HOOFDSTUK 2 Elke groep rundvee binnen het bedrijf vraagt om een eigen aanpak. Ook als het gaat om klauwmanagement. Inzicht in de specifieke succesmaatregelen en risico s van verschillende groepen helpt om signalen beter in te schatten en problemen in de toekomst te voorkomen. 18 Hoe gezonder jongvee opgroeit, hoe krachtiger het begint aan het leven als melkkoe. (Te) veel jongvee heeft reeds te kampen met klauwaandoeningen. Pinken Jongveeopfok legt de basis voor een gezonde, duurzame productie. Hierbij moeten gezonde en goedgevormde klauwen een van de bedrijfsdoelen zijn. Organiseer de omstandigheden zodanig dat klauwen zich gezond ontwikkelen. Adviezen: Zorg dat er altijd fris en smakelijk voer is (voldoende structuurgehalte). Waarborg de mineralenvoorziening. Voer rantsoenswijzigingen in de loop van een week door. Zorg voor frisse en ruime hokken, voorkom overbezetting. Voorzie in comfortabele en schone ligboxen. Bekap als buitenklauw hoger is dan binnenklauw. Zorg dat de ondervoeten schoon zijn. Controleer de klauwen bij staand en liggend vee. Behandel klauwinfecties, in bekapbox of met voetbad. Hier loopt de mestschuif van melkkoeien naar jongvee, waardoor ook klauwinfecties overgaan. Zorg dat de klauwen bij afkalven gezond zijn.
Vaarzen Nieuwmelkte vaarzen zijn een risicogroep voor voerfouten en klauwbevangenheid (zie pag 11). Veranderingen in de stofwisseling en de hormoonhuishouding hebben relatief grote effecten bij vaarzen. Pijn en ontsteking rond het geboortekanaal na afkalven remmen de voeropname en verminderen de weerstand. Sociale onzekerheid, angst voor onbekende koeien, en te weinig ligplaatsen zijn nog andere oorzaken dat vaarzen te veel staan en te weinig vreten en drinken. De introductie van een vaars in de koppel en in de stal brengt kan het dier veel stress en problemen brengen. Onwennige vaarzen en vaarzen die zich niet goed voelen, nemen veel minder maaltijden dan vertrouwde, gezon de vaarzen. Ze eten snel en kauwen weinig. Meestal nemen ze wel hun krachtvoer op, dus hebben ze kans op voerfouten en pensverzuring. Sowieso krijgen deze dieren nogal eens veel krachtvoer ten opzichte van ruwvoer, doordat hun voeropname een stuk lager is (75 procent) dan die van volwasssen vee. Vanwege een dunner vetkussen kan de vaarzenklauw minder goed schokken absorberen. Klauwproblemen maken het voor een vaars nóg moeilijker om een plek te vinden in de koppel. Als er voor elke koe altijd goed en smakelijk voer bereikbaar is, zal er in de koppel weinig rangordestrijd heersen. Een verlegen vaarsje kan dan veilig vreten én het gewenste voer opnemen. Heeft u een vastzetvoerhek, zorg dan dat de kalveren dit ook hebben. Schuif voer tijdig aan, want vaarzen hebben de kortste nekken. Controleer pensvulling en productie van vaarzen, en scoor klauwaandoeningen. Introduceer een vaars minimaal 6 weken voor de verwachte kalfdatum. Op dat moment heeft ze nog de kracht én de tijd om stress en veranderingen op te vangen. Breng vaarzen na het bekappen in groepjes bij droge koeien met dezelfde kalfdatum. Controleer klauwgezondheid, uiergezondheid en uitval van vaarzen. De bereikbaarheid van voer, water en ligplaatsen hangt samen met de ruimte in de stal, rangordestrijd, klauwkwaliteit en gladheid van de vloer. De plaats van drinkbakken, voerboxen en bijvoorbeeld borstels heeft grote invloed op koeverkeer en bereikbaarheid. Zorg op drukke punten voor manoeuvreerruimte en een vloer die grip biedt. Voorkom doodlopende stukken. 19
Afkalven en het begin van de lactatie vormen de belangrijkste risicoperiode. Stel zeker dat ze veel goed voer eet en veel water drinkt. Zorg dat elke koe comfortabel kan liggen en bewegen, en veel frisse lucht heeft. En dat ze haar klauwen minimaal belast in een schone, lichte omgeving. Koeien in hun lactatie Rondom afkalven en de eerste maanden van de lactatie staat de klauwkwaliteit bij de koe sterk onder druk. Het grote risico van klauwkneuzingen of bevangenheid in deze periode én de vatbaarheid van de verse koe vanwege haar negatieve energiebalans vergroten de bedreiging voor haar klauwen. Het hoorn van de klauw is zachter. Ten eerste vanwege hormonale processen rondom afkalven, en door de veranderde stofwisseling begin lactatie. Ten tweede stelt de koe hoge eisen aan haar voeding, terwijl ze niet de maximale hoeveelheid kan opnemen. Haar