GROENBELEIDSPLAN SCHIJNDEL Thema: Boombeleid C O L O F O N Revisie datum: 8 februari 2012 Opgesteld door BTL Advies B.V. Parklaan 1 Postbus 385 5060 AJ OISTERWIJK t: 013 52 99 555 f: 013 52 99 550 e: advies@btl.nl www.btladvies.nl Opdrachtgever Gemeente Schijndel Markt 20 Postbus 5 5480 AA SCHIJNDEL t: 073 544 09 99 f: 073 547 88 44 e: info@schijndel.nl www.schijndel.nl
0 Inhoudsopgave 1 Kapverordening en lijst Beschermde bomen 3 1.1 Wijzigen kapbeleid en winst voor burgers 3 1.1.1 Vergunningaanvragen voor waardevolle bomen. 3 1.1.2 Beschermde bomen 3 1.2 Ondersteuning eigenaar beschermde boom 4 1.3 Herplant, compensatie en Groenfonds 5 2 Vastleggen gewenste boomstructuur 6 3 Ontwikkeling vitaal bomenbestand 6 4 Behoud karakteristieke wegbeplanting (pootrecht) 7 5 Boombeheer en onderhoud 9 Schijndel staat bekend om zijn groene uitstraling. Bomen hebben daarin een zeer nadrukkelijke rol. De kroonmassa versterkt de aanwezige plantvakken en de bomen zorgen voor accenten en begeleiding. Toch ondervinden burgers en gemeente ook regelmatig hinder van de bomen, bijvoorbeeld door opdruk van verharding en conflicten met de aanwezigheid van kabels en leidingen. In de basismodule bomenbeleid (2003) is daarom een quikscan uitgevoerd naar de kwaliteiten en knel-/ verbeterpunten van de bomen in Schijndel. Deze worden samengevat in: Kwaliteiten: Bijdrage aan de kwaliteit van de woonomgeving; Cultuurhistorisch en ecologisch waardevol; Aanwezigheid van monumentale bomen, laanbeplanting en boomgroepen; Consequent en frequent boombeheer door eigen dienst; In wijken van na 1985 worden bomen bewuster toegepast. Knelpunten: Geen bescherming van waardevolle bomen; Geen duidelijke boomstructuur aanwezig; Veel bomen met slechte onder- en bovengrondse groeiomstandigheden Beperkte verschillen in leeftijd van bomen; Populierenlandschap verliest identiteit doordat geen verplichting tot herplant is opgenomen in de regelgeving m.b.t. voorpootrecht; De hoeveelheid bomen is erg hoog, wat leidt tot klachten en overlast. Voor enkele knelpunten heeft de gemeente inmiddels beleidsmodules opgesteld zoals het kwaliteitshandboek bomen in straatprofielen. Hierin zijn de randvoorwaarden vastgelegd voor het toepassen van bomen om problemen met ondergrondse en bovengrondse ruimte te voorkomen. Voor knelpunten zoals de bescherming van waardevolle bomen en het voorpootrecht is gedurende het planproces voor dit groenbeleidsplan aanvullend beleid opgesteld (vastgesteld in raadsvergadering van 26 januari 2012). In de volgende paragrafen is beschreven hoe de gemeente de overgebleven knelpunten gaat aanpakken, gebaseerd op de vervolgstappen van de basismodule bomenplan (zie ook paragraaf 1.3 van het bomenplan). Het beleidsthema bomenbeleid heeft niet alleen een sterke link met het al bestaande bomenbeleid. Ook met de beleidsthema s Beeldkwaliteit, Kwaliteitshandboek groen, Ecologie en Duurzaamheid, Snippergroen en uitgiftebeleid, Bedrijfsvoering, Ontwikkeling groen en Uitvoeringsplan Groenstructuur liggen belangrijke relaties. 2 GROENBELEIDSPLAN thema: boombeleid
1 Kapverordening en lijst Beschermde bomen Schijndel en omgeving worden gekenmerkt door de aanwezigheid van veel bomen. Ook zijn op veel plaatsen karakteristieke bomen en boomstructuren aanwezig. Vooral bomen bepalen in belangrijke mate de ruimtelijke kwaliteit van het groen. Door hun omvang en groeiwijze vormen (oude) bomen vaak een imposante en indrukwekkende verschijning. Instandhouding van deze waardevolle elementen vraagt om een duurzaam bomenbeleid. Een objectief en helder kapbeleid maakt hier deel van uit. De gemeente Schijndel had haar kapbeleid omschreven in de Algemene Plaatselijke Verordening in Hoofdstuk 4, afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden. Naast een aantal begripsbepalingen was in deze afdeling beschreven dat voor bomen met een stamdiameter tussen 10 cm en 