Particuliere wooninitiatieven

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Particuliere wooninitiatieven"

Transcriptie

1

2 Particuliere wooninitiatieven Een inventarisatie van kenmerken, wijze van organiseren en financiering Bij dit rapport hoort een separate bundel bijlagen, kenmerk AD/11/1715b/imzpwi Enschede, 18 juli 2011 AD/11/1715/imzpwi drs. Alette van Dijk drs. Harry Doornink drs. Louise Pansier-Mast

3 Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding Aanleiding Doelstelling en centrale vraag Leeswijzer Kenmerken particuliere woonvormen Algemene kenmerken Specifieke kenmerken zorglevering Financiën Wooninitiatieven gestart door ouders of vertegenwoordigers Achtergrondinformatie Organisatie van zorg en dienstverlening Financiering en exploitatie Wooninitiatieven gestart door ouders in samenwerking met een zorgaanbieder Achtergrondinformatie Organisatie van zorg en dienstverlening Financiering en exploitatie Wooninitiatieven gestart door ouders of vertegenwoordigers in samenwerking met een bestaand concept voor wooninitiatieven Achtergrondinformatie Organisatie van zorg en dienstverlening Financiering en exploitatie Wooninitiatieven gestart door zorgondernemers Achtergrond Organisatie van zorg en dienstverlening Financiering en exploitatie Wooninitiatieven gestart door zorgondernemers van De Drie Notenboomen Achtergrond Organisatie van zorg en dienstverlening Financiering en exploitatie Samenvattend beeld Algemeen Aantal wooninitiatieven en type bewoners Typering wooninitiatieven Financiële gegevens wooninitiatieven Kenmerken voor toekomstbestendigheid Tot slot AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 2 van 52

4 Samenvatting Mensen met een indicatie voor verblijf (ZZP) kiezen er niet altijd voor om te gaan wonen in een zorginstelling. Een deel van deze mensen neemt de zorg thuis af en een deel kiest er voor om te gaan wonen in een particuliere woonvorm. Particuliere woonvormen kenmerken zich als kleinschalige woonprojecten waar cliënten gezamenlijk wonen en waarbij de cliënten zelf betalen voor huisvesting en daaraan verbonden aspecten. Daarnaast hebben de bewoners (of hun vertegenwoordigers) vaak een sterke eigen regie over de zorg. De particuliere woonvormen kunnen sterk van elkaar verschillen in groepsgrootte, zorgzwaarte van bewoners en de dagelijkse wijze van organiseren van zorg en dienstverlening. Om in de toekomst bij het maken van beleid rondom de wooninitiatieven beter aan te kunnen sluiten bij de praktijk van de woonvormen heeft het ministerie van VWS aan bureau HHM gevraagd een onderzoek uit te voeren. Aan het onderzoek hebben 260 woonvormen deelgenomen. Van 211 woonvormen is een volledig beeld verkregen, de andere 49 hebben een deel van de vragenlijst ingevuld. De meeste initiatieven maken gebruik van het persoonsgebonden budget. Daarmee hebben we voor deze groep initiatieven een representatief beeld verkregen. Voor de initiatieven die gebruik maken van Zorg in Natura en VPT geldt dit niet. De woonvormen liggen verspreid over Nederland. Over het algemeen varieert de groepsgrootte tussen de 7 en 9 bewoners. In de woonvormen wonen bewoners met ZZP s uit de sectoren VG, V&V en GGZ. Daarbij komt een diversiteit aan ZZP s voor, vooral de middelste ZZP s worden in de VG (pakketten 3, 4 en 5) en in de GGZ (3 en 4) vaak geboden. In de sector V&V richten de woonvormen zich veelal op bewoners met een psychogeriatrische aandoening. In het onderzoek zijn vijf typen wooninitiatieven te onderscheiden. Namelijk initiatieven die gestart zijn door ouders of vertegenwoordigers,initiatieven gestart door ouders of vertegenwoordigers samen met een zorgaanbieder, initiatieven gestart door ouders of vertegenwoordigers samen met een bestaand concept voor wooninitiatieven, zorgondernemers die een initiatief zijn gestart en de specifieke groep zorgondernemers die zijn aangesloten bij het landelijk werkende concept De Drie Notenboomen. Deze vijf groepen organiseren allen op een eigen manier de zorgen dienstverlening aan hun bewoners. Er bestaan verschillen in de onderwerpen waarop bewoners inspraak hebben, de wijze waarop afspraken tussen bewoners en zorgverleners tot stand komen, de doelgroep waarop de initiatieven zich richten en de inzet van medewerkers. Het merendeel van de particuliere woonvormen organiseert de zorg op basis van een persoonsgeboden budget. Bij de start van het onderzoek was een wijziging in de pgbregeling aangekondigd waardoor de budgethouders met een verblijfsindicatie minder budget zouden krijgen. Voor de particuliere woonvormen betekende dit een flinke achteruitgang in hun inkomsten. Met de programmabrief langdurige zorg van 1 juni 2011 heeft de staatssecretaris aangekondigd de wijziging in de pgb-regeling niet door te voeren. Het onderzoeksdeel dat inging op de wijzigingen in de pgb-regeling hebben we daarom laten vervallen. Wel hebben we gekeken naar de huidige exploitatie van de woonvormen die in de meeste gevallen een positief beeld laat zien. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 3 van 52

5 1. Inleiding Sinds de invoering van zorgzwaartebekostiging in 2007 krijgen cliënten die in aanmerking komen voor verblijf in een zorginstelling een indicatie in ZZP s. Niet alle cliënten willen gaan wonen in een zorginstelling. Deze cliënten willen de zorg in hun eigen woonomgeving ontvangen. Een deel van deze cliënten woont in een particuliere woonvorm. Particuliere woonvormen kenmerken zich als kleinschalige woonprojecten waar cliënten gezamenlijk wonen en waarbij de cliënten zelf betalen voor huisvesting en daaraan verbonden aspecten. Daarnaast hebben de bewoners (of hun vertegenwoordigers) vaak een sterke eigen regie over de zorg. De woonvormen, ook wel wooninitiatieven genoemd, kennen onderling ook grote verschillen. Zo zijn er verschillen in de groepsomvang, de inhoud van de zorg, de organisatie van het wonen en de mate waarin de cliënt regie heeft op zorg en wonen. 1.1 Aanleiding In veel van de particuliere woonvormen wordt de zorg ingekocht met een persoonsgebonden budget (pgb). In een brief van 30 november 2010 heeft de staatssecretaris een aantal wijzigingen in de pgb-regeling aangekondigd. Deze voorgenomen wijzigingen hebben ook effect op woonvormen die (voor een deel) gefinancierd worden via het persoonsgebonden budget. Bij afronding van het onderzoek is duidelijk geworden dat de voorgenomen wijziging niet doorgaat. Daarmee is het onderzoeksdeel dat betrekking had op de wijzigende financiering komen te vervallen. Er is op dit moment, landelijk, onvoldoende inzicht in het aantal particuliere wooninitiatieven en het type bewoners dat in de woonvormen verblijft. Ook is geen zicht op de mogelijke gevolgen die optreden door de wijzigingen in het pgb. Er zijn geluiden dat bewoners (en daarmee ook de wooninitiatieven) er zodanig op achteruitgaan door de maatregelen, dat het voortbestaan van een deel van de wooninitiatieven zou worden bedreigd. De effecten van de maatregelen zijn echter niet op grote schaal via heldere parameters gekwantificeerd. Ook is weinig inzicht in de mogelijkheden om de bedrijfsvoering van deze woonvormen toekomstbestendiger te maken. Het ministerie van VWS heeft daarom bureau HHM gevraagd een onderzoek uit te voeren om meer duidelijkheid te krijgen over de particuliere woonvormen in Nederland. Het gaat dan om de kenmerken, de bewoners, de zorgverlening en de financiering. In deze rapportage doen wij verslag van de inventarisatie. 1.2 Doelstelling en centrale vraag Het doel van het onderzoek is een beeld te geven van de particuliere wooninitiatieven in Nederland. Het gaat daarbij om: kwalitatieve gegevens, zoals kenmerken van de woonvormen, het type bewoner en de geleverde zorg; financiële gegevens, zoals de kosten van de geleverde zorg, de hoogte van pgb s en budgetgarantie en de totale exploitatie. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 4 van 52

6 We hebben de doelstelling en centrale vraag vertaald in de volgende onderzoeksvragen: Hoeveel wooninitiatieven zijn er? Welke bewoners verblijven in de wooninitiatieven? Welke typen wooninitiatieven zijn er? Welke aspecten spelen een rol bij een toekomstbestendige financiering van de wooninitiatieven? De antwoorden op deze vragen helpen de staatssecretaris van VWS om in de toekomst beslissingen te nemen over het beleid voor de wooninitiatieven. In de conclusies komen we op deze vragen terug. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we een aantal algemene kenmerken van particuliere woonvormen, zoals de regionale verdeling, de initiatiefnemers, de invulling van regie en de verbinding met de wijk. De hoofdstukken 3 tot en met 7 beschrijven voor een vijftal groepen initiatieven specifieke kenmerken zoals de verzilveringvorm, de zorgzwaarte van bewoners, de inzet van medewerkers en van informele zorgverleners. Ook gaan we in dit hoofdstuk in op de inkomsten en exploitatie van de initiatieven. In het afsluitende hoofdstuk 8 zetten we de vijf groepen initiatieven uit de hoofdstukken 5 tot en met 7 naast elkaar. Daarnaast geven we aanknopingspunten voor het ministerie van VWS voor het toekomstig te voeren beleid rondom particuliere woonvormen. In bijlage 2 hebben we een uitgebreide beschrijving van de werkwijze opgenomen. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 5 van 52

7 2. Kenmerken particuliere woonvormen In dit hoofdstuk geven we een typering van de wooninitiatieven die aan het onderzoek hebben meegedaan. In hoofdstuk 2.1 starten we met een aantal algemene kenmerken over de totale groep initiatieven die deelgenomen hebben aan het onderzoek, ongeacht of zij de vragenlijst volledig hebben ingevuld. Vanaf paragraaf 2.2 zoomen we verder in op een aantal algemene kenmerken van de wooninitiatieven die de vragenlijst volledig hebben ingevuld. Waar mogelijk vergelijken we dit beeld met het beeld van de groep initiatieven die een deel van de vragenlijst heeft ingevuld en met de concepten van De Drie Notenboomen. Tevens beschrijven we een vijftal hoofdgroepen aan initiatieven die we in de hoofdstukken 3 tot en met 7 verder uitwerken. 2.1 Algemene kenmerken Landelijke spreiding Hieronder vindt u een landkaart waarop het totaal van de 260 wooninitiatieven die (een deel) van de vragenlijst hebben ingevuld staan weergegeven. Op de kaart staat per provincie aangegeven hoeveel initiatieven er deelgenomen hebben aan het onderzoek. Figuur 1. Verdeling 260 deelnemende initiatieven over provincies. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 6 van 52

8 Op de kaart is te zien hoeveel initiatieven er in iedere provincie gevestigd zijn. In tabel 1.1 in bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de verdeling van initiatieven per sector over Nederland. Onderstaande grafiek geeft een overzicht van het aantal initiatieven per inwoners. 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 Grafiek 1. Verdeling initiatieven per inwoners. Initiatiefnemers Wanneer we kijken naar de oprichting van de wooninitiatieven dan zien we de volgende categorieën initiatiefnemers: ouders/vertegenwoordigers van bewoners (31 initiatieven volledig ingevuld); ouders/vertegenwoordigers die samenwerking hebben gezocht met een zorgaanbieder (32 initiatieven volledig ingevuld); ouders/vertegenwoordigers die samenwerking hebben gezocht met een bestaand concept voor wooninitiatieven; (15 initiatieven volledig ingevuld) zorgondernemers (28 initiatieven volledig ingevuld); De Drie Notenboomen (105 initiatieven volledig ingevuld). Deze vijf groepen staan vanaf hoofdstuk 4 centraal. Per type woonvorm beschrijven we een aantal algemene kenmerken. In hoofdstuk 9 geven we vervolgens een samenvattend beeld, waarbij we deze groepen naast elkaar zetten. Leeftijd van bewoners Het merendeel van de bewoners (84%) in de initiatieven die de vragenlijst hebben ingevuld (N=106) is tussen de 18 en 64 jaar. 15% van de bewoners is 65 jaar of ouder. Er zijn weinig bewoners van onder de 18 jaar (1%). Zorgzwaarte bewoners In de wooninitiatieven wonen allemaal bewoners met een ZZP-indicatie. Het gaat dan om zowel ZZP s met een grondslag V&V als VG en GGZ. De grondslagen LG, ZG en LVG komen bij een klein aantal bewoners voor. De zorgzwaarte van de bewoners varieert van de laagste tot de hoogste ZZP s. In de hoofdstukken 3 tot en met 7 gaan wij hier verder op in. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 7 van 52

9 Identiteit In de meeste wooninitiatieven (88%) is geen specifieke religieuze of levensbeschouwelijke identiteit te herkennen. 8% van de initiatieven is protestants christelijk. De overige 4% wooninitiatieven hebben een andere specifieke identiteit aangegeven, bijvoorbeeld rooms-katholiek of antroposofisch. Verzilveringvorm Het onderzoek richt zich in het bijzonder op wooninitiatieven die de zorg financieren via een persoonsgebonden budget. Wooninitiatieven die zowel van een pgb als van zorg in natura gebruik maken en wooninitiatieven die de volledige zorg in natura (zonder verblijf) ontvangen, konden echter ook meedoen aan het onderzoek. Voor de totale groep van initiatieven geldt dat 87% van de bewoners de zorg inkoopt met een pgb. 8% maakt gebruik van een combinatie van pgb en ZIN. In die gevallen wordt vaak de dagbesteding (BG-groep) in natura afgenomen. Ongeveer 5% van de initiatieven is volledig ZIN-gefinancierd (bewoners hebben een ZZP-indicatie die het zorgkantoor op eigen verzoek vertaalt naar extramurale functies/klassen die in natura worden geleverd). Er zijn geen bewoners (en dus ook geen wooninitiatieven) die de zorg via een VPT verzilveren. Regie op zorg en wonen Voor een grote meerderheid van de wooninitiatieven is het voeren van regie over de invulling van de zorg een reden om de woonvorm te starten. We hebben van 12 aspecten gevraagd of de bewoners/vertegenwoordigers inspraak of zeggenschap hebben, of dat het geen onderwerp van gesprek is met de zorgverlener. Onder inspraak verstaan we: Mee mogen praten en onder zeggenschap Beslissingsbevoegdheid. In grafiek 2 geven we een overzicht van deze aspecten voor de 106 wooninitiatieven die de vragenlijst volledig hebben ingevuld Zeggenschap Inspraak Geen onderwerp van gesprek 80 Aantal initiatieven Zorgverlener die de zorg levert Moment van zorglevering Omvang van de zorg Organisatie van zorg en ondersteuning Het dienstrooster Deskundigheid van zorgverlener(s) Bejegening/begeleidingsstijl Inrichting gemeenschappelijke ruimte(n) Onderwerpen van regie en inspraak Groepssamenstelling Huisregels Hoogte woonservicebijdrage bewoners Financiële situatie van initiatief Grafiek 2. Aantal initiatieven waarbij per onderwerp, zeggenschap, inspraak of geen onderwerp van gesprek is ingevuld AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 8 van 52

10 Zowel op het gebied van de zorg (zorgverlener, moment van zorglevering, omvang van zorg) als op het gebied van wonen (inrichting, groepssamenstelling, huisregels, financiën) heeft een groot deel (meer dan 70%) van de wooninitiatieven zeggenschap. Aspecten die bij 50 tot 70% van de wooninitiatieven via zeggenschap worden geregeld, zijn deskundigheid van zorgverleners, organisatie van zorg en ondersteunende diensten en uitgangspunten voor bejegening. Alleen op het dienstrooster heeft minder dan de helft van de wooninitiatieven zeggenschap. Dit aspect is bij 10% van de wooninitiatieven helemaal geen onderwerp van gesprek. Bij de hoogte van de woonservicebijdrage is dit nog vaker het geval (16%). Er is een aantal verschillen tussen de typen wooninitiatieven. Bij ouders die samen met een formule het wooninitiatief zijn gestart, is relatief weinig sprake van zeggenschap over de organisatie van zorg en ondersteunende diensten en het dienstrooster. Er is wel veel inspraak op die punten. Ouders die de woonvorm in samenwerking met een zorgaanbieder hebben opgezet, hebben relatief veel zeggenschap over de hoogte van de woonservicebijdrage. Bij zorgondernemers is de financiële situatie van het wooninitiatief vaak geen onderwerp van gesprek. Dit geldt ook voor de formules van De Drie Notenboomen. Daarnaast worden het dienstrooster, de groepssamenstelling en de hoogte van de woonservicebijdrage niet met bewoners van Thomashuizen en Herbergiers besproken. De regie op de invulling van de zorg voeren in de meeste gevallen zowel bewoners gezamenlijk als iedere bewoner afzonderlijk uit (73%). Voor meer specifieke informatie hierover verwijzen wij naar de hoofdstukken 3 tot en met 7. Bij 10% van de wooninitiatieven gebeurt dit volledig gezamenlijk. Dit komt relatief meer voor bij initiatieven gestart door ouders dan bij zorgondernemers. Bij de overige 16% is de invulling van de zorg altijd individueel tussen bewoner en zorgverlener, waarbij de zorgverlener oog heeft voor de 24-uurs inzet. Dit is met name bij zorgondernemers het geval. Ook bij de formules van De Drie Notenboomen gebeurt dit individueel tussen bewoner en zorgondernemer. Zorginkoop Over het onderwerp inkoop van zorg hebben we gevraagd of bewoners dit gezamenlijk doen of ieder afzonderlijk: 38% koopt de zorg gezamenlijk voor het initiatief in; dit komt vooral veel voor bij initiatieven die zijn gestart door ouders/vertegenwoordigers. 35% van de bewoners doet dit individueel, waarbij de zorgaanbieder de 24-uurs inzet bewaakt; dit is met name bij zorgondernemers het geval (idem voor De Drie Notenboomen); 26% van de bewoners koopt voor een deel individueel de zorg in en voor een deel gezamenlijk. Afrekening van zorg vindt in 59% van de gevallen plaats op basis van werkelijk geleverde uren. Dit gebeurt relatief vaker bij initiatieven gestart door ouders dan bij initiatieven gestart door zorgondernemers. Bij 41% van de wooninitiatieven betalen de bewoners een vaststaand afgesproken budget; dit komt relatief meer voor bij zorgondernemers. Dit is ook de situatie in de Thomashuizen en Herbergiers, zorgondernemers stellen een offerte op die periodiek wordt geëvalueerd, aan de hand van zorgafspraken en bijbehorend budget. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 9 van 52

11 Woonruimte Meer dan 90% van de wooninitiatieven huurt de woonruimte. Een beperkt deel (22 initiatieven) huurt de woning(en) van de zorgaanbieder die ook de zorg levert. Veel vaker wordt echter gehuurd van een andere partij (dit is meestal een woningcorporatie). De wooninitiatieven kennen veel verschillende inrichtingen van de woonvorm of woningen. Daarbij gaat het om voorzieningen die bewoners zelfstandig hebben of juist met elkaar delen. Ook binnen een woonvorm kan dit verschillen tussen bewoners. De één heeft bijvoorbeeld wel een eigen douche en toilet terwijl een andere bewoner uit hetzelfde wooninitiatief dit met meerdere bewoners deelt. 98 tot 99% van de bewoners woont in een initiatief waarbij sprake is van gezamenlijke voorzieningen, in tabel 1 geven we aan welke voorzieningen bewoners daarnaast individueel nog tot hun beschikking hebben. % bewoners met eigen voorziening V&V GGZ VG Overig Totaal Zit/slaapkamer 81% 20% 50% 69% 52% Woonkamer en aparte slaapkamer 19% 80% 50% 31% 48% Keuken(tje) 44% 89% 56% 56% 59% Douche 63% 89% 66% 95% 70% Toilet 69% 89% 66% 95% 71% Tuin/balkon 19% 67% 29% 58% 49% Tabel 1. Percentage bewoners met een eigen voorziening verdeeld naar sector Uit tabel 1 blijkt dat alle bewoners in ieder geval een eigen slaapkamer hebben, soms gecombineerd als zit/slaapkamer of met een aparte woonkamer. Daarnaast beschikt ongeveer 70% van de bewoners over een eigen douche en eigen toilet. Een eigen keuken(tje) is wat minder gebruikelijk, 59% van de bewoners heeft dit tot zijn beschikking. Een eigen tuin of balkon komt nog minder voor (49%). Uit aanvullende gegevens die door de 107 initiatieven zijn ingevuld blijkt dat een balkon of tuin in vrijwel alle initiatieven (99%) wel collectief beschikbaar is. Binding met maatschappelijke omgeving De meeste wooninitiatieven liggen in woonwijken en hebben daardoor mogelijk een sterke binding met de wijk. We hebben de wooninitiatieven gevraagd om aan te geven van welke voorzieningen in de wijk de bewoners gebruik maken. Dit blijkt vooral te gelden voor winkels (94%), gezondheidscentra (74%), openbaar vervoer (66%) en sportclubs (63%). Ontmoetingsplaatsen, religieuze voorzieningen en ontspanningsactiviteiten worden in mindere, maar wel substantiële mate bezocht door bewoners van wooninitiatieven. Slechts 2 wooninitiatieven hebben aangegeven van geen van deze voorzieningen gebruik te maken. In tabel 1.2 van bijlage 1 vindt u een overzicht van het gebruik van voorzieningen in de wijk. De cijfers over de verbinding met de wijk zijn niet anders wanneer we kijken naar de totale groep van initiatieven die (een deel van) de vragenlijst hebben ingevuld en naar de Thomashuizen en Herbergiers. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 10 van 52

12 2.2 Specifieke kenmerken zorglevering Kenmerken over de inzet van medewerkers en het gemiddeld aantal uren dat in de wooninitiatieven wordt geleverd beschrijven we per type initiatief in de hoofdstukken 3 tot en met 7. In deze paragraaf geven we van een aantal algemene aspecten een overzicht. Het gaat dan om de inzet van behandelaren, organisatie van nachtdienst, bijzondere redenen om te sluiten en om de opvang van een incidenteel grotere zorgvraag. Medische zorg In de meeste wooninitiatieven is de medische zorg geregeld door de inzet van de eigen huisarts of een huisarts die gekoppeld is aan de woonvorm (samen 92%). Dit geldt ook voor Herbergier en Thomashuis. Bij een klein aantal bewoners in de sector VG houdt een arts voor verstandelijk gehandicapten of een psychiater primair de medische situatie in de gaten. De psychiater komt ook in de GGZ voor als primair betrokkene, namelijk voor een derde van de bewoners. % bewoners waarbij onderstaande behandelaar primair ingezet wordt Ouders Ouders met aanbieder Ouders met bestaand concept Zorgondernemer Drie Noten boomen Totaal De eigen huisarts van de bewoner 84% 94% 89% 42% 100% 89% De huisarts die gekoppeld is aan het initiatief 7% 5% 7% 42% - 8% Een arts voor verstandelijk gehandicapten 3% 1% 1% 2% - 1% Een verpleeghuisarts (specialist ouderengeneeskunde) 0% 0% - 1% - - Een revalidatiearts 1% - 3% Een psychiater 5% % - 2% Tabel 2. Percentage bewoners per primair verantwoordelijke behandelaar verdeeld naar de groepen initiatieven. De frequentie waarin de primair betrokken behandelaar de cliënt bezoekt is voor 84% van de bewoners niet vastgelegd. Bij 9% van de bewoners komt de behandelaar elke week langs, voor de overige bewoners is dat eens per maand (7%). De begeleiders in het wooninitiatief houden over het algemeen de medische situatie van de cliënt in de gaten (89%). Bij 9% van de bewoners is het de vertegenwoordiger die alert is op de medische situatie, bij de overige bewoners de huisarts of gespecialiseerde arts. Nachtdienst Voor de meeste bewoners van wooninitiatieven is toezicht of bereikbaarheid in de nacht noodzakelijk. Omdat het per woonvorm om een klein aantal bewoners gaat, kan de inzet van nachtdienst relatief gezien een groot deel van het beschikbare budget vragen. De meeste woonvormen hebben een eigen nachtdienst, dus niet gedeeld met een andere woonvorm of zorginstelling. Over het algemeen is het een slapende wacht, AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 11 van 52

