Geluid. Achtergrondinformatie



Vergelijkbare documenten
> Lees Hoe praten we?

OntdekZelf - geluid. Met bijgaande materialen kunt u (een deel van) onderstaande experimenten uitvoeren, afhankelijk van wat u heeft aangeschaft.

Ga je mee om de wonderlijke wereld van de zintuigen te ontdekken? Linda van de Weerd

4 Geluid. 4.1 Een knikker als lawaaimaker 4.3 Zelf een muziekinstrument maken

Lesmateriaal Geluid. Tijdsduur: 50 minuten

lesbrieven werkbladen Lesbrief 3: avonturenpakket de uitvinders en het

4 Geluid Noordhoff Uitgevers bv

S C I E N C E C E N T E R

Opdrachtenfiche mijn orkest

lesbrieven geluidsgolven avonturenpakket de uitvinders en het leerkrachtenbestand Lesbrief 3:

Geluid. 1 Wat zie gebeuren met het stipje van de laser? Leg uit waardoor dat komt. ...

Ontdekdoos Geluid voor groep 5 en 6. docentenhandleiding

Oren om te horen. 1. Leesopdracht

Proeven geluid. Wat is geluid? Doel: Met dit proefje ervaar je wat geluid is. Materiaal: -Ballon -Eigen stem

inhoud blz. Lucht 1. Lucht is leven 2. Adem 3. Vieze lucht 4. Warme lucht 5. Wind: lucht beweegt 6. Lucht is sterk 7. Boeren en winden 8.

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

van beugel tot burn-out

Kernvraag: Hoe verplaatst geluid zich en hoe horen we dit?

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

DieDrie. Lesbrief bij de voorstelling Zeg het met muziek

Geluid & tonen. Inlage

Lesmateriaal Geluid. deel 1. Tijdsduur: 30 minuten

Toets Communicatie (eindtoets) 1

Hierin is λ de golflengte in m, v de golfsnelheid in m/s en T de trillingstijd in s.

Laat de kinderen ook opzoeken in een woordenboek en/of spreekwoorden boek

Samenvatting NaSk H7 geluid

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1:

S C I E N C E C E N T E R

Aftekenlijst. Naam:

werken met water - waterbladen

Zintuigen. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Kernvraag: Hoe laat ik iets sneller afkoelen?

Werkbladen Webquest Pret met een ballonraket

voorbeelden geven dat je geluid kunt versterken met een klankkast.

Lesbrief Uitvinders. Inleiding

Instrumentenleer klas 2

Thema 1 Natuurlijke verschijnselen

Goed voorbeeld is muziekinstrumenten. Snaar gitaar trilt, blokfluit lucht trilt, trommel, vlies trilt.

Opdrachtkaarten Lente

hart longen Werkboekje van...

uitleg proefje 1 spiegelbeeld schrijven

Opdrachtkaarten Herfst

Naam Klas: Repetitie trillingen en geluid HAVO ( 1 t/m 6)

MAAK ZELF JE EIGEN MUZIEKINSTRUMENT VOOR 10 MAART

K 1 Symmetrische figuren

Begrijpend lezen. E i n d s i g n a l e r i n g k e r n 1 1. Inhoud De Eindsignalering bestaat uit de volgende toetsen:

Energie in je lichaam

Muziekmethode voor basisonderwijs Docentenhandleiding voor groep 3. Jennemieke Snijders. Uitgeverij Lambo telefoon:

Hoe werkt het antwoordblad?

S C I E N C E C E N T E R

4-7 jaar Scharrelavontuur. 4-7 jaar Scharrelavontuur. Sterke geuren. Aardegeuren. Pluk een blaadje van een plantje.

NaSk overal en extra opgaven

Lesbrief. Vliegende Koe

Kernvraag: Wat is geluid?

Voorbereiding post 2. Veren maken de vogel Groep 6-7-8

Tabellenboek. Gitaar

- Een voorwerp waarmee een tempo aangegeven kan worden. B.v. een stokje en een woodblock of blikje.

De Techniek en de praktijk

Welke supermens vliegt het verst?

HANDIG SPELEN MET EEN HOND

Hier en daar een bui

WETENSCHAPPERS IN DE DOP

De snelheid van het geluid

Samenvatting project natuur zintuigen

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht

Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit

In het water. Allemaal beestjes. Onderzoeken. Scheppen. Dit heb je nodig: Schepnetje. Dit heb je nodig: Petrischaaltje Zoekkaart Waterdiertjes Loep

Voer deze proefjes alleen uit met je juf of meester erbij.

jaar 1 Dieren en hun vacht voorbeeldles uit het thema wie ben ik?

i!i' ] ] ] ] ] 1 ~ 1 ~ Door: A /isha Chandoe Groep Bb VanOstadeschoo/ 1..

Sheet 2: Bekijk met de kinderen de tussenstand van Afval the Game op Instagram en/of Facebook. Hoe gaat het bij de kinderen met inzamelen?

WATER EN VUUR, EEN POP-POP-BOOTJE

Stemwerkschrift. Inhoud

Hoe Plak je een band?

Voorbereiding post 2. Veren maken de vogel Groep 1-2-3

S C I E N C E C E N T E R

7-8. Fietsbel. Waarvoor worden geluiden gebruikt?

Zonder zintuigen weet je niet wat er om je heen gebeurt. Daarom gebruik je oren, je ogen, je neus, je huid en je tong.

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde.

bedoeld wordt met hoeveelheidbegrippen als: alle, geen, niets, veel, weinig, meer, minder, evenveel. Ordent hoeveelheden om ze te Groep 1 Groep 2


T3 L7-8 De elektronica in mijn lichaam Onze zintuigen Bronnenboek Onze vijf zintuigen

Het houden van een spreekbeurt

In de rij. Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; richten op leraar voor de klas.

Tijd. 10 min. 55 minuten

Werkblad. LES 9: Ouders. GROEP 1-2. Bijlage 1. Rood actief inspannen/ sporten. Oranje middelmatig inspannen.

Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi.

Zintuigen. zien ruiken. horen. voelen. proeven

LESBESCHRIJVING GROEP 1-2

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

Theorie: Eigenschappen van geluid (Herhaling klas 2)

Hoofdstuk 4 De Klankkast

De lamp. Copyright Vakcollege Groep B.V Alle rechten voorbehouden.

