Toegankelijkheid openbare ruimte Een praktische aanpak Samenvatting Een goed toegankelijke openbare ruimte voor iedereen is een belangrijke voorwaarde voor de participatie van alle mensen in de samenleving en dient daarmee het algemene belang. Ondanks alle kennis, richtlijnen en voorbeelden levert het gebruik van de openbare buitenruimte in de praktijk vaak problemen op, vooral voor mensen met een functiebeperking. Daarom stelt de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO) de gemeenten de opgave de toegankelijkheid voor iedereen te realiseren. In Leiden adviseert de Adviesraad WMO een praktische aanpak die aansluit bij de gemeentelijke organisatie en werkprocessen. Alex van Loon, Adviesraad WMO Leiden Een willekeurige praktijktoets in de openbare ruimte levert vaak in eerste instantie al vele knelpunten op ten aanzien van de toegankelijkheid zoals losse of vaste obstakels in de looproute, ontbreken van verlaagde banden, gevaarlijke oversteekplaatsen en het ontbreken van voorzieningen tijdens werk-in-uitvoering. Dit levert problemen op voor de voetgangers, met name de mensen met een functiebeperking ten aanzien van het lopen. Het gaat daarbij niet alleen om mensen met fysieke, motorische of zintuiglijke beperkingen maar ook om mensen met cognitieve beperkingen, met beperkte of lange afmetingen en chronisch zieken. Bovendien zijn een aantal mensen aangewezen op het gebruik van hulpmiddelen zoals een rollator, rolstoel, wandelwagen, stok, bril, geleidehond of begeleider. Wie denkt dat hij of zij buiten de doelgroep mensen met een functiebeperking valt heeft het mis. Iedereen krijgt in zijn of haar leven te maken met functiebeperkingen ten aanzien van lopen, te beginnen als kind. Een kind heeft immers een beperkte afmeting en is cognitief onvoldoende vaardig om zelfstandig in de openbare ruimte te verplaatsen, laat staan over te steken. Gevolg van een ontoegankelijke buitenruimte is dat vooral mensen met functiebeperkingen worden beperkt in hun mobiliteit en meer risico lopen op een val of verkeersongeval. 1
Het is voor een gemeente een lastige opgave om de toegankelijkheid van de openbare ruimte continu te waarborgen. Alleen met het volgen van richtlijnen bij nieuwe projecten komt men er niet. Ook in het beheer en onderhoud, en bij vergunningverlening en handhaving speelt de zorg voor toegankelijkheid een rol. Daarnaast staat de gemeente voor de lastige taak om de toegankelijkheidsachterstand van de huidige situatie in te halen. Gezien het belang van de toegankelijkheid in het kader van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO) bereidt de Adviesraad WMO van de gemeente Leiden een beleidsadvies voor, om de toegankelijkheid via een praktische aanpak in Leiden in de voeren, die aansluit bij de gemeentelijke organisatie en werkprocessen. Deze aanpak, die in de vorm van een handreiking wordt aangeboden, wordt hierna toegelicht zonder al te diep op de inhoud te gaan. Bewustwording Het is van primair belang dat alle actoren in de openbare ruimte: beleidsmedewerkers, ontwerpers, uitvoerders, toezichthouders, aannemers, architecten, particulieren en handhavers bewust zijn van de mogelijkheden en beperkingen van de voetgangers zodat zij hun belangen in het werk kunnen integreren. Hiertoe wordt naast de beschrijving van de functiebeperkingen ook de omvang van de verschillende groepen in Leiden weergegeven. Hieruit blijkt dat een substantieel aandeel (enkele tientallen procenten) van de Leidse bevolking één of meerdere geïndiceerde functiebeperkingen heeft. Verder wordt vermeld dat inwoners van Leiden (117.500) relatief veel verplaatsingen te voet maken en dat Leiden een groot aantal werknemers (56.000) en toeristische bezoekers (6.000 per dag) ontvangt waarbij lopen een belangrijk voor/natransport is of zelfs een doel is. Dit betekent dat de infrastructuur op de intensieve loopfunctie moet zijn afgestemd. Dat daarbij de toegankelijkheidseisen van alle doelgroepen uitgangspunt zijn, is vanzelfsprekend. Functionele en operationele eisen Ten aanzien van de toegankelijkheid zijn vele richtlijnen, praktijkboeken en vakliteratuur beschikbaar. Voor de praktische toepassing in Leiden wordt voorgesteld een onderscheid te maken tussen functionele en operationele eisen. De belangrijkste functionele eisen zijn herkenbaarheid, begaanbaarheid en veiligheid. Bij de herkenbaarheid gaat het om herkenbare voetgangersgebieden, voetpaden, oversteekplaatsen en menggebieden. Bij deze laatste moet duidelijk zijn welke ontmoetingen 2
