Bedrijfsscholing: scholen voor de concurrent?
|
|
|
- Lien van Dongen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Onderwijs en opleiding Bedrijfsscholing: scholen voor de concurrent? Wolff, Ch. J. de, R. Luijkx en M.J.M. Kerkhofs (2002), Bedrijfsscholing en arbeidsmobiliteit, OSA A-186, Tilburg. Scholing van werknemers heeft voor werkgevers als risico dat de werknemer van baan verandert en de opbrengsten van scholing ten goede komen aan een andere werkgever. In dit onderzoek is de relatie tussen scholing en het veranderen van baan of functie onderzocht door middel van analyses van het OSA-arbeidsaanbodpanel. De resultaten laten zien dat de kans dat een werknemer van baan verandert niet groter is wanneer in het jaar daarvoor scholing heeft plaats gevonden. Het voeren van een scholingsbeleid lijkt juist een middel om werknemers aan het bedrijf te binden. Probleemstelling Voor een werkgever is scholing van werknemers een riskante onderneming: het gevaar bestaat dat de werknemer mede als gevolg van de extra opgedane kennis en vaardigheden van baan verandert en dat daarmee de opbrengsten van scholing ten goede komen aan een andere werkgever. Dit wordt als één van de belangrijkste redenen gezien waarom er door bedrijven niet meer in scholing geïnvesteerd wordt dan nu het geval is. In dit artikel wordt getracht te achterhalen of er empirische aanwijzingen bestaan dat dit vermoeden juist is. Hoofdvraag is: leidt scholing tot zoekgedrag en externe mobiliteit? In de human capital theorie wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en bedrijfsspecifieke scholing of training (Becker, 1964). Investeringen van een werkgever in algemene training dreigen eerder verloren te gaan dan investeringen in bedrijfsspecifieke training, doordat verworven algemene vaardigheden ook bij een andere werkgever aangewend en te gelde gemaakt kunnen worden. De kans op externe mobiliteit van de werknemer is geringer bij investeringen in bedrijfsspecifieke scholing. Vanwege deze asymmetrie in opbrengsten ligt het voor de hand dat de werknemer een groot deel van de kosten van algemene scholing op zich neemt (eventueel daarin financieel tegemoet gekomen door de overheid) en de werkgever vooral de kosten van bedrijfsspecifieke scholing draagt. In onderzoek naar investeringen in bedrijfsscholing is voornamelijk aandacht besteed aan het rendement in termen van productiviteit en loongroei. De gevolgen van bedrijfsscholing in termen van mobiliteit en zoekgedrag zijn nog nauwelijks systematisch onderzocht. De hierboven beschreven achtergrond roept de vraag op in hoeverre werknemers die in Nederland van bedrijfswege scholing of training hebben ontvangen eerder geneigd zijn tot interne en externe mobiliteit. De volgende verwachtingen bestaan ten 166 OVER. WERK Tijdschrift van het Steunpunt WAV 4/2002
2 aanzien van de relatie tussen scholing en mobiliteit: 1. Bedrijfsspecifieke scholing gaat gepaard met een verhoogde kans op interne mobiliteit en een lagere kans op zoekgedrag en externe mobiliteit. Dit komt doordat de verkregen kennis en vaardigheden niet productief kunnen worden aangewend in andere arbeidsorganisaties. Bovendien heeft de werknemer na bedrijfsspecifieke scholing een hogere interne-marktwaarde verkregen en er meer baat bij binnen de organisatie te blijven werken. 