INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

Vergelijkbare documenten
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Servicemanager - Technisch Specialist / Onderhoudstechnicus

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- GEREEDSCHAP

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- GEREEDSCHAP. FILIALEN Afdeling Training DEALERS ERKEND REPARATEURS

Parameters Zichtbaarheid. Inleiding

Clifford Electronics Benelux bv. Tel Fax

Prakticum Veiligheid

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

GE Security. FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding

Afstelbare parameters - Signalering en zichtbaarheidssystemen

Afstelbare parameters - Alarm en centrale vergrendeling

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

Cobra Bridge CAN 8800

Installatiehandleiding

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)

RUITENWISSERS/-SPROEIERS

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-300 STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR

F I A T B R A V O NL S N E L G I D S

Tool Gebruikershandleiding E46 Mods

INSTALLATIEHANDLEIDING VOOR "MultiDiag for DiagBox"

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR

Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem

VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen

MotorControl gebruiksaanwijzing V3 vanaf softwareversie 2.0e

Module Gebruikershandleiding E46 Module

Gebruikers handleiding. JupiterPro. P2000 alarmontvanger

Activering van zichtbaarheids- en verlichtingsfuncties op afstand

LCD scherm va LCD scherm

AN0021-NL. Een trigger- en actieregel maken. Overzicht. Een Trigger- en actieregel creëren

Installatiehandleiding

Inhoudsopgave. Handleiding: MC v2.0a. Pagina - 1 -

Nederlandstalige handleiding Autoalarm AS5

VH CONTROL THERMOSTAAT HYPNOS (10080)

E-Controle Paneel Instructie

HANDLEIDING VH CONTROL PLUG-IN THERMOSTAAT PROGRAMMEERBAAR

Installatiehandleiding

Draadloze Installatie Handleiding

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.

Elektrische functie printen DIMLICHT

DUMAN US-Module V1.5 2 ste druk Inbouw handleiding. Bedankt voor de aanschaf van de DUMAN US-Light Module V1.5

Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote

LCD scherm ve LCD scherm

Geavanceerde aanwezigheidssimulatie instellen. Inhoudsopgave. 1.0 Inloggen op uw e-centre. 1.1 Back-up maken van de huidige configuratie

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud

7" Video Touch Screen

MILTON KLOKTHERMOSTAAT

Rijverlichting deactiveren

Parameters Zichtbaarheid

Shutter Pal. Snelstartgids Nederlands ( )

F I A T NL S N E L G I D S

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-300 TUIN STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR

Elektrische installatie

Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 TUIN STEKKERDOOS SCHAKELAAR ZWAAR

AFR-100 FITTING DIMMER

Bedieningen Dutch - 1

Een Net2 Entry Monitor configureren

Toepassingsvoorbeeld: Bestaand alarmsysteem met e- Domotica koppelen

AGDR-300 STEKKERDOOS DIMMER

ALARM. De werking van het systeem wordt door de body computer geregeld, die via de seriële verbinding commando''s verzendt/ontvangt.

BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010

Het Keypad (met segmenten)

InteGra Gebruikershandleiding 1

Gebruikers handleiding. Mercurius. P2000 alarmontvanger

Focus LCD PRO Electronic (PPVE) ELEKTRISCHE DOORSTROMER VOOR TAPWATER

Over Betuwe College. Lego Mindstorm project

Aansluiting van alarm op voorbereide bekabeling

MINI INBOUW SCHAKELAAR

VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C

GEBRUIKSAANWIJZING. SELCA IS200 klasse 2 alarm SELCA IS300 klasse 3 alarm. SCM goedkeuringsnr. AA030037

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 ACM-300 INBOUWDIMMER/SCHAKELAAR

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7

Afstandbedienbaar stopcontact

CONFIGURATIE VAN DE ONTVANGER Twee bedrijfsmodi zijn beschikbaar: Basic (basis) en Advanced (uitgebreid).

