LOPEN MET EEN PROTHESE



Vergelijkbare documenten
Strategieën uitgelicht

Handleiding formulier

Prothesen. Een overzicht van. hedendaagse ontwikkelingen. Advies comité ten aanzien van prothesen

Uitgebreide toelichtingen

Auteur(s): C. Riezebos Titel: De beenprothese en de voetstand Jaargang: 6 Jaartal: 1988 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 29-43

Observationele ganganalyse In de klinische praktijk. Jos Deckers

Bijlage 2 Meetinstrumenten

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie

ISPO JAAR CONGRES Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese

bij kniegerelateerde

bij enkelgerelateerde

Fysio-/manueeltherapie van Gerven

Sportgeneeskunde. Een lopers knie (Iliotibiale band syndroom)

Praktijk Loop ABC. Praktijk loop ABC 126

FIT VOOR EEN NIEUWE KNIE

Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei Opgesteld door: Henny Leentvaar

Uitgangshouding Uitvoering Aandachtspunten Ruglig, benen opgetrokken Eén hand in lordose van de lage rug

Oefeningen na een onderbeenamputatie

1 Teenstand vanaf vlakke ondergrond. 2 Band training achillespees. 3 Teenstand op traptrede (gestrekte knie)

1- Stretchen Flexie - Sets:3 / Vasthouden:10sec / Rust:10sec. 2- Passieve ROM Extensie - Sets:3 / Vasthouden:10sec / Rust:10sec.

Snelwandelen. Techniek en training van het snelwandelen

VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen

Auteur(s): Lagerberg A, Riezebos C Titel: Ganganalyse van een poliopatiënt Jaargang: 15 Jaartal: 1997 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 6-15

Oefeningen voor de knie

voorste voet. Houdt de knie van het voorste been licht gebogen

Informatie fysiek programma

Preventieve en correctieve mobiliserende gymnastiek bij chronische respiratoire aandoeningen

Mobiliserende oefeningen voor thuis

Cambridge Health Plan Benelux BV

Revalidatie nieuwe heupoperatie. Achterste benadering

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Paraplegie

Boulestechniek Keuze van boules

Instructie. Motor Assessment Scale Auteur: Carr J.H Scoring. Testvolgorde en instructies

2. Bridging 3x10 sec. vasthouden. (links & rechts). 10 sec. rust.

O m t e b e g i n n e n : V e i l i g h e i d s r e g e l s : G e n i e t e n f o r c e e r n i e t s!

Samenvatting. Het maximaliseren van de effectiviteit van enkel voet orthesen bij kinderen met cerebrale parese

Praktijk Back Squat en corrigerende tips. Twee- of drietallen

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 19e jrg 2001, no. 4 (pp )

Oefeningen voor beenspieren

Cursus Ontspanningsmassage. Bijlage spieren. Trapezius

Voer de oefeningen voor het bovenlichaam (pagina 3) uit, gevolgd door de oefeningen voor de buikspieren en zet er een motiverend muziekje bij op.

Wat is patello-femoraal pijnsyndroom?

Training van actieve heupextensie bij een CVA patiënt.

andere been wordt gebogen opzij gelegd. Met de romp en de handen ter hoogte van het onderbeen, de enkel of de tip van

Oefeningen na een knie-exarticulatie of bovenbeenamputatie (zonder prothese)

Oefenschema 'test atleet'

Romp Hieronder volgen verschillende oefeningen ter versterking van de romp.

Cardioschema (50 minuten)

GET FIT 2 HIKE Rompstabilisatie

VTS HSP 1. Links: 10 Rechts: 10

Rijtechniek Springen. Fases van de sprong en verlichte zit

Voorbeelden krachtoefeningen voor niet lopende sporters met CP

Ga op de rug liggen. Buig de knieën en zet de voeten plat op de grond. Klap beide knieën naar één kant.

Observatieformulier zithouding Versie Zitwerkgroep Spierziekten Nederland

Waarom meten Podologen zoveel?

1 Buikplank (2 benen) Oefentherapie bekken en romp Pagina 1 van 5

ONDERZOEK KNIE. Datum onderzoek... Naam onderzoeker. SENSIBILITEIT Tintelingen. nee / ja. Lokalisatie...bovenbeen / knie / onderbeen / voet. Hobby s.