20 cm een meldingsplicht geldt en dat voor bomen met een stamdiameter groter of gelijk aan 20 cm een omgevingsvergunning vereist is als deze bomen gekapt moeten worden. Aan een omgevingsvergunning voor kappen kan een herplant van bomen als voorschrift worden opgenomen. Deze werkwijze kende echter diverse nadelen. Zo was voor vrijwel elke te kappen houtopstand een omgevingsvergunning nodig of gold een meldingsplicht. In de praktijk leidde dit tot veel vergunningaanvragen (de meeste aanvragen hadden betrekking op bomen met een stamdiameter tussen 20 cm 30 cm) en vervolgens was veel tijd nodig voor de beoordeling en afhandeling hiervan. 1.1 Wijzigen kapbeleid en winst voor burgers Om de regeldruk voor de burger te beperken en de administratieve lasten terug te dringen is het huidige vergunningstelsel gewijzigd: alleen voor geregistreerde beschermde bomen en bomen met een stamdiameter van 30 cm en groter is straks nog een ontheffing of vergunning vereist, behoudens enkele uitzonderingen, die zijn opgenomen in artikel 4 van de Bomenverordening Schijndel 2012. Het wijzigen van de procedure heeft tot gevolg dat minder vergunningaanvragen (het exacte aantal is niet aan te geven) afgehandeld hoeven te worden en de afhandeling efficiënter is. Ook kan bij de beoordeling van aanvragen een betere belangenafweging plaatsvinden. Bovendien kan de inzet van de gemeentelijke organisatie effectiever worden gericht op het beoordelen van 1.1.1 Vergunningaanvragen voor waardevolle bomen. In de nieuwe Bomenverordening Schijndel wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde bomen en overige houtopstand. Beschermde bomen mogen slechts bij hoge uitzondering worden geveld. Om deze hogere beschermingsgraad tot uitdrukking te laten brengen is de keuze voor een ontheffingsstelsel gebruikelijk. Voor de overige houtopstand geldt een vergunningstelsel. Niet alleen de woorden vergunning of ontheffing maken duidelijk dat sprake is van een ander categorie, ook in de redactie van de desbetreffende artikelen wordt dit onderstreept. 1.1.2 Beschermde bomen Naast de lijst van monumentale bomen die door de Bomenstichting wordt bijgehouden, staan in Schijndel bomen die extra bescherming verdienen vanwege hun monumentale of bijzondere karakter. Het betreft zowel bomen in gemeentelijk als in particulier eigendom. Op grond van artikel 2, lid 1 van de nieuwe Bomenverordening Schijndel zal het college de conceptlijst Beschermde bomen vaststellen. De lijst heeft betrekking op bomen/boomgroepen/bomenrijen binnen de bebouwde kom. (Oude) bomen buiten de bebouwde kom blijven beschermd door het diametercriterium (omgevingsvergunning vereist bij stamdiameter 30 cm en groter), het bestemmingsplan buitengebied (o.a. aanlegvergunningstelsel), de Boswet en de Flora- en faunawet. GEMEENTE SCHIJNDEL 3
Naast de lijst Beschermde bomen worden ook de bomen die deel uitmaken van de hoofdgroenstructuur van het dorp en op de Groenstructuurkaart zijn aangegeven als lijnvormige structuur, aangemerkt als beschermde bomen. De volgende bomen binnen de bebouwde kom van Schijndel zijn beschermd: Bomen die opgenomen zijn in de lijst Beschermde bomen (zowel gemeentelijk als particulier eigendom); Bomen die deel uitmaken van een lijnvormige structuur in de hoofdgroenstructuur en op de groenstructuurkaart Schijndel als zodanig zijn aangegeven (gemeentelijk eigendom). Een boom kan de status beschermde boom krijgen als de boom/boomgroep/bomenrij/ lijnvormige structuur voldoet aan de volgende basiseisen: De leeftijd is minimaal 50 jaar en de boom is door zijn leeftijd en verschijning beeldbepalend en onvervangbaar voor het karakter van de omgeving en minimaal van gemeentelijk belang en; De boom verkeert niet in een onherstelbaar slechte conditie (d.w.z. de bomen zijn in beginsel weer in een redelijke conditie te brengen). Volledig verval van de boom mag niet binnen 10 jaar