INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR



Vergelijkbare documenten
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Servicemanager - Technisch Specialist / Onderhoudstechnicus

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

Inbouw handleiding Multi-Media Unit Mitsubishi Lancer

INFO DIAG DIAGNOSE- GEREEDSCHAP

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

INFO DIAG DIAGNOSE- GEREEDSCHAP. FILIALEN Afdeling Training DEALERS ERKEND REPARATEURS

WERKINGSINSTRUCTIES VOOR DE ST-950 TRAININGSCOMPUTER

Computer Instructies voor de SM-5062

SELCA SPLIT GEBRUIKSAANWIJZING

Inbouw handleiding Multi-Media Unit Mitsubishi Outlander

Elbo Technology BV Versie 1.1 Juni Gebruikershandleiding PassanSoft

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

Installatiehandleiding

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

Installatiehandleiding

GT909NL. Gebruikershandleiding

Programma Eco stand 8-SYMBOOL DISPLAY

Printerinstellingen wijzigen 1

Bestnr Micro Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+

Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding

Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382

Gebruikershandleiding

IN EEN OOGOPSLAG. Panoramadak. Parkeerhulp achter

FIAT DUCATO NL SMS-READER

OBDII/EOBD&CAN Auto Diagnoseapparaat i800

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1

1. AM/FM-radio gebruiken

Gebruiksaanwijzing JBM

ESN bedieningsprocedure beveiliging

Inbouw handleiding Multi-Media Unit Mitsubishi ASX

VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING TMC 212. Toro Modulaire Controller REGENAUTOMAAT

Technologie. Bluetooth gebruiken

Service Manual. Comfort System

Gebruikershandleiding

Inhoud AST3 - Opdrachten en benodigdheden Proeve 2.doc Pagina 1 van 8

RUITENWISSERS/-SPROEIERS

Installatiehandleiding

Uitleg gebruik Cortina Diagnostic Software. Ecomo 36V

TA72 Configuration Manager

TREX 2G Handleiding Pagina 2

Handleiding voor installatie en gebruik van

Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding

SmartLife Veilig Gebruikershandleiding programma s beheren

Rookgasventilator Storingstabel EW 41

1. Werking en gebruik van ESN

H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R

1103/2 Sinthesi lezermodule Proximity

Belangrijke Informatie

Bedieningshandleiding VEO monitor DUOX F09405 (V30.30)

Dit apparaat is een programmeerbare magnetische fiets. Het apparaat bestaat uit drie delen: de motor & controller en het magnetische remsysteem.

INSTALLATIEHANDLEIDING VOOR "MultiDiag for DiagBox"

Gebruikers handleiding. JupiterPro. P2000 alarmontvanger

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

Algemene aanwijzingen bij set 5, 7 en 8

INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5]

MyNice Welcome MyNice Welcome app to control your home

Gebruikers handleiding. JupiterPro V8.6. P2000 alarmontvanger

STORINGZOEKPROCEDURE VOOR SSD-NAVI (versie 3.00)

CAN-bus Cruisecontrol GC90c montagevoorschrift

GEBRUIKSAANWIJZING. Kamerthermostaat EKRTW

De computerhandleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken:

TECHNECO TOROS VISION HANDLEIDING REGELING OP AFSTAND UITLEZEN EN BEDIENEN

VERKORTE HANDLEIDING CUSTOM COMMAND

Stel de Trevler module niet bloot aan water of andere vloeibare substanties om gevaar voor u en schade aan het apparaat te voorkomen.

