Onderwijs- en Examenregeling



Vergelijkbare documenten
Onderwijs- en Examenregeling

Onderwijs- en Examenregeling

Onderwijs- en Examenregeling

Onderwijs en Examenregeling 2011

Onderwijs en Examenregeling 2011

Onderwijs en Examenregeling 2011

Format OER voor 2011 competentiegerichte opleidingen in het nieuwe format

Zelfstandig werkend kok 95420

Leidinggevende keuken jarig traject

WIJZIGINGSBLAD OER. OER opleiding MBO Verpleegkundige

Inleiding Het beroepsgericht examen Het uitvoeren van kwalificerende beroepsprestaties... 3

2. Hoe ga je aan de slag met beroepsprestaties + aanmeldformulier beoordeling beroepsprestatie aanmeldformulier beoordeling reflectieverslag

nummer Chauffeur goederenvervoer Chauffeur goederenvervoer Akkoord Voorzitter Examencommissie Vastgesteld namens het College van Bestuur

WIJZIGINGSBLAD OER. OER opleiding Kapper Niveau 3

Specifiek deel Onderwijs- en examenregeling. College voor Toerisme

Onderwijs- en Examenregeling

Opleidingsinformatie ROC TOP cohort 2018

1. Wat is beroepspraktijkvorming

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING

Opleiding Verzorgende IG PROEVE

MBO Verpleegkunde Crebo niveau NV4 BBL

Helpende Zorg & Welzijn (speciale doelgroep)

Examenplan MBO-Verpleegkundige

Leidinggevende keuken jarig traject

Beveiliger BBL niv. 2

Verzorgende IG BBL. TOELATING Wettelijke toelatingseisen DIT KUN JE DOEN NA JE STUDIE. thuiszorg.

Instructie Praktijkopleider of BPV Beoordelaar

> HELPENDE ZORG & WELZIJN > VERZORGENDE > MBO-VERPLEEGKUNDIGE

Onderwijs en Examenregeling. Helpende Zorg-Welzijn. BBL 1-jarig traject

Verzorgende IG BOL DIT KUN JE DOEN NA JE STUDIE

Manager/ondernemer horeca 90303

WIJZIGINGSBLAD OER. OER opleiding Verzorgende IG BBL 3

Examineren & Diplomeren doe je zo

WIJZIGINGSBLAD OER. OER opleiding MBO Verpleegkundige

Specifiek deel Onderwijs- en examenregeling. College voor Brood en Banket. Zelfstandig werkend banketbakker

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING. ROC MONDRIAAN BRIN nummer: 27GZ

Specifiek deel Onderwijs- en examenregeling. College voor Toerisme. Informatiemedewerker Niveau 3

Onderwijs- en Examenregeling

Examenplan Verzorgende IG Verkort traject voor gediplomeerd bejaardenverzorgenden, MDGO-vz, etc

CONCEPT Format OER voor 2010 competentiegerichte opleidingen in het nieuwe format A. Basisgegevens

Examenplan , 2016 t/m 2019, examenplan en diplomavereisten Verzorgende IG. (HKS, vanaf augustus 2016)

Format OER8 competentiegerichte opleidingen in het nieuwe format

WIJZIGINGSBLAD OER. OER opleiding Verzorgende IG BOL 3

Oer MBO Verzorgende IG. Niveau nv 3 BBL Cohort , startdatum: augustus 2013

OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Uitvoeren van organisatie en professiegebonden taken. Beroepstaak E. Niveau Gevorderd 2

Verzorgende IG BBL DIT KUN JE DOEN NA JE STUDIE. TOELATING Wettelijke toelatingseisen

BPV werkboek. Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen niveau 4 BBL Crebonummer: BPV-werkboek 25262/versie sept.

Specifiek deel Onderwijs- en examenregeling. College voor Toerisme

5. De wegwijzer (een stappenplan voor het uitvoeren van een opdracht/prestatie) Hulpmiddel bij het reflecteren : STARRT-methode 11

Combi-opleiding Verzorgende-IG / Medewerker Maatschappelijke Zorg (combi-opleiding VZ-IG / MMZ)

Onderwijs- en Examenregeling. Helpende Zorg & Welzijn. BOL 2-jarig

Onderwijs- en Examenregeling

ROC Nijmegen, Brinnummer 25 PN Onderwijs-en Examenregeling (OER) Mbo-VP 2-jarige sprint (2015_08) Inhoudsopgave van de onderwijsregeling

Opleiding Verzorgende IG PROEVE

oer voor competentiegerichte opleidingen

Middelbaar beroepsonderwijs (zie verder uitleg na dit schema) Beroeps Opleidende Leerweg (zie verder uitleg na dit schema)

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING

Onderwijs- en Examenregeling

voor kleinschalig wonen in de ouderenzorg gebaseerd

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Instructie student. Ontwikkelingsgericht Praktijkbeoordelen.nl

Hoofd Informatie niveau 4. crebo 94071

Dit portfolio is eigendom van: Naam: Adres: Postcode en woonplaats: Telefoon: Naam studieloopbaanbegeleider: Telefoon:

WIJZIGINGSBLAD OER. OER opleiding Verzorgende-IG

Leidinggevende bediening 94161

Onderwijs en Examenregeling. Beveiliger 2. Crebo niveau 2 BOL. Cohort ,5 jarige variant

Digibib. Hoe te werken met de oefenopdrachten en examens?

Beroepsgerichte Examens Consortium Beroepsonderwijs serie 2014 Zorg & Welzijn Instructie voor de examenkandidaat

BPV-praktijkboek. Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent

Leidinggevende bediening 94161

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING

naam opleiding Crebo niveau NV3 BBL

OER Verpleegkunde. Niveau 4 BBL Cohort , startdatum: augustus 2014 en februari Kwalificatiedossier

Examenplan , 2016, 2017 en 2018, examenplan en diplomavereisten Doktersassistent. (HKS, vanaf augustus 2016)

Onderwijs- en Examenregeling

OER Mbo-Verpleegkunde. Niveau nv 4 BOL Cohort , startdatum: augustus 2013-februari 2014

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING

Vormgeving van SLB in de praktijk

VOORTGEZET ONDERWIJS MBO

Onderwijs- en Examenregeling

Hartekamp Collectief, schilderij nr. 223: Feest. Informatie over beroepsopleidingen bij de Hartekamp Groep

Onderwijs en Examenregeling

Servicedocument. Urenverantwoording opleiding Mbo-Verpleegkundige

WIJZIGINGSBLAD OER. OER opleiding Mbo-Verpleegkunde

Examenplan , 2018, examenplan en diplomavereisten Facilitair leidinggevende. (HKS, vanaf augustus 2016)

Examenplan Verzorgende IG / Maatschappelijke Zorg

Onderwijs- en examenregeling

Verkoper Reizen 94090

Onderwijs- en examenregeling

Verzorgende IG BBL. TOELATING Wettelijke toelatingseisen DIT KUN JE DOEN NA JE STUDIE. thuiszorg.