Transcriptie:

CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch specialist / Onderhoudstechnicus LEXIA PROXIA CD 31 Nr. 207 15/03/05 DEZE MEDEDELING MOET WORDEN VERSPREID ONDER ALLE MEDEWERKERS DIE RECHTSTREEKS OF INDIRECT TE MAKEN HEBBEN MET DE DIAGNOSEAPPARATUUR VAN LEXIA / PROXIA ONDERWERP: Hulp bij de diagnose van de BSI: buitenverlichting. BETREFT: De auto's CITROËN C4 en vernieuwd model C5. Idnl207 1/19

Hulp bij de diagnose van de BSI: buitenverlichting (G01) Verlichting Geldig voor de volgende CITROËN-modellen: C4 Vernieuwd model C5 Behandelde symptomen die door de klant zijn gemeld - De verlichting vóór of achter werkt niet. - De interieurverlichting werkt niet goed. - De verlichting van de bagageruimte doet het niet. Idnl207 2/19

Inhoudsopgave 1 Benodigd gereedschap 4 2 Garantie 4 3 Contact met de Technische Dienst 4 3.1 INLEIDING 4 3.2 VOORBEELD VAN TE VERSTREKKEN INFORMATIE 4 4 Aanbevolen voorzorgsmaatregelen 4 5 Herinnering aan de werkwijze 5 5.1 ACTIVERING VAN DE AUTOMATISCHE INSCHAKELING VAN DE VERLICHTING: 5 5.2 LICHTSTERKTESENSOR: 5 5.3 EFFECT VAN DEZE FUNCTIE IN DE BSI 6 5.3.1 Programmeren 6 5.4 HERINNERING AAN DE NOODLOOPFUNCTIES VAN DE AUTOMATISCHE VERLICHTING: 6 6 [G01][S00] Voorafgaande controle van de BSI 7 7 [G01][S01] De verlichting vóór of de verlichting achter doet het niet. 11 8 [G01][S02] De interieurverlichting werkt niet goed. 16 9 [G01][S03] De verlichting van de bagageruimte doet het niet. 17 Idnl207 3/19

1 Benodigd gereedschap Een diagnoseapparaat. 2 Garantie LET OP: voor de aanvaarding van de kosten van het vervangen van een BSI moet eerst toestemming worden gevraagd aan de Technische Dienst. 3 Contact met de Technische Dienst 3.1 Inleiding Wij verzoeken u de volgende gegevens bij de fax aan de Technische Dienst te voegen: het nummer of de nummers van het (de) uitgevoerde diagnoseschema('s) (G01 t/m G11), de gevolgde diagnosesessie (S0x), tot welke teststap u gekomen bent (optioneel, afhankelijk van de toegepaste testreeks). 3.2 Voorbeeld van te verstrekken informatie U hebt het diagnoseschema G10 (Ruitenwissers) uitgevoerd, de sessie S06 betreffende de "Controle van de werking van de ruitenwissers vóór" en u bent gekomen tot stap 2.1 van het overzicht. U dient dan een kopie van het diagnoseschema, met daarop aangegeven tot welke stap u gekomen bent, mee te faxen. 4 Aanbevolen voorzorgsmaatregelen Vóór iedere andere handeling dient u het volgende te controleren: de accuspanning, de zekeringen, de juiste plaatsing van de shunt op de BSI. (De shunt moet zich bevinden in de positie "klant"), of de BSI niet in noodloopfunctie werkt (zie onderstaand punt Voorafgaande controle van de BSI). Idnl207 4/19

Controleer nadat u de storingen en het logbestand heeft uitgelezen of de volgende fouten er niet bij zitten: Geen communicatie met de schakelmodulecomputer op de stuurkolom. Geen communicatie met de BSM-computer. Controleer de bedrading en de verbindingen indien een van deze storingen aanwezig is of richt u op de betreffende computer. 5 Herinnering aan de werkwijze 5.1 Activering van de automatische inschakeling van de verlichting: Het activeren van de automatische inschakeling van de verlichting afhankelijk van de lichtsterkte, geschiedt: bij de Citroën C4 door activering van de schakelmodule van de verlichting. bij het vernieuwde model Citroën C5 door het activeren van de functie "Automatische inschakeling van de verlichting" in het menu "Configuratie" van het multifunctioneel scherm. Het uitschakelen van deze functie geschiedt op dezelfde wijze. 5.2 Lichtsterktesensor: Alle lichtsterktesensors hebben een multiplexaansluiting. De gevoeligheid van de lichtsterktesensor wordt bepaald door een kalibratiebestand dat in de regensensor-/lichtsterktesensorcomputer wordt geprogrammeerd. Het programmeren van een nieuwe kalibratie kan geschieden met behulp van de diagnoseapparaten Lexia en Proxia (al naar gelang de beschikbaarheid van nieuwe instellingen). Opmerking: De kalibratie omvat de instellingen van de sensor voor de detectie van regen en de detectie van lichtsterkte. Idnl207 5/19

