Jaarverslag collegejaar 2002-2003. Dichtbij



Vergelijkbare documenten
Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs. februari 2009

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs. februari 2010

Aandacht voor jouw ambitie!

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. mei 2010

Een flexibele deeltijdopleiding die inspeelt op de actualiteit van het sociaal werk

De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs. HBO-Monitor G.W.M. Ramaekers

Welkom in TECHNUM! KwaliteitsKring Zeeland

3.1.1 Bezoekersaantallen Open Dag

STRATEGISCH PLAN Excellent onderwijs voor een innovatieve regio

OPLEIDINGSMANAGER MARKETING, SALES & TRADE

OSIRIS, Onderwijs en Studenten Informatie, Registratie en Inschrijf Systeem, het studentinformatie-

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. Mei 2015

Contextschets Techniek

Piter Jelles Strategisch Perspectief

FUNCTIEPROFIEL OPLEIDINGSMANAGER MARNIX ACADEMIE

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juni 2014

Bron Definities Onderwerpen

Wendbaar en waarde(n)vol onderwijs!

Factsheet. HBO-Monitor De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden

Het hbo ontcijferd 2005

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2015: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. Juni 2016

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs

Universiteit Leiden. John Kroes 12 mei 2017

ONZE AGENDA OPLEIDEN IN ROTTERDAM VOOR DE WERELD VAN MORGEN STRATEGISCHE AGENDA

Hbo tweedegraadslerarenopleiding

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2009: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2010

HBO Bedrijfskunde Bachelor of Business Administration (BBA)

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2014: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. April 2015

Factsheet. HBO-Monitor De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden

Bachelor of Business Administration (MER opleiding)

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2011: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2012

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2010: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juli 2011

DIRECTEUR BEDRIJFSVOERING MBO-COLLEGE ALMERE. ROC van Flevoland

De motor van de lerende organisatie

Jan des Bouvrie Academie, interior design & styling - hbo bachelor

Beleid Horizontale dialoog Hogeschool Viaa

Biologie, scheikunde en medische opleidingen

Afgestudeerden en uitvallers in Avans en het hoger beroepsonderwijs

Binnen. creëren wij kansen

Bestuurlijke afspraken over ontvlechting van de Educatieve Faculteit Amsterdam

Transitieverklaring van ROC Leiden, ID College, ROC Mondriaan en Nova College

Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013

Werkgevers Ondernemers. In gesprek over de inhoud van het onderwijs

VERDER IN LEREN STRATEGISCH BELEIDSPLAN PUBLIEKSVERSIE

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs

Benchmark Hogescholen In opdracht van Platform Bètatechniek Ten behoeve van bestuurlijk overleg met hogescholen

Factsheet. Instroom hbo toegenomen, lichte groei aantal inschrijvingen en aantal gediplomeerden neemt gestaag toe.

Succesvolle leerlingen in een kleurrijke omgeving februari 2015

Dit onderdeel gaat over diploma s van bekostigde opleidingen. Hierbij onderscheiden we diplomarendement en het aantal diploma s.

Profiel leden Stichtingsbestuur, Algemeen

Associate degree Deeltijd

Studenten aan lerarenopleidingen

Naar transparanter hoger onderwijs. Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk

Subsector overig. Subsector overig

Kadernotitie professionalisering

Aanvraagformulier Nieuwe opleiding macrodoelmatigheidstoets beleidsregel 2014

PROFIEL. Lid Raad van Toezicht profiel Onderwijs. Stichting Regio College Zaanstreek - Waterland

Voorlichtingsdag Bedrijfskunde. Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. juni 2011

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Alle competenties moeten met voldoende zijn beoordeeld

Subsector pedagogische opleidingen

Profiel. Opleidingsmanager HBO-Rechten. 10 mei Opdrachtgever Hogeschool van Amsterdam Faculteit Maatschappij en Recht

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT)

Onderwijsconcept Albeda Zet De Toon!

Aanvraag beoordeling macrodoelmatigheid International Bachelor of Bioscience. Leiden, 17 januari 2017

hbo-opleiding Engineering - Werktuigbouwkunde

Instituut voor Sociale Opleidingen

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. mei 2009

Visie Missie. De missie van onze stichting is de volgende: wie je morgen bent creëer je vandaag met de som van gisteren

Arbeidsmarkt. Bedrijfskunde. Technische bedrijfskunde

Show & Share 2008 Promoveren bij Hogeschool INHOLLAND Ad van Blokland, coördinator Promotieonderzoek Institute of Advanced Studies and Applied

Transcriptie:

Jaarverslag collegejaar 2002-2003 Dichtbij

Jaarverslag 2002-2003 Colofon Dit jaarverslag is een uitgave van Hogeschool INHOLLAND Tekst Hogeschool INHOLLAND Redactie: Jos Arts, Amsterdam Grafisch ontwerp Aestron Fotografie Joost Trines Drukwerk OBT, Den Haag Contactgegevens: Hogeschool INHOLLAND College van Bestuur Drs. M.W. Knoester (secretaris) Bezoekadres: Theresiastraat 8 2593 AN Den Haag Tel: (070) 312 32 14 Fax: (070) 312 32 11 www.inholland.nl E-mail: Maarten.Knoester@INHOLLAND.nl Postadres: Postbus 95597 2509 CN Den Haag 2

Inhoudsopgave Voorwoord 5 Deel D Deel A 1. Missie & Strategie 7 1.1 Missie 7 1.2 Strategie 7 1.3 Doelstellingen 8 1.4 Resultaten 9 1.5 Toekomst 10 10. Summary of the annual report 39 10.1 Mission 39 10.2 Strategy 39 10.3 Objectives 40 10.4 Results 42 10.5 The Future 42 Bijlagen Deel B 2. Nieuwe organisatie 13 2.1 Schools 13 2.2 Implementatie Schools 13 2.3 ASAR 15 3. Marktaandeel 15 4. Een onderwijsconcept dicht bij de student en het beroepenveld 16 4.1 BaMa-model 16 4.2 Dicht bij de student 17 4.3 Dicht bij beroepenveld en maatschappij 18 5. Kenniscreatie 24 1. Algemeen 1.1 Organogram 1.2 Overzicht management, RvT en HMR 1.3 Overzicht vestigingen 1.4 Overzicht vloeroppervlakte huisvesting 2. Onderwijs 2.1 Overzicht opleidingen 2.2 Aantal ingeschreven studenten per jaar 2.3 Aantal gediplomeerden per jaar 2.4 Instroom per vooropleiding 3. Personeel 3.1 Leeftijdsopbouw 3.2 Gemiddeld ziekteverzuim 3.3 Schaalverdeling 6. Grenzeloos onderwijs 26 7. Contractactiviteiten 28 4 Verkorte jaarrekening 4.1 Verkorte balans 4.2 Exploitatie rekening Deel C 8. Kwaliteits- en kostenbeheersing 31 8.1 Kwaliteitsbeheersing 31 8.2 Kostenbeheersing 33 8.2.1 Financieel 33 8.2.2 Beheersing 33 8.3 Bedrijfsprocessen 34 9. Medezeggenschap en governance 37 9.1 Verslag Raad van Toezicht 37 9.2 Rekenschap 37 9.3 HMR 37 3

4

Voorwoord Globalisering is een niet te stuiten ontwikkeling. Het heeft niet alleen invloed op ons politieke en economische leven, het grijpt ook in op sociale en culturele verhoudingen, en heeft zelfs een niet te onderschatten effect op vooral het hoger onderwijs. Instellingen voor hoger onderwijs worden geconfronteerd met concurrentie van buitenlandse instellingen, en door de verdergaande Europese integratie zal dat alleen maar toenemen. De internationale harmonisatie van de opleidingsstructuur zal die concurrentie nog verder versterken. Ook het perspectief van studenten is door de globalisering ingrijpend veranderd. Waar vroeger studenten en afgestudeerden vooral waren gericht op de regionale en nationale arbeidsmarkt, liggen er voor hen nu volop kansen op de internationale arbeidsmarkt. Om die kansen te kunnen benutten zullen studenten hun talenten maximaal moeten kunnen ontplooien en zal hun opleiding moeten aansluiten op de vragen vanuit die arbeidsmarkt. In onze snel veranderende samenleving is het verwerven van kennis alleen allang niet meer voldoende. Het gaat veel meer om het verwerven van competenties. Om het vermogen om op intelligente en creatieve manieren in te kunnen spelen op telkens veranderende omstandigheden, telkens veranderende technologieën en kennistoepassingen. Dat vraagt om studenten die bereid zijn om hun kennis permanent te verdiepen, maar zich tegelijkertijd niet willen beperken tot één enkel kennisdomein. En dat vraagt dus om een onderwijsinstelling die gekenmerkt wordt door diversiteit en pluriformiteit, door een breed opleidingenaanbod dat uitgaat van de wensen en talenten van de individuele student en die inspeelt op de vragen vanuit de markt en de bedrijven en instellingen waarvoor INHOLLAND opleidt. Als grote instelling voor hoger onderwijs, met 40.000 studenten en 3.000 medewerkers, kan Hogeschool INHOLLAND dat gewenste scala aan opleidingen verspreid over de Randstad aanbieden, met ruime mogelijkheden voor variatie en eigen keuzes. Toch betekent de schaalgrootte niet dat INHOLLAND moet worden gezien als een grote, anonieme onderwijsinstelling. Integendeel zelfs. INHOLLAND kiest er nadrukkelijk voor om dicht bij de student, dicht bij de medewerkers, en dicht bij markt en maatschappij te staan. INHOLLAND wil, met andere woorden, groot zijn in kleinschaligheid. Vanuit een grote, krachtige organisatie vernieuwend en persoonlijk gericht onderwijs aanbieden aan haar studenten, zodat hun talenten naar voren komen en ze optimaal worden voorbereid op hun toekomstige rol in de maatschappij. Jos Elbers Voorzitter College van Bestuur Dit jaarverslag bestaat uit vijf delen. In deel A worden de algemene ontwikkelingen geschetst over het collegejaar 2002-2003. Een Engelstalige samenvatting hiervan is te vinden in deel D. De algemene ontwikkelingen worden in deel B nader uitgewerkt en toegelicht met concrete resultaten. Deel C vervolgens gaat over beheersing van kwaliteit en kosten. Tevens wordt hierin bestuurlijke verantwoording afgelegd. Het jaarverslag sluit af met de verschillende bijlagen. 5

6

Deel A 1. Missie & strategie 1.1 Missie INHOLLAND is een nog jonge, maar ambitieuze instelling voor hoger onderwijs met vestigingen in de regio s Alkmaar, Amsterdam, Delft, Den Haag, Haarlem en Rotterdam. Ontstaan uit een fusie van vier hogescholen ontwikkelt INHOLLAND in hoog tempo een eigen en onderscheidend gezicht. Net als de Randstad waarin zij is geworteld vormt INHOLLAND een dynamische, internationaal georiënteerde omgeving die streeft naar een binnen Nederland leidende rol. INHOLLAND wil zich de komende jaren gaan ontwikkelen tot een topmerk in onderwijsland. Tot een plek die alom wordt gezien als een van de beste instellingen om zich voor te bereiden op een rol in de maatschappij. Tot een plek ook waar mensen graag willen werken. Leidend bij dat streven zijn de vier kernwaarden van INHOLLAND: open, sociaal, vooruitstrevend en ambitieus. Open betekent voor INHOLLAND dat zij een voor iedereen toegankelijke en inspirerende leer- en werkomgeving wil zijn. Sociaal staat bij INHOLLAND voor maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Vooruitstrevend is INHOLLAND onder andere door de voortdurende innovatie van het onderwijs en het aangaan van allianties en samenwerkingsverbanden met het bedrijfsleven en andere instellingen. Ambitieus betekent voor INHOLLAND dat alles binnen de organisatie erop is gericht om de talenten en mogelijkheden van studenten en medewerkers maximaal tot hun recht te laten komen. Vanuit deze vier kernwaarden creëert INHOLLAND een energieke, flexibele en innovatieve onderwijsinstelling die tegemoet komt aan de behoeften van zowel de student als het beroepenveld. In dit proces ontstaat een steeds sterkere eigen identiteit, die kernachtig wordt samengevat door de missie: INHOLLAND staat dichtbij student, markt en maatschappij en speelt gericht in op de vraag naar grenzeloos hoger onderwijs en toegepaste kennis. 1.2 Strategie Uitgangspunten Bij INHOLLAND is de vraag van de student leidend. Op basis van competentie-eisen die worden bepaald door de arbeidsmarkt wordt hem passend onderwijs aangeboden, zodat hij maximaal zijn talenten kan ontplooien, en zich daarmee een goede positie kan verwerven op die markt. Studenten worden binnen INHOLLAND nadrukkelijk opgeleid om te kunnen functioneren in een dynamische, internationaal georiënteerde omgeving. Iedere student moet op een efficiënte wijze kunnen doorstromen naar een hbo- of wo-masteropleiding waarbij studenten de gelegenheid krijgen hun talenten te ontplooien. INHOLLAND biedt een breed, maar overzichtelijk en flexibel stelsel van opleidingen met veel keuzemogelijkheden. Hierbij staat niet het verwerven van kennis voorop, maar het verwerven van competenties. Docenten zijn in die opzet meer begeleiders en coaches van studenten, dan docenten in de klassieke zin van het woord. Bij een dergelijk vernieuwend onderwijsconcept horen vanzelfsprekend ook moderne leermiddelen. Binnen INHOLLAND vervult de elektronische leeromgeving dan ook een grote rol, als spil in het streven naar tijd- en plaatsonafhankelijk leren en als nieuwe, eigentijdse vorm 7

van leren. Tevens vergroot deze manier van leren de internationale dimensie van de opleiding, doordat het meer en intensievere contacten met buitenlandse studenten en instellingen mogelijk maakt. Om het contact met de markt te onderhouden worden strategische allianties aangegaan, niet alleen met ROC s en universiteiten, maar ook met bedrijven en instellingen. Deze worden overigens ook vaak betrokken bij toegepast onderzoek, dat onder andere wordt verricht om het onderwijs verder te ontwikkelen en te verrijken. Ook het contractonderwijs levert een bijdrage aan de versterking van de relatie met de markt. De meeste studenten van INHOLLAND stromen in vanuit het voortgezet onderwijs. INHOLLAND wil deze stroom zeker behouden, maar streeft er ook naar om de instroom vanuit het mbo te vergroten. Voor INHOLLAND staat de beroepskolom vmbo-mbo-hbo centraal en wordt er waarde gehecht aan kansen voor nieuwe doelgroepen aan het onderwijs (widening participation). Daarin past ook een ruimer aanbod van onderwijs aan volwassenen. INHOLLAND geeft hiermee nadrukkelijk invulling aan de maatschappelijke verantwoordelijkheden die de hogeschool heeft. 1.3 Doelstellingen INHOLLAND wil de komende jaren niet alleen uitgroeien tot een inspirerende leer- en werkomgeving voor studenten en medewerkers, maar zich nadrukkelijk gaan ontwikkelen tot één van de beste hogescholen van Nederland. Interne audits, (inter)nationale accreditaties en benchmarking moeten de school gaan opstuwen naar die positie. Deze ambitie kan echter alleen worden verwezenlijkt als wordt voldaan aan een groot aantal voorwaarden. Deze hebben in algemene zin te maken met zaken als kwaliteit en financiën, met samenwerking en groei, maar vooral ook met de inrichting van het onderwijs. Voor de verdere ontwikkeling en inrichting van dat onderwijs heeft INHOLLAND gekozen voor drie focuspunten. Dit zijn: 1. de ontwikkeling en implementatie van een onderwijsconcept gericht op de individuele student en de markt; 2. kenniscreatie; 3. grenzeloos onderwijs. In het collegejaar 2002-2003 zijn de eerste stappen gezet om deze focuspunten in te vullen. In 2006 moeten ze volledig zijn geïmplementeerd. Hieronder staan de focuspunten in grote lijnen beschreven, in deel B worden ze verder uitgewerkt. Focuspunt 1 Een onderwijsconcept dicht bij de student en het beroepenveld De toegenomen individualisering laat ook de onderwijswereld niet onberoerd. Studenten zijn steeds meer op zoek naar variatie in hun opleiding en naar mogelijkheden om deze aan te laten sluiten op hun persoonlijke interesses en capaciteiten. Ook is er een groeiende voorkeur voor plaatsen tijdonafhankelijk leren. Aan de andere kant is er de markt, in de vorm van bedrijfsleven, overheden en instellingen, die vraagt om een overzichtelijk onderwijsaanbod, dat bovendien nauw aansluit op haar behoeften. Tegen deze achtergrond, en met de hierboven geformuleerde missie in het achterhoofd, is het onderwijsconcept van INHOLLAND ontwikkeld. Dat concept steunt om te beginnen op het bachelormastermodel, waarin brede bacheloropleidingen naadloos aansluiten op meer gespecialiseerde masters. Om studenten maximale keuzevrijheid te geven heeft INHOLLAND bovendien gekozen voor het major/minormodel. Door het volgen van een major ontwikkelt de student een aantal belangrijke basiscompetenties. Door het volgen van minors kunnen deze competenties worden verdiept of verbreed. Belangrijk ook in het onderwijsconcept is de nadrukkelijke keuze voor competenties in plaats van alleen voor kennis. INHOLLAND is van mening dat kennis op zich snel veroudert en studenten onvoldoende instrumenten geeft om te kunnen (blijven) functioneren in een snel veranderende werkomgeving. Competenties daarentegen stellen de studenten en afgestudeerden in staat om flexibel en creatief te reageren op nieuwe ontwikkelingen. Het verwerven van kennis is in deze filosofie dan ook geen doel op zich, maar een instrument om competenties te kunnen ontwikkelen. Blended learning, een mix van contactonderwijs en e-learning, is een ander speerpunt van het nieuwe onderwijsconcept. Blended learning komt niet alleen tegemoet aan de vraag van studenten naar plaats- en tijdonafhankelijk leren, maar laat ook zien dat INHOLLAND het belangrijk vindt dat studenten vertrouwd raken met ICT in leer- en werkomgevingen. Focuspunt 2 Kenniscreatie INHOLLAND beschouwt het zelf ontwikkelen van onderwijs en kennis als essentieel voor het sterke merk 8

