Digitale registratie en documentatie van opgravingen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Digitale registratie en documentatie van opgravingen"

Transcriptie

1

2 Digitale registratie en documentatie van opgravingen binnen de KNA Rapportnummer V229 ISSN Status en versie Definitief In opdracht van SIKB/CvAK Samenstelling Redactie C. Sueur, J.W. Beestman en M. Wansleeben M. A.T.G. Diepeveen-Jansen en K.E. Waugh Plaats en Datum Amersfoort, 12 mei 2005 Gecontroleerd door K.E. Waugh d.d Geaccordeerd door SIKB d.d. Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia b.v. Vestigia b.v. Grote Koppel AA Amersfoort telefoon fax

3 Inhoudsopgave 1 Samenvatting Algemene gegevens Achtergrond Probleemstelling Doelstellingen en randvoorwaarden Uitgangspunten Werkwijze Inventarisatie bestaande modellen Resultaten Het bouwstenenmodel Actor (archeologisch) computerspecialist Controles Inhoudelijke kwaliteit Technische kwaliteit Praktijk van controleren Verslaglegging van controles Aandachtspunten t.b.v. de nieuwe KNA Conclusies...10 Bijlage: Bouwstenen Bouwstenen: definitie, doel, opbouw en gebruik Definitie en doel Opbouw Gebruik Gedocumenteerd bouwwerk (meta-documentatie) Bouwstenen en producten Overzicht van bouwstenen...16 VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 2

4 1 Samenvatting In opdracht van de SIKB heeft een schrijfgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de uitvoerende archeologische bedrijven, universiteiten, adviesbureaus en de SNA een advies opgesteld over de wijze waarop digitale registratie en documentatie van opgravingen binnen de nieuwe KNA gestalte kan krijgen. Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie is voor dit project opgetreden als opdrachtnemer namens de overige partijen. Het doel van het advies is te komen tot minimumeisen voor het digitaal registreren en documenteren binnen opgravingen. Het gekozen model dient enerzijds onafhankelijk van het type onderzoek te kunnen worden ingezet en anderzijds op een breed draagvlak in het werkveld te kunnen rekenen. Het advies is gebaseerd op de praktische ervaringen van de deelnemers aan de schrijfgroep, aangevuld met een inventarisatie van de reeds beschikbare systemen voor digitale registratie en documentatie. Daarnaast heeft geregeld afstemming plaatsgevonden met de SIKB en het CvAK/CCvD. Het advies is bovendien in conceptvorm voorgelegd aan het gehele werkveld en door hen goedgekeurd. De uitkomst van dit project is een positief advies over het mogelijk maken van digitaal registreren en documenteren, naast een analoge werkwijze. De geschetste systematiek is gebaseerd op het principe van bouwstenen die, al naar gelang de onderzoeksvraag, op verschillende wijze gestapeld kunnen worden tot een database of GIS. De beschreven oplossing geeft enkel aan wat de minimumeisen dienen te zijn. Het advies kan door de SIKB/CvAK als discussiestuk in de begeleidingscommissies voor de herziening van de KNA worden ingebracht. De verwerking van commentaar uit de begeleidingscommissies en de uitverwerking in de definitieve tekst van de herziene versie (3.0) van de KNA vallen buiten het bestek van dit project. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 3

5 2 Algemene gegevens In opdracht van de SIKB heeft een schrijfgroep bestaande uit Jan Willem Beestman (ADC), Milco Wansleeben (Universiteit Leiden) en Chris Sueur (Vestigia) - met als adviseurs Jeroen van der Vliet (SNA) en Peter Jongste (Archol) - een advies opgesteld over de wijze waarop digitale registratie en documentatie van opgravingen binnen de nieuwe KNA gestalte kan krijgen. Naast de rol van mede-auteur is Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie opgetreden als algemeen opdrachtnemer voor dit project. Het voorliggende Vestigia-rapport geeft de bevindingen van deze schrijfgroep weer. Het advies wordt aangeboden aan de SIKB/CvAK en kan door deze organisatie als discussiestuk in de begeleidingscommissies voor de herziening van de KNA worden ingebracht. De verwerking van commentaar uit de begeleidingscommissies en de uitverwerking in de definitieve tekst van de herziene versie (3.0) van de KNA vallen buiten het bestek van dit project. 3 Achtergrond Vele bedrijven en organisaties zien tegenwoordig de voordelen en noodzaak in van digitaal werken. Voor opdrachtgevers - en namens hen de directievoerder biedt dit de mogelijkheid efficiënt regie te kunnen voeren op een project (voortgang in producten, tijd en geld). Uitvoerders kunnen digitaal sneller en efficiënter werken, hun gegevens eenvoudiger beheren en de kwaliteit van de informatie beter beheersen. Archieven kunnen digitale documentatie beter toegankelijk maken (zelfs op afstand) dan analoge. Via een elektronisch-depot op Internet zou in de toekomst de complete opgravingsdocumentatie op te vragen kunnen worden. Hoewel onderling verschillend, zijn deze voordelen zeker niet tegenstrijdig. Met andere woorden: het is zeker mogelijk binnen één model deze voordelen samen te brengen. Reeds enige tijd werd binnen de commissie informatisering van de Stichting voor de Nederlandse Archeologie (SNA) gesproken over de invoering van een algemene standaard voor digitaal werken binnen de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Uit alle geledingen van de archeologie - Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), universiteiten, commerciële bedrijven en Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) - kwamen bovendien meldingen dat de wijze waarop in de praktijk werd omgegaan met digitale registratie en producten bij een opgraving niet altijd strookte met de eisen die gesteld werden in de KNA. In de zomer van 2004 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden met als doel tot afspraken te komen ten aanzien van richtlijnen voor de digitale documentatie van opgravingsgegevens in de nieuwe versie van de KNA. Vele direct betrokkenen uit het werkveld hebben dit overleg bijgewoond (waaronder ook het CvAK). Daar is het idee geopperd een kleine schrijfgroep te formeren die, namens het werkveld, een aantal van de gesignaleerde knelpunten dient te inventariseren en een oplossingsrichting dient te formuleren. Het CvAK/SIKB heeft dit punt overgenomen en via de SNA een formeel verzoek gedaan tot het schrijven van een advies voor aanpassing van de huidige KNA. Vestigia heeft zich namens het werkveld beschikbaar gesteld om op te treden als algemeen opdrachtnemer, met als uitdrukkelijke afspraak dat het project als een samenwerkingsverband tussen experts uit de diverse geledingen zou worden uitgevoerd. Met de gekozen samenstelling van de schrijfgroep is recht gedaan aan dit laatste punt. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 4

6 4 Probleemstelling In de KNA versie 2.2 wordt op diverse plaatsen melding gemaakt van digitale producten. Vanuit het archeologische veld is aangegeven dat op een aantal punten een onwenselijke en soms zelfs onwerkbare situatie is gecreëerd. Gesignaleerde problemen zijn: Het belang van de integrale inbedding van digitaal werken in de KNA-processen is niet goed verwoord. De KNA remt, naar de ervaring van het werkveld, in zijn huidige formulering vooral tijdens het veldwerk de vooruitgang in het digitaal registeren en documenteren en beperkt de uitvoerder in zijn mogelijkheden m.b.t. de toepassing van nieuwe digitale registratiemethoden. De gevraagde digitale producten dekken niet het volledige productenspectrum af. De gevraagde digitale producten missen onderlinge samenhang, terwijl de winst juist te behalen is in het koppelen van informatie binnen een database of GIS. Digitale producten worden niet consequent genoemd als onderdeel van de op te leveren documentatie. Afstemming op de wensen van de huidige provinciale depots en een toekomstig digitaal depot is onuitgewerkt gebleven in de KNA, waardoor de meerwaarde van digitale producten (snelle en eenvoudige toegankelijkheid voor iedereen, bijvoorbeeld via het Internet) niet tot zijn recht kan komen. De huidige processen en controlestappen zijn geheel toegespitst op het analoge werkproces. Wil men efficiënt digitaal kunnen werken, binnen de KNA-eisen, dan is het wenselijk om bepaalde processtappen en controles op een andere wijze dan de huidige in te richten. Een duidelijk referentiekader voor de eisen, waaraan digitale data minimaal moeten voldoen, ontbreekt. Opdrachtgevers stellen daardoor nu soms digitale producteisen die niet 1 op 1 aansluiten bij de analoge KNA-producten. Nu worden door opdrachtgevers soms nog zeer gedetailleerde specificaties voorgeschreven, terwijl de uitvoerende partijen vooral behoefte hebben aan meer eigen inbreng en meer verantwoordelijkheid in het gebruik van databases en GIS. In de veelheid aan gebruikte specificaties ontbreekt bovendien enige samenhang, wat op de lange termijn onwenselijk is. 5 Doelstellingen en randvoorwaarden Doel van het uitgevoerde project is te komen tot een: Inventarisatie van de knelpunten van de huidige KNA versie 2.2. Inventarisatie en analyse van bestaande modellen voor het integraal digitaal opslaan c.q. verwerken van opgravingsgegevens. Oplossingsgericht voorstel voor een model ten behoeve van het digitaal registreren en documenteren, op basis van een inventarisatie door en expert judgement van de deelnemende partijen. Het uiteindelijke doel is een advies te geven over de kaders en basale eisen ten aanzien van een database/gis-systematiek. Alle partijen die binnen de KNA een rol spelen dienen zich hieraan te gaan houden: de bevoegde gezagen, opdrachtgevers, uitvoerders (universiteiten, gemeenten en commerciële bedrijven), maar krijgen wel de ruimte het model - al naar gelang de onderzoeksvragen - nader in te vullen. De randvoorwaarden waarbinnen de doelen worden gerealiseerd, zijn: Het moet gaan om minimumeisen. Het model dient software onafhankelijk zijn. Het systeem is flexibel, dat wil zeggen dat het enerzijds geschikt moet zijn voor alle typen opgravingen en anderzijds een gecombineerde analoge en digitale werkwijze toestaat. Het resultaat moet werkbaar zijn, zowel inhoudelijk, kwalitatief als bedrijfsmatig. De documentatie is controleerbaar. Het advies heeft een breed draagvlak binnen het werkveld. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 5