Snel aan de slag met de Mini Squirrel datalogger

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

Versie RTD Het Dorp B.V. Juni Handleiding SeeTech Oogbesturing

Verwarming en ventilatie

ENA Bijlage. Installatie- en bedieningsinstructies. Flamco

InteGra Gebruikershandleiding 1

Elektrische functie printen DIMLICHT

Handleiding: instelling en werking E-Drive LCD display

IDPF-700 HANDLEIDING

EM6552 e-domotica Schakelaar met meetfunctie

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

Transcriptie:

CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch specialist / Onderhoudstechnicus LEXIA PROXIA CD 39 TMJ1 Nr. 412 28-11-2007 DEZE MEDEDELING MOET WORDEN VERSPREID ONDER ALLE MEDEWERKERS DIE RECHTSTREEKS OF INDIRECT TE MAKEN HEBBEN MET DE DIAGNOSEAPPARATUUR VAN LEXIA / PROXIA Hiermee vervalt INFO' DIAG nr. 401 ONDERWERP: Bijzonderheden met betrekking tot de diagnose van de CITROËN C-Crosser. BETREFT: Bepaalde procedures voor werkzaamheden en in de diagnoseapparatuur LEXIA en PROXIA geïntegreerde functies zijn specifiek voor de CITROËN C-Crosser: Het loskoppelen en opnieuw aansluiten van de accu. Startbeveiligings- en vergrendelingsmodule: procedure voor het inleren van de sleutels en de afstandsbedieningen. BSI: bijzonderheden van de programmeerfunctie. Instrumentenpaneel: procedure voor het programmeren van het onderhoudsschema. Koplampverstelling: bijzonderheid met betrekking tot de diagnose van deze computer. Elektrisch schema: nummering van de aansluitingen. Navigatiesysteem: zelfdiagnoseprocedure. OPLOSSING: Volg de procedures die in dit document staan beschreven. Idnl412 1 / 26

INHOUDSOPGAVE 1 Handelingen bij het loskoppelen en aansluiten van de accu...3 2 Startbeveiligings- en vergrendelingsmodule: procedure voor het inleren van sleutels en afstandsbedieningen...4 3 BSI: bijzonderheden van de programmeerfunctie...8 4 Instrumentenpaneel: procedure voor het programmeren van het onderhoudsschema...9 5 Koplampverstelling: bijzonderheid met betrekking tot de diagnose van deze computer...10 6 Elektrisch schema: nummering van de stekkeraansluitingen...11 7 Navigatiesysteem: zelfdiagnoseprocedure...12 Idnl412 2 / 26

Deze INFO'DIAG beschrijft de voor de CITROËN C-Crosser specifieke bijzonderheden met betrekking tot werkzaamheden en functies van de diagnoseapparatuur. De volgende onderwerpen komen aan bod: Handelingen bij het loskoppelen en aansluiten van de accu. Startbeveiligings- en vergrendelingsmodule: procedure voor het inleren van de sleutels en de afstandsbedieningen. BSI: bijzonderheden van de programmeerfunctie. Instrumentenpaneel: procedure voor het programmeren van het onderhoudsschema. Koplampverstelling: bijzonderheid met betrekking tot de diagnose van deze computer. Elektrisch schema: nummering van de stekkeraansluitingen. Navigatiesysteem: zelfdiagnoseprocedure. 1 HANDELINGEN BIJ HET LOSKOPPELEN EN AANSLUITEN VAN DE ACCU Bij het loskoppelen van de accu wordt de status van een aantal computers gewijzigd. Na het aansluiten van de accu is het noodzakelijk om een aantal functies opnieuw te activeren. Gevolgen van het loskoppelen van de accu Uit te voeren handelingen Eerste maal contact aan Multifunctioneel display Autoradio Opnieuw inleren van computers De datum en tijd (behalve van het navigatiesysteem) worden gereset Standaardinstelling voor taal, afstandseenheid en temperatuurschaal (Engels, km, C) De gegevens van de boordcomputer zijn gewist De in het geheugen opgeslagen radiozenders zijn gewist Wacht na het aanzetten van het contact (+APC) 30 seconden alvorens de motor te starten Stel de datum en de tijd in (behalve van het navigatiesysteem) Stel taal, afstandseenheid en temperatuurschaal in (indien nodig) Geen actie nodig (automatische activering als het contact wordt aangezet) Sla de radiostations opnieuw in het geheugen op (door de klant uit te voeren handeling) Idnl412 3 / 26