Tevens is deze proefles ideaal als voorbereiding op de Mad Science workshop Geluidsgolven die via deze link te boeken is.

Bronnen. Meer info. Naam: Co-wetenschapp(st)er: Klas:

Transcriptie:

Geluid 5 Achtergrondinformatie Geluidsgolven Geluid ontstaat wanneer iets in trilling wordt gebracht. Als je aan de snaar van een gitaar trekt, gaat hij trillen en dit brengt de lucht eromheen ook in trilling. Deze trillingen verspreiden zich in de vorm van geluidsgolven door de ruimte. Het transport van trillingen door middel van geluidsgolven is vergelijkbaar met het effect dat je krijgt wanneer je een steen in het water gooit: zich steeds verder uitbreidende kringen. Een snaar heeft een klein oppervlak. Veel lucht wordt er niet in trilling gebracht. Maar de snaar brengt ook de klankkast in trilling. Deze heeft een veel groter oppervlak en brengt veel meer lucht in trilling. De klankkast versterkt de trilling van de snaar. Stembanden Mensen maken voor een deel geluid met behulp van de stembanden in hun strottenhoofd. Deze twee vliezen vormen samen de stemspleet. Lucht die vanuit de longen door de stemspleet gaat, kan de stembanden in trilling brengen. Of dat gebeurt, regelen we zelf. Onze borstkas fungeert daarbij als klankkast. De klinkers worden door de stembanden gevormd. Dit is goed te voelen wanneer je je vingers tegen je strottenhoofd legt en geluid maakt. Medeklinkers als de p en b maken we met onze lippen. Bij klanken als de t en k speelt de tong een belangrijke rol. Probeer maar eens te praten met de tong tegen het gehemelte gedrukt. Trommelvlies Geluiden vangen we op met ons gehoor. Via de oorschelp, die we soms vergroten door onze hand erachter te houden, bereiken luchttrillingen het trommelvlies. Dit vlies heeft een bepaalde stijfheid. Daardoor kan het geen trillingen doorgeven met een frequentie die lager is dan 20 herz of groter dan 20.000 herz. Dit zijn trillingen van meer dan 20.000 keer per seconde. Bij oudere mensen wordt het trommelvlies stijver en daardoor wordt ook het bereik minder. Waar jongeren nog overal krekels horen sjirpen, moet een oudere hoofdschuddend bekennen dat hij ze niet hoort. Een oud grapje verhaalt van opa Bram die zegt: Vroeger kraaiden de hanen, maar nu gapen ze alleen nog maar! Uiteindelijk komen de trillingen in het slakkenhuis terecht. Duizenden zenuwuiteinden in de vorm van haartjes vangen de trillingen op en zetten ze om in elektrische signalen die via zenuwen worden doorgegeven aan de hersenen. Daar pas worden we geluiden gewaar. Geluidssnelheid Geluidsgolven planten zich door lucht voort met een snelheid van 340 meter per seconde. Dat is heel wat langzamer dan de snelheid van het licht; die is 300.000 kilometer per seconde. De snelheid van het geluid hangt af van de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid. In droge vrieslucht is de geluidssnelheid ongeveer 331 meter per seconde. In andere mediums dan lucht is de snelheid meestal hoger. In water plant geluid zich voort met een snelheid van 1500 meter per seconde, in hout met 3300 meter per seconde, in glas met 4000 meter per seconde en in metalen met meer dan 5800 meter per seconde. De snelheid van het geluid wordt gemeten in Mach. De snelheid van het geluid in lucht onder normale omstandigheden wordt aangeduid met Mach 1. Tweemaal die snelheid is Mach 2, en zo verder. Deze eenheden gebruikt men ook om aan te duiden hoe snel een vliegtuig gaat ten opzichte van het geluid. Sneller dan Mach 1 betekent dat een vliegtuig door de geluidsbarrière gaat. Zo n vliegtuig hoor je niet aankomen, omdat het sneller gaat dan het geluid. Dieren en hun oren Geluid is voor mensen een uiterst belangrijk communicatiemiddel. Ook veel dieren communiceren door middel van geluiden. Gelukkig maar, want zonder vogelzang zou het erg saai zijn in een bos. Geluid kan een waarschuwing zijn of een manier om een partner te vinden. Een dier kan er ook een territorium mee afbakenen, zoals een specht doet door tegen een boomstam te hameren en een merel door vanaf een hoge zitplaats te fluiten. In dicht regenwoud zijn geluiden bij uitstek Noordhoff Uitgevers bv Noordhoff Uitgevers bv 43

