Module C2400 Inspectie en beoordeling Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Verantwoording 3 1.2 Wat is veranderd? 3 1.3 Opstellers en begeleidingscommissie 3 1.4 Leeswijzer 4 2 Uitgangspunten beheer, inspectie en beoordeling 5 2.1 Beheerproces 5 2.2 Systeem en object 8 2.3 Doelen, functionele eisen en maatstaven 9 2.3.1 Definities functionele eisen en maatstaven 9 2.3.2 Doelen en functionele eisen voor objecten 9 2.3.3 Maatstaven 10 2.4 Het beoordelingsproces 17 3 Inspecteren 18 3.1 Doel van inspectie 18 3.1.1 Inventarisatie en achtergrondinformatie bij beoordeling functioneren systeem 18 3.1.2 Toestandsbepaling en toestandsverandering (conditie) van objecten 18 3.1.3 Vaststellen en evalueren maatregelen voor onderhoud, reparatie, renovatie, vervanging of verbetering 19 3.1.4 Oplevering van nieuw werk (reparatie, renovatie, vervanging en verbetering) 19 3.1.5 Onderzoek naar aanleiding van meldingen, klachten of storingen 20 3.2 Inspectiemethoden 20 3.2.1 Algemeen 20 3.2.2 Visuele inspectiemethoden 21 3.2.3 Niet-visuele inspectie methoden 21 3.3 Kiezen inspectiemethode 21 3.4 Opstellen inspectieprogramma 22 3.5 Opstellen programma van eisen (bestek) 23 3.6 Borgen kwaliteit van de werkzaamheden 24 4 Verwerken van inspectieresultaten 26 4.1 Codering toestandsaspecten 26 4.2 Rapportage 27 4.3 Gegevensbeheer 28 Inspectie en beoordeling C2400 Leidraad riolering 1
5 Beoordelen 30 5.1 Doel van beoordelen 30 5.2 Beoordelen toestand objecten 31 5.3 Omgaan met beoordelingsresultaten 33 5.3.1 Oorzaken en gevolgen van afwijkingen tussen gewenste en aangetroffen toestand 33 5.3.2 Beoordelen voor een strategische planning 35 5.3.3 Beoordelen voor een operationele planning 36 5.3.4 Beoordelen bij oplevering 36 5.3.5 Gedragsmodellen 36 5.4 Beoordelingsresultaat en maatregelen 37 Trefwoorden 38 Bijlage 1 Beschrijving inspectiemethoden 41 Bijlage 2 Stappenplan voor opstellen inspectieplan voor visuele riool- en putinspectie 62 Bijlage 3 Specifieke eisen kwaliteit eindproduct (van visuele inspectie) 63 Leidraad riolering C2400 Inspectie en beoordeling 2
1 Inleiding 1.1 Verantwoording Doelmatig rioleringsbeheer is alleen mogelijk als u als beheerder kennis hebt over de toestand en het functioneren van de riolering. Naast onderzoek naar het functioneren als geheel moet u hiervoor onderzoek (laten) doen naar de toestand van de objecten waaruit de riolering is opgebouwd. Doel en inhoud Deze module geeft een overzicht van inspectiemethoden om de toestand van rioleringsobjecten te onderzoeken. De module helpt u in een gegeven situatie doelgericht de juiste inspectiemethode te kiezen. Ook krijgt u aanbevelingen voor de verdere verwerking van de inspectieresultaten. Daarnaast gaat de module in op de mogelijkheden én beperkingen om rioleringsobjecten te beoordelen op basis van de verkregen inspectieresultaten. Inspectiebedrijven krijgen aanwijzingen om inspecties goed uit te voeren. Ook geeft de module inzicht in hoe zij met de gegevens moeten omgaan. Afbakening De module sluit aan bij NEN 3398 Buitenriolering: onderzoek en toestandsbeoordeling van riolering, hoofdzakelijk onder vrij verval. NEN 3398 omvat het onderzoeken en beoordelen van het functioneren van de riolering als systeem én het onderzoeken en beoordelen van de conditie van objecten. Deze module beperkt zich tot de conditie van objecten bij buitenriolering onder vrij verval. Inspecties die hiermee geen directe relatie hebben, komen in de module niet aan bod. Hier vindt u dus geen informatie over het meten van temperatuur, de samenstelling van het afvalwater of dagelijkse draaiuren van gemalen. 