7 6 Uitgangspunten Als primair uitgangspunt is de KNA versie 2.2 aangehouden. Vanuit de producten die nu op analoge wijze worden gevraagd, is gezocht naar een digitaal equivalent. Nog steeds bestaat er echter een spanningsveld tussen analoog en digitaal werken. Soms is een 1 op 1 vertaling mogelijk tussen analoge en digitale producten, bijvoorbeeld met tekstdocumenten of eenvoudige lijsten. In bepaalde gevallen, met name bij tekeningen, bevat de analoge gegevensdrager een veelheid aan informatiethema s. Voor een goede omzetting naar een digitale variant dient deze informatie per thema in een aparte tabel of kaartlaag te worden ondergebracht. Ook het digitaal intekenen van sporen heeft een andere systematiek en wijze van beschrijven dan de analoge, maar beide zijn voorbeelden van good practice. Kortom, het digitale werken vraagt om een soepelere omgang met de processtappen en met de producten binnen de huidige processtappen van de KNA. Hoewel digitaal werken voordelen kan bieden, is dat geen wet van Meden en Perzen. Daarom moet er een analoog registratieproces naast een digitale kunnen blijven bestaan en is ook een combinatie van beiden toegestaan, zoals in onderstaand plaatje wordt weergegeven. In het advies is daarom getracht het voorstel zodanig te formuleren dat er ruimte blijft voor beiden werkwijzen. Project X Digitaal Product A Product B Product C Analoog 7 Werkwijze In diverse discussies onder leiding van de SNA zijn, voorafgaand aan dit project, de noden en wensen uit het werkveld geïnventariseerd. Na de opdracht van de SIKB aan Vestigia zijn de onder paragraaf 1.1 beschreven leden van de schrijfgroep verschillende malen bijeen gekomen om ideeën voor oplossingen naast elkaar te leggen en te zoeken naar de grootste gemeenschappelijke deler, binnen de kaders van wat algemeen als good practice voor het digitaal werken wordt beschouwd. Ook zijn de beschikbare databases en GIS-specificaties in ogenschouw genomen. Met een vertegenwoordiging van het CvAK is op regelmatige basis overleg gevoerd en de tussenstand besproken, om verrassingen aan het einde te voorkomen. Het voorlopige resultaat is aansluitend aan het volledige werkveld voorgelegd en akkoord bevonden. Ter afronding wordt het advies aangeboden aan de SIKB. Na goedkeuring kan dit advies worden aangeboden aan de begeleidingscommissies ten behoeve van de herziening van de KNA in versie 3.0. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 6

8 8 Inventarisatie bestaande modellen Alle gangbare databasemodellen binnen de Nederlandse archeologie (Dig-it/ARC, AHR, Schuytgraaf, Site- Info, QLC en het RAAP-systeem) en het Zweedse Intrasis zijn kort onder de loep genomen. Al deze systemen werden of worden in de praktijk gebruikt en kunnen voldoen aan de eisen die de huidige KNA stelt. Alle modellen functioneren in databasetechnische zin naar behoren en kunnen inhoudelijk de gewenste informatie registreren. Uitgezonderd de systemen van RAAP en Intrasis, wordt juist een omschrijving gegeven van wat maximaal mogelijk is in plaats van minimaal. Op de systematiek van de AHR na, zijn alle systemen software gebonden. Bovendien zijn de systemen - op die van RAAP en de Zweden na - niet flexibel genoeg om voor alle type opgravingen ingezet te kunnen worden. Tot slot dekt geen der bestaande modellen de volledige registratie en documentatie van opgravingen af. Concluderend kan worden gesteld dat met de bestaande database/gis-modellen niet het gewenste doel kan worden bereikt. Geen der bestaande systemen kon 1 op 1 worden overgenomen, maar de goede kanten van het modulair werken, zoals in Intrasis en het RAAP-systeem geïmplementeerd, hebben wel als uitgangspunt gediend voor het advies. 9 Resultaten 9.1 Het bouwstenenmodel Bij een modulaire opzet past een vergelijking met bouwstenen. Bouwstenen zijn delen van de opgravingsdocumentatie en kunnen bijvoorbeeld zijn: put-, vlak- spoor-, vak- of laagdocumentatie (beschrijving of tekening). Deze kunnen op verschillende wijze op elkaar worden gestapeld (aan elkaar gekoppeld), waardoor er een documentatiebouwwerk (database en/of GIS) ontstaat. In bijlage 1 is het principe en het gebruik van bouwstenen nader uitgewerkt. De meest gangbare bouwstenen hebben een voorlopige invulling gekregen en zijn als voorbeeld bijgevoegd. Indien registraties digitaal plaatsvinden, kan er sprake zijn van een (groot) verschil tussen de vorm van de registratie en de vorm van het uiteindelijke product. Traditionele producten zoals sporenlijsten of vlaktekeningen kunnen immers uit diverse digitale bouwstenen worden samengesteld. Uiteraard dient wel duidelijk te zijn welke afgeleide producten er op welk moment aanwezig dienen te zijn. Een opzet daarvoor wordt ook in bijlage 1 uitgewerkt. Voorheen werd in specificaties meestal het volledige documentatiebouwwerk omschreven, wat vaak star en stram is en niet binnen alle opgravingen even goed voldoet. Tegenwoordig bestaat de behoefte bij de uitvoerende partijen aan meer vrijheid, waarbij een systeem van bouwstenen past. De uitvoerder wordt, met de introductie van bouwstenen, zelf verantwoordelijk gemaakt voor het opzetten van een gegevensmodel voor de gebruikte database en GIS-toepassing. Gedetailleerde kaders waarbinnen het model moet worden opgebouwd hoeven niet in de KNA te worden opgenomen, omdat daarmee de noodzakelijke flexibiliteit zou wordt opgegeven. Het PvE is de aangewezen plaats waar, afhankelijk van de onderzoeksvragen en - strategie, het model wordt gespecificeerd. Met het mogelijk maken van een digitale werkwijze dient de systematiek rondom de controles te worden geëvalueerd. Het verdient aanbeveling om de controlemomenten bij digitale producten te laten samenvallen met die van de analoge. De opzet van de controles verschilt echter. In het algemeen kan worden gesteld dat VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 7

9 de digitale documentatie op het juiste moment door de juiste actor op kwaliteit en volledigheid gecontroleerd dient te worden. Hieronder zijn deze punten uitgewerkt. 9.2 Actor (archeologisch) computerspecialist Indien een uitvoerder deels of volledig digitaal wil kunnen registreren, dan zal voor bepaalde werkzaamheden in de praktijk een zogenaamde archeologische computerspecialist nodig zijn met aantoonbare competenties op het terrein van: opstellen of analyseren van digitale specificaties; onderhouden van software; toetsen integriteit van dataset (database en GIS) door instellen van automatische controles in software of handmatige controle-queries. Dit dient zowel tijdens het veldwerk als in de uitwerkingsfase te geschieden; (laten) herstellen omissies in digitale gegevensset; beheren van digitale documentatie tijdens project (versiebeheer en maken back-up) opmaken of converteren van een dataset t.b.v. overdracht of archivering. Inhoudelijke controles blijven de verantwoordelijkheid van de archeoloog, maar kunnen softwarematig worden ondersteund door de archeologische computerspecialist. Deze actor zou een vaste plaats in de KNA-processen moeten krijgen. 9.3 Controles Inhoudelijke kwaliteit De vrees voor kwaliteitsverlies, zoals uitgesproken door enkele leden van de CvAK, kan in bepaalde omstandigheden gegrond zijn, maar wordt mede bepaald door de gekozen opgravings- en registratiestrategie. Binnen een sporenopgraving dient daarom extra zorg aan de registratie en controle van de vastgelegde sporen besteed te worden, maar moet digitaal werken niet bij voorbaat worden uitgesloten. Bij overige opgravingen is digitaal registreren al meer geaccepteerd. De beschreven controles zijn in de huidige KNA inhoudelijk niet specifiek benoemd. Er staat veelal dat de archeoloog controleert of het product in orde is. Indien registraties echter primair digitaal zijn vastgelegd kan de aard van de inhoudelijke controle specifieker worden geduid. Het gebruik van de juiste benamingen en afkortingen kan tijdens de invoer worden afgedwongen of achteraf via queries worden getoetst. Ook de volledigheid van de invoer is softwarematig te controleren. Wel is het noodzakelijk zeker te stellen dat de gebruikte software inhoudelijk deugdelijk is Technische kwaliteit In technisch opzicht biedt een digitale werkwijze goede aanknopingspunten waar het de volgende controles betreft: Zijn de noodzakelijke bouwstenen gebruikt en ingevuld? (achterliggende vraag: kunnen de benodigde afgeleide producten worden gemaakt?) Zijn de identificaties in elke bouwsteen uniek? Zijn de verplichte attributen van elke bouwsteen ingevuld? Zijn de (vooraf gedefinieerde) relaties naar andere bouwstenen van de dataset in orde? (m.a.w. zijn de bouwstenen van de database en het GIS goed koppelbaar?) VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 8