Beweegpakket VAL-net. oefeningen voor patiënten

Oefenschema 'christof mariën'

TICOON: ONTWIKKELING VAN EEN OPTIMALISATIETOOL VOOR INDIVIDUELE CONFIGURATIE EN UITLIJNING VAN ONDERBEENPROTHESEN

Zomerfit Pagina 1 van 5

Core-stabilityoefeningen (oefeningen voor rompstabiliteit)

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest

Nederlandse termen voor componenten van beenprothesen afgeleid van ISO November 2007

Stretch oefeningen. Stretch oefeningen. Kuit stretchen (uitrekken) Adductoren rekken. Aandachtspunten:

Posities van de voeten

De 11+ Een compleet warming-up programma

Huiswerkoefeningen enkel-revalidatie. Bron: Foot and ankle conditioning program, AAOS (

3D L.A.S.A.R. orthotics tutorial. Overview of the adjustment options for lower limb orthoses and their effects on the body statics and gait pattern

Oefeningen 1. Houding 2. Mobilisatie

Oefeningen bij enkelbandletsel

Testprotocol Trunk Impairment Scale

Eerste Ergo Basistechnieken Dienst Ergotherapie

Trainingsprogramma Spierkrachtversterking

Lage rugpijn. Voor meer informatie over onze organisatie kijkt u op:

In deze folder leest u over de opbouw van een beenprothese. Misschien staan er termen in die u niet direct begrijpt. Gebruikt u daarom de

synchroonzwemmen BREVET 1

Tractus Iliotibialis Frictie Syndroom

Oefenschema 'Boschmans Ingeborg'

Adviezen ter preventie van bekkenklachten

FIT VOOR EEN NIEUWE HEUP

Het partieel immobiliserende verband van de knie.

* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus.

Auteur(s): R. v.d. Meer Titel: De omdraaiplastiek Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers:

KNGF-richtlijn Beroerte Verantwoording en Toelichting Map K

Programma Core Stability met accent op Side Bridge

Oefeningen voor thuis en op het werk.

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:

Revalidatie cervicale wervelzuil Informatiebrochure patiënten Informatiebrochure patiënten

Om en om uitstappen. Achterste knie naar de grond duwen. Borst open en trots. Buikspieren aanspannen. Kracht zetten vanuit je voorste hak.

Oefeningen tegen Ischias en klachten van de tussenwervelschijven

Nederlandse termen voor componenten van beenprothesen afgeleid van ISO Juli 2008

TAP THE CEILING OEFENREEKS VOOR LOPERS. Doelstelling: Losmaken en versterking van de schouders. Uitgangspositie: Ontspannen zithouding op de grond.

Opbouw Bij ongetraindheid de werphouding (Links:abduction/external rotation) en reiken achter de rug (Rechts : hyperextension) vermijden.

Voorwoord Geen been om op te staan 19 De historische relatie tussen amputatiechirurgie en prothesiologie

Bijlage: Observatieplannen

Statische rekoefeningen

Heup, bovenbeen en knie

Transcriptie:

LOPEN MET EEN PROTHESE VORMEN VAN MENSELIJK VOORTBEWEGEN GANGKINEMATIKA GANGEXPRESSIE GANGPATHOLOGIE Objectief vasttestellen Kenmerken van Door een stoornis het individu veroorzaakt wandelen zwevend slepend wankelend lopen licht zwaar slepend hollen schreiden slenteren onzeker springen soepel stijf hinkend breedsporig lichtvoetig strompelen rennen dansend struikelend trots marcherend athletisch erotisch elastisch gedwongen bevlogen terneergeslagen Waarden van/tot Langzaam Slap Onachtzaam Snel Krachtig/sterk Beperkt Aangedaan Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 1

Model voor het meten van de banen van de gewrichten in relatie tot de verticale lichaamsas Banen van de gewrichten gemeten bij een normaal lopend individu Dezelfde meting bij 3 anderen Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 2

Gespeelde bewegingsassymetrie in de heup (6) Gespeeld hinken (1) Metingen bij een prothesedrager Links langzaam lopend Midden gewoon lopend Rechts snel lopend Het spreekt vanzelf dat het de bedoeling is dat de prothese het een prothesedrager mogelijk maakt zo normaal mogelijk te lopen. Hier volgt een beschrijving van wat relatief normaal genoemd wordt bij het dragen van een ONDERBEENPROTHESE. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 3