geschikt om met elkaar te communiceren. Zuid- Amerikaanse brulapen doen dat bijvoorbeeld. Hun gebrul draagt kilometers ver. Dieren hebben vaak grote, beweegbare oren om zelfs het geringste geluid te kunnen opvangen. Geluid kan namelijk een vijand, een prooi of een partner betekenen. In een koud klimaat zit er echter een nadeel aan het hebben van grote oren: ze zorgen voor te veel afkoeling. Daarom hebben dieren in poolgebieden meestal kleine oorschelpen. In warme klimaten hebben grote oren ook nog een warmteregulerende functie: ze koelen het lichaam af. Het mooiste voorbeeld is de olifant. Dieren horen anders dan mensen. Van vleermuizen en vogels is bekend dat ze geluiden horen boven de 20.000 Hz. Een hondenfluitje produceert een voor ons onhoorbare toon, maar honden horen het wel. Vleermuizen, dolfijnen en walvissen gebruiken echolocatie. Terwijl ze zich voortbewegen, maken ze voortdurend pieptonen. Deze geluiden liggen boven onze gehoorgrens. De dieren vangen vervolgens de echo op van die geluiden en weten daardoor waar zich een prooi bevindt en exact waar er obstakels zijn. Echolocatie is enigszins te vergelijken met de werking van radar. Geluid door alles heen Geluidstrillingen worden meestal overgebracht door lucht. Maar geluid kan ook door een medium als water heen. Walvissen communiceren onder water met elkaar over afstanden van soms honderden kilometers. Dit gebeurt bij zeer lage frequenties, voornamelijk tussen 15 en 20 Hz. Dit kunnen mensen niet meer waarnemen. Geluid kan ook door vaste stoffen gaan, zoals staal en glas. Daarom kan iemand terwijl hij binnenzit, toch geluiden van buiten horen. Je ervaart het ook wanneer er een vrachtwagen voorbij dendert die de kopjes op tafel doet rammelen. Deze trillingen gaan via de bodem. Ook via je botten bereiken trillingen je gehoor. Tik maar eens met je vinger op je hoofd. Geluid heeft een snelheid van 330 meter per seconde. Het heeft dus drie seconden nodig om een kilometer door de lucht af te leggen. Daarom zie je bliksem eerder dan dat je de donderslag hoort. het bos ziet, ontstaan mede doordat er veel kleine deeltjes in de lucht zweven. Deze verstrooien het licht. In het voorjaar zit er altijd veel stuifmeel in de lucht. Hooikoortspatiënten kunnen daarover meepraten. Maar ook minieme deeltjes als bacteriën, haartjes, roetdeeltjes van uitlaatgassen, sporen van paddenstoelen, huidschilfers, geurstoffen en waterdruppeltjes zijn in de lucht aanwezig. Luchtdruk De dikke laag lucht rond de aarde drukt op ons met een verpletterend gewicht, zonder dat we daar meestal erg in hebben. We zijn eraan gewend. De druk is ongeveer 1 kilogram per vierkante centimeter. Op een mensenlichaam drukken dus duizenden kilogrammen! Op een hoogte van 32 kilometer is de hoeveelheid lucht nog maar 1 procent van de hoeveelheid op zeeniveau. Haal je de lucht weg, zoals bij een pak koffie, dan creëer je een vacuüm, een luchtledige ruimte. De luchtdruk drukt van alle kanten op het pak. Daardoor voelt het pak koffie keihard aan. Er is geen tegendruk meer van binnenuit. Die ontstaat pas op het moment dat je een gaatje in het pak prikt. Bij een rubberen buitenband is de luchtdruk in de band hoger dan daarbuiten. Dat komt doordat de band zelf ook tegendruk geeft doordat hij wordt uitgerekt. De band wil terug naar zijn oorspronkelijke vorm. Hier kun je de vergelijking maken: luchtdruk buiten + druk band = luchtdruk binnenband. Daaruit volgt dat de binnendruk groter is dan de buitendruk. 44 Lucht Lucht is een mengsel van gassen. Voor het grootste deel bestaat het uit stikstof (78%). Een vijfde deel van de lucht bestaat uit zuurstof (21%). Daarna komt argon (bijna 1%). Een uiterst belangrijk gas voor ons klimaat is koolstofdioxide, ofwel kooldioxide of CO 2. Dit broeikasgas is maar 0,03 procent van lucht. Mensen en dieren ademen CO 2 uit als afvalproduct en planten hebben het nodig om suikers te maken. Als je suiker verhit in een pannetje, wordt het karamel; verhit je het te lang, dan houd je koolstof over. Dit laat mooi zien dat koolstof-dioxide in suiker zit verwerkt. De zonnestraaltjes die je soms als een lichtharp in

1 Trillende lucht Informatieblok Leskern De kinderen leren dat geluid ontstaat wanneer lucht in trilling wordt gebracht, en dat wij geluid maken met behulp van onze stembanden, mond en longen. Ze leren ook hoe ons gehoororgaan werkt. Lesdoelen De kinderen kunnen verwoorden dat geluid ontstaat doordat lucht in trilling wordt gebracht. Ze kunnen uitleggen op welke manier wij geluiden produceren. Ze kunnen de volgorde aangeven waarin geluid vanaf de oorschelp de gehoorzenuw bereikt. Ze kunnen de belangrijkste onderdelen van het gehoororgaan op een doorsnede aanwijzen en benoemen. Activiteiten 1 introductie 5 minuten 2 lezen en bespreken 15 minuten 3 opdrachten maken en bespreken 25 minuten Materiaal 1 leerlingenboek bladzijde 68-70 2 werkboek bladzijde 34-35 3 kopieerblad Lastige woorden 5, blad 1 4 een wijnglas en een fles of een viool of gitaar (zie Introductie) Aandachtspunten Neem met de taalzwakke kinderen van tevoren de lastige woorden door. Geef van tevoren aan of de kinderen opdracht 9 zelfstandig mogen uitvoeren of dat u deze op een ander tijdstip gezamenlijk doet. Sleutelbegrippen trilling, klankkast, stembanden, strottenhoofd, longen, borstkas, oorschelp, trommelvlies, hamer, aambeeld, stijgbeugel, slakkenhuis, zenuwen, signalen, hersenen Lesbeschrijving 1 Introductie Pak een leeg wijnglas en wrijf zachtjes met een natte vinger over de rand ervan. Wat horen de kinderen? Hoe komt het dat een glas geluid kan maken? Laat de kinderen zelf proberen het verschijnsel te verklaren. Laat ze het ook zelf proberen. Vertel de kinderen dat we het piepgeluid horen doordat het glas gaat trillen. Daar gaat de les vandaag over. Aanvullend kunt u over de mond van een fles blazen. Alternatief: als u gitaar speelt of viool, kunt u daarmee de les introduceren. 2 Lezen en bespreken De kinderen lezen zelfstandig de teksten op bladzijde 68 tot en met 70 en bekijken de afbeeldingen. Controleer eventueel na afloop of de kinderen de teksten begrepen hebben. Begrijpen ze de doorsnede van het oor op bladzijde 70? Bespreek deze nog eens, zodat u zeker weet dat de kinderen de afbeelding en daarmee de werking van het oor begrijpen. 3 Opdrachten maken en bespreken De kinderen kunnen de opdrachten op bladzijde 34 en 35 van het werkboek zelfstandig maken. Ze kunnen de antwoorden zelf nakijken in het antwoordenboek. Bespreek de antwoorden eventueel samen. Opdracht 3: zijn alle klankkasten juist aangekruist? Opdracht 5: hebben ze de longen op de tekening gevonden? En waar hebben ze de lijn van de klankkast naartoe getrokken? Opdracht 9: hoeveel voorwerpen die geluid maken hebben de kinderen samen gevonden? Extra activiteiten 1 Hoe het oor hoort Kijk met de kinderen naar het filmpje Oren om te horen (2:00 minuten) op de Schooltv-beeldbank. Daarin zien de kinderen hoe het gehoor werkt. 2 Instrumentjes in de klas Haal schoolinstrumentjes in de klas, zoals die genoemd in opdracht 3 van het werkboek (woodblock, klokkenspel, handtrom, buisrasp, buistrom, sambabal). Laat de kinderen geluid met ieder instrument maken (hoe werkt dat bij ieder instrument?) en de klankkast aanwijzen. Het is ook leuk om er instrumentjes bij te zetten met minder in het oog lopende klankkasten, zoals een bellenraam (iedere bel is een klankkastje), een triangel (het ijzer versterkt het geluid en laat het doorklinken) en castagnetten (de houten kleppers zijn kleine klankkastjes). Noordhoff Noordhoff Uitgevers Uitgevers bv bv 45

