Veiligheid in de woonomgeving



Vergelijkbare documenten
Veiligheid in de woonomgeving

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid

Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen mei - augustus 2018

Bijlage 3 Jaaruitvoeringsplan Tweestromenland 2015

GEVOLGEN VOOR JA/NEE ROUTING DATUM Communicatie Ja College 13 september 2011 Financieel

Samenvatting en conclusies

Hoe beoordelen Almeerders de leefbaarheid en veiligheid in hun buurt?

Rapportage driehoeksmonitor Lokaal Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld Basisteam Zaanstad

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill.

Presentatie commissie veiligheid gem. Emmen. 15 maart 2012

Veiligheidsbeeld gemeente Amersfoort

Veiligheidsbeeld gemeente Amersfoort

De Eindhovense Veiligheidsindex. Eindhoven, oktober 11

Criminaliteit en slachtofferschap

Taak en invloed gemeenteraad op de. Integrale veiligheid

8 secondant #3/4 juli/augustus Bedrijfsleven en criminaliteit Crimi-trends

5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast

Prioriteiten en doelstellingen voor Openbare Orde en Veiligheid Gemeente Sliedrecht

Analyse cijfers prioriteiten Veiligheid 2012 t/m 2016

Inleiding. Beleving van veiligheid. Veiligheid als begrip

TABELLENBOEK CRIMINALITEIT & OVERLAST januari t/m december

Prioritering Beleidskader Veiligheid Veiligheidsanalyse 2018

GEMEENTE OSS Resultaten op hoofdlijnen

Fact sheet. Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland Politie Eenheid Amsterdam. Veiligheidsbeleving buurt. nummer 4 februari 2013

Resultaten gemeentebeleidsmonitor Veiligheid en leefbaarheid

Veiligheidsanalyse. m.b.t. integraal veiligheidsbeleid Gemeente Geertruidenberg en Drimmelen

RAADSINFORMATIEBRIEF Oudewater 17R.00072

Veiligheidssituatie in s-hertogenbosch vergeleken Afdeling Onderzoek & Statistiek, juni 2014

Bijlage A: Veiligheidsanalyse (cijfermatig overzicht) Gemeente Neder- Betuwe

Ontwikkeling van misdrijven in Amersfoort

Veiligheidscijfers Soest 2015 samenwerking loont

CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTAD UTRECHT PROCESEVALUATIE

Ontwikkeling van misdrijven in Amersfoort

Raadsmededeling - Openbaar

MEMO AAN DE GEMEENTERAAD

Eindexamen maatschappijwetenschappen havo II

Veiligheid analyse Leerdam, ontwikkelingen tussen

Beleidsplan Integrale Veiligheid

agendanummer afdeling Simpelveld VI- onderwerp Kadernotitie Integraal Veiligheidsbeleid Gemeente Simpelveld

Programma 2 Openbare Orde en Veiligheid

Integrale veiligheid. Uitvoeringsplan 2013 / 2014

VOORBLAD RAADSVOORSTEL

NO DRUGS. Plan van aanpak drugsproblematiek

7 speerpunten voor aanpak van winkelcriminaliteit

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Raadsvoorstel Integraal Veiligheidsbeleid Haarlemmermeer/ Prioriteiten meerjarenplan politie

Toezicht- en Handhavingsplan 2016 Openbare Orde en Veiligheid Drank en Horecawet Gemeente Westvoorne

Tabellen Veiligheidsmonitor 2008 Leiden

Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland

7,5 50,4 7,2. Gemeente Enkhuizen, Leefbaarheid. Overlast in de buurt Enkhuizen. Veiligheidsbeleving Enkhuizen

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen

Stadsdeel Scheveningen

tabel 2-1: Beleidsinstrumenten per veiligheidsveld Woon-/ Bedrijvigheid Jeugd leefomgeving Instrument Integriteit Overig

Veiligheid Vleuten-De Meern Wijkraadvergadering 16 maart Utrecht.nl

Veiligheid in Leusden. We kijken even terug naar 2018.maar vooral vooruit!

Criminaliteitscijfers 2012 en gebiedsscan criminaliteit & overlast - update 2013

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Buitengebied Augustus 2010

Gemeente Marum. Beeld

Jaarplan 2004 politie Geertruidenberg-Drimmelen

2012 b 2013 b 2012 b 2013 b (% één of meer keer slachtoffer)

Transcriptie:

RIS173230B Veiligheid in de woonomgeving Feitenrapport Dit feitenrapport vormt de basis voor de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer Den Haag. De conclusies en aanbevelingen zijn afzonderlijk gepubliceerd in het bestuurlijk rapport. Dit is te vinden op www.rekenkamerdenhaag.nl of aan te vragen bij het secretariaat van de Rekenkamer Den Haag (070 353 20 48). Aan dit onderzoek hebben meegewerkt: - Peter Jongmans, lid rapporteur Rekenkamer - Mirjam Swarte, secretaris Rekenkamer - Gert Kortenbach, senior onderzoeker Rekenkamer - Anna Bavinck, ingeleend onderzoeker, gemeente Den Haag Externe deskundigen: - Ben Rovers (Bureau voor Toegepast Veiligheidsonderzoek) - Wim Hillenaar (Berenschot) - Cyrille Fijnaut (Universiteit Tilburg) Fotografie: Foto omslag Politie Haaglanden Contactgegevens: Rekenkamer Den Haag Postbus 19157 2500 CD Den Haag Telefoon 070-353 20 48 Fax 070-353 29 13 www.rekenkamerdenhaag.nl Bezoekadres: Stadhuis Spui 70 2511 BT Den Haag Datum juni 2010

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Achtergrond en vraagstelling...4 1.1 Inleiding...4 1.2 Doel- en probleemstelling...4 1.3 Onderzoeksaanpak...6 1.4 Beleid...6 1.5 Organisatie...8 Hoofdstuk 2 Aanpak en trends in de stad...9 2.1 Inleiding...9 2.2 Vermogenscriminaliteit en diefstal...10 2.3 Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties...13 2.4 Persoonlijke levenssfeer...13 2.5 Jongerenoverlast...15 2.6 Overlast in de openbare ruimte door anderen dan jongeren...17 2.7 Woonoverlast...20 2.8 Onveiligheidsgevoelens...21 2.9 Veiligheidshuis...22 2.10 Politiecapaciteit...23 2.11 Financieel overzicht...23 2.12 Ontwikkelingen op probleemgebieden...24 Hoofdstuk 3 Veiligheidsproblemen in de stadsdelen...26 3.1 Inleiding...26 3.2 Hoe verhouden de stadsdelen zich tot elkaar?...26 3.3 Stadsdeel Loosduinen...27 3.4 Stadsdeel Escamp...29 3.5 Stadsdeel Scheveningen...31 3.6 Stadsdeel Segbroek...33 3.7 Stadsdeel Centrum...35 3.8 Stadsdeel Laak...37 3.9 Stadsdeel Haagse Hout...39 3.10 Stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg...41 Hoofdstuk 4 Beantwoording onderzoeksvragen...43 4.1 Inleiding...43 4.2 Veiligheidsproblemen...43 4.3 Aanpak en middelen...43 4.4 Betrokken partijen...45 4.5 Ontwikkelingen...46 Bijlage 1 Delicten, overlast en onveiligheidsgevoelens in absolute getallen...47 Bijlage 1.1 Typen delicten en overlast en onveiligheidsgevoelens...48 Bijlage 1.2 Vermogensdelicten...49 Bijlage 1.3 Diefstallen in de openbare ruimte en winkelsituaties...50 Bijlage 1.4 Delicten in de persoonlijke levenssfeer...51 Bijlage 1.5 Jongerenoverlast...52 Bijlage 1.6 Overlast openbare ruimte anderen dan jongeren...54 Bijlage 1.7 Meldingen woonoverlast...55 Bijlage 1.8 Onveiligheidsgevoelens en slachtofferschap...56 Bijlage 1.9 Stadsdeel Loosduinen...58 Bijlage 1.10 Stadsdeel Escamp...60 Bijlage 1.11 Stadsdeel Scheveningen...63 2

Bijlage 1.12 Stadsdeel Segbroek...65 Bijlage 1.13 Stadsdeel Centrum...67 Bijlage 1.14 Stadsdeel Laak...69 Bijlage 1.15 Stadsdeel Haagse Hout...71 Bijlage 1.16 Stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg...73 Bijlage 2 Aanpak en middelen...75 Bijlage 2.1 Soorten aanpak...76 Bijlage 2.2 Problemen en soorten aanpak...77 Bijlage 2.3 Politiecapaciteit in de stadsdelen...78 Bijlage 2.4 Veelplegersaanpak en nazorg ex-gedetineerden...79 Bijlage 2.5 Politie Keurmerk Veilig Wonen...82 Bijlage 2.6 Keurmerk Veilig Ondernemen...83 Bijlage 2.7 Stelselmatige geweldplegers en huiselijk geweld...85 Bijlage 2.8 Problematische jongerengroepen...86 Bijlage 2.9 Jeugdcriminaliteit...89 Bijlage 2.10 Hotspotbeleid...91 Bijlage 2.11 Cameratoezicht...98 Bijlage 2.12 Burgemeesters- en collegebevoegdheden...100 Bijlage 2.13 Meldpunt Woonoverlast...103 Bijlage 2.14 Haagse Pandbrigade...104 Bijlage 2.15 Team Onrechtmatig Wonen...105 Bijlage 2.16 Bemiddeling en Mediation...106 Bijlage 2.17 Bewonersinitiatieven en veiligheid...107 Bijlage 2.18 Handhavingsteams...109 Bijlage 2.19 Aanpak verloederde locaties...110 Bijlage 2.20 Thema s stadsdelen en inzet acties...111 3

Hoofdstuk 1 Achtergrond en vraagstelling 1.1 Inleiding Ruim één op de drie Hagenaars voelt zich wel eens onveilig 1. Dit is lager dan in de overige G4 gemeenten maar nog altijd hoger dan de landelijke score van 25% 2. De stadsdelen Centrum, Laak en Escamp scoren voor zelfs tussen de 39% en 46% 3. Deze ontwikkelingen zijn door het College van B&W al eerder geconstateerd en aanleiding geweest hierover een doelstelling in het coalitieakkoord MeeDoen () op te nemen. Alle Hagenaars moeten zich veilig kunnen voelen in hun eigen wijk, daar prettig wonen en zo min mogelijk overlast ondervinden van bedrijven en van elkaar. In het Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld Den Haag zijn de onveiligheidsgevoelens van de G4 bevolking te vinden: - percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt: Amsterdam 37%, Rotterdam - 40%, Utrecht - 39% en Den Haag 34%. - percentage inwoners dat zich vaak onveilig voelt: Amsterdam 4,5%, Rotterdam 5,5%, Utrecht - 4,0% en Den Haag 5,5%. In 2010 loopt het vigerende Haagse veiligheidsplan af. De Rekenkamer Den Haag ziet hierin een geschikt moment een bijdrage te leveren aan verbetering van het beleid. Het onderzoek en de aanbevelingen kunnen gebruikt worden indien er in 2010 een nieuw veiligheidsplan komt, dan wel nieuw beleid geformuleerd wordt. Leeswijzer Hierna leest u in dit hoofdstuk hoe het onderzoek is opgezet en wat het beleid van de gemeente Den Haag is om de stad veiliger te maken. Hoofdstuk 2 laat zien hoe de gemeente Den Haag de onveiligheid aanpakt. Meer detailgegevens vindt u in bijlage 2. De belangrijkste veiligheidsproblemen per stadsdeel leest u in Hoofdstuk 3. Meer detailgegevens vindt u in de bijlage 1. Hoofdstuk 4 vat de antwoorden op de onderzoekvragen samen onder de begrippen Problemen, Aanpakken, Partijen en Ontwikkelingen. 1.2 Doel- en probleemstelling Doelstelling Het veiligheidsbeleid kenmerkt zich door een veelheid van soorten problematiek, soorten aanpak en geldstromen van verschillende bestuursniveaus. Bij dit beleid zijn publieke en private actoren betrokken en doelgroepen met hun eigen kenmerken. 1 Integrale Veiligheidsmonitor Haaglanden, beknopt tabellenrapport, Politie Haaglanden. 2 Integrale Veiligheidsmonitor Haaglanden, Landelijke rapportage, CBS 2009. 3 Integrale Veiligheidsmonitor Haaglanden, beknopt tabellenrapport, Politie Haaglanden. 4

Het doel van dit onderzoek is overzicht te bieden in de veelheid van bestaande gegevens: Veiligheidsproblemen zoals aantallen delicten, autodiefstallen, inbraken. Soorten aanpak zoals begeleiding van veelplegers, de hotspotaanpak, het Politiekeurmerk Veilig Wonen, het bestrijden van woonoverlast. Andere betrokkenen bij de veiligheidsproblematiek dan de gemeente Geldstromen vanuit de gemeentelijke begroting. Trends zoals de ontwikkeling van de aantallen vermogensmisdrijven, veelplegers, gevallen van zakkenrollerij. Probleemstelling Welke problemen op het gebied veiligheid hebben de Haagse stadsdelen, op welke manier pakt het Haagse stadsbestuur en zijn partners deze problemen aan en welke ontwikkeling is te zien in cijfers van overlast en criminaliteit? Gekozen is voor de onderzoekperiode. Deze periode valt binnen de periode van de beleidsnota Een veilig Den Haag (2) 4. Niet voor alle categorieën criminaliteit en overlast waren cijfers over 2009 beschikbaar tijdens de quick scan. Voor het totaal aantal aangiften heeft de Rekenkamer gekozen voor de periode 2002 2009 vanwege de doelstelling in het veiligheidsplan van de gemeente met 2002 als vergelijkingsjaar. De hinder die burgers ondervinden bij onveiligheid in hun woonomgeving is het vertrekpunt van deze quick scan. Buiten het onderzoek vallen de georganiseerde criminaliteit, de veiligheid op het strand, de economische criminaliteit, de verkeersveiligheid en de crisisbeheersing. De quick scan geeft geen oordeel over het beleid. Daarvoor is veel diepgaander onderzoek nodig dan mogelijk is in een quick scan. De quick scan laat wel zien welke ontwikkelingen in de criminaliteit of overlast te maken hebben met de probleemgebieden. Overzicht Het overzicht kan de Raad helpen zijn sturende en controlerende rol waar te maken. Juist nu de verwachting is dat in de komende jaren minder geld beschikbaar zal zijn voor veiligheid en leefbaarheid is het belangrijk meer inzicht te hebben in de soorten aanpak die worden ingezet en in de ontwikkeling van de veiligheid. Beter inzicht geeft de mogelijkheid voor scherpere keuzes. Een inzicht in de ontwikkelingen in criminaliteit (en overlast) kan dienen als alarmsignaal voor de Raad. Het overzicht dat de Rekenkamer als eindproduct van de quick scan oplevert, kan dienen als startpunt voor een verder te ontwikkelen versie onder verantwoordelijkheid van het College. Niveau Voor het overzicht kan gekozen worden uit vier niveaus: de stad, het stadsdeel, de wijk of de buurt 5. De oorspronkelijke keuze van de Rekenkamer was gericht op het niveau van de stad, de stadsdelen en voor twee stadsdelen op wijkniveau. Dat bleek niet uitvoerbaar. Het beleid wordt op stedelijk en voor een klein gedeelte op stadsdeelniveau gerealiseerd. Een differentiatie naar een lager niveau is alleen bij gebiedsgerichte aanpakken gedeeltelijk beschikbaar. Cijfers op wijkniveau bestaan bovendien niet voor alle veiligheidscategorieën. Een vergelijking van aanpak en trends op wijkniveau was dus niet mogelijk. Den Haag heeft geen specifiek veiligheidsplan op het niveau van wijken of buurten waarbij alle problemen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid in kaart zijn gebracht. Onderzoekvragen 1. Welke zijn de soorten veiligheidsproblemen in de Haagse stadsdelen en van welke omvang zijn deze? 2. Welke zijn de soorten aanpak in de Haagse stadsdelen en welke middelen zijn hiermee gemoeid? 3. Welke betrokkenen zijn actief in de samenwerking op stadsdeelniveau? 4. Welke ontwikkelingen die samenhangen met de aanpak en problemen zijn te onderscheiden in de stadsdelen? 4 Gemeente Den Haag, Een veilig Den Haag -2010 (2): een opdracht aan alle Hagenaars, Den Haag. 5 Den Haag heeft 8 stadsdelen, 54 wijken en 114 buurten. 5

1.3 Onderzoeksaanpak In dit onderzoek zijn de veiligheidsproblemen geïnventariseerd, evenals de inzet, de middelen en de ontwikkelingen op veiligheidsgebied. Uit het overzicht van probleem en aanpak moet een zekere logica blijken: hoe sluiten de soorten problemen aan op de soorten aanpak, hoe ligt de relatie tussen de omvang van problemen en de omvang van middelen. Uitzonderingen zijn mogelijk mits voorzien van een overtuigende argumentatie. Door vragen uit te zetten bij alle betrokken diensten en personen op beleids- en uitvoeringsniveau is het basismateriaal (cijfers, aanpakken) verzameld. Het cijfermateriaal (aantallen aangiften en meldingen van overlast) in dit onderzoek is afkomstig van de politie. In bijlage 1 vindt u een toelichting van het bronnenmateriaal van de Politie Haaglanden. In bijlage 2 waar de aanpakken beschreven zijn, is gebruik gemaakt van gemeentelijke gegevens, zonodig aangevuld met informatie van de Politie Haaglanden. 1.4 Beleid Landelijk Het kabinet wil een reductie bereiken van de criminaliteit in 2010 van 25% ten opzichte van 2002 door onder andere te zorgen voor een veilige leefomgeving voor iedereen. Als het gaat over veilige wijken, dan gaat het over alle wijken, buurten en dorpen in Nederland (inclusief de 40 krachtwijken en de 40+ wijken). De ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken maken één keer per vier jaar afspraken met het Korpsbeheerdersberaad die worden vastgelegd in het Landelijk Kader 6. De prioriteiten zijn veilige wijken, geweld, jeugdcriminaliteit en risicojeugd en aanpak criminaliteit. De politie versterkt het gebiedsgebonden politiewerk. Hiertoe worden landelijk 500 extra wijkagenten ingezet (met extra aandacht voor de krachtwijken) en levert de politie, op verzoek, gegevens op wijkniveau die dienen als input voor een gemeentelijke wijkscan in het kader van het integraal veiligheidsbeleid. Het regiokorps politie Haaglanden Den Haag heeft bij het veiligheidsbeleid ook te maken met doelstellingen van de politie Haaglanden. Het Korpsbeheerdersberaad van de politie maakt landelijke afspraken met de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken over speerpunten en prestaties. Deze afspraken worden vervolgens op regionaal niveau in het Meerjarenbeleidskader van de politie Haaglanden vastgelegd. In het Meerjarenbeleidskader - 2011 heeft het korps van de politie Haaglanden de volgende prioriteiten benoemd: 1. Aanpak van geweld 2. Jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit 3. Aanpak criminaliteit 4. Veelplegers 5. Veilige wijken De twaalf Haagse politiebureaus maken jaarlijks een werkplan (de stadsdelen Centrum en Escamp hebben respectievelijk vier en twee politiebureaus en daarmee meer werkplannen). De te behalen resultaten voor de politie worden grotendeels aangestuurd door het Meerjarenbeleidskader en bepaald door de landelijke politiek. Gemeentelijk Het gemeentelijke veiligheidsbeleid is vastgelegd in Een veilig Den Haag (2): een opdracht aan alle Hagenaars, veiligheidsplan - 2010. Met deze nota sluit de gemeente aan bij de landelijke doelstelling van het kabinet van reductie van criminaliteit. De ambitie van de gemeente ligt echter op een reductie van 20% tot 25% in 2010 ten opzichte van 2002. 6 Tweede Kamer, 29628 en 28824 nr 50. 6

De Haagse aanpak is een combinatie van preventie, repressie en handhavend optreden. Centraal staan het bestrijden én het voorkomen van criminaliteit en onveiligheid. Een veilig Den Haag is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Niet alleen van gemeente en politie maar ook van burgers, ondernemers en diverse (wijk)organisaties. Voor de collegeperiode 2010 richtte het college zich op de volgende vijf prioriteiten: 1. Jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit 2. Veelplegers en stelselmatige geweldplegers 3. Drugsoverlast 4. Onveiligheid in de openbare ruimte 5. Handhaving, toezicht en controle De gemeente geeft invulling aan veiligheid in wijken en buurten op stadsdeelniveau door in de acht stadsdeelplannen de ambities met betrekking tot veiligheid te beschrijven. Het daarbij behorend jaarprogramma benoemt de acties per wijk. Bewoners kunnen prioriteiten aangeven tijdens de jaarlijkse bijeenkomst in het stadsdeel. Financiën De gemeentelijke jaarrekening laat de volgende bedragen zien voor de bestrijding van de onveiligheid 7 : Tabel: uitgaven gemeente Den Haag veiligheidsbeleid mln. Realisatie 7,4 10,6 15,1 Deze budgetten zijn ruimer dan de reikwijdte van het onderzoek en bevatten bijvoorbeeld uitvoering van de Bibob 8, radicalisering en een deel van de rampenbestrijding. Een nadere uitsplitsing van de bedragen voor bestrijding van onveiligheid is niet opgenomen in de begroting en jaarrekening. In dit onderzoek wordt wel een verdere uitsplitsing van het geld voor verschillende aanpakken opgenomen. De politie Haaglanden beschikte over de periode - over de volgende budgetten 9 : Tabel: uitgaven politie Haaglanden mln. Realisatie 351 365 388 Haaglanden De financiële verslaglegging van de politie kent geen uitsplitsing naar gemeenten. De politieregio ontvangt de gelden rechtstreeks van het Rijk. De gemeente heeft hier geen zeggenschap over. Naar schatting heeft de politie Haaglanden voor de stad Den Haag het volgende budget tot zijn beschikking: Tabel: schatting budget politie Den Haag mln. Schatting 10 Den Haag 223 231 246 De verslaglegging van de politie Haaglanden laat niet zien hoeveel budget zij beschikbaar heeft voor de stad Den Haag. De Rekenkamer heeft daarom in overleg met de politie een schatting gemaakt aan de hand van de formatie 10. 7 Programma Openbare Orde en Veiligheid, Jaarverslagen Gemeente Den Haag (RIS 156285) en (RIS 163497). 8 Wet Bevordering Integriteitbeoordeling door het openbaar bestuur. 9 Jaarverslag Politie Haaglanden en. 10 Schatting gebaseerd op de verhouding personele formatie politiebureaus in Den Haag (1707) en de personele formatie alle bureaus in Haaglanden (2693). 7

1.5 Organisatie De burgemeester is de eerst verantwoordelijke voor veiligheid en handhaving van de openbare orde in diens gemeente. De Bestuursdienst, in het bijzonder de afdeling Openbare Orde en Veiligheid (OOV), is belast met het beleid en de uitvoering. De uitwerking van het veiligheidsbeleid - 2010 loopt langs twee lijnen: de persoonsgebonden aanpak en de gebiedsgerichte aanpak. Bij deze lijnen wordt integraal gewerkt zodat veel gemeentelijke diensten en externe organisaties betrokken zijn bij het proces. Afhankelijk van de aard van de veiligheidsproblematiek kunnen verschillende soorten aanpakken worden ingezet zowel preventief als repressief. De betrokken actoren verschillen per aanpak en variëren van politie, Openbaar Ministerie, onderwijsinstellingen, corporaties, welzijnsinstellingen, bewonersorganisaties tot winkeliersverenigingen. De wethouder BDLM 11 heeft een verantwoordelijkheid voor het leefbaarheidbeleid. Leefbaarheid heeft te maken met veiligheid in de woonomgeving onder meer bij de aanpak van verloederde locaties, het onderhoud van groenvoorzieningen en het schoonhouden van de openbare ruimte. De wethouder Bouwen & Wonen heeft een verantwoordelijkheid voor de bebouwde omgeving. De bebouwde omgeving heeft te maken met veiligheid in de woonomgeving, bij onder andere het inrichten van de openbare ruimte en het maken van afspraken met de woningcorporaties. Veiligheid in de stadsdelen De stadsdeeldirecteuren worden bij de uitvoering van het veiligheidsbeleid in het stadsdeel ondersteund door een accounthouder van OOV die enkele dagdelen per week werkzaam is op het stadsdeelkantoor. Maandelijks wordt overlegd over de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Aan dit overleg nemen de stadsdeeldirecteur, de bureauchef van de politie en de accounthouder van OOV deel. De OOVaccounthouders melden knelpunten bij de burgemeester die deze kan agenderen in het Driehoeksoverleg. Bij hardnekkige en acute problemen laat de burgemeester zich ter plaatse informeren. 11 Burgerschap, Deconcentratie, Leefbaarheid en Media 8

Hoofdstuk 2 Aanpak en trends in de stad 2.1 Inleiding Op welke manieren pakt het Haagse stadsbestuur de veiligheidsproblemen aan? De Rekenkamer heeft onderstaand schema opgesteld zodat inzichtelijk wordt welke aanpakken per type veiligheidsprobleem worden ingezet. De indeling van dit hoofdstuk is conform het schema. Figuur 1: Overzicht veiligheidsproblemen en soorten aanpak In de volgende paragrafen worden de problemen en de soorten aanpak kort beschreven met vermelding van kosten en trends. Een meer uitgebreide beschrijving van de problemen (met cijfermateriaal) en van de soorten aanpak is terug te vinden in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2. Totaal aantal aangiften in Den Haag Het totaal aantal aangiften is een belangrijke indicator voor het veiligheidsniveau op stedelijk niveau. In de periode 2002 2009 is het aantal aangiften gedaald met 22.6% 12. Sinds stijgt het aantal aangiften van criminaliteit in Den Haag. In de periode - 2009 bedroeg de stijging voor de hele stad 7%. 12 Het gemeentelijke veiligheidsbeleid (Een veilig Den Haag (2)) stelt zich tot doel de criminaliteit uiterlijk 31 december 2010 met 20 tot 25% verminderd te hebben ten opzichte van 2002. 9

Grafiek: totale aantal aangiften in Den Haag 2002 2009 60000 50000 40000 30000 20000 10000 0 54609 56989 49933 4 39483 41914 42189 42266 Aangiften 2002 2003 2004 2005 2009 Aangiftebereidheid De mate waarin slachtoffers van criminaliteit bereid zijn aangifte te doen is van invloed op het inzicht van het gemeentebestuur en de politie in de ontwikkeling van de criminaliteit en overlast. De aangiftebereidheid wordt gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Onderstaande tabel toont de gemiddelde aangiftebereidheid van slachtoffers in Den Haag en Haaglanden in de periode -. Tabel: percentage aangiftebereidheid onder de bevolking % Gemeente Den Haag 28,6 24,7 26,7 Regio Haaglanden 28,0 24,7 25,9 2.2 Vermogenscriminaliteit en diefstal De onderstaande grafiek toont de ontwikkeling van de vermogenscriminaliteit in Den Haag 13. Grafiek: ontwikkeling vermogenscriminaliteit 2009 20000 15951 16699 17742 18368 15000 10000 5000 2009 0 2.2.1 Veelplegersaanpak Een aanzienlijk deel van de vermogenscriminaliteit in Den Haag wordt veroorzaakt door een relatief kleine groep criminelen, de zogenoemde veelplegers. De aanpak van veelplegers is gericht op het opzetten van maatwerktrajecten voor veelplegers samen met ketenpartners. De ketenpartners zijn de politie Haaglanden, het Openbaar Ministerie, de reclassering, de instelling Parnassia, de penitentiaire inrichting Haaglanden en de Raad voor de Kinderbescherming. Sinds 2009 werken zij samen in het Veiligheidshuis. Voor de veelplegersaanpak is in de periode van tot en met totaal 9.062.509,- uitgegeven. 13 De Rekenkamer heeft zich voor de beoordeling van vermogenscriminaliteit beperkt tot de aangiftecijfers van diefstal uit woning, diefstal uit bedrijf, fietsdiefstal, bromfietsdiefstal, autodiefstal en diefstal uit auto. De uitschieter bij fietsendiefstal was te wijten aan het in omloop zijn van lopers. Meer informatie over de absolute aantallen is terug te vinden in bijlage 1.2. 10