1.2 Wat is veranderd? De oude module C2400 uit 2004 is aangepast aan de herziene normen NEN 3398 en NEN 3399 (beide 2015). Ook is rekening gehouden met de komende aanpassing van NEN EN 752 en de introductie van de assetmanagementnorm NEN- ISO 55001, 55002 en 55003. Bovendien is in deze nieuwe module het aantal te onderzoeken objecten en het aantal onderzoeksmethoden uitgebreid. 1.3 Opstellers en begeleidingscommissie Kees (Snaterse Civiele Techniek & Management) en Hans Stolker (Riosense) hebben deze module opgesteld. De begeleidingscommissie bestond uit: André de Haan Egbert Baars Leo Bloedjes Jeroen Heijnen Gerrit Lamers Joop Moons Martin Nederlof Stanley Roozen John Teeuw Jan Vos Rob Hermans gemeente Buren, voorzitter Waternet Amsterdam gemeente Almere Vereniging Afvalbedrijven, M.J. Oomen Vereniging Afvalbedrijven, Sita Moons Ingenieurs Vereniging Afvalbedrijven, Leitec NLingenieurs, TAUW gemeente Leerdam gemeente Emmen Stichting RIONED Inspectie en beoordeling C2400 Leidraad riolering 3
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de plaats van inspectie en beoordeling in het rioleringsbeheerproces. Ook komen de functionele eisen en maatstaven voor objecten aan bod die u voor de beoordeling opstelt. Hoofdstuk 3 gaat in op de verschillende inspectiedoelen en -methoden. U leest hoe u de juiste methode bij uw doel kiest en wat zoal in het programma van eisen (bestek) voor de inspectie moet staan. Ook komt aan bod hoe u (met het inspectiebedrijf) de kwaliteit van de inspectie kunt borgen. Hoofdstuk 4 behandelt de verwerking van de inspectieresultaten en het gegevensbeheer. Hoofdstuk 5 gaat over de uiteindelijke beoordeling. Bijlage 1 beschrijft kort de meest gangbare onderzoeksmethoden bij rioolinspecties. Bijlage 2 bevat een stappenplan voor het opstellen van een inspectieplan voor visuele riool- en putinspectie. Bijlage 3 beschrijft specifieke eisen voor de kwaliteit van het eindproduct van een visuele inspectie. Figuur 1.1 geeft de inhoud van deze module schematisch weer. Figuur 1.1 Schema inhoud module C2400 informatievraag systeemgericht 1 objectgericht onderzoeksdoel keuze model lokale situatie inspecteren niet visuele inspectie visuele inspectie gewenste kwaliteit objecten inventariseren meten berekenen controleren vergunningen/ verordeningen verschilanalyse (objectief) lokale situatie oordeelsvorming prioritering + aard maatregel opstellen / uitvoeren maatregelen 2 1 Valt buiten het kader van deze module 2 Zie onder andere module C3000 Leidraad riolering C2400 Inspectie en beoordeling 4
2 Uitgangspunten beheer, inspectie en beoordeling 2.1 Beheerproces Het beheerproces van de buitenriolering is beschreven in NEN EN 752: Buitenriolering Beheer en in NEN 3398 Buitenriolering: onderzoek en toestandsbeoordeling. Beide normen gaan hoofdzakelijk over riolering onder vrij verval. Definities beheer, inspectie en beoordelen NEN EN 752 beschrijft het beheer (= het management ) van de buitenriolering als: zorg voor het functioneren van de buitenriolering. Beheer van riolering is het management van de assets van de riolering. De normen ISO 55000, ISO 55001 en ISO 55002 beschrijven assetmanagement. Deze module gaat vooral over de conditie van de assets: de objecten waaruit