met welke andere soorten verkeersdeelnemers te verwachten zijn hetgeen vaak een moeilijke opgave is. Daarnaast is oriëntatie een belangrijk aandachtspunt. Bij de begaanbaarheid gaat het om het profiel van vrije ruimte, langs- en dwarshellingen, een stroef en vlak loopvlak, geleidingsvoorzieningen, oversteekplaatsen, rustpunten, en bereikbaarheid bestemmingen (parkeerplaatsen, bushalten, brievenbussen, containers e.d.). Bij veiligheid gaat het om voorkomen van vallen en vermijden harde conflicten met obstakels, voetgangers en andere verkeersdeelnemers. Scheiding van verkeerssoorten, goede markering obstakels, lage ontmoetingssnelheden bij oversteken en menggebieden, en goed uitzicht zijn hierbij uitgangspunt. Daarnaast wordt de gebruikswaarde van voetgangersvoorzieningen verhoogd door: - directe routes tussen herkomst en bestemmingen - continuïteit van looproutes - zo weinig mogelijk oversteken van verkeersaders - duidelijk onderscheid tussen doorgaande routes en bestemmingen - duidelijke markering routekeuzepunten - looproutes vrij van losse obstakels zoals fietsen, containers, parkeren e.d. (handhaving) - schone en goed onderhouden voorzieningen (schouwen) - gevoel van sociale veiligheid (langs wegen/huizen, verlichting) In de handreiking worden de operationele eisen in de vorm van maatvoeringen en normen met bronvermelding aangegeven. Integrale toegankelijkheid en toegankelijkheidsniveaus Integrale toegankelijkheid betekent dat iedereen alle voorzieningen op een zo zelfstandig en onopvallend mogelijke manier kan gebruiken. De CROW-publicatie 177 Integrale toegankelijkheid openbare ruimte hanteert de volgende benadering: richt de openbare ruimte zo in dat vrijwel iedereen er gebruik van kan maken en pas daarbij zo min mogelijk aparte voorzieningen toe voor aparte doelgroepen. Zorg er vervolgens door een juist beheer en een goede handhaving voor, dat de (her)ingerichte ruimte ook voor iedereen toegankelijk blijft. Het integraal toegankelijk maken van de openbare ruimte hoeft geen extra kosten met zich mee te brengen. Als maar goed is nagedacht over het ontwerp. Ten aanzien van de toegankelijkheid kunnen algemene eisen en specifieke accenten worden gesteld, afhankelijk van het algemene en specifieke gebruik en de randvoorwaarden die de 3
functies in het gebied stellen. In Leiden worden verschillende gebieden onderscheiden zoals woonwijken, historisch centrum, bedrijventerreinen, parken en de hoofdwegenstructuur. Per gebied worden de toegankelijkheidsniveaus omschreven. Implementatie in de gemeentelijke organisatie en werkprocessen Om de toegankelijkheid van de openbare ruimte in Leiden te operationaliseren kan de handreiking het beste aansluiten bij de gemeentelijke werkprocessen in de openbare ruimte: Nieuwe aanleg en reconstructie Beheer en onderhoud APV, vergunning en handhaving Nieuwe aanleg en reconstructie De kennis omtrent toegankelijkheid openbare ruimte ligt primair bij de discipline Verkeer en Vervoer. Deze discipline zorgt voor de borging van de toegankelijkheid in de nieuwe plannen en streeft daarbij gaat zoveel mogelijk naar integrale toegankelijkheid. Deze betrekt belangengroepen, lokale doelgroepen (bv. senioren, winkeliers, scholen) en bewoners bij de planvorming voor lokale kennis en draagvlak. In de toelichting voor besluitvorming dient als vast onderdeel aangegeven te worden hoe toegankelijkheid openbare ruimte in het plan is vormgegeven. Bij de verdere uitwerking van het plan en het bestek dienen met name op civieltechnisch niveau de toegankelijkheidseisen in acht te worden genomen. Bij het aan- of uitbesteden van het uitvoeringswerk dient de uitvoerder/aannemer aan te geven hoe men de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van de bestemmingen gaat