2 STARTBEVEILIGINGS- EN VERGRENDELINGSMODULE: PROCEDURE VOOR HET INLEREN VAN SLEUTELS EN AFSTANDSBEDIENINGEN 2.1 Procedure voor het inleren van de sleutels en de afstandsbedieningen Dit menu is toegankelijk na het achtereenvolgens selecteren van de menu's "Inleren" en "Inleren van de sleutels en de afstandsbedieningen". Deze procedure laat het inleren van de sleutels en de HF-afstandsbedieningen automatisch verlopen. Voor het uitvoeren van deze procedure dient u in het bezit te zijn van: alle sleutels van de auto. OPMERKING: De BSI speelt geen rol bij de werking van de startblokkering. Alleen de motormanagementcomputer en de startbeveiligingsmodule hebben invloed op de werking van deze functie. Bijzonderheden met betrekking tot het inleren van de sleutels De niet met de procedure "Inleren van de sleutels en de afstandsbedieningen" ingeleerde sleutels werken niet, maar kunnen later alsnog ingeleerd worden. Als een nieuwe sleutel wordt toegevoegd, moeten alle sleutels opnieuw worden ingeleerd. Bijzonderheden met betrekking tot het inleren van de HF-afstandsbedieningen De niet met de procedure "Inleren van de sleutels en de afstandsbedieningen" ingeleerde afstandsbedieningen werken niet, maar kunnen later alsnog ingeleerd worden: ofwel met de procedure "Inleren van de sleutels en de afstandsbedieningen", ofwel met de procedure "Inleren van de afstandsbedieningen", die eveneens toegankelijk is vanuit het menu "Inleren". Idnl412 4 / 26

Overzicht van het werkingsprincipe van het inleren van de afstandsbedieningen Als het gereedschap het inleren van de afstandsbedieningen start, worden de al eerder in de computer opgeslagen afstandsbedieningen niet gewist. Alle afstandsbedieningen worden automatisch gewist als de eerste afstandsbediening ingeleerd is. Overzicht van de handelingen die tijdens het inleren van de afstandsbediening uitgevoerd moeten worden: De volgende 3 stappen moeten in maximaal 4 seconden worden uitgevoerd: 1. Druk gelijktijdig de 2 knoppen van de afstandsbediening minimaal 1 seconde in. 2. Laat de knoppen los en voer gedurende minimaal 0,5 seconde geen handelingen uit. 3. Druk kort op de ontgrendelingsknop. Herhaal de handelingen om de andere afstandsbedieningen in te leren. 2.2 Probleem dat verband houdt met de werking van de computer zonder dat dit door het gereedschap verholpen kan worden Als één afstandsbediening in de computer is opgeslagen en er moeten X worden ingeleerd, zal het gereedschap het volgende startscherm weergeven: Afstandsbediening 1 ingeleerd: ja Afstandsbediening X ingeleerd: nee In dit geval is het niet mogelijk om te zien of de handelingen met de eerste afstandsbediening daadwerkelijk hebben geleid tot het inleren ervan. Voer meerdere keren (2 of 3 keer) de handelingen met de eerste afstandsbediening uit voordat met de volgende kan worden begonnen. Afstandsbediening 1 ingeleerd: ja (maar onbekend of de oude of de nieuwe is ingeleerd) Afstandsbediening X ingeleerd: nee Idnl412 5 / 26

Als afstandsbediening 2 wordt opgeslagen en de status verandert in "ja" is het inleren van de eerste twee afstandsbedieningen daadwerkelijk uitgevoerd. Afstandsbediening 1 ingeleerd: ja Afstandsbediening 2 ingeleerd: ja (de eerste en tweede afstandsbediening zijn daadwerkelijk ingeleerd) Afstandsbediening X ingeleerd: nee Ga verder met het inleren van de overige afstandsbedieningen. Druk op "bevestigen" om de procedure te beëindigen als alle afstandsbedieningen correct zijn ingeleerd. Dit probleem is alleen van toepassing als het aantal in de computer in te leren afstandsbedieningen gelijk is aan 1. Als er meerdere afstandsbedieningen ingeleerd moeten worden, zijn de statusveranderingen wel degelijk op het scherm te zien. 2.3 Menu "onderdelen" Via dit menu kunt u de volgende procedures uitvoeren: Vervangen van de startbeveiligings- en vergrendelingsmodule. Deze procedure moet worden uitgevoerd na het vervangen van een startbeveiligingsmodule (als deze niet gelijktijdig met de motormanagementcomputer is vervangen). Deze procedure maakt het volgende mogelijk: het inleren van de VIN-code (op basis van de in de motormanagementcomputer opgeslagen VIN-code), het inleren van de sleutels en de HF-afstandsbedieningen en het wissen van in de computer opgeslagen storingen. Vervangen van het contactslot samen met de sleutels. Deze procedure moet worden gevolgd bij het vervangen van het contactslot. Deze procedure maakt het volgende mogelijk: het wegschrijven van de sleutelcodes in de startbeveiligingsmodule (staat gelijk aan het voor de eerste keer inleren van de sleutels), het linken van de startbeveiligingsmodule met de motormanagementcomputer en het inleren van HF-afstandsbedieningen Idnl412 6 / 26

