Werkblad ster - kwaliteitenreflectie Je ontdekt waar je goed en minder goed in bent. Zet je naam in het midden van de ster. a. In welke vakken ben jij een ster? Zet de vakken bij de punten van de ster. Je kunt maximaal vijf vakken noemen. b. Welke vakken vind je leuk? En welke minder leuk? Vakken die ik leuk vind Vakken die ik minder leuk vind + - + -
c. Kijk naar de vakken die je leuk vindt. In welke ben je goed? Zet hierachter een + Welke vind je moeilijk? Zet hierachter een d. Doe het zelfde met de vakken die je niet leuk vindt. Dus: In welke ben je goed? Zet hierachter een +. Welke vind je moeilijk? Zet hierachter een. e. Zet nu de vakken hieronder in de juiste blokken. 1. Vakken die ik leuk vind en goed kan 2. Vakken die ik niet leuk vind maar wel goed kan 3. Vakken die ik leuk vind maar niet goed kan 4. Vakken die ik niet leuk vind en niet goed kan f. Wat moet er veranderen zodat jij de vakken die staan in blok 2 en 4 wel leuk(er) gaan vinden?
Werkblad: Bepaal jouw waarden - motievenreflectie Je weet welke waarden er op dit moment belangrijk voor je zijn. Succes Zekerheid Origineel Vrede Tevredenheid Aandacht Delen Orde Structuur Veiligheid Vernieuwing Verandering Verbonden Eerlijkheid Rust Kennis Gerechtigheid Open staan Kwaliteit Beroemd Rechtvaardigheid Samen Vrijheid Gelijkheid Eenvoud Vriendschap Kracht Positief Negatief Liefde Creativiteit Prestatie Plezier Spiritualiteit Schoonheid Wijsheid Precies Beleefd Betrokken Bezit Dapper Geduld Aanzien Gelijkheid Respect Rijkdom Medeleven Geloof Geluk Humor Nieuwsgierig Lol Gezondheid Waarheid Vertrouwen Verantwoordelijk Uiterlijk Trouw Tevreden Duidelijk a. Kies uit bovenstaande Waardenlijst twaalf waarden die voor jou belangrijk zijn. Zoek woorden die je niet kent op. Je kunt hiervoor gebruik maken van internet. b. Streep van de twaalf waarden, die je gekozen hebt, vier waarden weg. c. Streep nog eens drie waarden weg. Er blijven nu vijf waarden over.
d. Stel nu je Top 5 samen. Zet de belangrijkste waarde bovenaan. Mijn waarden Top 5 1. 2. 3. 4. 5. e. Je hebt nu je waarden bepaald. Zoek een maatje. Vertel aan hem/haar jouw waarden Top 5. Nu weten jullie van elkaar wat jullie belangrijk vinden. Schrijf op wat je wilt onthouden uit jullie gesprek. Vul nu het volgende tekstvlak in. Dit is niet gemakkelijk! Tip: Vraag hulp aan anderen. Bijvoorbeeld je maatje, loopbaanbegeleider of eventueel je ouders, broers, zussen, vrienden of vriendinnen. 1. Als een belangrijke waarde voor mij is, dan laat ik dit zien door 2. Als een belangrijke waarde voor mij is, dan laat ik dit zien door 3. Als. een belangrijke waarde voor mij is, dan laat ik dit zien door 4. Als. een belangrijke waarde voor mij is, dan laat ik dit zien door 5. Als. een belangrijke waarde voor mij is, dan laat ik dit zien door
Werkblad: Mindmap beroepen in mijn familie werkexploratie Je krijgt een beeld van beroepen die mensen hebben. Hierover ontwikkel je jouw mening. a. Maak een mindmap van de beroepen die voorkomen in jouw familie. Zet je familienaam in het midden. Wat doet jouw familie? Denk hierbij ook aan ooms, tantes, neven, nichten, enz. Teken wat ze doen in de mindmap Schrijf ook op wie het zijn. Ruimte voor mindmap beroepen in de familie
b. Presenteer jouw familie in de klas. Vertel hoe iedereen heet. Vertel wat ze doen. Wat kunnen ze goed? Wat zijn hun talenten? Je krijgt hiervoor instructie van jouw loopbaanbegeleider. c. Kijk nog eens goed naar je familie en de beroepen. Wat vind jij van hen? Lijkt het je leuk wat zij doen? d. Je hebt nu je familie en dat wat ze doen voor jezelf en anderen duidelijk gemaakt. Wat heb je over je familie geleerd? Wat vind je ervan? Heb je een goed voorbeeld in de familie? Wat leer jij van dit familielid? Wat zou jij anders doen?
Werkblad: Actieplan - loopbaansturing Je kunt een actieplan maken om dingen (op school) anders te doen. ACTIEPLAN van: Ontwikkelpunten Wat wil ik anders doen? Tips Deze tips heb ik hiervoor gekregen: Actiepunten Hoe ga ik dat doen? Netwerken Welke hulp kan ik daarbij gebruiken? Beloning Als het mij lukt, dan beloon ik mezelf met
Werkblad: de schatkist - netwerken Je leert netwerken. Je zoekt en geeft hulp binnen jouw netwerk. a. Bedenk een wens. Het kan van alles zijn. Iets dat je heel graag wilt doen. Iemand die je graag wilt ontmoeten. Iets waarover je meer informatie wenst. Bijvoorbeeld: Ik wil heel graag een keer strandzeilen. Ik wil graag iemand ontmoeten die bij de politie werkt Ik wil meer weten over het gebruik van make-up. Schrijf je wens op. Ik wil graag: b. Deel je wens met de klas. Leg uit waarom je juist deze wens hebt. Je krijgt hiervoor instructie van de loopbaanbegeleider. De rest van de klas denkt na over jouw vraag. Kennen zij iemand die jouw wens kan vervullen? In wiens netwerkcirkel zit die persoon? Hoe kun jij contact leggen met die persoon? Ook jij denkt na over vragen van klasgenoten. Heb jij iemand in jouw netwerkcirkel die hulp kan bieden? c. Terug naar jouw wens. Welke klasgenoot kent iemand die jou kan helpen? En wie dan wel? En wat ga je daarmee doen? Vul de antwoorden in onderstaand tekstvlak in. In de netwerkcirkel van. zit iemand die mij kan helpen. Het is. Ik onderneem geen actie, omdat Ik onderneem de volgende acties: