UniC BHV-plan en noodhulpplan Rianne van der Raadt Frieke Aarts Annette de Nie 4-11-2011
Inhoudsopgave 1. Verantwoording BHV-plan... 3 1.1 Doel BHV-plan:... 3 1.2 Taken BHV-organisatie... 3 1.3 Verantwoordelijkheden... 3 1.4 Beheer BHV-plan... 3 2. Basisgegevens school... 4 2.1 Schoolgegevens... 4 2.2 Belangrijke telefoonnummers... 4 2.3 Medegebruikers... 4 2.4 Afspraken externe hulpverleningsdiensten... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.5 Aanrijtijden externe hulpverleners... 4 2.6 Personeel... 5 2.6.1 Aantal werknemers... 5 2.6.2 Speciale risicogroepen in de school:... 5 2.6.3 Werktijden... 5 2.6.4 Receptie... 5 2.6.5 Derden... 5 2.6.6 Bezoekers... 5 3. Gegevens gebouw... 6 3.1 Bedrijfsstoffen... 6 3.1.1 Gas... 6 3.1.2 Elektriciteit... 6 3.1.3 Water... 6 3.1.4 Opslag gevaarlijke stoffen... 6 3.2 Bediening ventilatiesysteem... 6 3.3 Liften... 6 3.4 Apparatuur met een vermogen van 500 W of meer... 6 3.5 Vluchtroutes... 6 1
3.6 Sprinklerinstallatie... 7 3.7 Verzamelplaats... 7 3.8 Brandmeldinstallatie (BMI)... 7 3.9 Ontruimingsalarminstallatie... 7 4. BHV-organisatie... 8 4.1 De BHV ers... 8 4.2 Opleiding BHV-ers:... 9 4.3 Aanwezigheid BHV-ers:... 10 5. BHV-materialen... 10 5.1 Blus- en Eerste Hulp-middelen... 10 5.2 Communicatiemiddelen... 11 5.3 Alarmering... 11 6. Instructies voor het personeel... 11 6.1 Taak overige werknemers... 11 6.2 Melden van een incident... 11 6.3 Procedure voor het melden van een incident door een werknemer... 11 7. Procedures bij specifieke situaties... 12 7.1 Ontruiming... 12 7.2 Brand... 12 7.3 Ongeval... 12 7.4 Bommelding... 13 8. Nazorg, registratie en evaluatie... 13 8.1 Incidentenregistratie.... 13 8.2 Ontruimingsoefening:... 14 8.3 Restrisico s en de BHV... 14 8.4 Maatregelen en doelen... 14 8.5 Nazorg... 14 2
1. Verantwoording BHV-plan 1.1 Doel BHV-plan: Doel van het Bedrijfshulpverleningsplan (BHV-plan) is om een BHV-organisatie in te richten die in geval van een noodsituatie of dreigende noodsituatie tijdig en snel kan worden geactiveerd en doelmatig kan optreden om de gevolgen ervan zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast heeft het BHV-plan een informatieve functie in die zin, dat het de betrokkenen bewust maakt van de mogelijke risico s. Het Bedrijfshulpverleningsplan bevat alle gegevens die nodig zijn om in geval van een incident doelmatig te kunnen optreden om letsel en schade te beperken. Daarnaast is iedere werknemer verantwoordelijk voor de veiligheid in het bedrijf voor zover dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen. Daarom dient iedere werknemer op de hoogte te zijn van het BHV-plan. Om dit extra te stimuleren wordt er een verkort versie van het BHV-plan, in de vorm van een calamiteitenboekje, verspreid onder de werknemers. 1.2 Taken BHV-organisatie De bedrijfshulpverleningsorganisatie heeft als hoofdtaak eerste hulpverlening bij calamiteiten, zoals brand, ongevallen, bommeldingen etc. Dit doet de BHV er door: 1. het verlenen van Eerste Hulp bij ongevallen; 2. het beperken en bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen; 3. het alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf. 4. het informeren van en communiceren met professionele hulpverleners 1.3 Verantwoordelijkheden De directeur is in gevolge de