Kennis is geen doel op zich, maar een instrument om competenties te ontwikkelen dat de instelling wil zijn. Daarom is in 2003 gestart met de ontwikkeling van kenniskringen. In kenniskringen, die bestaan uit studenten, docenten en externe deskundigen, wordt onderzoek verricht rond actuele maatschappelijke kennisdomeinen. De resultaten en andere bevindingen van het onderzoek worden gebruikt voor de continue vernieuwing van de bacheloropleidingen, maar ook voor de ontwikkeling van eigen masteropleidingen. Kenniskringen zijn nadrukkelijk multidisciplinair van karakter en overstijgen dus de traditionele indeling in kennisgebieden en opleidingen. Vaak hebben ze raakvlakken met de expertisegebieden van meerdere kennisgebieden. Een kenniskring staat onder leiding van een lector. Lectoren beschikken niet alleen over veel kennis en ervaring op hun terrein, maar vooral ook over een uitgebreid netwerk in de markt. In het collegejaar 2002-2003 zijn lectoren aangesteld en businessplannen gemaakt. Focuspunt 3 Grenzeloos onderwijs Afgestudeerden zullen steeds vaker terecht komen in een werkomgeving met internationale dimensies. Om studenten gedegen hierop voor te bereiden moeten ze al tijdens hun studie worden geconfronteerd met andere culturen en werkomgevingen. INHOLLAND kiest dan ook nadrukkelijk voor internationalisering en heeft hiervoor verschillende sporen uitgezet. Stages in het buitenland, internationale casuïstiek en uitwisselingsprogramma s en samenwerkingsverbanden met buitenlandse universiteiten en hogescholen dragen bij aan het internationale karakter van het onderwijs. Het spreekt hier welhaast vanzelf dat naast het Nederlandse curriculum ook in toenemende mate onderwijs wordt aangeboden in het Engels. Het INHOLLAND Institute of Advanced Studies and Applied Research (ASAR) zal worden ingericht voor de verdere ontwikkeling van het beleid ten aanzien van internationalisering. Gedecentraliseerde bureaus ondersteunen de activiteiten binnen de verschillende opleidingen en geven informatie en advies aan studenten. 1.4 Resultaten Het verslagjaar 2002-2003 heeft vooral in het teken gestaan van de inrichting van de organisatie INHOLLAND. De nieuwe organisatiestructuur van INHOLLAND kent een indeling in 9

Diensten (operationeel per 1 september 2002) en Schools (operationeel per 1 januari 2003) die de voormalige units vervangen. Daarnaast is in het verslagjaar de meerjarenstrategie van INHOLLAND uitgestippeld. INHOLLAND heeft haar ambities samengevat in drie focuspunten, zoals genoemd in hoofdstuk 1.3. In het verslagjaar zijn de eerste stappen gezet om deze focuspunten in te vullen. Groei Door de fusie van de vier oorspronkelijke hogescholen werd INHOLLAND meteen de grootste hogeschool van Nederland, met een marktaandeel van 11,9 % (1-10-2002). Onderwijs Conform het Akkoord van Bologna wordt onderwijs aangeboden volgens het bachelor-mastermodel, dat bij INHOLLAND verder wordt vormgegeven middels het major/ minormodel. Dit major/minormodel garandeert studenten een maximale keuzevrijheid en een optimale afstemming van het studieprogramma op de eigen interesses en capaciteiten. Om het onderwijsaanbod blijvend te laten aansluiten bij de wensen van student en arbeidsmarkt heeft INHOLLAND ervoor gekozen zelf kennis te gaan ontwikkelen. Hiervoor zijn in 2002-2003 19 kenniskringen in het leven geroepen, waarvoor inmiddels 15 lectoren zijn aangesteld. Internationalisering Internationalisering van het onderwijs had in het verslagjaar een hoge prioriteit. Dit uitte zich in planvorming en de oprichting van het Institute of Advanced Studies en Applied Research (ASAR). Een van de doelstellingen van ASAR is de internationalisering van INHOLLAND een belangrijke impuls te geven. Kwaliteit Ter bewaking en verbetering van de onderwijskwaliteit werden voorbereidingen getroffen voor een INHOLLANDbreed student tevredenheidsonderzoek (STO) op basis van het STO wat in het verslagjaar al werd uitgevoerd op de locaties Rotterdam, Den Haag en Delft. In het verslagjaar vond een aantal visitaties plaats. Hoewel de resultaten van de visitaties over het algemeen goed zijn (Leraar Basisonderwijs, School of Education Rotterdam), worden ze toch aangegrepen voor verdere kwaliteitsverbetering. dan begroot, wat vooral werd veroorzaakt door hogere personeelskosten. In dit collegejaar werd beleid ontwikkeld om deze overformatie op sommige locaties het hoofd te bieden. 1.5 Toekomst Het collegejaar 2002-2003 is vooral het jaar geweest waarin een begin is gemaakt met allerlei grote veranderingen binnen INHOLLAND. De nieuwe organisatiestructuur werd stapsgewijs ingericht en de omslag naar een innovatief onderwijsconcept werd ingezet. Verder is hard gewerkt aan de profilering van INHOLLAND als aanbieder van kwalitatief hoogstaand onderwijs, zowel naar de studenten als naar het beroepenveld. Bestaande relaties met onderwijsinstellingen en beroepenveld in binnen- en buitenland werden goed onderhouden, nieuwe samenwerkingsverbanden werden geïnitieerd. De komende jaren zullen deze ontwikkelingen verder worden doorgevoerd. Het onderwijs binnen INHOLLAND zal de komende jaren verder worden vormgegeven volgens het bachelormastermodel, waarbij veel aandacht zal worden besteed aan de ontwikkeling van het major/minorprogramma en aan eigen masters. Om reeds bestaande opleidingen blijvend te laten aansluiten op de markt wordt het beroepenveld regelmatig ingeschakeld bij de actualisering. Toegepast onderzoek, zoals dat wordt verricht binnen kenniskringen, zal in toenemende mate worden ingebed in het reguliere onderwijs en ook worden gebruikt voor innovatie en actualisering. Ter versterking van het internationale karakter van de Hogeschool zullen meer Engels- en eventueel ook Spaanstalige curricula worden ontwikkeld. Aan de scholing van de docenten zal extra aandacht worden besteed, dit vanwege de omslag naar competentiegericht onderwijs. Het merk INHOLLAND zal zich sterk gaan profileren naar studenten, zakelijke doelgroepen en de overheid. Hierbij zullen aspecten als regionale verankering en internationale oriëntatie leidend zijn. Belangrijk voor de interne communicatie is de omvorming van diverse intranetten naar één intranet voor de hele hogeschool. Op dit nieuwe platform zal veel aandacht worden besteed aan het onderwijsconcept. Financiën De totale omzet van INHOLLAND over 2002-2003 bedroeg 238 miljoen. Dit was 13 miljoen meer dan begroot. Het resultaat uit gewone bedrijfsvoering echter was lager 10

INHOLLAND zal zich sterk gaan profileren naar studenten, zakelijke doelgroepen en de overheid 11

12

Deel B 2. Nieuwe organisatie disciplines en op korte termijn minimaal 2000 studenten bevatten of een gelijkwaardige omzet voor initieel onderwijs. Het verslagjaar 2002-2003 werd gekarakteriseerd door de implementatie van een aantal belangrijke organisatie veranderingen, die overigens al waren aangekondigd in het fusiedocument van oktober 2001. De Diensten waren al per 1 september 2002 ingericht volgens de nieuwe structuur, de Schools volgden in 2003. Aanvankelijk was besloten om voor de vormgeving van de nieuwe organisatiestructuur een periode van maximaal twee jaar uit te trekken. In de loop van 2002 bleek echter zowel bij het management als bij de Hogeschool Medezeggenschapsraad (HMR) een duidelijke behoefte te bestaan om dit proces te versnellen. In juni 2002 is daarom besloten hiervoor stappen te ondernemen. Door deze versnelling is de nieuwe organisatiestructuur al per 1 januari 2003 operationeel geworden. Bij het ontwerpen van de organisatiestructuur heeft INHOLLAND zich laten leiden door de kernwaarden en de missie zoals deze tijdens het fusieproces steeds voorop hebben gestaan. INHOLLAND staat voor sociaal, open, vooruitstrevend en ambitieus en wil vanuit deze waarden hoger onderwijs leveren dat dichtbij student, markt en maatschappij staat. De brede maatschappelijke disciplines waar de Schools hun onderwijsaanbod op afstemmen kunnen ook worden gedefinieerd als kennisdomeinen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere Economie, Techniek, Agricultuur, Communicatie, Kunst, Educatie, Sociaal Werk, Gezondheidszorg. Deze kennisdomeinen kunnen worden aangeboden door verschillende Schools. Economie bijvoorbeeld is binnen INHOLLAND te vinden op vijf Schools, Sociaal Werk op twee. Binnen bepaalde disciplines profileren Schools zich door middel van een thema. Hiermee wordt bedoeld een relevante maatschappelijke ontwikkeling of aandachtsgebied binnen dat thema. Zo is het onderwijs aan de School of Economics in Amsterdam / Diemen geconcentreerd rond het thema Leisure & Management, in Rotterdam rond International Business en in Den Haag rond ICT & Economics. Door de keuze voor een bepaald thema kan de student zijn opleiding nog nauwkeuriger afstemmen op zijn eigen ambities en interesses. 2.2 Implementatie Schools 2.1 Schools Als organisatorische onderwijseenheid is gekozen voor het begrip School, wat in het Engels wordt uitgesproken. Een School kan in organisatorische zin worden gezien als een businessunit van Hogeschool INHOLLAND, en heeft dus ook een aantal eigen verantwoordelijkheden. Zo moet iedere School haar eigen overheadkosten kunnen dragen, moet zij qua onderwijsaanbod aansluiten op brede maatschappelijke Per 1 januari 2003 zijn alle Directeuren van de Schools benoemd in hun functie, waarmee de nieuwe organisatiestructuur met de indeling in Schools een feit was. Om het overgangsproces van de vroegere units naar de huidige Schools soepel te laten verlopen heeft het College van Bestuur een procesmanager aangesteld. Deze voerde in de overgangsperiode tot 1 september 2003 op basis van een intensief transitieprogramma regelmatig overleg met de verschillende Directeuren van de Schools. 13

Vanaf 1 september 2003 omvat INHOLLAND vijftien Schools: School Leslocatie School of Technology Alkmaar School of Agriculture & Technology Delft School of Economics Alkmaar School of Economics Haarlem School of Economics Amsterdam / Diemen School of Economics Rotterdam School of Economics Den Haag School of Communication, Media & Art Amsterdam / Diemen School of Communication & Media Rotterdam School of Health Amsterdam / Diemen School of Education Haarlem School of Education Rotterdam School of Law Den Haag School of Social Work Rotterdam School of Social Work Haarlem Alkmaar, Haarlem Delft Alkmaar, Zaanstad Haarlem Amsterdam / Diemen Rotterdam Den Haag, Delft Amsterdam / Diemen, Alkmaar, Haarlem Rotterdam, Den Haag Amsterdam / Diemen, Alkmaar, Haarlem Amsterdam / Diemen, Alkmaar, Haarlem Den Haag, Dordrecht, Oegstgeest, Rotterdam Den Haag, Rotterdam Den Haag, Rotterdam, Vlissingen Alkmaar, Amsterdam, Haarlem, Groningen, Utrecht, Zwolle Een School kan op meerdere locaties aanwezig zijn. Communication & Media bijvoorbeeld wordt geregisseerd vanuit Rotterdam, maar wordt ook aangeboden op de locatie Den Haag. Hierdoor kan een student altijd kiezen voor een opleiding dicht bij de plaats waar hij woont. Concurrentievergelijking (aantallen zittende studenten) Hogeschool 1999 2000 2001 2002 2003 Hs INHOLLAND 31700 33726 35978 37604 39131 Haagse Hs 17641 17924 17486 17047 17104 Hs IPABO Amsterdam/Alkmaar 1092 1211 1236 1308 1482 Hs Leiden 3523 3836 4087 4334 4589 Hs Rotterdam 20085 20237 20068 19562 20588 Hs van Amsterdam 19334 19933 20912 19765 21721 Hs van Utrecht 28032 29142 29996 29439 29316 Hs voor Ec. Studies Amsterdam 6199 6023 5852 5531 5059 NHTV int. Hs. Breda 4170 4419 4980 5315 5667 Bron: HBO-raad 14

In februari 2003 hebben alle Directeuren een plan van aanpak voor de inrichting en verdere ontwikkeling van de Schools gepresenteerd aan het CvB. In het eerste kwartaal van dat jaar verschenen ook de eerste contouren van de verschillende businessplannen. Het managementteam van een School wordt voorgezeten door de Directeur en bestaat verder uit de Programmadirecteur en Opleidingsmanagers. De Programmadirecteur treedt bij afwezigheid op als plaatsvervanger van de Directeur. De Directeuren van de Schools en de Directeuren Ondersteunende Diensten vormen samen het eerstelijnsmanagement van de hogeschool. 2.3 ASAR In het afgelopen collegejaar zijn de eerste aanzetten gegeven voor het INHOLLAND Institute of Advanced Studies and Applied Research (ASAR). ASAR is per 1 september 2003 operationeel en wordt in het leven geroepen om het ontwikkelen, delen en toepassen van kennis door zowel studenten als medewerkers te bevorderen. Deze taakstelling vloeit regelrecht voort uit de door INHOLLAND gemaakte keuzes voor internationalisering en het zelf ontwikkelen van toegepast onderzoek en masteropleidingen. ASAR wordt onderverdeeld in drie verschillende entiteiten, te weten Lectoren en kenniskringen, Graduate School en Internationalisering. 3. Marktaandeel Met in totaal 12.078 HBO inschrijvingen op de gezamenlijke locaties was INHOLLAND in het collegejaar 2002-2003 de grootste hogeschool van Nederland, gevolgd door Fontys Hogescholen (gezamenlijk aantal aanmeldingen 8.660) en Hogeschool van Utrecht. Daarmee had INHOLLAND een marktaandeel van 11,9% (peildatum 1-10-2002). Een student kan altijd kiezen voor een opleiding dicht bij de plaats waar hij woont 15

