Planten 2 Cursus Natuurgids 3. Concurrentie 2 1. Wat heeft een plant nodig om te overleven? Voedsel Autotrofie Heterotrofie Voedselreserves Een en tweejarige planten Water Landplanten Waterplanten Voedsel: fotosynthese autotrofie bladeren = zonnepanelen 3 4 1
groei naar het licht klimplanten kleefkruid braam tamme kastanje bomen en struiken hop 5 6 lianen wilde kamperfoelie Heterotrofie parasiterende planten parasiet: klein warkruid bosrank klimop halfparasiet:marentak 7 8 2
Heterotrofie vleesetende planten blaasjeskruiden kleine zonnedauw 9 10 Voedselreserves wortels Voedselreserves stengelknol koolrabi aardappel schorseneer pastinaak peen 11 12 3
Voedselreserves bol Voedselreserves wortelstok adelaarsvaren wilde narcis gewone salomonszegel 13 14 Voedselreserves okselknolletjes Eenjarige planten gele ganzenbloem gewone duivenkervel speenkruid 15 16 4
Tweejarige planten kromhals Water: plant = 95% water Hoe opnemen? Hoe vasthouden? slangenkruid 17 18 Landplanten: water opnemen gele lupine wortelstelsel wortelknolletjesbacteriën vezelig wortelstelsel penwortel rhizobiumbacteriën 19 20 5
paddenstoel mycorrhiza epifyten cortex vaatbundel zwamvlok het wood-wideweb vliegenzwam 21 22 Landplanten: verdamping tegengaan beharing water opslaan waslaag muurpeper toorts gereduceerde bladeren klimop huislook 23 24 hulst douglasspar 6
droogte vermijden heidespurrie zuur of zout milieu vroege haver beuk gewone dophei lamsoor en zeekraal 25 26 Waterplanten gele plomp 27 28 7
Bloemen meeldraad helmknop helmhokje stempel bloemvormen geel nagelkruid stijl stamper zaadknop zomereik gewone berenklauw vruchtbeginsel kroon(blad) kelk(blad) helmdraad 29 driekleurig viooltje gewone dophei duizendblad 30 30 bloemen bloeiwijze paardenbloem Bestuiving tweehuizige planten zandblauwtje mannelijke katjes vrouwelijke katjes boerenwormkrui d 31 32 8
eenhuizige planten met eenslachtige bloemen Door de wind grove den grote lisdodde hangende zegge rogge 33 34 grote vossenstaart Door het water mannelijke bloemen Door dieren (= insecten) houtbij op scharlei knautiabij op beemdkroon grof hoornblad vrouwelijke bloem glasvleugelpijlstaart op vlinderstruik muskusboktor op gewone berenklauw 35 36 9
gevlekte aronskelk orchideeën hommelorchis vliegenorchis 37 38 wilgenroosje jonge bloem stamper teruggeslagen heterostylie oude bloem stamper uitgestrekt slanke sleutelbloem 39 40 10
Zelfbestuiving kleistogame bloemen stuifmeel afgezet op gesloten stamper geopende en teruggeslagen stempels verschrompelde meeldraden grasklokje maarts viooltje 41 42 braam Voortplanting zonder bevruchting paardenbloem Zaden en vruchten naaktzadigen bedektzadigen vrucht grove den kegel gewone esdoorn muizenoor zaad opgesloten in vrucht vrij liggende zaden 43 44 11
Functies van zaden: transport overbrugging van ongunstige periodes Zaadverspreiding diasporen = verspreidingseenheden bijbollen: look voedsel zaadbank op Spitsbergen bloembodem: bosaardbei hele plant: tumble weed 45 46 Door de wind stofzaden behaarde en geveerde diasporen bosrank paardenbloem soldaatje veenpluis 47 48 12
gevleugelde diasporen Door het water gladde iep regenwater: spettervruchten veldesdoorn verspreidbladig goudveil haagbeuk 49 50 stromend water Door dieren rogge op dieren kraakwilg gele lis wilde peen 51 52 13
actief verzamelen zaad met mierenbroodje inwendige verspreiding lelietje-van-dalen stinkende gouwe gewone vlier buxus gaai met eikel 53 wilde liguster 54 trosvlier Door de plant zelf brem 3. Concurrentie groot springzaad bleeksporig bosviooltje 55 56 14
3. Concurrentie notelaar: teletoxie 3. Concurrentie wilde kamperfoelie: insnoering beuk: schaduwwerking verruiging hooiland 57 58 15