Multidisciplinair Oefenbeleidsplan
|
|
|
- Heidi Vermeiren
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Multidisciplinair Oefenbeleidsplan
2 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Het wie 6 3 Het wat 9 4 Het hoe 13 5 Praktisch 16
3 3 1 Inleiding Voor u ligt het multidisciplinair oefenbeleidsplan Met dit plan geeft de veiligheidsregio i.o. 1 een stevige aanzet tot verdergaande professionalisering. Professionalisering van de totale crisisorganisatie, de multidisciplinaire teams en last but not least de individuele multidisciplinaire (sleutel)functionarissen. Met het wat uit dit oefenbeleidsplan is de ontwikkelrichting scherp in beeld gebracht en kan met de oefenjaarplannen steeds beter de best next step worden bepaald. Dit alles met als doel dat bij een ramp of crisis de crisisorganisatie in zijn geheel voldoende paraat en veerkrachtig is om de consequenties van een ramp of crisis tot een minimum te beperken. Context multidisciplinair optreden Context multidisciplinair oefenen De veiligheidsregio kent een lange traditie als het gaat om multidisciplinair crisismanagement. In 1995 werd een unité de doctrine afgesloten waarin op basis van gelijkwaardigheid een eenduidige en samenhangende crisisorganisatie werd ingericht ( één vast, professioneel operationeel team voor allen ). De eerste test doorstond het model Crisismanagement glansrijk. Daarna bleef het model zich doorontwikkelen ondermeer naar aanleiding van wettelijke eisen en invloedrijke rapportages 2. Deze ontwikkeling in combinatie met het wetsvoorstel veiligheidsregio zijn richtinggevend (geweest) voor een discussie over veerkracht in crisisparaatheid 3. Met dit adagium wil de veiligheidsregio een verdergaande professionalisering realiseren, ondermeer aan de hand van het voorliggende multidisciplinaire oefenbeleidsplan. Het multidisciplinair oefenbeleidsplan is de opvolger van de gelijknamige versie van en vormt de weerslag van twee actuele ontwikkelingen: enerzijds is dat de doorontwikkeling van het multidisciplinaire opleiden en oefenen en anderzijds de vereisten die volgen uit het wetsvoorstel veiligheidsregio s. Volgens het nieuwe planhuis uit het wetsvoorstel maakt het oefenbeleidsplan deel uit van het op te stellen beleidsplan (voor de meerjarige beleids- en bedrijfsvoering van de veiligheidsregio). Naast het beleidsplan zijn er de meer operationeel gerichte plannen voor daadwerkelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding: het regionale crisisplan en specifieke rampbestrijdingsplannen. Aan de basis van de planvorming staat het op te 1 Vooralsnog is de veiligheidsregio in oprichting (i.o.), voor de leesbaarheid wordt de i.o. hierna weggelaten. 2 Denk bij voorbeeld aan de Wet Kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding en ondermeer drie rapportages van het Landelijk Beraad Crisisbeheersing, de voorloper van het huidige Veiligheidsberaad, te weten: 1] Meerwaarde in plaats van meerwerk! State-of-the-art 2005: planvorming, 2] Basisvereisten Crisismanagement - de decentrale normen benoemd (2006), en 3] State-of-the-art 2007: bestuurlijk leiderschap in crisissituaties. 3 Zie: Resultaat ontwikkeltraject multidisciplinair oefenen en opleiden: stap 1 uitgangspositie vaststellen, stap 2 streefbeeld bepalen, Radboud Universiteit, Juni Het hieruit resulterende model veerkracht in crisisparaatheid is opgenomen in bijlage 2.
4 4 stellen risicoprofiel van de veiligheidsregio. Het wetsvoorstel veiligheidsregio s schrijft ook een kwaliteitszorgsysteem voor wat gezien kan worden als de overkoepelende schil waarbinnen, aan de hand van de plannen, een continue verbetercyclus tot stand kan worden gebracht. Schematisch ziet het planhuis er uit als hieronder afgebeeld. Voordat we in een leeswijzer kort de inhoud van dit oefenbeleidsplan schetsen willen we eerst enkele relevante begrippen definiëren die in dit multidisciplinair oefenbeleidsplan worden gehanteerd: Definities Multidisciplinair - Betrekking hebbend op twee of meer disciplines die, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden, multidisciplinair afstemmen (o.a. overleg op straat, overleg in meldkamer, GRIP-voorbereidend) of overgaan tot multidisciplinaire inzet (GRIP 1, GRIP 2, GRIP 3, GRIP 4). Opleiden - Het bijbrengen van (nieuwe) kennis, vaardigheden en/of houding. Trainen - Het systematisch bijbrengen van bepaalde vaardigheden en/of het toepassen van opgedane kennis en/of vaardigheden. Oefenen - Het in de praktijk (blijven) brengen van onderwezen bekwaamheden teneinde de bedrevenheid in het uitvoeren van aan de crisisorganisatie opgedragen multidisciplinaire taken te verwerven, vergroten of te onderhouden.