4. Een onderwijsconcept dicht bij de student en het beroepenveld 4.1 BaMa-model Door het in 1999 ondertekende Bologna-akkoord is de structuur van het hoger onderwijs ingrijpend veranderd. Bedoeling van het akkoord was om binnen Europa te komen tot een meer uniform systeem van hoger onderwijs. Hiervoor is het bachelor-mastermodel gekozen, waardoor vanaf september 2002 alle hbo-opleidingen zullen worden omgezet naar een bacheloropleiding, en de woopleidingen aan de universiteiten zullen worden gesplitst in een driejarige bacheloropleiding en één- of tweejarige masteropleidingen. De doorstroom van hbo naar universiteit wordt hierdoor bevorderd. Een student met een afgeronde hbo-bacheloropleiding kan in principe zo doorstromen naar een wo-masteropleiding. Bacheloropleiding De bacheloropleiding wordt bij INHOLLAND vormgegeven volgens het major/minormodel. Het uitgangsprincipe van dit model is dat de brede major, die 50% van de opleiding beslaat, alle benodigde kennis verschaft in een bepaalde discipline. Door het volgen van een of meerdere minors kan de student zich verder specialiseren en verdiepen, of zijn kennis juist verbreden. Een goede studieloopbaanbegeleiding is hierbij onontbeerlijk. Het major/minormodel vergroot dus de keuzemogelijkheden van de student, die als het ware zelf zijn opleiding samenstelt op basis van zijn eigen interesses en ambities. Daarnaast komt het model tegemoet aan de zowel binnen de onderwijswereld als binnen het beroepenveld gevoelde behoefte aan een overzichtelijk aanbod van opleidingen. Een aanbod bovendien dat breed opgeleide, en dus voor veel beroepen competente, studenten oplevert. De flexibele invulling van het onderwijsprogramma wordt vooral mogelijk gemaakt door de vele keuzemogelijkheden voor minorprogramma s. Zo kunnen studenten kiezen voor bijvoorbeeld differentiatieminors die voorbereiden op een specialistisch beroep, voor minors die helemaal zijn toegesneden op de context van een bepaald beroep, of voor een minor die voorbereidt op een wetenschappelijke masteropleiding. Ook kan de student zelf een zogenaamd vrij programma samenstellen, uiteraard met goedkeuring van de examencommissie. Door de organisatiestructuur van INHOLLAND kunnen minors behalve op de eigen School ook worden gevolgd op een andere School. De majors voor een bepaalde bacheloropleiding zijn voor alle Schools binnen INHOLLAND hetzelfde. Een student die een brede bachelor volgt aan de School of Economics in Den Haag krijgt dus dezelfde major als een student die deze opleiding volgt in Alkmaar. De standaardisering van de major heeft niet alleen als voordeel dat schaalvoordelen kunnen worden behaald, maar ook dat de student gemakkelijker een minor zal kunnen volgen bij een andere opleiding of School. Ook dit principe staat dus in dienst van het vergroten van kansen en keuzemogelijkheden van de individuele student. Masteropleidingen Hogescholen worden in het BaMa model in staat gesteld om ook zelf masteropleidingen aan te bieden. Deze zullen soms worden bekostigd door het ministerie, maar meestal zal de hogeschool hiervoor van de overheid geen financiering ontvangen. Dergelijke niet door de overheid gefinancierde masters zullen geheel moeten worden bekostigd door collegegelden en contractactiviteiten. Binnen INHOLLAND worden deze masters geëxploiteerd via INHOLLAND Graduate School. INHOLLAND probeert samen met Nyenrode, Erasmus Universiteit, Technische Universiteit Delft, Vrije Universiteit, Open Universiteit en Universiteit Wageningen doorstroomcontracten te realiseren om de overgang van bachelor naar master optimaal te laten verlopen. INHOLLAND Graduate School opereert vanuit ASAR en streeft naar het aanbieden van een compleet studiepakket tot aan het hoogste niveau (Master, PhD). Masterprogramma s moeten hiervan de basis gaan vormen. Na een inventarisatie in 2003 van aanbod en organisatie van de verschillende masters is besloten dat kwaliteit en inhoud de onderscheidende kenmerken moeten worden. In samenwerking met Onderwijs, Kwaliteit, Research & Development (OKR) begeleidt en adviseert ASAR het management van de verschillende programma s. Daarnaast is ASAR betrokken bij het maken van verbindingen met lectoren en kenniskringen. De Holding is verantwoordelijk voor het bestaansrecht en de economische levensvatbaarheid van de programma s. 16

4.2 Dicht bij de student De student centraal De student met zijn mogelijkheden en ambities staat centraal bij INHOLLAND. Om die mogelijkheden en ambities optimaal tot hun recht te laten komen biedt INHOLLAND een rijkgeschakeerd palet van opleidingen en keuzemogelijkheden. Studenten kunnen binnen INHOLLAND kiezen uit brede, internationaal erkende bacheloropleidingen. Curricula bestaande uit majors en minors staan garant voor een opleiding die zowel in de breedte gaat als in de diepte (zie ook paragraaf 4.1). Een aanbod dat breed opgeleide, en dus voor veel beroepen competente, studenten oplevert Backbone Op 20 juni 2003 is door het College van Bestuur de definitieve versie van het nieuwe onderwijsconcept vastgesteld. Dit concept kan worden gezien als het gemeenschappelijk kader waarbinnen INHOLLAND het onderwijs verder zal ontwikkelen. Het document dient tevens als onderwijskundige onderbouwing en als inspiratiebron. Omdat dit concept de komende jaren de ruggengraat vormt van het onderwijs, heeft het de naam Backbone gekregen. Backbone heeft als ultieme doelstelling het bij elkaar brengen van de individuele student en de markt. De opleiding van de student moet daarom niet alleen aansluiten bij de capaciteiten van de student, dus flexibel kunnen worden ingevuld, maar ook bij de behoeften van de markt. Als leidend principe voor alle opleidingen is dan ook gekozen voor competentiegericht onderwijs. De student vergaart hierdoor niet alleen kennis, maar ook allerlei andere vaardigheden en inzichten die hem in staat stellen een beroep uit te oefenen. Nu, maar ook later, wanneer de eisen aan dat beroep veranderen. Blended learning, een mix van contactonderwijs en e- learning, speelt een belangrijke rol bij het aanbieden van flexibel en op maximale keuzevrijheid gericht onderwijs. In 2002 werd gekozen voor Blackboard als het enige digitale leerplatform voor de gehele hogeschool. In september 2003 wordt gestart met de implementatie van dit platform. Om het gebruik hiervan te stimuleren en de vaardigheden te vergroten zijn voor studenten voorlichtingsdagen georganiseerd en is voor docenten een scholingsprogramma ontwikkeld. Het afgelopen collegejaar hebben zeven studenten vanuit Hogeschool INHOLLAND Delft meegedaan aan de e-business training van de North Carolina State University. Via een eigen Blackboard-site kregen ze begeleiding van twee docenten. 17

Competentiegerichte studies, die grotendeels door de studenten zelf worden geregisseerd, vragen om speciale vaardigheden van de student, zoals zelfstandig leren en het kunnen beoordelen van de eigen mogelijkheden. Een goede keuzebegeleiding, studieloopbaanbegeleiding (SLB) en een op competenties toegesneden toetsing zijn dan ook onontbeerlijk. In Backbone is daarom expliciet vastgelegd dat SLB een integraal onderdeel vormt van elke opleiding. Verder is in Backbone het beleid vastgesteld ten aanzien van stage/praktijk en het afstuderen. Een dergelijke grootschalige onderwijsvernieuwing zal geleidelijk en in de dagelijkse onderwijspraktijk moeten worden doorgevoerd en ingevuld. Als ondersteuning en als bron van inspiratie voor management en docenten heeft CentrE CGO (Centre of Excellence CompetentieGericht Onderwijs) in 2003 het boek Backbone INbeeld uitgegeven. Hierin worden alle uitgangspunten uitgebreid omschreven en is tevens een eerste overzicht van good practices opgenomen. De implementatie van het traject wordt verder begeleid via intranet. Op een hieraan gewijde site zijn onder andere links te vinden naar voorbeelden en interessante projecten zowel binnen als buiten INHOLLAND. 4.3 Dicht bij beroepenveld en maatschappij Aansluiten bij het beroepenveld De inhoud van de opleidingen van INHOLLAND wordt voortdurend geactualiseerd en vernieuwd onder andere door de betrokkenheid van beroepenveldcommissies. Deze beroepenveldcommissies, die bestaan uit bedrijven en instellingen op een bepaald vakgebied, zorgen er onder andere voor dat de opleiding blijft aansluiten op de wensen en behoeften van het beroepenveld. Daarnaast bieden ook de kenniskringen nieuwe impulsen uit de markt. INHOLLAND hecht zeer aan deze aansluiting en heeft daarom in mei 2003 het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van Universiteit Maastricht opdracht gegeven een enquête te ontwikkelen waarmee de tevredenheid van het beroepenveld over de opleidingen kan worden getoetst. De enquête is in de periode augustus tot oktober 2003 afgenomen bij werkgevers van oud-studenten van elf te accrediteren opleidingen. Relatie met het beroepenveld INHOLLAND hecht veel waarde aan een goede relatie met het beroepenveld, dat wil zeggen met het bedrijfsleven en de (plaatselijke) overheid. Deze worden dan ook regelmatig betrokken bij onderwijsprojecten en bij overleg over de vormgeving van het onderwijs. Trends binnen bepaalde vakgebieden kunnen daardoor snel worden doorvertaald naar de verschillende opleidingen. De School of Economics in Haarlem ontwikkelde in 2003 verschillende onderwijsprojecten met het bedrijfsleven, onder andere met Kia en met Asics. Ook werd er een project ontwikkeld in samenwerking met de Nederlandse Orde van Uitvinders. De School of Technology in Alkmaar zal in september 2003 beginnen met het vormgeven van een leer-werkbedrijf voor de opleiding Informatica. Het is de bedoeling dat studenten binnen dit bedrijf opdrachten verwerven uit het bedrijfsleven en op die manier kennis en ervaring opdoen. Het Conservatorium Alkmaar (School of Communication, Media & Art) is in opdracht van de gemeente Alkmaar bezig met de realisatie van een musical in het kader van Alkmaar 750 jaar. De musical zal in het najaar van 2004 in première gaan. Arbeidsmarktsucces Afgestudeerde INHOLLAND-studenten doen het in het algemeen goed op de arbeidsmarkt. Dit blijkt uit de HBOmonitor, het landelijk onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs, dat jaarlijks in opdracht van de HBO-raad wordt uitgevoerd. De HBO-monitor 2002 laat bijvoorbeeld zien dat het percentage alumni van INHOLLAND, dat 1,5 jaar na afstuderen werkzaam is, boven het landelijk gemiddelde ligt. Niet werkzaam zijn betekent overigens niet hetzelfde als (onvrijwillig) werkloos zijn. Een aantal HBO-alumni is bijvoorbeeld bezig met een vervolgstudie of heeft om een andere reden ervoor gekozen (nog) niet tot de arbeidsmarkt toe te treden. Landelijk gezien blijkt dat 1,5 jaar na afstuderen 87% van de alumni beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. Midden in de maatschappij Een hogeschool die dichtbij de student en het beroepenveld wil staan heeft vanzelfsprekend veel oog voor de directe omgeving. INHOLLAND voelt zich niet alleen verbonden met de samenleving waarin hij is geworteld, hij voelt zich ook verantwoordelijk en wil een rol spelen in het proces van voortdurende verandering. Vandaar ook dat maatschappelijk relevante thema s als veiligheid, integratie, grotestedenproblematiek en arbeid in alle opleidingen zijn geïntegreerd. De School of Health werkte samen met Verpleeghuis Hogeweyen de Hogeschool Amsterdam in het najaar van 2002 mee aan de conferentie Van babyboom tot ouderenbeleid. 18

Resultaten HBO- Monitor 2002, afstudeercohort 2000-2001 in procenten Werkzaam 1.5 jaar na afstuderen Landelijk INHOLLAND Projectbureau Het Jonge Noorden van INHOLLAND Rotterdam ontwikkelt in samenwerking met externe partners projecten die het leef- en werkklimaat van bewoners, instellingen en bedrijven in de stad Rotterdam verbeteren. Het Jonge Noorden wordt gerund door studenten en medewerkers. Verder voelt INHOLLAND zich zeer betrokken bij de doorlopende leerweg vmbo-mbo-hbo. Vrijwel alle Schools werken nauw samen met mbo-instellingen en ROC s uit de regio om zo de doorstroom te vergemakkelijken van studenten die beschikken over de juiste capaciteiten en talenten. Resultaten HBO-Monitor 2002, afstudeercohort 2000/2001 in procenten De School of Technology in Alkmaar organiseert samen met enkele ROC s uit de omgeving schakelklassen wis- en natuurkunde. Ook initieerde zij samen met een college voor voortgezet onderwijs het project Technotalent, bedoeld om leerlingen te stimuleren een bètarichting te kiezen. Werkeloos 1.5 jaar na afstuderen Baan op tenminste hbo-niveau Baan op mbo-niveau of lager 19

Instroom per sector per jaar In bovenstaande illustraties zijn de studenten opgenomen die voor de eerste maal aan een opleiding bij INHOLLAND zijn begonnen. Marktaandeel INHOLLAND op totaal instroom HBO 20

Toename instroom per sector (2002 t.o.v. 2003) Zie in de bijlagen het overzicht: Toelichting afkortingen sectoren 21

Gemiddelde studieduur gediplomeerden in jaren De gemiddelde studieduur is uitgedrukt in het werkelijke aantal jaren en maanden dat een student er gemiddeld over doet om af te studeren. Ook de HBO-Raad volgt deze werkwijze. Soms wordt echter gerekend in hele jaren, waarbij bijvoorbeeld voor de studieduur van iemand die halverwege het studiejaar afstudeert een geheel jaar wordt genoteerd. Deze berekening veroorzaakt een hogere studieduur dan de notering in werkelijke studieduur. Ter vergelijking: de gemiddelde landelijke studieduur over de studiejaren 1997-2001 is 3,9 voor de sector HAO, 3,9 voor de hele sector HEO, 3,3 voor de HGZO, 3,3 voor de HPO, 3,7 voor de HTNO en 4,0 voor de KUO. De HSAO van INHOLLAND is een specifieke situatie omdat een aanzienlijk deel bestaat uit voormalige SOSA opleidingen die, op een enkele uitzondering na, drie jaar duren. De grote schommelingen bij de HAO worden mogelijkerwijs veroorzaakt door mogelijke conversieproblematiek. De gemiddelde studieduur binnen de hbo-sectoren blijft min of meer gelijk over de jaren 1999 tot en met 2002. Bij de opleidingen die vallen onder het HEO cluster Marketing studeren in het jaar 2002 studenten sneller af dan in eerdere jaren; datzelfde geldt voor de sector HAO, maar de studenten daar studeren dan weer minder snel af dan hun voorgangers in de jaren 1999 en 2000. Bij de sector HSAO studeren de studenten het snelst af, maar dat is hierboven uitgelegd. Diplomarendement na vijf jaar per cohort in procenten 22

*Hierin wel Pedagogiek 2e gr & Verpleegkunde 2e gr., geen Efa Een vergelijking met de landelijke cijfers (voor de cohorten 1995 t/m 1997) van de HBO-Raad maakt duidelijk dat de diplomarendementen van de sectoren HGZO, HPO, HSAO en HTNO hoger zijn en van de KUO lager dan het landelijk gemiddelde. De HEO sector is uitgesplitst in INHOLLAND clusters en dat maakt het lastiger een vergelijking te maken. Toch valt op dat HEO Communication en HEO Leisure veel beter scoort, terwijl HEO Finance het duidelijk slechter doet dan het landelijk gemiddelde HEO. De overige HEO clusters lopen in de pas met het landelijk gemiddelde. Over een aantal cohorten bekeken zijn er over het algemeen geen grote schommelingen wat betreft het percentage studenten dat na vijf jaar het diploma behaalt. Uitzonderingen zijn de opleidingen binnen de sector KUO en de opleidingen die vallen onder het HEO cluster Leisure waar sprake is van een behoorlijke stijging van het percentage afgestudeerden na vijf jaar. Bij de opleidingen vallend onder het HEO cluster Communication daalt het percentage dat na vijf jaar afstudeert gestaag; bij de opleidingen binnen de sector HTNO en MBO SOSA is die daling te zien bij het laatst bekeken cohort 1998. Het diplomarendement bij de opleidingen die vallen onder het HEO cluster Finance is in vergelijking met de andere opleidingen laag. Dit is onder meer toe te schrijven aan de opleidingen die vielen onder de Amsterdamse Academie, een nu niet meer bestaande hbo-wo constructie (studenten hadden de mogelijkheid om na 1 jaar hun hbo studie bij de VU voort te zetten). * Door conversieproblematiek zijn er uit Delft geen rendementen beschikbaar ** Hierin wel Pedagogiek 2e gr & Verpleegkunde 2e gr., geen Efa 23

5. Kenniscreatie Kenniskringen Kennis is geen statisch gegeven, het is voortdurend in ontwikkeling. INHOLLAND wil actief deelnemen aan die ontwikkeling en is daarom in 2003 gestart met de ontwikkeling van kenniskringen. Een kenniskring is een groep mensen die ervaring en deskundigheid heeft op een bepaald gebied, of deze deskundigheid wil verwerven. Binnen een kenniskring worden kennis en ervaring uitgewisseld, maar vooral ook geïnitieerd en vernieuwd door eigen toegepast onderzoek. Kennis is geen statisch gegeven, het is voortdurend in ontwikkeling Met het aanstellen van lectoren en het ontwikkelen van kenniskringen geeft INHOLLAND vorm aan eigen onderzoek, dat vooral een toegepast en beleidsmatig karakter zal hebben. Het collegejaar 2002-2003 moet hierin worden beschouwd als een opbouwfase, waarin het accent heeft gelegen op het vinden van lectoren, waarvan een groot deel in het volgende collegejaar zal worden benoemd. Daarnaast is een begin gemaakt met de inhoudelijke en organisatorische inrichting van de kenniskringen. De lectoren hebben hiervoor werkplannen geschreven waarin het onderzoeksterrein is afgebakend en ingevuld. Tevens is begonnen met de invulling van de kenniskringen met experts van zowel binnen als buiten de hogeschool. De experts van buiten zijn van belang in verband met de vergroting van de externe oriëntatie, die een belangrijk onderdeel is van de opdracht aan de lectoren. Inmiddels zijn er verschillende onderzoeksprojecten gestart, onder andere voor de lectoraten Communicatieen Designmanagement, Best Practices in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en Duurzame Technologie. Kenniskring als motor van vernieuwing Een kenniskring staat onder leiding van een lector. Deze is een erkend specialist op zijn terrein en beschikt over een groot netwerk, een eigen visie en hoogstaande wetenschappelijke kwaliteiten. De lector is verantwoordelijk voor de samenstelling van de kenniskring, waarin zowel docenten als studenten kunnen deelnemen. Hij is tevens degene die richting geeft aan het onderzoek dat binnen de kenniskring wordt verricht en een belangrijke verbindende schakel met de Schools. Vooral dat laatste is van eminent belang. Het onderzoek van de kenniskringen wordt namelijk gebruikt voor de inrichting, verdieping en continue vernieuwing van de curricula van de verschillende Schools. Ook de directeuren van de Schools vervullen hierin een sturende rol. 24