< Op het moment van hielcontact 1-Bal van de voet niet hoger dan 8cm. van de vloer 2-Knie eerst in extensie dan vrijwel direct in flexie 5-10 graden Gewichtsacceptatie van de prothese > 1. Knie flecteerd gelijdelijk tot ongeveer 20 graden (gelijk aan niet aangedane zijde) Midstand tot toe-off < Wanneer de prothesedrager over de prothese heen komt, flecteerd de knie geleidelijk tot de zelfde hoek als het andere been. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 4

< Toe-off Het gewicht wordt overgebracht op het andere been, zonder grote steiging of daling van de romp. Tegelijkertijd flecteerd de knie van het prothesebeen. Zwaaifase > Acceleratie 1.Prothese en voet zwaaien naar voren, in de looprichting 2.Koker blijft goed gefixeerd aan de stomp 3.Er is voldoende ruimte tussen teen en grond bij het doorzwaaien. Decelleratie 4.Aan het eind van de zwaaifase wordt de prothese vertraagd. < Midstand 1.De romp neigt ongeveer 2.5cm. naar lateraal 2.Bij het doorzwaaien ongeveer 5 a 10cm tussen de hielen 3.Voet staat vlak op de grond 4.Koker verplaatst zich (minder dan 2.5cm) naar lateraal Indien er afwijkingen worden waargenomen kan welke niet hun veroorzaakt worden door voorkeur van de prothesedrager, Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 5

onzekerheid, ongeoefendheid, dan kan aan de volgende (meest voorkomende) prothese oorzaken gedacht worden. A-HIELCONTACT 1-Volledige extensie van de knie 2-Te veel knie flexie 3-Ongelijke staplengte knie B-GEWICHTSACCEPTATIE 1-Onvoldoende knieflexie 2-Ongecontroleerde knieflexie C-MIDSTAND 1-Te groot varus moment 2-(te)klein varus moment Koker te weinig in flexie opgebouwd. Koker in te veel flexie opgebouwd Onvoldoende bewegingsvrijheid van de Onvoldoende ophanging (suspensie) QUAD s Koker in teveel flexie Te harde hiel van voet en schoen Voet te ver naar achteren Voet teveel naar mediaal Voet teveel naar lateraal, (misschien uit noodzaak) D-TOE-OFF 1-Wegzakken aan het eind van de standfase 2-Te vroeg loskomen van de hiel Te slappe voorvoet Te stugge voorvoet, voet teveel anterior E-ZWAAI FASE 1-Te vroeg op gezonde been 2-Prothese zakt af Voet te ver posterior Voet teveel dorsaalflexie Slechte pasvorm Gangbeelden bij BOVENBEENPROTHESEDRAGERS. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 6

1 Abductiepatroon. De prothesedrager wordt van de middellijn weggehouden. Het bekken beweegt meestal naar de gezonde zijde en er treedt een zijwaarte rompbuiging op naar de prothese toe. beoordeling: voor-achterwaarts tijdens belasting op prothese. - abductiecontractuur in de heup - adductoren-rol of irritatie (bv. huidinfectie in de liesstreek) - gewoontepatroon. - telang - mediale rand van de prothesekoker te hoog,waardoor teveel druk ontstaat op de ramus pubis - laterale wand van de prothese geeft te weinig steun - pelvic-band insufficient. R.P.B. trekt de koker in abductie, of kan te strak aangetrokken zijn - slechte uitlijning. De koker staat teveel in adductie. Het onderbeen is uitgelijnd in valgus. 2. Zijwaartse buiging van de romp tijdens de steunfase. a) Naar de prothese toe. De romp buigt naar de geamputeerde zijde tijdens de steunfase op de prothese. De bedoeling van de drager is om op deze manier toch het zwaartepunt boven het steunpunt te brengen. beoordeling: voor-achterwaarts. oorzaken: klant gebonden. - abductiecontractuur - zeer korte stomp - pijnlijke of overgevoelige stomp - gewoontepatroon. - laterale wand van de koker geeft te weinig, of lokale steun - prothese is te kort - slechte uitlijning. De koker staat teveel in abductie - mediale wand van de koker is te hoog. b) Van de prothesezijde weg. - zwakke abductoren aan de stomp. - prothese te lang - koker in adductie. 3. Circumductie van het prothesebeen. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 7

