Weduwnaar Jochem Myjer

Vergelijkbare documenten
Als de liefde niet bestond

Luister naar het lied. Geef aan welke van de onderstaande woorden in het lied voorkomen.

Brabant Guus Meeuwis

Luister naar het lied en lees mee met de tekst. Kies telkens het juiste woord.

Raar is leuk Klein Orkest

Luister naar het lied en lees mee met de tekst. Kies telkens het juiste woord.

In wezen is de mens alleen

Recht op vrije meningsuiting

Lieve juf. werkblad 1. 8 Dichter bij de taal Boom uitgevers Amsterdam,

Luister naar het gedicht en lees mee met de tekst. Vul de ontbrekende woorden in.

Luister naar het lied. Geef aan welke van de onderstaande woorden in het lied voorkomen.

Luister naar het gedicht. Geef aan welke van de onderstaande woorden in het gedicht voorkomen.

Luister naar het lied en lees mee met de tekst. Kies telkens het juiste woord.

Luister naar het lied en lees mee met de tekst. Kies telkens het juiste woord.

Luister naar het gedicht en lees mee met de tekst. Vul de ontbrekende woorden in.

De regenworm en zijn moeder

Aladdin Herman Finkers

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

A) Gebruik de volgende voegwoorden: maar, want, en, of.

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

Een retour Rotterdam

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Lesbrief. Voetstappen Kader Abdolah

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 1 NEDERLAND

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

REGELS. Kies het goede woord. 1 Ik vind de fiets niet mooi. Ik koop... niet. a het b hem

C Relaties. C1 Bij wie hoor ik? 3 C2 Vriendschap 7 C3 Verliefd 12 C4 Verkering 16 C5 Trouwen 22

OEFENSCHRIFT DEEL 3 A2-B1

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht.

Luister naar het lied. Geef aan welke van de onderstaande woorden in het gedicht voorkomen.

Wereldschool zomerdeal Kikker en vriendjes (groep 1 t/m 3)

Lesbrief bij Als honden konden bidden van Margriet Cobben

BEGINNERSCURSUS DAG 8

Grammatica Zinsontleding. Werkboek Geschikt voor de groepen 5 en 6

Invulschema aanpassen activiteit

6 Past je werk bij je privéleven? In deze prestatie ga je laten zien dat stage en privéleven best samen kunnen gaan.

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt.

Grammatica Woordbenoemen 2. Werkboek Geschikt voor de groepen 7 en 8

Rekenen Reken de sommen uit die in de zonnetjes staan.

REGELS. Wat hoort bij elkaar?

De leerlingen leren dat gedachten invloed hebben op gevoelens

werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd

Spreekopdrachten thema 1 Nederland

1 Ik vind dat 2 Ik vind dat 3 Ik vind dat 4 Ik vind dat 5 Ik vind dat 6 Ik vind dat 7 Ik vind dat

Herhalingsoefeningen. Thema 3 Familie en relaties. 1 Woorden. Familie

BEGINNERSCURSUS DAG 1

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

Lesbrief 8. Een taxi bellen

Gewoon zo! WONEN: HOE ONTMOET JE BUURTBEWONERS?

Ik mis je in alle kleuren

De nieuwe zorgmedewerker

Spreken. Les 4: Wat zeg je? In een kledingzaak OPDRACHTKAART.

Brood, tafel, maaltijd houden

ALFA A ANTWOORDEN STER IN LEZEN

16. En nu vakantie! Vakantie. Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op.

Lesbrief 3. De fysiotherapeut.

Wat heb je gisteren gedaan?

In dit thema staat het creëren van een goede groepssfeer centraal. Les 2 Samenwerken Deze les gaat over helpen, geholpen worden en samenwerken.

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen

Rick de Leeuw. Hou me stevig vast

Ik ben Juul de giraf en ik heb gehoord dat jij je eerste communie

werkbladen thema 5 werk

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid

Spreken Oefentoets spreken. SPREKEN NIVEAU A1

Thema 2 De Samenleving: samen of ieder voor zich?

TAKENBOEK DEEL 1 0-A1

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid

Beoordelingsmodel voorbeeldexamen Maatschappelijk Informeel

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

Geef antwoord op de vraag met een complete zin. VOORBEELD: Waar slaap jij? ANTWOORD: Ik slaap in een bed. (Schrijf uw antwoorden ook in uw schrift).

2002/2003 SPREKEN EXAMEN I. Voorbeeldexamen Tijdsduur ± 30 minuten. Opgavenboekje. Examennummer kandidaat: Aanwijzingen. Staatsexamen Nederlands

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 11 In de winkel

Nodig: foldermateriaal van kleding, flappen en stiften, werkblad: gesprekje met de buurvrouw, werkblad: spreekkaarten, gesprekje in een winkel.

ALTIJD IS KORTJAKJE ZIEK Door Tania Polak

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 7 Delen maakt blij. H. Theobaldusparochie, Overloon

2.1.1 Werkblad: Hoor je een vraag?

Vooruitkijken. Hoofdstuk 2 - Oefening 23 - Extra schrijfoefeningen

lesmateriaal Taalkrant

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/ euro per maand 272 euro per maand

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Oefenzinnen module 1. Oefenzinnen module 2. Luister goed en schrijf de zin op.

Thema Gezondheid. Les 5. De tandarts

Spreken. Les 6: Wat zeg je? Telefoon OPDRACHTKAART.

Ik en de maatschappij. Vrije tijd

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

Leeftijd: 9-12 Thema: Hemelvaart Tijdsduur: 60+ min. Deze bijeenkomst gaat over Hemelvaart.

