Faculteit Wiskunde en Informatica. Lotgevallen. Facultair Verslag



Vergelijkbare documenten
2 Onderwijs. 2.1 Inleiding

Lotgevallen W&I 1993 p. 5

Technische Computertechniek; - een 2-jarige opleiding tot informatica-ingenieur voor afgestudeerden van een HIOopleiding.

Faculteit Wiskunde en Informatica. Lotgevallen. Facultair Verslag

Faculteit Wiskunde en Informatica. Lotgevallen. Facultair Verslag

2 Onderwijs. 2.1 Inleiding

Faculteit Wiskunde en Informatica. Lotgevallen. Facultair Verslag

2 Onderwijs. 2.1 Inleiding

Faculteit Wiskunde en Informatica. Lotgevallen. Facultair Verslag

Onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding

3.1 Beschrijving van het gevoerde onderzoeksbeleid op facultair niveau; algemeen

Beschrijving onderwijseenheden

d.d. 30 juni 2011 Overzicht Bestuurlijke Informatie voor Bilateraal Overleg 2011 Faculteit Wiskunde en Informatica

Directeur onderzoeksinstituut

SELECTIE EN TOEGANKELIJKHEID VAN HET HOGER ONDERWIJS SAMENVATTING EERSTE 2 RAPPORTEN:

3 Onderzoek. Hoogtepunten in het verslagjaar

Handleiding Honours Programma Wiskunde

Handleiding Honours Programma Wiskunde

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Revisie Keuzegids Universiteiten 2015

FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar

1. Doelstelling Vormgeven van structurele bachelorsamenwerking tussen de negen (Technische) Wiskunde opleidingen in Nederland.


Handleiding Honours Programma Wiskunde

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling wo bacheloropleiding Informatiekunde

Studierendement en -uitval

5.6 Het Nederlands hoger onderwijs in internationaal perspectief

Directeur onderwijsinstituut

De OU kiest een nieuwe koers. Lex Bijlsma 23 november 2013

STATISTISCH JAARBOEK STUDENTEN 2006 / 2007 D E R T I G S T E U I T G A V E

gelet op: de artikelen 7.13, 9.15, 9.18 en 9.38 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Onderwijs- en Examenregeling van de opleiding Informatica aan de Universiteit Utrecht

slides2.pdf 2 nov

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut

Figuur 1: Aantal gediplomeerde studenten lerarenopleidingen studiejaar (bronnen: hbo-raad en vsnu, bewerkt door sbo)

Eerste Kamer der Staten-Generaal

BIJLAGE 1 BIJ 3TU.ONDERWIJS ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING

Overzicht Bestuurlijke Informatie voor Bilateraal Overleg 2010 Faculteit Wiskunde & Informatica

Het belang van leren programmeren

Contextschets Techniek

Enquête over beleid en praktijk van instructies in Informatievaardigheden in Nederlandse universiteiten

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden &

Sociaal Jaarverslag Wageningen University & Research 2016

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs

Pieter Duisenberg Voorzitter Vereniging van Universiteiten

Voorbereidingscursussen

BESLUIT: de volgende onderwijs- en examenregeling voor de opleiding Toegepaste Wiskunde vast te stellen:

Aanvraagformulier nieuwe opleiding. Basisgegevens. Contactpersoon/contactpersonen Postbus GG Amsterdam

1.Inleiding. 2.Profielen per 1 augustus 2007

Opleidingsspecifieke bijlage van de onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding Scheikundige Technologie

BIJLAGE 1 BIJ 3TU.ONDERWIJS ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING

STATISTISCH JAARBOEK STUDENTEN 2004 / 2005 A C H T E N T W I N T I G S T E U I T G A V E

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4149, pagina 344, 24 april 1998 (datum) De arbeidsmarkt voor informatici is krap en zal nog krapper worden.

Opleidingsspecifieke bijlage van de onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding Scheikundige Technologie

Opleidingsspecifieke deel OER, Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences

Personeel in cijfers Bevat gegevens t/m ultimo 2012

Analyse instroom

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL OIKOS

Kerncijfers. Onderwijs. Onderzoek [ 6 ]

TU/e Bachelor College Herontwerp bacheloropleidingen. VSNU Conferentie Studiesucces 13 juni 2012 dr. Diana Vinke en drs.

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING BACHELOROPLEIDING

Overwegende dat KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: Artikel 1. Begripsbepalingen

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs

Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011

Wat is het verschil tussen deze opleiding bij de TU Delft en die bij een andere universiteit?

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling wo bacheloropleiding Informatica

Toelating en vrijstelling Toelating tot een van de masteropleidingen

Bijlage B-2. CV s van wetenschappelijk personeel, verzameld door Faculteit NWI via een door de medewerker ingevulde vragenlijst.

Betrokkenheid van onderzoekscholen bij het ontwikkelen van onderzoeksgerichte masteropleidingen

ZER Informatica. Programma-evaluatie. Resultaten programma-evaluatie. 5 enquêtes:

Curriculum Informatica 2003/04

Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013

Factsheet Toelatingstoets PABO

Profilering derde graad

t(ïj g 7 Technische Universiteit Eindhoven [jj te c h g h u u $ cc

Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences. Artikel Tekst 2.3 Colloquium doctum

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour

Toelating en vrijstelling

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA..DEN HAAG

Ontwikkelingen in de bacheloropleidingen Informatica en Informatiekunde

Naam opleiding: Technische Natuurkunde. Toelating

Regeling aanwijzing opleidingen in het hoger onderwijs inzake toelating deficiënte studenten 2007

De effecten van demografische ontwikkelingen op het onderwijs

1. Wetenschappers in Nederland M/V

Waar is de leraar scheikunde? Ontwikkelingen in tekortvakken in het vo

Inleiding 2. Het toelatingsexamen 3. NVO examen 5. Het schakelprogramma 6. INHOLLAND met doorstroomminor 8. Studeren in deeltijd 9

Foto: V.l.n.r. Bas van der Veldt (Algemeen Directeur AFAS), Margriet Jongerius (wethouder Gemeente Utrecht) en Jan Bogerd Vz CvB Hogeschool Utrecht

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Deel 2 (Opleidingsspecifiek deel): Bachelor Wijsbegeerte

Programma s BSc opleidingen Natuurkunde:

Studenten aan lerarenopleidingen

Informatieavond klas 3 Profielkeuze

UNIVERSITY OF EYE-OPENING SCIENCE. BACHELOR OF SCIENCE WERKTUIGBOUWKUNDE

SURF ALLE AAN DEK VERSLAG LIVE-EVENT

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling wo masteropleiding Computer Science

JAARVERSLAG FUNCTIONARIS EX. ART. 14 Wod NVI. (Dierproeven NVI in 2006) Bilthoven, mei 2007

De besturen van de faculteiten Technische Natuurkunde, Scheikundige Technologie en Wiskunde en Informatica:

Figuur 1: aandeel mannelijke studenten in instroom bij de pabo s in 2010 (bron: HBO-Raad, bewerking sbo)

Scenario s en samenwerkingsvormen curriculum herontwerp:

Transcriptie:

Faculteit Wiskunde en Informatica Lotgevallen Facultair Verslag 1996

INHOUDSOPGAVE 1 Algemeen 1 1.1 Onderzoek 1 1.2 Onderwijs 1 1.3 Organisatie 2 2 Onderwijs 3 2.1 Inleiding 3 2.I.1 De vakgroep Informatica 3 2.I.2 Eerste fase onderwijs 3 2.I.3 Het tweede fase onderwijs vakgroep Informatica 9 2.I.4 Post Academisch Onderwijs 9 2.W.1 De vakgroep Wiskunde 9 2.W.2 Eerste fase onderwijs 10 2.W.3 Tweede fase opleidingen 14 2.W.4 Cursussen in de derde geldstroom 15 2.W.5 Kwaliteitsbewaking 15 3 Onderzoek 17 3.1 Beschrijving van het gevoerde onderzoekbeleid op facultair niveau; algemeen 17 3.2 Onderzoekscholen 18 3.3 Bevordering en beheersing van de onderzoekkwaliteit 19 3.4 Instellingsbeleidsruimte en beleid ten aanzien van tweede en derde geldstroom 19 3.4.1 Instituut Wiskundige Dienstverlening (IWDE) 19 3.4.2 Eindhoven University Software Technologie Expertise Centrum (EUSTEC) 21 3.5 AIO-beleid 21 3.6 Verantwoording van de onderzoekinput 21 3.7 Tabellen wetenschappelijke input 22 3.8 Overige programma's en of thema's 37 3.8.1 Computers In Mathematical Education 37 3.9 Vakgroepenoverzicht 37 3.9.1 Sectie Analyse (A) 37 3.9.2 Sectie Besliskunde & Stochastiek (B&S) 38 3.9.3 Sectie Discrete Wiskunde (DW) 39 3.9.4 Vakgroep Informatica (I) 39 4 Beheer 40 4.1 Ondersteuning en beheer 40 4.2 Personeel en organisatie 40 4.3 Apparatuurbeleid 41 5 Exploitatierekening 42 Bijlage A. Voortgang onderzoek 44 1.1 Verslag BETA en Stieltjes Instituut 45 1.2 Verslag DISC 52 1.3 Verslag EIDMA 55 1.4 Verslag STEVIN Centrum 61 1.5 Verslag Tinbergen Instituut 68 I