De prothese wordt in een brede zwaai naar buiten en terug naar binnen gebracht tijdens de zwaaifase. beoordeling: voor-achterwaarts tijdens de zwaaifase. oorzaken: klant gebonden-. - te zwakke quadratus lumborum en stompadductoren - gewoonte patroon - onvoldoende vertrouwen in kniebuiging van de prothese. - te lang, of te smalle koker - onvoldoende suspensie - te stabiele knie en daardoor kost de flexie teveel inspanning - voet in plantairflexie..4. Rotatie van de voet bij het hielplaatsen. Meestal is dit een exorotatie. beoordeling: voor de klant, bij het neerplaatsen van de hiel. - slechte spiercontrole van de stompmusculatuur. - plantairflexie-bumper of hielwig van de Sach-voet is te hard - slechte kokerfitting - prothese is slecht uitgelijnd. De voet staat teveel in exorotatie. 5. Wippen op het gezonde been (vaulting). Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 8

Tijdens de volledige zwaaifase van de prothese wipt de prothesedrager op de voorvoet van zijn niet geamputeerde been. beoordeling: zijwaarts tijdens de zwaaifase van de prothese. oorzaken: klant gebonden. - korte stomp - onvoldoende sterke quadratus lumborum - gewoontepatroon - angst om met de prothese-voet de grond te raken - te zwakke heupflexiemusculatuur - durft de protheseknie niet te buigen. - te lang - foutieve, c.q. onvoldoende ophanging - de protheseknie is te stabiel. 6. Ongelijke paslengte (afstand). beoordeling: lateraal gedurende de volledige loopcyclus. a) Prothesepas te lang. Dit is het meest voorkomend bij knievaststelling. - onmogelijkheid om de heup te extenderen over de prothese heen gedurende de steunfase, veroorzaakt door flexiecontractuur en te zwakke extensoren van heup en rug - gebrek aan vertrouwen - gewoontepatroon, om zeker te zijn dat de prothese in extensie klikt. - er is onvoldoende toegegeven aan een bestaande flexiecontractuur - te lange prothese. b) Prothesepas te kort. Meest voorkomend bij beweegbare knie. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 9

- gebrek aan vertrouwen ( angst om door de knie te gaan) - pijn - onzekerheid bij gebruik beweegbare knie. - slechte soeket-fitting - de uitlijning is niet goed. Te veel flexie in de koker - protheseknie klapt gemakkelijk in flexie wegens slechte uitlijning (bv. de koker staat te veel in flexie ). 7. Ongelijke pasduur (tijd). Meest voorkomend is een zeer korte steunfase op de prothese. beoordeling: gedurende de ganse loopfase, evt. met gebruik van een metronoom. - gebrek aan balans - gebrek aan vertrouwen - te zwakke musculatuur van stomp, romp en overgebleven been - gewoontepatroon - pijn t.h.v. tuber - onzekerheid bij gebruik van beweegbare knie. prothese gebonden - slechte kokerfitting met niet goed verdeelde druk, zodat zeer lokaal een veel te grote druk optreedt. - doorknikken van de protheseknie wegens slechte uitlijning. 8. Ongelijke armzwaai. De arm aan de prothesezijde wordt dicht tegen het lichaam gefixeerd. De natuurlijke zwaai ontbreekt. beoordeling: gedurende de volledige loopcyclus. - gebrek aan balans - gebrek aan vertrouwen - gewoontepatroon - onzekerheid bij gebruik van beweegbare knie. - slechte kokerfitting met als gevolg discomfort - doorknikken protheseknie.!nb. Ongelijke paslengte, pasduur en armzwaai komen zeer vaak samen voor en hebben ook meestal een zelfde oorzaak. 9. Lumbale lordose. Gedurende de steunfase treedt er een lumbale hyperlordose op. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 10

