INTERDIOCESANE PROEVEN 25-26 Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs Guimardstraat 1, 14 Brussel Ges. Vrije Basisschool (Gemengd) straat 4 1 Brussel 1
VVKBaO, 26 Deze brochure is een intern document. De gegevens mogen niet vrijgegeven worden zonder toelating van het schoolbestuur en het VVKBaO. 2
INLEIDING In dit schoolrapport vind je de resultaten van je school in vergelijking met de gemiddelde resultaten van de Vlaamse katholieke basisscholen die aan de IDP-proef 26 deelnamen. We leggen je hieronder uit hoe je die resultaten kunt interpreteren. De resultaten van de interdiocesane proeven (IDP) zijn outputgegevens waarmee de school haar eigen werking kan beoordelen. Ze helpen een antwoord te vinden op de vraag of men met het hele team erin slaagt de leerplandoelen doorheen de leerjaren van de basisschool bij de leerlingen te realiseren. Je kunt de resultaten gebruiken bij de evaluatie van de schoolwerking. Het gaat natuurlijk niet over alle leergebieden en zelfs maar over een deel van de doelen van de leergebieden Nederlands en wiskunde. Voor een volwaardige evaluatie moet het team veel andere gegevens naast de toetsresultaten leggen. Interessant aan IDP en aan dit rapport is wel dat je de resultaten van de eigen school met die van een groot aantal scholen, die vanuit dezelfde leerplannen werken, kunt vergelijken. Voor bepaalde aspecten zal je als team vaststellen dat je onder of boven het gemiddelde landt. Dat is een interessant aanknopingspunt voor een analyse van de eigen schoolresultaten. Daar kan de zoektocht naar de oorzaken beginnen. Om de werkelijke waarde van de eigen school op bepaalde gebieden te kunnen beoordelen, is het interessant om zich met 'de eigen familie' of de referentiegroep te kunnen vergelijken. Dat wil zeggen: met een groep scholen die met een vergelijkbare leerlingenpopulatie of onder gelijkaardige omstandigheden werken. Vandaar dat we in het schoolrapport niet alleen het landelijke gemiddelde ter vergelijking aanbieden, maar ook het gemiddelde van de referentiegroep waartoe jouw school behoort. We maken referentiegroepen op basis van drie GOK-indicatoren: de thuistaal van de leerlingen, het vervangingsinkomen en de opleiding van de moeder. Wie boven zijn referentiegroepscore landt, doet het meer dan behoorlijk. Ook al kan het bijvoorbeeld zijn dat in vergelijking met het gemiddelde van de grote steekproef van Vlaamse katholieke scholen de schoolscore niet boven dat gemiddelde uitkomt. Wie echter onder de referentiegroepscore zit, weet alvast dat de zwakke score niet enkel aan die ene GOK-indicator moet worden toegeschreven. Des te meer moet die school nagaan of er aan de onderwijspraktijk kan worden gesleuteld. Met kwalitatieve feedback probeert het VVKBaO het team nog specifieker aanwijzingen te geven voor het bijsturen van de onderwijspraktijk. Na iedere IDP-proef verschijnen in het najaar in de Pedagogische Mededelingen van het VVKBaO en op de website een aantal artikelen met de titel Commentaar en suggesties bij de proeven. Hierin vind je een pak suggesties voor de aanpak van leerprocessen en leerinhouden die in de getoetste doelstellingen besloten liggen. Of, anders gezegd, suggesties om ervoor te zorgen dat de leerlingen in het vervolg, voor gelijkaardige leertaken, minder fouten maken. Die aanbevelingen gaan overigens niet enkel over wat leerkrachten van het zesde leerjaar kunnen doen. Ze gaan terug naar het hele leertraject dat op het einde van de basisschool tot een bepaald resultaat leidt. Namens het IDP-team van het VVKBaO hopen we dat dit rapport een goede aanzet geeft om voor de kwaliteit van je school zorg te dragen. Jan Saveyn Pedagogisch coördinator Marc Van den Brande Secretaris-generaal VVKBaO 3
