Genen -> Hersenen -> Gedrag Eco de Geus Afdeling Biologische Psychologie Faculteit der Psychologie en Pedagogiek Vrije Universiteit, Amsterdam Biologische psychologie doet onderzoek naar de biologische basis van menselijk gedrag en mentale processen. gedrag is geëvolueerd gedrag is erfelijk de geest is lichamelijk (en meetbaar) Doorgeven van de etische code [segregatie] Genetische Code C G A T T T C A T G A A C G T A T A G A C T C G A A T A 1
Replicatie is niet perfect (mutaties) Natuurlijke Selectie MUTATIONS Homo sapiens Relatieve breinomvang Encephalisatie quotient; Neocortex ratio Primaten familie 2
Grotere groepen vereisen een groter brein socialeintegratieen reproductieve fitness Dunbar and Shultz Science 2007: 1344-1347. Voor ieder vrouwtje werd een maat voor de kwaliteit van haar sociaal netwerk bepaald (nabijheid tot alle volwassenen, hoe vaak vlooien/gevlooid worden, etc): composite sociality index. In mensapen, neemt de Encephalisatie-quotient (neocortex ratio) toe met de grootte van de sociale groep. Overlevingskans van haar nageslacht werd vastgesteld als de proportie van de gebaarde jon dat na 1 jaar nog leefde. Silk Science 2007: 1347-1351. Regel: Een kaart met een D op de ene zijde heeft altijd een 3 op de andere zijde Regel: Een kaart met een D op de ene zijde heeft altijd een 3 op de andere zijde D F 3 7 D 3 Wim Fiets Kaarten hebben aan 1 zijde een letter, aan de andere zijde een cijfer. Welke 2 kaarten moet u omdraaien om te kunnen bewijzen dat de regel niet altijd opgaat? Regel: U gaat altijd op de fiets naar Wim Wim Kees Fiets Auto F 3 7?? D Kees Fiets Auto?? Wim Kaarten hebben aan 1 zijde de naam van de persoon waar u heen gaat, aan de andere zijde uw vervoermiddel. Welke 2 kaarten moet u omdraaien om te kunnen bewijzen dat de regel niet altijd opgaat? Regel: U gaat altijd op de fiets naar Wim dit is wat de meeste mensen kiezen 3
Darwin Evolutie Nature en Nurture Lastig Genen Omgevingsinvloeden GENEN Gen-omgeving co-actie + Gen-omgevingsinteractie Gen-omgevingscorrelatie De OMGEVING beinvloedt het effect van GENEN GENEN selecteren de OMGEVING Bouw en werking van de hersenen Huidige Omgeving OMGEVINGSINVLOEDEN Gedrag Gedeelde Omgeving baarmoeder, gezin, buurt, school, sociaal-economische klasse (SES), religie, cultuur Unieke Omgeving vriend(inn)en, schoolklas, ziekte, werk, levenstijl (roken, drinken, sport, eetgewoonten) Een experiment van de natuur : tweelin tweelinggeboorten (per 1000 zwangerschappen) 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 0 1920 1940 1960 1980 2000 Jaar Alle tweelin Twee-eiige tweelin Eeneiige tweelin Eeneiige tweelin MZ tweelin zijn 100% etisch identiek. Ongeveer 1 op de 40 personen is deel van een tweeling (± 400,000 nederlanders) 4
Twee-eiige tweelin DZ tweelin (net als eenlingbroers of zussen) delen gemiddeld 50% van hun erfelijke aanleg. Verschil in de overeenkomst in lengte binnen paren Willekeurige gekozen paren stature 210 210200 200 140 140 200 200 210 200 200 stature twin 2 DZ paren 200 200 1 210 stature twin 2 210 200 200 MZ paren 140 200 210 Nederlands Tweelin Register (NTR): jonge en volwassen tweelin en hun familieleden Vra tav aandachtsproblemen uit de CBCL/4-18 voor 7-, 10-, and 12-jari Jonge tweelin: werving bij de geboorte; beide ouders en de leerkracht rapporteren in 2-jaarlijkse vralijstonderzoek over gedragsproblemen. Adolescente