beoordeling: zijwaarts tijdens de loopfase. - heupflexie contractuur - zwakke heupextensoren - zwakke buikspieren - gewoontepatroon. prothese gebonden - onvoldoende flexie in de uitlijning van de stompkoker - te pijnlijke druk op de tuberzit - te hoge hiel van de schoen - onvoldoende stabiliteit in het kniemechanisme. 10. Voorwaarts gebogen houding. - zwakke heupextensoren - heupflexiecontractuur - houdingszwakte - thoracale kyfose - gewoontepatroon. De prothesedrager kijkt naar de prothesevoet, ofwel uit onzekerheid, ofwel vanwege slechte visus of verminderd balansgevoel. - onvoldoende beginflexie van de koker - verminderde pasvorm in koker - onvoldoende kniestabiliteit. 11. Wegzakken aan het eind van de standfase. Op het einde van de steunfase, als het lichaam voorwaartsbeweegt over de prothese heen, is er een karakteristieke neerwaartse beweging van de romp te zien. oorzaken: klant gebonden -een te hoge hak voor deze uitlijning van de prothese. - dorsale flexie-bumper van de prothesevoet is te zacht en geeft daar door onvoldoende weerstand als het lichaamsgewicht over de prothese wordt gebracht. - koker te ver naar voor geplaatst - de houten wig in de SACH-voet is te kort. 12. Klapvoet. Bij het hielplaatsen klapt de prothesevoet plat op de grond. - verkeerde schoen met te lage hak. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 11

- plantairflexie-bumper, oftewel de hielwig bij de SACH-voet is te zacht. 13. Instabiliteit van de protheseknie. De protheseknie heeft de neiging om te buigen tijdens de steunfase. Dit komt vrijwel alleen voor bij eenassige kniegewrichten. oorzaken: klant gebonden - onvoldoende spierkracht van de heupextensoren - heupflexiecontractuur. prothese gebonden - de uitlijning is fout. Het kniegewricht ligt voor de trochanter-enkellijn - teveel of te weinig beginflexie van de koker - plantairflexie weerstand is te groot - te zwakke dorsaalflexie weerstand. 14. Ongelijk hielheffen. beoordeling: begin van de zwaaifase. a) te veel hielheffen. - te forse stompflexie om zeker te zijn dat het onderbeen volledig gestrekt is bij het neerplaatsen van de hiel. - losse knie - te zwakke voorbrenger. b) te weinig hielheffen. - angst. - te veel frictieweerstand in de knie - te strakke voorbrenger - knievaststelling. 15. Rotatie van de hiel tijdens de zwaaifase. Rotatie naar mediaal: de hiel beweegt naar mediaal bij het heffen van de tenen Rotatie naar lateraal: de hiel beweegt naar lateraal bij het heffen van de tenen. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 12

zowel mediale als laterale rotatie: de stomp is niet comfortabel ingebed of er zijn problemen in het resterende been. - naar mediaal toe: overdreven externe rotatie van de protheseknie - naar lateraal toe: overdreven interne rotatie van de protheseknie - algemeen: - de koker is te nauw gefit, met als gevolg een rotatie van koker en weke delen rond het femur - de koker is te los gefit - overdreven valgus of varus op knieniveau. 16. Te harde eindaanslag. De knie komt te hard in extensie, daarna zwaait de prothese door tot voorbij het punt van hielcontact. oorzaken: klant gebonden patient brengt de stomp te krachtig in flexie, om zodoende zeker te zijn dat de protheseknie gestrekt is - gewoontepatroon - gebrek aan vertrouwen. - knie te los - voorbrenger te strak - foutieve plaatsing van het kniegewricht. Literatuur verwijzing. -Functional Considerations in the fitting of Above-Knee Prostheses Charles W.Radcliffe., M.S. (1955) Artificial Limbs, 2(1), 35-60 -Socket design for the above knee amputee, J.Foort, Prosthetics and Orthotics International,1979,3,73-81 based on papers presented at the IRPO course in Rungsted 1978 -Transfemoral amputation, Prosthetic management, C.Michael Schuch. CPO, Atlas of Limb Prosthetics, second edition, Mosby Year Book, 509-534 -Stompkoker ontwerp, Basis cursus 1992, P.Tuil. Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 13

-Quad Quo Vadis? J.Schrama, Mediaal 1988,10-17. -Prothesebouw, SOM, 930-010-002, hoofdstuk 13 -Normal Shape Normal Alignment, Ivan Long, JPO,Clinical Prosthetics and Orthotics 1985, Hoofdstuk 9 ; 9-14. -CAT-CAM sockets, J.Sabolich, JPO, 1990 Clinical Prosthetics and Orthotics 1985, Hoofdstuk 9 ; 15-26 -Cursus Prothesetraining onderste extremiteit, J,Deckers Gaan, met prothesen E.v.Laar 5/17/12 pag. 14