8.1 ONWIKKELING RESULTAAT Toelichting genormaliseerd nettoresultaat: Het nettoresultaat (voor belastingen en ondernemersbeloning) wordt uitgedrukt in procenten van de consumentenomzet. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 1,7% 2,4% 143,8 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 1,8% 2,6% 145,2 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 1,9% 2,6% 138,5 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 3,3% 4,0% 118,8 Branchetotaal 2,4% 3,1% 128,9 Het rendement is met een gemiddelde index van 128,9 sterk gestegen. Na een aantal jaren waarin het rendement onder druk heeft gestaan, is het beeld in 2015 een stuk verbeterd. Mede door een hogere omzet, sterk verbeterde brutowinst en lagere kosten is het rendement gestegen. Nettoresultaat 4,5% 4,0% 118,8 3,5% 3,0% 2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 143,8 145,2 138,5 128,9 0,0% Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Branchetotaal 2014 2015 Toelichting genormaliseerde vrije cashflow: De vrije cashflow wordt berekend door het nettoresultaat en de afschrijvingen bij elkaar op te tellen. Vanuit de cashflow vinden de investeringen, eventuele privé opnamen (bij een eenmanszaak of V.O.F.) en de aflossingen plaats. De cashflow wordt uitgedrukt als een percentage van de consumentenomzet. Categorie A: gemiddelde weekomzet < 50.000 3,3% 4,0% 121,1 Categorie B: gemiddelde weekomzet 50.000-150.000 3,8% 4,4% 116,3 Categorie C: gemiddelde weekomzet 150.000-250.000 3,8% 4,3% 112,4 Categorie D: gemiddelde weekomzet > 250.000 4,9% 5,4% 110,2 Branchetotaal 4,2% 4,7% 112,7 De cashflow is in 2015 toegenomen van 4,2% naar 4,7% van de consumentenomzet. 22

9.0 REGIONALE VERSCHILLEN Ondanks de kleine omvang van Nederland als land, zijn er grote verschillen te benoemen op het gebied van assortiment voor veel retailers. Een goed voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de Limburgse vlaai of de Drentse droge worst. Echter ook in de resultaten van deze benchmark kunnen op regionaal niveau verschillen worden ontdekt. In onderstaande figuren zijn deze verschillen verder uitgediept. Omzetindex Brutowinstindex Versaandeel Noord-Brabant 102,3 103,2 37,2% Limburg 101,4 101,9 39,4% Gelderland 102,9 103,2 35,7% Noord-Holland 102,1 103,5 37,1% Utrecht 103,0 103,2 36,5% Friesland 104,6 103,7 34,1% Zuid-Holland 101,4 102,2 36,0% Drenthe 103,2 106,9 34,6% Zeeland 99,5 106,3 36,5% Groningen 103,3 100,8 31,5% Overijssel 103,8 102,5 34,9% Flevoland 105,5 101,7 30,4% Totaal 102,9 102,3 36,1% In het bovenstaande figuur zien we dat op alle vlakken er grote verschillen bestaan in de resultaten van de verschillende provincies. Zo is de omzetindex in Flevoland heel hoog geweest, terwijl deze in Zeeland is achter gebleven. In brutowinstindex scoort Groningen relatief slecht, terwijl Drenthe juist een zeer hoge index laat zien. Voor de versaandelen zijn de verschillen zo mogelijk nog groter. Waar in Flevoland maar net 30% van de omzet uit vers komt, is dit voor Limburg gemiddeld bijna 40%. In het figuur zien we ook terug dat de noordelijke provincies relatief lage versaandelen hebben ten opzichte van de rest van het land. Afschrijvingen Gem. besteding Noord-Brabant 1,7% 17,45 Limburg 1,7% 16,06 Gelderland 1,8% 16,59 Noord-Holland 1,8% 13,29 Utrecht 1,9% 16,33 Friesland 1,7% 15,78 Zuid-Holland 1,6% 14,71 Drenthe 2,1% 15,12 Zeeland 1,6% 12,72 Groningen 1,9% 14,13 Overijssel 1,9% 16,17 Flevoland 1,3% 15,77 Totaal 1,7% 15,34 In bovenstaande figuur is af te lezen dat wat betreft afschrijvingen er weinig onderscheid zichtbaar is tussen de verschillende provincies, waarbij echter wel opvalt dat Flevoland relatief lage afschrijvingen kent en Drenthe juist relatief hoge afschrijvingen. Benchmark 2015 Supermarkten 23