De veelplegersaanpak richt zich op (veelal minderjarige) doorstromers en zeer actieve veelplegers. Tabel: aantallen doorstromers en zeer actieve veelplegers 2009 Doorstromers 295 294 288 283 Zeer actieve veelplegers 410 365 379 337 2.2.2 Nazorg ex-gedetineerden Ex-gedetineerden krijgen op vrijwillige basis begeleiding aangeboden bij het vinden van inkomen en huisvesting en bij het vervullen van andere levensbehoeften. De uitvoeringsverantwoordelijkheid ligt bij de ketenpartners zoals de Reclassering, de regie ligt bij het gemeentelijke bureau Nazorg. Het bureau Nazorg heeft een regisserende rol en monitort de overdracht van de ex-gedetineerden naar de ketenpartners. De primaire taak van bureau Nazorg bestaat uit het verwerken van informatie vanuit de gevangenis, het screenen van leefgebieden waarop eventuele hulp nodig is en het uitzetten en monitoren van taken. In namen 490 ex-gedetineerden deel aan de Nazorg. Aan de pilot nazorg ex-gedetineerden, gestart in, is in de periode - 2009 540.000,- besteed. Het budget is gefinancierd uit de middelen voor de veelplegersaanpak. Voor 2010 reserveert de gemeente een budget van 300.000. Dit budget dekt de extramurale kosten van de SD trajecten (zie hierna onder 2.2.3) en de kosten voor de voorziening Reflex, een dagloonproject voor veelplegers. De gemeente kan niet aangeven of de aangeboden begeleiding heeft bijgedragen aan het duurzaam uit de criminaliteit houden van de doelgroep. De recidive van ex-gedetineerde personen kan worden bepaald aan de hand van cijfers van de politie (aanhoudingen) en het OM(voorgeleidingen) over deze doelgroep. Momenteel is dat geen standaard werkafspraak. Bij een nazorgvoorziening zoals de Reflex wordt het recidiveverloop wel bijgehouden. 2.2.3 Inrichting Stelselmatige Daders De Inrichting Stelselmatige Daders (ISD-maatregel) biedt de mogelijkheid daders met een hardnekkig gedragsprobleem voor een periode van maximaal twee jaar in een inrichting te plaatsen die specifiek voor hen bestemd is. Het Openbaar Ministerie kan kandidaten voordragen. In is deze maatregel in Den Haag 32 keer opgelegd en in 14 keer. De ISD-maatregel wordt uitgevoerd door het OM en de politie. Hieraan zijn geen kosten voor de gemeente verbonden. Van de ISD ers in de regio Haaglanden kwam na terugkeer in de samenleving de helft weer in aanraking met de politie 14. Specifiek voor de stad Den Haag zijn geen cijfers beschikbaar. 2.2.4 Politie Keurmerk Veilig wonen Het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) bestaat uit een op de woning toegespitst pakket van maatregelen waarmee de woning beter bestand is tegen inbraak. In Den Haag wordt dit keurmerk sinds 2005 in samenwerking met de corporaties uitgevoerd. Daarnaast wordt bij nieuwbouw- en renovatieprojecten zoveel mogelijk getracht het PKVW te verkrijgen. In de periode 2010 is in totaal 3,2 miljoen euro beschikbaar vanuit de gemeente (GSB-middelen). Naar schatting is in de periode - 0,6 miljoen euro per jaar besteed. 14 Effectmeting aanpak stelselmatige daders regio Haaglanden, Politie Haaglanden. 11

Onderstaande tabel toont de cijfers van diefstal uit woningen in Den Haag: Tabel: aantallen diefstal uit woning 2009 % stijging - 09 Diefstal uit woning 3.403 3.234 3.408 3.614 6,2 2.2.5 Thema s stadsdelen Sinds hebben de stadsdelen eigen veiligheidsthema s aangedragen waar zij extra aandacht aan wilden besteden in de collegeperiode tot 2010 15. De financiële lasten behorend bij de thema-aanpak bedroegen in 26.000,- en in 52.000,-. De gemeente schat dat in de periode - de stadsdelen één à twee dagen per week besteed hebben aan projecten binnen de thema s. De veiligheidsthema s met de bijbehorende trendcijfers: Tabel: aantallen delicten volgens de thema s van de stadsdelen Stadsdeel Thema 2009 Perc. stijging/daling - 2009 Loosduinen diefstal uit auto 495 647 619 872 76,2 L veen- Yp. diefstal uit woning 91 97 108 131 44,0 Centrum diefstal uit auto 1.439 1.905 1.879 2.029 41,0 Centrum fietsendiefstal 693 771 1.198 915 32,0 Haagse Hout fietsendiefstal 293 263 385 372 27,0 Segbroek diefstal uit auto 747 861 585 869 16,3 Escamp diefstal uit woning 843 925 916 970 15,1 Scheveningen fietsendiefstal 404 339 391 392-3,0 Laak straatroof 80 58 48 45-43,8 In de periode 2009 is in zes stadsdelen een stijging te zien van het aantal delicten volgens de gekozen thema s, in twee stadsdelen een daling. Diefstallen uit auto s in Loosduinen en diefstal uit woningen in Leidschenveen/ Ypenburg zijn in percentage het meest gestegen. De gemeente verklaart de groei van het aantal fietsendiefstallen in Centrum en Haagse Hout doordat er lopers in omloop waren. In Laak is de daling (straatroof) het grootst en bijna gehalveerd. De gemeente wijst erop dat het totale aantal fietsendiefstallen in Den Haag is sinds 2002 gehalveerd 16 : Grafiek: aantallen fietsendiefstallen 2002 2009 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 6089 5164 4821 3776 2742 2635 3884 3057 2002 2003 2004 2005 2009 0 fietsendiefstal 15 Zie bijlage 2.20. 16 Sturap III 2009 Den Haag, Politie Haaglanden, staf Korpsdirectie. 12

2.3 Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties 2.3.1 Keurmerk veilig ondernemen Samen met ondernemers, leveren politie en gemeente in een gebied met een Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) extra inspanningen voor veiligheid. Hiermee wordt beoogd een prettig en veilig winkelklimaat te realiseren. In Den Haag zijn dertien winkelgebieden en bedrijventerreinen gecertificeerd, drie zijn in vergevorderde fase en met vier wordt gesproken over doorstart of opstarten van het KVO 17. In de periode - is 1,5 miljoen euro uitgegeven door de gemeente aan het KVO. De gemeente beschikt over cijfers specifiek voor de KVO-gebieden 18. De gegevens dateren uit. Hoewel een KVO gericht is op een specifiek winkel- of bedrijvengebied en niet op een heel stadsdeel geeft de Rekenkamer bij gebrek aan recente cijfers op het niveau van KVO-gebieden inzicht in de ontwikkelingen van zakkenrollerij en winkeldiefstal op stadsdeelniveau. Uit de ontwikkelingen voor zakkenrollerij en winkeldiefstallen blijkt het volgende bij de zeven stadsdelen die een of meer KVO-certificaten kennen: In vijf stadsdelen stijgt het aantal winkeldiefstallen, in Laak en Scheveningen blijkt een daling; In alle zeven stadsdelen stijgt het aantal gevallen van zakkenrollerij. 2.3.2 Veelplegersaanpak, Thema s stadsdelen In de paragraaf hiervoor zijn de veelplegersaanpak en de thema s van de stadsdelen behandeld. Ze worden hier nogmaals genoemd omdat deze aanpakken ook gericht zijn op berovingen op straat, zakkenrollerij en winkeldiefstallen. Het aantal berovingen op straat, zakkenrollerij en winkeldiefstallen op stedelijk niveau vertoont een wisselend beeld: 5000 4800 4600 4400 4200 4000 3800 3600 4927 4483 4392 4150 Diefstal openbare ruimte en w inkelsituaties 2009 Voor meer inzicht in de cijfers per stadsdeel zie de bijlage 1.3. 2.4 Persoonlijke levenssfeer Misdrijven in de persoonlijke levenssfeer betreffen bedreiging, mishandeling (inclusief huiselijk geweld) en (poging tot) doodslag. Het aantal misdrijven in de persoonlijke levenssfeer is in 2009 ten opzichte van met 12% gestegen: Tabel: aantallen delicten in de persoonlijke levenssfeer 2009 Stijging - 2009 Persoonlijke levenssfeer 3.826 4.019 4.054 4.289 12% 17 Peilmoment 1-10-2009. 18 Nulmeting Dierenselaan/Apeldoornselaan, ervaringen van de doelgroep met criminaliteit en overlast, politiecijfers criminaliteit en overlast. Uit het materiaal viel niet op te maken of de situatie verbeterd was door het keurmerk. 13

2.4.1 Stelselmatige geweldplegers Plegers van een geweldsmisdrijf krijgen een snelle strafrechtelijke reactie: bij aanhouding van een geweldsmisdrijf wordt zoveel mogelijk het supersnelrecht toegepast. De repressieve aanpak functioneert als stok achter de deur. Geweldplegers worden geregistreerd in een digitaal systeem. Daarin kunnen de organisaties informatie delen en toevoegen. Een stelselmatige geweldpleger wordt geadopteerd door de wijkagent of door een medewerker vanuit de hulpverlening. Deze houdt toezicht op de geweldpleger en de begeleiding van hem. Op proactieve wijze worden hulpprogramma s aangeboden zoals agressietrainingen, psycho-medische zorg en praktische ondersteuning bij het vinden van werk, huis, opleiding of uitkering. Omdat geweld vaak het gezin treft, richt de aandacht zich ook op de veiligheid van partner en kinderen. Bureau Jeugdzorg heeft een rol bij deze begeleiding. De begeleiding van stelselmatige geweldplegers vindt plaats door de politie en hulpverlening. Voor de gemeente zijn hiermee geen financiële middelen gemoeid. Onderstaande tabel geeft de aantallen stelselmatige geweldplegers in Den Haag weer: Tabel: aantallen stelselmatige geweldplegers 2009 Stijging 2009 - Stelselmatige geweldplegers 376 374 388 3,2% In / is Den Haag begonnen met een pilot voor maximaal 30 stelselmatige geweldplegers. Doel is een daling van het aantal geweldplegers en het geweld te bewerkstelligen, waarbij ten minste 20% van de doelgroep in niet recidiveert. In de volgende tabel staan de pilotresultaten vermeld: Tabel: Aantallen aanhouding onder (recidiverende) geweldplegers 2009 Aangehouden 24 9 onbekend onbekend Niet aangehouden 4 19 onbekend onbekend In recidiveert 17% niet, 83% wel. In recidiveert 68% niet, 32% wel. 2.4.2 Huiselijk geweld Eén op de vijf stelselmatige geweldplegers maakt zich schuldig aan huiselijk geweld. De gemeente Den Haag draagt bij aan de preventie van huiselijk geweld. Dit doet zij door het meefinancieren van de regionale samenwerking van het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld (ASHG) 19 en de G4 samenwerking. Specifiek over huiselijk geweld zijn beperkt cijfers voorhanden 20. De uitgaven bestaan uit de bijdragen van de gemeente aan het ASHG: Tabel: gemeentelijke bijdragen Advies- en Steunpunt Huiselijk geweld 2009 ASHG 105.000,- 171.564,- 568.398,- 908.793,- In de volgende tabel staan de meldingen bij het ASHG. Het aantal meldingen van huiselijk geweld in Den Haag 21 is in de periode - met 10% gestegen 22 : Tabel: aantallen meldingen huiselijk geweld Den Haag Stijging - Meldingen huiselijk geweld 278 376 305 10% De gemeente heeft publiciteitscampagnes gevoerd zodat huiselijk geweld sneller gemeld wordt bij het ASHG. Mogelijk heeft de toename van het aantal meldingen te maken met deze campagnes. 19 Advies- en steunpunt huiselijk geweld voor de regio Haaglanden, zie www.huiselijkgeweldhaaglanden.nl. 20 Bron: Dienst OCW gemeente Den Haag. 21 Bron: Gemeente Den Haag, dienst OCW. 22 Bron: Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld voor de regio Haaglanden. 14

2.5 Jongerenoverlast De gemeente Den Haag onderscheidt hinderlijke, overlastgevende en criminele jongeren, samen de problematische groepen. De problematische jongerengroepen zijn onderwerp van aandacht op stadsdeelniveau in het veiligheidsoverleg van de stadsdeeldirecteur en de wijkbureauchef van de politie, gecoördineerd door de accounthouder OOV. In de aanpak van jongerengroepen spelen de jongerenwerkers een belangrijke rol. Voor jongerenwerk was beschikbaar: Tabel: budget jongerenwerk Den Haag mio Jongeren 5,8 6 6,2 SMJT 0,3 0,8 0,8 Dit is inclusief maatschappelijk werk voor doelgroep jongeren, accommodaties, agogisch jongerenwerk. In de stad zijn twee mobiele teams actief, een stedelijk mobiel jongeren team (SMJT) en een mobiel team in Escamp. Het mobiel team Escamp is onderdeel van de reguliere formatie stadsdeel. De dienst OCW geeft aan in deze quick scan alleen de kosten van het SMJT mee te rekenen in de gemeentelijke uitgaven veiligheid in de woonomgeving. Het jongerenwerk kent vier doelstellingen waarvan één het tegengaan van hinder en overlast betreft. 2.5.1 Problematische jongerengroepen De aanpak van hinderlijke en overlastgevende jongerengroepen wordt aangestuurd door de gemeente en bestaat uit een combinatie van zorg, het contact houden met de groepen vanuit het jongerenwerk, strafmaatregelen en verbetering van de leefbaarheid. De maatregelen richten zich op de overlastgever en zijn gezin. Betrokken partners kunnen zijn het Centrum voor Jeugd en Gezin, het Veiligheidshuis, de politie, het OM en de corporaties. De aanpak van criminele jongerengroepen valt onder regie van de politie. De aanpak van de politie bestaat uit repressie, het in beeld houden van een groep, surveillance en controle, en het contact houden met de groepen. Onderstaande tabel geeft de aantallen problematische groepen in Den Haag weer. Over zijn geen cijfers bekend. Het aantal hinderlijke en overlastgevende groepen daalt, het aantal criminele groepen stijgt 23. Tabel: aantallen problematische jongerengroepen 2009 Hinderlijk onbekend 33 16 17 Overlast onbekend 25 21 20 Crimineel onbekend 4 7 9 In de tabel is het aantal meldingen van jeugdige baldadigheid in de periode 2009 weergegeven: Tabel: aantallen meldingen baldadigheid 2009 Meldingen baldadigheid 5.916 6.570 6.023 6.727 23 In bijlage 1.5 is het overzicht van problematische jongerengroepen aangevuld met gegevens uit 2009. 15

2.5.2 Criminele jongeren Een groot deel van de criminele jongeren valt onder de veelplegersaanpak (doorstromers, zie paragraaf 2.2.1). Het aantal criminele jongeren in Den Haag is in, ten opzichte van, gedaald met 2,6%. Tabel: aantallen criminele jongeren Den Haag Daling - Aantallen criminele jongeren 3.620 3.618 3.525 2,6% 2.5.3 Hotspots Sinds 2003 werken gemeente, politie en welzijnsorganisaties onder de regie van de gemeente gezamenlijk aan de hotspotaanpak. Het betreft een gecombineerde aanpak van repressie en preventie en een minimale inzet van één jaar. Deze aanpak heeft voor het merendeel te maken met overlast door jongeren. Een hotspot is een overlast gevende locatie waar: meer dan gemiddelde overlast is die ten minste drie maanden duurt; een gezamenlijke integrale aanpak nodig is voor normalisering van de situatie; de overlast een duurzame aanpak vraagt van minstens één jaar. Den Haag is in 2003 gestart met 27 hotspots. In 2009 waren er nog tien. Daarmee is op dat moment de doelstelling van het veiligheidsbeleid van maximaal 14 hotspots in 2010 gehaald. In de periode heeft de gemeente meer dan 300.000,- aan hotspots uitgegeven. Het totale aantal meldingen en aangiften op de 15 toen bestaande hotspots steeg in de jaren met 7.3%: Tabel: aantallen meldingen en aangiften op hotspots Den Haag Stijging - Meldingen hotspots 1.120 1.270 1.202 7,3% Van de 15 hotspots in is bij drie hotspots in de periode - het veiligheidsgevoel van de inwoners verslechterd 24. De gemeente heeft besloten 5 hotspots van de lijst af te voeren 25. Het valt de Rekenkamer op dat bij de hotspot Centraal Station wel het veiligheidsgevoel verbetert (/ 56% - / 78%), terwijl ook het aantal meldingen en aangiften toeneemt (/ 272 / 314, + 16%). Bij de Maurice Ravelweg valt op dat zowel het veiligheidsgevoel als het aantal meldingen en aangiften vrijwel gelijk is gebleven. Het college van B&W rapporteert met de hotspotrapportage 26 aan de gemeenteraad over ontwikkelingen en resultaten op de hotspots (onveiligheidsgevoelens bij bewoners, criminaliteit- en overlastcijfers, expertoordelen). 2.5.4 Cameratoezicht In 1999 is de gemeente begonnen met cameratoezicht als onderdeel van de aanpak raamprostitutie. In de daarop volgende jaren is het cameratoezicht uitgebreid met camera s in de omgeving van het station Hollands Spoor en de Haagse Binnenstad. Vaak maakt jongerenoverlast onderdeel uit van de problematiek in het gebied. Per januari bedraagt het aantal camera s in de openbare ruimte 158 stuks. In de periode - heeft de gemeente 798.182,- uitgegeven aan cameratoezicht. Over de resultaten van het cameratoezicht voor de veiligheid in de omgeving van de camera s waren tijdens het onderzoek geen gegevens bekend over de periode - 2009 27. De laatste cijfers waren bekend over 2005. Tijdens het onderzoek bereidde de politie een evaluatie cameratoezicht 2005 2009 voor. Het beleidsplan, Een veilig Den Haag (2), stelt echter dat het cameratoezicht jaarlijks door de politie wordt geëvalueerd. 24 Tenierplantsoen / Van Dijckstraat / Hobbemastraat, Wenckebachstraat / 't Kikkertje, Weimarstraat. 25 Kaapse Plein, Joubertplein, Station CS, Stationsplein en Maurice Ravelweg. 26 RIS162902. 27 Uit eerdere jaren zijn wel gegevens bekend (incidenten/ reacties/ aanhoudingen, zie de bijlage 2.11). 16

2.5.5 Samenscholingsverbod Het verzamel- of samenscholingsverbod is een bevoegdheid van de burgemeester op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De burgemeester wijst een gebied aan waar het samenscholingsverbod intensief en gericht gehandhaafd wordt. Het verbod maakt onderdeel uit van een pakket maatregelen gericht op beperking van ernstige overlast van veelal jongeren. Het doel is de overlast terug te dringen en de veiligheidssituatie in de omgeving te verbeteren. In Den Haag is gedurende de periode tot en met juli 2009 13 maal een samenscholingsverbod ingesteld van telkens drie tot zes maanden. Van deze 13 verboden betroffen acht verlengingen of het opnieuw instellen. Voor deze aanpak zijn geen specifieke middelen door de gemeente vrijgemaakt. Toezicht op naleving van het verbod is een verantwoordelijkheid van de politie. De politie en B&W rapporteren niet uitgebreid over de resultaten van de samenscholingsverboden aan de Raad. Aangegeven wordt of de overlast is toe- of afgenomen. De rapportage wordt niet onderbouwd met cijfers. 2.5.6 Blowverbod Het college van B&W kan een blowverbod instellen in een afgebakend gebied in de openbare ruimte, waarin overlast bestaat die gerelateerd is aan het blowen. In 2009 zijn de eerste blowverboden in Den Haag ingesteld in de omgeving van de Stationsweg (tevens veiligheidsrisicogebied) en op de Strandweg/ Boulevard. Sinds 25 februari 2010 gelden blowverboden in de Weimarstraat en omgeving en in het Zeeheldenkwartier, gebieden met een concentratie van coffeeshops. Voor deze aanpak zijn geen specifieke middelen door de gemeente vrijgemaakt. Toezicht op naleving van het verbod is een verantwoordelijkheid van de politie. Gelet op de inzet van de blowverboden per 2009 kan nog geen trend gemeld worden. 2.6 Overlast in de openbare ruimte door anderen dan jongeren De burgemeester heeft op grond van de APV bevoegdheden de openbare orde te handhaven. Voor de burgemeestersbevoegdheden tot aanwijzing van een veiligheidsrisicogebied, de verblijfsontzegging en het alcoholverbod zijn geen middelen door de gemeente aangewezen. De handhavingverantwoordelijkheid ligt bij de politie. De kosten van de in deze paragraaf beschreven aanpakken komen niet ten laste van de gemeente (maar worden gedragen door de politie). De overlast door zwervers, dronkenschap en harddrugsgebruik stijgt in de periode 2009 met 38%. Tabel: aantallen meldingen overlast in de openbare ruimte 2009 overlast anderen dan jongeren 1.295 1.439 1.498 1.788 2.6.1 Aanwijzing veiligheidsrisicogebied Een veiligheidsrisicogebied is een gebied dat naar bestemming of vast gebruik voor iedereen toegankelijk is, met een hoog risico op geweldsdelicten en dreigingen met vuurwapens. Op aanwijzing van de burgemeester kan de officier van justitie binnen dit gebied gelasten preventief te fouilleren en vervoermiddelen en bagage te laten onderzoeken. In de periode tot en met september 2009 is het gebied rondom het Huygenspark, Stationsweg, Van Limburg Stirumstraat, Jan Blankenstraat en het Stationsplein vijf keer aangewezen als veiligheidsrisicogebied. In totaal zijn gedurende deze periode 34 acties preventief fouilleren uitgevoerd. Naast het gebied rondom Holland Spoor is tramlijn 9 in aangewezen als veiligheidsrisicogebied. Eénmaal is preventief gefouilleerd waarbij zeven trams zijn gecontroleerd. Deze actie werd gecombineerd met een communicatietraject op de scholen. 17

Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de aangiftecijfers van bedreigingen, berovingen en mishandelingen op straat in de buurt Huygenspark 28 : Tabel: Aangiftecijfers Huygenspark Huygenspark Daling ten opzichte van Bedreiging 34 25 40 Beroving op straat 26 36 19 Mishandeling 77 63 63 Totaal 137 124 122-11 % De volgende tabel laat de aantallen in beslag genomen wapens zien tijdens acties bij het Hollands Spoor e.o. zowel absoluut als in verhouding tot het aantal gefouilleerde personen: Tabel: aantallen in beslag genomen wapens; verhouding gefouilleerden en in beslag genomen wapens Hollands % wapens/ % wapens/ % wapens/ Spoor e.o. 29 gefouilleerden 30 gefouilleerden 31 2009 gefouilleerden 32 % wapens/ gefouilleerden Wapenbezit 61 0,95 148 1,57 134 2,52 145 2,42 De burgemeester heeft besloten om het gebied niet opnieuw aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied vanwege de daling van het aantal incidenten en wapenbezit. Hij heeft de raadscommissie voor veiligheid (VBF) hierover geïnformeerd. 33 2.6.2 Verblijfsontzegging Na aanwijzing als noodgebied door de burgemeester beschikt deze over de bevoegdheid tot verblijfsontzegging. Overlast veroorzakende drugsverslaafden kunnen voor een periode van 24 uur of één tot drie maanden uit het noodgebied verwijderd worden. De bevoegdheid tot het opleggen van een 24-uursverbod is gemandateerd aan de politie. Gedurende de gehele periode van tot maart 2010 is het gebied Holland Spoor en omgeving aangewezen als noodgebied. In de periode van tot en met zijn in totaal 2.095 24-uursververboden en 26 maandverboden uitgevaardigd. Bij de verblijfsontzeggingen zijn twee politiebureaus betrokken: het bureau Jan Hendrikstraat en het bureau Hoefkade (beide stadsdeel Centrum) 34. Het aantal verboden voor de beide bureaus samen is met de helft gedaald. 28 De Rekenkamer heeft voor het opsporen van trends bij gebrek aan specifieke cijfers over het veiligheidsrisicogebied een ruimer gebied gekozen (de buurt Huygenspark wordt omsloten door: Dunne Bierkade, Koningstraat, Parallelweg en het Zieken). Een eventueel optredend verplaatsingseffect valt binnen dit ruimere gebied. 29 Acties tussen 17 februari en 8 juni.. 30 Acties tussen 12 januari en 13 december. 31 Acties tussen 16 januari en 19 augustus. 32 Acties tussen 27 maart en 8 september 2009. 33 Brief van 1 maart 2010 RIS 170327; de burgemeester berekent hierbij een percentage van 3,16 % voor. OOV hanteerde naar eigen zeggen een andere berekenmethode. Het gaat om een vergelijking tussen een periode van 4 maanden in en een periode van 6 maanden in 2009. In die tijdvakken zijn in en in 2009 acht vergelijkbare preventief fouilleer acties verricht. 34 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Evaluatie gebiedsaanwijzing artikel 2:74C (oud artikel 95d), Commissiebrief, RIS 163762, 7 mei 2009. 18

Tabel: 24-uurs- en verblijfsverboden Daling ten opzichte van Jan Hendrikstraat 24-uursverboden 696 436 187 maandverboden 8 1 6 Totaal Jan Hendrikstraat 704 437 193 Hoefkade 24-uursverboden 250 234 292 maandverboden 8 1 2 Totaal Hoefkade 258 235 294 Totaal gen. 962 672 487-49% Volgens de gemeente is het aantal ontzeggingen gehalveerd door soepeler om te gaan met toeristen. Toeristen krijgen nu eerst een waarschuwing en pas bij het negeren daarvan een ontzegging. Een doel van verblijfsontzeggingen is het voorkómen van drugsoverlast. Hieronder staan de percentages van de bevolking die vaak overlast ervaren van drugsgerelateerde verschijnselen bij de bureaus Jan Hendrikstraat en Hoefkade 35 : Tabel: percentages van de bevolking die vaak overlast ervaren van drugsgerelateerde verschijnselen omgeving politiebureau Jan Hendrikstraat en politiebureau Hoefkade: Jan Hendrikstraat 18,0 14,5 18,7 Hoefkade 27,4 18,0 21,9 Een tweede doel van verblijfsontzeggingen is het voorkómen van overlast door dronkenschap. Hieronder staan de percentages van de bevolking die vaak overlast ervaren van dronken mensen op straat bij de bureaus Jan Hendrikstraat en Hoefkade 36. Tabel: percentages van de bevolking die vaak overlast ervaren van dronken mensen op straat omgeving politiebureau Jan Hendrikstraat en politiebureau Hoefkade J. Hendrikstraat 36,3 36,4 35,3 Hoefkade 22,2 17,5 24,2 2.6.3 Alcoholverbod Het instellen van een alcoholverbod door het college van B&W geeft de politie betere mogelijkheden (preventief) op te treden tegen de in dat gebied aanwezige overlast. In waren 26 gebieden in Den Haag aangewezen met een alcoholverbod, in en 24 gebieden. Gedurende is hier één gebied (Jan Luykenlaan/ Escamp) in verband met alcoholoverlast aan toegevoegd. Alle stadsdelen, met uitzondering van Leidschenveen-Ypenburg, hebben gebieden met alcoholoverlast. Tijdens de jaarwisseling worden op (te verwachten) probleemlocaties tijdelijke alcoholverboden ingesteld. In de praktijk zijn dit twee tot drie locaties. 35 Integrale Veiligheidsmonitor Haaglanden beknopt tabellenboek. 36 Integrale Veiligheidsmonitor Haaglanden beknopt tabellenboek. 19

Onderstaande tabel toont de trend van het aantal alcoholgerelateerde incidenten. Het aantal incidenten is in ten opzichte van met 64% gestegen: Tabel: aantallen alcohol gerelateerde incidenten Stijging - Alcohol gerelateerde incidenten 261 327 427 64% De stijging van het aantal incidenten kan op verschillende manieren verklaard worden. Een stijging kan samenhangen met een toename van het aantal gevallen van dronkenschap maar ook met een intensievere handhaving. Om de stijging te verklaren is verder onderzoek nodig. 2.7 Woonoverlast Het Meldpunt woonoverlast, de Haagse Pandbrigade en het Team Onrechtmatig Wonen behoren tot de portefeuille van de wethouder Bouwen en Wonen. 2.7.1 Meldpunt Woonoverlast Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast, gestart in, is een centraal contact- en coördinatiepunt voor burgers en instanties die te maken hebben met overlastsituaties. De formatie bestaat uit 5,2 fte. Het Meld- en Steunpunt zet meldingen uit bij partners binnen het gemeentelijk apparaat (Haagse Pandbrigade, Team Onrechtmatig Wonen, Stadsdeelkantoren, Signaleringsoverleg en Overlastgevende Pandenoverleg) en buiten het gemeentelijk apparaat (Politie, corporaties, zorginstellingen en Bureau Bemiddeling & Mediation). Het Meld- en Steunpunt koppelt ook de resultaten van de afhandeling van de meldingen terug aan de burgers. De kosten voor het meldpunt bedragen 300.000,- per jaar. Het meldpunt heeft in 1008 meldingen ontvangen. 2.7.2 Haagse Pandbrigade De Haagse Pandbrigade heeft als doel overlast tegen te gaan en veiligheid te vergroten door de bestrijding van illegaal wonen, hennepteelt, controle van persoonsgegevens, aanpak van onderhoudsgebreken en milieubeheer, en onrechtmatig gebruik van sociale voorzieningen bij woningen en horeca. Eerder bestond de Inhaalslag Handhaving, per 2009 is deze overgegaan in de Pandbrigade. De organisatie heeft 56 fte capaciteit en is een samenwerking van de gemeentelijke Dienst Stedelijke Ontwikkeling, de Dienst Publieksservice, de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten, de Dienst Stadsbeheer, de Bestuursdienst en de brandweer. In de periode heeft de gemeente 9.465.000,- uitgegeven aan de Haagse Pandbrigade. De Pandbrigade heeft sinds de volgende aantallen adressen gecontroleerd: Tabel: aantallen adrescontroles Pandbrigade 2005/ 06 / 07 / 08 Stijging 2005/ 06 - / 08 5.446 7.955 8.265 52% Het College van B&W geeft aan geen inzicht te hebben in de resultaten van de acties van de Pandbrigade voor de leefbaarheid in de buurt. Het College heeft twee onderzoeken aangekondigd naar de maatschappelijke effecten van het project. 20

