BSO TWEEDE GRAAD Eerste en tweede leerjaar vak(ken) TV DACTYLOGRAFIE/TOEGEPASTE INFORMATICA: 2 u/week IT-x 2000/019 (vervangt 96046)
BEGINSITUATIE De meeste leerlingen hebben een basiskennis van de klavierstudie. Een grondige herhaling van de studie van het basisklavier is noodzakelijk, gezien er leerlingen aanwezig kunnen zijn zonder de vereiste voorkennis. ALGEMENE DOELSTELLINGEN Vaardig en inzichtelijk omgaan met de hard- en software. De apparatuur op een efficiënte manier gebruiken. De lettercombinaties blind en foutloos aanslaan. De vingers spontaan terugbrengen op de gidstoetsen na een verplaatsing. De juiste automatismen van vingerzetting toepassen. De toetsen regelmatig, zacht en veerkrachtig aanslaan. Respect voor het materiaal afdwingen. Uitleg durven vragen indien nodig. Het zelfvertrouwen en de concentratie ontwikkelen. Het doorzettingsvermogen ontwikkelen (niet opgeven bij het typen van fouten). Spontaan de juiste houding aannemen. Milieuvriendelijk werken d.w.z. zonder overdreven lawaai en verkwisting van papier. Spontaan een woordenboek raadplegen. Inzichtelijk en efficiënt werken. Verzorgd werk afleveren. Zin voor netheid ontwikkelen. Zelfstandig werken en zonder de medeleerlingen te storen. Een tekst (van één of meerdere pagina's) blind en foutloos typen, rekening houdend met de dactylografische normen en de BIN-normen. SPECIFIEKE DOELSTELLINGEN De cursief geplaatste doelstellingen zijn bedoeld als uitbreiding. 1 Algemene principes van het typen Het softwarepakket activeren. De vingers zonder aarzelen verplaatsen van de gidstoetsen naar de bovenste rij en terug naar de gidstoetsen. De dactylografische normen toepassen. Het visueel en motorisch geheugen ontwikkelen. Fouten zelfstandig aanduiden. Een foutenanalyse maken. Foutieve bewerkingen wegnemen. Een evenwichtige bladverdeling uitvoeren. Frequent voorkomende functies en sneltoetsen gebruiken. 2 Het toetsenbord De letters en tekens van de startrij, de bovenrij, de benedenrij en de hoofdlettertoetsen vlot met elkaar combineren. De nieuwe toetsen vlot toepassen. Minder frequent gebruikte tekens situeren op het toetsenbord. De diverse tekens vlot opnemen in de typestroom. Het basisklavier vlot, ritmisch en foutloos gebruiken. De spatiëringsregels correct gebruiken. Het gebruik van de 'dode' toets kennen en toepassen.
BSO tweede graad Verkoop 2 Dactylografie/toegepaste informatica (1 e jaar 2 uur, 2 e jaar 2 uur) 3 Tekstverwerkingsfuncties 3.1 Tekstverwerker Het doel en het nut van het gebruik van een tekstverwerkingspakket uitleggen. De onderdelen van de computerconfiguratie benoemen. Het softwarepakket waarmee gewerkt wordt omschrijven. Een computer opstarten en afsluiten. Het softwarepakket activeren en afsluiten. De begrippen alfanumeriek, numeriek, functie- en cursorklavier, sneltoetsen kennen. De betekenis van een menustructuur verklaren en weten hoe deze geactiveerd wordt. 3.2 Correctie- en revisietypen Correcties op een efficiënte manier uitvoeren. Cursorverplaatsingen binnen een tekst efficiënt uitvoeren. Het onderscheid tussen een automatische regelovergang, regel- en alinea-einde verklaren. Een korte tekst zonder fouten en dactylografisch verzorgd kopiëren. Een document intypen en op een efficiënte wijze nazien. Tekst vlot wissen, vervangen en invoegen. Een gewiste tekst herstellen. 3.3 Vensteropmaak De onderdelen van het venster kunnen opsommen. De standaard werkbalken kunnen benoemen. De niet-afdrukbare tekens (regeleinde, alinea-einde, vaste spatie, vast liggend streepje) benoemen en toepassen. 3.4 Bestanden openen, benoemen en opslaan in een verantwoorde map Het verschil tussen het openen van een nieuw, leeg document en van een bestaand document kennen. De juiste map aanduiden. Een bestand openen, benoemen en opslaan in een aangepaste map. Een aangepaste bestandsnaam gebruiken. 3.5 Tekenopmaak Tekst met verschillende lettertypes uitwerken. De lettergrootte van een tekst aanpassen. Tekst accentueren. 3.6 Alinea- en pagina-opmaak De dactylografische afbrekingen toepassen. De linkse tabulatorinstelling efficiënt gebruiken. De decimale tabulator spontaan gebruiken bij het typen van getallenreeksen. De opgesomde opmaakfuncties gebruiken. De marges instellen. Tekst uitlijnen. 3.7 Werken met meerdere openstaande documenten Met meerdere openstaande documenten werken. Het nut en de beperkingen van het tegelijk werken met meerdere openstaande documenten onderkennen. 3.8 Spelling- en grammaticacontrole De spelling en de grammatica van een document uitvoeren rekening houdend met de beperkingen. 3.9 Afdrukken De printopdracht activeren. Het nut van een afdrukvoorbeeld verantwoorden.