OPMERKING: Het contactslot moet worden vervangen als de startbeveiligingsmodule en de motormanagementcomputer gelijktijdig buiten werking zijn en er geen communicatie mogelijk is tussen het diagnoseapparaat en deze twee computers. In dat geval moeten beide computers en het contactslot worden vervangen, waarna de procedure "Vervangen van het contactslot samen met de sleutels" moet worden uitgevoerd. NB: Als de startbeveiligingsmodule en de motormanagementcomputer beide moeten worden vervangen en er wel communicatie mogelijk is met één van deze twee computers, moet de volgende procedure worden uitgevoerd: Vervang de eerste computer (als met één van de computers geen communicatie mogelijk is, begin dan met dat exemplaar), Selecteer het menu "onderdelen" van deze eerste computer met het diagnoseapparaat en volg de procedure van dit menu, Vervang de tweede computer, Selecteer het menu "onderdelen" van deze tweede computer met het diagnoseapparaat en volg de procedure van dit menu. LET OP: Vervang de tweede computer niet alvorens de procedure van het menu "onderdelen" van de eerste computer te hebben uitgevoerd. Toegang tot het menu "Onderdelen": PROXIA: het menu is toegankelijk in het programma voor diagnose van computers (na de globale test), LEXIA: het menu is toegankelijk vanuit het algemene menu van het apparaat. Idnl412 7 / 26

3 BSI: BIJZONDERHEDEN VAN DE FUNCTIE PROGRAMMEREN Het menu "Programmeren" van de BSI van de C-Crosser bevat 5 submenu's: "Automatisch programmeren" voor het via internet laten programmeren van de "configuratie van de auto", gevolgd door het handmatig programmeren van de "klantopties". "Configuratie van de auto" voor het handmatig programmeren van de configuratie van de auto. Om programmeerfouten te voorkomen is het raadzaam deze parameters te programmeren via het menu "automatisch programmeren". "Klantopties" voor het handmatig programmeren van de klantopties van de auto. Opmerking 1: de klantopties kunnen niet automatisch worden geprogrammeerd. Opmerking 2: de klantopties kunnen worden gewijzigd met behulp van de datacommunicatiemodule (indien de auto daarmee is uitgerust). "VIN-code". "Weergeven en afdrukken van alle configuratieparameters". Idnl412 8 / 26