Niveau 4 Cohort Startdatum september Kwalificatiedossier Sociaal Werk Crebo

OER voor 2011 competentiegerichte opleidingen in het nieuwe format A. Basisgegevens

Onderwijs- en Examenregeling

Concept: De basis van de praktijkroute. FC Extra

OER Verpleegkunde. Niveau nv 4 BOL Cohort , startdatum: augustus 2014 februari 2015

Verzorgende IG BOL TOELATING DIT KUN JE DOEN NA JE STUDIE

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING

Examenplan examenplan en diplomavereisten Facilitair leidinggevende. (HKS, vanaf augustus 2016)

ONDERWIJS- en EXAMENREGELING. ROC MONDRIAAN BRIN nummer: 27GZ

Stageboek Derde jaar BOL Verpleegkunde

Transcriptie:

Onderwijs- en Examenregeling Cohort: 2010 2010-2014 startmoment augustus 2011-2015 startmoment januari Crebonummer: 93510 Uitstroom: Verpleegkundige Niveau: 4 Leerweg: BOL Versie 2 Datum vastgesteld: mei 2011 i.o. L. Hagenaars (Clustermanager Gezondheidszorg) 1

Onderwijs- en examenregeling (OER) Verpleegkundige Cohort: 2010 2010-2014 startmoment augustus 2011-2015 startmoment januari Crebocode: 93510 Soort opleiding: Verpleegkundige Niveau: 4 Leerweg: BOL Studiebelastingsuren (SBU s / IIVO) 6400/4730 Toepassing Wet Studiefinanciering/WTS: Ja Kenniscentrum Beroepsonderwijs Calibris Bedrijfsleven: Vastgesteld door het College van Bestuur: Bekendgemaakt: mei 2011 Ingangsdatum: mei 2011 Versiebeheerder OER E. Segboer, L.van Kesteren, Samenstellers OER E. Segboer, L.van Kesteren, Vastgesteld: Breda, mei 2011 Voorzitter College van Bestuur, ROC West Brabant / Vitalis college i.o. L. Hagenaars (clustermanager) 2

Inhoudsopgave 1. Woord vooraf 5 2. Leeswijzer 6 3. Alles over het beroep 7 3.1 Wat doet een Verpleegkundige 7 3.2 Wat kun je met je opleiding doen? 8 4. Alles over de opleiding 9 4.1 Informatie over het onderwijs en het leren 9 4.1.1 Transparante Onderwijs Programmering (TOPmodel) 11 4.1.2 Hoe sluit je opleiding aan op je vorige opleiding? 11 4.1.3 Wat kun je doen om succesvol door te gaan naar een vervolgopleiding 11 4.2 Hoe ziet je programma op school er uit? 12 4.3 Stage en werk 13 4.4 Hoe is je onderwijsprogramma opgebouwd? 14 4.5 De overeenkomsten 14 5. Alles over begeleiding 15 5.1 Studiebegeleiding bij het leren 15 5.2 Extra ondersteuning bij het leren 15 5.3 Begeleiding bij een handicap, stoornis of beperking 16 5.4 Wat als je verkeerd hebt gekozen? 16 5.5 Klachten 16 5.6 Wat kun je doen als je je bedreigd, geïntimideerd of gediscrimineerd voelt 16 6. Alles over beoordeling 17 6.1 Beoordelen om te kijken waar je staat 17 6.1.1 Ontwikkelingsgerichte beoordeling op school 18 6.1.2 Ontwikkelingsgerichte beoordeling in de praktijk 19 6.1.3 Voorwaarden voor deelname aan de kwalificerende beoordelingen 19 6.2 Beoordelen voor je diploma 20 6.2.1 Kwalificeren van kernactiviteiten met behulp van de methodenmix 20 6.2.2 Welke examens moet je doen om een diploma te behalen? 21 3

6.3 Hoe te handelen bij afwezigheid kwalificerende beoordelingen? 23 6.4 Herkansingen 23 6.5 Hoe kom je in aanmerking voor een vrijstelling? 24 6.6 Door-, in- en afstroommogelijkheden 24 6.7 Hoe is de organisatie van je examen geregeld? 24 6.8 Hoe lang kan ik op school mijn examenwerk inzien? 25 6.9 Waar kun je terecht als je het niet eens bent met een beoordeling? 25 6.10 Inspectie 25 Bijlage 1: Kerntaken, werkprocessen en competenties dossier LLB Bijlage 2: Relatie kernactiviteiten consortium 2 e druk kerntaken kwalificatiedossier Bijlage 3: MBO-competenties Bijlage 4: Grofmazig leerplanschema Bijlage 5: Nederlands en rekenen ontwikkelingsgericht Bijlage 6: Overgangsregeling Bijlage 7: Examenplannen Bijlage 8: Verantwoordingsdocument Loopbaan en Burgerschap (L&B) Bijlage 9: Verantwoordingsdocument beroepsmatig rekenen Bijlage 10: Hanteren methodenmix Vitalis college cluster Gezondheidszorg Bijlage 11: TOP model 4

1. Woord vooraf Beste student, Bij de start van je opleiding MBO verpleegkundige heb je versie 1 van het onderwijs- en examenreglement (OER) ontvangen met een beschrijving van de opleiding en alle punten, die voor het volgen van de opleiding van belang zijn. Het examenplan voor het 1 e leerjaar, het afsluiten van kernactiviteit 2 Ondersteunen bij het leven van alledag was concreet uitgewerkt. Voor de andere kernactiviteiten en voor Loopbaan en Burgerschap waren de eisen voor het kwalificeren alleen op hoofdlijnen vermeld. Inmiddels is voor je hele opleiding concreet uitgewerkt wat, wanneer en hoe je moet kwalificeren. Tevens zijn de overgangsregelingen per leerjaar klaar. Het OER versie 2 is een samenvoeging van het OER versie 1 en de verdere uitwerking van de kwalificatie- en overgangseisen voor je hele opleiding. Het OER versie 2 wordt je aangeboden in plaats van een addendum zoals in versie 1 van het OER vermeld is. Versie 1 van het OER komt hiermee te vervallen. Het is belangrijk dat je goed weet hoe je opleiding in elkaar steekt. Als je informatie uit deze OER niet begrijpt, zal je studieloopbaanbegeleider je daarom graag een toelichting geven bij de inhoud. Ook wanneer je in de OER geen antwoord kunt vinden op een vraag die je hebt, raden we je aan contact te zoeken met je studieloopbaanbegeleider. We wensen je heel veel succes in je verdere loopbaan! Liesbeth Hagenaars, Clustermanager Gezondheidszorg 5

2. Leeswijzer Beste student, Dit is versie 2 van de Onderwijs- en Examenregeling. Met deze OER willen we je wegwijs maken in de opleiding waarvoor je gekozen hebt. De OER is een belangrijk onderdeel van de onderwijsovereenkomst die je met het ROC West-Brabant hebt gesloten. Wat kun je vinden in deze OER? Je kunt over de volgende onderwerpen informatie vinden: Het beroep De opleiding De BPV De beoordeling De begeleiding In de bijlagen tref je specifieke informatie aan over de inhoud van de opleiding, leerplanschema s, examenplannen, overgangsregelingen per leerjaar uitgewerkt en de verdere verantwoording van het onderwijs en de examens. 6