Arbo-wetgeving aansprakelijk voor de veiligheid van de werknemers en voor de bedrijfsmiddelen. De directeur heeft de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat alle voorwaarden aanwezig zijn om de bedrijfshulpverleners hun taken laten uitvoeren. De directeur kan verschillende taken te delegeren aan werknemers. Daarnaast is iedere werknemer is verantwoordelijk voor de veiligheid in het bedrijf voor zover dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen. 1.4 Beheer BHV-plan Het BHV-plan wordt minimaal jaarlijks (in september) geëvalueerd en zonodig bijgesteld. Wijzigingen in de wet- en regelgeving, Risico Inventarisatie & Evaluatie (RIE) en het Plan van Aanpak worden verwerkt in het BHV-plan. De preventiemedewerker is verantwoordelijk voor het opstellen en beheer van het BHVplan. 3
2. Basisgegevens school 2.1 Schoolgegevens School: UniC Straat en nummer Van Bijnkershoeklaan 2 Postcode en plaats 3527 XL Utrecht Telefoonnummer 0302843100 E-mail info@unic.nl 2.2 Belangrijke telefoonnummers Intern alarmnummer: 300 Nummer receptie: 300 Alarmnummer: 112 Beveiligingsbedrijf: SMC Alarmcentrale, tel. 040-2443465 Directie: Dave Drossaert, intern 301 Hoofd BHV: Annette de Nie, intern 305 Preventiemedewerker: Frieke Aarts, intern 300 Teamleider onderbouw: Ruben Koeweiden, intern 304 Teamleider middenbouw: Karin Bos, intern 308 Teamleider bovenbouw: Tessa van Stek, intern 310 2.3 Medegebruikers NUOVO (bestuur Unic): 0302969040 2.4 Afspraken en aanrijtijden externe hulpverleners De veiligheid in en rondom de school is belangrijk. Daarom hebben we op UniC samen met de andere scholen in de wijk, het wijkbureau en de politie een convenant getekend. Dit Convenant Veiligheid in & om school Zuidwest heeft als doel de veiligheid in en rondom de school te vergroten door het tijdig signaleren van strafbaar gedrag. In het convenant is onder andere vastgelegd: - dat we als school altijd aangifte doen van strafbare feiten. - dat de school in voorkomende gevallen bevordert dat ook de leerlingen aangifte zullen doen van strafbare feiten. - dat we jaarlijks alle kluisjes controleren. In geval van een incident of calamiteit zijn de volgende aanrijtijden van externe hulpverleners van toepassing: Aanrijtijd ambulance 15 minuten bij A1 urgentie (levensbedreigend) 30 minuten bij A2 urgentie (niet levensbedreigend) 4
Aanrijtijd Brandweer 8 minuten Aanrijtijd Politie enkele minuten afhankelijk van urgentie en beschikbare eenheden 2.5 Personeel 2.5.1 Aantal werknemers UniC heeft momenteel 45 docenten vast in dienst. Daarnaast heeft UniC 1 pedagogisch medewerker, 2 concierges, 1 administratief medewerker, 1 management assistent, 1 technisch onderwijsassistent, 1 interne coach, 3 teamleiders en 1 directeur in dienst. Bovendien zijn er elk schooljaar zo n 20 stagiaires op Unic werkzaam. Het is lastig aan te geven hoeveel medewerkers er per verdieping aanwezig zijn omdat de roosters rouleren. Gemiddeld zijn er 5, 10, 25 en 15 medewerkers aan het werk op respectievelijk begane grond, 1 e, 2 e en 3 e verdieping. 2.5.2 Speciale risicogroepen in de school: Het hoofd BHV heeft een lijst met de leerlingen/medewerkers welke minder mobiel zijn. Het hoofd BHV stelt de overige BHV ers op de hoogte van deze leerling/medewerker. Wanneer er sprake is van minder mobiele leerlingen/werknemers bespreken de BHV ers wie hier verantwoordelijk voor is en hoe ermee om wordt gegaan. 