Schoolresultaten Nederlands Aantal leerlingen die deelnamen aan de proef : 73 Totaaloverzicht Leerdomein van onze school van Vlaanderen Dictee 88 85 Luisteren 7 74 Schrijven en taalbeschouwing 77 81 Spreken en taalbeschouwing 7 77 Studerend lezen 69 71 Taalsystematiek 57 63 van GOK- Referentiegroep (*) 85 75 81 78 71 63 * om onze GOK-referentiegroep te kennen, zie blz.17. 4
Luisteren Luisteren en spreken zijn onlosmakelijk verbonden. We evalueren ze dan ook best in brede communicatieve situaties. Op het einde van de basisschool kan en wil een kind de boodschap van de anderen waarnemen, begrijpen en verwerken. Voor luisteren is toetsen geen eenvoudige zaak. Door uit te leggen over welke luisterdoelen het in een bepaalde toets precies gaat, waarvoor een toets dient, zetten we een stap in de goede richting. Vraag 37 38 39 4 41 67 68 69 7 71 72 73 74 75 76 Aantal juiste antwoorden 44 56 52 49 58 6 69 63 49 43 41 53 4 53 32 Juiste antwoorden in % 6 77 71 67 79 82 95 86 67 59 56 73 55 73 44 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 69 7 82 82 76 76 7 71 84 84 82 83 94 94 87 88 79 79 64 64 58 59 77 77 67 66 8 8 45 46 Gem 7 74 75 5
Schrijven en taalbeschouwing Taalbeschouwing is de overkoepelende term waaronder elke activiteit valt waarbij op aspecten van taal gereflecteerd wordt. Hoe functioneert taal in communicatie en hoe gebruiken mensen taal als ze luisteren, spreken, lezen en schrijven(taalgebruik)? Hoe zit ze in elkaar(taalsystematiek)? Het streefdoel is om kinderen te laten nadenken over taalverschijnselen. Vraag 82 83 84 85 86 Aantal juiste antwoorden 47 46 71 62 56 Juiste antwoorden in % 64 63 97 85 77 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 71 71 74 74 93 92 85 85 82 82 Gem 77 81 81 6
Spreken en taalbeschouwing Taalbeschouwing is de overkoepelende term waaronder elke activiteit valt waarbij op aspecten van taal gereflecteerd wordt. Hoe functioneert taal in communicatie en hoe gebruiken mensen taal als ze luisteren, spreken, lezen en schrijven(taalgebruik)? Hoe zit ze in elkaar(taalsystematiek)? Het streefdoel is om kinderen te laten nadenken over taalverschijnselen. Vraag 87 88 89 9 91 Aantal juiste antwoorden 6 48 27 62 59 Juiste antwoorden in % 82 66 37 85 81 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 87 87 74 74 55 57 83 84 85 85 Gem 7 77 77 7
Studerend lezen Leesonderwijs leidt naar vaardige, kritische en selecterende lezers. Die lezer neemt talige boodschappen, niet-talige boodschappen en communicatieve elementen waar. Hij probeert ze te begrijpen, te interpreteren en te integreren. Hij vormt zich dan een oordeel. Een leestoets vertrekt daarbij steeds van een leesdoel? De vragen bij een tekst zijn steeds in functie van dat doel. Vraag 27 28 29 3 31 32 33 34 35 36 Aantal juiste antwoorden 4 4 59 6 4 63 53 5 44 54 Juiste antwoorden in % 55 55 81 82 55 86 73 68 6 74 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 64 65 5 5 8 81 9 91 7 7 84 84 73 73 6 6 61 61 76 76 Gem 69 71 71 8
Taalsystematiek Taalbeschouwing is de overkoepelende term waaronder elke activiteit valt waarbij op aspecten van taal gereflecteerd wordt. Hoe functioneert taal in communicatie en hoe gebruiken mensen taal als ze luisteren, spreken, lezen en schrijven(taalgebruik)? Hoe zit ze in elkaar(taalsystematiek)? Het streefdoel is om kinderen te laten nadenken over taalverschijnselen. Vraag 77 78 79 8 81 Aantal juiste antwoorden 43 56 36 48 24 Juiste antwoorden in % 59 77 49 66 33 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 62 63 81 81 51 51 69 7 51 51 Gem 57 63 63 9