3.10 De genormaliseerde briefschikking De schikkingsnormen bij het typen van adressen kennen en toepassen. Eenvoudige brieven (incl. uit handschrift) kopiëren. LEERINHOUDEN De cursief geplaatste onderdelen hebben betrekking op uitbreidingsleerinhouden. 1 Algemene principes van het typen 1.1 Ergonomische aspecten Lichaamshouding, ritmische aanslag, enz. 1.2 Belangrijkste onderdelen van de computer 1.3 Bedrijfsklaar maken 1.4 Blindtypen 1.5 Tienvingertypen 1.6 Driloefeningen 2 Het toetsenbord 2.1 Kleinletterklavier (excl. de bovenste rij) 2.1.1 De gidsrij (q-rij) 2.1.2 De bovenrij (a-rij) 2.1.3 De onderrij (w-rij) 2.1.3.1 De komma 2.1.3.2 De kommapunt 2.1.3.3 De dubbele punt 2.2 Het gebruik van de wisseltoetsen en het wisselslot 2.2.1 Het vraagteken 2.2.2 Het punt 2.2.3 Het uitroepteken 2.3 Het liggend streepje 2.4 Spatiëringsregels 2.5 De bovenste rij 2.6 De cijfers 2.7 De dode toets 2.7.1 Het samentrekkingsteken 2.7.2 Het deelteken 2.8 Bijzondere tekens 2.8.1 De schuine streep 2.8.2 Het graadteken 2.8.3 Het percentteken 2.8.4 De wiskundige symbolen (de vier hoofdbewerkingen)
BSO tweede graad Verkoop 4 Dactylografie/toegepaste informatica (1 e jaar 2 uur, 2 e jaar 2 uur) 3 Tekstverwerkingsfuncties 3.1 Tekstverwerker 3.1.1 Algemeenheden, opstarten 3.1.2 Documentvenster en dialoogvenster 3.1.3 Menustructuur en activering 3.1.4 Helpmenu 3.2 Correctie- en revisietypen 3.2.1 Automatische regelovergang, regel- en alinea-einde 3.2.2 Efficiënte cursorverplaatsing 3.2.3 Tussenvoegen en overtypen 3.2.4 Selecteren en bewerkingen op selecteren (knippen, kopiëren en plakken) 3.2.5 Wissen van tekst en niet-afdrukbare tekens 3.2.6 Ongedaan maken 3.2.7 Vaste spatie en liggend streepje 3.2.8 Omzetten van kleine letters naar hoofdletters 3.3 Vensteropmaak: werkbalken, liniaal, documentweergave 3.4 Bestanden openen, benoemen en opslaan in een verantwoorde map 3.5 Tekenopmaak 3.5.1 Onderstrepen, vet, cursief 3.5.2 Lettergrootte 3.5.3 Lettertypes (fonts) 3.5.4 Speciale tekens en symbolen 3.6 Alinea- en pagina-opmaak 3.6.1 Marges 3.6.2 Tabulatorinstellingen 3.6.3 Inspringen 3.6.4 Alinea's uitlijnen 3.6.5 Splitsen einde regel 3.6.6 Regelafstand 3.6.7 Alinea-wit 3.6.8 Tekst verticaal centreren 3.7 Werken met meerdere openstaande documenten 3.8 Spellingcontrole en grammaticacontrole 3.9 Afdrukken 3.9.1 Afdrukvoorbeeld 3.9.2 Elementaire afdrukopdrachten 3.9.3 Afdrukbeheer 3.10 De genormaliseerde briefschikking TE REALISEREN EINDPRODUCTEN Eenvoudige teksten van één pagina MINIMALE UITRUSTING Basisprincipe: elke leerling beschikt gedurende elk lesuur over een persoonlijke en aangepaste computer.
