2 Concentratie in oplossingen



Vergelijkbare documenten
Hoeveel deeltjes zijn aanwezig in één mol? Wat is de concentratie van een oplossing? molaire concentratie.

Wennen aan het idee dat je de eenheden eerst aanpast aan de nieuwe grootheid. Hier: eerst omrekenen naar gram en liter.

Life Sciences. Werkboek Chemisch Rekenen & Zuren en basen

Opgaven zuurgraad (ph) berekenen. ph = -log [H + ] poh = -log [OH - ] [H + ] = 10 -ph [OH - ] = 10 -poh. ph = 14 poh poh = 14 ph ph + poh = 14

Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 10 Concentratie bladzijde 1

De waterconstante en de ph

Rekenen aan reacties (de mol)

5 Water, het begrip ph

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties

Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen.

Oplossingen oefeningenreeks 1

Curie Hoofdstuk 6 HAVO 4

Definitie. In deze workshop kijken we naar 3 begrippen. Massa, Volume en Mol. Laten we eerst eens kijken wat deze begrippen nu precies inhouden.

6. Oplossingen - Concentratie

Mens erger je niet: chemistry edition

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten

Weet je het nog? Welke bewerking moet in afbeelding 21.1 langs elke pijl staan?

Module 2 Chemische berekeningen Antwoorden

Opgave 1. Opgave 2. b En bij een verbruik van 10 ml? Dan wordt de procentuele onnauwkeurigheid 2 x zo groot: 0,03 / 20 x 100% = 0,3% Opgave 3

Chemisch rekenen, zo doe je dat!

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013

Wet van Behoud van Massa

Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 18 Oxidimetrie bladzijde 1

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het VWO. versie mei 2013

toelatingsexamen-geneeskunde.be Vraag 2 Wat is de ph van een zwakke base in een waterige oplossing met een concentratie van 0,1 M?

5.4 ph van oplossingen van zwakke zuren of zwakke basen

ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO

Het is echter waarschijnlijker dat rood kwik bestaat uit Hg 2+ ionen en het biantimonaation met de formule Sb2O7 4.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 9, 10, 11 Zuren/Basen, Evenwichtsconstanten

OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN

woensdag 14 december :06:43 Midden-Europese standaardtijd

ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO

Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019)

Hoofdstuk 3: Zuren en basen

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1

BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding

SEPTEMBERCURSUS CHEMIE HOOFDSTUK 3: STOICHIOMETRIE

Ar(C) = 12,0 u / 1 u = 12,0 Voor berekeningen ronden we de atoommassa s meestal eerst af tot op 1 decimaal. Voorbeelden. H 1,0 u 1,0.

de ph-schaal van 0 tot 14 in verband brengen met zure, neutrale en basische oplossingen en met de concentratie van H+-ionen en OH--ionen;

Zuren en basen. Inhoud

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 27 juli 2015

Werkblad Oplossingen verdunnen met water

Hoofdstuk 6: Zure en base oplossingen / ph

Je kunt de ph van een oplossing meten met een ph-meter, met universeelindicatorpapier of met behulp van zuur-base-indicatoren.

34 ste Vlaamse Chemie Olympiade

Foutenberekeningen Allround-laboranten

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

En wat nu als je voorwerpen hebt die niet even groot zijn?

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 3 Acidimetrie bladzijde 1

6 VWO SK Extra (reken)opgaven Buffers.

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: mengsels 23/5/2015. dr. Brenda Casteleyn

Wat is de formule van het metaalchloride waarin M het symbool van het metaal voorstelt?

Wat is de formule van het metaalchloride waarin M het symbool van het metaal voorstelt?

ßCalciumChloride oplossing

Scheikundige berekeningen rond bereidingen

29ste VLAAMSE CHEMIE OLYMPIADE EERSTE RONDE

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Oefenvraagstukken 5 VWO Hoofdstuk 11. Opgave 1 [HCO ] [H O ] x x. = 4,5 10 [CO ] 1,00 x 10

Oefenvraagstukken 4 VWO Hoofdstuk 6 antwoordmodel

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 4 Oxidimetrie bladzijde 1

Eindexamen scheikunde havo 2007-II

Gegeven is volgende niet-uitgebalanceerde reactievergelijking waarin X de formule van een verbinding voorstelt:

door gebruik van de smaak en van indicatoren een oplossing karakteriseren als zuur, neutraal of basisch;

Scheikunde VWO. Vrijdag 19 mei uur. vragen

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

HOOFDSTUK 11. Kwantitatieve aspecten van reacties

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden

Rekenen aan reacties 4. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Hulp: kennisclips. Zelfstudieopdrachten voor volgende week

Fosfor kan met waterstof reageren. d Geef de vergelijking van de reactie van fosfor met waterstof.