3. Alles over het beroep 3.1 Wat doet een Verpleegkundige Jouw sector Je wordt opgeleid als mbo-verpleegkundige om in alle branches van de zorg te kunnen werken. Daarnaast kun je kiezen om je extra te verdiepen in één van de branches: het Ziekenhuis, Verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, de Gehandicaptenzorg of de Geestelijke gezondheidszorg. Jouw baan Je werkt in de gezondheidszorg op het snijvlak van zorg, wonen en welzijn. Met jouw algemene opleiding kun je in tal van beroepspraktijken en omgevingen aan de slag. Bijvoorbeeld in ziekenhuizen, verpleeg- of verzorgingshuizen, instellingen voor psychiatrie of verslavingszorg, woonvormen voor gehandicapten, maar ook in de thuissituatie van zorgvragers of in combinaties daarvan. Je verleent Verpleegkundige zorg aan verschillende categorieën zorgvragers van alle leeftijden. Doelgroepen zijn bijvoorbeeld oudere zorgvragers, chronisch zieken, revaliderende zorgvragers, zorgvragers met een handicap, klinische zorgvragers, zorgvragers met psychiatrische problematiek, zwangeren, kraamvrouwen en pasgeborenen en kinderen en jeugdigen met potentiële of feitelijke gezondheids- of bestaansproblemen. Ook werk je vaak samen met de mantelzorgers. Dat zijn de naasten van de zorgvrager, zoals ouders en andere verzorgers. Je richt je met name op de Verpleegkundige zorg voor de individuele zorgvrager en zijn directe omgeving. Je kunt ook voor een groep zorgvragers werken, bijvoorbeeld in een kleinschalige woonomgeving. Je werkt in het ziekenhuis, de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, de gehandicaptenzorg of de geestelijke gezondheidszorg. Na diplomering kun je je in het BIG-register als Verpleegkundige laten registreren. Jouw werk Je draagt bij aan het herstel van de zorgvrager en aan de verbetering van de kwaliteit van leven van de zorgvrager op het gebied van gezondheid, wonen en welzijn. Je stelt een Verpleegkundige diagnose, schrijft een verpleegplan, ondersteunt bij persoonlijke basiszorg, zoals het wassen van zorgvragers. Je deelt medicijnen uit, je voert verpleegtechnische handelingen uit, bijvoorbeeld het verzorgen van een stoma en injecteren. Je biedt ondersteuning als een zorgvrager bijvoorbeeld psychosociale problemen heeft. Je begeleidt en ondersteunt de zorgvrager ook praktisch door bijvoorbeeld te leren hoe een zorgvrager met krukken moet lopen. Je geeft voorlichting, advies en instructie, bijvoorbeeld over gezond gedrag of over gebruik van hulpmiddelen. Je coördineert alle zorgtaken voor de gehele zorgverlening voor een of meerdere zorgvragers. Je verricht ook handelingen die de gezondheid van de samenleving als geheel bevorderen. Dan gaat het onder meer om het voorkomen van gezondheidsproblemen. Je geeft bijvoorbeeld adviezen over gezond gedrag en leert mensen omgaan met ziektes en beperkingen. Je werkt veelal zelfstandig en in een team, in zeer verschillende zorgsituaties. Je hebt te maken met acute, klinische maar ook langdurige, psychiatrische of onvoorziene zorgsituaties. Je treedt vooral op als de gezondheids- of leefsituatie van de zorgvrager ingewikkelder wordt. Bijvoorbeeld omdat hij of zij meerdere gezondheidsproblemen of beperkingen en levensvragen heeft. De zorg die je verleent kan variëren per zorgvrager. De inhoud kan elke dag verschillen. Je werkt op het moment dat daar behoefte aan is. Dat kan op elk moment van de dag of de week zijn. In alle werkvelden werk je samen met andere disciplines, zoals helpenden zorg & welzijn, verzorgenden, artsen, andere medische en para-medische zorgverleners en sociaal-agogisch werkers. Je bent werknemer van een zorginstelling of je werkt als zelfstandige Verpleegkundige. In de zorginstelling werk je samen met collega s, volgens de visie en richtlijnen van de instelling. Naast het verlenen van zorg en ondersteuning lever je een bijdrage aan de professionalisering van het beroep en aan de kwaliteitsverbetering van de werkzaamheden. Dat kun je doen door met collega s en leidinggevenden over jouw werk te praten en door deel te nemen aan deskundigheidsbevordering. Jouw kwaliteiten Je handelt zorgvragergericht, kunt je inleven in diens situatie, toont respect voor de zorgvrager en bent sociaal en communicatief vaardig. Je houdt je aan de beroepscode en de normen en waarden en de visie en de richtlijnen van de instelling waar je werkt. 7

Je werkt systematisch, oplettend, nauwkeurig en resultaatgericht. Je bent stressbestendig en in staat om je eigen grenzen en die van anderen te bewaken. Je werkt zelfstandig, maar kunt ook goed samenwerken met de naasten van de zorgvrager, met zorgverleners van de eigen en van andere disciplines. Je kunt jouw kennis en vaardigheden in de praktijk toepassen. Je bent geïnteresseerd in mensen met uiteenlopende sociale en medische problemen. Je vindt het leuk om zorgvragers te helpen bij het wonen in een leefgroep en bij hun lichamelijke verzorging. Je bent er op ingesteld om hen te begeleiden en te ondersteunen bij psychosociale problemen. Je hebt een verantwoordelijke baan, werkt soms onder tijdsdruk en in opdracht van een leidinggevende. Voor je toewijding krijg je veel terug: zorgvragers die blij zijn met jouw goede zorgen, die dankbaar zijn voor de prettige leefomstandigheden die jij mee helpt creëren in hun thuissituatie of in de zorginstelling. 3.2 Wat kun je met je opleiding doen? Door aanvullende opleiding te volgen kun je doorgroeien naar functies, specialisaties in je eigen beroepgroep. Ook kan je mogelijk vrijstellingen krijgen voor onderdelen van andere MBO-opleidingen op niveau 4. Je kunt ook doorstromen naar HBO, zoals HBO-Verpleegkundige (niveau 5). 8

4. Alles over de opleiding Het onderwijs binnen het Vitalis college is competentiegericht. Dit betekent dat wij je opleiden om het vermogen te ontwikkelen probleemoplossend te werken in beroepssituaties. We sluiten het onderwijs zoveel mogelijk aan op jouw specifieke ervaring. Het doel is dat je aantoont succesvol te kunnen functioneren in de beroepscontext / beroepssituatie. Om dit te bereiken richt het onderwijs zich op het integreren van kennis, vaardigheden en houdingsaspecten, dus op een mix van kennen, kunnen, willen en zijn. 4.1 Wat zijn de hoofdonderdelen van je opleiding Alles wat jij als gediplomeerd Verpleegkundige moet kennen en kunnen is landelijk vastgelegd in het Kwalificatiedossier MBO-Verpleegkundige niveau 4. Voor je examen worden de kwalificatie-eisen van kwalificatiedossier 2010 gehandhaafd. De minister heeft van elke opleiding het kwalificatiedossier vastgesteld. Zo n kwalificatiedossier is een flink document. Als je zou willen weten hoe de letterlijke tekst van dat dossier eruit ziet, dan kun je dit terugvinden op de site van Calibris www.calibris.nl. Hier vermelden we alleen wat er in grote lijnen in het dossier te vinden is. Een kwalificatiedossier bestaat uit: Deel A beeld van de beroepengroep Deel B kwalificaties Deel C uitwerking van de kwalificaties Deel D verantwoording In deel B en C van het kwalificatiedossier is het beroep van de Verpleegkundige beschreven aan de hand van activiteiten die kenmerkend zijn voor het beroep. We noemen dit kerntaken. Jouw opleiding tot Verpleegkundige kent 3 kerntaken. De indeling in kerntaken uit het kwalificatiedossier is een nauwkeurige beschrijving van het beroep in duidelijke afgebakende onderdelen. Die indeling is echter niet zo handig voor het aanleren van dat beroep. Daarom hebben veel ROC s in Nederland, waaronder ook het Vitalis College van het ROC West Brabant, samengewerkt aan een andere indeling die beter bruikbaar is voor een opleiding. We werken binnen het cluster Cluster Zorg met de methode 2008, 2 e druk van de Stichting Consortium Zorg en Welzijn. In deze methode zijn de kerntaken van het kwalificatiedossier verwerkt tot kernactiviteiten en beroepsprestaties. Kernactiviteiten De opleiding tot MBO-Verpleegkundige niveau 4 kent, conform het consortium materiaal 2008; 2e druk, 6 kernactiviteiten: Kernactiviteit 1: Intro Kernactiviteit 2: Ondersteunen bij het leven van alledag Kernactiviteit 3: Zorgen in specifieke situaties Kernactiviteit 4: Bieden van midden- tot hoogcomplexe zorg Kernactiviteit 5: Verdiepen in één branche Kernactiviteit 6: Regie voeren Een kernactiviteit is een verzameling van werkzaamheden (werkprocessen) die herkenbaar is voor de beroepspraktijk met de daarbij behorende competenties. Elke kernactiviteit gaat over een bepaald aspect van je werk en is een afgerond geheel van je opleiding. Beroepsprestaties Voor elke kernactiviteit is een werkboek gemaakt met meerdere beroepsprestaties. Een beroepsprestaties is een praktijkopdracht die bestaat uit herkenbare werkzaamheden in het beroep. Per kernactiviteit werk je aan meerdere beroepsprestaties. Tijdens het werken ontwikkel je je competenties en verzamel je bewijsstukken waarmee je kunt aantonen dat je over de vereiste competenties beschikt. Deze bewijsstukken moet je opnemen in je portfolio. In de volgende hoofdstukken kun je hierover meer lezen. 9