2.5.3 Werktijden Van iedere afdeling moet duidelijk zijn welke werktijden er gelden. Hierbij moet ook aangegeven worden wat de mogelijkheden zijn voor overwerk. Bouw: Werktijden: Overwerk: Onderbouw 07.45-17.30 uur In overleg, bellen met beveiliging als het later wordt dan: 23.00 uur Middenbouw 07.45-17.30 uur Idem Bovenbouw 07.45-17.30 uur idem 2.5.4 Receptie De receptie is op werkdagen bezet van 07.30 tot 17.30 uur. 2.5.5 Derden De schoonmaak is op werkdagen aanwezig van 16.00 tot ca. 20.30 uur. 2.5.6 Bezoekers Personen die op bezoek zijn dienen bij een calamiteit bij de persoon te blijven waar zij een afspraak mee hebben, en de instructies van deze persoon op te volgen. Bezoekers dienen zich te melden en registreren bij de receptiebalie. 5
3. Gegevens gebouw 3.1 Bedrijfsstoffen 3.1.1 Gas Hoofdaansluiting begane grond, meterkast, ruimte 0.4 Sleutelbeheerder receptiebalie 3.1.2 Elektriciteit Hoofdaansluiting begane grond, meterkast, ruimte 0.4 Sleutelbeheerder receptiebalie 3.1.3 Water Hoofdaansluiting begane grond, opslagruimte damestoilet, ruimte 0.7 Sleutelbeheerder receptiebalie 3.1.4 Opslag gevaarlijke stoffen Binnen de school zijn in het laboratorium verschillende gevaarlijke stoffen aanwezig. De Technisch Onderwijs Assistent beheert het laboratorium en waakt over opslag en het juiste gebruik van deze stoffen. In bijlage 3 vindt u een overzicht. 3.2 Bediening ventilatiesysteem Locatie bediening ventilatiesysteem begane grond, receptiebalie, ruimte 0.3 Instructies zijnaanwezig in de kast direct onder het bedieningspaneel 3.3 Liften Locatie bediening liften buitenlift: bedieningspaneel naast lift (stroomtoevoer: groep 56, meterkast begane grond, ruimte 0.4) binnenlift: bedieningspaneel in lift (stroomtoevoer: groep 58, meterkast begane grond, ruimte 0.4) Onderhoudsrapporten jaarlijks onderhoud door Schindler, rapport bij administratie, 1 e verdieping, ruimte 1.19 Keuringsrapporten idem onderhoudsrapport 3.4 Apparatuur met een vermogen van 500 W of meer Locatie apparatuur met vermogen 500 W - keuken, begane grond, ruimte 0.15 - laboratorium, begane grond, ruimte 0.21 - WKO installatie, kelder, ruimte -1.5 en -1.10 - Docentenwerkruimte, 1 e verdieping, ruimte 1.14 - Docentenwerkruimte, 3 e verdieping, ruimte 3.29 3.5 Vluchtroutes In de ontruimingsplattegronden zijn de verschillende vluchtroutes te zien. In het gebouw zijn de vluchtroutes aangegeven doormiddel van één van de volgende bordjes: 6
Uitgang: pijl in kader (groen/ wit) Nooduitgang: rennende figuur, pijl, deur (groen/ wit) Op strategische plaatsen hangen de overzichtelijke ontruimingsplattegronden waarop de kortste vluchtwegen en de nooduitgangen zijn aangegeven. Vluchtwegen en nooduitgangen worden te allen tijden vrij gehouden van obstakels. 3.6 Sprinklerinstallatie Locatie bediening sprinklerinstallatie Bediener sprinklerinstallatie Beheer niet aanwezig in het pand niet van toepassing niet van toepassing 3.7 Verzamelplaats In het geval van een ontruiming verzamelt iedereen zich rechtsvoor op het plein van de Anne Frankschool, Van Bijnkershoeklaan 8, 3527 XL Utrecht. 3.8 Brandmeldinstallatie (BMI) Beheerder BMI Frieke Aarts Locatie BMI receptiebalie, begane grond, ruimte 0.3 3.8.1 Ontruimingsalarminstallatie Locatie bediening ontruimingsalarminstallatie receptiebalie, begane grond, ruimte 0.3 Bediener ontruimingsalarminstallatie Frieke Aarts Beheer Hulst Beveiligingstechiek B.V. 7