2. Algemene scholing gaat gepaard met een verhoogde kans op interne mobiliteit én zoekgedrag en externe mobiliteit. De verkregen kennis is immers ook van nut in andere bedrijven. Methode In het onderzoek zijn gegevens over individuen uit het OSA-arbeidsaanbodpanel gebruikt uit de golven 1994, 1996 en Het OSA-arbeidsaanbodpanel bevat vier indicatoren voor de bedrijfsspecificiteit van de scholing, namelijk: 1. De aard van het onderwijs: scholing kan door de respondent getypeerd worden als regulier dag- of deeltijdonderwijs of als bedrijfsscholing. Regulier dag- en deeltijdonderwijs is per definitie te beschouwen als scholing met een algemeen karakter. Bedrijfsscholing kan variëren in de mate van bedrijfsspecificiteit (zie bij 2 en 3). 2. De locatie van het onderwijs: bedrijfsscholing kan binnen of buiten het bedrijf plaats vinden. Aangenomen wordt dat bedrijfsscholing binnen het bedrijf een bedrijfsspecifieker karakter draagt dan bedrijfsscholing buiten het bedrijf. 3. De financiering van het onderwijs. Vanuit de vooronderstelling dat bedrijfsspecifieke scholing hoofdzakelijk gefinancierd wordt door de werkgever en algemene scholing door de werknemer, wordt bedrijfsscholing zonder financiële steun opgevat als bedrijfsscholing met algemene componenten en bedrijfsscholing met financiële steun van de werkgever als bedrijfsscholing met bedrijfsspecifieke componenten. 4. De onderwijsrichting van bedrijfsscholing. Aan de hand van de SOI-codering is een onderscheid gemaakt tussen technische, economisch/administratieve en overige scholing. Van technische bedrijfsscholing wordt aangenomen dat deze een bedrijfsspecifieker karakter draagt dan scholing uit de overige twee categorieën. Bij onderzoek naar scholing is het verder van belang een onderscheid te maken naar scholingsintensiteit. Het OSA-arbeidsaanbodpanel bevat twee indicatoren voor scholingsintensiteit van de bedrijfsscholing: het aantal gevolgde cursussen en de duur van de gevolgde bedrijfsscholing (korter of langer dan 1 maand). Uitgaande van de situatie dat iemand in loondienst werkt, kunnen in principe verschillende transities optreden: de overgang naar een andere baan of functie in loondienst (baan- respectievelijk functiemobiliteit, ook wel aangeduid als externe en interne mobiliteit), de overgang naar werken als zelfstandige of meewerkend echtgenoot, de overgang naar werkloosheid en de overgang naar niet-participatie. In dit onderzoek staan interne mobiliteit en vrijwillige externe mobiliteit centraal. Daarnaast wordt aandacht besteed aan zoekgedrag. Resultaten In tabel 1 is de samenhang tussen enerzijds zoekgedrag en mobiliteit in jaar t en anderzijds het afmaken van scholing in het daaraan voorafgaande jaar weergegeven. De resultaten zijn gepooled voor de jaren Uit de tabel is op te maken dat 8% van degenen die reguliere scholing hebben afgemaakt in het daarop volgende jaar intern mobiel is en dat 15% extern mobiel is, terwijl van degenen die geen scholing ontvangen heeft 5% intern mobiel is geweest en 8% vrijwillig extern mobiel is geweest. Het afmaken van reguliere scholing in een bepaald jaar gaat dus samen met hogere interne mobiliteit en hogere vrijwillige externe mobiliteit in het daarop volgende jaar. Dit is conform de hypothesen. Ook de bevindingen bij bedrijfsscholing liggen in de lijn der verwachting. Deze vorm van scholing, waarvan we vooronderstellen dat zij een bedrijfsspecifieker karakter draagt dan reguliere scholing, gaat samen met hogere interne mobiliteit en lagere externe mobiliteit dan wanneer geen scholing afgemaakt is. OVER. WERK Tijdschrift van het Steunpunt WAV 4/