4 INSTRUMENTENPANEEL: PROCEDURE VOOR HET PROGRAMMEREN VAN HET ONDERHOUDSSCHEMA OPMERKING: De onderstaande procedure werkt alleen vanaf CD39. Het onderhoudsinterval in km en tijd van de onderhoudsintervalindicator wordt geprogrammeerd in de computer van het instrumentenpaneel. Voor het programmeren: selecteer het menu "Onderhoud" en vervolgens "Onderhoudsintervalindicator". De parameter "Onderhoudsintervalindicator" verschijnt. Deze parameter kan drie waarden aannemen: "EU10": deze waarde komt overeen met 20.000 km (of 12.000 mijl) en 12 maanden, "EU11": deze waarde komt overeen met 15.000 km (of 9.000 mijl) en 12 maanden, "Option INT" voor het handmatig programmeren van het onderhoudsinterval zonder de vooraf bepaalde waarden "EU10" en "EU11". Voer om het onderhoudsschema te selecteren de volgende handeling uit: Programmeer de parameter "onderhoudsintervalindicator" door een keuze te maken uit de waarden: "EU10", "EU11" en "Option INT". Als de waarde "Option INT" is geselecteerd, verschijnt een ander menu waarin twee parameters ingevuld moeten worden: het onderhoudsinterval (in km) en de totale duur tot de volgende onderhoudsbeurt (in maanden). De volgende waarden moeten worden geprogrammeerd: Normale gebruiksomstandigheden Zware gebruiksomstandigheden Dieselmotor Benzinemotor Programmeer "EU11", (de onderhoudsintervalindicator neemt automatisch de waarden "20000 km" en "12 maanden"). Programmeer "EU10", (de onderhoudsintervalindicator neemt automatisch de waarden "15.000 km" en "12 maanden"). Programmeer "EU10", (de onderhoudsintervalindicator neemt automatisch de waarden "15.000 km" en "12 maanden"). Programmeer "Option INT" en programmeer vervolgens handmatig de waarden "10.000 km" en "12 maanden". Idnl412 9 / 26

5 KOPLAMPVERSTELLING: BIJZONDERHEID MET BETREKKING TOT DE DIAGNOSE VAN DEZE COMPUTER Xenonkoplampen zijn als optie leverbaar. In dat geval is een speciale computer aanwezig voor de automatische hoogteverstelling van de koplampen. OPMERKING: De computer "koplamphoogteverstelling" verschijnt niet in de globale test. Voer voor een diagnose van de computer "koplamphoogteverstelling" de volgende procedure uit: 1 Selecteer het menu "Instrumentenpaneel" in de globale test van het diagnoseapparaat. 2 Selecteer het menu "Koplamphoogteverstelling". 3 Selecteer het submenu "Storingen uitlezen". 4 Volg de aanwijzingen van het diagnoseapparaat op om de storingscode(s) te ontcijferen. Deze storingscodes worden aangegeven door het knipperen van het hiernaast afgebeelde lampje op het instrumentenpaneel: NB: Bij de computer "koplamphoogteverstelling" is alleen het uitlezen van storingen mogelijk. Als de storing is verholpen, verdwijnt de storingscode automatisch uit het geheugen van de computer. Er hoeven dus geen storingscodes te worden gewist. LET OP: Het uitlezen van storingen bij de computer "koplamphoogteverstelling" is met het diagnoseapparaat alleen mogelijk vanaf CD 40. Idnl412 10 / 26

6 ELEKTRISCH SCHEMA: NUMMERING VAN DE STEKKERAANSLUITINGEN 1 e geval: Bij de airbagcomputer en de motormanagementcomputer van een dieselmotor wordt de nummering van de aansluitingen aangegeven op de stekker. 2 e geval: Bij alle andere stekkers van de auto kunnen de stekkeraansluitingen worden geïdentificeerd door de stekker om te keren (bedradingszijde naar u toe) met de borglip naar boven. In die positie bevindt aansluiting 1 zich linksboven. LET OP: Let in het 2 e geval niet op de nummering op de stekker. Voorbeeld van identificatie van aansluitingen bij een 14-polige stekker (2e geval) Voorbeeld van identificatie van aansluitingen bij het onderste gedeelte van bovenstaande stekker (2e geval) Idnl412 11 / 26

7 NAVIGATIESYSTEEM: ZELFDIAGNOSEPROCEDURE 7.1 Overzicht van het werkingsprincipe en de toegang tot de menu's Naast de werkzaamheden met de diagnoseapparatuur van Citroën kan nu ook een zelfdiagnose van het navigatiesysteem worden uitgevoerd. Deze zelfdiagnose omvat onder meer: - Meten van parameters, - Testen van bedieningsorganen, - Uitlezen van in de computer opgeslagen storingen, - Resetten van het interne geheugen. Voer met het navigatiesysteem de volgende 2 stappen uit om naar het menu voor de zelfdiagnose te gaan: 1. Druk gelijktijdig de knoppen "SET" en "NAVI" van het navigatiesysteem in. 2. Selecteer de functie waarvan u de diagnose gaat uitvoeren. Idnl412 12 / 26

