Implementatie en uitbesteding Standaard Indicatieprotocollen (SIP s);

Vergelijkbare documenten
Handboek SIPs. Overzicht SIPs V&V. versie 10.0 Januari H A N D B O E K SIPs; Overzicht SIPs V&V versie 10.0 Pagina 0 van 48

Handboek SIPs. Overzicht SIPs V&V

Hoofdstuk 1 Achtergrond

info Toestemming cliënt nodig Bij aanvraag AWBZ-zorg nr. 41,

FAQ presentatie zorgaanbieders januari / februari 2015

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

OVERBRUGGINGSZORG. versie augustus Achmea Zorgkantoren

Handleiding AanmeldFunctionaliteit. Deel 2: Inhoud en voorwaarden

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Zorg bij ontslag uit het ziekenhuis

Proeftuinplan: Meten is weten!

Erratum bij de brochure Zelf aan zet in de AWBZ

CIZ bereikbaar voor zorgaanbieders

Protocol crisisopvang (niet uitstelbare zorgvraag) VV&T

Zelfstandig leven met verpleegkundige zorg. Opella kan u van dienst zijn!

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Aan de commissie Inwonerszaken

Vraag en antwoord op de grootste veranderingen in AZR 3.0

Toevoegen van dagbesteding aan de zorgprofielen

Het indicatiebesluit

CIZ. Bepaling toegang tot de Wet langdurige zorg door CIZ Informatie voor zorgaanbieders

Scholingsaanbod vanaf 1 september 2014 t/m eind 2014

Ziekenhuis Verplaatste Zorg vanaf 2010

GVT-team. Gespecialiseerde Verpleging

Inhoudelijke veranderingen per 1 januari 2013 in de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ van het ministerie van VWS

Overdracht van zorg aan de CVA-client naar de thuissituatie

Het indicatiebesluit

Bij deze niet uitstelbare AWBZ-zorg kan het gaan om thuiszorg of om zorg met verblijf. Spoedzorg is altijd zorg in natura.

Welke zorg kan de transferverpleegkundige voor u regelen?

NOTITIE PALLIATIEVE TERMINALE ZORG VOOR DE REGIO S DWO EN NWN. Februari Zorgkantoor DWO/NWN

Aanvulling op Landelijk Protocol Crisiszorg in de Wlz 2015.

In en exclusiecriteria

Voorbehouden en risicovolle handelingen

Het indicatiebesluit

Afbakening Wet langdurige zorg (Wlz) en samenwerking Centrum indicatiestelling zorg (CIZ)

RICHTLIJN NAAR EEN COMPLETE AANVRAAG

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat?

Inhoudelijke veranderingen per 28 juli 2014 in de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ van het ministerie van VWS en de CIZ Indicatiewijzer

In- en exclusiecriteria voor cliënten Schutse Zorg Tholen

Zorgplan Verpleging Thuis

Analyse databestanden ten behoeve van verblijfszorg thuis. Eindrapportage

CIZ. Wet langdurige zorg door CIZ

Thuiszorg Alerimus. Zorg om thuis te kunnen blijven wonen

Indicatiestelling voor de subsidieregeling ADL-assistentie

Vragenlijst voor PGB houders regio Kop van Noord Holland

Het Nederlandse Zorgstelsel

Procesbeschrijving Begeleiding, Verblijf en Persoonlijke verzorging

Nazorg na ontslag uit het ziekenhuis

Dit deel vult de verpleegkundige in samen met de verzekerde of een (wettelijke) vertegenwoordiger 1.

Aanvraagformulier Persoonsgebonden budget Verpleging en Verzorging (Zvw-pgb) - Deel 1

Begeleiding AWBZ Ontwikkelingen aanspraak AWBZ-functie BG Gemeente 's-gravenhage

De juiste zorg, prettig bij u thuis

Uitleg voorwaarden algemene tegemoetkoming Wtcg 2013

Indicatie MSVT (verpleging in de thuissituatie onder verantwoordelijkheid van de medisch specialist)

Adres Jan Tooropstraat AE Amsterdam Tel Fax Website.

ZORGLEEFPLAN ACTIEKAART Indicatie AWBZ:

Aanvraagformulier Persoonsgebonden budget Verpleging en Verzorging Deel 1

Op 1 januari 2015 verandert ons zorgstelsel. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt dan vervangen door vier wetten:

Dagbehandeling individueel aanvullend op dagbehandeling in groepsverband

Doelgroepenbeleid Zorgvilla Huize Dahme

Een COMMENTAARRECORD mag slechts bij een aantal records voorkomen.

Intensieve Zorgafdeling de Hazelaar

Aanvraagformulier Persoonsgebonden budget Verpleging en Verzorging

Nazorgwijzer Martini Ziekenhuis

De transferverpleegkundige kan u helaas niet helpen bij het aanvragen van huishoudelijke hulp en bij huisvestingsproblemen.

Instructiebijeenkomst inrichting werkproces t.b.v. declaratie en betalingsverkeer

ZORG NA ZIEKENHUISOPNAME

Aanvraagformulier Persoonsgebonden Budget verpleging en verzorging (PGB vv)

De regels zijn gelijk. Toch is iedereen anders. Heeft u blijvend zorg nodig? Over de Wet langdurige zorg (Wlz)

Aanmeldingsformulier Dienstverlening & Zorg IJburg

Inleiding. Toelichting op aanvraagprocedure

Zorg na uw ziekenhuisopname Opname in verpleeg- of verzorgingshuis

De transferverpleegkundige

Deskundigheidsniveau medewerkers

Zorg na een ziekenhuisopname

Aanvraagformulier Persoonsgebonden Budget deel 1 verpleging en verzorging (Zvw-pgb)

1. Hoe stap ik het (her)indicatiegesprek in bij een cliënt met een gerichte PGB-vraag?

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat?

Tabel met criteria t.b.v. het vaststellen van het omzetplafond 1 Aantonen dmv - Aanvullende bepalingen en inkoopvoorwaarden.

Transcriptie:

H A N D B O E K Implementatie en uitbesteding Standaard Indicatieprotocollen (SIP s); Ten behoeve van zorgaanbieders/zorgaanmelders Driebergen 11 april 2005

Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. De webapplicatie (digitale aanmelding SIP's)... 5 3. Zorginzet door de zorgaanbieder... 7 4. Verwerking door het CIZ: beslisregels vegen en stapelen SIP's... 8 5. Inhoudelijke regionale kwaliteitstoetsing... 9 Bijlagen Bijlage 1... 11 Bijlage 2 Overeenkomst... 46 Bijlage 3 Handleiding webapplicatie SIP s... 48 Bijlage 4 Aanvraagformulier SIP... 54 Bijlage 5 Overzicht functies en activiteiten behorende bij de SIP s... 56 HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 2

1. Inleiding Vanaf 1 mei 2005 kunnen zorgaanbieders, ziekenhuizen en anderen 1 die dat wensen met het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een overeenkomst sluiten om gebruik te maken van de Standaard Indicatie Protocollen (SIP s). Dit zijn protocollen, waarbij op basis van gerichte kernvragen bij bepaalde veelvoorkomende en sterk geprotocolleerde zorgsituaties de inhoud van het indicatiebesluit (functie, klasse, activiteiten en geldigheidsduur) door het protocol wordt bepaald. Een overzicht van de SIP s is opgenomen in bijlage 1 van dit handboek. Indien de SIP s door zorgaanbieders worden toegepast, kunnen zij aan de hand van het standaard indicatieprotocol direct de noodzakelijke zorg inzetten en de gegevens van de betreffende cliënt bij het CIZ aanleveren. Het CIZ zet deze gegevens in principe zonder eigen afweging om in een indicatiebesluit. Het CIZ toetst steekproefsgewijs. Indien de SIP s door zorgaanmelders (ziekenhuizen, huisartsen, zorgloketten) worden toegepast, beschikt de cliënt na de ziekenhuisopname snel over een indicatie. De zorgaanmelder stemt in deze gevallen over de directe inzet van de benodigde zorg af met de relevante partijen uit de keten Voorwaarden uitvoering SIP s door zorgaanbieders: Cliënt gaat akkoord met deze vorm van indicatiestelling/werkwijze en de uitkomst van de SIP (cliënt houdt recht om de aanvraag door het CIZ te laten afhandelen). Cliënt wenst geen PGB (indicatiestelling door CIZ). De zorg kan direct worden ingezet: er is geen sprake van een wachtlijst voor de zorg waarop de SIP s van toepassing zijn. Indien per cliënt meerdere SIP s van toepassing zijn, dient door de zorgaanbieder de afweging te worden gemaakt of een reguliere aanvraag in deze situaties de voorkeur heeft. Dit zal ook worden getoetst door het CIZ. Indien de aanbieder van mening is dat de benodigde zorg niet tot de vastgestelde functie en klasse van een SIP behoort, dient uiteraard een reguliere indicatie worden aangevraagd. Voorwaarden uitvoering SIP s door zorgaanmelders: Cliënt gaat akkoord met deze vorm van indicatiestelling/werkwijze en de uitkomst van de SIP (cliënt houdt recht om de aanvraag door het CIZ te laten afhandelen). Cliënt wenst geen PGB (indicatiestelling door CIZ). Indien per cliënt meerdere SIP s van toepassing zijn, dient door de zorgaanmelder de afweging te worden gemaakt of een reguliere aanvraag in deze situaties de voorkeur heeft. Dit zal ook worden getoetst door het CIZ. Indien de zorgaanmelder van mening is dat de benodigde zorg niet tot de vastgestelde functie en klasse van een SIP behoort, dient uiteraard een reguliere indicatie worden aangevraagd. 1 Bijvoorbeeld: huisartsen en zorgloketten HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 3