4. BHV-organisatie 4.1 De BHV ers BT=basistraining HH=herhalingstraining BHV er Frieke Aarts Ronald Cirkel Eric Franken Annette de Nie HayatRricha Baukje Marije van Seggeren Sven Metsemakers Afdeli ng BHVfunctie Hoofd BHV BHV-taak Allround BHVopleiding(en) en aanvullende opleidingen Datum BHVopleiding(en) en herhalingscursus( sen) 2006 BT 8.9.2011 HH 2002 BT 8.9.2011 HH 2007 BT 8.9.2011 HH 2006 BT 8.9.2011 HH 2008 BT 8.9.2011 HH 2008 BT 8.9.2011 HH 2007 BT 8.9.2011 HH 8
Koen Assman Gijsbert Ruitenbeek Annemieke Offerman Sophie Mooren John Doorn Rianne Neering Daan Switters Han Bosman 26.10.2011 BT 26.10.2011 BT 26.10.2011 BT 26.10.2011 BT 26.10.2011 BT 17.01.2012 BT 17.01.2012 BT 2007 BT 8.9.2011 HH 4.2 Opleiding BHV-ers: Alle BHV ers zijn adequaat opgeleid (BT basistraining). Daarnaast krijgt elke BHV er elk jaar een herhalingscursus (HH). De scholing wordt bijgehouden door het hoofd BHV. Daarnaast organiseert het hoofd BHV de herhalingscursussen. 9
4.3 Aanwezigheid BHV-ers: Het hoofd BHV is op de hoogte van de aanwezigheid in school van de BHV ers. Dit is in onderstaand schema vastgelegd: BHV er Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Frieke Aarts x x x x Ronald Cirkel x x x x x Eric Franken x x x Annette de Nie x x x x Koen Assman x x x x Gijsbert x x x Ruitenbeek Hayat Rricha x x x x Baukje Marije van Seggeren x x tot 14.00 x x Sven Metsemakers x na 13.00 x na 13.00 x na 13.00 Sophie Mooren x x tot 12.45 x x tot 12.45 x Daan Switters x x x tot 12.45 x John Doorn x x x x x tot 12.45 Annemieke x x x x Offerman Rianne Neering x x x x Mirjam Schmidt x x x x x (Nuovo) Tanja Mattijssen x tot 16.00 x tot 16.00 x tot 15.00 x tot 15.30 x tot 14.00 (Nuovo) Cees Pouw (Nuovo) Abdel Yandouzi (Nuovo) 5. BHV-materialen 5.1 Blus- en Eerste Hulp-middelen De verschillende hulpmiddelen zij hieronder uitgewerkt. De vindplaats van deze middelen zijn per verdieping te zien op de ontruimingsplattegronden in bijlage 1. 1. Verbandtrommels 2. Blusdekens 3. Brandslag 4. Handbrandblusser 5. Brandmelders 6. Brandmeldcentrale Het hoofd BHV zorgt ervoor dat de hulpmiddelen regelmatig gecontroleerd en eventueel aangevuld worden. 10
5.2 Communicatiemiddelen Communicatiemiddelen digitale telefooncentrale met interne nummering Beheer Annette de Nie 5.3 Alarmering In geval van een incident kan de brandmeldinstallatiebeheerder de brandmeldinstallatie in alarm zetten waardoor de slow-whoop afgaat. Dit is voor alle werknemers en leerlingen een signaal om het pand zo snel mogelijk te ontruimen. Ook kan de interne telefooncentrale gebruikt worden om alle afdelingen te alarmeren. De procedures voor specifieke incidenten worden beschreven in hoofdstuk 6 en 7 van dit BHV-plan. 6. Instructies voor het personeel 6.1 Taak overige werknemers In het calamiteitenboekje staat voorlichting voor alle werknemers. Zie bijlage voor het calamiteitenboekje. Het volgende dienen de overige werknemers minimaal te weten: 1. wat het alarmnummer is: intern nummer 300 of extern alarmnummer 112 2. welke de procedures zijn, die in het kort zijn beschreven in het calamiteitenboekje. 