3 Tabel 1. Mobiliteit en zoekgedrag van werkenden ( ) die al dan niet scholing hebben afgemaakt in het daaraan voorafgaande kalenderjaar ( ) van werkenden in loondienst op 1 januari van het scholings-kalenderjaar (N=12.828)1). Intern mobiel Vrijwillig extern mobiel Gedwongen extern mobiel Zoekgedrag Geen scholing 4,9 8,2 2,6 6,3 Scholing, w.v. 2) 7,4 6,2 2,4 9,4 reguliere scholing (dag of dt-onderwijs) 7,8 14,5 2,2 18,8 bedrijfsscholing 7,2 5,6 2,5 8,8 Totaal 5,3 7,8 2,6 6,8 Respondenten met dubbele vormen van mobiliteit (b.v. interne én externe mobiliteit) zijn buiten de analyse gehouden. Respondenten kunnen reguliere én bedrijfsscholing volgen. Bron: OSA. Tabel 2. Overzicht van effecten van de onafhankelijke variabelen op interne mobiliteit, zoekgedrag en externe mobiliteit (p<0,05). Afgemaakte bedrijfsscholing in voorafgaand jr Afgemaakte reguliere scholing in voorafgaand jr interne mobiliteit zoekgedrag externe mobiliteit Financiering werkgever Binnen bedrijf Scholingstype Aantal cursussen + Cursusduur Bedrijf organiseert cursus Jaartal Geslacht: vrouw Leeftijd Opleidingsniveau + + Deeltijdwerk Tijdelijke aanstelling + + Bedrijfsomvang + Beroepsniveau Bedrijfstak Aantal jaren bij deze werkgever Bron: OSA. 168 OVER. WERK Tijdschrift van het Steunpunt WAV 4/2002
4 De relatie tussen scholing en zoekgedrag weerspiegelt tot op zekere hoogte de samenhang tussen scholing en mobiliteit. Werkenden in loondienst die geen scholing hebben afgemaakt, zoeken het minst vaak in het daarop volgende jaar naar een andere baan. Is reguliere scholing gevolgd en afgemaakt, dan wordt veel vaker daarop volgend naar een andere baan gezocht. Ook het afmaken van bedrijfsscholing gaat samen met iets vaker naar een andere baan zoeken dan wanneer een jaar eerder geen scholing werd afgemaakt. Dit lijkt enigszins in strijd met de bevinding dat het afmaken van bedrijfsscholing samenhangt met lagere externe mobiliteit. Er blijkt hier sprake van een verschillend patroon tussen zoeken en vinden. De vraag is in hoeverre deze verbanden staande blijven wanneer rekening gehouden wordt met persoons- en werkkenmerken zoals leeftijd, opleidingsniveau en aard van het dienstverband. Om dit te onderzoeken zijn verklarende longitudinale analyses uitgevoerd. In deze analyses is het volgtijdelijke karakter van scholing en mobiliteit geanalyseerd. Centraal staat de vraag in hoeverre de kans op (interne of externe) mobiliteit of zoekgedrag in jaar t groter is wanneer er in jaar t-1 sprake geweest is van (algemene of bedrijfsspecifieke) scholing. In tabel 2 zijn de resultaten samengevat van logistische regressies met zoekgedrag, interne mobiliteit en externe mobiliteit als afhankelijke variabelen. Onafhankelijke variabelen waren het al dan niet afgemaakt hebben van reguliere en bedrijfsscholing en enkele karakteristieken van bedrijfsscholing, die uiteraard alleen relevant zijn voor zover men in het voorafgaande kalenderjaar bedrijfsscholing heeft afgemaakt: drie karakteristieken die de bedrijfsspecificiteit van de scholing weerspiegelen en twee karakteristieken die staan voor de scholingsintensiteit. Een andere onafhankelijke variabele die eveneens met scholing te maken heeft, is of het bedrijf cursussen organiseert. Naast deze aan scholing gerelateerde variabelen zijn verschillende persoons- en werkkenmerken meegenomen als controlevariabelen. Bestaat er volgens tabel 2 een grotere kans op interne mobiliteit wanneer in het daaraan voorafgaande jaar scholing gevolgd is? Het antwoord luidt nee. Het gevolgd hebben van scholing verhoogt de kans niet om in het daar op volgende jaar binnen het bedrijf van functie te veranderen. Het maakt wel uit wat voor soort scholing gevolgd is. De kans op interne mobiliteit is groter naarmate een werknemer meer cursussen heeft gevolgd. Het volgen van langdurige cursussen verkleint juist de kans op interne mobiliteit, wellicht omdat dit bij uitstek cursussen zijn die gevolgd worden om zich te specialiseren of beter inzetbaar te zijn in de huidige functie; dit zou nader onderzocht moeten worden. Zoals bekend, spelen verder leeftijd