dienst laboratoriumgeneeskunde in samenwerking met interne geneeskunde gastro-enterologie prof. dr. apr. K. Verbeke - prof. dr. M. Hiele - ing. E. Houben ADEMTESTEN INHOUD 1. Inleiding 2 2. Algemeen principe 2 2.1. Functies die bestudeerd worden met ademtesten 3 2.2. 13 C- of 14 C- ademtesten 3 2.3. H 2-ademtesten 4 3. Methode 4 3.1. Algemene opmerkingen 4 3.2. Substraten 4 3.2.1. 14 C-ademtesten 4 3.2.2. 13 C-ademtesten 4 3.2.3. H 2-ademtesten 5 3.3. Maaltijden 5 3.4. Metingen 6 3.4.1. 14 C 6 3.4.2. 13 C 6 3.4.3. H 2 6 3.5. Berekeningen 6 4. Interpretatie 7 4.1. Normaalwaarden 7 4.2. Curves 7 4.3. Individueel resultaat 7 5. Voor- en nadelen 8 6. Literatuur LBG-ademE 180801 1/9
1. INLEIDING *CO 2-ademtesten worden wereldwijd gebruikt om gastro-enterologische processen en leverfunctie te bestuderen. Jammer genoeg bestaat er vaak geen consensus tussen de verschillende laboratoria. Daarom verschillen de testen in maaltijd, substraat en testduur, waardoor de resultaten niet eenvoudig uitwisselbaar zijn. Veel onderzoek is er op gericht om de duur van de test zo kort mogelijk te houden om de belasting voor de patiënt te verminderen. De aard van de onderzochte processen maakt echter snel duidelijk dat het niet mogelijk is om echt kortdurende testen te ontwikkelen. Om digestie van vetten of koolhydraten in de dundarm te bestuderen, moet immers de normale fysiologische transitduur gerespecteerd worden. In principe is het interessant om ademtesten voor digestie en transit te combineren : kennis van de transitparameters helpt vaak bij de interpretatie van de testresultaten voor digestie. 2. ALGEMEEN PRINCIPE 2.1. Functies die bestudeerd worden met ademtesten Leverfunctie 13C-aminopyrine Helicobacter pylori 13C-ureum TRANSIT DIGESTIE EN ABSORPTIE Maagledigen 13C-octaanzuur of 13C-glycine + 14C-octaanzuur Koolhydraten 13C-lactose 13C-fructose 13C-sucrose Vetten 13C-mengtriglyceriden (1,3-distearyl,2[ 13 C-carboxyl] octanoyl glycerol) Bacteriële overgroei/ileale malabsorptie 14C-galzuur ( 14 C-glycocholzuur) LBG-ademE 180801 2/9
2.2. 13 C- of 14 C-ademtesten In een maaltijd wordt een substraat toegediend dat een functionele groep draagt waar een 12 C atoom vervangen is door het radioactief isotoop 14 C of het stabiel isotoop 13 C. Deze functionele groep wordt onder welbepaalde voorwaarden enzymatisch afgesplitst, hetzij gedurende de transit doorheen de gastro-intestinale tractus, hetzij bij absorptie, hetzij tijdens het verdere metabolisme van het geabsorbeerde substraat. Na de splitsing ondergaat de gemerkte subgroep een metabool proces dat eindigt in oxidatie, met ontstaan van gemerkt CO 2 ( * CO 2). * CO 2 mengt zich dan met de lichaamspool van CO 2-HCO 3 - en wordt uitgeademd. Indien de enzymatische afsplitsing de snelheidsbepalende stap is, is de uitademing van * CO 2 de weerspiegeling van de functie die men wenst te onderzoeken. *C-substraat *C-subgroep *CO 2 adem te onderzoeken functie Indien de snelheidsbepalende stap van het metabolisme gelegen is in de digestie of in de intestinale absorptie, dan is de uitgeademde * CO 2 een maatstaf voor de snelheid van digestie of absorptie. lactase 13C-lactose 13C-glucose + 13 C-galactose vrijzetting uit maag *C-octaanzuur in vaste maaltijd *C-octaanzuur lipase 1,3-distearyl,2[ 13 C-carboxyl]octanoyl glycerol 13C-octaanzuur Wanneer de snelheidsbepalende stap gelegen is in het metabolisme in een bepaald organel, dan levert de meting van * CO 2 in de adem rechtstreekse informatie aangaande de functie van dit organel. 13C levermicrosomen amino antipyrine 13CO 2 13C Indien enkel bacteriën het metabolisme bepalen, dan is de * CO 2-ademtest een parameter om de aanwezigheid van bacteriën aan te tonen. bacterie 14C-glucocholzuur 14C-glycine 14CO 2 Helicobacter Pylori 13C-ureum 13CO 2 Opmerkingen Ook 13 C-lactose, 1,3-distearyl,2( 13 C-carboxyl)octanoylglycerol, worden gefermenteerd tot 13 CO 2 bij contact met bacteriën. Normaal gezien worden deze substraten echter verteerd voor ze in contact komen met de bacteriële flora. Het volledig metabool proces om een substraat om te zetten tot * CO 2, vergt meestal verschillende stappen in digestie en absorptie. Alle processen naast de te onderzoeken functie dienen normaal te verlopen opdat de excretie van * CO 2 in de adem de gewenste stap in het metabolisme zou reflecteren. LBG-ademE 180801 3/9