Opdrachtkaarten Herfst

NEDERLANDS Taalverzorging 1F Woord/zin Deel 1 van 3

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Thema 3 Vervoer. Inhoudsopgave

Transcriptie:

2 Jochem Myjer Weduwnaar werkblad 1 Luister naar het gedicht lees mee met de tekst. Vul de ontbrekde woord in. Weduwnaar Jochem Myjer Ik ga (1) naar de stad over de markt he struin e kopje koffie drink bij (2) ttje in de duin dan wat kruiswoordpuzzels mak om mijn geheug op (3) friss je (4) miss Vanavond pak ik de auto ga ik (5) terug naar het strand lekker de hond uitlat met de wind prat speur naar zeehond of (6) bruinviss Maar maak (7) zorg Want morg ga ik giet van (8) zonnestraal Van elk grappig verhaal Ik ga zelfs naar e feestje (9) thuis kom ga ik e hele zak chips leeg et de tijd totaal verget wijn drink totdat ik (10) kan sliss En als ik dan wakker word ga ik prober 2 Dichter bij de taal Boom uitgevers Amsterdam, 2018 1

werkblad 2 Wat betek de onderstreepte woord? (1) Weduwnaar Jochem Myjer Ik ga zo naar de stad over de markt he (2) struin e kopje koffie drink bij ons (3) ttje in de duin dan wat kruiswoordpuzzels mak om (4) mijn geheug op te friss Vanavond pak ik de auto ga ik ev terug naar het strand lekker de hond (5) uitlat met de wind prat (6) speur naar zeehond of misschi wel bruinviss Maar maak je ge zorg Want morg ga ik giet van elke (7) zonnestraal Van elk grappig verhaal Ik ga zelfs naar e feestje als ik thuis kom ga ik e hele zak chips leeg et de tijd totaal verget wijn drink totdat ik alle nog maar kan (8) sliss En als ik dan wakker word ga ik prober Definities 1 de weduwnaar = 2 struin = 3 de tt = 4 je geheug opfriss = 5 uitlat = 6 speur naar = 7 de zonnestraal = 8 sliss = 2 Dichter bij de taal Boom uitgevers Amsterdam, 2018 2

werkblad 3 je geheug opfriss sliss speur naar struin de tt uitlat de weduwnaar de zonnestraal 2 Dichter bij de taal Boom uitgevers Amsterdam, 2018 3

werkblad 4 Lees de tekst van Weduwnaar beantwoord onderstaande vrag. 1 Wat is het ctrale thema van dit gedicht? 2 Waar of niet waar? a De hoofdpersoon in het lied verlangt het meest naar vakantie. waar niet waar b De hoofdpersoon in het gedicht heeft veel verschillde hobby s. waar niet waar c De hoofdpersoon in het gedicht heeft e hond. waar niet waar d De hoofdpersoon in het gedicht kijkt uit naar de leuke ding die hij de volgde dag gaat do. waar niet waar 3 Welke basisemotie probeert het gedicht over te brg? a blij b boos c bang d bedroefd 4 Wat bedoelt de auteur van het gedicht met de uitspraak met de wind prat? 5 Aan wie is het gedicht gericht? Waaraan merk je dat? 6 Welke dier hoopt de hoofdpersoon in het gedicht te zi als hij naar het strand gaat? 7 In welk deel van de tekst probeert de hoofdpersoon dege aan wie het gedicht gericht is, gerust te stell? Waaraan merk je dat? Vind je dat dit goed is gelukt? 2 Dichter bij de taal Boom uitgevers Amsterdam, 2018 4

werkblad 5 Werk sam met twee medecursist. Geef antwoord op onderstaande vrag. De gebruikelijke volgorde in e zin is dat het onderwerp op de eerste plaats komt gevolgd wordt door de persoonsvorm. Inversie betekt letterlijk omkering van de gebruikelijke volgorde. De persoonsvorm staat dan voor het onderwerp. 1 Bekijk onderstaande zinn uit het gedicht. Let daarbij vooral op de woordvolgorde. Wat valt je op? Vanavond pak ik de auto. Vanavond ga ik ev terug naar het strand. Morg ga ik giet van elke zonnestraal. 2 Goed of fout? 1 Morg ik ga naar de bakker. goed fout 2 Morg ga ik giet van elk grappig verhaal. goed fout 3 Dat ik niet weet. goed fout 4 In de zomervakantie gaan wij op vakantie. goed fout 5 Misschi heb ik volgde week meer geluk. goed fout 6 Dat vind ik niet leuk. goed fout 7 Daar ik hou niet van. goed fout 8 Uiteraard koop ik e auto. goed fout 9 Vanmiddag ze e loempia koopt. goed fout 10 Dat wil ik niet. goed fout 3 Maak inversiezinn van de zinn hieronder. 1 Ik doe dat niet. 2 Julia gaat morg naar de bioscoop. 3 Jij gaat misschi naar de universiteit. 4 Mijn zusje woont daar. 5 Ruud wil later voetballer word. 2 Dichter bij de taal Boom uitgevers Amsterdam, 2018 5

werkblad 6 De winkel is morg op Ik ga daar ook naartoe De kamer is misschi nog vrij We do in het weekd veel boodschapp Ze eet vanmiddag e ijsje We hebb vakantie in de maand juli Mijn zusje gaat misschi verhuiz De buurman heeft gister zijn huis schoongemaakt Ik bak e taart voor mijn verjaardag Mijn vader vindt dat liedje leuk 2 Dichter bij de taal Boom uitgevers Amsterdam, 2018 6

werkblad 7 E goede vrid/vridin heeft e moeilijke tijd. Schrijf e ansichtkaart waarin je hem/haar troost steunt. Het kaartje moet t minste aan de volgde eis voldo: ongeveer 100 woord gepaste aanhef gepaste toon steunbetuiging sterkte-ws gepaste afsluiting 2 Dichter bij de taal Boom uitgevers Amsterdam, 2018 7