1. Inleiding. 2. Onderzoeksopzet



Vergelijkbare documenten
OVERLEVEN MET EEN BEPERKT INKOMEN. WAT BETEKENT DIT VOOR KINDEREN EN JONGEREN?

Het maximum uit het minimum halen. Overlevingsstrategieën van mensen met een te beperkt inkomen.

REFERENTIEBUDGETTEN VOOR MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE

Het maximum halen uit het minimum

Situatie 2. Situatie 1. Opdracht

Rondkomen met een minimum inkomen: hoe (on)mogelijk is dit?

Meedoen en erbij horen

Armoede en parochie. Opzet 1. Mijn moeder (tekst 1) 2. Wat is armoede? o Iedere deelnemer geeft een woord of definitie o Bespreking tekst 2

SIGNAALLIJST KINDERARMOEDE

Jouw Belang Jouw ouders bespreken gezamenlijk over én met jou wat jouw belang is. Zodat jouw ouders

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

DOSSIER >>> Wat is een. goede papa? DOSSIER

Familiekwesties (respect voor diversiteit en privacy)

Informatie en advies voor ouders

25 Integratie OCMWgemeente: aan vertrouwen en een sterker beleid

Wat is armoede? Maatschappelijke participatie. Armoede in de Kempen

Werkboek Het is mijn leven

Laagdrempelige verenigingen: omgaan met mensen uit kansengroepen. Workshop Roeselare stadhuis donderdag 10 september

standpunt noodhulp 18 augustus 2009

GEKLEURDE ARMOEDE BEA VAN ROBAEYS

U schrijft ook dat wij Belgen bang zijn voor elkaar. Hoezo?

Lezing, 10 december Relatie tussen sociaal isolement en psychiatrische ziekte

Kinderarmoede in het Brussels Gewest

Tips voor Ouders van niet-drinkende pubers

Ouderschap strategieën van vaders en moeders met een psychische ziekte.

Ouderlijke betrokkenheid en het welzijn van kinderen

ZIJ AAN ZIJ TEGEN KINDERARMOEDE

Onderzoek Stress. 5 Juni Over het 1V Jongerenpanel

Onkundig en onaangepast: eenzaamheid en sociaal isolement

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst.

General information of the questionnaire

DE TIPI Onderzoek naar de leefsituatie en huidige kwaliteit van leven van ouders en kinderen die het Tipi-programma hebben doorlopen

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede

Vormingspakket Energie. De Lokale Adviescommissie en afsluiten van energie

Hoe gaat het in z n werk daar? Wat is er anders dan een gewone poli?

OP ZOEK NAAR DE VERBINDING TUSSEN PRAKTIJK, ONDERZOEK EN ONDERWIJS

Presentatie Tranzo Zorgsalon 29 november 2012 Christine Kliphuis

Klanttevredenheid. Vereenzaming Ouderen Soest VOS

Kinderopvang = instrument in strijd tegen kinderarmoede

Vragenlijst Depressie

Armoede & Veerkracht: Hoe vinden mensen met weinig geld hun weg?

19 december Onderzoek: Armoede en de Voedselbank

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster

Zaken voor mannen. Verhalen van mannen met epilepsie

HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE

0-3 maanden zwanger. Zwanger. Deel 1

18 december van 10. Op vakantie na een niertransplantatie; NP online enquête

Bespreekbaar maken van kanker (en intimiteit) 03/02/2019

Probleem? Geen probleem. Met de vaardigheden die Humanitas je aanreikt, verander je je leven. Helemaal zelf. En het mooie is: iedereen kan het.

Sponsordossier Vakantiekampen

Inclusie van mensen met een verstandelijke beperking: Reële mogelijkheden zelfbepaling en participatie. Petri Embregts

Eerste nummer. Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie. Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik.

Nee Ja, hoeveel? Klik hier als u tekst wilt invoeren. Klik hier als u een datum wilt invoeren. Klik hier als u tekst wilt invoeren.

Armoede SAMENLEVING: Opgroeien en opvoeden in armoede

Geweld in huis raakt kinderen. Informatie en advies voor ouders. huiselijkgeweldwb.nl cent per minuut

Het Inkomen van Chronisch zieke mensen

SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou!

Goed voorbeeld doet volgen. Martine Noordegraaf

Iedereen beschermd tegen armoede?

Omwille van het verschil. De Huizen van het Kind vanuit een kinderrechtenperspectief

Ik heb een vraag over: Voorwoord. Ik voel me thuis niet prettig, kan ik met iemand praten?

Desiree Piar CMD 1B Docent : James boekbinder Project : vrijwilligers 55+ Doelgroeponderzoeksverslag

Netwerk Ouderenzorg Regio Noord

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Studie- en vormingsdag. Van buddy tot community : hoe kwetsbare netwerken versterken?

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram,

Invloed van armoede op welzijn op het werk. m_campaign=share&utm_medium=c opy&rc=ex0share

Onderzoek Eenzaamheid onder jongeren

Uit de burn-out Therapiegroep werkstresshantering

Ouderen, naasten en probleemgedrag

euzedossier ouderparticipatie keuzedossier vmbo osb in de onderbouw theoretische leerweg

Armoede en kinderen: ontwikkeling, achtergronden, gevolgen Lezing voor Inspiratiesessie kinderarmoede Divosa, Amersfoort 6 juni 2017

Gemaakt door: Kelly.

Wat is eenzaamheid en waarom is het een probleem? Het project van de UvH 1. Programma. Sociale verbondenheid.

Rijksuniversiteit Groningen

Wijkcentrum De Kring

Cijfers en wegwijzers Armoede in Vlaanderen en Brussel. ChanceArt 10 december 2009

DETENTIE EN HET GEZIN

Mantelzorg, waar ligt de grens?