5 5 Grootschalig multidisciplinair optreden - multidisciplinair optreden waarin de volledige verticale as van de crisisorganisatie (leider CoPI, OL, voorzitter GBT of RBT) moet acteren om de crisis het hoofd te bieden. Leeswijzer Hierna wordt allereerst het wie van het oefenbeleidsplan toegelicht (voor wie geldt dit oefenbeleidsplan met name), om daarna in te zoomen op het wat : welke kwaliteit van het multidisciplinaire opleiden en oefenen streven we na? Vervolgens wordt in het hoe van het oefenbeleidsplan uiteengezet hoe we de gedefinieerde kwaliteit gaan nastreven om af te sluiten met een praktische paragraaf waarin ondermeer verwezen wordt naar het oefenjaarplan. Als tijdshorizon is, vanwege de vernieuwde insteek, vooralsnog gekozen voor een jaar zodat na een jaar geëvalueerd kan worden welke verbeterslagen nog te maken zijn.
6 6 2 Het wie Voor wat betreft het wie is het adagium van het Landelijk Beraad Crisisbeheersing (de voorloper van het veiligheidsberaad) professionaliseren door te selecteren ter harte genomen. Door de middelen selectiever te verdelen over de multidisciplinaire partners kan meer effect gesorteerd worden. Kritieke multidisciplinaire functionarissen Voor het selecteren van de kritieke multidisciplinaire functionarissen is gebruik gemaakt van het model veerkracht in crisisparaatheid 4 en het ontwerpbesluit personeel veiligheidsregio s. Uiteindelijk zijn die functionarissen als kritiek voor het multidisciplinaire optreden aangemerkt, welke ontkleurd leiding geven aan de multidisciplinaire inzet (de verticale as ). Dat betekent dat de leider Commando Plaats Incident (CoPI), de Regionaal Operationeel Leider (OL), de voorzitter van het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) en de voorzitter van het Regionaal Beleidsteam (RBT) de kritieke multidisciplinaire sleutelfunctionarissen zijn 5. Aan deze verticale as wordt vooralsnog de in het ontwerpbesluit personeel veiligheidsregio genoemde informatiemanager (horizontaal) toegevoegd. De informatiemanager is qua niveau een evenknie van de voorzitter (ROT), maar vervult een andere rol in het multidisciplinaire proces (informatie vergaren, veredelen en verspreiden). De informatiemanager zit daarmee niet in de as maar is er ondersteunend aan. Naast deze kritieke multidisciplinaire sleutelfunctionarissen benoemt het ontwerpbesluit personeel veiligheidsregio s nog de voorlichtingsfunctionaris in het CoPI respectievelijk ROT als multidisciplinaire functionaris met een repressieve taak 6. Hier rekenen we deze functionarissen tot de monodisciplinaire functionarissen met multidisciplinaire taken waartoe tevens de volgende functionarissen worden gerekend: centralisten, calamiteitencoördinator, leden CoPI, sectiehoofden ROT, strategisch adviseurs GBT respectievelijk RBT, ondersteuners op gebied van verslaglegging, plotten en logistiek. De opleiding en oefening van deze functionarissen wordt in eerste instantie 4 Zie bijlage 1. 5 De calamiteitencoördinator is niet toegevoegd aan deze as, omdat deze geen ontkleurde leiding geeft aan de multidisciplinaire inzet (er wordt slechts afgestemd tussen de gecoloceerde meldkamers). 6 Het ontwerpbesluit personeel veiligheidsregio s benoemt daarnaast nog een tweetal multidisciplinaire functionarissen (evaluator multidisciplinair oefenen en procesmanager multidisciplinair oefenen) welke een faciliterende rol hebben in met name de niet repressieve fase. In het hoofdstuk praktisch wordt deze rol nader toegelicht.