Dictee Leren spellen is een onderdeel van leren schrijven. Het staat in dienst ervan. Aan het eind van de basisschool zou een kind de spellingcode moeten beheersen voor zover het die nodig heeft om op zijn niveau schriftelijk te communiceren. We toetsen dan ook vooral hoogfrequente woorden. aantal woorden juist Aantal leerlingen met... woorden % leerlingen met... woorden juist Cumulatief percentage % gemiddelde Vlaanderen % gemiddelde referentiegroep 2 12 16 16 15 19 14 19 35 19 18 14 19 54 17 17 2 27 81 14 16 4 5 86 1 15 5 7 93 8 14 1 1 94 5 13 1 1 95 4 12 95 2 11 2 3 98 2 1 98 1 9 98 1 8 98 7 98 6 98 5 98 4 98 3 98 2 98 1 98 16 19 18 14 1 8 5 4 2 1 1 1
Schoolresultaten Wiskunde Aantal leerlingen die deelnamen aan de proef : 73 Totaaloverzicht Leerdomein van onze school van Vlaanderen B en DO 61 7 B zonder ZKR 64 7 Getallenkennis 71 77 Meetkunde 7 72 MR 67 75 van GOK- Referentiegroep (*) 71 71 78 73 75 * om onze GOK-referentiegroep te kennen, zie blz.17. B en DO = Bewerkingen en domeinoverschrijdende doelstellingen M zonder ZKR = Bewerkingen zonder zakrekenmachine MR = Meten en metend rekenen 11
Bewerkingen en domeinoverschrijdende doelstellingen Kinderen moeten relatief complexe wiskundige problemen leren oplossen. Naast een algemene strategie om wiskundige problemen aan te pakken, ontwikkelen ze een aantal zoekstrategieën. Daarnaast krijgen kinderen in de lagere school wiskundige leertaken. Dat zijn opdrachten om wiskunde te leren en te studeren. Een derde aspect van domeinoverschrijdende doelstellingen is het leren communiceren over wiskunde. Communicatie heeft een belangrijk motiverend effect en leidt tot een toenemende bewustwording en verbetering van de verstandelijke prestaties. Vraag 42 43 44 45 46 47 48 49 5 51 Aantal juiste antwoorden 46 53 64 45 32 5 4 42 24 47 Juiste antwoorden in % 63 73 88 62 44 68 55 58 33 64 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 77 78 77 77 86 87 78 78 61 62 8 81 61 62 6 61 42 42 81 81 Gem 61 7 71 12
Bewerkingen zonder zakrekenmachine Bij bewerkingen komt eropaan dat kinderen concrete situaties in verband brengen met bewerkingen en omgekeerd. Inzicht in de eigenschappen van bewerkingen en de relaties tussen bewerkingen is essentieel om handig te kunnen rekenen. Kinderen leren vier rekenwijzen: hoofdrekenen, cijferen, schattend rekenen en werken met de zakrekenmachine. Op het einde van de basisschool kiezen ze de meest geschikte rekenwijze om verschillende soorten vraagstukken op te lossen. Vraag 11 12 13 14 15 16 17 18 19 2 Aantal juiste antwoorden 59 56 49 45 66 41 32 48 52 16 Juiste antwoorden in % 81 77 67 62 9 56 44 66 71 22 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 88 89 76 76 63 64 6 6 86 86 69 69 65 65 73 74 77 78 45 45 Gem 64 7 71 13
Getallenkennis Getallenkennis is het gedeelte van de wiskunde dat zich met de eigenschappen van getallen bezighoudt. Getallen zijn onmisbaar in alle leerdomeinen van wiskunde. Zo vind je getallen in bewerkingen bij rekentechnieken als hoofdrekenen, schattend rekenen, cijferen en de zakrekenmachine. Bij metend en metend rekenen, meetkunde en domeinoverschrijdende doelen zijn getallen een onmisbare hulp om situaties te verwiskundigen. Vraag 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 Aantal juiste antwoorden 54 6 62 54 5 39 43 62 32 65 Juiste antwoorden in % 74 82 85 74 68 53 59 85 44 89 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 83 83 89 89 81 82 8 8 8 8 69 7 71 71 77 78 56 56 85 85 Gem 71 77 77 14
