Handleiding niveau AA Vooraf Het WK voetbal gaat deze week van start. Verschillende scholen hebben aangegeven hierover een tekst te willen. Daarom besteedt Nieuwsbegrip er deze week aandacht aan. De strategie die deze week centraal staat, is Relaties en verwijswoorden interpreteren (in deze les verwijswoorden). Het sleutelschema dat in opdracht 4 ingevuld wordt, is een speelschema. De denkactiviteiten die hierbij aan de orde komen, zijn indelen en combineren. De intelligenties die in opdracht 5 aangesproken worden, zijn de intrapersoonlijke (mensknap) en de verbaal0linguïstische (woordknap) intelligentie. Het AVI-niveau van de tekst is E4. De extra les op Nieuwsbegrip XL gaat dieper in op de tekstsoort Interview. Ook kunnen leerlingen zelf een interview houden met een klasgenoot en daar een verslagje van schrijven. De woorden uit de basisteksten die deze week in Nieuwsbegrip XL (extra licentie) aan de orde komen zijn: Niveau AA Niveau A Niveau B Niveau C ontgaan de aftrap uitbundig afstammen van de ploeg de feestvreugde ontgaan de hoogtijdag de feestvreugde zich blesseren wedden de replica zich blesseren de selectie een blessure oplopen synoniem zijn voor de domper in totaal tijdig inspelen op hopelijk uitkomen voor grondig het projectiel fit de aanvoerder renoveren de grondlegger recyclen traditioneel artistiek de combinatie waaronder pover succesvol de capaciteit promoten Materiaal Voor elke leerling een exemplaar van de tekst WK voetbal 2010 (niveau AA) met bijbehorende opdrachten en het stappenplan met woordhulp (te downloaden bij Basismateriaal op de website). Eventueel rolkaarten voor de leerlingen (zie ook Basismateriaal). Neem de algemene handleiding een keer door (te downloaden bij Basismateriaal op de website). Voor scholen met een (proef)licentie voor de filmpjes: voor iedere leerling een kopie van het stappenplan Luisteren en kijken (te downloaden bij Basismateriaal op de website). Opdracht 1 (klas): Introductieactiviteit In dit onderdeel worden de woorden behandeld die technisch lastig zijn. Behandel de woorden klassikaal. Lees ze eerst een keer voor, laat de leerlingen dan (hardop) voor zichzelf lezen en laat ze vervolgens hardop in koor lezen. De woorden die behandeld worden zijn: pagina 1 van 5
e ta la ge etalage wereld kampioen schap wereld kampioenschap wereldkampioenschap bonds coach bondscoach Opdracht 2 (klas): Tekst lezen 1. Doe de opdracht klassikaal. Laat de leerlingen de tekst en het stappenplan voor zich nemen. Lees de tekst voor volgens de stappen van het stappenplan. Model de tekst. Geef hardop aan wat u denkt en doet terwijl u de tekst leest met het stappenplan (zie ook Algemene handleiding). 2. Laat de leerlingen voor zichzelf maximaal drie andere moeilijke woorden uit de tekst noteren. De leerlingen kunnen de betekenissen met behulp van de woordhulp op het stappenplan achterhalen. Bespreek de woorden en de gevonden betekenissen kort. Opdracht 3 (klas en samen): Verwijswoorden 1. Bespreek de uitleg met de leerlingen. Een kenmerk van verwijswoorden is dat je altijd een ander woord of een hele zin kunt invullen op de plaats van een verwijswoord. 2. Kijk samen met de leerlingen in de tekst. Welke verwijswoorden herkennen ze? 3. Behandel de eerste vraag klassikaal en bespreek het antwoord meteen. Wijs er bij het nabespreken op dat een verwijswoord meestal terugwijst naar een woord dat al in een zin ervoor staat. Maar dat het ook kan verwijzen naar de hele zin ervoor, of een stukje van de zin ervoor. 