10 Het is noodzakelijk zeker te stellen dat de gebruikte software technisch deugdelijk is. Deze digitale controles komen als aanvulling op de visuele controles die in de huidige KNA (zonder nadere specificatie) worden voorgeschreven Praktijk van controleren Op twee manieren is de controle te realiseren: 1 Een computerspecialist (ondersteund door software) toetst digitaal de integriteit van de gegevensset en de archeoloog voert een inhoudelijke beoordeling uit via het beeldscherm. Dit kan zowel in de veldwerkfase als uitwerkingsfase, wat impliceert dat in elke digitale processtap de mogelijkheid tot (tussentijdse) controle moet worden gecreëerd. De bevindingen worden in een rapport opgenomen (zie volgende paragraaf). 2 De documentatie wordt eerst op papier afgedrukt, waarna de archeoloog een visuele controle verricht. De bevindingen worden op de hardcopy van de documentatie genoteerd, zoals dat in de huidige analoge werkwijze geschiedt Verslaglegging van controles Het bijhouden van uitgevoerde digitale controles, kan zowel analoog (lijst met te controleren punten afvinken) als digitaal (tabel bijhouden met overzicht gecontroleerde bestanden). In de verslaglegging van de controles zal moeten worden aangegeven welke actor welke data op welk moment heeft gecontroleerd. Bovendien worden ook de bevindingen van de controle weergegeven in de vorm van een uitdraai (document), op datum, met de lijsten met onjuiste codes, niet-koppelbare records en/of discrepanties tussen de ruimtelijke en beschrijvende gegevens. Deze vastlegging zou de aard van een formeel controlerapport kunnen krijgen, hoewel dit voor analoge controles nu niet wordt verlangd. 10 Aandachtspunten t.b.v. de nieuwe KNA Wil het voor een uitvoerder mogelijk worden om deels of volledig digitaal te werken, dan dienen naast het voorgestelde bouwstenenmodel diverse formuleringen van de huidige KNA aangepast te worden. Een nadere scan van de KNA is hiervoor wellicht nodig. Enkele aandachtspunten zijn hieronder alvast aangegeven. De KNA 2.2 spreekt regelmatig over fysieke producten (lijsten, formulieren, kaarten, tekeningen). Dat roept bij digitaal registreren een aantal vragen op. Lijsten en formulieren zouden ook in digitale vorm moeten kunnen bestaan en aldus gecontroleerd kunnen worden. Dat laatste zou dan niet meer kunnen geschieden door een paraaf op het papieren formulier of een paraaf op de papieren kaart. Moet er daarom op een bepaald moment een analoge weerslag zijn van de digitale registraties? En zo ja, wanneer en in welke vorm? Is het de analoge versie die wordt gecontroleerd, of de digitale? Moet dan een paraaf op het analoge (afgeleide) document worden gezet? Vermeden moet worden dat de KNA niet eenduidig formuleert of en op welk moment er een analoge weerslag zijn van digitale registraties (en eventueel controleresultaten) dient te zijn. Specifiek zouden de eisen aan de hardcopy van tekeningen moeten worden aangepast, indien het origineel digitaal is vervaardigd. Technische controle van digitale tekeningen kan digitaal geschieden, maar er is ook een visuele/inhoudelijke controle (op papier of vanaf het scherm) noodzakelijk. In de KNA moeten deze aandachtspunten nader worden bepaald. In de huidige KNA is onvoldoende voorzien in het deponeren van digitale gegevens. Mede-oorzaak daarvoor is het ontbreken van een digitaal data-archief en de beperkte voorzieningen bij de (provinciale) VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 9

11 depots hiervoor. Als digitaal werken wordt toegestaan, zou in de KNA ook voor de duurzame archivering een oplossing moeten worden gezocht. Wel kan in algemene zin worden gesteld dat een digitale dataset aan een aantal voorwaarden dient te voldoen, welke onder de noemer meta-informatie vallen: Er dient een toelichting van de structuur van de database/gis en eventuele gebruikte codes beschikbaar te zijn. Het moet duidelijk zijn hoe koppeling van de bestanden plaats vindt. Er dient een bestandenlijst te zijn waaruit blijkt uit welke bestanden de dataset bestaat. Bestandsformaten dienen te zijn aangegeven. Te overwegen valt om ook een weerslag van de controles bij te voegen, maar dit wordt voor analoge registraties niet gevraagd. Er zouden uitwisselingsformaten (op tabelniveau, bestandsnaam of opslagformaten) kunnen worden gedefinieerd. Digitale data zijn in de praktijk kwetsbaar, met name indien deze op een statische informatiedrager (bijvoorbeeld een CD-ROM) worden bewaard. Het verdient de voorkeur om data levend te bewaren, dus geplaatst op een netwerk dat actief wordt beheerd, met de software die nodig is om de data te kunnen lezen. Indien data worden bewaard op een statische informatiedrager, zou geëist moeten worden dat de houdbaarheid van de CD s of DVD s aantoonbaar minimaal 10 jaar bedraagt. 11 Conclusies Binnen de werkgroep KNA digitaal en het geraadpleegde werkveld leeft de overtuiging dat met dit bouwstenenmodel een praktisch uitvoerbare, generieke oplossing voor de digitale registratie van opgravingsgegevens is gevonden. Bij het schrijven van het advies, was het voor de schrijfgroep nog niet duidelijk welke vorm de nieuwe KNA (versie 3.0) gaat krijgen. Daarom kunnen slechts op hoofdlijnen de noodzakelijk geachte veranderingen worden aangegeven. De hier als voorbeeld uitgewerkte bouwstenen zullen in de praktijk waarschijnlijk veelvuldig worden gebruikt. Enerzijds voor het ontwerpen van formulieren, databases en GIS-toepassingen, anderzijds door de RIA als referentie voor de controle. Er dient dientengevolge de nodige zorg aan de volledige uitwerking van de bouwstenen te worden besteed. Zo moet er een heldere gebruiksinstructie komen, zodat misverstanden of misbruik tot een minimum kunnen worden beperkt. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 10

12 Bijlage: Bouwstenen 1 Bouwstenen: definitie, doel, opbouw en gebruik 1.1 Definitie en doel Een bouwsteen is gedefinieerd als een onderdeel van de documentatie van een opgraving. Het legt de (administratieve) resultaten vast van een specifiek (waarnemings)proces of een activiteit bij een opgraving. De bouwstenen zijn gedefinieerd om verschillende systemen van documentatie mogelijk te maken, bij: verschillende opgravingsmethodieken en vraagstellingen; verschillende (volgorde van) werkprocessen; verschillende inzet van technische hulpmiddelen. Dit principe kan het best worden geïllustreerd aan de hand van een concreet voorbeeld. De huidige KNA is gericht op analoge producten, zoals de sporenlijst (OS05). In de sporenlijst wordt een groot aantal kenmerken van grondsporen bijeen gebracht. Een deel van die kenmerken heeft betrekking op de identificatie van een grondspoor (put-vlak-spoor). Andere kenmerken gaan over de eigenschappen in het opgravingsvlak (vorm) of in de coupe (diepte) of worden bij de landmeetkundige hoogtemetingen vastgelegd. De huidige sporenlijst is een soort verzamelstaat waarin alle kenmerken bijeen worden gebracht. Afhankelijk van de opgravingsmethodiek, werkprocessen en/of de technische hulpmiddelen (hard- en software), kan die spoordocumentatie echter op verschillende manieren en op verschillende momenten worden vastgelegd. Sommige opgravingen gebruiken helemaal geen vlakken, andere couperen de sporen niet, maar leggen juist een serie vlakken aan, of meten de hoogte van de grondsporen niet apart in. De ene opgraver zal de terminologie laag en vak gebruiken, waar een ander liever spreekt van spoor en segment. De handelswijzen doen kwalitatief niet voor elkaar onder en zijn voorbeelden van good practice. Het bouwstenenmodel moet dergelijke verschillen in documentatie mogelijk maken. Bouwstenen kunnen flexibel, als ware het een modulair opgezet documentatiesysteem, worden in gezet voor een specifieke opgraving. De minimumeisen waaraan elke bouwsteen moet voldoen zijn in de KNA helder vastgelegd en controleerbaar. Bouwstenen kunnen zowel in een analoge als digitale vorm bestaan. 1.2 Opbouw De bouwstenen hebben een uniforme opbouw, die bestaat uit drie basiselementen, te weten: een unieke identificatie; inhoudelijke kenmerken; verwijzing(en) naar andere bouwstenen. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 11

