De Verlichting =18 de eeuwse filosofische stroming die de nadruk legt op rationaliteit (zelf nadenken), vrijheid en gelijkheid en dit toepast in alle maatschappelijke velden (politiek, economie, religie en het sociale) Rationalisme =Ik aanvaard pas iets als ik het met mijn verstand kan verklaren. 6 de eeuw v. Chr: Griekse filosofen proberen rationele verklaringen te vinden voor de wereld om zich heen. 15 de eeuw: Humanisten uit de renaissance hebben interesse in de wetenschap (bv: Andreas Vesalius: kennis over het menselijk lichaam verzamelen door empirisch onderzoek) 17 de -18 de eeuw: wetenschappelijke revolutie kennis gebaseerd op rationeel en empirisch onderzoek = kritische denkhouding (rationaliteit) en een systematische manier van onderzoek (vb via observatie) leidt tot nieuwe wetenschappelijke inzichten De Verlichting = filosofische stroming uit de 18 de eeuw die gelooft dat alles met het verstand kan verklaard worden en pleit voor vrijheid in alle maatschappelijke velden. Zo zal de samenleving er op vooruit gaan (= vooruitgangsoptimisme). Filosoof: Voltaire Zie opdracht 4 p. 84 Religie Ideeën: religieuze verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid Deïsme en atheïsme Filosofen: Locke en Montesquieu Zie opdracht 2 p. 83 Politiek
Filosoof: John Locke Ideeën: 1. Volkssoevereiniteit: alle macht ligt bij het volk 2. Sociaal contract (=grondwet) tussen burger en overheid waarin de rechten van het volk vastliggen Filosoof: Montesquieu Ideeën 1. Scheiding der machten: de drie staatsmachten moeten gescheiden blijven. De drie staatsmachten hebben hun eigen taken en zelfstandigheid en controleren elkaar. 2. Scheiding der machten voorkomt machtswillekeur en leidt tot rechtszekerheid. Sociaal Filosoof: Rousseau Zie opdracht 3 p. 84 Idee: sociale gelijkheid: alle mensen zijn van nature gelijkwaardig aan elkaar Tegen de standenmaatschappij en tegen slavernij Economie Filosoof: Smith Idee: economisch liberalisme of vrijhandel Zoveel mogelijk vrijheid in de economie en zo weinig mogelijk bemoeienis van de staat Verlichte ideeën worden verspreid via: brieven, boeken, encyclopedieën, salons
Bron: filmpje Tijdvak 7: De Verlichting van Joost van Oort op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=dn7wfpbpyoc
De Verlichting (Nouveau Régime) Het Ancien Régime gebaseerd op vrijheidsideeën en rationaliteit midden 18 de eeuw Politiek rechtsgelijkheid rechtszekerheid volkssoevereiniteit scheiding der machten gebaseerd op de willekeur van de vorst midden 15 de midden 18 de eeuw Politiek vorstelijk absolutisme = de 4 pijlers van de rechtsstaat Economie vrijhandel/ economisch liberalisme Economie mercantilisme/ protectionisme Sociaal sociale gelijkheid Religie religieuze vrijheid en verdraagzaamheid Sociaal standenmaatschappij Religie staatsgodsdienst
Historische begrippen dogmatisme= kennis is gebaseerd op vastgeroeste ideeën waar ik niet over nadenk. Ik geloof zonder meer wat een deskundige mij zegt. rationalisme= kennis is gebaseerd op onderzoek en wetenschap. Ik aanvaard alleen wat ik met mijn verstand kan verklaren. Ancien Régime= historische periode van ca. midden 15 de tot midden 18 de eeuw. Op politiek vlak wordt deze periode gekenmerkt door een absolute vorst, op economisch vlak door mercantilisme en landbouweconomie, op religieus vlak door onverdraagzaamheid en vervolging en op sociaal vlak door een standenmaatschappij. Verlichting= 18 de eeuwse cultuurstroming die streeft naar vrijheid