13 maar ook oproepbare wacht en wakende wacht komen voor. Het delen van de nachtdienst met een ander wooninitiatief of een reguliere zorginstelling komt bij een klein aantal wooninitiatieven voor. Bij zorgondernemers is dit nooit het geval, die hebben allen een eigen nachtdienst (vooral slapende wacht). Ook Thomashuizen en Herbergiers hebben een eigen nachtdienst; bij de Thomashuizen zijn dit meestal de zorgondernemers zelf en bij de Herbergier zit de nachtdienst in het rooster. Van een klein deel van de woonvormen zijn de gegevens over de inzet van nachtdienst niet bekend. Sluiting vanwege collectieve afwezigheid bewoners 26% van de woonvormen geeft aan dat de woonvorm gedurende het jaar wel eens gesloten is. Deze sluiting betekent dat er helemaal geen bewoners aanwezig zijn. Ongeveer 10% van de initiatieven sluit de woning een aantal weekenden, 6% doet dat op feestdagen. 10% heeft in het open antwoord aangegeven dat sluiting vooral in de vakanties voorkomt. De initiatieven die kiezen voor sluiting zijn vooral initiatieven in de sector VG en maken gebruik van pgb of een combinatie van pgb en ZIN. De sluiting wordt veelal ingegeven door praktische redenen zoals gelijktijdige afwezigheid van bewoners binnen het initiatief. Van de initiatieven die kiezen voor collectieve sluiting is slechts 7% opgericht door zorgondernemers. Zorgondernemers van De Drie Notenboomen sluiten de woonvorm nooit. Als ze zelf op vakantie gaan, zorgen ze voor vervanging. Opvang incidenteel grotere zorgvraag Wanneer de wooninitiatieven gedurende het jaar worden geconfronteerd met een incidenteel grotere zorgvraag vangt 36% dit op met de reguliere inzet, nog eens 36% van de initiatieven spaart hiervoor gedurende het jaar (dit betreft initiatieven gefinancierd middels pgb). 12% doet een beroep op het netwerk van de bewoner, dit betreft initiatieven opgericht door ouders. 17% heeft een eigen antwoord geformuleerd. Hieruit ontstaat het beeld dat de zorgverlener een incidentele zorgvraag opvangt. Dit past soms wel en soms niet in het beschikbare budget. Voor Thomashuizen en Herbergiers geldt dat ze werken met een offerte die periodiek wordt bijgesteld. In de tussentijd is de zorgondernemer verantwoordelijk. 2.3 Financiën In deze paragraaf gaan wij in op een aantal onderdelen van de financiën van de bewoners van de wooninitiatieven. In de hoofdstukken 3 tot en met 7 komen de kosten voor de zorglevering, de gemiddelde tarieven en de exploitatie van de wooninitiatieven aan bod. Budgetgarantie De meerderheid van de bewoners in de wooninitiatieven maakte gedurende het onderzoek gebruik van een persoonsgebonden budget. Daarbij had 80% van de bewoners een budgetgarantie. Dit betrof een garantie omdat de overgang van een indicatiebesluit in functies en klassen naar een ZZP leidde tot een lager budget. Ook het vervallen van de twee etmalen tijdelijk verblijf en toekenning van een bedrag van 3.259,- voor huishoudelijke hulp per 1 januari 2011 kan bij bewoners een verklaring zijn voor de garantie. De gemiddelde hoogte van de budgetgarantie bedroeg ,56 per bewoner per jaar. In bijlage 1, tabel 1.3 is een overzicht opgenomen van de toegekende budgetgarantie per ZZP in AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 12 van 52

14 Toeslag extreme zorgzwaarte Naast de indicatie voor een ZZP zijn er 6 bewoners die gebruik maken van een aanvulling via de toeslag extreme zorgzwaarte. Voor 29 bewoners is aangegeven dat er wel sprake is van extreme zorgzwaarte maar dat vanwege de huidige budgetgarantie geen toeslag extreme zorgzwaarte aangevraagd is. Wanneer de budgetgarantie vervalt vragen deze bewoners mogelijk wel een toeslag aan. Tabel 1.4 in bijlage 1 geeft een overzicht van de gegevens over de toeslag extreme zorgzwaarte. De toeslag voor invasieve beademing kwam in dit onderzoek niet voor. Budget in relatie tot zorglevering Voor driekwart van de bewoners van de particuliere woonvormen is door de wooninitiatieven ingevuld dat het huidige pgb (inclusief budgetgarantie) voldoende ruimte biedt om de benodigde zorg te kunnen organiseren. De verschillen tussen V&V, GGZ en VG zijn klein (de overige sectoren in de gehandicaptenzorg zijn te klein om uitspraken over te doen). Er zijn ook geen verschillen als we kijken naar de verzilveringvormen en de vijf verschillende groepen initiatiefnemers. Pgb voldoende ruimte voor benodigde zorg V&V (N=141) GGZ (N=95) VG (N=526) Overig (N=39) Totaal (N=801) Ja 80,9% 75,8% 77,8% 53,8% 76,9% Nee 19,1% 24,2% 22,2% 46,2% 23,1% Tabel 3. Percentage bewoners dat budget voldoende ervaart voor de inzet van zorg, verdeeld naar sector. Als we verder inzoomen op de bewoners voor wie is aangegeven dat het pgb tekort schiet dan valt op dat deze bewoners veelal in een beperkt aantal initiatieven wonen. Bij de initiatieven waar is aangegeven dat men vindt dat er onvoldoende budget is, is er geen relatie zichtbaar met het exploitatieresultaat van het initiatief. Zowel initiatieven die op 0 als die daarboven of onder uitkomen hebben de vraag met ja beantwoord. Van de bewoners voor wie is aangegeven dat zij vinden dat het pgb tekortschiet, heeft 62% van de invullers aangegeven dat de oorzaak is gelegen in het budget dat voortvloeit uit de indicatie. Dit geldt het meest in de sector V&V (92%), in de VG is dit antwoord minder vaak gegeven (54%). Één vijfde van de bewoners meent dat de indicatie zelf onvoldoende is; dit wordt vooral in de GGZ en gehandicaptenzorg genoemd. 15% van de bewoners die niet uitkomen met het pgb, heeft een andere oorzaak ingevuld. Hierbij is vaak genoemd dat het een combinatie van factoren is. Ook zeggen deelnemers dat er extra begeleiding in de woonvorm wordt ingezet omdat de bewoner niet alle dagdelen naar dagbesteding of onderwijs kan (zowel vanwege zorginhoudelijke als financiële redenen). Verder wordt een aantal keer genoemd dat er in de ZZP's onvoldoende rekening is gehouden met de combinatie van een verstandelijke en een lichamelijke handicap of bijkomende psychiatrische problematiek. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 13 van 52

15 3. Wooninitiatieven gestart door ouders of vertegenwoordigers 3.1 Achtergrondinformatie In dit hoofdstuk zoomen we in op de wooninitiatieven die gestart zijn door ouders of vertegenwoordigers van bewoners. In totaal betreft dit 31 initiatieven en 263 bewoners. Voor de initiatiefnemers waren de volgende drie redenen de belangrijkste om te starten met het initiatief: het voeren van eigen regie op de invulling van de zorg; het creëren van een stabiele woonomgeving; op deze manier was het mogelijk om passende huisvesting te organiseren. Aantal bewoners en wooninitiatieven Tabel 4 geeft een overzicht van de verdeling van het aantal bewoners in de wooninitiatieven, uitgesplitst naar sector. Tevens geeft de tabel een overzicht van de initiatieven verdeeld naar de wijze waarop de verzilvering plaatsvindt. Bewoners en verzilveringvorm Aantal bewoners V&V GGZ VG Overig 1 Totaal Aantal initiatieven met PGB Aantal initiatieven met ZIN Aantal initiatieven met combi PGB en ZIN Totaal aantal initiatieven Tabel 4. Verdeling van bewoners en verzilveringvorm per sector. Zorgzwaarte bewoners We hebben gekeken naar de ZZP s van de bewoners van wooninitiatieven die zijn gestart door ouders of vertegenwoordigers, in onderstaande grafiek is de verdeling over de ZZP s binnen de sectoren V&V, GGZ (C) en VG weergegeven. 1 Onder de categorie overig komen in dit onderzoek cliënten voor met een grondslag LG, ZG en LVG. Deze cliënten wonen in een wooninitiatief dat valt onder de categorieën V&V, GGZ of VG. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 14 van 52

16 60 50 V&V GGZ C VG Grafiek 3. Verdeling ZZP s naar sector voor wooninitiatieven gestart door ouders of vertegenwoordigers. Binnen de VG hebben we per initiatief gekeken naar de samenstelling van de groepen in termen van ZZP s. Iets meer dan de helft van deze initiatieven (14 van de 25) heeft een mix van lage en zwaardere ZZP s. In 3 initiatieven wonen alleen mensen met een lichte indicatie (VG 1 tot en met 4) en er zijn 8 initiatieven met bewoners met zware ZZP s (VG 5 tot en met 8). Aantal plaatsen en bezetting Tabel 5 geeft een overzicht van het aantal plaatsen dat in de initiatieven beschikbaar is, het aantal bewoners dat gemiddeld in een wooninitiatief woont en de bezettingsgraad. Plaatsen en bezetting V&V GGZ VG Totaal 6 of minder plaatsen of 8 plaatsen of 10 plaatsen of 12 plaatsen Meer dan 12 plaatsen Gemiddeld aantal plaatsen Gemiddeld aantal bewoners 9 6 9,42 9, ,02 8,74 Bezettingsgraad 88% 100% 96% 96% Tabel 5. Aantal initiatieven met aantal plaatsen verdeeld per sector. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 15 van 52

17 De helft van de initiatieven heeft maximaal 6 plaatsen. Omdat een aantal initiatieven meer dan 12 plaatsen heeft, ligt het gemiddelde aantal plaatsen op ongeveer 9. De bezettingsgraad is 96%. Vanwege het kleine aantal initiatieven in de sectoren V&V en GGZ is een vergelijking tussen de sectoren niet mogelijk. Afspraken over zorg Er zijn verschillende manieren om in gesprek te gaan met de zorgverlener over de organisatie van zorg in het wooninitiatief: bij 5 initiatieven doen de bewoners dit individueel met de zorgverlener; bij 6 initiatieven doen de bewoners dat volledig gezamenlijk; bij 20 initiatieven maken de bewoners voor een deel individueel en voor een deel gezamenlijk afspraken met de zorgverlener. Bij initiatieven die de zorg deels of geheel in natura ontvangen is altijd sprake van een combinatie van individuele en gezamenlijke afspraken over de zorgverlening. 3.2 Organisatie van zorg en dienstverlening In deze paragraaf beschrijven we een aantal kenmerken van de organisatie van zorg en dienstverlening in de wooninitiatieven die door ouders of vertegenwoordigers zijn gestart. Aantal betrokken zorgaanbieders of zorgverleners De 3 wooninitiatieven in de V&V en 2 van de 3 initiatieven in de GGZ hebben één zorgaanbieder of zorgverlener die de zorg levert. In het derde GGZ-initiatief zijn 6 individuele zorgverleners actief. In de VG heeft 77% van de initiatieven één zorgaanbieder, 13% heeft met twee zorgaanbieders afspraken, de overige 10% heeft met 4 of 5 aanbieders of zorgverleners een afspraak over de zorgverlening. Gemiddelde zorginzet per bewoner De wooninitiatieven hebben per type medewerker weergegeven hoeveel uur per week gemiddeld wordt ingezet. We hebben per sector de totale inzet toegerekend aan de bewoners op basis van de ZZP s en een gemiddelde per bewoner bepaald 2 : In de V&V is sprake van een gemiddelde zorginzet van 21,1 uur per bewoner per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 12,2 uur per bewoner per week. In de GGZ ontvangen bewoners gemiddeld 15,5 uur per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 11,0 uur per bewoner per week. In de VG is sprake van 20,7 uur per bewoner per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 14,3 uur per bewoner per week. Daarnaast hebben we op het niveau van individuele bewoners gevraagd of bewoners individuele begeleiding ontvingen. Een kwart van de bewoners maakt gebruik van individuele begeleiding. Dit betrof gemiddeld 9,5 uur per bewoner per week. Daarbij varieert de individuele begeleiding tussen 2 en 24 uur per week. 2 Op basis van de normtijden uit de ZZP s is de verwachte zorglevering (direct en indirect cliëntgebonden tijd) per sector bepaald. We hebben daarbij alleen gekeken naar de component woonzorg die bestaat uit de functie PV, VP en BG-ind. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 16 van 52

18 Inzet mantelzorg en vrijwilligers Wooninitiatieven die door ouders of vertegenwoordigers zijn gestart maken over het algemeen veel gebruik van mantelzorg en/of vrijwilligers, dit betreft onbetaalde inzet. In de V&V is de gemiddelde inzet van mantelzorg 13,3 uur en van vrijwilligers 15,3 uur per week. Alle initiatieven in de GGZ maken gebruik van mantelzorg, gemiddeld 34 uur per week. Inzet van vrijwilligers komt in de GGZ niet voor. In de VG maakt 80% van de initiatieven gebruik van mantelzorg en 68% van vrijwilligers. De gemiddelde inzet van mantelzorg bedraagt 24 uur en van vrijwilligers 8 uur per week. Opleidingsniveau medewerkers In grafiek 4 geven we weer welk type medewerkers de verschillende wooninitiatieven inzetten. 60% 50% 40% 30% 20% V&V GGZ VG 10% 0% HBO MBO 4 MBO 3 MBO 2 Overig Grafiek 4. Verdeling opleidingsniveau van deelnemende initiatieven naar sector. In de wooninitiatieven werken zowel medewerkers met een MBO- als een HBOopleiding. Voor de initiatieven in de sector V&V worden voor meer dan de helft van de zorguren medewerkers met niveau MBO-3 ingezet. In de VG zijn vooral mensen met MBO-3 en MBO-4 werkzaam (samen ongeveer tweederde van de uren). Ook HBOgeschoolde medewerkers leveren een substantieel deel van de zorg in de VGinitiatieven. In de GGZ wordt relatief gezien het zwaarst geschoolde personeel ingezet; HBO ers en medewerkers met een MBO-4 opleiding vormen samen bijna 80% van de zorginzet. Huishoudelijke hulp 95 van de 263 bewoners ontvangen huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Gemiddeld ontvangen deze bewoners 3 uur hulp bij het huishouden. Driekwart ontvangt de hulp in de vorm van een pgb. Het gemiddelde bedrag dat zij ontvangen is 3.621,83 per jaar. 3.3 Financiering en exploitatie In deze paragraaf gaan we in op de financiering en exploitatie van de 31 wooninitiatieven die gestart zijn door ouders of vertegenwoordigers. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 17 van 52

19 Woonlasten bewoners Tabel 6 geeft een overzicht van de woonlasten die bewoners gemiddeld betalen in de wooninitiatieven. In het onderzoek hebben we gevraagd welke huur bewoners betalen en welke kosten daarnaast in rekening worden gebracht bij de bewoners (woonservicebijdrage 3 ). Omdat er kosten zijn die bij de ene woonvorm onder de huur vallen en bij de andere woonvorm onder de woonservicebijdrage, hebben we de kosten voor deze beide componenten samengenomen en als één bedrag en gepresenteerd in tabel 6. Daarnaast geeft de tabel een overzicht van de gemiddelde huurtoeslag die bewoners ontvangen. Deze toeslag wordt door bewoners gebruikt voor een (gedeeltelijke) bekostiging van de kale huur. Woonbijdrage in V&V (N=26) GGZ (N=31) VG (N=202) Totaal (N=263) Gemiddelde woonlasten 740,17 634,11 585,99 559,20 Gemiddelde huurtoeslag 104,57 126,11 83,42 88,07 Tabel 6. Gemiddelde woonlasten en huurtoeslag per maand per bewoner. Gemiddeld uurtarief per type medewerker Het gemiddelde uurtarief dat de wooninitiatieven betalen per type medewerker is niet door alle initiatieven ingevuld. Tabel 7 geeft weer van hoeveel initiatieven de kosten wel bekend zijn en welk bedrag zij betalen voor het type deskundigheid dat wordt ingezet. De bedragen die de initiatieven betalen zijn inclusief eventuele kosten voor teamoverleg, coördinatie van zorg, overleg over de bewoners, scholing van medewerkers, managementkosten, reiskosten en onregelmatigheidstoeslag. Bij een aantal wooninitiatieven bracht de zorgverlener deze kosten apart in rekening. Om een totaalbeeld te krijgen hebben wij deze bedragen bij elkaar genomen waardoor in onderstaande tabel integrale tarieven staan weergegeven. Type medewerker Aantal initiatieven Gemiddeld uurtarief ( ) Medewerker hbo-niveau 21 37,00 Medewerker mbo-niveau ,22 Medewerker mbo-niveau ,08 Medewerker mbo-niveau ,80 Huishoudelijke hulp 20 21,94 Stagiaires 1 8,00 Ongediplomeerde medewerkers 3 15,39 Overig 6 40,10 Tabel 7. Gemiddelde uurtarieven per type medewerker en aantal initiatieven waarover de waarde is berekend. 3 Deze bijdrage wordt vooral gebruikt voor voeding, verzekeringen, onderhoud aan de woning en inventaris. Daarnaast wordt dit in de sector V&V ook gebruikt voor de inzet van extra zorg; de omvang van deze extra zorg is niet bekend. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 18 van 52

20 Exploitatie De wooninitiatieven hebben in het onderzoek aangegeven hoe hoog hun inkomsten en uitgaven waren, dit hebben we vertaald naar het exploitatieresultaat. Van een aantal initiatieven zijn of de inkomsten of de kosten niet bekend, deze staan als onbekend genoemd in de tabel. Het overzicht van inkomsten en uitgaven betreft een momentopname. Van sommige initiatieven is bekend dat door tijdelijke leegstand de inkomsten lager dan normaal liggen, waardoor ook het exploitatieresultaat lager dan normaal is. In onderstaand overzicht is duidelijk dat de omvang van de initiatieven financieel verschilt. De inkomens variëren tussen de en meer dan per initiatief. De inkomsten hangen samen met het aantal bewoners per initiatief. Ook is zichtbaar dat het exploitatieresultaat van de wooninitiatieven gestart door ouders varieert. Daarbij is geen relatie zichtbaar tussen het exploitatieresultaat en het aantal bewoners dat in een initiatief woont. Kenmerk Verzilverings vorm Uitgaven Opgegeven inkomsten Resultaat Exploitatie % 1003 pgb ,1% 1040 pgb ,4% 1217 pgb ,0% 1245 pgb ,5% 1192 pgb ,0% 1100 pgb ,2% 1227 pgb ,1% 1025 pgb ,0% 1172 pgb ,0% 1184 pgb ,3% 1255 pgb ,8% 1350 pgb ,2% 1073 pgb ,3% 1118 pgb ,0% 1170 pgb ,1% 1224 pgb ,0% 1089 pgb ,2% 1278 pgb ,0% 1008 pgb ,8% 1076 pgb ,0% 1117 pgb ,1% 1086 combi ,2% 1061 combi ,8% AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 19 van 52

21 Kenmerk Verzilverings vorm Uitgaven Opgegeven inkomsten Resultaat Exploitatie % 1251 combi ,7% 1283 combi ,1% 1077 ZIN ,3% 1321 pgb Onbekend 1045 combi Onbekend 1187 ZIN Onbekend 1269 ZIN Onbekend 1248 ZIN Onbekend Tabel 8. Uitgaven, inkomsten totaal en exploitatieresultaat per initiatief weergegeven AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 20 van 52

22 4. Wooninitiatieven gestart door ouders in samenwerking met een zorgaanbieder 4.1 Achtergrondinformatie In dit hoofdstuk staan wooninitiatieven centraal waarbij ouders/vertegenwoordigers van bewoners samenwerking hebben gezocht met een WTZi-toegelaten zorgaanbieder. In totaal betreft dit 32 initiatieven en 232 bewoners. Voor de initiatiefnemers waren de volgende drie redenen de belangrijkste om te starten met het initiatief: het voeren van eigen regie op de invulling van de zorg; we wilden een vast team van zorgverleners; het creëren van een stabiele woonomgeving. Aantal bewoners en wooninitiatieven Tabel 9 geeft een overzicht van de verdeling van het aantal bewoners in de wooninitiatieven, uitgesplitst naar sector. Tevens geeft de tabel een overzicht van de initiatieven verdeeld naar de wijze waarop de verzilvering plaatsvindt. Bewoners en verzilveringvorm Aantal bewoners V&V GGZ VG Overig Totaal Aantal initiatieven met PGB Aantal initiatieven met ZIN Aantal initiatieven met combi PGB en ZIN Totaal aantal initiatieven Tabel 9. Verdeling van bewoners en verzilveringvorm per sector De overgrote meerderheid van de wooninitiatieven is gericht op mensen met een verstandelijke beperking (84%). V&V-woonvormen komen niet voor en er zijn slechts twee GGZ-woonvormen. Zorgzwaarte bewoners We hebben gekeken naar de ZZP s van de bewoners van wooninitiatieven die zijn gestart door ouders of vertegenwoordigers, in onderstaande grafiek is de verdeling over de ZZP s binnen de sectoren GGZ (C) en VG weergegeven. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 21 van 52

23 80 70 GGZ C VG Grafiek 5. Verdeling ZZP s naar sector voor Wooninitiatieven gestart door ouders in samenwerking met een zorgaanbieder. Binnen de 27 woonvormen voor VG-bewoners hebben we per initiatief gekeken naar de samenstelling van de groepen, in termen van ZZP s. 16 van deze initiatieven (59%) hebben een mix van lage en zwaardere ZZP s. In vier initiatieven (15%) wonen alleen mensen met een lichte indicatie (VG 1 tot en met 4) en er zijn zeven initiatieven (26%) met bewoners met zware ZZP s (VG 5 tot en met 8). Aantal plaatsen en bezetting Tabel 10 geeft een overzicht van het aantal plaatsen dat in de initiatieven beschikbaar is, het aantal bewoners dat gemiddeld in een wooninitiatief woont en de bezettingsgraad. Plaatsen en bezetting GGZ VG overig Totaal 6 of minder plaatsen of 8 plaatsen of 10 plaatsen of 12 plaatsen Meer dan 12 plaatsen Gemiddeld aantal plaatsen Gemiddeld aantal bewoners 8,5 8,92 7,33 8,72 8 8,85 7,33 8,63 Bezettingsgraad 94% 99% 100% 99% Tabel 10. aantal plaatsen dat in de initiatieven beschikbaar is, aantal bewoners dat gemiddeld in een wooninitiatief woont en de bezettingsgraad. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 22 van 52

24 Ongeveer een derde van de wooninitiatieven heeft maximaal zes plaatsen. Daarnaast komen zeven tot acht plaatsen en negen tot tien plaatsen relatief veel voor. De gemiddelde omvang is bijna negen plaatsen en het gemiddelde aantal bewoners ook. De bezettingsgraad ligt dus tegen de 100%. Afspraken over zorg Er zijn verschillende manieren om in gesprek te gaan met de zorgverlener over de organisatie van zorg in het wooninitiatief: bij één initiatief doen de bewoners dit individueel met de zorgverlener; bij vier initiatieven doen de bewoners dat volledig gezamenlijk; bij 27 initiatieven maken de bewoners voor een deel individueel en voor een deel gezamenlijk afspraken met de zorgverlener. 4.2 Organisatie van zorg en dienstverlening In deze paragraaf beschrijven we een aantal kenmerken van de organisatie van zorg en dienstverlening in de wooninitiatieven die door ouders of vertegenwoordigers zijn gestart in samenwerking met een aanbieder. Aantal betrokken zorgaanbieders De twee wooninitiatieven in de GGZ hebben één zorgverlener die de zorg levert. In de VG heeft 74% van de initiatieven één zorgaanbieder, 15% heeft met twee zorgaanbieders afspraken en de overige 11% heeft met minimaal drie aanbieders of zorgverleners een afspraak over de zorgverlening. Gemiddelde zorginzet per bewoner De wooninitiatieven hebben per type medewerker weergegeven hoeveel uur per week gemiddeld wordt ingezet. We hebben per sector de totale inzet toegerekend aan de bewoners op basis van de ZZP s en een gemiddelde per bewoner bepaald 4 : In de GGZ ontvangen bewoners gemiddeld 5,7 uur per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 11,0 uur per bewoner per week. Deze afwijking wordt verklaard doordat een tweetal GGZinitiatieven heeft aangegeven dat de bewoners door de aangeboden structuur en regelmaat relatief zelfstandig zijn en voldoende hebben aan alleen begeleiding in de avonduren, de overige uren zijn de bewoners niet of zelfstandig aanwezig in het initiatief. In de VG is sprake van 21,9 uur per bewoner per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 14,4 uur per bewoner per week. Bij de groep overige initiatieven krijgen bewoners gemiddeld 19,3 uur per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 19,5 uur per bewoner per week. Daarnaast hebben we op het niveau van individuele bewoners gevraagd of bewoners individuele begeleiding ontvingen. Ruim de helft van de bewoners (57%) maakt gebruik van individuele begeleiding. Dit betrof gemiddeld 6,6 uur per bewoner per week. Daarbij varieert de individuele begeleiding tussen 3,3 en 20 uur per week. 4 Op basis van de normtijden uit de ZZP s is de verwachte zorglevering (direct en indirect cliëntgebonden tijd) per sector bepaald. We hebben daarbij alleen gekeken naar de component woonzorg die bestaat uit de functie PV, VP en BG-ind. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 23 van 52

25 Inzet mantelzorg en vrijwilligers Veel wooninitiatieven die door ouders of vertegenwoordigers zijn gestart in samenwerking met een zorgaanbieder maken gebruik van mantelzorg en/of vrijwilligers, dit betreft onbetaalde inzet. In de VG maakt 70% van de initiatieven gebruik van mantelzorg en 66% zet vrijwilligers in. De gemiddelde inzet bedraagt 46 uur mantelzorg en 10 uur vrijwilligers. Van de initiatieven in de GGZ maakt er één gebruik van mantelzorg, gemiddeld 4 uur per week. Inzet van vrijwilligers komt in de GGZ niet voor. In de categorie overig maakt 67% gebruik van mantelzorg, voor gemiddeld 30 uur per week. Eén initiatief maakt gebruik van vrijwilligers, gemiddeld is dat 10 uur per week. Opleidingsniveau medewerkers Grafiek 6 geeft grafisch weer welk type medewerkers de verschillende wooninitiatieven inzetten. 80% 70% 60% 50% 40% 30% GGZ VG Overig 20% 10% 0% HBO MBO 4 MBO 3 MBO 2 Overig Grafiek 6. Verdeling opleidingsniveau van deelnemende initiatieven naar sector. In de wooninitiatieven werken zowel medewerkers met een MBO- als een HBOopleiding. Voor de initiatieven in de GGZ worden in de meerderheid medewerkers met niveau MBO-4 ingezet, met daarnaast MBO-2 en 3 en HBO-geschoolde medewerkers. In de VG worden voornamelijk medewerkers op niveau MBO-4 en MBO- 3 ingezet. Bij de categorie overig betreft dit vooral medewerkers op HBO, MBO-3 niveau en uit de categorie overig. Huishoudelijke hulp 131 van de 232 bewoners ontvangen huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Gemiddeld ontvangen deze bewoners 3,5 uur hulp bij het huishouden. Ruim driekwart ontvangt de hulp in de vorm van een pgb. Het gemiddelde bedrag dat zij ontvangen is 4.570,60 per jaar. 4.3 Financiering en exploitatie In deze paragraaf gaan we in op de financiering en exploitatie van de 32 wooninitiatieven die gestart zijn door ouders/vertegenwoordigers en een zorgaanbieder. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 24 van 52

26 Woonlasten bewoners Tabel 12 geeft een overzicht van de woonlasten die bewoners gemiddeld betalen in de wooninitiatieven. In het onderzoek hebben we gevraagd welke huur bewoners betalen en welke kosten daarnaast in rekening worden gebracht bij de bewoners (woonservicebijdrage 5 ). Omdat er kosten zijn die bij de ene woonvorm onder de huur vallen en bij de andere woonvorm onder de woonservicebijdrage, hebben we de kosten voor deze beide componenten samengenomen en als één bedrag gepresenteerd in tabel 11. Daarnaast geeft de tabel een overzicht van de gemiddelde huurtoeslag die bewoners ontvangen. Deze toeslag wordt door bewoners gebruikt voor een (gedeeltelijke) bekostiging van de kale huur. Woonbijdrage in GGZ (N=8) VG (N=208) Overig (N=16) Totaal (N=232) Gemiddelde woonlasten 789,00 742,88 574,00 713,16 Gemiddelde huurtoeslag 53,20 148,97 111,85 140,65 Tabel 11. Gemiddelde woonlasten en huurtoeslag per maand per bewoner. Gemiddeld uurtarief per type medewerker Het gemiddelde uurtarief dat de wooninitiatieven betalen per type medewerker is niet door alle initiatieven ingevuld. Tabel 12 geeft weer van hoeveel initiatieven de kosten wel bekend zijn en welk bedrag zij betalen voor het type deskundigheid dat wordt ingezet. De bedragen die de initiatieven betalen zijn inclusief eventuele kosten voor teamoverleg, coördinatie van zorg, overleg over de bewoners, scholing van medewerkers, managementkosten, reiskosten en onregelmatigheidstoeslag. Bij een aantal wooninitiatieven bracht de zorgverlener deze kosten apart in rekening. Om een totaalbeeld te krijgen hebben wij deze bedragen bij elkaar genomen waardoor in tabel 12 integrale tarieven staan weergegeven. Welke medewerkers zet het initiatief in? Aantal initiatieven Gemiddeld uurtarief ( ) Medewerker hbo-niveau 23 38,36 Medewerker mbo-niveau ,53 Medewerker mbo-niveau ,09 Medewerker mbo-niveau ,84 Huishoudelijke hulp 22 24,39 Stagiaires 4 5,35 Ongediplomeerde medewerkers 6 19,62 Overig 4 26,39 Tabel 12. Gemiddelde uurtarieven per type medewerker en aantal initiatieven waarover de waarde is berekend. Exploitatie De wooninitiatieven hebben in het onderzoek aangegeven hoe hoog hun inkomsten en uitgaven waren, dit hebben we vertaald naar het exploitatieresultaat. Van een 5 Deze bijdrage wordt vooral gebruikt voor voeding, verzekeringen, onderhoud aan de woning en inventaris. Daarnaast wordt dit in de sector V&V ook gebruikt voor de inzet van extra zorg; de omvang van deze extra zorg is niet bekend. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 25 van 52

27 aantal initiatieven zijn of de inkomsten of de kosten niet bekend, deze staan als onbekend genoemd in de tabel. Het overzicht van inkomsten en uitgaven betreft een momentopname. Van sommige initiatieven is bekend dat door tijdelijke leegstand de inkomsten lager dan normaal liggen, waardoor ook het exploitatieresultaat lager dan normaal is. In onderstaand overzicht is duidelijk dat de omvang van de initiatieven financieel verschilt. Gemiddeld ligt het inkomen rond , met uitschieters tot en Het exploitatieresultaat van de wooninitiatieven gestart door ouders samen met een zorgaanbieder ligt veelal rond de 0%. Een enkel initiatief heeft een negatief resultaat, twee initiatieven hebben een positieve uitschieter van rond de 10%. Kenmerk Verzilveringvorm Uitgaven Inkomsten Resultaat Exploitatie 1030 pgb ,3% 1035 pgb ,0% 1044 pgb ,3% 1048 pgb ,7% 1078 pgb ,1% 1157 pgb ,6% 1165 pgb ,0% 1168 pgb ,3% 1177 pgb ,0% 1180 pgb ,0% 1241 pgb ,7% 1247 pgb ,0% 1250 pgb ,0% 1259 pgb ,4% 1295 pgb ,5% 1303 pgb ,0% 1020 pgb ,2% 1058 pgb ,0% 1066 pgb ,0% 1258 combi ,1% 1009 combi ,1% 1080 combi ,0% 1102 combi ,0% 1186 combi ,0% 1031 combi ,0% 1005 ZIN ,0% AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 26 van 52

28 Kenmerk Verzilveringvorm Uitgaven Inkomsten Resultaat Exploitatie 1277 ZIN ,4% 1289 ZIN ,7% 1200 pgb Onbekend 1240 pgb Onbekend 1270 ZIN Onbekend 1081 ZIN Onbekend Tabel 13. Uitgaven, inkomsten en exploitatieresultaat per initiatief weergegeven. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 27 van 52

29 5. Wooninitiatieven gestart door ouders of vertegenwoordigers in samenwerking met een bestaand concept voor wooninitiatieven 5.1 Achtergrondinformatie In dit hoofdstuk zoomen we in op de wooninitiatieven die gestart zijn door ouders of vertegenwoordigers van bewoners en die daarbij samenwerking hebben gezocht met een bestaand concept voor wooninitiatieven (zoals bijvoorbeeld Woondroomzorg). In totaal betreft dit 15 initiatieven en 102 bewoners. Voor de initiatiefnemers waren de volgende drie redenen de belangrijkste om te starten met het initiatief: het voeren van eigen regie op de invulling van de zorg; het creëren van een stabiele woonomgeving; op deze manier was het mogelijk om passende huisvesting te organiseren. Aantal bewoners en wooninitiatieven Tabel 14 geeft een overzicht van de verdeling van het aantal bewoners in de wooninitiatieven, uitgesplitst naar sector. Tevens geeft de tabel een overzicht van de initiatieven verdeeld naar de wijze waarop verzilvering plaatsvindt. Bewoners en verzilveringvorm Aantal bewoners V&V GGZ VG Overig Totaal Aantal initiatieven met PGB Aantal initiatieven met ZIN Aantal initiatieven met combi PGB en ZIN Totaal aantal initiatieven Tabel 14. Verdeling van bewoners en verzilveringvorm per sector. Zorgzwaarte bewoners We hebben gekeken naar de ZZP s van de bewoners van wooninitiatieven die zijn gestart door ouders of vertegenwoordigers. Grafiek 7 geeft de verdeling over de ZZP s binnen de sectoren V&V, GGZ (C) en VG weer. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 28 van 52

30 25 V&V GGZ C VG Grafiek 7. Verdeling ZZP s naar sector voor wooninitiatieven gestart door ouders of vertegenwoordigers in samenwerking met een bestaand concept voor wooninitiatieven. Binnen de VG hebben we per initiatief gekeken naar de samenstelling van de groepen, in termen van ZZP s. Er zijn twee initiatieven met een relatief lichte groep bewoners (VG 1 tot en met 4) en geen initiatieven met een zware groep bewoners (VG 5 tot en met 8). Acht initiatieven hebben een mix van lichte en zware bewoners. Aantal plaatsen en bezetting Tabel 15 geeft een overzicht van het aantal plaatsen dat in de initiatieven beschikbaar is, het aantal bewoners dat gemiddeld in een wooninitiatief woont en de bezettingsgraad. Plaatsen en bezetting GGZ VG Totaal 6 of minder plaatsen of 8 plaatsen of 10 plaatsen of 12 plaatsen Meer dan 12 plaatsen Gemiddeld aantal plaatsen 7,17 7,56 7,13 Gemiddeld aantal bewoners 7,00 7, Bezettingsgraad 98% 100% 99% Tabel 15. Aantal initiatieven met aantal plaatsen verdeeld per sector. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 29 van 52

31 60% van de wooninitiatieven heeft maximaal zes plaatsen. Daarnaast komen zeven tot acht plaatsen relatief veel voor. De gemiddelde omvang is ongeveer zeven plaatsen en het gemiddelde aantal bewoners ook. De bezettingsgraad ligt dus tegen de 100%. Afspraken over zorg Er zijn verschillende manieren om in gesprek te gaan met de zorgverlener over de organisatie van zorg in het wooninitiatief: bij twee initiatieven doen de bewoners dit individueel met de zorgverlener; bij vier initiatieven doen de bewoners dat volledig gezamenlijk; bij dertien initiatieven maken de bewoners voor een deel individueel en voor een deel gezamenlijk afspraken met de zorgverlener. 5.2 Organisatie van zorg en dienstverlening In deze paragraaf beschrijven we een aantal kenmerken van de organisatie van zorg en dienstverlening in de wooninitiatieven die door ouders of vertegenwoordigers zijn gestart in samenwerking met een formule. Aantal betrokken zorgaanbieders of zorgverleners Het gezamenlijke kenmerk van deze groep wooninitiatieven is de samenwerking met een formule. In de meeste gevallen is de formule ook de zorgaanbieder die de zorg levert. Één wooninitiatief vormt hierop een uitzondering, daar zijn twee zorgaanbieders of -verleners actief. Gemiddelde zorginzet per bewoner De wooninitiatieven hebben per type medewerker weergegeven hoeveel uur per week gemiddeld wordt ingezet. We hebben per sector de totale inzet toegerekend aan de bewoners op basis van de ZZP s en een gemiddelde per bewoner bepaald 6 : In de GGZ ontvangen bewoners gemiddeld 19,0 uur per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 11,9 uur per bewoner per week. In de VG is sprake van 21,5 uur per bewoner per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 13,6 uur per bewoner per week. Daarnaast hebben we op het niveau van individuele bewoners gevraagd of bewoners individuele begeleiding ontvangen. Bijna de helft van de bewoners (43%) maakt gebruik van individuele begeleiding. Dit betreft gemiddeld 10,7 uur per bewoner per week. Daarbij varieert de individuele begeleiding tussen 4,5 en 16 uur per week. Inzet mantelzorg en vrijwilligers Wooninitiatieven die samenwerken met een formule maken vaak gebruik van mantelzorg en/of vrijwilligers, dit betreft onbetaalde inzet. Van de VG-initiatieven in samenwerking met een formule maakt 70% van de initiatieven gebruik van mantelzorg en 70% zet vrijwilligers in. De gemiddelde inzet bedraagt 45 uur mantelzorg en 10 uur vrijwilligers. De initiatieven in de GGZ maken allen gebruik van mantelzorg, 6 Op basis van de normtijden uit de ZZP s is de verwachte zorglevering (direct en indirect cliëntgebonden tijd) per sector bepaald. We hebben daarbij alleen gekeken naar de component woonzorg die bestaat uit de functie PV, VP en BG-ind. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 30 van 52

32 gemiddeld 9 uur per week. Inzet van vrijwilligers komt bij 60% van de GGZinitiatieven voor, gemiddeld 1,7 uur per week. Opleidingsniveau medewerkers Grafiek 8 toont de opleidingsniveaus van de medewerkers in de verschillende sectoren. 70% 60% 50% 40% 30% GGZ VG 20% 10% 0% HBO MBO 4 MBO 3 MBO 2 Overig Grafiek 8. Verdeling opleidingsniveau van deelnemende initiatieven naar sector. In de GGZ worden voornamelijk medewerkers op HBO-niveau ingezet. Ook MBO-4 komt veel voor in de GGZ. De initiatieven in de VG zetten voor 60% van de uren medewerkers met niveau MBO-4 in; de andere opleidingsniveaus komen ongeveer in gelijke mate voor. Huishoudelijke hulp 41 van de 102 bewoners (40%) ontvangen huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Gemiddeld ontvangen deze bewoners 3,7 uur hulp bij het huishouden. Ruim driekwart ontvangt de hulp in de vorm van een pgb. Het gemiddelde bedrag dat zij ontvangen is 3.159,- per jaar. 5.3 Financiering en exploitatie Paragraaf 6.3 gaat in op de financiering en exploitatie van de 15 wooninitiatieven die gestart zijn door ouders of vertegenwoordigers samen met een formule. Woonlasten bewoners Tabel 18 geeft een overzicht van de woonlasten die bewoners gemiddeld betalen in de wooninitiatieven. In het onderzoek hebben we gevraagd welke huur bewoners betalen en welke kosten daarnaast in rekening worden gebracht bij de bewoners (woonservicebijdrage 7 ). Omdat er kosten zijn die bij de ene woonvorm onder de huur vallen en bij de andere woonvorm onder de woonservicebijdrage, hebben we de kosten voor deze beide componenten samengenomen en als één bedrag gepresenteerd in tabel Deze bijdrage wordt vooral gebruikt voor voeding, verzekeringen, onderhoud aan de woning en inventaris. Daarnaast wordt dit in de sector V&V ook gebruikt voor de inzet van extra zorg. De omvang van deze extra zorg is niet bekend. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 31 van 52

33 Daarnaast geeft de tabel een overzicht van de gemiddelde huurtoeslag die bewoners ontvangen. Deze toeslag wordt door bewoners gebruikt voor een (gedeeltelijke) bekostiging van de kale huur. Woonbijdrage in GGZ (N=25) VG (N=62) Totaal (N=87) Gemiddelde woonlasten 518,08 733,16 688,76 Gemiddelde huurtoeslag 158,74 163,56 177,13 Tabel 16. Gemiddelde woonlasten en huurtoeslag per maand per bewoner. Gemiddeld uurtarief per type medewerker Het gemiddelde uurtarief dat de wooninitiatieven betalen per type medewerker is niet door alle initiatieven ingevuld. Tabel 17 geeft weer van hoeveel initiatieven de kosten wel bekend zijn en welk bedrag zij betalen voor het type deskundigheid dat wordt ingezet. De bedragen die de initiatieven betalen zijn inclusief eventuele kosten voor teamoverleg, coördinatie van zorg, overleg over de bewoners, scholing van medewerkers, managementkosten, reiskosten en onregelmatigheidstoeslag. Bij een aantal wooninitiatieven werden deze kosten apart door de zorgverlener in rekening gebracht. Om een totaalbeeld te krijgen hebben wij deze bedragen bij elkaar genomen waardoor in tabel 17 integrale tarieven staan weergegeven. Type medewerker Aantal initiatieven Gemiddeld uurtarief ( ) Medewerker hbo-niveau 14 35,42 Medewerker mbo-niveau ,25 Medewerker mbo-niveau ,80 Medewerker mbo-niveau ,81 Huishoudelijke hulp 14 21,07 Stagiaires 0 n.v.t. Ongediplomeerde medewerkers 1 25,50 Overig 7 39,44 Tabel 17. Gemiddelde uurtarieven per type medewerker en aantal initiatieven waarover de waarde is berekend. Exploitatie De wooninitiatieven hebben in het onderzoek aangegeven hoe hoog hun inkomsten en uitgaven waren, dit hebben we vertaald naar het exploitatieresultaat. Van een aantal initiatieven zijn of de inkomsten of de kosten niet bekend, deze staan als onbekend genoemd in de tabel. Het overzicht van inkomsten en uitgaven betreft een momentopname. Van sommige initiatieven is bekend dat door tijdelijke leegstand de inkomsten lager dan normaal liggen, waardoor ook het exploitatieresultaat lager dan normaal is. In onderstaand overzicht is duidelijk dat de omvang van de initiatieven financieel verschilt. Dit varieert van ongeveer tot Het exploitatieresultaat van de wooninitiatieven gestart door ouders samen met een bestaand concept voor wooninitiatieven ligt veelal rond de 0%. Een enkel initiatief heeft een negatief resultaat, één initiatief heeft een positieve uitschieter van rond de 10%. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 32 van 52

34 Kenmerk Verzilvering vorm Uitgaven Opgegeven inkomsten Resultaat oud Exploitatie oud % 1033 pgb ,8% 1106 pgb ,0% 1109 pgb ,3% 1148 pgb ,9% 1207 pgb ,0% 1209 pgb ,6% 1211 pgb ,0% 1249 pgb ,1% 1260 pgb ,4% 1320 pgb ,2% 1057 pgb ,0% 1193 pgb ,6% 1208 pgb ,1% 1267 pgb ,3% 1171 ZIN Onbekend 1174 ZIN Onbekend Tabel 18. Uitgaven, inkomsten en exploitatieresultaat per initiatief weergegeven. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 33 van 52

35 6. Wooninitiatieven gestart door zorgondernemers 6.1 Achtergrond In dit hoofdstuk bespreken we de wooninitiatieven die gestart zijn door zorgondernemers. In totaal betreft dit 28 initiatieven en 269 bewoners. Voor de initiatiefnemers waren de volgende drie redenen de belangrijkste om te starten met het initiatief: het voeren van eigen regie op de invulling van de zorg; het creëren van een stabiele woonomgeving; we wilden een vast team van zorgverleners. Aantal bewoners en wooninitiatieven Tabel 19 geeft een overzicht van de verdeling van het aantal bewoners in de wooninitiatieven, uitgesplitst naar sector. Tevens geeft de tabel een overzicht van de initiatieven verdeeld naar de wijze waarop de verzilvering plaatsvindt. Bewoners en verzilveringvorm Aantal bewoners V&V GGZ VG Overig Totaal Aantal initiatieven met PGB Aantal initiatieven met ZIN Aantal initiatieven met combi PGB en ZIN Totaal aantal initiatieven Tabel 19. Verdeling van bewoners en verzilveringvorm per sector. Zorgzwaarte bewoners We hebben gekeken naar de ZZP s van de bewoners van wooninitiatieven die zijn gestart door zorgondernemers, in onderstaande grafiek is de verdeling over de ZZP s binnen de sectoren V&V, GGZ (C) en VG weergegeven. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 34 van 52

36 90 80 V&V GGZ C VG Grafiek 9. Verdeling ZZP s naar sector voor wooninitiatieven gestart door zorgondernemers. Binnen de VG hebben we per initiatief gekeken naar de samenstelling van de groepen, in termen van ZZP s. In de VG is één initiatief met een relatief zware groep bewoners (VG 5 tot en met 8). Er zijn 9 VG-initiatieven waar een mix van lichte en zware bewoners woont. Aantal plaatsen en bezetting Tabel 20 geeft een overzicht van het aantal plaatsen dat in de initiatieven beschikbaar is, het aantal bewoners dat gemiddeld in een wooninitiatief woont en de bezettingsgraad. Plaatsen en bezetting V&V GGZ VG Totaal 6 of minder plaatsen of 8 plaatsen of 10 plaatsen of 12 plaatsen Meer dan 12 plaatsen Gemiddeld aantal plaatsen Gemiddeld aantal bewoners 11,58 5,8 8,5 9,54 11,67 4,0 7,5 8,88 Bezettingsgraad 100% 69% 88% 93% Tabel 20. Aantal initiatieven met aantal plaatsen verdeeld per sector. De variatie in het aantal plaatsen is erg groot. Tien zorgondernemers (36%) hebben plaats voor maximaal 6 personen; twaalf initiatieven van zorgondernemers (43%) kennen tussen de 7 en 12 plaatsen en zes zorgondernemers (21%) hebben plaats voor meer dan 12 bewoners. Het gemiddelde aantal plekken is 9,5 en de bezettingsgraad is 93%. Net als bij de andere groepen wooninitiatieven is de bezettingsgraad bij de AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 35 van 52

37 GGZ het laagst, in dit geval zelfs maar 69%. De bezettingsgraad in de sector V&V is 100%, het gemiddeld aantal bewoners ligt hoger dan het aantal plekken op de locaties. Waarschijnlijk komt dit doordat een aantal wooninitiatieven een extra logeerbed heeft dat niet meegeteld is in het aantal plaatsen, maar wel in het aantal bewoners. Afspraken over zorg Er zijn verschillende manieren om in gesprek te gaan met de zorgverlener over de organisatie van zorg in het wooninitiatief: bij tien initiatieven doen de bewoners dit individueel met de zorgverlener; bij vier initiatieven doen de bewoners dat volledig gezamenlijk; bij 14 initiatieven maken de bewoners voor een deel individueel en voor een deel gezamenlijk afspraken met de zorgverlener. 6.2 Organisatie van zorg en dienstverlening In deze paragraaf beschrijven we een aantal kenmerken van de organisatie van zorg en dienstverlening in de wooninitiatieven die door zorgondernemers zijn gestart. Aantal betrokken zorgaanbieders of zorgverleners In de V&V is over het algemeen één zorgaanbieder actief, bij één initiatief zijn twee zorgaanbieders actief. Bij drie van de zes GGZ-initiatieven wordt de zorg geleverd door één zorgaanbieder, de andere hebben twee, drie of zes zorgaanbieders of zorgverleners. In de VG heeft 70% van de initiatieven één zorgaanbieder, 10% (één initiatief) heeft twee zorgaanbieders en 10% (één initiatief) heeft drie zorgaanbieders, van één initiatief is het aantal zorgverleners onbekend. Gemiddelde zorginzet per bewoner De wooninitiatieven hebben per type medewerker weergegeven hoeveel uur per week gemiddeld wordt ingezet. We hebben per sector de totale inzet toegerekend aan de bewoners op basis van de ZZP s en een gemiddelde per bewoner bepaald 8 : In de V&V is sprake van een zorginzet van 28,8 uur per bewoner per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 15,2 uur per bewoner per week. In de GGZ ontvangen bewoners gemiddeld 18,9 uur per week zorg. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 11,7 uur per bewoner per week. In de VG is sprake van 22,5 uur per bewoner per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 14,7 uur per bewoner per week. Daarnaast hebben we op het niveau van individuele bewoners gevraagd of bewoners individuele begeleiding ontvingen. 116 bewoners (43%) maken gebruik van individuele begeleiding. Dit betrof gemiddeld 16,2 uur per bewoner per week. Daarbij varieert de individuele begeleiding tussen 2 en 22 uur per week. 8 Op basis van de normtijden uit de ZZP s is de verwachte zorglevering (direct en indirect cliëntgebonden tijd) per sector bepaald. We hebben daarbij alleen gekeken naar de component woonzorg die bestaat uit de functie PV, VP en BG-ind. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 36 van 52

38 Inzet mantelzorg en vrijwilligers Bij zorgondernemers is (net als bij de andere groepen) vaak sprake van mantelzorg en/of vrijwilligers, dit betreft onbetaalde inzet. In de V&V maakt 60% gebruik van mantelzorg en 60% van vrijwilligers. De inzet bedraagt gemiddeld 8 uur mantelzorg en 26 uur vrijwilligers. Twee van de zes GGZ-initiatieven zetten mantelzorg in en tevens twee maken gebruik van vrijwilligers. De gemiddelde inzet is 4 uur mantelzorg en 9 uur vrijwilligers. Van de zorgondernemers in de VG maakt 50% gebruik van mantelzorg en 80% van vrijwilligers. De gemiddelde inzet bedraagt 4 uur mantelzorg en 17,5 uur vrijwilligers. Opleidingsniveau medewerkers De zorgverleners die bij zorgondernemers werkzaam zijn werken vrijwel allemaal op MBO-3 niveau. Alleen in de V&V komt HBO-niveau voor (bij 1% van de ureninzet). 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% HBO MBO 4 MBO 3 MBO 2 Overig V&V GGZ VG Grafiek 10. Verdeling opleidingsniveau van deelnemende initiatieven naar sector. In de wooninitiatieven werken zowel medewerkers met een MBO- als een HBOopleiding. In de V&V wordt voor meer dan 40% van de uren medewerkers op MBOniveau 3 ingezet en ook MBO-2 komt substantieel voor. De initiatieven in de GGZ en de VG zetten vooral medewerkers in met niveau MBO-4 en HBO. Daarnaast is de categorie overig in de GGZ vrij groot; mogelijk zijn dat behandelaars. Huishoudelijke hulp 86 van de 269 bewoners (32%) ontvangen huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Gemiddeld ontvangen deze bewoners 3,7 uur hulp bij het huishouden. Meer dan 80% ontvangt de hulp in de vorm van een pgb. Het gemiddelde bedrag dat zij ontvangen is 4.134,58 per jaar. 6.3 Financiering en exploitatie In deze paragraaf gaan we in op de financiering en exploitatie van de 28 wooninitiatieven die gestart zijn door een zorgondernemer. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 37 van 52

39 Woonlasten bewoners Tabel 21 geeft een overzicht van de woonlasten die bewoners gemiddeld betalen in de wooninitiatieven. In het onderzoek hebben we gevraagd welke huur bewoners betalen en welke kosten daarnaast in rekening worden gebracht bij de bewoners (woonservicebijdrage 9 ). Omdat er kosten zijn die bij de ene woonvorm onder de huur vallen en bij de andere woonvorm onder de woonservicebijdrage, hebben we de kosten voor deze beide componenten samengenomen en als één bedrag gepresenteerd in tabel 24. Daarnaast geeft de tabel een overzicht van de gemiddelde huurtoeslag die bewoners ontvangen. Deze toeslag wordt door bewoners gebruikt voor een (gedeeltelijke) bekostiging van de kale huur. Voor de initiatieven gestart door zorgondernemers liggen de woonlasten opvallend hoger dan voor de bewoners in de andere typen initiatieven. Dat komt omdat in de initiatieven van de zorgondernemers veel bewoners een extra bijdrage betalen voor de zorg die men ontvangt bovenop de indicatie uit de AWBZ. Welk deel van de woonlasten hiervoor wordt gebruikt is niet bekend uit dit onderzoek. Woonbijdrage in V&V (N=156) GGZ (N=31) VG (N=76) Totaal (N=263) Gemiddelde woonlasten 2556,42 752,17 506, ,06 Gemiddelde huurtoeslag 59,54 28,91 49,76 53,17 Tabel 21. Gemiddelde woonlasten en huurtoeslag per maand per bewoner. Gemiddeld uurtarief per type medewerker Het gemiddelde uurtarief dat de wooninitiatieven betalen per type medewerker is niet door alle initiatieven ingevuld. Tabel 22 geeft weer van hoeveel initiatieven de kosten wel bekend zijn en welk bedrag zij betalen voor het type deskundigheid dat wordt ingezet. De bedragen die de initiatieven betalen zijn inclusief eventuele kosten voor teamoverleg, coördinatie van zorg, overleg over de bewoners, scholing van medewerkers, managementkosten, reiskosten en onregelmatigheidstoeslag. Bij een aantal wooninitiatieven werden deze kosten apart door de zorgverlener in rekening gebracht. Om een totaalbeeld te krijgen hebben wij deze bedragen bij elkaar genomen waardoor in tabel 22 integrale tarieven staan weergegeven. 9 Deze bijdrage wordt vooral gebruikt voor voeding, verzekeringen, onderhoud aan de woning en inventaris. Daarnaast wordt dit in de sector V&V ook gebruikt voor de inzet van extra zorg; de omvang van deze extra zorg is niet bekend. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 38 van 52

40 Type medewerker Aantal initiatieven Gemiddeld uurtarief ( ) Medewerker hbo-niveau 21 34,10 Medewerker mbo-niveau ,90 Medewerker mbo-niveau ,10 Medewerker mbo-niveau ,26 Huishoudelijke hulp 17 19,73 Stagiaires 7 4,07 Ongediplomeerde medewerkers 6 9,96 Overig 10 26,10 Tabel 22. Gemiddelde uurtarieven per type medewerker en aantal initiatieven waarover de waarde is berekend. Exploitatie De wooninitiatieven hebben in het onderzoek aangegeven hoe hoog hun inkomsten en uitgaven waren, dit hebben we vertaald naar het exploitatieresultaat. Van een aantal initiatieven zijn of de inkomsten of de kosten niet bekend, deze staan als onbekend genoemd in de tabel. Het overzicht van inkomsten en uitgaven betreft een momentopname. Van sommige initiatieven is bekend dat door tijdelijke leegstand de inkomsten lager dan normaal liggen, waardoor ook het exploitatie resultaat lager dan normaal is. In onderstaand overzicht is duidelijk dat de omvang van de initiatieven financieel verschilt. Dit varieert van een inkomen dat ligt rond de tot aan Deze inkomsten hangen samen met het aantal bewoners van het initiatief. Het exploitatieresultaat van de wooninitiatieven gestart door zorgondernemers is veelal positief. Dit is te verklaren doordat een aantal initiatieven heeft aangegeven het exploitatieresultaat te gebruiken als ondernemersloon. In de opgegeven uitgaven is deze post nog niet meegenomen terwijl er wel uren worden gewerkt door de ondernemers. Kenmerk Verzilvering vorm Uitgaven Opgegeven inkomsten Resultaat oud Exploitatie oud % 1006 pgb ,1% 1063 pgb ,0% 1098 pgb ,0% 1111 pgb ,3% 1121 pgb ,0% 1153 pgb ,7% 1159 pgb ,3% 1163 pgb ,3% 1175 pgb ,0% 1220 pgb ,7% 1229 pgb ,0% 1230 pgb ,0% AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 39 van 52

41 Kenmerk Verzilvering vorm Uitgaven Opgegeven inkomsten Resultaat oud Exploitatie oud % 1315 pgb ,1% 1316 pgb ,1% 1319 pgb ,8% 1062 pgb ,0% 1334 pgb ,4% 1023 combi ,5% 1110 combi ,8% 1128 combi ,1% 1131 combi ,2% 1146 combi Onbekend 1349 pgb Onbekend 1124 pgb Onbekend 1345 pgb Onbekend 1017 ZIN Onbekend 1114 ZIN Onbekend 1127 ZIN Onbekend Tabel 23. Uitgaven, inkomsten en exploitatieresultaat per initiatief weergegeven. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 40 van 52

42 7. Wooninitiatieven gestart door zorgondernemers van De Drie Notenboomen 7.1 Achtergrond In dit hoofdstuk zoomen we in op de wooninitiatieven die gestart zijn door een zorgondernemer van De Drie Notenboomen. Het gaat om Thomashuizen (voor mensen met een verstandelijke beperking) en Herbergiers (voor mensen met geheugenproblematiek). 10 De zorgondernemers noemen de volgende redenen om te starten met het wooninitiatief: we wilden zo gewoon mogelijk wonen en leven mogelijk maken; het voeren van eigen regie op de invulling van de zorg; het creëren van een stabiele woonomgeving; we wilden een vast team van zorgverleners. Aantal bewoners en wooninitiatieven Er zijn 88 Thomashuizen en 17 Herbergiers, dus 105 initiatieven in totaal. Zij leveren zorg en begeleiding aan ongeveer 960 bewoners. Zoals al eerder vermeld zijn door de centrale organisatie van De Drie Notenboomen gegevens aangeleverd die gelden voor alle aangesloten onderdelen. Op basis van deze gegevens, aangevuld met een tweetal gesprekken met zorgondernemers, is dit hoofdstuk tot stand gekomen. Alle Thomashuizen en Herbergiers werken op basis van het pgb. Soms is er een combinatie met zorg in natura die door de bewoners gebruikt wordt voor de dagbesteding. Zorgzwaarte bewoners De bewoners van de Herbergiers (sector V&V) hebben meestal een ZZP VV4 of VV5. ZZP VV3 en VV7 komen ook voor, maar in veel mindere mate. In de Thomashuizen (gehandicaptenzorg) komen vooral de ZZP s VG 3 tot en met VG6 voor. Een enkele bewoner heeft ZZP VG 1, 2 of 8. VG7 komt vrijwel niet voor. Over het algemeen geldt, zowel bij de Herbergiers als de Thomashuizen, dat er sprake is van een combinatie van relatief lichte en wat zwaardere ZZP s. Aantal plaatsen en bezetting De Thomashuizen hebben in principe 8 plaatsen. Soms is er een negende plek die wordt gebruikt voor logeren van tijdelijke bewoners. De bezetting in de Thomashuizen ligt rond de 100%. In de Herbergiers wonen gemiddeld 15 tot 16 bewoners. Één tot twee plekken worden ook wel ingezet voor tijdelijke huisvesting (logeren). Hierdoor ligt de bezetting iets onder de 100%. Afspraken over zorg Op de vraag op welke wijze de bewoners in de initiatieven met de zorgverleners afspraken maken, blijkt dat bewoners dit altijd individueel met de zorgaanbieder (in 10 We hebben er voor gekozen om de groep initiatieven behorend tot De Drie Notenboomen apart te presenteren omdat de gegevensaanlevering op een andere manier is verlopen dan bij de andere initiatieven. Integreren van de data met de data van de groep zorgondernemers was daardoor niet mogelijk. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 41 van 52

43 dit geval de zorgondernemer) doen. Daarbij zorgt de ondernemer ervoor dat 24-uurs inzet gegarandeerd kan worden. 7.2 Organisatie van zorg en dienstverlening In deze paragraaf beschrijven we een aantal kenmerken van de organisatie van zorg en dienstverlening in de Thomashuizen en Herbergiers. Aantal betrokken zorgaanbieders of zorgverleners In zowel de Herbergier als Thomashuizen is altijd 1 zorgondernemer actief; meestal is het een echtpaar of andere partnervorm waarvan beide personen gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen. De zorgondernemer heeft een aantal werknemers in dienst. De zorgondernemer is het aanspreekpunt voor de bewoners. Gemiddelde zorginzet per bewoner De Drie Notenboomen heeft een schatting gegeven van het aantal fte dat in een gemiddeld Thomashuis en Herbergier wordt ingezet. De personele inzet bestaat uit de medewerkers die de zorgondernemers betalen en daarnaast uit de inzet van de zorgondernemers zelf. De feitelijke inzet van medewerkers is bij De Drie Notenboomen bekend, de inzet van de zorgondernemers is gebaseerd op een schatting. Dit laatste kan oplopen tot wel 90 uur per week voor beide personen van het ondernemersstel; bijvoorbeeld doordat zij de nachtdienst invullen. Op basis van de aangeleverde fte s schatten wij in dat er per bewoner per week de volgende uren worden geleverd: V&V (Herbergier): 15,5 fte, dit zou ongeveer uitkomen op 29,7 uur per bewoner per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij de gemiddelde ZZP s in de Herbergiers ligt op gemiddeld 14,9 uur per bewoner per week. VG (Thomashuis): 5,6 fte, dit zou ongeveer uitkomen op 20,1 uur per bewoner per week. De normomvang van de woonzorgcomponent bij deze ZZP s ligt op gemiddeld 13,1 uur per bewoner per week. Daarnaast hebben we gevraagd of bewoners individuele begeleiding ontvangen. Dit is bij een deel van de bewoners aan de orde, maar niet in grote omvang (bijvoorbeeld 1 of enkele keren per week). Inzet mantelzorg en vrijwilligers In de wooninitiatieven van De Drie Notenboomen wordt veel gebruik gemaakt van mantelzorg en vrijwilligers, dit betreft onbetaalde inzet. In de Thomashuizen zijn vaak de ouders betrokken; meestal gericht op activiteiten met hun eigen kind. Ook vrijwilligers spelen een rol in Thomashuizen en Herbergiers, bijvoorbeeld voor koken en (individuele) activiteiten met bewoners. De gemiddelde inzet in uren van mantelzorgers en vrijwilligers binnen de formules van De Drie Notenboomen is niet bekend. Opleidingsniveau medewerkers We hebben geen inzicht in de opleidingsniveaus van het personeel in locaties van De Drie Notenboomen. Bij de Herbergier-locatie die we hebben bezocht, gaf men aan de medewerkers vooral te selecteren op basis van hun mentaliteit en houding. Ze moeten passen in het zorgconcept; opleiding is daarbij van ondergeschikt belang. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 42 van 52

44 Medewerkers hebben vaak wel een achtergrond in de zorg. De inschatting is dat dit voor driekwart van de medewerkers van Thomashuizen en Herbergiers geldt. Huishoudelijke hulp Bij de meeste Herbergiers en Thomashuizen is de huishoudelijke hulp vanuit de Wmo door de gemeente stopgezet per 1 januari Er zijn drie of vier Thomashuizen waar de gemeente nog huishoudelijke hulp toekent. De bewoners van die huizen hebben allemaal een pgb voor de huishoudelijke hulp voor 1,5 uur per week (budget niet bekend). Per 2012 zal dit afgebouwd worden. 7.3 Financiering en exploitatie In deze paragraaf gaan we in op de financiering en exploitatie van de 31 wooninitiatieven die gestart zijn door ouders of vertegenwoordigers. Woonlasten bewoners Tabel 28 geeft een overzicht van de woonlasten die bewoners gemiddeld betalen in de wooninitiatieven. In het onderzoek hebben we gevraagd welke huur bewoners betalen en welke kosten daarnaast in rekening worden gebracht bij de bewoners (woonservicebijdrage 11 ). Omdat er kosten zijn die bij de ene woonvorm onder de huur vallen en bij de andere woonvorm onder de woonservicebijdrage, hebben we de kosten voor deze beide componenten samengenomen en als één bedrag gepresenteerd in tabel 24. Daarnaast geeft de tabel een overzicht van de gemiddelde huurtoeslag die bewoners ontvangen. Deze toeslag wordt door bewoners gebruikt voor een (gedeeltelijke) bekostiging van de kale huur. Woonbijdrage in V&V VG Gemiddelde woonlasten 975 tot en met tot en met 750 Gemiddelde huurtoeslag geen 100 tot en met 150 Tabel 24. Gemiddelde woonbijdrage Bewoners van Herbergiers komen niet in aanmerking voor huurtoeslag. Bewoners van Thomashuizen meestal wel; afhankelijk van de huur varieert dit van 100,- tot 150,-. Gemiddeld uurtarief per type medewerker De uurtarieven die de zorgondernemers aan het personeel betalen zijn niet bekend bij De Drie Notenboomen. Hoewel de Thomashuizen en Herbergiers niet gebonden zijn aan de CAO voor de zorgsector, zijn de lonen over het algemeen wel conform de CAO. Exploitatie De wooninitiatieven hebben in het onderzoek aangegeven hoe hoog hun inkomsten en uitgaven waren, dit hebben we vertaald naar het exploitatieresultaat. In de uitgaven zijn geen salariskosten van de zorgondernemers meegeteld; de ondernemers halen hun inkomen uit het exploitatieresultaat van het wooninitiatief. 11 Bij Thomashuizen en Herbergiers vallen hier huur, servicekosten en maaltijden onder. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 43 van 52

45 Kenmerk Uitgaven Opgegeven inkomsten Resultaat Exploitatie Herbergier ,4% Thomashuis ,7% Tabel 25. Exploitatie, inkomsten en uitgaven per initiatief. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 44 van 52

46 8. Samenvattend beeld 8.1 Algemeen In hoofdstuk 2 hebben we een algemeen beeld gegeven van de wooninitiatieven. In de hoofdstukken 3 tot en met 7 hebben we vervolgens van de verschillende groepen wooninitiatieven beschrijvingen gegeven. In dit afsluitende hoofdstuk komen we terug op de vragen die centraal stonden in dit onderzoek, namelijk: Hoeveel wooninitiatieven zijn er? Welke bewoners verblijven in de wooninitiatieven? Welke typen wooninitiatieven zijn er? Welk effect hebben de wijzigingen in de pgb-regeling voor de wooninitiatieven? 12 Welke aspecten spelen een rol bij een toekomstbestendige financiering van de wooninitiatieven? 8.2 Aantal wooninitiatieven en type bewoners Aan het onderzoek hebben in totaal 260 wooninitiatieven deelgenomen. Deze initiatieven zijn verspreid over Nederland. Het aantal deelnemers uit de provincies Gelderland en Noord-Brabant is het hoogst. Op basis van ledenlijsten van een aantal landelijke organisaties die de belangen vertegenwoordigen van de wooninatieven zijn er 413 initiatieven bij ons bekend. Van de initiatieven die niet deelgenomen hebben is niet bekend of zij nog bestaan en op welke doelgroep zij zich richten. In de deelnemende wooninitiatieven wonen met name bewoners met ZZP-indicaties met de grondslag VG. Daarnaast komen de grondslagen V&V en GGZ regelmatig voor. De grafieken 11, 12 en 13 geven een overzicht van de ZZP-verdeling van de bewoners in de uit de deelnemende initiatieven in de sectoren V&V, VG en GGZ-C, de andere ZZP s die veel minder vaak voorkomen in het onderzoek zijn opgenomen in bijlage 1. Daarnaast is een overzicht van de landelijke verdeling opgenomen. Deze landelijke verdeling is gebaseerd op de gerealiseerde dagen per ZZP. 13 In de grafieken is zichtbaar dat in de sector V&V vooral de ZZP s 4 en 5 relatief veel voorkomen ten opzichte van het landelijke gemiddelde. In de VG komen vooral de ZZP s 3, 4 en 5 relatief gezien meer voor dan het landelijk gemiddelde. Voor de GGZ geldt dit vooral voor ZZP Deze onderzoeksvraag is komen te vervallen omdat bij afronding van het onderzoek duidelijk is geworden dat de voorgenomen wijziging in de pgb-regeling niet doorgaat. Financieel is er dus in 2011 en 2012 geen wijziging te verwachten voor de wooninitiatieven. 13 Bron: CVZ zorgcijfersdatabank, geraadpleegd op 8 juni AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 45 van 52

47 60% 50% % landelijk % wooninitiatieven 40% 30% 20% 10% 0% V&V 1 V&V 2 V&V 3 V&V 4 V&V 5 V&V 6 V&V 7 V&V 8 V&V 9 V&V 10 Grafiek 11. Verdeling bewoners in initiatieven met ZZP V&V (N=145) ten opzichte van landelijke verdeling. 30% 25% % landelijk % wooninitiatieven 20% 15% 10% 5% 0% VG 1 VG 2 VG 3 VG 4 VG 5 VG 6 VG 7 VG 8 Grafiek 12. Verdeling bewoners in initiatieven met ZZP VG (N=571) ten opzichte van landelijke verdeling. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 46 van 52

48 60% 50% % landelijk % wooninitiatieven 40% 30% 20% 10% 0% GGZ 1 GGZ 2 GGZ 3 GGZ 4 GGZ 5 GGZ 6 Grafiek 13. Verdeling bewoners in initiatieven met ZZP GGZ-C(N=113) ten opzichte van landelijke verdeling. Vrijwel alle bewoners zijn ouder dan 18 jaar. De bewoners in de initiatieven hebben altijd een eigen slaapkamer en soms een eigen zit/slaapkamer. In alle initiatieven zijn er één of meer gezamenlijke ruimtes (zoals woonkamer of keuken) in de woning aanwezig. De initiatieven zijn veelal gebouwd in reguliere woonwijken. De bewoners maken in 94% van de gevallen gebruik van winkels en andere algemene voorzieningen die aanwezig zijn. 8.3 Typering wooninitiatieven Bij de organisatie van zorg- en dienstverlening hebben we gezien dat er een vijftal typen wooninitiatieven te onderscheiden is, met elk eigen kenmerken en achtergronden. Het gaat dan om: Initiatieven die gestart zijn door ouders/ vertegenwoordigers. In deze initiatieven is de betrokkenheid van ouders groot, veel zaken worden in onderling overleg opgelost en ouders leveren relatief veel uren mantelzorg omdat zij vaak ook het initiatief besturen. Initiatieven waarbij ouders/vertegenwoordigers samenwerken met een zorgaanbieders. In deze initiatieven is er veel overleg tussen ouders/vertegenwoordigers en de zorgaanbieder. Bepaalde taken, zoals het maken van een dienstrooster worden door de zorgaanbieder overgenomen maar wel voorgelegd aan de ouders. Initiatieven waarbij ouders/vertegenwoordigers samenwerken met een bestaand concept voor wooninitiatieven. In deze initiatieven ligt een duidelijke regierol bij ouders/vertegenwoordigers, binnen de kaders van het concept. Initiatieven gestart door zorgondernemers. In deze initiatieven voert de zorgondernemer de regie over de inrichting van de woonvorm. Ouders/ vertegenwoordigers kiezen hiervoor en confirmeren zich hieraan. Initiatieven behorend tot De Drie Notenboomen. In deze initiatieven wordt gewerkt volgens het concept van De Drie Notenboomen. De individuele zorgondernemers voeren binnen de kaders van de formule de regie over de inrichting van de woonvorm. Ouders/vertegenwoordigers kiezen hiervoor en confirmeren zich hieraan. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 47 van 52

49 In de hoofdstukken vier tot en met acht hebben we deze groepen afzonderlijk beschreven. In dit afsluitende hoofdstuk zetten we een aantal kenmerken van de verschillende groepen naast elkaar. Waarom is het initiatief gestart? Door alle initiatiefnemers is aangegeven dat de wens om bewoners eigen regie te laten voeren over de invulling van de zorg en het zorgen voor een stabiele woonomgeving belangrijke redenen waren om te starten met het wooninitiatief. Bij de initiatieven waarbij de zorgverlener (in de vorm van zorgaanbieder of zorgondernemer) bij de start betrokken was, is het zorgen voor een vast team van zorgverleners ook vaak genoemd als belangrijk kenmerk. Afspraken over de zorg Bij het maken van afspraken tussen bewoners en de zorgverlener over de dagelijkse organisatie van zorg is er een verschil zichtbaar tussen wooninitiatieven gestart door ouders (soms in samenwerking met een zorgaanbieder of een bestaand concept) en wooninitiatieven gestart door zorgondernemers (inclusief De Drie Notenboomen). In de eerste groep initiatieven maken bewoners voor een deel individueel en voor een deel gezamenlijk afspraken. In het geval van zorgondernemers maken de bewoners vaker individueel afspraken met de ondernemer, waarbij de ondernemer overzicht houdt over de 24-uurs inzet. Bewonersgroep Initiatieven die zijn gestart door ouders of vertegenwoordigers van bewoners (eventueel samen met een zorgaanbieder of bestaand concept) richten zich veelal op de doelgroep VG en in mindere mate op de V&V en GGZ. Zorgondernemers richten zich vooral op de sectoren V&V en VG en in mindere mate op de GGZ. Binnen de VG is zichtbaar dat initiatieven gestart door ouders al dan niet met een bestaand concept en initiatieven behorend tot De Drie Notenboomen zich vooral richten op bewoners met de ZZP s VG3, VG4 en VG5. Zorgondernemers en initiatieven gestart door ouders met een zorgaanbieder richten zich daarnaast ook op bewoners met gedragsproblematiek (VG6 en VG7). In de GGZ is geen verschil zichtbaar tussen de typen initiatieven en de groep bewoners en hun indicatie. Voor de sector V&V geldt dat initiatieven gestart door vertegenwoordigers zich met name richten op bewoners waarbij de mate van beperkingen (o.a. als gevolg van dementie) nog enigszins beperkt zijn (ZZP VV3 en 4). Terwijl zorgondernemers en De Drie Notenboomen zich vooral richten op de groep met zwaardere beperkingen, namelijk VV Financiële gegevens wooninitiatieven Vrijwel alle wooninitiatieven maken gebruik van het pgb. Zoals al eerder genoemd waren de voorgenomen wijzigingen in de pgb-regeling de aanleiding voor het onderzoek. Inmiddels is bekend dat deze wijzigingen niet worden doorgevoerd. In het kader van het onderzoek zijn financiële gegevens van de wooninitiatieven verzameld die ook met het huidige beleid relevant zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 48 van 52

50 om de inkomsten van de initiatieven die we kunnen onderverdelen in inkomsten op basis van zorg, inkomsten uit budgetgarantie 14 en overige inkomsten, zoals bijdrage van bewoners voor voeding, inventaris, huur maar ook fondsenwerving en aanvullende financiering. Tabel 26 geeft de verdeling van deze typen inkomsten voor de groep initiatieven weer. Type initiatief (gestart door ) Inkomsten zorg als % van totaal Budgetgarantie als % van totaal Overige inkomsten als % van totaal Ouders 74% 16% 11% Ouders met zorgaanbieder Ouders met bestaand concept 72% 17% 11% 77% 13% 10% Zorgondernemer 62% 12% 26% De Drie Notenboomen 76% 15 24% Tabel 26. Procentuele verdeling van inkomstenbronnen per type initiatief. Hieruit blijkt dat zorgondernemers in vergelijking met ouderinitiatieven een relatief groot deel van hun inkomsten uit andere bronnen dan zorg halen. Eventuele wijzigingen in de pgb-regeling hebben daarom een iets minder grote directe impact op de exploitatie van deze groep initiatieven. Voor de initiatieven waarbij ouders samenwerken met een zorgaanbieder geldt dat in deze groep vaker een combinatie van verzilveringvormen (pgb en ZIN) voorkomt waardoor de financiële impact als gevolg van wijzigingen in het pgb op de exploitatie mogelijk ook kleiner zijn. 8.5 Kenmerken voor toekomstbestendigheid In deze paragraaf geven we een aantal aspecten die van invloed kunnen zijn op de exploitatie van de initiatieven. Deze aspecten geven het ministerie van VWS aanknopingspunten om toekomstig beleid rondom de wooninitiatieven verder vorm te geven. Bezetting Het aantal plaatsen in de wooninitiatieven ligt bij alle typen wooninitiatieven gemiddeld tussen de zeven en tien per initiatief. Daarbij is wel variatie zichtbaar, een substantieel deel van de initiatieven heeft plaats voor 6 of minder bewoners. Uitzondering daarop vormen de initiatieven voor de doelgroep V&V die gestart zijn door zorgondernemers (inclusief De Drie Notenboomen). In deze initiatieven ligt het gemiddeld aantal plaatsen namelijk tussen de 11 en 16. Het aantal plaatsen is niet van invloed op het exploitatieresultaat dat de initiatieven behalen. Voor de meeste initiatieven geldt dat de bezettingsgraad van de initiatieven tussen de 90 en 100% ligt. Over het algemeen zijn de wooninitiatieven dus goed bezet en lijkt hier niet veel te veranderen te zijn. 14 Zoals de budgetgarantie ten tijde van het onderzoek (1e kwartaal 2011) bestond, zie ook hoofdstuk Door De Drie Notenboomen is aangegeven dat de zorgondernemers niet beschikken over de indicatiegegevens en pgb-beschikkingen. De ondernemer weet daardoor niet exact welke cliënten welk bedrag aan budgetgarantie hebben. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 49 van 52

51 Omvang van de zorglevering In het onderzoek hebben we het dienstrooster van de wooninitiatieven opgevraagd. De uren uit het dienstrooster hebben we vergeleken met de component woonzorg (PV, VP en BG-ind) uit de ZZP s. Daarbij zien we dat de ureninzet in vrijwel alle initiatieven hoger ligt dan de norm-tijd uit de ZZP s. Voor de sector VG wordt gemiddeld 52% meer uren geleverd, voor de sector GGZ ligt dit percentage op 54% en voor de V&V op 87%. De verschillen tussen de typen initiatieven zijn daarbij minimaal. Uitzondering daarop vormen de twee GGZ-initiatieven gestart door ouders samen met een zorgaanbieder. In deze initiatieven worden minder 16 uren ingezet dan de ZZP-norm. De hogere inzet van uren ten opzichte van de ZZP-norm kan voor een deel worden verklaard door de budgetgarantie die een groot deel van de bewoners nog ontvangt. Een tweede oorzaak kan liggen in de organisatie van nachtdienst in de wooninitiatieven. Het merendeel van de initiatieven heeft een eigen nachtdienst. Hoewel dit vaak een slapende wacht is, is de ureninzet per bewoner relatief groot. Tenslotte kunnen de wooninitiatieven meer uren inzetten dan de norm omdat zij relatief gezien goedkoper personeel inzetten dan de norm waarop de ZZP s gebaseerd zijn. Hieronder gaan we daar verder op in. Medewerkers die de zorg leveren Naast de omvang van de uren zorg hebben we de wooninitiatieven ook gevraagd naar het type medewerker dat zij inzetten. Tabel 27 geeft hiervan een overzicht 17. Ouders Ouders met aanbieder Ouders met concept Zorgondernemers Totaal HBO 25% 18% 28% 27% 24% MBO 4 31% 36% 46% 32% 35% MBO 3 36% 30% 9% 20% 26% MBO 2 7% 13% 11% 11% 10% Overig 1% 4% 6% 10% 5% Tabel 27. Inzet medewerkers per type initiatief. Als we de inzet van medewerkers tussen de groepen vergelijken dan zetten de initiatieven gestart door ouders samen met een concept gemiddeld gezien hoger gekwalificeerd personeel in dan het gemiddelde van de totale groep initiatieven. Bij de andere initiatieven is dit niveau vergelijkbaar. We hebben naast de inzet van uren en opleidingsniveau van medewerkers ook gevraagd naar de uurtarieven die de initiatieven moeten betalen. Tabel 28 geeft hiervan een beeld. 16 Navraag bij de initiatieven leert dat er een relatief zelfstandige groep bewoners woont die behoefte hebben aan duidelijkheid en structuur. Gedurende de dag zijn de bewoners naar werk of dagbesteding, s avonds is er één begeleider aanwezig (voor de gehele groep bewoners). 17 De initiatieven van De Drie Notenboomen ontbreken in de tabel, hiervan zijn geen gegevens bekend. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 50 van 52

52 Ouders Ouders met aanbieder Ouders met formule Zorgondernemers Totaal HBO 37,00 38,36 35,42 34,01 36,86 MBO4 35,22 35,53 30,25 29,90 33,52 MBO3 32,08 33,09 25,80 27,10 31,08 MBO2 29,80 27,84 24,81 23,26 26,72 Huishoudelijk 21,94 24,39 21,07 19,73 22,68 Stagiair 8,00 5,35 n.v.t. 4,07 5,34 Ongediplomeerd 15,39 19,62 25,50 9,97 15,29 Overig 40,10 26,39 39,44 26,10 32,70 Tabel 28. Gemiddeld uurtarief per type medewerker per type initiatief. De uurtarieven die de initiatieven met de zorgverlener afspreken liggen voor de zorgondernemers en de initiatieven gestart door ouders met een formule lager dan voor de initiatieven die gestart zijn door ouders (met en zonder zorgaanbieder). Een mogelijke reden hiervoor kan zijn dat zorgondernemers beter in staat zijn om te onderhandelen met zorgverleners. Voor de initiatieven die zijn gestart door ouders met een concept geldt dat het personeel vaak in dienst is van het concept en dat daardoor de personele kosten mogelijk lager gehouden kunnen worden. Voor de andere initiatieven is hier mogelijk nog winst te behalen door te onderhandelen met de zorgverlener over het tarief dat wordt betaald. Een deel van de initiatieven heeft deze gegevens niet aangeleverd omdat zij het tarief dat de zorgverlener berekent niet kennen. Juist voor deze initiatieven verwachten wij dat er winst te behalen is door inzicht te krijgen in de kosten die in rekening worden gebracht. Wanneer er inzicht is, ontstaat ook de mogelijkheid om hierover met elkaar in gesprek te gaan en te kijken waar efficiencywinst behaald kan worden. Mantelzorg en vrijwilligers Naast de inzet van betaalde medewerkers maakt ongeveer 70% van de initiatieven gebruik van mantelzorgers en/of vrijwilligers. Bij de initiatieven gestart door ouders (soms in samenwerking met zorgaanbieder of formule) is de inzet van mantelzorgers hoger dan de inzet van vrijwilligers, respectievelijk 30 uur tegenover 10 uur per week. Voor initiatieven met de doelgroep GGZ ligt de inzet van mantelzorgers lager, gemiddeld 15 uur per week. De inzet van vrijwilligers komt in de GGZ meestal helemaal niet voor. Zorgondernemers werken vooral veel met vrijwilligers. De gemiddelde inzet bedraagt 17 uur tegenover 5 uur mantelzorg. Ook bij de initiatieven van De Drie Notenboomen zijn vrijwilligers en mantelzorgers betrokken; de ureninzet hiervan is niet bekend. Huishoudelijke hulp via de Wmo 30 tot 40% van de bewoners in de wooninitiatieven maakt op dit moment gebruik van huishoudelijke hulp via de Wmo. Veelal gebeurt dit via een persoonsgebonden budget. Jaarlijks ontvangen de bewoners gemiddeld 3.871,50. Afhankelijk van de interpretatie van de pgb-regeling bestaat de kans dat gemeenten bij het aflopen van de indicaties geen nieuwe toekenning zullen verstrekken. Deze inkomsten vallen dus mogelijk voor een deel van de wooninitiatieven weg in de toekomst. Woonlasten AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 51 van 52

53 Aan de initiatieven hebben we gevraagd wat de gemiddelde woonlasten voor de bewoners zijn. Onder woonlasten verstaan we: huur, kosten voor voeding, inventaris, verzekeringen maar ook extra kosten voor zorg. De gemiddelde woonlasten liggen tussen 500,- en 750,- per bewoner per maand. Uitzondering hierop vormen de woonlasten voor ouderen (sector V&V) die bij zorgondernemers (inclusief De Drie Notenboomen) wonen. Voor deze doelgroep liggen de woonlasten tussen de 1.000,- en 2.500,- per maand. In hoeverre er mogelijkheden zijn om door middel van de betaling van bewoners aan de wooninitiatieven de inkomsten te verhogen is op basis van dit onderzoek niet te zeggen. Wel is bekend dat de meeste bewoners van de initiatieven zich moeten redden met een uitkering (Wajong) en daardoor een minimaal besteedbaar budget hebben. 8.6 Tot slot Dit onderzoek heeft een beeld gegeven van de wooninitiatieven in Nederland en de bewoners van deze initiatieven. Ook is duidelijk geworden dat er vijf typen wooninitiatieven te onderscheiden zijn die allen op een eigen manier en vanuit hun eigen visie de dagelijkse organisatie van zorg- en dienstverlening regelen. Wat betreft financiering van de initiatieven geldt dat alle bewoners beschikken over een indicatie met verblijf die veelal in de vorm van pgb wordt verzilverd. Daarnaast betalen de bewoners in de initiatieven maandelijks een bijdrage om te voorzien in kosten voor voeding, inventaris en huur. In een aantal initiatieven betalen bewoners daarnaast voor extra zorg die men ontvangt. Met de voorgenomen wijziging in de pgb-regeling veranderen de inkomsten van de initiatieven. Waar in de periode voor 1 juni 2011 werd gedacht dat de wooninitiatieven er gemiddeld 20 tot 30% op achteruit zouden gaan blijkt inmiddels dat de inkomsten op basis van het pgb voor de initiatieven vooralsnog gelijk blijven. Wij hopen met dit rapport voor het ministerie van VWS maar ook voor (de deelnemende) wooninitiatieven aanknopingspunten te hebben gegeven voor een toekomstbestendige organisatie en financiering van de wooninitiatieven. AD/11/1715/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 52 van 52

54 BIJLAGEN bij rapportage Particuliere wooninitiatieven Een inventarisatie van kenmerken, wijze van organiseren en financiering Enschede, 18 juli 2011 AD/11/1715b/imzpwi drs. Alette van Dijk drs. Harry Doornink drs. Louise Pansier-Mast

55 Inhoudsopgave Bijlage 1. Tabellenboek...3 Bijlage 2. Werkwijze...8 Bijlage 3. Vragenlijst AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 2 van 32

56 Bijlage 1. Tabellenboek Landelijke spreiding wooninitiatieven V&V GGZ VG Overig Totaal Groningen Friesland Drenthe Overijssel Flevoland Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg Totaal Tabel 1.1. Verdeling van deelnemende wooninitiatieven per sector. Sector is toegekend op basis van meest voorkomende grondslag bij bewoners. Gebruik van voorzieningen in de wijk Aantal initiatieven Ontspanningsactiviteiten 47 Winkels 102 Gezondheidscentra 80 Sportclubs (eventueel specifiek voor mensen met een beperking) 68 Ontmoetingsplaatsen 55 Religieuze voorzieningen 50 Openbaar vervoer 69 Geen van deze voorzieningen 2 Tabel 1.2. Aantal deelnemende initiatieven dat gebruik maakt van voorzieningen uit de wijk (meerdere antwoorden mogelijk). AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 3 van 32

57 ZZP Aantal bewoners Hoogte toeslag EZZ Nog geen toeslag aangevraagd ivm budgetgarantie Nog geen toeslag aangevraagd, anders Toeslag niet toegekend VG5 1 onbekend VG VG LG LG ZG-vis Tabel 1.3. Aantal bewoners in één van de deelnemende wooninitiatieven met toeslag extreme zorgzwaarte ZZP Aantal bewoners met pgb Gemiddeld pgb per jaar ( ) Aantal bewoners met budgetgarantie Gemiddelde budget-garantie per jaar ( ) Gemiddeld budget per jaar ( ) V&V , ,00 V&V , , ,00 V&V , , ,00 V&V , , ,30 V&V , , ,69 V&V , , ,43 V&V , , ,70 V&V , , ,75 GGZ C , , ,00 GGZ C , , ,46 GGZ C , , ,84 GGZ C , , ,38 GGZ C , , ,69 GGZ C , , ,00 GGZ B , , ,50 GGZ B , , ,00 AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 4 van 32

58 ZZP Aantal bewoners met pgb Gemiddeld pgb per jaar ( ) Aantal bewoners met budgetgarantie Gemiddelde budget-garantie per jaar ( ) Gemiddeld budget per jaar ( ) GGZ B , , ,00 VG , , ,29 VG , , ,48 VG , , ,97 VG , , ,79 VG , , ,31 VG , , ,00 VG , , ,74 VG , , ,00 LG , ,00 LG , , ,33 LG , , ,20 LG , , ,00 LG , , ,50 LG , , ,40 ZG vis , , ,00 LVG , , ,00 LVG , , ,50 Tabel 1.4. Aantal bewoners in één van de deelnemende wooninitiatieven met gemiddeld budget en budgetgarantie. AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 5 van 32

59 ZZP verdeling (SG)LVG, LG en GGZ-B 50% 40% % landelijk % wooninitiatieven 30% 20% 10% 0% LVG 1 LVG 2 LVG 3 LVG 4 LVG 5 SGLVG Grafiek 1.1. Verdeling bewoners in initiatieven met ZZP (SG)LVG (N=9) ten opzichte van landelijke verdeling. 30% % landelijk % wooninitiatieven 20% 10% 0% LG 1 LG 2 LG 3 LG 4 LG 5 LG 6 LG 7 Grafiek 1.2. Verdeling bewoners in initiatieven met ZZP LG (N=30) ten opzichte van landelijke verdeling. AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 6 van 32

60 50% 40% % landelijk % wooninitiatieven 30% 20% 10% 0% GGZ B 1 GGZ B 2 GGZ B 3 GGZ B 4 GGZ B 5 GGZ B 6 GGZ B 7 Grafiek 1.3. Verdeling bewoners in initiatieven met ZZP GGZ (B) (N=4) ten opzichte van landelijke verdeling. AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 7 van 32

61 Bijlage 2. Werkwijze 2.1 Inleiding In de uitvoering van het onderzoek onderscheiden we de volgende stappen: 1. Afbakening doelgroep 2. Ontwikkeling vragenlijst 3. Ontwikkeling webapplicatie 4. Werving woonvormen en respons 5. Analyse en rapportage Bij het gehele onderzoek zijn naast het ministerie van VWS als opdrachtgever, diverse landelijke partijen betrokken geweest. De definitie van de doelgroep van het onderzoek en de vragenlijst voor de dataverzameling zijn aan deze partijen voorgelegd voor commentaar. Zij hebben tevens hun achterban geïnformeerd over het onderzoek. Ook hebben we de resultaten met de partijen besproken, om de uitkomsten van het onderzoek vanuit meerdere invalshoeken te kunnen duiden. In de volgende paragrafen bespreken we de vijf stappen afzonderlijk. 2.2 Afbakening doelgroep De aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen wijziging in de pgb-regeling, daarom lag de nadruk van het onderzoek bij pgb-gefinancierde woonvormen. De wens van het ministerie van VWS is ook om inzicht te krijgen in de totale groep particuliere woonvormen (ongeacht de financieringsvorm). Daaronder vallen dus ook wooninitiatieven die de zorg regelen via extramurale functies en klassen, in natura of via het volledig pakket thuis (VPT). Het gezamenlijke kenmerk is het scheiden van wonen en zorg, waarbij zowel wonen als zorg in een geclusterde setting plaatsvindt. Individuele bewoners en wooninitiatieven die onder de intramurale capaciteit van een zorgaanbieder vallen, zijn uitgesloten van deelname aan het onderzoek. Deelname was mogelijk voor woonvormen die voldeden aan onderstaande criteria: De woonvorm is particulier georganiseerd, dat wil zeggen het initiatief voor de woonvorm ligt bij de bewoners zelf, bij mensen uit de persoonlijke omgeving van bewoners of bij een particuliere organisatie. De woonvorm is niet door een WTZi-toegelaten zorginstelling opgezet. Wel kan de zorg worden ingekocht bij, of worden geleverd door een WTZi-toegelaten instelling. De meerderheid van de bewoners van een woonvorm komt in aanmerking voor verblijf in de AWBZ (zij hebben een ZZP-indicatie of een functiegerichte indicatie inclusief de functie verblijf). Bewoners dragen zelf de kosten voor woonruimte (huur of koop) en inrichting. Meerdere bewoners delen de inzet van zorg/begeleiding. Er is sprake van een geclusterde woonsetting. Dat betekent dat er een (gedeeltelijk) gezamenlijke huishouding wordt gevoerd. Bewoners en/of hun vertegenwoordigers hebben sterke regie op de inhoud van zorg en de invulling van wonen. Het initiatief is operationeel, dat betekent dat de bewoners er wonen. Initiatieven in oprichting konden niet meedoen aan het onderzoek. AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 8 van 32

62 2.3 Ontwikkeling vragenlijst Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van een landelijk beeld van het aantal particuliere woonvormen en hun eigenschappen. Het onderzoek moest in korte tijd bruikbare resultaten opleveren voor het ministerie van VWS. Vanwege de korte doorlooptijd hebben wij gekozen voor het werken met een vragenlijst om de gegevens te verzamelen. Deze manier van werken is minder tijdsintensief dan het bezoeken van wooninitiatieven en geeft de mogelijkheid om aanvullende vragen van de opdrachtgever snel te kunnen beantwoorden. Het werken aan de hand van een vaststaande vragenlijst vraagt echter een groter beroep op de wooninitiatieven. Bij het opstellen van de vragenlijst hebben we daarom steeds een afweging gemaakt tussen gewenste dan wel noodzakelijke informatie aan de ene kant en het beperken van de omvang van de vragenlijst aan de andere kant. Dit heeft geleid tot een vragenlijst die bestaat uit vier verschillende onderdelen. Drie onderdelen hebben betrekking op de woonvorm als geheel, namelijk algemene vragen over de woonvorm, vragen over de organisatie van de zorg en vragen over de financiën van de woonvorm als geheel. Het vierde onderdeel gaat over gegevens op het niveau van de individuele bewoner, waaronder de indicatie, verzilveringvorm, aanwezigheid in de woning en betrokkenheid van een behandelaar. U vindt de vragenlijst in bijlage 3. Om de beantwoording door deelnemers en de verwerking door de onderzoekers te vergemakkelijken, hebben we zo veel mogelijk gewerkt met vaste antwoordmogelijkheden. Waar nodig konden deelnemers een eigen antwoord toevoegen of een toelichting geven. De vragenlijst is voorafgaand aan de daadwerkelijke start van het onderzoek uitgebreid doorgesproken met verschillende vertegenwoordigers van particuliere woonvormen en met medewerkers die bij het ministerie van VWS betrokken zijn bij dit onderwerp. 2.4 Ontwikkeling webapplicatie Bij de dataverzameling hebben we gebruikgemaakt van een webapplicatie. Voordeel van een webapplicatie voor de deelnemers is dat alleen de vragen die voor de deelnemer relevant zijn in beeld komen en dat meerdere mensen de vragenlijst op eenvoudige wijze kunnen inzien. Het nadeel is dat een webapplicatie mogelijk een drempel opwerpt voor mensen die geen beschikking hebben over een computer en/of internet of er geen vaardigheid in hebben. Wij verwachten dat dit voor een kleine minderheid van de wooninitiatieven het geval is en dat het ontbreken van deze wooninitiatieven geen gevolgen heeft voor de uitkomsten van het onderzoek. Tijdens het onderzoek hebben wij ook geen signalen ontvangen dat initiatieven vanwege het gebruik van een webapplicatie de vragenlijst niet in konden vullen. Wanneer dit wel het geval geweest zou zijn, was er een vergelijkbare papieren vragenlijst beschikbaar die bij de onderzoekers kon worden opgevraagd. Voor de onderzoekers heeft een webapplicatie als voordeel dat de gegevens eenvoudig te gebruiken zijn voor analyses omdat alle waarden in hetzelfde format zijn ingevuld. Bovendien konden we door het gebruik van een webapplicatie de dataverzameling goed monitoren en de ingevulde gegevens eenvoudig controleren. De deelnemende wooninitiatieven hadden drie weken de tijd om de gegevens in te vullen. Deze periode is met vijf dagen verlengd om deelnemers de gelegenheid te geven de vragenlijst goed af te ronden. Gedurende de periode waarin de wooninitiatieven de vragenlijst konden invullen, AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 9 van 32

63 waren meerdere adviseurs van bureau HHM zowel telefonisch als per bereikbaar om vragen van de deelnemende wooninitiatieven te beantwoorden. Hiervan heeft een groot aantal woonvormen gebruikgemaakt. 2.5 Werving woonvormen en respons Naar schatting zijn er ongeveer 400 wooninitiatieven in Nederland 1. We hebben het onderzoek breed bekend gemaakt via verschillende kanalen. We hebben een aantal (landelijke) organisaties gevraagd naar hun adressenbestanden van wooninitiatieven. Deze wooninitiatieven hebben we per een aankondiging van het onderzoek gestuurd, met een begeleidende brief waarin het belang van deelname werd benadrukt. De organisaties zelf hebben het onderzoek ook actief onder de aandacht gebracht bij hun achterban. Om de woonvormen voldoende tijd te geven om de benodigde gegevens te verzamelen, hebben we vooraf een overzicht van de onderwerpen uit de vragenlijst verspreid. Naast de individuele benadering van de wooninitiatieven, hebben we een website ontwikkeld waarop het onderzoek werd beschreven en waarop wooninitiatieven zich alvast konden aanmelden. Dit laatste was vooral bedoeld voor woonvormen die niet zijn aangesloten bij één van de overkoepelende partijen. Ook is er een bericht geplaatst in de nieuwsbrief zorgzwaartebekostiging die het ministerie van VWS uitgeeft. Daarnaast hebben we wooninitiatieven die we individueel hebben benaderd, gevraagd om ook andere bij hen bekende wooninitiatieven te wijzen op het onderzoek en de website. Toen de webapplicatie voor de dataverzameling gereed was, hebben we alle bij ons bekende wooninitiatieven inloggegevens voor de online vragenlijst toegestuurd. Wooninitiatieven hoefden zich dus niet eerst aan te melden, maar konden direct aan de slag. Halverwege de invulperiode hebben we een herinneringsmail gestuurd en aan het eind van de periode is, naast een tweede herinneringsmail, een belactie gehouden om de respons te verhogen. Ook is de termijn voor het invullen van de vragenlijst een aantal dagen verlengd om wooninitiatieven die al bezig waren de gelegenheid te geven de vragenlijst af te ronden. Respons Van de 413 initiatieven die bij ons bekend zijn, hebben 106 initiatieven de vragenlijst volledig ingevuld. Deze 106 wooninitiatieven bieden plaats aan in totaal 866 bewoners. Daarnaast zijn er nog 49 wooninitiatieven die een deel van de vragenlijst hebben ingevuld. Waar mogelijk hebben we deze gegevens gebruikt in de rapportage, om het beeld van de wooninitiatieven in Nederland te completeren. Veel mensen vonden de vragenlijst erg uitgebreid. De grootste moeite lag in het invullen van gegevens van individuele bewoners; die waren regelmatig niet bij het bestuur/de zorgondernemer bekend, daardoor heeft een aantal initiatieven de gegevens niet volledig ingevuld. Ook de financiële gegevens zijn niet door alle deelnemers ingevuld; in een aantal gevallen wilde de zorgaanbieder het wooninitiatief geen inzage geven in de tarieven voor de zorgverlening, in andere gevallen waren deze gegevens niet of onvoldoende bekend bij de wooninitiatieven. Naast de invulling van de vragenlijst door wooninitiatieven hebben we gegevens verzameld via de centrale organisatie van De Drie Notenboomen. Tevens hebben we twee locaties vanuit dit concept initiatieven via het Landelijk Steunpunt Wonen (verwachting vooraf: 200), 88 Thomashuizen, 17 initiatieven Herbergier, 40 initiatieven via Nevep, 106 initiatieven overig (verwachting vooraf: 50). AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 10 van 32

64 bezocht, namelijk een Herbergier (voor mensen met geheugenproblematiek) en een Thomashuis (voor verstandelijk gehandicapten). Deze staan model voor alle 17 Herbergiers en 88 Thomashuizen die onder de vlag van De Drie Notenboomen werken. Van de centrale organisatie hebben we een algemeen kwantitatief beeld over het concept ontvangen. Gedetailleerdere informatie is niet beschikbaar. Daarnaast zijn er op algemeen niveau gegevens over de organisatie en financiering van de franchisenemers ontvangen. Uitgaande van 413 particuliere woonvormen en 106 volledig ingevulde vragenlijsten kent het onderzoek een respons van 26%. Deze respons is vergelijkbaar met de respons die over het algemeen wordt behaald met (digitale) enquêtes. De informatie van De Drie Notenboomen is voor alle locaties die tot de organisatie behoren gelijk; als we deze locaties optellen bij het aantal respondenten, ligt de respons op 51%. Nemen we daarbij ook de wooninitiatieven die de vragenlijst deels hebben ingevuld, dan betreft de respons op die onderdelen 63%. Op basis van deze respons geldt dat de algemene kenmerken van de initiatieven, zoals we die presenteren in hoofdstuk drie betrouwbaar zijn. Daar waar we inzoomen op de verschillende groepen (hoofdstukken 4 tot en met 8) zijn de aantallen initiatieven te klein om de betrouwbaarheid te garanderen. Gezien de aantallen, zijn de uitkomsten per groep wel voldoende groot om te presenteren in dit rapport en daarmee een beeld te geven van kenmerken van de vijf groepen. 2.6 Analyse en rapportage De webapplicatie genereerde een export met alle ingevoerde gegevens over wooninitiatieven en individuele bewoners. We hebben de gegevens gecontroleerd en waar nodig aangepast of verwijderd. In een aantal gevallen is hiervoor contact opgenomen met de vertegenwoordigers van de woonvorm, bijvoorbeeld als er sprake was van extreme waarden. Vervolgens hebben we de data geanalyseerd met het statistische programma SPSS. De uitkomsten hebben we beschreven in een conceptrapportage en deze besproken met de opdrachtgever en verschillende partijen. Het betreft het Landelijk Steunpunt Wonen (vertegenwoordigd door budgethoudersvereniging Per Saldo), de stichting WoondroomZorg, de NeVeP, De Drie Notenboomen en ZLTO (als vertegenwoordiger van zorgboeren). Naast de rapportage voor het ministerie van VWS hebben we voor de deelnemers aan de vragenlijst een korte rapportage gemaakt waarin de resultaten van hun woonvorm worden afgezet tegen het gemiddelde van de totale groep. AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 11 van 32

65 Bijlage 3. Vragenlijst Welkom in de vragenlijst voor particuliere woonvormen. De uitkomsten van de vragenlijst gebruikt het ministerie van VWS voor het bepalen van het toekomstige beleid rondom particuliere woonvormen. Omdat er op dit moment landelijk onvoldoende beeld is van het aantal woonvormen en de organisatie daarvan is het van groot belang om de vragenlijst zorgvuldig en volledig in te vullen. Het invullen kost tijd, maar levert voor het landelijke beleid veel op. Bovendien ontvangt u als deelnemer na afloop van het onderzoek een overzicht van de uitkomsten van uw eigen woonvorm vergeleken met antwoorden van de overige woonvormen die deelnemen aan het onderzoek. De vragenlijst bevindt zich in een beveiligde omgeving, de privacy van uw gegevens is daarmee gewaarborgd. De onderzoekers kunnen uw antwoorden zien, maar gaan hier vertrouwelijk mee om. Zij gebruiken de gegevens alleen voor dit onderzoek. Bij de landelijke rapportage over dit onderzoek en in communicatie met de opdrachtgever (het ministerie van VWS) zijn de gegevens niet naar uw individuele woonvorm te herleiden. Deze vragenlijst is bedoeld voor het bestuur van wooninitiatieven en zorgondernemers. Zij vullen namens het wooninitiatief de vragenlijst in. Soms kan het nodig zijn om informatie op te vragen bij de zorgaanbieder of zorgverleners waar afspraken mee zijn gemaakt. Dit kunt u in onderling overleg regelen. Het is mogelijk om de vragenlijst gedurende het invullen op te slaan. De vragenlijst bestaat uit 4 onderdelen die op verschillende tabbladen in de webapplicatie worden weergegeven. U kunt zelf bepalen in welke volgorde u de onderdelen invult. Ook hier geldt dat u tussentijds de gegevens op kunt slaan, zonder dat gegevens verloren gaan. Een deel van de vragenlijst gaat over de bewoners van het initiatief. Wij gaan er vanuit dat het bestuur van de woonvorm deze vragen in kan vullen. Bewoners hoeven zelf geen vragen in te vullen. Bij het beantwoorden van de vragen neemt u de huidige situatie van het wooninitiatief als uitgangspunt, tenzij dat bij een vraag anders wordt vermeld. U kunt de vragenlijst invullen tussen 28 maart en 15 april Daarna is het niet meer mogelijk om de digitale vragenlijst in te vullen. Mocht u hierdoor problemen ondervinden dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van bureau HHM om te bespreken of er mogelijkheden zijn om de gegevens van uw wooninitiatief toch mee te nemen in het onderzoek. Heeft u bij het invullen van de vragenlijst vragen dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van bureau HHM: (053) of een sturen naar [email protected]. AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 12 van 32

66 Wat zijn de contactgegevens van het initiatief? Naam : Straat en huisnummer : Postcode : Plaats : Naam contactpersoon : Telefoonnummer contactpersoon : adres contactpersoon : AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 13 van 32

67 Onderdeel I initiatief Vraag 1 Door wie is het wooninitiatief gestart? Door ouders/vertegenwoordigers van de bewoners Door een zorgondernemer (organisatie die een formule voor wooninitiatieven aanbiedt) Vraag 2 Indien het initiatief is gestart door ouders/vertegenwoordigers van de bewoners: is bij de oprichting en uitvoering van het initiatief samenwerking gezocht met een andere organisatie? Ja, met een WTZi-toegelaten zorgaanbieder, namelijk : Ja, met een organisatie die een formule voor een wooninitiatief aanbiedt, namelijk : Nee Vraag 3 Wat was de reden voor de initiatiefnemers om het wooninitiatief te starten (meerdere antwoorden mogelijk)? Het voeren van eigen regie op de invulling van de zorg was voor ons belangrijk We wilden een stabiele woonomgeving creëren We wilden een vast team van zorgverleners We wilden niet gebonden zijn aan één financieringsstroom De benodigde deskundigheid was in de reguliere zorg niet beschikbaar De omvang van de benodigde zorg konden we in een reguliere instelling niet krijgen Er was een wachtlijst in de reguliere zorg Alleen op deze manier is het mogelijk passende huisvesting te organiseren We wilden een woonvorm met een specifieke religieuze of levensbeschouwelijke identiteit Anders, namelijk Vraag 4 Wat zijn kenmerken van het initiatief? Wat is de datum van de eerste bewoning van het initiatief? Voor hoeveel bewoners is er plaats in het initiatief? Hoeveel bewoners wonen er doorgaans in het initiatief? Welke religieuze of levensbeschouwelijke identiteit heeft het initiatief? : : : Geen specifieke identiteit Protestants christelijk Katholiek Humanistisch AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 14 van 32

68 Vraag 4 Wat zijn kenmerken van het initiatief? Islamitisch Hindoestaans Anders, namelijk: Vraag 5a Over welke onderwerpen heeft u zeggenschap (mag u beslissen) en over welke onderwerpen heeft u inspraak (mag u meepraten)? De zorgverlener (persoon) die de zorg levert Het moment waarop de zorg wordt geleverd De omvang van de zorg De organisatie van de zorg en ondersteunende diensten Het dienstrooster De deskundigheid van zorgverlener(s) De uitgangspunten voor bejegening/begeleidingsstijl De inrichting van de gemeenschappelijke ruimte(n) De groepssamenstelling De huisregels De hoogte van een woonservicebijdrage van bewoners De financiële situatie van het wooninitiatief Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak Dit onderwerp bespreken we niet Zeggenschap Inspraak AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 15 van 32

69 Vraag 5a Over welke onderwerpen heeft u zeggenschap (mag u beslissen) en over welke onderwerpen heeft u inspraak (mag u meepraten)? Dit onderwerp bespreken we niet Vraag 5b Op welke manier vindt de inspraak of zeggenschap over het algemeen plaats? Individueel tussen bewoner en zorgaanbieder Tussen de bewoners gezamenlijk en de zorgaanbieder Zowel door de bewoners gezamenlijk als door individueel overleg met de zorgaanbieder Vraag 6 Wat is van toepassing op de woonruimte waar de zorg geleverd wordt? Het initiatief / de bewoner heeft de woning in eigendom Het initiatief / de bewoner huurt de woonruimte van een zorgaanbieder Het initiatief / de bewoner huurt de woonruimte van iemand anders dan een zorgaanbieder Vraag 6b Indien de woonruimte wordt gehuurd: is het initiatief door huur van het pand verplicht om de zorg af te nemen bij een bepaalde zorgaanbieder? Ja Nee Vraag 7a Welke voorzieningen hebben de bewoners voor zichzelf (meerdere antwoorden mogelijk)? Slaapkamer Zit/slaapkamer Woonkamer Keuken(tje) Douche Toilet Tuin / balkon Vraag 7b Welke voorzieningen delen de bewoners (meerdere antwoorden mogelijk)? Woonkamer Keuken Douche Toilet Tuin / balkon AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 16 van 32

70 Vraag 8 Zijn er mantelzorgers en/of vrijwilligers actief ten behoeve van het wooninitiatief of individuele bewoners? NB: het betreft onbetaalde activiteiten op het gebied van zorg en wonen. Onder mantelzorgers verstaan we de inzet van familie of vrienden van de bewoners. Onder vrijwilligers verstaan we mensen die geen directe relatie met de bewoner(s) hebben maar die vanuit persoonlijke interesse/betrokkenheid iets doen. Ja Nee Vraag 8b Indien ja: hoeveel uur per week zijn mantelzorgers en vrijwilligers gemiddeld actief? uur per week mantelzorgers en vrijwilligers, waarvan: uur per week door mantelzorgers uur per week door vrijwilligers Vraag 8c Indien ja: bij welke aspecten zijn mantelzorgers en/of vrijwilligers actief (meerdere antwoorden mogelijk)? Vervoer van bewoners naar activiteiten Het vervullen van zorgtaken Begeleiden van bewoners naar instanties Begeleiden bij activiteiten in groepsverband Ondernemen van individuele activiteiten (bijvoorbeeld wandelen of een spelletje doen) Onderhoud aan de woning Onderhoud aan de tuin Boodschappen doen Koken Administratie doen van het wooninitiatief Vraag 9 Van welke voorzieningen in de wijk maken de bewoners gebruik (meerdere antwoorden mogelijk)? Ontspanningsactiviteiten (zoals bingo, koffie drinken, disco etc.) Winkels (bijvoorbeeld supermarkt, drogist, kleding) Gezondheidscentra Sportclubs (eventueel specifiek voor mensen met een beperking) Ontmoetingsplaatsen (o.a. park, buurtcentrum) AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 17 van 32

71 Vraag 9 Van welke voorzieningen in de wijk maken de bewoners gebruik (meerdere antwoorden mogelijk)? Religieuze voorzieningen (bijvoorbeeld kerk, moskee) Openbaar vervoer Geen van deze voorzieningen AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 18 van 32

72 Onderdeel organisatie van zorg Dit deel van de vragenlijst gaat over de dagelijkse organisatie van zorg en dienstverlening aan de bewoners. Alle betaalde zorg- en dienstverlening worden hieronder meegenomen. Dat betekent dat u ook familieleden, vrienden of bekenden als individuele zorgverlener beschouwt bij het invullen van de vragenlijst, als die op basis van het pgb zorg leveren in het wooninitiatief. Vraag 1 Maken één of meer bewoners gebruik van een pgb? Ja Nee Vraag 2a Indien gebruik wordt gemaakt van pgb: Op welke manier wordt de zorg voor het initiatief ingekocht? Dit doen alle bewoners gezamenlijk voor alle onderdelen Iedere bewoner doet dat zelfstandig, de zorgaanbieder bewaakt de 24-uurs inzet Bewoners doen dat voor een deel gezamenlijk en voor een deel van de zorg zelf Vraag 2b Op welke manier vindt de afrekening tussen de bewoners en de zorgverleners plaats? Periodiek op basis van de werkelijk geleverde uren De zorgverlener heeft de beschikking over het afgesproken budget en zet daarmee zelf de benodigde zorg in Vraag 3 Met welke zorgorganisaties of individuele zorgverleners heeft u een afspraak over de zorglevering in het initiatief? Let op: wanneer het gaat om een zorgorganisatie die meerdere personen inzet om de zorg te leveren, vult u hier alleen de naam van de zorgorganisatie in. U vult per zorgorganisatie of zorgverlener ook in welke zorg zij leveren. U kunt kiezen uit persoonlijke verzorging (pv), verpleging (vp), en begeleiding (bg) (meerdere antwoorden mogelijk)) Wat is de naam van de zorgorganisatie of individuele zorgverlener (mag anoniem, bijvoorbeeld nummer)? Welke zorg wordt door deze zorgorganisatie of individuele zorgverlener geleverd? Persoonlijke verzorging (PV) Verpleging (VP) Begeleiding (BG) Persoonlijke verzorging (PV) Verpleging (VP) Begeleiding (BG) Persoonlijke verzorging (PV) Verpleging (VP) Begeleiding (BG) AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 19 van 32

73 Vraag 3b Wanneer meer dan één aanbieder is ingevuld: hoe is de coördinatie van de zorg georganiseerd? De bewoners regelen dit zelf Het bestuur regelt dit De zorgondernemer regelt dit Eén van de zorgverleners regelt dit De coördinatie is niet georganiseerd Vraag 4: Welke type medewerker zet het wooninitiatief in voor hoeveel uur per week? Ga hierbij uit van het basisrooster. Indien de inzet per week verschilt, neemt u een standaard week. Let op: het gaat hier niet om individuele medewerkers maar om het totaal aantal uur per type medewerker. Dat kunnen dus meerdere personen zijn met dezelfde deskundigheid. Vul ook in welk uurtarief het initiatief per type medewerker betaalt. Indien het initiatief met meerdere zorgverleners werkt, geeft u het gewogen tarief per type medewerker weer. Let op: voor de nachtdienst telt u alleen de uren mee die in rekening worden gebracht bij het wooninitiatief. Als de uren van een nachtdienst maar deels in rekening worden gebracht (zoals het geval is bij een slapende wacht) of als u de nachtdienst deelt met een andere woonvorm, telt u alleen het aantal uur mee waar het wooninitiatief voor betaalt. Welke medewerkers zet het initiatief in? Medewerker hbo-niveau Medewerker mbo-niveau 4 (bijvoorbeeld verpleegkundige of persoonlijk begeleider) Medewerker mbo-niveau 3 (bijvoorbeeld verzorgende of begeleider) Medewerker mbo-niveau 2 (bijvoorbeeld helpende of assistentbegeleider) Huishoudelijke hulp Stagiaires Ongediplomeerde medewerkers Overig Hoeveel uur per week wordt dit type medewerker ingezet? Wat is het uurtarief van dit type medewerker? AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 20 van 32

74 Vraag 5 Worden er naast het uurtarief ook andere kosten in rekening gebracht bij het initiatief? Ja Nee Vraag 5b Indien ja: welke kosten worden naast het uurtarief bij het initiatief in rekening gebracht? Wat zijn de kosten bij benadering? Let op: u kunt een bedrag per week, maand of jaar weergeven Welke kostenpost wordt bij het initiatief in rekening gebracht? Teamoverleg Coördinatie van zorg Overleg over de bewoner Scholing van medewerkers Managementkosten Reiskosten Onregelmatigheidstoeslag Wat is de hoogte van deze post in hele euro s? Is dit bedrag per week, per maand of per jaar? per week per maand per jaar per week per maand per jaar per week per maand per jaar per week per maand per jaar per week per maand per jaar per week per maand per jaar per week per maand per jaar Vraag 6a Wanneer is het wooninitiatief gedurende het jaar gesloten? Een aantal weekenden per jaar Tijdens vakanties Tijdens feestdagen Dit komt niet voor Anders, namelijk: AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 21 van 32

75 Vraag 6b Hoeveel dagen is het wooninitiatief in 2010 gesloten geweest? Aantal dagen: Vraag 6c Wat was de reden van deze sluiting? Op deze manier sparen we voor extra inzet bij incidenten zoals ziekte Hierdoor kunnen we op andere dagen meer personeel inzetten De bewoners verblijven op deze dagen ergens anders, dit is een praktische oplossing Anders Vraag 7 Hoe vangt het wooninitiatief een incidentele grotere zorgvraag op? Een grotere zorgvraag kan bijvoorbeeld ontstaan door ziekte, na een tijdelijke opname van een bewoner, door incidentele sluiting van dagbesteding of door uitval op school. We reserveren hiervoor gedurende het jaar budget en zetten daarmee extra personeel in We doen daarvoor een beroep op het netwerk (familie/vrienden) van de bewoner We vangen dit op met de reguliere inzet Anders Vraag 8 Is er een nachtdienst voor de bewoners van het wooninitiatief? Ja, we organiseren de nachtdienst zelf Ja, we delen de nachtdienst met een andere organisatie Nee, er is geen nachtdienst Vraag 8b Indien ja, welke vorm van nachtdienst wordt ingezet? Wakkere wacht, binnen het wooninitiatief Slaapdienst, binnen het wooninitiatief Oproepbare wacht, komt na oproep naar het wooninitiatief Bereikbaarheidsdienst, komt niet naar het wooninitiatief Vraag 8c Wat is de reden om de nachtdienst op deze manier te organiseren? Bewoners kunnen zelf alarmeren en de komst van de begeleiding afwachten Bewoners kunnen zelf alarmeren en zijn niet in staat om te wachten op de komst van de begeleiding Bewoners zijn niet in staat om zelf te alarmeren AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 22 van 32

76 Onderdeel bewoners Bij dit onderdeel worden vragen gesteld over de individuele bewoners van het wooninitiatief. De vragen worden gesteld op het niveau van de bewoner: voor elke bewoner moeten vragen worden beantwoord. Vraag 1a Welk kenmerk wilt u voor deze vragenlijst gebruiken voor deze bewoner? Bijvoorbeeld initialen, naam, eigen registratienummer, et cetera. Het gebruik van een kenmerk is niet verplicht maar kan helpen om de verschillende bewoners goed uit elkaar te kunnen houden tijdens het onderzoek. Vraag 1b Wat is de leeftijd van de bewoner? Vraag 2a Wat is het type indicatie van de bewoner? ZZP (Zorgzwaartepakket) Indicatie in functies en klassen (F/K) Vraag 2b Indien ZZP: wat is het geïndiceerde ZZP? V&V 1 GGZ C 1 GGZ B 1 VG 1 LG 1 ZG vis 1 LVG 1 V&V 2 GGZ C 2 GGZ B 2 VG 2 LG 2 ZG vis 2 LVG 2 V&V 3 GGZ C 3 GGZ B 3 VG 3 LG 3 ZG vis 3 LVG 3 V&V 4 GGZ C 4 GGZ B 4 VG 4 LG 4 ZG vis 4 LVG 4 V&V 5 GGZ C 5 GGZ B 5 VG 5 LG 5 ZG vis 5 LVG 5 V&V 6 GGZ C 6 GGZ B 6 VG 6 LG 6 V&V 7 GGZ B 7 VG 7 LG 7 ZG aud 1 SGLVG V&V 8 VG 8 ZG aud 2 V&V 9 ZG aud 3 V&V 10 ZG aud 4 Vraag 2c Indien van toepassing (ZZP is niet V&V, LVG of SGLVG): heeft de bewoner een indicatie voor dagbesteding? Ja, het betreft een ZZP met dagbesteding Nee, het betreft een ZZP zonder dagbesteding Vraag 2d Indien f/k: Wat is de grondslag van de geïndiceerde zorg? Somatische aandoening / beperking (SOM) Psychogeriatrische aandoening / beperking (PG) AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 23 van 32

77 Vraag 2d Indien f/k: Wat is de grondslag van de geïndiceerde zorg? Psychiatrische aandoening / beperking (PSY) Lichamelijke handicap (LG) Verstandelijke handicap (VG) Zintuiglijke handicap (ZG) Vraag 2e Indien F/K: wat zijn de geïndiceerde functies en klassen? Persoonlijke verzorging (PV) Verpleging (VP) Individuele begeleiding (BG ind / OB alg / AB alg) Groepsbegeleiding (BG groep / OB dag / AB dag) klasse 1 (0-1,9 uur per week) klasse 2 (2-3,9 uur per week) klasse 3 (4-6,9 uur per week) klasse 4 (7-9,9 uur per week) klasse 5 (10-12,9 uur per week) klasse 6 (13-15,9 uur per week) klasse 7 (16-19,9 uur per week) klasse 8 (20-24,9 uur per week) klasse 0 (0-0,9 uur per week) klasse 1 (1-1,9 uur per week) klasse 2 (2-3,9 uur per week) klasse 3 (4-6,9 uur per week) klasse 4 (7-9,9 uur per week) klasse 5 (10-12,9 uur per week) klasse 6 (13-15,9 uur per week) klasse 7 (16-19,9 uur per week) klasse 1 (0-1,9 uur per week) klasse 2 (2-3,9 uur per week) klasse 3 (4-6,9 uur per week) klasse 4 (7-9,9 uur per week) klasse 5 (10-12,9 uur per week) klasse 6 (13-15,9 uur per week) klasse 7 (16-19,9 uur per week) klasse 8 (20-24,9 uur per week) klasse 1 (1 dagdeel per week) klasse 2 (2 dagdelen per week) klasse 3 (3 dagdelen per week) klasse 4 (4 dagdelen per week) klasse 5 (5 dagdelen per week) klasse 6 (6 dagdelen per week) klasse 7 (7 dagdelen per week) klasse 8 (8 dagdelen per week) klasse 9 (9 dagdelen per week) Behandeling Behandeling individueel Behandeling groep klasse 1 (1 dagdeel per week) AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 24 van 32

78 Vraag 2e Indien F/K: wat zijn de geïndiceerde functies en klassen? klasse 2 (2 dagdelen per week) klasse 3 (3 dagdelen per week) klasse 4 (4 dagdelen per week) klasse 5 (5 dagdelen per week) klasse 6 (6 dagdelen per week) klasse 7 (7 dagdelen per week) klasse 8 (8 dagdelen per week) klasse 9 (9 dagdelen per week) Verblijf Tijdelijk verblijf / kortdurend verblijf klasse 4 (4 etmalen per week) klasse 5 (5 etmalen per week) klasse 6 (6 etmalen per week) klasse 7 (7 etmalen per week) klasse 1 (1 etmaal per week) klasse 2 (2 etmalen per week) klasse 3 (3 etmalen per week) Vraag 3 Wat is de financieringsvorm waarmee de zorg voor deze bewoner wordt bekostigd? Volledig via een pgb (persoonsgebonden budget) Volledig via het VPT (volledig pakket thuis) Volledig via ZIN (zorg in natura) Via een combinatie van pgb en ZIN Vraag 3b Indien er sprake is van bekostiging via een combinatie van pgb en ZIN: welke financieringsvorm gebruikt de bewoner per functie? Persoonlijke verzorging (PV) Verpleging (VP) Individuele begeleiding (BG ind / OB alg / AB alg) Groepsbegeleiding (BG groep / OB dag / AB dag) Behandeling Behandeling individueel Behandeling groep pgb ZIN nvt pgb ZIN pgb ZIN nvt pgb ZIN nvt ZIN nvt ZIN nvt ZIN AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 25 van 32

79 Vraag 3b Indien er sprake is van bekostiging via een combinatie van pgb en ZIN: welke financieringsvorm gebruikt de bewoner per functie? Tijdelijk verblijf / kortdurend verblijf nvt pgb ZIN Vraag 3c Indien dagbesteding wordt bekostigd via een pgb: wat zijn de kosten voor de inzet van dagbesteding op jaarbasis? Geef aan of dit bedrag inclusief of exclusief de kosten voor vervoer naar de dagbesteding is. Bedrag in hele euro s: inclusief kosten voor vervoer exclusief kosten voor vervoer Vraag 4 Biedt het budget (inclusief budgetgarantie en eventuele toeslagen) van de bewoner de ruimte om de benodigde zorg te bieden? Ja Nee Vraag 4b Indien nee, waar wordt dit door veroorzaakt? De omvang van de indicatie is onvoldoende Het budget dat voortvloeit uit de indicatie is onvoldoende Het leveren van zorg in een kleinschalige setting is minder efficiënt, daardoor komen we niet uit De samenstelling van de cliëntgroep is in de loop van de tijd gewijzigd, waardoor we nu niet uitkomen met de dekking van 24-uurs zorg De tarieven van de zorgverleners zijn te hoog, waardoor we onvoldoende uren zorg af kunnen nemen Anders, namelijk: Vraag 5a Indien er sprake is van bekostiging via (een combinatie van) pgb (en ZIN): heeft de bewoner een budgetgarantie? Ja Nee Vraag 5b Wat is de hoogte van de budgetgarantie per jaar? Bedrag in hele euro s: Vraag 5c Wat is de hoogte van het totale pgb (na aftrek van eigen bijdrage) van de bewoner, exclusief budgetgarantie? AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 26 van 32

80 Vraag 5c Wat is de hoogte van het totale pgb (na aftrek van eigen bijdrage) van de bewoner, exclusief budgetgarantie? Bedrag in hele euro s per jaar: Vraag 5d Bestaat een deel van het totale pgb uit een toeslag voor invasieve beademing? Ja Nee Vraag 5e Wat is de hoogte van de toeslag voor invasieve beademing voor deze bewoner per jaar? Bedrag in hele euro s: Toelichting: Voor bewoners met de hoogste pakketten in de gehandicaptenzorg (ZZP VG-5, VG-7, VG-8, LG-5, LG-7, ZG-3-aud, ZG-5-vis, LVG-4, LVG-5 of SGLVG) is een toeslag mogelijk waarmee zorg bovenop de uren uit het ZZP kan worden vergoed. Vraag 6 Maakt de bewoner gebruik van de toeslag extreme zorgzwaarte? Ja Nee, er is voor deze bewoner geen sprake van extreme zorgzwaarte Nee, er is wel sprake van extreme zorgzwaarte maar er is geen toeslag aangevraagd omdat er nog sprake is van budgetgarantie Nee, er is wel sprake van extreme zorgzwaarte, maar de aanvraag voor de toeslag is afgewezen Nee, er is wel sprake van extreme zorgzwaarte maar er is geen toeslag aangevraagd, omdat: Vraag 6b Indien de bewoner gebruik maakt van de toeslag extreme zorgzwaarte: wat is de hoogte van de toeslag voor deze bewoner per jaar? Bedrag in hele euro s: Vraag 7a Wat is de bruto-huurprijs per maand voor de woonruimte van de bewoner, inclusief gas, water en licht? Bedrag in hele euro s: Vraag 7b Wat is de hoogte van een eventuele huurtoeslag per maand? Bedrag in hele euro s: Vraag 7c Wat is de woon(service)bijdrage van de bewoner aan het initiatief per maand? Bedrag in hele euro s: AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 27 van 32

81 Vraag 8 Welke kosten worden betaald uit de woon(service)bijdrage van bewoners (meerdere antwoorden mogelijk)? Kosten voor voeding Kosten voor activiteiten Kosten voor verzekeringen die ten laste komen van het wooninitiatief (NB: dit betreft géén individuele verzekeringen) Onderhoud aan woning en tuin Onderhoud en vervanging van inventaris Inzet van extra zorg bovenop de indicatie van de bewoner Anders, namelijk: Vraag 9 Zijn er afspraken gemaakt over de inzet van 1 op 1 begeleiding naast de begeleiding in de groep? Ja Nee Vraag 9b Indien er afspraken zijn gemaakt over de inzet van 1 op 1 begeleiding: hoeveel uur per week 1 op 1 begeleiding ontvangt de bewoner? uur per week Vraag 10 Op welke dagdelen is de bewoner niet in het wooninitiatief aanwezig vanwege bijvoorbeeld school, werk of dagbesteding (meerdere antwoorden mogelijk)? Maandagochtend Maandagmiddag Dinsdagochtend Dinsdagmiddag Woensdagochtend Woensdagmiddag Donderdagochtend Donderdagmiddag Vrijdagochtend Vrijdagmiddag Niet van toepassing Vraag 11 Hoeveel dagen per jaar is de bewoner gemiddeld niet in het wooninitiatief aanwezig vanwege vakantie, familiebezoek et cetera (dit is exclusief eventuele collectieve sluiting)? AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 28 van 32

82 Vraag 11 Hoeveel dagen per jaar is de bewoner gemiddeld niet in het wooninitiatief aanwezig vanwege vakantie, familiebezoek et cetera (dit is exclusief eventuele collectieve sluiting)? dagen per jaar Vraag 12 Ontvangt de bewoner huishoudelijke hulp van de gemeente via de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning)? Ja Nee Vraag 12b Indien de bewoner huishoudelijke hulp via de Wmo ontvangt: voor hoeveel uur per week heeft de bewoner een indicatie? uur huishoudelijke hulp per week Vraag 12c Indien de bewoner huishoudelijke hulp via de Wmo ontvangt: op welke manier wordt de huishoudelijke hulp gefinancierd? Via een pgb (persoonsgebonden budget) Via ZIN (zorg in natura) Vraag 12d Indien de bewoner huishoudelijke hulp via de Wmo financiert via een pgb: wat is de hoogte van het budget voor huishoudelijke hulp op jaarbasis? euro per jaar Vraag 13a Wie is primair betrokken bij de medische zaken van de bewoner? De eigen huisarts van de bewoner De huisarts die gekoppeld is aan het initiatief Een arts voor verstandelijk gehandicapten Een verpleeghuisarts (specialist ouderengeneeskunde) Een revalidatiearts Een psychiater Vraag 13b Zijn er vaste momenten waarop deze behandelaar het initiatief bezoekt? Ja Nee Vraag 13c Indien ja: met welke frequentie bezoekt de behandelaar het initiatief? Minimaal één keer per week Minimaal één keer per twee weken AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 29 van 32

83 Vraag 13c Indien ja: met welke frequentie bezoekt de behandelaar het initiatief? Minimaal één keer per maand Minder dan één keer per maand Vraag 14 Hoe wordt in het algemeen de medische situatie van de bewoner in de gaten gehouden? Door de begeleiders in het wooninitiatief Door de vertegenwoordigers van de bewoner (bijvoorbeeld ouders of kinderen) Door de huisarts Door een gespecialiseerde arts Onderdeel financiën U wordt gevraagd een overzicht met inkomsten en uitgaven in te vullen om zo inzicht te geven in de financiële situatie van het wooninitiatief op totaalniveau. Wellicht is de geldstroom voor zorg of hulp die in natura (ZIN) wordt geleverd door een externe zorgaanbieder voor u niet bekend. U hoeft deze post dan niet in te vullen: het gaat immers om de financiën van het initiatief. Vraag 1: Welke inkomsten heeft het initiatief op totaalniveau? Wat is de naam van de inkomstenpost? AWBZ gefinancierde zorg ZIN AWBZ gefinancierde zorg pgb Wmo huishoudelijke hulp ZIN Wmo huishoudelijke hulp pgb Woon(service)bijdrage van bewoners Fondsenwerving / sponsoring Overig Wat is de hoogte van deze post in hele euro s per jaar? Vraag 2: Welke uitgaven heeft het initiatief op totaalniveau? Wat is de naam van de uitgavenpost? Personeelskosten AWBZ zorg (exclusief dagbesteding) Personeelskosten huishoudelijke hulp Dagbesteding Voeding Huur / hypotheeklasten Wat is de hoogte van deze post in hele euro s per jaar? AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 30 van 32

84 Vraag 2: Welke uitgaven heeft het initiatief op totaalniveau? Wat is de naam van de uitgavenpost? Vaste lasten (gas/water/elektriciteit) Onderhoud Afschrijvingen Overig Wat is de hoogte van deze post in hele euro s per jaar? Vraag 3 Beschikt het wooninitiatief over een jaarrekening? Ja Nee Vraag 3b Indien ja: kunt u de meest recente versie daarvan ons doen toekomen? Ja, ik upload de jaarrekening nu meteen (link) Ja, ik mail de jaarrekening naar [email protected] Ja, ik stuur de jaarrekening per post Bureau HHM t.a.v. P. Cnossen Postbus AG ENSCHEDE Nee Bij afronden onderzoek: Vraag 1 Welke aandachtspunten zijn van belang bij het organiseren van een wooninitiatief en zijn naar uw idee onvoldoende aan bod gekomen in de vragenlijst? Vraag 2 Welke suggesties over de organisatie van een wooninitiatief heeft u die u mee wilt geven aan de onderzoekers en andere initiatieven? AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 31 van 32

85 Vraag 2 Welke suggesties over de organisatie van een wooninitiatief heeft u die u mee wilt geven aan de onderzoekers en andere initiatieven? AD/11/1715b/imzpwi 18 juli 2011 bureau HHM Pagina 32 van 32

86

Algemene vragen. Informatie over uw soort initiatief

Algemene vragen. Informatie over uw soort initiatief Algemene vragen Naam wooninitiatief Adres PC en Woonplaats Telefoon Naam contactpersoon voor deze vragenlijst: Mailadres: Website: KvK-nummer Informatie over uw soort initiatief 1 Bent u een: kleinschalige

Nadere informatie

Uw brief van Uw kenmerk Datum ---- ---- 29 maart 2011. Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer CCZ/2011029909 J. Knollema (020) 797 86 22

Uw brief van Uw kenmerk Datum ---- ---- 29 maart 2011. Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer CCZ/2011029909 J. Knollema (020) 797 86 22 Zorgkantoren Uw brief van Uw kenmerk Datum ---- ---- 29 maart 2011 Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer CCZ/2011029909 J. Knollema (020) 797 86 22 Onderwerp Beleidsregel 2011 (b) Toekenning PGB-AWBZ

Nadere informatie

Pgb zzp tarieven 2014

Pgb zzp tarieven 2014 Pgb zzp tarieven Overzicht persoonsgebonden budget zorgzwaartepakket tarieven Per Saldo, december 2013, overeenkomstig informatie van CVZ (Aan deze tabel kunnen geen rechten worden ontleend) Afkortingen

Nadere informatie

pgb zzp tarieven 2013

pgb zzp tarieven 2013 tarieven Overzicht persoonsgebonden budget zorgzwaartepakket tarieven Per Saldo, december 2012, overeenkomstig informatie van CVZ, 4 december 2012 (Aan deze tabel kunnen geen rechten worden ontleend) Afkortingen

Nadere informatie

Verkenning effecten zorgzwaartebekostiging voor cliëntgroepen zonder verblijf

Verkenning effecten zorgzwaartebekostiging voor cliëntgroepen zonder verblijf Verkenning effecten zorgzwaartebekostiging voor cliëntgroepen zonder verblijf Enschede, maart 2008 MK/08/0440/imz2 mw. drs. M. Kingma mw. drs. M.L. Pansier-Mast mw. ir. H. van der Werf Inhoudsopgave Samenvatting...

Nadere informatie

28 Wooninitiatieven. 1 Inleiding

28 Wooninitiatieven. 1 Inleiding DC 28 Wooninitiatieven 1 Inleiding Als medewerker in de maatschappelijke zorg kun je te maken krijgen met initiatieven van mensen met een beperking en hun ouders/verwanten. In dit thema zie je een voorbeeld

Nadere informatie

Persoonsvolgende financiering in Nederland

Persoonsvolgende financiering in Nederland Persoonsvolgende financiering in Nederland Een eerlijke verdeling van beschikbare middelen? Martijn Koot 24 februari 2012 Inhoudsopgave Wie zijn wij wat is de VGN? Introductie AWBZ de langdurige zorg in

Nadere informatie

Gebruik van de tabel pgb-zzp 2017

Gebruik van de tabel pgb-zzp 2017 Gebruik van de tabel pgb-zzp 2017 Regelt u uw zorg helemaal met een pgb en maakt u geen gebruik van zorg in natura, dan is alleen het pgb-bedrag per jaar en week belangrijk. De toeslag huishoudelijke hulp

Nadere informatie

Een gezonde zorgexploitatie van uw woonzorglocatie. Jacqueline van Ginneken Bureau Ouderenzorg. drs. J.H.M. van Ginneken 7 juni 2011

Een gezonde zorgexploitatie van uw woonzorglocatie. Jacqueline van Ginneken Bureau Ouderenzorg. drs. J.H.M. van Ginneken 7 juni 2011 Een gezonde zorgexploitatie van uw woonzorglocatie Jacqueline van Ginneken Bureau Ouderenzorg Rekenen aan zorg drs. J.H.M. van Ginneken 7 juni 2011 juni 2011 www.kcwz.nl 1 Een grote kans. dat u voornemens

Nadere informatie

AWBZ. Financiering van zorg

AWBZ. Financiering van zorg AWBZ en WMO AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten - Volksverzekering - Premie opgenomen in loonheffing voor volksverzekeringen - 2012: ruim 12% afdracht via loonheffing Voor wie? - Ouderen - Mensen

Nadere informatie

NSGK als initiatiefnemer en financier. Per 2013 onderdeel van Per Saldo Van stichting naar vereniging met leden Lidmaatschap voor wooninitiatieven

NSGK als initiatiefnemer en financier. Per 2013 onderdeel van Per Saldo Van stichting naar vereniging met leden Lidmaatschap voor wooninitiatieven Welkom Lourens van den Berg NSGK als initiatiefnemer en financier Per 2013 onderdeel van Per Saldo Van stichting naar vereniging met leden Lidmaatschap voor wooninitiatieven Wat is een wooninitiatief?

Nadere informatie

Toekomst wooninitiatieven met PGB of ZIN. Dorien Kloosterman [email protected]

Toekomst wooninitiatieven met PGB of ZIN. Dorien Kloosterman algemeen@naar-keuze.nl Toekomst wooninitiatieven met PGB of ZIN Dorien Kloosterman [email protected] Dorien Kloosterman Sinds 1988 werkzaam bij Ouderverenigingen Sinds 2008 werkzaam als beleidsmedewerker bij Platform VG/

Nadere informatie

SGLVG som VP VG VV ZG aud ZG vis ZG ZZP

SGLVG som VP VG VV ZG aud ZG vis ZG ZZP Overzicht pgb ZZP tarieven 2011 Tabel Per Saldo, januari 2011, overeenkomstig de beleidsregel 2011 (a) PGB AWBZ bij langdurig Verblijf van het CVZ dd 12 januari 2011 (Aan deze tabel kunnen geen rechten

Nadere informatie

Onafhankelijke cliëntondersteuning Wlz

Onafhankelijke cliëntondersteuning Wlz Het Huis voor de Zorg: * Is een onafhankelijke organisatie, die zorgvragers/zorgconsumenten in Limburg een eigen stem geeft samen met een sterk netwerk van provinciale maatschappelijke organisaties. Gefinancierd

Nadere informatie

Inleiding. PC/10/0506/imzhand 29 juni 2010 bureau HHM Pagina 2 van 9

Inleiding. PC/10/0506/imzhand 29 juni 2010 bureau HHM Pagina 2 van 9 Inleiding Sinds 1 januari 2009 is de zorgzwaartebekostiging ingevoerd. Zorgaanbieders ontvangen inkomsten gebaseerd op de zorgzwaarte van de cliënten die in zorg zijn. Dit in tegenstelling tot het oude

Nadere informatie

Addendum Zorginkoop langdurige zorg 2015

Addendum Zorginkoop langdurige zorg 2015 Addendum Zorginkoop langdurige zorg 2015 V&V en GZ Disclaimer De documenten opgesteld door het zorgkantoor ten behoeve van de inkoop van langdurige zorg 2015 zijn onder voorbehoud van wijzigend beleid

Nadere informatie

1. Alle dagbesteding inclusief vervoer gaat naar de gemeente (Wmo en Jeugdwet). Ook de dagbesteding van cliënten met een hoog zzp.