2.7.3 Team Onrechtmatig wonen Het Team Onrechtmatig Wonen is primair gericht op het opheffen van onrechtmatige woonsituaties om de leefbaarheid en veiligheid in de wijken te vergroten. De formatie bestaat uit 19,1 fte. Het Team Onrechtmatig Wonen handhaaft in eerste instantie met behulp van bestuursrechtelijke instrumenten door het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. In ernstige gevallen worden op grond van de Wet Economische Delicten ook strafrechtelijke handhavinginstrumenten ingezet. De uitgaven ten behoeve van het Team Onrechtmatig Wonen vallen onder de reguliere apparaatlasten. In 2009 zijn 322 woningen in rechtmatig beheer gebracht en zijn er 33 processen-verbaal ingezonden naar het OM. 2.7.4 Bemiddeling en Mediation Het Bureau Bemiddeling en Mediation, ondergebracht bij de politie Haaglanden, is een samenwerkingsverband van de politie, corporaties en de gemeente. 90 vrijwilligers zijn actief ter voorkoming van conflicten tussen burgers. Het bureau kost per jaar 114.000,-. De gemeentelijke bijdrage daaraan bedraagt 54.000,- per jaar. Het bureau heeft in de jaren in totaal 1.729 cases gekregen in de regio Haaglanden. Hiervan zijn volgens eigen opgave - 1.096 met succes bemiddeld. Het aantal cases is in ten opzichte van met 160% gestegen. Tabel: aantallen cases bureau Bemiddeling en Mediation Stijging - Cases B&M 364 424 941 160%. 2.8 Onveiligheidsgevoelens De Politiemonitor Bevolking (PMB) peilt jaarlijks de veiligheidgevoelens onder de inwoners. Inwoners wordt gevraagd of zij zich wel eens of vaak onveilig voelen. Tabel: percentage bevolking dat zich wel eens/ vaak onveilig voelt % bevolking Daling/ stijging - Voelt zich wel eens onveilig 28,3 27,9 27,4-0,9 procentpunt Voelt zich vaak onveilig 4,9 4,6 5,8 + 0,9 procentpunt De Integrale Veiligheidsmonitor 2009 (IVM) geeft voor onveiligheidsgevoelens andere uitkomsten dan de PMB omdat een andere methodiek wordt gehanteerd 37 : Tabel: percentage bevolking dat zich wel eens/ vaak onveilig voelt % bevolking 2009 Voelt zich wel eens onveilig 33.7 35.1 Voelt zich vaak onveilig 5.5 6.2 De onveiligheidsgevoelens op stedelijk niveau laten in de IVM een stijging zien. Door de andere berekenmethode zijn de cijfers PMB en IVM niet vergelijkbaar. De PMB is in het laatst gepubliceerd. 2.8.1 Buurtinterventieteams en Pilots bewoners Ter professionalisering van buurtinitiatieven heeft de gemeente een beleidskader ontworpen en uitgevoerd. Op dit moment bestaan 16 buurtinterventie/ preventieteams, 3 buurtvaderprojecten, 2 nachtpreventieteams en 2 teams van straatvertegenwoordigers. Geschat wordt dat hoogstens 400 personen in de stad bij deze projecten actief zijn. De initiatieven zijn vooral gericht op bevordering van de leefbaarheid in een wijk. 37 zie bijlage 1 voor een toelichting op de verschillende monitors 21

In de periode 2009 heeft de gemeente 825.000,- uitgegeven aan deze projecten. Voor de periode - worden de uitgaven geschat op 275.000,- per jaar. Over de resultaten van de Buurtinterventieteams en de Bewonerspilots zijn geen gegevens omtrent de leefbaarheid van de buurten voorhanden. De gemeente (projectorganisatie Deconcentratie) heeft een onderzoek laten uitvoeren naar het proces van participatie en samenwerking in twee pilots in het licht van de doelstellingen van de pilots. De Raad wordt hiervan nog op de hoogte gebracht. De evaluatie doet aanbevelingen om veiligheid en leefbaarheid door de pilots te verbeteren. De evaluatie geeft geen oordeel over effecten van de pilots voor de veiligheid en leefbaarheid. 2.8.2 Verloederde locaties Bestrijding van verloederde locaties in de stad was onderdeel van het Grotestedenbeleid voor de periode 2005 2009 onder de verantwoordelijkheid van de wethouder BDLM (Leefbaarheid). In die periode zijn 56 locaties aangepakt waarvan de meeste in het Centrum liggen (21) en Escamp (11). In alle stadsdelen behalve Leidschenveen-Ypenburg worden locaties verbeterd. Verbetering houdt in aanpak van het groen, bestrating, straatmeubilair en de speelkwaliteit. Voor zover verloederde locaties tevens hotspots zijn, zijn deze plekken onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester als portefeuillehouder hotspots aangepakt. Voor de periode 2005 2009 was 5 miljoen euro beschikbaar, gemiddeld 90.000,- per locatie. De Rekenkamer stelt dat voor de periode - de uitgaven gemiddeld op 1 miljoen euro per jaar uitkomen. Van het beleid gericht op de verloederde locaties zijn geen resultaten op leefbaarheid en/ of onveiligheidsgevoelens in de directe omgeving bekend. 2.8.3 Handhavingsteams De gemeente Den Haag heeft de beschikking over acht handhavingsteams (samen 99 fte) ten bate van de handhaving in de openbare ruimte. Hun taak is vooral gericht op de naleving van regels gesteld in de APV, afvalstoffenverordening en de drank- en horecawet. De kosten van de handhavingsteams in de periode - zijn gebaseerd op de salariskosten van deze bijzondere opsporingsambtenaren inclusief overhead voor huisvesting, opleiding en ondersteunende functies. Tabel: kosten handhavingsteams (miljoenen euro s) 2009 2010 5,8 5,9 6,0 9,5 9,5 De kwaliteit van de openbare ruimte wordt door de stadsdelen gemonitord met de CROW methodiek 38. Het is de bedoeling dat er inzicht ontstaat in het effect van de handhavingsactiviteiten op gedrag van mensen en de staat van de openbare ruimte. Dit is nog in ontwikkeling.vooralsnog zijn over de resultaten en effecten van het functioneren van de Handhavingsteams geen gegevens bekend. 2.9 Veiligheidshuis Sinds september 2009 werken in Den Haag de strafrecht-, openbare orde- en zorgketen samen in het Veiligheidshuis. Het doel is de activiteiten op elkaar af te stemmen en onderling informatie uit te wisselen tot op dossierniveau. De diensten richten zich onder regie van de gemeente op ex-gedetineerden, risicojongeren en overlastlocaties. De kosten van opstarten en inrichting worden gefinancierd vanuit het Veiligheidsfonds, een gemeentelijke bestemmingsreserve van 3,2 miljoen euro met ingang van 2009. Daarnaast vraagt het Openbaar Ministerie een extra subsidie landelijk aan van 200.000,- per jaar voor Den Haag. Gelet op de recente oprichting van het Veiligheidshuis kan nog geen trend gemeld worden. 38 CROW is een kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. 22

2.10 Politiecapaciteit De politie in de gemeente Den Haag heeft per 1 juni 2009 een personele formatie van 1707 fulltime equivalenten waaronder 104 wijkagenten. De politie is verdeeld over twaalf wijkbureaus. De Politieregio is een zelfstandig bestuursorgaan met een wettelijke basis. Sturingsbevoegdheden liggen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Korpsbeheerders 39. De capaciteit van de politie is geregeld in een landelijk verdelingssysteem. De gemeenteraad heeft geen bevoegdheid ten aanzien van de politiecapaciteit. De gemeenteraad kan wel de burgemeester als portefeuillehouder Openbare orde en Veiligheid aanspreken. De gemeente kan tevens flankerende maatregelen nemen op het terrein van ruimtelijke ordening, welzijn, en zorg waardoor de politie ondersteund wordt in haar veiligheidstaak. De gemeente levert in en 2009 een jaarlijkse financiële bijdrage aan de politie Haaglanden: 515.000,- voor het bureau DOEN van de politie Haaglanden en het bureau Bemiddeling en Mediation; 375.000,- voor de inzet van de politie bij de bestrijding van de sociale zekerheidsfraude. 2.11 Financieel overzicht Onderstaande tabel geeft de uitgaven van de gemeente voor het veiligheidsbeleid weer over de periode. Hierbij is bij enkele posten uitgegaan van een jaargemiddelde (afronding op 1.000,-). Bedragen x duizend Veelplegersaanpak 3571 3571 3456 (inclusief nazorg ex-gedetineerden) ISD maatregel nvt nvt nvt Keurmerk Veilig Ondernemen 454 430 530 Keurmerk Veilig Wonen 640 640 640 Thema s stadsdelen onbekend 26 52 Geweldplegers nvt nvt nvt Huiselijk geweld 105 172 568 Hinderlijk en overlastgevende 344 783 783 jongeren Criminele jongeren nvt nvt nvt Hotspots 118 183 2 Cameratoezicht 270 383 145 Samenscholingsverbod nvt nvt nvt Blowverbod nvt nvt nvt Aanwijzing veiligheidsrisicogebied nvt nvt nvt Verblijfsontzegging nvt nvt nvt Alcoholverbod nvt nvt nvt Meldpunt Woonoverlast 300 300 300 Pandbrigade (gemeentelijk deel) 3100 3100 3100 Team Onrechtmatig Wonen nvt nvt nvt Bureau Bemiddeling en Mediation 54 54 54 Buurtinterventieteams en Pilots onbekend 270 250 Verloederde locaties 1000 1000 1000 Handhavingsteams 5811 5890 6044 Bijdragen aan de politie onbekend onbekend 850 Totaal 15.767 16.802 17.774 Toelichting: de vermelding nvt betekent niet van toepassing omdat de gemeente financieel niet bijdraagt. De vermelding onbekend betekent dat de uitgaven niet bekend zijn bij de gemeente. 39 De burgemeesters in een politieregio onder voorzitterschap van de burgemeester van de grootste gemeente. In casu de burgemeester van Den Haag. 23

Onderstaand diagram toont de verhouding tussen het voor Den Haag geschatte politiebudget en de gemeentelijke uitgaven aan veiligheid in de woonomgeving in. Hieruit blijkt dat de zeggenschap van de Raad maar een beperkt deel ( 7%) van de financiële inzet betreft. gemeentelijke en rijksmiddelen (politie) veiligheid 7% gemeente politie 93% 2.12 Ontwikkelingen op probleemgebieden In de onderstaande figuur worden de ontwikkelingen die samenhangen met de probleemgebieden samengevat in een icoontje. De icoontjes geven aan of de ontwikkelingen in de onderzochte periode 2009 gunstig, wisselend, ongunstig of onbekend zijn. De icoontjes zijn gebaseerd op de trendgegevens per probleemgebied (aantallen aangiften, meldingen, belevingscijfers). Met de tijdens deze quick scan beschikbare informatie over resultaten en effecten was het niet mogelijk een gefundeerd oordeel te geven per aanpak (geel gekleurd). Daarom heeft de Rekenkamer zich beperkt tot oordelen op het niveau van de probleemgebieden (groen gekleurd). 24

De argumenten voor de oordelen zijn: 1. de ontwikkeling van de onveiligheidsgevoelens is wisselend: de stijging en daling (par. 2.8) zijn heel licht. 2. de vermogenscriminaliteit ontwikkelt zich ongunstig: het aantal aangiftes stijgt (par. 2.2). 3. het aantal berovingen op straat, zakkenrollerij en winkeldiefstallen vertoont een wisselend beeld (par. 2.3); de resultaten in de KVO stadsdelen laten ook een wisselend beeld zien. 4. de ontwikkeling van de criminaliteit in de persoonlijke levenssfeer is ongunstig: het aantal misdrijven in de persoonlijke levenssfeer stijgt (par. 2.4). Bovendien stijgt het aantal geweldplegers. 5. de jongerenoverlast is wisselend (par. 2.5); het aantal problematische groepen daalt maar het aantal criminele groepen stijgt, het aantal meldingen van baldadigheid wisselt, het aantal criminele jongeren daalt. 6. de overlast door anderen dan jongeren stijgt (par. 2.6). 7. de ontwikkeling van woonoverlast is onbekend, alleen voor zijn cijfers over het aantal meldingen beschikbaar, zodat nog geen ontwikkeling is aan te geven. 25

Hoofdstuk 3 Veiligheidsproblemen in de stadsdelen 3.1 Inleiding Aangiften in de stadsdelen In de inleiding van hoofdstuk 2 is aangegeven dat de aangiftecijfers in Den Haag sinds 2002 met bijna 23% gedaald zijn. De daling geldt voor alle stadsdelen met uitzondering van Leidschenveen-Ypenburg (zie kolom % 2002 2009 ). In de periode van het onderzoek 2009 is sprake van een stijging van 7% van het aantal aangiften. Deze stijging geldt voor alle stadsdelen (zie kolom % 2009 ). Tabel: het totaal aantal aangiften per stadsdeel 2002 2009 40 Aangiften 2002 2003 2004 2005 2009 % 2002-09 % - 09 Loosduinen 3647 4038 3776 3562 3024 3385 3617 3537-3,0 17,0 Escamp 9086 9622 9139 8027 7416 7998 7746 7629-16,0 2,9 Segbroek 4765 5012 4369 3596 3503 3491 3528 3750-21,3 7,1 Scheveningen 5574 5689 4897 4323 4076 4202 4040 4175-25,1 2,4 Centrum 19843 20720 17637 14007 13206 14565 14777 14612-26,4 10,6 Laak 4406 4485 4064 3324 3233 3294 3301 3232-26,6 0,0 Haagse hout 5123 4984 4063 3363 3017 2905 2856 3062-40,2 1,5 Leidschenveen-Yp. 812 1135 1173 1129 1332 1506 1734 1799 121,6 35,1 Stadsdeel onbekend 1353 1304 815 675 676 568 590 470 Den Haag 54609 56989 49933 4 39483 41914 42189 42266-22,6 7,0 Vooral Leidschenveen Ypenburg, Loosduinen en Centrum hebben te maken met de stijging. In Laak, Haagse Hout, Scheveningen en Escamp blijven de aangiftecijfers vrijwel op gelijk niveau. 3.2 Hoe verhouden de stadsdelen zich tot elkaar? In de tabellen op de volgende pagina s is per stadsdeel het aantal aangiften en meldingen overlast per type weergegeven per 1000 inwoners over de periode 2009. Het gaat in deze tabellen niet om absolute aantallen aangiften en meldingen 41. De absolute cijfers zijn hier gecorrigeerd naar het aantal inwoners van een stadsdeel (aantal aangiften en meldingen overlast per 1000 inwoners 42 ). De Rekenkamer heeft voor deze methode gekozen om zo de stadsdelen onderling met elkaar te vergelijken. Het cijfermateriaal is grotendeels afkomstig van de Politie Haaglanden (stafbureau Analyse en Research). 40 Politie Haaglanden Stafbureau Analyse en Research 41 De absolute aantallen, de berekeningswijze voor het veiligheidsoverzicht en de bronvermelding zijn terug te vinden in bijlage 1. 42 Bij deze berekening is telkens rekening gehouden met het aantal inwoners op 31 december van dat jaar. 26

3.3 Stadsdeel Loosduinen Hieronder staan voor het totale aantal aangiften, voor de onveiligheidsgevoelens, voor drie typen delicten en voor overlast de ontwikkelingen voor dit stadsdeel weergegeven. Het gaat om cijfers per 1000 inwoners. De stippellijn geeft het stedelijk gemiddelde per jaar weer. Het aantal aangiften daalt in het laatste jaar parallel aan de onveiligheidsgevoelens. De vermogensdelicten en de meldingen jongerenoverlast scoren rond het stedelijk gemiddelde. De diefstallen in de openbare ruimte, delicten in de persoonlijke levenssfeer en de overlast in de openbare ruimte (niet jongeren) blijven ruim onder het gemiddelde. Ontwikkelingen naar aanleiding van de absolute cijfers van aangiften en meldingen overlast (zie bijlage 1). Loosduinen heeft te maken met een daling van het totaal aantal aangiften van 3% tussen 2002 2009. De gemiddelde daling van Den Haag is 23%. In de jaren 2009 kent het stadsdeel een stijging van 17%. In het aantal Vermogensdelicten is een stijging waar te nemen. De stijging wordt vooral veroorzaakt door diefstal uit auto s en bromfietsdiefstal. Alhoewel in de categorie Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties de aantallen toenemen, ligt het cijfer voor deze delicten gunstig in vergelijking met andere stadsdelen en blijft ruim onder het stedelijk gemiddelde. De meldingen van vernieling in de categorie Jongerenoverlast nemen af. In 2009 waren er in Loosduinen drie problematische jongerengroepen: in waren dit er vijf. De meldingen over zwervers, dronkenschap en harddrugsgebruik (Overlast in de openbare ruimte anders dan jongeren) zijn in de periode meer dan verdubbeld maar verminderen weer in 2009. De thema s uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) Elk stadsdeel heeft in het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) een thema uitgekozen waar extra aandacht aan wordt besteed. Voor het stadsdeel Loosduinen is dit diefstal uit auto. 27

Grafiek: thema Loosduinen uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 1.000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 494 645 619 872 2009 Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van diefstallen uit auto s weer voor de jaren 2009 Uit auto. Ten opzichte van is het aantal diefstallen uit auto s in 2009 met 76% gestegen. De onveiligheidsgevoelens in Loosduinen Het gevoel van onveiligheid wordt jaarlijks gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Inwoners wordt gevraagd of zij zich wel eens onveilig voelen of vaak onveilig voelen. Grafiek: onveiligheidsgevoelens Loosduinen (PMB) 35 30 25 20 15 10 5 In % inwoners Wel eens onveilig Loosduinen 30,3 28,4 27,1 Stedelijk 28,3 27,9 27,4 Vaak onveilig Loosduinen 4,6 4,2 3,3 0 PMB Loosduinen: voelt zich w eleens onveilig PMB stedelijk: voelt zich w el eens onveilig PMB Loosduinen: voelt zich vaak onveilig PMB stedelijk: voelt zich vaak onveilig Stedelijk 4,9 4,6 5,8 Het aantal inwoners dat zich wel eens of vaak onveilig voelt daalde in de periode -. 28

3.4 Stadsdeel Escamp Hieronder staan voor het totale aantal aangiften, voor de onveiligheidsgevoelens, voor drie typen delicten en voor overlast de ontwikkelingen voor dit stadsdeel weergegeven. Het gaat om cijfers per 1000 inwoners. De stippellijn geeft het stedelijk gemiddelde per jaar weer. De onveiligheidsgevoelens stijgen terwijl het aantal aangiften gelijk blijft. Het percentage bewoners met onveiligheidsgevoelens stijgt sneller dan het stedelijk gemiddelde. Alle typen delicten en meldingen blijven onder het stedelijke gemiddelde. De jongerenoverlast blijft rond het stedelijk gemiddelde. Ontwikkelingen naar aanleiding van de absolute cijfers van aangiften en meldingen overlast (zie bijlage 1). Het totale aantal aangiften van alle typen delicten en overlast is in de periode 2002-2009 met 16% gedaald, in de periode 2009 met 3% gestegen. In de categorie Vermogensdelicten is sinds een stijging te zien van het aantal autodiefstallen (meer dan verdubbeld). Ook het bromfietsdiefstallen steeg in de periode - 2009. Het aantal winkeldiefstallen is in de periode 2009 met 64% gestegen van 185 tot 303. In de Persoonlijke levenssfeer is het aantal (pogingen tot) doodslag sinds vrijwel gehalveerd: van 57 in naar 31 in 2009. Het aantal mishandelingen is in dezelfde periode met 23% gestegen. Escamp kent een groot aantal problematische jongerengroepen. Van de 46 problematische jongerengroepen die Den Haag in 2009 heeft, zijn er 16 in Escamp. Het aantal meldingen over dronkenschap is in de periode - 2009 met 73% gestegen (Overlast in de openbare ruimte anders dan jongeren). De thema s uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) Elk stadsdeel heeft in het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) een thema uitgekozen waar extra aandacht aan wordt besteed. Voor het stadsdeel Escamp is dit diefstal uit woning. 29

Grafiek: thema Escamp uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 1.0 0 0 950 925 970 Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van diefstal uit woning weer voor de jaren 2009 900 850 800 843 816 2009 750 700 Uit woning Ten opzichte van is het aantal diefstallen uit woningen met 15% gestegen. De onveiligheidsgevoelens in Escamp Het gevoel van onveiligheid wordt jaarlijks gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Inwoners wordt gevraagd of zij zich wel eens onveilig voelen of zich vaak onveilig voelen. Grafiek: onveiligheidsgevoelens Escamp (PMB) 35 30 25 20 15 10 5 0 In % inwoners Wel eens onveilig Escamp 28,4 29,2 30,1 PMB Escamp: voelt zich w eleens onveilig PMB stedelijk: voelt zich w el eens onveilig PMB Escamp: voelt zich vaak onveilig PMB stedelijk: voelt zich vaak onveilig Stedelijk 28,3 27,9 27,4 Vaak onveilig Escamp 5,2 4,7 7,5 Stedelijk 4,9 4,6 5,8 Ten opzichte van zijn de onveiligheidsgevoelens in Escamp toegenomen. 30

3.5 Stadsdeel Scheveningen Hieronder staan voor het totale aantal aangiften, voor de onveiligheidsgevoelens, voor drie typen delicten en voor overlast de ontwikkelingen voor dit stadsdeel weergegeven. Het gaat om cijfers per 1000 inwoners. De stippellijn geeft het stedelijk gemiddelde per jaar weer. Alle aantallen stijgen in het laatste jaar met uitzondering van diefstal in de openbare ruimte. De onveiligheidsgevoelens stijgen samen met het aantal aangiften. De vermogensdelicten, de overlast van jongeren en de overlast van anderen schommelen rond het stedelijk gemiddelde. Ontwikkelingen naar aanleiding van de absolute cijfers van aangiften en meldingen overlast (zie bijlage 1). Het totaal aantal aangiften in het stadsdeel Scheveningen is in de periode 2002 2009 met een kwart gedaald, in de periode 2009 met 2.4% gestegen. Bij Vermogensdelicten zijn diefstal van bromfietsen in de periode 2009 verdubbeld, diefstal uit bedrijven met 16% gestegen. De diefstallen uit woningen zijn met 20% gedaald, van auto s met eenderde gedaald. Bij de typen delicten Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties blijven de aantallen in de periode 2009 op gelijk niveau. Het aantal meldingen van baldadigheid is met 16% afgenomen; het aantal meldingen van vernielingen blijft gelijk (Jongerenoverlast). De meldingen over dronkenschap zijn sinds verdrievoudigd (Overlast in de openbare ruimte anders dan jongeren). De thema s uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) Elk stadsdeel heeft in het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) een thema uitgekozen waar extra aandacht aan wordt besteed. Voor het stadsdeel Scheveningen is dit fietsdiefstal. Grafiek: thema Scheveningen uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 420 400 380 360 340 320 404 339 391 392 2009 Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van fietsdiefstal weer voor de jaren 2009. 300 Fietsdiefstal Ten opzichte van is het aantal fietsdiefstallen met 3% gedaald. 31

De onveiligheidsgevoelens in Scheveningen Het gevoel van onveiligheid wordt jaarlijks gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Inwoners wordt gevraagd of zij zich wel eens onveilig voelen of vaak onveilig voelen. Grafiek: onveiligheidsgevoelens Scheveningen (PMB) 30 25 20 15 10 5 0 Wel eens Scheveningen Wel eens stedelijk Vaak onveilig Scheveningen Vaak onveilig Stedelijk In % inwoners Wel eens onveilig Scheveningen 24,3 21,1 23,9 Stedelijk 28,3 27,9 27,4 Vaak onveilig Scheveningen 3,3 1,8 3,8 Stedelijk 4,9 4,6 5,8 In daalden de onveiligheidsgevoelens; in is weer een stijging waar te nemen. 32

3.6 Stadsdeel Segbroek Hieronder staan voor het totale aantal aangiften, voor de onveiligheidsgevoelens, voor drie typen delicten en voor overlast de ontwikkelingen voor dit stadsdeel weergegeven. Het gaat om cijfers per 1000 inwoners. De stippellijn geeft het stedelijk gemiddelde per jaar weer. Voor alle typen delicten, onveiligheidsgevoelens en meldingen geldt dat zij onder het stedelijk gemiddelde scoren. Opvallend is dat het aantal aangiften in het laatste jaar stijgt en het percentage bewoners met onveiligheidsgevoelens daalt. De overige typen delicten stijgen (vermogensdelicten, persoonlijke levenssfeer) of stabiliseren. Ontwikkelingen naar aanleiding van de absolute cijfers van aangiften en meldingen overlast (zie bijlage 1). Het totaal aantal aangiften is in de periode 2002 2009 met 21% gedaald, sinds met 7% gestegen. Bij Vermogensdelicten is een stijging te zien die vooral veroorzaakt wordt door bromfietsendiefstal en diefstal uit auto s. De delicten Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties laten een stijging zien die veroorzaakt wordt door het aantal winkeldiefstallen (ruim verdubbeld). Bij delicten in de Persoonlijke levenssfeer is het aantal bedreigingen ieder jaar aan het dalen. In waren er in Segbroek 7 problematische jongerengroepen. In 2009 waren dit er nog 2: de twee groepen worden geduid als hinderlijk (Jongerenoverlast). De meldingen over zwervers, dronkenschap en harddruggebruikers zijn in de periode met 26% gedaald maar daarna gestegen, vooral het aantal gevallen van dronkenschap (Overlast in de openbare ruimte anders dan jongeren). 33

De thema s uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) Elk stadsdeel heeft in het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) een thema uitgekozen waar extra aandacht aan wordt besteed. Voor het stadsdeel Segbroek is dit diefstal uit auto. Grafiek: thema Segbroek uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 1.000 900 863 869 800 748 700 600 585 500 400 2009 300 200 100 0 Uit auto Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van diefstallen uit auto s weer voor de jaren 2009 Ten opzichte van is het aantal diefstallen uit auto s na een aanvankelijke daling met 16% gestegen. De onveiligheidsgevoelens in Segbroek Het gevoel van onveiligheid wordt jaarlijks gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Inwoners wordt gevraagd of zij zich wel eens onveilig voelen en of zij zich vaak onveilig voelen. Grafiek: onveiligheidsgevoelens Segbroek (PMB) 30 25 20 15 10 In % inwoners Wel eens onveilig Segbroek 24,1 23,6 20,1 5 Stedelijk 28,3 27,9 27,4 0 PMB Segbroek: voelt zich w eleens onveilig PMB stedelijk: voelt zich w el eens onveilig PMB Segbroek: voelt zich vaak onveilig PMB stedelijk: voelt zich vaak onveilig Vaak onveilig Segbroek 2,4 2,7 2,8 Stedelijk 4,9 4,6 5,8 Het onveiligheidsgevoel in Segbroek bij mensen die zich wel eens onveilig voelen vertoont een dalende trend. Het aantal mensen dat zich vaak onveilig voelt kent een lichte stijging. 34

3.7 Stadsdeel Centrum Hieronder staan voor het totale aantal aangiften, voor de onveiligheidsgevoelens, voor drie typen delicten en voor overlast de ontwikkelingen voor dit stadsdeel weergegeven. Het gaat om cijfers per 1000 inwoners. De stippellijn geeft het stedelijk gemiddelde per jaar weer. Voor alle typen delicten, onveiligheidsgevoelens en meldingen geldt dat het Centrum ver bovengemiddeld scoort. Van belang voor de hoge scores is volgens de gemeente mede de aanwezigheid van vier politiebureaus en drie krachtwijken. In het laatste jaar is voor alle typen een daling of stabilisatie te zien met uitzondering voor delicten in de persoonlijke levenssfeer. Ontwikkelingen naar aanleiding van de absolute cijfers van aangiften en meldingen overlast (zie bijlage 1). Het aantal aangiften in het stadsdeel Centrum is sinds 2002 met 26% gedaald (stedelijk 23%), sinds met 10% gestegen (stedelijk 7%). Bij Vermogensdelicten is vooral een stijging te zien in het aantal diefstallen van fietsen en diefstallen uit auto s. Deze bedragen respectievelijk 32% en 41%. Het aantal berovingen op straat is sinds met 20% gedaald. Zakkenrollerij (3%) en vooral winkeldiefstal (26%) laten een stijging zien (Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties). In de Persoonlijke levenssfeer daalt het aantal (pogingen tot) doodslag met 27% maar bedreigingen en mishandelingen stijgen beide met 25%. Het stadsdeel Centrum heeft in 16 en in 2009 14 problematische jongerengroepen. Dit is veel in vergelijking met de andere stadsdelen waar de aantallen variëren van 2 tot 10. Den Haag heeft in 2009 in totaal 46 problematische jongerengroepen en 14 hiervan zitten in het stadsdeel Centrum. Het aantal meldingen van baldadigheid en vernieling is met 15% gestegen (Jongerenoverlast). In 2009 komt 33% van het totale aantal stedelijke meldingen over zwervers, dronkenschap en harddrugsgebruik uit het stadsdeel Centrum. De meldingen over harddrugsgebruik zijn in de periode gelijk gebleven maar in het laatste jaar met 34% gedaald. Meldingen over dronkenschap en zwervers nemen met meer dan de helft toe. 35