Scheikunde SE2. Hoofdstuk 8

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

OEFENOPGAVEN VWO6sk1 TENTAMEN H1-11

3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 5 Argentometrie bladzijde 1

SCHEIKUNDE VWO 4 MOLBEREKENINGEN ANTW.

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Schrap wat niet past: Een ionverbinding met grote roosterkrachten heeft een kleine/grote ionstraal en een kleine/grote ionlading.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

vrijdag 15 juni :26:05 Midden-Europese zomertijd H6 Zuren en basen 4havo voorjaar 2012

5, waar gaat dit hoofdstuk over? 1.2 stoffen bij elkaar: wat kan er gebeuren? Samenvatting door een scholier 1438 woorden 31 maart 2010

5 VWO. H8 zuren en basen

Cursus Chemie 5-1. Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN Relatieve Atoommassa (A r)

Kristallisatie in snel tempo

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 EXAMEN: 2001-I

Zelfs zuiver water geleidt in zeer kleine mate elektrische stroom en dus wijst dit op de aanwezigheid van geladen deeltjes.

Chemie (ph) bij het inkuilen Scheikunde klas V41a en V41b door Erik Held

Uitgewerkte oefeningen

Samenvatting Chemie Overal 3 havo


TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA. Dinsdag 25 oktober

27 ste Vlaamse Chemie Olympiade

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

ph-berekeningen aan tweewaardige zuren

Oefenopgaven BEREKENINGEN

Chemische kinetiek Bepaling van de snelheidsconstante en de activeringsenergie voor de oxidatie van het jodide-ion door waterstofperoxide

Eindexamen scheikunde vwo II

Scheidingsmethoden methode principe voorbeeld. destilleren verschil in kookpunt wijn whiskey. filtreren verschil in deeltjesgrootte koffie

Transcriptie:

2 Concentratie in oplossingen 2.1 Concentratiebegrippen gehalte Er zijn veel manieren om de samenstelling van een mengsel op te geven. De samenstelling van voedingsmiddelen staat op de verpakking vermeld. Daarbij wordt meestal de hoeveelheid stof in gram gegeven in 100 g of in 100 ml van het voedingsmiddel. De term gehalte wordt gebruikt om de hoeveelheid stof op te geven in een hoeveelheid mengsel. Voorbeelden zijn: het zwavelgehalte van steenkool, het zilvergehalte van een munt, het ijzergehalte van ijzererts, het zoutgehalte van pekel. De hoeveelheid van die bepaalde stof kun je uitdrukken in een aantal grootheden: gram, microgram, kilogram, milliliter, liter, aantal mol. De hoeveelheid mengsel wordt wel opgegeven in gram, 100 gram, kilogram, ml, 100 ml, liter, m 3, aantal mol. Door combinatie van deze grootheden ontstaan er veel mogelijkheden om de samenstelling van een mengsel vast te leggen. Een stuk of tien daarvan kom je regelmatig tegen in de chemie. Voorbeelden Fasenleer is een onderdeel van de fysische chemie. Fasenleer behandelt het gedrag van stoffen en mengsels van stoffen bij faseveranderingen, zoals smelten en koken. molfractie x Een handige eenheid in de fasenleer blijkt de molfractie x te zijn: X stof = n stof / n tot waarin: x stof molfractie van een stof in een mengsel n stof aantal mol van die stof totaal aantal mol n tot 2.2 Massaconcentratie en molconcentratie massaconcentratie Het begrip concentratie wordt meestal gebruikt bij oplossingen. Oplossingen zijn mengsels van een opgeloste stof en een oplosmiddel. Van het oplosmiddel is altijd veel meer aanwezig dan van de opgeloste stof. Onder de massaconcentratie van een opgeloste stof verstaan we de massa van de opgeloste stof per liter oplossing. massaconcentratie(stof) = m (stof) / V (tot) (in g/l) waarin: massaconc.(stof): m (stof) : V (tot) : massaconcentratie stof in g/l massa van de opgeloste stof in g volume van de oplossing in L 7