5.3 Effect van deze functie in de BSI 5.3.1 Programmeren Enkele programmeerparameters zijn opgeslagen in het geheugen van de BSI's: de parameter "Optie lichtsterktesensor" (Afwezig/Aanwezig). LET OP: van de bovengenoemde parameters laat het diagnoseapparaat alleen die zien, die daadwerkelijk aanwezig zijn in de software van de BSI. Daarom zal het diagnoseapparaat, afhankelijk van de softwareversie van de BSI, mogelijk slechts een deel van de bovengenoemde parameters tonen. Deze parameters zijn toegankelijk vanuit het menu "HANDMATIG PROGRAMMEREN", "CONFIGURATIE", "VERLICHTING - SIGNALERING ZICHT ACHTERUITKIJKSPIEGELS" nadat er een diagnoseapparaat is aangesloten op de BSI. 5.4 Herinnering aan de noodloopfuncties van de automatische verlichting: Er zijn meerdere gevallen mogelijk: Wanneer de communicatie tussen de BSI en de BSM onderbroken is, regelt de BSM het ontsteken van de verlichting. Wanneer de communicatie tussen de schakelmodule op de stuurkolom en de BSI onderbroken is, regelt de BSM het ontsteken van de parkeerlichten. Idnl207 6/19

6 [G01][S00] Voorafgaande controle van de BSI Stap 1 Identificatie van een BSI in noodloopfunctie: - Eerste geval: wanneer het contact wordt ingeschakeld en de verlichtingsschakelaar zich in de stand 0 bevindt, gaan de parkeerlichten van de auto branden (achter of voor of allebei). - Tweede geval: de motor loopt, de dimlichten vóór branden en de ruitenwisser vóór wist met intervallen of met lage snelheid. Stap 2 De BSI Vertoont deze de symptomen van de noodloopfunctie? Stap 4 Controleer de zekeringen en de voeding van de BSI repareer ze indien nodig. Stap 3 Einde van het diagnoseschema Stap 5 Sluit een diagnoseapparaat aan op de BSI, selecteer het menu "IDENTIFICATIE". Kunt u de softwareversie (*) van de BSI lezen? Is deze coherent met de gebruikelijke softwareversies? (Softwareversie moet beslist hoger zijn dan 01.00). De BSI reageert niet op het diagnoseapparaat. Ga naar stap 6 Stap 5.1 Einde van het diagnoseschema Controleer de verbinding tussen het diagnoseapparaat en de diagnosestekker, de toestand van de diverse verbindingen en of de communicatie-interface van het diagnose apparaat functioneert. Als alles in goede staat verkeert, mag de BSI worden vervangen. Ga naar stap 10 Idnl207 7/19

Stap 6 Is de BSI nieuw? (afkomstig van de Afdeling Onderdelen) Étape 8 Le Boîtier de Servitude Intelligent a-t-il été téléchargé précédemment? Stap 7 Einde van het diagnoseschema Vervanging van de BSI is toegestaan. Stap 9 Herhaal het updaten van de BSI ten minste driemaal. Ga naar stap 10 Bij de derde poging is vervanging van de BSI toegestaan. Idnl207 8/19

Stap 10 1) Sluit een diagnoseapparaat aan op de BSI. kies het menu "PROGRAMMEREN" en vervolgens "Klantoptie", programmeer de parameter "Typen appèllichten" op "Geen appèllichten". 2) Schakel de appèllichten en de automatische ontsteking van de koplampen uit met behulp van het gebruikersvoorkeurenmenu (de toets MENU op het stuurwiel of op de autoradio). 3) Schakel het contact in (+ APC). Controleer de werking van de parkeerlichten vóór en achter alsmede de werking van de ruitenwisser vóór. De parkeerlichten vóór en achter branden en de ruitenwisser vóór werkt in de stand langzaam of in de stand langzaam interval. Aan een van de twee volgende voorwaarden wordt niet voldaan: de parkeerlichten vóór en achter branden; de ruitenwisser vóór functioneert in de stand langzaam of in de stand interval. Ga naar stap 14 Stap 11 Bedien de drukknop voor het ontsteken van de alarmlichten. Gaat de LED van de drukknop branden als u de drukknop bedient? Stap 13 Sluit een diagnoseapparaat aan op de airbagcomputer. Selecteer het menu "Identificatie". Stap 12 De BSI is de oorzaak Vervanging van de BSI is toegestaan. Bent u in staat de onderdelen van het identificatiescherm van de airbagcomputer te lezen? Stap 13.2 Richt het storingzoeken op de schakelmodule op de stuurkolom (of het vaste middengedeelte van het stuur) en op het CAN-multiplexnetwerk Carrosserie. Als het CAN-netwerk Carrosserie in goede staat verkeert, mag de BSI worden vervangen. Stap 13.1 Indien de verbinding tussen de schakelmodule op de stuurkolom en de BSI in goede staat verkeert, vervangt u de schakelmodule op de stuurkolom of het vaste middengedeelte van het stuur (bedieningsblok op de stuurkolom). Het ligt niet aan de BSI, vervanging is niet toegestaan. Idnl207 9/19