Kennisbehoeften vanuit de maatschappij Kenniskringen worden gevormd rond actuele maatschappelijke kennisdomeinen en overstijgen daardoor de klassieke indeling in Schools en opleidingen. Wel zijn er vrijwel altijd raakvlakken met een of meer expertisegebieden van de Schools. Eén School is bijna altijd verbonden met meerdere kenniskringen, en vrijwel iedere kenniskring is verbonden met meerdere Schools. De binnen de kenniskringen ontwikkelde kennis komt onder andere terug in het reguliere onderwijs door middel van interdisciplinaire thema s, case studies en studentprojecten. Zo zijn de resultaten van de onderzoeken naar veiligheid voor het evenement Dance Valley door de Academie voor Media & Entertainment Management gebruikt als lesmateriaal voor keuzemodules. Voor studenten vormen de kenniskringen niet alleen een mogelijkheid om kennis te vergaren of uit te diepen, maar ook een uitstekende gelegenheid om zich voor te bereiden op een master aan de eigen instelling of aan een universiteit. Ontwikkeling masteropleidingen Naast het ontwikkelen van kennis en het verbreden, verdiepen en vernieuwen van het reguliere onderwijs hebben kenniskringen nog een andere belangrijke functie. Ze vervullen namelijk een onmisbare rol in de ontwikkeling van eigen masteropleidingen, waarmee INHOLLAND in 2003 is gestart. Vanaf 2005 zullen studenten die een bacheloropleiding volgen daardoor binnen INHOLLAND kunnen doorstromen naar een masteropleiding. Sommige van deze masters worden geheel zelf ontwikkeld, andere worden ontwikkeld in samenwerking met een Nederlandse of buitenlandse universiteit. De masteropleidingen zullen in eerste instantie beroepsgeoriënteerd zijn, maar INHOLLAND overweegt om in de toekomst ook meer wetenschappelijk georiënteerde masters te gaan ontwikkelen. Overzicht kenniskringen INHOLLAND Kenniskring Lector Best Practice in de GGZ Controlling Duurzame Technology Onwikkelingsgericht Onderwijs Geïntegreerd Pedagogisch Handelen Integrale Voedsel- en Productieketens Leefwerelden van Jeugd E-business Kennismanagement Leisuremanagement Publieke Meningsvorming Business Vitality Entertainmentmanagement Medische Technologie Communicatie- en Designmanagement E-Business E-learning Governance Dynamiek van de Stad Dr. B. van Meijel Dr. Ir. E. van der Meer Prof. Dr. J.c. van Weenen Vacature wordt in loop 2004 opgevuld Dr. J.H.A.M. Onstenk Ir. W. Maijers Dr. P. Naber Dr. V.P. van Kouwenhoven Dr. D.G. Andriessen Ir. S. Hodes Vacature wordt in loop 2004 opgevuld Drs. G. Landheer Prof. Dr. P.W.M. Rutten Dr. B.J. Mijnheer Dr. R. Riezenbos Drs. F.A.M. van der Reep Dr. G.N.M. Wijngaards Vacature wordt in loop 2004 opgevuld Vacature wordt in loop 2004 opgevuld 25

6. Grenzeloos onderwijs aan opvang- en introductieprogramma s voor buitenlandse studenten. Een internationale markt Door globalisering en de steeds verdergaande Europese integratie wordt voor studenten en afgestudeerden de internationale dimensie van hun opleiding steeds belangrijker. Velen van hen zullen immers in hun latere werkkring te maken krijgen met buitenlandse bedrijven of omgevingen. Daarnaast wordt ook het Nederlandse hoger onderwijs meer en meer onderdeel van een internationale en concurrerende markt. Buitenlandse instellingen trekken aan Nederlandse studenten, buitenlandse studenten oriënteren zich op opleidingen buiten hun eigen land, bijvoorbeeld in Nederland. Voor INHOLLAND is dit voldoende reden om internationalisering een hoge prioriteit te geven. Het per 1 september 2003 opgerichte ASAR heeft hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Internationalisering als speerpunt Concreet betekent dit onder andere dat afgestudeerden zich moeiteloos moeten kunnen bewegen in een internationale context, dat aankomende studenten vaker voor INHOLLAND kiezen als ze op zoek zijn naar een internationaal georiënteerde opleiding, en dat uitwisselingen en internationale stages zullen worden gestimuleerd. Nog concreter betekent het dat wordt gestreefd naar vier procent buitenlandse studenten in 2006, naar vijf procent Nederlandse studenten die gebruik maken van een uitwisselingsprogramma, en naar een buitenlands aandeel van tien procent in de totale omzet. Zover is het echter nog niet. Om de werkelijke situatie overeen te laten komen met de ambities zullen de internationale activiteiten de komende jaren dan ook worden uitgebreid en versterkt. De School of Economics in Haarlem wisselde het afgelopen jaar docenten uit met de University of West of England in Bristol, met Groupe ESC/Caen in Frankrijk en met de University of São Paulo in Brazilië. In 2003 is het internationaliseringsbeleid geïntensiveerd. ASAR-Internationalisering coördineert dit beleid en initieert en onderhoudt relaties met buitenlandse instellingen. Zo is er om studenten te werven in 2003 een aantal beurzen bezocht. Ook zijn nieuwe relaties aangegaan in onder andere Mexico, Brazilië en Argentinië. Internationale samenwerking krijgt natuurlijk een extra impuls door het aanbieden van Engelstalige curricula. Op verschillende Schools gebeurt dit al. Verder is hard gewerkt Internationaal georiënteerd INHOLLAND stimuleert haar studenten actief om ook studieonderdelen in het buitenland te volgen. Voor sommige opleidingen is een buitenlandse stage- of studieperiode zelfs verplicht. Door de omzetting per 1 september 2003 van de oude studiepunten in EC s (European Credits) sluit het onderwijs van INHOLLAND goed aan bij andere Europese opleidingen. Net als elders in Europa bestaat een jaar uit 60 EC s en het totale studieprogramma uit 240 EC s. Hierdoor is de uitwisseling van studenten een stuk eenvoudiger geworden en wordt de mobiliteit vergroot. Engelstalig onderwijs Om toegankelijk en aantrekkelijk te zijn voor buitenlandse studenten zullen er binnen INHOLLAND meer Engelstalige opleidingen komen en bovendien Engelstalige masters worden ontwikkeld. In het verslagjaar bood INHOLLAND elf Engelstalige opleidingen aan. De Schools of Economics in Amsterdam / Diemen en Den Haag zijn al druk bezig met de ontwikkeling van Engelstalige opleidingen en het is de bedoeling dat vanaf 1 september 2004 verschillende majors geheel Engelstalig zijn te volgen. Daarnaast zal het internationale karakter van de opleidingen waar mogelijk worden versterkt door toevoeging van internationale casuïstiek.. Het gebruik van Engelstalige vakliteratuur is nu al ruim verbreid, maar zal nog verder worden gestimuleerd. Internationale samenwerking Een belangrijke voorwaarde voor internationalisering is intensief contact met buitenlandse onderwijsinstellingen, docenten en studenten. INHOLLAND gaat hier de komende jaren veel aandacht aan besteden. Zo zullen de bestaande netwerken in Europa en Noord-Amerika worden versterkt en zullen nieuwe relaties worden aangegaan in onder andere Zuid-Amerika. Voor wat betreft de werving van buitenlandse studenten zal INHOLLAND zich uiteraard blijven richten op de Europese markt, maar ook Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië komen nadrukkelijk in het vizier. 26

Studentenuitwisseling naar het buitenland uit het buitenland De School of Economics onderzoekt samen met het bureau Internationalisering de mogelijkheden om al per 1 september 2004 studenten uit de nieuwe EU-landen te laten instromen. Activiteiten buiten Nederland Samen met lokale partners ontwikkelt INHOLLAND ook onderwijsactiviteiten in het buitenland, vooral in Zuid-Amerika en Indonesië. Behalve inkomsten voor INHOLLAND en een verbetering van de infrastructuur ter plaatse leveren deze projecten nieuwe mogelijkheden op voor uitwisseling van studenten, zowel van Nederland naar het buitenland als omgekeerd. Docentenuitwisseling naar het buitenland uit het buitenland Twintig studenten van INHOLLAND werkten in 2003 in samenwerking met de Petra Christian University (Surabaya), Dongseo University (Korea) en studenten uit Hongkong aan het Community Outreach Program. Dit programma is in samenwerking met de Petra Christian University ontwikkeld op initiatief van Internationale Betrekkingen-Diemen. Het project richt zich op minder ontwikkelde dorpen op Java, waar de studenten de bevolking helpen met kleinschalige ontwikkelingsprojecten op het terrein van landbouw, onderwijs, sport en irrigatie. Engelstalige opleidingen INHOLLAND Accounting & Finance Communication Advertising & Designmanagament Communication Management Horticulture Information Technology International Accounting & Financieel Management International Business & Management Studies International Leisure Management International Music Management Small Business & Retail Management Tourism Management 27

7. Contractactiviteiten Holding INHOLLAND vindt dat commerciële activiteiten en de daarmee verbonden geldstromen gescheiden moeten zijn van het reguliere onderwijs. Tegelijk met de totstandkoming van Hogeschool INHOLLAND is daarom Holding INHOLLAND B.V. opgericht, waarbinnen alle commerciële activiteiten zijn ondergebracht. De Holding bestaat uit de onderdelen Contractgroep INHOLLAND, INHOLLAND Select Studies, en Zakelijke Dienstverlening. Contractgroep De Contractgroep verzorgt (post)-hbo-opleidingen voor diverse partijen in de markt, soms in de vorm van open aanbodcursussen waarop individuen zich kunnen inschrijven, soms als maatwerktrajecten voor organisaties. Voor de ontwikkeling en uitvoering van de activiteiten wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van docenten en kennis van de Hogeschool. Onderwijskundig gezien vallen de opleidingen dan ook onder haar verantwoordelijkheid. In het afgelopen collegejaar zijn binnen de Contractgroep verschillende nieuwe opleidingen ontwikkeld. Voor INHOLLAND zijn de activiteiten van de Contractgroep van groot strategisch belang. Op de eerste plaats omdat ze invulling geven aan het onderwijskundige concept Een leven lang leren, en daarnaast omdat op deze manier vanuit de markt voortdurend nieuwe kennis en ontwikkelingen de Schools binnenstromen. Zakelijke Dienstverlening Het Holding-onderdeel Zakelijke Dienstverlening verzorgt niet-onderwijsgebonden activiteiten ten behoeve van de Hogeschool, zoals verzekeringen (All Riskshop), communicatie en ICT. Daarnaast bemiddelt zij onder de namen IFC Personeelsdiensten en Talent Academy bij het vinden van tijdelijke banen en stageplaatsen voor studenten en high potentials, zodat deze ervaring kunnen opdoen en zich breed kunnen oriënteren op hun verdere carrière. IFC Personeelsdiensten is het afgelopen jaar een samenwerkingsverband aangegaan met Servicejobs en wil hiermee binnen drie jaar een uitgebreid netwerk realiseren. De Talent Academy verwacht net als in 2003 een verdere groei van opdrachten en omzet. Het onder de vlag van Zakelijke Dienstverlening opererende The Research Company, tenslotte, verricht onderzoek voor diverse klanten binnen en buiten INHOLLAND. Lagere overheden zijn hier de voornaamste doelgroep, maar The Research Company zal zich ook meer gaan richten op de kenniskringen van INHOLLAND. Buiten Nederland is de Contractgroep vooral actief in Centraal en Oost-Europa en in Zuidoost-Azië. Vooral binnen de Russische Federatie heeft de Contractgroep zich een goede positie verworven, waardoor zij in september 2003 zelfs werd uitgenodigd deel uit te maken van een regeringsdelegatie naar dat land onder leiding van minister Van der Hoeven. In China heeft het accent tot nu toe gelegen op de overigens zeer succesvolle werving van studenten, maar de eerste stappen richting commerciële onderwijssamenwerking en dienstverlening aan bedrijven zijn reeds gezet. INHOLLAND Select Studies INHOLLAND Select Studies verzorgt kleinschalige, maar intensieve hbo-opleidingen voor studenten die gesteund door een personal coach het beste uit zichzelf willen halen. In het studiejaar 2002-2003 startten onder andere de nieuwe opleidingen Sportmanagement, Journalistiek en Het Mediahuis. 28

29

30

Deel C 8. Kwaliteits- en kostenbeheersing 8.1 Kwaliteitsbeheersing STO Studenttevredenheid is voor INHOLLAND een topprioriteit. In dat kader worden door Onderwijs, Kwaliteit, Research & Development (OKR) al enige jaren de Keuzegids en de jaarlijkse enquête van Elsevier geanalyseerd. Om een nog beter beeld te krijgen hebben OKR en Marketing & Communicatie (M&C) in het afgelopen collegejaar de eerste voorbereidingen getroffen voor een grootscheeps digitaal onderzoek, gericht op alle studenten en de gehele Hogeschool. Dit onderzoek zal plaatsvinden in februari 2004. Visitatie en zelfevaluatie Ter voorbereiding op visitaties en accreditaties vinden binnen de Schools en Diensten veel zelfevaluaties plaats, evenals een aantal andere op kwaliteit gerichte onderzoeken als interne audits, werkveldonderzoeken, klanttevreden heidsonderzoeken, onderwijsevaluaties en exitanalyses. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat op dit gebied alle Schools die een bepaalde opleiding aanbieden met elkaar gaan samenwerken. De resultaten van de visitaties in het collegejaar 2002-2003 zijn over het algemeen goed. Zo werd de opleiding Leraar Basisonderwijs van de School of Education, Rotterdam beoordeeld als opleiding die behoort tot de top 3 in Nederland. Toch worden soms ook kritische kanttekeningen geplaatst en verbetervoorstellen gedaan. Het past bij het ambitieuze karakter van INHOLLAND dat deze onmiddellijk worden aangegrepen om de kwaliteit van het onderwijs verder te verhogen. Om dit proces goed te laten verlopen is inmiddels een procedure vastgelegd. PCM Competentiegericht onderwijs stelt niet alleen hoge eisen aan de student, maar ook aan de medewerkers van de Hogeschool. De student zal zich immers alleen maximaal kunnen ontplooien als hij ook goed wordt begeleid en ondersteund. Daarvoor zijn op alle vlakken deskundige medewerkers nodig, die dus op hun beurt ook de gelegenheid moeten krijgen om hun talenten te benutten. INHOLLAND is daarom in het collegejaar 2002-2003 een pilot performance- en competentiemanagement gestart. Hierbij worden de talenten en ambities van de individuele medewerkers nadrukkelijk verbonden met de doelen van de Hogeschool. Persoonlijke ontwikkelingsdoelen van de medewerkers worden daarvoor vastgelegd in een individueel performance- en ontwikkelingsplan, dat weer onderdeel is van een cyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken. Na evaluatie van de pilot en eventuele bijstelling zal performance- en competentiemanagement vanaf november 2003 overal binnen INHOLLAND worden ingevoerd. Vanaf het collegejaar 2004-2005 zal het een regulier onderdeel vormen van het personeelsbeleid. EFQM In het najaar van 2002 is het project Kwaliteitszorg INHOLLAND gestart. Doel van dit project is om binnen INHOLLAND vanaf september 2004 één samenhangend systeem voor kwaliteitszorg te laten functioneren. Kwaliteitszorg INHOLLAND is gebaseerd op zowel het EFQM-model als op het accreditatiekader van de NVAO en omvat drie componenten: een gedragscomponent, een 31

