"Allee, wat was het weer?"

Vergelijkbare documenten
Arrangement 1 De Luisterthermometer


A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

JAARGANG 8 / NUMMER 10 JUNI Mede mogelijk dankzij:

Kan-beschrijvingen ERK A2

Samenvatting Nederlands Alle hoofdstukken

Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4. Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2:

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.

Taalverandering. 19. Taalverandering. Opdracht 19.1

Boekverslag Nederlands Een lege plek om te blijven

JAARGANG 8 / NUMMER 3 NOVEMBER Mede mogelijk dankzij:

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?

W O O R D E N B O E K V A N D E V L A A M S E D I A L E C T E N

Het zingende paard 4 Elgraphic - Vlaardingen :33

Duitse taal schrijfvaardigheid

Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens

Luister- en kijkvaardigheid in de lessen Nederlands

Kan ik het wel of kan ik het niet?

Doe een klein onderzoek naar de taalregels die een kind in jouw omgeving al dan niet onder de knie heeft en schrijf daar een verslag over.

JAARGANG 8 / NUMMER 6 FEBRUARI Mede mogelijk dankzij:

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

Weet u wanneer deze boerderij gebouwd is?

Spoor je leerlingen dus aan om een verzorgde taal te hanteren tijdens en buiten de lessen. Je maakt hen enkel sterker!

Maarten heeft een fors perceptief gehoorverlies. Sanne heeft auditieve verwerkingsproblemen.

Handleiding Les 1: Welk lego-beeld wil jij op school?

Friese taal en cultuur VWO. Syllabus centraal examen 2010

ISK Leerlijn. Alfabetisering. Verstavaardigheid Alfa A. Onderdeel Vaardigheden Tekstkenmerken

Lezen 2F is erop gericht om leerlingen te begeleiden naar het door Meijerink c.s. geformuleerde referentieniveau 2F voor begrijpend lezen.

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Opdracht Levensbeschouwing Doodstraf

Ik wil je dan graag aanmoedigen. Begin gewoon. Begin opnieuw. Bid bijvoorbeeld deze zin: Ik wil graag bidden.

Vakonderdeel: MONDELING TAALGEBRUIK: SPREKEN EN LUISTEREN

Training Een GROOTS leven

8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie).

PLEONASME EN TAUTOLOGIE EN ONS TAALGEBRUIK

2015 Gerard de Wit voor Psychodidact Waalwijk Bron: Stijn van Merendonk, Sergio van der Pluim, Gerard de Wit e.a. Niets uit deze uitgave mag worden

Lesbrief nummer 23 december 2015

WERKEN MET VERHALEN VAN DE HODJA

Factsheet persbericht. Toekomst van studenten onzeker

1 Lesvoorbereiding TIMING DOELSTELLINGEN LEERINHOUDEN ONDERWIJS- EN LEERACTIVITEITEN (STRATEGIE) MEDIA EN WERKVORMEN

Goed, vlot en begrijpend lezen blijft één van de belangrijkste doelen die een leerling gedurende zijn of haar schoolloopbaan moet bereiken.

Monitor Diversiteit 2017

Monitor Diversiteit 2015 Een kwantitatieve studie naar de zichtbaarheid van diversiteit op het scherm in Vlaanderen

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek

Academisch schrijven: instructie voor de opdracht rond wetenschappelijk schrijven.

Stippelen op Gregorius

Schrijven tekstkenmerken productief A1 A2 B1 B2 C1 C2. Bereik van de woordenschat

VSO leerlijn Engels (uitstroom arbeid)

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica

Nieuwsmonitor 6 in de media

Spreken tekstkenmerken A1 A2 B1 B2 C1 C2. Bereik van woordenschat

Voorwoord. Veel succes met de schrijftraining! Amsterdam, februari Freek Bakker Joke Olie. 6 Voorwoord

32 Taalbeschouwing. 1 Inleiding

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Dit is de individuele leeslijn die op onze school wordt nagestreefd.

Kernachtig communiceren

Cultuursurvey. Betrouwbaarheidsonderzoek voor Stichting LeerKRACHT. Maaike Ketelaars Ton Klein

Wilt u laten weten wat u van deze TLPST vond? Hebt u tips voor de volgende aflevering? Mail ons:

Samenvatting Zoeken naar en leren begrijpen van speciale woorden Herkenning en de interpretatie van metaforen door schoolkinderen

De Taalkanjers - Thema 1 HANDLEIDING

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

LEERKRACHTGEDEELTE ACTIVITEIT: ZEG HET MET EEN T- SHIRT

Deze les levert een bijdrage aan kerndoel 3 voor rekenen: De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties.

Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling

Dat hoor je mij niet zeggen!