rantsoen moet veel energie bevatten, met als gevolg dat het structuurgehalte laag zal zijn. Risico: opname van te veel snel fermenteerbare koolhydraten, die resulteert in pensverzuring. Pensverzuring veroorzaakt daling van de voeropname, een sterker negatieve energiebalans, lagere weerstand en in feite een zieke koe. Bovendien vermindert dit de productie van biotine en de beschikbaarheid en opname van essentiële voedingsstoffen in de pens. De kwetsbare klauw kan begin lactatie weinig hebben. Zachtheid van de bodem, klauwvorm en klauwgebruik, ligtijd en rust in de koppel zijn heel belangrijk. Ziekten kunnen klauwproblemen in de hand werken, zoals baarmoederontsteking en mastitis. Voerfouten Koeien eten 10-14 maaltijden als de hele dag voldoende smakelijk voer beschikbaar is ( 20 uur, 5-10 procent restvoer). Tijdens deze maaltijden moeten de dieren zo veel mogelijk gelijktijdig structuurhoudend voer en snel fermenteerbaar voer opnemen. De zuurgraad in de pens daalt dan niet al te sterk. Knelpunten voor de bereikbaarheid van ruwvoer, water en ligboxen: een gladde vloer, een gladde en smalle doorgang, en een dikke mestketting. Verse koeien, vaarzen en kreupele koeien zullen het eerst problemen krijgen. Controleer pensvulling en productie van risicogroepen. Door selectie van voer kunnen koeien tijdens een vreetbeurt een te grote hoeveelheid snel fermenteerbaar voer opnemen. Hetzelfde gebeurt als je in de melkput tweemaal daags grote porties krachtvoer geeft. Als niet elke koe een eigen vreetplaats heeft, zullen de ranglage dieren al snel te weinig ruwvoer opnemen. Bekijk vreetgedrag en beoordeel mest. Ook bij weidegang ligt het gevaar van voerfouten op de loer: door een plotselinge overgang, of bij gras met weinig structuur en veel suikers en eiwit. Beweiding vraagt aandacht voor structuurvoorziening en vooruitdenkend omgaan met weersomstandigheden. 20
Droogstandmanagement Met goed droogstandmanagement leg je de basis voor goede klauwgezondheid in de lactatie. Bij het droogzetten moeten de koeien een conditiescore van ongeveer 3,5 hebben. Op dat moment kunnen de dieren tevens bekapt worden (groepsbekappen). Tijdens de droogstand mogen koeien nauwelijks vetter worden en zeker niet vermageren. Geef ze dagelijks een smakelijk, compleet rantsoen en laat ze liggen in een schone, comfortabele stal met een goed klimaat en veel ruimte. Lichaamsbeweging heeft bij een (droge) koe een gunstig effect op klauwbloedingen en bevangenheid. Dit komt waarschijnlijk door een betere doorbloeding van de klauw en stimulering van de calciumstofwisseling in de botten. Ingrijpen Wat vertelt deze koe u? De koe staat op de punten van haar klauw, omdat ze pijn heeft in het balgebied. De kroonrand is gezwollen, ze ontwikkelt een dikke hak. Bekap en behandel haar vandaag nog. Transitie Wen de dieren vanaf drie weken voor afkalven aan het lactatierantsoen. Rondom afkalven is het zaak de koe aan het vreten te houden. Geef nu extra aandacht en zorg. Hoe zijn de algemene indruk, de temperatuur, de pensvulling en de mest? Rantsoen en verzorging heb je vastgesteld in samenspraak met de voeradviseur en de dierenarts. De gehaltes aan mineralen en vitaminen zitten op de norm. Calcium en fosfor moeten bijzondere aandacht krijgen. Score klauwaandoeningen Bekap de koeien twee tot drie maanden na afkalven opnieuw. Op dat moment zijn de dieren aan het eind van hun risicoperiodes en kunnen klauwproblemen goed herstellen. Notitie van het aantal klauwproblemen vertelt hoe succesvol het management van de transitie en het begin van de lactatie verloopt. Bij pensverzuring hebben koeien een slecht gevulde pens, ze herkauwen te weinig en hun mest is afwisselend dun en dik, donker gekleurd en slecht verteerd. Snelheid pensfermentaire Speeksel is essentieel om de zuurgraad in de pens niet te sterk te laten dalen. Koeien maken speeksel als ze kauwen en herkauwen. Genoeg voelbare structuur (prik) in het rantsoen stimuleert het (her)kauwen. Koesignalen van voldoende herkauwactiviteit: 40 procent van de koeien moet herkauwen, 70 procent moet eten of herkauwen. 60 procent van de liggende koeien herkauwt. Koolhydraatvoorziening, pensfermentatie, gezondheid en productie Optimale fermentatiesnelheid hoogproductief rund Onvoldoende energieopname stevige mest Te traag rantsoen: veel celwanden (ADF, NDL) Pensverzuring dunne mest Te snel rantsoen: suikers, onbestendig zetmeel Verteringssnelheid koolhydraten in rantsoen 21