7 7 gezien als een monodisciplinaire verantwoordelijkheid. Voor wat betreft hun multidisciplinaire taken wordt in multidisciplinaire oefeningen met name aandacht besteedt aan de eventuele kritieke multidisciplinaire rollen die zij in de diverse (multidisciplinaire) teams vervullen. We onderkennen een vijftal van deze rollen die hierna in het kort worden beschreven. Kritieke multidisciplinaire rollen Competentieprofielen en rolbeschrijvingen Liaisons crisispartners Allereerst de multidisciplinaire rol van voorzitten. Hieronder kunnen de voorzitters van de leidende teams uit het GRIP-model gerekend worden: de voorzitter RBT, voorzitter GBT, Operationeel Leider en Leider CoPI. Vervolgens de multidisciplinaire adviesrol waaronder de adviseurs in het RBT en GBT vallen als wel de deelnemers aan de (plenaire) OT- en CoPIvergaderingen. Voorts de multidisciplinaire koppelvlakrol : daar waar letterlijk de multidisciplinaire verbindingen gelegd moeten worden, zowel in aanloop naar eventuele multidisciplinaire besluitvorming (informatie afstemmen) als naar aanleiding van multidisciplinaire besluitvorming (afstemmen acties/besluiten). Daartoe kunnen de sectiehoofden in het OT 7, de officieren van dienst in het CoPI, de calamiteitencoördinator in de gemeenschappelijke meldkamer en tevens de functie van informatiemanager gerekend worden. Verder onderscheiden we de multidisciplinaire rol van starter voorbehouden aan die functionarissen die het multidisciplinaire proces in het leven roepen. Daarbij kan gedacht worden aan opnieuw de officieren van dienst, de calamiteitencoördinator en tenslotte de centralisten in de gemeenschappelijke meldkamer. Tot slot onderscheiden we de multidisciplinaire rol van ondersteuner waarbij ondermeer gedacht kan worden aan functionarissen die gaan over de verslaglegging, het plotten, verbindingen en logistiek. Voor alle multidisciplinaire sleutelfunctionarissen zijn in bijlage 3a de betreffende competentieprofiel opgenomen. Voor alle monodisciplinaire functionarissen met multidisciplinaire taken zijn in bijlage 3b rolbeschrijvingen opgenomen. Voor een effectief crisismanagement is het tevens noodzakelijk dat liaisons van crisispartners bekend zijn met de basisprincipes van Crisismanagement en omgekeerd dat de partners van Crisismanagement bekend zijn met de basisprincipes en (on)mogelijkheden van crisispartners. Naast de huidige partners van het model Crisismanagement wil de regio dan ook haar overige crisispartners, veelal crisispartners met eigenstandige taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, nauw betrekken bij het 7 De leden van de secties in het OT worden niet gerekend tot de kritieke multidisciplinaire crisisfunctionarissen en de opleiding en oefening van deze functionarissen wordt dus als een monodisciplinaire verantwoordelijkheid gezien.
8 8 multidisciplinaire oefenen. Daar waar relevant is dan ook het voornemen om liaisons van crisispartners de mogelijkheid te bieden onderdeel te worden van het multidisciplinaire (opleidings- en) oefenaanbod. Burgers Uitwerking selectie Last but not least is er voor wat betreft het (succes van het) multidisciplinair optreden steeds meer sprake van een veranderende rol van de burger. De burger is enerzijds mondiger en zal transparantie afdwingen ( wat mag de burger van de crisisorganisatie verwachten? ), anderzijds wordt de burger ook meer zelfredzaamheid toegedicht ( wat mag de crisisorganisatie van de burger verwachten? ). Voor wat betreft de zelfredzaamheid van de burger is het voornemen deze steeds vaker onderdeel te laten zijn van oefeningen naar aanleiding van dit multidisciplinaire oefenbeleidsplan. Het adagium professionaliseren door te selecteren kan nog effectiever uitwerken wanneer naast de selectie in sleutelfunctionarissen tevens een duidelijke selectie in potentiële sleutelfunctionarissen en potentiële teamleden wordt doorgevoerd. Werken met pools of zo je wilt selecties zal het opleidings- en oefenrendement (nog meer) kunnen vergroten aangezien werken met een beperktere groep (bij een gelijkblijvende opleidings- en oefeninspanning) eenvoudigweg meer opleidings- en oefentijd per sleutelfunctionaris en/of teamlid oplevert. Voor de precieze uitwerking van het professionaliseren door te selecteren wordt verwezen naar de paragraaf praktisch en het uiteindelijke oefenjaarplan, waarin jaarlijks een (beredeneerde) prioritering wordt aangebracht in oefenbelasting per (sleutel)functionaris en team.