13 De unieke identificatie dient om elke waarneming (grondspoor, vondst, foto, coupe) eenduidig te kunnen aanwijzen en terugvinden in de gegevensverzameling. Die identificatie mag uit één kenmerk bestaan, zoals het vondstnummer (enkelvoudige sleutel). Er mag ook gebruik worden gemaakt van meerdere kenmerken, die samen een unieke combinatie vormen, bijvoorbeeld put-vlak-spoor (samengestelde sleutel). Bij de inhoudelijke kenmerken staan die kenmerken genoemd, die door de KNA als minimaal verplicht worden aangemerkt voor de betreffende bouwsteen. Welke kenmerken dat precies zijn, is al grotendeels in de huidige KNA 2.2 vastgelegd. De KNA 3.0-begeleidingscommissies kunnen hierop aanvullingen en veranderingen aanbrengen. Voor specifieke kenmerken kan in de bouwstenen worden afgesproken dat er een verplichte manier van vastleggen (domein) wordt vereist. Als het voor de overdracht van de vondsten naar de provinciale depots belangrijk is dat voor het kenmerk vondst_categorie altijd de ABR-codelijst (of een andere gedocumenteerde afspraak) wordt gebruikt, kan dat hier worden vastgelegd. Voor alle kenmerken waarvoor geen vastgesteld domein geldt, moet uit een bijgevoegde meta-documentatie altijd blijken wat de gebruikte waarden en coderingen precies betekenen. Bij de verwijzingen wordt altijd een verwijzing naar het onderzoeksproject opgenomen, zodat voor elk deel van de documentatie (formulier, datatabel) direct duidelijk is bij welke opgraving het hoort. Dit kan heel eenvoudig door de vermelding van het CIS-nummer of de Site Identificatie Code in de bestandsnaam of op het formulier. Bij de verwijzingen wordt daarnaast, vrijwel altijd de identificatie(s) van de onderliggende bouwstenen (hoger in de hiërarchie) vermeld. Bijvoorbeeld: bij een bouwsteen spoor wordt hier aangegeven aan welk vlak het is gekoppeld; bij een bouwsteen vondst_veld staat hier vermeld uit welk spoor het afkomstig is; bij een bouwsteen vondst_verwerking kan vermeld zijn in welke doos het is opgeslagen. 1.3 Gebruik In de KNA wordt vastgelegd: Welke producten minimaal gerealiseerd moeten worden en welke bouwstenen daar minimaal aan ten grondslag moeten liggen. Welke inhoudelijke kenmerken minimaal verplicht moeten worden gedocumenteerd. Op welke wijze specifieke kenmerken moeten worden vastgelegd. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 12

14 Dit is afhankelijk van het opgravingstype, bijvoorbeeld: proefsleuvenonderzoek, een meervlaks sporenopgraving, een vakopgraving of een archeologische begeleiding. De onderbouwing voor de selectie van bouwstenen moet komen uit het PvE, (design & construct) ontwerp, offerte of draaiboek van een project. Daarin worden ook de relaties tussen de bouwstenen gedefinieerd. De KNA en in aanvulling daarop het PvE/ontwerp/offerte bepalen welke afgeleide producten er op welk moment in het proces moeten zijn. PvE/ontwerp/offerte specificeren of de producten een digitale of analoge vorm moeten hebben. Het ligt voor de hand dat de gangbare analoge producten (sporenlijst, vondstenlijst) hieruit kunnen worden afgeleid. Producteisen dienen afgestemd te zijn op de producten die het betreffende depot (uiteindelijk) verlangt. Het moet in ieder geval geen verplichting worden altijd alle bouwstenen te gebruiken. Ter verduidelijking zal een voorbeeld nader worden uitgewerkt, als concept van de wijze waarop dit in de KNA 3.0 gedefinieerd zou kunnen worden. Voorbeeld Als er grondsporen in het opgravingsvlak worden aangetroffen, zijn de volgende bouwstenen minimaal verplicht: Een beschrijving van de grondsporen in het leesbare opgravingsvlak (bouwsteen: spoor). Een geografische begrenzing van de grondsporen in het leesbare opgravingsvlak in landelijke of lokale coördinaten (bouwsteen: sporenkaart). Een beschrijving van de geologisch/bodemkundige matrix die de opvulling vormt van een grondspoor (bouwsteen: vulling). De samenhang met de andere grondsporen (bouwsteen: spoor_relaties). De bepaling van de NAP-hoogte van de bovenzijde van de grondsporen (bouwsteen: spoor_hoogte). Als de grondsporen gecoupeerd worden, dan zijn de volgende bouwstenen minimaal verplicht: Een beschrijving van het grondspoor in de verticale dwarsdoorsnede (bouwsteen: spoor_coupe). De geografische ligging van de coupe, als lijn met richtinghaken in landelijke of lokale coördinaten (bouwsteen: coupelijnenkaart). Eventueel zouden daar, zowel voor de beschrijving van het grondspoor in het vlak als in de coupe, andere bouwstenen aan kunnen worden toegevoegd. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verplicht stellen van documentatie over de toewijzing van de grondsporen aan structuren (bouwsteen: structuur), geografische ligging van de vullingen (bouwsteen: vullingenkaart), segmenten (bouwstenen: segment en segmentenkaart) of coupetekeningen (bouwstenen: coupetekening). De inhoud van de hierboven verplicht gestelde, bouwsteen spoor - voor de beschrijving van een grondspoor in het leesbare opgravingsvlak - zou er als volgt kunnen uitzien: VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 13

15 De manier waarop de identificatie wordt ingevuld, mag bij iedere opgraving opnieuw worden gekozen. Dat kan bijvoorbeeld, als de grondsporen per put telkens opnieuw worden genummerd, door middel van twee kenmerken: putnummer en spoornummer. Indien voor de identificatie een automatisch door de gebruikte software gegeneerd uniek volgnummer wordt gebruikt, is echter verplicht dat er ook een voor archeologen leesbaar spoornummer, als derde inhoudelijke kenmerk, wordt vastgelegd. In dit voorbeeld is in de KNA vastgelegd dat er minimaal twee kenmerken moeten worden gedocumenteerd, te weten: een tekstuele beschrijving van de vorm van het grondspoor in het vlak (vorm_vlak) en een classificatie van het grondspoor (spoor_type) in de termen van het ABR (paalgat, kuil, greppel). Bij de verwijzing wordt aangegeven dat de grondsporen onderdeel uit maken van een werkput en/of een specifiek opgravingsvlak. Hier zullen dus veelal de unieke identificatie van de bouwstenen put en/of vlak staan. Deze generieke opzet van de bouwsteen moet een flexibele opgravingsdocumentatie, in analoge en/of digitale vorm, mogelijk maken. Op basis van bovenstaande bouwsteenbeschrijving kan voor een specifieke opgraving een formulier worden samengesteld of een database tabel worden ontworpen, die voldoet aan de minimale eisen van de KNA. Ook een GIS-structuur wordt op deze wijze omschreven. Stel, bij een specifieke opgraving is gekozen om als volgt te werk te gaan: er is altijd slechts één opgravingsvlak en de grondsporen worden per put opnieuw genummerd. De combinatie van putnummer en spoornummer is uniek. Het (nummer van het) opgravingsvlak wordt niet apart gedocumenteerd, maar als een soort default waarde (vlaknummer = 1) in de meta-documentatie omschreven. Op basis van de bovenstaande KNA-eisen aan de bouwsteen spoor, worden daarom op het veldformulier en/of in de sporentabel opgenomen: putnummer spoornummer vorm_vlak spoor_type als onderdeel van de (samengestelde) identificatie en als verwijzing (dit spoor ligt in put...) als onderdeel van de (samengestelde) identificatie Deze tabel is, verwijzend naar het project, onderdeel van de database POL97_velddocumentatie.mdb. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 14

16 De andere verplichte bouwstenen, zoals de spoorrelaties, zijn apart gedefinieerd. Ze zijn enerzijds het resultaat van een apart (waarnemings)proces en anderzijds kunnen er voor één grondspoor meer dan één relatie met andere grondsporen gelden. De spoorrelaties mogen op hetzelfde spoorformulier worden opgenomen, maar zullen, in de digitale vorm, veelal in een aparte tabel worden geregistreerd. Bouwstenen kunnen zelfstandige onderdelen van de opgravingsdocumentatie vormen, maar kunnen, in veel gevallen, ook als kenmerken van de onderliggende bouwsteen worden vastgelegd. De spoor_hoogte is een aparte bouwsteen (apart proces), maar mag als een variabele in de analoge sporentabel worden vastgelegd. Bouwstenen kunnen ook worden samengevoegd, mits verplichte kenmerken van beide worden geïntegreerd. Zo zal bij veel opgravingen de vondst- en monsteradministratie in het veld in één formulier zijn verenigd en de tekeningenlijst zowel de coupe- als vlaktekeningen beschrijven. Bij het gebruik van een Geografisch Informatie Systeem zullen bijvoorbeeld de grondsporen(lijst) en de grondsporenkaart ook één onlosmakelijk onderdeel van de administratie vormen. 2 Gedocumenteerd bouwwerk (meta-documentatie) Per opgraving wordt het nu mogelijk om op een andere manier de opgravingsgegevens te documenteren. Dit biedt flexibiliteit, maar tevens de verplichting om heel goed te documenteren welke bouwstenen zijn gebruikt, op welke manier en in welke volgorde. Door de stapeling van de bouwstenen wordt als het ware vastgelegd hoe het documentatie-bouwwerk er uit ziet bij deze specifieke opgraving. In het voorgaande voorbeeld zijn er twee bouwstenen (put en spoor) gebruikt. Nemen we aan, dat de grondsporen worden gecoupeerd, de vulling beschreven en er hoogtemetingen plaatsvinden, dan bestaat het bouwwerk uit 5 bouwstenen. Voor iedere bouwsteen is in de KNA gedefinieerd wat de minimale eisen zijn en door de stapeling van de bouwstenen is duidelijk dat de sporen onderdeel uit maken van een put en de vullingen onderdeel zijn van een spoor. Er zijn geen vlakken, segmenten, vakken of lagen gebruikt bij deze opgraving. Het voorstel is om in het ontwerp voor een opgraving - hetzij in het PvE, hetzij door de uitvoerende partij - dit documentatiebouwwerk te vast te leggen. In het ontwerp kunnen tevens worden vastgelegd: of de bouwstenen analoog en/of digitaal vormgegeven worden; hoe bouwstenen technisch toegepast worden; welke bouwstenen samengevoegd zijn (variabele van; in één werkproces); welke aanvullende eisen er gelden ten aanzien van de inhoudelijke kenmerken, zoals additionele variabelen of specifieke codering (domein). VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 15