Overzicht visitaties Opleiding Leraar Basisonderwijs (School of Education Rotterdam) Facility Management (School of Economics Diemen) Management, Economie en Recht (School of Economics Rotterdam) Bedrijfswiskunde (School of Economics Diemen) Management, Economie en Recht (School of Economics Diemen) Management, Economie en Recht (School of Economics Haarlem) Sociaal Dienstverlener MBO variant (School of Social Work Haarlem) Sociaal Pedagogisch Werk MBO variant (School of Social Work Haarlem) Kerncijfers Realisatie Begroot Totale vermogen 192 milj. 198 milj. Totale omzet 238 milj. 225 milj. Totale bekostiging in % van de omzet 68,5 % 68,8 % Solvabiliteit per 31 augustus 2003 23,6 % 27,1 % Totale investeringen in boekjaar 30 milj. 44 milj. Totaal aantal studenten 2002/2003 39.246 39.442 Gemiddelde totale personeelslast intern per fte 63.000 57.500 Totale ratio intern personeel/studenten 1 : 17,9 1 : 15,9 Samenhang planningsdocumenten Tijdsbalk 4 Instellingsplan 2 Businessplannen Meerjaren doelstellingen Kaderbrief Managementcontracten 1 INHOLLAND begroting 32

managementcomponent, en een technische component. In het eerste jaar, dat werd afgerond in september 2003, lag het accent op de gedragscomponent. Kwaliteitszorg vraagt immers op de eerste plaats om kwaliteitsbewuste medewerkers en vanuit de Hogeschool is dan ook extra geld ter beschikking gesteld voor verbeteringstrajecten en trainingen op dit gebied. In het tweede jaar, van september 2003 tot september 2004, zal de meeste aandacht uitgaan naar het vaststellen en expliciteren van de achterliggende visie en uitgangspunten, en daarmee samenhangend de ontwikkeling van procedures en instrumenten. Uiteindelijk wordt dit opgenomen in een digitaal Handboek Kwaliteitszorg dat voor alle betrokkenen toegankelijk is. Het is de bedoeling dat deze website medio 2004 operationeel is. 8.2 Kostenbeheersing 8.2.1 Financieel Het collegejaar 2002-2003 is de eerste volledige verantwoordingsperiode van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland, opererend onder de naam Hogeschool INHOLLAND. In dit verslagjaar bedroeg de totale omzet 238 miljoen, 13 miljoen meer dan begroot. Deze hogere omzet werd bereikt door een eenmalige extra bekostiging in december 2002 ( 5,6 miljoen) en een stijging van de baten werk in opdracht van derden ( 5 miljoen). Deze stijging was te danken aan een toename van het aantal contractactiviteiten. Door deze extra omzet is de verhouding van de bekostiging in procenten van de omzet ook verbeterd. De financiering van de investeringen is geheel gerealiseerd uit de aanwezige liquide middelen en effecten ( 52 miljoen) en uit de gerealiseerde operationele cashflow ( 10 miljoen). Hierdoor is de verhouding tussen liquide middelen en vreemd vermogen verbeterd. De belangrijkste kerncijfers over het afgelopen collegejaar zijn weergegeven in de tabel op de linker pagina. Ter vergelijking zijn ook de cijfers opgenomen uit de begroting 2002-2003. De begroting 2002-2003 is opgesteld in juni 2002. Tijdens het collegejaar 2002-2003 is echter in een aantal gevallen het beoogde tijdstip van investeringen in gebouwen en overige activa bijgesteld. Nieuwbouwplannen zijn soms gewijzigd, in andere gevallen vertraagd. Hierdoor was het niet noodzakelijk vreemd vermogen aan te trekken, waardoor het totale vermogen uiteindelijk lager is dan begroot. Door de operationele verliezen ( 4,6 miljoen over 2001-2002, 3,7 miljoen over 2002-2003) is de solvabiliteit 3,4 punten lager dan begroot. Maar dankzij het buitengewone resultaat van 6,8 miljoen blijft deze met 23,8% toch ruim boven de norm van 20%. 8.2.2 Beheersing INHOLLAND heeft een intern beheersingssysteem om inzicht te krijgen in: - de effectiviteit en efficiency van de onderwijs- en ondersteunende processen; - de betrouwbaarheid van de (financiële) informatieverzorging; - de naleving van relevante wet- en regelgeving. Effectiviteit en efficiency Het CvB heeft een besturingsconcept vastgelegd waarbij naast het CvB één managementlaag verantwoordelijk is voor de verschillende organisatorische eenheden, zijnde de Schools, de Diensten en de Holding (zie organogram, bijlage 1.1). In de verslagperiode heeft het CvB een planning- en controlcyclus ontwikkeld. Binnen deze cyclus spelen strategische beleidsdocumenten zoals het instellingsplan en andere tactische documenten een sturende rol voor de te ontwikkelen businessplannen en managementcontracten van Schools en Diensten. De budgettaire kaders worden beschreven in de kaderbrief. Het managementcontract is een contract tussen de directeur van een School of Dienst waarin hij vastlegt op welke wijze hij de doelen van het instellingsplan in zijn School of Dienst realiseert. Het gaat hierbij om doelen op het gebied van financiën, personeel en kwaliteit. In dit managementcontract is tevens een paragraaf opgenomen waarin de directeur aangeeft zich in doen en laten ten volle bewust te zijn van de ethische verantwoordelijkheid die voor de functie geldt en te handelen volgens de normen en waarden die geldig zijn in het publieke domein. De verschillende gedetailleerde begrotingen van de managementcontracten resulteren uiteindelijk in een hogeschoolbegroting. Deze en andere strategische documenten worden goedgekeurd door de Raad van Toezicht. De rapportage van de eerste managementlaag aan het CvB is gerealiseerd via triaalrapportages. Het CvB krijgt tevens een beeld van de effectiviteit van de processen via het interne kwaliteitssysteem EFQM. Het CvB heeft in 2002-2003 in verschillende documenten verslag uitgebracht aan de Raad van Toezicht. In het figuur links onderaan wordt de samenhang in de planningsdocumenten weergegeven. 33

Betrouwbaarheid van de (financiële) informatieverzorging In 2002-2003 is voor geheel INHOLLAND één ICT platform gecreëerd, waardoor de verschillende communicatie- en informatiesystemen op elkaar kunnen worden afgestemd. Voor verschillende functionele informatiesystemen zijn inmiddels ontwikkelingsprojecten gestart. Het managementinformatiesysteem (MIS), dat de planningen controlcylus ondersteunt, is uitgebouwd en aangepast en werkt met een meerdimensionale database waarvan de brongegevens voortkomen uit de eerder genoemde informatiesystemen. Met een user interface kunnen de ontwikkelingen en resultaten worden gevolgd en bewaakt. Naleving van relevante wet- en regelgeving In het kader van het Rekenschapdossier heeft INHOLLAND een zelfonderzoek gedaan. INHOLLAND heeft de interne processen zo ingericht dat naleving van de regelgeving is gewaarborgd. Organisatorisch ligt de uitvoering van het interne managementcontrolesysteem bij de Diensten Control, Onderwijs, Kwaliteit en Research en bij HRM. Vanuit de Raad van Toezicht is er een audit commissie geïnstalleerd. Op deze manier streeft het CvB ernaar op alle niveaus invulling te geven aan de gedachte van Corporate Governance. 8.3 Bedrijfsprocessen Naast de onderwijskundige activiteiten vindt er binnen INHOLLAND een aantal andere processen plaats die deze activiteiten ondersteunen. Deze bedrijfsprocessen zijn uiteraard zodanig ingericht dat ze de doelstellingen van de Hogeschool, zoals die onder andere staan verwoord in de missie, dichterbij brengen. Huisvesting Doelstellingen als openheid, toegankelijkheid en transparantie moeten rechtstreeks zijn terug te vinden in de gebouwen van INHOLLAND. Die gebouwen moeten daarom gemakkelijk bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, gelegen zijn op een prettige locatie en daarnaast dezelfde dynamiek en moderniteit uitstralen als INHOLLAND zelf. Belangrijk is ook dat de onderwijskundige vernieuwingen door de huisvesting worden ondersteund. De gebouwen moeten dan ook beschikken over veel en flexibele ruimtes, zodat zowel klassikaal als op projectbasis kan worden gewerkt. In het collegejaar 2002-2003 is door Vastgoed hard gewerkt aan de aanpassing van bestaande gebouwen aan de doelstellingen van INHOLLAND. Zo zijn door verhuizingen op verschillende plaatsen unilocaties gerealiseerd, wordt op andere plaatsen nieuwbouw (Haarlem) of aanbouw (Rotterdam) gepland, en wordt op weer andere plaatsen gewerkt aan een betere bereikbaarheid van het openbaar vervoer. ICT Voor INHOLLAND is ICT een essentieel onderdeel van het onderwijsconcept. ICT maakt het voor studenten niet alleen mogelijk om plaats- en tijdonafhankelijk te leren en om contacten te leggen en te onderhouden met buitenlandse studenten en instellingen, goede ICT-faciliteiten op de opleiding zijn ook een goede voorbereiding op hun latere werksituatie. Bij de fusie van de vier oorspronkelijke hogescholen tot INHOLLAND bleek echter dat de ICT-infrastructuur op alle hogescholen anders was ingericht. Migratie via natuurlijke weg tot één hogeschoolbreed platform was onmogelijk zodat er een nieuw concept moest worden ontwikkeld. De eerste stap hiervoor was het Masterplan ICT dat in november 2002 verscheen. Een van de belangrijkste doelstellingen van dit plan is het creëren van één gemeenschappelijke ICT-infrastructuur met een maximale standaardisatie op alle onderdelen. Een dergelijke geïntegreerde structuur is immers een absolute voorwaarde voor het behalen van schaalvoordeel. In februari 2003 werd door CvB goedkeuring verleend aan plan en begroting en kon een speciaal in het leven geroepen projectorganisatie beginnen aan de uitwerking en implementatie. Sinds 1 september 2003 is de nieuwe infrastructuur operationeel en kunnen studenten en medewerkers niet alleen op elke locatie van INHOLLAND, maar ook thuis, inloggen op het netwerk. Daarmee hebben ze toegang tot de eigen mailbox, bestanden en applicaties. Medewerkers kunnen bovendien via Weblogin ook nog gebruik maken van een complete werkplek van INHOLLAND. Hiermee is ongeveer 75% van het Masterplan gerealiseerd. Realisatie van de overige 25% zal plaatsvinden in 2004. De Servicedesk, die eerst was ondergebracht bij ICT, is inmiddels overgedragen aan Facilitaire Zaken. Facilitaire Zaken Voor Facilitaire Zaken heeft het collegejaar 2002-2003 in het teken gestaan van het verder inrichten en vernieuwen van de organisatie. De aanbodorganisatie van weleer heeft plaatsgemaakt voor een vraaggerichte organisatie die zich helemaal richt op het tevreden stellen van de klant. Middelpunt is de facilitaire servicedesk waar de klant (studenten en medewerkers, gasten, CvB, huurders, 34

en directeuren ondersteunende diensten) terecht kan met al zijn vragen over vastgoed, ICT, inkoop en audiovisuele ondersteuning & uitleen. Het niveau van de dienstverlening is op alle locaties zakelijk en professioneel, wat onder andere mogelijk wordt gemaakt door het nieuwe facilitair management informatiesysteem dat het afgelopen jaar in gebruik is genomen. Van de verzoeken kan 70% daardoor onmiddellijk worden beantwoord, voor de overige worden duidelijke afspraken gemaakt, onder andere voor de doorlooptijd. Overzicht personeel en fte Facilitaire Zaken voorziet in werkplekvoorzieningen, gebouwvoorzieningen en services. Voor al deze diensten staan de kernwaarden van INHOLLAND, open en sociaal, centraal. Werkplekken voldoen aan arbo-normen, meubilair is ergonomisch verantwoord, de gebouwen zijn fris en goed onderhouden, ondersteunende diensten efficiënt en van een hoog niveau. De komende jaren zal de dienstverlening verder worden geprofessionaliseerd. Enerzijds vindt standaardisering plaats, anderzijds zal de dienstverlening persoonlijker worden en nog meer gericht op de individuele klant. Om dit proces te ondersteunen zal bench marking plaatsvinden. In eerste instantie gebeurt dit binnen de eigen organisatie, waarbij best practices zullen worden aangewend om andere locaties te verbeteren, in tweede instantie zal bench marking plaatsvinden met facilitaire organisaties in de markt, waarbij kan worden gedacht aan banken, ziekenhuizen en andere onderwijsinstellingen. Marketing & Communicatie Een nieuwe merknaam als INHOLLAND verwerft zich niet vanzelf een prominente plaats bij studenten en het beroepenveld, maar moet zorgvuldig worden gepositioneerd en onder de aandacht worden gebracht. Daarbij hoort een goede keuze van middelen, om zo een maximaal effect te bereiken tegen zo laag mogelijke kosten. Sponsoring is een van de communicatiemiddelen die zijn gebruikt om de naam INHOLLAND te vestigen en inhoud te geven. Sponsoring heeft als voordeel dat het niet alleen zorgt voor meer naamsbekendheid, maar ook dat het inhoud geeft aan meer algemene beleidsdoelen als regionale verankering en maatschappelijke betrokkenheid. In het collegejaar 2002-2003 heeft INHOLLAND minder dan 3% van de totale inkomsten besteed aan werving en PR, wat vergelijkbaar is met de uitgaven hiervoor bij andere hogescholen. Overigens moet worden aangetekend dat hierin inbegrepen zijn de kosten van de introductiecampagne voor de nieuwe naam INHOLLAND. vrouwen mannen 35

Human Resource Management Human Resource Management ondersteunt en begeleidt ambitieuze medewerkers in een ambitieuze organisatie. Naast de al eerder genoemde pilot performance- en competentiemanagement is in 2003 een management development programma ontwikkeld voor de eerste en tweede lijn. In dit programma worden bedrijfsprocessen en -structuren uitgewerkt waarmee een leer- en werkomgeving kan worden gerealiseerd conform de missie en kernwaarden van de Hogeschool. De eerste groepen zullen eind 2003 van start gaan. Aard van dienstverband 767 24% Per januari 2004 76% 2350 3117 Het aantal vrouwen werkzaam voor INHOLLAND is licht toegenomen naar ongeveer 50% van het aantal medewerkers. Op basis van de fte-verdeling is er ook een lichte toename naar ruim 46%. Het aantal vrouwen ingeschaald in schaal 13 en hoger is ongeveer gelijk gebleven. Contract voor bepaalde tijd Contract onbepaalde tijd en met uitzicht op vast INHOLLAND streeft naar een evenwichtige formatie, waarvoor een aantal ombuigingen nodig is. Vanaf najaar 2002 geldt een vacaturestop en is de interne matching van vraag en aanbod geïntensiveerd. Desondanks werd in juni 2003 geconstateerd dat op zeven Schools de ombuiging niet voldoende werd gerealiseerd. Met de vakorganisaties werd daarom een reorganisatieplan overeengekomen waarin de formatie met 128 fte zal worden gereduceerd. Gedwongen ontslagen zijn daarbij niet beoogd. De totale formatie van INHOLLAND is aanmerkelijk flexibeler geworden. Dit is het gevolg van het gevoerde beleid enerzijds de uitstroom van medewerkers met een contract voor onbepaalde tijd te stimuleren, oa. door de mogelijkheid tot pre-fpu. Anderzijds de instroom van nieuwe medewerkers te reguleren door middel van contracten voor bepaalde tijd. Verder is in 2003 veel tijd en energie gestoken in de conversie van de vier bestaande personeelsinformatiesystemen naar één nieuw systeem voor de hele Hogeschool. Dit systeem, PeopleSoft HRMS, zal per 1 januari 2004 operationeel zijn en vervolgens verder worden uitgebreid. In december 2002 werd afgesproken de extra LKDgelden (Leeftijdsbewust personeelsbeleid, Kinderopvang, Doelgroepenbeleid) te besteden aan het bevorderen van de mobiliteit binnen INHOLLAND en aan ouderschapsverlof. In april 2003 werd de Hoor- en Adviescommisie Personeel geïnstalleerd. Met de HMR werd overeenstemming bereikt over declaraties, vaste onkostenvergoedingen en het vervoersplan. 36