Competenties Om een werkproces goed uit te voeren is het belangrijk dat je over de juiste competenties beschikt. Competenties bevatten aspecten van persoonlijkheid, houding, motivatie, vaardigheden, kennis en inzicht. In de werkboeken worden steeds de (beroeps)competenties genoemd die je kunt ontwikkelen door het werken aan de beroepsprestaties. Een overzicht van alle MBO-competenties tref je aan in de bijlagen. Verdere verplichte onderdelen Naast de eisen in het kwalificatiedossier MBO-Verpleegkundige zijn door de minister aanvullende kwalificatieeisen gesteld m.b.t. Loopbaan en Burgerschap (L&B), Nederlandse taalvaardigheden, vreemde taal en rekenen. Al deze onderdelen zijn wettelijk verplicht en komen aan bod tijdens de opleiding. In het OER vermelden we in grote lijnen wat er in deze wettelijke documenten staat en wat het betekent voor je opleiding. Loopbaan en Burgerschap (L&B) Loopbaanoriëntatie en ontwikkeling en burgerschapsvorming vormen samen een integraal onderdeel van het middelbare beroepsonderwijs. Loopbaanoriëntatie en -begeleiding dragen bij aan het vermogen van de student om zicht te krijgen op de eigen kwaliteiten, mogelijkheden en drijfveren en helpen de student om de juiste keuzes te maken ten aanzien van opleiding en toekomstig beroep. Het zelf vorm kunnen geven van loopbaan speelt een centrale rol. De opleiding heeft daarbij een ondersteunende taak. Burgerschapsvorming draagt bij aan de maatschappelijke betrokkenheid van de student. Beide zijn niet alleen belangrijk voor de vorming van de individuele student maar dragen ook bij aan de verbetering van het (leer)klimaat binnen de school: studenten die beter gemotiveerd zijn en studenten die meer verantwoordelijkheid nemen voor gemeenschapsbelangen binnen en buiten de school. Bij burgerschap bouwt het MBO voort op wat men al in het VMBO heeft gehad, verdieping van kennis en vertaling van burgerschapsontwikkeling in de context van de beroepsuitoefening en het maatschappelijk functioneren. De kwalificatie-eisen L&B zijn terug te vinden in de adviesnotitie van de MBO Raad mei 2010 Loopbaan en burgerschap in het mbo www.mbo.nl. In grote lijnen betekenen de verplichtingen: - Resultaatverplichting voor het opleidingsinstituut Het opleidingsinstituut is verplicht om de aspecten van loopbaan en burgerschap op te nemen in het onderwijsaanbod, het de student aan te bieden en te beoordelen of de student aan zijn inspanningsverplichting voldoet. De opleidingen zijn vrij hoe zij loopbaan en burgerschap vorm geven. - Inspanningsverplichting Als student ben je verplicht om actief en aantoonbaar deel te nemen aan alle aspecten van loopbaan en burgerschap In hoofdstuk 6 en in de bijlagen lees je meer over de kwalificatie-eisen L&B. Nederlands Nederlands in het kader van Leren, Loopbaan en Burgerschap De taaltaken voor Nederlands zijn onlangs op landelijk niveau opnieuw geordend en voor het hele onderwijs in de 4 onderstaande vaardigheden volgens Meijerink verdeeld. Aan deze vaardigheden zijn niveaus gekoppeld. 1F is het laagste niveau, 4F is het hoogste niveau. Je docent Nederlands zal je meer vertellen over deze niveaus. Voor de opleiding MBO-Verpleegkundige niveau 4 is 3F het minimale eindniveau. 4 taalvaardigheden volgens Meijerink: 1. Mondelinge taalvaardigheid: gespreksvaardigheid, luistervaardigheid, spreekvaardigheid 2. Leesvaardigheid: zakelijke teksten 3. Schrijfvaardigheid 4. Begrippenlijst, taalverzorging Over de eisen met betrekking tot het examineren lees je meer in hoofdstuk 6 en de bijlagen. 4.1.1. Transparante Onderwijs Programmering (TOPmodel) We gaan ervan uit dat de opleiding jou elke week belast met 40 uur werk. Dat kan zijn op school, thuis of op het BPV-adres. We zeggen ook wel: de opleiding heeft een gemiddelde studielast (SBU) van 40 uur per week. 10

Elk opleidingsjaar duurt 40 weken. Op jaarbasis is de gemiddelde studielast dus: 40 x 40 (uur) = 1600 uur. De gemiddelde studielast voor de vierjarige opleiding tot Verpleegkundige is daarom: 4 x 1600 = 6400 uur. Elke MBO opleiding heeft de plicht om ervoor te zorgen dat elke BOL student elk schooljaar van de 1600 uur minstens 850 uur begeleide uren (IIVO-uren) krijgt aangeboden en hier ook daadwerkelijk gebruik van maakt. De opleiding is o.a. verplicht om je aanwezigheid op school en in de BPV te controleren en te registeren en bij controle aan de inspectie te rapporteren. Het cluster Gezondheidszorg staat ervoor garant dat je elk schooljaar, van de 1600 uur minstens 850 begeleide uren (IIVO-uren) krijgt aangeboden. De begeleiding kan op verschillende manieren op school en in de BPV ingevuld worden. In bijlagen TOP-model zie je een verantwoording van deze uren. Aanwezigheidsplicht Je hebt als student een aanwezigheidsplicht van 100% op school. Indien je op school niet aan de aanwezigheidsplicht voldoet, moet je het programma inhalen in je eigen tijd. Om een positief advies te krijgen voor deelname aan de kwalificerende beoordelingen moet je kunnen aantonen dat je het programma hebt ingehaald (zie 6.1.1 Ontwikkelingsgerichte beoordeling op school). Mocht dit niet lukken dan kun je niet deelnemen aan het examen. 4.1.2 Hoe sluit je opleiding aan op je vorige opleiding? Toelatingseisen Je kunt de opleiding tot Verpleegkundige volgen als je beschikt over een van de volgende diploma s: VMBO o Theoretische leerweg o Gemengde leerweg MAVO met zes vakken op D-niveau HAVO/VWO overgangsbewijs van 3 naar 4 De opleiding is zó ingericht dat er een juiste aansluiting is op en met alle vooropleidingen die genoemd zijn in de toelatingseisen. Waar extra ondersteuning m.b.t. de aansluiting nodig is, is begeleiding op maat uiteraard altijd bespreekbaar. 4.1.3 Wat kun je doen om succesvol door te gaan naar een vervolgopleiding? Opleidingen binnen Gezondheidszorg voldoen aan de normen voor doorstroming. Niveau 4 kan doorstromen naar een verwante opleiding niveau 4. Om naar een verwante HBO-opleiding door te stromen is niveau 4 nodig. 11