2 Dieren en hun oren 46 Informatieblok Leskern Dieren hebben vaak grote, beweegbare oren om elk geluid te kunnen opvangen. Geluid kan namelijk een vijand of een prooi betekenen. De grootte van de oren hangt ook af van het klimaat. Walvissen en vleermuizen maken gebruik van echolocatie. Lesdoelen De kinderen kunnen uitleggen waarom veel dieren grote beweegbare oren hebben. Ze kunnen met een voorbeeld uitleggen waarom sommige dieren grote en andere kleine oren hebben in relatie met het klimaat. Ze kunnen vertellen dat sommige dieren geluiden maken die wij niet kunnen horen. Ze kunnen uitleggen hoe echolocatie werkt. Activiteiten 1 introductie 5 minuten 2 lezen en bespreken 15 minuten 3 opdrachten maken en bespreken 25 minuten Materiaal 1 leerlingenboek bladzijde 71-73 2 werkboek bladzijde 36 3 kopieerblad Lastige woorden 5, blad 2 Aandachtspunten Neem met de taalzwakke kinderen van tevoren de lastige woorden door. Geef van tevoren aan of en wanneer de kinderen opdracht 7 mogen doen. Sleutelbegrippen beweegbaar, zwemblaas, echo-locatie Lesbeschrijving 1 Introductie Bekijk met de kinderen de afbeeldingen op bladzijde 71. Laat ze de hoofdvraag beantwoorden: wat valt je op aan de oren van deze dieren? (Opvallend is het verschil in grootte en ook het verschil in beharing tussen de ezel en de vleermuis.) Bespreek bij elke foto wat de kinderen opvalt aan de oren van het dier. Antwoorden die u (als aanvulling) kunt geven: 1 Met zijn grote oorschelpen kan de grootoorvleermuis zelfs de vleugelslag van insecten horen. 2 Bij de woestijnvos zorgen de grote oren ook voor afkoeling in het hete woestijnklimaat. 3 De poolvos heeft veel kleinere oren dan de woestijnvos. Grote oren bevriezen namelijk sneller en zorgen voor onnodig warmteverlies. 4 De oren van de ezel zijn extreem groot in verhouding tot de rest van het dier. Een ezel houdt zijn omgeving goed in de gaten door veel met zijn oren te bewegen. Ze gaan naar voren en naar achteren, onafhankelijk van elkaar. 5 De oren van de olifant spelen een belangrijke rol bij het handhaven van de lichaamstemperatuur (afkoeling). 6 De oren van het nijlpaard zijn klein. Daardoor vallen ze boven water nauwelijks op en geven ze onder water geen weerstand bij het zwemmen. Onder water sluiten ze de gehoorgang af. Vertel tot slot dat de les gaat over hoe dieren horen. 2 Lezen en bespreken Lees daarna samen met de kinderen de teksten op bladzijde 72 en 73 en bekijk de overige afbeeldingen. Controleer of de kinderen begrepen hebben dat vissen horen door trillingen op te vangen, zowel met hun zwemblaas als hun zijlijn. 3 Opdrachten maken en bespreken De kinderen maken de opdrachten op bladzijde 36 zelfstandig of samen met u. Bespreek de antwoorden samen. Opdracht 4: hebben de kinderen de denkvraag goed beantwoord? (Vogels communiceren met elkaar en reageren op geluiden. Daarom kun je weten dat ze kunnen horen, ondanks dat je geen zichtbare oorschelpen ziet!) Extra activiteiten 1 Hoe leeft een vleermuis? Laat de kinderen ervaren wat de functie is van grote oorschelpen. Elk kind luistert, terwijl u iets vertelt of voorleest. Op een bepaald moment houdt ieder kind zijn handen achter zijn oren. Wat valt de kinderen op? (Uw stem lijkt opeens harder.) 2 Orencollage Laat de kinderen afbeeldingen zoeken van dierenkoppen en daar de oren van uitknippen. Maak hiervan een grote dierenorencollage. Aandachtspunten volgende les Voor de introductie van les 3 hebt u een elastiekje nodig.