Het spreekt voor zich dat het werken met een geavanceerde tekstverwerkingspakket aangepaste hardware vereist. Minimale hardware: de computer moet in staat zijn om zonder te grote wachttijden of andere ingrepen een professionele tekstverwerker met grafische interface te kunnen draaien. De computers moeten zo opgesteld staan dat er naast het toestel voldoende ruimte is voor een boek of een losbladige tekst. Tevens moeten volgende ergonomische eisen vervuld zijn: het scherm moet van goede kwaliteit (stabiel beeld zonder reflecties) en verstelbaar zijn, voor het toetsenbord moet er voldoende ruimte zijn voor de polsen. De veiligheid dient gegarandeerd te zijn (bijv. de bekabeling moet veilig weggeborgen zijn). Minimale software: vanuit louter didactisch standpunt is in de tweede graad de keuze van het pakket niet belangrijk. De tekstverwerker en de gebruikte versie moeten bij voorkeur in de praktijk veel gebruikt worden. De keuze van het pakket (en de versie ervan) wordt bepaald door de pakketten die in de derde graad op de stageplaatsen gebruikt worden (leerlingen moeten hier met hetzelfde pakket en zo mogelijk met dezelfde of een weinig verschillende versie in aanraking komen) en door de op de arbeidsplaatsen gebruikte pakketten. Het is bovendien vanzelfsprekend dat de school beschikt over legale licenties van de te gebruiken software. Tevens is het aangewezen dat de school geabonneerd is op een vaktijdschrift (zie bibliografie) en dat er in de mediatheek een aantal basiswerken over tekstverwerking aanwezig zijn. METHODOLOGISCHE WENKEN In de tweede graad werken wij met graadsleerplannen. De leerinhouden kunnen vrij over de twee leerjaren gespreid worden, maar voor de beginnende leerkracht wordt de volgende indeling aanbevolen: 1 Aanbevolen indeling van de leerstof 1 e jaar 2 e jaar 1 Algemene principes 3 Tekstverwerkingsfuncties 2 Het toetsenbord 3.1 Tekstverwerker 3.2 Correctie- en revisietypen Herhaling van de basisprincipes 3 Tekstverwerkingsfuncties 3.1 Tekstverwerker 3.2 Correctie- en revisietypen (3.2.1 t/m 3.2.6) 3.3 Vensteropmaak 3.4 Bestandsbeheer 3.5 Tekenopmaak (3.5.1) 3.10 Afdrukken (3.10.1) 2 Houding 3.2.8 Hoofdlettergebruik 3.3 Vensteropmaak 3.4 Bestandsbeheer 3.5 Tekenopmaak (3.5.3) 3.6 Alinea- en pagina-opmaak 3.7 Werken met meerdere documenten 3.8 Spellingcontrole 3.9 Afdrukken 3.10 De genormaliseerde briefschikking De leerlingen moeten erop attent gemaakt worden dat een juiste houding dient te worden aangenomen. Dit is van groot belang omdat anders na langdurig computerwerk spier- en/of rugpijn kan optreden. In het bijzonder moet er gelet worden op de correcte vingerzetting en de juiste aanslagtechniek. De leerkracht zal ook in de tweede graad blijvend alert zijn voor het blind typen en
BSO tweede graad Verkoop 6 Dactylografie/toegepaste informatica (1 e jaar 2 uur, 2 e jaar 2 uur) hiervoor een niet aflatende corrigerende, maar toch positieve houding aannemen. 3 Oefenen De beoogde doelstellingen kunnen geoptimaliseerd worden indien de leerlingen de aangeleerde kennis en vaardigheden ook buiten de lessen inoefenen. Leerlingen die thuis over een computer beschikken, zijn natuurlijk bevoordeeld. De leerkracht kan inspanningen doen waardoor de computerlokalen ook buiten de lessen voor de leerlingen toegankelijk zijn. Dit belet echter niet dat de aankoop van een persoonlijke computer kan gestimuleerd worden (denk hierbij ook aan de firma's die gesprecialiseerd zijn in de verkoop van tweedehandse computers). Ook moet de aandacht van de leerling gevestigd worden op het feit dat door het veelvuldig oefenen zij hun snelheid en nauwkeurigheid opdrijven. Om de zekerheid van de leerling bij tekstverwerking te verhogen kan de leerling veel voorkomende functies of bewerkingen uit het hoofd leren. De leerling moet dan wel weten over welke courante functies het hier gaat. Bij tekstverwerking is het dan weer belangrijk dat de leerling de leerstof zelf uitprobeert. Dit vraagt van de leerkracht wel een duidelijke en geleide opgave of oefening. Hierdoor krijgt de leerling een breder inzicht en zal ook meer gemotiveerd zijn om de cursus bij te hebben en in orde te houden. Leerstof die zij bij wijze van spreken voorgeschoteld krijgen om er een toepassing op te maken, leidt vaak tot passieve gedrag van de leerling. 