De startmotor. seriemotor.

Vergelijkbare documenten
De dynamo De collector De gelijkstroomdynamo De shuntdynamo

STARTSYSTEEM STARTSYSTEEM 26. Algemene beschrijving 2 Werkingsprincipe 3 Indentificatie van Speciale Gereedschappen 5 Technische Gegevens 7

HELP, DE ACCU LOOPT LEEG. Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE

a) Verwijder de moer (1) van de poel ie. Zet de poelie m.b.v. een gebruikte riem vast; plaats het ene eind in de bankschroef. Draai de moer los.

EAT-242 Diagnose Laad- en startsystemen

Vrij Technisch Instituut Grote Hulststraat Tielt tel fax

De startmotor. Student booklet

N Elektromotor met permanente magneet

Over Betuwe College Oefeningen H3 Elektriciteit deel 4

Historische autotechniek (4)

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen)

Handleiding Spanningsregelaar Type Auto-Lite

Lees eerst bij Uitleg leerlingen, proef 1 alles over de onderdelen van de elektrische kringloop. stroomkring 1 stroomkring 2

VMT-22 Laad- en startsysteem

A ROTOR INLEIDING. Hoe men met primitieve middelen een elektromotor maakt. MATERIALEN. 1 As

Ombouw NS 1205 (Märklin 3055)

Ombouw MP3020 (Märklin 3389)

Over Betuwe College Oefeningen H3 Elektriciteit deel 4

Werkend model: elektromotor. Multiplex 1 8x80x80 bodemplaat 1 Magneet 1 Ø15x6 mm 2 Platte strook met 7

INNOVATORS IN MOTION

12 volt startaccu en 12 Volt huishoudaccu

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk Het magnetisch veld

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk

Henks Reparatie Werkplaats - Van IJsendijkstraat LC - Purmerend - Bedienings display

Gebruiksaanwijzing doseergoten, type DS.

De overdrive. Overdrive 1 - Voorste overdrive huis

De dynamo. Student booklet

Inleiding Elektromagnetisme en het gebruik

STROOMKRING. STAP 1 Lees eerst de hele tekst door en bekijk de tekeningen en het montagepaneel.

NaSk 1 Elektrische Energie

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de voorremmen. VERVANGING VAN EEN REMTROMMEL

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 4

Handleiding Spanningsregelaar Type Delco Remy

elektrotechniek CSPE BB 2009 minitoets bij opdracht 4 A B X C D

STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT

ONTSTEKINGSSYSTEEM ONTSTEKINGSSYSTEEM 22

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Nippon Denso Startmotor koolborstel controle

INTELLISTART 4 INSTALLATIE

1 Elektriciteit Oriëntatie 1.1 Elektrische begrippen Elektrische stroomkring

2 Elektriciteit Elektriciteit. 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn.

X C D X C D. voertuigentechniek CSPE KB minitoets bij opdracht 8

GEBRUIKERSHANDLEIDING E4B OMBOUWSET

AT-142 EPD Basis 1. Zelfstudie en huiswerk 10-08

Toerental-/positiesensoren: inductie-sensoren. Beschrijving. Afgegeven signaal

Instructies voor Montage & Onderhoud

Elektriciteit in onze Volvo s

MONTAGEHANDLEIDING WINDBEVEILIGING EOLIS 2

1.1 Hoe branden de lampen?

-Zoek de eventuele benodigde gegevens op in het tabellenboek. -De moeilijkere opgaven hebben een rood opgavenummer.

Alternator 1. De functie van de wisselstroomgenerator of de alternator 2. De werking/ basisprincipe van de wisselstroomgenerator

Bedradingsschema. Student booklet

Elektriciteit. Wat is elektriciteit

11. Reinig de onderdelen.

Examenopgaven VMBO-BB 2004

- Dé internetsite voor de Automotive Professional

Elektriciteit 1. AOC OOST Almelo Groot Obbink

Nokkenas vervangen (M52TU / M54 / M56)

Komplet DS 1020 gebruikershandleiding

Motor start niet. Startmotor defect Batterij leeg Elektrische aansluiting(en) defect. Startinrichting werkt niet

Inhoudsopgave. 1. Inleiding De ohmmeter 3. Aanwijzingen Klemaanduidingen 5. Opdracht 1 8. Opdracht 2 9. Opdracht 3 10.