De thema s uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) Elk stadsdeel heeft in het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) een thema uitgekozen waar extra aandacht aan wordt besteed. Voor het stadsdeel Centrum zijn twee thema s uitgekozen: diefstal uit auto en fietsdiefstal. Grafiek: thema 1 Centrum uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 2.500 2.000 1.500 1.441 1.905 1.879 2.029 Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van diefstallen uit auto s weer voor de jaren 2009 1.000 500 2009 0 Uit auto Ten opzichte van is het aantal diefstallen uit auto s met 41% gestegen. Grafiek: thema 2 Centrum uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0 693 771 1.198 Fietsdiefstal 915 2009 Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van fietsdiefstal weer voor de jaren 2009 Ten opzichte van is het aantal fietsdiefstallen met 32% gestegen. De onveiligheidsgevoelens in Centrum Het gevoel van onveiligheid wordt jaarlijks gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Inwoners wordt gevraagd of zij zich wel eens onveilig voelen of vaak onveilig voelen. Grafiek: onveiligheidsgevoelens Centrum (PMB) 40 35 30 25 20 15 10 5 0 PMB Centrum: voelt zich w el eens onveilig PMB stedelijk: voelt zich w el eens onveilig PMB Centrum: voelt zich vaak onveilig PMB stedelijk: voelt zich vaak onveilig In % inwoners Wel eens onveilig Centrum 34,1 36,3 36,6 Stedelijk 28,3 27,9 27,4 Vaak onveilig Centrum 7,3 9,0 10,3 Stedelijk 4,9 4,6 5,8 Het percentage bewoners met onveiligheidsgevoelens is in het stadsdeel Centrum sinds gestegen. De belangrijkste stijging is te zien bij de vraag of zij zich vaak onveilig voelen. Het aantal bewoners dat zich vaak onveilig voelt is met 3 procentpunt gestegen. De onveiligheidsgevoelens in het stadsdeel Centrum zijn de hoogste in de stad. 36

3.8 Stadsdeel Laak Hieronder staan voor het totale aantal aangiften, voor de onveiligheidsgevoelens, voor drie typen delicten en voor overlast de ontwikkelingen voor dit stadsdeel weergegeven. Het gaat om cijfers per 1000 inwoners. De stippellijn geeft het stedelijk gemiddelde per jaar weer. Aandachtspunt vormt de stijging van de overlast in de openbare ruimte (niet jongeren) over de hele periode tot boven het stedelijk gemiddelde. Het percentage bewoners dat zich wel eens onveilig voelt daalt. Het percentage mensen dat zich vaak onveilig voelt stijgt daarentegen. De jongerenoverlast wordt minder. Ontwikkelingen naar aanleiding van de absolute cijfers van aangiften en meldingen overlast (zie bijlage 1). Het totaal aantal aangiften in het stadsdeel Laak is in de periode 2002 2009 met ruim 26% gedaald en sinds gelijk gebleven. Het aantal Vermogensdelicten met 8% gestegen. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door de verdubbeling van het aantal fietsdiefstallen. Diefstal uit woningen en auto s en diefstal van bromfietsen stijgen ieder met 8%. Het aantal gevallen van Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties is met 25% gedaald. Het aantal berovingen op straat is gehalveerd. In de categorie Delicten in de persoonlijke levenssfeer stijgt het aantal (pogingen tot) doodslag met 25%. In waren er in Laak nog acht problematische jongerengroepen. Dit aantal is in 2009 afgenomen tot drie. Het aantal meldingen van baldadigheid is met 14% afgenomen en het aantal meldingen van vernieling is gelijk gebleven (Jongerenoverlast). Het aantal meldingen over zwervers, dronkenschap en harddrugsgebruik zijn sinds verdubbeld. Dit wordt vooral veroorzaakt door het aantal gevallen van dronkenschap en zwervers (Overlast in de openbare ruimte anders dan jongeren). De thema s uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) Elk stadsdeel heeft in het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) een thema uitgekozen waar extra aandacht aan wordt besteed. Voor het stadsdeel Laak is dit straatroof. 37

Grafiek: thema Laak uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 100 80 60 80 58 48 45 40 20 2009 0 Beroving op straat Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van straatroof weer voor de jaren 2009 Ten opzichte van is het aantal straatroven met 44% gedaald. De onveiligheidsgevoelens in Laak Het gevoel van onveiligheid wordt jaarlijks gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Inwoners wordt gevraagd of zij zich wel eens onveilig voelen en of zij zich vaak onveilig voelen. Grafiek: onveiligheidsgevoelens Laak (PMB) 40 35 30 25 20 15 10 5 0 PMB Laak: voelt zich w eleens onveilig PMB stedelijk: voelt zich w el eens onveilig PMB Laak: voelt zich vaak onveilig PMB stedelijk: voelt zich vaak onveilig In % inwoners Wel eens onveilig Laak 36,3 32,5 30,2 Stedelijk 28,3 27,9 27,4 Vaak onveilig Laak 10,7 5,4 7,3 Stedelijk 4,9 4,6 5,8 Het aantal inwoners dat zich wel eens onveilig voelt daalt. Opvallend is de sterke daling in het aantal bewoners dat zich vaak onveilig voelt in om vervolgens in weer te stijgen. De onveiligheidsgevoelens in Laak behoren na stadsdeel Centrum tot de slechtste van de stad. 38

3.9 Stadsdeel Haagse Hout Hieronder staan voor het totale aantal aangiften, voor de onveiligheidsgevoelens, voor drie typen delicten en voor overlast de ontwikkelingen voor dit stadsdeel weergegeven. Het gaat om cijfers per 1000 inwoners. De stippellijn geeft het stedelijk gemiddelde per jaar weer. Het aantal aangiften stijgt maar het percentage bewoners dat zich onveilig voelt daalt. Alle meldingen en aangiften scoren onder het gemiddelde. Het aantal vermogensdelicten, diefstallen in de openbare ruimte en meldingen overlast in de openbare ruimte stijgt. Ontwikkelingen naar aanleiding van de absolute cijfers van aangiften en meldingen overlast (zie bijlage 1). Het totale aantal aangiften in Haagse Hout is in de periode 2002 2009 met 40% gedaald. Sinds is het aantal vrijwel gelijk gebleven. Bij Vermogensdelicten stijgen de diefstallen van fietsen, bromfietsen en diefstallen uit auto in 2009 met respectievelijk 27, 200 en 20% ten opzichte van. Het aantal berovingen op straat is in 2009 met 22% gedaald ten opzichte van, het aantal winkeldiefstallen bijna verdubbeld (Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties). In de Persoonlijke levenssfeer daalt het aantal (pogingen tot) doodslag met 38%. Bedreigingen en mishandelingen stijgen met 17 en 10%. Haagse Hout heeft in 2009 twee problematische jongerengroepen. In waren er drie. Het aantal meldingen van baldadigheid en vernieling is met respectievelijk 10 en 17% afgenomen (Jongerenoverlast). Meldingen over zwervers en dronkenschap stijgen in 2009 met respectievelijk 100 en 180%. De meldingen over harddrugsgebruik zijn sinds gedaald van 10 naar 8 (Overlast in de openbare ruimte anders dan jongeren). 39

De thema s uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) Elk stadsdeel heeft in het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) een thema uitgekozen waar extra aandacht aan wordt besteed. Voor het stadsdeel Haagse Hout is dit fietsdiefstal. Grafiek: thema Haagse Hout uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 500 400 300 293 263 385 372 200 100 0 Fietsdiefstal 2009 Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van fietsdiefstal weer voor de jaren 2009 Ten opzichte van is het aantal fietsdiefstallen met 27% gestegen. De onveiligheidsgevoelens in Haagse Hout Het gevoel van onveiligheid wordt jaarlijks gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Bewoners wordt gevraagd of zij zich wel eens onveilig voelen of zich vaak onveilig voelen. Grafiek: onveiligheidsgevoelens Haagse Hout (PMB) 30 In % inwoners 25 20 15 Wel eens onveilig Haagse Hout 21,1 21,7 17,9 Stedelijk 28,3 27,9 27,4 10 5 Vaak onveilig Haagse Hout 2,1 2,4 2,1 0 PMB: voelt zich w eleens onveilig PMB stedelijk: voelt zich w el eens onveilig PMB: voelt zich vaak onveilig PMB stedelijk: voelt zich vaak onveilig Stedelijk 4,9 4,6 5,8 Het percentage bewoners dat zich in Haagse Hout onveilig voelt daalt. De onveiligheidsgevoelens in Haagse Hout behoren tot de laagste in de stad. 40

3.10 Stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg Hieronder staan voor het totale aantal aangiften, voor de onveiligheidsgevoelens, voor drie typen delicten en voor overlast de ontwikkelingen voor dit stadsdeel weergegeven. Het gaat om cijfers per 1000 inwoners. De stippellijn geeft het stedelijk gemiddelde per jaar weer. De scores liggen in vergelijking met andere stadsdelen laag met uitzondering van het aantal meldingen jongerenoverlast. Het aantal meldingen jongerenoverlast scoort gemiddeld en stijgt in het laatste jaar. Ontwikkelingen naar aanleiding van de absolute cijfers van aangiften en meldingen overlast (zie bijlage 1). Alhoewel Leidschenveen-Ypenburg per 1000 inwoners de laagste scores heeft voor wat betreft het totaal aantal aangiften, is hier sprake van een flinke stijging. Deze bedraagt in de periode 2002-2009 meer dan een verdubbeling (stedelijk is sprake van een daling van 23%) en ten opzichte van een stijging van 35% (stedelijk is sprake van een stijging van 7%). Bij Vermogensdelicten stijgen de diefstallen van bromfietsen en uit auto s in 2009 flink met respectievelijk 141 en 172% in 2009. Ook fietsendiefstal laat een stijging zien en wel van 56%. In vergelijking met de andere stadsdelen staat Leidschenveen-Ypenburg per 1000 inwoners op de onderste plaats. Zakkenrollerij is in de periode - 2009 verviervoudigd (Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties). In de Persoonlijke levenssfeer daalt het aantal (pogingen tot) doodslag met 50%. Bedreigingen en mishandelingen stijgen met respectievelijk 16 en 33%. In waren er in Leidschenveen-Ypenburg drie problematische jongerengroepen. In en 2009 nam dit af tot twee: éen groep is overlastgevend, de andere groep is hinderlijk. Het aantal meldingen van baldadigheid stijgt in 2009 met 33% ten opzichte van (Jongerenoverlast). Meldingen over Overlast in de openbare ruimte anders dan jongeren zijn bijzonder laag. De thema s uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) Elk stadsdeel heeft in het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) een thema uitgekozen waar extra aandacht aan wordt besteed. Voor het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg is dit diefstal uit woning. 41

Grafiek: thema Leidschenveen-Ypenburg uit het beleidsplan Een veilig Den Haag (2) 140 120 100 80 60 40 20 0 81 97 108 131 2009 Deze tabel geeft de aantallen van aangiften van diefstallen uit woningen weer voor de jaren 2009 Uit w oning Ten opzichte van is het aantal diefstallen uit woningen met 62% gestegen. De onveiligheidsgevoelens in Leidschenveen-Ypenburg Het gevoel van onveiligheid wordt jaarlijks gemeten in de Politiemonitor Bevolking. Inwoners wordt gevraagd of zij zich wel eens onveilig voelen of vaak onveilig voelen. 30 25 20 15 10 5 0 PMB L'veen- Ypenburg: voelt zich w eleens onveilig PMB stedelijk: voelt zich w el eens onveilig PMB L'veen- Ypenburg: voelt zich vaak onveilig PMB stedelijk: voelt zich vaak onveilig In % inwoners Wel eens onveilig L veen-ypenburg 21,9 19,6 20,7 Stedelijk 28,3 27,9 27,4 Vaak onveilig L veen-ypenburg 2,1 2,6 2,2 Stedelijk 4,9 4,6 5,8 Het aantal inwoners dat zich wel eens onveilig voelt is in Leidschenveen-Ypenburg licht gedaald. Het aantal inwoners dat zich vaak onveilig voelt is licht gestegen. 42

Hoofdstuk 4 Beantwoording onderzoeksvragen 4.1 Inleiding De Rekenkamer heeft het veiligheidsbeleid van de gemeente Den Haag onderzocht door antwoord te geven op de volgende onderzoekvragen: 1. Welke zijn de soorten veiligheidsproblemen in de Haagse stadsdelen en van welke omvang zijn deze? 2. Welke zijn de soorten aanpak in de Haagse stadsdelen en welke middelen zijn hiermee gemoeid? 3. Welke betrokkenen zijn actief in de samenwerking op stadsdeelniveau? 4. Welke ontwikkelingen die samenhangen met de aanpak en problemen zijn te onderscheiden in de stadsdelen? Hieronder zijn per onderzoekvraag de antwoorden verkort en zoveel mogelijk visueel gegeven. 4.2 Veiligheidsproblemen 1. Welke zijn de soorten veiligheidsproblemen in de Haagse stadsdelen en van welke omvang zijn deze? De Rekenkamer identificeerde de volgende veiligheidsproblemen die relevant zijn voor veiligheid in de woonomgeving: vermogenscriminaliteit, geweldpleging, jongerenoverlast, overlast in de openbare ruimte en woonoverlast. Daarnaast is de beleving van veiligheid (of onveiligheidsgevoelens) van belang. De stadsdelen van Den Haag hebben te maken met een verschillend niveau van veiligheidsproblematiek en beleving zoals blijkt uit onderstaande tabel. Tabel: veiligheid in stadsdelen op hoofdlijnen Stadsdeel Niveau problematiek Beleving Bijzonderheden Aandachtspunten minder = beter Centrum Diefstal openbare ruimte, winkels hoog Laak Beleving relatief gunstig Vermogensdelicten Overlast openbare ruimte Loosduinen Beleving relatief ongunstig Jongerenoverlast Scheveningen Diefstal openbare ruimte, winkels laag overlast openbare ruimte Escamp Beleving relatief ongunstig Onveiligheidsgevoelens Haagse Hout Jongerenoverlast laag Vermogensdelicten Segbroek Overlast openbare ruimte laag Vermogensdelicten L veen- Ypenburg Relatief minste aangiften Jongerenoverlast 4.3 Aanpak en middelen 2. Welke soorten aanpak zijn er in de Haagse stadsdelen en welke middelen zijn hiermee gemoeid? De Rekenkamer identificeerde 24 aanpakken (mede) gericht op het bevorderen van veiligheid in de woonomgeving. Voor 15 van deze aanpakken worden gemeentelijke financiële middelen ingezet. 43

Grafiek: uitgaven Den Haag voor het veiligheidsbeleid 43. De Rekenkamer benadrukt dat exacte gemeentelijke uitgaven voor veiligheid niet vast te stellen zijn. Dit komt onder andere doordat keuzes moeten worden gemaakt voor toerekening, bijvoorbeeld van de inzet van jongerenwerk. 43 uitgegaan is van een jaargemiddelde, afgerond op 1.000,-. 44

4.4 Betrokken partijen 3. Welke betrokkenen zijn actief in de samenwerking op stadsdeelniveau? Figuur: actoren betrokken bij de wijkveiligheid in Den Haag De burgemeester is de eerst verantwoordelijke voor veiligheid en voor handhaving van de openbare orde. Onder zijn verantwoordelijkheid werkt de Haagse Bestuursdienst/ Openbare Orde en Veiligheid (BSD/ OOV). De uitvoering van het beleidsplan Den Haag Veilig (2) valt onder de regie van deze dienst. Den Haag kent sinds vier jaar een deconcentratiebeleid. De gemeente geeft invulling aan veiligheid in wijken en buurten op stadsdeelniveau. In de stadsdeelplannen worden de ambities voor de veiligheid beschreven. De uitvoering van het veiligheidsbeleid in de stadsdelen is een gedeelde verantwoordelijkheid van de burgemeester, de wethouder Leefbaarheid (BDLM), de wethouder Bouwen & Wonen en de politie. De stadsdeeldirecteuren worden bij de uitvoering van het veiligheidsbeleid in het stadsdeel ondersteund door een accounthouder van de Bestuursdienst/ Openbare orde en Veiligheid (OOV). Deze is enkele dagdelen per week werkzaam op het stadsdeelkantoor. Maandelijks wordt overlegd over de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Aan dit overleg nemen de stadsdeeldirecteur, de bureauchef van de politie en de accounthouder OOV deel. De accounthouder OOV meldt knelpunten bij de burgemeester die deze kan agenderen in het Driehoeksoverleg van burgemeester, officier van justitie en de politiecommissaris. Bij hardnekkige en acute problemen laat de burgemeester zich ter plaatse informeren. 45

De uitwerking van het veiligheidsbeleid -2010 loopt langs twee lijnen: persoonsgebonden aanpak en een gebiedsgerichte aanpak. Bij deze lijnen wordt integraal gewerkt met als gevolg dat veel gemeentelijke diensten en externe organisaties betrokken zijn. Afhankelijk van de aard van de veiligheidsproblematiek kunnen verschillende soorten aanpak en instrumenten worden ingezet zowel preventief als repressief. De betrokken actoren verschillen per aanpak en variëren van de politie, het Openbaar Ministerie, onderwijsinstellingen, corporaties, welzijnsinstellingen, bewonersorganisaties en winkeliersverenigingen. 4.5 Ontwikkelingen 4. Welke ontwikkelingen die samenhangen met aanpak en problemen zijn te onderscheiden? Algemeen De Rekenkamer ziet de volgende belangrijke ontwikkelingen op het terrein van veiligheid in Den Haag. In de periode 2002 2009 is het aantal aangiften in Den Haag gedaald met 22,6%. Sinds is het aantal aangiften weer licht gestegen (7% in 2009 ten opzichte van ). De veiligheidsgevoelens over de hele stad zijn in die periode echter vrijwel gelijk gebleven. Onveiligheid en beleving Per stadsdeel zijn er grote verschillen in de veiligheidsbeleving. In Escamp en Haagse Hout is het aantal aangiften per 1000 inwoners vergelijkbaar en onder het stedelijk gemiddelde. In Escamp neemt het percentage inwoners dat zich onveilig voelt toe. In Haagse Hout neemt dat percentage af. Datzelfde beeld geldt voor Loosduinen: het aantal aangiften is gestegen, het percentage inwoners dat zich onveilig voelt is gedaald. Bij deze voorbeelden lopen het cijfer voor het aantal aangiften en het cijfer voor de beleving van de onveiligheid niet synchroon. Het stadsdeel Centrum ontwikkelt zich in -2009 relatief ongunstig met een stijging van het aantal aangiften per 1000 inwoners en een stijging van het percentage inwoners dat zich onveilig voelt. Laak laat een gunstigere ontwikkeling zien met een gelijkblijvend aantal aangiften en een daling van het percentage inwoners dat zich onveilig voelt. Bij deze voorbeelden lopen het cijfer voor het aantal aangiften en het cijfer voor de beleving van de onveiligheid wel synchroon. Jongeren Het aantal problematische jongerengroepen daalt. Er zijn in 2009 minder hinderlijke en overlastgevende jongerengroepen dan in, maar het aantal criminele jongerengroepen is toegenomen van vier in naar 10 in 2009. Thema s In hebben de acht stadsdelen gekozen voor eigen veiligheidsthema s. Voor twee stadsdelen gaat die aanpak samen met een daling van het aantal aangiften voor het thema. Voor de overige stadsdelen gaat die aanpak gepaard met een stijging, in één geval tot driekwart meer. Risicogebieden De aanwijzing van de veiligheidsrisicogebieden en het inzetten van de verblijfsontzeggingen gaan samen met een daling van het aantal aangiften en overlastmeldingen. 46

Bijlage 1 Delicten, overlast en onveiligheidsgevoelens in absolute getallen Leeswijzer In deze bijlage worden overzichten gegeven per stadsdeel: Per type delict het totaal aantal aangiften en/ of meldingen van overlast in absolute getallen over de periode 2009 (bijlage 1.2 1.8). Per stadsdeel een overzicht van de typen delicten en overlast met indicatoren en de onveiligheidsgevoelens in de periode 2009 (bijlage 1.9 1.16) en Per stadsdeel onveiligheidsgevoelens over de periode uit de PolitieMonitor Bevolking. Bronnen Bij het samenstellen van de overzichten per hoofdgroep en per stadsdeel is gebruikt gemaakt van diverse bronnen. www.hoeveiligismijnwijk.nl Deze internetsite van de Politie Haaglanden geeft voor de periode tot en met 2009 de aangiftecijfers van een beperkt aantal delicten op stadsdeel-, wijk- en buurtniveau. Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld Den Haag Het cijfermateriaal van www.hoeveiligismijnwijk.nl correspondeert met het cijfermateriaal uit het Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld Den Haag. De aantallen aangiften en meldingen van overlast in het Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld gaan tot en met en geven dus geen cijfers over 2009. In het Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld zijn gegevens te vinden over: Aangiften van misdrijven Meldingen van overlast Gegevens uit de Integrale Veiligheidsmonitor Behalve cijfermateriaal biedt het Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld een managementsamenvatting over de ontwikkeling van de veiligheid in Den Haag vanaf 2002. Politiemonitor Bevolking In het Tabellenrapport van de Politiemonitor Bevolking, Regio Haaglanden (PMB) zijn gegevens te vinden over onder andere: Buurtproblemen Onveiligheidsgevoelens Slachtofferschap Misdrijven De gegevens zijn beschikbaar voor de jaren 1995, 1997, 1999, 2001, 2003, 2005,, en. Dit landelijke onderzoek biedt de cijfers aan voor de Regio Haaglanden, Den Haag en op het niveau van de stadsdelen. Integrale Veiligheidsmonitor De Integrale Veiligheidsmonitor Haaglanden is in voor het eerst uitgevoerd in Den Haag en levert gedeeltelijk dezelfde gegevens als de PMB. De Rekenkamer wil een ontwikkeling zichtbaar maken door cijfers over meer jaren te vergelijken. Door de wisseling van de meetmethodiek komen de cijfers tot en met uit de PMB. Latere cijfers komen uit de IVM. De methode van de IVM is verschillend van die van de PMB zodat de uitkomsten van beide onderzoeken niet met elkaar vergeleken kunnen worden. 47

Bijlage 1.1 Typen delicten en overlast en onveiligheidsgevoelens De typen delicten en overlastmeldingen (groen gearceerd) zijn op basis van de volgende aangiftecijfers en aantallen meldingen (geel gearceerd) samengesteld: Figuur: typen delicten en overlast - aangiftecijfers en meldingen van overlast In bijlage 1.8 worden apart van de hier in dit schema genoemde gegevens, de onveiligheidsgevoelens gegeven. 48

Bijlage 1.2 Vermogensdelicten De gekozen indicatoren zijn: Inbraak/ diefstal uit woning Inbraak/ diefstal uit bedrijf Fietsdiefstal Bromfietsdiefstal Autodiefstal Diefstal uit auto Grafiek: vermogensdelicten per stadsdeel 2009 Leidschenv.-Yp. Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen 2009 Escamp Loosduinen 0 1000 2000 3000 4000 5000 6000 7000 Tabel: vermogensdelicten per stadsdeel 2009 2009 Loosduinen 1326 1468 1837 1758 Escamp 3172 3464 3378 3353 Scheveningen 1922 1953 1852 2021 Segbroek 1789 1730 1710 2018 Centrum 4905 5376 5867 5841 Laak 1269 1232 1328 1368 Haagse Hout 1147 1016 1144 1293 Leidschenv.-Yp. 421 460 626 716 49

Bijlage 1.3 Diefstallen in de openbare ruimte en winkelsituaties De gekozen indicatoren zijn: Beroving op straat Zakkenrollerij Winkeldiefstal Grafiek: diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties Leidschenv.-Yp. Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen 2009 Escamp Loosduinen 0 500 1000 1500 2000 2500 3000 3500 Tabel: diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties 2009 Loosduinen 103 155 146 174 Escamp 592 602 593 621 Scheveningen 244 239 237 245 Segbroek 161 180 201 232 Centrum 2469 3176 2661 2635 Laak 281 257 230 211 Haagse Hout 258 274 262 285 Leidschenv.-Yp. 42 44 62 80 50

Bijlage 1.4 Delicten in de persoonlijke levenssfeer De gekozen indicatoren zijn: Bedreiging Mishandeling (Poging tot) doodslag Grafiek: delicten in de persoonlijke sfeer 0 250 500 750 1000 1250 1500 1750 Leidschenv.-Yp. Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen 2009 Escamp Loosduinen Tabel: delicten in de persoonlijke sfeer 2009 Loosduinen 263 238 254 286 Escamp 713 761 678 794 Scheveningen 358 396 333 372 Segbroek 294 302 257 269 Centrum 1.334 1.379 1.553 1.611 Laak 410 445 453 430 Haagse Hout 273 289 289 301 Leidschenv.-Yp. 187 209 237 205 51

Bijlage 1.5 Jongerenoverlast De gekozen indicatoren zijn meldingen van: Baldadigheid Vernieling Aantallen problematische jongerengroepen Grafiek: jongerenoverlast Leidschenv.-Yp. Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen 2009 Escamp Loosduinen 0 500 1.000 1.500 2.000 2.500 3.000 3.500 Tabel: jongerenoverlast 2009 Loosduinen 1.141 1.222 1.051 1.079 Escamp 2375 2893 2592 2666 Scheveningen 1352 1430 1205 1238 Segbroek 1.161 1.332 1.248 1271 Centrum 2.698 2.975 3.159 3.092 Laak 935 980 962 868 Haagse Hout 717 767 651 616 Leidschenv.-Yp. 855 1.042 961 1.054 Tabel: problematische groepen Leidschenveen-Ypenburg Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen 2009 Escamp Loosduinen 0 5 10 15 20 52

Tabel: problematische jeugdgroepen 2009 Loosduinen 5 4 3 Escamp 15 10 16 Scheveningen 2 3 4 Segbroek 7 2 2 Centrum 19 16 14 Laak 8 4 3 Haagse Hout 3 3 2 Leidschenveen- Ypenburg 3 2 2 53

Bijlage 1.6 Overlast openbare ruimte anderen dan jongeren De gekozen indicatoren zijn: Zwervers Dronkenschap Harddrugsgebruik Grafiek: overlast openbare ruimte door anderen dan jongeren Leidschenv.-Yp. Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen 2009 Escamp Loosduinen 0 100 200 300 400 500 600 700 800 Tabel: overlast openbare ruimte door anderen dan jongeren 2009 Loosduinen 50 100 109 82 Escamp 226 233 226 302 Scheveningen 184 200 96 250 Segbroek 127 102 93 140 Centrum 547 617 739 674 Laak 93 112 138 185 Haagse Hout 61 65 82 134 Leidschenv.-Yp. 7 10 15 21 54

Bijlage 1.7 Meldingen woonoverlast De gekozen indicator: Aantal meldingen bij het Meldpunt Woonoverlast 44 Figuur Woonoverlast 18 30 52 58 156 151 269 274 L' veen/ypenburg Haagse Hout Laak Centrum Scheveningen Segbroek Escamp Loosduinen 0 50 100 150 200 250 300 44 Bron: Jaarrapportage Meld- en Steunpunt Woonoverlast (RIS 164913) 55

Bijlage 1.8 Onveiligheidsgevoelens en slachtofferschap De gekozen indicatoren zijn: percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt percentage inwoners dat zich vaak onveilig voelt percentage inwoners dat aangeeft het afgelopen jaar slachtoffer geweest te zijn van verschillende delicten (vermogensdelicten, vandalismedelicten, geweldsdelicten en overige). Grafiek: percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt Leidschenv.-Yp. Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen Escamp Loosduinen 0 5 10 15 20 25 30 35 40 Tabel: percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt Loosduinen 30,3 28,4 27,1 Escamp 28,4 29,2 30,1 Scheveningen 24,3 21,1 23,9 Segbroek 24,1 23,6 20,1 Centrum 34,1 36,3 36,6 Laak 36,3 32,5 30,2 Haagse Hout 21,1 21,7 17,9 Leidschenv.-Yp. 21,9 19,6 20,7 56