de riolering is opgebouwd. Doelmatig beheer is de juiste activiteiten op de juiste manier uitvoeren (zie figuur 2.1). Daarbij gaat het om: sturen op resultaat van functioneren; rekening houden met risico s bij slecht functioneren. U kunt alleen doelmatig beheren als u weet welke assets u hebt en in welke staat deze verkeren. Hiervoor moet u onderzoek (laten) doen. Inspectie is een van de mogelijke onderzoeksmethoden. bestuur/strategie Figuur 2.1 Doelmatig beheer doen we de goede dingen? doen we de dingen goed? operationeel beheer doet het systeem wat het kan? kan het systeem wat het moet? fysiek systeem Volgens NEN 3300 Buitenriolering: Termen en definities is inspectie: het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van de objecten waaruit de riolering is opgebouwd. NEN 3398 beschrijft beoordelen als: het vaststellen van het verschil tussen de aangetroffen en gewenste toestand en het geven van een oordeel daarover. Basisactiviteiten rioleringsbeheer Het rioleringsbeheer omvat vier steeds terugkerende basisactiviteiten (zie figuur 2.2): Basisactiviteit 1 onderzoek: het verzamelen, ordenen en verwerken van gegevens. Hierdoor is informatie aanwezig over de toestand en het functioneren van de buitenriolering. Inspectie maakt deel uit van deze activiteit. Basisactiviteit 2 beoordelen: het vaststellen en beoordelen van het verschil tussen de huidige en de gewenste situatie. De gewenste situatie legt u vast in doelen, functionele eisen en maatstaven. Basisactiviteit 3 het opstellen van maatregelen: plannen maken over waar en wanneer u welke maatregelen moet (laten) uitvoeren. Basisactiviteit 4 het uitvoeren van maatregelen: de gemaakte plannen uitvoeren. Inspectie en beoordeling C2400 Leidraad riolering 5
aanvullend onderzoek onderzoek beoordelen nader onderzoek opstellen maatregelen uitvoeren maatregelen onderzoek beoordelen nader onderzoek Bij het beoordelen kan blijken dat de beschikbare gegevens niet toereikend zijn. Dan moet u nader onderzoek (laten) doen. Ook kunt u bij het opstellen van maatregelen behoefte hebben aan extra informatie, waardoor aanvullend onderzoek nodig is. Dit type onderzoek wijkt af van regulier (routine) onderzoek en moet u ook als zodanig in gegevensbestanden registreren. NEN EN 752 maakt bij deze activiteiten onderscheid in het functioneren van de riolering als systeem en de toestand van de objecten waaruit het systeem is opgebouwd. Deze module gaat vooral over de toestand van de objecten. Het onderzoeksproces NEN 3398 Buitenriolering; Onderzoek en beoordeling is gericht op onderzoek van het hydraulisch, milieutechnisch en operationeel functioneren van de riolering en op onderzoek van de conditie van objecten (zie figuur 2.3). Figuur 2.3 Onderzoeksproces systeem en objecten volgens NEN 3398 onderzoek systeem vaststellen doel en reikwijdte onderzoek keuze onderzoeksmethode Figuur 2.2 Schema rioleringsbeheerproces locatie situatie risicoanalyse prestatie-informatie onderzoek objecten vaststellen doel en reikwijdte onderzoek keuze onderzoeksmethode herzien en actualiseren bestaande info herzien en actualiseren bestaande info uitvoeren onderzoek inventariseren, meten, berekenen visuele inspectie niet-visuele inspectie gegevensverwerking en informatieanalyse gegevensverwerking en informatieanalyse vaststellen huidig functioneren systeem vaststellen huidig conditie objecten Leidraad riolering C2400 Inspectie en beoordeling 6