De zorgaanmelder, stemt over de inzet van de benodigde zorg af met de relevante partijen uit de keten. De cliënt maakt in dit geval kenbaar door welke zorgaanbieder hij/zij de zorg behorende bij de SIP geleverd wil krijgen (aanbieder van voorkeur). De zorgaanmelder stelt de zorgaanbieder van voorkeur op de hoogte van de uitkomst van de SIP. Naast gebruik van de SIP s door onder meer zorgaanbieders en ziekenhuizen worden de SIP s ook door het CIZ zelf (intern) toegepast bij de indicatiestelling van zorgvragen waarvoor deze protocollen zijn gemaakt. Met de invoering van de SIP s op 1 mei 2005 komen eventuele huidige afspraken met zorgaanbieders/zorgaanmelders met betrekking tot de uitvoering van SIP s te vervallen. Vanaf deze datum worden in alle CIZ-regio s dezelfde SIP s toegepast. Hierop zijn geen uitzonderingen mogelijk. Ook de aanmelding van de SIP s is uniform middels de webapplicatie. Overige afspraken (bijvoorbeeld mandatering/uitbesteding van de indicatiestelling aan transferpunten in ziekenhuizen) blijven vooralsnog wel gehandhaafd. Het CIZ zal hier in de loop van 2005 haar beleid invullen. De SIP s hebben een tijdelijk karakter. Voor de langere termijn worden door het CIZ beslisbomen ontwikkeld. De SIP s zullen worden geïntegreerd in deze beslisbomen. De afspraken c.q. het sluiten van een overeenkomst 2 met een zorgaanmelder (ziekenhuis) en/of bovenregionale aanbieders worden gemaakt door één CIZ bureau, namelijk het bureau tot wiens regio de vestigingsplaats of hoofdlocatie van respectievelijk het ziekenhuis en de bovenregionale aanbieder behoort. Alle andere bureaus van het CIZ kunnen vervolgens de door deze ziekenhuis/ bovenregionale aanbieder aangeleverde SIP s afhandelen en steekproefsgewijs controleren. Resultaten uit de steekproeven kunnen worden gecommuniceerd met de CIZ-regio die de overeenkomst is aangegaan. In deze handleiding komen achtereenvolgens de volgende aspecten aan de orde: 1) de webapplicatie (digitale aanmelding SIP s); 2) zorginzet door de zorgaanbieder; 3) verwerking door het CIZ: vegen en stapelen; 4) inhoudelijke regionale kwaliteitstoetsing. 2 Voor modelovereenkomst: zie bijlage 2 HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 4

2. De webapplicatie (digitale aanmelding SIP s) WERKWIJZE DIGITALE AANMELDING SIP S Via de website van het CIZ (www.ciz.nl) kan worden doorgeklikt naar de applicatie. De applicatie kan ook rechtstreeks worden benaderd via: https://sip.ciz.nl. Nadat een gebruiker heeft ingelogd kan, afhankelijk van de betreffende zorgvraag, het betreffende SIP worden geselecteerd en worden de kernvragen beantwoord en de noodzakelijke gegevens van de cliënt ingevoerd. De applicatie genereert vervolgens een compleet ingevuld aanvraagformulier dat per e-mail (als pdf.bestand) naar het desbetreffende regiobureau/locatiebureau van het CIZ wordt verstuurd (zie voor een voorbeeld bijlage 4). N.B.: De postcode van de cliënt bepaalt naar welk regiobureau/locatiebureau dit bericht wordt verzonden. De webapplicatie verwerkt uitsluitend de aanmeldingen van SIP s. Indien na het beantwoorden van de kernvragen behorende bij een SIP de zorgvraag niet volgens een SIP kan worden afgehandeld, is het ook mogelijk om het aanvraagformulier van het CIZ te downloaden en te sturen naar het regiobureau/locatiebureau van het CIZ. Een summiere handleiding bedoeld voor gebruikers van de webapplicatie is bijgevoegd in bijlage 3. In schema: inloggen SIP of regulier? Regulier SIP kernvragen Nee SIP akkoord? Ja formulier invullen Nee invoer compleet? Ja downloaden verzenden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 5

GEBRUIKERSNAAM EN TOEGANGSCODE VOOR ZORGAANBIEDERS/ ZORGAANMELDERS Alleen die zorgaanbieders/zorgaanmelders die de overeenkomst hebben getekend krijgen een gebruikersnaam en een toegangscode tot de website. Deze gebruikersnaam en toegangscode zijn vereist om cliënten met een SIP te kunnen aanmelden. BEVEILIGDE UITWISSELING CLIENTGEGEVENS Omdat er met persoonsgegevens wordt gewerkt die via het internet worden verstuurd, is de verstuurde data beveiligd. Er is een beveiligde verbinding gerealiseerd (SSL: Secured Sockets Layer) voor het uitwisselen van de gegevens tussen de server van het CIZ (aanbieders/zorgaanmelders loggen in op deze server/webapplicatie) en het regiobureau/locatiebureau van het CIZ. Het versturen van de e-mails (pdf.bestand) met daarin persoonsgegevens is beveiligd door middel van versleuteling van de e-mail (encryptie). HANDTEKENING CLIENT Aanvragen die door zorgaanbieders/zorgaanmelders waarmee de overeenkomst SIP s is getekend elektronisch worden ingediend via de speciaal hiervoor gemaakte webapplicatie worden door het CIZ beschouwd als rechtsgeldige aanvragen wanneer voldaan is aan alle voorwaarden die daaraan in de overkomst zijn verbonden. Aanbieders/zorgaanmelders dienen anders de handtekening van de cliënt te archiveren of aan het CIZ sturen en dit gaat voorbij aan de snelle en eenvoudige werkwijze die met de SIP s wordt beoogd. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 6

3. Zorginzet door de zorgaanbieder Zodra de gegevens van de cliënt via de webapplicatie zijn aangemeld bij het CIZ, kan de zorgaanbieder de benodigde zorg inzetten op grond van de inhoud van het SIP 3. In het SIP zijn daartoe de belangrijkste elementen van het verwachte indicatiebesluit vastgelegd: functie; klasse; activiteiten; leveringsvoorwaarde; geldigheidsduur. De startdatum van de zorg staat vermeld op het aanvraagformulier waarop de cliënt via de webapplicatie wordt aangemeld bij het CIZ. Het CIZ streeft ernaar binnen enkele werkdagen, doch uiterlijk binnen twee weken (tenzij sprake is van een gewogen besluit) op basis van het advies een indicatiebesluit af te geven. Bij een voorgenomen afwijkend besluit neemt het CIZ terstond contact op met de verantwoordelijke bij de zorgaanbieder. Dat het CIZ enige tijd nodig heeft om de aanmelding van de cliënt om te zetten in een indicatiebesluit, heeft onder andere te maken met het veegbesluit. Omdat elk indicatiebesluit alle vorige besluiten overschrijft, dient het laatst afgegeven besluit alle geïndiceerde functies te bevatten. Wanneer dit niet gebeurt zou bijvoorbeeld een SIP wondverzorging iemands indicatie voor het verzorgingshuis kunnen ontnemen. Voor dit vegen (en stapelen, wanneer een SIP betrekking heeft op een reeds geïndiceerde functie) is binnen het CIZ een protocol vastgesteld. Indien de aangevraagde SIP niet tot SIP leidt of geen consequenties heeft voor de huidige indicatie (past binnen de klasse) dan informeert het CIZ de aanbieder/zorgaanmelder. De aanbieder/zorgaanmelder informeert de cliënt. Zorgaanbieders/zorgaanmelders die niet alle geïndiceerde functies kennen van een cliënt, dienen er op bedacht te zijn dat als gevolg van het vegen of stapelen, de inhoud van het uiteindelijke indicatiebesluit kan afwijken van het SIP. Hierover informeert het CIZ de aanbieder/zorgaanmelder en de cliënt. Zorgaanbieders/zorgaanmelders worden daarnaast via de AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) geïnformeerd over de inhoud van het uiteindelijke besluit. 3 Overigens kunnen, indien noodzakelijk, per cliënt meerdere SIP s van toepassing zijn. In deze gevallen dient door een aanbieder/zorgaanmelder wel de afweging te worden gemaakt of een reguliere aanvraag in deze situaties niet de voorkeur heeft. Dit zal ook worden getoetst door het CIZ. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 7