4 Individualisering Bijzondere aandacht dient te worden geschonken aan leerlingen die (bijv. omwille van een verschillende vooropleiding) een achterstand hebben. Een gedifferentieerde en geïndividualiseerde begeleiding is in deze gevallen zeker noodzakelijk. De leraar zal deze leerlingen deskundig en efficiënt opvangen en aansporen om zich zo vlug mogelijk bij te werken. Veel leerlingen kennen de leerstof wel maar presteren minder door faalangst. Ook hier heeft de leerkracht een belangrijke taak. Het leren werken met het helpmenu en de functie ongedaan maken verhogen de zelfverzekerdheid van de leerling. 5 Structuur van het leerplan Vermits het leerplan een graadsleerplan is, moet de leraar bijzondere aandacht schenken aan het jaarplan. De verschillende onderdelen van het leerplan moeten zeker niet in de opgegeven volgorde worden afgehandeld. Tevens kunnen bepaalde onderdelen in de gewone teksten geïntegreerd worden. De aandacht moet vooral gaan naar het inzichtelijk leren gebruiken van de verschillende functies zodat de verworven vaardigheden, indien nodig, kunnen overgedragen worden naar andere tekstverwerkingspakketten. Een ander aspect is dat tekstverwerkers steeds meer mogelijkheden bieden. Bovendien wordt vlotte communicatie met databanken, rekenbladen en andere software steeds gemakkelijker. Via E-mail, fax, Internet en andere faciliteiten evolueert ook de manier van communiceren. Binnen de beschikbare uren zal de leraar dus een verantwoorde keuze moeten maken uit de beschikbare mogelijkheden. 6 Praktijkopleiding Het lokaal hoort zeer ordelijk en net te zijn en een rustige sfeer uit te stralen. Ook aan de klasversiering e.d. moet de nodige aandacht besteed worden. De leerling zal er voortdurend op attent gemaakt worden zuinig om te gaan met papier. De leerlingen moeten een map hebben waarin de oefeningen (in de juiste volgorde) bewaard worden. Wanneer het niet mogelijk is elke tekst uit te printen kan de leerkracht per klas een dossier bijhouden van alle oefeningen. Dit dossier wordt samengesteld door elke les de tekst van een andere
leerling af te drukken. Elke leerling kan echter zelf een overzicht bijhouden van de behaalde resultaten (foutenanalyse en evaluatie). Nochtans is het te verkiezen dat elke leerling alle eigen teksten zelf bewaart. In elk geval moet de map zeer zorgvuldig worden bijgehouden: bij voorkeur vooraan een opsomming van alle gemaakte oefeningen; elk blad voorzien van een naam, klas, datum en bij voorkeur het lesonderwerp; een schutblad gebruiken waar nodig; duidelijk onderscheid maken tussen opgelegde en vrije oefeningen. Om de interesse bij de leerlingen te verhogen is het nuttig briefpapier van firma's uit de omgeving van de school te gebruiken en teksten te kiezen in verband met de actualiteit of uit hun belangstellingssfeer. Coördinatie met de leerkrachten talen en handelscorrespondentie is sterk aan te bevelen. Het gebruik van woordenboeken wordt sterk gestimuleerd. De veelbesproken Bin-normen staan steeds centraal. In dat verband geldt het Bin-boekje als maatstaf. Het is aangewezen dat elke leerling zich een exemplaar ervan aanschaft. 7 Snelheidsmeting Occasioneel kan een snelheidsmeting ingelast worden. Snelheid blijft echter altijd ondergeschikt aan nauwkeurigheid. Afhankelijk van het beschikbaar aantal lesuren per week kan de volgende maatstaf als richtlijn gebruikt worden: op het einde van de 2 e graad: 90 tot 140 aanslagen per minuut. EVALUATIE 1 Evaluatie-elementen 1.1 In aanmerking te nemen elementen Houding, techniek en blindtypen (vaardigheid) 10 % Lay-out en bladschikking 10 % Correcte uitvoering opdrachten 20 % Foutenpercentage - nauwkeurigheid - snelheid 50 % Efficiëntie - tijdsduur 10 % Het gewicht van deze verdeling is relatief; ze kan aangepast worden naarmate de leerlingen vorderen. 