Grafiek: percentage inwoners dat zich vaak onveilig voelt Leidschenv.-Yp. Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen Escamp Loosduinen 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Tabel: percentage inwoners dat zich vaak onveilig voelt Loosduinen 4,6 4,2 3,3 Escamp 5,2 4,7 7,5 Scheveningen 3,3 1,8 3,8 Segbroek 2,4 2,7 2,8 Centrum 7,3 9 10,3 Laak 10,7 5,4 7,3 Haagse Hout 2,1 2,4 2,1 Leidschenv.-Yp. 2,1 1,6 2,2 Figuur: percentage inwoners dat aangeeft in één of meer malen slachtoffer te zijn geweest van een delict 29,9 27,6 27,2 33,1 30,2 31,3 25,4 29,2 38,3 Den Haag Leidschenv.-Yp. Haagse Hout Laak Centrum Segbroek Scheveningen Escamp Loosduinen 0 10 20 30 40 50 57

Bijlage 1.9 Stadsdeel Loosduinen Vermogensdelicten / diefstal Van auto Uit auto Bromfietsdiefstal Fietsdiefstal Uit bedrijf 2009 Vermogensdelicten/ diefstal 2009 Uit woning 230 263 403 291 Uit bedrijf 197 241 265 259 Fietsdiefstal 310 259 433 200 Bromfietsdiefstal 58 38 82 91 Uit w oning 0 100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000 Uit auto 494 645 619 872 Van auto 37 22 35 45 Van de vermogensdelicten in het stadsdeel Loosduinen zijn vooral de diefstallen uit auto s gestegen. Ook de diefstallen van bromfietsen stijgen. De overige vermogensdelicten laten een wisselend beeld zien. Diefstal openbare ruimte/ winkelsituaties Winkeldiefstal Zakkenrollerij Beroving op straat 2009 Diefstal openbare ruimte/ winkelsituatie 2009 Beroving op straat 45 30 37 46 Zakkenrollerij 31 69 68 57 Winkeldiefstal 27 56 41 71 0 20 40 60 80 Het aantal gevallen van zakkenrollerij is in verdubbeld ten opzichte van. 2009 laat weer een daling zien. Winkeldiefstallen verdriedubbelen bijna in dezelfde periode. Misdrijven persoonlijke levensfeer Poging tot en doodslag Mishandeling Bedreiging 2009 Persoonlijke levensfeer 2009 Bedreiging 105 87 106 107 Mishandeling 144 138 137 169 Poging tot en doodslag 14 13 11 10 0 50 100 150 200 Poging tot doodslag en doodslag nemen in het stadsdeel Loosduinen af. Het aantal bedreigingen blijft gelijk. Mishandeling daarentegen laat een stijging zien. 58

Overlast jongeren Vernieling Baldadigheid 2009 Openbare ruimte en jongeren 2009 Baldadigheid 609 625 580 624 Vernieling 532 597 471 423 Problem. Groepen 5 4 3 0 200 400 600 800 Het aantal meldingen van overlast door jongeren in Loosduinen is wisselend. Het aantal problematische jongerengroepen daalt. Overlastgevende personen openbare ruimte anders dan jongeren Openbare ruimte en overlastgevende personen Harddrugsgebruikers Zwervers 2009 2009 Dronkenschap 30 61 55 46 Zwervers 13 20 42 30 Harddrugsgebruikers 7 19 12 5 totaal 50 100 109 81 Dronkenschap 0 20 40 60 80 De meldingen in de categorieën harddrugsgebruikers en dronkenschap dalen sinds. De meldingen over zwervers zijn wisselend. Onveiligheidsgevoelens PMB: vaak onveilig PMB: w el eens onveilig Onveiligheidsgevoelens PMB: wel eens onveilig 30,3 28,4 27,1 PMB: vaak onveilig 4,6 4,2 3,3 0 10 20 30 40 Het aantal inwoners in Loosduinen dat zich wel eens onveilig en vaak onveilig voelt daalde in de onderzochte periode. 59

Bijlage 1.10 Stadsdeel Escamp Vermogensdelicten Van auto Uit auto Bromfietsdiefstal Fietsdiefstal Uit bedrijf 2009 Uit w oning 0 500 1.000 1.500 2.000 Vermogensdelicten/ diefstal 2009 Uit woning 843 925 816 970 Uit bedrijf 434 463 462 421 Fietsdiefstal 402 438 575 413 Bromfietsdiefstal 144 131 189 191 Uit auto 1.228 1.444 1.235 1.205 Van auto 121 63 101 153 Totaal 3.172 3.464 3.378 3.353 Van de vermogensdelicten in het stadsdeel Escamp vallen door de grote aantallen de diefstallen uit auto s op. Deze dalen sinds. De diefstal van bromfietsen stijgen sinds. De overige vermogensdelicten laten een wisselend beeld zien. Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties Winkeldiefstal Zakkenrollerij Beroving op straat 2009 2009 Beroving op straat 211 123 115 123 Zakkenrollerij 196 262 230 195 Winkeldiefstal 185 217 248 303 Totaal 592 602 593 621 0 100 200 300 400 Het aantal winkeldiefstallen is in het stadsdeel Escamp in vier jaar tijd blijven stijgen. Het aantal berovingen op straat is constant sinds, het aantal gevallen van zakkenrollerij is weer op het peil van. 60

Delicten in de persoonlijke levenssfeer Poging tot doodslag Mishandeling Bedreiging 0 100 200 300 400 500 2009 Persoonlijke levensfeer 2009 Bedreiging 288 326 253 309 Mishandeling 368 400 397 454 Poging tot doodslag 57 35 28 31 Totaal 713 761 678 794 Het aantal (poging tot) doodslag is in het stadsdeel Escamp in drie jaar vrijwel gehalveerd. Het aantal bedreigingen is wisselend in de onderzoeksperiode, het aantal mishandelingen is constant stijgend. Jongerenoverlast in de openbare ruimte Vernieling Baldadigheid 2009 Jongerenoverlast 2009 Baldadigheid 1.334 1.508 1.442 1.642 Vernieling 1.041 1.385 1.150 1.020 Problematische jongerengroepen 15 10 16 0 500 1.000 1.500 2.000 Het aantal meldingen van vernieling door jongeren vertoont in Escamp een wisselend beeld. Het aantal meldingen van baldadigheid stijgt. Het hoge aantal valt op, evenals het hoge aantal problematische jongerengroepen. Overlastgevende personen openbare ruimte anders dan jongeren 2009 Harddrugsgebruikers Zwervers 2009 Dronkenschap 94 116 115 163 Zwervers 94 116 115 88 Harddrugsgebruikers 57 35 36 50 Dronkenschap 0 50 100 150 200 De meldingen wisselen wat betreft zwervers en harddrugsgebruikers. Het aantal meldingen over dronkenschap stijgen. 61

Onveiligheidsgevoelens PMB Escamp: voelt zich vaak onveilig PMB Escamp: voelt zich w eleens onveilig Onveiligheidsgevoelens PMB: wel eens onveilig 28,4 29,2 30,1 PMB: vaak onveilig 5,2 4,7 7,5 0 5 10 15 20 25 30 35 Ten opzichte van zijn de onveiligheidsgevoelens in Escamp toegenomen. 62

Bijlage 1.11 Stadsdeel Scheveningen Vermogensdelicten Van auto Uit auto Bromfietsdiefstal Fietsdiefstal Uit bedrijf Uit woning 0 200 400 600 800 1000 2009 Vermogensdelicten/ 2009 diefstal Uit woning 279 187 198 220 Uit bedrijf 345 407 455 401 Fietsdiefstal 404 339 391 392 Bromfietsdiefstal 49 44 74 108 Uit auto 790 945 710 863 Van auto 55 31 24 37 De diefstallen van bromfietsen in dit stadsdeel verdubbelen ruim in de periode 2009. De overige vermogensdelicten laten een wisselend beeld zien. In dit stadsdeel komt diefstal uit auto veel voor. Diefstal openbare ruimte en winkelsituaties Winkeldiefstal Zakkenrollerij Beroving op straat 2009 Diefstal openbare 2009 ruimte en winkelsituaties Beroving op straat 31 36 30 29 Zakkenrollerij 118 152 145 117 Winkeldiefstal 95 51 62 99 0 50 100 150 200 Alle soorten diefstal in de openbare ruimte in het stadsdeel Scheveningen vertonen een wisselend beeld. Het aantal winkeldiefstallen is, na een halvering in, weer op het peil van. Delicten in de persoonlijke levenssfeer Poging tot doodslag 2009 Mishandeling Bedreiging Persoonlijke 2009 levenssfeer Bedreiging 136 138 117 150 Mishandeling 206 239 203 188 Poging tot en doodslag 16 19 13 12 0 100 200 300 Het aantal bedreigingen neemt toe. De aantallen voor mishandelingen en (poging tot) doodslag dalen. 63

Jongerenoverlast in de openbare ruimte Vernieling 2009 Baldadigheid Jongerenoverlast 2009 Baldadigheid 725 728 554 605 Vernieling 627 702 651 609 Problematische jongerengroepen 2 3 4 0 200 400 600 800 Het aantal meldingen van baldadigheid daalt; het aantal vernielingen geeft een wisselend beeld. Het aantal problematische jongerengroepen is (in kleine aantallen) verdubbeld. Overlast in de openbare ruimte door anderen dan jongeren Harddrug 2009 Zw ervers Openbare ruimte 2009 en overlastgevende personen Dronkenschap 59 53 60 151 Zwervers 108 129 81 92 Harddrugsgebruikers 17 18 15 7 Dronken 0 25 50 75 100 125 150 175 De meldingen van overlast door zwervers en harddruggebruikers dalen. Meldingen van dronkenschap zijn gestegen met een verdriedubbeling in 2009 vergeleken met ). Onveiligheidsgevoelens PMB: vaak onveilig PMB: w el eens onveilig Onveiligheidsgevoelens PMB: wel eens onveilig 24,3 21,1 23,9 PMB: vaak onveilig 3,3 1,8 3,8 0 5 10 15 20 25 30 De onveiligheidsgevoelens in Scheveningen vertonen een wisselend beeld. 64

Bijlage 1.12 Stadsdeel Segbroek Vermogensdelicten Van auto Uit auto Bromfietsdiefstal Fietsdiefstal Uit bedrijf Uit w oning 0 200 400 600 800 1000 2009 Vermogensdelicten/ 2009 diefstal Uit woning 336 279 295 336 Uit bedrijf 170 164 191 190 Fietsdiefstal 430 335 522 453 Bromfietsdiefstal 57 55 56 109 Uit auto 748 863 585 869 Van auto 48 34 61 61 De vermogensdelicten laten een wisselend beeld zien waarbij de diefstal uit auto het meest voorkomt. Diefstal openbare ruimte en winkelsituaties Winkeldiefstal Zakkenrollerij Beroving op straat 0 20 40 60 80 100 120 2009 Diefstal openbare 2009 ruimte en winkelsituaties Beroving op straat 75 51 46 75 Zakkenrollerij 40 46 69 52 Winkeldiefstal 46 83 86 105 Berovingen op straat en zakkenrollerij vertonen wisselende aantallen. Het aantal gevallen van winkeldiefstal blijft stijgen. Delicten in de persoonlijke levenssfeer Poging tot en doodslag 2009 Mishandeling Bedreiging Persoonlijke 2009 levenssfeer Bedreiging 127 119 111 97 Mishandeling 154 168 137 152 Poging tot en doodslag 13 15 9 20 0 50 100 150 200 Het aantal mishandelingen geeft een wisselend beeld. De aantallen voor bedreiging dalen. Na een daling gedurende drie jaar verdubbelt het aantal gevallen van doodslag en pogingen tot doodslag in 2009. 65

Jongerenoverlast in de openbare ruimte Vernieling Baldadigheid 2009 Jongerenoverlast 2009 Baldadigheid 636 724 607 766 Vernieling 525 608 641 505 totaal 1.161 1.332 1.248 1271 Problematische jongerengroepen 7 2 2 0 200 400 600 800 1.000 Het aantal meldingen van overlast door jongeren vertoont in Segbroek een wisselend beeld. Het aantal problematische jongerengroepen is afgenomen. Overlast in de openbare ruimte door anderen dan jongeren Harddrugsgebruikers Zw ervers Dronkenschap 2009 Openbare ruimte en overlastgevende personen 2009 Dronkenschap 71 62 54 81 Zwervers 30 23 17 49 Harddrugsgebruikers 26 17 22 10 totaal 127 102 93 140 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 De meldingen van overlast door zwervers en dronkenschap daalden maar stijgen in 2009. De meldingen over harddrugsgebruik vertonen een dalende lijn. Onveiligheidsgevoelens PMB: voelt zich vaak onveilig Onveiligheidsgevoelens PMB: wel eens onveilig 24,1 23,6 20,1 PMB: vaak onveilig 2,4 2,7 2,8 PMB: voelt zich w el eens onveiligi 0 5 10 15 20 25 30 Het aantal mensen in Segbroek dat zich wel eens onveilig voelt daalt, het aantal mensen dat zich vaak onveilig voelt stijgt licht. 66

Bijlage 1.13 Stadsdeel Centrum Vermogensdelicten Van auto Uit auto Bromfietsdiefstal Fietsdiefstal Uit bedrijf Uit w oning 0 500 1.000 1.500 2.000 2.500 2009 2009 Uit woning 1.111 974 1.110 1.101 Uit bedrijf 1.393 1.475 1.452 1.506 Fietsdiefstal 693 771 1.198 915 Bromfietsdiefstal 123 122 102 143 Uit auto 1.441 1.905 1.879 2.029 Van auto 144 129 126 147 Het stadsdeel Centrum valt op door de hoge aantallen aan vermogensdelicten. Vooral de aantallen diefstallen uit auto s, bedrijven en woningen zijn hoog. Ze vertonen alle een min of meer gelijkblijvend beeld. Het aantal diefstallen uit auto s vertoont een stijgende lijn. Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties Winkeldiefstal Zakkenrollerij Beroving op straat 2009 2009 Beroving op straat 386 359 225 308 Zakkenrollerij 1.263 1.924 1.573 1.295 Winkeldiefstal 820 893 863 1.032 0 500 1.000 1.500 2.000 2.500 In het stadsdeel Centrum valt het hoge aantal van zakkenrollerij op. Het aantal berovingen op straat daalt licht en het aantal winkeldiefstallen neemt, op basis van geëxtrapoleerde gegevens voor 2009, enigszins toe. Delicten in de persoonlijke levenssfeer Poging tot doodslag 2009 Mishandeling Bedreiging 2009 Bedreiging 476 483 565 598 Mishandeling 765 828 914 945 Poging tot doodslag 93 68 74 68 0 200 400 600 800 1.000 De aantallen voor bedreigingen en mishandelingen stijgen, (poging tot) doodslag daalt. 67

Jongerenoverlast in de openbare ruimte Vernieling Baldadigheid 2009 Jongerenoverlast 2009 Baldadigheid 1.260 1.476 1.466 1.607 Vernieling 1.438 1.499 1.693 1.485 Problematische jongerengroepen 19 16 14 0 500 1.000 1.500 2.000 Het aantal meldingen van baldadigheid vertoont in het stadsdeel Centrum een stijging: het aantal vernielingen geeft een wisselend beeld. Het aantal problematische jongerengroepen in het Centrum is gedaald, maar wel hoog. Overlast in de openbare ruimte door anderen dan jongeren Harddrugs Zw ervers Dronkenschap 2009 2009 Dronkenschap 179 235 301 278 Zwervers 167 184 233 263 Harddrugs 201 198 205 133 0 100 200 300 400 De meldingen over harddrugsgebruik in het stadsdeel Centrum zijn in 2009 gedaald; de andere overlast meldingen in de openbare ruimte stijgen. Onveiligheidsgevoelens PMB: voelt zich vaak onveilig PMB: voelt zich w el eens onveilig Onveiligheidsgevoelens PMB: wel eens onveilig 34,1 36,3 36,6 PMB: vaak onveilig 7,3 9,0 10,3 0 10 20 30 40 De onveiligheidsgevoelens zijn in het stadsdeel Centrum sinds gestegen. De belangrijkste stijging is te zien bij de vraag of zij zich vaak onveilig voelen. De onveiligheidsgevoelens in Centrum zijn de hoogste in de stad. 68

Bijlage 1.14 Stadsdeel Laak Vermogensdelicten Van auto Uit auto Bromfietsdiefstal Fietsdiefstal Uit bedrijf Uit woning 0 100 200 300 400 500 2009 Vermogensdelicten/diefstal 2009 Uit woning 327 303 281 351 Uit bedrijf 267 267 264 253 Fietsdiefstal 117 130 229 172 Bromfietsdiefstal 52 41 37 56 Uit auto 430 446 453 467 Van auto 76 45 64 69 In het stadsdeel Laak dalen de aantallen diefstallen uit woningen in de periode -. In 2009 treedt een stijging op. Het aantal fietsdiefstallen steeg aanvankelijk, maar daalt in 2009. Het aantal diefstallen uit auto s, dat de meest voorkomende diefstal is in dit stadsdeel, vertoont een geringe maar continue stijging. Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties Winkeldiefstal Zakkenrollerij Beroving op straat 0 50 100 150 200 2009 Diefstal openbare 2009 ruimte en winkelsituaties Beroving op straat 80 58 48 45 Zakkenrollerij 51 69 69 45 Winkeldiefstal 150 130 113 121 In het stadsdeel Laak nemen de aantallen van berovingen op straat en winkeldiefstal af. Zakkenrollerij vertoont een wisselend beeld. Delicten in de persoonlijke levenssfeer Poging tot doodslag 2009 Mishandeling Bedreiging Persoonlijke 2009 levenssfeer Bedreiging 135 151 160 145 Mishandeling 251 268 275 255 Poging tot en doodslag 24 26 18 30 0 50 100 150 200 250 300 De aantallen voor bedreiging, mishandeling en (poging tot) doodslag vertonen een wisselend beeld. 69

Jongerenoverlast Vernieling 2009 Baldadigheid Jongerenoverlast 2009 Baldadigheid 480 446 443 413 Vernieling 455 534 519 455 Problematische jongerengroepen 8 4 3 0 100 200 300 400 500 600 Het aantal meldingen van baldadigheid daalt. Het aantal vernielingen wisselt. Het aantal problematische jongerengroepen is afgenomen. Overlast in de openbare ruimte door anderen dan jongeren Harddrug Zw ervers Dronkenschap 2009 2009 Dronkenschap 44 53 73 99 Zwervers 34 37 42 67 Harddrugsgebruik 15 22 23 19 0 20 40 60 80 100 120 De meldingen van dronkenschap en zwervers stijgen in het stadsdeel Laak. Die van harddrugsgebruik vertonen een wisselend beeld. Onveiligheidsgevoelens PMB Laak: voelt zich vaak onveilig PMB Laak: voelt zich weleens onveilig Onveiligheidsgevoelens PMB: wel eens onveilig 36,3 32,5 30,2 PMB: vaak onveilig 10,7 5,4 7,3 0 5 10 15 20 25 30 35 40 Het aantal inwoners dat zich wel eens onveilig voelt daalt. Opvallend is de sterke daling in het aantal bewoners dat zich vaak onveilig voelt in om vervolgens in weer te stijgen. De onveiligheidsgevoelens in Laak behoren na stadsdeel Centrum tot de slechtste van de stad. 70

Bijlage 1.15 Stadsdeel Haagse Hout Vermogensdiefstallen Van auto Uit auto Bromfietsdiefstal Fietsdiefstal Uit bedrijf Uit w oning 0 100 200 300 400 500 2009 Vermogensdelicten/ 2009 diefstal Uit woning 187 203 191 207 Uit bedrijf 261 191 206 185 Fietsdiefstal 293 263 385 372 Bromfietsdiefstal 24 24 39 74 Uit auto 351 314 291 422 Van auto 31 21 32 33 In het stadsdeel Haagse Hout is het aantal bromfietsdiefstallen bijna verdriedubbeld. Ook het aantal woninginbraken blijft stijgen. Het aantal diefstallen uit auto s stijgt in 2009 aanzienlijk. Het aantal bedrijfsinbraken daalt. De vermogensdelicten fietsen- en autodiefstal vertonen een schommelend beeld. Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties Winkeldief stal Zakkenrollerij Beroving op straat 0 50 100 150 200 2009 Diefstal openbare 2009 ruimte en winkelsituaties Beroving op straat 41 44 26 32 Zakkenrollerij 162 141 140 151 Winkeldiefstal 55 89 96 102 Het aantal gevallen van winkeldiefstal verdubbelt in de periode 2009. Zakkenrollerij en berovingen op straat laten een schommelend beeld zien. Delicten in de persoonlijke levenssfeer Poging tot doodslag Mishandeling Bedreiging 2009 Persoonlijke 2009 levenssfeer Bedreiging 103 105 116 121 Mishandeling 154 171 165 170 Poging tot en doodslag 16 13 8 10 0 50 100 150 200 Het aantal gevallen van doodslag (en poging tot) daalt. Het aantal mishandelingen en bedreigingen stijgt. 71

Jongerenoverlast in de openbare ruimte Vernieling 2009 Baldadigheid Jongerenoverlast 2009 Baldadigheid 309 355 277 277 Vernieling 408 412 374 339 Problematische jongerengroepen 3 3 2 0 100 200 300 400 500 Het aantal meldingen van overlast door jongeren daalt in Haagse Hout. Overlast in de openbare ruimte door anderen dan jongeren Harddrugs Zw ervers Dronkenschap 2009 2009 Dronkenschap 32 32 43 66 Zwervers 19 25 33 54 Harddrugs 10 8 6 8 0 20 40 60 80 De meldingen van dronkenschap en zwervers zijn meer dan verdubbeld; de meldingen van harddruggebruik dalen. PM B: voelt zich vaak onveilig PM B: voelt zich weleens onveilig Onveiligheidsgevoelens PMB: wel eens onveilig 21,1 21,7 17,9 PMB: vaak onveilig 2,1 2,4 2,1 0 5 10 15 2 0 2 5 De onveiligheidsgevoelens in Haagse Hout blijven gelijk als inwoners gevraagd wordt of zij zich vaak onveilig voelen. Het aantal bewoners dat zich wel eens onveilig voelt is met 3,2 procentpunt gedaald. De onveiligheidsgevoelens in Haagse Hout behoren tot de laagste in de stad. 72

Bijlage 1.16 Stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg Vermogensdelicten Van auto Uit auto Bromfiets Fietsdiefst Uit bedrijf Uit w oning 0 50 100 150 200 250 300 2009 Vermogensdelicten/ 2009 diefstal Uit woning 81 97 108 131 Uit bedrijf 102 90 97 94 Fietsdiefstal 87 95 145 136 Bromfietsdiefstal 17 10 42 41 Uit auto 102 147 211 277 Van auto 32 21 23 37 In het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg laat het aantal diefstallen uit auto s en van bromfietsen een continue stijging zien tot meer dan een verdubbeling in vier jaar. Ook het aantal woninginbraken stijgt. Het aantal inbraken in bedrijven daalt. De overige vermogensdelicten vertonen een schommelend beeld. Diefstal in de openbare ruimte en winkelsituaties Winkeldief stal Zakkenrollerij Beroving op straat 2009 Diefstal openbare 2009 ruimte en winkelsituaties Beroving op straat 10 12 11 10 Zakkenrollerij 6 11 21 26 Winkeldiefstal 26 21 30 44 0 10 20 30 40 50 Het aantal gevallen van winkeldiefstal en zakkenrollerij is gestegen. Het aantal berovingen op straat is ongeveer gelijk gebleven. Delicten in de persoonlijke levenssfeer Poging tot en doodslag M ishandeling Bedreiging 2009 Persoonlijke 2009 levenssfeer Bedreiging 74 75 92 86 Mishandeling 101 125 139 134 Poging tot en doodslag 12 9 6 6 0 50 100 150 (Poging tot) doodslag in het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg daalt. De aantallen voor bedreiging en mishandeling stijgen. 73

Overlast van jongeren in de openbare ruimte Vernieling Baldadigheid 2009 Jongerenoverlast 2009 Baldadigheid 543 683 594 723 Vernieling 312 359 367 312 Problematische jongerengroepen 3 2 2 0 200 400 600 800 Het aantal meldingen van overlast door jongeren is in Leidschenveen-Ypenburg wisselend in aantal. Baldadigheid neemt toe. Overlast in de openbare ruimte door anderen dan jongeren Harddrugs Zw ervers Dronkenschap 2009 Openbare ruimte 2009 en overlastgevende personen Dronkenschap 6 7 10 11 Zwervers 0 2 2 0 Harddrugsgebruikers 1 1 3 3 0 2 4 6 8 10 12 Het aantal meldingen over overlast in de openbare ruimte in het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg is laag. Het aantal gevallen van dronkenschap is licht stijgend. Onveiligheidsgevoelens PM B: vaak onveilig PM B: wel eens onveilig Onveiligheidsgevoelens PMB: wel eens onveilig 21,9 19,6 20,7 PMB: vaak onveilig 2,1 1,6 2,2 0 5 10 15 20 25 Het aantal inwoners dat zich wel eens onveilig voelt is in Leidschenveen-Ypenburg gedaald. Het aantal inwoners dat zich vaak onveilig voelt is gelijk gebleven. 74

Bijlage 2 Aanpak en middelen Het gemeentelijk veiligheidsbeleid bestaat uit een veelheid van soorten aanpak en geldstromen van verschillende bestuursniveaus en actoren, zowel publiek en privaat. Om in dit patchwork overzicht te bieden heeft de Rekenkamer een indeling gemaakt (zie bijlage 2.1). De Rekenkamer heeft zich bij haar keuze voor een indeling laten leiden door twee vragen: Waar heeft de Haagse bewoner mee te maken als het over veiligheid in zijn of haar buurt gaat? Doen deze problemen zich in meerdere stadsdelen voor? De consequentie van deze werkwijze is dat niet alle aanpakken gericht op veiligheid aan bod komen. De prostitutieaanpak en het coffeeshopbeleid beperken zich tot een paar gebieden en zijn in de quick scan niet meegenomen. Ook een aanpak als die van het Haag Economisch Interventie Teams (HEIT) dat zich richt op bedrijfscriminaliteit is niet betrokken bij dit onderzoek. 75

Bijlage 2.1 Soorten aanpak Het Haagse veiligheidsbeleid maakt onderscheid op twee hoofdlijnen: de persoonsgebonden aanpak (dadergericht) en de gebiedgerichte aanpak op die plekken in de stad waar een concentratie van problemen is. De verschillende aanpakken staan niet los van elkaar en hebben tal van dwarsverbanden. De persoonsgebonden aanpakken worden centraal ontwikkeld, aangestuurd en uitgevoerd door de afdeling Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente en de politie Haaglanden met betrokken partners. De centrale organisatie geldt in iets mindere mate voor de gebiedsgerichte aanpakken. Hier worden partners op stadsdeelniveau bij betrokken maar ook hier vindt de aansturing veelal vanuit het stadhuis plaats en (nog) niet op stadsdeelniveau. In deze bijlage worden de volgende aanpakken behandeld: Veelplegersaanpak inclusief de nazorg ex-gedetineerden en de ISD-maatregel; Keurmerk Veilig Ondernemen; Politie Keurmerk Veilig Wonen; thema s van de stadsdelen met bijbehorende acties; Geweldplegers en huiselijk geweld; Problematische jongerengroepen; Jeugdcriminaliteit Hotspotaanpak en cameratoezicht Samenscholingsverboden en alcohol en blowverboden Meldpunt Woonoverlast Haagse Pandbrigade Bemiddeling en mediation Bewonersinitiatieven en veiligheid Aanpak verloederde locaties Handhavingsteams De veiligheid in de directe leefomgeving van de Haagse bewoners en het beleid kan op verschillende manieren benaderd worden. 76

Bijlage 2.2 Problemen en soorten aanpak In onderstaand schema zijn in groen gearceerd de veiligheidsproblemen weergegeven. De aanname is dat deze problemen de onveiligheidsgevoelens van bewoners beïnvloeden. Bij de problemen zijn vervolgens aanpakken gekozen, in geel gearceerd. Voor de onveiligheidsgevoelens is gekeken naar aanpakken die de leefbaarheid beïnvloeden 45. De financiële middelen Het in beeld brengen van de financiële middelen die gemoeid zijn met de diverse aanpakken, bleek een lastig traject te zijn. Projectleiders van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid weten wel wat ze wíllen uitgeven en maken begrotingen maar het huishoudboekje wordt vervolgens niet door de projectleider bijgehouden als de rekeningen betaald worden. De vraag hoeveel is er over de afgelopen jaren aan deze aanpak besteed kon soms niet, of slechts gedeeltelijk, beantwoord worden. Middelen van de politie zijn buiten beschouwing gelaten. De afdeling Management, Personeel en Organisatie kon in grote lijnen wel een overzicht geven van de gemaakte kosten en inkomsten afkomstig uit de bestemmingsrekening en subsidies. Hiervan is gebruik gemaakt bij het samenstellen van een, zij het beknopt, financieel overzicht van de aanpakken. De overzichten hebben alleen betrekking op de projectkosten; salarislasten en overige overhead zijn niet meegenomen. 45 Bij een aantal problemen kwam ook een sociale, veelal preventieve, component naar voren. Deze worden niet in de quick scan behandeld omdat hiermee het thema veiligheid te breed wordt. Dit past niet in de quick scan. Hoewel corporaties bij de leefbaarheid van woning en woonomgeving een belangrijke rol spelen, is hun rol in deze veiligheids quick scan niet meegenomen. 77