HUMO enquête naar de koopkracht

Regelgeving & Geldzaken

DE ZIJLEN MET ZORG IN DE SAMENLEVING

Kinderarmoedebestrijding. Senaat, 22 juni Frederic Vanhauwaert, algemeen coördinator Netwerk tegen Armoede

Inhoud. Aan jou de keuze 7. Niet alleen maar een boek 187. Auteurs 191. Dankwoord 197

DEELNEMEN AAN DE SAMENLEVING IETS BETEKENEN VOOR EEN ANDER

WZC De Wingerd. Kleinschalig Genormaliseerd Wonen: Visietekst van Theorie naar Praktijk

Wat is de Kinder Onderzoek Groep?

Ik heb een vraag over. zorg... ondersteuning... opvoeding... jeugdhulp... mijn arbeidsbeperking... mijn uitkering... werk...

"50+ in Europa" Onderzoek naar Gezondheid, Ouder worden en Pensionering in Europa

27 juni Onderzoek: Maatregelen tegen eenzaamheid

HET VERHAAL VAN KATRIN

Triple P (Positive Parenting Program): effectief bij gedragsproblemen?

RAPPORT KANSARMOEDE-INDICATOREN IN ERPE-MERE

Armoede, opvoeden en gevolgen voor ontwikkeling kinderen. Hilde Kalthoff

Prioriteiten jongeren in armoede, Verkiezingen 2014 Videoboodschap: De shit waar je in zit

KOPPen bij elkaar en schouders eronder. Informatie voor kinderen van ouders met psychiatrische problemen

Conferentie Aanpak armoede en schulden in Leiden Relatie met gezondheid: wat staat ons te doen? Irene Lottman GGD HM, 18 september 2018

Transcriptie:

Van Thielen, L., Storms, B. (2013). Overleven met een beperkt inkomen. Wat betekent dit voor kinderen en jongeren? Tijdschrift voor Welzijnswerk, jg. 37, nr. 331, p.16-25. 1. Inleiding Hoe slagen gezinnen die gedurende een lange periode met een te laag inkomen moeten rondkomen erin om het hoofd boven water te houden? In dit artikel bespreken we de impact van een beperkt inkomen op de leefwereld van gezinnen met kinderen. We baseren ons hiervoor op een onlangs door CEBUD (Thomas More) uitgevoerd onderzoek naar de overlevingsstrategieën van gezinnen met kinderen (Van Thielen & Storms, 2013). Het perspectief van kinderen en jongeren krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht in het armoedeonderzoek en zij worden ook steeds meer als volwaardige partners betrokken en beluisterd. In bovengenoemd onderzoek ligt de focus echter niet op het gedrag, de gevoelens en de meningen van de kansarme kinderen en jongeren zelf, maar staat de betekenis- en belevingswereld van hun ouders centraal, als ook de overlevingsstrategieën die zij hanteren om hun kinderen zo goed mogelijke ontwikkelingskansen te geven. Overlevingsstrategieën definiëren we als 'bewuste handelingen van mensen om zich te handhaven in moeilijke situaties en beperkingen te overstijgen'. Het kan zowel gaan over effectieve als minder effectieve financiële strategieën. 2. Onderzoeksopzet In bovengenoemd onderzoek maakten we gebruik van diepte-interviews met ouders die langdurig (minstens drie jaar) moeten rondkomen met een te laag besteedbaar netto inkomen. Een te laag besteedbaar inkomen omschreven we als het inkomen dat een gezin overhoudt als alle vaste maandelijkse kosten betaald zijn (ook de schulden en de kosten voor gezondheidszorg) en dat zich situeert onder de referentiebudgetten voor een menswaardig inkomen 1 (B Storms & Van den Bosch, 2009). Voor het zoeken naar geschikte gezinnen deden we een beroep op de in Vlaanderen aangeboden opleidingen voor 'ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting', contacteerden we OCMW s en CAW's uit de verschillende Vlaamse provincies en verkregen we de medewerking van erkende armoedeverenigingen en welzijnsschakels. In totaal interviewden we 32 respondenten. De onderzoekspopulatie was voldoende gevarieerd voor kenmerken als provincie, woonplaats, tewerkstellingssituatie, leeftijd van de respondenten, het aantal kinderen en de gezinssituatie. Voor de variabelen geslacht, nationaliteit en het al of niet een beroep doen op hulpverlening zijn we er niet in geslaagd een voldoende spreiding te realiseren. De onderzoeksgroep bestaat grotendeels uit autochtone vrouwelijke respondenten en de meerderheid deed het voorbije jaar een beroep op hulpverlening. De overlevingsstrategieën die we hieronder bespreken, hebben dan ook enkel betrekking op de bevraagde gezinnen. We kunnen met andere woorden geen uitspraken doen over de wellicht grote groep van gezinnen met financiële problemen die de weg naar de hulpverlening (nog) niet hebben gevonden. 1 De referentiebudgetten voor een menswaardig inkomen werden op wetenschappelijke basis ontwikkeld en kunnen tegemoet komen aan de vraag om meer eenvormigheid te voorzien in beslissingen omtrent het verlenen van aanvullende steun. Deze referentiebudgetten werden ontwikkeld om voor alle mogelijke gezinstypes, in zeer diverse omstandigheden, een minimum budget voor volwaardige participatie in de samenleving te voorzien.