1.2 Klaviervaardigheid Beschikken over een goede klaviervaardigheid (vlot blindtypen, juiste vingerzetting en houding), moet in de 2 e graad als een bereikte doelstelling aanzien worden. Er kunnen 50 % van de punten aan het foutenpercentage en snelheid besteed worden. Dit neemt niet weg dat aan het blindtypen een blijvende aandacht moet geschonken worden. Ook leerlingen die later soms pas in het eerste leerjaar van de tweede graad instappen moeten door intens extra oefenen ernaar streven binnen enkele maanden de vooropgestelde vaardigheid te bereiken. Het is aan te bevelen om een tabel met de punten in functie van het foutenpercentage te hanteren. Het staat de leerkracht vrij om zelf zijn eigen criteria vast te stellen. Merk op dat de schaal niet lineair hoeft te zijn, maar dat die in elk geval aan de leerlingen moet bekend gemaakt worden. Het spreekt echter vanzelf dat hierover binnen de school duidelijke afspraken dienen gemaakt te worden.
BSO tweede graad Verkoop 8 Dactylografie/toegepaste informatica (1 e jaar 2 uur, 2 e jaar 2 uur) 0 0.2 0.4 0.6 0.8 1 1.2 1.5 2 2.5 3 aanleren van het klavier 10 9 9-8 9-8 8-7 7-6 7-5 6-4 5-3 4-2 3-1 overgang naar doorlopende tekst 10 9 8 7 6 5 4-3 3-2 2-1 1-0 0 doorlopende tekst 10 8 7 6-5 5-4 4-2 3-1 2-0 1-0 0 0 Zodra een leerling minder dan 5 haalt, moeten remediëringsoefeningen voorzien worden. 1.3 Lay-out De evaluatie van de lay-out (10 % van de punten) kan als volgt uitgesplitst worden: het uniform en doordacht intypen en vorm geven van de tekst (alinea- en pagina-einden, gelijk aantal witruimte boven en onder de kopjes van eenzelfde niveau, consequente interpunctie); het consequent toepassen van de geldende principes en normen (cf. BIN-normen en typografische afspraken); het esthetisch-creatief gevoel. Niet alles is in regels te vatten. Wie 'lay-out" zegt, zegt ook 'creativiteit'. Enerzijds moeten wij de leerlingen een duidelijke houvast bieden wat lay-out betreft, anderzijds mag dit keurslijf niet te strak aangespannen worden. Persoonlijk goed ogende oplossingen voor een bepaalde lay-out kunnen dan ook een bonus opleveren. 1.4 Tekstverwerking In de tweede graad worden de basisfuncties van de tekstverwerker grondig ingeoefend. Hierbij moet enige routine ontstaan, gebaseerd op het inzichtelijk begrijpen en kunnen verantwoorden van de handeling. Deze routine is belangrijk om de professionele leerstof van de derde graad vlot te kunnen verwerken. Zo mag bijv. een les over "opmaakprofielen" in de derde graad niet struikelen op het niet kunnen instellen van de uitlijning. Het is een basisvereiste om de leerlingen inzichtelijk te leren werken. Dit uitgangspunt moet dan ook bij de evaluatie een belangrijke rol spelen. De leerkracht zal de leerlingen op deze procesevaluatie moeten voorbereiden en het waarom ervan uitleggen. Een complexe oefening moet vooraf goed voorbereid worden, zodat het inzicht en het probleemoplossend denken gestimuleerd worden. De leerling moet bij het oplossen van een bepaald probleem weten met welk middel welke functie hij dit probleem het best oplost. Belangrijk is dat niet enkel het resultaat, maar nog meer de manier waarop het resultaat bereikt werd, meetelt. Procesevaluatie primeert duidelijk op productevaluatie. Ook de tijd waarin en de efficiëntie waarmee een opdracht uitgevoerd wordt, kan in zekere mate meespelen. Daarom kan er af en toe een korte theoretische toets ingelast worden om na te gaan hoe een leerling een probleem beredeneerd aanpakt. De oefeningen moeten zó aangeboden worden en de evaluatie moet zó gericht zijn dat het inzichtelijk gebruik en het probleemoplossend werken zo optimaal mogelijk gewaardeerd wordt. Drie of vier leerlingen kunnen ook tegelijk aan een opdracht werken. Aangezien de procesevaluatie primeert, is het verbeteren op het scherm belangrijk. Wie op scherm verbetert, krijgt een beter inzicht in de gevolgde werkwijze en kan ook daar de lay-out van het document evalueren. Af en toe kunnen korte werkschema's "op de ouderwetse manier" het probleemoplossend denken bevorderen en "trial and error" vermijden. 2 Tijdstip en duur van de evaluatie 2.1 Permanente evaluatie Het onderdeel klaviervaardigheid wordt permanent geëvalueerd. Ook de kennis van de basisfuncties en de zorg om de lay-out worden in de lessen zelf geëvalueerd. Nieuw verworven kennisgedeelten kunnen beoordeeld worden via korte mondelinge overhoringen die tijdens de oefeningen