4. Verwerking door het CIZ: beslisregels vegen en stapelen SIP s Bij het afgeven van een nieuw indicatiebesluit moet het CIZ de nog relevante informatie van het eerdere besluit overnemen in het nieuwe indicatiebesluit (artikel 13 Zorgindicatiebesluit). Als er een wijziging optreedt in de situatie van de cliënt, die leidt tot een nieuwe aanvraag en vervolgens een nieuw indicatiebesluit, dan moet in het licht van het voorgaande steeds de totale zorgbehoefte in kaart worden gebracht. Het laatste indicatiebesluit, in de wandelgangen het veegbesluit, is geldig. De criteria hoe met het vegen om te gaan zijn door het CIZ vastgelegd in het Veegprotocol. Er zijn twee vormen van vegen: Zo is er sprake van gewogen vegen als zorgbehoefte van de cliënt opnieuw wordt onderzocht. Er vindt een nieuw onderzoek plaats. Bij ongewogen vegen wordt de zorgbehoefte van de cliënt niet opnieuw onderzocht. Het eerdere besluit wordt ongewijzigd overgenomen in het totale nieuwe besluit. Als er sprake is van dezelfde functie (eerder besluit en nieuwe aanvraag) wordt er gestapeld. Stapelen is het optellen van de normtijden voor verschillende activiteiten binnen dezelfde functie. Altijd wordt getoetst of de wijziging in de zorgbehoefte gerealiseerd kan worden binnen de bandbreedte van de klasse van een eventueel eerder afgegeven indicatie. Bij het indienen van de aanvraag kan dit door de administratief medewerker worden onderzocht. Als de administratief medewerker twijfelt wordt de beoordeling door de achterwacht (indicatiesteller) uitgevoerd. Ook bij de toepassing van Standaard Indicatieprotocollen (SIP s) zal rekening gehouden dienen te worden met bovenstaande criteria. Alle SIP-aanvragen die via de e-mail bij het CIZ regiobureau/locatiebureau aankomen, worden overeenkomstig het veegprotocol afgehandeld. Dat betekent dat wordt gecontroleerd: of de betreffende cliënt over een geldig indicatiebesluit beschikt; wanneer dat besluit is afgegeven (criterium invoering FGI 1-4-2003); en of de geïndiceerde functie voorkomt in het SIP. Afhankelijk van de uitkomsten op deze vragen kan er direct een indicatiebesluit conform het SIP worden afgegeven, moet er een veegbesluit worden genomen, of moet de cliënt regulier worden geïndiceerd. Dit laatste is vooral aan de orde wanneer de cliënt over een geldig indicatiebesluit beschikt van voor 1-4-2003 (invoeringsdatum functiegerichte indicatiestelling). In die gevallen wordt een regulier indicatietraject opgestart en worden de cliënt en de zorgaanbieder die het SIP heeft aangemeld daarover geïnformeerd. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 8

5. Inhoudelijke regionale kwaliteitstoetsing In het kader van de toetsende rol van het CIZ, worden indicatiebesluiten die via een SIP zijn afgegeven steekproefsgewijs gecontroleerd. Doel hiervan is niet het betreffende indicatiebesluit te heroverwegen, maar om de uitvoering van de afspraken uit de overeenkomst te monitoren en de kwaliteit van deze vorm van indicatiestelling te bewaken. De omvang van de steekproef kan per regio en per zorgaanbieder/zorgaanmelder variëren. Door het CIZ zelf intern uitgevoerde SIP s worden niet aan een apart toetsregime onderworpen. Het belang van toetsing is: 1. Het monitoren van de inhoud van de afspraken tussen CIZ en zorgaanbieders/zorgaanmelders (o.a. de inhoud van de SIP s) en deze waar nodig bijstellen (door centraal bureau). 2. Het bewaken van de verschillende verantwoordelijkheden, het is immers het CIZ dat, ook bij de overeenkomst, verantwoordelijk is en blijft voor de afgegeven indicaties. 3. Het bewaken van kwaliteit van deze vorm van indicatiestelling. 4. Het verzamelen en presenteren van stuurinformatie ter evaluatie van het interne beleid met betrekking tot mandatering. Het CIZ beschikt over een sanctie indien blijkt dat een zorgaanbieder/ zorgaanmelder stelselmatig op onjuiste wijze met de uitbesteding omgaat, namelijk het beëindigen van de overeenkomst. Voor het overige dient de toezichtfunctie van het CIZ vooral gezien te worden in het kader van de kwaliteit van de indicatiestelling. In verband met de toetsing moeten aanbieders/zorgaanmelders de voor de SIP s benodigde informatie (ter beantwoording van de kernvragen) registreren /archiveren. Indien een huisarts heeft gezegd dat een wond 2 keer per week moet worden verzorgd, dan moet daar ook bij de aanbieder/zorgaanmelder een aantekening van terug te vinden zijn. HOE TE TOETSEN Inhoudelijke kwaliteitstoetsing Doel van de inhoudelijke kwaliteitstoetsing is achteraf de juistheid te controleren van het gegeven indicatieadvies. Dat wil zeggen dat moet worden vastgesteld of het betreffende SIP had mogen worden toegepast en of dit op de bedoelde wijze is gebeurd. Derhalve moet de toetsing van elke SIP antwoord geven op de volgende vragen (de kritische vragen): Was de cliënt akkoord met het feit dat de zorgaanbieder/zorgaanmelder een indicatieadvies heeft opgesteld? Zijn de kernvragen bij de betreffende SIP gesteld en op de juiste wijze beantwoord? Is relevante, onderliggende informatie in het dossier beschikbaar? Is de geïndiceerde zorg daadwerkelijk snel ingezet? De toetsing wordt uitgevoerd door een indicatiesteller. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 9

Hiervoor wordt in principe de volgende procedure gehanteerd. Maandelijkse toetsing; Omvang van de steekproef bedraagt bij aanvang (per aanbieder/zorgaanmelder) minimaal 20% van het totaal aantal ingediende SIP s; Bij positieve toetsingsresultaten (95% of meer akkoord) wordt het aantal te toetsen SIP s per zorgaanbieder/ zorgaanmelder teruggebracht met een blijvend minimum van 3%; Uitkomsten van de toetsing worden periodiek gerapporteerd naar de betreffende zorgaanbieder/zorgaanmelder. Afhankelijk van de uitkomsten (negatief) worden maatregelen genomen (bijv. uitbreiden steekproef), vindt een gesprek met de zorgaanbieder/zorgaanmelder plaats. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 11 april 2005 10

Overzicht Standaard Indicatieprotocollen (SIP s) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 11

Inhoudsopgave 1. Revalidatie na ziekenhuisopname in verband met CVA (tijdelijk verblijf)... 13 2. Kortdurend verblijf in verband met reactivering na operatie heup/knie... 15 3. Zorg na ziekenhuisopname in verband met een operatie heup/knie (zonder verblijf)... 16 4. Wondverzorging... 18 5. Zwachtelen... 20 6. Ambulantie Compressie Therapie (ACT)... 22 7. Steunkousen aan- en/of uittrekken... 23 8. (Hulp bij) medicijnen klaarzetten... 25 9. (Hulp bij) toedienen van medicijnen (waaronder injecteren)... 26 10. Oogdruppelen/zalven... 28 11. Epidurale/Spinale pijnbestrijding d.m.v. een pomp... 30 12. Sondevoeding... 31 13. Stomaverzorging (AP of UP)... 33 14. Klysma/microlax toedienen... 35 15. Catheteriseren/verblijfscatheter verwisselen... 37 16. Blaasspoelen... 39 17. Kortdurende huishoudelijke verzorging (< 3 maanden)... 41 18. Kortdurende persoonlijke verzorging (< 3 maanden)... 43 19. Hulp bij het douchen/wassen/kleden tot 3 keer per week voor ouderen > 75 jaar... 45 HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 12

1. Revalidatie na ziekenhuisopname in verband met CVA (tijdelijk verblijf) Dit standaard indicatieprotocol kan worden toegepast wanneer de cliënt na de ziekenhuisopname, volgens oordeel van de behandelend arts voor revalidatie in een verblijfsetting in aanmerking komt. Wanneer de revalidatie dient plaats te vinden zonder dat er een AWBZ verblijfsetting aan de orde is (thuissituatie of revalidatiecentra) is deze SIP niet van toepassing. Er zijn dan te veel verschillende (cliënt)kenmerken van invloed op de uitkomst van de indicatie, zoals de communicatie mogelijkheden, de eventuele aanwezigheid van mantelzorg en de woonsituatie. In die gevallen is vooralsnog een reguliere indicatieprocedure aan de orde. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Worden de vier vragen met JA beantwoord dan volgt een SIP. Is er minstens één maal sprake van NEE dan wordt regulier geïndiceerd. Kernvragen 1. Kan de cliënt na zes maanden terugkeren in de thuissituatie? ja / nee *) 2. Is de cliënt voldoende gemotiveerd voor intensieve therapie? ja / nee *) 3. Is er een noodzaak voor een multidisciplinaire aanpak in een therapeutische omgeving? ja / nee *) 4. Beschikt de cliënt over voldoende leervermogen? ja / nee *) 4 x JA, dan SIP min. 1 x NEE, dan regulier indiceren *) Het antwoord op deze vraag moet blijken uit de schriftelijke rapportage van het multidisciplinair overleg (MDO) uit het ziekenhuis. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 13