te verwachten zijn of; De boom is opgenomen op de Groenstructuurkaart Schijndel als lijnvormige structuur in de hoofdgroenstructuur (Groenbeleidsplan Schijndel 2011) Daarnaast kan een boom de status beschermde boom krijgen als de boom voldoet aan tenminste één van de hieronder genoemde specifieke kenmerken: De boom is dendrologisch/boomkundig van grote waarde, bijv. vanwege soort en variëteit in combinatie met leeftijd, grootte en zeldzaamheid; De boom is wetenschappelijk van grote waarde, bijv. doordat het een bijzonder zuivere vertegenwoordiger van één boomsoort betreft (genenreservoir); De boom is cultuurhistorisch waardevol bijvoorbeeld: Herdenkingsboom, geplant ter ere van een belangrijke gebeurtenis; Markeringsboom, geplant ter markering, zoals grensbomen in het agrarisch gebied; Boom met een bijzondere snoeivorm (een leiboom wordt alleen als beschermde boom aangewezen als deze is geplant in een cultuurhistorische context en op een authentieke wijze is gesnoeid); Bijzondere groeivorm als gevolg van natuurlijke oorzaken zoals twee- of meerstammigheid; De boom is geadopteerd, bijvoorbeeld door de Bomenstichting of een school. Het inventariseren en registreren van beschermde bomen en boomstructuren wordt als een waardevolle aanvulling gezien op het totale bomen-/vergunningenbeleid. Binnen de gemeentegrenzen staan immers veel oude, waardevolle bomen en boomstructuren, ook op particulier terrein. Door de vaststelling van een lijst Beschermde bomen en dit Groenbeleidsplan worden deze bomen en boomstructuren beter beschermd. 1.2 Ondersteuning eigenaar beschermde boom Het is wenselijk particuliere eigenaren van aangewezen beschermde bomen op de een of andere wijze te ondersteunen en te stimuleren omdat het onderhoud van oude bomen specialistisch werk is. Daarnaast kan op die manier wellicht worden voorkomen dat bezwaar wordt gemaakt tegen de plaatsing van een particuliere boom op de lijst. Boombeheerders zijn wettelijk verplicht om hun bomen periodiek te inspecteren op veiligheid. De gemeente gebruikt daarvoor de zogenaamde VTA methode: Visual Tree Assessment. Het is een methode die op visuele kenmerken van de boom let. Het meenemen van particuliere beschermde bomen in dezelfde controleronde (1x per 3 jaar) is een service die de gemeente kan aanbieden, waarbij de kosten voor rekening van de gemeente komen. Op de conceptlijst Beschermde bomen staan ca 100 particuliere bomen. Dat houdt in dat de kosten ca 2.500,- per 3 jaar bedragen (100 x ca 25,- per boom). Zowel de eigenaar als de gemeente behoudt op die manier zicht op de toestand van de boom. De eigenaar van de boom blijft wel altijd verantwoordelijk voor zijn boom en de uitvoering van de geadviseerde maatregelen is voor rekening van de eigenaar. 4 GROENBELEIDSPLAN thema: boombeleid
1.3 Herplant, compensatie en Groenfonds De oude verordening bood de mogelijkheid tot het opleggen van een herplantplicht. De nieuwe Bomenverordening Schijndel (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2012) gaat daarin verder. Zo wordt ook de mogelijkheid opgenomen een financiële bijdrage te storten in het Groenfonds wanneer herplant op dezelfde locatie (of in de directe nabijheid) niet tot de mogelijkheid behoort. Herplant wordt opgelegd als de waarde van de boom in principe aanleiding geeft tot een weigering, maar andere factoren ertoe hebben geleid de vergunning of ontheffing toch te verlenen. Herplant wordt opgelegd als een nieuwe boom de kans heeft om uit te groeien tot een gezond volwassen exemplaar. Hiermee wordt recht gedaan aan het doel van herplant, namelijk het terugbrengen van een verloren groene waarde. Soms is het fysiek onmogelijk om bomen te herplanten op of nabij de plek waar ze gekapt zijn. Dit wordt acceptabel gevonden bij particulieren. Ook zal in een dergelijke situatie een particulier niet worden verplicht tot financiële compensatie. De