22 Gezonde klauwen ontstaan door het nauwgezet uitvoeren van preventieve maatregelen én door aandoeningen vroegtijdig effectief te behandelen. Slimme voorzieningen helpen, zoals veel ventilatie, een klauwvriendelijke vloer en veel ruimte (Deze ligboxen zijn goed ingestrooid, maar te kort). Koeien die op een harde ondergrond lopen, moeten 14 uur per dag liggen, zodat hun klauwen kunnen uitrusten en opdrogen. Dit vraagt een ligbox voor elke koe, met de juiste afmetingen en een zachte bodem. En een comfortabel klimaat: geen tocht, geen vocht en frisse lucht bij de kop. Koesignalen van voldoende ligtijd: 90 procent van de koeien koeien in een ligbox ligt, 10 procent heeft beschadigde hakken, geen wachtende koeien in looppaden. De koe in de koppel In een goede stal zijn klauwkwaliteit, belasting en aantasting vanuit de omgeving onder controle. Met optimale huisvesting en doeltreffend management, inclusief uitstekende voeding, kun je hiervoor zorgen. Op bedrijven met klauwgezondheidsproblemen is het soms moeilijk de belangrijkste oorzaak hiervan aan te wijzen. Zo geven slechte klauwen problemen met voeropname, en ook een hoge infectiedruk. Voerfouten kunnen leiden tot slechte klauwen en rangordeproblemen, met als gevolg grote verstoringen in het koeverkeer. Die kunnen weer leiden tot weerstandsdaling, klauwtrauma en te weinig ligtijd. Problemen versterken elkaar, maar verbeteringen genereren vaak ook succes op meerdere fronten. Uitstekende ventilatie in de stal geeft bijvoorbeeld een betere voeropname en een lagere infectiedruk. De inrichting en het gebruik van de stal moeten ervoor zorgen dat de koeienklauwen geen trauma oplopen. Tijdens het lopen zijn er momenten dat 70 procent van het lichaamsgewicht op één voorpoot rust! Maatregelen: Zorg voor een zachte bodem met voldoende grip. Vermijd korte, geforceerde bochten (in- en uitgang melkput, stal, voerbox). Voorkom opstoppingen bij risicoplaatsen, bijvoorbeeld een drinkbak. Repareer oneffenheden in de vloer, en leg roosters vlak. Ruw de bodem op drukke punten op, of leg een rubberlaag. Haal tochtige koeien uit de koppel. Drijf koeien rustig op, gebruik nooit geweld, wees voorspelbaar. Maak trechtervormige toegangen. Verwijder scherpe punten en uitsteeksels.
Rangorde en huisvesting Koeien hebben moeite met lopen op een ondergrond waarop hun poten weinig grip hebben of vloeren die anderszins klauwbeschadigingen geven (pijn). Gladde, stalvloeren oneffen vloeren, uitsteeksels, randen, verlagen het loopcomfort. Dit wordt een probleem als ook andere factoren de koeien belemmeren om vrij rond te lopen, zoals rangordeconflicten. De ernst van rangordeconflicten hangt samen met de beschikbaarheid van voer. Als goed voer slecht beschikbaar is, gaan de koeien erom vechten. Ruimtegebrek vergroot de problematiek. Denk aan smalle looppaden en onvoldoende ligboxen. Onrust leidt tot vluchtreacties (klauwtrauma), te weinig ligtijd, verminderde voeropname en voerstoornissen. Allemaal risicofactoren voor alle klauwaandoeningen. Brede looppaden geven rust Bereken de ruimte die koeien nodig hebben in looppaden, gemeten in koelengtes en koebreedtes: 1. tussen voerhek en kopkant ligboxen 2. tussen voerhek en ingang ligbox 3. bij een drinkbak 4. tussen twee rijen ligboxen Een HF-koe meet van boeg tot staart ongeveer 1,75 m en is ongeveer 0,80 m breed. Enige afstand tussen passerende dieren is wenselijk. 1 koelengte is 2 meter, 1 koebreedte is 1 meter. 1. 1 koelengte + 2 koebreedtes = 4 meter 2. 2 koelengtes + 1 koebreedte = 5 meter 3. 1 koelengte + 2 koebreedtes = 4 meter (plaats drinkbak aan buitenzijde rondgang) 4. 1 koelengte + 1 koebreedte = 3 meter Uitstekende ventilatie maakt dat ligboxen en roosters goed opdrogen, en helpt de koeien om hun warmte kwijt te raken. Een droge omgeving vermindert de infectiedruk en voorkomt verweking van de klauw. Koecomfort optimaliseert de weerstand. Een mestschuif zorgt voor een schone vloer. Let voor installatie goed op de plaatsing van loopwielen en kabel. Laat de schuif stilstaan op een punt met voldoende ruimte en weinig koeverkeer. Zorg ervoor dat er geen mestophoping ontstaat bij de uiteinden. Kettingen en uitstekende constructies op de bodem veroorzaken klauwkneuzingen. 23