1. Alle dagbesteding inclusief vervoer gaat naar de gemeente (Wmo en Jeugdwet). Ook de dagbesteding van cliënten met een hoog zzp. 17 misverstanden over de Wet langdurige zorg (Wlz) Per 1 januari 2015 komt de Wet langdurige zorg (Wlz) in de plaats van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De Wlz is van toepassing op cliënten

Nadere informatie

Wet Langdurige Zorg. A.L.V. 27 oktober 2014

Wet Langdurige Zorg. A.L.V. 27 oktober 2014 Wet Langdurige Zorg A.L.V. 27 oktober 2014 Aanleiding: Rapport van de WRR, waarin geadviseerd wordt tot modernisering van de AWBZ (wordt kamerbreed onderschreven. Kosten van de AWBZ stegen van 16 miljard

Nadere informatie

Kleinschalige wooninitiatieven: financieel bekeken

Kleinschalige wooninitiatieven: financieel bekeken College voor zorgverzekeringen Kleinschalige wooninitiatieven: financieel bekeken augustus 26 6.66/OSV/ln 26 KPMG Business Advisory Services B.V., lid van KPMG International, een Zwitserse coöperatie.

Nadere informatie

Addendum Zorginkoop langdurige zorg 2015

Addendum Zorginkoop langdurige zorg 2015 Addendum Zorginkoop langdurige zorg 2015 V&V en GZ Disclaimer De documenten opgesteld door het zorgkantoor ten behoeve van de inkoop van langdurige zorg 2015 zijn onder voorbehoud van wijzigend beleid

Nadere informatie

De Wet Langdurige Zorg- samenvatting gericht op de gevolgen voor mensen met chronische

De Wet Langdurige Zorg- samenvatting gericht op de gevolgen voor mensen met chronische De Wet Langdurige Zorg- samenvatting gericht op de gevolgen voor mensen met chronische beademing door Elske ter Veld, voorzitter VSCA. Bij de Tweede Kamer ligt nu ook de Wet Langdurige Zorg, de WLZ. Deze

Nadere informatie

SGLVG som VP VG VV ZG aud ZG vis ZG ZZP

SGLVG som VP VG VV ZG aud ZG vis ZG ZZP Overzicht pgb ZZP tarieven 2010 Tabel Per Saldo, maart 2010, overeenkomstig de beleidsregel 2010 (a) PGB AWBZ bij langdurig Verblijf van het CVZ dd 25 maart 2010 (Aan deze tabel kunnen geen rechten worden

Nadere informatie

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015 Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking Wat verandert er in de zorg in 2015 De zorg in beweging Wat verandert er in 2015? In 2015 verandert er veel in de zorg. Via een aantal

Nadere informatie

Tarieventabel 2018 Persoonsgebonden budget Wlz (ZZP 0f zorgprofiel)

Tarieventabel 2018 Persoonsgebonden budget Wlz (ZZP 0f zorgprofiel) Tarieventabel 2018 Persoonsgebonden budget Wlz (ZZP 0f zorgprofiel) Deze tabel is alleen van toepassing op budgethouders met een indicatie voor verblijf (een indicatie voor een ZZP of een zorgprofiel).

Nadere informatie

ZZP VV. Toelichting op de tabellen Voor een toelichting op onderstaande tabellen, zie laatste pagina. PV SGLVG som VP VG VV ZG aud ZG vis ZG ZZP

ZZP VV. Toelichting op de tabellen Voor een toelichting op onderstaande tabellen, zie laatste pagina. PV SGLVG som VP VG VV ZG aud ZG vis ZG ZZP Overzicht pgb ZZP tarieven Tabel opgemaakt door Per Saldo, februari, overeenkomstig de beleidsregel langdurend verblijf (LDV) van het CVZ (Aan deze tabel kunnen geen rechten worden ontleend) Afkortingen

Nadere informatie

Wat betalen budgethouders voor zorg?

Wat betalen budgethouders voor zorg? Wat betalen budgethouders voor zorg? Een onderzoek naar tarieven voor zorginkoop via een persoonsgebonden budget AWBZ Enschede, 10 mei 2012 LP/12/1102/tpgb drs. Louise Pansier-Mast Inhoudsopgave 1. Inleiding...3

Nadere informatie

Verpleging en verzorging (V&V)

Verpleging en verzorging (V&V) Bijlage 1 : Aanscherping ZZP-omschrijvingen en algoritmen Op verzoek van VWS zijn de zorgzwaartepakketten (ZZP s) voor de AWBZ inhoudelijk aangescherpt en de algoritmen in het ZZP-registratieprogramma

Nadere informatie

Overgangsrecht van AWBZ cliënten en beleid Versie december 2014

Overgangsrecht van AWBZ cliënten en beleid Versie december 2014 Overgangsrecht van AWBZ cliënten en beleid Versie december 2014 Door de hervormingen van de langdurige zorg wordt begeleiding per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer adres Kenmerk l / Ervaringen invoering Wlz 16 september 2015

Behandeld door Telefoonnummer  adres Kenmerk l / Ervaringen invoering Wlz 16 september 2015 Aan alle Wlz-uitvoerders Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 E [email protected] I www.nza.nl Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres l Onderwerp Datum

Nadere informatie

Aantal cliënten per stelsel nu en. Straks 18.400. Figuur 1 - Aantal cliënten (18-) naar huidig en toekomstig stelsel

Aantal cliënten per stelsel nu en. Straks 18.400. Figuur 1 - Aantal cliënten (18-) naar huidig en toekomstig stelsel Gehandicaptenzorg van AWBZ naar Jeugdwet Vanaf 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor de volledige jeugdzorg. Vanuit verschillende domeinen wordt dan de zorg voor kinderen en jongeren onder de 18

Nadere informatie

Analyse databestanden ten behoeve van verblijfszorg thuis. Eindrapportage

Analyse databestanden ten behoeve van verblijfszorg thuis. Eindrapportage Analyse databestanden ten behoeve van verblijfszorg thuis Eindrapportage Analyse databestanden ten behoeve van verblijfszorg thuis Eindrapportage Enschede, 18 juni 2007 NV/07/1673/afp mw. ir. N.M.H. van

Nadere informatie

Scheiden van wonen en zorg

Scheiden van wonen en zorg Scheiden van wonen en zorg de exploitatie van de zorg en dienstverlening drs. J.H.M. van Ginneken 25 oktober 2012 Overheidsbeleid SWZ Beleidsstukken 24 juni 2012: Voortgangsrapportage Hervorming Langdurige

Nadere informatie

Het indicatiebesluit

Het indicatiebesluit Het indicatiebesluit Een budget of zorg in natura In de brief met het indicatiebesluit staat op welke zorg u aanspraak kunt maken. Hoe u de zorg ontvangt, kan per soort zorg verschillen en is afhankelijk

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CA-300-536. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c

BELEIDSREGEL CA-300-536. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c BELEIDSREGEL Volledig Pakket Thuis Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Toekenningstabel 2015 Persoonsgebonden budget Wlz

Toekenningstabel 2015 Persoonsgebonden budget Wlz Toekenningstabel 2015 Persoonsgebonden budget Wlz Deze tabel is alleen van toepassing op budgethouders met een indicatie voor langdurig verblijf (een ZZP-indicatie ). Alle bedragen zijn jaarbedragen. Zorgprofielen

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen Platform Wooninitiatieven in Zuid-Nederland

Recente ontwikkelingen Platform Wooninitiatieven in Zuid-Nederland Recente ontwikkelingen Platform Wooninitiatieven in Zuid-Nederland Presentatie op zaterdag 2 november Gabie Conradi, adviseur programma Aandacht voor Iedereen Inleiding Maatschappelijke en politieke trends:

Nadere informatie

Aanvraagformulier meerzorg voor PGB-houders 2018

Aanvraagformulier meerzorg voor PGB-houders 2018 Aanvraagformulier meerzorg voor PGB-houders 2018 1. Inleiding Het kan zijn dat u tijdelijk meer zorg en ondersteuning nodig hebt, dan waar u op basis van uw indicatie recht op hebt. In sommige gevallen

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CA-300-583. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire CARE/AWBZ/13/05c

BELEIDSREGEL CA-300-583. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire CARE/AWBZ/13/05c Bijlage 12 bij circulaire CARE/AWBZ/13/05c BELEIDSREGEL Volledig Pakket Thuis Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Aanvraagformulier meerzorg voor PGB-houders 2018

Aanvraagformulier meerzorg voor PGB-houders 2018 Aanvraagformulier meerzorg voor PGB-houders 2018 1. Inleiding Het kan zijn dat u tijdelijk meer zorg en ondersteuning nodig hebt, dan waar u op basis van uw indicatie recht op hebt. In sommige gevallen

Nadere informatie

EXTRAMURALISATIE LICHTE ZORGZWAARTEPAKKETTEN

EXTRAMURALISATIE LICHTE ZORGZWAARTEPAKKETTEN FACTSHEET ZZP 1, 2 EN 3 EXTRAMURALISATIE LICHTE ZORGZWAARTEPAKKETTEN ACHTERGROND, GEVOLGEN, FEITEN EN CIJFERS Voor de twaalf Drentse gemeenten Marion Wijnstra Erwin Matijsen Oktober 2012 ACHTERGROND EN

Nadere informatie

Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 5 december 2014

Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 5 december 2014 Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 5 december 2014 1 Toelichting bij de analyse De centrumgemeente Leiden heeft op verschillende momenten in 2014 gegevens ontvangen over Beschermd wonen van

Nadere informatie

Het Persoonsgebonden Budget in de WlZ en de Wmo in 2016

Het Persoonsgebonden Budget in de WlZ en de Wmo in 2016 Het Persoonsgebonden Budget in de WlZ en de Wmo in 2016 Hans van der Knijff 30 september 2015 Waar gaan we het over hebben? Waarom, hoe en waar vraag ik pgb aan? Pgb in Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit CiZ_A5_WLZ_WT_15-06-15_def#2.indd 1 19-06-15 10:58 Als u blijvend intensieve zorg nodig heeft, dan kan het zijn dat u in aanmerking komt voor zorg vanuit

Nadere informatie

PERSOONSGEBONDEN BUDGET (PGB)

PERSOONSGEBONDEN BUDGET (PGB) Infoblad PERSOONSGEBONDEN BUDGET (PGB) Na 1 januari 2015 blijft het pgb mogelijk voor verschillende vormen van zorg en ondersteuning. u Wat is een pgb? Een pgb is een persoonsgebonden budget dat ingezet

Nadere informatie

De nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015

De nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015 Blz. 1 HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ARNHEM gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015, b e s l u i t vast te stellen: De nadere

Nadere informatie

Cliënten met ZZP VG5. Enschede, 8 maart 2010 AD/10/0690/imzvg5. drs. Alette van Dijk Jonkman dr. Patrick Jansen ir. Hinke van der Werf

Cliënten met ZZP VG5. Enschede, 8 maart 2010 AD/10/0690/imzvg5. drs. Alette van Dijk Jonkman dr. Patrick Jansen ir. Hinke van der Werf Cliënten met ZZP VG5 Enschede, 8 maart 2010 AD/10/0690/imzvg5 drs. Alette van Dijk Jonkman dr. Patrick Jansen ir. Hinke van der Werf Inhoudsopgave Samenvatting... 3 1. Inleiding... 5 2. Werkwijze... 6

Nadere informatie

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ: zorg bij ziekte, handicap of ouderdom Als u zorg wilt die wordt betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), onderzoekt het Centrum indicatiestelling

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wanneer kan ik Wlz aanvragen? Als u blijvend intensieve zorg nodig heeft, dan kan het zijn dat u in aanmerking komt voor zorg vanuit de Wet langdurige

Nadere informatie

wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief

wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief scheiden van Verblijf van wonen naar Wonen en zorg & van verblijf naar wonen door extramuralisering en scheiden wonen/zorg Programma Doel van vandaag Meer grip

Nadere informatie

Ik krijg nu AWBZ-zorg. Wat krijg ik in 2015?

Ik krijg nu AWBZ-zorg. Wat krijg ik in 2015? Factsheet Ik krijg nu AWBZ-zorg. Wat krijg ik in 2015? De overheid gaat de langdurige zorg anders organiseren. Hoe is de overgang van de ene wet naar de andere geregeld? Vanaf 1 januari 2015 verandert

Nadere informatie

Overzicht bekostiging van behandeling bij Wlz-cliënten in 2016

Overzicht bekostiging van behandeling bij Wlz-cliënten in 2016 Overzicht bekostiging van behandeling bij -cliënten in 2016 Waarom dit overzicht? Naar aanleiding van de vragen die de NZa heeft gekregen over de bekostiging van behandeling bij verzekerden die zorg op

Nadere informatie

Inhoudsopgave Wet langdurige zorg... 2 De huisarts en de WLZ... 6

Inhoudsopgave Wet langdurige zorg... 2 De huisarts en de WLZ... 6 Inhoudsopgave Wet langdurige zorg... 2 Wat is de Wet langdurige zorg (Wlz)?... 2 Vanuit de Wlz worden de volgende zorg- en hulpvormen geregeld:... 2 Wlz aanvragen... 2 1. Aanvraag bij het CIZ... 4 2. CIZ

Nadere informatie

Doelgroeponderzoek AWBZ en Wmo Utrecht

Doelgroeponderzoek AWBZ en Wmo Utrecht Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen telefoon (050) 5252473 fax (050) 5252473 Hardwareweg 4 3821 BM Amersfoort Telefoon (033) 4546665 e-mail [email protected] website www.kwiz.nl Doelgroeponderzoek AWBZ en

Nadere informatie

Brochure Modulair Pakket Thuis

Brochure Modulair Pakket Thuis Brochure Modulair Pakket Thuis Met het MPT kunt u de zorg van één of meer Wlz-aanbieders thuis krijgen. U kunt er bij MPT ook voor kiezen om bepaalde zorgvormen in natura van een Wlz-zorgaanbieder te ontvangen

Nadere informatie

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ: zorg bij ziekte, handicap of ouderdom Als u zorg wilt die wordt betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), onderzoekt het Centrum indicatiestelling

Nadere informatie

Versie 3.0 Handleiding vergelijkingsmodel

Versie 3.0 Handleiding vergelijkingsmodel Versie 3.0 Handleiding vergelijkingsmodel Zorgverlening versus personele inzet Enschede, september 2011 PC/11/1874/imz bc. Pieter Cnossen Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Invullen gegevens... 6 2.1 ZZP-verdeling...

Nadere informatie

Context tarievensystematiek nieuwe functies Wmo 2015

Context tarievensystematiek nieuwe functies Wmo 2015 Context tarievensystematiek nieuwe functies Wmo 2015 Om te komen tot vereenvoudigde productsoorten/ functies met bijbehorende tarieven voor de nieuwe Wmo taken is een overzicht gemaakt van de gegevens

Nadere informatie

Beleidsplan Fundament

Beleidsplan Fundament Beleidsplan Fundament 2015-2017 1 Inleiding Stichting Wooninitiatief Fundament, hierna Fundament genoemd, is een ouderinitiatief, dat is opgericht door een aantal ouders om woonruimte voor 14 bewoners

Nadere informatie

!7": ZORG 'EHANDICAPTENZORG

!7: ZORG 'EHANDICAPTENZORG !7": ZORG 'EHANDICAPTENZORG )NKOOPBELEID,ANGDURIGE :ORG +LANTVERSIE De inkoop van gehandicaptenzorg in 2015 1 Als het nodig is heb je recht op langdurige zorg. Denk aan thuiszorg, verblijf in een verpleeg-

Nadere informatie

Wat staat ons te wachten in 2013 en daarna? Hans van der Knijff

Wat staat ons te wachten in 2013 en daarna? Hans van der Knijff Wat staat ons te wachten in 2013 en daarna? Hans van der Knijff Waar gaan we het over hebben? Stand van zaken landelijke politiek 2013 regeerakkoord Vergoedingsregeling Persoonlijke Zorg en pgb Zorgzwaartepakketten

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds In hoofdstuk 9 worden na artikel 9.13 vier nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds In hoofdstuk 9 worden na artikel 9.13 vier nieuwe artikelen ingevoegd, luidende: STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 60365 25 oktober 2017 Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 oktober 2017, kenmerk

Nadere informatie

Rapportage decentralisatie monitor Gemeente Eijsden-Margraten

Rapportage decentralisatie monitor Gemeente Eijsden-Margraten Rapportage decentralisatie monitor Gemeente Eijsden-Margraten 2013 2 Hoofdstuk 1: Totaaloverzichten (Begeleiding + Persoonlijke Verzorging) Totaaloverzichten (begeleiding + Persoonlijke Verzorging) Begeleiding

Nadere informatie

Factsheet: Leveringsvormen in de Wet Langdurige Zorg

Factsheet: Leveringsvormen in de Wet Langdurige Zorg Factsheet: Leveringsvormen in de Wet Langdurige Zorg Inleiding Van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hebt u een ZorgProfiel (ZP) ontvangen waarmee u recht hebt op zorg vanuit de Wet langdurige zorg

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wanneer kan ik Wlz aanvragen? Als u blijvend intensieve zorg nodig heeft, dan komt u misschien in aanmerking voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz).

Nadere informatie

Uitkomsten enquête Toetsingskader Doelmatig en Verantwoorde Zorg Thuis

Uitkomsten enquête Toetsingskader Doelmatig en Verantwoorde Zorg Thuis Bl-16-10222 Uitkomsten enquête Toetsingskader Doelmatig en Verantwoorde Zorg Thuis Zorgverzekeraars Nederland 21 maart 2016 1 Uitkomsten enquête Toetsingskader Doelmatig en Verantwoorde Zorg Thuis In 2015

Nadere informatie

Factsheet. De overheid gaat de langdurige zorg anders organiseren. Wat betekent dat voor mijn pgb?

Factsheet. De overheid gaat de langdurige zorg anders organiseren. Wat betekent dat voor mijn pgb? Factsheet De overheid gaat de langdurige zorg anders organiseren Wat betekent dat voor mijn pgb? 2 Hervorming langdurige zorg - Persoonsgebonden budget Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Nadere informatie

CIZ-indicaties als basis voor de prognose

CIZ-indicaties als basis voor de prognose 1 CIZ-indicaties als basis voor de prognose Onze prognose van de ontwikkeling van de vraag naar zorg met verblijf is gebaseerd op indicatiecijfers van het CIZ, de verdeling van de zorgconsumptie over verschillende

Nadere informatie

Persoonsgebonden budget AWBZ Informatiebulletin voor de budgethouders (december 2010)

Persoonsgebonden budget AWBZ Informatiebulletin voor de budgethouders (december 2010) Persoonsgebonden budget AWBZ Informatiebulletin voor de budgethouders (december 2010) In dit informatiebulletin wordt u geïnformeerd over de volgende onderwerpen: 1. Tarieven 2011 10. ZZP VG 5 en ZZP VG

Nadere informatie

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in Achtergronden en motieven bij wachten op een pgb Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS drs. L. Boer drs. M. Hollander Projectnummer: B3811 Zoetermeer, 16 december 2010 De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CA-300-523. Volledig Pakket Thuis

BELEIDSREGEL CA-300-523. Volledig Pakket Thuis BELEIDSREGEL Volledig Pakket Thuis Op grond van artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast

Nadere informatie

Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen

Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen Deze notitie is bedoeld om meer inzicht te geven over de budgetten en vergoedingen die op zorgboerderijen betrekking kunnen hebben als het gaat om

Nadere informatie

Stimulering Kleinschalige Zorg voor dementerenden

Stimulering Kleinschalige Zorg voor dementerenden BELEIDSREGEL Stimulering Kleinschalige Zorg voor dementerenden 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Nadere informatie

Een overzicht van de woonvormen Beschermd Wonen

Een overzicht van de woonvormen Beschermd Wonen Een overzicht van de woonvormen Beschermd Wonen Soort woonvorm, doelgroep, de zorg en de kwaliteit Colofon tekst: JB Lorenz vormgeving: de Beeldsmederij september 2015 2 Inhoudsopgave Inleiding 4 1 Uitgangspunten

Nadere informatie

Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015

Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015 Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015 ActiZ 1 oktober 2014 drs. S. van Klaveren K.J. van de Werfhorst MSc Projectnummer: 419052 Correspondentienummer: DH-0110-4067 Inhoud SAMENVATTING

Nadere informatie

De maatschappelijke business case (mbc)

De maatschappelijke business case (mbc) De maatschappelijke business case (mbc) Kleinschalige ouderinitiatieven Danny Huisman Maatschappelijke business case Cliëntperspectief Maatschappelijke case Maatschappelijke Business case Business model

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) Presentatie VGN. Sanne Lubbers Martin Holling. 16 december 2014

Wet langdurige zorg (Wlz) Presentatie VGN. Sanne Lubbers Martin Holling. 16 december 2014 Wet langdurige zorg (Wlz) Presentatie VGN Sanne Lubbers Martin Holling 16 december 2014 Inhoud Hoofdlijnen van Het doel van de wet Verschillen met de AWBZ Zorginkoop Specifieke onderwerpen 2 Waarom een

Nadere informatie

Beleidsregel prestatiebeschrijving en tarief zzp-meerzorg Wlz - BR/REG-19123

Beleidsregel prestatiebeschrijving en tarief zzp-meerzorg Wlz - BR/REG-19123 Beleidsregel prestatiebeschrijving en tarief zzp-meerzorg Wlz - BR/REG-19123 Versie 1 Dit document is gepubliceerd door NZa op het publicatie platform voor uitvoering (PUC). Dit document is een afdruk

Nadere informatie

Het indicatiebesluit

Het indicatiebesluit Het indicatiebesluit Deze folder hoort bij het indicatiebesluit. Dat is de brief die u van het CIZ heeft gekregen, waarin staat op welke zorg u aanspraak kunt maken. We leggen uit hoe u de zorg ontvangt,

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/REG Prestatiebeschrijvingen en tarieven zzp-meerzorg Wlz. Grondslag

BELEIDSREGEL BR/REG Prestatiebeschrijvingen en tarieven zzp-meerzorg Wlz. Grondslag BELEIDSREGEL Prestatiebeschrijvingen en tarieven zzp-meerzorg Wlz Grondslag Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Verenso. Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters

Verenso. Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters Verenso Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters WetLz April 2014 Wet Langdurige Zorg (Wet LZ) Alleen de meest kwetsbare mensen hebben in de toekomst recht op passende zorg (en

Nadere informatie

Persoonsgebonden budget (pgb) tarieven 2018

Persoonsgebonden budget (pgb) tarieven 2018 Persoonsgebonden budget (pgb) tarieven 2018 Algemeen De pgb tarieven Wmo zijn per 1 januari 2018 flink gewijzigd als gevolg van aangepast beleid. In dit overzicht worden de wijzigingen toegelicht. Voor

Nadere informatie

69 Zorgzwaartepakketten

69 Zorgzwaartepakketten DC 69 Zorgzwaartepakketten verstandelijk gehandicapten 1 Inleiding Cliënten die zorg in het kader van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) nodig hebben, kunnen aanspraak maken op een budget daarvoor.

Nadere informatie

Onze droom Een eigen woning. Woongroep/ Stichting De Toekomst

Onze droom Een eigen woning. Woongroep/ Stichting De Toekomst Onze droom Een eigen woning Woongroep/ Stichting De Toekomst Bewoners De Toekomst Wie zijn de bewoners van De Toekomst 11 jong volwassen verstandelijke meiden met al dan niet een andere beperking/ ziekte

Nadere informatie

Uitkomsten enquête toetsingskader doelmatige en verantwoorde zorg thuis

Uitkomsten enquête toetsingskader doelmatige en verantwoorde zorg thuis Bl-16-10236 Tekst voor de website Uitkomsten enquête toetsingskader doelmatige en verantwoorde zorg thuis In 2015 is het toetsingskader doelmatige en verantwoorde zorg thuis ingevoerd. Het kader is een

Nadere informatie

Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013

Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013 Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013 Opening Anneke Augustinus Manager Care Zorgkantoor Zorg en Zekerheid Foto: website Activite Waarom vandaag? Delen kennis en ervaringen zodat: Het zorgkantoor voldoende

Nadere informatie