9 9 3 Het wat Diverse (bron)documenten zijn gebruikt voor het (in)richten van dit oefenbeleidsplan (zie bijlage 1). Hierna worden de belangrijkste uitgangspunten daaruit puntsgewijs behandeld waarmee het uiteindelijke wat van dit oefenbeleidsplan gestalte krijgt. Veerkracht Reikwijdte multidisciplinair oefenbeleidsplan Het wat van het multidisciplinair opleiden en oefenen De veiligheidsregio gaat uit van en investeert in veerkracht in crisisparaatheid van (sleutel)functionarissen. Dat betekent dat er qua oefentijd en -capaciteit geselecteerd wordt in te beoefenen (sleutel)functionarissen en te beoefenen crisissituaties. Er wordt vanuit gegaan dat geoefende sleutelfunctionarissen voor wat betreft de meest kritieke crisissituaties resulteert in een veerkrachtige crisisorganisatie. Voor te beoefenen crisissituaties zijn het risicoprofiel van de veiligheidsregio en de onderwerpen zoals vermeld in het toetsingskader multidisciplinair oefenen en opleiden IOOV leidend (bestrijding incidenten met gevaarlijke stoffen/terrorisme/water, slachtofferzorg, bevolkingszorg en voorlichting/communicatie). In het oefenjaarplan zal dit steeds nader worden ingevuld. Om goed te kunnen oefenen wordt een bepaald opleidingsniveau verondersteld. De verantwoordelijkheid voor het op peil houden van monodisciplinaire kennis voor een functie in een multidisciplinair team ligt bij de diverse disciplines zelf. Dit dient dan ook monodisciplinair ingevuld te worden. Het is vervolgens een monodisciplinaire verantwoordelijkheid om enkel die functionarissen af te vaardigen naar multidisciplinaire oefeningen, die de juiste monodisciplinaire opleiding hebben genoten en tevens de multidisciplinaire basisuitgangspunten kennen. Het is een multidisciplinaire verantwoordelijkheid elkaar aan te spreken, wanneer hier niet of onvoldoende aan wordt voldaan. Voor wat betreft de keuze van multidisciplinaire sleutelfunctionarissen wordt verwezen naar het wie in dit oefenbeleidsplan. Deze keuze en de concretisering van het wat hierna bepalen tezamen de reikwijdte van dit multidisciplinaire oefenbeleidsplan. In het toetsingskader multidisciplinair opleiden en oefenen verdeelt de IOOV de kwaliteit van het multidisciplinair opleiden en oefenen in drie hoofdonderwerpen: het multidisciplinaire opleidings- en oefenplan, kennis en vaardigheden van de sleutelfunctionarissen, en grootschalige (realistische) multidisciplinaire oefeningen / daadwerkelijke grootschalige multidisciplinaire inzetten.
10 10 Bij de concretisering van het wat hierna is allereerst uitgegaan van de toetscriteria die de IOOV hanteert om de kwaliteit van het multidisciplinaire opleiden en oefenen op enig moment te kunnen vaststellen. Die toetscriteria zijn onder te verdelen in prestatie-indicatoren voor (onderdelen van de) crisisorganisatie i.c. de basisvereisten, en prestatie-indicatoren voor de sleutelfunctionarissen i.c. de competentieprofielen. Hierna worden beide sets van prestatie-indicatoren uiteengezet om er vervolgens een Groningse plus aan toe te voegen. Prestatie-indicatoren crisisorganisatie: de basisvereisten De plus Prestatie-indicatoren sleutelfunctionarissen: de competentieprofielen Teamcompetentieprofielen Op het niveau van (onderdelen van) de crisisorganisatie worden de basisvereisten gehanteerd als prestatie-indicatoren. In het toetsingskader RADAR heeft de IOOV deze basisvereisten gedefinieerd en genormeerd. In bijlage 1 zijn schema s opgenomen per onderdeel in de crisisorganisatie (CoPI, OT, BT 8 ) waarin de respectievelijke definities en normeringen per basisvereiste overzichtelijk bijeen staan. Deze schema s kunnen worden gebruikt om enerzijds oefeningen (in) te richten (welke doelstellingen staan centraal) en anderzijds om te reflecteren op oefeningen en/of daadwerkelijke inzetten. Op het niveau van de sleutelfunctionarissen worden in competentieprofielen gedefinieerde en genormeerde competenties gehanteerd als prestatieindicatoren. De gehanteerde competenties zijn ontleend aan het werkboek competentiegericht oefenen van de NVBR 9. In bijlage 3a zijn de competentieprofielen van de respectievelijke ( Gronings vertaalde ) sleutelfunctionarissen opgenomen. Om tenminste twee redenen kiest de veiligheidsregio er voor een plus te zetten op de hiervoor, op basis van het toetsingskader IOOV geformuleerde prestatie-indicatoren. Allereerst bestaat er door de onderverdeling in multidisciplinaire sleutelfunctionarissen en multidisciplinaire (team)rollen niet alleen een behoefte aan competentieprofielen voor de sleutelfunctionarissen, maar tevens een behoefte aan teamcompetentieprofielen. Zo voorzien we niet alleen in prestatie-indicatoren op het niveau van het individu (de competentieprofielen) en de organisatie (basisvereisten), maar tevens in prestatie-indicatoren op het niveau van het multidisciplinaire team. Daarmee wordt ook voor de multidisciplinaire teams duidelijk wat van hen wordt verwacht. Deze teamcompetentieprofielen zijn opgenomen in bijlage 5. Ten tweede geven de in de (team)competentieprofielen en basisvereisten 8 Het IOOV heeft alleen het GBT uitgewerkt in het toetsingskader. Definities en normeringen voor het RBT zijn niet gegeven en zijn derhalve hier ook niet terug te vinden. 9 Interessant in dit kader, is een artikel van Borodzicz en Devitt genaamd Interwoven leadership (in: Journal of Contingencies and Crisis Management, volume 16 number 4, dec. 2008), waarin een pleidooi wordt gehouden voor een meer samenhangend competentieprofiel voor crisismanagers.
11 11 Succesbepalers Voor succesvol optreden tijdens crisis gedefinieerde prestatie-indicatoren lang niet altijd antwoord op de cruciale vraag, of de juiste dingen (juist) zijn gedaan. Er kan zijn voldaan aan de prestatie-indicatoren die toebehoren aan de competentie analyseren, maar of de analyse daarmee een juiste analyse betrof kan alleen in de context van de oefening of de inzet worden bepaald. Evenzo kan er zijn voldaan aan de prestatie-indicatoren die toebehoren aan leiding&coördinatie, maar of daarmee bijvoorbeeld een juiste prioritering is gemaakt kan opnieuw alleen in de context van de oefening of de inzet worden bepaald. Om nu de kans te vergroten dat uiteindelijk de juiste dingen (juist) worden gedaan, is gezocht naar zogenaamde succesbepalers : criteria die de kans op succesvol (lees juist) optreden in crisissituaties vergroten. Deze zijn uiteindelijk gevonden in de literatuur over zogenaamde High Reliability Organizations (HRO s) waarover hieronder meer. High Reliability Organizations Begin jaren 80 kwam er in Amerika een stroming 10 op gang die crisis en met name de organisaties die ermee moesten dealen als onderzoeksfocus had. Belangrijkste vraag was waarin organisaties, die omgaan met risico als kernactiviteit hebben, verschilden van gewone organisaties. Dergelijke organisaties werden betiteld als High Reliability Organizations; organisaties die in tijdkritieke situaties grote beslissingen moeten nemen met vaak verstrekkende consequenties, en daarom hoge betrouwbaarheid nastreven. Het bleek dat deze organisaties op de volgende vijf punten 11 significant verschilden van gewone organisaties: 1. HRO s hebben een preoccupatie met fouten/afwijkingen want daar wordt je scherper/beter van, 2. HRO s hebben een weerzin tegen versimpeling van interpretaties, want complexe problemen vragen complexe interpretaties, 3. HRO s zijn gefocust op de operatieën, want crisisbestrijding gebeurt in de vuurlinie, 4. HRO s zijn veerkrachtig, want snel herpakken is belangrijker dan geen fouten (mogen) maken, 5. HRO s vertrouwen op expertise, want expertise is belangrijker dan macht en/of hiërarchie. Het zijn deze vijf principes die we uiteindelijk hebben samengebald in een drietal succesbepalers voor succesvol optreden in (Groningse) crisissituaties, te weten: Alertheid - Een continue bedachtzaamheid op afwijkingen en fouten omdat die vertellen wat er mis is en/of mis dreigt te gaan en dus de aandacht verdienen. 10 Belangrijke representanten daaruit zijn ondermeer Karlene H. Roberts (UC Berkeley), Herbert Simon, James March, en Karl Weick (University of Michigan). 11 Zie ook: Weick, Karl and Sutcliffe, Kathleen Managing the Unexpected: Resilient Performance in an Age of Uncertainty. (revised edition) Wiley and Sons, 2007.