1.6 Verslag IPA 69 1.7 Verslag SIKS 73 Bijlage B. Onderzoekresultaten 75 1 Onderzoekscholen Sector Wiskunde 76 1.1 BETA 76 1.2 BETA/STIELTJES 78 1.3 DISC 83 1.4 EIDMA 85 1.5 STEVIN Centrum 90 1.6 Tinbergen Instituut 94 2 Onderzoekscholen Sector Informatica 95 2.1 IPA 95 2.2 SIKS 103 3 Vakgroepen 105 3.1 Vakgroep Wiskunde 105 3.2 Vakgroep Informatica 121 Bijlage C. Overige onderwijs- en onderzoekactiviteiten 128 1 Symposia, cursussen, gastdocentschappen, advisering 129 2 Promoties 134 3 Bezoek aan internationale congressen en buitenlandse instituten 136 4 Ontvangen gasten 144 5 Onderscheidingen 146 Bijlage D. Organisatorische en/of commissiewerkzaamheden buiten de faculteit 147 1 Vakgroep Wiskunde 148 2 Vakgroep Informatica 153 Bijlage E. Colloquia 158 1 Werkseminarium Numerieke Wiskunde 159 2 Colloquium Numerieke Methoden voor het oplossen van Stokes en Navier-Stokes vergelijkingen 160 3 Colloquium Numerieke Methoden voor Singulier Gestoorde Differentiaalvergelijkingen 160 4 Wiskunde-Informatica colloquium 161 5 Stevin Colloquium 161 6 Colloquium 161 7 Eindhoven Optimization Seminar 1996 161 8 Seminar Probability Theory and Statistics 163 9 ZIC colloquia 164 10 Seminar Combinatorial Theory 164 11 Seminar Coding, Crypto & Information Theory 166 12 Symposium i.v.m. jubileum prof.dr. M. Rem 167 Bijlage F. IWDE/EUSTEC 169 IWDE 170 EUSTEC 176 II

Bijlage G. Ontwerpersopleidingen 178 1 Wiskunde voor de Industrie 179 2 Technische Informatica 185 Bijlage H. Personalia 191 1 Bestuur en beheer 192 2 Personeelsleden faculteit Wiskunde en Informatica 193 3 Ontwerpersopleidingen 198 4 Bureau van de faculteit 200 5 Faculteitscommissies 201 Bijlage I. Sociaal Verslag 204 3 Personeelslasten 1996 205 3.1 Specificatie van de personeelslasten over 1e en 2e/3e geldstroom 205 3.2 Specificatie overige personele lasten 205 4 Cijfermatige gegevens 206 4.1.1 Bezetting naar leeftijdscategorie 206 4.1.2 Bezetting naar functiecategorie 206 4.1.3 Verdeling deeltijdfuncties in fte's 207 4.1.4 Bezetting naar functiecategorie 208 4.2 Instroom naar functiecategorie 209 4.3 Vacatures en sollicitaties 209 4.4 Interne mobiliteit 210 4.5 Wijzigingen in salarisschaal 210 4.6 Bijzondere beloningen 211 4.7 Studiefaciliteiten 212 4.8 Ziekteverzuim 213 4.9 Verloop 213 4.10 Reden verloop 213 Bijlage J. Verenigingen van (oud-)studenten 214 1 Gemeenschap van Wiskunde en Informatica Studenten (GEWIS) 215 2 Vereniging van Informatica-ingenieurs Eindhoven (VIE) 217 3 Vereniging voor Wiskundig ingenieurs Eindhoven (WIRE) 221 III

1. Algemeen 1996 stond voor de faculteit Wiskunde en Informatica in het kader van de uitvoering van de reorganisatie die gezien het financiële perspectief onvermijdelijk was. Begin 1996 heeft de faculteit toestemming gekregen over te gaan tot implementatie van de reorganisatie. Aan het eind van het verslagjaar was de reorganisatie nog niet afgerond. 1.1 Onderzoek De belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van onderzoek zijn de volgende: Speerpunten De faculteit heeft in het verslagjaar op verzoek het College van Bestuur 4 speerpunten gedefinieerd, geïnspireerd door maatschappelijke problemen, te weten: grootschalig rekenen produktie en logistiek digitale communicatie embedded systems De discussie over de verkaveling van het onderzoek over deze speerpunten was in het verslagjaar nog niet afgerond. Onderzoekscholen Het onderzoek van de faculteit is merendeels ondergebracht in onderzoekscholen. De faculteit is penvoerder van EIDMA en IPA. Daarnaast participeert de faculteit in het begin van het verslagjaar in DISC, BETA, Stieltjes, SIKS en Stevin. De deelname aan Stevin als onderzoekschool is in het verslagjaar afgebouwd en deels vervangen door deelname aan Engineering Mechanics (EM) Het beleid is erop gericht om al het onderzoek van de faculteit onder te brengen in onderzoekscholen. Erkenning door de KNAW van IPA en BETA is in het verslagjaar voorbereid. Onderzoekvisitatie De visitatie van het onderzoek van de faculteit is in 1996 voorbereid en uitgevoerd. Het rapport van de visitatiecommissie wordt in de loop van 1997 verwacht. 1.2 Onderwijs De belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van onderwijs zijn de volgende: 5-jarig curriculum In het kader van de opzet van het 5-jarig curriculum is de opleiding Technische Wiskunde grondig gewijzigd. De opleiding profileert zich op drie gebieden die nadrukkelijk gericht zijn op de arbeidsmarkt, te weten: Digitale communicatie, Techniek, Bedrijfsvoering. Binnen de initiële opleiding Technische Informatica is gewerkt aan de verdere uitbouw van de twee aangeboden varianten: Technische Informatica en Bedrijfs Informatica. Onderwijsvisitatie Beide opleidingen zijn in 1995/1996 gevisiteerd. Het rapport van de visitatiecommissie is in de loop van 1996 gepubliceerd. Beide opleidingen zijn positief beoordeeld: er worden afgestudeerden afgeleverd die voldoen aan de op het punt van kennis, vaardigheden en attitude te stellen eisen. De punten van kritiek worden meegenomen bij de verdere vormgeving van de 5-jarige curricula. Voorbereiding implementatie MUB In het kader van de voorbereiding van de invoering van de MUB zijn diepgaande discussies gevoerd over de organisatie van het onderwijs. Hierbij is bijzondere aandacht besteed aan de organisatorische inbedding van opleidingsinstituten in de faculteit en aan de organisatie van het service-onderwijs. Besluitvorming heeft in het verslagjaar nog niet plaatsgevonden. Lotgevallen W&I 1996 p. 1

1.3 Organisatie In het kader van de reorganisatie alsmede in anticipatie op de invoering van de MUB is de organisatie van de faculteit op diverse punten aangepast. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de volgende: Aantal formatieplaatsen Inzet van de reorganisatie was om ten opzichte van de formatie 1994 het aantal 1e geldstroom formatieplaatsen met 37,9 plaatsen te reduceren tot 113,3. Aantal vakgroepen en leerstoelen Het aantal vakgroepen Wiskunde is teruggebracht van 3 naar 1. De vakgroepstructuur binnen Informatica is ongewijzigd gebleven. Het aantal kernleerstoelen Wiskunde is teruggebracht van 14 tot 8. Het aantal Informatica leerstoelen is gehandhaafd op 6. Organisatie extern gefinancierde activiteiten De extern gefinancierde activiteiten van de faculteit zijn ondergebracht bij het nieuw opgezette Instituut voor Wiskundige Dienstverlening Eindhoven (IWDE) voor wat betreft Wiskunde en het Eindhoven University Software Technology Expertise Centrum (EUSTEC) voor wat betreft Informatica. Voor beide werkeenheden is extra formatie gecreëerd. Samenstelling bestuur / CWB Het bestuur is gereduceerd tot 2 personen; de decaan en de vice-decaan. De taak van de commissie voor de wetenschapsbeoefening is overgedragen aan de vakgroepvoorzitters. Lotgevallen W&I 1996 p. 2