3 Van hoog tot laag Informatieblok Leskern Muziek bestaat uit hoge en lage tonen, die gemaakt worden door snaren aan te slaan, door te blazen of door te slaan. Trillingen gaan niet alleen door lucht, maar ook door andere materialen, zoals water en glas. Lesdoelen De kinderen kunnen met voorbeelden uitleggen hoe hoge en lage tonen gemaakt worden. Ze kunnen drie groepen muziekinstrumenten noemen en van iedere groep voorbeelden geven. Ze weten dat geluidstrillingen niet alleen door lucht heen gaan, maar ook door andere materialen. Activiteiten 1 introductie 5 minuten 2 lezen en bespreken 15 minuten 3 opdrachten maken en bespreken 25 minuten Materiaal 1 leerlingenboek bladzijde 74-76 2 werkboek bladzijde 37-38 3 kopieerblad Lastige woorden 5, blad 2 4 een elastiekje voor de introductie Aandachtspunten Neem met de taalzwakke kinderen van tevoren de lastige woorden door. Kunnen de kinderen opdracht 8 uitvoeren? Sleutelbegrippen toon, snaren, lange snaar, korte snaar, blazen, slaan, trilling Snelheid begrepen hebben. Daarin is te lezen waarom je bliksem eerst ziet en de donderslag pas later hoort. 3 Opdrachten maken en bespreken De kinderen maken de opdrachten op bladzijde 37 en 38 van het werkboek zelfstandig. Ze kunnen de antwoorden zelf nakijken met het antwoordenboek. Bespreek de antwoorden eventueel samen. Opdracht 1: het is wel aardig hier te vertellen dat bij kinderen de stem hoger is dan bij volwassenen. Dit komt ook door het verschil in lengte van de stembanden. Later, in de puberteit, verandert dit bij jongens en krijgen zij een zwaardere stem (de baard in de keel). Opdracht 6: aanvullend kunt u vertellen dat deze methode gebruikt werd door treinrovers. Wijs de kinderen erop dat ze dit nooit zelf moeten proberen, treinen nu zijn zoveel sneller dan in de tijd van de indianen! Let op bij opdracht 8: de elastiekjes zullen geen verschil in toon geven als ze allemaal even groot zijn en de doos overal even breed! Om dit te voorkomen moeten er elastiekjes van verschillende lengtes gebruikt worden, of moeten er op verschillende plekken knopen in de elastiekjes gelegd worden, zodat ze strakker worden. Extra activiteiten 1 Geluidssnelheid Laat de kinderen ervaren dat licht sneller gaat dan geluid door het volgende proefje te doen. Neem een ijzeren hamer en een ijzeren voorwerp (bijv. een liniaal) en ga met de kinderen naar buiten. Laat één kind met de hamer en het ijzeren voorwerp minstens 100 meter verderop gaan staan. Geef een teken waarop het kind met de hamer een klap op het ijzeren voorwerp geeft. Zien de kinderen de klap eerder dan dat zij hem hoorden? Of was het net andersom? Begrijpen de kinderen nu waarom je eerst een bliksemflits ziet en dan pas de donderslag hoort? Lesbeschrijving 1 Introductie Wikkel het uiteinde van een elastiekje aan de deurknop. Rek het uit zodat het net strak staat. Vraag de kinderen goed te luisteren en pluk er dan aan. Rek het elastiekje daarna wat verder uit en pluk er weer aan. Trek het vervolgens nog strakker en pluk er weer aan. Horen de kinderen verschil? Vertel dat deze les gaat over hoge en lage tonen en hoe die gemaakt worden. 2 Lezen en bespreken De kinderen lezen zelfstandig de teksten op bladzijde 74 tot en met 76. Controleer of de kinderen de tekst 2 Muziekinstrumenten Bekijk met de kinderen drie leerzame filmpjes over de verschillende muziekinstrumentgroepen op de Schooltv-beeldbank. Bijvoorbeeld: Bongo s en conga s (3:26 minuten), Hoorn (3:59 minuten) en Contrabas (3:47 minuten). Aandachtspunten volgende les Voor de introductie van les 4 hebt u een pak vacuümverpakte koffie nodig. Voor opdracht 9 van het werkboek hebben de kinderen een stopwatch of horloge met secondewijzer nodig. Noordhoff Noordhoff Uitgevers Uitgevers bv bv 47

4 Lucht Informatieblok Leskern Lucht heeft allerlei eigenschappen waar we in het dagelijks leven mee te maken hebben: lucht maakt geluidstrillingen mogelijk en veroorzaakt wind, we ervaren de luchtdruk en warmte wordt door lucht getransporteerd. Verder bevat lucht de voor mensen onontbeerlijke zuurstof. Lesdoelen De kinderen kunnen vertellen wat er allemaal in lucht zit. Ze kunnen uitleggen wat luchtdruk is. Ze kunnen verwoorden waarom een luchtballon opstijgt. Activiteiten 1 introductie 5 minuten 2 lezen en bespreken 15 minuten 3 opdrachten maken en bespreken 25 minuten Materiaal 1 leerlingenboek bladzijde 77-79 2 werkboek bladzijde 39-40 3 kopieerblad Lastige woorden 5, blad 3 4 een pak vacuüm verpakte koffie (zie Introductie) 5 voor opdracht 9: een stopwatch of horloge met secondewijzer Aandachtspunten Neem met de taalzwakke kinderen van tevoren de lastige woorden door. Sleutelbegrippen gas, stikstof, zuurstof, koolzuurgas, CO 2, luchtdruk, vacuüm, zuignap, luchtballon 2 Lezen en bespreken Lees samen met de kinderen de teksten op bladzijde 77 tot en met 79 en bekijk en bespreek de afbeeldingen. Sta even vol verwondering stil bij het tekstblokje Luchtdruk. Duizend kilo gewicht op je boek! Vertel dat we dat niet merken, omdat we er ons leven lang aan gewend zijn. Kunnen de kinderen nu uitleggen waarom een dicht pak koffie zo hard aanvoelt? 3 Opdrachten maken en bespreken De kinderen kunnen de opdrachten op bladzijde 39 en 40 van het werkboek zelfstandig maken. U kunt opdracht 9 met de hele groep doen. In dat geval geeft u het teken dat de kinderen hun adem moeten inhouden en hoe lang. Bespreek de antwoorden samen. Opdracht 5: laat de kinderen voorlezen welke bijschriften ze bedacht hebben bij de afbeelding. Extra activiteiten 1 Vliegtuigen in de lucht Bekijk met de kinderen het filmpje Lucht en vliegen (2:07 minuten) op de Schooltv-beeldbank. Daarin wordt eenvoudig uitgelegd hoe lucht wordt gebruikt om vliegtuigen te laten vliegen. 2 Luchtdruk De kracht van lucht kunt u demonstreren met een groot leeg blik, bijvoorbeeld een blik waarin olie heeft gezeten. Zorg ervoor dat het blik schoon is. Houd de opening omgekeerd boven een kaarsvlam. De lucht in het blik moet flink warm worden. Vervolgens sluit u het blik luchtdicht af. Laat het nu afkoelen of zet het buiten. Tijdens het afkoelen wordt het blik flink in elkaar gedrukt! 3 Proefjes rond lucht Laat de kinderen in tweetallen verschillende proefjes met lucht doen. Op www.proefjes.nl staan een heleboel leuke, eenvoudige proefjes. Lesbeschrijving 1 Introductie Neem een pak vacuümverpakte koffie. Laat de kinderen proberen in het pak te knijpen. Laat ze erover nadenken waarom het pak zo hard aanvoelt. Neem daarna een schaar en knip een punt van het pak open. Laat de kinderen nu het pak voelen. Hoe kan dat? (Omdat er nu lucht in het pak is gekomen.) Vertel de kinderen dat de les van vandaag gaat over hoe bijzonder lucht is. 48