17 In de contractbesprekingen tussen opdrachtgever, adviesbureau en uitvoerder kunnen de bouwstenen als een soort handvat worden gebruikt om specifieke onderdelen van de werkwijze en documentatie te bespreken. Zowel voor de minimale, KNA-conforme documentatie als voor specifieke invulling en de aanvullingen geldt, dat de bruikbaarheid van de opgravingsdocumentatie valt of staat met goede meta-documentatie. Die beschrijving van de documentatie moet zodanig expliciet worden gemaakt, dat andere archeologen zonder tussenkomst van de oorspronkelijke samenstellers de gegevens kunnen begrijpen en hergebruiken. De beschikbaarheid van goede meta-data vormt de cruciale randvoorwaarde voor een flexibel documentatiesysteem. 3 Bouwstenen en producten In de huidige KNA ligt de nadruk op de analoge producten (lijsten, veldtekeningen) als resultaten van het waarnemingsproces. Vanuit de bouwstenensystematiek kan, als daar de wens of noodzaak toe bestaat, een nu gangbaar product als de sporenlijst of vlaktekening worden samengesteld. Uit de afzonderlijke, hierboven afgebeelde, bouwstenen kan bijvoorbeeld de sporenlijst (OS05) worden samengesteld, uitgeprint en gedeponeerd bij een provinciaal depot. Er zouden ook geheel andere, nieuwe producten kunnen worden gedefinieerd. Alle hoogtemetingen van de sporen, vlakken, vondsten en monsters zouden heel goed samengebracht kunnen worden in één (digitale) hoogtematenlijst. De controle door het RIA zal zich dan ook niet meer op de producten kunnen richten, maar men zal moeten gaan toetsen: of en hoe de minimale eisen voor de bouwstenen zijn toegepast; door wie, hoe en wanneer de (kwaliteits)controles op de inhoud van de bouwstenen hebben plaatsgevonden. 4 Overzicht van bouwstenen Als bijlage aan deze adviesrapportage is een concept uitwerking bijgevoegd van de meest gangbare bouwstenen die voor de velddocumentatie gebruikt zouden kunnen worden. De inhoud van de bouwstenen is afgeleid van de huidige KNA 2.2, maar zal nader moeten worden gedefinieerd in de begeleidingscommissies van de KNA 3.0. Ook kunnen er nog bouwstenen worden toegevoegd, bijvoorbeeld als blijkt dat voor stadskernonderzoek één of twee specifieke bouwstenen nodig zijn. Ook voor de uitwerking en materiaalanalyses zou een vergelijkbaar, flexibel bouwstenenmodel kunnen worden ontworpen. Lijst van producten die niet als bouwstenen zijn uitgewerkt, omdat ze veelal een tekstueel karakter hebben: PvE. draaiboek. dagrapporten. dagstaten. weekrapporten. meetrapport. Archis onderzoeks- en vondstmelding. VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 16

18 projectformulier. puttenplan en terreininrichting. controlerapport. meta-documentatie. correspondentie. Lijst van de (voorlopig) onderscheiden bouwstenen Alle bouwstenen die eindigen op -kaart zijn geografische elementen, die binnen een CAD of GIS zijn vastgelegd. De overige bouwstenen zijn beschrijvende lijsten, die als tabellen onderdeel van de opgravingsdatabase kunnen zijn. Alle genoemde lijsten en kaarten kunnen ook uitsluitend analoog worden vastgelegd. Bouwsteen grondslagpunt grondslagpuntenkaart put puttenkaart vlak vlakkenkaart referentie_punten vlak_hoogte vlak_hoogtekaart profiel profielenkaart spoor sporenkaart spoor_coupe spoor_hoogte spoor_relaties spoor_structuur coupe coupelijnenkaart coupetekening laag lagenkaart vak vakkenkaart vak_hoogte vulling vullingenkaart Omschrijving Lijst met grondslagpunten die de basis vormen van het meetsysteem Geografische ligging van de grondslagpunten Lijst van aangelegde werkputten Geografische begrenzing van de werkputten Lijst van de aangelegde opgravingsvlakken Geografische begrenzing van de aangelegde vlakken Lijst met referentie punten die de omzetting tussen een lokaal en het landelijke coördinaatstelsel mogelijk maken Lijst met hoogtemetingen van het aangelegde vlak Geografische ligging van de hoogtemetingen op het vlak Lijst met aangelegde en getekende profielen Geografische ligging van de profielen Lijst met beschrijving van de grondsporen Geografische begrenzing van de grondsporen Lijst met beschrijving van de grondsporen in de coupe Lijst met de hoogtemetingen waaruit de hoogte van het grondspoor kan worden afgeleid Lijst met de spoorrelaties Lijst met de op basis van de grondsporen onderscheiden structuren Lijst met aangelegde coupes Geografische ligging van de coupes Grafische presentatie van de interpretatie van de vertikale opbouw van sporen. Lijst met de beschrijving van de onderscheiden lagen Geografische begrenzing van de lagen Lijst met de beschrijving van de arbitraire verzameleenheden Geografische begrenzing van de vakken Lijst met hoogtemetingen waaruit de hoogte van een vak kan worden afgeleid Lijst met de beschrijving van de vulling van grondspoor of laag Geografische begrenzing van de vullingen VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 17

19 segment segmentenkaart insluitsels punt_locatie punt_locatiekaart vondst_veld monster_veld vondst_verwerking monster_verwerking foto foto_onderwerp tekening tekening_onderwerp doos doos_inhoud digitale_media digitale_media_inhoud Lijst met de beschrijving van de segmenten binnen een grondspoor Geografische begrenzing van de segmenten Lijst met de beschrijving van de insluitsels van een vulling Lijst met X- en Y-coördinaten van puntvondsten en monsters Geografische ligging van de punt_locaties Lijst met de beschrijving van de context van de vondsten in het veld Lijst met de beschrijving van de monsternames in het veld Lijst met de beschrijving van de vondsten na het wassen, zeven en sorteren Lijst met beschrijving van de monsters na de eerste bewerking (Inventaris)lijst van de gemaakte beeldopnames Lijst met de beschrijving van het onderwerp op de beeldopnames (Inventaris)lijst met de beschrijving van de analoge tekenbladen Lijst met de beschrijving van de op de tekeningen afgebeelde onderwerpen Lijst met de beschrijving van de dozen waarin de vondsten en monsters (tijdelijk) zijn opgeslagen Lijst met vondsten en monsters die in de doos zijn opgeslagen Lijst met de beschrijving van de digitale opslagmedia Lijst met de beschrijving van de bestanden die op de digitale media staan VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie 18

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Groningenweg 10, Postbus 420, 2800 AK, Gouda tel 085-4862450, www.sikb.nl

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Groningenweg 10, Postbus 420, 2800 AK, Gouda tel 085-4862450, www.sikb.nl BIJLAGE I BOUWSTENEN Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Bouwstenen 3 Overzicht bouwstenen 4 Meta-informatie 5 Interne en externe kwaliteitscontrole 6 Voorbeelden voor het gebruik van bouwstenen 7 Specificatie

Nadere informatie

Van bergen afval naar gouden bergen Deel 2: een archeologisch uitwisselingsprotocol

Van bergen afval naar gouden bergen Deel 2: een archeologisch uitwisselingsprotocol Van bergen afval naar gouden bergen Deel 2: een archeologisch uitwisselingsprotocol Chris Sueur - Vestigia BV, Archeologie en cultuurhistorie i.s.m. Milco Wansleeben - RUL/E-depot Philip Verhagen - ACVU/HBS

Nadere informatie

Evaluatierapport Bouwstenen KNA 3.0. T.D. Hamburg. Archol

Evaluatierapport Bouwstenen KNA 3.0. T.D. Hamburg. Archol Evaluatierapport Bouwstenen KNA 3.0 T.D. Hamburg Archol 68 Evaluatierapport test bouwstenen KNA 3.0 Archeologisch Onderzoek Leiden bv (Archol) Colofon Archol Rapport 68 Evaluatierapport test bouwstenen

Nadere informatie

KWALITEITSNORM NEDERLANDSE ARCHEOLOGIE 2005

KWALITEITSNORM NEDERLANDSE ARCHEOLOGIE 2005 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 2.2 februari 2005 CVAK KNA 2.2 HOOFDSTUK 0: INHOUDSOPGAVE PAGINA 2 VAN 6 HOOFDSTUK 0. INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1. TOELICHTING Normen en Richtlijnen Kwaliteitseisen

Nadere informatie

Specialistisch Onderzoek

Specialistisch Onderzoek Protocol 4006 isch Onderzoek Dit protocol maakt onderdeel uit van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie. Deze Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3), is op 09-12-2013 vastgesteld

Nadere informatie

Kennis- en discussiebijeenkomst Deponeren 1 juli 2010 te Amersfoort.

Kennis- en discussiebijeenkomst Deponeren 1 juli 2010 te Amersfoort. Kennis- en discussiebijeenkomst Deponeren 1 juli 2010 te Amersfoort. Op 1 juli 2010 is het tussenresultaat van het werk van de diverse begeleidingscommissies en werkgroepen gepresenteerd aan het archeologische

Nadere informatie

CHECKLIST. vooronderzoek. Omdat ook voor archeologische opgravingen een PvE verplicht is, is

CHECKLIST. vooronderzoek. Omdat ook voor archeologische opgravingen een PvE verplicht is, is ARCHEOLOGIE CHECKLIST Programma van Eisen (PvE) Toelichting De handreikingen en checklists richten zich in eerste instantie op het archeologisch vooronderzoek. Omdat ook voor archeologische opgravingen

Nadere informatie

Depotbeheer. Protocol 4010

Depotbeheer. Protocol 4010 Protocol 4010 Depotbeheer Dit protocol maakt onderdeel uit van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie. Deze Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.2), is op 01-03-2010 vastgesteld door

Nadere informatie

Het digitaal samenstellen en uniformeren van projectdocumentatie.