2 Onderwijs 2.1 Inleiding In dit verslag zijn een aantal statistische en kwalitatieve gegevens over de opleidingen opgenomen. Hiervoor is een selectie gemaakt uit de gegevens van het Statistisch Jaarboek TUE 1996. De voor de minister relevante gegevens/kengetallen zullen bovendien opgenomen worden in het Onderwijs Verslag TUE 1996. Voor uitvoeriger cijfermateriaal wordt dan ook verwezen naar genoemde edities. Waar relevant wordt ingegaan op de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in het verslagjaar. 2.I.1 De vakgroep Informatica De vakgroep Informatica verzorgt de eerste fase opleiding Technische Informatica, een geringe hoeveelheid service-onderwijs voor andere opleidingen, tweede fase onderwijs en contractonderwijs. In 1996 is de 4 jarige eerste fase opleiding gevisiteerd. Het rapport verscheen in juni 1996 in de VSNU reeks De kwaliteit van het universitair onderwijs. De commissie heeft de opleiding positief beoordeeld maar op een aantal zwakkere punten de vinger gelegd. Bij de programmering van het nieuwe curriculum wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanbevelingen van de visitatiecommissie. 2.I.2 Eerste fase onderwijs Initiële opleiding tot informatica-ingenieur. De verlenging van de studieduur met ingang van het studiejaar 1995-1996 heeft voor de opleidingen die binnen de sector Informatica worden aangeboden de volgende consequenties: - de gewone 4-jarige opleiding tot informatica-ingenieur, met na het eerste jaar een keuze mogelijkheid voor de studievariant Bedrijfsinformatica, wordt omgevormd tot een 5-jarige opleiding; - de 3-jarige opleiding tot informatica-ingenieur voor afgestudeerden van een HTO-opleiding Technische Computertechniek wordt omgevormd tot een opleiding van 3 jaar en 2 trimesters; - de 2-jarige opleiding tot informatica-ingenieur voor afgestudeerden van een HIO-opleiding wordt omgevormd tot een opleiding van 2 jaar en 1 trimester. Het nieuwe 5-jarige curriculum voor de informatica-opleiding is gestart in september 1995. Het eerste jaar heeft geen drastische wijzigingen ondergaan ten opzichte van het oude eerste jaar. Om de studeerbaarheid van het programma te verbeteren bevatten het tweede en derde jaar 3 vakken minder dan het oude curriculum en zijn de gehanteerde onderwijsvormen beter afgestemd op de beoogde leerdoelen. Eind 1996 waren de plannen voor het nieuwe derde jaar in een vergevorderd stadium van ontwikkeling. In het nieuwe curriculum omvat de onderbouw de eerste 3 jaren van de studie; deze fase wordt afgesloten met een PP-1 examen. De jaren 4 en 5 zijn inmiddels in grote lijnen ontworpen en worden achtereenvolgens ingevoerd. Bij de herziening van het curriculum is met name veel aandacht besteed aan een betere samenhang en opbouw van de praktische component. Gelijk met de herziening van het curriculum voor de variant Technische Informatica wordt het 5-jarig curriculum voor de variant Bedrijfsinformatica ontwikkeld en ingevoerd. Voor de tussengeneratie (één jaargang) Bedrijfsinformatica-studenten die nog het 4-jarig programma volgen zijn speciale regelingen van kracht. De verkorte opleidingen die grotendeels bestaan uit vrijstellingsregelingen sluiten aan op het nieuwe 5-jarige programma. De verantwoordelijkheid voor het 1e fase onderwijs en dus mede voor de her-programmering van het curriculum berust bij de curriculumcoördinator. Het grote belang dat de maatschappij heeft bij hooggekwalificeerde informatica-ingenieurs rechtvaardigt ten volle de extra inspanningen die de faculteit zich getroost om voornoemde 2- en 3-jarige opleidingen in stand te houden. Sinds het studiejaar 1990-1991 bestaat voor studenten de mogelijkheid om een gecombineerde propedeuse Wiskunde en Informatica te volgen. De verlenging van studieduur brengt hierin geen verandering. Service-onderwijs Naast de opleiding tot informatica-ingenieur wordt service-onderwijs in de informatica gegeven voor de andere opleidingen van de TUE. De faculteit beschouwt dit als een uiterst belangrijk onderdeel van haar taak. De omvang van het service-onderwijs bedraagt thans ongeveer 3,5 fte. Er zijn verschillende soorten Lotgevallen W&I 1996 p. 3

in dit onderwijs te onderscheiden: - inleidend programmeeronderwijs (voor alle faculteiten behalve N) - een substantiële bijdrage aan verplichte vakken en keuze vakken in een studierichting (IT, Wsk en BDK) - min of meer losse vakken, gekozen door enkele studenten uit andere studierichtingen. Sommige opleidingen neigen ertoe om hun eigen inleidend informatica-onderwijs te (gaan) verzorgen. De faculteit vindt dit geen goede zaak en wordt in deze opvatting gesteund door de Visitatie commissie Informatica (1996). Op het gebied van informatica-onderwijs in de latere fase van de studie meent de faculteit de andere studierichtingen meer te kunnen bieden dan nu wordt gevraagd. De toenemende informatisering van de maatschappij vraagt immers een steeds meer geavanceerde informaticakennis van de afgestudeerden van alle opleidingen. De faculteit staat open voor overleg hierover. In dit overleg heeft de faculteit een open oog voor de wensen van de andere opleidingen. Voor het met succes volgen van keuzevakken in de informatica is het echter onontbeerlijk dat de basiskennis door de faculteit Wiskunde en informatica wordt aangebracht. Instroom en doorstroom opleiding Technische Informatica In figuur 1 zijn de aantallen eerstejaars studenten informatica over de afgelopen 11 jaar weergegeven. Uit het overzicht blijkt dat de instroom sinds 1987 afneemt maar in 1995 weer een toename vertoont. Het dieptepunt was 1994 met een instroom van 68 eerstejaars. De TUE als totaal kende tot nu toe in 1990 de grootste instroom. De daling van het aantal eerstejaars informatica-studenten kan toegeschreven worden enerzijds aan de afname van de eerstejaars populatie, anderzijds aan een afnemende belangstelling voor exacte studies bij aankomende studenten. Sinds 1994 is de instroom weer groeiend en niet verder teruggelopen en de vooraanmeldingscijfers voor 1997 duiden op een verdere toename van het aantal eerstejaars. De sterk aangetrokken arbeidsmarkt voor informatici en de succesvolle voorlichting en PR zijn hieraan wellicht debet. In 1996 zijn 3 vrouwelijke studenten gestart met de opleiding. Gemiddeld over de laatste 11 jaar bedraagt het percentage vrouwelijke 1e jaars 8. In de jaren 1990, 1991, 1992, 1993, 1994, 1995 en 1996 zijn respectievelijk 4, 13, 14, 10, 16, 17 en 18 studenten gestart met het gecombineerde propedeuse-programma. In 2.W.2.1 is aangegeven welke resultaten deze studenten behaald hebben. Figuur 1 Aantallen 1e jaars studenten opleiding P-fase (1e jaars CUR)TECHNISCHE INFORMATICA 1 december gegevens CBS (Statistisch Jaarboek TUE 1996: tabel 1.1) aantallen studenten CUR 200 150 100 50 0 1986 1988 1990 1992 1994 1996 mannen vrouwen totalen mannen vrouwen totalen 1986 127 12 139 1987 163 7 170 1988 139 24 163 1989 124 12 136 1990 115 10 125 1991 107 6 113 1992 82 5 87 1993 85 5 90 1994 68 0 68 1995 78 2 80 1996 82 3 85 Faculteit Wiskunde en Informatica Lotgevallen W&I 1996 p. 4

