Invuloefeningen (derde graad)
Spelregels Vul de oefeningen in tijdens of vlak na het bekijken van de tentoonstelling Sla je slag. De antwoorden op de vragen zijn terug te vinden op de tentoonstelling. Veel plezier met deze opdracht. Vragenlijst 1. Het verschil tussen groenten en fruit Plantkundigen spreken nooit over groenten en fruit. Welke benamingen gebruiken ze? Hoe kan het dat er nieuwe soorten ontstaan? Ken je een reden waarom er ook al fruit- of groenterassen verdwenen zijn? Om fruit van voortreffelijke kwaliteit te krijgen, doen de telers aan? 2. Groenteteelt Welk voordeel heeft tuinbouw ten opzichte van akkerbouw? Noem drie vollegrondsgroenten. Waarom worden sommige planten in een serre gekweekt? Wat is het voordeel van steenwol?
3. Nog meer groenteteelt De teler zorgt ervoor dat de plantjes het naar wens hebben in de serre. Welk apparaat helpt dit uitvoeren en controleren? Hoe komt een teler aan een doosje natuurlijke vijanden? Waarvoor dienen lijmplaatjes? Hommels worden gebruikt om planten te bevruchten, maar wat zoeken de hommels eigenlijk in de bloem? 4. Fruitteelt Ken je een voordeel van laagstamboompjes? Wat doet een fruitteler in de winter? Als er te veel bevruchte bloemen zijn, knipt de teler ze weg. Waarom? In de koelcel wordt er zuurstof uit de lucht gehaald. Waarom?
5. Vruchtgroenten Uit wat ontstaat een vruchtgroente? Wat wordt bedoeld met komkommertijd? Hoe komt het dat enkele paprika s groen zijn en anderen rood? Ken je twee vruchtgroenten die er langwerpig en groen uit zien? 6. Bladgroenten Hoe weten we dat sla al een erg oude groente is? Hoe noem je de gewone sla die het meest gegeten wordt? Selder vind je niet alleen bij de groenteteler, waar nog meer? In spinazie zit vitamine A, maar spinazie is vooral bekend omdat er ook nog iets anders in zit. Wat?
7. Stengelgroenten Noem twee stengelgroenten. Wat kun je doen opdat je niet meer zou gaan wenen bij het schillen van een ui? Venkel heeft een erg typische smaak, hoe kun je die smaak benoemen? 8. Wortelen en kolen Beschrijf de knol van een knolselder. Hoe noem je de plant met eetbare wortels met een zwarte schil? Wat is sluitkool precies? Er bestaat een koolsoort die het eerst in België geteeld werd. Hoe heet die? 9. Peulvruchten en zwammen Welk deel van de plant zit er eigenlijk in de peul? Welke twee peulvruchten ken je? In welk seizoen vind je paddestoelen in de natuur? Hoe komt een heksenkring aan zijn naam?
10. Fruit Pruimen worden wel eens bewaard op een speciale manier. Hoe? In druiven zit er iets dat energie geeft. Hoe heet dat? Hoe noem je de klimplanten waarin de druiven groeien en die dienen voor de wijnproductie? Bramen worden pas sinds vorige eeuw gekweekt, maar vind je al veel langer ergens elders. Waar?
Antwoordenlijst 1. Het verschil tussen groente en fruit Plantkundigen spreken over vruchten, stengels, bladeren, Wanneer planten in het laboratorium gekruist worden met elkaar, ontstaan er soms nieuwe soorten Rassen die niet genoeg opleveren, die we niet lekker meer vinden, die we niet meer lusten of die er niet mooi uitzien, worden dikwijls niet verder gekweekt. Plantenveredeling. 2. Groenteteelt Tuinbouw levert meer oogst op dan akkerbouw: voor akkerbouw heb je meer plaats nodig. Prei, bloemkool, knolselder, bonen, erwten, wortelen, spinazie, asperges zijn allemaal vollegrondsgroenten. Planten worden onder glas gekweekt om een vroegere of om een latere teelt te krijgen. In steenwol zitten geen gevaarlijke beestjes of ziektekiemen, waarvan de planten ziek kunnen worden. 3. Nog meer groententeelt Met behulp van een computer controleert de teler alles. De teler koopt een doosje met levende natuurlijke vijanden bij een gespecialiseerd bedrijf. Aan de lijmplaatjes blijven insecten kleven. Zo ziet de teler hoeveel/welke insecten er in de serre zitten. De hommels verzamelen nectar en stuifmeel. 4. Fruitteelt Van laagstamboompjes kun je makkelijker plukken. Ook het snoeien en verzorgen gaat makkelijker. In de winter snoeit de fruitteler zijn bomen. Als de teler alle bevruchtte bloempjes zou laten staan, zouden er veel kleine en lelijke vruchtjes aan de bomen groeien. Als er minder zuurstof in de lucht aanwezig is, zal een appel minder ademen en wordt hij minder snel oud.
5. Vruchtgroenten Een vruchtgroente ontstaat uit een bevruchte bloem. De komkommertijd is de periode waarin er weinig nieuws is: de vakantieperiode. De groene paprika s zijn nog niet rijp. De komkommer en de courgette zijn langwerpige groene vruchtgroenten. 6. Bladgroenten Er zijn muurschilderingen terug gevonden waar sla op staat. De muurschilderingen zijn wel 6.500 jaar oud. Kropsla. Selder vind je bij ons ook in het wild. IJzer. 7. Stengelgroenten Prei, asperges, uien, sjalotten en venkel zijn allemaal stengelgroenten. De ui onder water snijden. Venkel smaakt een beetje anijsachtig, zoals drop. 8. Wortelen en kolen De bol van een knolselder is een dikke, zware bal met een geelwitte schil. Een schorseneer. Sluitkool is de verzamelnaam voor witte, rode en groene kool. Spruitjes.
9. Peulvruchten en zwammen De zaadjes van een plant. Erwten en bonen zijn peulvruchten. In de herfst vind je het meest paddestoelen in de natuur. Vroeger dachten de mensen dat in deze kringen s nachts heksen kwamen dansen. 10. Fruit Pruimen worden vaak gedroogd. Druivensuiker. Wijnstokken. In het bos.