2.3. H 2-ademtesten Verschillende vezels, polysachariden en bepaalde types zetmeel worden niet verteerd in de dundarm. Bij absorptieproblemen bereiken ook korte-keten suikers het colon. Koolhydraten die het colon bereiken, worden door anaerobe bacteriën gefermenteerd tot H 2, CO 2 en CH 4. H 2 verlaat het lichaam gedeeltelijk langs de adem. Aanwezigheid van H 2 in de adem duidt dus op bacteriële fermentatie van niet-geabsorbeerde koolhydraten. Daarom wordt onder andere in de lactose ademtest de excretie van H 2 gemeten. 3. METHODE 3.1. Algemene opmerkingen Alle 13 C-ademtesten en de 14 C-galzuurademtest kunnen thuis gebeuren. Enkel de maaglediging vast en vloeibaar gebeurt op het labo, omdat de maaltijd speciale voorbereidingen vergt. Tijdens opname in het ziekenhuis worden alle testen op zaal uitgevoerd. Enkel de test voor maaglediging wordt op het labo gestart. Alle testen beginnen s morgens nuchter (nuchter = geen maaltijd gedurende de voorbije 12h). Alle medicatie die het resultaat kan beïnvloeden wordt beter tijdelijk gestopt, bijvoorbeeld farmaca die de transit beïnvloeden of geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd via cytochromen in de lever. Bij een ademtest die gebaseerd is op het bacterieel metabolisme mag de patiënt de voorbije twee weken geen antibiotica ingenomen hebben. Er moet steeds genoteerd worden welke medicatie de patiënt ingenomen heeft. Tijdens de maaltijd mag de patiënt niet eten of drinken. Diabetici mogen bij elke test na 4 uur een witte boterham met confituur eten. Tijdens de volledige test dient de patiënt in rust te zijn om een constante CO 2-productie te verzekeren. Tijdens de maaltijd mag de patiënt niet roken omdat dit de CO 2- en H 2-productie beïnvloedt. De tijd tussen twee ademtesten met hetzelfde isotoop bij dezelfde patiënt dient minstens 48u te bedragen. 3.2. Substraten 3.2.1. 14 C-ademtesten De stralingsdosis in 14 C-testen is afhankelijk van het gemerkt substraat, maar is altijd zeer laag. In het algemeen wordt de stralingsdosis lager geschat dan de stralingsdosis bij een standaard radiologisch onderzoek van de hoge gastro-intestinale tractus. Persoonlijke stralingsbelasting bij 14 CO 2-ademtesten is dus zeer klein. Toch worden 14 C-ademtesten nooit uitgevoerd bij kinderen onder 18 jaar, noch bij zwangere vrouwen. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het 13 C-isotoop, maar wanneer men bijvoorbeeld gelijktijdig verschillende parameters wil testen, dient één van beiden 14 C-gemerkt te zijn. Vaak is het wenselijk om een ademtest enkele keren te herhalen, bijvoorbeeld om het effect van medicatie na te gaan. In dit geval is het beter om niet-radioactieve isotopen te gebruiken om de stralingsbelasting te beperken. 14C heeft een halveringstijd van 5730 jaar en bijgevolg is de uitgeademde 14 CO 2 belastend voor het milieu. Ook om deze reden is het wenselijk om zo weinig mogelijk 14 C-ademtesten te gebruiken. Momenteel zijn er slechts enkele omstandigheden waarbij gebruik van 14 C-testen strikt noodzakelijk is: bij gelijktijdige meting van maaglediging van vaste en vloeibare in de galzuurademtest zonder/met faecescollecte. 3.2.2. 13 C-ademtesten Ademtesten op basis van 13 C induceren geen enkele stralingsdosis. Deze ademtesten zijn veilig bij kinderen en zwangere vrouwen. De ademtest kan verschillende malen herhaald worden. 13C is een natuurlijk stabiel isotoop dat weinig voorkomt in onze voeding. In normale omstandigheden is de test zonder problemen te interpreteren. TPN, dialysevloeistof en glucose-infusen bevatten 13 C-aangerijkte suikers en dienen 24h voor de test gestopt te worden. Ook babyvoeding bevat ingrediënten die natuurlijk aangerijkt zijn aan 13 C. LBG-ademE 180801 4/9