5 Toets Informatieblok Doel De kinderen tonen hun kennis van en inzicht in de leerstof van hoofdstuk 5 over lucht, geluid en trillingen. Activiteiten 1 samenvatting maken 20 minuten 2 toets maken 20 minuten 3 toets bespreken 10 minuten Materiaal 1 werkboek Samenvatting (blz. 41) 2 leerlingenboek les 1 t/m 4 (blz. 68-79) 3 leerlingenboek Kijk je mee terug? (blz. 80-81) 4 kopieerblad Samenvatting 5, blad 1 en 2 5 kopieerblad Toets 5, blad 1 en 2 6 kopieerblad Antwoorden toets 5, blad 1 en 2 Aandachtspunten Geef de kinderen als voorbereiding op de toets een of meer dagen van tevoren het kopieerblad met de samenvatting mee naar huis om te leren of neem met hen de samenvatting op bladzijde 80 en 81 van het leerlingenboek door. Laat u na de toets de verdiepingsopdrachten van les 6 maken? Lees dan vast door welke materialen daarvoor nodig zijn, zoals acht even grote flessen bij opdracht 2 en enkele (even grote) zuignappen voor opdracht 4. 2 Toets maken Deel de toets uit. De kinderen maken de toets zelfstandig. U vindt de antwoorden op kopieerblad Antwoorden toets 5, blad 1 en 2. Elke toets heeft tien opdrachten; de eerste zeven gaan uitsluitend over de stof van de samenvatting, de laatste drie vragen gaan ook over behandelde stof die niet in de samenvatting staat. Daardoor is het gemakkelijker om differentiatie aan te brengen. U bent in principe vrij om een normering bij de toets te kiezen. Daarbij kunt u de volgende normering als leidraad gebruiken. Antwoorden goed Beheersing 8-10 goed 6-7 voldoende minder dan 6 onvoldoende 3 Toets bespreken Bespreek de toets meteen of op een later tijdstip, wanneer u hem hebt nagekeken. Besteed aandacht aan zaken die u bij het nakijken zijn opgevallen. Geef ook aan hoe u de antwoorden hebt gewaardeerd. Ga in op zaken waar veel kinderen nog problemen mee hebben. Laat de kinderen ook aan het woord over de opdrachten. Wisten ze alle onderdelen bij opdracht 2? Welke opdrachten vonden ze gemakkelijk? Hoe hebben ze geredeneerd? Vond ze het lastig om een goed antwoord te formuleren bij opdracht 8? Waar zijn ze het niet mee eens? Sleutelbegrippen alle sleutelbegrippen uit les 1, 2, 3 en 4 Lesbeschrijving 1 Samenvatting maken Laat de kinderen zelfstandig aan de hand van de opdrachten een samenvatting in het werkboek maken. Ze mogen daarbij les 1 tot en met 4 van het leerlingenboek gebruiken. Lees daarna samen met de kinderen de samenvatting in het leerlingenboek door, zodat ieder kind zijn antwoorden kan controleren. Geef de kinderen de gelegenheid om vragen te stellen. Eventueel vat u de lesstof nog even samen. De samenvatting van het leerlingenboek (bladzijde 80-81) kunt u samen met de kinderen doorlezen. Ook kunt u het kopieerblad met de samenvatting als huiswerk meegeven. U kunt de samenvatting ook op een ander tijdstip door de kinderen laten leren als voorbereiding op de toets. Noordhoff Noordhoff Uitgevers Uitgevers bv bv 49

6 Themales en herhaling Informatieblok Leskern A Kinderen die de toets goed of voldoende maakten, gaan aan de slag met een verdiepingsopdracht uit de themales (volg de aanwijzingen onder A). B Na de herhalingsles tonen de kinderen die de toets onvoldoende maakten, alsnog hun kennis van en inzicht in de leerstof van hoofdstuk 5 (volg de aanwijzingen onder B). Activiteiten A verdiepingsopdrachten maken 50 minuten B herhalingsopdrachten maken en samenvatting doornemen 20 minuten verdiepingsopdrachten maken 30 minuten Materiaal A leerlingenboek Themales (blz. 82-83) kopieerbladen Verdiepingsopdrachten 5, opdracht 1 t/m 4 voor de verdiepingsopdrachten (zie ook de betreffende opdrachten): plastic bekertjes blikken touwtjes van 5 tot 10 meter spelden om een gat te prikken hamers spijkers (liefst even grote) glazen flesjes elastiekjes houten of plastic doosjes (even grote) zuignappen plastic zakjes met hengsel gewichten van het weegsetje van rekenen Daarna hebt u de gelegenheid om met de kinderen die de toets onvoldoende hebben gemaakt, de herhalingsopdrachten door te nemen. U kunt er ook voor kiezen om dit op een ander tijdstip te doen. B Herhalingsopdrachten maken De kinderen die de toets onvoldoende hebben gemaakt, maken de herhalingsopdrachten van kopieerblad Herhalingsblad 5. Ze hebben hierbij bladzijde 68 tot en met 79 van het leerlingenboek nodig. Daarna nemen ze de samenvatting op bladzijde 80 en 81 van het leerlingenboek nog eens door. Vervolgens controleert u of de kinderen de stof nu wel voldoende beheersen. Stel hun mondeling nog enkele vragen, zoals: Wat is geluid? Hoe maken mensen geluid? Hoe horen wij? Waarom hebben veel dieren beweegbare oren? Hoe horen vogels? En vissen? Hoe horen vleermuizen en dolfijnen? Hoe kun je tonen maken met muziekinstrumenten? Noem een gas dat in lucht zit. Wat is vacuüm? Hoe kan een luchtballon opstijgen? U kunt er ook voor kiezen om de toets nog een keer af te nemen. Hierna kunnen ook deze kinderen met een korte verdiepingsopdracht aan de gang gaan. B leerlingenboek les 1 t/m 4 (blz. 68-79) leerlingenboek Kijk je mee terug? (blz 80-81) kopieerblad Herhalingsblad 5 Lesbeschrijving A Lezen en opdracht kiezen Lees samen met de kinderen bladzijde 82 en 83 van het leerlingenboek en laat ze kijken naar de afbeeldingen. Vertel de kinderen dat ze een van de verdiepingsopdrachten mogen maken. De kinderen kiezen een opdracht en gaan daarmee zelfstandig aan de slag. Aanwijzingen vinden ze op de bijbehorende kopieerbladen (kopieerbladen Verdiepingsopdrachten 5, opdracht 1 t/m 4). 50