OC Het onderhouden van mechanische onderdelen 2012

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting

De Permanent Magneet Motor: Thierry Dejaegere. Thinnov Lomolenstraat Aalter Lotenhulle België

Hallo ik ben TECH. Wij gaan samen in het technieklokaal een elektrospel maken. We moeten ons eerst goed voorbereiden op school.

Verstralers, montageset

GEBRUIKSAANWIJZING WAND AFZUIGKAPPEN

Modificatie: geluidsignaal richtingaanwijzers 2.0

Beschrijving 2. Plaatsing componenten. 2-polige stelmotor. A = Luchtstroom. 1. Aansluitingen 2. Huis 3. Permanente magneet 4. Anker 5.

HOOFDVRIJE AFZUIGKAPPEN

Claxon Inhoud: Gereedschap:

Spijkermotor. Dit moet hem worden:

b. Bereken de vervangingsweerstand RV. c. Bereken de stroomsterkte door de apparaten.

Hallo ik ben TECH. Wij gaan samen in het technieklokaal een elektrospel maken. We moeten ons eerst goed voorbereiden op school.

b. Bereken de vervangingsweerstand RV. c. Bereken de stroomsterkte door de apparaten.

Klepspeling stellen mm, bij koude motor

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten.

DUMAN US-Module V1.5 2 ste druk Inbouw handleiding. Bedankt voor de aanschaf van de DUMAN US-Light Module V1.5

Geschreven door Eric Leijten vrijdag, 01 oktober :12 - Laatst aangepast dinsdag, 25 oktober :05

Klemcoderingen en pinbezettingen van de stekkerdoos: In dit bestand worden de volgende onderdelen beschreven: - Klemcoderingen (tabel)

Aanpassingset met onderdelen voor aandrijving Model 44905, of GreensPro 1200 greensrol

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen

14 Oefeningen Basisinstructies

Elektromagnetische Afsluiters REFRIGERATION AND AIR CONDITIONING. Tips voor de monteur

Service handboek voor onderhoud van "Classic" hydraulische aggregaten.

Carburateur reinigen. Interval:

Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control

DEFENDER BRANDSTOFSYSTEEM - Benzine 19

Om de voorwiel te monteren dient u eerst de voorvork stangen te draaien, totdat deze naar voren wijzen.

Heftruck N Inhoud

Hoofdmaten V2xx-xxALU-x, V3xx-xxALU-x. Met LED en LED-schakelaar. Cilinder: 17 mm Europrofiel. Benodigdheden

Verlichtingsset of montageset voor verlichting T4240 maaier. Figuur 1

Elektrische techniek

STORINGSHANDLEIDING GASGESTOOKTE LUCHTVERWARMERS

Transcriptie:

De startmotor De werking van de startmotor berust op het zelfde principe als van de dynamo, alleen keren we nu alles om. In plaats van een stroomafname voeren we nu een spanning toe. Een geleider bevindt zich weer in een magnetisch veld. Gaat er een stroom door de geleider, dan beweegt de geleider zich. We nemen weer een cilinder. Deze kan om zijn as draaien. Om de cilinder wikkelen we een draad. De cilinder wordt in een magnetisch veld van twee magneten geplaatst. We voeren bij 1 stroom toe en bij 2 weer af. De wikkeling draait nu rechtsom. (Zie tekening Startmotor 1.) Voeren we de stroom weer bij 1 toe en bij 2 draairichting af, dan draait de wikkeling linksom. Dus eerst draait de wikkeling rechtsom en dan linksom. Zo ontstaat echter geen ronddraaiende beweging. Deze beweging kunnen we niet gebruiken. Om een ronddraaiende beweging te krijgen, moeten we de stroomrichting omkeren. Dit doen we met de collector. De stroom wordt dus nu toegevoerd bij 2 en gaat naar 1. De cilinder gaat Startmotor 1 rechtsom draaien en blijft dit doen. In deze stand verwisselt de stroomrichting. Vergelijk de theorie van de dynamo. We hebben nu maar 1 stroomdraad als wikkeling genomen. Willen we de motor gelijkmatig laten lopen, dan hebben we meerdere wikkelingen nodig. De seriemotor We hebben in de vorige paragraaf permanente magneten gebruikt. We kunnen echter ook elektromagneten nemen. (Zie tekening Startmotor 2.) De stroom wordt bij a toegevoerd. Ze doorloopt de wikkeling van de beide elektromagneten. Deze wikkelingen noemen we weer veldwikkeling ankerwikkeling de veldwikkelingen. Er ontstaat weer een magnetisch veld. Als de stroom de veldwikkelingen heeft doorlopen, gaat ze door de ankerwikkelingen. Het anker gaat draaien. De stroom doorloopt de beide wikkelingen achter elkaar. De veldwikkelingen en de ankerwikkelingen zijn dus in serie geschakeld. De motor heet daarom een Startmotor 2 seriemotor. De startinrichting De startmotor dient ervoor, om de krukas van de motor op gang te brengen. In een van de cilinders wordt een mengsel samengeperst. Dit mengsel ontbrand. Hetzelfde gebeurt ook in een volgende cilinder. De motor komt op gang. Zolang de startmotor de krukas aandrijft, loopt een rondsel in de starterkrans op het vliegwiel. Begint de motor op gang te komen, dan drijft de starterkrans het rondsel aan. Dit laatste moet voorkomen wor-

den. Het rondsel van de startinrichting moet dus: - inschakelen voor het aandrijven van de motor. - uitschakelen, als de motor op gang komt. Dit in- en uitschakelen kan op verschillende manieren gebeuren. Systeem bendix Eén manier is het starten volgens het systeem Bendix. Een bus wordt over de ankeras geschoven. De bus is door een sterke veer met de ankeras verbonden. (Zie tekening Startmotor 3.) De bus heeft aan één zijde schroefdraad met grote spoed. Op deze schroefdraad is een rondsel aangebracht, dat binnenin dezelfde schroefdraad heeft. Wordt de startmotor ingeschakeld, dan drijft de ankeras de veer aan. De veer drijft de bus met schroefdraad aan. De schroefdraad drukt het rondsel naar links. Het rondsel schiet in de starterkrans van het vliegwiel en drijft het vliegwiel aan. 1. Demperveer; 5. splitpen; 2. kraag; 6. aanslagring; 3. hoofdveer; 7. rondsel met schroefhuis; Startmotor 3 - Aandrijving startmotor (Bendix) 4. ankerasmoer; 8. huls voor demperveer. Komt de motor op gang, dan drijft de starterkrans het rondsel aan. Het rondsel draait sneller dan de bus met schroefdraad. Daardoor gaat het naar rechts en schakelt zich uit. Deze manier van in- en uitschakelen is eenvoudig, maar het inschakelen gaat ruw. De veer breekt wel eens, vooral bij het terugslaan van de motor. Bedienen van de startschakelaar De startmotor ontvangt door een zware, koperen leiding stroom van de batterij. In deze leiding is een schakelaar gemonteerd. Zet men de schakelaar in, dan gaat de startmotor draaien. Het elektromagnetisch inschakelen gebeurt met een zogenaamd startrelais. Het startrelais kan ingeschakeld worden door een startknop of door een stand van het contactslot. De schakelaar S zit onder handbereik op het dashboard. Drukken we deze schakelaar in, dan gaat een stroom door een bekrachtigingsspoel B. De kern K wordt aangetrokken en het contact gesloten. De startmotor gaat draaien. (Zie tekening Startmotor 4.) In nevenstaande tekening (Startmotor 4) is de leiding van de bekrachtigingsspoel in het startrelais aangesloten op de batterij. Het startrelais werkt als we de schakelaar S indrukken. Startmotor 4 - Schema startcircuit