4.2 Hoe ziet je programma op school er uit? Leerlijnenmodel Het onderwijs is opgebouwd middels leerlijnen, die het leren, de begeleiding en de beoordeling vorm geven. Leerlijnen Leren is gericht op Leeractiviteiten Richtinggevende leerlijn 1. Studieloopbaanbegeleiding (SLB) leerlijn Richtinggevende leerlijn 2. Integrale leerlijn Richtinggevende leerlijn 3. BPV leerlijn Ondersteunende leerlijn 4. Conceptuele leerlijn (kennis leerlijn) Ondersteunende leerlijn 5. Vaardigheden leerlijn - Leer-/ ontwikkelingsproces binnen- en buitenschools - Professionele beroepshouding - Ontwikkelen studievaardigheden - Plannen studiewerkzaamheden - Studie keuzes maken - Voorbereiden arbeidsmarkt - Werken aan beroepsprestaties (BP)/ proeve binnen- en buitenschools; - Beoordelen of resultaten aan eisen voldoen; - Projectmatig werken. - Integraal werken aan beroepscompetenties - Recht doen aan het eigen leeren ontwikkelproces - Als professioneel leren denken en redeneren - Kennis en informatie verwerven, gekoppeld aan geplande beroepsprestaties - Inoefenen van vaardigheden, gekoppeld aan geplande beroepsprestaties 6. Vrije ruimte - Deelname studenten aan project- en themadagen; - Studenten stimuleren om zelfstandig invulling te geven aan hun persoonlijke/ beroepsmatige ontwikkeling. - Studieloopbaanbegeleiding - Werken met POP en PAP - Het vullen van het portfolio - Integrale opdrachten - Project- en themadagen - Projectmatig werken - Werken aan BP en proeve (WAP) - Werken/ stage lopen binnen de BPV waarbij de BP of Proeve als opdracht wordt uitgewerkt - Intervisie - Probleemtaak - Hoorcollege - Werkcollege - Workshop - Skills training - Simulatie - Begin van de opleiding aanbodgestuurd - Later in de opleiding vraaggericht Richtinggevende leerlijnen: Deze leerlijnen bieden de context, het overzicht en de sturing voor de kernactiviteiten en de beroepsprestaties. Studieloopbaanbegeleiding (SLB) Bij deze leerlijn gaat het om het ontwikkelen van het beroepsbeeld door de student en grip krijgen op het eigen leer- en ontwikkelingsproces ( wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik?). In de basisfase zijn groepsbijeenkomsten in de lesweken gepland naast eenheden voor individuele begeleiding, daarna is er een overgang naar minder groepsbijeenkomsten en meer individuele begeleiding. De Slb er begeleidt de student bij het concreet invullen van zijn leerdoelen, het werken met een POP en het verzamelen van bewijzen / beoordelingen in het portfolio. De Slb er volgt het leer- en ontwikkelingsproces van de student, zowel binnen als buitenschools. Hij ondersteunt de student bij het ontwikkelen van een professionele beroepshouding. In het begin van de opleiding gaat het ook om het ontwikkelen van studievaardigheden ( kunnen leren) en informeren over de opleiding. In heel de opleiding gaat het om het leren plannen van de studiewerkzaamheden, studiekeuzes maken en voorbereiden op de toetreding tot de arbeidsmarkt. 12

De integrale lijn Dit is ook een richtinggevende leerlijn: de opdrachten uit het Consortiummateriaal worden gebruikt als integrale opdrachten in de praktijk. In periode 1 en de eerste helft van periode 2 zijn dit de leer- en beroepsprestaties van de kernactiviteit Intro, die door de studenten op school worden verwerkt. In deze periode wordt de door het consortium gehanteerde methodiek aangeleerd, met de Wegwijzer, de STARRT methode en het formuleren van leerdoelen. Al snel start elke student ook met beroepsprestaties van een andere kernactiviteit, binnenschools en in de beroepspraktijk. Het overzicht van de verdeling van de kernactiviteiten over de leerjaren staat in het grofmazig leerplanschema (zie bijlage) BPV leerlijn Bij competentiegericht leren geeft het werken in de beroepspraktijk de context voor het leren. Studenten gaan voor BPV naar de praktijk en werken daar integraal aan de benodigde competenties. Zij ontwikkelen zich tot beginnend beroepsbeoefenaar en gebruiken intervisie om gezamenlijk problematiek te bespreken. Ondersteunende leerlijnen De onderwijsactiviteiten in deze leerlijnen zijn ondersteunend aan een of meer beroepsprestaties van de kernactiviteiten. Conceptuele leerlijn Bij de onderwijsactiviteiten van deze leerlijn gaat het er vooral om dat de student aantoonbaar kennis en informatie verkrijgt en als een professional leert denken en redeneren. Dan gaat het om vakinhoudelijke kennis en informatie maar ook om Nederlands, en vanaf schooljaar 2010) ook om een moderne vreemde taal en rekenen. Het werken aan burgerschapscompetenties hoort ook tot deze leerlijn. Vaardighedenlijn Hierbij gaat het om het inoefenen van vaardigheden, gekoppeld aan geplande beroepsprestaties. Dat zijn huishoudelijke, verzorgende of verpleegtechnische vaardigheden maar ook vaardigheden op het gebied van activiteiten begeleiding, interactieve vaardigheden en ICT vaardigheden. Vrije ruimte Deze leerlijn geeft de ruimte om de drive van studenten te stimuleren d.m.v. projecten/thema s om (zelfstandig) invulling te kunnen geven aan hun persoonlijke/ beroepsmatige ontwikkeling. Door middel van projecten wordt de relatie met Vital Society gelegd en /of de relatie met burgerschap. Halverwege het schooljaar is voor BOL studenten een Vitalis themaweek gepland. 4.3 Stage en werk Je hebt gekozen om een BOL-opleiding te volgen. BOL wil zeggen: de beroepsopleidende leerweg. Dit is een combinatie van leren en stage. Leren in de praktijk en leren op school zijn gedurende de hele opleiding gekoppeld. In de praktijk kom je levensechte beroepssituaties tegen. Dit is ook je leeromgeving. Deze leeromgeving is het uitgangspunt en vertrekpunt voor je leren op school. Wat je in de praktijk wilt leren ga je daar oefenen en op school onderzoeken en voorbereiden. Wat je op school leert pas je toe in de praktijk. Daar maak je op een afwisselende manier kennis met de theorie. De praktijkervaring doe je op met stages. Om stage te kunnen lopen heb je een praktijkovereenkomst (POK) nodig. In paragraaf 5.5 wordt uitgelegd wat dit betekent. Je beroepspraktijkvorming (BPV) begint vanaf periode 2. Je werkt op je stageplaats aan de beroepsprestaties die je op school voorbereid hebt. Een werkbegeleider uit de praktijk zal je hierbij begeleiden. Hoe dit precies gaat staat in het BPV handboek beschreven. Je studieloopbaanbegeleider (Slb er) heeft je ook al geïnformeerd over het verloop van je stage. Het is belangrijk dat je je realiseert dat werken in de zorg betekent dat je met onregelmatig werken te maken krijgt. In het onderstaande schema zie je hoe de verhouding tussen lesdagen en BPV is gedurende je hele opleiding. 13

4.4 Hoe is je onderwijsprogramma opgebouwd? Je opleiding is opgebouwd uit 3 fases: basisfase, hoofdfase en verdiepingsfase (zie bijlage: grofmazig leerplanschema). Tijdens het 1 e schooljaar werk je aan de basisfase. Het schooljaar is voor alle opleidingen binnen het Vitalis College verdeeld in 4 leerperioden van 9 weken. Elke periode bestaat uit 8 lesweken en 1 IRM-week. In de lesweken volg je alle onderwijsactiviteiten volgens een vast rooster. In de bufferweken zijn allerlei activiteiten gepland op de schooldagen zoals workshops, themadagen, inhaalmomenten, SLBgesprekken en andere reflectiemomenten. Voor elke IRM week wordt het rooster tijdig bekend gemaakt. De onderwijsactiviteiten die gepland zijn in de lesweken worden tijdig per leerperiode bekend gemaakt. In de bijlagen tref je een voorbeeldrooster aan. Tijdens het schooljaar is een Vital Society week gepland. Hier kunnen grotere activiteiten gepland worden eventueel samen met studenten van de andere opleidingen van het Vitalis College. Aan het begin van het schooljaar is een extra week voor introductie gepland. Hiervoor hebben wij een apart programma. Je krijgt dit zo spoedig mogelijk vóór aanvang schooljaar. Hoe ziet een lesweek eruit In alle studiejaren zal je lesweek bestaan uit een aantal vergelijkbare onderdelen: je voert opdrachten in de beroepspraktijk uit, je oefent op school o. a. vaardigheden en je krijgt theorie. 4.5 De overeenkomsten De onderwijsovereenkomst Sinds de invoering van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) is het sluiten van een onderwijsovereenkomst tussen deelnemer en onderwijsinstelling verplicht. In de onderwijsovereenkomst, kortweg OOK, staan de rechten en plichten van jou èn van de school opgeschreven. Als je eenmaal je handtekening hebt gezet, dan ben je verplicht om je aan de afspraken in de OOK te houden. De onderwijsovereenkomst is te vinden op de portal en de website: http://www.vitaliscollege.nl/studenten/regelingen-en-procedures.aspx De praktijkovereenkomst Je stagecontract, of ook officieel praktijkovereenkomst (POK) moet duidelijkheid scheppen en heldere afspraken vastleggen, tussen je stageplaats, je school en jou. Zorg ervoor dat je snapt waaronder je een handtekening zet. Ook hier geldt: als je eenmaal je handtekening hebt gezet, dan ben je verplicht om je aan de afspraken in de POK te houden. De praktijkovereenkomst is te vinden op: http://www.vitaliscollege.nl/studenten/regelingen-en-procedures.aspx 14

