Handleiding Word 2010 1
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze handleiding mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand dan wel openbaar gemaakt in einge vorm of op enige wijze, hetzij elektronische, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. 2
Inhoudstabel 1. Opslaan 1.1. Document tussentijds opslaan 1.2. Een document opslaan en verzenden 2. Afdrukken 2.1. Afdrukvoorbeeld 3. Opmaak 3.1. Lettertype 3.2. Lettergrootte 3.3. Tekst kleur 3.4. Vet, cursief en onderstrepen 3.5. Regelafstand 3.6. Opsommingstekens en nummeringen 3.7. Uitlijning van de tekst 3.8. WordArt 4. Paginanummering 5. Tabel invoegen 5.1. Tabel maken (snel) 5.2. Tabel maken 5.3. Extra rij of kolom invoegen 5.4. Kolommen en rijen gelijkmatig verdelen 5.5. Tabel opmaken 6. Kopiëren & plakken 6.1. Tekst van internet kopiëren en plakken 6.2. Tekst van het ene Word document naar het andere Word document kopiëren 7. Tekenen 7.1. Vorm tekenen 7.2. Vorm opmaken 8. Afbeelding invoegen 9. Afbeelding bewerken 9.1. Vergroten, verkleinen, verplaatsen 9.2. Bijsnijden 9.3. Tekst omloop 3
1. Opslaan Het is verstandig om je werk regelmatig op te slaan. Dat voorkomt dat je opnieuw moet beginnen als de computer uitvalt. a. Klik op bestand daarna op opslaan als b. Ga naar de map waar het document moet worden opgelsaan c. Indien nodig verander de bestandsnaam (zeer handig) d. Klik op opslaan ( Deze stappen voer je uit als je, je document voor de eerste keer opslaat ) Indien je het bestand in vorige versies van windows wil openen dien je het document op te slaan als 97-2003 Word document 1.1. Document tussentijds opslaan a. Klik links bovenaan op het floppysymbool b. Nu is je document opgeslaan ( Deze stappen voer je uit als je het document al een naam hebt gegeven) 1.2. Een document opslaan en verzenden a. Klik op bestand daarna op opslaan en verzenden b. Er verschijnt een ander venster waar je kan kiezen tussen verschillende mogelijkheden zoals opslaan als een PDF bestand of onmiddellijk in een bijlage in een mail plaatsen. 4
2. Afdrukken a. Klik op bestand daarna afdrukken b. Je krijgt een ander venster c. Je kan nu kiezen hoeveel exemplaren je wil, hoe het document moet worden afgedrukt (staand, liggend, dubbelzijdig, meerdere pagina s per vel ) d. Bij de printer eigenschappen kan je meerdere dingen instellen zoals zwart-wit, kleur, grijswaarden, de pagina sorteren ja of nee e. Indien alles oke is een nagekeken kan je klikken op afdrukken 2.1. Afdrukvoorbeeld a. Klik op bestand daarna afdrukken b. Je krijgt een ander venster c. Links krijg je een pagina uit het document d. Onderaan kan je van pagina wisselen (alleen bij meerdere pagina s) 5
3. Opmaak van de tekst Soms wil je, je tekst doen opvallen door te onderstrepen, cursief te zetten, vet te zetten. Zo kan je een tekst ook makkelijker samenvatten als je de belangrijkste woorden aanduidt. 3.1. Lettertype a. Klik op het pijltje naar beneden naast calibri b. Je krijgt een lange lijst met alle lettertypes, zoals de naam van het lettertype is geschreven is je tekst ook geschreven. 3.2. Lettergrootte a. Klik nu op het pijltje naar beneden naast de het cijfer (10/12). b. Je krijgt opnieuw een grote lijst (de max grote is 72 in de lijst) maar je kan ook zelf een getal in typen. Je kan van heel klein naar groot en erg groot gaan 3.3. Tekst kleur a. Klik op het pijltje naast de letter A b. Nu heb je de keuze tussen verschillende kleuren c. Als je nog meer kleuren nodig hebt kan je klikken op kleurovergang. 6