Onderhoud aan de startmotor 1. Moeren en veerringen van aansluitingen; 5. lagerbusje; 2. lange bevestigingsschroef; 6. koolborstels; 3. stofband; 7. koolborstelveren; 4. aansluiting; 8. lagerbusje. Startmotor 5 - Onderdelen startmotor Controlewerkzaamheden in de auto 1. Schakel de verlichting in en laat de startmotor werken. Indien de verlichting zwakker gaat branden maar de startmotor niet ronddraait wijst dit erop dat er wel stroom loopt door de startmotorwindingen maar het anker om ombekende redenen niet draait. Het kan zijn dat het starterrondsel in de starterkrans vast geslagen is doordat de startmotor werd ingeschakeld bij lopende motor. In dat geval moet de startmotor uitgebouwd worden. 2. Indien de lampen op volle sterkte blijven branden wanneer de startschakelaar bediend wordt moet men controleren of de schakelaar goed werkt. Indien de schakelaar in orde is moet men de accupolen, de bedrading van startschakelaar en startmotor controleren. Indien de startmotor nu nog niet werkt wijst dit op een inwendige storing, de startmotor moet worden uitgebouwd voor controle. Een traag werkende startmotor wordt gewoonlijk veroorzaakt door een slechte verbinding in de bedrading waardoor een hoge weerstand in de stroomkring ontstaat. Controleer de bedrading als hierboven is omschreven. Indien de startmotor wel draait maar de krukas niet wordt rondgedraaid wijst dit er op dat de aandrijving van de startmotor beschadigd is. Uitbouwen en Inbouwen Maak de bedrading los van de aansluiting op het huis en draai de twee bevestigingsbouten los. Trek de startmotor naar voren en verwijder de startmotor. Controle van collector en koolborstels 1. Verwijder de stofband en controleer de borstels en de collector. 2. Licht de borstelveren op en beweeg de borstels in de houders op en neer. Indien een borstel niet vrij in de houder kan bewegen moeten de zijkanten met een zoetvijltje worden bewerkt. Breng altijd weer de borstels in hun oorspronkelijke stand aan. Indien de borstels zover versleten zijn dat zij geen goed contact meer met de collector maken, of indien de flexibele draad door het raakvlak zichtbaar wordt, moeten zij vernieuwd worden. 3. Indien de collector zwart of vuil is kan deze met een in benzine gedrenkt doekje worden gereinigd. 4. Klem de startmotor in een bankschroef en sluit twee kabels van grote diameter op een 12 volt accu aan. Sluit een kabel aan op de startmotoraansluiting, de ander op het start-