Frequentieverdeling gemiddeld VWO eindexamen cijfer In figuur 2 is de frequentieverdeling van het gemiddelde VWO eindexamen cijfer van de eerstejaars studenten informatica met een VWO opleiding weergegeven. Uit het overzicht blijkt dat de informatica-opleiding studenten trekt met een hoger gemiddeld eindexamen cijfer dan de gemiddelde TUE eerstejaars student. Toch heeft 32.3% van de eerstejaars een gemiddeld eindexamen cijfer onder de 7. Voor de exacte vakken die alle informatica-eerstejaars met VWO gevolgd hebben is de situatie als volgt: voor natuurkunde heeft 15.5% minder dan een 7, voor wiskunde B heeft 29,6% minder dan een 7. Van de 61 eerstejaars die scheikunde in hun pakket hadden heeft 13.1% minder dan een 7. Van de 30 eerstejaars die biologie in hun pakket hadden heeft 26.7% minder dan een 7. De waarschuwing van de Technische Universiteiten aan aspirant-studenten voor de geringe slaagkans bij een cijfer lager dan een 7 voor de wiskunde en/of exacte vakken is blijkbaar ook dit jaar door een niet onaanzienlijk deel van de eerstejaars genegeerd. Op grond van dit verschijnsel heeft de visitatiecommissie Wiskunde en Informatica in 1990 geconcludeerd dat men moet verwachten dat het studierendement geen maatstaf is voor de kwaliteit van het onderwijs. In 1996 heeft de visitatiecommissie geconstateerd dat het P-rendement laag maar het PP rendement uitstekend is, daarmee impliciet aangevend dat de selecterende werking van de propedeuse goed is. De vrije studenteninstroom impliceert tevens dat het hanteren van streefrendementen voor het propedeutisch examen op basis van de instroom niet erg zinvol is. Figuur 2 Frequentieverdeling van het gemiddelde VWO-examencijfer (in %) van de 1e jaars studenten WO met VWO-opl. voor WSK, Inf en TUE-totaal (SJS tabel 2.2a) 35 30 25 20 15 10 5 0 % Wsk Inf TUE-totaal 9.5<=X<=10.0 9.0<=X<9.5 8.5<=X<9.0 8.0<=X<8.5 7.5<=X<8.0 7.0<=X<7.5 6.5<=X<7.0 6.0<=X<6.5 0.0<=X<6.0 9.5<=X<=10.0 9.0<=X<9.5 8.5<=X<9.0 8.0<=X<8.5 7.5<=X<8.0 7.0<=X<7.5 6.5<=X<7.0 6.0<=X<6.5 0.0<=X<6.0 Faculteit Wiskunde en Informatica WSK 0.0 9.5 9.5 9.5 9.5 33.3 14.3 14.3 0.0 INF 0.0 2.8 5.6 15.5 23.9 19.7 23.9 7.0 1.4 TUE-totaal 0.0 0.6 2.7 9.8 15.0 24.2 25.5 21.2 1.0 Aantal ingeschreven studenten. In figuur 3 is het aantal ingeschreven studenten informatica van de laatste 11 jaren weergegeven. Na een piek in 1988 daalt dit aantal gestaag. Gezien de sinds 1995 aantrekkende aantallen 1e jaars is de verwachting dat het aantal ingeschrevenen weer zal toenemen. Lotgevallen W&I 1996 p. 5

Figuur 3 Aantallen ingeschrevenen TECHNISCHE INFORMATICA 1 decembergegevens CBS (Statistisch Jaarboek TUE 1996: tabel 1.2) aantallen ingeschrevenen 600 500 400 300 200 100 0 1986 1988 1990 1992 1994 1996 mannen vrouwen mannen vrouwen totalen 1986 449 42 491 1987 531 35 566 1988 545 49 594 1989 534 45 579 1990 511 42 553 1991 493 37 530 1992 461 33 494 1993 407 28 435 1994 352 18 370 1995 334 13 347 1996 317 12 329 Faculteit Wiskunde en Informatica Rendementen De P-rendementen In figuur 4 zijn de P-rendementen van de afgelopen 7 jaren weergegeven. Het P-rendement na 1 jaar varieert tussen 26% en 47%. Het P-rendement na 1 jaar van de TUE varieert over deze jaren tussen 24% en 28%. Het P-rendement na 1,5 jaar wijkt de laatste jaren nauwelijks af van het P-rendement na 1 jaar. Dit komt omdat de studenten worden aangemoedigd zoveel mogelijk herkansingen te benutten in de zomer. Bij vakken die overblijven zijn vooral vakken uit het lentetrimester die dán getentamineerd worden. Het P-rendement na 2 (of meer) jaren fluctueert rond de 60%. Lotgevallen W&I 1996 p. 6

Figuur 4 P-rendementen TECHNISCHE INFORMATICA cohorten 1989 t/m 1995 Statistisch Jaarboek TUE 1996 tabel 3.2 70 60 50 40 30 20 10 0 % 1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 binnen 1 jaar binnen 1.5 jaar binnen 2 jaar na 2 jaar na 2 jaar binnen 2 jaar binnen 1.5 jaar binnen 1.0 jaar 1989 58 54 53 35 1990 66 64 62 39 1991 61 59 58 39 1992 57 56 49 40 1993 59 59 49 28 1994 59 56 50 1995 29 Faculteit Wiskunde en Informatica Cohortdefinitie: propedeuse studenten die niet eerder als student voor Wiskunde aan de TUE ingeschreven zijn geweest PP-rendementen In figuur 5 zijn de PP-rendementen van P-geslaagden vanaf 1987 weergegeven. Uit de figuur blijkt dat slechts een gering percentage van de studenten erin slaagt de PP-fase in de nominale tijd te doorlopen (tussen de 11% en 18%). Het merendeel van de studenten heeft 4 jaren nodig om de PP-fase te doorlopen en een niet onaanzienlijk deel zelfs 5 jaren of meer. Redenen hiervoor zijn dat sommige trimesters overvol zijn (b.v. trimester 3.2) en dat het afstudeerwerk veelal langer duurt dan de nominale 6 maanden. Met de verlenging van de studieduur tot 5 jaar en de afstemming daarop van het curriculum wordt beoogd de nominale en werkelijke studieduur bij elkaar te brengen. Vanaf het eerste cohort (generatie 1983 volgens de gehanteerde definitie) is het PP-rendement na 5 jaren of meer nooit lager dan 80% geweest. Lotgevallen W&I 1996 p. 7

Figuur 5 PP-rendementen TECHNISCHE INFORMATICA cohorten 1987 t/m 1994 Statistisch Jaarboek TUE 1996 tabel 3.5 100 % 80 60 40 20 0 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 1994 binnen 2 jaar binnen 3 jaar binnen 4 jaar binnen 5 jaar meer dan 5 jaar meer dan 5 jaar binnen 5 jaar binnen 4 jaar binnen 3 jaar binnen 2 jaar 1987 88 79 59 11 0 1988 91 79 56 15 0 1989 96 88 63 12 2 1990 85 81 59 15 12 1991 71 53 18 1 1992 Faculteit Wiskunde en Informatica Cohortdefinitie: studenten in de periode 1 dec. x-1 en 30 nov. studiejaar x aan de TUE het P-getuigschrift hebben behaald of daarvoor zijn vrijgesteld en vervolgens in de PP-fase zijn ingestroomd 58 16 8 1993 12 12 1994 5 Afgelegde examens In de periode 01-09-1995-31-08-1996 hebben 43 studenten (41 mannen en 2 vrouwen) hun propedeutisch examen en 51 studenten (49 mannen en 2 vrouwen) hun post propedeutisch examen behaald. Ten opzichte van het voorgaande jaar daalde het aantal behaalde propedeutische examens van 65 tot 43. Het aantal behaalde postpropedeutische examens daalde van 66 tot 51. Kwaliteitsbewaking Bij de kwaliteitsbewaking van het onderwijs speelt de Opleidingscommissie een belangrijke rol. Jaarlijks evalueert de Opleidingscommissie Informatica (OCI) het curriculum volgens een in 1993 ingevoerde opzet. Het evaluatierapport geeft inzicht in het selecterende, oriënterende en verwijzende aspect van de propaedeuse en de onderwijskwaliteit en de studeerbaarheid in het basisdeel. Middels dit instrument kunnen belemmeringen in de studievoortgang van de studenten opgespoord en verminderd worden. Bestaande plannen voor een aanpassing van het curriculum ter verbetering van de studeerbaarheid zijn ingepast in het nieuwe programma voor de 5-jarige cursusduur. Het 5-jarig curriculum is gestart in september 1995. De intensieve begeleiding van de eerstejaars studenten is met ingang van het studiejaar 1994-1995 vorm gegeven in het zogenaamde tutor-systeem. De eerstejaars worden in groepjes begeleid door een staflid tijdens wekelijkse bijeenkomsten. Doel is de studenten te stimuleren vanaf het begin serieus te studeren. Bijkomend voordeel is dat zeer snel ingegrepen kan worden als er zich problemen voordoen t.a.v. studiemateriaal, docenten of roosters. De ervaringen met dit begeleidingssysteem zijn positief en hebben geleid tot een verdere uitbouw ervan. De vermindering van de begeleiding vanaf het derde jaar (minder instructies) heeft geen negatieve effecten teweeg gebracht en is eveneens voortgezet. Lotgevallen W&I 1996 p. 8