en bedrijfsomvang een rol. Of een bedrijf cursussen organiseert (lees: een scholingsbeleid voert) voegt daar weinig aan toe. Dat is ook begrijpelijk: een bedrijf van een bepaalde omvang zonder scholingsbeleid heeft vermoedelijk evenveel interne doorstroommogelijkheden te bieden als een bedrijf van dezelfde omvang mét scholingsbeleid. Bestaat er volgens tabel 2 een grotere kans op zoekgedrag en vrijwillige externe mobiliteit wanneer in het daaraan voorafgaande jaar scholing gevolgd is? Ook hier luidt het antwoord: nee. Wanneer een werknemer geschoold wordt, is de kans dat hij in het daarop volgende jaar een andere baan gaat zoeken niet groter dan anders. Er gaat wel enige invloed uit van het type scholing: wanneer scholing binnen het bedrijf plaats vindt, is de kans op externe mobiliteit in het jaar daarna kleiner dan wanneer scholing buiten het bedrijf plaats vindt. Bij de feitelijke vrijwillige externe mobiliteit is de invloed van type scholing verdwenen: scholing heeft geen invloed op de kans dat men vrijwillig van baan verandert, ook niet wanneer bepaalde typen scholing (reguliere scholing of bedrijfsscholing, bedrijfsspecifieke of algemene scholing; kortdurende of langdurende cursussen; veel of weinig cursussen) in aanmerking worden genomen. Uit het onderzoek komt verder naar voren dat indien een werknemer bij een bedrijf werkt dat cursussen organiseert de kans kleiner wordt dat hij een andere baan zoekt of krijgt. Met andere woorden: het voeren van een scholingsbeleid lijkt dus voor bedrijven een middel om werknemers te behouden. Maar ook andere verklaringen zijn mogelijk. Wellicht zijn bedrijven die scholing organiseren bedrijven waar het voor werknemers prettig toeven is. Dat hoeft niet noodzakelijk te zijn vanwege de grotere kans om hier geschoold te worden; het kan ook zijn dat er bij dit type bedrijven sprake is van een prettig bedrijfsklimaat, bijvoorbeeld van goede arbeidsomstandigheden, goede arbeidsvoorwaarden en goed P&O-beleid. OVER. WERK Tijdschrift van het Steunpunt WAV 4/
5 Conclusie en discussie In dit onderzoek is geen verband gevonden tussen scholing en externe mobiliteit. Het kan echter niet uitgesloten worden dat dit verband wel bestaat, maar zich aan ons zicht onttrekt doordat er sprake is van snel op elkaar volgende gebeurtenissen die plaats vinden in hetzelfde tijdsraam. Dergelijke opeenvolgingen zouden dan wel opgespoord kunnen worden met een fijnmaziger methode. Hoe waarschijnlijk is dit? Bibliografie Becker, G.S. (1964). Human capital: a theoretical and empirical analysis with special reference to education, Cambridge University Press. Cambridge. Met betrekking tot externe mobiliteit ligt dit ons inziens niet voor de hand. Indien het al zo is dat scholing in een bepaald jaar de kans op externe mobiliteit in hetzelfde jaar vergroot (dit verschijnsel onttrekt zich namelijk aan ons zicht), is het onwaarschijnlijk dat dit veroorzaakt wordt doordat een werknemer onmiddellijk na scholing van baan verandert. Het kost een werknemer immers meestal enige zoektijd voordat een passende nieuwe baan gevonden is. Derhalve houdt de hoofdconclusie van dit onderzoek stand dat scholing niet leidt tot een grotere kans op externe mobiliteit. Charlotte de Wolff Marcel Kerkhofs Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) Ruud Luijkx Departement Sociologie Universiteit van Tilburg 170 OVER. WERK Tijdschrift van het Steunpunt WAV 4/2002
Tilburg University. Bedrijfsscholing de Wolff, C.J.; Luijkx, Ruud; Kerkhofs, M.J.M. Published in: Over - Werk: Tijdschrift van het steunpunt WAV
Tilburg University Bedrijfsscholing de Wolff, C.J.; Luijkx, Ruud; Kerkhofs, M.J.M. Published in: Over - Werk: Tijdschrift van het steunpunt WAV Publication date: 2002 Link to publication Citation for published