3.2.3. H 2-ademtesten H 2 in de adem duidt op bacteriële fermentatie van niet-geabsorbeerde koolhydraten. Dit principe wordt gebruikt in de lactose-ademtest om malabsorptie van lactose op te sporen. Op dezelfde manier kan malabsorptie van andere suikers onderzocht worden, bijvoorbeeld bij fructose- of sucrose-intolerantie. Nuchtere ademstalen bevatten normaal gezien een lage concentratie aan waterstof. Indien een hoge concentratie aan H 2 gemeten wordt, is dit meestal te wijten aan fermentatie van maaltijdresten in het colon. Wanneer iemand gewoon is een vezelrijk dieet te eten, kan dit de interpretatie van de test bemoeilijken. Bij inname van de testmaaltijd op nuchtere maag, wordt immers het mechanisme van de ileal brake opgeheven. Resten van de maaltijd van de vorige avond die zich nog in de dunne darm bevonden, worden dan voortgestuwd naar het colon en daar gefermenteerd. Indien het een vezelrijke maaltijd betrof, zal er dan ook een stijging in de waterstofconcentratie optreden. Om deze reden wordt aan de patiënten gevraagd geen koolhydraatrijke maaltijd te eten de avond voor een H 2-ademtest (dus geen uien, kolen, bonen ). Bij een gedeelte van de bevolking zal bij bacteriële fermentatie van niet-geabsorbeerde koolhydraten geen H 2 in de adem gemeten worden. Waarschijnlijk wordt waterstof in dit geval door bacteriën dadelijk verbruikt als reagens bij verschillende metabole sequenties. Deze patiënten worden non-producers genoemd. 3.3. Maaltijden De dosis van het met 14 C- of 13 C-gemerkte substraat is vastgelegd per testmaaltijd. Bij kleine kinderen (met een gewicht lager dan 25 kg) worden deze hoeveelheden aangepast. Voor elke ademtest is een testmaaltijd gekozen met een optimale samenstelling. De verhouding tussen vetten, koolhydraten en eiwitten is belangrijk evenals het aantal calorieën. Er wordt geprobeerd een maaltijd te serveren die smakelijk is en aangepast aan onze voedingsgewoonten. Test Maaltijd Waar wordt de test uitgevoerd bij ambulante patiënten Waar wordt de test uitgevoerd bij opname in het ziekenhuis maagledigen vaste maaltijd één pannenkoek thuis start labo maagledigen vaste en vloeibare fase omelet met brood en een glas water labo start labo mengtriglyceriden brood met choco thuis op zaal lactose 50g lactose in water thuis op zaal fructose 25g fructose in water thuis op zaal sucrose 50g sucrose in water thuis op zaal ureum Fortimel compact (energiedrank) thuis op zaal aminopyrine vloeistof thuis op zaal galzuur galzuur + faecescollecte één pil bij een normaal ontbijt één of twee pillen bij een normaal ontbijt thuis thuis op zaal op zaal LBG-ademE 180801 5/9
3.4. Metingen 3.4.1. 14 C Bij een 14 C-ademtest blaast de patiënt in een vloeistof die 2 mmol hyamine hydroxide bevat en thymolphtaleïne als kleurindicator. Wanneer de patiënt 2 mmol CO 2 heeft uitgeblazen, slaat de kleur om van blauw naar kleurloos. Voor de metingen wordt een scintillatie-vloeistof aan de oplossing toegevoegd. 14 C vervalt door β-straling. Via de techniek van vloeistofscintillatie wordt het aantal desintegraties per minuut in elk staal gemeten. 3.4.2. 13 C Bij een 13 C-ademtest blaast de patiënt diep in een glazen buisje tot dit voldoende aangedampt is. De relatieve hoeveelheid 13 C in de adem wordt gemeten met een Isotopen Ratio Massa Spectrometer (weergegeven als delta 13-waarde). 3.4.3. H 2 Voor de kwantificatie van waterstof in adem blaast de patiënt op dezelfde manier in een glazen buisje als voor de 13 C-analyse. De waterstofconcentratie wordt geanalyseerd met een gaschromatograaf gekoppeld aan een thermal conductivity detector. 