3. waar de hulpmiddelen en vluchtwegen zijn 4. waar de verzamelplaats is. 6.2 Melden van een incident Een incident wordt gemeld op een centraal punt, de receptie. Het interne alarmnummer is: intern nummer 300. Vanuit hier kan/kunnen de BHV er(s) opgeroepen worden en wordt er zo nodig contact opgenomen met externe hulpverleningsdiensten. Medewerker(s) met de speciale taak om externe hulpverleners te alarmeren na een interne melding van een incident: Naam:Annette de Nie telefoonnummer(s): intern nummer 305. Naam: Frieke Aarts telefoonnummer(s): intern nummer 300. 6.3 Procedure voor het melden van een incident door een werknemer Als u slachtoffer van een ongeval bent, kunt u zelf de BHV alarmeren of door hulpgeroep aandacht trekken. Bij een incident, welke directe evacuatie van het gebouw vereist, drukt u de alarmbel in. Er kan zich een situatie voordoen die zo dreigend is, dat u alleen nog uzelf en anderen in veiligheid kunt brengen en zo directe ernstige gevolgen kunt voorkomen. Doe, zodra het mogelijk is, dan alsnog een melding. Bij melding wordt de volgende procedure gevolgd: 1. Alarmeer het centrale punt/receptionist/telefonist 2. De telefonist (of anderemedewerker) vraagt: 11
wie u bent (naam, afdeling, verdieping, kamernummer, telefoonnummer) water is gebeurd waar het incident is of er slachtoffer(s) zijn en wat hun toestand is of er bijzonderheden zijn. 3. De telefonist waarschuwt de BHV-er(s). 4. De BHV-er(s) voeren hun bedrijfshulpverleningstaken uit. 5. De telefonistinformeert in overleg met de BHV-er(s) zonodig brandweer, ambulance of politie via 1-1-2. 7. Procedures bij specifieke situaties 7.1 Ontruiming Hoe te handelen bij ontruimingsplan: 1. Staak de bezigheden waarmee je op dat moment bezig bent. 2. Sluit ramen en deuren 3. Wacht tot een BHV er in je lokaal is geweest 4. De lift mag niet gebruikt worden 5. Laat je spullen liggen 6. Docenten nemen absentielijst en agenda mee 7. Verlaat direct en beheerst het gebouw 8. Volg de aanwijzingen van de BHV er(s) op 9. Loop buiten weg van het gebouw naar de verzamelplaats 10. Gedraag je verkeersveilig 11. Meld je af bij de BHV er op de verzamelplaats 12. Docenten doen een hertelling van zijn/haar klas 13. Verlaat nooit de verzamelplaats zonder de uitdrukkelijke toestemming van de BHV er. 7.2 Brand Hoe te handelen in geval van brand: 1. Bij ontdekking van brand dient dit onmiddellijk gemeld te worden bij de receptie. Deze meld het bij het hoofd BHV.Meld de brand door intern nummer 300 of 112 te bellen. 2. Sluit de toegangsdeuren naar de plaats van de brand. 3. Waarschuw de in gevaar zijnde personen. 4. De lift mag niet gebruikt worden. 5. Help personen bij het verlaten van het gebouw, wijs hen de vluchtweg. 6. Volg de aanwijzingen van de BHV er op. 7. Volg de aanwijzingen van de brandweer op. 7.3 Ongeval Hoe te handelen in geval van een ongeval: 12