9. Medezeggenschap en governance 9.1 Verslag Raad van Toezicht De Raad van Toezicht van Hogeschool INHOLLAND bestaat uit acht personen. Voorzitter is de heer H.H. Meijer, die 1 april 2003 de heer J. Ruiter is opgevolgd. Deze is uit de Raad getreden en daarin opgevolgd door de heer H.T. van der Kolk. De Raad heeft verder het ontslag uit het College van Bestuur aanvaard van de heer G.M. van Wijk. De Raad van Toezicht is in het collegejaar 2002-2003 vijf maal regulier bijeen geweest. Eenmaal daarvan was in een besloten vergadering om het eigen functioneren, inclusief governance regels, te bespreken. Hiervoor zijn bij die gelegenheid afspraken vastgelegd. Verder heeft in het kader van het op te stellen instellingsplan en de nieuwe organisatiestructuur een themabijeenkomst plaatsgehad over strategie, missie en trends. De nieuwe organisatiestructuur van het onderwijs heeft per 1 januari 2003 zijn beslag gekregen. De Raad van Toezicht heeft samen met het College van Bestuur en de Hogeschoolmedezeggens chapsraad de fusie, het imago en de snelheid van het veranderingsproces besproken. In het afgelopen collegejaar heeft de Raad van Toezicht zich bezig gehouden met onderwerpen als strategie, concurrentiepositie, de regionale verankering, de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsconcept. Verder zijn de ontwikkelingen rond het onderzoek Rekenschap nauwlettend gevolgd en heeft de Raad toezicht gehouden op het financiële beleid en de ontwikkelingen op het gebied van personeel. De Raad heeft zijn goedkeuring gegeven aan de jaarrekening 2001-2002, aan het jaarverslag over 2002, aan het Instellingsplan 2003-2006, aan het Bestuursreglement, aan een profiel voor een derde lid van het College van Bestuur, en aan de aanvragen voor nieuwe opleidingen en de begroting voor het collegejaar 2003-2004. Voorts heeft de Raad zich in een aantal sessies beijverd om corporate governance zodanig vorm te geven dat deze past bij de nieuwe instelling en de maatschappelijke ontwikkelingen. In het kader hiervan is in het voorjaar besloten om een audit committee in te stellen binnen de Raad. Veel aandacht is dit collegejaar uitgegaan naar potentiële en reeds bestaande samenwerkingsverbanden, zoals met Universiteit Nyenrode, Vrije Universiteit, TU Delft, Erasmus Universiteit en Hogeschool van Rotterdam. Tevens vond in het kader van de lerarenopleidingen, de EFA, een herbezinning plaats op de samenwerking met Hogeschool van Amsterdam. De Raad van Toezicht spreekt zijn respect en dank uit voor het College van Bestuur en alle medewerkers van de Hogeschool vanwege het tempo waarin de vele veranderingen zijn doorgevoerd en de grote inzet die is betoond om de nieuwe instelling tot een succes te maken. Dank en waardering gaan ook uit naar de heer J. Ruiter die als eerste voorzitter van de Raad van Toezicht zeer betrokken is geweest bij de totstandkoming van INHOLLAND. 9.2 Rekenschap In het collegejaar 2002-2003 vonden onderzoeken plaats die in het verlengde lagen van het zogenaamde Zelfreinigend Onderzoek en waaruit in het najaar van 2003 het onderzoek van de Commissie Schutte volgde. De uitkomsten van het Zelfreinigend Onderzoek heeft de Hogeschool vertaald in acties in de vorm van beëindiging van activiteiten die door de voormalige hogescholen die INHOLLAND vormen, waren opgestart, maar op basis van de nieuwe inzichten niet konden worden gecontinueerd. Het College van Bestuur heeft het Ministerie van OCW daarnaast verzocht om die studenten die in het kader van het O&O traject door de voormalige Hogeschool Alkmaar voor bekostiging in aanmerking waren gebracht, daaruit terug te trekken en eventueel ten onrechte ontvangen bekostiging te verrekenen. 9.3 HMR In de periode van september 2002 tot en met augustus 2003 zijn het College van Bestuur en de Hogeschoolmedezeggenschapsraad (HMR) maandelijks in vergadering bijeengekomen. In juni 2003 heeft het jaarlijkse overleg plaatsgevonden tussen HMR en de Raad van Toezicht. In het voorjaar zijn onder auspiciën van de HMR algemene verkiezingen gehouden voor de medezeggenschapsraden van de verschillende Schools, zoals die per 1 januari 2003 zijn ontstaan. De HMR heeft inmiddels ingestemd met de faciliteitenregeling voor deze raden. Het Dagelijks Bestuur van de HMR voert regelmatig overleg met de voorzitters van deze medezeggenschapsraden. De HMR heeft in het afgelopen collegejaar haar instemming betuigd met de samenwerkingsovereenkomsten met de Hogeschool voor Muziek en Dans in Rotterdam, met de Hogeschool Rotterdam, en met de Erasmus Universiteit. Ook werd goedkeuring verleend aan het Instellingsplan 2003-2006, aan het onderwijsconcept Backbone, aan de Kaderbrief en de begroting 2003-2004, en aan het Onderwijs- en Examenreglement (OER). De herpositionering van de SOSA-opleidingen werd onder voorbehoud goedgekeurd. 37

38

Deel D 10. Summary of the Annual Report 10.1 Mission INHOLLAND is a young but ambitious institute for higher education with sites in the area in and around Alkmaar, Amsterdam, Delft, The Hague, Haarlem and Rotterdam. Created from the merger of four universities of professional education, INHOLLAND is quickly developing its own distinctive identity. Just as the Randstad in which it is rooted, INHOLLAND offers students a dynamic, internationally oriented environment, and is striving to achieve a leading role within the Netherlands. In the years ahead, INHOLLAND s object is to develop into a top-class brand in the field of education, generally regarded as one of the best institutes at which to prepare for a role in society and a place where people will enjoy working. INHOLLAND s aspirations are guided by its four core values: open, social, progressive and ambitious. For INHOLLAND, the term open reflects its aspiration to be an inspirational learning and work environment, accessible for everyone. At INHOLLAND, the term social stands for social involvement and responsibility. What makes INHOLLAND progressive are, for instance, its ongoing innovation of the tuition provided and its conclusion of alliances and partnerships with business and other institutions. At INHOLLAND, the term ambitious means that everything within the organisation is geared towards the achievement of a situation in which students and staff are able to do the very best justice to their talents and ability. Based on its four core values, INHOLLAND is creating an energetic, flexible and innovative educational institution that meets the needs of both students and the professional field. During this process, the identity emerging is becoming steadily stronger, and is reflected in the following mission statement: INHOLLAND is close to the student, market and society, providing a targeted response to demand for borderless higher education and applied knowledge. 10.2 Strategy Starting Points INHOLLAND is guided by the needs of its students. The tuition provided to students is based on competency requirements determined by the labour market, enabling students to develop their talents optimally and, as such, achieve a good position in the market. At INHOLLAND, the tuition provided is explicitly geared towards preparing students to function in a dynamic, internationally oriented environment. Each student must be given the opportunity to progress efficiently to a Master s programme at higher professional education or university level, during the course of which students are given the opportunity to further develop their talents. INHOLLAND offers a wide, but overseeable and flexible range of programmes, with a variety of course options. Its programmes do not focus on the achievement of knowledge, 39

but the attainment of competencies. As part of this approach, lecturers function more as student supervisors and coaches than lecturers in the traditional sense of the word. Of course, an innovative pedagogical model also calls for modern learning resources. As such, electronic learning environments play a big role within INHOLLAND, as a pivotal hub in its pursuit of remote learning and as a new, modern form of learning. This approach to learning also increases the institute s international dimension, facilitating increased and more intensive contact with foreign students and institutes. In order to maintain contacts with the market, INHOLLAND enters into strategic alliances, not only with regional training centres and universities, but also with businesses and institutes. These organisations are also often involved in applied research, conducted in order to further develop and improve the tuition provided by INHOLLAND, for instance. Contract tuition contributes to the reinforcement of INHOLLAND s relationship with the market. Most of INHOLLAND s students come to it from secondary schools. Although INHOLLAND certainly wishes to retain these students, it is also seeking to improve the level of intake from institutions providing senior secondary vocational education (MBO). The vmbo-mho-hbo (pre-vocational secondary educationsenior secondary vocational education-higher professional education) sector is of key significance to INHOLLAND and it attaches great importance to the provision of educational opportunities to new target groups (widening participation). This also includes the provision of a broader range of programmes for adults. As such, INHOLLAND is giving explicit substance to the social responsibilities arising for it as a university of professional education. 10.3 Objectives In the years ahead, INHOLLAND wishes to gain recognition as an inspirational learning and work environment for students and staff, but also clearly aims to become one of the Netherlands best universities of professional education. Internal audits, (inter)national accreditations and benchmarking are all designed to ease the school into this position. However, it will only be possible to realise this ambition if a whole series of conditions are met. In a general sense, these The acquisition of knowledge is not a goal in itself, but a tool facilitating the development of competencies 40

concern such matters as quality and funding, collaboration and growth, but also, in particular, organisation of the tuition provided. INHOLLAND has formulated three focus points designed to help it further develop and organise the tuition provided by it: a rapidly changing work environment. Competencies, on the other hand, enable students and graduates to respond flexibly and creatively to new developments. Therefore, as part of INHOLLAND s philosophy, the acquisition of knowledge is not a goal in itself, but a tool facilitating the development of competencies. 1. the development and implementation of a pedagogical model geared towards the individual student and the market; 2. knowledge creation; 3. borderless education. In academic year 2002-2003, the first steps were taken towards the substantiation of the focus points indicated above. These are to have been implemented in full by 2006. The three focus points are described in outline-below. Focus Point 1 A Pedagogical Model Close to the Student and the Professional Field Blended learning, combining face-to-face instruction and e-learning, is another spearhead of the new pedagogical model. Blended learning not only meets the demand from students for remote learning, it also demonstrates just how important INHOLLAND feels it is for students to familiarise themselves with ICT in learning and work environments. Focus Point 2 Knowledge Creation INHOLLAND regards its in-house development of tuition and knowledge as essential for the strong brand that the institute wishes to become. In this light, the development of expertise centres commenced in 2003. The increased individualisation apparent elsewhere has also made its mark on education. Students are increasingly looking for variation in their study and the opportunity for their studies to reflect their personal interests and ability. Students preference for remote learning is also growing. Added to the above situation is the market, in the form of business, (local) authorities and institutes, which is demanding an overseeable range of programmes, catering for its specific needs. INHOLLAND s pedagogical model was developed against the background indicated above, with its mission statement in mind. This model is based on the Bachelor-Master structure, in which broad Bachelor s programmes link up seamlessly with more specialised Master s programmes. In order to provide its students with maximum freedom of choice, INHOLLAND has also chosen to adopt the major/minor structure. By following a major, students are able to develop a number of important basic competencies. By following minors, these competencies can be developed further or broadened. Another element important to the pedagogical model is INHOLLAND s clear choice for competencies instead of knowledge alone. INHOLLAND feels that knowledge on its own quickly becomes outdated and provides students with insufficient tools to be able to (continue to) function in In knowledge centres, which are made up of students, lecturers and external experts, research is conducted into current social knowledge domains. The results and other findings obtained from the research conducted are used for the ongoing innovation of Bachelor s programmes, and also to develop INHOLLAND s own Master s programmes. Knowledge centres are clearly multidisciplinary in character and, as such, transcend traditional categorisation into disciplines and programmes. They often have ground in common with the areas of expertise encompassed by several disciplines. Knowledge centres are led by associate professors, who possess not only considerable knowledge and experience in their field, but, quite significantly, a comprehensive network in the market. In academic year 2002-2003, associate professors were appointed and business plans produced. Focus Point 3 Borderless Education Graduates will increasingly find themselves in a work environment with international dimensions. In order to ensure that students are prepared thoroughly for this, they must be confronted with other cultures and work environments during the course of their studies, not afterwards. Therefore, INHOLLAND has explicitly opted for internationalisation and 41

offers students various ways of benefiting from this. Work placements abroad, international case studies and exchange programmes and partnerships with foreign universities and universities of higher professional education all contribute to the international character of the tuition provided. So, it is no surprise that the Dutch curriculum is increasingly being supplemented by education provided in the English language. The INHOLLAND Institute of Advanced Studies and Applied Research (ASAR) will be set up to further develop policy on internationalisation. Decentralised desks support activities within the various programmes and provide students with information and advice. 10.4 Results Much of financial year 2002-2003 was devoted to developing INHOLLAND s organisational structure. This is divided up into a number of Departments (operational since 1 September 2002) and Schools (operational since 1 January 2003), replacing the former units. In addition to the above, the year under review was also used to outline INHOLLAND s long-term strategy. INHOLLAND has summarised its ambitions in three focus points as in chapter 10.3 Objectives named. In the year under review, the first steps were taken towards the substantiation of these focus points. Growth With the merger of the four original universities of professional education INHOLLAND instantly became the Netherlands biggest university of professional education, with a market share of 11,9 % (1-10-2002). Tuition In accordance with the Bologna Declaration, tuition is provided through the Bachelor-Master structure, which INHOLLAND elaborates on through the major-minor structure. This model guarantees students maximum freedom of choice and the opportunity to achieve optimal alignment between the course programme and their own interests and ability. Internationalisation During the year under review, major priority was given to the internationalisation of the tuition provided. This manifested itself in the formulation of plans and the creation of the INHOLLAND Institute of Advanced Studies and Applied Research (ASAR). One of ASAR s objectives is to provide an important boost for internationalisation at INHOLLAND. Quality In order to monitor and improve the quality of tuition provided, preparations were made for an INHOLLANDwide student satisfaction survey (STO) based on the STO conducted at the Rotterdam, The Hague and Delft sites in the year under review. In the year under review, a number of reviews took place Although the results of the reviews were generally good (Teacher Training (Primary Education), School of Education Rotterdam), they were, nevertheless, seized as an opportunity to effect further quality improvements. Financial results The total turnover achieved by INHOLLAND for 2002-2003 was 238 million. This was 13 million more than anticipated. However, the results on ordinary activities were lower than anticipated, which was chiefly due to the higher level of staff costs incurred. In the current academic year policy was developed to resolve the surplus staffing situation evident at some sites. 10.5 The Future In particular, academic year 2002-2003 was a year in which various major changes were introduced within INHOLLAND. The new organisational structure was established step by step and the shift towards an innovative pedagogical model was started. Besides this, great efforts were made to profile INHOLLAND as a provider of high-quality education, geared towards both students and the professional field. Existing relationships with educational institutions and the professional field, both at home and abroad, were carefully maintained and new partnerships were initiated. These developments will continue in the years ahead. In order to ensure that the range of programmes offered by INHOLLAND will continue to reflect the requirements expressed by students and the labour market, INHOLLAND has decided to develop knowledge internally. To this end, 19 knowledge centres were created in academic year 2002-2003, for which 15 associate professors have now been appointed. In coming years, the tuition provided by INHOLLAND will increasingly be organised in line with the Bachelor-Master structure, with considerable attention for the development of the major/minor programme and INHOLLAND s own Master s programmes. In order to ensure that existing programmes continue to meet demands from the market, the professional field will regularly be called in to help update the institute s 42

programmes. Applied research conducted within knowledge centres will increasingly be embedded in normal tuition and also be used for innovation and the updating of programmes. In order to strengthen the international character of INHOLLAND, more English-language curricula will be developed. There is also a possibility that Spanish-language curricula will be developed. The shift to competency-based tuition will be accompanied by increased attention for the training provided for INHOLLAND s lecturers. The INHOLLAND brand will start to profile itself strongly with students, business target groups and the government, focusing on such aspects as INHOLLAND s regional embedment and international orientation. An important development for internal communication is the merger of various Intranets into one Intranet for INHOLLAND as a whole. This new platform will pay considerable attention to the subject of INHOLLAND s pedagogical model. 43

44

Bijlagen 45

1.1 Organogram Organisatiestructuur per 1 september 2003 Contractactiviteiten Kennisontwikkeling Holding INHOLLAND BV INHOLLAND Institute of Advanced Studies & Applied Research School of Economics, Alkmaar Economie & Communicatie Lectoraten en kenniskringen School of Economics, Haarlem Gezondheidszorg Internationaal Internationalisering School of Economics, Rotterdam Educatie Select Studies Graduate School School of Communication & Media, Rotterdam Sociaal Graduate School School of Law, Den Haag Agro/techniek School of Agriculture & Technology, Delft School of Social Work, Rotterdam School of Education, Haarlem 46

Raad van Toezicht College van Bestuur HMR Onderwijs Ondersteunende Diensten School of Economics A'dam/Diemen Bestuurszaken School of Economics, Den Haag Planning & Control School of Health, A'dam/Diemen Onderwijs, Kwaliteit, Research & Development School of Communication, Media & Art, A'dam/Diemen Human Resource Management School of Technology, Alkmaar ICT School of Education, Haarlem Marketing & Communicatie School of Social Work, Haarlem Financiën Facilitaire Zaken Vastgoed 47