SIP: Revalidatie na CVA; tijdelijk verblijf VB-tijd BH VP PV OB AB Activiteit VP: 1.5, 1.7, 1.8 PV: 1.1, 1.2, OB: 1.1, 1.4., 1.5 AB: 3.1 6 maanden VB-tijd: 7 (= 7 etmalen) BH met VB VP: 4 (= 7-9,9 uur per week) PV: 4 (= 7-9,9 uur per week) OB: 3 (= 4-6,9 uur per week) AB: 1 (= 0-1,9 uur per week) C: voortdurend in de nabijheid 6 maanden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 14

2. Tijdelijk verblijf in verband met reactivering na operatie heup/knie Dit standaard indicatieprotocol kan worden toegepast wanneer cliënten na een operatie aan heup of knie waarbij sprake is van plaatsing/vervanging van een prothese. Er zijn volgens protocol ziekenhuis inhoudelijke redenen om bij deze cliëntengroep een multidisciplinaire aanpak in een therapeutische omgeving te indiceren. De cliënt ondergaat in korte tijd intensieve therapie (reactivering) gericht op verbetering in het zelfstandig functioneren in de thuissituatie. Met het beantwoorden van vijf kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Worden de vijf vragen met JA beantwoord dan volgt een SIP. Is er minstens één maal sprake van NEE dan wordt regulier geïndiceerd. Kernvragen 1. Is de noodzaak tot kortdurend verblijf in verband met reactivering na operatie heup/knie door een arts vastgesteld*? JA/NEE 2. Is de cliënt voldoende gemotiveerd voor intensieve therapie*? JA/NEE 3. Is er een noodzaak voor multidisciplinaire aanpak in een therapeutische omgeving*? JA/NEE 4. Beschikt de cliënt over voldoende leervermogen*? JA/NEE 5. Kan de cliënt na drie maanden terugkeren in de thuissituatie*? JA/NEE *) Deze antwoorden moeten blijken uit de schriftelijke rapportage van het MDO uit ziekenhuis. SIP Tijdelijk verblijf in verband met reactivering na operatie heup/knie VB-tijd/BH-VBF/VP/PV/AB-alg/OB-alg Activiteit VB-tijd 6 BH-VBF 1 VP 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 1.8 PV 1.1, 1.2, 1.4, 1.5 AB-alg 3.1 OB-alg 1.1 3 maanden VB-tijd: 7 BH-VBF VP: 3 (= 4-6,9 uur per week) PV: 4 (= 7-9,9 uur per week) AB-alg: 2 (= 2-3,9 uur per week) OB-alg: 1 (= 0-1,9 uur per week) Geldigheidstermijn C: voortdurend in de nabijheid 3 maanden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 15

3. Zorg na ziekenhuisopname in verband met een operatie heup/knie (zonder verblijf) Dit standaard indicatieprotocol kan worden toegepast wanneer cliënten na een operatie aan heup of knie waarbij sprake is van plaatsing/vervanging van een prothese, naar huis gaan. Er zijn volgens het protocol van het ziekenhuis geen inhoudelijke redenen om bij deze cliëntengroep de functie verblijf te indiceren. Met het beantwoorden van zes kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Wordt de cliënt behandeld volgens het heup/knie protocol? *) 2. Is de klinische periode verlopen volgens het heup/knie protocol van het ziekenhuis? *) 3. Woont de cliënt alleen? (er is geen inwonende gezonde persoon van 18 jaar of ouder) 4. Is de huishoudelijke verzorging geregeld? 5. Is er een gezonde partner van jonger dan 75 jaar? 6. Is de partner van de cliënt in staat de persoonlijke zorg te leveren, en is er bereidheid bij partner en cliënt dat de partner de persoonlijke zorg levert? NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: geen SIP JA : door naar 3 NEE: door naar 5 JA: door naar 4 NEE: SIP, var.1 JA: SIP, var. 2 NEE: SIP, var. 2 JA: door naar 6 NEE: SIP, var. 2 JA: SIP, var. 3 *) Het antwoord op deze vraag moet blijken uit de schriftelijke rapportage van uit het ziekenhuis. SIP, variant 1: zorg na ziekenhuisopname in verband met operatie heup/knie (zonder verblijf) (met HV) HV PV VP Activiteit HV: 1.4,1.5 PV: 1.1, 1.2 VP: 1.3 en 1.8 HV: 3 maanden PV: 3 maanden VP: 6 weken HV: 3 (= 2-3,9 uur per week) PV: 2 (= 2-3,9 uur per week) VP: 0 (= 0-0,9 uur per week) HV: 3 maanden PV: 3 maanden VP: 6 weken HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 16

SIP, variant 2: zorg na ziekenhuisopname in verband met operatie heup/knie (zonder verblijf) (zonder HV) PV VP Activiteit PV: 1.1, 1.2 VP: 1.3 en 1.8 PV: 3 maanden VP: 6 weken PV: 2 (= 2-3,9 uur per week) VP: 0 (= 0-0,9 uur per week) PV: 3 maanden VP: 6 weken SIP, variant 3: zorg na ziekenhuisopname in verband met operatie heup/knie (zonder verblijf) (zonder HV, zonder PV) VP Activiteit VP: 1.3 en 1.8 VP: 6 weken VP: 0 (= 0-0,9 uur per week) VP: 6 weken HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 17

4. Wondverzorging Wanneer een cliënt een wond heeft waarvoor professionele verzorging nodig is, wordt de noodzaak van de verzorging doorgaans door een arts vastgesteld. Deze bepaalt dan aan de hand van de wond ook hoe vaak deze wond verzorging nodig heeft. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak van wondverzorging door een arts vastgesteld? 2. Is de cliënt zelf in staat (te leren) de wond te verzorgen? 3. Heeft de arts aangegeven hoe vaak de wond verzorgd dient te worden? NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: door naar 3 JA : SIP, var 1 NEE: navragen JA: door naar 4 4. Aantal keren (gemiddeld): wondinspectie: SIP, var. 1 1-6x per week: var. 2 1x per dag: SIP, var. 3 2-3x per dag: SIP, var. 4 >3x: geen SIP SIP, variant 1: Wondverzorging (aanleren of wondinspectie) VP Activiteit 1.8 gericht op 1.3 VP: 6 weken VP: 0 (= 0-0,9 uur per week) VP: 6 weken SIP, variant 2: Wondverzorging (1-6x per week) VP Activiteit 1.3 VP: 1 (= 1-1,9 uur per week). HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 18

SIP, variant 3: Wondverzorging (één keer per dag) VP Activiteit 1.3 VP: 2 (= 2-3.9 uur per week). SIP, variant 4: Wondverzorging (twee keer per dag) VP Activiteit 1.3 VP: 3 (= 4-6,9 uur per week). HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 19

5. Zwachtelen Wanneer bij een cliënt door een arts vastgesteld is dat één of beide benen moeten worden gezwachteld waarvoor professionele verzorging noodzakelijk is kan een SIP worden toegepast. Met het beantwoorden van vijf kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor zwachtelen door een arts vastgesteld? NEE: geen SIP JA : door naar 2 2. Heeft er iemand in de omgeving van de cliënt de wens om zwachtelen te leren en is die hiertoe in staat? NEE: door naar 3 JA: SIP, var. 1 3. Betreft het zwachtelen één been? NEE: door naar 5 JA: door naar 4 4. Is er ook sprake van wondverzorging? NEE: SIP, var 2 JA: SIP, var. 4 5. Het zwachtelen betreft twee benen. Is er ook sprake van wondverzorging? NEE: SIP, var. 3 JA: SIP, var. 4 SIP, variant 1: zwachtelen (aanleren) Verpleging (VP) Activiteit 1.8 gericht op 1.1 VP: 3 weken VP: 2 (= 2-3.9 uur per week) VP: 3 weken SIP, variant 2: zwachtelen (bij één been) Verpleging (VP) Activiteit 1.1 VP: 1 (= 1-1.9 uur per week) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 20

SIP, variant 3: zwachtelen (bij twee benen) Verpleging (VP) Activiteit 1.1 VP: 2 (= 2-3.9 uur per week) SIP, variant 4: zwachtelen en wondverzorging VP Activiteit 1.1, 1.2, 1.3 Geldigheidstermijn VP: 2 (= 2-3.9 uur per week) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 21

6. Ambulantie Compressie Therapie (ACT) Wanneer bij een cliënt door een arts vastgesteld is dat bij één of beide benen in het kader van ACT noodzakelijk is kan een SIP worden toegepast. Met het beantwoorden van twee kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor compressie therapie door een arts vastgesteld? NEE: geen SIP JA : door naar 2 2. Betreft de compressie therapie (en wondverzorging) één of twee benen? 1 been: SIP, var. 1 2 benen: SIP, var. 2 SIP, variant 1: compressie therapie (en wondverzorging bij één been) Verpleging (VP) Activiteit 1.1 VP: 1 (= 1-1.9 uur per week) SIP, variant 2: compressie therapie (en wondverzorging bij twee benen) Verpleging (VP) Activiteit 1.1 VP: 2 (= 2-3.9 uur per week) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 22