omvang van herplant wordt zoveel mogelijk in relatie gebracht tot de waarde en omvang van de gekapte boom. Uiteindelijk moet herplant leiden tot een boom met dezelfde waarde als de boom die verwijderd is. Het kappen van een beschermde boom betreft altijd een bijzondere situatie. Als een beschermde boom moet wijken voor een zwaarwegend maatschappelijk belang, zal de maatschappij ook dezelfde groene waarde terug moeten krijgen. In een dergelijke situatie wordt een boom van dezelfde waarde teruggeplant. Omdat dit vaak niet mogelijk is, zal aanvullend gecompenseerd moeten worden op de plek van de ingreep of door storting in het Groenfonds. In het volgende overzicht wordt per situatie aangegeven hoe een herplantverplichting gerealiseerd moet worden en/of financiële compensatie vereist is. Indien bij toepassing van deze uitgangspunten een onredelijke situatie ontstaat, kan hiervan (met redenen omkleed) worden afgeweken. Situatie Herplant/compensatie boom stamdiameter 30 cm en groter gemeente eigendom boom stamdiameter 30 cm en groter particulier eigendom beschermde boom: lijnvormige structuur in de hoofdgroenstructuur gemeente eigendom beschermde boom gemeente eigendom (kap om redenen van veiligheid of noodtoestand) minimaal 1 boom vanaf maat 20/25 (stamomtrek), mits fysiek mogelijk op of nabij de kaplocatie minimaal 1 boom vanaf maat 14/16 (stamomtrek), mits fysiek mogelijk op of nabij de kaplocatie (geen financiële compensatie) binnen dezelfde structuur verplanten zelfde grootte terugplanten meerdere bomen terugplanten vanaf maat 20/25 (stamomtrek) storting in Groenfonds minimaal 1 boom vanaf maat 20/25 (stamomtrek) of storting in Groenfonds op basis van boommaat 20/25 (stamomtrek) indien herplant fysiek onmogelijk is op of nabij de kaplocatie beschermde boom, particulier eigendom beschermde boom (kap omwille van maatschappelijk belang) illegale kap, die verleend zou zijn illegale kap, die niet verleend zou zijn minimaal 1 boom vanaf maat 14/16 (stamomtrek), mits fysiek mogelijk op of nabij de kaplocatie (geen financiële compensatie) minimaal 1 grote boom terugplanten. Richtlijn is maat 60/70 (stamomtrek), afhankelijk van soort en omstandigheden restwaarde na herplant berekenen en storten in Groenfonds (boomwaardebepaling door NVTB) herplant conform bovenstaande richtlijnen herplant in formaat gekapte boom en maximaal maat 60/70 (stamomtrek) restwaarde na herplant berekenen en storten in Groenfonds (boomwaardebepaling door NVTB) GEMEENTE SCHIJNDEL 5
2 Vastleggen gewenste boomstructuur In de huidige boomstructuur is geen duidelijke verschil gemaakt tussen hoofdroutes en wijkstructuren. Grote en kleine bomen en diverse soorten worden door elkaar gebruikt zijn. In hoofdstuk 5 is daarom naast de groenstructuur ook de gewenste boomstructuur beschreven. Door bij ontwikkelingen deze visie in de planvorming mee te nemen ontstaat geleidelijk een duidelijke boomstructuur met beeldbepalende bomen. Boomstructuur Mgr. Van de Venstraat Boomstructuur Hoofdstraat 3 Ontwikkeling vitaal bomenbestand De gemeente Schijndel streeft naar een duurzaam en vitaal bomenbestand. Met het opstellen van de basismodule bomenbeleid en het kwaliteitshandboek bomen is hiervoor al een belangrijke stap gemaakt. In het huidige bomenbestand zijn veel bomen aanwezig die te weinig onder- en/ of bovengrondse groeiruimte tot hun beschikking hebben. Hierdoor ontstaan allerlei problemen die van invloed zijn op de vitaliteit van de bomen en extra onderhoud/ kosten betekenen. Om de vitaliteit van het bomenbestand te verbeteren en dus ook de onderhoudskosten te verminderen is het noodzakelijk bomen met een matige vitaliteit te vervangen, te verwijderen of de groeiplaats te verbeteren. In een maatregelenplan wat naar aanleiding van dit groenbeleidsplan zal worden opgesteld kunnen deze zaken opgenomen worden. Hierbij wordt een duidelijke maatregelenkaart per straat/buurt opgesteld inclusief prioritering voor uitvoering van de werkzaamheden en kostenindicatie. Boomstructuur Wijbosscheweg Boomstructuur Lindenstraat 6 GROENBELEIDSPLAN thema: boombeleid