3. Overlevingsstrategieën en hun gevolgen voor kind en samenleving Mensen die in armoede leven moeten hebben vaak beperkte keuzes en combineren verschillende strategieën om met een beperkt budget om te gaan (Driessens, 2003; Engbersen, Van de Veen, & Schuyt, 1987; Meert, 1997; van Nistelrooij, 2003). In ons onderzoek gingen we na welke strategieën ouders met thuiswonende kinderen hanteren. Eerder dan een representatief beeld te schetsen van welk de meest voorkomende strategieën zijn, was het de bedoeling van dit onderzoek om exploratief te werken en een zo breed mogelijk beeld te geven van alle mogelijke strategieën die ouders aanwenden om met een beperkt budget toch de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Uit het onderzoek blijkt dat deze kunnen worden gegroepeerd rond vijf grote clusters namelijk beperken van de uitgaven, prioriteiten stellen, schulden maken, netwerken aanspreken en buiten de lijntjes kleuren. In dit artikel beperken we ons tot een bespreking van de overlevingsstrategieën die een invloed uitoefenen op de leefwereld en het functioneren van de kinderen in het gezin. We bespreken de impact ervan op drie belangrijke domeinen, namelijk op vlak van de relatie tussen ouders en hun kinderen, de gezondheid en de relatie tussen kinderen en jongeren en hun leeftijdsgenoten. 3.1. Relatie tussen ouders en kinderen Uit de interviews blijkt duidelijk dat mensen in armoede vaak worden gedwongen om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Door dingen prioritair te maken en dus geen prioriteit te geven aan andere zaken, slagen ze erin te overleven. Dit stemt overeen met resultaten uit buitenlands onderzoek (Kempson, Bryson, & Rowlingson, 1994). Elk individu maakt zelf de afweging wat voor hem of haar prioriteit is. Toch merken we dat bij heel veel respondenten hun kinderen en de huisvesting prioritair zijn. Het is opvallend dat alle ouders voortdurend en op tal van domeinen voorrang geven aan hun kinderen. Ze gaan sneller met de kinderen naar de dokter dan ze voor zichzelf gaan, hun kinderen krijgen meer en vaker eten, ze zetten de verwarming een graadje hoger als de kinderen thuis zijn en de kinderen krijgen voorrang bij bestedingen op het vlak van kledij en vrije tijd. Ouders willen het gebrek aan financiële middelen zo weinig mogelijk laten doorwegen op hun kinderen. Ook andere onderzoeken komen tot de bevinding dat prioriteit geven aan de noden en de behoeften van kinderen een belangrijke overlevingsstrategie is (Bennet, 2008; Hirsch, Sutton, & Beckhelling, 2012; Lister & Strelitz, 2008; Ridge, 2009). Mijn medicamenten die haal ik voor mijn eigen nooit, voor de kinderen wel.. Als ik ziek ben, is het uitzieken. Dat is al snel 50 euro. Ja, voor de kindjes gaan we naar de dokter. Is het geld er niet dan vraag ik dat aan mijn ouders. (man, samenwonend, 2 thuiswonende kinderen) Ik eet meestal enkel boterhammen. Enkel als de kinderen bij mij zijn is het warm eten. Dat is misschien niet goed. Ik zorg niet goed voor mezelf. Ik weet dat. (vrouw, al-leenstaand, 2 kinderen waarvan geen thuiswonend) Ik vind, ik heb geen jeugd gehad. En misschien wil ik dat nu net iets te veel aan mijn kinderen geven. En ik ben daar wel van bewust.. (vrouw, samenwonend,7 thuiswonende kinderen) Toch moet worden gezegd dat verschillende respondenten door omstandigheden op bepaalde momenten in hun leven de zorg voor hun kinderen niet kunnen garanderen en

genoodzaakt werden om hun kinderen vaak tijdelijk- elders onder te brengen. Dit gaat gepaard met veel zorgen en verdriet. Ouders verlangen er immers naar een goede band te kunnen opbouwen met hun kinderen. Sommigen onder hen hebben dit zelf moeten missen en weten hoe erg dit is. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat de hulp en steun die gezinnen ervaren vaak een cruciale factor is in het wel of niet aankunnen van de opvoeding van de kinderen (Ghate & Hazel, 2004; Steven Lee, Lee, & August, 2011). Geenen & Corveleyn (2010) wijzen in dit verband op de oververtegenwoordiging van onveilige gehechtheid bij generatie-arme moeders en kinderen.. Een veilige hechting is vaak verbonden met de aanwezigheid van een constante ondersteunende verzorgingsfiguur doorheen het leven. Hiernaast is het ook van belang dat het kind in zijn onmiddellijke omgeving veilige relaties met anderen kan opbouwen. Een onveilige hechting kan aan de basis liggen van een ongunstige ontwikkeling op tal van vlakken (emotioneel, cognitief, sociaal en relationeel, psychologisch ). Beide auteurs pleiten dan ook resoluut voor een beleid dat rekening houdt met kwetsbare jonge kinderen en hun ouders door de allerkleinsten en hun families van in het vroege begin aan een goede start te helpen en hen ook op lange termijn te blijven ondersteunen. Ik heb vroeger ook een gat in mijn hand gehad. Dus de kinderen moesten altijd mooi zijn, er mocht niets op aan te merken zijn. Nu zie ik dat dat een compensatie was voor hetgene dat ik tekort gehad heb. Ik heb op punt gestaan om abortus te plegen, omdat ik het financieel niet aan kon. Ik heb de voordelen en nadelen op papier gezet. Meer nadelen dan voordelen natuurlijk, maar het is me gelukt. Maar ik heb er lang de gevolgen van moeten dragen. Ik ben wel creatief in dingen oplossen, maar de hoofdzaak die ben ik laat beginnen vatten. Hoe dat ik het moest doen. Het is niet omdat je veel spelletjes koopt voor je kinderen dat ze je daarom graag zien (vrouw, samenwonend, 3 kinderen waarvan 2 thuiswonend) Ik had gewoon geen geld om te eten. Gelukkig dat de kleine geplaatst is want al mijn leefgeld ging allemaal op aan mijn auto en aan belwaarde gewoon voor een huis te zoeken. Ik laat nu al mijn eten om mijn kleine niet te kort te doen in het weekend. (man, alleenstaand,3 kinderen waarvan 0 thuiswonend) Ouders zien hun kinderen als prioriteit maar ook omgekeerd hebben kinderen vaak een bijzondere band met hun ouders. Kinderen en jongeren merken dat hun ouders het heel moeilijk hebben en hen graag steunen. Dit doen ze op verschillende manieren bv. door eigen zakgeld te delen met hun ouders, door zelf te sparen voor speelgoed maar vooral door zo weinig mogelijk dingen te vragen die geld kosten. Veel respondenten spreken heel open over hun financiële situatie met hun kinderen, waardoor de kinderen weten dat er weinig centen zijn. Anderen proberen hun kinderen te ontzien door dit gespreksonderwerp te mijden. Toch geven de meeste ouders aan dat ze merken dat hun kinderen op allerlei vlakken rekening houden met de moeilijke financiële situatie thuis., Dat was vroeger zo mama, als je niet veel geld hebt, mag je mijn spaarpot hebben. Dat was vroeger zo, dat ze dat zei. (vrouw, alleenstaand, 1 thuiswonend kind) Ja, want het zijn spaarcentjes, geld dat eigenlijk is bedoeld voor mijn kind. En ik wist niet wat doen, want hij houdt geld bij in zijn spaarpotje en het lag mij heel zwaar,