1.2 Overzicht management, RvT en HMR Samenstelling College van Bestuur (per 1 januari 2003) J.M.M. Elbers, voorzitter L.N. Labruyère, vice-voorzitter Drs. G.M. van Wijk, lid (tot 01-04-2003) Drs. M.W. Knoester, secretaris Samenstelling Raad van Toezicht De Raad van Toezicht bestond in het collegejaar 2002-2003 uit de volgende leden: Drs. H.H. Meijer, voorzitter Voorzitter Raad van Bestuur Koninklijke Nedlloyd N.V. en P&O Nedlloyd Container Ltd. Drs. J.W. Baud Directie NPM Capital N.V. Ir. G.A. Beijer Directievoorzitter Boer & Croon Process Managers B.V. E.G. van der Brugge Directeur Brugfunctie Drs. J.H. Gerson, vice-voorzitter Algemeen Directeur Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam J.D. Knight Directeur D.M.&C. Watering Holding B.V. Drs. H.T. van der Kolk (vanaf 01-04-2003) Voorzitter FNV Bondgenoten C. Mooij Gedeputeerde Provinciale Staten van Noord-Holland J. Ruiter (tot 01-04-2003) Overzicht directeuren Schools (per 1 januari 2004) N. Barendregt School of Economics, Rotterdam M. Bilstra School of Communication, Media & Art, Amsterdam / Diemen Mr. H. de Bruin School of Economics, Den Haag L.E. Callender School of Economics, Haarlem Drs. J.J.L. Meeuwenoord School of Communication & Media, Rotterdam Drs. H. de Deugd School of Law, Den Haag Mr. N.J. van Hemert School of Agriculture & Technology, Delft Drs. M. Klaver-Schuyt School of Technology, Alkmaar R.J. Kooren School of Education, Rotterdam H.J.K. Meijering School of Economics, Alkmaar Drs. G.G.M.P. Peeters School of Economics, Diemen Dr. F. Rob School of Social Work, Rotterdam Drs. T.L. Lamers School of Social Work, Den Haag R.J. Kooren (a.i.) School of Education, Haarlem Drs. M.A.M. Urlings School of Health, Amsterdam / Diemen Dr. S. Menendez INHOLLAND Institute of Advanced Studies and Applied Research (ASAR) 48

Overzicht directeuren Ondersteunende Diensten (per 1 januari 2004) A.M. Mur (a.i.) J.A. van der Hulst RA RE J.A. van der Hulst RA RE (a.i.) Drs. M.W. Knoester Drs. H.C.M. G. Kusters A.M. Mur Mr. T.J.T. Raas RB Dr. J. Snippe Drs. J. Vosbergen Drs. M.M.H. Bellemakers Marketing & Communicatie Planning & Control Financiën Bestuurszaken Informatie & Communicatie Technologie Facilitaire Zaken Vastgoed Onderwijs, Kwaliteit, Research & Development Human Resource Management Directeur INHOLLAND Holding B.V. Samenstelling Hogeschool Medezeggenschapsraad (per 1 januari 2004) Personeelsgeleding: N. Landers, voorzitter Haarlem A. van Eck Alkmaar H. Eijgenbrood, lid DB Alkmaar M. Maassen Diemen K. Meijlink Diemen A. van Nie Alkmaar H. van Nimwegen Haarlem C. van Pernis Rotterdam/Delft/Den Haag R. Rouwendal Haarlem H. Siebenga Diemen T. Speekenbrink Rotterdam/Delft/Den Haag H. van Winkel Rotterdam/Delft/Den Haag Studentgeleding: A. Arreman Diemen W. Bras Alkmaar J.P. Daikos Rotterdam/Delft/Den Haag M. Gernaat Haarlem D. Griffioen, lid DB Diemen M. Kruithof Haarlem R. Lambert Alkmaar P. Logger Alkmaar J. van Loon Rotterdam/Delft/Den Haag E. Michgelsen Haarlem M. Uitbeijerse Rotterdam/Delft/Den Haag R. Wijkstra Diemen 49

1.3 Overzicht vestigingen Hogeschool INHOLLAND College van Bestuur (incl. concernorganisatie INHOLLAND) Postbus 95597 2509 CN Den Haag T 070-3123210 F 070-3123211 Hogeschool INHOLLAND Alkmaar Bezoekadres: Bergerweg 200 1817 MN Alkmaar T 072-518.34.56 F 072-518 34 95 Postadres: Postbus 403 1800 AK Alkmaar Hogeschool INHOLLAND Delft Bezoekadres: Kalfjeslaan 2 2623 AA Delft T 015-2519200 F 015-2519300 Postadres: Postbus 3190 2601 DD Delft Hogeschool INHOLLAND Den Haag Bezoekadres: Theresiastraat 8 2593 AN Den Haag T 070-3120100 F 070-3120195 Postadres: Postbus 93043 2509 AA Den Haag Hogeschool INHOLLAND Diemen Bezoekadres: Wildenborch 6 1112 XB Diemen T 020-4951111 F 020-4951969 Postadres: Postbus 261 1110 AG Diemen Bezoekadres Mondhygiëne Louwesweg 1 1066 EA Amsterdam Hogeschool INHOLLAND Haarlem Bezoekadres: Veldzigtlaan 1 2015 CD Haarlem T 023-5412612 F 023-5412699 Postadres: Postbus 558 2003 RN Haarlem Hogeschool INHOLLAND Rotterdam Bezoekadres: Posthumalaan 90 3072 AG Rotterdam Tel: 010-43.99.399 Fax: 010-4399 388 Postadres: Postbus 23145 3001 KC Rotterdam Hogeschool INHOLLAND Dordrecht Bezoekadres: Spirea 3 3317 JP Dordrecht T 078-6175400 F 078-6512732 Postadres: Postbus 23145 3001 KC Rotterdam Hogeschool INHOLLAND Oegstgeest Bezoekadres: Hazenboslaan 101 2343 SZ Oegstgeest T 071-5171321 F 071-5154326 Postadres: Postbus 23145 3001 KC Rotterdam Hogeschool INHOLLAND Zaanstad Cypressehout 99 1507 EK Zaandam T 075-6819000 F 075-6819006 Hogeschool INHOLLAND Haarlemmermeer Steve Bikostraat 75 2131 RZ Hoofddorp T 023-5546800 F 023-5546820 Hogeschool INHOLLAND Amsterdam Orly Plaza 4e etage Orlyplein 157 1043 DV Amsterdam T 020-4109070 F 020-4109080 Contractgroep INHOLLAND Bezoekadres: Theresiastraat 8 2593 AN Den Haag T 070-3120125 F 070-3120195 Postadres: Postbus 93043 2509 AA Den Haag INHOLLAND Graduate School Bezoekadres: Wildenborch 6 1112 XB Diemen T 020-4951111 F 020-4951969 Postadres: Postbus 261 1110 AG Diemen 50

1.4 Overzicht vloeroppervlakte huisvesting school straat huur / eigendom beeindigd m 2 m 2 B.V.O. N.V.O. Alkmaar Bergerweg 1 huur 689 427 Alkmaar Robonsbosweg 3 eigendom 6.135 3.803 Alkmaar Bergerweg 200 eigendom 25.915 16.067 Amsterdam Orlyplein 157 huur 1.125 698 Delft Kalfjeslaan 2 huur 4.200 2.604 Den Haag Albardastraat 25 huur 1 september 2003 640 397 Den Haag Theresiastraat 8 eigendom 7.216 4.474 Diemen Bergwijkdreef 10 lease (aparte CV) ** 14.600 9.052 Diemen Wildenborch 6 eigendom 24.530 15.209 Dordrecht Spirea 3 eigendom 3.122 1.936 Groningen Travertijnstraat 12a huur 1 augustus 2003 1.000 620 Groningen Steenhouwerskade 8 huur 1.410 875 Haarlem Aelbertsbergstraat 45 huur 600 372 Haarlem Bijdorplaan 75 eigendom 6.064 3.760 Haarlem Nassauplein 8 huur 1 augustus 2003 1.922 1.192 Haarlem Oude Zijlvest 27 huur 1 september 2003 1.568 972 Haarlem Santpoorterplein 28 eigendom 4.031 2.499 Haarlem Veldzigtlaan 1 eigendom 18.500 11.470 Oegstgeest Hazenboslaan 101 eigendom 4.480 2.778 Rotterdam Posthumalaan 120 huur 3.888 2.411 Rotterdam Posthumalaan 90 eigendom 19.800 12.276 Rotterdam Veemstraat 45 huur 2.500 1.725 Rotterdam Vijverhofstraat 47 huur 1.290 800 Rotterdam Wilheminaplein 1-40 (WHT) huur 1.800 1.116 Rotterdam Houtlaan 21 (Zalmhaven) huur 2.186 1.355 Utrecht Witte Vrouwenkade 4 huur 2.400 1.488 Vlissingen Edisonweg 4 huur 650 403 Zaanstad Cypressehout 99 huur 162 100 Zwolle Van Karnebeekstraat 67 huur 1.909 1.184 Totaal m 2 164.332 102.063 (62%) ** wij zijn 99% eigenaar NB: Hogeschool INHOLLAND bekostigt 50% van de huisvesting van de EFA. 51

2.1 Overzicht opleidingen School of Technology, Alkmaar Bedrijfskundige Informatica (vt) Alkmaar Chemie (vt,dt) Alkmaar Technische Bedrijfskunde (vt, dt) Alkmaar Technische Informatica (vt) Alkmaar Human Technology (vt) Alkmaar Bouwkunde (vt) Alkmaar, Haarlem Bouwmanagement & Vastgoed (vt,du) Alkmaar, Haarlem Civiele Techniek (vt) Alkmaar, Haarlem Elektrotechniek (vt) Alkmaar, Haarlem Business Engineering (vt) Haarlem Luchtvaarttechnologie (vt) (in afbouw) Haarlem Scheepsbouwkunde (vt) (in afbouw) Haarlem Informatica en Informatiekunde (vt) Haarlem, Hoofddorp School of Economics, Alkmaar Accountancy (vt) Alkmaar International Business & Languages (vt, du) Alkmaar Small Business & Retail Management (vt) Alkmaar Bedrijfseconomie (vt,du,dt) Alkmaar, Zaanstad Commerciële Economie (vt,du,dt) Alkmaar, Zaanstad Management, Economie & Recht (vt, du, dt) Alkmaar, Zaanstad School of Agriculture & Technology, Delft Horticulture (Eng vt, Eng dt) Delft Accountancy & Agribusiness (vt,du,dt) Delft Bedrijfskunde & Agribusiness (vt, du) Delft Biotechnologie (vt, du, dt) Delft Food & Business (vt, du, dt) Delft Dier- en veehouderij (vt, du, dt) Delft Logistiek & Technische Vervoerskunde (vt, du, dt) Delft Milieukunde (vt, du, dt) Delft Plattelandsvernieuwing (vt, du) Delft Tuinbouw & Akkerbouw (vt, du) Delft Voedingsmiddelentechnologie (vt, du) Delft Technische Informatica (vt) Delft Ruimtelijke Ordening & Planologie (vt) Delft Bedrijfswiskunde (vt) Delft Luchtvaarttechnologie (in opbouw) (vt) Delft Scheepsbouwkunde (in opbouw) (vt) Delft School of Economics, Den Haag Bedrijfskundige Informatica (vt, du, dt) Den Haag Commerciële Economie (vt, du, dt) Den Haag Financial Services Management (vt, du, dt) Den Haag Management, Economie & Recht (vt, du, dt) Den Haag Personeel & Arbeid (vt, du, dt) Den Haag 52

School of Law, Den Haag HBO Rechten (vt, dt) Rotterdam Sociaal Juridische Dienstverlening (vt, du, dt) Rotterdam, Den Haag School of Economics, Diemen Accountancy (vt, du) Amsterdam / Diemen Bedrijfseconomie (vt, du, dt) Amsterdam / Diemen Bedrijfskundige Informatica (vt, dt) Amsterdam / Diemen Commerciële Economie (vt, du, dt) Amsterdam / Diemen Facility Management (vt, dt) Amsterdam / Diemen Financial Services Management (vt,du,dt) Amsterdam / Diemen Hoger Toeristisch & Recreatief Onderwijs (vt,) Amsterdam / Diemen International Business & Languages (vt) Amsterdam / Diemen International Business & Management Studies (Eng vt, Eng dt) Amsterdam / Diemen Management, Economie & Recht (vt, du, dt) Amsterdam / Diemen Small Business & Retail Management (Eng vt, Eng dt) Amsterdam / Diemen Vrijetijdsmanagement (vt) Amsterdam / Diemen Bedrijfswiskunde & Informatica (vt) Amsterdam / Diemen International Leisure Management (Eng vt) Amsterdam / Diemen Information Technology (Eng vt) Amsterdam / Diemen International Accounting & Financial Management (Eng dt) Amsterdam / Diemen School of Communication, Media & Art, Amsterdam / Diemen Communicatie (vt, du, dt) Amsterdam / Diemen Conservatorium (incl. Docent muziek) (vt) Alkmaar Media en Entertainmentmanagement (vt) Haarlem Communication Management (Eng vt) Amsterdam / Diemen International Music Management (Eng vt) Alkmaar School of Health, Amsterdam / Diemen Biologie & Medisch Laboratoriumonderwijs (vt, dt) Alkmaar Pedagogiek (vt) Amsterdam / Diemen Opleiding van Kader in de Gezondheidszorg (dt) Amsterdam / Diemen Opleiding Mondhygiëne (vt) Amsterdam / Diemen Pedagogiek (vt, du, dt) Amsterdam / Diemen Verpleegkunde tweedegraads lerarenopleiding (dt) Amsterdam / Diemen Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Haarlem Technieken (vt, du) Opleiding tot Verpleegkundige (vt, dt) Amsterdam / Diemen, Alkmaar School of Economics, Haarlem Bedrijfseconomie (vt, du) Haarlem Commerciële Economie (vt) Haarlem International Business and Management Studies (Eng vt) Haarlem Logistiek & Economie (vt, du) Haarlem Management, Economie & Recht (vt) Haarlem Small Business & Retail Management (Eng vt, Eng dt) Haarlem Accounting & Finance (Eng vt) Haarlem Tourism & Management (Eng vt) Haarlem 53

School of Education, Haarlem Lerarenopleiding basisonderwijs (vt, du, zij-instroom) Alkmaar, Haarlem EFA, INHOLLAND-deel (dt) Amsterdam / Diemen School of Social Work, Haarlem Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (vt, du, dt) Haarlem Sociaal Pedagogische Hulpverlening (vt, du, dt) Alkmaar, Haarlem Personeel & Arbeid (vt) Alkmaar, Haarlem Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (dt, tu, vt, 3 jr-dt) Alkmaar Personeel & Arbeid (3 jr-dt) Alkmaar Sociaal Pedagogische Hulpverlening (dt, 3 jr-dt) Alkmaar Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Alkmaar Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Alkmaar Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (3 jr-dt) Alkmaar Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (3 jr-dt) Amsterdam / Diemen Personeel & Arbeid (vt, 3 jr- dt) Amsterdam / Diemen Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Amsterdam / Diemen Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Amsterdam / Diemen Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (3 jr-dt) Amsterdam / Diemen Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (3 jr, dt) Groningen Personeel & Arbeid (3 jr, dt) Groningen Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Groningen Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Groningen Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (3 jr-dt) Groningen Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (3 jr-dt) Haarlem Personeel & Arbeid (3 jr-dt) Haarlem Sociaal Pedagogische Hulpverlening (3 jr-dt) Haarlem Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Haarlem Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Haarlem Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (3 jr-dt) Haarlem Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (dt, vt, 3 jr-dt) Utrecht Personeel & Arbeid (vt, 3 jr-dt) Utrecht Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Utrecht Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Utrecht Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (3 jr-dt) Utrecht Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (3 jr-dt) Zwolle Personeel & Arbeid (3 jr-dt) Zwolle Sociaal Pedagogische Hulpverlening (3 jr-dt) Zwolle Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Zwolle Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Zwolle Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (3 jr-dt) Zwolle 54

School of Economics, Rotterdam Accountancy (vt, du, dt) Rotterdam Bedrijfseconomie (vt, du, dt) Rotterdam Bedrijfskundige Informatica (vt, du, dt) Rotterdam Bestuurskunde en Overheidsmanagement (dt) Rotterdam Commerciële Economie (vt, du, dt) Rotterdam Financial Services Management (vt, du, dt) Rotterdam Fiscale Economie (vt, du, dt) Rotterdam Hoger Toeristisch & Recreatief Onderwijs (vt) Rotterdam Integrale Veiligheid (vt, du, dt) Rotterdam International Business & Languages (vt, du, dt) Rotterdam International Business & Management Studies (vt) Rotterdam Management, Economie & Recht (vt, du, dt) Rotterdam Personeel & Arbeid (vt, du, dt) Rotterdam School of Communication & Media, Rotterdam Communicatie (vt, du, dt) Rotterdam, Den Haag Communicatiesystemen (vt) Den Haag Informatiedienstverlening en management (vt) Rotterdam Media & Entertainmentmanagement (vt) Rotterdam Communication & Advertising Designmanagement (Eng vt) Rotterdam School of Education, Rotterdam Lerarenopleiding basisonderwijs (vt, du, dt) Den Haag, Dordrecht, Oegstgeest, Rotterdam School of Social Work, Rotterdam Culturele Maatschappelijke Vorming (vt, du, dt) Den Haag, Rotterdam Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (vt, du, dt) Den Haag, Haarlem, Rotterdam Sociaal Pedagogische Hulpverlening (vt, du, dt) Den Haag, Rotterdam Personeel & Arbeid (vt) Alkmaar, Haarlem Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (3 jr, dt)i Den Haag Personeel & Arbeid (3 jr, dt) Den Haag Sociaal Pedagogische Hulpverlening (3 jr-dt) Den Haag Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Den Haag Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Den Haag Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (3 jr-dt) Den Haag Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Rotterdam Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Rotterdam Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (dt) Rotterdam Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (dt, du, vt) Vlissingen Personeel & Arbeid (dt, du, vt, 3 jr- dt) Vlissingen Sociaal Pedagogische Hulpverlening (dt, du, vt) Vlissingen Sociaal Dienstverlener MBO-variant (3 jr-dt) Vlissingen Sociaal Juridisch Medewerker MBO-variant (3jr-dt) Vlissingen Sociaal Pedagogisch Werk MBO-variant (3 jr-dt) Vlissingen 55

