Praktijkgids Sociale verkiezingen 2012. Jan Vanthournout



Vergelijkbare documenten
Inhoud. Deel 1 Sociale verkiezingen, een inleiding 23. Deel 2 Wie moet sociale verkiezingen organiseren? 39. Beste lezer 21. Hoofdstuk 1.

PRAKTIJKGIDS SOCIALE VERKIEZINGEN 2008

BETREFT: AANTAL NIEUWIGHEDEN INZAKE DE SOCIALE VERKIEZINGEN 2012.

FASEN VAN DE VERKIEZINGSPROCEDURE PRE-ELECTORALE FASE

SOCIALE VERKIEZINGEN 2016 Studievoormiddag FOD Werkgelegenheid

De te nemen stappen in de verkiezingsprocedure ná dag X en vóór dag Y: X+7 tot en met X+80

Welkom. Sociale verkiezingen 2012

TIJDSCHEMA VOOR DE SOCIALE VERKIEZINGEN 2016

Afdeling 1. De bij de verkiezingen in 2012 verkozen effectieve en plaatsvervangende personeelsafgevaardigden

Sociale verkiezingen Vrijstelling van het organiseren van verkiezingen

INHOUD VII. Intersentia

Newsletter sociale verkiezingen 2020 Parlement keurt nieuwe wetgeving goed

Sociale verkiezingen 2012 What s new?

DE SOCIALE VERKIEZINGEN IN 12 VRAGEN

Doelgroepverminderingen voor eerste aanwervingen wat te doen bij weigeringsbeslissing RSZ?

tot de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVG"); Advies nr. 156/2018 van 19 december 2018

1. SAMENSTELLING VAN HET STEMBUREAU 1 2. X+40: AANDUIDING VAN DE (PLAATSVERVANGENDE) VOORZITTERS VAN DE STEMBUREAUS 2

1. X+77: UITERSTE DATUM VOOR SCHRAPPING VAN DE KIEZERSLIJSTEN VAN WERKNEMERS DIE DE ONDERNEMING ONDERTUSSEN VERLATEN HEBBEN 1

DE SOCIALE VERKIEZINGEN ONTRAFELD

Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk

DE WIJZIGINGEN. WETGEVENDE WIJZIGINGEN VOOR DE VERKIEZINGEN VAN DE KAMER EN VAN DE SENAAT VAN 10 JUNI 2007

Dimona of de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling

Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen (officieuze gecoördineerde versie op basis van de door de Kamer gepubliceerde documenten)

Het lot van de enige kandidaat bij de sociale verkiezingen noot bij Cass. 4 april 2011

SOCIALE VERKIEZINGEN:

vrije visie, eigen stem

PROCEDURE VAN X+35 TOT X+77 Het opstellen van de kandidatenlijsten 1. X+35 - X+40: INDIENEN EN BEKENDMAKEN VAN DE KANDIDATENLIJSTEN 1

SOCIALE VERKIEZINGEN: HET ABC VAN DE PROCEDURE

I. Moet de werkgever sociale verkiezingen organiseren?

Memorandum Sociale Verkiezingen 2016

Sociale verkiezingen 2012: een eerste verkenning

Berekening van het tewerkgestelde personeelseffectief

Gids Sociale Verkiezingen

Vlaams welzijnsverbond

III. CHRONOLOGISCHE SCHEMA S VANAF DE 40 STE DAG VOOR DE STEMMING.

Handleiding webapplicatie sociale verkiezingen 2012

Thematische uitwerking

Sociale verkiezingen 2016: van X-60 tot Y. Tom Desloovere Team Manager Sociale Verkiezingen

Wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars (B.S. 9.III.1978) (gecoördineerd tot 3 juni 2007)

12 februari 2001 S F/1

Sociale verkiezingen 2020

INHOUDSOPGAVE LIJST VAN AFKORTINGEN EN VERKORT GECITEERDE WETGEVING

II : FORMULIER X-60 COMITE

Om u al wat voor te bereiden, vindt u hieronder een antwoord op enkele belangrijke vragen:

AGENDA VERKIEZINGEN OP ZONDAG 26 MEI 2019

Art. 33 van de WZW verplicht elke WG een IDPBW op te richten, waarin minstens één PAwerknemer

A D V I E S Nr Zitting van dinsdag 23 oktober

PMClub. Overzicht. Hoera, sociale verkiezingen in zicht. 26/05/15. Inger Verhelst Advocaat - Vennoot. Olivier Wouters Advocaat - Vennoot

Afdeling 1. Definities. Artikel 1.- Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

SCHOOLRAAD OUDERGELEDING VERKIEZINGSREGLEMENT

20 JAAR WET ONTSLAGREGELING PERSONEELSAFGEVAARDIGDEN. Artikelsgewijze commentaar. Isabel PLETS Stijn DEMEESTERE. intersentia LYDIAN

en laatste punt wordt nagegaan hoe een erkenning als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering kan bekomen worden.

Wetsontwerp betreffende de sociale verkiezingen op 27 februari goedgekeurd door de ministerraad

DE SOCIALE VERKIEZINGEN UITGEPLOZEN

Wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs (B.S )

2. Toepassingsgebied van de regelgeving

Hof van Cassatie van België

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 58 VAN 7 JULI 1994 TOT VERVANGING VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 47 VAN 18 DECEMBER

Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

HOOFDSTUK I.- Definities. Artikel 1.- Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

A D V I E S Nr Zitting van dinsdag 17 december

Handleiding wetgeving sociale verkiezingen 2012

Social Elections Master Class

Persconferentie 15 april 2008 Hasselt

STATUTEN LOKAAL OVERLEG KINDEROPVANG GLABBEEK

WEGWIJS HERSTRUCTURERINGEN. Afgesloten op 19 juni 2009

ONDERNEMINGSRAAD WERKING

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Circulaire WAP - nr. 4. Betreft : Jaarlijkse mededeling betreffende de individuele pensioentoezeggingen

SOCIALE VERKIEZINGEN 2008

SOCIALE VERKIEZINGEN: HET ABC VAN DE PROCEDURE

Hof van Cassatie van België

NIEUWSBRIEF JANUARI 2010

Handleiding webapplicatie sociale verkiezingen 2016

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 24 juni 2005; A. SITUERING, ONDERWERP EN RECHTVAARDIGING VAN DE AANVRAAG

MEDEDELING M07BO057 DE SOCIALE VERKIEZINGEN VAN HET JAAR ERRATUM

Nr oktober 2015

Inhoudstafel. De Bibliotheek Sociaal Recht Larcier... Inleiding... 1

FICHE: SYNDICALE AFVAARDIGING sector 331 voor voorzieningen die geen 50 werknemers tellen.

Sociale verkiezingen 2016

{S O C I A L E VERKIEZINGEN 2008

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 39 VAN 13 DECEMBER 1983 BETREFFENDE DE VOORLICHTING EN HET OVERLEG INZAKE DE

Nr januari 2016

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG. Handleiding bij de verzending van de resultaten van de sociale verkiezingen

SOCIALE VERKIEZINGEN 2016 GIDS

Stelsel van economische werkloosheid voor bedienden

analyse van EOR akkoorden

VERKIEZING VAN DE VLAAMSE RAAD VAN 13 JUNI 2004 B E R I C H T

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 64 VAN 29 APRIL 1997 TOT INSTELLING VAN EEN RECHT OP OUDERSCHAPSVERLOF

Arbeidshof te Brussel

Door de overname van Carestel is de reikwijdte van de EOR een eerste maal gewijzigd.