Er is gebleken dat het gebruik van de mol als rekeneenheid bij chemische reacties erg handig is. Om dezelfde reden werken we bij oplossingen liever met 'molconcentratie' dan met massaconcentratie. c(stof) = n (stof) / V (tot) (in mol/l) waarin: c(stof): n (stof) : V (tot) : concentratie opgeloste stof in mol/l aantal mol opgeloste stof volume van de oplossing in L molariteit Wij schrijven bijvoorbeeld c(naci) = 0.30 mol L 1. In boeken wordt vrij algemeen het begrip molariteit gebruikt. Dan wordt de bovenstaande concentratie genoteerd als 0.30 M en uitgesproken als 0.30 molair. Het is geen officiële aanduiding meer. Voor het bereiden van een oplossing met bekende concentratie wegen we een bepaalde hoeveelheid stof af, lossen die op in water en vullen aan tot een bekend volume. Als we afwegen op de analytische balans en de oplossing aanvullen in een maatkolf, dan kunnen we de concentratie nauwkeurig berekenen. We moeten er dan wel zeker van zijn, dat de stof die we afwegen zeer zuiver is. Helaas is dat meestal niet het geval. Opmerkingen: endotherm exotherm - Oplossen van vaste stof in water of mengen van een vloeistof met water, gebeurt niet in een maatkolf. Bij het oplossen of mengen kan een warmte-effect optreden. Het proces kan endotherm zijn (het mengsel wordt kouder) of exotherm (de oplossing wordt warm). Een maatkolf mag alleen bij de aangegeven temperatuur gebruikt worden. Hij wordt onbruikbaar als hij - al is het maar één keer - verwarmd of sterk afgekoeld is. De procedure is dus: oplossen in een bekerglaasje in een deel van het oplosmiddel, de oplossing - op kamertemperatuur - kwantitatief overbrengen in de maatkolf en aanvullen tot de maatstreep. - Exotherm en endotherm zijn termen, die bij chemische reacties vaak gebruikt worden. Exotherme reacties gaan door, als ze eenmaal op gang gebracht zijn. Voorbeeld zijn alle verbrandingen. Endotherme reacties moeten door toevoer van warmte in stand gehouden worden. Voorbeeld zijn vrijwel alle ontledingsreacties. Voorbeeld Er wordt 40 g glucose (M W(glucose) = 180.16 g/mol) opgelost in water. De oplossing wordt aangevuld tot 400 ml. Bereken de glucoseconcentratie in de oplossing. Gegeven: Gevraagd: m glucose = 40 g; M w (glucose) = 180.16 g/mol; Vopl.= 400 ml c (glucose) (in mol/l) Oplosroute: Schatting: Oplossing: Controle: Van massa glucose naar mol glucose door te delen door de molmassa (M w ) van glucose. Van mol glucose naar concentratie door te delen door het volume (in L). Er is wat minder dan een kwart mol glucose. De oplossing is wat minder dan een halve liter. De concentratie zal in de buurt van een half mol per liter liggen. nglucose= 40 g /( l80.16 g mol 1 ) = 0.222 mol; c(glucose) = 0.222 mol/0.400 L = 0.55 mol/l. Eenheid en aantal significante cijfers kloppen. Het antwoord komt overeen met de schatting. 8

De formule c(stof) = n (stof) / V (tot) (in mol/l) kunnen we ook schrijven als n (stof) = c(stof) V (tot) Zo kun je het aantal mol opgeloste stof berekenen uit de concentratie van die stof en het volume van de oplossing. Met de formule n stof = m stof / M w (stof) bereken je de massa stof, die opgelost is. We kunnen nu het schema als volgt uitbreiden: (m stof ) M w (g/mol) (n stof ) : V (L) : ρ (g/ml of g/cm 3 ) N A (aantal deeltjes / mol) (ml of cm 3 ) In water splitsen elektrolyten zich in ionen. Zouten en enkele zuren zijn sterke elektrolyten. Zij splitsen volledig. Voor het maken van een keukenzoutoplossing wordt NaCl opgelost in water. De oplosvergelijking luidt: NaCI(s) Na + (aq) + CI - (aq) analytische We concentratie Dat betekent, dat er geen NaCl in oplossing aanwezig is, maar slechts gehydrateerde (aq) natriumionen en gehydrateerde chlorideionen. c(naci) is de hoeveelheid NaCl uitgedrukt in mol, die opgelost is per liter oplossing. Noem dat de analytische concentratie. Die kunnen we berekenen als bekend is hoeveel keukenzout er is opgelost en welk volume de oplossing heeft. Als we 2.00 mol NaCl in water oplossen tot 1.00 L keukenzoutoplossing, dan bedraagt de analytische concentratie c(naci) van keukenzout 2.00 mol/l. De feitelijke concentratie aan keukenzout is echter 0.00 mol/l. 9

actuele concentratie Daarom is er nog een andere grootheid voor concentratie gedefinieerd, de actuele concentratie: De actuele concentratie [B] van een stof B is het aantal mol stof, dat feitelijk aanwezig is per liter oplossing. Voor de bovenstaande keukenzoutoplossing geldt: [NaCl] = 0.00 mol/l; [Na + ] = 2.00 mol/l; [Cl ] = 2.00 mol/l. Opmerkingen: Voor de analytische concentratie c(stof) en de actuele concentratie [stof] wordt dezelfde eenheid gebruikt: mol/l of mmol/ml. Er geldt: 1 mol/l = 1 mmol/ml. Als we het woord concentratie gebruiken, dan bedoelen we steeds analytische concentratie c(stof). Als we actuele concentratie bedoelen, dan zullen we dat vermelden. Voor het berekenen van actuele concentraties moet je: de analytische concentratie weten van de opgeloste stof. weten wat er tijdens en na het oplossen met de stof gebeurd is. 10