2.2 Aantal ingeschreven studenten bekostigd per jaar Aandeel Toename HBO-sector 2000 2001 2002 2003 2002/2003 2003 HAO 963 952 906 988 8,3% 2,5% HEO Communication 4.022 4.825 5.157 5.292 2,6% 13,6% HEO Finance 2.767 2.777 2.895 2.896 0,0% 7,4% HEO Leisure 3.286 3.726 3.879 4.109 19,0% 10,5% HEO Management 5.177 5.073 5.234 5.291 5,6% 13,6% HEO Marketing 5.177 5.073 5.234 5.291 1,1% 13,6% HGZO 1.632 1.498 1.497 1.453-3,0% 3,7% HPO INHOLLAND 3.778 4.026 4.258 4.658 8,6% 11,9% HSAO 5.617 6.174 6.478 6.891 6,0% 17,7% HTNO 2.657 2.757 2.834 2.979 4,9% 7,6% KUO 163 148 122 112-8,9% 0,3% Totaal HBO 31.300 33.478 35.028 36.851 4,9% 94,5% MBO SOSA 2.421 2.410 2.414 2.155-12,0% 5,5% Totaal INHOLLAND 33.721 35.888 37.442 39.006 4,0% 100,0% *Hierin wel Pedagogiek 2e gr & Verpleegkunde 2e gr., geen Efa In deze tabel gaat het uitsluitend om de aantallen bekostigde studenten. Met uitzondering van de opleidingen uit de sectoren HGZO, KUO en MBO SOSA is er een toename van het aantal ingeschreven studenten. De toename is het hoogst bij de opleidingen vallend onder de HEO clusters Communication, Management en Marketing, en de opleidingen uit de sector HSAO. 56

Toelichting afkortingen sectoren HEO Communication HEO Finance HEO Leisure HEO Management HEO Marketing Communicatie Communicatiesystemen Informatiedienstverlening & -management Media & Entertainmentmanagement Accountancy Accountancy & Agribusiness Financial Services Management Fiscale Economie Bedrijfseconomie Hoger Toeristisch & Recreatief Onderwijs Vrijetijdsmanagement Facility Management Management Economie & Recht Logistiek & Economie Bestuurskunde & Overheidsmanagement Integrale Veiligheid Bedrijfskundige Informatica Commerciële Economie International Business & Languages International Business & Management Studies Small Business & Retail Management Food & Business HAO HGZO HPO HSAO HTNO KUO MBO SOSA Hoger Agrarisch Onderwijs Hoger Gezondheidszorg Onderwijs Hoger Pedagogisch Onderwijs Hoger Sociaal Agogisch Onderwijs Hoger Technisch en Natuurkundig Onderwijs Kunst Onderwijs MBO Sociale 57

2.3 Aantal gediplomeerden per jaar Toename Aandeel HBO-sector 1999 2000 2001 2002 2001/2002 2002 HAO 341 233 271 210-22,5% 3,2% HEO Communication 519 556 669 708 5,8% 10,9% HEO Finance 414 379 388 372-4,1% 5,7% HEO Leisure 114 139 233 230-1,3% 3,5% HEO Management 370 368 464 518 11,6% 8,0% HEO Marketing 601 670 755 872 15,5% 13,4% HGZO 447 420 386 380-1,6% 5,8% HPO INHOLLAND 714 710 794 884 11,3% 13,6% HSAO 1.025 1.134 1.172 1.194 1,9% 18,3% HTNO 494 462 536 442-17,5% 6,8% KUO 23 19 27 26-3,7% 0,4% MBO SOSA 903 690 750 673-10,3% 10,3% Totaal HBO 5.062 5.090 5.695 5.836 2,5% 89,7% Totaal INHOLLAND 5.965 5.780 6.445 6.509 1,0% 100,0% *Hierin wel Pedagogiek 2e gr & Verpleegkunde 2e gr., geen Efa Over het totaal genomen is er een toename van het aantal afgestudeerden van 1% in het jaar 2002. Het percentage wordt in negatieve zin beïnvloed door een sterke afname van het percentage afgestudeerden bij de opleidingen uit de sector HAO, HTNO en bij de MBO opleidingen SOSA. Daarentegen is er een sterke toename bij de opleidingen vallend onder de HEO clusters Management en Marketing en de sector HPO. 2.4 Instroom per vooropleiding Instroom per type vooropleiding Sector type 2000 2001 2002 2003 HAO HAVO 45% 33% 35% 36% MBO 39% 36% 47% 29% VWO 10% 10% 6% 8% OVERIG 5% 21% 12% 27% HEO Communication HAVO 58% 54% 51% 50% MBO 13% 19% 21% 21% VWO 16% 15% 11% 11% OVERIG 13% 12% 17% 18% HEO Finance HAVO 55% 52% 45% 45% MBO 16% 27% 28% 32% VWO 18% 11% 11% 8% OVERIG 10% 11% 16% 15% HEO Leisure HAVO 62% 55% 57% 57% MBO 17% 25% 20% 20% VWO 12% 12% 11% 9% OVERIG 9% 8% 12% 14% 58

HEO Management HAVO 52% 61% 56% 49% MBO 17% 24% 27% 28% VWO 10% 9% 7% 7% OVERIG 21% 7% 10% 16% HEO Marketing HAVO 45% 44% 44% 46% MBO 18% 23% 24% 20% VWO 9% 12% 8% 6% OVERIG 28% 21% 25% 27% HGZO HAVO 37% 34% 38% 45% MBO 11% 25% 20% 19% VWO 9% 11% 12% 13% OVERIG 42% 31% 29% 23% HPO INHOLLAND * HAVO 46% 41% 42% 37% MBO 21% 27% 27% 26% VWO 11% 11% 10% 8% OVERIG 22% 20% 21% 29% HSAO HAVO 31% 28% 34% 36% MBO 45% 46% 38% 39% VWO 5% 5% 5% 5% OVERIG 19% 20% 22% 20% HTNO HAVO 43% 38% 42% 47% MBO 36% 35% 33% 31% VWO 12% 12% 11% 10% OVERIG 10% 15% 15% 12% KUO HAVO 32% 53% 46% 40% MBO 11% 10% 17% 10% VWO 25% 33% 13% 23% OVERIG 32% 5% 25% 27% MBO SOSA MAVO 28% 24% 27% 30% LBO 17% 14% 13% 15% DISP 10% 14% 11% 8% OVERIG 46% 48% 50% 46% Over het algemeen neemt het percentage havisten bij de meeste opleidingen afneemt in de periode 2000-2003. Die afname komt vooral voor bij de opleidingen uit het HEO cluster Management en het KUO gedurende de laatste jaren. Bij de HSAO, de HGZO en de opleidingen uit het HEO cluster Leisure is een lichte toename van het aantal instromende havisten; bij die twee laatste is dat vooral vanaf een dal in 2001. Bij de opleidingen uit het HEO cluster Marketing schommelt de instroom van havisten rond de 44%. De instroom uit het mbo neemt bij veel sectoren af; bij een enkele opleiding is dit een uit het verleden doorzettende lijn (zoals bij HTNO), bij de meeste andere is dit van de laatste jaren (in sterke mate bij HAO). Bij de HEO clusters Communication, Finance, Management en de sector HSAO is sprake van een lichte toename in de mbo instroom. De instroom uit het VWO neemt overwegend af, met uitzondering van de opleidingen uit de sectoren HAO en HGZO die een lichte stijging laten zien en de sector KUO, waar sprake is van een sterke toename in de VWO - instroom. De instroom bij de sector HSAO blijft gelijk in de periode 2000 tot en met 2003. 59

3.1 Leeftijdsopbouw FTE leeftijdsgroep school-dienst tot 30 30 tot 40 40 tot 50 50 tot 60 60 tot 65 totaal Control 1,68 3,75 3,00 8,43 Educatieve Faculteit Amsterdam (EFA) 0,62 4,00 22,23 27,95 5,17 59,96 Facilitaire Zaken 29,09 35,14 42,86 44,54 10,43 162,06 Finance 17,00 25,64 24,77 11,54 78,95 Holdingactiviteiten 25,88 19,20 15,07 11,66 3,80 75,61 Human Resource 5,80 22,06 22,25 8,95 1,00 60,06 ICT Management 5,00 15,10 14,50 3,40 1,00 39,00 Kennisontwikkeling 3,30 8,85 6,20 8,28 1,50 28,13 Marketing & Communicatie 16,44 24,58 15,30 3,00 59,32 Onderwijs Kwaliteit & Research 5,46 17,65 33,17 20,71 2,45 79,44 School of Agriculture and Technology Delft 8,00 16,00 25,19 28,26 4,65 82,10 School of Communication & Media, Rotterdam 9,97 25,53 38,75 15,85 2,14 92,24 School of Communication, Media & Art, 15,17 32,18 48,58 39,50 5,59 141,02 Amsterdam / Diemen School of Economics Amsterdam / Diemen 25,92 63,89 84,83 49,83 3,55 228,02 School of Economics Alkmaar 6,40 9,40 25,67 19,61 1,20 62,28 School of Economics Den Haag 7,50 15,57 9,17 1,50 33,74 School of Economics Haarlem 14,06 33,30 42,48 1,94 91,79 School of Economics Rotterdam 23,59 60,31 55,07 35,09 2,30 176,36 School of Education, Haarlem 1,73 11,48 44,67 27,30 3,40 88,57 School of Education, Rotterdam 22,80 26,04 48,64 29,26 3,50 130,24 School of Health, Amsterdam / Diemen 11,58 18,25 54,91 49,87 5,73 140,35 School of Law, Den Haag 7,00 10,68 10,55 4,72 1,00 33,95 School of Social Work, Haarlem 1,84 13,77 43,62 59,03 6,46 124,72 School of Social Work, Rotterdam 5,91 21,43 44,35 41,22 6,25 119,15 School of Technology Alkmaar 3,70 10,30 37,11 52,68 6,58 110,37 Vastgoed 1,80 1,00 0,33 3,00 6,13 College van Bestuur en Bestuurszaken 0,92 11,57 15,73 17,94 2,00 48,15 Eindtotaal 262,29 538,23 820,48 654,50 84,65 2360,16 60

Aantal leeftijdsgroep school-dienst tot 30 30 tot 40 40 tot 50 50 tot 60 60 tot 65 Totaal Control 2 4 3 2 9 Educatieve Faculteit Amsterdam (EFA) 3 7 31 35 7 82 Facilitaire Zaken 30 39 48 51 13 181 Finance 17 29 28 14 88 Holdingactiviteiten 29 27 22 16 4 98 Human Resource Management 6 28 24 12 1 71 ICT Management 5 16 15 4 1 41 Kennisontwikkeling 4 11 9 10 2 36 Marketing & Communicatie 17 27 19 4 66 Onderwijs Kwaliteit & Research 6 21 40 24 4 95 School of Agriculture and Technology Delft 9 18 29 34 5 94 School of Communication & Media, Rotterdam 12 33 49 18 3 115 School of Communication, Media & Art, 21 43 66 54 6 190 Amsterdam / Diemen School of Economics Amsterdam / Diemen 33 80 103 61 4 281 School of Economics Alkmaar 7 14 29 22 2 74 School of Economics Den Haag 9 18 11 2 39 School of Economics Haarlem 19 46 51 3 119 School of Economics Rotterdam 35 83 73 40 3 233 School of Education, Haarlem 3 19 68 42 4 135 School of Education, Rotterdam 29 40 72 39 6 185 School of Health, Amsterdam / Diemen 19 29 83 74 8 213 School of Law, Den Haag 8 13 15 6 1 42 School of Social Work, Haarlem 4 28 85 110 15 242 School of Social Work, Rotterdam 8 33 81 68 11 200 School of Technology Alkmaar 5 13 42 58 8 126 Vastgoed 2 1 1 3 7 College van Bestuur en Bestuurszaken 1 13 20 21 2 57 Eindtotaal 321 705 1.110 867 114 3.117 3.2 Gemiddeld ziekteverzuim* Alkmaar Diemen Haarlem Delft INHOLLAND Den Haag Rotterdam 5,73% 6,79% 5,04% 6,39% 5,99% (*) peildatum 31 december 2002 61

3.3 Schaalverdeling Aantallen en FTE per Schaalniveau Aantallen FTE Schaal 1 4 2,83 Schaal 2 1 0,61 Schaal 3 17 14,41 Schaal 4 99 76,64 Schaal 5 157 129,59 Schaal 6 165 131,90 Schaal 7 165 145,17 Schaal 8 141 120,62 Schaal 9 282 191,99 Schaal 10 291 202,35 Schaal 11 892 605,20 Schaal 12 728 572,70 Schaal 13 112 107,28 Schaal 14 27 24,70 Schaal 15 8 8,00 Schaal 16 21 19,97 Schaal 17 3 2,20 Schaal 18 1 1,00 > = 16 3 3,00 Totaal 3117 2360,16 4.1 Verkorte balans In onderstaand overzicht is de verkorte balans opgenomen. toelichting 31 augustus 2003 31 augustus 2002 Activa Vaste active 150.923 135.738 Vorderingen (a) 12.761 9.765 Liquide middelen + effecten (b) 27.966 52.552 191.650 198.055 Passiva Eigen vermogen (c) 45.307 42.202 Voorzieningen 19.353 30.032 Langlopende schulden 57.787 60.663 Kortlopende schulden (d) 69.203 65.158 (e) 191.650 198.055 Kerncijfers Current ratio (a+b)/(d) 0,59 0,96 Sovabiliteit (c)/ (e) 0,24 0,21 Werkkapitaal (a+b) (d) -28.476-2.841 62

De solvabiliteit ontwikkelt zich positief en blijft boven de norm van meer dan 20%. Gezien de afnemende zekerheid over de inkomstenstroom wordt een hogere normstelling voor de solvabiliteit overwogen. Het afgelopen jaar is de financiering van de investeringen geheel gerealiseerd uit de aanwezige liquide middelen en effecten aan het begin van het jaar ( 52 miljoen ) en de gerealiseerde operationele cashflow (na aftrek van uitputting voorzieningen) over het jaar ( 10 miljoen). Hierdoor is de verhouding tussen liquide middelen en vreemd vermogen verbeterd. De current ratio en daarmee ook het werkkapitaal laten een laag saldo zien. Dit wordt veroorzaakt doordat er ultimo collegejaar altijd een aanzienlijk bedrag vooruit ontvangen rijksbijdrage aanwezig is. Ultimo boekjaar zijn deze ratio s veel meer in evenwicht. 4.2 Exploitatierekening Onderstaand is de exploitatierekening samengevat. De begroting 2002-2003 is ter vergelijking met de realisatie in samenstelling van de kosten aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Werkelijk Begroot Werkelijk 2002-2003 2002-2003 2001-2002 Totaal baten 238.324 225.619 221.023 Personele lasten 173.014 155.525 157.612 Afschrijvingen 14.847 14.500 12.495 Overige instellingslasten 53.013 53.454 54.244 Totale lasten 240.874 223.479 224.351 Saldo baten en lasten -2.550 2.140-3.328 Totaal financiële baten en lasten -1.131-1.388-1.262 Totaal buitengewone bedrijfsvoering 6.786 6.891 27 Exploitatieresultaat 3.105 7.643-4.617 Het resultaat uit gewone bedrijfsvoering in 2002-2003 is lager dan begroot. Dit komt met name door de personeelskosten die 17,5 miljoen hoger zijn dan begroot. Hier tegenover stond dat de baten 12,7 miljoen hoger zijn dan begroot. Deze stijging van de personele kosten t.o.v. de werkelijkheid 2001-2002 en de begroting 2002-2003 wordt voornamelijk veroorzaakt doordat: de gemiddelde personeelslast in begroting 2002-2003 te laag was ingeschat. De daadwerkelijk gemiddelde personeelslast na afsluiten van het eerste collegejaarrekening was hoger dan bij het opstellen van de begroting was uitgegaan. De loonkosten stegen door de algemene loonrondes, door stijging van sociale lasten en pensioenlasten, die hoger waren dan begroot; de verwachte afname van het personeelsbestand is trager verlopen dan verwacht. Door onevenwichtige formatie is er personeel aangenomen in Rotterdam om de studenten- stijgingen op te vangen terwijl op andere locaties de afnamedoelstellingen binnen deze verantwoordingsperiode niet werden gerealiseerd; de hogere inzet van extern personeel in de Holding t.o.v. intern personeel van de hogeschool. Bron: Collegejaarrekening 2002-2003 63