4. Laat de leerlingen de overige vragen in tweetallen maken en bespreek de antwoorden. Opdracht 4 (samen): Een schema lezen 1. Laat de leerlingen de opdracht in tweetallen maken. Ze beantwoorden vragen bij een speelschema van Groep E, de groep van Nederland. 2. Bespreek de antwoorden. Opdracht 5 (alleen en samen): De winnaar voorspellen en een quiz spelen 1. Bestudeer het schema met de leerlingen laat de leerlingen voorspellen welk land de wereldkampioen voetbal van 2010 wordt. 2. De leerlingen gaan met u een voetbalquiz spelen. De vragen met de antwoorden vindt u in de bijlage in deze handleiding. Veel van de vragen zijn aan bod gekomen in de tekst en de opdrachten. Verdeel de leerlingen in een aantal groepen. Zorg ervoor dat er in iedere groep een leerling met (een beetje) voetbalkennis zit. Geef één leerling van iedere groep een blaadje en potlood. Deze leerlingen schrijven de antwoorden van hun groepje op. 3. Stel de vragen. Geef de groepjes bij iedere vraag even de tijd om te overleggen en om hun antwoord op te schrijven. Bespreek de antwoorden pas na afloop van de quiz. Extra kijk- en luisteropdracht (klas): Een filmpje kijken 1. Doe de opdracht klassikaal. Laat de leerlingen het Stappenplan Luisteren en kijken voor zich nemen (zie kopieerblad achter deze opdracht). Laat de leerlingen het filmpje zien (log in op www.nieuwsbegrip.nl, ga naar recent materiaal en klik op de link). Volg de stappen van het stappenplan. pagina 2 van 5
2. Stel de leerlingen de volgende vragen naar aanleiding van het filmpje: - Wat is een worldcoach? - Waarom is een worldcoach belangrijk? pagina 3 van 5
Antwoorden Opdracht 3 1. C. het WK voetbal 2. Met hij wordt Arjan Robben bedoeld. 3. A. 32 landen (uit de hele wereld) 4. Met die landen worden Spanje en Brazilië bedoeld. 5. Met dan bedoelt de schrijver maandag 14 juni. Opdracht 4 1. Nederland Japan Denemarken Kameroen 2. Johannesburg 3. om vier uur 4. op 19 juni 5. tegen Kameroen Opdracht 5 (de antwoorden zijn opgenomen bij de vragen, in de bijlage.) pagina 4 van 5
Bijlage: Quizvragen Vragen 1. In welk land is de sport voetballen uitgevonden? 2. Welk land organiseert het WK voetbal 2010? 3. Welke Nederlandse voetballer vertrekt later naar Zuid-Afrika? 4. Waar speelde Nederland de uitzwaai-wedstrijd? 5. Hoeveel landen doen er mee aan het WK voetbal? 6. Wie is de aanvoerder van het Nederlands Elftal? 7. Welke landen zijn dit WK favoriet? 8. Tegen welk land speelt Nederland de eerste wedstrijd? 9. Hoe heet de jongste speler van de Nederlandse ploeg? 10. Voor welk land speelt Lionel Messi? 11. Noem drie Afrikaanse landen die meedoen aan het WK 2010. 12. Noem een aanvaller van het Nederlands elftal. 13. Hoe heet de coach van het Nederlands elftal? 14. Voor welk land speelt Kaká? 15. Sokkerspan is een Afrikaans woord. Betekent het: A. voetbalteam of B. voetbalpan? 16. Welk land werd in 2006 wereldkampioen voetbal? 17. Welke Nederlandse voetbalspeler stopt na dit WK met voetbal? 18. Voor welk land speelt Christiano Ronaldo? 19. Welke kleur heeft het t-shirt van de Spaanse ploeg? 20. Hoe heet de bekendste voetballer van Kameroen? Antwoorden Engeland Zuid-Afrika Arjan Robben Arena, Amsterdam 32 Giovanni van Bronckhorst Spanje en Brazilië Denemarken Eljero Elia, 23 jaar Argentinië Zuid-Afrika, / Kameroen / Algerije / Ivoorkust / Nigeria / Ghana Van Persie / Elia / Robben Bert van Marwijk Brazilië A voetbalteam Italië Giovanni van Bronckhorst Portugal Rood Samuel Eto o pagina 5 van 5