Arbeidstijdwens en aanpassing van de arbeidsduur in Nederland
Arbeidstijdwens en aanpassing van de arbeidsduur in Nederland Fouarge, D. & Baaijens, C. (2003). Tilburg: OSA. Het aantal uren dat men werkt is niet altijd gelijk aan het aantal uren dat men bij voorkeur
Aanbod van arbeid 2012
Bijlage B: Tabellen Auteurs Jan Dirk Vlasblom Edith Josten Marian de Voogd-Hamelink Bijlage B. Tabellen In deze bijlage zijn diverse tabellen opgenomen behorende bij het SCP-rapport Aanbod van Arbeid 2012
Het belang van begeleiding
Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door
Flexibele Arbeidsrelaties: Vast versus Tijdelijk Contract
Flexibele Arbeidsrelaties: Vast versus Tijdelijk Contract Rapport van ILC Zorg voor later, Stichting Loonwijzer/WageIndicator, en Universiteit van Amsterdam/Amsterdams Instituut voor Arbeids Studies (AIAS)
Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen
Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Jan-Willem Bruggink en Clemens Siermann Werkenden van 45 jaar of ouder zijn weinig mobiel op de arbeidsmarkt. Binnen deze groep neemt de mobiliteit af met het stijgen
SCHOLING IN CAO-AFSPRAKEN
AMSTERDAMS INSTITUUT VOOR ARBEIDSSTUDIES UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM SCHOLING IN CAO-AFSPRAKEN Onderzoek op basis van de Loonwijzer Kea Tijdens, AIAS, Universiteit van Amsterdam Maarten van Klaveren, STZ
Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken
Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari
Ouderschapsverlof. Ingrid Beckers en Clemens Siermann
Ouderschapsverlof Ingrid Beckers en Clemens Siermann Ruim een kwart van de werknemers in Nederland die in 24 recht hadden op ouderschapsverlof, hebben daarvan gebruik gemaakt. nemen veel vaker ouderschapsverlof
Verandering van werkgever, beroep en lonen
Sociaaleconomische trends 213 Verandering van werkgever, beroep en lonen Marian Driessen Jannes de Vries december 213, 1 CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Sociaaleconomische trends, december 213,
Kwaliteit van de arbeid en arbeidstransities
Kwaliteit van de arbeid en arbeidstransities Josten, E. & Ester, P. (2005). Quality of work life and work transition, the Netherlands in European perspective. OSA publicatie A213. Op de Lissabon top van
Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse
Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Wim Groot & Henriette Maassen van den Brink In samenwerking met Annelies Notenboom, Karin Douma en Tom Everhardt, APE Den Haag
en Arbeidsmarktonderzoek
en Arbeidsmarktonderzoek De evolutie van het OSA-Arbeidsvraagpanel en nieuwe uitdagingen Marcel Kerkhofs Inleiding t.b.v. seminarie PASO in breder perspectief Brussel, 4 maart 2004 OSA: Organisatie voor
Meerdere keren zonder werk
Meerdere keren zonder werk Antoinette van Poeijer Ontvangers van een - of bijstandsuikering en ers worden gestimuleerd (weer) aan de slag te gaan. In veel gevallen is dat succesvol. Er zijn echter ook
Onderzoeksrapport Randstad WerkMonitor 2017 kwartaal 1 Persoonlijke ontwikkeling en loopbaanontwikkeling. Randstad Nederland
Onderzoeksrapport Randstad WerkMonitor 2017 kwartaal 1 Persoonlijke ontwikkeling en loopbaanontwikkeling Randstad Nederland Maart 2017 INHOUDSOPGAVE Persoonlijke ontwikkeling 3 Loopbaanontwikkeling 8 Mobiliteit
Resultaten uit het onderzoek naar de opleidingsbehoefte van wethouders
Resultaten uit het onderzoek naar de opleidingsbehoefte van wethouders 15 december 2010 Keuze van trainingen, opleidingen en cursussen Van de 275 respondent heeft 35% geen enkele scholingsactiviteit gevolgd.