van het individu in alle domeinen en pleit voor rationaliteit. Zie Kant: Heb de moed uw verstand te gebruiken. Deïsme= men aanvaardt het bestaan van een opperwezen maar verwerpt dat dit opperwezen zich ooit aan de mens heeft geopenbaard. Atheïsme = men verwerpt het bestaan van een opperwezen. Men gelooft niet in een of andere god. Scheiding der machten= idee van Montesquieu. De drie staatsmachten worden bekleed door drie verschillende instellingen en ze controleren elkaar. De wetgevende macht is in handen van het parlement. De uitvoerende macht is in handen van de ministers en de rechterlijke macht in handen van de rechtbanken. Dit principe voorkomt vorstelijke willekeur en machtsmisbruik. (18 de eeuw) Volkssoevereiniteit = idee van Locke. Er is een gezag aan de macht dat door het volk werd verkozen. Een erkend gezag dat tekort schiet kan worden afgezet. (eind 17 de eeuw) rechtsgelijkheid= idee van Locke en Rousseau. Ieder mens heeft van bij de geboorte onvervreemdbare rechten. Dit maakt alle mensen gelijk. Er is geen onderscheid van rang of stand. (18 de eeuw) rechtszekerheid= idee van Montesquieu. Dit is een gevolg van de scheiding der machten. Een situatie waarbij iedereen kan rekenen op de handhaving van zijn rechten. Zo heeft ook een moordenaar recht op een eerlijk proces. (18 de eeuw) rechtsstaat= een staat waarin rechtsgelijkheid, rechtszekerheid, scheiding der machten en volkssoevereiniteit aanwezig zijn. Wij leven vandaag in een rechtsstaat. grondwet= een soort contract tussen de overheid en de burgers waarin staat dat de regering de rechten van de burgers moet respecteren. democratie= een bestuursvorm waarin het volk aan de macht is via volksvertegenwoordigers. Er is een waaier aan politieke partijen. Een erkend gezag dat tekort schiet, kan worden afgezet. Bv: België vandaag.
mercantilisme= een staat tracht zoveel mogelijk geld in eigen land te houden door de invoer van afgewerkte producten te beperken (dit kost geld) en de uitvoer te stimuleren (dit brengt geld op). Dit is een voorbeeld van een staatsgeleide economie (protectionisme). Vb: het colbertisme onder Lodewijk XIV. vrijhandel= idee van Adam Smith. Men is vrij om te investeren, te produceren en in in-en uit te voeren zonder staatstussenkomst. 18 de -19 de eeuw. Wat je moet kennen en kunnen Je kent de begrippen dogmatisme en rationalisme en je kan een voorbeeld geven van een gezagsargument en een rationeel argument. Je kan de begrippen Ancien Régime en Nouveau Régime verklaren door te verwijzen naar de vier maatschappelijke velden. Je kent de ideeën van Kant, Locke, Montesquieu, Rousseau en Smith. Je begrijpt dat wij vandaag leven in een rechtsstaat en dat de basis daarvan gelegd is in de 18 de eeuwse verlichting. Je kent de vier pijlers van de rechtsstaat en je kan ze uitleggen. Je weet wat het economisch liberalisme en een staatsgeleide economie van elkaar onderscheidt. Je begrijpt het belang van een grondwet als bescherming tegen vorstelijke willekeur. Extra opdrachten Opdracht 1:Geef een actueel voorbeeld van een rationeel argument en een politiek gezagsargument. Opdracht 2: Zet het juiste begrip bij de juiste filosoof en verklaar elk begrip. Locke Montesquieu Smith Rousseau Kant economisch liberalisme volkssoevereiniteit rechtsgelijkheid verlichting scheiding der machten Opdracht 3: Zoek op wat het wekelijks vragenuurtje inhoudt en bekijk dit op televisie. Onder welke van de vier pijlers van de rechtsstaat valt het vragenuurtje?