maar ik heb het gedaan. Ik zei geef papa eens 50 euro, papa geeft dat wel terug. (man, samenwonend, 3 thuiswonende kinderen) Gezinnen die langdurig moeten rondkomen met een te beperkt inkomen zijn verplicht om op alle fronten in hun uitgaven te snoeien en zeer goed na te denken over hun uitgaven. Hierdoor ontbreekt het hen aan keuzevrijheid over hoe essentiële behoeften te vervullen op vlak van huisvesting, kledij, voeding, vrije tijd, mobiliteit, Dit gebrek aan keuzevrijheid wordt ook in andere onderzoeken naar voor gebracht (Ridge, 2009; Wrapson, Mewse, & Lea, 2008). Opvallende vaststelling is verder de zorgvuldigheid waarmee ouders de uitgaven voor hun kinderen afwegen. Iedereen doet dit op een eigen manier, maar gemeenschappelijk is dat iedereen goed moet plannen om bepaalde essentiële uitgaven te kunnen doen. Voor speciale gelegenheden zoals een verjaardag of Kerstmis bijvoorbeeld wordt er vaak lang gespaard of cadeaus worden lange tijd op voorhand gekocht in promotie. Ook voor schoolgerief en kledij worden er vaak aankopen op voorhand gedaan, en bepaalde grote uitgaven zoals deze voor nieuwe schoenen of boekentassen worden in geval van meerdere kinderen, gespreid over verschillende maanden. Het zorgvuldig plannen van toekomstige uitgaven lukt niet altijd en bij iedereen even goed. Vaak worden bepaalde noodzakelijke uitgaven voor kinderen, zoals de aankoop van een bril, een tandartsbezoek, de aankoop van schoolmateriaal of nieuwe kleding noodgedwongen uitgesteld. Opvallend is dat enkele respondenten de keuze voor de school- en studierichting van hun kinderen laten afhangen van het beschikbare budget. Hoewel de meeste ouders een opleiding erg belangrijk achten voor hun kinderen en deze uitdrukkelijk zien als een springplank naar een beter bestaan, schrikken de hoge schoolkosten in het secundair en tertiair onderwijs hen af. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het jarenlang moeten leven zonder zekerheid over basisbehoeften armoedegerelateerde stress met zich meebrengt, die vaak aanleiding geeft tot psychische en fysieke gezondheidsproblemen (Broussard, Joseph, & Thompson, 2012; Davis & Mantler, 2004; Ridge, 2009). Deze gezondheidsproblemen hebben uitdrukkelijke repercussies op de opvoeding van de kinderen. Zo stellen onderzoekers bijvoorbeeld vast dat ouders met depressie minder geduld, gevoel en aandacht aan de dag kunnen leggen om hun kinderen op te voeden (Davis & Mantler, 2004; Steven Lee, Lee, & August, 2011). Ik moet veel medicatie nemen. Omdat ik constant met depressies zit. Omdat het soms te zwaar is alleen. Goed, je staat met alles alleen hé. En het is soms te zwaar. En ik heb van familie niet veel hulp gehad. (vrouw, alleenstaand, 1 thuiswonend kind) Nee, en het is ook niet mijn wil geweest, dat ze naar het internaat gingen maar toen was dat de beste oplossing omdat ik weer in een depressie zat. Toen was dat wel de beste oplossing en hun papa dronk die periode. (vrouw, samenwonend, 4 kinderen waarvan 3 thuiswonend) 3.2. Gezondheid Niet alleen de armoede gerelateerde stress geeft aanleiding tot gezondheidsproblemen. Veel respondenten maken omwille van de financiële krappe situatie ook keuzes die hun gezondheid en die van hun gezinsleden op korte of lange termijn kunnen ondermijnen. De meest voorkomende voorbeelden situeren zich op drie vlakken. Ten eerste worden medische kosten vaak uitgesteld. Dit geldt zowel voor bezoeken aan dokters en specialisten als voor