Bijlage 2.3 Politiecapaciteit in de stadsdelen De politie is met twaalf wijkbureaus aanwezig in de stadsdelen. De twee grootste stadsdelen Centrum (96.464 inwoners) en Escamp (110.929 inwoners) hebben respectievelijk vier en twee wijkbureaus 46. In onderstaand overzicht is de bezetting van de wijkbureaus weergegeven. Het gaat hier om de feitelijke bezetting van het totaal aan formatieplaatsen en van de wijkagenten. Deze worden vervolgens gerelateerd aan het aantal inwoners van het stadsdeel. De stadsdelen Centrum, Laak en Scheveningen hebben de ruimste bezetting. Segbroek en Leidschenveen- Ypenburg hebben relatief gezien een lage bezetting. Voor wat betreft de wijkagenten is het Centrum het ruimst bemeten; Loosduinen en Haagse Hout hebben de minste wijkagenten. Bij de plaatsing van nieuwe wijkagenten krijgen de stadsdelen Centrum en Escamp in het kader van de krachtwijkenaanpak voorrang. Werving voor de extra wijkagenten loopt en is gedeeltelijk gerealiseerd. Bezetting politie per 1 juli 2009 Inwoners 1-1-2009 Feitelijke bezetting Wijkagenten in fte Aantal inwoners Per wijkagent Feitelijke bezetting Politiebureaus in fte Aantal inwoners per formatieplaats Laak 37.573 9,2 4084 145,3 258,6 Centrum 96.464 30,0 3215 590,6 258,6 Scheveningen 52.048 11,1 4689 142,0 291,0 Haagse Hout 41.039 6,0 6840 114,4 358,7 Escamp 110.929 21,0 5282 280,5 395,5 Loosduinen 45.714 7,2 6349 113,3 403,5 Segbroek 57.779 10,1 5721 178,9 406,0 Leidschenveen-Ypenburg 40.964 7,9 5185 84,4 483,1 Totaal 102,5 1649,4 De wijkbureaus zijn voor het publiek zeven dagen per week open van 8.00 tot 18.00 uur (uitzondering is Segbroek waar het wijkbureau opent om 10.00 uur). Vier van de twaalf wijkbureaus kennen een avondopenstelling. Tijdens de openstelling kunnen burgers aangiften doen. Indien de publieksfunctie is gesloten worden burgers doorverwezen naar een ander wijkbureau. Uiteraard geldt dat in spoedeisende gevallen burgers niet worden weggestuurd. Bezetting politie per 1 juli 2009 Politiebureau Openingstijden Avondopenstelling Loosduinen Loosduinen 8:00-18:00 nee Escamp Zuiderpark 8:00-18:00 18.00-22.00 (proef) Escamp Beresteinlaan 8:00-18:00 18.00-23.00 Segbroek Segbroek 10:00-18:00 nee Scheveningen Scheveningen 8:00-18:00 18.00-23.00 Centrum De Heemstraat 8:00-18:00 nee Centrum Hoefkade 8:00-18:00 nee Centrum Jan Hendrikstraat 8:00-18:00 18.00-23.00 Centrum Karnebeek 8:00-18:00 nee Laak Laak 8:00-18:00 nee Haagse Hout Overbosch 8:00-18:00 nee Leidschenveen-Ypenburg L veen-ypenburg 8:00-18:00 nee 46 De gegevens over de feitelijke bezetting en de openingstijden zijn afkomstig van de Politie Haaglanden, stafbureau. 78

Bijlage 2.4 Veelplegersaanpak en nazorg ex-gedetineerden Een aanzienlijk deel van de (vermogens)criminaliteit in Den Haag wordt veroorzaakt door een relatief kleine groep criminelen: de veelplegers. Door de frequente criminele activiteiten van deze groep wordt direct schade berokkend aan burgers. Met de aanpak van deze groep beogen gemeente, politie en andere partijen de leefbaarheid en veiligheid voor de Haagse inwoners te verbeteren. Met de aanpak hebben de ketenpartners voor de periode 2005 tot en met de volgende doelstellingen voor ogen: de criminaliteit veroorzaakt door veelplegers sterk te laten verminderen respectievelijk criminele barrières te verstoren; de kans op recidive zoveel mogelijk te beperken; een optimale afstemming tussen preventie, zorg, het juridische kader en de nazorg te bewerkstelligen, zodanig dat met een minimum aan middelen een maximum aan resultaat bereikt kan worden; het verhogen van de leefbaarheid en veiligheid in de stad Den Haag 47. Wat zijn veelplegers en wat doen ze? Veelplegers zijn personen die door hun criminele gedrag regelmatig in aanraking komen met de politie. Ze maken zich vooral schuldig aan autokraken, inbraken, winkeldiefstal, vernielingen, bedreiging en zakkenrollerij. Drugsverslaving is een veelvoorkomend probleem bij veelplegers. De Haagse aanpak van veelplegers gaat uit van het totale criminele verleden van de verdachte. Doorgaans zijn ze 18 jaar of ouder en hebben ze meer dan 10 processen-verbaal gehad. Veelplegers worden ingedeeld naar aanleiding van de processen-verbaal die tegen ze worden opgemaakt. Het gaat dus niet om het aantal veroordelingen. Doorstromer Veelpleger Actieve veelpleger Zeer actieve veelpleger Tussen de 3 en de 10 processen- verbaal in de gehele criminele carrière waarvan één in het peiljaar. Meer dan 10 processen- verbaal in de gehele criminele carrière waarvan één in het peiljaar. 18 jaar of ouder en meer dan 20 processen-verbaal in de gehele criminele carrière waarvan één in het peiljaar. 18 jaar of ouder en over een periode van 5 jaar waarbij het laatste jaar het peiljaar is meer dan 10 processen-verbaal waarvan één in het peiljaar. Veelplegers kunnen behoren tot de groep van stelselmatige geweldplegers. In de telling van de groep stelselmatige geweldplegers en veelplegers zit een (gedeeltelijke) dubbeltelling. Stelselmatige geweldplegers hebben in de vijf voorgaande jaren minimaal twee strafrechtelijke interventies gehad waarbij sprake is van geweld. Pleegt iemand meer dan drie geweldsmisdrijven in één jaar dan wordt hij ook ingedeeld bij deze groep. Omdat de aanpak van stelselmatige geweldplegers een hoge mate van deskundigheid vergt en het afbreukrisico groter is, is bij de persoonsgerichte aanpak gekozen voor centrale ondersteuning door de betrokken veiligheidspartners. Deze ondersteunende rol is opgenomen in het Veiligheidshuis. 47 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Prestaties Aanpak Veelplegers en Doorstromers in, Commissiebrief, RIS 156226, Den Haag 27 juni 2009. 79

Waaruit bestaat de veelplegersaanpak? De kern van de aanpak is samen met ketenpartners een sluitend netwerk van maatwerktrajecten voor volwassen veelplegers op te zetten, met als doel het vergroten van kansen op afkicken, verkrijgen van huisvesting en/ of een zinnige vrije tijdsbesteding en het terugdringen van criminaliteit 48. Onder regie van de gemeente werken politie Haaglanden, het OM, de reclassering, Parnassia, de penitentiaire inrichting Haaglanden, de Raad voor de Kinderbescherming etcetera vanuit het Veiligheidshuis aan de veelplegersaanpak. De aanpak is gericht op een top 500 van zeer actieve veelplegers. Per politiebureau in Den Haag geldt een top-10 van veelplegers die binnen de grenzen van het eigen werkgebied de meeste overlast veroorzaakt. Speciaal voor veelplegers is het supersnelrecht ingevoerd. Dit betekent dat veelplegers die een misdrijf plegen binnen drie dagen voor de politierechter verschijnen. De politierechter doet de zaak direct af en de opgelegde straf wordt aansluitend uitgezeten. Voorwaarde bij deze procedure is wel dat bewijsvoering en procedures in orde zijn. Als hier iets misgaat, kan deze procesgang anders verlopen. Bij iedere volgende overtreding eist het Openbaar Ministerie een hogere straf. Veelplegers in de stadsdelen In Den Haag wonen 1511 veelplegers (peildatum medio 2009). Zij maken een klein percentage uit van de bevolking; het percentage varieert van 0,1 tot 0,45% per stadsdeel. De meeste veelplegers wonen in de stadsdelen Laak en Centrum. In Segbroek heeft de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten een postadres aan de Loosduinsekade. Hierdoor wonen de meeste veelplegers procentueel gezien in Segbroek. Veelplegers die een andere uitkering dan bijstand ontvangen en een relatie hebben met Parnassia, kunnen gebruik maken van het postadres van Parnassia aan de Laan van Meerdervoort 98 (stadsdeel Centrum). Financiële middelen Voor de veelplegersaanpak is in de periode van tot en met een totaal bedrag van 9.062.509,- uitgegeven. Hiervan werd 3.447.867,- gedekt uit GSB-middelen en is er twee maal een bedrag (totaal 1.039.642,-) onttrokken aan de bestemmingsreserve. Het restant van 4.574.741,- is uit gemeentelijke middelen gedekt. Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Veelplegers 1.282.100,- 2.476.027,- Veelplegers 450.000,- 589.642,- bestemmingsreserve Veelplegers GSB 1.731.700,- 1.275.427,- 440.740,- Veelplegers GSB 1.731.700,- 1.275.427,- 440.740,- Totale lasten 3.013.800,- 3.131.683,- 2.916.767,- Totale baten 2.181.700,- 1.275.427,- 1.030.382,- Nazorg ex-gedetineerden In heeft de gemeente de pilot nazorg ex-gedetineerden uitgevoerd. Doel van de pilot was om in kaart te brengen tegen welke knelpunten het gevangeniswezen en de gemeente oplopen bij het realiseren van een overgang van detentie naar samenleving, om hoeveel ex-gedetineerden het ging en hun problemen en hoe taken en verantwoordelijkheden tussen gemeente en gevangeniswezen verdeeld moesten worden. Aan deze pilot, die inmiddels is afgerond en wordt voorgezet in het Bureau Nazorg, hebben 460 ex-gedetineerden deelgenomen. Op jaarbasis keren gemiddeld 1.850 ex-gedetineerden terug in Den Haag waarvan ongeveer een derde behoefte heeft aan nazorg. Deze nazorg wordt gecoördineerd vanuit het Bureau Nazorg ondergebracht in het Veiligheidshuis. Er wordt samengewerkt met alle gevangenissen van waaruit ex-gedetineerden terugkeren naar Den Haag. Circa 700 gedetineerden krijgen op vrijwillige basis nazorg: de nazorg is geen verplicht traject. Soms wordt tijdige nazorg bemoeilijkt doordat de datum van invrijheidstelling niet duidelijk is. 48 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Een veilig Den Haag (2), Den Haag 80

De toetsing op de behoefte aan nazorg start in de penitentiaire inrichting en wordt hierna overgedragen aan het Bureau Nazorg die een uitgebreide screening doen op huisvesting, ID-bewijs, zorg en financiën. Het Bureau Nazorg heeft een regisserende rol en monitort de acties die worden uitgezet bij de ketenpartners. Indien justitieel toezicht van toepassing is dan krijgt de reclassering de cliënt plus de screening van zijn nazorgbehoeften toegewezen vanuit het Bureau Nazorg. De reclassering is vervolgens verantwoordelijk voor de uitvoering; monitoring vanuit Bureau Nazorg blijft altijd van toepassing. Financiële middelen (ex-gedetineerden) Voor de pilot nazorg ex-gedetineerden was 540.000,- beschikbaar en dit werd gefinancierd uit de middelen voor de veelplegersaanpak. ISD-maatregel In weerbarstige gevallen kan het Openbaar Ministerie een ISD-maatregel voordragen. De ISD-maatregel, voluit Inrichting Stelselmatige Daders, biedt de mogelijkheid daders voor een periode van maximaal twee jaar in een inrichting te plaatsen die specifiek voor hen bestemd is. Doel is ernstige criminaliteit terug te dringen en een gedragsverandering teweeg te brengen bij veelplegers en/ of stelselmatige daders die vrijwel altijd met een verslavingsprobleem te maken hebben. In is deze maatregel in Den Haag 32 keer opgelegd en in 14 keer 49. 49 Politie Haaglanden, Veelplegers in de regio Haaglanden 2002, Den Haag 2009. 81

Bijlage 2.5 Politie Keurmerk Veilig Wonen Wat is het probleem Inbraak in woningen is, naast diefstal uit auto, in Den Haag één van de meest voorkomende vormen van vermogensdelicten. Het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) bestaat uit een op de woning toegespitst pakket van maatregelen waarmee de woning beter bestand is tegen inbraak. In Den Haag wordt het Politie Keurmerk Veilig Wonen in samenwerking met de corporaties uitgevoerd. Daarnaast wordt bij nieuwbouw- en renovatieprojecten zoveel mogelijk getracht het PKVW te verkrijgen (uit Veiligheidsplan). Financiële middelen In de periode -2010 is een bedrag van in totaal ongeveer 3,2 miljoen euro beschikbaar (budget: Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing). In de periode 2005 tot en met juni 2009 zijn 7.256 woningen van de bestaande woningvoorraad voorzien van het PKVW 50. 50 RIS 167217, bijlage IV Grotestedenbeleid, programmanummer 39.2, 8 oktober 2009 82

Bijlage 2.6 Keurmerk Veilig Ondernemen Doelstellingen Keurmerk Veilig Ondernemen Voor Hagenaars en bezoekers is het van belang prettig te winkelen in onze stad. Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) wordt ingezet om de veiligheid in winkelgebieden en bedrijventerreinen te optimaliseren. Samen met ondernemers leveren politie en gemeente extra inspanningen voor de veiligheid. De samenwerking en daaraan gekoppelde activiteiten monden uit in een KVO-certificaat. Een certificaat is geldig voor de duur van twee jaar; hierna worden de gebieden opnieuw beoordeeld door middel van een audit die wordt uitgevoerd door een onafhankelijke certificerende instantie. Het doel van het KVO is in de periode 2005 tot en met 2009 vijftien locaties te certificeren en daarbij een daling van 10% van het aantal delicten te realiseren 51. In Den Haag zijn dertien winkelgebieden c.q. bedrijventerreinen gecertificeerd, drie zijn in vergevorderde fase en met vier wordt gesproken over doorstart of opstarten van het KVO (stand van zaken per 1 oktober 2009) 52. Voorwaarde voor het opstarten van een KVO-traject is dat winkeliers/ bedrijven zich georganiseerd hebben in bijvoorbeeld een winkeliersvereniging. Zijn ondernemers niet op enigerlei wijze georganiseerd dan wordt geen KVO-traject gestart. Aanpak Het bevorderen van de veiligheid wordt met de volgende maatregelen gestimuleerd 53 : Collectief winkelontzegging in de Haagse Binnenstad Als een bezoeker een winkeldiefstal pleegt of zich niet tolereerbaar en/ of agressief gedraagt of anderszins misdraagt dan kan een winkelier die persoon een winkelverbod opleggen. Dat houdt in dat die persoon gedurende een bepaalde tijd de winkel niet mag betreden. Doet hij/ zij dat toch dan is sprake van huisvredebreuk en volgt aanhouding door de politie. Als een aantal winkeliers in een gebied afspreken dat een winkelverbod dat geldt bij een collega ook van toepassing is in hun winkel, dan is sprake van een collectief winkelverbod. In de Haagse binnenstad zijn ongeveer 450 winkeliers bij deze collectieve winkelontzegging, die structureel wordt toegepast, aangesloten. In de periode tot en met september 2009 is de collectieve winkelontzetting in de binnenstad 1840 keer toegepast. Collectieve briefing Haagse Binnenstad De politie organiseert drie maal per week een collectieve briefing. Hierbij zijn aanwezig de toezichthouders van de gemeente, de HTM, medewerkers van de particuliere beveiligingsbedrijven die actief zijn in de binnenstad, en medewerkers van politiebureau Jan Hendrikstraat. Iedereen heeft een geheimhoudingsplicht omdat tijdens deze bijeenkomsten informatie wordt uitgewisseld over winkeldiefstal en winkeldieven, oplichters, veelplegers etcetera waarbij foto s of delen van beveiligingsfilms worden vertoond. Voor de decembermaand worden publiekscampagnes tegen zakkenrollerij georganiseerd in het winkelgebied rondom de Haagse Binnenstad. 51 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Voortgang Keurmerk Veilig Ondernemen en voorstel nieuwe projectlocaties, Commissiebrief, RIS 145790, Den Haag 1 mei. 52 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Voortgang Keurmerk Veilig Ondernemen en voorstel nieuwe projectlocaties, Commissiebrief, RIS 162548, Den Haag 24 maart 2009. 53 Interview projectleider Bestuursdienst/ OOV/ KVO. 83

Schoonmaak- en verlichtingsacties Vast onderdeel van ieder KVO-project zijn schouwen van de openbare ruimte die zowel overdag als in het donker plaatsvinden. Als blijkt dat een éénmalige opknapbeurt nodig is van een (deel van een) straat of plantsoen dan wordt in overleg met de stadsdeelorganisatie een 0-beurt gedaan uit KVO-budget. Deze actie is tien keer uitgevoerd. Het is de bedoeling dat daarna het structurele onderhoud weer zorg draagt voor een verantwoorde situatie. Als ondernemers/ bezoekers een bepaalde plek als onveilig ervaren omdat men het te donker vindt, wordt allereerst bezien of die plek voldoet aan de normen op het gebied van de openbare verlichting van de gemeente. Is dat wel het geval maar wordt de plek toch als onplezierig ervaren dan bestaat de mogelijkheid dat vanuit KVO-budget een lichtpunt wordt aangeschaft en wordt aangesloten op het gemeentelijk lichtnet. Voorlichting ondernemers Als bij ondernemers behoefte is aan voorlichtingsbijeenkomsten en/ of trainingen dan kunnen die vanuit het KVO worden georganiseerd. Bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid en het voorkomen van winkelcriminaliteit. Veelal gebeurt deze training in nauwe samenwerking met het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel. Tot dusver zijn er zeven trainingen georganiseerd. Het opknappen van straatmeubilair en dergelijke Als tijdens een schouw van de openbare ruimte blijkt dat de afvalbakken uitwendig moeten worden schoongemaakt, een verkeersbord verplaatst moet worden, nieuwe belijning van zebra s, een opknapbeurt van de groenvoorzieningen nodig is enzovoorts dan kan dit vanuit het KVO-budget worden gerealiseerd. Dit gebeurt altijd in overleg en samenwerking met het stadsdeel. Er zijn zeven opknapbeurten uitgevoerd. Gerichte politiesurveillances en goede afstemming Als tijdens een KVO-overleg aan de orde komt dat een bepaalde situatie op een bepaalde locatie en op een bepaalde tijd als niet veilig wordt ervaren dan kunnen afspraken worden gemaakt met de politie om daar gericht te surveilleren. In 12 KVO-gebieden werd/ wordt gericht gesurveilleerd. Financiële middelen Het KVO wordt gefinancierd vanuit het GSB-budget en D2-middelen (Europese subsidie). Incidenteel is sprake van cofinanciering door andere gemeentelijke diensten of het stadsdeelkantoor. Na 2011 zijn er geen GSBbudgetten meer voorhanden. Er wordt over nagedacht de KVO-activiteiten in te passen in de BedrijfsInvesteringsZone (BIZ). In de vorm van een vereniging of stichting kunnen ondernemers gezamenlijk plannen maken en activiteiten organiseren om de kwaliteit en veiligheid van hun bedrijfsomgeving te verbeteren. Uit D2-middelen was voor de periode van tot en met 235.300,- beschikbaar. Vanuit GSB was 1.194.887,- beschikbaar. In totaal is 1.413.487,- uitgegeven waarvoor geen middelen uit de gemeentebegroting nodig waren. lasten baten lasten baten lasten baten KVO D2 128.900,- 202.716,- 444.159,- KVO D2 235.300,- 202.716,- 444.159,- KVO Haagse Binnenstad 218.600,- KVO Haagse Binnenstad 218.600,- KVO overige projecten 106.400,- KVO overige projecten 226.899,- 226.899,- 85.813,- 85.813,- Totale lasten 453.900,- 429.615,- 529.972,- Totale baten 453.900,- 429.615,- 529.972,- 84

Bijlage 2.7 Stelselmatige geweldplegers en huiselijk geweld Wat is een geweldpleger In / is Den Haag begonnen met een pilot voor maximaal 30 stelselmatige geweldplegers. Er is een speciale aanpak voor geweldplegers omdat deze groep een specifiek profiel heeft. Een stelselmatige geweldpleger is iemand die zich vooral schuldig maakt aan bedreiging, mishandeling, (poging tot) moord en doodslag. Eén op de vijf maakt zich schuldig aan huiselijk geweld. De samenwerkingpartners zijn de gemeente Den Haag, Openbaar Ministerie, Politie Haaglanden, Parnassia reclassering, Reclassering Nederland en het Leger des Heils. Geweldplegers worden geregistreerd in een digitaal systeem. Daarin kunnen de organisaties informatie inzien en toevoegen. Dankzij het systeem is elke organisatie goed geïnformeerd en kan informatie gedeel en verbeterd/ aangevuld worden. Doel van de pilot is om ervoor te zorgen dat het aantal geweldplegers daalt en het geweld afneemt waarbij ten minste 20 % van de doelgroep in niet recidiveert 54. In Den Haag wonen in totaal 388 stelselmatige geweldplegers. De meeste geweldplegers (in absolute cijfers) wonen in Escamp. In Laak, het kleinste stadsdeel, wonen relatief veel geweldplegers 55. Inwoners 1-1-2009 Loosduinen 45.714 27 19 24 Escamp 110.929 86 92 102 Scheveningen 52.048 32 27 36 Segbroek 57.779 42 51 49 Centrum 96.464 79 102 78 Laak 37.573 50 48 46 Haagse Hout 41.039 19 16 24 Leidschenveen-Ypenburg 40.964 18 17 26 Stadsdeel onbekend 23 2 3 Totaal 482.510 376 374 388 In 2002 - het peiljaar van het landelijk beleid om tot een afname te komen van 25% van de criminaliteit bedroeg het aantal stelselmatige geweldplegers in Den Haag 224. Het aantal stelselmatige geweldplegers is met 42% gestegen naar een totaal van 388 in. Ook het aantal aangiften van geweld steeg van 2.364 in 2002 tot 3.906 in (een toename van 39%). Hele stad 2002 2.007 2.008 Aangiften van geweld 2.364 3.627 3.858 3.906 Aanpak Een geweldpleger wordt geadopteerd door de wijkagent of door een medewerker vanuit de hulpverlening. Deze houdt toezicht op de geweldpleger en zorg voor begeleiding. Op proactieve wijze worden hulpprogramma s aangeboden zoals agressietrainingen, psychomedische zorg en praktische ondersteuning bij het vinden van werk, een huis, een opleiding of een uitkering. Omdat geweld vaak het gezin treft, is er ook aandacht voor de veiligheid van partner en kinderen. Bureau Jeugdzorg heeft een rol bij deze begeleiding. Plegers van een geweldsmisdrijf krijgen een snelle strafrechtelijke reactie: bij aanhouding van een geweldsmisdrijf wordt indien mogelijk - het supersnelrecht toegepast. De repressieve aanpak functioneert als stok achter de deur. Bij het voortijdig beëindigen van verplicht toezicht wordt snel gehandeld en bereidt het Openbaar Ministerie direct een nieuwe uitspraak voor. 54 Politie Haaglanden, Effectmeting Aanpak Stelselmatige Daders Regio Haaglanden, Den Haag. 55 Politie Haaglanden, Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld, Den Haag 2009. 85

Bijlage 2.8 Problematische jongerengroepen Bewoners en jeugdoverlast Rondhangende jongeren die bierblikjes door de straat heen schieten, ronkende bromfietsen en scooters, met je koplampen van je auto bij een bewoner in de huiskamer naar binnen schijnen, intimidatie, bedreigingen: het zijn maar een paar voorbeelden van overlast die groepen jongeren kunnen veroorzaken in de omgeving. Overlast van jongeren kan vervelend zijn maar ook bedreigend. Uit de Politiemonitor Bevolking blijkt dat 17,2% van de Hagenaars vindt dat jongerenoverlast vaak voorkomt. Dit percentage was in en lager, respectievelijk 13,6% en 14,3%. Het Criminaliteits- en Veiligheidsbeeld laat voor jongerenoverlast een hogere score zien: in deze enquête vindt één op de vijf inwoners (20%) dat overlast van groepen jongeren vaak voorkomt in hun buurt. Als aan bewoners wordt gevraagd welk probleem in de buurt met voorrang moeten worden aangepakt dan komt jeugdoverlast gemiddeld op de vierde plaats. Aan de Haagse wijkagenten is gevraagd aan te geven of provocatie, bedreiging en fysiek geweld door jongerengroepen nooit, soms of geregeld/ vaak voorkomt en tegen wie deze gedragingen gericht zijn. Bewoners blijken relatief vaak geconfronteerd te worden met de gedragingen; vaker dan veiligheidspartners of politie. De wijkagenten beoordelen de impact van de jongerengroepen op de wijk in 80% van de gevallen als negatief waarbij voor een derde van de jongerengroepen geldt dat ze een zeer negatieve impact op de wijk hebben. Hoe groot is de omvang van de problematische jongerengroepen In Den Haag zijn in 46 problematische jongerengroepen actief (peildatum april 2009) 56. De meeste hiervan bevinden zich in de stadsdelen Escamp en Centrum waar ook een groot deel van de zwaardere, dat wil zeggen de overlastgevende (elk 6) en de criminele (elk 4), groepen te vinden zijn. Het aantal problematische jongerengroepen wordt door de politie Haaglanden jaarlijks geïnventariseerd door wijkagenten de landelijk gebruikte shortlist groepscriminaliteit te laten invullen. Deze inventarisatie blijft een momentopname: problematische jongerengroepen zijn dynamisch. De samenstelling en/ of aard van groepen wisselt nogal eens door bijvoorbeeld het (tijdelijk) samengaan van groepen of detentie van de deelnemers. Maar ook de locatie wisselt waardoor het probleem op de ene locatie verdwijnt om vervolgens op een andere locatie weer op te duiken. De groepen worden in de inventarisatie getypeerd als hinderlijk, overlastgevend of crimineel conform de shortlist methodiek van Beke. Deze methode levert meestal een goede indicatie op van de globale aard van de groep en is bedoeld als overzicht van aanwezige jongerengroepen. Naast algemene kenmerken als groepsgrootte, etniciteit en justitiecontacten gaat het om diverse categorieën van lichte en zware criminaliteit. In de Zevende Inventarisatie Problematische Jeugdgroepen Haaglanden 2009 zijn dit jaar extra vragen opgenomen over onder andere wapenbezit, geografische spreiding van problemen en negatieve bejegening zoals provocatie. Aanpak problematische jongerengroepen Overlast van jongerengroepen wordt op stadsdeelniveau in het veiligheidsoverleg gecoördineerd door de accounthouder OOV, de stadsdeeldirecteur en de wijkbureauchef van de politie. Er is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de aanpak. Het Veiligheidshuis kan het stadsdeel ondersteuning geven door groepen door te lichten: zijn de jongeren bekend, wordt al hulp geboden of hebben ze een strafblad. Bij ernstige en hardnekkige problemen kan het Veiligheidshuis de regie op zich nemen maar in eerste instantie ligt de verantwoordelijkheid voor de aanpak van jeugdoverlast bij het veiligheidsoverleg van het stadsdeel waar met diverse veiligheidspartners wordt samengewerkt aan een oplossing. Criminele groepen vragen door de ernst van hun activiteiten een speciale aanpak en hier geldt dat de politie de regie neemt. De gemeente heeft op stadsdeelniveau de regie op overlastgevende en hinderlijke jongerengroepen. 56 Voor de inventarisatie van de problematische jongerengroepen is gebruik gemaakt van de Zevende Inventarisatie Problematische jeugdgroepen Haaglanden 2009 van de politie. 86