Praktische handleiding voor het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk

A D V I E S Nr Zitting van dinsdag 25 november

Programmawet van en uitvoeringsbesluit van 8 maart 1990

De Directie Verkiezingen

Nieuwsbrief Arbeidsrecht APRIL 2012 DE SOCIALE VERKIEZINGEN KOMEN DICHTERBIJ

FOD WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

11 FEBRUARI Koninklijk besluit tot vaststelling. van de regels voor de medische verkiezingen. zoals bedoeld in artikel 211, 1,

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 62 VAN 6 FEBRUARI 1996 BETREFFENDE DE IN- STELLING VAN EEN EUROPESE ONDERNEMINGSRAAD OF VAN EEN PROCEDURE IN

Transcriptie:

Praktijkgids Sociale verkiezingen 2012 Jan Vanthournout

1ste druk, 1ste oplage 2011 Standaard Uitgeverij / WPG Uitgevers België nv, Antwerpen Verantwoordelijke uitgever: WPG Uitgevers België nv, Mechelsesteenweg 203, 2018 Antwerpen www.standaarduitgeverij.be/professional Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever en de auteurs streven permanent naar een volledige betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie; zij kunnen voor die informatie en de toepassing ervan echter niet aansprakelijk gesteld worden. ISBN 978 90 341 94442 D/2011/0034/658

Inhoud Voorwoord 19 Deel 1 De reglementering voor de sociale verkiezingen 2012 21 Hoofdstuk 1. Een moeizame bevalling 23 Hoofdstuk 2. Overzicht van de reglementering 24 Afdeling 1. Overzicht 24 Afdeling 2. Interpretatieregels 25 Deel 2 Wie moet sociale verkiezingen organiseren? 27 Hoofdstuk 1. Inleiding 29 Hoofdstuk 2. Het begrip onderneming 30 Afdeling 1. Ondernemingen van de privésector met of zonder handels- of industriële finaliteit 30 1. Privésector 30 2. Met of zonder handels- of industriële finaliteit 31 3. Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen 32 Afdeling 2. De onderneming als technische bedrijfseenheid 33 1. Het economisch criterium 34 2. Het sociaal criterium 35 3. Voorrang van het sociaal criterium op het economische 35 Afdeling 3. Verschillende technische bedrijfseenheid voor ondernemingsraad en comité 36 Afdeling 4. De onderneming als juridische entiteit 37 1. De juridische entiteit valt samen met de technische bedrijfseenheid 38 2. De juridische entiteit bevat meerdere technische bedrijfseenheden 38 Inhoud 3

3. Meerdere juridische entiteiten vormen één technische bedrijfseenheid 40 4. Indicaties die op zich geen rol spelen 52 5. Het wettelijk vermoeden kan alleen door de vakbonden en de werknemers ingeroepen worden 55 6. Het wettelijk vermoeden is weerlegbaar 57 Afdeling 5. Enkele voorbeelden 59 Afdeling 6. De onderneming zonder personeel 61 Hoofdstuk 3. De procedure tot en met het tijdstip van bepaling van de technische bedrijfseenheid 63 Afdeling 1. Procedure 63 Afdeling 2. Tijdstip van de beoordeling 63 Afdeling 3. De onderneming in beweging: gevolgen voor de (bestaande) overlegorganen 65 1. Wijziging van de technische bedrijfseenheden tussen de datum van hun definitieve bepaling en de verkiezingsdag 65 2. Wijziging van de onderneming tussen twee verkiezingsperiodes in 66 Hoofdstuk 4. Het begrip werknemer 73 Afdeling 1. Inleiding 73 Afdeling 2. Het begrip werknemer in het algemeen 73 1. Personen die tewerkgesteld zijn 74 2. Tewerkgesteld zijn krachtens een arbeids- of leerovereenkomst 74 3. Met werknemers gelijkgestelde categorieën 78 4. Het begrip werknemer voor de berekening van het gemiddelde personeelsbestand 80 Hoofdstuk 5. Minimumgrens inzake tewerkstelling 84 Afdeling 1. Inleiding 84 Afdeling 2. Minimumaantal werknemers 84 1. Drempel voor de oprichting van een comité voor preventie en bescherming op het werk 84 2. Drempel voor de oprichting van een ondernemingsraad 85 3. Gemiddelde en gewoonlijke tewerkstelling 87 Afdeling 3. De kiesprocedure werd opgestart en de drempel blijkt niet overschreden 102 Inhoud Hoofdstuk 6. Voorbeelden van berekening 104 Afdeling 1. Voorbeeld 1: berekening van het gemiddelde aantal werknemers 104 Afdeling 2. Voorbeeld 2: berekening van het gemiddelde aantal uitzendkrachten 105 4

Afdeling 3. Voorbeeld 3: berekening van de gemiddelde tewerkstelling in geval van overgang van onderneming krachtens overeenkomst tijdens de referteperiode 106 Deel 3 Internationale context 107 Hoofdstuk 1. Inleiding 109 Hoofdstuk 2. Het territorialiteitsprincipe 110 Hoofdstuk 3. De toepassing van het territorialiteitsprincipe op de sociale verkiezingen 113 Afdeling 1. Uitgangspunt 113 Afdeling 2. Hypothese 1: Buitenlandse werkgevers met een vestiging of tewerkstelling in België 114 Afdeling 3. Hypothese 2: (Belgische) werkgevers met een vestiging of tewerkstelling van een werknemer in het buitenland 116 Hoofdstuk 4. Conclusies 119 Deel 4 Sleutelposities in de onderneming 121 Hoofdstuk 1. Inleiding 123 Hoofdstuk 2. Het begrip leidinggevend personeel 124 Afdeling 1. Algemeen 124 Afdeling 2. Definitie van leidinggevend personeel 124 Afdeling 3. Niveau 1 de personen belast met het effectieve dagelijkse beheer van de onderneming, die gemachtigd zijn om de werkgever te vertegenwoordigen en te verbinden 127 1. Personen 127 2. Dagelijks beheer en gemachtigd om de werkgever te verbinden 129 Afdeling 4. Niveau 2 De personeelsleden, onmiddellijk ondergeschikt aan die personen, wanneer zij opdrachten van dagelijks beheer vervullen. 131 Afdeling 5. Verhouding onderneming leidinggevend personeel 132 Afdeling 6. Indicaties om de leidinggevende functies te bepalen 133 Afdeling 7. Tijdstip van de beoordeling 134 Afdeling 8. Leidinggevend voor de ondernemingsraad en niet voor comité preventie en bescherming op het werk 135 Inhoud 5

Hoofdstuk 3. Het begrip kaderleden 137 Afdeling 1. Algemeen 137 Afdeling 2. Definitie 137 Afdeling 3. Tijdstip van de beoordeling 139 Afdeling 4. Indicaties 139 Afdeling 5. Organisaties van kaderleden 143 1. Representatieve organisaties van kaderleden (representatief voor het hele land) 143 2. Een groep van kaderleden binnen de onderneming ( representatief voor de onderneming) 144 Hoofdstuk 4. Preventieadviseur 146 Afdeling 1. Behoort de preventieadviseur tot het leidinggevend personeel? 146 Afdeling 2. Werkgeversafgevaardigde 146 Afdeling 3. (Kandidaat-) personeelsafgevaardigden 147 Afdeling 4. Kaderlid 149 Afdeling 5. Kiezer 149 Deel 5 De verkiezingsprocedure 151 Hoofdstuk 1. Inleiding 153 Hoofdstuk 2. Enkele bijzonderheden 154 Afdeling 1. Toelichting bij de begrippen X en Y 154 Afdeling 2. De datum van de verkiezingen 154 Afdeling 3. Opschorting van de verkiezingen bij staking of tijdelijke werkloosheid 155 Afdeling 4. Uitstel van de verkiezingen wegens herstructurering of sluiting van de onderneming 157 Afdeling 5. Gebruik van telecommunicatiemiddelen voor de kiesverrichtingen 158 Afdeling 6. Ondertekenen van documenten en bewijs van de kiesverrichtingen 161 Afdeling 7. De structuur van de vakbonden en de gevolgen hiervan 162 1. De structuur van de vakbonden 162 2. Gevolgen voor de sociale verkiezingen 164 Afdeling 8. Wanneer een procedurestap op een zondag of inactiviteitsdag valt 166 Afdeling 9. Ondernemingsraad en comité: twee gescheiden procedures 166 Afdeling 10. De wijze van beslissing in ondernemingsraad, comité, vakbondsafvaardiging 167 Afdeling 11. Kennisgevingen aan de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg 168 Inhoud 6

Hoofdstuk 3. X 60: handelingen die de eigenlijke procedure voorafgaan 169 Afdeling 1. Situering 169 Afdeling 2. X 60: informatie vanwege de werkgever 170 1. Datum 170 2. Wie informeren en waarover? 171 3. De auteur van de informatie 172 4. Hoe informeren 172 5. Toelichting bij de te verstrekken informatie 173 Afdeling 3. Modeldocument 177 Afdeling 4. Aanplakking vervangen door elektronische kennisgeving 177 Afdeling 5. Afschriften van de berichten en informatie 177 Afdeling 6. Administratieve informatie aan de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg 178 Hoofdstuk 4. X 60 tot X 35: overleg 179 Afdeling 1. Datum 179 Afdeling 2. Het begrip raadpleging 180 Afdeling 3. Wie raadplegen en waarover? 180 Afdeling 4. Bewijs van raadpleging 181 Afdeling 5. Overleg met betrekking tot de kaderfuncties 181 Hoofdstuk 5. X 35: beslissing van de werkgever 182 Afdeling 1. Datum 182 Afdeling 2. Welke beslissing en aan wie meedelen? 183 Afdeling 3. De beslissing 183 Afdeling 4. Hoe meedelen? 184 Afdeling 5. Modeldocument 184 Afdeling 6. Aanplakking vervangen door elektronische kennisgeving 185 Afdeling 7. Afschriften van de berichten en informatie 185 Hoofdstuk 6. X 30: aanvang bescherming van de kandidaatpersoneelsafgevaardigden 186 Hoofdstuk 7. X 28: beroep tegen de beslissing van de werkgever 187 Afdeling 1. Datum 187 Afdeling 2. Het beroep 187 Afdeling 3. De bevoegde rechtbank 189 Afdeling 4. De vordering 189 Hoofdstuk 8. X 5: uitspraak van de arbeidsrechtbank 191 Inhoud 7

Hoofdstuk 9. X: de eigenlijke verkiezingsprocedure aankondiging datum verkiezingen 192 Afdeling 1. Situering 192 Afdeling 2. Datum 193 Afdeling 3. Auteur van het bericht op dag X 194 Afdeling 4. Inhoud van het bericht 194 1. Datum en uurregeling verkiezingen 195 2. Adres en benaming technische bedrijfseenheid 197 3. Voorlopige kiezerslijsten 197 4. Aantal mandaten per orgaan en per categorie 202 5. Lijst leidinggevend personeel 222 6. Lijst kaderleden 222 7. De data verkiezingsprocedure 223 8. De persoon of dienst die zorgt voor verzending van de oproepingsbrieven 223 9. Elektronisch stemmen 223 10. Bijzondere vermeldingen 227 Afdeling 5. Modeldocument 227 Afdeling 6. Aanplakking of elektronische kennisgeving 228 Afdeling 7. Afschriften van de berichten en informatie 228 Afdeling 8. Administratieve informatie aan de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg 229 Hoofdstuk 10. X + 7: bezwaar bij de raad of het comité 230 Afdeling 1. Datum 230 Afdeling 2. Bezwaar 230 Hoofdstuk 11. X + 14: beslissing over het ingediende bezwaar 233 Afdeling 1. Datum 233 Afdeling 2. Beslissing over het ingediende bezwaar 233 Afdeling 3. Aanplakking van een rechtzetting 234 Hoofdstuk 12. X + 21: beroep bij de arbeidsrechtbank 235 Afdeling 1. Datum 235 Afdeling 2. Beroep 235 Hoofdstuk 13. X + 28: Uitspraak door de arbeidsrechtbank 237 Afdeling 1. Datum 237 Afdeling 2. Uitspraak 237 Afdeling 3. Aanplakking van rechtzetting 238 Inhoud Hoofdstuk 14. X + 35: de indiening van de kandidaturen 239 Afdeling 1. Datum 239 8

Afdeling 2. Indienen kandidatenlijsten 239 Afdeling 3. Wie mag kandidaten voordragen? 241 1. De representatieve vakbonden en hun volmachthebbers 241 2. De kandidaturen van kaderleden 243 Afdeling 4. Wie kan kandidaat zijn? 244 1. Overzicht van de voorwaarden 244 2. Werknemer zijn van de onderneming 246 3. Leeftijdsvoorwaarde 248 4. Geen preventieadviseur zijn 250 5. Niet behoren tot het leidinggevend personeel 251 6. Anciënniteitsvoorwaarde 252 7. Behoren tot de technische bedrijfseenheid 254 8. Behoren tot de categorie waarvoor men zich kandidaat stelt 255 9. Niet op meerdere kandidatenlijsten voorkomen 256 10. Vrijwillig kandidaat zijn 257 Afdeling 5. Hoeveel kandidaten per lijst? 257 Afdeling 6. Nummering van de lijsten 258 Afdeling 7. Vervanging kandidaten 258 Afdeling 8. Géén tijdige en/of geldige kandidaturen 259 Afdeling 9. Aanpassingen en betwistingen van de kandidaturen: overzicht 260 Hoofdstuk 15. X + 40: toekennen lijstnummer aan kaderlijst 261 Afdeling 1. Datum 261 Afdeling 2. Toekennen lijstnummer 261 Hoofdstuk 16. X + 40: aanduiding voorzitter stembureau 263 Afdeling 1. Datum 263 Afdeling 2. Voorzitter stembureau 263 Hoofdstuk 17. X + 40: aanplakking kandidatenlijsten 265 Afdeling 1. Datum 265 Afdeling 2. Aanplakking van de kandidatenlijsten 265 Hoofdstuk 18. X + 47: klacht tegen of intrekking van kandidatuur 267 Afdeling 1. Datum 267 Afdeling 2. Klachten 267 Hoofdstuk 19. X + 47: aanpassen van de naam op de kandidatenlijst 270 Afdeling 1. Datum 270 Afdeling 2. Aanpassingen 270 Hoofdstuk 20. X + 48: overmaken van de klachten tegen kandidatuur 272 Afdeling 1. Datum 272 Afdeling 2. Overmaken van de klacht 272 Inhoud 9

Hoofdstuk 21. X + 52: beroep tegen kandidatuur bij arbeidsrechtbank indien geen eerdere klacht 273 Afdeling 1. Datum 273 Afdeling 2. Beroep 273 Hoofdstuk 22. X + 54: wijziging van de kandidatenlijsten na klacht 275 Afdeling 1. Datum 275 Afdeling 2. Wijzigingen 275 Hoofdstuk 23. X + 56: aanplakking van de al dan niet gewijzigde kandidatenlijsten 278 Afdeling 1. Datum 278 Afdeling 2. Aanplakking 278 Hoofdstuk 24. X + 61: beroep bij de rechtbank tegen kandidaturen indien wel eerdere klacht 280 Afdeling 1. Termijnen 280 Afdeling 2. Datum 280 Afdeling 3. Gronden 281 1. Algemeen 281 2. Rechtsmisbruik 282 Hoofdstuk 25. X + 66 of X + 75: uitspraak rechtbank over beroep tegen de kandidaturen 287 Afdeling 1. Datum 287 Afdeling 2. Uitspraak rechtbank 287 Hoofdstuk 26. X + 35 tot X + 56: akkoord stemmen per brief 289 Afdeling 1. Principe 289 Afdeling 2. Termijn 289 Afdeling 3. Stemming per brief in welke situaties? 290 Afdeling 4. Akkoord van de betrokken organisaties 290 Afdeling 5. Afschrift van het akkoord naar de arbeidsinspectie 291 Inhoud Hoofdstuk 27. X + 54: samenstelling van de stembureaus 292 Afdeling 1. Principe 292 Afdeling 2. Datum 292 Afdeling 3. Opdracht stembureaus 292 Afdeling 4. Aantal stembureaus 293 1. Afzonderlijke kiescolleges 293 2. Gemeenschappelijke kiescolleges 294 Afdeling 5. Hoofdbureaus en secundaire bureaus 295 Afdeling 6. Nummering van de stembureaus 295 10

Afdeling 7. Samenstelling van de stembureaus 296 Afdeling 8. Gemeenschappelijke vereisten voor secretaris en bijzitters 296 Afdeling 9. Arbeidstijd 296 Hoofdstuk 28. X + 60: aanplakking van de samenstelling van de stembureaus 298 Afdeling 1. Datum 298 Afdeling 2. Aanplakking van de samenstelling van de stembureaus 298 Afdeling 3. Afschrift 299 Hoofdstuk 29. X + 70: aanduiding van de getuigen 300 Afdeling 1. Datum 300 Afdeling 2. De aanduiding van de getuigen 300 Hoofdstuk 30. X + 76: vervanging kandidaten 303 Afdeling 1. Datum 303 Afdeling 2. De vervanging van de kandidaten 303 Hoofdstuk 31. X + 77: definitieve afsluiting en aanplakking van de gewijzigde kandidatenlijsten 305 Afdeling 1. Datum 305 Afdeling 2. Afsluiting kandidatenlijsten 305 Hoofdstuk 32. X + 77: de schoonmaak van de kiezerslijsten 307 Afdeling 1. Datum 307 Afdeling 2. Y 13: schoonmaken van de kiezerslijsten 307 Hoofdstuk 33. X + 79: de stopzetting van de procedure 309 Afdeling 1. Datum 309 Afdeling 2. Wanneer stopzetting? 309 Afdeling 3. De werkwijze om de stopzetting vast te stellen 311 1. Volledige stopzetting wegens geen kandidaten 311 2. Gedeeltelijke stopzetting wegens geen kandidaten voor één of meerdere categorieën 312 3. Gedeeltelijke of volledige stopzetting: van rechtswege verkozen 313 4. Schematisch overzicht 316 Hoofdstuk 34. X + 80: de oproeping van de kiezers 317 Afdeling 1. Datum 317 Afdeling 2. Oproeping 317 1. Inhoud van de oproepingsbrief 318 2. Werkwijze voor kiezers die niet per brief stemmen 319 3. Werkwijze voor kiezers die per brief stemmen 321 Inhoud 11