7. Steunkousen aan- en/of uittrekken Wanneer bij een cliënt door een arts vastgesteld is dat het dragen van steunkousen noodzakelijk is (één /of twee benen), kan een SIP worden toegepast. Met het beantwoorden van zes kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1 1. Is de noodzaak voor het dragen van steunkousen door een arts vastgesteld? 2. Is de cliënt in staat het aan- en/of uittrekken van de steunkousen zelf te leren? 3. Is er een gezonde partner jonger dan 75 jaar aanwezig? 4. Is de partner van de cliënt in staat het aan- en/of uittrekken van de steunkousen te leren? 5. Is er iemand in de omgeving van de cliënt die in staat en bereid is het aan- en/of uittrekken van de steunkousen te leren? NEE: geen SIP JA: door naar 2 NEE: door naar 3 JA: SIP variant 1 NEE: door naar 5 JA: door naar 4 NEE: door naar 5 JA: SIP variant 1 NEE: door naar 6 JA: SIP variant 1 6. Frequentie steunkousen aan- en/of uittrekken. 1x per dag: SIP, var. 2 2x per dag: SIP, var. 3 SIP, variant 1: steunkousen aan- en/of uittrekken (aanleren) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 2.3 gericht op 1.2 PV: 3 weken PV: 1 (= 0-1.9 uur per week) PV: 3 weken 1 De afwegingen zijn gebaseerd op het CIZ werkdocument Gebruikelijke zorg van mensen voor elkaar. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 23

SIP, variant 2: steunkousen aan- of uittrekken (1 keer per dag) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 1.2 PV: 6 maanden PV: 1 (= 0-1.9 uur per week) PV: 6 maanden SIP, variant 3: steunkousen aan- en uittrekken (2 keer per dag) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 1.2 PV: 6 maanden PV: 2 (= 2-3.9 uur per week) PV: 6 maanden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 24

8. (Hulp bij) medicijnen klaarzetten Dit standaard indicatieprotocol wordt toegepast wanneer een cliënt medicijnen krijgt voorgeschreven en er hulp nodig is om het medicijn gebruik goed te laten verlopen. Het kan hier gaan om 1 keer per dag medicijnen klaarzetten dmv het vullen van bijvoorbeeld een dagcassette of 1 keer per week medicijnen klaarzetten door het vullen van bijvoorbeeld de weekcassette (medicijndoos). Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor (hulp bij) medicatie door een arts vastgesteld? 2. Is de cliënt in staat het klaarzetten van de medicijnen zelf te leren? 3. Is er iemand in de omgeving van de cliënt die in staat en bereid is klaarzetten van de medicijnen te leren? NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: door naar 3 JA : SIP, var. 1 NEE: SIP, var. 2 JA: SIP, var. 1 SIP, variant 1: Medicijn klaarzetten (aanleren) VP Activiteit 1.8 gericht op 1.5 VP: 6 weken VP: 0 (=0-0,9 uur per week) VP: 6 weken. SIP, variant 2: Medicijnen klaarzetten VP Activiteit 1.5 VP: 6 maanden VP: 0 (=0-0,9 uur per week) VP: 6 maanden. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 25

9. (Hulp bij) toedienen van medicijnen (waaronder injecteren) Dit standaard indicatieprotocol wordt toegepast wanneer een cliënt medicijnen krijgt voorgeschreven en er daadwerkelijk professionele hulp nodig is bij de toediening van het medicijn. Om welke toedieningsvorm het gaat, een tablet, zetpil of een injectie etc. is niet van belang. Uitzondering hierop is het oogdruppelen/zalven zie SIP 10. Met het beantwoorden van vijf kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor (hulp bij) injecteren/toedienen van medicijnen door een arts vastgesteld? 2. Is de cliënt in staat het injecteren/ toedienen van medicijnen zelf te leren? 3. Is er iemand in de omgeving van de cliënt in staat en bereid het injecteren/toedienen van medicijnen te leren? 4. Heeft een arts aangegeven hoe vaak geïnjecteerd/ medicijnen toegediend moet worden? 5. Aantal keren (gemiddeld) injecties/frequentie toedienen medicijnen NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: door naar 3 JA : SIP, var. 1 NEE: door naar 4 JA: SIP, var. 1 NEE: navragen JA: door naar 5 < 1 keer per dag: SIP, var. 2 1x per dag: SIP, var. 3 2x per dag: SIP, var. 4 3 of 4x per dag: SIP, var. 5 > 4x per dag: geen SIP SIP, variant 1: hulp bij toedienen van medicijnen (waaronder injecteren): aanleren VP Activiteit 1.8 gericht op 1.6 en 1.1 VP: 6 weken VP: 2 (=2-3,9 uur per week) VP: 6 weken HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 26

SIP, variant 2: toedienen van medicijnen (waaronder injecteren): overnemen, <1x per dag VP Activiteit 1.1, 1.5 VP: 6 maanden VP: 0 VP: 6 maanden SIP, variant 3: toedienen van medicijnen (waaronder injecteren): overnemen, 1x per dag VP Activiteit 1.1, 1.5 VP: 6 maanden VP: 1 VP: 6 maanden SIP, variant 4: Injecteren/toedienen van medicijnen (overnemen, 2x per dag) VP Activiteit 1.1, 1.5 VP: 6 maanden VP: 2 VP: 6 maanden SIP, variant 5: Injecteren/toedienen van medicijnen (overnemen, 3x of 4x per dag) VP Activiteit 1.1, 1.5 VP: 6 maanden VP: 3 VP: 6 maanden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 27

10. Oogdruppelen/zalven Dit standaard indicatieprotocol wordt toegepast wanneer een cliënt medicatie krijgt voorgeschreven in de vorm van oogdruppels/zalf en er daad werkelijk hulp nodig is bij de toediening van dit medicijn. Het betreft hier het druppelen c.q zalven van ogen, zoals dat vaak na een staaroperatie dient te geschieden. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor oogdruppelen door een arts vastgesteld? 2. Is de cliënt in staat het oogdruppelen zelf te leren? 3. Is er iemand in de omgeving van de cliënt in staat en bereid het oogdruppelen te leren? NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: door naar 3 JA : SIP, var 1 NEE: door naar 4 JA: SIP, var 1 4. Aantal keren (gemiddeld) oogdruppelen? 1x per dag: SIP, var 2 2x per dag: SIP, var 3 > 3x per dag: SIP 4 SIP, variant 1: oogdruppelen/zalven (aanleren) VP Activiteit 1.8 gericht op 1.5 VP: 6 weken VP: 0 (=0-0,9 uur per week) VP: 6 weken SIP, variant 2: oogdruppelen/zalven (overnemen, 1x per dag) VP Activiteit 1.5 VP: 1 (=1-1,9 uur per week) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 28

SIP, variant 3: oogdruppelen/zalven (overnemen, 2x per dag) VP Activiteit 1.5 VP: 2 (= 2-3,9 uur per week) SIP, variant 4: oogdruppelen/zalven (overnemen, > 3 per dag) VP Activiteit 1.5 VP: 3 (= 4-6,9 uur per week) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 29

11. Epidurale/Spinale pijnbestrijding d.m.v. een pomp Dit standaard indicatieprotocol wordt toegepast wanneer bij een cliënt waarbij door een arts vastgesteld is dat pijnbestrijding noodzakelijk is door middel van een epidurale/spinale pijnbestrijdingpomp. Met het beantwoorden van drie kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor epidurale/spinale pijnbestrijding door een arts vastgesteld? 2. Heeft de cliënt zelf of iemand in de omgeving van de cliënt de wens de handelingen i.v.m. de epidurale/spinale pijnbestrijding d.m.v. een pomp te leren en is die hiertoe in staat? 3. Aantal keren (gemiddeld) waarbij handelingen t.b.v. epidurale/spinale pijnbestrijding dient plaats te vinden. NEE: geen SIP JA: door naar 2 NEE: door naar 3 JA: SIP, var. 1 Tot 1x per dag SIP, var. 2 >1x per dag: geen SIP SIP, variant 1: handelingen t.b.v. epidurale/spinale pijnbestrijding (aanleren) VP Activiteit 2.2 gericht op 2.1 VP: 3 weken VP: 1 (= 1-1,9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar VP: 3 weken SIP, variant 2: handelingen t.b.v. epidurale/spinale pijnbestrijding (tot 1x per dag) VP Activiteit 2.1 VP: 2 (=2-3,9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 30

12. Sondevoeding Dit standaard indicatieprotocol wordt toegepast wanneer een cliënt sondevoeding krijgt voorgeschreven en er hulp nodig is om dit goed te laten verlopen.. Het betreft hier het toedienen van de sondevoeding per bolus of via een pomp, het betreft niet het inbrengen/verwisselen van sonde. Er wordt hierbij van uitgegaan dat bij de client de sonde reeds is ingebracht/verwisseld op bijvoorbeeld de polikliniek of tijdens opname in het ziekenhuis. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor sondevoeding door een arts vastgesteld? NEE: geen SIP JA : door naar 2 2. Heeft de cliënt zelf of iemand in de omgeving van de cliënt de wens om sondevoeding toedienen te leren en is die hiertoe in staat? 3. Heeft een arts aangegeven hoe vaak er sondevoeding toegediend moet worden? NEE: door naar 3 JA: SIP, var. 1 NEE: navragen JA: door naar 4 4. Frequentie sondevoeding (gemiddeld). 1-2x per dag: SIP, var. 2 3x per dag: SIP, var. 3 Meer dan 3x per dag: geen SIP SIP, variant 1: sondevoeding (leren toedienen) Verpleging (VP) Activiteit 1.8 gericht op 1.1 VP: 3 weken VP: 3 (= 4-6.9 uur per week) VP: 3 weken SIP, variant 2: sondevoeding (1-2x per dag) Verpleging (VP) Activiteit 1.1 VP: 3 (= 4-6.9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 31