Werk, detentie & recidive
Werk, detentie & recidive Anke Ramakers Paul Nieuwbeerta Johan van Wilsem Anja Dirkzwager Prison Project Dissertaties Achtergrond Werkkansen laag onder ex-gedetineerden Laag opgeleid, weinig werkervaring,
Conclusie. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA)
Conclusie Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA) ecbo - De relatie tussen laaggeletterdheid en armoede A 1 conclusie
BAANZEKERHEID EN ONTSLAG DREIGING BIJ OUDERE WERKNEMERS
BAANZEKERHEID EN ONTSLAG DREIGING BIJ OUDERE WERKNEMERS Rapport van ILC Zorg voor later, Stichting Loonwijzer/WageIndicator, en Universiteit van Amsterdam/Amsterdams Instituut voor Arbeids Studies (AIAS)
Thema-analyse. Een leven lang leren: Stand van zaken
24 25 26 27 28 29 21* 211 212 213* 214 (x 1 ) % Thema-analyse Een leven lang leren: Stand van zaken Voor Nederland en Europa is een leven lang blijven leren een speerpunt. Met de toenemende globalisering,
Vraaggestuurde re-integratie. Presentatie voor jaarbijeenkomst RVO, 1 maart 2010 Arjan Heyma en Maikel Volkerink, SEO Economisch Onderzoek
Vraaggestuurde re-integratie Presentatie voor jaarbijeenkomst RVO, 1 maart 2010 Arjan Heyma en Maikel Volkerink, SEO Economisch Onderzoek Overzicht presentatie Probleemstelling Onderzoeksaanpak Uitgevoerde
Weer aan het werk als uitzendkracht: vaker wisseling van baan en sector na werkloosheid Jeroen van den Berg en Hester Houwing (UWV)
Weer aan het werk als uitzendkracht: vaker wisseling van baan en sector na werkloosheid Jeroen van den Berg en Hester Houwing (UWV) Paper voor workshop op NvA/TvA congres 2012 concept, niet citeren zonder
Werkend leren en sociale innovatie
Werkend leren Lex Borghans NSI, Universiteit Maastricht TOP INSTITUTE INSCOPE Research Consortium of Erasmus University Rotterdam, TNO, University of Amsterdam and Maastricht University Werkend leren en
Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk
M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt
Werken in startende bedrijven
M201211 Werken in startende bedrijven drs. A. Bruins Zoetermeer, september 2012 Werken in startende bedrijven De meeste startende ondernemers hebben geen personeel. Dat is zo bij de start met het bedrijf,
Meer of minder uren werken
Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de
ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011
ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 Markt, trends en ontwikkelingen Amsterdam, april 2012 Ir. L. van Graafeiland Dr. P. van Gelderen Baken Adviesgroep BV [email protected]
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze
Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie
Samenvatting Gehoor en de relatie met psychosociale gezondheid, werkgerelateerde variabelen en zorggebruik. De Nationale Longitudinale Studie naar Horen Slechthorendheid is een veelvoorkomende chronische
Vraaggestuurde re-integratie: methode of mythe? Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek) 27 mei 2011
Vraaggestuurde re-integratie: methode of mythe? Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek) 27 mei 2011 Onderwerpen presentatie Definitie vraaggestuurde re-integratie Aanleiding onderzoek en onderzoeksvraag
Samenvatting (Summary in Dutch) Het proefschrift. Hoofdstuk 2
(Summary in Dutch) Het proefschrift Dit proefschrift is geschreven rondom de vraag hoeveel uur per week werkende mensen willen werken. Hierbij schenken we aandacht aan twee aspecten. 1 Het eerste aspect
Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen
1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen
Arbeidsvoorwaardenonderzoek
Arbeidsvoorwaardenonderzoek voor bid- en tendermanagers Het is toegestaan deze kennis te delen, mits onder duidelijke vermelding van Appeldoorn Tendermanagement als bron. Inhoud Inleiding 4 Conclusie 5
TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs.
ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs april 2016 1
Participatie en inzetbaarheid
Participatie en inzetbaarheid Paul de Beer Henri Polak hoogleraar voor arbeidsverhoudingen, directeur Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Boaborea 7 december 2011 1. Het probleem 2 Arbeidsparticipatie
Een leven lang ontwikkelen, 29 mei 2018
Een leven lang ontwikkelen, 29 mei 2018 Waar gaan we het over hebben De huidige arbeidsmarkt loopt vast Naar een skills gerichte arbeidsmarkt Wat gaat House of Skills opleveren? Definitie van skills Skillpaspoort
Hoe zoeken werkzoekenden?
Hoe zoeken werkzoekenden? Doyen G. en Lamberts M. (2001), Hoe zoeken werkzoekenden? HIVA, K.U.Leuven. Het gaat goed op de Vlaamse arbeidsmarkt. Sinds een aantal jaren stijgt de werkgelegenheid en daalt
Baten van baan-baanmobiliteit
Amsterdam, 5 november 2009 In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken Baten van baan-baanmobiliteit Eindrapportage Arjan Heyma Siemen van der Werff Jurriaan Prins Roetersstraat 29-1018 WB Amsterdam
Zorgbarometer 7: Flexwerkers
Zorgbarometer 7: Flexwerkers Onderzoek naar de positie van flexwerkers in de zorg Uitgevoerd door D. Langeveld, MSc Den Dolder, mei 2012 Pagina 2 Het auteursrecht op dit rapport berust bij ADV Market Research
De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft)
De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) Inleiding Veel mensen ervaren moeilijkheden om werk te vinden te behouden, of van baan / functie te veranderen. Beperkingen, bijvoorbeeld
Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 19 juli 2007 Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies Eén op de tien Belgen werkt in een ander gewest; één op de vijf in een andere
Bijlagen. Tevredenheid van potentiële werknemers
Bijlagen Tevredenheid van potentiële werknemers Evaluatie Pastiel Bijlagen Tevredenheid van potentiële werknemers Pastiel Drs. Jan Dirk Gardenier MBA Erik Geerlink, MSc Lotte Piekema, MSc Februari 2014
Samenvatting. Achtergrond van het onderzoek. Doel en vraagstelling van het onderzoek
Samenvatting Achtergrond van het onderzoek Tot op heden zijn er in Nederland geen cijfers beschikbaar over de omvang van kindermishandeling. Deze cijfers zijn hard nodig; kennis over de aard en omvang
Het meten van regula e-ac viteiten van docenten
Samenvatting 142 Samenvatting Leerlingen van nu zullen hun werk in steeds veranderende omstandigheden gaan doen, met daarbij horende eisen van werkgevers. Het onderwijs kan daarom niet voorbijgaan aan
Vertrekredenen jonge docenten in het vo
Vertrekredenen jonge docenten in het vo 1 Inhoudsopgave Inleiding I. Willen jonge personeelsleden het vo verlaten? II. Waarom verlaten jonge docenten het vo? Rob Hoffius, SBO Januari 2010 2 Verlaten jonge
Trends in beroepsniveau en opleidingsniveau op de Nederlandse arbeidsmarkt
Trends in beroepsniveau en opleidingsniveau op de Nederlandse arbeidsmarkt De in het begin van de jaren negentig opgetreden groei in het beroepsniveau van de Nederlandse werkenden heeft zich voortgezet.
Werken aan morgen We gaan langer doorwerken, maar willen en kunnen we dat wel?
Werken aan morgen We gaan langer doorwerken, maar willen en kunnen we dat wel? De pensioengerechtigde leeftijd wordt geleidelijk aan verhoogd. We gaan dus langer doorwerken. Hoe denken werkgevers en werknemers
Verdringing op de arbeidsmarkt: Wat is het en hoe meet je het?