In het verslagjaar zijn de eerste plannen in het kader van Kwaliteit en Studeerbaarheid ontwikkeld. Voor informatica zijn twee projecten van belang: Introductie van PGO in het Informatica curriculum en Verbetering van het systeem van kwaliteitszorg. Beide projecten komen tegemoet aan adviezen van de visitatiecommissie. Naar verwachting kunnen deze projecten in 1997 gestart worden. 2.I.3 Het tweede fase onderwijs vakgroep Informatica Promoties In 1996 vonden 9 promoties plaats, waarvan 1 vrouw. 6 promotieplaatsen werden gefinancierd op de eerste geldstroom, 1 plaats werd gefinancierd op de eerste + derde geldstroom, 1 plaats werd gefinancierd op de tweede geldstroom. 8 promoties werden intern voorbereid, 1 promotie extern. Het aantal promoties is in vergelijking met 1995 gestegen van 3 naar 9. Aan het eind van het verslagjaar waren 23,6 aio/oio plaatsen binnen de sector Informatica bezet, waarvan 10,6 aio-plaatsen uit de eerste geldstroom (inclusief 3,6 aio-plaatsen uit het SOBU en 1 plaats via de onderzoekschool IPA), 6 oioplaatsen uit de tweede geldstroom en 5 aio-plaatsen uit de derde geldstroom. Per 1 januari 1997 waren 2,6 eerste geldstroom aio-plaatsen, 1 oio plaats en 1 derde geldstroom aio-plaats vacant. De faculteit wil het aantal eerste geldstroom informatica aio's opvoeren tot ongeveer 14. Overigens streeft de faculteit ernaar het totaal aantal aio/oio's te handhaven op 30 à 35, zodat uit deze pool 7 à 8 promoties per jaar tot stand komen. Ontwerpersopleiding Technische Informatica De door de CCTO in 1993 gecertificeerde ontwerpersopleiding Technische Informatica leidt in twee jaar op tot ontwerper van gegevensverwerkende systemen voor technische toepassingen. Uitgangspunt hierbij is het streven naar enerzijds een goede theoretische fundering in de vorm van specificatie- en ontwerpmethoden, en anderzijds praktische oefening door werken aan een groot project. Gestreefd wordt naar een instroom in deze opleiding van 30 cursisten per jaar. Het aantrekken van goede cursisten blijkt minder makkelijk dan voorgaande jaren. Het aantal twaio's in dienst bedroeg op 31 december 1996 48. De instroom bedroeg 22 twaio's, 26 twaio's hebben hun diploma behaald. Er is een uitstekende samenwerking met het bedrijfsleven, waarbij ook cursussen vanuit het bedrijfsleven worden verzorgd. 2.I.4 Post Academisch Onderwijs In 1996 werden de volgende PAO-cursussen verzorgd: Hyperinformatievoorziening via het internet (2X); Innovatieve Technologieën voor Intranet en Internet; Daarnaast werden de volgende PAO-lezingen verzorgd: Informatie management in lerende ondernemingen; Java: kleren van de keizer of gordel van smaragd; Ten behoeve van de onderzoekschool Logica werd een aio-cursus Type Theorie verzorgd. In het kader van het Eindhoven University Software Technology Expertise Centrum (EUSTEC) zijn diverse cursussen verzorgd; deze zijn opgenomen in bijlage F. 2.W.1 De vakgroep Wiskunde De vakgroep Wiskunde verzorgt veel onderwijs. Ten eerste het eigen eerste fase onderwijs, maar daarnaast zijn er omvangrijke andere taken; het service-onderwijs voor andere opleidingen, tweede fase onderwijs en contractonderwijs. Binnen het tweede fase onderwijs wordt onderscheiden de ontwerpersopleiding Wiskunde voor de Industrie en de bijdrage aan de ontwerpersopleiding Logistieke besturingssystemen. Daarnaast is er de lerarenopleiding. Tenslotte worden promovendi begeleid. De eerste fase opleiding is in 1995 gevisiteerd. Het rapport van de commissie verscheen begin 1996 in Lotgevallen W&I 1996 p. 9

de VSNU-reeks "De kwaliteit van het universitaire onderwijs". De visitatie-commissie heeft de opleiding positief beoordeeld: er worden afgestudeerden afgeleverd die voldoen aan de op het punt van kennis, vaardigheden en attitude te stellen eisen. De commissie legde wel de vinger op een aantal zwakkere punten in de opleiding waarbij de geringe samenhang in het programma (veel kleine vakken), het meeste aandacht vraagt. De commissie sprak haar tevredenheid uit over de faciliteiten op de faculteit: met name de bibliotheek werd zeer goed genoemd. Ook de studie-begeleiding (met name de studie-advisering) kreeg lof toegezwaaid. Het internationaliseringsbeleid werd in positieve zin genoemd. 2.W.2 Eerste fase onderwijs In het verslagjaar is door de VC-5 (Voorbereidings Commissie 5-jarig curriculum) verder gewerkt aan de invoering van het 5-jarig curriculum. De opzet van het nieuwe curriculum is in grote lijnen als volgt: De onderbouw omvat de eerste twee studiejaren met een voor iedere student nagenoeg gelijk programma. Daarna komt een bovenbouw waarin studenten kunnen kiezen uit een van de volgende drie stromen: Techniek, Digitale communicatie, Bedrijfsvoering. De wiskundige component van de opleiding wordt t.o.v. de vierjarige opleiding niet vergroot; de verlenging naar vijf jaar komt ten goede aan ingenieursvaardigheden en een brede kennismaking met toepassingsgebieden die passen in de drie stromen van de bovenbouw. Het eerste jaar van het 5-jarig curriculum is ingevoerd in 1995-1996.. Met betrekking tot de door de visitatiecommissie geconstateerde versnippering moet het volgende worden opgemerkt. Er is in de onderbouw gekozen voor een breed programma dat goed voorbereidt op de 3 stromen die in de bovenbouw volgen. De hierdoor ontstane diversiteit geeft in eerste instantie een indruk van versnippering; de samenhang is echter groter, dan uit de titels van de vakken blijkt. Het is al een aantal jaren mogelijk om de propedeuse Technische Wiskunde te combineren met ofwel de propedeuse Technische Informatica, ofwel met de propedeuse van de opleiding Technische Natuurkunde. Het verroosteren van deze gecombineerde opleidingen bleek ook dit jaar weer zeer moeilijk: er zijn zelfs extra instructies in de avonduren aan te pas gekomen om een en ander mogelijk te maken. Voor de studenten die tevens de propedeuse natuurkunde doen is door de coördinator van dit programma een enkele instructie vervangen door aparte begeleidingsuren. Instroom en doorstroom gegevens De cijfers over de instroom in de wiskunde propedeuse worden door de combinatieprogramma's enigszins vertroebeld. In de statistische tabellen komen bij de gegevens over wiskunde alleen de studenten terecht die de enkelvoudige propedeuse gekozen hebben. De tabellen in het Statistisch jaarboek van de TUE zijn op die deelpopulatie gebaseerd. De instroom schommelde de laatste jaren rond de 35 eerstejaars (zie figuur 6). Het percentage meisjes is toegenomen tot ongeveer 25%. De vooraanmeldingen voor 1997-1998 geven een gestabiliseerd beeld. In het verslagjaar zijn de PR-activiteiten toegenomen om de instroom te doen vergroten. Het betreft hier niet een louter TUE-probleem. Het is een landelijke trend. Samenwerking met de andere twee technische universiteiten is noodzakelijk. Lotgevallen W&I 1996 p. 10

