opgave 1 Creatieve bedrijfsuitjes Gegeven Budget 100 per persoon Materiaalkosten 500 Vervoerskosten 400 Personeelskosten 600 Variabele kosten 40 per persoon Verwachte aantal deelnemers 35 Wat is het minimale aantal deelnemers voor het break-evenpunt? Vaste kosten: 500 + 400 + 600 = 1.500 Contributiemarge (of dekkingsbijdrage) 100-40 = 60 Aantal benodigde deelnemers voor het break-evenpunt 1.500 / 60 = 25 1
opgave 2 Vaticani Break-evenpunt Verkoopprijs: 570 per reis Variabele kosten: 672.000 / 2.100 = 320 per reis Contributiemarge: 570-320 = 250 per reis Vaste kosten: 300.000 Break-evenafzet: 300.000 / 250 = 1.200 Break-evenomzet: 1.200 * 570 = 684.000 Veiligheidsmarge Het verwachte aantal boekingen is: 2.100 (gegeven) Het break-evenpunt is: 1.200 (berekend in a) De veiligheidsmarge is dan: (2.100-1.200) / 2.100 * 100% = 43% 2
opgave 3 Een reisbureau behaalde gemiddeld een marge van 9% commissie op een totale omzet van 1.400.000. De variabele kosten zijn 25 per pax. De gemiddelde reissom 800. De vaste kosten 60.000 per jaar. Bereken het financieel resultaat Aantal boekingen: 1.400.000 / 800 = 1.750 Omzet 100%, inkoop 91%, commissie 9% Netto omzet (commissie) : 9% van 1.400.000 = 126.000 Variabele kosten: 1.750 * 25 = 43.750 Vaste kosten: 60.000 Resultaat: 22.250 Stel dat het management een resultaat wil van 50.000 Hoeveel bedraagt dan de benodigde omzet? De commissie is gemiddeld 9% van 800 = 72 De variabele kosten zijn 25 De contributiemarge is dus 47 per boeking. Er moet 50.000 (winst) + 60.000 (vaste kosten) = 110.000 overblijven. Dit betekent 110.000 / 47 = 2.340,4 boekingen. 3 Dat is een omzet van 2.341 * 800 = 1.872.800
opgave 4 Gegeven Vaste kosten 150; Variabele kosten 1,75 Verwachte aantal deelnemers 150 Veiligheidsmarge 20% Welke sponsorbedrag is nodig voor het break-evenpunt? Wat betekent een veiligheidsmarge van 20%? Als het aantal deelnemers 20% tegenvalt wordt het break-evenpunt bereikt. Dus het break-evenpunt ligt bij? 80% van 150 = 120 deelnemers. Bij het break-even punt zijn de kosten en opbrengsten aan elkaar gelijk Stel we noemen het sponsorbedrag X. De kosten zijn 150 + 1,75 * 120 = 360 Dit moet gelijk zijn aan het sponsorbedrag 120 * X Dus 360 = 120X X = 3 4
opgave 5 Gegeven normale bezetting 20.000 bezoekers entreeprijs 1,50 opbrengst snackkiosk 2,50 variabele kosten 1,00 per bezoeker vaste kosten 50.000 subsidie 5.000 Wat is het resultaat? Het resultaat is gelijk aan de opbrengsten - de kosten: Opbrengsten entree: 20.000 * 1,50 = 30.000 Opbrengsten verkoop: 20.000 * 2,50 = 50.000 Vaste opbrengsten: 5.000 (subsidie) Vaste kosten: 50.000 Variabele kosten: 20.000 * 1 = 20.000 Resultaat: 30.000 + 50.000 + 5.000-50.000-20.000 = 15.000 5
opgave 5 Hoeveel is de break-evenafzet? Bij de break-evenafzet zijn de opbrengsten gelijk aan de kosten. De vaste kosten en de vaste opbrengsten zijn: 50.000 en 5.000. Als er geen bezoekers komen is het resultaat dus - 45.000. De verschil tussen de opbrengst - variabele kosten per bezoeker zijn: 1,50 + 2,50-1 = 3 (dit noemen we ook wel de contributiemarge) Als er 45.000 / 3 = 15.000 bezoekers komen is het resultaat nul en het break-evenpunt bereikt. (vaste kosten - vaste opbrengsten) / contributiemarge Wat is de veiligheidsmarge? Hoeveel mag het bezoekersaantal tegenvallen voordat het break-evenpunt wordt bereikt? Verwacht worden 20.000 bezoeker. Het break-evenpunt is 15.000 De marge is (20.000-15.000) / 20.000 * 100% = 25% 6