Los van verschillen tussen provincies, bestaan er ook verschillen tussen winkels welke in een meer landelijke omgeving opereren en winkels welke in een meer stedelijke omgeving opereren. In onderstaande tabel is voor dit onderscheid een uitsplitsing gemaakt in enkele gegevens uit deze benchmark. Hierin wordt duidelijk dat de brutowinst in winkels die in meer stedelijke gebieden zijn gevestigd, gemiddeld hoger ligt dan in winkels die in een meer landelijk gebied zijn gelegen. Omzetindex Brutowinst Brutowinstindex Landelijk 102,1 20,8% 103,5 Stedelijk 102,5 22,0% 102,1 Totaal 102,3 21,4% 102,8 24

10.0 EXPLOITATIEONTWIKKELING 10.1 OMZETCATEGORIE A: < 50.000 Omschrijving Realisatie 2014 Budget 2015 Realisatie 2015 % % % Consumentenomzet 35.190 100,0% 35.652 100,0% 34.822 100,0% Omzetbelasting 3.065 8,7% 3.114 8,7% 3.052 8,8% Goederenomzet 32.125 91,3% 32.538 91,3% 31.770 91,2% Brutowinst (na derving) 6.136 17,4% 6.556 18,4% 6.399 18,4% Margecomponenten 261 0,7% 270 0,8% 225 0,6% Organisatiekosten 171 0,5% 173 0,5% 170 0,5% Nettomarge 6.225 17,7% 6.653 18,7% 6.454 18,5% Loonkosten 2.522 7,2% 2.389 6,7% 2.458 7,1% Overige personeelskosten 12 0,0% 22 0,1% 12 0,0% Totaal personeelskosten 2.534 7,2% 2.411 6,8% 2.470 7,1% Dekkingsbijdrage 3.691 10,5% 4.242 11,9% 3.984 11,4% Overige opbrengsten 408- -1,2% 297- -0,8% 416- -1,2% Huisvestingskosten 1.383 3,9% 1.432 4,0% 1.369 3,9% Verkoopkosten 513 1,5% 519 1,5% 543 1,6% Vervoerskosten 55 0,2% 65 0,2% 82 0,2% Productiekosten 158 0,4% 165 0,5% 169 0,5% Algemene kosten 587 1,7% 578 1,6% 583 1,7% Afschrijvingskosten 572 1,6% 562 1,6% 553 1,6% Totaal rente 260 0,7% 266 0,7% 250 0,7% Totaal overige kosten 3.528 10,0% 3.587 10,1% 3.549 10,2% Bedrijfsresultaat 571 1,6% 952 2,7% 851 2,4% Buitengewone baten en lasten 24 0,1% - 0,0% 5-0,0% Nettoresultaat 594 1,7% 952 2,7% 846 2,4% Benchmark 2015 Supermarkten 25