Lastige woorden 5 Blad 1 Les 1 Trillende lucht de snaar Strak gespannen draad van metaal of plastic. Een viool heeft bijvoorbeeld snaren. de operazangeres Mevrouw die zingt in een toneelstuk waarin de tekst gezongen wordt. de buikspreker Iemand die optreedt met een pop en doet alsof die spreekt. De buikspreker praat zonder zijn lippen te bewegen en beweegt tegelijk met zijn hand de mond van de pop. de beschadiging Als iets een beetje kapot is gegaan, is er een beschadiging. de borstkas Deel van je lichaam waarin je longen zitten.

Lastige woorden 5 Blad 2 Les 2 Dieren en hun oren de vijand Het tegenovergestelde van een vriend. Vijanden proberen elkaar te pakken te nemen. echo Terugkaatsing van een geluid. Je hoort het geluid dan nog een keer. het klimaat Het weer dat je in een bepaald land vaak hebt. Als een land een zonnig klimaat heeft, schijnt de zon er vaak. kaatsen Terugstuiten. het gehoororgaan Deel van het lichaam waarmee je kunt horen. Les 3 Van hoog tot laag de harpist Iemand die harp speelt, een muziekinstrument. communiceren Informatie aan elkaar doorgeven. de krekel Soort sprinkhaan. Hij maakt een hoog piepend geluid.

Lastige woorden 5 Blad 3 Les 4 Lucht het mengsel Verschillende stoffen door elkaar. Limonade is een mengsel van water, suiker en smaakstoffen. de zuignap Stukje plastic dat tegen ramen en tegels blijft kleven als je erop drukt. de afvalstof Stof die overblijft en niet meer te gebruiken is. As is de afvalstof van opgebrand hout. het stuifmeel Poeder dat in bloemen zit. Stuifmeel is nodig voor het ontstaan van nieuwe bloemen. roetdeeltjes Deeltjes zwarte stof die ontstaan als iets wordt verbrand. Uit een uitlaat komen roetdeeltjes. de uitvinding Iets nieuws wat bedacht wordt. Door de uitvinding van de telefoon konden mensen die ver van elkaar vandaan woonden met elkaar praten. Het rubber Zwart materiaal waarvan bijvoorbeeld autobanden worden gemaakt. de ballonvaarder Iemand die met een luchtballon reist. de huidschilfers Piepkleine losgelaten deeltjes van de huid. Als je je krabt, komen er huidschilfers onder je vingernagels. het ventiel Tuitje waardoor je lucht in een band kunt pompen of eruit kunt laten lopen. Met een fietspomp kun je lucht door het ventiel in een fietsband pompen.

Samenvatting 5 Blad 1 Geluid Les 1 Trillende lucht Geluid is lucht in trilling. Het wordt versterkt door een klankkast. Mensen maken geluid met hun stembanden. Die zitten in het strottenhoofd. De stembanden gaan trillen door lucht uit de longen. De borstkas versterkt het geluid. Geluid vang je op met je oorschelp. De trillingen worden doorgegeven aan het trommelvlies. Kleine botjes, hamer, aambeeld en stijgbeugel, geven de trillingen door aan het slakkenhuis. Zenuwen geven de trillingen als signalen door aan de hersenen: je hoort geluid! Les 2 Dieren en hun oren Veel dieren hebben beweegbare oren, die naar elk geluid draaien. Geluid kan namelijk een vijand betekenen. Vogels hebben geen oorschelp, maar spleetjes aan de zijkant van hun kop. De oren van vissen zitten onder hun huid. Ze vangen trillingen op met hun zwemblaas. Vleermuizen en dolfijnen gebruiken echo-locatie. Ze zenden geluiden uit en vangen de echo op. Daardoor weten ze waar een prooi is. Bovendien botsen ze zo nergens tegenaan.

Samenvatting 5 Blad 2 Les 3 Van hoog tot laag Muziek bestaat uit hoge en lage tonen. Tonen maak je op drie manieren. Met snaren (gitaar, piano), door te blazen (trompet, fluit) of door te slaan (trom, pauk). Je doet dit op snaar-, blaas- of slaginstrumenten. Lange snaren geven lagere tonen. Korte snaren hogere. Oudere mensen horen minder hoge tonen dan jongeren. Het trommelvlies van oudere mensen is stijver. Trillingen gaan niet alleen door lucht, maar ook door andere materialen, zoals water en glas. Geluid reist door de lucht met een snelheid van 330 meter per seconde. Les 4 Lucht Lucht bestaat uit een mengsel van gassen, vooral uit stikstof. Zuurstof hebben we nodig om te leven. Koolzuurgas of CO 2 ademen we uit. Het gewicht van de lucht om ons heen heet luchtdruk. Als ergens geen lucht in zit, heet dat een vacuüm, zoals in een zuignap. Die blijft zitten door de luchtdruk. In een fietsband is de luchtdruk groter dan daarbuiten. Een luchtballon stijgt op door de warme lucht die erin gaat.

5 0 Antwoorden Herhalingsblad herhaling Naam: Beantwoord de vragen. Voor elke vraag staat aangegeven naar welke afbeelding(en) in het leerlingenboek je moet kijken. Zoek de afbeeldingen op in hoofdstuk 5. 1 > bladzijde 69 afbeelding 3 en 4 Streep de foute woorden door. Onze stembanden zitten in onze borstkas / keel. Als ze trillen, wordt het geluid harder door onze borstkas / keel. 2 > 3 > 4 > bladzijde 70 afbeelding 5 bladzijde 73 afbeelding 9 bladzijde 74 afbeelding 1 Hoe heten de drie kleine botjes in onze oren? 1 2 3 Hoe horen vleermuizen? Ze hebben een spleetje aan de zijkant van hun kop. Ze zenden pieptonen uit en vangen de echo ervan op. Ze horen met hun zijlijn. Streep de foute woorden door. De langste orgelpijpen geven de hoogste / laagste toon. De kortste orgelpijpen geven de hoogste / laagste toon. 5 > 6 > bladzijde 75 afbeelding 3 t/m 5 bladzijde 78 afbeelding 4 Welke drie soorten instrumenten zijn er? 1 2 3 In welk pak is de koffie vacuümverpakt? Het open pak. Het dichte pak.