kunnen afgenomen worden. De oefeningen die de leerlingen in de lessen maken, dienen om vertrouwd te geraken met, en inzicht te krijgen in het gebruik van de aangeleerde functies. Tijdens het maken van die oefeningen, stuurt de leerkracht in de les zelf waar nodig bij. In de tweede graad is het niet steeds mogelijk om elke afgewerkte oefening én op fouten én op lay-out én op het efficiënt gebruik van de tekstverwerker te controleren. Maar de leerkracht dient wel bij te houden wie welke oefening afgewerktheeft. Het is sterk aan te bevelen om geregeld (bijv. eens per week) de in die periode afgewerkte teksten via één of meer cijfers globaal en/of per tekst te evalueren (op fouten, zorg, lay-out, tekstverwerking en kwantiteit). 2.2 Herhalingstoetsen Herhalingstoetsen omvatten grotere opdrachten en bieden de gelegenheid om een pas aangeleerd leerstofonderdeel, samen met vroeger aangeleerde onderwerpen te evalueren. In eerste instantie primeert hierbij de manier van werken en daarmee samengaand het resultaat en de gebruikte tijd (m.a.w. het proces). Procesevaluatie kan gebeuren via de verbetering op het scherm en/of via een schriftelijke neerslag van de werkmethode. Voor herhalingstoetsen wordt een maximumduur ingesteld (bijv. 1,5 keer de tijd die een goede leerling nodig heeft om de opdrachten volledig op te lossen). 2.3 Rapportcijfers Rapportcijfers zijn het (gewogen) gemiddelde van de verschillende in de betreffende periode toegekende cijfers. Het is vanzelfsprekend dat alle evaluatiecriteria moeten aan bod komen (klaviervaardigheid, tekstverwerking, lay-out) en dat ook attitudes moeten geëvalueerd worden. Dit laatste kan gebeuren met een afzonderlijk cijfer, dat gerust voor bijv. 20 % van het rapportcijfer kan meetellen. Belangrijke attitudes zijn bijv. orde, zorg voor het materiaal, sociale ingesteldheid, het stellen van veel vragen, inzet, tempo, Let echter op dat leerlingen die minder, weinig of geen vragen stellen, daarom niet persé minder punten krijgen. Centraal in de evaluatie moet het inzichtelijk beheersen van de tekstverwerkingstechniek blijven staan. Denk eraan dat goed opgestelde toetsen automatisch een aantal attitudes testen (bijv. het werken met inzet, inzicht en efficiëntie). Het op tijd indienen van een taak of het meebrengen van een handboek moet nog altijd als een vanzelfsprekendheid beschouwd worden. Wie zijn taak niet (op tijd) indient, of zijn handboek vergeet, kan beter anders aangepakt worden. Bij herhaling kan dit invloed hebben op het "attitudecijfer", maar kan dit geen aanleiding zijn om de rapportcijfers op absolute wijze met een aantal eenheden te verminderen. Bij zwakke prestaties moeten aan de leerlingen extra oefeningen worden opgelegd, die indien mogelijk op school worden uitgevoerd. Het organiseren van inhaallessen is eveneens te overwegen. In elk geval moet (vooral bij de aanvang) voorkomen worden dat de leerling gedemotiveerd geraakt. 2.4 Examens Voor het examen worden de drie grote "pijlers" (klaviervaardigheid, tekstverwerking en lay-out) in elkaar gepast. De werkwijze is analoog aan de herhalingstoetsen, enkel de opdracht is wat omvangrijker. Zo wordt ook het langdurig geconcentreerd werken, het efficiënt en inzichtelijk werken geëvalueerd. Voor het examen worden 2 tot 3 uur voorzien. Het is vanzelfsprekend dat het examen plaats vindt tijdens de gewone examenperiode. Indien een leerling over het ganse jaar zwak gepresteerd heeft, moet een vakantietaak overwogen worden.