SIP, variant 3: sondevoeding (3x per dag) Verpleging (VP) Activiteit 1.1 VP: 4 (= 7-9.9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 32

13. Stomaverzorging (AP of UP) Dit standaard indicatieprotocol wordt toegepast wanneer een cliënt een AP of een UP heeft en er hulp nodig is om de verzorging hiervan goed te laten verlopen. Hierbij valt te denken aan het verwisselen van de stomazakjes, stomaplak, huidverzorging en de hygiënische verzorging. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak van een stoma door een arts vastgesteld? 2. Heeft de cliënt zelf of iemand in de omgeving van de cliënt de wens om stomaverzorging te leren en is die hiertoe in staat? 3. Heeft een arts of gespecialiseerd verpleegkundige aangegeven hoe vaak de stoma verzorgd moet worden? NEE: geen SIP JA: door naar 2 NEE: door naar 3 JA: SIP, var. 1 NEE: navragen JA: door naar 4 4. Frequentie stomaverzorging (gemiddeld). Minder dan 1x per dag: SIP, var. 2 1x per dag: SIP, var. 3 2x per dag: SIP, var. 4 Vaker dan 2x per dag: geen SIP SIP, variant 1: stomaverzorging (aanleren) Verpleging (VP) Activiteit 1.8 gericht op 1.3 en 1.1 VP: 6 weken VP: 3 (= 4-6.9 uur per week) VP: 6 weken SIP, variant 2: stomaverzorging (minder dan 1x per dag) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.3 VP: 1 (= 1-1.9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 33

SIP, variant 3: stomaverzorging (1x per dag) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.3 VP: 2 (= 2-3.9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar SIP, variant 4: stomaverzorging (2x per dag) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.3 VP: 3 (= 4-6.9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 34

14. Klysma/microlax toedienen Wanneer bij een cliënt door een arts vastgesteld is dat het toedienen van een klysma of microlax noodzakelijk is, kan een SIP worden toegepast. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor een klysma door een arts vastgesteld? 2. Heeft de cliënt zelf of iemand in de omgeving van de cliënt de wens het toedienen van een klysma te leren en is die hiertoe in staat? 3. Heeft een arts aangegeven hoe vaak er een klysma toegediend moet worden? NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: door naar 3 JA: SIP, var. 1 NEE: navragen JA: door naar 4 4. Frequentie klysma (gemiddeld). Tot en met 3x per week: SIP, var. 2 4-7x per week: SIP, var. 3* Meer dan 1x per dag: geen SIP *) Dit antwoord moet blijken uit de schriftelijke rapportage van het ziekenhuis of van de huisarts. SIP, variant 1: klysma/mircolax (leren toedienen) Verpleging (VP) Activiteit 1.8 gericht op 1.4 en 1.1 VP: 3 weken VP: 2 (= 2-3.9 uur per week) VP: 3 weken SIP, variant 2: klysma/mircolax toedienen (tot en met 3x per week) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.4 VP: 1 (= 1-1.9 uur per week). HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 35

SIP, variant 3: klysma/mircolax toedienen (4-7x per week) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.4 VP: 2 (= 2-3.9 uur per week) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 36

15. Catheteriseren/verblijfscatheter verwisselen Dit standaard indicatieprotocol wordt toegepast wanneer een cliënt een blaas catheter heeft of krijgt voorgeschreven en er hulp nodig is om dit goed te laten verlopen Hierbij valt te denken aan eenmalige catherisatie om de blaas te ledigen of het inbrengen en/of verwisselen van een verblijfscatheter. Uitzondering hierop is het catheriseren/verwisselen van een suprapubis catheter. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor catheterisatie/verblijfscatheter verwisselen door een arts vastgesteld? 2. Heeft de cliënt zelf of iemand in de omgeving van de cliënt de wens om catheterisatie te leren en is die hiertoe in staat? 3. Heeft een arts aangegeven hoe vaak er gecatheteriseerd/verblijfscatheter verwisseld moet worden? NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: door naar 3 JA: SIP, var. 1 NEE: navragen JA: door naar 4 4. Frequentie catheterisatie (gemiddeld). Verblijfscatheter verwisselen: SIP, var. 2 1x per dag: SIP, var. 3 2-4x per dag: SIP, var. 4 Meer dan 4x per dag: geen SIP SIP, variant 1: catheteriseren (aanleren) Verpleging (VP) Activiteit 1.8 gericht op 1.4 en 1.1 VP: 3 weken VP: 2 (= 2-3.9 uur per week) VP: 3 weken SIP, variant 2: verblijfscatheter verwisselen (circa 1x per maand) Verpleging (VP) Activiteit 1.1 VP: 6 maanden VP: 0 (= 0-0.9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar VP: 6 maanden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 37

SIP, variant 3: catheteriseren (1x per dag) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.4 VP: 1 (= 1-1.9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar SIP, variant 4: catheteriseren (2-4x per dag) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.4 VP: 3 (= 4-6.9 uur per week) B: volgens afspraak + direct oproepbaar HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 38

16. Blaasspoelen Wanneer bij een cliënt door een arts vastgesteld is dat blaasspoelen noodzakelijk is, kan een SIP worden toegepast. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Is de noodzaak voor blaasspoeling door een arts vastgesteld? 2. Heeft de cliënt zelf of iemand in de omgeving van de cliënt de wens het blaasspoelen te leren en is die hiertoe in staat? 3. Heeft een arts aangegeven hoe vaak de blaas gespoeld moet worden? NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: door naar 3 JA: SIP, var. 1 NEE: navragen JA: door naar 4 4. Frequentie blaasspoelen (gemiddeld). 1 tot 3x per week: SIP, var. 2 4 tot 7x per week: SIP, var. 3 Meer dan 1x per dag: geen SIP SIP, variant 1: blaasspoelen (aanleren) Verpleging (VP) Activiteit 1.8 gericht op 1.4 en 1.1 VP: 3 weken VP: 1 (= 1-1.9 uur per week) VP: 3 weken SIP, variant 2: blaasspoelen (1 tot 3x per week) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.4 VP: 0 (0-0.9 uur per week) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 39

SIP, variant 4: blaasspoelen (4 tot 7x per week) Verpleging (VP) Activiteit 1.1, 1.4 VP: 1 (= 1-1.9 uur per week) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 40

17. Kortdurende huishoudelijke verzorging (< 3 maanden) In situaties waarin tijdelijk een probleem bestaat in de huishoudelijke verzorging, bijvoorbeeld als gevolg van ongeval of ziekte, kan een standaard indicatieprotocol worden afgegeven. Het begrip tijdelijk is hier gedefinieerd als maximaal drie maanden. Dat betekent dat naar verwachting de oorzaak van de vraag naar huishoudelijke verzorging binnen drie maanden niet meer bestaat. Met het beantwoorden van acht kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 2 1. Is er een grondslag voor een AWBZ voorziening?* 2. Heeft de zorgvraag uitsluitend betrekking op de functie huishoudelijke verzorging? 3. Is de prognose dat de zorgvraag binnen drie maanden is opgelost (dan geen vraag meer naar HV)? 4. Zijn er gezonde inwonende personen van 18 jaar of ouder? 5. Heeft de cliënt één of meer inwonende (gezonde) kinderen < 18 jaar? 6. Is het jongste kind ouder dan 12 jaar? 7. Is het jongste kind tussen 5 en 12 jaar? ** 8. De kinderen zijn jonger dan 5 jaar of één van kinderen is niet gezond. NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: geen SIP JA : door naar 3 NEE: geen SIP JA : door naar 4 NEE: door naar 5 JA: geen SIP NEE: SIP, var 1 JA: door naar 6 NEE: door naar 7 JA: SIP, var. 1 NEE: door naar 8 JA: SIP, var. 2 geen SIP (reguliere indicatie) *) Het antwoord op deze vraag moet blijken uit de schriftelijke rapportage van uit het ziekenhuis of van de huisarts. **) NB. De leeftijd van het jongste kind is hiervoor bepalend! SIP, variant 1: Kortdurende huishoudelijke verzorging (alleenwonend en/of jongste kind tussen 12 en 18 jaar) HV Activiteit 1.4, 1.5 HV: 3 maanden HV: 3 (= 4-6,9 uur per week) HV: 3 maanden 2 De afwegingen zijn gebaseerd op het CIZ werkdocument Gebruikelijke zorg van mensen voor elkaar. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 41

SIP, variant 2: Kortdurende huishoudelijke verzorging (alleenwonend, één of meer kinderen tussen 5 en 12 jaar) HV Activiteit 1.4, 1.5, 1.6 HV: 3 maanden HV: 4 (= 7-9,9 uur per week) HV: 3 maanden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 42