1. Meld het ongeval door intern nummer 300 te bellen. Doorloop de belprocedure, zoals beschreven bij 6.3. 2. Krijg je geen gehoor bel dan 112 en wacht de hulpverleners op. 3. De receptie waarschuwt het hoofd BHV of diens plaatsvervanger en een EHBO er en licht hen in 4. Op de plaats van het ongeval aangekomen verleent de EHBO er direct eerste hulp aan het slachtoffer. 5. Indien het slachtoffer daartoe in staat is, kan hij/zij na de verleende eerste hulp, zijn/haar werkzaamheden hervatten 6. Indien nodig draagt het hoofd BHV er zorg voor dat de betrokken leidinggevende, personeelszaken, familie en/of huisgenoten worden ingelicht. 7. Nadat het slachtoffer is geholpen en de nodige maatregelen getroffen zijn, informeert het hoofd BHV het personeel waarna weer op de dagelijkse routine kan worden overgeschakeld. 8. De EHBO er vult een ongeval-registratieformulier in. 7.4 Bommelding Hoe te handelen in geval van een bommelding: 1. Probeer zoveel mogelijk gegeven te verkrijgen van degene die opbelt en probeer deze zo lang mogelijk aan de praat te houden: Waar ligt de bom? Wanneer springt de bom? Hoe ziet de bom eruit? Wie bent u? Waarom doet u dit? Van wie en hoe hebt u dit gehoord? (indien het bericht uit de tweede hand komt). Identificeer de berichtgever (man, vrouw, kind). Exacte tijd van ontvangst. 2. Waarschuw de receptie via het interne alarmnummer intern nummer 300 of 112 en geef het bericht door zoals u dit heeft ontvangen 3. De receptie brengt het hoofd BHV of diens plaatsvervanger op de hoogte. 8. Nazorg, registratie en evaluatie 8.1 Incidentenregistratie. De regeling voor de incidentregistratie is te vinden in het UniC Veiligheidsplan in het hoofdstuk incidentenregistratie. 13
8.2 Ontruimingsoefening: Minimaal één keer per jaar vindt er een ontruimingsoefening plaats. Het hoofd BHV is verantwoordelijk voor het organiseren van de ontruimingsoefening. Dit gebeurt in overleg met de directie. Na elke ontruimingsoefening wordt het BHV-plan en het ontruimingsplan geëvalueerd en zo nodig aangepast. In onderstaand schema worden de ontruimingsoefeningen ingevuld: BHV-oefeningen verricht Datum Soort oefening incident 11.10.11 ontruiming soefening Vertoonde gebrek(en) Brand keuken Welke oplossing(en) voor gebrek(en) Wie pakt gebrek(en) aan nvt nvt Nvt Datum oplossing(en) aangebracht 8.3 Restrisico s en de BHV Op grond van de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE) worden de restrisico s bepaald die leidend zijn bij het inrichten van de BHV-organisatie. Restrisico s zijn minimale risico s die overblijven na een zorgvuldige uitvoering van de veiligheidsmaatregelen en voorzieningen. De negatieve gevolgen van deze restrisico s worden door adequaat optreden tijdens een inzet van de BHV-organisatie zoveel mogelijk beperkt. 8.4 Maatregelen en doelen Uit de RIE, de evaluatie, en eventuele analyse van incidentenregistratie volgt een Plan van Aanpak. De RIE zal in de loop van het huidige schooljaar 2011-2012 worden uitgevoerd. 8.5 Nazorg De procedure omtrent nazorg is te vinden in het veiligheidsplan in het hoofdstuk nazorg. 14
Bijlage 1. Gevaarlijke stoffen UniC (laboratorium) Adipochloride, 98% Aluminium, poeder, min. 93% Ammoniumchloride, zuiver Ammoniumnitraat, 99+%, p.a. Ammonia 25%, ch.z. Azijnzuur Azijnzuur (schoonmaakazijn) Azijnzuur anhydride Bariumchloride dihydraat, pract. Bariumnitraat, ch.z. Bariumsulfaat, zeer zuiver Bariumsulfaat, pract. Bleekwater (Natriumhypochloride) Broom, 99% 1-butanol 2-butanol Calcium, korrels, 99% Calciumcarbonaat, geprecipiteerd, licht Calciumchloride dihydraat, p.a. Calciumhydroxide, 96%, ch.z. Calciumsulfaat, (gebrande gips) tri-calciumfosfaat, pract. Chloroform, pract. Citroenzuur w.v., 99%, zuiver Cobalt(II)chloride hexahydraat, 97% DCPIP natriumzout hydraat, 98+% Diethylether, pract. Fenolftaleïne, 1%-ige oplossing in ethanol 70% Fenolftaleïne, indicator D(+)-Glucose, w.v., pract. Glycerol Eur.Ph s.g. n-hexaan, 95+% 15