3.4. Vet, cursief, onderstrepen Knop op werkblak Funtie Toepassing op een woord Een woord vetter zetten Vet zodat het meetr opvalt Een woord schuin zetten zodat het meer opvalt Een woord onderstrepen zetten zodat het meer opvalt Schuin Onderstrepen 3.5. Regelafstand a. Ga met je cursor naar de dubbele pijltjes en klik b. Je krijgt de keuze tussen verschillende mogelijkheden c. Nu kan je de gewenste afstand selecteren (Voorbeeld van de regelafstand) Enkel (1,0) Op een uitgestippelde Anderhalve regel (1,5) Op een uitgestippelde Dubbel (2,0) Op een uitgestippelde 7
3.6. Opsmommingstekens en nummeringen Opsommings tekens worden veel en graag gebruikt, je kan je tekst overzichtelijker maken. Het is ook gemakkelijk als je een lijstje wil maken. Voorbeeld: a. Klik bovenaan in de werkblak op de bolletjes of cijfertjes. b. Als je op cijfers klikte dan krijg je een nummering, indien je op de bolletjes klikte dan krijg je een gewone opsomming c. Als je op de pijltjes klikt dan kan je kiezen welke opsomming/nummering je wel hebben in je document 8
3.7. Uitlijning van de tekst Je kan je tekst op bepaalde manieren laten weergeven in het document. De vooorbeelden vind je hieronder. Links Centreren Rechts Uitvullen Op een Op een Op een Op een uitgestippelde uitgestippelde uitgestippelde uitgestippelde route voorziet de route voorziet de route voorziet de route voorziet de leiding enkele leiding enkele leiding enkele leiding enkele hindernissen. hindernissen. hindernissen. hindernissen. 3.8. WordArt WordArt is tekst met een leuke en bijzondere opmaak. Ideaal als je iets wil laten opvallen. a. Klik op invoegen b. Ga naar WordArt c. Klik op je gekozen opmaak d. Je krijgt een nieuw kadertje waar je, je tekst kan intypen. e. Als je klaar bent klik je uit/naast het kadertje. 9
4. Paginanummering Als je tekst langer is dan 1 pagina is het handig om je pagina te nummeren zodat je pagina s niet door elkaar raken. a. Klik op invoegen b. Ga naar Paginanummer c. Nu heb je de keuze tussen 4 mogekijkheden waar je het cijfer wil plaatsen d. Ga verder met je cursor naar het pijltje e. Je ziet nu een lange lijst met allemaal soorten opmaken van pagina nummers f. Klik de gewenste opmaak aan en je vindt hem onderaan de pagina 10
5. Tabel invoegen 5.1. Tabel maken (snel) a. Klik op invoegen b. Ga nu naar tabel c. Je krijgt daaronderen een nieuw venster d. Ga met je cursor over de cellen en klik als je het gewenste aantal vellen hebt bereikt 5.2. Tabel maken a. Klik op invoegen b. Ga nu naar tabel c. Ga naar onderen en klik op tabel invoegen d. Je krijgt een nieuw venster nu kan je de gewenste kolommen en rijen instellen e. Als je het gewenste aantal cellen hebt bereikt klik dan op oke 11
5.3. Extra rij of kolom invoegen Als je een tabel gemaakt hebt en een extra rij of kolom wil toevoegen dan kan dat over verschillende manieren. a. Ga met je cursor in de tabel staan klik op je rechter muisknop. b. Je krijgt een lange lijst met allemaal opties. c. Ga naar invoegen d. Wacht even e. Je krijgt opnieuw allemaal opties die je kan gebruiken 5.4. Kolommen en rijen gelijkmatig verdelen Je kunt alle rijen en kolommen van je tabel even groot maken. Het kan zijn dat je een deel van de rijen of kolommen even groot wilt maken. a. Selecteer met je cursor alle cellen die je wilt wijzigen. b. Klik nu op je rechtermuisknop c. Je krijgt een lange lijst met allemaal opties d. Klik op Rijen/Kolommen gelijmatig verdelen e. Nu is je tabel gelijlmatig verdeeld 12
5.5. Tabel opmaken Je kunt je tabel met 1 enkele muisknop een bepaalde lay-out geven. Er zijn verschillende kleuren mogelijk. a. Klik in je tabel b. Er verschijnt bovenaan in de balk een nieuw woord (ontwerpen) c. Klik op ontwerpen d. Je ziet in de balk eronderen dat er verschillende soorten bestaan. e. Als je op het pijltje naar beneden klikt komen er nog meer tevoorschijn f. Klik de gewenste lay-out aan en de tabel heeft die lay-out gekregen. 13