18. Kortdurende persoonlijke verzorging (< 3 maanden) In situaties waarin tijdelijk een probleem bestaat in de persoonlijke verzorging, bijvoorbeeld als gevolg van ongeval of ziekte, kan dit standaard indicatieprotocol worden afgegeven. De problemen liggen hierbij op het gebied van het zichzelf wassen en het aan/uitkleden. Het begrip tijdelijk is hier gedefinieerd als maximaal drie maanden. Dat betekent dat naar verwachting de oorzaak van de vraag naar persoonlijke verzorging binnen drie maanden niet meer bestaat. Met het beantwoorden van zes kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 3 1. Heeft de cliënt lichamelijke beperkingen t.g.v. een somatische ziekte of aandoening*? 2. Is de prognose dat de zorgvraag binnen drie maanden is opgelost (dan geen vraag meer naar PV)? NEE: geen SIP JA : door naar 2 NEE: geen SIP JA : door naar 3 3. Is er een gezonde partner jonger dan 75 jaar aanwezig? NEE: door naar 4 JA: geen SIP 4. Is de cliënt in staat de persoonlijke zorg zelf te leren? NEE: door naar 5 JA : SIP var. 1 5. Is er iemand in de omgeving van de cliënt in staat de persoonlijke zorg te leveren, en is er bereidheid bij deze persoon en cliënt dat deze persoon de persoonlijke zorg levert? 6. Hoe vaak dient de te verlenen persoonlijke verzorging uitgevoerd te worden? NEE: door naar 6 JA: geen SIP Minder dan 1x per dag = var. 2 1x per dag = var. 3 2x per dag = var. 4 3x per dag = var. 5 Vaker dan 3x daags = geen SIP SIP, variant 1: persoonlijke verzorging (advies, instructie en/of voorlichting) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 2.3 gericht op 1.1 en 1.2 PV: 3 weken PV: 2 (= 2-3.9 uur per week) PV: 3 weken 3 De afwegingen zijn gebaseerd op het CIZ werkdocument Gebruikelijke zorg van mensen voor elkaar. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 43

SIP, variant 2: persoonlijke verzorging (kortdurend minder dan 1x per dag) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 1.1 en 1.2 PV: 3 maanden PV: 1 (= 0-1.9 uur per week) PV: 3 maanden SIP, variant 3: persoonlijke verzorging (kortdurend 1x per dag) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 1.1 en 1.2 PV: 3 maanden PV: 2 (= 2-3.9 uur per week) PV: 3 maanden SIP, variant 4: persoonlijke verzorging (kortdurend 2x per dag) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 1.1 en 1.2 PV: 3 maanden PV: 3 (= 4-6.9 uur per week) PV: 3 maanden SIP, variant 5: persoonlijke verzorging (kortdurend 3x per dag) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 1.1, 1.2 en 1.3 PV: 3 maanden PV: 4 (= 7-9.9 uur per week) PV: 3 maanden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 44

19. Hulp bij het douchen/wassen/kleden tot 3 keer per week voor ouderen > 75 jaar In situaties waarin bij ouderen een langdurig licht probleem bestaat in de persoonlijke verzorging, kan een standaard indicatieprotocol worden afgegeven. Er is gekozen voor de grens van 75 jaar aangezien dan geen rekening gehouden hoeft te worden met gebruikelijke zorg. Met het beantwoorden van vier kernvragen wordt getoetst of de cliënt in aanmerking komt voor een standaard indicatieprotocol of dat een reguliere indicatiestelling op zijn plaats is. Kernvragen 1. Heeft de cliënt lichamelijke beperkingen t.g.v. een somatische ziekte of aandoening? NEE: geen SIP JA: door naar 2 2. Is de cliënt ouder dan 75 jaar? NEE: geen SIP JA: door naar 3 3. Is de mogelijkheid van voorliggende voorzieningen (hulpmiddelen, WVG-aanpassingen) afgewogen? NEE: geen SIP JA: door naar 4 4. Is er vaker dan 2x per week verzorging nodig? NEE: SIP JA: geen SIP SIP: persoonlijke verzorging (ouderen) Persoonlijke Verzorging (PV) Activiteit 1.1 en 1.2 PV: 6 maanden PV: 1 (= 0-1.9 uur per week) PV: 6 maanden HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 45

Bijlage 2: Overeenkomst Overeenkomst CIZ zorgaanbieder/zorgaanmelder ten aanzien van de toepassing van SIP s De ondergetekenden: A. De Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg..., gevestigd en kantoorhoudende te Driebergen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door.., hierna te noemen het CIZ. en B. De instelling., gevestigd en kantoorhoudende te..., te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door..., hierna te noemen de zorgaanbieder/zorgaanmelder. Overwegende dat het CIZ op grond van de AWBZ is aangewezen teneinde indicatiebesluiten te nemen over hulpvragen met betrekking tot AWBZ-gefinancierde zorg; dat bij meer eenvoudige zorgvragen de indicatie zeer wel kan worden voorbereid door de zorgaanbieder/zorgaanmelder; dat het CIZ met het oog op het bevorderen van de vereenvoudiging van de indicatiestelling, de uniformiteit en een snelle zorgrealisatie Standaard Indicatieprotocollen heeft ontwikkeld; verklaren te zijn overeenkomen als volgt: ARTIKEL 1. ONDERWERP VAN DE OVEREENKOMST 1. De zorgaanbieder/zorgaanmelder is gerechtigd om op aanvraag van een cliënt een indicatieadvies aan het CIZ aan te leveren indien voor het type hulpvraag een standaardindicatie protocol (SIP) voorhanden is. 2. De zorgaanbieder/zorgaanmelder stelt het advies op aan de hand van het SIP en overeenkomstig de voorwaarden, instructies en richtlijnen van het CIZ met betrekking tot het uitvoeren van de SIP s. 3. Het CIZ neemt een indicatiebesluit met inachtneming van het indicatieadvies. 4. Na aanlevering van dit indicatieadvies kan de zorgaanbieder direct tot zorglevering overgaan. ARTIKEL 2. WERKZAAMHEDEN ZORGAANBIEDER/ZORGAANMELDER 1. De werkzaamheden door de zorgaanbieder/zorgaanmelder omvatten: a. het in behandeling nemen van aanvragen volgens deze standaard indicatie protocollen van het CIZ. b. het registreren van de onder sub a bedoelde aanvragen conform de met het CIZ overeengekomen registratiemethodiek. c. het afgeven van een indicatieadvies en het ter beschikking stellen van de daarbij behorende onderliggende gegevens. 2. De zorgaanbieder/zorgaanmelder wijst medewerkers aan voor de uitvoering van de werkzaamheden onder sub 1 en sub 2. De zorgverlener ziet er op toe dat deze medewerkers blijvend voldoen aan de kwalificatiecriteria van het CIZ. De namen van de medewerkers worden als bijlage bij deze overeenkomst bijgevoegd. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 46

Bijlage 2: Overeenkomst ARTIKEL 3. WERKZAAMHEDEN CIZ 1. Het CIZ streeft ernaar binnen enkele werkdagen, doch uiterlijk binnen twee weken (tenzij sprake is van een gewogen besluit) op basis van het advies een indicatiebesluit af te geven. De zorgverlener/zorgaanmelder wordt terstond van dat besluit in kennis gesteld. 2. Het CIZ stelt zijn besluit vast overeenkomstig het aangeleverde indicatieadvies, tenzij er gerede twijfel is aan de juistheid van dat advies. Bij een voorgenomen afwijkend besluit neemt het CIZ terstond contact op met de verantwoordelijke bij de zorgaanbieder/zorgaanmelder. 3. Behoudens in de in lid 2 bedoelde gevallen verleent het CIZ aan het besluit terugwerkende kracht tot de datum, waarop het indicatieadvies aan het CIZ is verzonden. ARTIKEL 4. FINANCIËN Er vindt geen budgetoverdracht plaats tussen CIZ en zorgaanbieder/zorgaanmelder voor de uitvoering van de werkzaamheden. ARTIKEL 5. TOEZICHT 1. Het CIZ toetst periodiek de werkzaamheden van de zorgaanbieder/zorgaanmelder. Het CIZ zal de steekproefsgewijs een administratieve toetsing (toets op volledigheid gegevens) en inhoudelijke toetsing (juistheid geadviseerde functies en klasse(n)) uitvoeren. 2. De aanbieder/zorgaanmelder is gehouden medewerking te verlenen aan elke actie die het CIZ noodzakelijk acht in het kader van de toetsing. 3. De aanbieder/zorgaanmelder is gehouden het CIZ op diens verzoek alle inlichtingen te verstrekken over haar werkwijze bij de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde werkzaamheden. ARTIKEL 6. DUUR VAN DE OVEREENKOMST EN ONTBINDING 1. Deze overeenkomst is aangegaan voor de periode van. tot.. Zij wordt telkens, onder gelijk blijvende voorwaarden, stilzwijgend verlengd voor een periode van 1 jaar, tenzij één van de partijen aan de andere partij, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de lopende periode, per brief te kennen geeft geen verdere verlenging van deze overeenkomst te wensen. 2. Het CIZ heeft het recht tussentijds de overeenkomst te ontbinden indien de uitvoering van de werkzaamheden door de zorgaanbieder/zorgaanmelder niet geschiedt conform de voorwaarden van het CIZ. Aldus overeengekomen op..., en in tweevoud ondertekend te...op... Datum Datum Handtekening akkoord Handtekening akkoord CIZ. Zorgaanbieder/organisatie HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 47