Deze module beperkt zich dus tot het onderzoek van objecten. Maar zoals uit figuur 1.4 blijkt, moet u de onderzoeksresultaten van de objecten altijd in verband brengen met het functioneren van het systeem. Inspectie als onderzoeksactiviteit Onderzoek ontstaat uit de behoefte aan informatie. Naast uw kennis en ervaring hebt u informatie nodig om het beheerproces te sturen. Voor effectief rioleringsbeheer moet u daarom beschikken over: kennis van de werking van het rioolstelsel, om het beheereffect te kunnen voorspellen; kennis van de toestand van het rioolstelsel en de omstandigheden waaronder het stelsel functioneert; kennis van mogelijke maatregelen in het rioolstelsel om het verantwoord te laten functioneren en voldoende middelen om de noodzakelijke maatregelen uit te voeren; voldoende personele capaciteit om alle informatie over het rioolstelsel op een goede manier te verwerken, zodat u de juiste maatregelen treft. Deze kennis verkrijgt u via onderzoek. Volgens NEN 3398 omvat onderzoek de volgende activiteiten: inventariseren; meten; inspecteren; berekenen. U kunt uw onderzoek aan het rioolstelsel richten op: de toestand (conditie) en de functie van de objecten en het systeem; de omstandigheden waarbinnen de objecten en het systeem functioneren. Onderzoek gericht op de toestand is gekoppeld aan het object. U kunt elk object afzonderlijk (laten) bekijken. Een inspecteur moet toestandsaspecten van objecten kunnen herkennen en beschrijven. Op basis daarvan kunt u vaststellen of een buis chemisch is beschadigd en of een putdeksel is gescheurd. Voor het systeem kunt u onderzoek doen naar hoe het systeem de inzamel- of transportfunctie vervult en of daarbij wateroverlast of vervuiling van oppervlaktewater ontstaat. Bij onderzoek naar de omstandigheden hebt u meestal informatie nodig over onder meer de grondgesteldheid, verkeersbelasting en diepteligging. Voordat u een geschikte onderzoekmethode kunt kiezen, moet u dus expliciet aangeven wat u wilt (laten) onderzoeken en wat u daarvan wilt weten. Inspectie is één van de onderzoeksmethoden om inzicht te krijgen in het functioneren van de onder - delen en om een oordeel te geven over de kwaliteit van rioleringsobjecten bij effectief beheer. Gegevensbeheer en -verwerking Onderzoek levert gegevens op die nodig zijn bij het beheer van de riolering. Gegevens moet u beheren. Gegevensbeheer omvat onder meer procedures en activiteiten voor het registreren, het gebruik, het actueel houden, doorvoeren van aanpassingen en het bewerken van de gegevens. Zonder goede gegevens en systematisch beheer daarvan kunt u geen doelmatig rioleringsbeheer voeren. Gegevens voor het beheer van riolering moeten zijn gedefinieerd volgens NEN EN 16323, NEN 3300 en het Gegevens Woordenboek Stedelijk Water van Stichting RIONED. Deze gegevens moeten passen binnen het datamodel van het Gegevens Woordenboek. Deze definiëring heeft u nodig om zonder gegevensverlies gegevens te kunnen uitwisselen. Inspectie en beoordeling C2400 Leidraad riolering 7
Het volledige document is beschikbaar voor begunstigers. Dit document is volledig beschikbaar voor begunstigers van Stichting RIONED. Als uw organisatie begunstiger is, kunt u inloggen via http://www.riool.net/login. Vervolgens kunt u dit document volledig bekijken door hier te klikken. Meer informatie over het begunstigerschap van Stichting RIONED kunt u vinden op http://www.riool.net/-/info-over-begunstigerschap.