motorhuis. De startmotor moet in deze onbelaste toestand met een zeer hoog toerental draaien. Indien de startmotor niet goed functioneert moet deze voor een zorgvuldige controle gedemonteerd worden. Demonteren 1. Verwijder de stofband, licht de borstelveren op en verwijder de borstels en de houders. 2. Verwijder de splitpen aan de aandrijfzijde en verwijder de hoofdmoer, de dikke veer, de aanslagring, het rondsel met de schroef huls, de kraag, de demperveer en de huls. De moer heeft linkse draad. 3. Verwijder de moeren en veringen van de aansluiting en draai de twee lange schroeven los. 4. Verwijder de beide deksels en het anker. Koolborstels 1. Controleer de borstelveerspanning met een unster. De juiste spanning is 30 tot 40 oz. (850 tot 1134 gram). Monteer nieuwe veren indien de spanning te laag is. 2. Indien de borstels zover versleten zijn dat zij niet goed meer op de collector dragen of indien de flexibele draad zichtbaar wordt, moeten nieuwe borstels gemonteerd worden. Twee borstels zijn aangesloten op kabeloogjes die aan de borstelhouders op het lagerdeksel zijn bevestigd. De twee andere borstels zijn verbonden met aansluitingen op de veldwikkelingen. De flexibele aansluitingen moeten los gesoldeerd worden en de nieuwe borstels moeten op hun plaats worden vast gesoldeerd. De borstels hebben reeds de juiste vorm zodat zij niet op de collector behoeven in te lopen. Aandrijving 1. Indien het starterrondsel op de schroefhuls klemt moet deze in petroleum worden schoongewassen. 2. Vernieuw zonodig beschadigde onderdelen 3. Verwijder de,splitpen uit de asmoer op de ankeras. Houdt het afgeplatte gedeelte van de ankeras aan de andere zijde met een sleutel tegen en draai de ankerasmoer los. Verwijder de hoofdveer, de aanslagring, de schroefhuls met het starterrondsel, de kraag, de demperveer en de huls voor de demperveer. Collector Indien de collector in goede staat verkeert moeten de lamellen glad zijn en geen putjes of ingebrande plekken vertonen. Reinig de collector met een doekje dat in benzine is gedrenkt. Zonodig kan de collector, terwijl het anker wordt rondgedraaid, met een strookje fijn polijstpapier worden gereinigd. Indien de collector ernstig is ingesleten moet het aandrijfmechanisme op boven omschreven wijze worden gedemonteerd en moet het anker uit het huis genomen worden. Span het anker in een draaibank en draai de collector met een scherpe beitel en een hoog toerental af. Neem niet meer materiaal af dan noodzakelijk is, polijst vervolgens de collector met zeer fijn schuurpapier. De isolatie tussen de lamellen van de startmotor mag niet worden ingezaagd.

Veldwikkelingen Controleer de veldwikkelingen op onderbroken windingen met behulp van een 12 Volt accu; sluit een 12 Volt testlamp aan tussen de aansluitklem (waarmee de koolborstels zijn verbonden) en de veldaansluiting. Indien de lamp niet gaat branden is er een onderbreking in de wikkelingen. Indien de lamp gaat branden houdt dit nog niet in dat de veldwikkelingen in goede staat zijn, omdat de mogelijkheid bestaat dat een van de wikkelingen sluiting maakt met een pooljuk of het startmotorhuis. Dit kan gecontroleerd worden door de aansluiting op het aftakpunt van de veldwikkelingen los te maken en tegen een schoongemaakt gedeelte van het startmotorhuis te houden. Gaat de lamp nu branden, dan is dit een teken dat de veldspoelen sluiting met de massa maken. Wanneer uit bovenomschreven controle blijkt dat de veldwikkelingen defect zijn, moeten deze door nieuwe worden vervangen. Anker Controle van het anker kan in veel gevallen de oorzaak van een storing aan het licht brengen, bijvoorbeeld uit de collector losgeraakte lamellen ten gevolge van het bedienen van de startmotor terwijl de motor draait, dit heeft een te grote snelheid van het anker ten gevolge. Een beschadigd anker moet in alle gevallen worden vernieuwd, tracht geen ankerkern af te draaien of een verbogen ankeras te richten. Lagers (aan borstelzijde) Indien de lagers zover versleten zijn dat de ankeras zijdelingse speling heeft, moeten deze vernieuwd worden. Dit geschiedt als volgt: Pers de nieuwe lagerbus, met behulp van een schouderpen van dezelfde diameter als de as, in het deksel. LET OP!! De lagerbus is van poreus fosforbrons vervaardigd en moet voor montage gedurende 24 uur in dunne motorolie liggen, zodat de poriën van het materiaal geheel met olie worden verzadigd. Monteren Het monteren van de startmotor geschiedt in omgekeerde volgorde. Gebruik een nieuwe splitpen voor het borgen van de ankerasmoer.