Figuur 6 Aantallen 1e jaars studenten opleiding P-fase (1e jaars CUR) TECHNISCHE WISKUNDE 1 decembergegevens CBS (Statistisch Jaarboek TUE 1996 tabel 1.1) aantallen studenten CUR 80 60 40 20 0 1986 1988 1990 1992 1994 1996 mannen vrouwen totalen mannen vrouwen totalen 1986 62 15 77 1987 58 13 71 Faculteit Wiskunde en Informatica 1988 47 13 60 1989 24 10 34 1990 33 10 43 1991 32 7 39 1992 39 7 46 1993 28 10 38 1994 26 6 32 1995 25 5 30 1996 17 8 25 Gecombineerde propedeuses In het studiejaar 1996-1997 zijn 18 studenten aan de dubbele propedeuse Wsk/I begonnen. Tabel 2W2.1 Overzicht gecombineerde propedeuse Wiskunde/Informatica Wsk/I begonnen behaald 90/91 91/92 92/93 93/94 94/95 95/96 4 13 14 10 16 17 3 3 5 2 8 7 Met ingang van 1992-1993 is de tweede gecombineerde propedeuse gestart: wiskunde-natuurkunde. In het studiejaar 1996-1997 zijn 6 studenten met deze combinatievariant begonnen. (zie tabel 2W2.2). Tabel 2W2.2 Overzicht gecombineerde propedeuse Wiskunde/Natuurkunde Wsk/N begonnen behaald 92/93 93/94 94/95 95/96 13 10 6 10 10 6 3 6 Lotgevallen W&I 1996 p. 11

Het gemiddelde p-rendement bedraagt na een jaar 31%, het uiteindelijke p-rendement per generatie 68% (zie figuur 7). Het pp-rendement van de voorgaande 5 cohorten studenten is grafisch weergegeven in figuur 8. Het schommelt de laatste jaren rond de 90%. De faculteit gaat uit van het volgende uitgangspunt. De visitatiecommissie heeft de opleiding als zwaar bestempeld. De faculteit heeft de kwliteit van de instroom niet in de hand. Veel studenten met een gemiddeld eindexamencijfer lager dan een zeven (ongeveer 30%) schrijft voor de opleiding in. Het is daarom noodzakelijk fors te selecteren in de p-fase, waardoor veel eerstejaars afvallen. Studenten, die selectie in het eerste jaar overleven, moeten de studie zonder grote problemen kunnen af ronden. Versoepeling van de selectie heeft onherroepelijk een nadelige invloed op het pp-rendement op basis van de pp-instroom. Voor meer cijfermatige gegevens wordt de geïnteresseerde lezer verwezen naar het Statistisch jaarboek van de TUE. Voor vele van de aldaar gepresenteerde getallen geldt het genoemde voorbehoud; de getallen zijn gebaseerd op de populatie die zich voor de reguliere opleiding wiskunde inschreef. figuur 7 P-rendementen TECHNISCHE WISKUNDE cohorten 1989 t/m 1995 Statistisch Jaarboek TUE 1996 tabel 3.2 80 % 60 40 20 0 1989 1991 1993 1995 binnen 1 jaar binnen 1.5 jaar binnen 2 jaar na 2 jaar na 2.0 jaar binnen 2.0 jaar binnen 1.5 jaar binnen 1.0 jaar 1989 82 79 79 50 1990 65 60 56 37 1991 72 72 62 44 1992 57 52 46 33 Faculteit Wiskunde en Informatica Cohortdefinitie: propedeuse studenten die niet eerder als student voor Wiskunde aan de TUE ingeschreven zijn geweest 1993 66 55 47 24 1994 41 31 19 1995 23 Lotgevallen W&I 1996 p. 12

figuur 8 PP-rendementen TECHNISCHE WISKUNDE cohorten 1987 t/m 1994 Statistisch Jaarboek TUE 1996 tabel 3.5 100 % 80 60 40 20 0 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 binnen 2 jaar binnen 3 jaar binnen 4 jaar binnen 5 jaar meer dan 5 jaar meer dan5 jaar binnen 5 jaar binnen 4 jaar binnen 3 jaar binnen 2 jaar 1987 94 94 50 0 0 1988 87 76 55 11 0 1989 92 83 58 11 0 1990 81 72 41 6 0 1991 73 35 4 0 Cohortdefinitie: studenten die in de periode 1 dec. studiejaar x-1 en 30 nov. studiejaar x aan de TUE het getuigschrift hebben behaald of daarvoor zijn vrijgesteld en vervolgens in de PP-fase zijn ingestroomd 1992 50 0 0 1993 7 0 1994 0 Service-onderwijs Naast onderwijs voor de wiskundestudenten levert de faculteit een bijdrage in de curricula van alle andere opleidingen binnen de TUE. De vakgroep Wiskunde verzorgt onderwijs voor alle eerstejaars, voor vrijwel alle tweedejaars en voor een aantal derdejaars van de instelling. De verminderde instroom van de instelling als geheel is mede oorzaak geweest van de in het verslagjaar uitgevoerde reorganisatie van de faculteit. Lotgevallen W&I 1996 p. 13

figuur 9 Aantallen ingeschrevenen TECHNISCHE WISKUNDE 1 decembergegevens CBS (Statistisch Jaarboek TUE 1996 tabel 1.2) aantallen ingeschrevenen 350 300 250 200 150 100 50 0 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 mannen vrouwen totalen mannen vrouwen totalen 1986 294 53 347 1987 288 56 344 Faculteit Wiskunde en Informatica 1988 228 45 273 1989 172 49 221 1990 172 52 224 1991 145 49 194 1992 150 45 195 1993 137 49 186 1994 132 43 175 1995 130 34 164 1996 121 31 152 Lotgevallen W&I 1996 p. 13bis

figuur 10 Aantallen 1e jaars studenten opleiding P-fase (1e jaars CUR) TUE TOTAAL 1 decembergegevens CBS (Statistisch Jaarboek TUE 1996 tabel 1.1) aantallen studenten CUR 2000 1500 1000 500 0 1986 1988 1990 1992 1994 1996 mannen vrouwen totalen mannen vrouwen totalen 1986 1269 144 1413 1987 1380 179 1559 Faculteit Wiskunde en Informatica 1988 1375 189 1564 1989 1411 207 1618 1990 1408 236 1644 1991 1374 218 1592 1992 1217 200 1417 1993 1155 205 1360 1994 993 172 1165 1995 901 152 1053 1996 860 175 1035 2.W.3 Tweede fase opleidingen De vakgroep Wiskunde verzorgt de tweede fase lerarenopleiding in de wiskunde, de ontwerpersopleiding Wiskunde voor de industrie en de promotie-opleiding. Daarnaast participeert de vakgroep in de ontwerpersopleiding Logistieke besturingssystemen en levert een bijdrage aan andere ontwerpersopleidingen. Tweede fase lerarenopleiding Nadat in 1995 binnen de TUE het Centrum Universitaire Lerarenopleiding (CULO) was opgericht, werd per 1 januari de nieuwe wetenschappelijke directeur benoemd. Deze functie is gecombineerd met de bijzondere leerstoel didactiek der technische wetenschappen. In het kader van de door de VSNU gehanteerde systeem van kwaliteitszorg werd een zelfstudie geschreven, die als uitgangspunt diende voor het bezoek van de visitatiecommissie voor de universitaire lerarenopleiding in oktober. In naue overleg met de lerarenopleidingen van de TUD en de UT is verder gewerkt aan de totstandkoming van een gezamenlijke Technische Universitaire Lerarenoplleiding (TULO). Bij het CvB werden nieuwe plannen ingediend op de gebieden van onderwijs, onderzoek en nascholing. Deze hebben geleid tot verruiming van de onderwijs- en onderzoeksmogelijkheden. Het aantal studenten dat voor de eerstegraads lerarenopleiding wiskunde kiest, blijft zowel aan de TUE als landelijk zorgelijk klein. In het verslagjaar rondde een cursist de opleiding aan de TUE met succes af. Ultimo 1996 stonden 7 cursisten voor deze opleiding ingeschreven. Bron: Commissie Universitaire Lerarenopleidingen, Jaarverslag 1996. Ontwerpersopleiding Wiskunde voor de Industrie De opleiding is gericht op het leveren van een wiskundige bijdrage aan het ontwerpen van industriële produkten en/of bedrijfsprocessen. Aandacht wordt besteed aan een verscheidenheid van wiskundige technieken, aan het ontwikkelen, gebruiken en analyseren van mathematische modellen, aan de aansluiting met natuurwetenschappen, techniek en bedrijfswetenschappen en aan werken in interdisciplinaire teams. Iedere cursist doet tevens buitenlandse ervaring op. De opleiding is opgezet en wordt verzorgd door de Faculteit Wiskunde en Informatica in samenwerking met in principe alle andere faculteiten. De opleiding is er één van een groep soortgelijke opleidingen in West-Europa, waarbinnen Lotgevallen W&I 1996 p. 14