medicatie en medische hulpmiddelen. Ouders proberen wel de nodige medische zorgen voor de kinderen te voorzien. De invoering van de sociale derde betalersregeling zorgt er wel voor dat de drempel naar de huisarts is verlaagd. Sommige huisartsen werken zelfs gratis. Een aantal respondenten heeft een regeling met het OCMW of de schuldbemiddelaar in verband met medische kosten zodat ze, ondanks hun lage inkomen, wel de nodige zorgen kunnen krijgen. Ook op het vlak van voeding moeten sommige respondenten noodgedwongen keuzes maken die hun gezondheid kunnen ondermijnen. Voorbeelden hiervan zijn systematisch maaltijden overslaan, weinig variatie aanbrengen in menu s of calorierijke en goedkope voeding op tafel zetten. Onderzoek naar de gevolgen van onvoldoende, eenzijdige en/of ongezonde voeding leren ons dat dit gezondheidsproblemen zoals ondergewicht, vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn maar ook verminderde groei en cognitieve problemen met zich meebrengt (Casey, Szeto, Lensing, Bogle, & Weber, 2001; Dowler, 2008; Griggs & Walker, 2008; Ridge, 2009). Ook de woning en de woonomgeving waarin de respondenten leven, brengt soms gezondheidsrisico s met zich mee. Sommige woningen zijn onveilig en bij andere ontbreken basisvoorzieningen. Uit verschillende recente onderzoeken blijkt dat het opgroeien in een ongezonde, onveilige en stresserende leefomgeving een negatieve impact heeft op de gezondheid, de onderlinge relaties, de sociale netwerken en de onderwijsprestaties van de kinderen (Anderson, White, & Finney, 2012; Campaert, 2007; Griggs & Walker, 2008; Howden-Chapman et al., 2012; Liddell & Morris, 2010). Ik zit met een zwaar kalktekort. Maar wij zijn als kind verwaarloosd geweest, weinig eten, zeker geen melk. Ik was als kind veel ziek, er werd ook niet achter gekeken. Dus ik had een oorontsteking en er werd niet achter gekeken. Dus veel in het ziekenhuis gelegen. Het is geweest dat ik er bijna niet meer was. De dokter denkt wel dat het allemaal invloed gehad heeft op mijn gezondheid. (vrouw, samenwonend, 3 kinderen waarvan 2 thuiswonend) Mijn zoon had een chronische bronchitis. Die was altijd maar ziek en ik kon niet naar de dokter. Dat was een ramp. Wachten tot de spoed, omdat je dan de rekening pas achteraf krijgt. Soms had hij al koortsstuipen, omdat ik niet op tijd naar de dokter kon gaan. Als moeder niet met je kind naar de dokter kunnen, dan ben je ook geen goede moeder niet meer. (vrouw, alleenstaand, 6 kinderen waarvan 2 thuiswonend) Nu in de week hebben ze aardappelen uit de container gehaald en daar is niets aan. Dan maak ik die deze week. Met een eitje of met Zwan worstjes onder en een eitje. Ik kan niet gezond koken en ik vind dat heel erg, ik ween daar heel dikwijls voor, maar ik kan niet anders. (vrouw, alleenstaand, 4 thuiswonende kinderen) Ik moet zeggen, ik woon hier in een straat, vol met drugs. Op de hoek hier wordt er verkocht en hier de zijstraat, op de hoek is er iemand die drugs gebruikt en waarschijnlijk ook wel dealt. Ik lig daar soms toch wel van wakker. (vrouw, alleenstaand, 1 thuiswonend kind) Het enige speelpleintje is 5 km. Dus ik moet niet zeggen om eens te voet naar het speelplein te gaan, dat is te ver. En als ik dan met de belbus moet gaan, dat is dan weer een geregel. (vrouw, samenwonend, 4 kinderen waarvan 3 thuiswonend) 3.3. Netwerk

Eén van de eerste uitgavenposten waarop bijna alle gezinnen beknibbelen is vrije tijd en ontspanning. Deze uitgaven vallen vaak als eerste weg als er moet worden bespaard. Alle respondenten geven aan dat er in hun leven geen ruimte is om te participeren aan betalende ontspanningsactiviteiten. Dit wordt opgevangen met gratis activiteiten of activiteiten via een armoede- of welzijnsorganisatie. Voor hun kinderen proberen ouders een uitzondering te maken en zoeken ze naar oplossingen zodat ze toch op zijn minst één hobby kunnen uitoefenen. Dit gebeurt op allerlei manieren: door te werken met een afbetalingsplan, te sparen, financiële steun aan de ouders te vragen of via vrijetijds- of cultuurkortingen. Participatieonderzoek toont aan dat allerlei drempels ervoor zorgen dat gezinnen in armoede minder participeren aan sport, recreatie en cultuur. De belangrijkste drempels zijn van financiële aard, maar er zijn ook praktische, sociale en culturele drempels. Participatie is belangrijk voor de persoonlijke ontwikkeling een heeft ook positieve sociale effecten (Geerts, Dierckx, & Vandevoort, 2012; Hirsch et al., 2012; Lievens, 2008). Daarnaast is vrije tijd en ontspanning essentieel om de batterijen op te laden, iets wat iedereen zo nu en dan nodig heeft. Ik ben vrij beperkt want ik zou haar heel graag laten ballet doen want ze is heel lenig, ze kan split en spagaten en zo. Maar ik kan het gewoon niet doen omdat het niet haalbaar is met het openbaar vervoer. Dat is echt spijtig. Ze zou heel graag ballet doen en zwemmen, weet ik ook dat ze dat heel graag doet. (vrouw, alleenstaand, 1 thuiswonend kind: Verjaardagsfeestjes. Dat kan ik niet geven. En ze kunnen niet gaan want er is geen geld voor een kadootje te kopen. Dan verzin ik iets waardoor ze niet kunnen gaan. Ik keek in haar schooltas, ze had een uitnodiging gekregen en ze had het niet verteld. (vrouw, alleenstaand, 4 thuiswonende kinderen) Ik moest mijn digitale tv, mijn internet, ik moest het allemaal weg doen van de schuldbemiddellaar. Het moest allemaal. En ja, ik heb 5 kinderen. Die 5 kinderen, het is het enigste dat ze hebben, want je kunt niet buiten. Je kunt geen uitstappen doen. Je kunt die niet animeren. Die kinderen willen films zien. Maar er is geen budget om dvd s te kopen of te gaan huren. (vrouw, samenwonend, 5 kinderen waarvan 1 thuiswonend) Kinderen en jongeren die opgroeien in kansarme gezinnen ondervinden vaak grote moeilijkheden om een eigen netwerk met leeftijdsgenoten uit te bouwen. Zij wonen vaak in een woonomgeving die niet is aangepast aan de noden van het gezin. Voor deze kinderen en jongeren is het niet evident om leeftijdsgenoten uit te nodigen. Ook het kledingbudget is vaak heel beperkt. En juist voor opgroeiende jongeren is kledij een belangrijk aspect van de eigen identiteit. Het vertelt iets over wie ze zijn of willen zijn of met wie ze zich verwant voelen. Soms wordt er ook bespaard op dure schooluitstappen en verjaardagsfeestjes. Respondenten waarvan de kinderen geen feestje geven, merken dat hun kinderen op hun beurt minder gevraagd worden. Ouders hebben zich soms als kind zelf uitgesloten gevoeld, en beseffen dan ook welke mechanismen er spelen. In de mate van het mogelijke proberen ze hun kinderen hier wel voor te behoeden. Het feit dat ouders constant hun uitgaven moeten beperken tot het uiterste minimum heeft niet alleen een negatief effect op de mate waarin kinderen erin slagen sociaal kapitaal op te bouwen, het remt ook onrechtstreeks de opbouw van hun cultureel kapitaal. Helsen,