BSO tweede graad Verkoop 10 Dactylografie/toegepaste informatica (1 e jaar 2 uur, 2 e jaar 2 uur) 2.5 Hulpmiddelen Vanzelfsprekend is het gebruik van de helpfaciliteiten uit het softwarepakket toegelaten. Ook tegen het laten gebruiken van eigen nota's, BIN-boekje of andere handboeken is geen enkel bezwaar. 3 Vuistregels Tot slot volgen enkele vuistregels waarmee zoveel mogelijk dient rekening gehouden te worden: permanente evalutatie is even belangrijk als evaluatie via toetsen; probeer vakoverschrijdend te evalueren, zodat de zelfredzaamheid van de leerling (en het probleemoplossend denken) groter wordt; evalueer systeemoverschrijdend zodat de kennis overdraagbaar is op andere pakketten en andere versies van het gebruikte pakket; schenk aandacht aan de attitudes van de leerling; zorg ervoor dat evaluatie op geen enkel moment demotiverend werkt; evalueer nooit negatief, maar positief, de leerling moet m.a.w. iets leren uit uw evaluatie. BIBLIOGRAFIE Klavierstudie en muisbeheersing SIX, K., Typ-top, deel 2, deel 3 en Plus 1, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 1996 en 1997 en 1997, 202 p., 132 p. en 102 p. DE LANGE, T., AZ-tekst 2, cursus machineschrijven, Wolters Plantyn, 1996, 96 p. Tekstverwerking BUYSSE, CAUWENBERGH, VAN CALSTER, Probleemoplossend werken met MS Word 97, Standaard uitgeverij MIM, Antwerpen, 1997, 144 p. DE GEYTER-DIEPENDAELE, T., Methodenleer, Dactylo, Tekstverwerking, uitgave in eigen beheer, 1993, 56 p. DE LANGE, T., AZ-tekst 2, MS Word, Wolters Plantyn, Antwerpen DEVRIENDT, D., Word 97, upgrade gids, WWW-Soft, Oostkamp, 1997, 48 p. DEVRIENDT, D., DE GEYTER-DIEPENDAELE, Werk wijzer met MS Word 6.0 en7.0 deel 1 en Werk wijzer met MS Word 6.0 en 7.0 deel 2, WWW-Soft, Oostkamp, 1996, 224 p. en 240 p. GEMEENSCHAPSONDERWIJS, PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST, Het Bin-boekje, Nevelland, Brussel, 1995, 24 p. GOOKIN, D., Microsoft Word 97 voor Dummies, Addison-Wesley Longman, Amsterdam, 1997, 430 p. HERNALSTEEN, P., Zakelijke communicatie en Belgische Normen, Van In, Lier, 1992, 95 p. KARBO, M. B., Compact en to the point, uitgeverij Segment, Beek, 1998, 80 p. SEEGERS, WESDORP, Word 7.0, deel 1 en deel 2, Instruct bvba, Herent, 1996, SIX, K., Typ-top deel 4, deel 5 en deel 6 en MS Word 6/7, Standaard Uitgeverij MIM, Antwerpen, 1996 en 1997 en 1998, 245 p.,180 p.,180 p. SYBEX, Word 7, Leer uzelf Word, Soest, 1997, 316 p. Vaardige Vingers, driemaandelijks tijdschrift van de Academie voor Bureauwetenschappen, Tienen
VAN DEN BROECK, CUYPERS, MS Word 7.0 en MS Word 97, Standaard Uitgeverij, MIM, Antwerpen, 1996 1998, 218 p. en 233 p.