5. Alles over begeleiding; Visie op leren en opleiden Actief leren Bij leren denk je misschien meteen aan instructie krijgen, luisteren, huiswerk maken. Vooral de docent lijkt te bepalen wat er gebeurt. Dat is in sommige onderwijssituaties ook helemaal niet zo gek. De docent weet als vakspecialist waar hij het over heeft en hoe hij bepaalde onderwijssituaties het best kan organiseren. Er zijn tijdens de opleiding ook heel veel situaties te bedenken, waarbij jij als student actief kunt zijn. Zo vinden wij bijvoorbeeld dat jij in bepaalde leersituaties heel goed zelf keuzes kunt maken en dat jij dingen kunt doen die vroeger door anderen voor jou werden gedaan. Op de opleiding die je gaat volgen, willen we daarom met je samenwerken op een manier waarbij jij, zoveel en zo vaak als mogelijk is, wordt uitgedaagd om te laten zien wat je kan. Actief leren is snel, leuk en heeft een direct relatie met de praktijk waardoor er ook een beroep gedaan wordt op je motivatie en interesse. Bij actief leren gaat het erom dat je dingen zelf uitzoekt, voorbeelden bedenkt, vaardigheden uitprobeert en taken doet die vragen om aanwezige en nieuwe kennis. Niet elke student vindt zo n actieve rol even gemakkelijk. Het is daarom de taak van medewerkers van de school en de instelling waar je stage loopt of werkt, jou bij die actieve rol te ondersteunen. 5.1 Studiebegeleiding bij het leren Begeleiding bij leeractiviteiten, leerresultaten en leerontwikkeling Tijdens het doorlopen van je leerproces word je begeleid door een studieloopbaanbegeleider (Slb er). Hij/zij begeleidt je bij de realisatie van je persoonlijk leer- en ontwikkelplan. De Slb er zal je stimuleren bij de uitbreiding, ontwikkeling en verdieping van de competenties waardoor je uiteindelijk aan de gestelde eisen van het beroep kunt voldoen en als beginnend beroepsbeoefenaar aan het werk kan. De Slb er heeft vanuit de opleiding een sleutelrol in de studieloopbaanplanning. Met je Slb er bespreek je resultaten en de ontwikkeling van je leerroute. Dit gebeurt op 2 verschillende manieren: - individuele SLB gesprekken - groepsbijeenkomsten Om je leer- ontwikkelproces te kunnen volgen werk je met een portfolio. Een portfolio bestaat uit een map, waarin je allerlei informatie verzamelt. Jouw portfolio heeft 3 functies: 1. het helpt je te leren en reflecteren 2. het helpt je erachter te komen wat je kunt en geleerd hebt 3. documenten verzamelen Dit portfolio bestaat uit: 1) het ontwikkelingsportfolio 2) het beoordelingsportfolio In het 1. ontwikkelingsportfolio verzamel je alle documenten die met je leerproces te maken hebben zoals je POP (persoonlijk ontwikkelplan), reflectie- en procesverslagen, bewijzen van competent handelen en geleverde beroepsproducten. In je 2. beoordelingsportfolio verzamel je alle documenten waarop je beoordeeld wordt bij een examen (assessment). Je bent zelf verantwoordelijk voor je complete portfolio. Deelname aan de onderwijsactiviteiten Het spreekt voor zich dat jouw actieve deelname in de lessen van wezenlijk belang is. We gaan er vanuit dat je altijd aanwezig bent en een positieve, actieve leerhouding laat zien. Als je niet aanwezig kunt zijn heb je kans om studieachterstand op te lopen. Verzuim wordt daarom geregistreerd en door de Slb er begeleid. 5.2 Extra ondersteuning bij het leren De zorgexpert van het cluster kan je ondersteunen op het gebied van assertiviteit, faalangst, studievaardigheid, dyslexie, dyscalculie, rouwverwerking en depressiviteit, studiekeuze, capaciteitenonderzoek. Alle problemen worden serieus genomen en vertrouwelijk behandeld. De 15

hulpverlening kan bestaan uit coaching en /of doorverwijzing naar andere hulpverlenende instanties. Je Slb er kan je verwijzen naar de zorgexpert of je kunt jezelf aanmelden, door zelf binnen te lopen bij loopbaancentrum. 5.3 Begeleiding bij een handicap, stoornis of beperking Wanneer je extra ondersteuning nodig hebt bij het leren kunnen hiervoor extra ondersteuningsuren worden aangevraagd bij SS&B (steunpunt studie en beperking). Aanmelden bij de zorgexpert, via je Slb er. De indicatie wordt bij de intake of tijdens je studie gesteld. Aard en omvang van de begeleiding worden bepaald in samenspraak met jou, de school en SS&B. Heb je een REC (regionaal expertise centrum) indicatie en LGF (leerling gebonden financiering) dan kan er in overleg met SS&B en de zorgexpert gekeken worden of dit gebruikt kan worden voor extra begeleiding of voorzieningen. Dit wordt tijdens de verdiepte intake besproken met de zorgexpert. In acht wordt genomen dat de leerling tot een beroepsbeoefenaar wordt opgeleid en ook als dusdanig zelfstandig moet kunnen functioneren. Er is een centrale examenregeling ROC West-Brabant. Deze kun je vinden op de site www.vitalis.college.nl in deze regeling zijn examenrechten van studenten met beperkingen vastgelegd. Extra examenfaciliteiten zijn aan te vragen via het examenbureau, mits je een officiële verklaring hebt (bv. van dyslexie). Heb je geen officiële verklaring en denk je er wel voor in aanmerking te komen, dan vraag je je Slb er je door te verwijzen naar de zorgexpert van het loopbaancentrum, deze kan een verklaring voor je aanvragen via het SS&B (Servicecentrum Studie en Beroep). 5.4 Wat als je verkeerd hebt gekozen? Tijdens het doorlopen van je studie kan je soms tot de conclusie komen dat een opleiding binnen de zorg niet haalbaar of wenselijk is. Dit kun je bespreken met je studieloopbaanbegeleider. Deze verwijst je door naar het loopbaancentrum. De zorgexpert van het loopbaancentrum gaat verder met je in gesprek en zal samen met jou (en je ouders/verzorgers) kijken naar de te nemen vervolgstappen. Bv.: Beroepskeuze test, capaciteitentest. 5.5 Klachten Het Vitalis College kent een klachtenprocedure. Met klachten kun je op de eerste plaats altijd terecht bij de Slb er. Als je hier geen afdoende antwoord krijgt kun je je klacht indienen via de klachtenregeling van het Vitalis College. Deze staat op de site http://www.vitaliscollege.nl/studenten/regelingen-enprocedures/klachtenprocedures.aspx. Op de site van het Vitalis College vind je ook het deelnemersstatuut. Dit is een document met uitgebreide informatie over je rechten en plichten als student. 5.6 Wat kun je doen als je je bedreigd, geïntimideerd of gediscrimineerd voelt We stellen binnen het Vitalis College en binnen het cluster Cluster Zorg steeds alles in het werk om een veilige en prettige leeromgeving te creëren. Mocht je desondanks alles te maken krijgen met bedreiging, intimidatie of discriminatie, dan kun je je wenden tot vertrouwenspersonen van het Vitalis College. Namen en adressen vind je op de site http://www.vitaliscollege.nl/studenten/regelingen-enprocedures/deelnemersstatuut.aspx. Je kunt met eventuele problemen ook altijd terecht bij je Slb er. 16