Verdringing op de arbeidsmarkt: Wat is het en hoe meet je het? Presentatie op studiemiddag NISZ Utrecht, 22 januari 2016 Arjan Heyma www.seo.nl - [email protected] - +31 20 525 1630 Relevante vragen
Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren
Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren Versie 2 Datum 15 oktober 2018 Status Definitief Onze referentie 1427719 Colofon Directie Projectnaam Contactpersoon Kennis/DUO Mobiliteit leraren Ministerie
Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann
Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder
M Scholing in het MKB. Waarom, hoe gevonden en bekostigd en wat knelt er? drs. W.D.M. van der Valk
M200605 Scholing in het MKB Waarom, hoe gevonden en bekostigd en wat knelt er? drs. W.D.M. van der Valk Zoetermeer, juli 2006 Scholing in het MKB Een overgrote meerderheid van de bedrijven in het MKB besteedt
WERKEN MET FREELANCERS IN JOUW ORGANISATIE?
WERKEN MET FREELANCERS IN JOUW ORGANISATIE? Freelancen, interimmen, contracting zijn allemaal verschillende benamingen voor een zeer sterk groeiend verschijnsel in de economie. Steeds meer industrieën
Wat vinden Vlamingen belangrijk in hun werk?
Motivatie en welzijn Wat vinden Vlamingen belangrijk in hun werk? SERV. 2012. Arbeidsethos en arbeidsoriëntaties op de Vlaamse arbeidsmarkt 2007-2010. Informatiedossier. Brussel: SERV Stichting Innovatie
Onderzoek De 32-urige werkweek invoeren?
Onderzoek De 32-urige werkweek invoeren? Rapportage 3 maart 2014 Over dit onderzoek Aan het onderzoek deden 23.727 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek vond plaats van 25 februari tot
Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten
Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale
Oordelen over jongere en oudere werknemers
Sociaaleconomische trends 2014 Oordelen over jongere en oudere werknemers Karolijne van der Houwen Linda Moonen Oktober 2014, 01 CBS Sociaaleconomische trends, oktober 2014, 01 1 1. Inleiding Als gevolg
Minder instroom in, meer uitstroom uit arbeidsmarkt
Minder instroom in, meer uitstroom uit arbeidsmarkt 07 Arbeidsmarktmobiliteit geringer dan in voorgaande jaren Bijna miljoen mensen wisselen in 2008 van beroep of werkgever Afname werkzame door crisis
De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport
De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport Samenvatting Onderzoeksvraag en methodebeschrijving Uit de situatieanalyses is naar voren gekomen dat er een verandering plaats vindt in het leefgedrag
PENSIOENREGLEMENT V OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN OP OF NA 1 JANUARI 1950
PENSIOENREGLEMENT V OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN OP OF NA 1 JANUARI 1950 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG GELDEND VANAF 1 JANUARI 2006 April 2015 OVERGANGSREGELING
Arbeidsdeelname van paren
Arbeidsdeelname van paren Johan van der Valk De combinatie van een voltijdbaan met een is het meest populair bij paren, met name bij paren boven de dertig. Ruim 4 procent van de paren combineerde in 24
Vragenlijst Beoordelen van wetenschappelijke manuscripten
Vragenlijst Beoordelen van wetenschappelijke manuscripten Welkom bij het onderzoek naar eigenschappen van wetenschappelijke manuscripten. In dit onderzoek willen we daarom nader onderzoeken welke onderdelen
Het ICF schema ziet er als volgt uit. (Schema uit hoofdtekst hier opnemen)
1 International Classification of Functioning, Disability and Health Het ICF-Schema ICF staat voor; International Classification of Functioning, Disability and Health. Het ICF-schema biedt een internationaal
Overwegingen en gedrag van werkgevers bij aannamebeleid
Overwegingen en gedrag van werkgevers bij aannamebeleid Onderzoek naar overwegingen bij het aannemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt Opdrachtgever: UWV Kenniscentrum ECORYS Johan Siegert
Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten
Samenvatting Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten De beroepsbevolking in Nederland, maar ook in andere westerse landen, vergrijst in een rap tempo. Terwijl er minder kinderen