Vollebergh, & Meeus (2000) stellen dat de steun van de ouders belangrijk is voor een positief zelfwaardegevoel, de sociale competenties en het algemeen welzijn van jongeren. Maar ook de steun van leeftijdsgenoten heeft positieve effecten. Leeftijdsgenoten spelen een belangrijke rol als referentiekader, probleemoplosser, klankbord en aanspreekpunt (Ackaert, Brants, & De Rycke, 2003). Adolescenten voelen zich vaak begrepen door hun leeftijdsgenoten en kunnen vaak beter met hen praten dan met hun ouders (Materne, Van Belle, Bertels, De Munck, & Heughebaert, 2004). Door hun omgang met vrienden oefenen jongeren sociale vaardigheden, experimenteren ze met sociale rollen en leren ze een standpunt te bepalen. Vriendschappen geven jongeren steun bij het ontwikkelen, versterken en handhaven van het zelfvertrouwen en het gevoel van eigenwaarde. Jongeren zijn in de adolescentiefase bang om er niet bij te horen of om eenzaam te zijn (Van der Wal & De Wilde, 2011). Volgens Driessens (2003) hebben de beperkte mogelijkheden om deel te nemen aan het breed maatschappelijk leven tot gevolg dat zowel kinderen als ouders een beperkt netwerk hebben. Er is een risico dat gezinnen zich terugtrekken in de private sfeer. Volgens Ridge (2009) heeft armoede een grote impact op de vriendschappen en sociale relaties van kinderen en vloeien hier gevoelens van angst, onzekerheid en ongeluk uit verder. Ik ben heel bang voor zichtbare kansarmoede. Ik heb lang zichtbaar Ik wil dat niet meer. Ik wil hebben dat ik er gewoon uitzie. Zeker mijn kinderen. Rond kleding en rond Dan moeten die altijd piekfijn in orde zijn. Als er dan een feestje was en ik kon geen cadeau kopen, dan gingen ze niet. Dat vonden ze ook niet leuk dan, want dan konden ze niets meenemen. Dat vonden ze er juist leuk aan. (vrouw, alleenstaand, 6 kinderen waarvan 2 thuiswonend) En nu is hij dus begonnen met deeltijds omdat de school gewoon niet lukt, door zijn autisme maar ook omdat ze hem daar echt pesten. Over zijn kledij, omdat hij ros haar heeft of omdat hij autistisch is. De klas had ook snel door dat we niet rijk zijn, ze hebben dat heel snel door. (vrouw, alleenstaand, 6 kinderen waarvan 2 thuiswonend) Inderdaad, mijn oudste zoon vraagt dikwijls van mag ik dat gaan doen en mag ik dat gaan doen. Maar dat gaat niet. En nu heeft hij over twee jaar een gsm gekregen voor zijn verjaardag van de moemoe mama, mag ik die laden? Sorry, dat gaat niet, ik kan de mijne zelfs niet laden. (vrouw, alleenstaand, 4 thuiswonende kinderen) 4. Nabeschouwing Unicef stelt dat armoede op vele aspecten het welzijn van kinderen en jongeren aantast. Armoede en zeker langdurige armoede beïnvloedt zowel de gezondheid, de cognitieve ontwikkeling, de schoolse resultaten, de aspiraties, het zelfbeeld, de relaties met anderen, het risicogedrag en het perspectief op werk (Unicef Innocenti Research, 2007). Dat langdurige armoede kinderen en jongeren raakt op verschillende vlakken blijkt ook uit dit artikel. Toch moet ook worden gezegd dat ouders in armoede niet bij de pakken blijven zitten. Ouders trachten op allerlei vlakken de gevolgen van armoede voor hun kinderen te verminderen en hanteren hiervoor verschillende overlevingsstrategieën. Ondanks hun moeilijke situatie gaan vele ouders dagelijks de strijd aan om hun kinderen een betere toekomst te geven en cijferen zichzelf hiervoor weg. Uit de gesprekken met kansarme ouders blijkt dat de dagelijkse strijd om te overleven veel energie vraagt. Omdat iedereen,