7.2 Overzicht van de menu's van de zelfdiagnose Hoofdmenu, menu's van de zelfdiagnosefuncties. Menu nr. 1, menu "Vehicle Signal Check" Dit menu geeft een overzicht van de metingen van een aantal parameters. Aan de hand hiervan kan worden gecontroleerd of de door het navigatiesysteem ontvangen parameters in orde zijn: Idnl412 13 / 26

"Speed": "ON" als de wagensnelheid hoger wordt dan 6 km/h, vervolgens "OFF" als de wagensnelheid lager wordt dan 4 km/h. Het snelheidssignaal is via een draadverbinding afkomstig van het instrumentenpaneel. "ILL": "ON" als de parkeerlichten zijn ingeschakeld. Dit signaal is via een draadverbinding afkomstig van het instrumentenpaneel. "Shift Position R" : "ON" als de achteruitversnelling is geselecteerd. Dit signaal is via een draadverbinding en de BSI afkomstig van de achteruitrijlichtschakelaar. Menu nr. 2, menu "Monitor Check" Idnl412 14 / 26

Via dit menu kan worden gecontroleerd of het scherm goed werkt (kleuren, grijsniveau, defecte pixels, enz.) Deze schermen worden achtereenvolgens weergegeven door op de knop "Enter" te drukken. Menu nr. 3, menu "Camera setting" Met dit menu kunnen de afstandslijnen, die worden weergegeven als de achteruitcamera is geactiveerd, worden ingesteld. Teken daarvoor 50 cm achter de auto op de vloer een lijn die loodrecht op de as van de auto staat. Breng de rode lijn op het scherm in lijn met de lijn op de vloer. Idnl412 15 / 26

Menu nr. 4, Menu "Network / Connect Line Check" Via dit scherm kunnen de aanwezigheid en de werking van de aan het navigatiesysteem gekoppelde componenten worden gecontroleerd. Klik als bij een van de onderdelen "NG" verschijnt op "NG Code" om de bijbehorende storingscode uit te lezen. Idnl412 16 / 26

Voorbeeld: "GPS Receiver: OK" geeft aan dat de verbinding met de GPS-antenne in orde is. "CAN BOX : OK" geeft aan dat de communicatie met de interfacemodule van het CAN-netwerk in orde is. "Rear Camera: N/A" geeft aan dat de auto niet is uitgerust met dit onderdeel. De DVD-drive heeft een storing in het geheugen opgeslagen; de aan de DVDdrive gekoppelde storingscode is 0103. Menu nr. 5, menu "Speaker Check" Via dit scherm kunnen de luidsprekers van het navigatiesysteem aangestuurd worden. Als een van de luidsprekers wordt geselecteerd, geeft deze enkele seconden een geluidssignaal. NB: Het geluidssignaal kunt u tijdens het aansturen laten variëren. De tweeter linksvoor (FTWL), tweeter rechtsvoor (FTWR) en subwoofer (RW) worden niet weergegeven als de auto niet is uitgerust met de optionele hifi-versterker. Idnl412 17 / 26

Menu nr. 6, menu "Versions Indication" Via dit scherm kunnen de softwareversies van de verschillende onderdelen en programma's van het navigatiesysteem worden gecontroleerd. Menu nr. 7, menu "Sensor check" Via dit menu kunnen de snelheidssensor en de gyroscoop/acceleratieopnemer van het Elektronisch Stabiliteitsprogramma (ESP) worden getest. Deze test is een dynamische test. De auto moet stilstaan. Druk op de knop "Start" om met de test te beginnen. Achtereenvolgens worden de volgende schermen weergegeven: Idnl412 18 / 26

"Zorg ervoor dat de auto stil blijft staan." "Verplaats de auto meer dan 10 m terwijl u aan het stuurwiel draait." Resultaat van de dynamische test. Klik als bij een van de onderdelen "NG" verschijnt op "NG Code" om de bijbehorende storingscode uit te lezen. Idnl412 19 / 26