Ronde 3. Voer je eigen taalonderzoek! 2. Onderzoek is hot. 1. Inleiding

Willen sterven. Wie anders dan ik zelf zou het recht hebben om te beslissen over mijn leven? Moment voor religieuze bezinning en waardevol leven

Motivational Interviewing: ontdek de kracht van motiveren

Bijlage interview jongen

Tussendoelen Taal: Spraak- Taalontwikkeling

Waar of niet waar? Naarmate de mens ouder wordt, vergeet hij ook meer. Hoe praat je het beste met een persoon met dementie?

Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties

Flitsbijeenkomst Steunpunt Taal en Rekenen (10 februari 2012) Handreiking Referentiekader mvt. Van Raamwerk tot Handreiking

Tekststructuren. Oriënteren. Verkennen. Uitvoeren

Inhoud. Voorwoord 6. Inleiding 7

Nieuws uit groep 3. 7 juni Beste ouders,

Ik geloof, geloof ik. Levensbeschouwelijk dossier Griftland college Bovenbouw. Mijn naam en klas:

Examen VMBO-GL en TL 2005

Beoordelingsinstrument Digitale Leermiddelen Taalonderwijs

NVCL-20. Nijmegen-Venray ConfabulatieLijst. Naam clie nt: Naam beoordelaar: Relatie tot clie nt: Datum: Instructie

Algemeen Nederlands Verbond (ANV) Oost-en Zeeuws-Vlaanderen

CLIL Toolkit voor het basisonderwijs

Omgaan met een taalstoornis bij hersenbeschadiging

proefhaken HANDLEIDING

Het taalconflict in België Vlamingen gedropt in Wallonië

Transcriptie:

"Allee, wat was het weer?" Het tussenwerpsel allee in spontaan gesproken Standaardnederlands Hanne Kloots In 1970 publiceerde Gaston Durnez Mijn leven onder de Belgen, een bundeling van humoristische stukjes over Belgische gewoonten en tradities. Daarbij besteedde hij ook aandacht aan het taalgebruik van de Vlamingen. Die zouden bijvoorbeeld opvallend vaak allee gebruiken: "Naar het voorbeeld van hun buren de Fransen strooien zij het over alle omstandigheden van het leven uit." (p.114). In dit artikel wordt nagegaan of Durnez' intuïtie klopt. Is het gebruik van allee inderdaad typisch voor Vlaanderen? En wat kan allee allemaal betekenen? Een pioniersstudie De vorm allee werd overgenomen uit het Frans. Het is een tussenwerpsel, ontstaan uit allez, de gebiedende wijs van het Franse werkwoord aller (gaan). In de bestaande taalkundige literatuur over Nederlandse tussenwerpsels is tot nu toe nauwelijks of geen aandacht besteed aan allee. In deze pioniersstudie wordt het gebruik van allee onderzocht op basis van een verzameling spontaan gesproken Standaardnederlands, afkomstig van leraren Nederlands. Materiaal en methode In 1999 namen 160 leraren Nederlands deel aan een sociolinguïstische studie. Het ging om 80 Nederlanders en 80 Vlamingen, van wie telkens de helft mannen en de helft vrouwen. De leraren waren afkomstig uit diverse regio's in Vlaanderen en Nederland. Per regio werden telkens 20 personen geselecteerd. Zowel in Nederland als in Vlaanderen was de helft van de deelnemers geboren voor 1955, de andere helft na 1960. Van deze 160 leraren Nederlands werd een interview afgenomen dat bestond uit diverse taken. Van elke leerkracht werd ook minstens een kwartier spontane spraak opgenomen. Tijdens dat kwartier spraken de leraren met een onderzoeker over diverse onderwerpen. Er werd bijvoorbeeld gepraat over actualiteit, literatuur en spelling, maar even goed over vakantieplannen, kookexperimenten en voetbal. De onderzoekers in Vlaanderen een Belgische, in Nederland een Nederlander trachtten zelf zo weinig mogelijk te zeggen en probeerden verder om zo veel mogelijk in te haken op onderwerpen die de leraren ter sprake brachten. Zowel de leraren als de onderzoekers spraken Standaardnederlands. Het is deze spontane spraak die als basis heeft gediend voor dit pioniersonderzoek naar het gebruik van allee. Wie gebruikt allee? De spontane spraak van de 160 leraren Nederlands bleek in totaal 303 realisaties van allee te bevatten. Daarvan was er welgeteld één afkomstig uit Nederland, meerbepaald van een oudere (mannelijke) leraar uit Nederlands- Limburg. De overige 302 realisaties waren afkomstig uit Vlaanderen. Met andere woorden: de intuïtie dat het gebruik van allee typisch zou zijn voor het zuiden van het Nederlandse taalgebied, blijkt te kloppen. 1