12 12 Daarbij vormt het versimpelen van interpretaties een bedreiging omdat die de aandacht verengt en daarmee wegtrekt van de afwijking. Oplossingsgerichtheid - Tijdkritieke situaties vragen altijd om snel handelen en/of beslissen en daarom moet alles gericht zijn op het oplossen van de voorliggende situatie. Crisisbestrijding gebeurt in de vuurlinie dus daar moet de focus op liggen. Het aanwenden van expertise levert daarbij meer praktisch nut dan het aanwenden van hiërarchie. Veerkracht - Snel kunnen omschakelen in denken en/of doen als de situatie daarom vraagt. Afwijkingen/fouten hebben de attentie en kunnen snel en flexibel worden beantwoord. Missie Crisismanagement Deze succesbepalers vormen uiteindelijk de kerncompetenties van het model Crisismanagement en zouden kunnen worden gezien als de missie van het model: Crisismanagement wil een alerte, oplossingsgerichte en veerkrachtige crisisorganisatie zijn voor alle inwoners in en indien nodig buiten de regio. In bijlage 6 is per team een overzicht gegeven van (de kern uit) de (team)competentieprofielen en de succesbepalers. Daarmee is getracht het wat van dit oefenbeleidsplan in één plaatje te vangen. Na in dit hoofdstuk het centrale uitgangspunt (veerkracht), de reikwijdte van het multidisciplinaire oefenbeleidsplan en de na te streven kwaliteit te hebben gedefinieerd, gaan we in het volgende hoofdstuk in op het hoe. Hoe gaan we de hiervoor gedefinieerde kwaliteit precies nastreven?
13 13 4 Het hoe Nu het wat is bepaald komt het aan op het hoe : hoe gaan we de in de vorige paragraaf gedefinieerde kwaliteit nastreven? Systematisch leren/verbeteren Analysekader bepaalt oefendoelstellingen Van belang is dat er systematisch wordt geleerd van, dan wel verbeterd wordt naar aanleiding van, oefeningen en daadwerkelijke inzetten. Een van de allerbelangrijkste activiteiten daarbij is het reflecteren op opgedane (oefen)ervaringen, immers: zonder reflecteren geen leren en zonder leren geen verbeteren. De reflectiecirkel, opgenomen in bijlage 4, geeft daarbij de stappen waarlangs het reflecteren op (oefen)ervaringen gestalte krijgt. De stappen worden hierna kort toegelicht. Stap 1: ervaren/handelen In stap 1 gaat het om de daadwerkelijke (oefen)ervaring; het handelen in de concrete (oefen)praktijk. Stap 2a: terugblikken In stap2a wordt allereerst nagegaan welke kritieke situaties zich hebben voorgedaan. Kritieke situaties zijn situaties met (potentieel) grote gevolgen of situaties die als opmerkelijk zijn ervaren. Stap 2b: verklaren In stap 2b wordt verklaard waarom de dingen gedaan c.q. gegaan zijn zoals ze zich hebben voorgedaan. Aan de hand van de ervaringen en verklaringen van de (hoofdrol)spelers wordt een reconstructie gemaakt van de eerder als kritiek aangemerkte situaties. Stap 3: analyseren In stap 3 wordt er aan de hand van een analysekader nog eens nadrukkelijk naar de reconstructie van de kritieke situaties gekeken en worden wat als en hoe kwam het dat vragen gesteld. Het analysekader is als een bril waardoor nog eens kritisch naar de reconstructie wordt gekeken. De bril varieert naargelang het gekozen analysekader van bijvoorbeeld de HRO succesbepalers, via de succesbepalers van effectief teamfunctioneren tot de basisvereisten. Stap 4: leer-/verbeterpunten In stap 4 tenslotte gaat het er om op basis van de beschrijvingen, verklaringen en analyses de belangrijkste leer- en verbeterpunten te distilleren: hoe kunnen we onszelf een volgende keer nog beter in staat stellen de juiste dingen juist te doen? Het analysekader bepaalt uiteindelijk de bril waarmee gekeken wordt naar daadwerkelijke (oefen)ervaringen. De in bijlage 7 opgenomen reflectiecirkel is uitgewerkt met de HRO succesbepalers als analysekader. Naar gelang de keuze van analysekader verandert de inhoud van de wat als en hoe kwam het dat vragen. Bij oefeningen wordt het analysekader vooraf gekozen en uitgewerkt in oefendoelstellingen en een scenario dat recht doet aan de gekozen doelstellingen. Als er bijvoorbeeld voor gekozen wordt de HRO succesbepalers centraal te stellen zal een scenario ondermeer min of meer verborgen informatie moeten bevatten (alertheid), een reeks acute problemen