opgave 5 De subsidie wordt 5.000 minder en de entreeprijs 0,50 hoger. Wat zijn de gevolgen voor het break-evenpunt? Doordat de subsidie vervalt wordt het break-evenpunt hoger. Doordat de entreeprijs hoger is, wordt het break-evenpunt lager. De contributiemarge wordt: 2,00 + 2,50-1 = 3,50 (in plaats van 3) De break-evenafzet wordt: (vaste kosten - vaste opbrengsten) / contributiemarge 50.000 / 3,50 = 14.286 (in plaats van 15.000) Conclusie? De contributiemarge wordt hoger en de break-evenafzet wordt lager. Dit betekent een verbetering van de break-evenafzet. 7
opgave 6 Gegeven aantal deelnemers: 300 prijs: 145 Inkoopkosten: 75% Vaste kosten: 7.000 Bereken het verwachte resultaat voor dit jaar Omzet: 300 deelnemers * 145 = 43.500 (inkoopkosten 145 * 0,75 = 108,75) Inkoop 300 * 108,75 = 32.625 Vaste kosten: 7.000 Resultaat: 3.875 Bij hoeveel deelnemers ligt het break-evenpunt? De vaste kosten moeten worden terugverdiend. De contributie marge is: 25% van 145 = 36,25 Dat betekent dat de vaste kosten zijn terugverdiend als er: 7.000 / 36,25 = 193,1 deelnemers zijn. ( afgerond 194!) 8
opgave 7 Break-evenpunt: vaste kosten / contributiemarge contributiemarge = prijs - variabele kosten Aantal gasten: 180.000 / 75 = 2.400 per jaar. Variabele kosten: 120.000 / 2.400 = 50 per gast. Contributiemarge: 75-50 = 25 per gast. Break-evenpunt: vaste kosten / contributiemarge = 50.000 / 25 = 2.000 overnachtingen. Maximale bezetting: 365 * 10 = 3.650 overnachtingen. Bezettingsgraad: 2.000 / 3.650 * 100% = 55% 9
opgave 8 Bereken voor beide opties het resultaat Huren: Opbrengsten: 50 * 8 * 40 = 16.000 Kosten huur: 50 * 8 * 20 = 8.000 Kosten vervoer: 50 * 60 = 3.000 Overige kosten: 50 * 8 * 5 = 2.000 Resultaat: 3.000 Kopen: Opbrengsten: 16.000 Afschrijving: ( 20.000-4.000) / 4 = 4.000 per jaar. Rente: 5% van 20.000 = 1.000 Overige kosten: 50 * 8 * 5 = 2.000 Onderhoud: 4.000 De kosten zijn dan: 4.000 + 1.000 + 2.000 + 4.000 = 11.000 Resultaat: 5.000 10
opgave 8 Bereken het aantal verhuurde scooters waarbij er geen verschil is. We noemen het aantal scooters X Huren: Opbrengsten: 50 * X * 40 = 2.000 * X Kosten overig: 50 * X * 20 = 1.000 * X Kosten vervoer: 50 * 60 = 3.000 Overige kosten: 50 * X * 5 = 250 * X Resultaat: 2.000 * X - 1.250 * X - 3.000 = 750 * X - 3.000 Kopen: Opbrengsten: 2.000 * X Afschrijving: ( 20.000-4.000) / 4 = 4.000 per jaar. Rente: 5% van 20.000 = 1.000 Overige kosten: 50 * X * 5 = 250 * X Onderhoud: 8 * 500 = 4.000 Resultaat: 2.000 * X - 4.000-1.000-250 * X - 4.000 = 1.750 * X - 9.000 Het indifferentiepunt is als 750 * X - 3.000 = 1.750 * X - 9.000; Dus -3.000 + 9.000 = 1.750 *X - 750 * X Dus 6.000 = 1.000 * X dus X = 6.000 / 1.000 dus X = 6 Het indifferentiepunt is dus bij 6 scooters. 11