arm of rijk, maar beschikt over een beperkte energiebron, is het belangrijk dat die energiebron niet steeds moeten worden uitgeput, anders bestaat het gevaar dat mensen gaan falen in hun zelfregulatie (Muraven & Baumeister, 2000). Het is immers moeilijk om gemotiveerd te blijven als alles wat je wilt bereiken onmogelijk ver weg ligt (Banerjee & Duflo, 2011). Hier ligt dan ook een belangrijke taak voor beleidsvoerders. Het is hun opdracht om te zoeken naar mogelijkheden om alle gezinnen de basiszekerheid te geven die ze nodig hebben om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. De referentiebudgetten voor maatschappelijke participatie kunnen hierbij een inspirerend kader vormen. Referentiebudgetten zijn korven van goederen en diensten, met bijhorend prijskaartje, die minimaal noodzakelijk worden geacht om te kunnen participeren aan de gangbare leefpatronen in een samenleving. Uitgangsbasis bij de uitwerking van de Belgische referentiebudgetten zijn de fundamentele behoeften die moeten worden vervuld om volwaardig aan de samenleving te kunnen participeren (B. Storms, 2012; B Storms & Van den Bosch, 2009; Van Thielen et al., 2010). Referentiebudgetten zijn als dusdanig goed geschikt om uitspraken te doen over het inkomen dat burgers minimaal nodig hebben om een menswaardig leven te kunnen leiden. Het prijskaartje van wat gezonde en zelfredzame burgers zich, in een bepaalde samenleving, minimaal zouden moeten kunnen veroorloven om er volwaardig aan te kunnen deelnemen, weerspiegelt in feite een financiële ondergrens. Beneden die grens wordt het risico op armoede en sociale uitsluiting voor iedere burger bijzonder groot. Indien we de minimuminkomens in ons land plaatsen tegenover deze financiële ondergrens, dan moeten we concluderen dat de Belgische minimuminkomens onvoldoende adequaat (B Storms & K Bogaerts, 2012) zijn om alle burgers de mogelijkheid te geven een menswaardig leven te leiden (art. 23 en 24 van de Belgische grondwet). Met het oog op de realisatie van de sociale grondrechten, laten referentiebudgetten zien hoe een beleid dat zich richt op het toegankelijk (lees: beschikbaar en betaalbaar, maar ook bereikbaar, bruikbaar en begrijpbaar) maken van basisinstituties als huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs of mobiliteit een directe impact heeft op de bestedingsmogelijkheden van lage inkomensgezinnen. Zulk preventief beleid is niet alleen effectief omdat het doelbewust en systematisch armoede helpt voorkomen (een goed kader voor een beleid gericht op wenselijk preventie wordt geboden door Goris, Burssens, Melis, & Vettenburg, 2007), het is wellicht ook efficiënt, want kosteneffectief op lange termijn. Immers, door de ondoeltreffendheid van de minimuminkomensbescherming zien we momenteel in ons land een grote toeloop van sociaal verzekerden naar residuaire sociale beschermingssystemen. Het voeren van een sociaal onderzoek, het opzetten van schuldbemiddeling en budgetbeheer of begeleiding kost de maatschappij veel geld. De vraag is hoe deze kostprijs zich op lange termijn verhoudt tot de kostprijs van het toegankelijk maken van basisinstituties. Engelse onderzoekers raamden de kost van kinderarmoede in Engeland (Griggs & Walker, 2008) op 40 biljoen 2 pond per jaar. Dit bedrag omvat onder meer de kosten voor de bijzondere jeugdbijstand, gezondheidskosten als ziekenhuisopnames, premature geboorten, chronische aandoeningen en ook economische kosten zoals deze die verbonden zijn aan toekomstige verhoogde kansen op werkloosheid, afwezigheid op het werk en lagere productiviteit. Het zou interessant zijn om voor ons land een gelijkaardige berekening te maken. Van Thielen en Storms onderzochten in 2012 in welke mate lokale overheden en hulpverleningsorganisaties (gemeentebesturen, OCMW s, CAW s ) de grondbeginselen van wenselijke preventie meenemen in hun lokaal sociaal 2 Het Engelse billion is wat in het Nederlands een miljard genoemd wordt.

beleid. Zij kwamen tot de vaststelling dat er overal, en zeker in kleine en middelgrote gemeenten nog een hele weg te gaan is om via algemene wenselijke preventie te werken aan betaalbare instituties die ervoor zorgen dat het besteedbaar inkomen van personen met een te laag inkomen verhoogt (Van Thielen & Storms, 2012). Doch, het onderzoek naar de doeltreffendheid van de minimuminkomensbescherming maakt tevens duidelijk dat niet alle heil kan worden verwacht van een doorgedreven preventief beleid. Voor sommige gezinnen (met name voor koppels met en zonder kinderen en voor alleenstaande ouders die zijn aangewezen op de bijstand of op een minimumwerkloosheidsuitkering) is een daadwerkelijke verhoging van de minimuminkomens de enige mogelijkheid om de noodzakelijke bestaansmiddelen te verwerven die nodig zijn om te ontsnappen uit de armoede. Meer in het bijzonder voor gezinnen met kinderen geldt ook dat in ons land de financiële overheidstegemoetkomingen voor kinderen ten laste niet effectief zijn omdat ze er niet in slagen de minimumkosten van kinderen te dekken. Zelfs niet voor de laagste inkomens die aanspraak kunnen maken op verhoogde kinderbijslagen en op studietoelagen (B. Storms & K. Bogaerts, 2012). Dit is problematisch omdat de armoedekloof voor de laagste sociale zekerheidsinkomens zo verder toeneemt en een armoedekloof wordt gegenereerd voor eenverdieners met minimale arbeidsinkomens en hoge huurkosten. Bovengenoemde vaststellingen maken duidelijk dat een doorgedreven samenwerking van beleidsvoerders op verschillende beleidsniveaus en over verschillende beleidsdomeinen noodzakelijk is om de gepaste preventieve en curatieve maatregelen te nemen die nodig zijn om alle gezinnen de basiszekerheid te kunnen geven die nodig is om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. Zij werken hierbij ook best samen met verschillende relevante stakeholders zoals het OCMW, het schepencollege, Logo s, wijkgezondheidscentra, scholen, huisartsen, CAW s, CLB s, personen in armoede en de verenigingen waarin zij actief zijn. De samenwerking met deze laatsten is van bijzonder belang. Maatregelen om armoede te bestrijden kunnen maar effectief zijn indien ze worden genomen samen met mensen in armoede omdat dit meer garanties geeft dat de genomen maatregelen haalbaar, aanvaardbaar en voelbaar zijn voor de mensen waarvoor ze zijn bedoeld.