Hinderlijke en overlastgevende groepen In de aanpak van jongerengroepen spelen de jongerenwerkers een belangrijke rol. Door (meelopende) jongeren vroegtijdig te benaderen, kunnen jongerenwerkers problemen signaleren en jongeren doorverwijzen naar school, werk, hulpverlening en/ of activiteiten. Het jongerenwerk heeft zo een belangrijke preventieve rol in de bestrijding van overlast van jongerengroepen. Gedurende de onderzoeksperiode van deze quick scan tot 2009 is de dienst OCW van de gemeente Den Haag gestart met de herpositionering van het jongerenwerk. Eén van de vier doelstellingen van de herpositionering is om in samenwerking met partners een integrale benadering van hinderlijke, overlastgevende en criminele groepen op stadsdeelniveau te realiseren. Betrokkenen bij dit traject geven aan dat de samenwerking tussen jongerenwerkers en andere partners nu beter verloopt dan in voorgaande jaren en eventuele tegenstellingen tussen preventie en repressie beter op elkaar afgestemd worden. Behalve verduidelijking van doelstellingen wordt ook de systematiek vernieuwd waarmee het resultaat van het jongerenwerk wordt gemeten. Het is niet mogelijk om over de afgelopen jaren in kwantitatieve zin aan te geven op welke wijze het jongerenwerk betrokken is bij de aanpak van problematische groepen. De jongerenwerker, die werkt vanuit een welzijnscentrum, bezoekt de groepen ook op locatie maar voor outreachend jongerenwerk heeft Den Haag het Stedelijk Mobiel Jongerenteam (SMJT) en het Mobiel Jongerenteam Escamp van de welzijnsorganisaties (respectievelijk Zebra en Mooi Escamp). Dit outreachend jongerenwerk wordt ingezet als het reguliere jongerenwerk onvoldoende resultaat geeft. De jongeren worden op locatie opgezocht op die momenten dat er daadwerkelijk overlast wordt veroorzaakt. De inzet van het outreachend jongerenwerk is een tijdelijke aanvulling op het reguliere jongerenwerk. De taken van het SMJT zijn observeren en signaleren, contact zoeken met de jongeren en zonodig met de ouders/ voogden, buurtbewoners en andere relevante partijen, doorverwijzen en in aantal gevallen het checkt het SMJT of de doorverwijzing goed verloopt. De formatie bedroeg in de jaren tien fte. Het aantal doorverwezen jongeren bedroeg: Contacten Doorverwijzingen 556 n.b. 753 310 830 284 Het MJT Escamp kende in de jaren respectievelijk 2,94 2,94 1,94 fte. Het aantal doorverwezen jongeren bedroeg: Contacten Doorverwijzingen n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. 42 Financiële middelen jongerenwerk Voor jongerenwerk was in 5,8 miljoen euro, in 6,0 miljoen euro en in 6,2 miljoen euro beschikbaar. Dit is inclusief maatschappelijk werk voor doelgroep jongeren, accomodaties, agogisch jongerenwerk. In de stad zijn twee mobiele teams actief, een stedelijk mobiel jongeren team (SMJT) en een mobiel team in Escamp. Voor het SMJT (opgericht per 1 juli ) bedragen de kosten 344.000,- in, en 783.000,- per jaar in en. Voor het mobiel team Escamp zijn geen kosten apart uit te splitsen (onderdeel reguliere formatie stadsdeel). De dienst OCW geeft aan in deze quick scan alleen de kosten van het SMJT mee te rekenen in de gemeentelijke uitgaven veiligheid in de woonomgeving. Het jongerenwerk kent vier doelstellingen waarvan één het tegengaan van hinder en overlast betreft. 87

Het Jongeren Toezicht Team (JTT) Een Jongeren Toezicht Team is een leerwerktraject van gemeente en politie voor jongeren tussen de zestien en twintig jaar zonder opleiding of werk. Jongeren die zelf overlast veroorzaken, gaan in dit project een half jaar surveilleren onder begeleiding van de politie. Naast twaalf uur sociale vorming wordt twintig uur gesurveilleerd, overlastgevende jongeren worden door het team aangesproken en het team wordt ingezet bij voorlichtingsacties en evenementen. De plaatsen zijn bedoeld voor jongeren die contactarm zijn, leerplichtigen die zich te laat hebben ingeschreven voor een opleiding, en hangjongeren. Zij worden geholpen bij het aanpassen van problematisch gedrag (te laat komen, agressie, passiviteit) om zo hun toekomstkansen te vergroten. Het JTT bestaat in Den Haag sinds 2001 en telt twee teams: één in het centrum van Den Haag en één in het stadsdeel Laak/ Escamp. Een team bestaat uit twee politiefunctionarissen, een jongerenwerker en twaalf jongeren. Het lukt echter niet voldoende jongeren uit de doelgroep te plaatsen zodat de plaatsen nu worden ingevuld met leerlingen van het Mondriaan College die een beveiligingsopleiding volgen. Financiële middelen JTT Het jaarlijkse budget voor het JTT bedraagt 350.000,-. De gemeente investeert jaarlijks 250.000,- en de bijdrage van de politie is 100.000,-. 88

Bijlage 2.9 Jeugdcriminaliteit Jeugdcriminaliteit In Den Haag wonen rond de 74.000 jongeren tussen de 12 en 24 jaar. Hiervan worden er jaarlijks ongeveer 2.750 aangehouden door de politie (gemiddelde van,, ). In had van het totale aantal aanhoudingen een derde van de gevallen betrekking op jeugdigen 57. Aanpak politie en criminele jongerengroepen Volgens de Kadernota Haaglanden 2009 moet elk wijkbureau van de politie diens criminele jongerengroepen aanpakken (en van de niet criminele jongerengroepen in elk geval de meest problematische). De aanpak van de politie bestaat uit repressie, het in beeld houden van een groep, surveillance & controle en het contact houden met de groepen. De aanpak van de criminele groepen vraagt een strakke regie van de politie. De analyses en strafrechtelijke onderzoeken zijn tijdrovend en veelal zeer complex. De aanpak, waarbij vaak een rol is weggelegd voor de recherche, wordt vanuit de wijkbureaus van de stadsdelen waar de criminele groepen zich ophouden opgepakt. De strafrechtelijke onderzoeken vinden plaats onder het gezag van het Openbaar Ministerie. Criminele groepen zorgen vaak voor overlast, waardoor ook hier de gemeente een belangrijke rol heeft. Doorstromersaanpak Doorstromers zijn jongeren van 12 tot 18 jaar die minimaal twee keer een misdrijf of zware overtreding hebben gepleegd. Er is een grote kans dat zij zich tot veelpleger ontwikkelen. Er is een lijst opgesteld van ongeveer 350 doorstroom-jongeren. Voor ieder wijkbureau van de politie is een top 10 van doorstromers opgesteld. Na een taak-, leer- of gevangenisstraf biedt de gemeente al deze jongeren de mogelijkheid (vrijwillig) een begeleidingstraject te volgen. Het doel van een dergelijk traject is om onderwijs of werk te bieden, binding met het gezin te bevorderen en een positieve invulling van de vrije tijd te geven. De volgende organisaties werken samen bij de aanpak van doorstromers: Politie Haaglanden Openbaar Ministerie Raad voor de kinderbescherming Bureau Jeugdzorg Gemeente Den Haag Deze partijen vormen samen de justitiële keten in de aanpak van doorstromers. In de aanpak van doorstromers staat het individu centraal. Iedere partner heeft een eigen rol in het verminderen van het aantal doorstromers in de stad. De gemeente maakt op jaarbasis 160 trajecten mogelijk. Deze trajecten worden uitgevoerd door bijvoorbeeld het Jeugd Toezicht Team (JTT) en stichting Trix. Trix is een Haags reïntegratie- en rehabilitatieproject. Deze instanties vormen samen de uitvoerende keten. Etniciteit van jeugdige criminelen Afgezet tegen het totaal aantal jongeren tussen de 12 en 24 jaar, komt naar voren dat Marokkaanse en Antilliaanse jongeren relatief vaak worden aangehouden 58. Gemiddeld worden 9 op de 100 Marokkaanse jongeren aangehouden; bij de Antilliaanse jongeren is dit 7 op 100 jongeren. Van de Turkse, Surinaamse en jongeren uit overige landen wordt iets minder dan 4 op de 100 jongeren aangehouden. Van de Nederlandse jongeren worden er 2 op de 100 aangehouden. Aantal aanhoudingen op 5 delicten Inwoners 12-24 jaar Aantal aanhoudingen per 10.000 Nederlandse 690 30.962 216 Turkse 305 8.140 378 Marokkaanse 605 6.202 972 Surinaamse 367 9.697 371 Antilliaanse 203 2.902 719 Overige landen (incl. onbekend) 515 15.709 357 Totaal 2.685 73.612 57 Politie Haaglanden, Criminaliteitsbeeldanalyse Jeugd (beknopt) Regio Haaglanden, Den Haag 2009 89

Het voorgaande overzicht is een totaal van vijf soorten delicten. Het gaat om het totaal van 59 : vermogens delicten met geweld vermogens delicten zonder geweld geweldsdelicten zedenmisdrijven gemeengevaarlijke misdrijven (= met gevaar voor omstanders) Voor Marokkaanse en Antilliaanse jongeren die oververtegenwoordigd zijn in de jeugdcriminaliteit, zijn in 2005 de programma s IMAR en Traha Brug (tegenwoordig heet dit Mi Ta). Beide programma s bestaan voornamelijk uit preventieve acties die moeten bijdragen aan een reductie van vroegtijdig school verlaten (VSV), werkloosheid en (jeugd)criminaliteit De programma s zijn recentelijk geëvalueerd en besproken in de commissie Jeugd en Burgerschap 60. 59 Gegevens omtrent etniciteit zijn afkomstig van Bureau Research en Beleid van de Politie Haaglanden (december 2009) 60 Uit de evaluaties bleek dat de doelstellingen niet gehaald werden (Noorda en Co, Van Traha Brug naar Mi Ta Bon, Resultaten en adviezen, Amsterdam 2009 (RIS 184883) en Noorda en Co, Evaluatie IMAR -, Resultaten en adviezen, Amsterdam 2009 (RIS 164884). 90

Bijlage 2.10 Hotspotbeleid Wat is een Hotspot Sinds 2003 werken gemeente, politie en welzijnsorganisaties onder de regie van OOV gezamenlijk aan de hotspotaanpak. Een hotspot is een overlast gevende locatie waar: meer dan gemiddelde overlast is die minimaal drie maanden duurt; een gezamenlijke integrale aanpak nodig is om de situatie te normaliseren; de overlast een duurzame aanpak vraagt van minstens één jaar. De hotspotaanpak is niet specifiek en alleen gericht op jeugdoverlast maar vaak is jongerenoverlast een belangrijk onderdeel van de overlast. Van de 15 hotspots die Den Haag heeft, hebben 13 te maken met jongerenoverlast doorgaans gecombineerd met andere vormen van overlast zoals drugsgebruik, vervuiling, vernieling, zwervers etcetera 61. De aanpak De hotspotaanpak betekent extra inzet van menskracht en middelen, een gecombineerde aanpak van repressie en preventie en een minimale inzet van één jaar waar veiligheidspartners gezamenlijk aan werken. De inzet van instrumenten wordt bepaald door de problematiek. Voor outreachend (jongeren)werk op hotspotlocaties wordt gebruik gemaakt van Streetcare. Het project Streetcare richt zich op een bredere doelgroep dan het reguliere jongerenwerk of de mobiele jongerenteams van de welzijnsinstellingen. Streetcare benadert alle groepen die bij een hotspot betrokken zijn en dit zijn niet alleen overlastgevers zoals jongeren, alcohol- en/ of drugsgebruikers, prostituees, dak- en thuislozen, illegalen en vervuilers van de openbare ruimte maar ook kinderen en bewoners worden benaderd. De hotspotaanpak wordt gemonitord door interviews met omwonenden en gerichte metingen van politie. Deze laatste kunnen per hotspot verschillen en worden naar gelang de problematiek vastgesteld. Een hotspot wordt hotspot-af als de locatie één jaar is aangepakt, de gemaakte afspraken voor minimaal 90% gerealiseerd zijn, bewoners aangeven minimaal acht maanden aaneengesloten tevreden te zijn met de aanpak, de politiecijfers indiceren dat de overlast en criminaliteit afneemt en als de professionals de hotspot voor de duur van één jaar als op orde bestempelen en vinden dat de situatie genormaliseerd is. Daarbij weegt het kwalitatieve oordeel van de professional zwaar mee. Hotspots in de stadsdelen In de rapportage van april 2009 heeft het College van B&W voorgesteld 5 van 15 hotspots niet langer als hotspot aan te merken en om de aanpak vanaf 2010 onder te brengen bij de stadsdelen. Dit omdat deze aanpak niet veel meer afwijkt van de reguliere samenwerking in de stadsdelen op locaties die niet als hotspot worden aangemerkt. In de jaarplanning voor het stadsdeel kan de stadsdeeldirecteur een voorstel doen voor het op- of afvoeren van een hotspot. De Raad houdt zijn eindbevoegdheid. Bij zwaardere veiligheidsknelpunten kan op verzoek ondersteuning vanuit het Veiligheidshuis worden ingezet. Met ingang van 1 januari 2010 hebben de volgende stadsdelen nog hotspots: Stadsdeel Centrum 5x Stadsdeel Scheveningen 1x Stadsdeel Laak 1x Stadsdeel Segbroek 1x Stadsdeel Escamp 1x Stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg 1x 61 Hierover is in april 2009 gerapporteerd: Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Hotspotrapportage, Commissiebrief, RIS 162902, Den Haag 7 april 2009. 91

Financiële middelen De hotspotaanpak wordt gefinancierd uit GSB-middelen: een financiering die per 2010 stopt. Uitgaven en ontvangsten zijn met elkaar in overeenstemming. : Hotspots GSB 117.500,- : Hotspots GSB III 182.710,- : Hotspots GSB III 1.550,- Volgens de gemeente zouden deze uitgaven het topje van de ijsberg zijn. Op de vraag om een aanvullend kostenoverzicht antwoordde de gemeente niet in staat te zijn die te leveren. De andere uitgaven zijn versleuteld in reguliere budgetten zoals schoonmaken, onderhoud van de groenvoorzieningen, (extra) politiesurveillance. Overzicht van de hotspots conform de rapportage van 7 april 2009 Als de professionals van mening zijn dat de hotspot op orde is, zijn deze groen gearceerd en die hotspots die gedeeltelijke op orde zijn, zijn oranje gearceerd. Tenierplantsoen/ Van Dijckstraat/ Hobbemastraat Meldingen overlast baldadigheid 18 33 24 overlast harddrugsgebruik 4 3 7 verdovende middelen 3 0 1 Aangiften vernieling/vandalisme 48 40 60 Totaal 73 76 92 oordeel professionals: geheel op orde Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 53% 67% 45% omlaag Van der Vennepark oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 19 29 19 geheel op orde overlast harddrugsgebruik 3 4 3 verdovende middelen 0 0 1 illegaal verblijf 0 0 0 Aangiften bedreiging 3 5 9 diefstal uit/ vanaf auto 13 17 9 diefstal uit woning 30 21 15 fysiek geweld 8 7 6 inbraak bedrijfspanden 3 1 3 vermogensdelicten met geweld 3 3 2 vernieling/ vandalisme 25 19 23 winkeldiefstal 0 0 1 zedenmisdrijven 1 0 1 Totaal 108 106 92 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 35% 52% 45% omhoog 92

Delftselaan oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 36 58 104 gedeeltelijk overlast harddrugsgebruik 4 7 0 op orde verdovende middelen 5 1 2 Aangiften vernieling/ vandalisme 12 15 14 Totaal 57 81 120 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 41% 35% 47% omhoog Paul Krugerplein oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 29 37 11 gedeeltelijk moeilijkheden horeca 1 2 0 op orde overlast harddrugsgebruik 12 7 4 Samenscholingsverbod verdovende middelen 2 1 2 2x in prostitutie 0 0 1 Aangiften vernieling/ vandalisme 17 26 19 Totaal 61 73 37 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 34% 50% 55% omhoog Kaapse Plein oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 15 19 10 geheel op orde overlast harddrugsgebruik 1 4 1 verdovende middelen 0 0 0 overlast dronkenschap 1 2 5 prostitutie 0 0 0 illegaal verblijf 0 0 0 Aangiften vernieling/ vandalisme 19 13 13 Totaal 36 38 29 einde hotspot Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 40% 59% 56% omhoog 93

Joubertplantsoen oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 37 73 71 geheel op orde overlast dronkenschap 3 2 1 Samenscholingsverbod overlast harddrugsgebruik 8 6 2 2x in verdovende middelen 9 2 2 Aangiften bedreiging 3 6 2 diefstal uit/ vanaf auto 19 15 11 fysiek geweld 5 5 3 vernieling/ vandalisme 21 22 22 Totaal 105 131 114 einde hotspot Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 35% 50% 67% omhoog Stationsweg, Wagenstraat, Huygenspark Meldingen overlast overlast dronkenschap 3 8 8 overlast harddrugsgebruik 7 6 2 verdovende middelen 0 0 0 zwerver 5 7 4 Totaal 15 21 14 oordeel professionals: geheel op orde Diverse besluiten ter bestrijding van harddrugs tot en met 2009 einde hotspot Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 75% 78% 88% omhoog Uitgaansgebieden Herenstraat, Plein en oordeel Grote Markt professionals: Meldingen overlast gedeeltelijk moeilijkheden horeca 9 8 21 op orde overlast dronkenschap 4 5 6 sluitingstijd 1 0 0 Totaal 14 13 27 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 68% 80% 86% omhoog 94

Pluvierhof oordeel Meldingen overlast professionals: moeilijkheden horeca 0 0 0 geheel op orde baldadigheid 37 32 55 milieuoverlast 2 3 3 overlast dronkenschap 1 0 1 sluitingstijd 0 0 0 Aangiften vernieling/ vandalisme 8 11 12 Totaal 48 46 71 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 85% 86% 86% omhoog NS-station Den Haag CS oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 2 6 8 geheel op orde overlast dronkenschap 33 62 97 overlast harddrugsgebruik 0 4 10 verdovende middelen 5 3 4 zwerver 97 90 82 Aangiften vernieling/ vandalisme 12 11 17 winkeldiefstal 123 104 96 Totaal 272 280 314 einde hotspot Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 56% 80% 78% omhoog 95

Wenckebachstraat/ 't Kikkertje oordeel Meldingen overlast professionals: geluidsoverlast/ burengerucht 2 1 1 gedeeltelijk baldadigheid 38 16 6 op orde Aangiften bedreiging 1 1 0 Samenscholingsverbod in diefstal uit/ vanaf auto 7 5 6 en diefstal uit woning 2 2 4 vernieling/ vandalisme 13 2 6 winkeldiefstal 0 0 0 Totaal 63 27 23 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 57% 62% 51% omlaag Weimarstraat oordeel Meldingen overlast professionals: geluidsoverlast/ burengerucht 13 6 7 gedeeltelijk sluitingstijd 0 2 1 op orde milieuoverlast 3 7 3 Totaal 16 15 11 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 90% 91% 84% omlaag Maurice Ravelweg oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 58 64 55 geheel op orde illegaal verblijf Aangiften vernieling/ vandalisme 32 32 37 fysiek geweld 11 3 7 diefstal 19 15 20 Totaal 120 114 119 einde hotspot Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 64% 61% 66% omhoog 96

Sloop- en risicogebieden Escamp oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 39 17 28 geheel op orde overlast harddrugsgebruik 1 1 0 verdovende middelen 0 0 0 kraken/bezetten 0 0 0 Aangiften vernieling/ vandalisme 13 17 20 Totaal 53 35 48 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 67% 73% 72% omhoog Singels oordeel Meldingen overlast professionals: baldadigheid 71 195 74 gedeeltelijk lastig vallen 5 6 6 op orde Aangiften vernieling/ vandalisme 3 13 11 Samenscholingsverbod in Totaal 79 214 91 en 2009 Gevoel van veiligheid jan-07 jan-08 jan-09 rondom de hotspot 61% 89% omhoog 97

Bijlage 2.11 Cameratoezicht In 1999 is de gemeente begonnen met cameratoezicht als onderdeel van de aanpak raamprostitutie. In de daarop volgende jaren is het cameratoezicht uitgebreid met camera s in de omgeving van station Hollands Spoor en de Haagse Binnenstad. Per januari bedraagt het aantal camera s in de openbare ruimte 158 stuks. In Den Haag maakt het cameratoezicht altijd onderdeel uit van een integrale aanpak. Plaatsing van camera s is dan supplementair op de meer traditionele vormen van politiesurveillance. Ook andere interventies, zoals het aanpassen van verlichting, maken onderdeel uit van de aanpak. De burgemeester is bevoegd tot het plaatsen van camera s (Gemeentewet, artikel 151c) 62. De camera s worden live uitgelezen op het hoofdbureau van politie Haaglanden aan de Burgemeester Patijnlaan (Geïntegreerde MonitorCentrale). De camerabeelden worden direct doorgezonden naar het wijkbureau als in dat toezichtgebied incidenten worden geconstateerd. Vanuit het wijkbureau wordt gereageerd op de incidenten: cameratoezicht is een instrument dat een meer gerichte inzet van de politie mogelijk maakt. Daarnaast kunnen de beelden helpen bij de opsporing van plegers van strafbare feiten 63. De politie Haaglanden registreert de resultaten van het cameratoezicht 64 : uit de tabel blijkt dat het percentage reacties op gesignaleerde incidenten van 2003 naar 2004 gestegen is, het aantal aanhoudingen gedaald. Mei 2003 dec. 2003 Jan. 2004 dec. 2004 Incidenten 1444 4332 Reacties 1182 (84%) 4033 (93%) Aanhoudingen 743 (53%) 1721 (40%) De politie Haaglanden bereidt momenteel een evaluatie voor over de resultaten van het cameratoezicht in de periode 2005 2009. Surveillancecamera s In is de politie Haaglanden gestart met surveillancecamera s. Het doel van deze camera s is het vergroten van de veiligheid van de politieagenten, in die situaties waarbij sprake is van agressie-incidenten. Deze camera s zijn niet bedoeld voor toezicht. De pilot wordt in 2009 voortgezet met twee noodhulpvoertuigen en 17 bikereenheden (vijf wijkbureaus nemen hieraan deel: 3x Centrum, Scheveningen en Laak) 65. Financiële middelen De kosten voor cameratoezicht deelt de gemeente Den Haag met de politie Haaglanden en worden bepaald door aanschaf van de camera, de aanleg van de infrastructuur, onderhoud en personele inzet voor het uitlezen van de camerabeelden. De kosten van een camera die vier jaar op dezelfde locatie geïnstalleerd is bedragen 14.650,- per jaar. Wordt een camera acht jaar op dezelfde locatie gebruikt dan komen de kosten op ongeveer 12.075,- per jaar. Deze jaarlijkse kostprijs is bij benadering en gebaseerd op investeringskosten en de jaarlijkse exploitatiekosten 66. De gemeente heeft in de periode van tot en met 798.182,- uitgegeven aan cameratoezicht (exclusief kosten cameratoezicht ADO-stadion). Voor cameratoezicht is in het totaal 669.679,- onttrokken uit de bestemmingsreserve. Het restant van 128.503,- is met gemeentelijke middelen gedekt. 62 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Verordening Cameratoezicht plus toelichting, Commissiebrief, RIS 138423, Den Haag 12 juni. 63 Politie Haaglanden, concept-brief aan de Staf Korpsdirectie, Cameratoezicht in het publiek domein, Den Haag januari 2009. 64 Bureaus Hoefkade en Jan Hendrikstraat. 65 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Plan van aanpak & protocol pilot surveillancecamera s, Commissiebrief, RIS 167111, Den Haag 6 oktober 2009. 66 Politie Haaglanden, concept-brief Staf Korpsdirectie, Cameratoezicht in het publiek domein, Den Haag januari ; bijlage 1 Kostenoverzicht camera s publiek domein. 98

Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Cameratoezicht 227.100,- Cameratoezicht en aanpak geweld op straat Cameratoezicht onderhoud Cameratoezicht bestemmingsreserve 352.21,-3 30.748,- 108.653,- 315.900,- 317.611,- 36.168,- Cameratoezicht 21.800,- prostitutie Cameratoezicht 21.500,- uitbreiding centrum Cameratoezicht 36.168,- vervanging Totale lasten 270.400,- 382.961,- 144.821,- Totale baten 315.900,- 317.611,- 36.168,- 99

Bijlage 2.12 Burgemeesters- en collegebevoegdheden De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde. Hij kan optreden tegen overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde. Aan de burgemeester is hiervoor een aantal bevoegdheden toegekend. Deze maken het hem mogelijk de veiligheid in de gemeente te verzekeren. Het zijn bevoegdheden die te maken hebben met het tegengaan van overlast, ordeverstoringen, het voorkomen van gevaar en het waarborgen van een ordelijk verloop van het dagelijks leven. In een aantal gevallen is het optreden van de burgemeester gekoppeld aan verplicht overleg in de Driehoek. Dat is het geval bij het vaststellen van een veiligheidsrisicogebied in het kader van het preventief fouilleren en het aanwijzen van gebieden voor cameratoezicht. In een aantal andere gevallen is de burgemeester verplicht de (hoofd)officier van justitie van zijn besluiten ter handhaving van de openbare orde in kennis te stellen, zoals bij het vaststellen van een noodverordening. In deze paragraaf worden de volgende burgemeestersbesluiten behandeld: Veiligheidsrisicogebied Verblijfsontzeggingen in verband met harddrugs Verzamelverboden (samenscholingsverboden) Alcoholverboden Blowverboden Veiligheidsrisicogebied De burgemeester heeft de bevoegdheid veiligheidsrisicogebieden aan te wijzen (Gemeentewet, artikel 151b juncto artikel 2:76 APV Den Haag). Een veiligheidsrisicogebied is een gebied dat naar bestemming of vast gebruik voor iedereen toegankelijk is, met een hoog risico op geweldsdelicten en dreigingen met vuurwapens. De officier van justitie kan binnen dit gebied gelasten dat preventief gefouilleerd wordt en vervoermiddelen en bagage onderzocht worden op de aanwezigheid van wapens 67. Welke gebieden zijn aangewezen In Den Haag is het gebied rondom het Huygenspark, Stationsweg, Van Limburg Stirumstraat, Jan Blankenstraat en Stationsplein in de periode tot en met september 2009 vijf keer benoemd tot veiligheidsrisicogebied. In totaal zijn gedurende deze periode 34 acties preventief fouilleren uitgevoerd. Dit gebied valt tevens onder de hotspotaanpak en er is cameratoezicht 68. Naast het gebied rondom het Hollands Spoor is tramlijn 9 in aangewezen als veiligheidsrisicogebied. Overweging waren incidenten in het openbaar vervoer en veiligheidsproblemen op scholen. De keuze voor tramlijn 9 is gebaseerd op het feit hier zes scholen aan deze lijn liggen 69. Er is éénmaal preventief gefouilleerd waarbij zijn zeven trams zijn gecontroleerd. Deze actie werd gecombineerd met een communicatietraject richting de scholen. De laatste evaluatie in 2009 70 was reden voor de burgemeester de aanwijzing risicogebied niet te verlengen. Verblijfsontzeggingen De burgemeester is bevoegd een gebied aan te wijzen als noodgebied (artikel 2:74C APV Den Haag). Op basis van deze aanwijzing beschikt de politie over de bevoegdheid tot verblijfsontzegging, een instrument om overlast veroorzakende drugsverslaafden voor een periode van 24 uur en bij herhaling, één, twee of drie maanden uit het gebied te verwijderen: de verblijfsontzegging 71. Welk gebied is aangewezen voor verblijfsontzeggingen Gedurende de gehele periode van tot maart 2010 is het gebied Hollands Spoor e.o. aangewezen als gebied waar bevelen tot verwijdering kunnen worden gegeven in verband met de aanwezigheid van handelaren in en verslaafden aan drugs. De grenzen van het gebied rondom Hollands Spoor zijn gedurende deze periode een aantal keer bijgesteld (groter of kleiner) en in en behoorde ook een gedeelte van de Waldorpstraat het gebied. 67 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Voorstel aanwijzen veiligheidsrisicogebied, Commissiebrief, RIS 132037, 11 oktober 2005. 68 De raad is geïnformeerd over de evaluaties van de acties (RIS 141287, 146916, 147306, 152788, 156968 en 159618). 69 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Voorstel aanwijzen veiligheidsrisicogebied, Commissiebrief, RIS 132037, 11 oktober 2005. 70 Brief van de burgemeester van 1 maart 2010 RIS 170327 71 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Gebiedsaanwijzing verblijfsontzeggingen in verband met harddrugs, Burgemeestersbesluit, RIS 136122, 8 maart. 100