6. Kopiëren & plakken Teksten kopiëren kan heel handig zijn. Bijvoorbeeld als je ene lange tekst niet helemaal wilt gaan overtypen. Deze actie kan je ook toepassen op afbeeldingen. 6.1. Tekst van internet kopiëren + plakken a. Ga naar de site waar de tekst zich bevindt. b. Selecteer de tekst c. Klik nu rechts nu krijg je een venster en klik je op kopiëren d. Ga nu terug naar je Word document e. Klik opnieuw rechts en klik nu op plakken f. Ziezo de tekst heb je, je gekopiëerd 6.2. Tekst van het ene word document naar het andere word document kopiëren a. Open het document met de tekst die je wil kopieren b. Selecteer de tekst c. Klik nu rechts nu krijg je een venster en klik je op kopiëren d. Ga nu terug naar je Word document e. Klik opnieuw rechts en klik nu op plakken (eerste logo) f. Ziezo de tekst heb je, je gekopiëerd 14
7. Tekenen 7.1. Vorm tekenen In Word kan je handig tekenen met behulp van Autovormen. a. Ga naar invoegen b. Klik op vormen c. Je ziet een nieuw venster verschijnen d. Nu kan je kiezen welk soort van vorm je wil hebben. e. Klik op de vorm die je wenst. f. Je krijgt nu een kruisje waarmee je de grootte van je figuur kan bepalen g. Nu is je figuur/vorm getekend 7.2. Vorm opmaken Je kan de vorm van je figuur nog wijzigen dit doe je met de volgende manieren: a. Grootte: Klik met je rechtermuisknop op een van de hoekpunten, je ziet een bolletje verschijnen nu kan je, je figuut vergroten of verkleinen. b. Draaien: Klik met je rechtermuisknop op de groene stip. Houd je rechtermuisknop ingedrukt en nu kan je de vorm draaien zoals jij het wenst. c. Vormaanpassen: Klik met je rechtermuisknop op het gele bolletje hou je rechtermuisknop ingedrukt. En verschuif het bolletje tot de vorm de gewenste vorm heeft. 15
8. Afbeelding invoegen Onderstaande actie kan je alleen uitvoeren als je de afbeelding hebt opgeslaan op je computer a. Klik op invoegen b. Klik op afbeelding c. Er verschijnt een nieuw venster d. Ga naar de locatie waar de afbeelding zich bevindt selecteer de afbeelding en klik op invoegen e. De afbeelding verschijnt nu 9. Afbeelding bewerken Er zijn verschillende manieren om een afbeelding te bewerken maar nu gaan we alleen onderstaande bespreken - Vergroten, verkleinen, verplaatsen - Bijsnijden - Tekst omloop a. Klik op de afbeelding b. Bovenaan naast beeld verschijnt er een nieuw tabblad opmaak c. Klik op opmaak d. De balk veranderd en je krijgt nieuwe opties 16
9.1. Vergroten, verkleinen, verplaatsen a. Vergroten & verkleinen: Klik met je rechtermuisknop op een van de hoekpunten, je ziet een bolletje verschijnen nu kan je, je figuur vergroten of verkleinen. b. Verplaatsen: Klik met je rechtermuisknop op de figuur en hou hem ingedrukt nu kan je de figuur vrij bewegen. 9.2. Bijsnijden a. Klik opnieuw op de afbeelding b. Ga naar tabblad opmaak c. Helemaal rechts van je scherm zie je bijsnijden d. Klik daarop e. Nu krijg je rond je figuur haakjes f. Je kan die haakjes bewegen en zo zie je hoe je afbeelding wordt bijgesneden 17
9.3. Tekstomloop Tekstomloop geeft weer hoe de tekst en de afbeelding samenwerken. De tekst er rond, veraf, ervoor, erachteren, a. Klik opnieuw op de afbeelding b. Ga naar tabblad opmaak c. Aan de rechter kant zie je tekstterugloop staan d. Klik daarop e. Je krijgt een keuze menu waaruit je de gewenste lay-out kan kiezen Voorbeelden: In tekstregel Om kader Contour Op een uitgestippelde Op een uitgestippelde Op een uitgestippelde Transparant Boven en onder Achter tekst Op een uitgestippelde Op een uitgestippelde Op een uitgestippelde Voor tekst Op een uitgestippelde 18
19