Bijlage 3: Handleiding webapplicatie SIP s Handleiding webapplicatie Standaard indicatieprotocollen (SIP s) HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 48

Bijlage 3: Handleiding webapplicatie SIP s Inhoudsopgave 1. Inleiding... 50 2. Toegang tot webapplicatie... 50 3. Het aanvragen van een SIP... 51 HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 49

Bijlage 3: Handleiding webapplicatie SIP s 1. Inleiding Vanaf 1 mei 2005 kunnen alle zorgaanbieders/zorgaanmelders die dat wensen met het CIZ een overeenkomst sluiten om gebruik te maken van de Standaard Indicatie Protocollen (SIP s). Dit zijn protocollen, waarbij op basis van gerichte kernvragen bij bepaalde veelvoorkomende en sterk geprotocolleerde zorgsituaties de inhoud van het indicatiebesluit (functie, klasse, activiteiten, geldigheidsduur, leveringsvoorwaarde) door het protocol wordt bepaald. Zorgaanbieders die deze SIP s gaan toepassen, kunnen met behulp van de SIP s direct de noodzakelijke zorg inzetten en de gegevens van de betreffende cliënt bij het CIZ aanleveren. Het CIZ zet deze gegevens in principe zonder eigen afweging om in een indicatiebesluit. Het CIZ toetst steekproefsgewijs. In deze handleiding wordt een beknopte toelichting gegeven op de webapplicatie die het gebruik van de SIP s ondersteunt. 2. Toegang tot de webapplicatie Om de SIP s digitaal aan te melden bij het CIZ kan een aanbieder /zorgaanmelder via de website van het CIZ (www.ciz.nl) doorklikken naar de applicatie. De applicatie kan ook rechtstreeks worden benaderd via: https://sip.ciz.nl. Voor het digitaal aanleveren van de SIP s dient de aanbieder zijn gebruikersnaam en wachtwoord in te voeren. Het wachtwoord en de gebruikersnaam ontvangt de aanbieder/zorgaanmelder na het tekenen van de overeenkomst met het CIZ. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 50

Bijlage 3: Handleiding webapplicatie SIP s 3. Het aanvragen van een SIP Het aanvragen van een SIP bestaat uit de volgende stappen: selecteren SIP; beantwoorden kernvragen behorende bij de SIP; invullen relevante cliëntgegevens; verzenden SIP en cliëntgegevens naar CIZ. SELECTEREN SIP S Vervolgens kan de aanbieder de betreffende SIP selecteren: NB: Bovenstaand scherm geeft slechts de eerste 7 SIP s weer. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 51

Bijlage 3: Handleiding webapplicatie SIP s BEANTWOORDEN KERNVRAGEN BEHORENDE BIJ DE SIP Na het selecteren van de juiste SIP worden een aantal schermen doorlopen en beantwoord de zorgaanbieder/zorgaanmelder enkele kernvragen (zie hieronder): Afhankelijk van het antwoord op de vragen zijn er twee opties: Er is sprake van een SIP (de applicatie toont dan de uitkomst van de variant): De aanbieder/zorgaanmelder vult vervolgens aanvullende cliëntgegevens in; HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 52

Bijlage 3: Handleiding webapplicatie SIP s Er is geen sprake van een SIP. De aanbieder/zorgaanmelder wordt verzocht een reguliere aanvraag bij het CIZ te doen. Hiervoor kan de aanbieder/zorgaanmelder direct het algemene aanvraagformulier invullen. INVULLEN RELEVANTE CLIËNTGEGEVENS Deze gegevens hebben betrekking op: persoonlijke gegevens zorgvrager; leefsituatie zorgvrager; adresgegevens zorgvrager; overige informatie zorgvrager; zorgleverancier; startdatum zorg. Daarnaast dient de aanbieder/zorgaanmelder ook aan te geven door wie (contactpersoon) het formulier is ingevuld. VERZENDEN SIP EN CLIËNTGEGEVENS NAAR CIZ. Nadat de aanbieder/zorgaanmelder het formulier volledig heeft ingevuld, verschijnt er nog een scherm waarbij de ingevulde gegevens ter controle worden voorgelegd. Indien akkoord kan het formulier worden verzonden. Het formulier wordt verstuurd naar het CIZ-bureau behorende bij de postcode (woonplaats) van de cliënt. De webapplicatie toont deze gegevens. De aanbieder/zorgaanmelder kan vervolgens het formulier downloaden voor eigen gebruik. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 53

Bijlage 4: Aanvraagformulier SIP Aanvraagformulier Standaard indicatieprotocol (SIP) Algemeen Naam zorgvrager: Cliëntnummer van het CIZ: (indien bekend) Naam organisatie 2 die de SIP indient: Persoonlijke gegevens zorgvrager Geboortenaam (zorg)vrager Tussenvoegsel Voorletters Geboortedatum Geslacht man vrouw Burgerlijke staat Ongehuwd Gehuwd Partnerschap Weduwe/weduwnaar Gescheiden Leefsituatie zorgvrager eenpersoonshuishouden kind bij ouders in ouderlijk huis zelfstandig huishouden met partner huishouden met partner en kinderen huishouden van 1 volwassene met kinderen een ander meerpersoonshuishouden zorginstelling met verblijf onbekend Adresgegevens zorgvrager Adres Huisnummer Postcode Woonplaats Telefoonnummer Overige informatie zorgvrager Vrager bekend bij RIO Ja Nee Onbekend Naam huisarts Naam zorgverzekeraar Polisnummer Korte beschrijving van ziektebeeld en/of beperkingen van de cliënt: 1 Bedoeld is hier de persoon die het gezondheidsprobleem heeft en daarvoor zorg of voorzieningen aanvraagt, verder aangeduid als (zorg)vrager. 2 Met organisatie worden bedoeld: zorgaanbieders, ziekenhuizen, huisartsen, zorgloketten, etc. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 54

Bijlage 4: Aanvraagformulier SIP Aanvraagformulier Standaard indicatieprotocol (SIP) Gegevens van de inwonende huisgenoten (indien van toepassing) 3 Zijn er inwonende huisgenoten Ja Nee Personen behorend tot de leefeenheid van de zorgvrager: Geboortedatum: Relatie tot zorgvrager: Uitkomst volgens Standaard indicatieprotocol (SIP) Activiteit (incl. uren!) (wordt automatisch ingevuld) (wordt automatisch ingevuld) (wordt automatisch ingevuld) (wordt automatisch ingevuld) (wordt automatisch ingevuld) (wordt automatisch ingevuld) (wordt automatisch ingevuld) Zorglevering Naam zorgaanbieder die de zorg (uitkomst SIP) aan de zorgvrager levert: Startdatum zorg (datum waarop de zorg wordt ingezet): Formulier ingevuld door Naam organisatie: Naam contactpersoon organisatie: Telefoonnummer: Datum: Plaats: Cliënt akkoord met SIP: Ja Nee Aldus weergegeven door: <Naam contactpersoon organisatie> overeenkomstig het mondelinge verzoek van <naam zorgvrager>. 3 Noodzakelijk i.v.m. beoordelen gebruikelijke zorg. HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 55

Bijlage 5: Overzicht functies en code activiteiten behorende bij de SIP s Overzicht van functies en activiteiten behorende bij de Standaard indicatieprotocollen (SIP s) Huishoudelijke Verzorging 1.0 Huishoudelijke werkzaamheden Nr Activiteit 1.4 Licht poetswerk in huis; kamers opruimen 1.5 Huis schoonmaken, stofzuigen, wc/badkamer reinigen 1.6 Kleding/linnengoed wassen ( de was doen ) Persoonlijke Verzorging Nr Activiteit 1.0 ADL 1.1 Zich wassen: dele van het lichaam of gehele lichaam 1.2 Zich kleden: een kleden en uitkleden 1.4 Zich verplaatsen in zit- of lighouding (hulp bij beweging, houding) 1.5 Naar toilet gaan en zich reinigen 2.0 Andere zorg 2.3 Advies, instructie, voorlichting (verzorging Verpleging 1.0 Verpleging 2.0 Gespecialiseerde verpleging Nr Activiteit 1.1 Verpleegtechnisch handelen 1.2 Controle lichaamsfuncties 1.3 Wond- en/of stomaverzorging 1.4 Ondersteuning bij uitscheiding (katheter etc) 1.5 Medicijnen klaarzetten en toedienen 1.6 Oefenen met persoon om zelf injecties te geven 1.7 Verpleegkundige begeleiding bij omgaan met ziekte 1.8 Advies, instructie, voorlichting 2.1 Gespecialiseerd verpleegkundig handelen 2.2 Advies instructie, voorlichting Ondersteunende Begeleiding Algemeen 1.0 Algemene taken Nr Activiteit 1.1 Problemen oplossen, besluiten nemen en gevolgen inschatten 1.4 Dagelijkse routine regelen: structuur in dagindeling 1.5 Dagelijkse bezigheden: activiteiten plannen/uitvoeren Activerende Begeleiding Algemeen 3.0 AB bij handicap volwassene/ oudere: doelgericht verbeteren van functioneren Nr activiteit 3.1 Training gericht op zelfstandig functioneren primair ivm lichamelijke handicap HANDBOEK Standaard Indicatieprotocollen (SIP s), versie 31 maart 2005 56