en volwassen tweelin met hun eenlingbroers of zussen, ouders en partners en ouders: werving via gemeenten,advertenties, etc Zelfbeoordeling via 2-jaarlijkse vralijsten op het terrein van leefgewoonten en lichamelijke en geestelijke gezondheid. Gedraagt zich te jong voor zijn/haar leeftijd Kan zich niet concentreren, kan niet lang de aandacht bij iets houden Kan niet stil zitten, onrustig, of overactief In de war of wazig denken Dagdromen of gaat op in zijn/haar gedachten Impulsief of handelt zonder na te denken Zenuwachtig of gespannen Zenuwachtige bewegin of trekkin Slechte schoolresultaten Onhandig of slechte coördinatie Kijkt met een lege of wezenloze blik 5
0,8 0,6 0,4 0,2 0 Tweelingcorrelaties voor aandachtsproblemen 7 jaar 10 jaar 12 jaar MZ jons MZ meisjes DZ jons DZ meisjes DZ ongelijk geslacht ERFELIJKHEID: ~70% GEEN GEDEELDE OMGEVINGSINVLOEDEN Enige vra over angst en depressie uit de vralijst voor volwassenen Ik voel me eenzaam. Ik voel me rustig en beheerst. Ik maak me zor over mijn toekomst. Ik heb het gevoel dat niemand van mij houdt. Ik voel me waardeloos of minderwaardig. Ik voel me op mijn gemak. Ik ben ongelukkig, verdrietig of gedeprimeerd. Ik voel dat de moeilijkheden zich opstapelen zodat ik er niet meer teop kan. Ik pieker teveel over din die niet zo belangrijk zijn. Ik ben zenuwachtig of gespannen. Ik ben gelijkmatig van stemming. Tweelingcorrelaties voor angstigheid en depressie Neurowetenschappen 0.6 0.5 0.4 0.3 0.2 0.1 0 angstigheid depressie MZ jons MZ meisjes DZ jons DZ meisjes DZ ongelijk geslacht GENEN HERSENEN Informatieverwerkingssnelheid Werkgeheu Geconditioneerde emotionele responses Inhibitiecontrole Lange termijn geheuopslag Bekrachtiging GEDRAG Affectieve en Cognitieve eischappen (temperament,intellitie) Affectieve and Cognitieve dysfunctie (angst, depressie, dementie, dyslexie, schizofrenie, aandachtstoornissen) ERFELIJKHEID: ~40-50% GEEN GEDEELDE OMGEVINGSINVLOEDEN 6
FLANKER TAAK Inhibitiecontrole > < > < > < > < > < <<<<< >><>> Links Rechts ACTIVATIE MOTORISCHE HERSENSCHORS ADHD patiёntjes hebben langere tijd nodig voor het onderdrukken van de afleidende pijlen aan de flanken dan gezonde kinderen van dezelfde leeftijd. Emotionele gezichten Emotionele brein Met name de amandelkern of amygdala wordt geactiveerd door prikkels met een emotionele betekenis. 7
Amygdala-activatie bij negatieve emoties Amygdala en depressiviteit - Verschil in hersenactiviteit bij het zien van emotionele en neutrale stimuli. Depressiviteit: - Neerslachtigheid en irritatie - Uitzichtloosheid - Besluiteloosheid - Lusteloosheid - Slaap en eetstoornissen -Schuldgevoelens - Negatief zelfbeeld - Doodsgedachten - Zelfmoord Aangedaan 9%, m : v = 1 : 2,5 Bij personen met een depressie wijkt de amygdalaresponse op emotionele gezichten (of plaatjes of woorden) af. Serotonine Sterke erfelijke verschillen het functioneren van de serotonine-transporter 8
Genetische variatie in de serotoninetransporter beïnvloedt de amygdalaresponse Personen die van beide ouders een korte variant van het 5-HTT ontvin: sterke reactie op emotionele prikkels van de rechteramygdala Personen die van beide ouders een lange variant van het 5-HTT ontvin: zwakke reactie op emotionele prikkels van de rechteramygdala Caspi et al, Science, 2003 Hariri et al, Science, 2002 Genen Eiwitten Synapsen Zenuwcellen Netwerken Systemen Gedrag 9