onder de auspiciën van het European Consortium for Mathematics in Industry (ECMI) uitwisseling en verdere samenwerking plaats vindt. Afgelopen jaar rondden 11 cursisten de opleiding met succes af. Het aantal cursisten verliep van 24 op 1 januari met geringe schommelingen tot 23 op 31 december. Voor meer informatie wordt verwezen naar bijlage G van dit verslag. Logistieke besturingssystemen De ontwerpersopleiding Logistieke besturingssystemen wordt georganiseerd vanuit de faculteit Technologie Management. De doelstelling van de opleiding is afgestudeerden af te leveren die in staat zijn om, uitgaande van een gekozen produkt-markt strategie, een (her-)ontwerp te maken van een integraal besturingssysteem voor een bedrijfsproces en hij/zij moet in staat zijn de werking van een bestaand of (her-)ontworpen logistiek systeem te analyseren. Tevens is de ontwerper in staat om in teamverband te adviseren en mee te werken bij het ontwikkelen testen en invoeren daarvan, en is hij/zij in staat om bij die ontwikkeling en invoering een leidende rol te spelen. De faculteit Wiskunde en Informatica levert een belangrijke bijdrage aan het cursorisch gedeelte van de opleiding; een kwart van het cursorisch gedeelte van deze opleiding (totale lengte een vol jaar), komt voor rekening van de sectie Besliskunde en Stochastiek. In 1996 zijn 12 cursisten met deze opleiding begonnen en 30 cursisten hebben hun diploma ontvangen. Ultimo 1996 stonden er 36 cursisten geregistreerd. Promotie-opleiding De promotie-opleiding is gecentreerd binnen de onderzoekscholen en landelijke aio-netwerken. Door deze inbedding is het aanbod van hoogwaardig onderwijs aanzienlijk toegenomen. Voor elke promovendus wordt een begeleidingsplan opgesteld. Dit plan komt tot stand binnen de kaders van de onderzoekscholen.. Het aantal promoties is in vergelijking met 1995 gestegen van 5 naar 9. Aan het eind van het verslagjaar waren 26 aio/oio plaatsen binnen de vakgroep Wiskunde bezet, waarvan 16 plaatsen uit de eerste geldstroom, 5 oio-plaatsen uit de tweede geldstroom en 5 plaatsen uit de derde geldstroom. Per 1 januari waren 5,5 plaatsen op de eerste geldstroom vacant. 2.W.4 Cursussen in de derde geldstroom In het verslagjaar zijn de volgende bedrijfscursussen georganiseerd: - Philips Components, Proefopzetten met statgraphics. - DCC Opleidingen, Pilot cursus internet. In samenwerking met PAO-N zijn de volgende cursussen met open inschrijving gegeven: - Toegepaste Statistiek en data-analyse met de PC - Statistische technieken voor opzet en analyse - Inverse problems - Wavelets met matlab - Optimal experimental design In het kader van de onderzoekschool Stevin is bijgedragen aan de cursus: - Aero-akoestiek 2.W.5 Kwaliteitsbewaking Onderwijsorganisatie In het verslagjaar is aandacht besteed aan de vormgeving van de onderwijsorganisatie. Als gevolg van de reorganisatie is de samenstelling van het faculteitsbestuur terug gebracht tot een decaan en een vicedecaan. De positie van onderwijsdecaan in het faculteitsbestuur is hiermee komen te vervallen. Binnen de vakgroep Wiskunde is een onderwijscoördinator aangesteld, die de belangen van de vakgroep behartigt voor de eigen opleiding en het service onderwijs. Daarnaast functioneert een coördinator voor het service-onderwijs en een coördinator voor de examens. Lotgevallen W&I 1996 p. 15

In het verslagjaar is ook gewerkt aan de onderwijsorganisatie onder het regime van de MUB. Evaluatie Voor de invoering van de nieuwe propedeuse Technische Wiskunde zijn op initiatief van de OCW de eerste twee jaren van de opleiding Technische Wiskunde geëvalueerd door middel van enquêtes en kringgesprekken, waaraan betrokken studenten en docenten hebben deelgenomen. Deze evaluatie heeft geleid tot enige kleine wijzigingen van het curriculum. Studievoortgangsbewaking De studievoortgang van zowel individuele studenten als cohorten studenten wordt bewaakt door enerzijds de coördinator voor de propedeuse, en anderzijds de coördinator van de PP-fase. Voor de gecombineerde propedeuses zijn aparte coördinatoren benoemd. Voor de signalering worden naast persoonlijke gesprekken, de gegevens van het studievoortgangsregistratiesysteem gebruikt. Verder wordt er in de eerste twee studiejaren regelmatig en in de hogere jaren incidenteel geënquêteerd over de studie. Tenslotte kent de faculteit een actieve studievereniging GEWIS. Via haar onderwijscommissaris vervult deze vereniging in samenwerking met de studentenraad een signalerende taak ten aanzien van het onderwijs. Deze "informele" kwaliteitsbewaking wordt positief gewaardeerd. Al sinds jaren geeft de studieadviescommissie van elke studierichting een studieadvies aan eerstejaars studenten. De commissie komt na elke tentamenperiode bij elkaar en geeft elke student een advies over de studievoortgang. Na het eerste jaar geeft de commissie een studieadvies (A,B,C of D advies). Een A of B advies impliceert dat de student geschikt is voor de studie en deze ook in een normaal tempo kan voltooien. Onder meer de vaste instructeurs van de informatica-instructies en begeleiders van het wiskundepraktikum hebben zitting in deze commissies. Zij kennen de studenten individueel, en brengen waar relevant de nodige nuancering op de tentamengegevens aan. Lotgevallen W&I 1996 p. 16

3 Onderzoek 3.1 Beschrijving van het gevoerde onderzoeksbeleid op facultair niveau; algemeen Een van de belangrijkste activiteiten van de faculteit bij het voeren van onderzoeksbeleid is de aanstelling van nieuwe hoogleraren. Van de voltijdhoogleraren in de faculteit wordt verwacht dat ze leiding geven aan een expertisegebied. De keuze van de expertisegebieden is gemaakt ten tijde van de in 1996 geïmplementeerde reorganisatie. De faculteit heeft de volgende acht expertisegebieden voor Wiskunde gedefinieerd: - Discrete algebra en meetkunde - Coderingstheorie en cryptologie - Combinatorische optimalisering - Stochastische besliskunde - Statistiek - Stochastische en deterministische systemen - Toegepaste analyse - Scientific computing en de volgende zeven voor Informatica: - Gedistribueerde systeme - Parallelle systemen - Databases en hypermedia - Programmeermethodologie - Formele methoden - Computer grafiek - Specificeren en modelleren van informatie systemen Een aantal van deze gebieden sluit nauw aan bij vakgebieden die elders aan de TUE bedreven worden: Bijvoorbeeld datacompressie bij E sluit aan bij het expertisegebied coderingstheorie en cryptologie, de statistiek bij TM sluit vanzelfsprekend aan bij de statistiek binnen de faculteit, op het gebied van user interfaces zijn er samenwerkingsverbanden met het IPO, de groep Grootschalig rekenen en toepassingen binnen de expertisegebieden parallelle systemen en scientific computing participeert in de computationele en modelleringskanten van het onderzoek in het Schuit Katalyse Instituut. Het is bedoeling deze aansluiting te benutten voor gezamenlijk onderzoek met andere faculteiten, waar onze faculteit zich meer richt op de methoden, en de andere faculteit zich meer richt op de toepassingen. Voorop in de keuze van de expertisegebieden heeft gestaan de potentie van de faculteit om fundamenteel aan voornamelijk voor de maatschappij relevante ontwikkelingen in de wiskunde en de informatica te kunnen bijdragen. Van de expertisegebieden wordt verwacht dat ze ingebed (zullen) zijn in een (KNAW erkende) onderzoekschool. Afhankelijk van kwaliteit en toepasbaarheid van het expertisegebied zal verdere financiering voor het onderzoek gezocht via de tweede en derde geldstroom. De toepassingsgerichtheid en de onderlinge samenwerking worden verder gestimuleerd door een beleid van speerpunten. De faculteit gaat ervan uit dat naast het onderzoek binnen het kader van onderzoekscholen, nog slechts plaats is voor facultair gesteund onderzoek in een van de volgende 4 speerpunten: Grootschalig rekenen - Productie en logistiek - Digitale communicatie - Embedded systems De discussie over aantal en inhoud van de speerpunten is in het verslagjaar nog niet afgerond. De komst van EURANDOM en eventuele andere instituten zal leiden tot een verdere profilering van de faculteit en versterking van het onderzoek. Lotgevallen W&I 1996 p. 17