10.2 OMZETCATEGORIE B: 50.000-150.000 Omschrijving Realisatie 2014 Budget 2015 Realisatie 2015 % % % Consumentenomzet 105.304 100,0% 107.041 100,0% 108.111 100,0% Omzetbelasting 8.676 8,2% 9.106 8,5% 8.867 8,2% Goederenomzet 96.628 91,8% 97.935 91,5% 99.245 91,8% Brutowinst (na derving) 21.513 20,4% 22.222 20,8% 22.560 20,9% Margecomponenten 1.302 1,2% 1.183 1,1% 1.339 1,2% Organisatiekosten 4.645 4,4% 4.724 4,4% 4.782 4,4% Nettomarge 18.170 17,3% 18.681 17,5% 19.117 17,7% Loonkosten 8.209 7,8% 8.304 7,8% 8.331 7,7% Overige personeelskosten 405 0,4% 273 0,3% 359 0,3% Totaal personeelskosten 8.614 8,2% 8.577 8,0% 8.690 8,0% Dekkingsbijdrage 9.556 9,1% 10.104 9,4% 10.427 9,6% Overige opbrengsten 716- -0,7% 371- -0,3% 536- -0,5% Huisvestingskosten 3.458 3,3% 3.531 3,3% 3.423 3,2% Verkoopkosten 1.221 1,2% 1.215 1,1% 1.213 1,1% Vervoerskosten 137 0,1% 132 0,1% 136 0,1% Productiekosten 370 0,4% 444 0,4% 394 0,4% Algemene kosten 929 0,9% 889 0,8% 978 0,9% Afschrijvingskosten 2.041 1,9% 1.911 1,8% 1.939 1,8% Totaal rente 450 0,4% 415 0,4% 358 0,3% Totaal overige kosten 8.605 8,2% 8.538 8,0% 8.441 7,8% Bedrijfsresultaat 1.666 1,6% 1.937 1,8% 2.523 2,3% Buitengewone baten en lasten 238- -0,2% 170- -0,2% 261- -0,2% Nettoresultaat 1.904 1,8% 2.106 2,0% 2.764 2,6% 26

10.3 OMZETCATEGORIE C: 150.000-250.000 Omschrijving Realisatie 2014 Budget 2015 Realisatie 2015 % % % Consumentenomzet 188.051 100,0% 190.212 100,0% 194.097 100,0% Omzetbelasting 15.079 8,0% 16.899 8,9% 17.435 9,0% Goederenomzet 172.973 92,0% 173.313 91,1% 176.663 91,0% Brutowinst (na derving) 41.737 22,2% 42.589 22,4% 43.958 22,6% Margecomponenten 1.852 1,0% 1.788 0,9% 1.652 0,9% Organisatiekosten 11.793 6,3% 11.946 6,3% 12.229 6,3% Nettomarge 31.797 16,9% 32.430 17,0% 33.382 17,2% Loonkosten 15.399 8,2% 15.147 8,0% 15.503 8,0% Overige personeelskosten 649 0,3% 509 0,3% 639 0,3% Totaal personeelskosten 16.048 8,5% 15.656 8,2% 16.142 8,3% Dekkingsbijdrage 15.749 8,4% 16.773 8,8% 17.240 8,9% Overige opbrengsten 988- -0,5% 620- -0,3% 891- -0,5% Huisvestingskosten 5.598 3,0% 5.655 3,0% 5.547 2,9% Verkoopkosten 1.615 0,9% 1.668 0,9% 1.751 0,9% Vervoerskosten 195 0,1% 200 0,1% 202 0,1% Productiekosten 560 0,3% 611 0,3% 570 0,3% Algemene kosten 1.345 0,7% 1.243 0,7% 1.392 0,7% Afschrijvingskosten 3.423 1,8% 3.094 1,6% 3.086 1,6% Totaal rente 696 0,4% 609 0,3% 563 0,3% Totaal overige kosten 13.431 7,1% 13.080 6,9% 13.110 6,8% Bedrijfsresultaat 3.306 1,8% 4.313 2,3% 5.021 2,6% Buitengewone baten en lasten 254- -0,1% 45-0,0% 67-0,0% Nettoresultaat 3.556 1,9% 4.358 2,3% 5.082 2,6% Benchmark 2015 Supermarkten 27