6. Alles over de beoordeling Er zijn twee manieren van beoordelen: 1. ontwikkelingsgerichte beoordeling beoordelen om te leren 2. kwalificerende beoordeling beoordelen om te beslissen Dit moet je goed uit elkaar houden. Als student ben je actief betrokken bij de beoordeling. Je bent namelijk zelf verantwoordelijk voor het aandragen van de bewijzen van je leervorderingen, je laat zien dat je het kunt en dat je weet waarom. Hieronder lees je meer over die twee manieren van beoordelen en wat je moet doen om je diploma te behalen. 6.1 Beoordelen om te kijken waar je staat Ontwikkelingsgerichte beoordeling ondersteunt vooral het leren. Daarom spreken we ook wel van beoordelen om te leren. Beoordelen om te leren is vooral bedoeld om jou informatie te geven, waarmee jij je leerproces kunt bijsturen. Jij laat steeds weer zien wat je al kunt en anderen spreken daar een oordeel over uit. Die beoordelaars kunnen docenten of instructeurs zijn, ook begeleiders uit de werkvelden of medeleerlingen maar ook jezelf. Jezelf beoordelen / reflecteren In je leven leer je vooral van fouten en successen. Dat geldt ook voor school en werk. Als je af en toe de tijd neemt om stil te staan bij resultaten op school en binnen de BPV-instelling, zul je daar veel van leren. Wij vragen je daarom tijdens je opleiding heel vaak de resultaten van je eigen werk te beoordelen. We vragen je ook welke conclusies je trekt uit die zelfbeoordeling. Ofwel, we laten je regelmatig reflecteren op alles wat je doet. In de boekjes met kernactiviteiten lees je meer over dat reflecteren. Je verzamelt bewijsstukken van je ontwikkeling in het portfolio (ontwikkelingsdeel). Zo breng je je ontwikkeling in beeld. Omdat jezelf verantwoordelijk bent voor je portfolio bepaal je zelf welke bewijsstukken je wilt opnemen. Door het bijhouden van het portfolio ben je zelf ook beoordelaar. Jij beoordeelt namelijk welke producten en prestaties het beste laten zien hoe ver je bent in je leer- en ontwikkelingsproces. Beoordeeld worden door anderen Soms heb je het oordeel van anderen nodig. Je wilt van docenten en je begeleiders uit het werkveld horen of je iets goed doet. Als je het niet goed doet wil je weten hoe je jezelf kunt verbeteren. Ook medeleerlingen kunnen heel goed aangeven waar ze jou goed in vinden en waar ze jou minder goed in vinden. Zij kunnen beoordelen hoe jij samenwerkt, of je een handeling goed uitvoert en welk aandeel je hebt gehad bij een prestatie die jullie samen hebben geleverd. Als je van een beoordeling wilt leren hoe het beter kan, moet de beoordelaar zorgen voor een kort verslag, waarin staat wat goed is en wat een volgende keer misschien nog beter kan. Vaak eindigt een dergelijk verslag met een advies. Zo n beoordeling met feedback helpt jou bij het maken van een plan om het (nog) beter te doen. Omdat die beoordeling jou helpt bij je ontwikkeling, spreken we ook van ontwikkelingsgerichte beoordeling. Beoordelingen bespreken met je studieloopbaanbegeleider De beoordelingen zeggen iets over jouw ontwikkeling. Daarom bewaar je de bewijsstukken in je portfolio. Je studieloopbaanbegeleider leert je om goed gebruik te maken van de adviezen en de feedback bij die beoordelingen. De uren voor de begeleiding door de SLB er tijdens de lesweken staan op je lesrooster. In de individuele begeleidingsuren (SLBi) bepaal je samen waar je staat in je leerproces en bespreek je welke stappen je wilt gaan zetten om nieuwe leerdoelen te behalen. Dit doe je aan de hand van de verzamelde bewijsstukken in je ontwikkelingsportfolio. Naast deze controlerende rol kan de SLB er je ook advies geven bij 17

je kwalificerende beoordeling. Je kunt samen bespreken of je toe bent aan een kwalificerende beoordeling (beoordeling om te beslissen) en welke documenten je kunt gebruiken voor je beoordelingsportfolio. 6.1.1 Ontwikkelingsgerichte beoordeling op school IRM (individueel reflectiemoment): beoordelen om te leren Twee keer per jaar zijn verplichte IRM gesprekken gepland (in de IRM-weken). De SLB er bespreekt en beoordeelt aan de hand van het ontwikkelingsportfolio of je aan alle verplichtingen voldaan hebt en met bewijsstukken kunt aantonen dat je voldoende voortgang hebt laten zien. Jouw studievoortgang wordt hierdoor bewaakt en je kunt je leer- en ontwikkelproces gericht sturen. In het onderstaande schema overzicht ontwikkelingsgerichte beoordeling op school zijn deze gesprekken uitgewerkt. Je kunt zien wanneer de gesprekken zijn, welke criteria gebruikt worden om je voortgang te beoordelen en welke consequenties dit voor je kan hebben. Het kan zijn dat je helemaal goed bezig bent en dat je je op het juiste niveau ontwikkelt. Maar het kan ook zijn dat je te horen krijgt dat jouw resultaten wel voldoende zijn en dat je op de goede weg bent maar dat je nog hard moet werken om aan alle eisen van het betreffende leerjaar te voldoen. Als onvoldoende voortgang aantoonbaar is krijg je een advies hoe je daarmee moet omgaan en/of wat daarvan de gevolgen zijn. Van de gesprekken maakt de SLB er en de student een kort verslag waarin alle afspraken worden vastgelegd. Deze verslagen bewaar je in je portfolio. Hoe je je op het IRM moet voorbereiden bespreek je met je SLB er. Overzicht ontwikkelingsgerichte beoordeling (IRM) op school met je SLB er Periode/ week Criteria Je voldoet aan de criteria Je voldoet niet aan de criteria Leerperiode 1, 2 en 3 van alle leerjaren in week 9 (IRM week) - Voldoen aan de criteria 1, 2, 3, 6 en 8 uit de gedragscode voor de zorginstellingen (1 e leerjaar BOL) Inhoud ontwikkelgericht portfolio: 1. ingevulde aftekenlijsten van de onderwijsactiviteiten 2. bewijslast ontwikkelingsgerichte beoordeling beroepsprestaties 3. specifieke bewijsstukken behorend bij de beroepsprestaties 4. scorelijsten voor de vakinhoudelijke diagnostische toetsen 5. bewijslast beroepsmatig rekenen (indien van toepassing) 6. bewijs van: voldoen aan de gedragscode voor de zorginstellingen 7. verslagen IRM-gesprekken en bewijsstukken van andere afspraken 8. aanwezigheidregistratie (100% aanwezigheid op school) 9. checklist ontwikkelingsportfolio* 1. Je kunt zonder voorbehoud naar de praktijk (1 e leerjaar BOL) 2. Je kunt verder gaan met de ingezette leerweg 3. Je krijgt adviezen voor je POP (persoonlijk ontwikkelingsplan) 1. Je gaat met een contract (met voorwaarden) naar de praktijk. De voorwaarden in het contract worden in het 1 e leerjaar aan het einde van leerperiode 2 geëvalueerd. 2. Gedurende je hele opleiding kunnen extra ontwikkel- en begeleidingsgesprekken gepland worden. 3. Als onvoldoende voortgang aantoonbaar is worden afspraken met je gemaakt hoe je de achterstand kunt inhalen en hoeveel tijd je hiervoor krijgt. Ook wordt vastgelegd wat de consequenties zijn als je je niet aan de afspraken houdt (zie OOK). * Voor de controle van de verplichte inhoud van het portfolio wordt de checklist ontwikkelingsportfolio gebruikt. Deze lijst vind je in je portfolio. De afgetekende lijst is een voorwaarde voor deelname aan de kwalificerende beoordelingen. 18