Het digitaal samenstellen en uniformeren van projectdocumentatie. Het digitaal samenstellen en uniformeren van projectdocumentatie. As-Built Documentatie digitaal op orde Als uw bedrijf actief is in de Marine, Off-Shore, energie of chemische industrie, dan heeft u voor

Nadere informatie

Archeologische Begeleiding

Archeologische Begeleiding Protocol 4007 Archeologische Begeleiding Dit protocol maakt onderdeel uit van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie. Deze Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3), is op 09-12-2013

Nadere informatie

Digitaal werken in de archeologie

Digitaal werken in de archeologie Digitaal werken in de archeologie Bestaat de analoge archeoloog nog? Nagenoeg de hele projectdocumentatie van archeologische onderzoeken is tegenwoordig digitaal. Voor bedrijven en overheden zijn nieuwe

Nadere informatie

Certificering op basis van de nieuwe Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Esther Wieringa

Certificering op basis van de nieuwe Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Esther Wieringa Certificering op basis van de nieuwe Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Esther Wieringa Wat is certificering op basis van de Beoordelingsrichtlijn (BRL) archeologie? Toelichting op de herziene

Nadere informatie

Beheer en onderhoud GPH

Beheer en onderhoud GPH Beheer en onderhoud GPH Afkomstig van: Sandra van Beek-Jacobs Versie: 1.0 Datum: 25-7-2014 Inhoudsopgave 1. Documenthistorie 3 2. Inleiding 4 2.1 Opbouw document 4 2.2 Doel document 4 2.3 Beheer van het

Nadere informatie

Opgraving Hengelo Winkelskamp Grafveld

Opgraving Hengelo Winkelskamp Grafveld 2015 Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol) Postbus 9515 2300 RA Leiden (071) 527 33 13 www.archol.nl Opgraving Hengelo Winkelskamp Grafveld Voorlopig evaluatierapport, Archol BV Opgraving Hengelo Winkelskamp

Nadere informatie

CORA 1.0 Bedrijfs- en ICT-referentiearchitectuur voor woningcorporaties

CORA 1.0 Bedrijfs- en ICT-referentiearchitectuur voor woningcorporaties CORA 1.0 Bedrijfs- en ICT-referentiearchitectuur voor woningcorporaties Hoe zorgen we ervoor dat we nieuwe diensten en producten soepel in onze bedrijfsvoering op kunnen nemen? Hoe geven we betere invulling

Nadere informatie

Mevr. M. Burger,

Mevr. M. Burger, Plan van Aanpak Paraaf bevoegd gezag: opsteller: JP Bakx datum: 25-09-2017 Mevr. M. Burger, 25-09-2017 Inleiding In dit Plan van Aanpak worden de uitgangspunten en werkzaamheden beschreven voor het uitvoeren

Nadere informatie

Handleiding Nederlandse Besteksystematiek

Handleiding Nederlandse Besteksystematiek Handleiding Nederlandse Besteksystematiek Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 NBS... 3 1.2 De NBS Catalogus... 3 2 Bestek, algemeen... 4 2.1 Het bestek... 4 2.2 De beschrijving van het werk... 4 2.3 De

Nadere informatie

Context Informatiestandaarden

Context Informatiestandaarden Context Informatiestandaarden Inleiding Om zorgverleners in staat te stellen om volgens een kwaliteitsstandaard te werken moeten proces, organisatie en ondersteunende middelen daarop aansluiten. Voor ICT-systemen

Nadere informatie

Eisen aan aanlevering van vondsten en documentatie aan Erfgoed Leiden en Omstreken 2017, A.H. Grimme

Eisen aan aanlevering van vondsten en documentatie aan Erfgoed Leiden en Omstreken 2017, A.H. Grimme Eisen aan aanlevering van vondsten en documentatie aan Erfgoed Leiden en Omstreken 2017, A.H. Grimme Erfgoed Leiden en Omstreken Depotbeheerder: Mw. A. H. Grimme werktijden: maandag, dinsdag, donderdag,

Nadere informatie

CHECKLIST. Beoordeling standaard rapport IVO-waarderend

CHECKLIST. Beoordeling standaard rapport IVO-waarderend ARCHEOLOGIE CHECKLIST Beoordeling standaard rapport IVO-waarderend Algemene punten 1. Het IVO-waarderend (voorzover proefsleuven- of booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt

Nadere informatie

Rapportage workfl ow

Rapportage workfl ow Rapportage workflow Rapportage registratie workflow C.G.A.M Wessels Introductie Workflow management (WFM) staat voor de automatisering van bedrijfsprocessen en werkstromen (regels, procedures en processen)

Nadere informatie

Deponeren en harmoniseren van aanleveringeisen

Deponeren en harmoniseren van aanleveringeisen Deponeren en harmoniseren van aanleveringeisen Ronald Louer Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant 29 september 2009 Het Depot Van Dale: de pot [deepoo] het, de depot (mannelijk), de depots, het

Nadere informatie

MINOX Urenadministratie

MINOX Urenadministratie MINOX Urenadministratie 2 Introductie Vanaf 1983 houdt MINOX Software zich bezig met het ontwikkelen van administratieve software voor accountants- en administratiekantoren en voor het Midden- en Kleinbedrijf.

Nadere informatie

Persoonlijk Actieplan (PAP)

Persoonlijk Actieplan (PAP) B 1.4 Persoonlijk Actieplan (PAP) Stagiair(e) Opleiding Bedrijf Praktijkopleider Stagedocent Nick Albregtse Interactief Vormgeven (IV) Kees Internetbureau Michiel Snijder Jan Verduijn Datum 26 09 2013

Nadere informatie

WET DBA & MODELOVEREENKOMSTEN ROBERT WALTERS Mei 2016 Page 1

WET DBA & MODELOVEREENKOMSTEN ROBERT WALTERS Mei 2016 Page 1 Page 1 Page 2 Per 1 mei 2016 verdwijnt de VAR en treedt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) in werking. Wat betekent dit voor u als inhuurder van interim-professionals? En hoe kunt

Nadere informatie

Plan van aanpak voor een tussentijdse evaluatie beleidsplan Sociaal Domein

Plan van aanpak voor een tussentijdse evaluatie beleidsplan Sociaal Domein Plan van aanpak voor een tussentijdse evaluatie beleidsplan Sociaal Domein Gemeente Bronckhorst, 23 augustus 2016 1. Aanleiding We willen het beleidsplan Sociaal Domein 2015-2018 gemeente Bronckhorst tussentijds

Nadere informatie

Begrippen Uitwerking van een selectie van een aantal begrippen, behorend bij de Bouwstenen voor het medicatieproces.

Begrippen Uitwerking van een selectie van een aantal begrippen, behorend bij de Bouwstenen voor het medicatieproces. Begrippen Uitwerking van een selectie van een aantal begrippen, behorend bij de Bouwstenen voor het medicatieproces. Historie van de begrippen In 2013 is door de Werkgroep Begrippen 1 een set van begrippen

Nadere informatie

LEERDOELEN MEDIAVORMGEVER 4

LEERDOELEN MEDIAVORMGEVER 4 LEERDOELEN MEDIAVORMGEVER 4 Tijdens elke BPV periode werk je aan 5 leerdoelen. 3 leerdoelen kies je uit een lijst met bestaande doelen die in het onderstaande kwalificatiedossier van Mediavormgever staan.

Nadere informatie

Registratie Data Verslaglegging

Registratie Data Verslaglegging Registratie Data Verslaglegging Registratie Controleren en corrigeren Carerix helpt organisaties in het proces van recruitment en detachering. De applicatie voorziet op een eenvoudige wijze in de registratie

Nadere informatie

Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport

Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Gemeente Haarlem Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Om archeologisch erfgoed te beschermen, kan bij een vergunningsaanvraag een waardestellend

Nadere informatie

Praktijkinstructie Oriëntatie op de informatie-analyse 4 (CIN08.4/CREBO:50131)

Praktijkinstructie Oriëntatie op de informatie-analyse 4 (CIN08.4/CREBO:50131) instructie Oriëntatie op de informatie-analyse 4 (CIN08.4/CREBO:50131) pi.cin08.4.v2 ECABO, 1 september 2003 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen

Nadere informatie

Plan van Aanpak Operationaliseren kwaliteitssysteem Nederlandse archeologie

Plan van Aanpak Operationaliseren kwaliteitssysteem Nederlandse archeologie Plan van Aanpak Operationaliseren kwaliteitssysteem Nederlandse archeologie Besproken in het CCvD van 2 juni 2014 Versie 1.0 definitief 17072014 EW/WdK 1 Schema 1 Het PvA in de vorm van een schema op hoofdlijnen

Nadere informatie

Project Fasering Documentatie Applicatie Ontwikkelaar

Project Fasering Documentatie Applicatie Ontwikkelaar Project Fasering Documentatie Applicatie Ontwikkelaar Auteurs: Erik Seldenthuis Aminah Balfaqih Datum: 31 Januari 2011 Kerntaak 1 Ontwerpen van applicaties De volgordelijke plaats van de documenten binnen

Nadere informatie

CHECKLIST. 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning

CHECKLIST. 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning ARCHEOLOGIE CHECKLIST Beoordeling standaard rapport IVO-verkennend Algemene vragen 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning

Nadere informatie

Plan van aanpak om te komen tot best-practic e-factureren via e-mail of webservices.