10.4 OMZETCATEGORIE D: > 250.000 Omschrijving Realisatie 2014 Budget 2015 Realisatie 2015 % % % Consumentenomzet 307.823 100,0% 315.009 100,0% 318.038 100,0% Omzetbelasting 24.633 8,0% 25.260 8,0% 25.424 8,0% Goederenomzet 283.190 92,0% 289.749 92,0% 292.614 92,0% Brutowinst (na derving) 73.023 23,7% 74.316 23,6% 76.948 24,2% Margecomponenten 2.488 0,8% 1.803 0,6% 2.224 0,7% Organisatiekosten 21.594 7,0% 22.145 7,0% 22.441 7,1% Nettomarge 53.916 17,5% 53.974 17,1% 56.731 17,8% Loonkosten 24.878 8,1% 24.719 7,8% 25.351 8,0% Overige personeelskosten 1.092 0,4% 1.007 0,3% 1.095 0,3% Totaal personeelskosten 25.970 8,4% 25.726 8,2% 26.446 8,3% Dekkingsbijdrage 27.946 9,1% 28.249 9,0% 30.286 9,5% Overige opbrengsten 1.052- -0,3% 634- -0,2% 798- -0,3% Huisvestingskosten 8.371 2,7% 8.605 2,7% 8.436 2,7% Verkoopkosten 2.514 0,8% 2.405 0,8% 2.531 0,8% Vervoerskosten 232 0,1% 237 0,1% 230 0,1% Productiekosten 886 0,3% 858 0,3% 897 0,3% Algemene kosten 1.860 0,6% 1.731 0,5% 1.824 0,6% Afschrijvingskosten 4.317 1,4% 4.038 1,3% 4.091 1,3% Totaal rente 685 0,2% 638 0,2% 610 0,2% Totaal overige kosten 18.866 6,1% 18.511 5,9% 18.617 5,9% Bedrijfsresultaat 10.133 3,3% 10.372 3,3% 12.466 3,9% Buitengewone baten en lasten 167- -0,1% 56-0,0% 177- -0,1% Nettoresultaat 10.300 3,3% 10.428 3,3% 12.643 4,0% 28

10.5 EXPLOITATIE TOTAAL BRANCHE Omschrijving Realisatie 2014 Budget 2015 Realisatie 2015 % % % Consumentenomzet 145.611 100,0% 148.130 100,0% 149.797 100,0% Omzetbelasting 11.802 8,1% 12.522 8,5% 12.593 8,4% Goederenomzet 133.809 91,9% 135.608 91,5% 137.205 91,6% Brutowinst (na derving) 32.155 22,1% 32.934 22,2% 33.825 22,6% Margecomponenten 1.401 1,0% 1.225 0,8% 1.307 0,9% Organisatiekosten 8.412 5,8% 8.576 5,8% 8.718 5,8% Nettomarge 25.144 17,3% 25.583 17,3% 26.414 17,6% Loonkosten 11.642 8,0% 11.549 7,8% 11.778 7,9% Overige personeelskosten 495 0,3% 404 0,3% 478 0,3% Totaal personeelskosten 12.137 8,3% 11.953 8,1% 12.255 8,2% Dekkingsbijdrage 13.007 8,9% 13.631 9,2% 14.159 9,5% Overige opbrengsten 770- -0,5% 463- -0,3% 643- -0,4% Huisvestingskosten 4.378 3,0% 4.471 3,0% 4.362 2,9% Verkoopkosten 1.381 0,9% 1.375 0,9% 1.423 1,0% Vervoerskosten 149 0,1% 152 0,1% 156 0,1% Productiekosten 459 0,3% 493 0,3% 474 0,3% Algemene kosten 1.118 0,8% 1.054 0,7% 1.139 0,8% Afschrijvingskosten 2.442 1,7% 2.264 1,5% 2.279 1,5% Totaal rente 508 0,3% 468 0,3% 428 0,3% Totaal overige kosten 10.436 7,2% 10.276 6,9% 10.262 6,9% Bedrijfsresultaat 3.341 2,3% 3.817 2,6% 4.540 3,0% Buitengewone baten en lasten 166- -0,1% 77- -0,1% 135- -0,1% Nettoresultaat 3.517 2,4% 3.894 2,6% 4.665 3,1% Benchmark 2015 Supermarkten 29

De Molen 65 3995 AW Houten Postbus 16 3990 DA Houten T 030-63 59 400 F 030-79 98 634 info@marshoek.nl Marshoek BV. All rights reserved. This document is for informational purposes only. Marshoek makes no warranties, express or implied, in this document. www.marshoek.nl