1,6-Hexanediamine, 99,5% 1-Hexeen, 97% Houtskool, poeder Jood, dubbel gesublimeerd, zuiver Kaliumbromide, 98% Kaliumcarbonaat w.v., ch.z. Kaliumchloraat, pract. Kaliumchromaat, ch.z. Kaliumdichromaat, 99%, pract. Kaliumhydroxide, pellets, ch.z. Kaliumjodide, 99,5%, USP Kaliumnitraat, technisch Kaliumpermanganaat, 98% Kaliumsulfaat, pract. Kaliumsulfaat w.v., poeder, ch.z. Kaliumthiocyanaat, pract. di-kaliumwaterstoffosfaat w.v., 99% Koper, poeder 200 mesh Koper(II)chloride dihydraat, pract. Koper(II)sulfaat pentahydraat, techn. Koper(II)nitraat 2,5-hydraat, zuiver Koper(II)sulfaat, w.v., pract. Lood(II)nitraat, ch.z. Magnesiumchloride hexahydraat, 99% Magnesium, band, ±3 m x 0,2mm, min. 99,5% rol Magnesium, poeder, pract. Magnesiumsulfaat heptahydraat, pract. Mangaan(IV)oxide, bruinsteen poeder Methanol, 99+% methyl-2-propanol Natrium, staafjes, min. 99% Natriumacetaat w.v., 99+%, p.a. Natriumbromide, w.v. DAB Natriumcarbonaat w.v., 99% Natriumchloride, 99,5%, p.a. Natriumfluoride, 97%, z.z. 16
Natriumhydroxide, pellets, ch.z. Natriumhypochloride (Bleekwater) Natriumjodide w.v., 99+%, zuiver Natriumoxalaat, zuiver Natriumsulfaat, w.v., 99% Natriumsulfietw.v., ch.z. Natriumtetraboraat Watervrij 500g Natriumthiosulfaatpentahydraat, ch.z. Natronwaterglas 2,5l Natriumwaterstofsulfaat w.v., ch.z. di-natriumwaterstoffosfaat w.v., pract. Nikkel(II)nitraat hexahydraat, 96+%, ch.z. Norit SA-2 Oxaalzuur dihydraat, ch.z. Paraffine, vloeibaar, USP Petroleumether, 60-80 C, pract. Salpeterzuur 63%, ch.z. 2,5L Staalwol nr. 00 (IJzer) Stearinezuur, 97% Strontiumchloridehexahydraat, ch.z. Strontiumnitraat, 99+%, p.a. Tin, granulaat, zuiver 1,1,1Trichloroethane Waterstofperoxide 30% 1L IJzer, poeder, zuiver IJzer (staalwol) IJzer(III)chloride hexahydraat, pract. IJzer(II)oxalaat dihydraat, 99% IJzer(III)oxide, rood, gezuiverd IJzer(II)sulfaat, gedroogd, pract. IJzer(III)sulfaat hydraat, p.a. Zilvernitraat, pract. Zink, stof Zinkbromide w.v., 98+%, z.z. Zinknitraat hexahydraat, 98% Zink, korrels 17
Zink, stof Zinkbromide w.v., 98+%, z.z. Zinksulfaat monohydraat, zuiver Zoutzuur, 36,5-38%, ch.z. 2,5L Zwavel, poeder, zuiver Zwavelzuur 96%, pract. 2,5L Agar-agar poeder Bewaarvloeistof voor ph en ORP elctrodes Broomthymolblauw Fenolftaleine Indicator papier ph 1-14 Kooksteentjes Lakmoespapier Methyleenblauwoplossing, volgens Löffler Concentratie: UniC beschikt over alle stoffen in de (meest) zuivere vorm. Gevaarlijke stoffen: De brandbare stoffen staan achter slot in de brandkast. De Zure en Basen staan achter slot in de zuren- cq de basenkast.er staan wat schoonmaakmiddelen (oa. spiritus) onder de afzuigkast. Beschermingsmiddelen: Leerlingen moeten bij elke proef een jas aan en een bril op. Er zijn (wegwerp) handschoenen aanwezig die door de leerlingen gebruikt kunnen worden. In het lokaal staat een map met info over de gevaarlijke stoffen. Maatregelen: Natuurlijk zijn de nodige blusmiddelen aanwezig en genoeg mogelijkheden om bijtende stoffen te verdunnen en weg te spoelen. 18