14 14 (oplossingsgerichtheid) en een onverwachte wending (veerkracht). Pas dan geeft het scenario aanleiding tot het tonen van voor de HRO succesbepalers relevant gedrag. De HRO succesbepalers zouden altijd centraal moeten staan bij reflecties omdat ze enerzijds tot de kerncompetentie van het model Crisismanagement gerekend kunnen worden, en anderzijds omdat ze voor alle niveaus opgeld doen (niveau van de organisatie, het team en de sleutelfunctionaris). De overige brillen kunnen desgewenst (eveneens) worden opgezet, aangezien ze verwijzen naar een bepaald specifiek aandachtsgebied c.q. niveau: de basisvereisten verwijzen naar het niveau van de organisatie, de teamcompetentieprofielen naar het niveau van het team en tenslotte de competentieprofielen voor de sleutelfunctionarissen naar het individuele niveau. Werkwijze individuele reflecties Grootschalige multidisciplinaire oefeningen/inzetten Voor dit laatste niveau geldt een enigszins aangepaste wijze van reflecteren. Daar waar de reflecties meestal groepsgewijs plaatsvinden (eventueel eerst in subgroepen en daarna plenair) vindt de reflectie op het individuele functioneren van de sleutelfunctionarissen als volgt plaats. Afhankelijk van de ontwikkelstatus van de betreffende sleutelfunctionaris(sen) volgt een reflectie op de oefening. Als de sleutelfunctionaris in kwestie bewezen competent 12 is volstaat deelname aan de plenaire reflectie. Wanneer de ontwikkelstatus in ontwikkeling betreft, volgt een persoonlijk reflectiegesprek. Alle sleutelfunctionarissen die zogezegd under construction zijn hebben persoonlijke leerdoelen opgesteld aan de hand van het competentieprofiel en een analyse van de eigen kernkwaliteiten. De persoonlijke leerdoelen gelden als uitgangspunt voor het persoonlijke reflectiegesprek. Persoonlijke reflectiegesprekken worden steeds direct na de plenaire reflectie gevoerd door de observant en de sleutelfunctionaris(sen) in kwestie. De observant is van gelijk (bewezen competent) niveau en kan zowel binnen de eigen regio worden gezocht als daarbuiten. Het persoonlijk reflectiegesprek wordt gevoerd op basis van het reflectieformulier welke in bijlage 8 is opgenomen. De werkwijze zoals beschreven op het reflectieformulier is leidend voor de wijze waarop de observatie en reflectie gestalte krijgen. De ingevulde reflectieformulieren worden gebruikt als belegstuk en na elke oefening gedigitaliseerd opgeslagen. Speciale aandacht vestigen we tenslotte op het laatste hoofdonderwerp uit het toetsingskader multidisciplinair opleiden en oefenen van de IOOV, te weten het aantal grootschalige multidisciplinaire oefeningen en/ of daadwerkelijke 12 Deze kwalificatie kan alleen worden afgegeven door (een van de directeuren uit) het directeurenoverleg, eventueel op basis van een (extern) assessment.
15 15 inzetten. Om het leer- en verbetereffect van de grootschalige oefeningen te verbeteren introduceren we de zogenaamde estafette oefening : de multidisciplinaire onderdelen ( CoPI, OT, BT) oefenen dan op verschillende momenten maar wel met hetzelfde scenario en met zogenaamde linking pins (functionarissen die aan beide oefeningen deelnemen) die er voor zorgen dat de leer- en verbeterpunten van het ene onderdeel (voor zover relevant) worden meegenomen in de oefeningen van de volgende onderdelen. Aldus wordt tevens ingezoomd op de voor grootschalige oefeningen relevante aansluiting tussen de echelons. Schematisch ziet dat er als volgt uit: Wanneer een daadwerkelijk grootschalige multidisciplinaire inzet plaatsvindt vindt zo snel mogelijk daarna (binnen 2 weken) een zogenaamde evaluatieve reconstructie plaats, waarbij opnieuw de reflectiecirkel als uitgangspunt dient. Desgewenst kan de daadwerkelijke inzet tevens worden gebruikt om met een of enkele sleutelfunctionarissen persoonlijke evaluatiegesprekken te voeren. Plan-Do-Check-Act Aldus fungeren de (reflecties op) de oefeningen/inzetten als onderdeel van een plan-do-check-act verbetercyclus, waarbij het oefenbeleidsplan de plan is, de oefeningen/inzetten de do, de reflecties de check en eventuele (verbeter)maatregelen de act. De uiteindelijke toets door de IOOV middels RADAR kan worden gezien als de uiteindelijke externe toets waar middels oefeningen en verbetercycli naar toe wordt gewerkt. Schematisch ziet dat er als volgt uit: In het laatste hoofdstuk praktisch benoemen we tenslotte enkele praktische zaken die voortvloeien uit (de keuzes uit) dit oefenbeleidsplan.