4 Behoud karakteristieke wegbeplanting (pootrecht) Langs veel wegen in het buitengebied (en ook enkele wegen binnen de bebouwde kom) staan in de gemeentelijk bermen bomen die van derden zijn. Hier is vanuit het verleden het pootrecht van toepassing. Pootrecht (voorpoot en overpoot) is in de 15e eeuw ontstaan, toen de toenmalige hertog van Brabant aan grondeigenaren, vaak arme boeren, het recht gaf om in de wegberm houtgewassen aan te planten in zogenaamde pootstroken, die soms een breedte mochten hebben van 40 tot 60 voet (= 12 tot 18 meter) vanaf de weg. Dat hout werd voor allerlei doeleinden gebruikt. Zo werd er o.a. schietwilg aangeplant voor de klompenmakerij. Vanaf eind 18e eeuw werd daarvoor meer en meer de Canadese populier gebruikt, waarmee de basis werd gelegd voor het populierenlandschap. De populier is snelgroeiend, heeft een goede houtkwaliteit en heeft minder last van ziekten dan de wilg. In de loop der jaren is de breedte van deze pootstroken, door steeds verder gaande ontginning van de achterliggende gebieden, teruggedrongen tot slechts de breedte van de wegberm. Vanaf 1865 zijn geen nieuwe pootrechten meer uitgegeven. Dat betekent dat pootrechten zich in grote lijnen beperken tot de oudere ontginningen en tot wegen die op dat moment al aanwezig waren. Langs wegen die na 1865 zijn aangelegd komt per definitie geen pootrecht voor. Na het instorten van de klompen- en luciferindustrie in het midden van de vorige eeuw zijn veel populieren vervangen door andere boomsoorten. Vaak betreft het duurzame houtsoorten zoals eik maar soms ook sier- en vormboompjes die niet in het landschap passen. Omdat de houtopbrengst de laatste jaren drastisch is verminderd, is het animo voor de aanplant van jonge populieren ook sterk afgenomen. Op veel plaatsen verdwijnen daardoor de populieren uit het landschap. Voor Schijndel dreigt daarmee het kenmerkende populierenlandschap verloren te gaan: het bonte kleurenpalet van het jonge blad in het voorjaar, (afhankelijk van de cultuurvarieteit in de kleuren geel, lichtgroen, donkergroen, bronskleurig), de enorme groeikracht van de bomen en de grote verschillen in leeftijdsopbouw geven dit gevarieerde landschapstype een grote afwisseling en dynamiek. Pootrechten zijn perceelsgebonden: de houder van een voorpootrecht is de eigenaar van het achterliggende perceel. Bij verkoop van het perceel gaat automatisch het pootrecht mee over naar de nieuwe eigenaar. Bij verkoop van percelen zijn in het verleden pootrechten niet overal (goed) vastgelegd. In het kader van de Ruilverkaveling (afgesloten in 2008) zijn echter de pootrechten binnen het Ruilverkavelingblok kadastraal vastgelegd. Buiten dit blok (vooral in de bebouwde kom en de randzone daarvan) zijn echter nog veel onduidelijkheden, waardoor zowel bij de gemeente als bij Voorbeeld van locaties waar onduidelijkheid kan zijn over voorpootrecht GEMEENTE SCHIJNDEL 7
grondeigenaren onduidelijkheid is blijven bestaan over het eigendom, de rechten, plichten en aansprakelijkheid voor de bomen. Deze onduidelijkheid levert op zijn beurt problemen op bij het wegonderhoud, de verkeersveiligheid en het gebruik van de berm bijvoorbeeld bij het aanbrengen van kabels en leidingen. Het is wenselijk deze locaties in de toekomst inzichtelijk te maken. De exacte aanpak hiervoor wordt nader afgestemd in de uitwerking van het LOP. Afkoop pootrecht De afkoop van pootrecht is afhankelijk van de standplaats van het pootrecht: In de bebouwde kom: op een aantal plaatsen komt nog pootrechten voor. Indien houders van dat recht daar niet langer gebruik van willen maken (bijvoorbeeld omdat ze niet geconfronteerd willen worden met nadelige consequenties voor