6.1.2 Ontwikkelingsgerichte beoordeling in de praktijk Beoordelen van competenties: beoordelen om te leren Jouw opleiding is competentiegericht. Je ontwikkelt die competenties door te werken aan beroepsprestaties. Deze competenties worden door je begeleiders in de praktijk ontwikkelingsgericht beoordeeld. Je kunt dan laten zien of je in staat bent om je competenties voldoende en op het juiste niveau te ontwikkelen en dit aantoonbaar te maken. De bewijsstukken hiervan bewaar je in je portfolio en bespreek je met je SLB er. De omschrijving van de werkprocessen en competenties kun je vinden in kwalificatiedossier en je werkboek(en) van de kernactiviteiten. De beroepsprestaties met de opdrachten staan in de werkboeken van de kernactiviteiten. Achter elke beroepsprestatie is een beoordelingslijst opgenomen waarmee een aantal competenties beoordeeld kan worden. Aan het begin van die lijst wordt altijd eerst vermeld hoe moeilijk de beroepssituatie moet zijn waarin je de prestatie levert (complexiteit), hoeveel begeleiding gegeven mag worden en hoeveel verantwoordelijkheid je moet kunnen dragen. Daarna volgt een lijst met competenties, die beoordeeld moeten worden. Achter elk van die competenties komt uiteindelijk te staan of je die hebt aangetoond deels aangetoond niet aangetoond. De competenties worden ontwikkelingsgericht beoordeeld daarom krijg je ook informatie over wát er goed ging, wat nog beter kan en hoe dit beter kan (feedback en advies). Bij een ontwikkelingsgerichte beoordelingen kunnen alle 3 beoordelingsvormen ingevuld zijn. Als student moet wel ontwikkeling laten zien d.w.z. dat de beoordeling aangetoond en deels aangetoond moet vaker voorkomen dan niet aangetoond. 6.1.3 Voorwaarden voor deelname aan de kwalificerende beoordelingen De verplichte bewijsstukken in je ontwikkelingsportfolio zijn aanwezig Om aan de kwalificerende beoordelingen te kunnen deelnemen moet je voldoende voortgang in je leerproces kunnen aantonen. De bewijsstukken hiervoor verzamel je in je ontwikkelingsportfolio. Wanneer het ontwikkelingsportfolio compleet is en alle onderdelen zijn afgetekend op de checklist ontwikkelingsportfolio, krijg je een POSITIEF ADVIES van de SLB er. Dat betekent dat je bij het examenbureau wordt aangemeld voor de kwalificerende beoordeling(en). Je mag beginnen met de voorbereidingen van de proeve of beroepsprestatie(s). De verplichte bewijsstukken in je ontwikkelingsportfolio ontbreken Wanneer bewijsstukken in je ontwikkelingsportfolio ontbreken betekent dit een NO GO. Je wordt niet toegelaten voor deelname aan de kwalificerende beoordeling(en). Dit heeft consequenties voor je studievoortgang. Je kunt hierover meer lezen in de overgangsregelingen. Deze zijn per leerjaar uitgewerkt. (zie bijlagen) 6.2 Beoordelen voor je diploma Kwalificerende beoordeling Bij de kwalificerende beoordeling stellen deskundigen vast of jij kan handelen als een beginnend beroepsbeoefenaar en of je voldoet aan vooraf opgestelde eisen. We spreken dan van `beoordelen om te beslissen`. Deze beoordeling moet dus duidelijk maken of jij de kernactiviteiten met de daarbij behorende competenties voldoende beheerst. Er wordt dus feitelijk vastgesteld of je geslaagd bent voor (onderdelen van) het assessment en of je je opleiding of delen van je opleiding kunt afsluiten. 6.2.1 Kwalificeren van kernactiviteiten met behulp van de methodenmix Voor de kwalificerende beoordeling van kernactiviteiten maken wij gebruik van de examenproducten van de Stichting Consortium Zorg en Welzijn. Als exameninstrument wordt de methodenmix ingezet zoals deze in de werkboeken van de Stichting Consortium kwalificatiedossier 2008, 2 e druk is uitgewerkt. De methodenmix bestaat uit een proeve of beroepsprestatie(s) in de BPV, het kwalificerende reflectieverslag en het assessmentgesprek in de vorm van een CGI (Criterium Gericht Interview). Hieronder een beknopte weergave van de kernpunten van de methodenmix. (bij positief advies voor deelname aan de kwalificerende beoordeling) - je start met de voorbereidingen voor de proeve of beroepsprestatie(s) 19

- nadat je van de BPV-begeleider en de WAP-docent (Werken aan Beroepsprestaties) een GO hebt voor de uitvoering van de proeve of beroepsprestatie(s) kun je deze uitvoeren. De volgorde waarin de GO s gegeven worden is niet van belang. - je voert de proeve of beroepsprestatie(s) uit in de BPV (evt. een onderdeel in simulatie binnenschools) en je verzamelt de vastgestelde specifieke bewijsstukken. - je levert de bewijsstukken in bij de beoordelaars - beoordelaars observeren en beoordelen de uitvoering van de proeve of beroepsprestatie(s) - beoordelaars voeren het beoordelingsgesprek proeve of beroepsprestatie(s) met je - je schrijft aan het eind van het schooljaar over de proeve of beroepsprestatie(s) het kwalificerende reflectieverslag volgens de STARRT- methode. - het reflectieverslag wordt beoordeeld door de beoordelaar BPV op feitelijkheden en door de beoordelaar binnenschools op toepassing van de STARRT- methode - de bewijsstukken proeve of beroepsprestatie(s) en het reflectieverslag heb je ter beschikking gesteld aan de assessoren CGI - aan het eind van ieder leerjaar vindt ook het CGI plaats op school met 2 onafhankelijke assessoren* - de assessoren beoordelen het CGI en valideren voorgaande stappen - de assessoren communiceren de beoordeling met je en rapporteren de uitslag aan examenbureau * Bij het CGI van de BOL-student heeft de beroepspraktijk geen directe rol. Bij het CGI van de BBL-student kunnen assessoren uit de praktijkinstellingen worden ingezet. Voor de beoordeling van alle onderdelen methodenmix (proeve of beroepsprestatie, kwalificerend reflectieverslag en CGI) worden de beoordelingslijsten en formulieren uit de werkboeken van de Stichting Consortium 2008, 2 e druk gebruikt. Deze lijsten worden aangepast aan de kwalificatie-eisen van het kwalificatiedossier 2010. Ieder onderdeel van de methodenmix kan met aangetoond, deels aangetoond, niet aangetoond worden beoordeeld. Een kwalificerende beoordeling is behaald wanneer alle onderdelen van de methodenmix met aangetoond zijn beoordeeld. Legitimatie Bij deelname aan de kwalificerende beoordelingen moet je je kunnen legitimeren. 6.2.2 Welke examens moet je doen om een diploma te behalen Bij het competentiegericht leren is het landelijk vastgestelde kwalificatiedossier en de aanvullende kwalificatieeisen m.b.t. Loopbaan en Burgerschap (L&B), Nederlandse taalvaardigheden, vreemde taal en rekenen het uitgangspunt voor de kwalificerende beoordelingen. Naast de eisen in het kwalificatiedossier MBO Verpleegkundige zijn door de minister aanvullende kwalificatieeisen gesteld m.b.t. Loopbaan en Burgerschap (L&B), Nederlandse taalvaardigheden, vreemde taal en rekenen. Al deze onderdelen zijn wettelijk verplicht en komen aan bod tijdens de opleiding. In het OER vermelden we in grote lijnen wat er in deze wettelijke documenten staat en wat het betekent voor je opleiding. De kwalificatie-eisen L&B zijn terug te vinden in de adviesnotitie van de MBO Raad mei 2010. Om het diploma Verzorgende IG te ontvangen moet je aan de genoemde eisen voldoen. Eisen kwalificatiedossier De 3 kerntaken uit het Kwalificatiedossier zijn door de Stichting Consortium Zorg en Welzijn verwerkt tot kernactiviteiten. De opleiding tot MBO-Verpleegkundige niveau 4 kent, conform het consortium materiaal 2008; 2e druk, 6 kernactiviteiten: Kernactiviteit 1: Intro Kernactiviteit 2: Ondersteunen bij het leven van alledag Kernactiviteit 3: Zorgen in specifieke situaties Kernactiviteit 4: Bieden van midden- tot hoogcomplexe zorg Kernactiviteit 5: Verdiepen in één branche Kernactiviteit 6: Regie voeren De eerste kernactiviteit Intro wordt alleen ontwikkelingsgericht afgesloten. Deze kernactiviteit wordt verder in dit hoofdstuk niet meer genoemd. 20