Stap 14 Schakel het contact in. Controleer de werking van de parkeerlichten vóór en achter alsmede de werking van de ruitenwisser vóór. Aan een van de twee onderstaande voorwaarden wordt niet voldaan: de parkeerlichten vóór en achter branden niet; de ruitenwisser vóór functioneert in de stand langzaam of in de stand interval. De parkeerlichten vóór en achter branden niet en de ruitenwisser vóór werkt in de stand langzaam of in de stand langzaam interval. Stap 14.1 De BSM is de oorzaak. Richt het onderzoek op de computer. LET OP: programmeer de parameter "Typen appèllichten" in de BSI zoals deze oorspronkelijk was. Stap 16 Schakel het contact in Branden de parkeerlichten vóór wel en de parkeerlichten achter niet? Stap 17.2 Vervanging van de BSI is toegestaan. Stap 15.2 Richt uw onderzoek op de verbinding tussen de schakelmodule op de stuurkolom (of het vaste middengedeelte van het stuur) en de BSM, en op de BSM. LET OP: programmeer de parameter "Typen appèllichten" in de BSI zoals deze oorspronkelijk was. Idnl207 10/19

7 [G01][S01] De verlichting vóór of de verlichting achter doet het niet. Let op: Controleer, voordat u het diagnoseschema uitvoert, of de BSI zich niet in de noodloopfunctie bevindt. Vervangen van de BSI is niet toegestaan in geval van de volgende symptomen: te vroeg of te laat inschakelen van de verlichting, het niet inschakelen van de verlichting bij mist, automatische modus geblokkeerd, knipperen van de koplampen, meedraaiende koplampen werken niet. Idnl207 11/19

STAP 1 Dit bereik geldt alleen indien de verlichting het enige probleem is dat bij de auto is geconstateerd. Controleer de staat van de verschillende lampen. Controleer de zekeringen van de BSM en van de BSI die met de verlichting te maken hebben. STAP 2 Functioneert de handbediening van de verlichting? STAP 3 Schakel de automatische ontsteking van de verlichting uit. Ga naar stap 4 Ga naar stap 5 Idnl207 12/19

STAP 4 Ontsteek de parkeerverlichting (verlichtingsschakelaar). Branden alle parkeerlichten? De dimlichten vóór branden niet. De dimlichten achter branden niet. De parkeerlichten vóór en achter gaan aan. 4.1 Einde van het diagnoseschema. Controleer de toestand van de BSM, van het verlichtingsblok en van de bedrading die zich tussen de BSM en het verlichtingsblok bevindt. 4.3 Einde van het diagnoseschema. Controleer de toestand van de BSM, van het verlichtingsblok en van de bedrading die zich tussen de BSM en het verlichtingsblok bevindt. Het ligt niet aan de BSI, vervanging is niet toegestaan. 4.2 Einde van het diagnoseschema Controleer de bedrading en het verlichtingsblok. Als de kabelboom in goede staat verkeert, mag de BSI worden vervangen. Idnl207 13/19

STAP 5 De handbediening werkt. De volgende informatie maakt het mogelijk de ontsteking van de dimlichten te controleren. In het diagnoseapparaat: kies de volgende menu's, "BSI", "PROGRAMMEREN", "CONFIGURATIE", "VERLICHTING SIGNALERING ZICHT ACHTERUITKIJKSPIEGELS" Controleer de programmering van de parameter: "Optie lichtsterktesensor" STAP 6 Start de motor. Schakel de automatische ontsteking van de verlichting in. Vernieuwd model CITROËN C5: in het menu "configuratie" van het multifunctionele scherm Citroën C4: op de verlichtingsschakelaar. Kon de automatische inschakeling van de lichten geactiveerd worden? 6.1 Einde van het diagnoseschema. Lees de storingscodes uit van de regensensor / lichtsensor, en repareer ze indien nodig. Het ligt niet aan de BSI, vervanging is niet toegestaan. Ga naar stap 7 Idnl207 14/19