3.2 Onderzoekscholen In het verslagjaar is de structuur van de onderzoekscholen verder uitgebouwd. De faculteit is bij de volgende onderzoekscholen betrokken: BETA Vanuit de sectie Besliskunde en Stochastiek is actief deelgenomen aan BETA, een onderzoekschool op het gebied van de beheersing, besturing en inrichting van primaire bedrijfsprocessen. Het penvoerderschap van deze onderzoekschool ligt bij de Eindhovense faculteit Technology Management, terwijl naast Eindhovense wiskundigen en informatici, ook Twentse bedrijfskundigen, werktuigbouwkundigen en informatici participeren. In het verslagjaar is een erkenningsaanvraag bij de KNAW ingediend. Stieltjes De meeste onderzoekers in de expertisegebieden Statistiek, Kansrekening en Stochastische Besliskunde maken deel uit van zowel de wiskundige onderzoekschool Stieltjes als de meer bedrijfskundige onderzoekschool BETA. Het penvoerderschap is ondergebracht bij de RUL EIDMA De faculteit is penvoerder van de onderzoekschool 'Euler Institute for Discrete Mathematics and its Applications' (EIDMA). De onderzoekschool EIDMA heeft als voornaamste doelstelling het hoogwaardige onderzoek in de discrete wiskunde en haar toepassingen verder uit te bouwen. Daarnaast beoogt de school richting te geven aan de onderzoeksinspanning van de deelnemers en de onderlinge wetenschappelijke samenwerking te bevorderen. DISC Het expertisegebied Systeemtheorie neemt deel aan de in 1995 opgerichte onderzoekschool DISC (Dutch Institute of Systems and Control). Deze school is tamelijk omvangrijk (meer dan 100 promovendi). Het instituut profileert zich als Nederlands onderzoekinstituut en onderzoekschool voor Systeemtheorie en Regeltechniek. De faculteit der Werktuigbouwkunde en Maritieme Techniek van de TU Delft is penvoerder van deze school. Stevin Centrum De onderzoekschool 'Stevin Centrum' heeft als onderzoekgebied de grondslagen van de ingenieurswetenschappen en stelt zich ten doel de verdere integratie van disciplines zoals mechanica, stromingsleer, meet- en regeltechniek en numerieke analyse. Deze onderzoekschool bouwt voort op reeds bestaande samenwerking tussen W, N, T en Wsk&I. De faculteit W treedt als penvoerder op. Zowel de sectie Analyse als de vakgroep Informatica leveren een bijdrage aan deze school. In het verslagjaar is een begin gemaakt met de herverkaveling van het ingebrachte onderzoek in de onderzoekscholen EM en Burgers. EM Sinds eind 1996 participeert het expertisegebied Scientific computing in de onderzoekschool Engineering Mechanics. Binnen deze school participeren ook TUD en UT. Het penvoerderschap is ondergebracht bij de faculteit W van de TUE. Tinbergen Instituut Vanwege de reorganisatie wordt de inbreng van de faculteit in deze school op termijn afgebouwd. IPA De vakgroep Informatica is als penvoerder intensief betrokken bij de onderzoekschool IPA, Instituut voor Programmatuurkunde en Algoritmiek. Deze onderzoekschool stelt zich primair tot doel een post-doctorale onderzoekersopleiding (Programmatuurkunde en Algoritmiek) te ontwikkelen. Daarnaast ziet de onderzoekschool het als haar voornaamste taak het onderzoek op het gebied van de programmatuurkunde en algoritmiek te coördineren en (inter)nationale samenwerking en uitwisseling op dit gebied van de informatica, te organiseren en te bevorderen. Hierbij wordt onder programmatuurkunde en algoritmiek verstaan: de bestudering en ontwikkeling van formalismen, methoden en technieken voor het ontwerp, de analyse Lotgevallen W&I 1996 p. 18

en de constructie van programmatuur en programmatuurcomponenten. Deze onderzoekschool bouwt voort op een reeds bestaande samenwerking tussen de TUE en de UU, maar is uitgebreid met participanten vanuit de UT, KUN, RUL, CWI/UvA en CWI/VU. Het merendeel van de onderzoekscapaciteit van de vakgroep Informatica is in deze school ondergebracht. In het verslagjaar heeft IPA de KNAW-erkenning aangevraagd. SIKS De onderzoekschool Informatie- en KennisSystemen (SIKS) is in 1995 opgericht. Deze onderzoekschool beoogt naast het bieden van een post-doctorale opleiding op het gebied van gegevensverwerkende systemen het onderzoek op dit terrein te combineren. Hierbij moet gedacht worden aan de deeldisciplines informatiesystemen, gegevensbanken, kennissystemen en toepassingsgerichte software engineering. In deze onderzoekschool participeren de UvA, VU, KUB, TUE, UT, RUL, CWI en RL. Onderzoek van de vakgroep Informatica op het terrein van informatiesystemen en databases is in deze onderzoekschool ingebracht. Stan Ackermans Instituut In het kader van het Stan Ackermans Instituut worden door de faculteit de tweede fase ontwerpersopleidingen `Wiskunde voor de Industrie' en `Technische Informatica' verzorgd. Daarnaast is de faculteit betrokken bij enkele andere ontwerpersopleidingen. 3.3 Bevordering en beheersing van de onderzoekkwaliteit Het onderzoeksbeleid is in toenemende mate afgestemd op de onderzoekscholen waarbij de faculteit betrokken is. Door garanties aan de onderzoekscholen zijn de meeste AIO-plaatsen geoormerkt. De beoordeling van promotieprojecten blijft niettemin binnen de facultaire commissie voor de wetenschapsbeoefening. In het verslagjaar heeft de faculteit een rapport opgesteld ten behoeve van de onderzoeksvisitatie, die onder auspiciën van de VSNU wordt uitgevoerd. 3.4 Instellingsbeleidsruimte en beleid ten aanzien van tweede en derde geldstroom In 1996 is de facultaire beleidsruimte opnieuw geïntroduceerd met als bestedingsdoel o.a. de aanstelling van aio,s. De faculteit heeft in het verslagjaar een aantal malen beroep gedaan op de instellingsbeleidsruimte om aanstellingen van post doc s en interfacultaire aio s mede te financieren. Het beleid van de faculteit is erop gericht om een totaal van ca. 80 aio s in opleiding te hebben via de eerste, tweede en derde geldstroom. Dit heeft geresulteerd in een toenemend aantal door Philips gefinancierde aio s. 3.4.1 Instituut Wiskundige Dienstverlening (IWDE) Het jaar 1996 werd gekenmerkt door aanzienlijke organisatorische verschuivingen. Om de inbedding in de vakgroep Wiskunde te versterken werd het IWDE verbreed tot een organisatie die alle maatschappelijke dienstverlening van de vakgroep behartigt. Dit is onder woorden gebracht in de 'Doelstelling IWDE', die u op pag. 3 aantreft. Prof.dr. P.L. Cijsouw trad terug als directeur. Vanaf de start in 1988 heeft hij zich betrokken gevoeld bij het IWDE. Vanaf 1990 heeft hij als directeur met toewijding en kunde gewerkt aan de opbouw van het instituut en daartoe talrijke initiatieven ontplooid. De faculteit is hem hiervoor veel dank verschuldigd. Zijn taak werd overgenomen door dr. J. Molenaar en een stuurgroep waarin de secties van de vakgroep Wiskunde gelijkelijk vertegenwoordigd zijn. Het aantal contractonderzoeksprojecten van het IWDE oude stijl was in 1996 groter dan ooit. In het IWDE nieuwe stijl kwamen daar bij de extern betaalde aio-plaatsen, de detacheringen en de projecten van ontwerpers 'Wiskunde voor de Industrie', voorzover deze extern betaald werden. Wat omvang betreft varieerden de projecten sterk, namelijk van kortdurende adviezen tot vierjarige promotieplaatsen. Wat de gebruikte wiskunde betreft lagen de projecten op heel uiteenlopende gebieden. De nadruk lag op de mathematische fysica, statistiek en discrete optimalisering. Daarnaast waren er projecten die gebruik maakten van onze expertise op het gebied van de cryptologie, geometrie, logistiek, tijdreeksanalyse, Lotgevallen W&I 1996 p. 19