Plan van aanpak om te komen tot best-practic e-factureren via e-mail of webservices. Plan van aanpak om te komen tot best-practic e-factureren via e-mail of webservices. Versie 0.1 datum: 2012.02.27 door:jelle Attema Versie 0.2 datum: 2012.03.08 door: Jelle Attema Achtergrond. Elektronisch

Nadere informatie

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012)

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) -1- Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) 1 Aanleiding voor het project Arbeidsparticipatie is een belangrijk onderwerp voor mensen met een chronische ziekte of functiebeperking

Nadere informatie

Conclusies en aanbevelingen van de. quick scan informatie- en archiefbeheer bij. afdeling X

Conclusies en aanbevelingen van de. quick scan informatie- en archiefbeheer bij. afdeling X Conclusies en aanbevelingen van de quick scan informatie- en archiefbeheer bij afdeling X Datum quick scan : 10 mei 2011 Medewerker : de heer Y Ingevuld samen met archiefinspecteur : Ja Diagnose en aanbevelingen

Nadere informatie

Bewaren van digitale informatie: hoe kom je tot een goede beslissing?

Bewaren van digitale informatie: hoe kom je tot een goede beslissing? Bewaren van digitale informatie: hoe kom je tot een goede beslissing? Hans Hofman Nationaal Archief Netherlands NCDD Planets dag Den Haag, 14 december 2009 Overzicht Wat is het probleem? Wat is er nodig?

Nadere informatie

Resultaten gesprekssessie 1 Elektronische Productinformatie

Resultaten gesprekssessie 1 Elektronische Productinformatie Resultaten gesprekssessie 1 Elektronische Productinformatie De gesprekssessie werd geopend met een korte inleiding over het onderwerp Elektronische productinformatie. Hierin werd onder andere geïllustreerd

Nadere informatie

Inleiding. Record. Specificatie ToPX 2.1

Inleiding. Record. Specificatie ToPX 2.1 Prins Willem-Alexanderhof 20 2595 BE Den Haag T +31-70-331 5400 www.nationaalarchief.nl Contact W. van der Reijden Recordkeeping adviseur T +31 6 55 26 79 52 wout.van.der.reijden@nationaal archief.nl Specificatie

Nadere informatie

Checklist eisen aan certificerende instellingen in NTA 8058

Checklist eisen aan certificerende instellingen in NTA 8058 Checklist eisen aan certificerende instellingen in NTA 8058 Par NTA 8058 Eis NTA 8058 Aard van de zelfverklaring Aard van onderliggende bewijsmateriaal 7.2 De certificerende instelling mag geen commercieel,

Nadere informatie

Praktijkinstructie Tekstverwerking 1 (CSE12.1/CREBO:53139)

Praktijkinstructie Tekstverwerking 1 (CSE12.1/CREBO:53139) instructie Tekstverwerking 1 (CSE12.1/CREBO:53139) pi.cse12.1.v2 ECABO, 1 september 2003 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd

Nadere informatie

Programma van Eisen. 3880 AK PUTTEN T (0341) 359 732 E [email protected]. Naam, adres, telefoon, e-mail datum paraaf. Regio Noord-Veluwe

Programma van Eisen. 3880 AK PUTTEN T (0341) 359 732 E mstruijs@putten.nl. Naam, adres, telefoon, e-mail datum paraaf. Regio Noord-Veluwe Programma van Eisen Locatie Putten, Hoge Einderweg 19 Projectnaam Hoge Einderweg 19 Plaats binnen archeologisch proces 0 Archeologische begeleiding (AB) onder het protocol opgraven Opsteller Naam, adres,

Nadere informatie

LEERDOELEN RUIMTELIJKE VORMGEVING

LEERDOELEN RUIMTELIJKE VORMGEVING LEERDOELEN RUIMTELIJKE VORMGEVING Tijdens Tijdens elke elke BPV BPV periode periode werk werk je je aan aan 6 5.. 4 Minstens 3 kies je uit kies een je lijst uit met een bestaande lijst met bestaande doelen

Nadere informatie

BIJLAGE IIwb EISEN AAN ACTOREN KNA WATERBODEMS

BIJLAGE IIwb EISEN AAN ACTOREN KNA WATERBODEMS BIJLAGE IIwb EISEN AAN ACTOREN KNA WATERBODEMS Toelichting In de protocollen BureauonderzoekO, IVO en Opgraven van de KNA is op het niveau van de procestappen en het benoemen van een actor waar mogelijk

Nadere informatie

Richtlijn 4401 Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot informatietechnologie

Richtlijn 4401 Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot informatietechnologie Richtlijn 4401 Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot informatietechnologie Inleiding 1-3 Doel van de opdracht tot het verrichten van overeengekomen

Nadere informatie

Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek

Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek Raadsvergadering, 22 april 2008 Voorstel aan de Raad Nr: 228 Agendapunt: 6 Datum: 9 april 2008 Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek Onderdeel raadsprogramma:

Nadere informatie

PLAN VAN AANPAK. Pagina 1 van 7 LOCATIE. Knegsel, gemeente Eersel PROJECT

PLAN VAN AANPAK. Pagina 1 van 7 LOCATIE. Knegsel, gemeente Eersel PROJECT Pagina 1 van 7 PLAN VAN AANPAK LOCATIE Knegsel, gemeente Eersel PROJECT Bomen fietspad Knegsel-Steensel PLAATS BINNEN ARCHEOLOGISCH PROCES Archeologische begeleiding OPSTELLER Naam, adres, telefoon, e-mail

Nadere informatie

CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN

CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN Onderzoek naar cultuurhistorische structuren, landschappen en panden Aansluitend op Belvedere- (Behoud door ontwikkeling) en het MoMo-beleid (Modernisering

Nadere informatie

Hoofdlijnen van beleid management onderzoeksdata Universiteit voor Humanistiek

Hoofdlijnen van beleid management onderzoeksdata Universiteit voor Humanistiek 1 november 2016 Hoofdlijnen van beleid management onderzoeksdata Universiteit voor Humanistiek Preambule In deze notitie wordt op hoofdlijnen vastgelegd hoe onderzoeksdata moet worden beheerd. Het is van

Nadere informatie

Programma van Eisen kwaliteitshandboek Natuurbeheer

Programma van Eisen kwaliteitshandboek Natuurbeheer Programma van Eisen kwaliteitshandboek Natuurbeheer In dit Programma van Eisen geeft de subsidiegever (in dit geval de provincie) aan, aan welke eisen een beheerder moet voldoen om voor certificering in

Nadere informatie

Advies - Algemeen concept_software

Advies - Algemeen concept_software Met de invoering van de WFT is het advies van met name complexe producten niet meer hetzelfde. Aan de ene kant stelt de WFT dat het noodzakelijk is dat de adviseur een klantprofiel opstelt. Maar aan de

Nadere informatie

Offerte / Gemeente Breda / Versie 2.0

Offerte / Gemeente Breda / Versie 2.0 Gemeente Breda t.a.v. mevrouw J de Bruijn Postbus 90156 4800 RH BREDA Breda, 9 juli 2007 Betreft : Referentie: Offerte ontwerpfase websites GemeenteBreda002 Geachte mevrouw De Bruijn, Met plezier sturen

Nadere informatie

Archol bv. Ivo van Wijk. Voorlopig verslag Archeologische Opgraving Plangebied Joannes Riviusstraat te Elsloo, gemeente Stein

Archol bv. Ivo van Wijk. Voorlopig verslag Archeologische Opgraving Plangebied Joannes Riviusstraat te Elsloo, gemeente Stein 2012 Archol bv Ivo van Wijk Voorlopig verslag Archeologische Opgraving Plangebied Joannes Riviusstraat te Elsloo, gemeente Stein Voorlopig verslag Archeologische Opgraving Plangebied Joannes Riviusstraat

Nadere informatie

Startnota Gebruikersoverleg Functiegebouw Rijk

Startnota Gebruikersoverleg Functiegebouw Rijk Startnota Gebruikersoverleg Functiegebouw Rijk Versie 1.0 Datum 23 november 2012 Status Besproken in het GO-FGR op 22 november 2012 Aangepast 23 september 2014 (werkwijze) Inhoud Inleiding 1 Doel, Reikwijdte

Nadere informatie

Formulier Datamanagementplan

Formulier Datamanagementplan Formulier Datamanagementplan NWO is in 2015 gestart met een pilot Datamanagement. Tijdens deze pilot vraagt NWO onderzoekers met toegekende onderzoeksprojecten onderstaand datamanagementplan in te dienen.

Nadere informatie

Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit neemt of de vergunning verleent.

Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit neemt of de vergunning verleent. Archeologische Monumentenzorg stapsgewijs Proces Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Het opsporen en waarderen van archeologische vindplaatsen in het kader van ruimtelijke ingrepen vindt plaats in stappen.

Nadere informatie

Wat is er anders na 1 januari 2016?