Hoofdstuk 35. X + 82: oproeping kiezers d.m.v. ter post aangetekende zending 326 Hoofdstuk 36. De stembiljetten 327 Hoofdstuk 37. Dag Y: de dag van de verkiezingen 329 Afdeling 1. Inleiding 329 Afdeling 2. Datum / tijd / plaats 329 1. Algemeen 329 2. Bijzondere regels indien de kiesverrichtingen meerdere dagen duren 330 Afdeling 3. Materiële benodigdheden 331 Afdeling 4. Voorbereidende werkzaamheden 333 1. Vouwen van brieven 333 2. Telling van de stembiljetten 333 Afdeling 5. Taak van de voorzitter 334 Afdeling 6. Taak van de secretaris 335 Afdeling 7. Taak van de bijzitters 335 Afdeling 8. Taak van de getuigen 335 Afdeling 9. De stemming 335 1. Toelating tot de stemming 335 2. Overhandiging van de stembiljetten aan de kiezers 336 3. Hoe geldig stemmen 338 4. Begeleiding van de kiezer 340 Afdeling 10. Behandeling van de per brief uitgebrachte stemmen 340 Afdeling 11. Sluiting van de stemming 341 Afdeling 12. De stemopneming 343 1. Rangschikking van de stembiljetten 343 2. De telling van de geldige stemmen 347 Afdeling 13. Telling van de stemmen 348 1. Stap 1: totale aantallen 348 2. Stap 2: telling per lijst 349 3. Stap 3: telling van de naamstemmen 349 4. Bewaren stembiljetten doorzending naar hoofdbureau 349 Afdeling 14. Verdeling van de mandaten en aanduiding van de verkozenen 350 1. Stap 1: de mandaatverdeling over de verschillende lijsten 351 2. Stap 2: aanduiding van de verkozen kandidaten 353 3. Stap 3: aanduiding van de plaatsvervangers 358 4. Stap 4: rangschikking van de niet-verkozen kandidaten 359 5. Sluiting en verzending van de processen-verbaal 359 Hoofdstuk 38. Wat moet er gebeuren na de verkiezingsdag? 361 Inhoud 12

Hoofdstuk 39. Y + 1: overhandigen van de verzegelde enveloppen aan de werkgever 362 Afdeling 1. Datum 362 Afdeling 2. Overhandiging 362 Hoofdstuk 40. Y + 2: aanplakking verkiezingsuitslag en samenstelling raad en/of comité 363 Afdeling 1. Datum 363 Afdeling 2. Aanplakking van verkiezingsuitslag en van de samenstelling van raad en/of comité 363 Hoofdstuk 41. Bewaren & aanplakking handhaven van de documenten 365 Afdeling 1. De documenten van de verkiezingsdag 365 1. Geen beroep tegen uitslag: Y + 25 365 2. Wel beroep tegen de uitslag 365 3. De processen-verbaal van dag Y 365 Afdeling 2. De aangeplakte documenten 366 Hoofdstuk 42. Y + 15: beroep tegen de verkiezingen 367 Afdeling 1. Datum 367 Afdeling 2. Beroep 367 Hoofdstuk 43. Y + 69: uitspraak arbeidsrechtbank 371 Afdeling 1. Datum 371 Afdeling 2. Uitspraak 371 Hoofdstuk 44. Instellen van hoger beroep bij het arbeidshof 373 Hoofdstuk 45. Y + 144: uitspraak arbeidshof 374 Afdeling 1. Uitspraak 374 Afdeling 2. Gevolgen van de uitspraak 374 Hoofdstuk 46. Y + 45: de installatie van de nieuwe ondernemingsraad of comité 375 Afdeling 1. Datum 375 Afdeling 2. Installatie 375 Hoofdstuk 47. De vervanging van de werkgevers- of personeelsafgevaardigden tussen twee verkiezingen in 376 Afdeling 1. De plaatsvervangende leden 376 Afdeling 2. De werkgeversafgevaardigden 376 Afdeling 3. De personeelsafgevaardigden 377 Inhoud 13

Deel 6 Kalender van de sociale verkiezingen 379 Afdeling 1. Overzicht van de stappen 381 Afdeling 2. Overzicht van de datums 384 Deel 7 De taalwetgeving 387 Hoofdstuk 1. Inleiding 389 Hoofdstuk 2. Taalwetgeving 390 Afdeling 1. Principes 390 Afdeling 2. Verschillende taalvoorschriften 391 Afdeling 3. Exploitatiezetel 391 Afdeling 4. Exploitatiezetel van de werknemer in het Nederlandse taalgebied 392 1. Officiële taal Nederlands 392 2. Vertalingen 393 3. Sanctie 394 Afdeling 5. Exploitatiezetel van de werknemer in het Franse taalgebied 394 1. Officiële taal Frans 394 2. Vertalingen 395 3. Sanctie 395 Afdeling 6. Exploitatiezetel van de werknemer in het tweetalig (N/F) gebied Brussel-Hoofdstad 395 1. Twee officiële talen: Nederlands en Frans 395 2. Vertalingen 397 3. Sanctie 397 Afdeling 7. Exploitatiezetel van de werknemer in het Duitse taalgebied 398 1. Officiële taal Duits 398 2. Vertalingen 398 3. Sanctie 399 Afdeling 8. Exploitatiezetel van de werknemer in een faciliteitengemeente 399 1. Officiële taal is de taal van het taalgebied 399 2. Vertalingen 400 3. Sanctie 400 Afdeling 9. Samenvatting 401 Inhoud Hoofdstuk 3. De taalwetgeving doorheen de procedure sociale verkiezingen 402 Afdeling 1. Probleemstelling 402 Afdeling 2. Taalwetgeving doorheen de belangrijkste procedurestappen in de sociale verkiezingen 403 Afdeling 3. Sanctie 411 Afdeling 4. Conclusie 412 14

Deel 8 De bescherming van de (kandidaat-) personeelsafgevaardigden 413 Hoofdstuk 1. Inleiding 415 Hoofdstuk 2. Wettelijke bepalingen 416 Hoofdstuk 3. Toepassingsgebied 417 Afdeling 1. De (kandidaat-)personeelsafgevaardigden 417 Afdeling 2. Wettelijke uitbreiding tot andere categorieën 419 1. Vakbondsafgevaardigden, bij ontstentenis van comité preventie en bescherming op het werk 419 2. De Europese Ondernemingsraad 420 3. De Europese Vennootschap 421 4. Europese Coöperatieve vennootschap 421 Hoofdstuk 4. Aanvang van de bescherming 423 Afdeling 1. De (kandidaat-)personeelsafgevaardigden 423 1. Principe 423 2. De occulte periode 423 3. Kandidatuur na ontslag tijdens de occulte periode 424 4. Kandidatuur na ontslag buiten de occulte periode 426 Afdeling 2. Andere categorieën 426 Hoofdstuk 5. Einde van de bescherming 428 Afdeling 1. De effectieve en plaatsvervangende personeelsafgevaardigden 428 1. Principe 428 2. Voortijdig einde van de bescherming 429 3. Verlenging van de bescherming 433 Afdeling 2. De kandidaten voor de sociale verkiezingen 433 Afdeling 3. De kandidaten voor verkiezingen die nietig worden verklaard 435 Afdeling 4. De vakbondsafgevaardigden, belast met de opdrachten van het comité 435 Afdeling 5. Personeelsafgevaardigden in de Europese ondernemingsraad of gelijkaardig overlegorgaan, Europese vennootschap of Europese coöperatieve vennootschap 436 Hoofdstuk 6. Draagwijdte van de bescherming: overzicht 437 Hoofdstuk 7. De bescherming tegen ontslag 438 Afdeling 1. Begrip ontslag 438 Afdeling 2. Tijdstip van het ontslag 441 Afdeling 3. Geoorloofde beëindigingswijzen van de arbeidsovereenkomst 444 Inhoud 15

Afdeling 4. Ontslag om economische redenen 445 1. Begrip economische of technische reden 445 2. De procedure voor ontslag wegens economische of technische redenen 446 3. Vrijstelling om de procedure te volgen 448 4. Bijzonder geval: ontslag omwille van economische en technische redenen tijdens de occulte periode 449 5. Na de procedure 451 6. Schematisch overzicht 452 Afdeling 5. Ontslag om dringende redenen 453 1. Begrip dringende reden 453 2. Procedure 453 3. Bijzonder geval: ontslag omwille van dringende reden tijdens de occulte periode 457 4. Na de procedure 459 5. Schematisch overzicht 461 Hoofdstuk 8. De re-integratieaanvraag 462 Afdeling 1. Principe 462 Afdeling 2. De re-integratieaanvraag 463 Afdeling 3. De beslissing over de re integratieaanvraag 464 Afdeling 4. Gevolgen van de re-integratie 466 Hoofdstuk 9. De beschermingsvergoeding 467 Afdeling 1. De forfaitaire vergoeding 467 Afdeling 2. De variabele vergoeding 467 Afdeling 3. Berekeningswijze 468 Afdeling 4. Cumulatieregels 468 Hoofdstuk 10. Bescherming tegen discriminatie 471 Hoofdstuk 11. Bescherming tegen overplaatsing 473 Deel 9 Sancties 475 Hoofdstuk 1. Geen afwijkingen 477 Hoofdstuk 2. Toezicht 478 Hoofdstuk 3. Sancties 480 Inhoud Hoofdstuk 4. Verplichting om verkiezingen te organiseren 481 16

Deel 10 Wetteksten 483 Wet houdende Organisatie van het Bedrijfsleven (uittreksel) (20/09/1948) 485 Wet betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (uittreksel) (04/08/1996) 505 Wet betreffende de sociale verkiezingen (04/12/2007) 529 Wet betreffende de sociale verkiezingen Bijlage (04/12/2007) 573 Wetsontwerp tot bepaling van de drempel van toepassing voor de instelling van de ondernemingsraden of de vernieuwing van hun leden ter gelegenheid van de sociale verkiezingen van het jaar 2012 635 Wet tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen (04/12/2007) 639 Deel 11 Bibliografie 643 Index 651 Inhoud 17

Voorwoord De praktijkgids sociale verkiezingen is aan haar derde editie toe. De informatie werd bijgewerkt met de laatste wijzigingen in de wetgeving en een grondige analyse van de rechtspraak. Meer dan 1200 uitspraken werden bestudeerd. Het zou de tekst onleesbaar maken om ze allemaal te citeren. Daarvoor verwijs ik graag naar andere werken 1. De voetnoten werden dan ook grondig uitgezeefd. Ook nu ligt de focus op de kiesprocedure binnen de onderneming; de procedurekant van de zaak voor de rechtbank wordt minder uitgespit 2. Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om een aantal opmerkingen van lezers te verwerken en de tekst te verduidelijken of aan te vullen. Fundamentele wijzigingen, bijvoorbeeld aanpassingen in de wetgeving of een ommezwaai in de rechtspraak, staan in de kantlijn gemarkeerd. In de tekst zijn talrijke kruisverwijzingen opgenomen, die de lezer als hyperlinks doorheen het boek loodsen. Op die manier moet niet alle informatie telkens opnieuw herhaald worden. Er wordt telkens verwezen naar de paragraafnummers. De sociale verkiezingen worden vaak ervaren als een zoveelste administratieve papierslag of een juridische procedure. Men mag echter niet vergeten dat hier de basis wordt gelegd voor het sociaal overleg in de onderneming. Daar mag best wat energie in gestoken worden. Het arbeidsrecht is de kruipolie indien de zaken geblokkeerd raken. Rechtsregels bieden houvast om tot oplossingen te komen. Die regels worden in dit boek uitvoerig besproken en voorzien van een pragmatische commentaar. Of een gejuridiseerde benadering van meningsverschillen altijd de beste manier is om tot een duurzame oplossing te komen, kan echter betwijfeld worden. Een correcte en genuanceerde visie op de juridische kant van de zaak is echter wel noodzakelijk. Ik hoop dat dit boek daar een bijdrage kan aan leveren. 1 A. Leurs en J. Vanthournout, Overzicht rechtspraak sociale verkiezingen 2004 in P. Humblet en J. Vanthournout (eds.) Sociale verkiezingen doorgelicht, Antwerpen, Intersentia, 2007; en A. Leurs en J. Vanthournout, Overzicht rechtspraak sociale verkiezingen 2004-2008 in P. Humblet en J. Vanthournout (eds.) Sociale verkiezingen doorgelicht 2, Antwerpen, Intersentia, 2011. 2 Zie hierover: H. Buyssens en T. Van De Calseyde, De sociale verkiezingen en de rechter, in P. Humblet en J. Vanthournout (eds.) Sociale verkiezingen doorgelicht 2, Antwerpen, Intersentia, 2011. Inhoud 19

Sociale verkiezingen zijn een uiting van de medezeggenschap van de werknemers in de onderneming. Dat is een belangrijk en te koesteren goed, dat staat of valt met het engagement van alle partijen. Ik wens u daarbij veel succes. Jan Vanthournout Inhoud 20

Deel 1 De reglementering voor de sociale verkiezingen 2012

Hoofdstuk 1 Een moeizame bevalling 1. Moeilijk - De totstandkoming van de reglementering voor de sociale verkiezingen was in 2008 en 2012 een moeilijke bevalling. Vakbonden en werkgevers raakten het (nog) niet eens over de uitvoering van de EUrichtlijn 2002/14/EG betreffende de informatie en raadpleging van werknemers. Al gauw was, onder meer in de media, sprake van het dossier vakbonden in de kmo s 1. De Richtlijn voorziet immers dat er een vorm van informatie en raadpleging moet komen in ondernemingen vanaf 50 werknemers of vestigingen vanaf 20 werknemers. De discussie spitste zich dan ook toe op een mogelijke verlaging van de tewerkstellingsdrempel voor de ondernemingsraad. Eén en ander leidde ertoe dat er nog geen Koninklijke Besluiten waren toen de Federale Regering ontslag nam na de wetgevende verkiezingen van 10 juni 2007. Het was twijfelachtig of de Koning deze besluiten nog kon uitvaardigen, vermits de regering enkel nog lopende zaken kon afhandelen 2. Bovendien had de Raad van State, afdeling wetgeving, geoordeeld dat enkel via een ingrijpen van de wetgever de drempel voor de ondernemingsraad nog kon behouden blijven op 100 werknemers. De drempel op 100 werknemers stellen zou strijdig zijn met de Bedrijfsorganisatiewet 3. Uiteindelijk heeft de uittredende regering, na een akkoord in die zin tussen werkgevers en vakbonden, de reglementering voor de sociale verkiezingen in 2008 grotendeels via wet ingevoerd. Op die manier wordt het probleem van de lopende zaken en een eventuele strijdigheid met de Bedrijfsorganisatiewet vermeden. De sociale partners hadden zich voorgenomen om tegen 2012 een definitieve regeling uit te werken voor de implementatie van de Richtlijn 2002/14/EG. Dat leidde echter niet tot een verandering van de reglementering. L histoire se répète Ook na de verkiezingen van 13 juni 2010 was er slechts een uittredende regering en was men genoodzaakt om opnieuw een en ander bij wet te regelen. Op die manier werd een mogelijke betwistbaarheid van de uitvoeringsbesluiten vermeden. 1 Voor een overzicht: F. Dorrsemont, De impact van de kaderrichtlijn 2002/14 betreffende de informatie en raadpleging in de onderneming : verbreding en verdieping, in P. Humblet en J. Vanthournout (eds.), Sociale verkiezingen doorgelicht, Antwerpen, Intersentia, 2007, 153 193 2 Zie hierover: J. Vanthournout, Sociale verkiezingen: hoe lopen de zaken?, HR Today, juni 2007. 3 Raad van State, Afdeling Wetgeving, advies dd. 18 januari 2007 42.123. Deel 1: De reglementering voor de sociale verkiezingen 2012 23

Hoofdstuk 2 Overzicht van de reglementering Afdeling 1. Overzicht 2. Rechtsbronnen De sociale verkiezingen in 2012 zullen beheerst worden door volgende rechtsbronnen: y de Bedrijfsorganisatiewet en de Wet Welzijn op het Werk; y de Wet Sociale Verkiezingen: deze wet bevat de bijzondere kiesprocedure, wat normaliter bij Koninklijk Besluit geregeld wordt 4 ; y de Wet Gerechtelijke Beroepen Sociale Verkiezingen: deze wet bevat de bijzondere regels voor de rechtspleging voor de arbeidsrechtbanken 5 ; y de Wet Drempels Sociale Verkiezingen: deze wet bepaalt voor de ondernemingsraad de tewerkstellingsdrempels 6 ; y het KB Uitzendkrachten: Koninklijk Besluit tot vaststelling van de berekeningswijze van het gemiddelde van de uitzendkrachten die door een gebruiker worden tewerkgesteld. Dit Besluit regelt de wijze waarop de uitzendkrachten meegerekend worden bij de gebruiker ter berekening van de tewerkstellingsdrempels; Deel 1: De reglementering voor de sociale verkiezingen 2012 y het KB Stembiljet Beschuttende Werkplaatsen: dit KB zal normaliter in de loop van het voorjaar 2012 uitgevaardigd worden en zal de beschuttende werkplaatsen machtigen op de stembiljetten ook foto s van de kandidaten te plaatsen; y de Omzendbrief: waarin de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een toelichting geeft bij de procedure. De Omzendbrief werd sinds de sociale verkiezingen van 2008 vervangen door online informatie (www.werk.belgie.be). 4 Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, B.S. 7 december 2007; deze wet werd aangepast voor de sociale verkiezingen in 2012 door Wetsontwerp tot wijziging van de Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen van het jaar 2008, Parl.St. 2010-2011, 1614 en 1615; dit wetsontwerp was bij het ter perse gaan van dit boek reeds goedgekeurd door het Parlement, maar nog niet verschenen in het Belgisch Staatsblad. 5 Wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, B.S. 7 december 2007; deze wet werd eveneens aangepast voor de sociale verkiezingen in 2012 (Parl. St. Kamer 2010-2011, 1615). 6 Wetsontwerp tot bepaling van de drempel van toepassing voor de instelling van de ondernemingsraden of de vernieuwing van hun leden ter gelegenheid van de sociale verkiezingen van het jaar 2012, Parl. St. Kamer 2010-2011, 1616/1; dit wetsontwerp was bij het ter perse gaan van dit boek reeds goedgekeurd door het Parlement, maar nog niet verschenen in het Belgisch Staatsblad. 24