Verzamelverboden Het verzamelverbod of samenscholingsverbod, maakt onderdeel uit van een pakket maatregelen om ernstige overlast van jongeren te beperken. Het doel is de overlast terug te dringen en de situatie in de omgeving te verbeteren. De basis voor de maatregel is artikel 9 van de APV. Waar zijn de verzamelverboden in Den Haag In Den Haag is gedurende de periode tot en met juli 2009 13 maal een verzamelverbod ingesteld van telkens drie tot zes maanden. Van deze 13 verboden betroffen acht verlengingen of het opnieuw instellen. De verzamelverboden werden ingesteld in verband met overlast van jongeren al dan niet gecombineerd met criminele activiteiten of intimidatie van bewoners. Politiebureau Beresteinlaan (gedeelte van de Erasmusweg, Steenhouwersgaarde, Melis Stokelaan, Beresteinlaan) In de periode van december 2005 tot februari zijn hier vijf verzamelverboden ingesteld in verband met overlast van (criminele) jongeren, handel in harddrugs en heling. Politiebureau Laak (gedeelte van de Wenckebachstraat, Noordpolderkade en Rijswijkseweg) In de periode van oktober tot oktober zijn hier twee verzamelverboden ingesteld in verband met hinderlijke groepsvorming en overlast van alcohol- en drugsgebruik. Dit gebied maakt onderdeel uit van de hotspotaanpak. Politiebureau De Heemstraat (Smitstraat, Kockstraat, Dora Tamanastraat, Pretoriusstraat, Joubertplantsoen, Paul Krugerplein) In de periode van maart tot oktober zijn hier drie verzamelverboden ingesteld in verband met hinderlijke groepsvorming en andere overlast van verslaafden en handelaren in harddrugs. Het Paul Krugerplein maakt onderdeel uit van de hotspotaanpak: het Joubertplantsoen is inmiddels afgevoerd als hotspot. Politiebureau Zuiderpark (Rustenburg-Oostbroek) In de periode van november tot en met september zijn hier drie verzamelverboden ingesteld in verband klachten van bewoners die zich in ernstige mate bedreigd en geïntimideerd voelen door een groep jongeren. Politiebureau Leidschenveen-Ypenburg (omgeving winkelcentrum Singels) In de periode van december tot oktober 2009 zijn hier twee verzamelverboden ingesteld in verband met ernstige overlast van hangjongeren. Dit gebied maakt onderdeel uit van de hotspotaanpak. Alcoholverboden 72 De Algemene plaatselijke verordening APV geeft het College van B&W de mogelijkheid in gebieden met een structureel alcoholgerelateerde overlast een alcoholverbod in te stellen. In deze gebieden is het niet toegestaan om alcohol te consumeren. Ook is het verboden aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met daarin alcoholhoudende drank bij zich te hebben. De alcoholverboden worden ingesteld zonder einddatum. Elk jaar worden de alcoholverboden geëvalueerd en op basis van politiegegevens en reacties van omwonenden besloten alcoholverboden eraf te halen dan wel erbij te doen. Het instellen van een alcoholverbod geeft de politie betere mogelijkheden (preventief) op te treden tegen de in dat gebied aanwezige overlast. Doel is de overlast in deze gebieden in samenhang te zien, sneller in te spelen op de ontwikkelingen van alcoholgerelateerde overlast en om alcoholgerelateerde overlast in deze gebieden te verminderen. Naast extra handhaving door politie is de Voedsel- en Warenautoriteit verzocht horecaondernemers erop te wijzen dat bovenmatig alcohol schenken aan bezoekers niet is toegestaan. Er worden in de omgeving van het Centraal Station flyers uitgedeeld in het Pools met informatie over maatschappelijke voorzieningen en alcoholverboden. Het Haags Straatteam (de zorginstelling van Parnassia) wordt ingezet in de Wenckebachstraat voor de opvang van dak- en thuislozen. 72 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Evaluatie alcoholverboden, Commissiebrief, RIS 165994, 11 augustus 2009. 101

Jaarwisseling Tijdens de jaarwisseling worden er op (te verwachten) probleemlocaties tijdelijke alcoholverboden ingesteld. De bewoners worden vooraf met een huis-aan-huis nieuwsbrief geïnformeerd. Het betrof de volgende locaties: 2005/: Moerbeiplein, en Abrikozenstraat/ Perenstraat /: Moerbeiplein, Mariottestraat/ Fahrenheitstraat en Abrikozenstraat/ Perenstraat /: Moerbeiplein en Mariottestraat/ Fahrenheitstraat Waar zijn de gebieden met alcoholoverlast In waren er 24 gebieden in Den Haag met een alcoholverbod (in waren dit er 26 en in 24 gebieden). Gedurende is hier aan één gebied (Jan Luykenlaan/ Escamp) in verband met alcoholoverlast toegevoegd. Alle stadsdelen, met uitzondering van Leidschenveen-Ypenburg, hebben alcoholoverlastgebieden. De minste overlast is in Loosduinen en de meeste overlast is in het stadsdeel Centrum. Het alcoholverbod is in dit hele stadsdeel van kracht. In kwam 67% van de meldingen overlast dronkenschap uit dit stadsdeel. Aantal meldingen van overlast dronkenschap in de stadsdelen: Stadsdeel Loosduinen 30 61 55 Escamp 94 116 115 Scheveningen 108 129 81 Segbroek 71 62 54 Centrum 179 235 301 Laak 44 53 73 Haagse Hout 32 32 43 Leidschenveen-Ypenburg 6 7 10 Totaal 564 695 732 Het totaal aantal meldingen van alcoholoverlast in Den Haag is in 30% gestegen ten opzichte van. In het stadsdeel Centrum was sprake van de sterkste stijging en in Scheveningen de sterkste daling. Blowverboden De huidige APV geeft het College van B&W de mogelijkheid een blowverbod in te stellen in een afgebakend gebied in de openbare ruimte, waarin overlast bestaat die gerelateerd is aan het blowen. Het verbod verbiedt het gebruik of openlijk voor handen hebben van softdrugs. Waar zijn de blowverboden in Den Haag In 2009 zijn de eerste blowverboden in Den Haag ingesteld: in de omgeving van de Stationsweg (veiligheidsrisicogebied) en op de Strandweg/ Boulevard. Het College van B&W heeft in februari 2010 73 de Weimarstraat en omgeving en het Zeeheldenkwartier aangewezen als gebied waar één jaar lang geen softdrugs openlijk gebruikt en verhandeld mogen worden. 73 Besluit van B&W van 16 februari 2010 RIS 170692 102

Bijlage 2.13 Meldpunt Woonoverlast Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast, gestart in, is een centraal contactpunt voor burgers en instanties die te maken hebben met overlastsituaties. Het Meldpunt neemt meldingen niet zelf in behandeling maar coördineert en zet meldingen uit bij diverse partners. Het Meldpunt neemt de volgende klachten met betrekking tot woonoverlast in behandeling: bouwkundige gebreken overbewoning in strijd met openbare orde en veiligheid (intimidatie, drugs, prostitutie en bedreiging) klachten in verband met onaangepast gedrag (van psychische aard of anderszins) klachten door wangedrag (geluidsoverlast, stankoverlast, conflicten) De klachten worden vervolgens uitgezet bij de volgende samenwerkingspartners: Haagse Pand Brigade (gemeente) Team Onrechtmatig Wonen (gemeente) Stadsdeelkantoren Overlastgevende Pandenoverleg (overlast gerelateerd aan openbare orde en veiligheid) Signaleringsoverleg (overlast gerelateerd aan psychische achtergronden) Politie (Wijkbureaus/ wijkagent) Bureau Bemiddeling & Mediation Corporaties (nb: de corporaties lossen klachten over hun bezit zelf op en werken daarbij zonodig samen met bovenstaande partners) In heeft het Meldpunt 1008 meldingen ontvangen waarvan 103 meldingen niet in behandeling konden worden genomen of op te lossen waren door de samenwerkingspartners. In dat geval zoekt het Meld- en steunpunt altijd naar een alternatieve oplossing. Het komt voor dat er geen (wettelijke) oplossing voor een probleem is. Corporaties pakken woonoverlast in hun eigen bezit zelf op, waar nodig in overleg met het Meld- en Steunpunt Woonoverlast. Voor de aanpak van onrechtmatig wonen werken de corporaties samen met het Team Onrechtmatig Wonen. Deze samenwerking is vastgelegd in een convenant. Meldingen Steunpunt Inwoners 1-1-2009 % meldingen tov aantal inwoners Loosduinen 30 45.714 0,07 Escamp 274 110.929 0,25 Scheveningen 58 52.048 0,11 Segbroek 151 57.779 0,26 Centrum 269 96.464 0,28 Laak 156 37.573 0,42 Haagse Hout 52 41.039 0,13 Leidschenveen-Ypenburg 18 40.964 0,04 Totaal 1008 482.510 Bron: Jaarrapportage Meld- en Steunpunt Woonoverlast Financiële middelen Voor het Meldpunt is structureel 300.000,- uit DSO-middelen beschikbaar. 103

Bijlage 2.14 Haagse Pandbrigade Doel tegengaan van onrechtmatige bewoning De Haagse Pandbrigade houdt zich bezig met opsporen en tegengaan van illegale verhuur van woonruimte die op deze wijze onttrokken wordt aan de woningvoorraad en door de onrechtmatig bewoning overlast kan veroorzaken in de stadsdelen. Daarnaast wordt ook gecontroleerd op andere aspecten, zoals hennepkwekerijen, oneigenlijk gebruik van sociale voorzieningen, de inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie persoongegevens, onderhoud en controle van milieubedrijven en horecagelegenheden. Het doel van de aanpak, die in oktober 2005 onder de naam Inhaalslag Handhaving is gestart, is het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid door integraal in een bepaald gebied alle woningen te controleren op de hierboven omschreven aspecten. De Aanpak Alle adressen in een bepaald gebied worden eerst digitaal geschouwd. Dit betekent dat diverse bestanden bekeken en met elkaar vergeleken worden. Als uit deze gegevens een risico op bepaalde overtredingen bestaat dan gaat de Haagse Pandbrigade het adres fysiek controleren. De Haagse Pandbrigade, aangestuurd door de dienst Stedelijke Ontwikkeling, bestaat uit een integraal team met medewerkers van de volgende diensten: Dienst Stedelijke Ontwikkeling Dienst Publieksservice Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Dienst Stadsbeheer Bestuursdienst Brandweer Er wordt tevens structureel samengewerkt met de Politie Haaglanden en de Staedin, maar die zijn geen vast onderdeel van het samenwerkingsverband. Daarnaast worden er gegevens uitgewisseld met de Informatie Beheergroep en de woningcorporaties, Dienst OCW afdeling leerling-zaken en de Gemeentelijke Belastingdienst. De Pandbrigade werkt gebiedsgericht en heeft sinds de start in 2005 de volgende gebieden onderzocht: Regentes/ Valkenbos en Rustenburg/ Oostbroek: 23.935 adressen gecontroleerd waarvan er 7955 adressen bezocht zijn. Laakkwartier, Spoorwijk en Molenwijk: 18.382 adressen gecontroleerd waarvan er 11.057 adressen bezocht zijn. Schilderswijk, Transvaal en Stationsbuurt/Rivierenbuurt: deze wijken worden in 2009/ 2010 gecontroleerd. Financiële middelen In de periode van tot en met is 9.465.000,- uitgegeven aan het project 74. De fte s die de samenwerkingpartners beschikbaar stellen voor het project worden door de partners zelf bekostigd (deze bedragen zijn in het totaal bedrag meegenomen). 74 Gegevens over financiering zijn afkomstig van de dienst Stedelijke Ontwikkeling 104

Bijlage 2.15 Team Onrechtmatig Wonen Doel Het Team Onrechtmatig Wonen is primair gericht op het opheffen van onrechtmatige woonsituaties om de leefbaarheid en veiligheid in de wijken te vergroten. Hierbij richt het Team zich op de gebieden buiten het gebied van de Haagse Pandbrigade en zwaardere overtredingen door de hele stad. Aanpak Het Team Onrechtmatig Wonen handhaaft in eerste instantie met behulp van bestuursrechtelijke instrumenten door het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. In ernstige gevallen worden op grond van de Wet Economische Delicten ook strafrechtelijke handhavinginstrumenten ingezet. Ook wordt ingezet op effectieve aanpak en het voorkomen van illegale kamerverhuur, onder- en doorverhuur van corporatiewoningen en huisvesting in de sociale woningvoorraad zonder huisvestingsvergunning. Om huisjesmelkers te treffen in hun financiële middelen deelt het team informatie met onder andere de Stichting Fraudebestrijding Hypotheken, de Nederlandse Vereniging van Banken en de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Illegaal gebruik gaat vaak hand in hand met hypotheekfraude. Om maximale handhavingresultaten te behalen is in convenantverband samengewerkt met diverse partners: - De (Vreemdelingen)politie Haaglanden - Openbaar Ministerie - Diverse opsporingsdiensten - De Belastingdienst - De Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten - De Dienst Publiekservice - Een aantal van de grootste corporaties (Vestia, Haag Wonen, Staedion en Arcade Wonen) 105

Bijlage 2.16 Bemiddeling en Mediation Een initiatief op het gebied van integrale veiligheid, het bureau Bemiddeling & Mediation (B&M), ondergebracht bij het bureau Vrijwilligers van Politie Haaglanden. B&M houdt zich sinds vier jaar bezig met bemiddeling in conflicten tussen burgers op het civielrechtelijke vlak. Ruim negentig opgeleide vrijwilligers treden op als bemiddelaar en mediator. Een groot deel van de zaken heeft betrekking op (woon)overlast. Hiernaast komen bedreiging, hindering en geweld regelmatig voor. Aanpak De vrijwilligers voeren de gesprekken tussen de partijen met als doel: de communicatie tussen de partijen te herstellen; overlast te verminderen; escalatie van openbare ordeproblemen te voorkomen. Overzicht van het aantal gesprekken dat het bureau Bemiddeling en Mediation in de regio Haaglanden heeft gevoerd. Niet alle aanmeldingen worden in behandeling genomen, een aantal meldingen wordt doorververwezen en niet elke aanmelding wordt in hetzelfde jaar afgehandeld. Bemiddeling en Mediation gesprekken in de regio Haaglanden Aangemeld Succesvol bemiddeld 941 572 424 340 364 184 Bron: Jaarverslag Politie Haaglanden, en Project Haagse Hout Naast het reguliere hulpaanbod is B&M in een project gestart in het stadsdeel Haagse Hout. Ter voorkoming van verstoringen in de openbare orde wordt in samenwerking met woningcorporaties ondersteuning verleend aan flat- en portiekbewoners bij het opstellen van gedrags- en leefregels. Verondersteld wordt dat dit een preventieve werking heeft. B&M heeft 366 gesprekken in Haagse Hout gevoerd en de resultaten en aanbevelingen hiervan overgedragen aan de corporatie Staedion voor uitvoering 75. Financiële middelen De kosten van Bemiddeling en Mediation bedragen op jaarbasis 114.000,-. De gemeentelijke bijdrage bedraagt 54.000,- en de corporaties Haagwonen, Staedion en Vestia dragen elk 20.000,- per jaar bij 76. 75 Gegevens afkomstig van het Bureau Bemiddeling en Mediation, politie Haaglanden 76 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Beleidskader Bewonersinitiatieven Veiligheid -, Raadsmededeling, RIS 140756, Den Haag 3 oktober. 106

Bijlage 2.17 Bewonersinitiatieven en veiligheid Welke bewonersinitiatieven zijn er en wat doen ze In heeft de bestuursdienst het Beleidskader Bewonersinitiatieven geschreven met als doel het beleid ten aanzien van de verschillende initiatieven van burgers meer te stroomlijnen 77. Op dat moment waren er ruim 35 projecten en 700 vrijwilligers actief betrokken bij projecten rondom veiligheid in wijk en buurt. Inmiddels is dit aantal teruggelopen tot: 16 buurtinterventie- c.q. buurtpreventieteams: leefbaarheid 3 buurtvaderteams: leefbaarheid en sociale cohesie 2 nachtpreventieteams: leefbaarheid 2 teams straatvertegenwoordigers: leefbaarheid De projectorganisatie schat dat maximaal 400 personen betrokken zijn bij deze initiatieven 78. De politie organiseert ook activiteiten om burgers te betrekken bij haar werk en om het veiligheidsprobleem meer onder de aandacht te brengen: Burgers in blauw, SMS-alert, Burgernet, het digitaal platform onzewijkveilig.nu, vrijwillig politiewerk. De veiligheidsinitiatieven die door de gemeente ondersteund worden zoals buurtpreventie, interventieteams en nachtpreventie houden zich vooral bezig met verbeterpunten op het gebied van leefbaarheid. Ongeveer één keer per week loopt een groep van gemiddeld acht personen een ronde door de buurt. Problemen met verlichting, snoeien, huisvuil, stoeptegels etcetera worden gemeld bij het Gemeentelijk Contact Centrum. Het aantal meldingen dat een team doet, varieert van 10 tot 30 per ronde en wanneer een snelle oplossing nodig is, weet men over het algemeen de weg naar het stadsdeelkantoor te vinden 79. Voor de buurtvaders geldt dat ze naast het lopen van rondes in de wijk ook meewerken aan activiteiten op het gebied van sociale cohesie. Bij straatvertegenwoordigers gaat het om individuen die meldingen bij gemeente en politie doen specifiek gericht op onregelmatigheden in eigen straat. Deze projecten zijn projecten van bewoners en krijgen vanuit de projectdirectie Deconcentratie van de Bestuursdienst ondersteuning. De ondersteuning bestaat voornamelijk uit advies. Daarnaast hebben de teams de mogelijkheid zelf externe ondersteuning in te kopen met dien verstande dat deze ondersteuning maximaal drie jaar mag duren en dat men daarna zelfstandig moet functioneren. In het beleidskader wordt voorgesteld de aansturing via het stadsdeelkantoor te laten verlopen. Dit is nog niet overal gerealiseerd. Op verzoek van de teams in Escamp organiseert de stadsdeeldirecteur daar vier keer per jaar een gezamenlijk overleg voor de vijf buurtinterventieteams. Soms loopt de medewerker leefbaarheid van het stadsdeelkantoor mee: dit verschilt van nooit tot een paar maal per jaar. Dit geldt ook voor de deelname van de wijkagent: deze varieert van nooit tot twee maal per maand. De behoefte aan het meelopen van de medewerker leefbaarheid en de wijkagent is ook niet even sterk aanwezig bij de verschillende teams. Wel vindt men het hebben van een goed contact met zowel het stadsdeelkantoor als de politie belangrijk. Jaarlijkse contactbijeenkomsten voor alle vrijwilligers betrokken bij deze projecten worden georganiseerd door het Stedelijk Overleg. Financiële middelen Het beleidskader, dat loopt van tot en met 2009, wordt gefinancierd uit rijksmiddelen (GSB-III middelen, de brededoeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid). In het totaal is hier voor deze periode van drie jaar een bedrag van 825.000,- meegemoeid. GSB-III (BDU-SIV) 270.000,- GSB-III (BDU-SIV) 250.000,- 2009 GSB-III (BDU-SIV) begroot 295.000,- Totaal 825.000,- 77 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Beleidskader Bewonersinitiatieven Veiligheid, Raadsmededeling, RIS 140756, Den Haag 3 oktober. 78 Het project Vrouwen aan Zet, dat onderdeel uitmaakt van het beleidskader, wordt in deze quick scan buiten beschouwing gelaten omdat dit zich richt op vrouwenemancipatie. 79 De teams van Escamp en Haagse Hout hebben ten behoeve van de quick scan een vragenformulier ingevuld: zes van de zeven teams hebben hieraan meegewerkt. 107

Initiatiefvoorstel Bewonersparticipatie en Veiligheid In het Zeeheldenkwartier en Bezuidenhout-West lopen pilots op het gebied van bewonersparticipatie en veiligheid 80. In december is de Raad geïnformeerd over de voortgang van deze pilots 81. Een evaluatierapport van de Haagse Campus was tijdens dit onderzoek in voorbereiding. De evaluatie richt zich vooral op het proces en de leerpunten. Ze zal geen uitspraak doen over het effect van de pilot op criminaliteit en onveiligheidsgevoelens. Bij de start van de pilot zijn hiervoor geen indicatoren gekozen zodat niet duidelijk is tot in hoeverre deze pilot effectief bijdraagt aan de verbetering van veiligheid in beide buurten. In steekproefsgewijze interviews met deelnemers komt naar voren dat de samenwerking tussen de diverse partijen in het Bezuidenhout-West goed is verlopen. De bewoners controleerden goed of afspraken waren nagekomen, de stadsdeeldirecteur was zelf actief betrokken bij het proces, de politie was goed vertegenwoordigd en de lijnen tussen de partijen zijn kort geworden. Deelname aan het SMS-alert werd gerealiseerd en het al bestaande buurtinterventieteam werkte mee. Door personeelswisselingen bij HaagWonen was de corporatie niet altijd aanwezig. In de eerste voortgangsrapportage van 16 december wordt al gesteld dat de bewoners van Bezuidenhout-West zich als een meewerkende partij opstelden terwijl de bewoners uit het Zeeheldenkwartier meer sturend richting politie en gemeente optraden. Een verschil met Bezuidenhout-West is dat hier de stadsdeeldirecteur niet deelnam aan het overleg en de deelname vanuit het stadsdeelkantoor werd als wisselend ervaren. De aanwezigheid van de politie liep na een aanvankelijk goede start terug. Niet alle geïnterviewden lieten dezelfde positieve geluiden horen als in Bezuidenhout-West. Bezuidenhout-West en het Zeeheldenkwartier zijn dan ook twee heel verschillende buurten. Bezuidenhout- West ligt als een enclave ingesloten tussen de A4 en het Centraal Station, bestaat voornamelijk uit woningbouw en is met 2643 inwoners een overzichtelijke buurt. Het Zeeheldenkwartier is met 10.688 inwoners vier keer zo groot.het karakter van de buurt is anders: er is (overlastgevende) horeca, er zijn coffeeshops, de buurt is open met doorgaande wegen en kent veel passanten. De bewonersorganisatie heeft hier al een werkgroep leefbaarheid die zich gedeeltelijk bezig houdt met dezelfde zaken die in de pilot behandeld werden. In Bezuidenhout-West wordt de samenwerking voortgezet in een veiligheidsoverleg met stadsdeeldirecteur, politie en bewoners; in het Zeeheldenkwartier zal deze pilot aansluiten bij het uitvoeringsoverleg (een regulier overleg op wijkniveau waar stadsdeel, politie, bewoners en andere wijkbelanghebbende bij zijn aangesloten). Bezien wordt of deze pilot in andere buurten in Den Haag kan worden opgepakt. 80 Partij van de Arbeid, Initiatiefvoorstel "Bewonersparticipatie en Veiligheid" van het raadslid mevrouw M. Bolle, Raadsvoorstel, RIS 146565, Den Haag 26 oktober. 81 Gemeente Den Haag, Bestuursdienst, Eerste voortgangsrapportage pilots Bewonersparticipatie en Veiligheid, Commissiebrief, RIS 160010, Den Haag 16 december. 108

Bijlage 2.18 Handhavingsteams Handhaving van de openbare ruimte Wet- en regelgeving in de openbare ruimte moet er toe bijdragen dat de leefbaarheid goed blijft. In Den Haag wordt de handhaving uitgevoerd door 8 handhavingsteams (99 fte). De teams bestaan uit 53 COR s (Controleur Openbare Ruimte), 33 IOR s (Inspecteur Openbare Ruimte, waarvan 8 de functie van mentor hebben binnen een team) en 13 BOWA s (boswachters). De handhavingteams kunnen ondersteund worden door toezichthouders van het Haags Werkbedrijf: deze maken geen onderdeel uit van het handhavingteam. De handhavingteams werken op stadsdeelniveau maar worden centraal aangestuurd. Team Werkgebied Fte (exclusief de wijkteamchefs politie en boswachters) Centrum 1, 2, 3 Centrum en Haagse Hout 35 3.929 Escamp 1 en 2 Escamp 17 4.823 Scheveningen Scheveningen 9 4.004 Laak/Leids-Yp Laak/Leids-Yp 12 6.041 Segbroek/Loosduinen Segbroek/Loosduinen 9 6.900 Nog niet ingevulde formatie 4 Totaal 86 4.874 Aantal bewoners per fte Taken Tot 2009 bestond er een strikte scheiding in taken van de IOR's, COR's en de boswachters. COR s hielden zich voornamelijk bezig met het optreden tegen het verkeerd aanbieden van huisvuil en de handhaving van het hondenbeleid. De IOR s hielden zich bezig met vergunningvoorschriften gebruik openbare ruimte en hondenbeleid en de boswachters met groengebieden, verkeer (invalidenparkeerplaatsen) en hondenbeleid. Vanaf 2009 is begonnen om IOR s, COR s en boswachters breder in te zetten op handhaving van de gehele APV. Voor dit onderzoek is gekeken naar een taken die betrekking hebben op de leefbaarheid van de woonomgeving: afval: onjuist aanbieden huisvuil en bedrijfsafval (bekeuring of bestuursrechtelijk optreden). honden: aanlijnen en opruimen hondenpoep (bekeuring). horeca, terrassen en evenementen: toezicht op juiste vergunningen en naleving regelgeving door horeca-exploitanten en organisatoren van evenementen (bekeuring of bestuursrechtelijk optreden). Financiële middelen De kosten van de handhavingsteams in de periode - zijn gebaseerd op de salariskosten van deze bijzondere opsporingsambtenaren inclusief overhead voor huisvesting, opleiding en ondersteunende functies. De bedragen zijn 5,8 miljoen euro in, 5,9 miljoen euro in en 6,0 miljoen euro in. 82. De dienst schat voor 2009 en 2010 de kosten van handhavingsteams op 9,5 miljoen euro per jaar (inclusief overhead en huisvesting). 82 dit is exclusief de kosten van leiding, overige overhead en juridische backoffice. 109

Bijlage 2.19 Aanpak verloederde locaties In het kader van het Grotestedenbeleid (GSB) heeft de dienst Stadsbeheer in de periode 2005-2009 middelen gekregen voor het aanpakken van verloederde locaties in de openbare ruimte. Hierdoor kunnen extra maatregelen worden genomen die de leefbaarheid moeten verbeteren. Jaarlijks wordt een keuze gemaakt welke locaties aangepakt worden. Hierbij worden beheerders van openbare ruimte op stadsdeelniveau betrokken. De medewerkers Openbare Orde en Veiligheid worden niet betrokken bij de selectie van de op te knappen locaties. In maart is de Raad geïnformeerd over de voortgang van de projecten: de realisatie van een groot aantal projecten is in volle gang en 50% van de geplande projecten waren in voorbereiding. Waaruit bestaat de aanpak Het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte gebeurt met verschillende acties die per locatie verschillen: vaak worden de groenvoorzieningen aangepakt, bestrating en/ of meubilair vervangen, de speelkwaliteit verbeterd, etcetera. In de periode 2005 2009 zijn/ worden er 56 locaties opgeknapt waarbij in in focus is komen te liggen op de openbare ruimte in de krachtwijken in het stadsdeel Centrum en Escamp. Centrum : 21 locaties Escamp : 11 locaties Haagse Hout : 5 locaties Loosduinen : 5 locaties Scheveningen : 6 locaties Segbroek : 4 locaties Laak : 4 locaties Leidschenveen-Ypenburg : niet van toepassing Financiële middelen Voor de periode 2005 2009 was binnen het Grotestedenbeleid (GSB) een bedrag van 5 miljoen euro beschikbaar voor het aanpakken van verloederde locaties in de openbare ruimte. Gemiddeld is er 90.000,- beschikbaar per locatie. 110

Bijlage 2.20 Thema s stadsdelen en inzet acties Inzet op stadsdeelthema s (veelvoorkomende vormen van diefstal) tot en met 1 e halfjaar 2009 83 Stadsdeelthema Acties * Acties ** Acties ** Acties 2009 1 e!/2*** Centrum: - Diefstal uit auto - Fietsendiefstal - Zakkenrollerij Geen Escamp: - Woninginbraak - Fietsendiefstal Haagse Hout: - Fietsendiefstal Laak: - Straatroof L v-yp: - Woninginbraak Loosduinen: - Diefstal uit auto Scheveningen: - Fietsendiefstal Segbroek: - Diefstal uit auto Geen 3 maanden project fietsdiefstal (april, mei en september) 4 maanden project straatroof (september, oktober, november en december) 2 maanden project fietsdiefstal (november en december); 1 maand project diefstal uit auto (oktober); 2 maanden project zakkenrollerij (november en december) 3 maanden project fietsdiefstal (september, oktober en november); 1 maand project diefstal uit auto (november) Geen 6 maanden project straatroof (september, oktober en november) 3 maanden project fietsdiefstal (januari, februari en april); 2 maanden project diefstal uit auto (juni en oktober); 2 maanden project zakkenrollerij (november en december) 1 maand project diefstal uit auto (april); 2 maanden project fietsdiefstal (maart en april) 2 maanden project fietsdiefstal (september en oktober); 1 maand project diefstal uit auto (mei) 3 maanden project straatroof (september, november en december) 2 maanden project diefstal uit auto (januari en februari); 3 maanden project woninginbraak (maart, mei en juni) 2 maanden project fietsdiefstal (februari en april); 1 maand project diefstal uit auto (mei en juni) 1 maand project Babbeltrucs (februari) Geen Geen Geen 1 maand project fietsdiefstal (mei) Geen 3 maanden project Geen 3 maanden project diefstal uit auto diefstal uit auto (april, mei en juni) (maart, mei en juni); 1 maand project Babbeltrucs (februari) 3 maanden project fietsdiefstal (oktober, november en december) Geen 3 maanden project fietsdiefstal (juni. juli en augustus) 3 maanden project diefstal uit auto (januari, februari en maart) * inzet 1 dag per week (dinsdag); ** inzet 2 dagen per week (dinsdag en donderdag); *** inzet dagelijks gedurende 2 uur. 4 maanden project fietsdiefstal (mei, juni. Juli en augustus); 3 maanden project diefstal uit auto (januari, februari en oktober) 3 maanden project diefstal uit auto (februari, maart en november) 1 maand project gecombineerd diefstal uit auto, fietsdiefstal, zakkenrollerij (juni) 1 maand project diefstal uit auto (mei); 1 maand project Babbeltrucs (maart); 1 maand fietsdiefstal (april) 83 Bron: de gemeente Den Haag (BSD/ OOV). 111