2.3 Verdunnen Verdunnen is het toevoegen van oplosmiddel. Door toevoegen van bijvoorbeeld water, verandert een geconcentreerde keukenzoutoplossing in een verdunde oplossing. We kunnen het ook zo zeggen: Bij verdunnen wordt de concentratie van de opgeloste stoffen kleiner. De hoeveelheid stof die verdund wordt, verandert door het verdunnen echter niet. Bij verdunnen geldt: aantal mol vóór verdunnen = aantal mol na verdunnen V voor c voor = V na c na Waarin V voor en V na c voor en c na volume vóór en na verdunnen concentratie vóór en na verdunnen Voorbeeld 250 ml keukenzoutoplossing, c(naci) = 0.200 mol/l wordt met water verdund tot 400 ml. Bereken de concentratie na verdunnen. Gegeven: V voor = 0.250 L; c voor = 0.200 mol/l; V na = 0.400 L; Gevraagd: Schatting: Oplossing: c na De concentratie zal lager zijn dan 0.200 mol/l V voor c voor = V na c na 0.250 L 0.200 mol/l = 0.400 L c na c(naci) = 0.250 L 0.200 mol L 1 / 0.400 L = 0.125 mol/l Controle: De berekende waarde is inderdaad kleiner, het aantal significante cijfers klopt. Ga zelf na dat er voor en na verdunning 5.0 10 2 mol NaCl aanwezig was. Als twee oplossingen, die een verschillende stof bevatten bij elkaar gevoegd worden, dan daalt de concentratie van beide opgeloste stoffen. We gaan ervan uit, dat de beide stoffen niet met elkaar reageren. De boven beschreven verdunningsregel wordt op beide stoffen apart toegepast. In de vorige paragraaf hebben we gezien, dat oplossingen met een gewenste concentratie meestal worden gemaakt door afwegen van de vaste stof en aanvullen tot een bepaald volume met oplosmiddel. Sterke zuren als HCI, H 2 SO 4 en HNO 3 worden meestal aangeschaft in geconcentreerde vorm. In het laboratorium hebben we vaak oplossingen nodig met een concentratie tussen 0.10 en 4 mol L 1. Die bereiden we door verdunnen. 11

Voorbeeld Uit geconcentreerd zwavelzuur, w(h 2 SO 4 ) (massapercentage) = 0.96 %, ρ = 1.84 g ml 1, M w = 98.08 g mol 1, moet 10 L verdund zwavelzuur gemaakt worden met een concentratie van 4.0 mol L 1. Hoeveel L geconcentreerd zwavelzuur is daarvoor nodig? Gegeven: Geconcentreerd zwavelzuur: w (H2SO4) = 0.96, ρ = 1.84 g / ml, M w = 98.08 g / mol Gevraagd: Nodig: 10 L zwavelzuur, c (zwavelzuur) = 4.0 mol / L. Oplosroute: 1 Bereken de concentratie H 2 SO 4 in geconcentreerd zwavelzuur. 2 Bereken de hoeveelheid geconcentreerd zwavelzuur die verdund moet worden met de verdunningsregel. Schatting: Je weet misschien, dat geconcentreerde zuuroplossingen een concentratie van 10 tot 20 mol / L hebben. Het geconcentreerde zuur zou dan twee tot vijf keer verdund moeten worden om de gevraagde oplossing te krijgen. Er is dan 2 tot 5 liter geconcentreerd zuur nodig. (In de Binas staat c (H2SO4) in geconcentreerd zwavelzuur.) Oplossing 1: 1 L geconcentreerd zwavelzuur heeft een massa van 1.84 kg. Daarvan is 0.96 1.84 kg = 1.766 kg zwavelzuur. 1.766 kg zwavelzuur is 1766 g / 98.08 g mol 1 = 18.00 mol. c (zwavelzuur) = 18.00 mol / L. 2: V gec.zw.z. 18.00 mol / L = 10 L 4.0 mol / L. Daaruit volgt: V = 40/18 = 2.2 L geconcentreerd zwavelzuur moet verdund worden tot 10 L. Controle: Twee significante cijfers. De verdunningsfactor is inderdaad ongeveer 5. 12