Afdeling 2. Interpretatieregels 3. Geen lex posterior - Normaliter worden de bijzondere procedureregels bij KB bepaald. Voor de sociale verkiezingen in 2012 is dit echter bij wet gebeurd. Het is de bedoeling van de wetgever en de sociale partners om deze bijzondere wetten niet te gaan beschouwen als een lex posterior een latere wet. Een latere wet primeert immers op een vroegere wet. De bijzondere wetten voor de sociale verkiezingen sinds 2008 zouden dus, indien er een tegenstrijdigheid zou zijn met de Bedrijfsorganisatiewet of de Wet Welzijn op het Werk, primeren. De wetgever heeft echter gewild om de bereikte evenwichten in de Bedrijfsorganisatiewet en de Wet Welzijn op het Werk niet te verstoren. Men maakt alleen maar om juridisch-technische redenen gebruik van een wet als juridisch vehikel. Dit principe wordt vertolkt in artikel 2 van de Wet Sociale Verkiezingen: deze wet heeft tot doel de uitvoering van de Bedrijfsorganisatiewet en de Wet Welzijn op het Werk. De wetgever heeft op die manier de Wet Sociale Verkiezingen hiërarchisch ondergeschikt gemaakt aan de Bedrijfsorganisatiewet en de Wet Welzijn op het Werk. Indien er een tegenstrijdigheid zou kunnen zijn, primeren deze twee wetten nog steeds op de Wet Sociale Verkiezingen. Zelfs al is dat eigenlijk een wet van latere datum. Het Hof van Cassatie heeft deze redenering impliciet reeds toegepast. In de Wet Sociale Verkiezingen is bepaald dat de kandidaat moet voorkomen op de kiezerslijst van de categorie waarvoor hij zich kandidaat stelt (zie hierover nr. 404 e.v.) 7. Het Hof van Cassatie oordeelde echter dat deze bepaling niet tot doel heeft om een bijkomende verkiesbaarheidsvoorwaarde op te leggen. De wetgever heeft enkel de problemen willen oplossen die opduiken wanneer een kandidaat tussen zijn kandidaatstelling en dag Y verandert van categorie. Ook een werknemer die niet op een kiezerslijst staat, kan zich dus kandidaat stellen 8. Bij een rechttoe rechtaan toepassing van de lex posterior-interpretatieregel, zou het Hof moeten geoordeeld hebben dat een kandidaat wel degelijk op de kiezerslijst moet staan. Wat dus niet gebeurd is. 7 Artikel 33, 1, vierde lid Wet Sociale Verkiezingen; dit was voorheen ook de strekking in de rechtspraak; Arbrb. Nijvel, 6 mei 2004, 377/W/2004; Arbrb. Kortrijk, 12 mei 2004, AR 68468. 8 Cass., 5 januari 2009, S.08.0101.N; Arbrb. Gent, 15 april 2008, AR 08/809. Deel 1: De reglementering voor de sociale verkiezingen 2012 25

Deel 2 Wie moet sociale verkiezingen organiseren?

Hoofdstuk 1 Inleiding 4. Inleiding Er moet een overlegorgaan (comité preventie en bescherming op het werk en/of ondernemingsraad) worden opgericht wanneer de onderneming gewoonlijk een gemiddelde tewerkstelling heeft van een minimum aantal werknemers, tenzij het sociaal overleg er beheerst wordt door een eigen syndicaal statuut. In dit deel gaan we nader in op een aantal sleutelbegrippen van deze bepalingen. 1. Het begrip onderneming (nr. 5 e.v.). 2. Het begrip werknemer (nr. 68 e.v.). 3. De minimumgrens inzake tewerkstelling, met name het minimumaantal werknemers en de gewoonlijke, gemiddelde tewerkstelling (nr. 85 e.v.). 29

Hoofdstuk 2 Het begrip onderneming Afdeling 1. Ondernemingen van de privésector met of zonder handels- of industriële finaliteit 1. Privésector 5. Syndicaal statuut Vaak wordt gezegd dat enkel in de privésector sociale verkiezingen moeten gehouden worden. Publiekrechtelijke instellingen zijn uitgesloten 1. De wetgeving omtrent de sociale verkiezingen is niet van toepassing op de instellingen en inrichtingen waarvan het syndicaal statuut wettelijk of reglementair bepaald wordt 2. Dit komt er in grote lijnen op neer dat men naar het toepassingsgebied moet gaan kijken van de Wet Vakbonden Overheidspersoneel 3. Indien de instelling of inrichting behoort tot dit toepassingsgebied hoeft zij geen sociale verkiezingen te organiseren 4. Dit is het geval voor bijvoorbeeld de besturen en andere diensten van de Staat en van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen, de provincies, gemeenten, Indien de publiekrechtelijke instelling of inrichting niet onder de Wet Vakbonden Overheidspersoneel valt, moet men er echter niet zonder meer van uitgaan dat er verkiezingen moeten worden georganiseerd. In zulke twijfelgevallen (bijvoorbeeld in geval van onderwijsinstellingen) moet men per situatie nagaan of het syndicaal statuut geregeld is. Is dit het geval, dan hoeven er geen sociale verkiezingen georganiseerd worden. Zo wordt het syndicaal statuut voor de autonome overheidsbedrijven ook geregeld door de Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven 5. Dat een onderneming onder een syndicaal statuut of de Wet Vakbonden Overheidspersoneel valt, wil echter niet zeggen dat ook haar dochterondernemingen automatisch onttrokken zijn aan de sociale verkiezingen. Zo is het mogelijk dat de dochtervennootschap van een publiekrechtelijke rechtspersoon, wel onderworpen is aan de sociale verkiezingen. Dit moet geval per geval beschouwd worden. 1 Zie bijvoorbeeld: Arbrb. Brussel, 6 maart 1991, J.T.T. 1992, 205 (Europese School); Arbrb. Brussel, 6 maart 1991, J.T.T. 1992, 204 (Beursvennootschap als publieke rechtspersoon). 2 Artikel 48 Wet Welzijn op het Werk; artikel 14, 5 Bedrijfsorganisatiewet (zoals gewijzigd door de Wet van 7 juli 1994). 3 Wet van 12 juli 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, B.S. 24 december 1974. 4 De vakbondsvertegenwoordigers in de overleg- en onderhandelingscomités worden door de vakbonden aangewezen; voorstellen om hen eveneens d.m.v. verkiezingen te laten aanduiden schopten het niet tot wet (Wetsvoorstel houdende de verplichting om sociale verkiezingen uit te schrijven in de openbare sector, Parl. St. Kamer 2003 2004, nr. 628/01). 5 Artikel 30 e.v. Wet 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, B.S. 27 maart 1991. 30