3.5. Berekeningen Rekening houdend met het feit dat een volwassen persoon in rust 300 mmol CO 2 per uur en per eenheid van lichaamsoppervlakte produceert, wordt berekend hoeveel * CO 2 per uur wordt uitgeademd. Hieruit wordt afgeleid hoeveel % van de toegediende dosis * C in de adem wordt teruggevonden. (Bij kinderen is de CO 2 productie afhankelijk van geslacht en gewicht) % * C/u geeft weer met welke snelheid * CO 2 op elk ogenblik wordt uitgeademd. Cum% * C geeft weer hoeveel % van de gegeven dosis * C op dat moment in totaal (cumulatief) al uitgeademd is. In de H 2-ademtesten wordt een stijging van 20 ppm boven de nuchtere waarden als significant beschouwd. De resultaten van een ademtest worden soms met andere parameters uitgedrukt, zoals halveringstijd... Deze worden altijd berekend volgens geijkte wiskundige formules die hier niet worden weergegeven. Overzicht van de meetwaarden per test : Test Parameter Omschrijving maagledigen t½ halveringstijd voor maaglediging: moment waarop de helft van de toegediende dosis octaanzuur geëxcreteerd is (min) MEC coëfficiënt van maaglediging mengtriglyceriden Cum%/6u cumulatief percent van de toegediende dosis na 6 uur (%) lactose, fructose en Cum%/4u cumulatief percent van de toegediende dosis na 4 uur (%) sucrose ademtest Piekexcretie maximale excretie (%). H 2 excretie verwijst naar bacterieel metabolisme van lactose (ppm) ureum ademtest Cum%/1u cumulatief percent van de toegediende dosis na 1 uur (%) aminopyrine ademtest Cum%/2u cumulatief percent van de toegediende dosis na 2 uur (%) Piekexcretie maximale excretie (%) galzuur ademtest Cum%/6u cumulatief percent van de toegediende dosis na 6 uur (%) LBG-ademE 180801 6/9
4. INTERPRETATIE 4.1. Normaalwaarden Voor elke ademtest zijn parameters beschreven (cfr. supra). Voor deze parameters werden normaalwaarden bepaald in een normale populatie. Men dient de resultaten van een individuele ademtest te interpreteren in functie van deze normaalwaarden. De ademtesten geven bijgevolg semi-kwantitatieve informatie. De normaalwaarden zijn steeds specifiek voor een bepaalde testmaaltijd en een bepaalde testduur. Ademtesten zijn universeel bruikbaar, maar omwille van andere voedingsgewoonten in verschillende populaties, worden overal ter wereld andere testmaaltijden gebruikt met als gevolg verschillende normaalwaarden. De resultaten van ademtesten in verschillende centra zijn daardoor niet vergelijkbaar. 4.2. Curves De uitademing van * CO 2 in de adem wordt gevolgd gedurende een welbepaalde tijd. De resultaten worden grafisch weergegeven in twee verschillende curves. De eerste curve (%dosis/uur) is een weergave van de kinetiek van de gemeten functie. Op welbepaalde tijdstippen wordt weergegeven met welke snelheid * CO 2 wordt uitgeademd, dit wil zeggen welk percentage van de toegediende dosis substraat per uur wordt uitgeademd. Door verbinding van deze punten bekomen we een dynamische analyse van de bestudeerde functie in verloop van de tijd. De tweede curve (cum%dosis) geeft het cumulatief percent van de gegeven dosis substraat dat op een bepaald moment in de adem is teruggevonden. Met andere woorden, hier kunnen we zien hoeveel substraat op een bepaald moment reeds gemetaboliseerd is. De vorm van de dynamische curve geeft belangrijke informatie over de onderzochte functie. Verandering in de darmmotiliteit en/of bacteriële overgroei, kunnen het testresultaat echter beïnvloeden. Bij een vertraagde maaglediging kan bijvoorbeeld een pathologisch resultaat gevonden worden in de mengtriglyceridenademtest. Iemand met lactase-deficiëntie kan bij bacteriële overgroei een normale waarde voor lactose-assimilatie hebben. 4.3. Individueel resultaat Het resultaat van een ademtest dient altijd geïnterpreteerd te worden in het licht van de gekende pathologie van de patiënt. In dit opzicht is het ook steeds belangrijk rekening te houden met de medicatie die de patiënt inneemt. Afwezigheid van signaal in galzuurademtest is perfect te verklaren als blijkt dat de patiënt in de voorbije weken antibiotica heeft ingenomen. Erythromycine beïnvloedt de transit. Veel geneesmiddelen worden gemetaboliseerd via cytochromen in de lever en beïnvloeden op die manier de aminopyrine ademtest. LBG-ademE 180801 7/9