Opvallend is wel dat de ene Vlaming (veel) vaker allee gebruikt dan de andere. De 302 Vlaamse allees blijken afkomstig te zijn van 49 personen. Dat impliceert dus ook dat ruim een derde van de 80 Vlaamse leraren geen enkele allee heeft geproduceerd. Tabel 1 geeft een idee van het aantal allees per persoon. De meeste leraren blijken eerder matige gebruikers te zijn. Eén leraar, een jonge West-Vlaming, was echter duidelijk verknocht aan allee: hij gebruikte het tussenwerpsel niet minder dan 59 keer. aantal realisaties aantal sprekers 0 realisaties 31 1 à 5 realisaties 34 6 à 10 realisaties 7 10 à 15 realisaties 4 15 à 20 realisaties 3 meer dan 20 realisaties 1 80 Tabel 1: Het aantal realisaties van allee per Vlaamse proefpersoon De betekenis van allee Vervolgens concentreren we ons op de betekenis van allee in het spontane Standaardnederlands van onze leraren Nederlands (zie ook Tabel 2). AANSPORING Volgens Van Dale (2005) betekent allee "komaan, vooruit". Deze betekenis is inderdaad vrij bekend. Zo wordt allee bijvoorbeeld gebruikt door wielerfans die hun fietsende held willen aanmoedigen (bv. Allee Tom!; Allee Bart!), maar even goed door ongeduldige automobilisten die hun voorligger tot spoed willen aanmanen (bv. Allee, een beetje rapper!). Ook het spontane Standaardnederlands van onze leraren Nederlands bevat een tiental voorbeelden van dit aansporende allee: negen uit Vlaanderen (bv. Allee, gaat gij dat nu eens vragen!) en één uit Nederland (Allee, probeer dat nou eens!). NUANCERING Wie een beetje vertrouwd is met het taalgebruik bezuiden de Moerdijk, weet echter dat allee nog veel meer gebruiksmogelijkheden heeft. Zo kan de aanwezigheid van allee erop wijzen dat de spreker een pas gedane uitspraak wil nuanceren. Enkele voorbeelden uit de interviews met de leraren Nederlands zijn: "omdat ik waarschijnlijk monitor ga worden volgend jaar, allee, dat hóóp ik", "ik maak er geen opmerkingen over, allee ja, ik duid de fouten wel aan, maar ik trek er geen punten voor af", "maar toen we jong waren was dat nog geen probleem, allee, jong, we zijn wij nog altijd jong!". VERBETERING Nauw verwant hiermee is de allee die aangeeft dat de spreker een woord of constructie wil verbeteren, bv. "wat de grens, allee, wat de drempel ook een beetje verlaagt" of "eigenlijk kan het ook niet kwaad, allee, eigenlijk kan het ook geen kwaad". Daarbij wordt de oorspronkelijke formulering (= die voorafgaand aan allee) soms gewoon ergens halverwege afgebroken. Een mooi voorbeeld is een zin als "ik kan dat..., allee, ik ben het verleerd", waarin we vooraan een aanzet tot "ik kan dat niet meer" kunnen herkennen. 2

VERDUIDELIJKING Eveneens verwant hiermee zijn een aantal allees die een soort verduidelijking lijken in te luiden. De spreker wil zijn/haar uitspraak iets concreter maken, bijvoorbeeld "dan vertel ik veel te veel hé, allee, 'k bedoel dat is dan een les waardoor dat ze een hele les niks anders doen dan die artikels verwerken". Of nog: "(de leerlingen) proberen ook elkáár wat te motiveren (om boeken te lezen), allee, we gaan dan soms 'ns in een kring zitten en vertel jij 'ns en jij en...". Omdat de drie laatstgenoemde betekenissen nuancering, verbetering en verduidelijking erg nauw bij elkaar aansluiten en dus ook moeilijk strikt van elkaar te onderscheiden zijn, worden ze in Tabel 2 samengenomen. AFRONDING Verder is er nog het afrondende allee. Deze variant leidt een (tussentijdse) conclusie of samenvatting in. Allee betekent dan zo veel als "kortom". Zo somde iemand een reeks steden en gemeenten (met hun dialecten) op waaruit zijn school leerlingen rekruteert, en concludeerde vervolgens "allee, je hoort daar (= op zijn school) de hele regio zo bijeen". Een lerares die tijdens haar vakantie de nacht had doorgebracht in een slecht onderhouden motel kwam uiteindelijk tot de volgende conclusie: "allee, dat beviel ons toch niet, we zaten liever in ons eigen tentje". In een aantal gevallen wijst de aanwezigheid van allee ook op de afsluiting van het gesprek. Hier hoeft aan de allee geen uitvoerige opsomming of beschrijving vooraf te gaan. Toen de onderzoekster een leraar dankte voor zijn bijdrage, antwoordde die laatste: "Allee, graag gedaan". VRAAG EN/OF HAPEREND GEHEUGEN Daarnaast kan de aanwezigheid van allee ook een onbetwistbare indicatie zijn van een haperend geheugen. Ook onze leraren Nederlands bleken af en toe last te hebben van licht geheugenverlies. Allee werd door hen vooral gebruikt wanneer ze niet op een naam konden komen (bv. Allee, de auteur ontsnapt mij nu; Allee, wie heeft dat nu geschreven?). Ook in andere contexten waarin de spreker zich iets afvroeg, dook wel eens een allee op (bv. Allee, wat staat er hier nu eigenlijk?; Allee, waar ben ik nu eigenlijk mee bezig?, Allee, wat was het weer?). VERBAZING Met behulp van allee kan een spreker ook zijn/haar verbazing uitdrukken. Zo verklaarde een lerares Nederlands dat ze zich door de verkenningstochten van haar (jonge) kinderen opnieuw was gaan verwonderen over de pracht van de natuur: "dan ik denk van: goh, een boterbloem, allee!". Soms neigt de verbazing ook naar verontwaardiging, bijvoorbeeld in "allee, dat is toch niet te doen!". Afgaand op de opnamen van onze leraren lijkt deze betekenis globaal genomen echter niet zo frequent voor te komen in spontaan gesproken Nederlands. STOPWOORD 3