STAP 7 - Citroën C4: controleer in het diagnoseapparaat, menu "stuur met vast middengedeelte", "parametermetingen", "verlichting - signalering". Varieert de parameter "opdracht automatische verlichting" of "automatische verlichting" tijdens het in- of uitschakelen van de automatische ontsteking van de verlichting? - Vernieuwd model Citroën C5: geeft het multifunctioneel scherm tijdens het in- of uitschakelen van de automatische ontsteking van de verlichting weer dat de automatische ontsteking van de koplampen is ingeschakeld of uitgeschakeld? 7.2 Einde van het diagnoseschema. m contact op met de technische dienst. Vervangen van de BSI is niet toegestaan. 7.1 Einde van het diagnoseschema. Controleer de compatibiliteit van de verschillende onderdelen. Controleer het multifunctionele scherm. Het ligt niet aan de BSI, vervanging is niet toegestaan. Idnl207 15/19

8 [G01][S02] De interieurverlichting werkt niet goed. Opmerking 1: Er hoeft geen rekening te worden gehouden met storingen in de BSI die betrekking hebben op de interieurverlichting, doordat de detectie niet goed gebeurt. Repareer daarom een fout in de interieurverlichting alleen wanneer de klant daar zelf over klaagt. Opmerking 2: Als de interieurverlichting van de Citroën C5 in het geheel niet brandt, komt dit wellicht doordat de interieurverlichtingsfunctie is uitgeschakeld. Deze functie wordt uitgeschakeld wanneer de drukknop op de interieurverlichting wordt ingedrukt terwijl het portier aan de bestuurderszijde geopend is. De verlichtingsfunctie wordt op dezelfde wijze ook weer geactiveerd, namelijk door de knop op de interieurverlichting in te drukken terwijl het portier aan de bestuurderszijde open staat. Indien geen van de bovengenoemde mogelijkheden van toepassing is op de betreffende auto, controleer dan de staat van de lamp, de bedrading en de van de BSI verkregen gegevens. Idnl207 16/19

9 [G01][S03] De verlichting van de bagageruimte doet het niet. STAP 1 Controleer de lampen. Controleer de zekeringen Controleer de schakelaar van de bagageruimte. Controleer de staat van de bedrading tussen de BSI enerzijds en de schakelaar voor het openen van de bagageruimte en het slot van de bagageruimte anderzijds. Ga door met stap 2 wanneer alle bovengenoemde onderdelen in goede staat verkeren. STAP 2 Ga naar het volgende menu in het diagnoseapparaat: "BSI", "PARAMETERMETING", "VERGRENDELING"; is hier de parametermeting "bagageruimte open" aanwezig? Ga naar STAP 5 STAP 3 Open de bagageruimte. Staat de parameter "bagageruimte open" op "ja"? Ga naar STAP 7 STAP 4 Sluit de bagageruimte. Staat de parameter "bagageruimte open" op "nee"? Ga naar STAP 7 STAP 4.1 Einde van het diagnoseschema Vervanging van de BSI is toegestaan. Idnl207 17/19

STAP 5 Sluit de verbindingskabel 4266-T aan op stekker 40V-BA van de BSI en de klemmenkast. Open de bagageruimte. Meten van de weerstand. Aansluiting A: groene meetpen aan de massa van de carrosserie. Aansluiting B: pen 13 van stekker 40V-BA. Is de weerstand meer dan 1 MOhm? Ga naar STAP 7 STAP 6 Sluit de bagageruimte. Meet de weerstand. Aansluiting A: groene meetpen aan de massa van de carrosserie. Aansluiting B: pen 13 van stekker 40V-BA. Is de weerstand minder dan 10 Ohm? STAP 6.1 Einde van het diagnoseschema Vervanging van de BSI is toegestaan. Ga naar STAP 7 Idnl207 18/19

STAP 7 Controleer de toestand van de bedrading tussen de BSI en de bagageruimteschakelaar evenals de schakelaar zelf. Zijn deze in goede staat? STAP 7.1 Vervanging van de BSI is toegestaan. STAP 7.2 Maak de bedrading en/of het slot in orde. Idnl207 19/19