6. Schemerzones en praktische problemen Hierbij duiken in de praktijk problemen op. Zo opereren heel wat instellingen in een schemerzone. Wat bijvoorbeeld met gemeentelijke vzw s? Volgens een rondzendbrief van de Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden 6 vallen zij buiten het syndicaal statuut en moeten zij dus sociale verkiezingen organiseren. Het is inderdaad zo dat alleen besturen die expliciet vermeld worden in de desbetreffende reglementering onder dit statuut vallen 7. Het gebeurt geregeld dat openbare instellingen geprivatiseerd of verzelfstandigd worden. Denken we maar aan OCMW-ziekenhuizen of -rustoorden die ondergebracht worden in een vzw. Die vallen onder de verplichting om sociale verkiezingen te organiseren. Maar wat dan met eventuele statutaire ambtenaren die er nog werken (bijvoorbeeld gedetacheerd vanuit het OCMW)? Rechtspraak oordeelde dat zij zich niet kunnen beroepen op hun oude syndicaal statuut 8. Een werkgever kan immers maar onder één en slechts één systeem van sociaal overleg vallen. Bovendien zijn die ambtenaren geen werknemers, waardoor zij niet meetellen in de drempels, zich kandidaat kunnen stellen, Zij vallen dus volledig tussen wal en schip. Pragmatische oplossingen zijn hier aangewezen. Men zou bijvoorbeeld deze werknemers toch als kiezer op de kiezerslijst kunnen vermelden. Dat is onwettelijk omdat zij immers geen werknemer zijn. Maar bij gebrek aan beroep tegen deze kiezerslijst binnen de vervaltermijn hiertoe, wordt deze lijst alsnog rechtsgeldig want onaanvechtbaar (zie hierover nr. 355). Sommige rechtspraak beklemtoont het feit dat, niettegenstaande de reglementering van openbare orde is, er ruimte is tot het sluiten van akkoorden. Er is immers bij iedere stap in de kiesprocedure expliciet in een overlegronde voorzien 9. 7. Buiten toepassingsgebied. Statutaire ambtenaren Een werkgever en zijn personeel kunnen maar onder één systeem van collectieve arbeidsverhoudingen vallen. Wanneer een instelling niet langer onder de Wet Vakbonden Overheidspersoneel valt en sociale verkiezingen moet houden, kunnen ook de statutaire ambtenaren niet eisen dat het syndicaal statuut uit de openbare sector op hen toegepast zou worden 10. Het feit dat de bepalingen omtrent de sociale verkiezingen beperkt worden tot de privésector moet dus wat genuanceerd worden. 2. Met of zonder handels- of industriële finaliteit 8. Ongeacht de doelstelling De oprichting van een ondernemingsraad en een comité voor preventie en bescherming op het werk is verplicht zowel voor de ondernemin- 6 Omzendbrief BA 97/10 betreffende het toepassingsgebied van de Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en van het Koninklijk Besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van die wet, B.S. 31 januari 1998. 7 Koninklijk Besluit 28 september 1984 tot uitvoering van de Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, B.S. 20 oktober 1984. 8 Arbrb. Brussel, 2 april 2004, RG 71.438. 9 Arbrb. Luik, 17 maart 2008, RG 373.481, RG 373.482, RG 373.480. 10 Arbrb. Brussel, 2 april 2004, RG 71.438; deze statutairen zijn overigens niet eens kiesgerechtigd vermits zij geen werknemers zijn. 31

gen met industriële en commerciële doeleinden, als deze zonder handels- of industriële finaliteit. Oorspronkelijk beoogde de wetgever enkel de ondernemingen met een economische finaliteit. Door een wetswijziging in 1975 kreeg de Koning voor het eerst de bevoegdheid het toepassingsgebied van de wetgeving op de ondernemingsraad uit te breiden tot de ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit 11. Die uitbreiding kwam er voor het eerst bij KB van 24 januari 1975 12. De juridische basis voor die uitbreiding ligt momenteel in artikel 6, 3 van de Wet Sociale Verkiezingen. De wetgeving betreffende het comité preventie en bescherming op het werk zijn sowieso van toepassing op alle ondernemingen. De enige uitsluiting daar zijn de instellingen en inrichtingen die over een eigen syndicaal statuut beschikken 13. Voorbeelden Gelet op het ruime toepassingsgebied is het mogelijk dat er ook overlegorganen moeten worden opgericht in: vzw s y 14 ; ziekenhuizen; y scholen y 15 ; mutualiteiten; y beschuttende y werkplaatsen 16 ; y 3. Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen 9. Uitgesloten De PWA zijn, voor hun werknemers onder PWA-overeenkomst, vrijgesteld van het oprichten van een ondernemingsraad. De vrijstelling heeft enkel betrekking op de werknemers onder PWA-overeenkomst. Andere werknemers, onder meer de werknemers tewerkgesteld in het kader van dienstencheques, zijn niet vrijgesteld. Indien een PWA dus de drempel bereikt door de tewerkstelling van 100 werknemers, andere dan met een PWA-overeenkomst, moet zij een ondernemingsraad oprichten 17. 11 Artikel 14, 3 Bedrijfsorganisatiewet zoals gewijzigd door de Wet van 23 januari 1975, B.S., 31 januari 1975. 12 B.S. 7 februari 1975. 13 Artikel 48 Wet Welzijn op het Werk. 14 Arbrb. Brugge, 11 maart 1991, AR 34 544. 15 Arbrb. Brugge, 1 maart 1991, Soc. Kron., 1992, 336. 16 Arbh. Bergen, 19 november 1985, Soc. Kron. 1986, 135; Arbh. Bergen, 19 november 1985, J.T.T. 1986, 506; Arbh. Brussel, 28 mei 1987, J.T.T. 1987, 452, noot. 17 Artikel 4, 10 Besluitwet 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals gewijzigd door artikel 91 van de Wet Sociale Verkiezingen 2008. 32

Afdeling 2. De onderneming als technische bedrijfseenheid 10. Sleutelbegrip De technische bedrijfseenheid is een sleutelbegrip bij de sociale verkiezingen: de verkiezingen worden namelijk principieel op het niveau van de technische bedrijfseenheid georganiseerd en die technische bedrijfseenheid valt niet noodzakelijk samen met de juridische entiteit (de nv, de bvba, ). Het aantal overlegorganen waarvoor de werkgever sociale verkiezingen moet organiseren, wordt bepaald door het aantal technische bedrijfseenheden waaruit het bedrijf bestaat. De notie technische bedrijfseenheid bestaat al sedert de totstandkoming van de wetten betreffende de ondernemingsraden en comités, hoewel de wetgever deze omschrijving aanvankelijk niet nader preciseerde. Door de nadruk te leggen op de technische bedrijfseenheid was het wel al vanaf het begin duidelijk dat de onderneming niet noodzakelijk samenvalt met de juridische entiteit. De rechtspraak en rechtsleer hebben in de loop der jaren inhoud gegeven aan de wettelijke omschrijving 18. De technische bedrijfseenheid valt samen met de afzonderlijke vestigingen van het bedrijf op voorwaarde dat die zetels over een zekere graad van zelfstandigheid beschikken waardoor zij zich, als werkgemeenschap, van elkaar onderscheiden 19. Het was ook logisch rekening houdend met de bedoeling van de wetgever om de werknemers zo nauw mogelijk bij het ondernemingsgebeuren te betrekken om de ondernemingsraad op te richten op het niveau dat zij als groep als het hunne ervaren, eventueel los van de juridische vorm. Sedert 1978 vermeldt de wet zelf de criteria die gehanteerd dienen te worden om het begrip technische bedrijfseenheid vast te stellen 20. De technische bedrijfseenheid wordt ingevolge die wetswijziging bepaald op grond van economische en sociale criteria, waarbij in geval van twijfel de sociale criteria primeren 21. Met de opname van die criteria in de wettekst zelf haakte de wetgever in op de rechtspraak en de rechtsleer die beide criteria reeds geruime tijd hanteerden. Telkens als een groep werknemers een zekere graad van samenhorigheid vertoont, heeft men te maken met een onderneming zoals de wet dit bedoelt. Om deze sociale 18 Voor een overzicht: P. Dufaux, Van vermoeden van technische bedrijfseenheid naar feitelijke of juridische band als voornaamste indicator van het bestaan van een netwerkonderneming, T.S.R. 2001, 540 611; A. Leurs en J. Vanthournout, Overzicht rechtspraak sociale verkiezingen 2004 in P. Humblet en J. Vanthournout (eds.), Sociale Verkiezingen doorgelicht, Antwerpen, Intersentia, 2007, 7 42; A. Leurs en J. Vanthournout, Overzicht rechtspraak sociale verkiezingen 2004-2008 in P. Humblet en J. Vanthournout (eds.), Sociale Verkiezingen doorgelicht, Antwerpen, Intersentia, 2011. 19 Arbrb. Gent, 1 maart 1991, J.T.T. 1992, 211; vgl. Arbrb. Brussel, 27 februari 1991, J.T.T. 1992, 213. 20 Het toenmalige KB nr. 4, 11 oktober 1978, B.S. 31 oktober 1978. 21 Artikel 14, 1, 1 Bedrijfsorganisatiewet; artikel 49, tweede lid Wet Welzijn op het Werk; Cass., 22 oktober 1979, R.W. 1979-80, 2244; Arbrb. Tongeren, 11 februari 2008, AR 111/2008. 33