beheer en onderhoud), bestaat de mogelijkheid dat de gemeente de rechten aankoopt. De standaardprijs die tot nu toe hiervoor van toepassing is, bedraagt 2,50 per m1, los van de waarde van eventuele houtopstanden. Het kan uiteraard zijn, dat eigenaren het pootrecht om bepaalde redenen niet willen verkopen, terwijl het uit beheertechnisch oogpunt gewenst zou zijn dat de gemeente op die locaties 100% zeggenschap heeft over de inrichting van de berm. In die gevallen is het zaak om de actuele toestand en het gebruik of niet-gebruik van het pootrecht te bepalen Buiten de bebouwde kom: tot nu toe is de stelregel gehanteerd dat pootrecht wordt aangekocht, als het aan de gemeente wordt aangeboden (passief beleid). Om pootrecht als cultuurhistorisch fenomeen te behouden, zou er een stimuleringsprogramma gestart moeten worden, waardoor eigenaren aangezet worden om opnieuw populieren aan te gaan planten. Daarbij kan bijvoorbeeld aan de volgende opties gedacht worden: een subsidie voor aankoop en/of aanplantsubsidie, een subsidieregeling voor onderhoudsmaatregelen of een oogstsubsidie. In het LOP wordt dit verder uitgewerkt en vormgegeven. 8 GROENBELEIDSPLAN thema: boombeleid
5 Boombeheer en onderhoud Het aanplanten van bomen is een eerste stap naar een duurzame groenstructuur, maar zeker zo essentieel is het onderhoud van de bomen. Voor een veilig en gezond bomenbestand is een langetermijnvisie nodig. Het beheer omvat de volgende werkzaamheden: inspectie, snoei, groeiplaatsverbetering, ziektebestrijding en het voorkomen en verhelpen van overlastsituaties. Zorgplicht De gemeente heeft als eigenaar van de gemeentelijke bomen een zorgplicht. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor eventuele schade die ontstaat als gevolg van het achterwege blijven van boomverzorging en onderhoud. Speciaal onderhoud vormbomen Het is dus van belang dat zorgvuldig onderhoud wordt gepleegd en dat de bomen regelmatig gecontroleerd worden op veiligheid. De zorgplicht is onderverdeeld in: Algemene zorgplicht: Het noodzakelijke reguliere onderhoud en de periodieke controle op zichtbare gebreken. Verhoogde zorgplicht: Bomen met een verhoogde gevaarzetting worden met een grotere regelmaat gecontroleerd. Onderzoeksplicht: Bij gebreken waarvan de aard en omvang niet geheel duidelijk is vindt aanvullend nader onderzoek plaats. Indien nodig worden opvolgend adequate maatregelen genomen om de onveiligheid op te heffen. Cyclisch (1x per 3 jaar) worden alle bomen gecontroleerd middels de VTA-controle (Visual Tree Assesment). De waargenomen gebreken worden vastgelegd in een registratiesysteem en uitgewerkt in een uitvoeringsplan zodat actie ondernomen kan worden. Opdruk door beperkte ondergrondse ruimte Boombeheerplan De gemeente wil graag haar boombeheer gestructureerd en bedrijfsmatig uitvoeren. Bestudeerd wordt hoe dat bijvoorbeeld op basis van werkomschrijvingen en bestekken kan. Daarin is beschreven hoe vaak en wanneer onderhoud wordt uitgevoerd zoals begeleidingssnoei bij jonge bomen en onderhoudssnoei bij volwassen bomen. De achterliggende doelstelling voor uitvoering van deze werkzaamheden is nog niet vastgelegd. Door het ontbreken van een bomenbeheerplan is een langetermijnvisie nog niet opgesteld. In het boombeheerplan worden de volgende zaken beschreven: De gewenste eindbeelden en het benodigde onderhoud om deze eindbeelden te bereiken; Een planning van de werkzaamheden (beheercyclus); De wijze waarop aan de zorgplicht wordt voldaan. Begeleidingssnoei bij jonge bomen Actiepunten vanuit bomenbeleid 1 Vaststellen richtlijnen Herplant, Compensatie en Groenfonds 2 Vaststellen Lijst Beschermde Bomen 3 Opstellen maatregelenplan voor ontwikkeling duurzame boomstructuur 4 Opstellen beleidsnotitie en kaart pootrecht 5 Opstellen boombeheerplan Onderhoudssnoei bij volwassen bomen GEMEENTE SCHIJNDEL 9
10 GROENBELEIDSPLAN thema: boombeleid