Er zijn meerdere "NG Code"-meldingen die aan de gyroscoop/acceleratieopnemer ("Gyro Sensor") en de snelheidssensor "Speed Sensor" kunnen worden toegekend. "NG Codes" van de gyroscoop/acceleratieopnemer "Gyro Sensor": 1: Te lage waarde van de gyroscoop/acceleratieopnemer, stilstaande auto. 2: Te hoge waarde van de gyroscoop/acceleratieopnemer, stilstaande auto. 5: Onjuiste waarde van de gyroscoop/acceleratieopnemer tijdens de dynamische test. "NG Codes" van de snelheidssensor "Speed Sensor": 6: Onjuiste waarde van de snelheidssensor, stilstaande auto. Menu nr. 8, menu "Touch Switch Confirmation" Via dit menu kan de reactietijd van het touchscreen van het navigatiesysteem getest worden. Door verschillende zones van het scherm aan te raken, zullen deze van kleur veranderen. Daardoor wordt bevestigd dat het touchscreen van het navigatiesysteem goed werkt. Idnl412 20 / 26

Druk op de toets "MENU" om terug te keren naar het scherm "Service" van het zelfdiagnosemenu. Menu nr. 9, menu "CAN Communication Confirmation" Via dit menu kan een overzicht worden gegeven van de op het CAN-netwerk aangesloten uitrusting, kan de versie van het navigatiesysteem worden weergegeven of kan informatie over de communicatie-interface van het CAN-netwerk van het navigatiesysteem (CAN BOX) worden weergegeven. Idnl412 21 / 26

Overzicht van op het CAN-netwerk aangesloten uitrusting: HVAC: airconditioning HFM: handsfree kit FCM: BSI CCN: instrumentenpaneel WCM: starten zonder sleutel ORC: airbags Dit submenu geeft informatie over de versie van het navigatiesysteem. Idnl412 22 / 26

Via dit submenu kan informatie worden weergegeven over de communicatie-interface van het CAN-netwerk van het navigatiesysteem (CAN BOX), bijvoorbeeld het serienummer van de CAN BOX of het VIN van de auto. Menu nr. 10, menu "Memory Initialization" Met behulp van deze procedure kan de inhoud van het geheugen van het navigatiesysteem en de muziekserver worden gewist. NB: Deze procedure wordt onderbroken als tijdens de initialisatiefase het contact in de stand "LOCK" wordt gezet. De procedure wordt hervat als het contact weer in de stand "ACC" of "ON" wordt gezet. Menu nr. 11, menu "TMC Sensitivity" Idnl412 23 / 26

Via dit submenu kan de voor de TMC-functie (verkeersinformatie) gebruikte radiozender worden ingesteld. Klik om naar beschikbare TMC-zenders te zoeken op "TMC Search" om automatisch te zoeken of op "TMC Manual Setting" om handmatig te zoeken. Klik na het automatisch zoeken op de gewenste TMC-zender en vervolgens op "Decision" om deze te selecteren. Klik na het handmatig zoeken op "Set" om de zender te selecteren. Idnl412 24 / 26

Menu nr. 12, menu "Versions Log Information" Via het menu "Versions Log Information" kan de gebruiker de (aanwezige en verholpen) interne storingscodes van het navigatiesysteem in chronologische volgorde sorteren. Via het submenu "Service Data Log" kan een chronologisch overzicht worden gegeven van de aanwezige interne storingen van het navigatiesysteem. Voorbeeld: "Drive" geeft aan dat de storing de DVD-speler betreft. De melding "Factor: 20" geeft meer informatie over de storing. De storing heeft betrekking op de lens van de DVD-speler. Idnl412 25 / 26

Via het submenu "Time Adjustment Information" kan een chronologisch overzicht van de verholpen interne storingen worden weergegeven ("CT" als de storing automatisch is verholpen en "MAN" als de storing door middel van een handmatige procedure is verholpen). NB: Lees alvorens deze interne storingen te verhelpen de storingen uit met de diagnoseapparatuur van Citroën. Idnl412 26 / 26