Meetkunde De verkenning van de ruimte staat centraal bij ruimtelijke oriëntatie. Kinderen leren die ervaringen schematisch weergeven en interpreteren. Via verkenning van figuren worden belangrijke meetkundige begrippen verworven. Ze leren over meetkundige relaties als evenwijdigheid, loodrechte stand en symmetrie. De verworven meetkundige begrippen en inzichten worden verhoogd door ze in zinvolle toepassingen te integreren. Vraag 21 22 23 24 25 62 63 64 65 66 Aantal juiste antwoorden 66 37 19 52 53 46 63 54 7 54 Juiste antwoorden in % 9 51 26 71 73 63 86 74 96 74 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 91 91 59 6 58 58 8 8 74 74 4 42 86 86 72 72 92 92 7 71 Gem 7 72 73 15
Meten en metend rekenen De eerste fase bij meten is dingen kwalitatief leren vergelijken zonder meetinstrument en maateenheid. Geleidelijk ontstaat het inzicht dat het echte kwantitatieve meten bestaat uit nagaan hoeveel keer de maateenheid in het te meten voorwerp gaat. Leerlingen ervaren daarbij de nood aan een standaardmaateenheid. Op basis van referentiematen maken ze schattingen. Meten en metend rekenen is praktisch, functioneel en veelzijdig. Dit leerdomein biedt veel mogelijkheden voor probleemoplossend denken. Vraag 52 53 54 55 56 57 58 59 6 61 Aantal juiste antwoorden 47 47 51 54 36 51 45 5 51 6 Juiste antwoorden in % 64 64 7 74 49 7 62 68 7 82 Vlaanderen in % Referentiegroep in % 73 74 74 74 76 76 85 85 6 61 75 76 75 76 73 73 71 71 87 87 Gem 67 75 75 16
GOK-profielen van de scholen die hun resultaten elektronisch invoerden Procentuele verdeling van de groepen van deelnemende scholen Groep Betekenis % groep 1 groep 2 groep 3 groep 4 GOK leerlingen = % % < GOK leerlingen < 3% 3% < GOK leerlingen < 7% GOK leerlingen > 7% 12 79 8 2 Onze school, De Speling, behoort tot groep 2. 17
Opleiding moeder Groep Betekenis % groep 1 % lln -14 68 groep 2 % lln 15-69 31 groep 3 % lln>7 1 Onze school, De Speling, behoort tot groep 2. Thuistaal niet Nederlands Groep Betekenis % groep 1 % lln -14 83 groep 2 % lln 15-69 14 groep 3 % lln>7 4 Onze school, De Speling, behoort tot groep 1. Vervangingsinkomen Groep Betekenis % groep 1 % lln= 24 groep 2 % lln -29 74 groep 3 % lln>3 2 Onze school, De Speling, behoort tot groep 2. 18
school vergeleken met referentiegroepen GOK algemeen Onze school groep 1 groep 2 groep3 groep 4 GOK leerlingen = % % < GOK leerlingen < 3% 3% < GOK leerlingen < 7% GOK leerlingen > 7% Nederlands 75 79 77 72 6 Wiskunde 67 75 73 67 59 Onze school, De Speling, behoort tot groep 2. 19
Opleiding moeder Onze school groep 1 groep 2 groep3 % lln -14 % lln 15-69 % lln>7 Nederlands 75 78 76 6 Wiskunde 67 74 71 59 Onze school, De Speling, behoort tot groep 2. 2
Thuistaal niet Nederlands Onze school groep 1 groep 2 groep3 % lln -14 % lln 15-69 % lln>7 Nederlands 75 78 75 65 Wiskunde 67 74 7 67 Onze school, De Speling, behoort tot groep 1. 21
Vervangingsinkomen Onze school groep 1 groep 2 groep3 % lln= % lln -29 % lln>3 Nederlands 75 78 77 58 Wiskunde 67 75 73 58 Onze school, De Speling, behoort tot groep 2. 22
INHOUD Inleiding 3 Schoolresultaten Nederlands 4 Luisteren 5 Schrijven en taalbeschouwing 6 Spreken en taalbeschouwing 7 Studerend lezen 8 Taalsystematiek 9 Dictee 1 Schoolresultaten Wiskunde 11 Bewerkingen en domeinoverschijdende doelstellingen 12 Bewerkingen zonder zakrekenmachine 13 Getallenkennis 14 Meetkunde 15 Meten en metend rekenen 16 GOK-profielen van de scholen die hun resultaten elektronisch invoerden 17 Opleiding moeder 18 Thuistaal niet Nederlands 18 Vervangingsinkomen 18 school vergeleken met referentiegroepen 19 23