waarborgen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met specifieke doelgroepen. Daarbij is afstemming met de omgeving noodzakelijk en zijn maatwerkoplossingen mogelijk. Bij de begeleiding van de uitvoering dienen de gemeentelijke toezichthouders enerzijds toezicht te houden op de correcte uitvoering van de bestekken. De toezichthouder ziet er op toe dat de aannemer tijdens de werk-in-uitvoering de bestemmingen bereikbaar en toegankelijk houdt. Bij de oplevering van het werk voert de gemeente een uitvoeringstoets uit. Daarbij wordt de interne deskundigheid of desgewenst externe deskundigheid betrokken. Ook na opening van het werk zal enige tijd gemonitoord moeten worden of de openbare ruimte voor het publiek en eventuele specifieke gebruikers voldoet. 4
Beheer en onderhoud Goed beheer en onderhoud van voetgangersgebieden en -voorzieningen draagt bij aan de permanente toegankelijkheid ervan. Dit kan worden meegenomen in de gemeentelijke onderhoudscyclus. De technische inspecties dienen ook de technische toegankelijkheidseisen van voetgangersruimten te omvatten. Voorzieningen ten behoeve beheer en onderhoud in de openbare ruimte zoals gemeenschappelijke containers en opstelplaatsen voor particuliere containers dienen toegankelijk te zijn en zodanig te worden gesitueerd dat de doorgang niet wordt belemmerd en bij oversteken het zicht niet wordt ontnomen. APV, vergunning en handhaving Handhaving van obstakelvrije voetgangersruimten en -voorzieningen is vereist voor de toegankelijkheid ervan. In de APV is geregeld dat de bruikbaarheid van de weg (inclusief voetpad) niet mag worden belemmerd. Het plaatsen van objecten zoals fietsen en bouwmaterialen of het veroorzaken van gladheid (vuil, hondenpoep) kan op basis van dit artikel gehandhaafd worden. Foutparkeren op de stoep en/of voetgangersgebied kan worden geverbaliseerd via de algemene wetgeving. Om een voorwerp, zoals een steiger, een reclamebord of een terras, in of op, over of boven de openbare ruimte te mogen plaatsen is een vergunning nodig. Bij de beoordeling van de aanvraag zou de gemeente de consequenties voor de toegankelijkheid in beschouwing moeten nemen en eventuele nadere aanwijzingen opnemen in de vergunning. Het is voor de toegankelijkheid van belang dat de vergunningseisen worden nageleefd en gehandhaafd. Bij evenementen, waarvoor doorgaans ook een vergunning voor nodig is, kunnen voorwaarden worden gesteld ten aanzien van de toegankelijkheid. Bijvoorbeeld opstelplaatsen voor kindrolstoelen bij de sinterklaasintocht en het treffen van voorzieningen voor blinden bij de kermis. Daarnaast draagt handhaving op snelheidsovertreding en roodlichtnegatie op oversteeklokaties bij aan de veiligheid en daarmee ook de toegankelijkheid. Pro-actief beleid en financiering Naast de normale gemeentelijke processen kunnen burgers en partners in de stad een proactieve rol spelen bij het toegankelijk maken van hun woonomgeving. Zo kunnen de districtsraden zorgen voor een schouw van het district. Zij kunnen de knelpunten ten aanzien 5
van de toegankelijkheid in kaart brengen en aangeven welke knelpunten met prioriteit zouden moeten worden aangepakt. Verder vormt het informatiepunt van de gemeente ook een belangrijke informatiebron. Om de samenhang te bewaken en afstemming te borgen zou de gemeente een en ander moeten coördineren. Deze kan adviseren via welke budgetten de knelpunten in de wijken het beste kunnen worden gefinancierd (afstemming onderhoudsprogramma s, wijkbudgetten e.d.). Kennis en voorlichting Zoals al eerder beschouwd zijn er vele interne en externe partijen betrokken bij het onderwerp toegankelijkheid van de openbare ruimte. Kennisoverdracht en kennishulpmiddelen zoals brochures op maat voor de diverse rolhouders is vereist voor een goede en eenduidige benadering van toegankelijkheid. Uiteraard mag publieksvoorlichting niet ontbreken. Bronnen Diverse CROW-publicaties o.a.: 177 Richtlijn integrale toegankelijkheid openbare ruimte 201 Praktijkboek toegankelijkheid openbare ruimte 226 Veilig Oversteken? Vanzelfsprekend! ASVV Websites www.kwetsbareverkeersdeelnemers.nl www.crow.nl www.sgoa.nl www.leiden.nl 6