samenhorigheid vast te stellen, spelen eerst en vooral economische en territoriale en in bijkomende orde de juridische aspecten een rol, maar het sociale element blijft het voornaamste 22. In Nederland spreekt men in de daar geldende wetgeving m.b.t. de ondernemingsraden over de onderneming als elke in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin arbeid verricht wordt 23. Deze Nederlandse definitie drukt eigenlijk zeer goed uit wat in België met een technische bedrijfseenheid bedoeld wordt. Onderneming in de zin van de wetgeving wordt in de rechtsleer soms gedefinieerd als elke industriële of commerciële organisatie die op één of meerdere plaatsen het vereiste aantal werknemers tewerkstelt en die tegelijk gekarakteriseerd wordt door een technisch-economische zelfstandigheid en door een bepaalde homogeniteit op het menselijk vlak 24. De notie technische bedrijfseenheid primeert op de juridische vormgeving van de onderneming 25. 1. Het economisch criterium 11. Economische zelfstandigheid Economische zelfstandigheid duidt op een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van de directie. Deze onafhankelijkheid kan onder meer blijken uit: y de vrijheid om eigen activiteiten te ontwikkelen 26 ; y een afzonderlijke directie; y een eigen boekhouding; y een eigen administratie; y een eigen infrastructuur (gebouwen, parkeerplaatsen, refters, ingang); eigen y communicatiemiddelen; eigen y vakantiekas; y een ander sociaal secretariaat; y 22 Hoofdstuk 1, Afdeling 1, punt 1.1. Omzendbrief Sociale Verkiezingen. 23 Artikel 1, 1, a) Wet van 28 januari 1971, houdende nieuwe regelen omtrent de medezeggenschap van de werknemers in de onderneming door middel van ondernemingsraden (Wet op de Ondernemingsraden W.O.R.). 24 G. Magrez-song, La réforme des conseils d entreprises et des comités de sécurité en vue des élections sociales de 1979, J.T.T. 1978, 342. 25 Arbrb. Antwerpen, 3 februari 2000, AR 319 945; Arbrb. Arbrb. Antwerpen, 12 juli 2004, AR 364.080. 26 Arbrb. Brussel, 24 januari 1979, J.T.T. 1979, 64. 34

2. Het sociaal criterium 12. Sociale autonomie Er is sprake van sociale autonomie wanneer een groep mensen samenleeft, door uitoefening van het werk op elkaar aangewezen en zich ervan bewust dat zij als dusdanig een eenheid vormen die te onderscheiden is van elke ander groep 27. Sociale zelfstandigheid kan onder meer blijken uit: y eigen loonbeleid (sociale en extralegale voordelen); y eigen personeelsbeleid (andere directie); y de verscheidenheid van mensenkringen; y de verspreide geografische ligging van de centra; y het verschil in taal; y de zelfstandigheid op het niveau waarop de onderhandelingen over de sociale kwesties worden toegepast; y eigen sociale activiteiten (personeelsfeest, personeelsblad,...); y geen sociale contacten tussen de personeelsleden; y een eigen inwendige organisatie (eigen uurroosters, arbeidsreglement, arbeidsovereenkomsten); y 3. Voorrang van het sociaal criterium op het economische 13. Sociale elementen primeren Voor het vaststellen van de technische bedrijfseenheid primeren de sociale criteria op de economische. Deze prioriteit staat uitdrukkelijk in de wet: 'in geval van twijfel, primeren de sociale criteria' 28. Zij werd in het verleden trouwens herhaaldelijk door het Hof van Cassatie bekrachtigd. Het Hof oordeelde dat niet alleen bij twijfel de sociale criteria primeren 29 maar dat zelfs wanneer de economische criteria afwezig zijn of daarentegen volkomen wijzen in de richting van één enkele technische bedrijfseenheid de rechter een andere beslissing mag baseren op uitsluitend sociale criteria 30. Bij volledige afwezigheid van enig sociaal criterium oordeelde het Hof zelfs dat er helemaal geen sprake kan zijn van een aparte technische bedrijfseenheid. Het betrof in dat geval een aparte nv zonder personeel in dienst met louter activiteiten van financiële aard 31. Men kan dus gerust stellen dat de economische criteria in deze context enkel een aanvullend karakter hebben t.a.v. de sociale. Zo kan de rechter ook niet oordelen dat 27 Arbrb. Gent, 1 maart 1991, J.T.T. 1992, 211; Hoofdstuk 1, Afdeling 1, punt 1.1. Omzendbrief Sociale Verkiezingen. 28 Artikel 14, 1, 1 Bedrijfsorganisatiewet; artikel 49 Wet Welzijn op het Werk. 29 Cass., 12 november 1979, J.T.T. 1981, 7. In dezelfde zin: Hoofdstuk 1, Afdeling 1, punt 1.1. Omzendbrief Sociale Verkiezingen. 30 Cass., 22 oktober 1979, J.T.T. 1980, 58; Cass.,12 november 1979, R.W. 1979-80, 2600; Arbrb. Tongeren, 9 februari 2004, AR 57/2004; Arbrb. Tongeren, 11 februari 2008, AR 111/2008. 31 Cass., 30 november 1987, R.W. 1987-1988, 853. 35

twee juridische entiteiten samen een onderneming vormen enkel en alleen op grond van het economisch criterium 32. De technische bedrijfseenheid wordt niet enkel vastgesteld op basis van economische en sociale criteria, maar tevens met inachtneming van het belang dat de werknemers hebben bij het goed functioneren van de raden en de comités 33. Een verbrokkeling van de sociale organen kan ingaan tegen dit belang 34. De rechtspraak bevestigde dat de vakbonden niet het monopolie hebben bij de beoordeling van dit belang 35. De wet bepaalt dus wel de juridische context (economische en sociale criteria) maar geeft niet in concrete termen aan wat hieronder exact verstaan moet worden. Dit wordt overgelaten aan de partijen, aan de hand van de procedure waarbij de werkgever het initiatiefrecht heeft. In geval van onenigheid is de appreciatie van de rechter doorslaggevend 36. Afdeling 3. Verschillende technische bedrijfseenheid voor ondernemingsraad en comité 14. Kan verschillen In het verleden werd al eens m.i. ten onrechte 37 geoordeeld dat het begrip onderneming noodzakelijk hetzelfde moet zijn voor de ondernemingsraad als voor het comité 38. Thans is de wet veranderd. Het begrip onderneming kan verschillend ingevuld worden voor ondernemingsraad en comité 39. Dit betekent dat men bij de afbakening van de technische bedrijfseenheden voor beide organen met andere criteria rekening kan houden: het welzijnsbeleid voor het comité preventie bescherming en werk; het algemene personeelsbeleid voor de ondernemingsraad 40. Men kan dus bijvoorbeeld beslissen dat zetel A en B samen een ondernemingsraad oprichten, en dat B en C samen een comité oprichten. De technische bedrijfseenheid kan voor ondernemingsraad en comité anders samengesteld worden. In de rechtspraak is er een sterke tendens om de technische bedrijfseenheid voor het comité preventie en bescherming op een kleiner, lager niveau te definiëren dan voor 32 Cass., 19 december 1983, J.T.T. 1984, 82. 33 Onder meer: Arbrb. Charleroi, 3 april 2008, RG 08/252/A; Arbrb. Charleroi, 3 april 2008, RG 08/358/A: Arbrb. Brussel, 20 februari 2004, RG 69.736/04 69.737/04; Arbrb. Brussel, 19 februari 2004, AR 69.530/04 69.600/04 69.601/04; Arbrb. Antwerpen, 14 februari 2004, AR 363.865; Arbrb. Brussel, 11 februari AR 69.890/04; Arbrb. Bergen, 5 maart 2004, RG 11.238/04/M. 34 Arbrb. Aarlen, 2 april 1991, J.T.T. 1992 187. 35 Arbrb. Charleroi, 3 april 2008, RG 08/358/A; Arbrb. Tongeren, 18 januari 2008, AR 21/2008; Arbrb. Tongeren, 11 februari 2008, AR 111/2008; Arbrb. Brussel, 13 februari 2004, RG 69.585 + 69.720/04. 36 B. Boonen, Sociale verkiezingen en werking Komitee VGV en ondernemingsraad, Antwerpen, I.V.D., 1987, 7. 37 Vgl. P. Blondiau, Les élections sociales. Chronique de jurisprudence, J.T.T. 1980, 19. 38 Arbrb. Antwerpen, 3 februari 2000, AR 320 38; Arbrb. Antwerpen, 3 februari 2000, AR 320 039. 39 Dit is gebeurd door te bepalen dat het begrip onderneming enkel geldt in het kader van deze wet (artikel 14, 1 Bedrijfsorganisatiewet; artikel 49 tweede lid 1 Wet Welzijn op het Werk); cfr. onder meer: Arbrb. Hasselt, 1 februari 2008, AR 2080152; Arbrb. Veurne, 13 maart 2008, AR 08/52/A; Arbrb. Gent, 11 februari 2008, AR 08/165/A. 40 Arbrb. Hasselt, 1 februari 2008, AR 2080152 ; Arbrb. Tongeren, 31 januari 2008, AR 21/2008; Arbrb. Bergen, 5 maart 2004, AR 11.208/04/M; Arbrb. Brussel, 16 februari 2004, 69.585 + 69/720/04; Arbrb. Antwerpen, 2 februari 2004, 363.608; anders: Arbrb. Charleroi, 9 februari 2004, AR 62.954/R. 36