Literatuur Ackaert, L., Brants, P., & De Rycke, L. (2003). Kom je dat thuis eens vertellen? Leuven/Leusden: Acco. Anderson, W., White, V., & Finney, A. (2012). Coping with low incomes and cold homes. Energy Policy, 49, 40-52. Banerjee, A. V., & Duflo, E. (2011). Arm & kansrijk. Een nieuwe visie op het bestrijden van armoede. Amsterdam: Nieuw Amsterdam uitgevers. Bennet, F. (2008). How low-income families use their money. In J. Strelitz & R. Lister (Eds.), Why money matters (pp. 115-124): Save the children. Broussard, A., Joseph, A., & Thompson, M. (2012). Stressors and coping strategies used bij single mothers living in poverty. Affilia: journal of women and social work, 27, 190-204. Campaert, G. (2007). De onderkant van de woonmarkt. In J. Vranken, G. Campaert, K. De Boyser & D. Dierckx (Eds.), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2007. Leuven: Acco. Casey, P. H., Szeto, K., Lensing, S., Bogle, M., & Weber, J. (2001). Children in food-insufficient, low income families. American Medical Association, 155, 508-514. Davis, C., & Mantler, J. (2004). The consequences of financial stress for individuals, families and society (pp. 32). Ottawa: Doyle Salewski Inc. Dowler, E. (2008). Poverty, food and nutrition. In J. Strelitz & R. Lister (Eds.), Why money matters (pp. 150): Save the children. Driessens, K. (2003). Armoede en hulpverlening: omgaan met isolement en afhankelijkheid. (doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen), Universitaire instelling Antwerpen, Antwerpen. Engbersen, G., Van de Veen, R., & Schuyt, C. J. M. (1987). Moderne armoede: overleven op het sociaal minimum: een onderzoek onder 120 Rotterdamse huishoudens. Leiden. Geenen, G., & Corveleyn, J. (2010). Helpende handen. Gehechtheid bij kwetsbare ouders en kinderen. Leuven: LannooCampus. Geerts, A., Dierckx, D., & Vandevoort, L. (2012). Elk kind telt. Informatie en inspiratie voor lokale actoren in hun strijd tegen armoede. Ghate, D., & Hazel, N. (2004). Parenting in poor environments. Stress, support and coping. Policy research bureau messages (pp. 27). London: Policy research bureau. Goris, P., Burssens, D., Melis, B., & Vettenburg, N. (2007). Wenselijke preventie stap voor stap. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. Griggs, J., & Walker, R. (2008). The costs of child poverty for individuals and society. A literature review (pp. 33). York: Joseph Rowntree Foundation. Helsen, M., Vollebergh, W., & Meeus, W. (2000). Social Support from Parents and Friends and Emotional Problems in Adolescence.(Statistical Data Included). Journal of Youth and Adolescence, 29(3), 319. Hirsch, D., Sutton, L., & Beckhelling, J. (2012). The cost of a child in the twenty-first century (pp. 56). London: Child Poverty Action Group. Howden-Chapman, P., Viggers, H., Chapman, R., O'Sullivan, K., Telfar Barnard, L., & Lloyd, B. (2012). Tackling cold housing and fuel poverty in New Zealand: a review of policies, research and health impacts. Energy Policy, 49, 134-142. Kempson, E., Bryson, A., & Rowlingson, K. (1994). Hard times?: how poor families make ends meet. London: Policy Studies Institute. Liddell, C., & Morris, C. (2010). Fuel poverty and human health: a review of recent evidence. Energy Policy, 38, 2987-2997.

Lievens, P. (2008). Drempels naar participatie in lokale verenigingen. Geel: Katholieke Hogeschool Kempen. Lister, R., & Strelitz, J. (2008). Everyone needs money: the voices of parents who have to little. In J. Strelitz & R. Lister (Eds.), Why money matters (pp. 150): save the children. Materne, S., Van Belle, V., Bertels, J., De Munck, C., & Heughebaert, H. (2004). Vriendschap als preventie. Berchem: Berchem : IN Petto, 2004? Meert, H. (1997). Van stad tot platteland: armen en hun overlevingsstrategieën. In H. Vanderhaeghen, K. Pauwels, R. P & V. P (Eds.), Armoede en Demografie (Vol. 4, pp. 35-67). Muraven, M., & Baumeister, R. F. (2000). Self-regulation and depletion of limited resources: does self-control resemble a muscle?. Psychological Bulletin, 126(2), 247-259. Research, C. U. I. (2007). La pauvreté des enfants en perspective: vue d ensemble du bien-être des enfants dans les pays riches (Vol. 90): UNICEF Innocenti Research Centre. Ridge, T. (2009). Living with poverty. A review of the literature on children's and families experiences of poverty. Reserch Report No 594 (pp. 102): Departement for Work and Pensions. Steven Lee, C.-Y., Lee, J., & August, G. (2011). Financial stress, parental depressive symptoms, parenting practices and children's externalizing problem behaviors: underlying processes. Family relations, 60, 476-490. Storms, B., & Bogaerts, K. (2012). De doeltreffendheid van de minimuminkomensbescherming in België. Wat leren de referentiebudgetten? In D. Dierckx, J. Coene & A. Van Haarlem (Eds.), Jaarboek armoede en sociale uitsluiting 2012 (pp. 89-106). Leuven: Acco. Storms, B., & Bogaerts, K. (2012). Kind van de rekening. Onderzoek naar de doeltreffendheid van de tegemoetkomingen voor kinderen ten laste (te verschijnen). Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid(3). Storms, B., & Van den Bosch, K. (2009). Wat heeft een gezin minimaal nodig? Een budgetstandaard voor Vlaanderen. Leuven: Acco. Unicef Innocenti Research, c. (2007). La pauvreté des enfants en perspective: vue d ensemble du bien-être des enfants dans les pays riches (Vol. 90): UNICEF Innocenti Research Centre. Van der Wal, J., & De Wilde, J. (2011). Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding : een praktijkgericht boek (4de herz. dr. ed.). Bussum: Bussum : Coutinho, 2011. van Nistelrooij, R. (2003). Regels die mensen blokkeren. Armoedemechanismen, overlevingsgedrag en het falen van regels. (pp. 148). Utrecht: Stichting Sjakuus. Van Thielen, L., & Storms, B. (2013). Het maximum uit het minimum halen.overlevingsstrategieën van mensen die moeten rondkomen met een te beperkt inkomen. Geel: cebud. Van Thielen, L., Deflandre, D., Baldewijns, K., Boeckx, H., Leysens, G., Storms, B.,... Van den Bosch, K. (2010). Minibudget. Wat hebben gezinnen nodig om menswaardig te leven in België? Onderzoek gefinancierd door Federaal Wetenschapsbeleid in opdracht van de POD MI (pp. 458). Geel: Katholieke Hogeschool Kempen. Van Thielen, L., & Storms, B. (2012). Betaalbare instituties voor iedereen? Preventief werken.. OCMW-Visies, 27(1), 13-16. Wrapson, Mewse, & Lea. (2008). The psychology of poverty. In J. Strelitz & R. Lister (Eds.), Why money matters (pp. 150): Save the children.