5. VOOR- EN NADELEN Ademtesten zijn een niet-invasieve onderzoeksmethode en kunnen meestal ambulant gebeuren. Ze laten toe gastro-intestinale, hepatologische en metabole functies rechtstreeks te meten in fysiologische omstandigheden. Bovendien kunnen 13 C-ademtesten verschillende malen herhaald worden om bijvoorbeeld het effect van medicatie na te gaan. Tenslotte kan digestie van koolhydraten, vetten of eiwitten gekaderd worden in het geheel van de transit. Het is mogelijk om in één maaltijd eender welke test voor digestie te combineren met een test voor maaglediging. Daartegenover staat dat ademtesten slechts semi-kwantitatieve informatie geven over een bepaalde functie. Dat wil zeggen dat het resultaat enkel kan geïnterpreteerd worden binnen normaalwaarden, opgesteld voor een normale populatie met een specifieke maaltijd in een test met een welbepaalde duur. Bovendien kunnen individuele verschillen in darmmotiliteit of bacteriële overgroei het testresultaat beïnvloeden. Vaak geeft de vorm van de curve aan dat dit het geval kan zijn. In deze gevallen is het soms nuttig om enkele ademtesten te combineren of een faecesanalyse te laten uitvoeren. 6. LITERATUUR Vantrappen G., Ghoos Y, Andriulli A. CO 2- and H 2-breath tests in the diagnosis of intestinal malabsorption. Ital J Gastroenterol 1992; 24: 212-217. Maes BD, Ghoos Y, Geypens B et al. Combined carbon-13-glycine/carbon-14-octanoic acid breath test to monitor gastric emptying rates of liquids and solids. J Nucl Med 1994; 35: 824-831. Ghoos Y, Maes B, Geypens B et al. Measurement of gastric emptying rate of solids by means of a carbon-labeled octanoic acid breath test. Gastroenterology 1993; 104: 1640-1647. Geypens B, Bennink R, Peeters M et al. Validation of the Lactose-[ 13 C]ureide breath test for determination of orocecal transit time by scintigraphy. J Nucl Med 1999; 40: 1451-1455. Vantrappen G, Rutgeerts P, Ghoos Y and Hiele M. Mixed triglyceride breath test : A noninvasive test of pancreatic lipase activity in the duodenum. Gastroenterology 1989; 96: 1126-1134. Evenepoel P, Hiele M, Geypens B et al. 13 C-Egg white breath test : a non-invasive test of pancreatic trypsin activity in the small intestine. Gut 2000; 46: 52-57. Hiele M, Ghoos Y, Rutgeerts P et al. 13 CO 2 Breath test using naturally 13 C-enriched lactose for detection of lactase deficiency in patients with gastrointestinal symptoms. J Lab Clin Med 1988; 112: 193-200. Perri F, Clemente R, Pastore M et al. The 13 C-urea breath test as a predictor of intragastric bacterial load and severity of helicobacter pylori gastritis. Scand J Clin Lab Invest 1998; 58: 19-28. Perri F, Ricciardi R, Merla A et al. Appropriateness of urea breath test: a prospective observational study based on Maastricht 2000 guidelines. Aliment Pharmacol Ther 2002; 16: 1443-1447. Mion F, Queneau P-E, Rousseau M et al. Aminopyrine breath test: development of a 13 C-breath test for quantitative assessment of liver function in humans. Hepato-Gastroenterology 1995; 42: 931-938. Rutgeerts P, Ghoos Y, Vantrappen G. Application of the 14 CO 2 bile acid breath test in gastroenterology. Tijdschr Gastroenterol. 1977; 20: 133-46. Peled Y, Watz C, Gilat T. Measurement of intestinal permeability using 51 Cr-EDTA. Am J Gastroenterol 1985; 80: 770-773. LBG-ademE 180801 8/9
Van Den Driessche M, Peeters K, Marien P et al. Gastric emptying in formula-fed and breast-fed infants measured with the 13 C-octanoic acid breath test. J Pediatric Gastroenterology and Nutrition 1999; 29: 46-51. Romagnuolo J, Schiller D, Bailey R. Using breath tests wisely in a gastroenterology practice: an evidence-based review of indications and pitfalls in interpretation. Am J Gastroenterol 2002; 97: 1113-1126. Klein P. 13 C Breath tests: visions and realities. J Nutr 2001; 131: 1637S-1642S. LBG-ademE 180801 9/9