Ten slotte bevatte het Standaardnederlands van onze informanten nog heel wat realisaties ongeveer een vierde van onze verzameling die het best te omschrijven zijn als "stopwoorden". Een echt duidelijke betekenis hebben deze allees niet, ze geven hooguit aan dat de spreker even aarzelt voor hij/zij het volgende woord uitspreekt. Bij de toekenning van het label "stopwoord" werd in dit onderzoek het volgende criterium gehanteerd: na weglating van allee loopt de zin gewoon door. Er wordt geen nieuwe (zins)constructie begonnen, er worden hoogstens een paar woorden letterlijk herhaald. Voorbeelden: "het leerplan geeft daar inderdaad allee richtlijnen over", "dan leer je die persoon wel heel allee ja heel goed kennen". Overigens zijn deze stopwoorden lang niet allemaal afkomstig van die ene aan allee verknochte West-Vlaming: van de 59 allees die deze spreker produceerde, werden er maar 19 als stopwoord geclassificeerd. aantal realisaties aantal gevallen nuancering, verbetering, verduidelijking 175 57,9% stopwoord 84 27,8% afronding 16 5,3% vraag en/of haperend geheugen 14 4,6% aansporing 9 3,0% verbazing 4 1,3% 302 100,0% Tabel 2: Aantal realisaties van allee in spontaan gesproken Standaardnederlands uit Vlaanderen, ingedeeld volgens betekenis Implicaties voor de uitspraak Dat het tussenwerpsel allee vrij frequent voorkomt in spontane spraak, heeft ook implicaties voor de uitspraak van het woord. Woorden die erg frequent gebruikt worden, gaan soms "afslijtingsverschijnselen" vertonen: bepaalde klanken worden verdoft of verdwijnen gewoon helemaal. Soms wordt een woord zelfs totaal onverstaanbaar. Dat laatste is ook het geval bij allee. In het kader van een onderzoek naar reductieverschijnselen werden alle 303 realisaties van allee beluisterd door drie onderzoekers. 1 Bijna een vijfde van de realisaties bleek totaal onherkenbaar te zijn geworden. Of concreter geformuleerd: in 54 gevallen konden de luisteraars de uitspraak van allee niet (meer) beoordelen, eenvoudig omdat ze niet eens meer hoorden dat het om allee ging. Overigens vallen slechts 12 van deze onherkenbare allees onder de noemer "stopwoord". Conclusie Deze bijdrage maakt in elk geval duidelijk dat het tussenwerpsel allee meer taalkundige aandacht verdient dan het tot nu toe gekregen heeft. Mogelijk is het woord tot nu toe aan de taalkundige aandacht ontsnapt juist omdat het vrijwel uitsluitend in Vlaanderen voorkomt. Bovendien is allee typisch voor spontane spraak. Vlaamse nieuwslezers die een voorbereide tekst voorlezen vallen bijvoorbeeld zelden of nooit op het gebruik van allee te betrappen. Spontaan gesproken taal is echter het type spraak waar de meeste taalgebruikers het vaakst mee geconfronteerd worden. Daarom verdient dit type spraak zeker de nodige aandacht. Het zou dan ook mooi zijn als de betekenisnuances van allee in de toekomst een plaatsje zouden 4

kunnen krijgen in woordenboeken en in overzichten van Nederlandse tussenwerpsels. 1 Met hartelijke dank aan Steven Gillis en Marc Swerts, die de allees mee beluisterd hebben. 5