Wat is er anders na 1 januari 2016? Wat is er anders na 1 januari 2016? Archeologie in de erfgoedwet (en omgevingswet) Joost Kuggeleijn (OCW, E&K) Marjolein Verschuur (OCW, RCE) SIKB velddag, 24 september 2015 Inhoud presentatie Wat staat

Nadere informatie

Haarlemse Richtlijnen. Aanvullende specificaties voor archeologisch onderzoek in de gemeente Haarlem

Haarlemse Richtlijnen. Aanvullende specificaties voor archeologisch onderzoek in de gemeente Haarlem Haarlemse Richtlijnen Aanvullende specificaties voor archeologisch onderzoek in de gemeente Haarlem Haarlemse Richtlijnen Aanvullende specificaties ten behoeve van archeologisch onderzoek in de gemeente

Nadere informatie

CHECKLIST. en Wetenschap aan instellingen die hebben aangetoond bekwaam te zijn tot het doen van

CHECKLIST. en Wetenschap aan instellingen die hebben aangetoond bekwaam te zijn tot het doen van ARCHEOLOGIE CHECKLIST Beoordeling standaard rapport IVO-karterend Algemene vragen 1. Het IVO-karterend (voorzover booronderzoek en proefsleuven) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt

Nadere informatie

Notitie Externe audits t.b.v. openbare reactieronde BRL en KNA Archeologie

Notitie Externe audits t.b.v. openbare reactieronde BRL en KNA Archeologie Notitie Externe audits t.b.v. openbare reactieronde BRL en KNA Archeologie Datum : 22-06-2015 Kenmerk : PRJ235 Inleiding In de voorgenomen BRL SIKB 4000 Archeologie is een belangrijke plaats ingeruimd

Nadere informatie

Rekeningcommissie. : Middelen/ Evaluatie werkzaamheden accountant met betrekking tot Griffier van Provinciale Staten, namens deze,

Rekeningcommissie. : Middelen/ Evaluatie werkzaamheden accountant met betrekking tot Griffier van Provinciale Staten, namens deze, Griffie Rekeningcommissie Datum commissievergadering : - DIS-stuknummer : 1564451 Behandelend ambtenaar : N.J. Sluiter Directie/bureau : Middelen/ Nummer commissiestuk : RC-0170 Datum : 21 juli 2009 Bijlagen

Nadere informatie

Projectmanagement 2.0

Projectmanagement 2.0 Projectmanagement 2.0 Inleiding In ieder bedrijf waar in projecten wordt gewerkt liggen scopechanges op de loer. Zo ook bij het CrossOverteam Projectmanagement 2.0. De eerste dag van het project is gelijk

Nadere informatie

Het Provinciaal Depot Beheer Systeem (PDBS) Wat willen wij (de provincies) ermee? Stephan Weiß-König

Het Provinciaal Depot Beheer Systeem (PDBS) Wat willen wij (de provincies) ermee? Stephan Weiß-König Het Provinciaal Depot Beheer Systeem (PDBS) Wat willen wij (de provincies) ermee? Stephan Weiß-König Erfgoedwet 5.3. Depots voor vondsten bij het verrichten van opgravingen Artikel 5.8. In stand houden

Nadere informatie

Registratie Data Verslaglegging

Registratie Data Verslaglegging Sjablonen Websupport Registratie Data Verslaglegging Websites Inrichtingen Video solutions Rapportages Consultancy Imports Helpdesk Exports Full Service Dashboards Registratie Koppelen en controleren De

Nadere informatie

Een declaratie aanmaken

Een declaratie aanmaken Een declaratie aanmaken U kunt in Kleos drie verschillende soorten declaraties aanmaken: 1. een declaratie voor een dossier: een declaratie voor 1 dossier voor 1 debiteur; 2. een declaratie voor een cliënt:

Nadere informatie

Bestuurlijke hantering onderzoeksbeoordelingen aan de UvT 2009-2015

Bestuurlijke hantering onderzoeksbeoordelingen aan de UvT 2009-2015 Bestuurlijke hantering onderzoeksbeoordelingen aan de UvT 2009-2015 In het najaar van 2007 hebben de besturen van VSNU, NWO en KNAW besloten tot aanpassing van het Standard Evaluation Protocol (SEP) 1.

Nadere informatie

Deze checklist helpt je zorgvuldig en volgens de wetgeving te werken met de persoonsgegevens van o.a. medewerkers en studenten 1.

Deze checklist helpt je zorgvuldig en volgens de wetgeving te werken met de persoonsgegevens van o.a. medewerkers en studenten 1. Privacy-checklist Deze checklist helpt je zorgvuldig en volgens de wetgeving te werken met de persoonsgegevens van o.a. medewerkers en studenten 1. Wil je gebruiken maken of maak je reeds gebruik van persoonsgegevens

Nadere informatie

1. FORMAT PLAN VAN AANPAK

1. FORMAT PLAN VAN AANPAK INHOUDSOPGAVE 1. FORMAT PLAN VAN AANPAK 1.1. Op weg naar een kwaliteitsmanagementsysteem 1.2. Besluit tot realisatie van een kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) 1.3. Vaststellen van meerjarenbeleid en SMART

Nadere informatie

Handleiding ADC archiefservice

Handleiding ADC archiefservice Handleiding ADC archiefservice Om u het archiveren van de documenten van uw kerk of classes te vergemakkelijken, heeft het ADC besloten om een e-depot in te richten voor het veilig opslaan van digitale

Nadere informatie

Den Haag, september 2013 Dr. F.J.G. Limburg

Den Haag, september 2013 Dr. F.J.G. Limburg Verslag van het ingevolge artikel 5, sub d., j o 2 Archiefbesluit 1995, gevoerde overleg tussen het bedrijfschap Horeca en Catering en het Nationaal Archief met betrekking tot de selectielijst, zoals bedoeld

Nadere informatie

Competenties Luuk van Paridon. Analyseren

Competenties Luuk van Paridon. Analyseren Competenties Luuk van Paridon Overzicht waar ik nu sta: Afbeelding 1: Spinnenweb competenties De groene lijn geeft aan welke competenties ik tot nu toe behaald heb (zie Afbeelding 1). De competenties die

Nadere informatie

Tussenrapportage project professionaliseren functioneel beheer instellingssystemen September 2011

Tussenrapportage project professionaliseren functioneel beheer instellingssystemen September 2011 Universitair Informatiemanagement Kenmerk: SECR/UIM/11/0914/FS Datum: 14-09-11 Tussenrapportage project professionaliseren functioneel beheer instellingssystemen September 2011 1. Inleiding Begin 2011

Nadere informatie

Brede Afspraak Archeologie

Brede Afspraak Archeologie Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum Status 7 oktober 2016 definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat ICG Informatie Contractenbuffet RWS, Nico Landsman Telefoon 088 7972502 Email

Nadere informatie

Voorwoord: status model RI&E SW

Voorwoord: status model RI&E SW Voorwoord: status model RI&E SW De Model RI&E voor de SW-branche kan gebruikt worden als basis voor een RI&E in uw SW-organisatie. De model RI&E is nadrukkelijk geen goedgekeurde branche RI&E en de inhoud

Nadere informatie

SIKB0102!? Wouter Boasson Kennis delen

SIKB0102!? Wouter Boasson Kennis delen SIKB0102!? Wouter Boasson Kennis delen Opgraving -> Pakbon Opgraving Objecten Documentatie Relaties Records Relatiemodel Pakbon Kaartenbak Gefilterde objecten, prima Pakbon Uitwisselen archeologische data

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 3 juli 2014 Status definitief

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 3 juli 2014 Status definitief Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum 3 juli 2014 Status definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat ICG Informatie Contractenbuffet RWS, N.Landsman Telefoon 088 7972502 Email [email protected]

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 6 april 2011 Status Definitief

Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 6 april 2011 Status Definitief 3 Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum 6 april 2011 Status Definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat DI-IMG Informatie Contractenbuffet IMG, N. Landsman Telefoon 088 7972502 Fax [email protected]

Nadere informatie

Stappenplan Veilig Ondernemen winkelgebieden in Zoetermeer

Stappenplan Veilig Ondernemen winkelgebieden in Zoetermeer Stappenplan Veilig Ondernemen winkelgebieden in Zoetermeer Inhoudsopgave 1 HET STAPPENPLAN VEILIG ONDERNEMEN WINKELGEBIEDEN IN ZOETERMEER...3 2 PUBLIEK-PRIVATE SAMENWERKING: BETROKKEN PARTIJEN...3 GEMEENTE...3

Nadere informatie

Modelvoorschriften archeologie in de omgevingsvergunning

Modelvoorschriften archeologie in de omgevingsvergunning Op grond van artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kunnen ten aanzien van archeologie voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, indien hier in het bestemmingsplan een grondslag

Nadere informatie

Ordening van processen in een ziekenhuis

Ordening van processen in een ziekenhuis 4 Ordening van processen in een ziekenhuis Inhoudsopgave Inhoud 4 1. Inleiding 6 2. Verantwoording 8 3. Ordening principes 10 3.0 Inleiding 10 3.1 Patiëntproces 11 3.2 Patiënt subproces 13 3.3 Orderproces

Nadere informatie

Mandatering waarmerken digitale Wro-instrumenten

Mandatering waarmerken digitale Wro-instrumenten College Mandatering waarmerken digitale Wro-instrumenten Samenvatting: Inleiding: Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening is het vanaf 1 januari 2010 wettelijk verplicht dat alle Wro-instrumenten digitaal

Nadere informatie

MINISTERIELE BESCHIKKING MET ALGEMENE WERKING van de ter uitvoering van artikel 6 van het Archiefbesluit 1 (Beschikking digitaal beheer)

MINISTERIELE BESCHIKKING MET ALGEMENE WERKING van de ter uitvoering van artikel 6 van het Archiefbesluit 1 (Beschikking digitaal beheer) MINISTERIELE BESCHIKKING MET ALGEMENE WERKING van de ter uitvoering van artikel 6 van het Archiefbesluit 1 (Beschikking digitaal beheer) Overwegende: De Minister van Constitutionele en Binnenlandse Zaken,

Nadere informatie

DIGITAAL, DAT WORDT NORMAAL

DIGITAAL, DAT WORDT NORMAAL DIGITAAL, DAT WORDT NORMAAL Walter de Koning / SIKB 25 september 2008 SIKB-Congres 2008_P_08_31725 Inhoud Meer vraag naar geo-informatie Informatiemodel bij bodem (SIKB 0101) Project digitaal normaal Archeologie

Nadere informatie