05 Antwoorden herhaling Beantwoord de vragen. Voor elke vraag staat aangegeven naar welke afbeelding(en) in het leerlingenboek je moet kijken. Zoek de afbeeldingen op in hoofdstuk 5. 1 > bladzijde 69 afbeelding 3 en 4 Streep de foute woorden door. Onze stembanden zitten in onze borstkas / keel. Als ze trillen, wordt het geluid harder door onze borstkas / keel. 2 > 3 > 4 > bladzijde 70 afbeelding 5 bladzijde 73 afbeelding 9 bladzijde 74 afbeelding 1 Hoe heten de drie kleine botjes in onze oren? 1 Hamer. 2 Aambeeld. 3 Stijgbeugel. Hoe horen vleermuizen? Ze hebben een spleetje aan de zijkant van hun kop. Ze zenden pieptonen uit en vangen de echo ervan op. Ze horen met hun zijlijn. Streep de foute woorden door. De langste orgelpijpen geven de hoogste / laagste toon. De kortste orgelpijpen geven de hoogste / laagste toon. 5 > 6 > bladzijde 75 afbeelding 3 t/m 5 bladzijde 78 afbeelding 4 Welke drie soorten instrumenten zijn er? 1 Snaarinstrumenten. 2 Slaginstrumenten. 3 Blaasinstrumenten. In welk pak is de koffie vacuümverpakt? Het open pak. Het dichte pak.

Verdiepingsopdrachten 5 Opdracht 1 Een telefoon maken Wat ga je doen? Geluidstrillingen gaan niet alleen door lucht. Ze gaan ook door andere materialen, zoals touw. Je gaat een telefoon maken van twee bekertjes met een strak gespannen touw ertussen. Dit heb je nodig twee plastic bekertjes en twee blikken een touwtje van 5 tot 10 meter een speld om een gat te prikken een hamer en een spijker een klasgenoot met wie je de proef kunt doen Aan de slag 1 Maak in beide bekertjes een klein gaatje. 2 Steek de uiteinden van het touw door een bekertje. 3 Maak in ieder uiteinde van het touw een knoop, zodat het aan het bekertje vastzit. 4 Ga zo ver uit elkaar staan, dat het touw strak gespannen is. 5 Eén van jullie doet het bekertje tegen zijn oor. De ander praat in zijn bekertje. 6 Kun je verstaan wat de ander zegt? 7 Doe nu hetzelfde met de blikken. Maak daarin een gaatje met de hamer en de spijker. Wil je meer weten? Lees van Junior Informatie Geluid (247). [Afb. wddnet-hl6-4.13]

Verdiepingsopdrachten 5 Opdracht 2 Een klokkenspel maken Wat ga je doen? Je gaat een muziekinstrument maken van glazen flessen met verschillende hoeveelheden water. Dit heb je nodig acht (liefst even grote) glazen flesjes water een potlood Aan de slag 1 Zet acht flesjes op een rij op de tafel. (De flessen hoeven niet per se even groot te zijn, maar het stemmen gaat dan wel sneller!) 2 Vul iedere fles met water. Zorg ervoor dat er in elke volgende fles steeds iets minder water zit. 3 Zet de fles met de laagste toon helemaal links. Tik dan met een stokje op de volgende fles. Als de toon die je hoort de volgende van de toonladder is, ga je verder. Is dat niet zo, dan doe je er wat water bij of giet je er wat uit. 4 Ga zo door totdat je een toonladder kunt spelen. Als dit lukt, heb je de glazen gestemd. 5 Speel nu een liedje op je flessen-klokkenspel. Wil je meer weten? Lees van Junior Informatie Trommelen (218). Zoek ook eens op internet. Typ in: Zelf instrumenten maken.

Verdiepingsopdrachten 5 Opdracht 3 Een harp maken Wat ga je doen? Elastiek lijkt op de snaren van een gitaar. Als het strakker wordt getrokken, klinkt de toon hoger. Als het slapper is, klinkt het lager. Je gaat je eigen elastieken harp maken. Dit heb je nodig vijf elastiekjes een houten of plastic doosje Aan de slag 1 Maak knoopjes in vier van de elastiekjes, zodat ze ieder een andere lengte hebben. 2 Span de elastiekjes om de doos met steeds wat ruimte ertussen. Begin met het grootste elastiek en eindig met het kleinste. Je hebt nu vijf snaren naast elkaar. 3 Probeer nu een liedje te spelen door aan de elastiekjes te plukken. Wil je meer weten? Lees van Junior Informatie Snaarinstrumenten ( 7) en De piano (232).

Verdiepingsopdrachten 5 Opdracht 4 Zuignappen onderzoeken Wat ga je doen? Een zuignap kun je vacuüm persen. Dan blijft hij goed tegen een muur plakken. Jij gaat onderzoeken op wat voor een ondergrond een zuignap het best blijft hangen. Dit heb je nodig één of meer (even grote) zuignappen een stevig plastic zakje met hengsel gewichten van het weegsetje van rekenen Aan de slag 1 Gebruik dit kopieerblad om de resultaten van je onderzoek te noteren. 2 Kies een aantal verschillende ondergronden voor de zuignap. Bijvoorbeeld een ruit, een stenen muur, een gladde muur en een tegelwand. 3 Plak de zuignap steeds op een ondergrond en hang het zakje eraan. 4 Leg er steeds meer gewichtjes in. Noteer hoeveel gewichtjes de zuignap kan dragen voordat hij van de ondergrond valt. 5 Heb je tijd over? Kijk dan of twee zuignappen tegen elkáár gedrukt kunnen worden. 6 Presenteer de resultaten van je onderzoek aan de klas. soort ondergrond hoeveel gewicht? rapportcijfer