16 16 5 Praktisch Oefenjaarplan Uitgangspunten oefeninhoud en -frequentie Als tijdshorizon voor het multidisciplinair oefenbeleidsplan is, vanwege de vernieuwde insteek, vooralsnog gekozen voor een jaar zodat na een jaar geëvalueerd kan worden welke verbeterslagen nog te maken zijn. Jaarlijks wordt op basis van het multidisciplinair oefenbeleidsplan een oefenjaarplan vastgesteld waarin concreet de oefenplanning van het komende jaar wordt benoemd. Halverwege het lopende oefenjaarplan bereidt de werkgroep multidisciplinaire oefencoördinatoren het nieuwe oefenjaarplan voor, wat bekrachtigd wordt door het directeurenoverleg. Het oefenjaarplan bevat de planning (tijd, capaciteit, kosten) van de voor het komende jaar geplande oefeningen, inclusief een korte verantwoording van de gemaakte keuzes. Jaarlijks wordt daarin ook tijd gereserveerd om te leren van (bijna) crisis via zogenaamde evaluatieve reconstructies. De oefeningen in het oefenjaarplan zullen meer en meer afgestemd worden op de ontwikkelstatus van sleutelfunctionaris en/of team. Een duidelijke selectie in potentiële sleutelfunctionarissen en potentiële teamleden zal dit proces, zoals eerder gesteld, aanzienlijk versnellen. Het risicoprofiel van de veiligheidsregio en de onderwerpen zoals vermeld in het toetsingskader multidisciplinair oefenen en opleiden IOOV zijn leidend voor de keuze uit te beoefenen crisissituaties. Er wordt daarbij vanuit gegaan dat geoefende sleutelfunctionarissen voor wat betreft de meest kritieke crisissituaties resulteert in een veerkrachtige crisisorganisatie. Voor wat betreft oefenfrequentie is de statistische frequentie van GRIP-niveau s leidend. Die kent gemiddeld genomen de volgende verhouding: GRIP Jaarlijkse frequentie < 1 Als we deze frequentie vertalen naar oefenfrequentie voor de sleutelfunctionarissen (inclusief hun teams) zou dat er als volgt uit kunnen zien: Sleutelfunctionaris Jaarlijkse oefenfrequentie Leider CoPI 2 Operationeel leider 1 Voorzitter GBT Eenmaal per 2 jaar Voorzitter RBT Eenmaal per 3 jaar Dit schema laat zien dat het ook om de hoeveelheid CoPI-, ROT- en GBT-
17 17 oefeningen enigszins te beperken loont, om tevens te selecteren voor wat betreft het aantal potentiële leiders CoPI, operationeel leiders en voorzitters GBT. Halfjaarlijks memo trends & ontwikkelingen Haljaarlijks memo oefen-, inzet-, en ontwikkelstatus De afdeling crisismanagement regisseert de organisatie van de oefeningen evenals de reflecties daarop 13 en rapporteert in ieder geval per half jaar aan het directeurenoverleg (of zoveel eerder als nodig wordt geacht). De halfjaarlijkse rapportages worden vormgegeven middels een beknopt memo trends & ontwikkelingen waarin, zoals de titel al doet vermoeden, de trends en ontwikkelingen in de oefeningen worden benoemd en zo nodig worden gekoppeld aan concrete verbetervoorstellen voor de (crisis)organisatie. Het directeurenoverleg besluit vervolgens over eventueel door te voeren verbeteringen. Per halfjaar wordt een overzicht geproduceerd van de collectieve oefen-, inzeten ontwikkelstatus van de sleutelfunctionarissen, inclusief eventuele adviezen voor het directeurenoverleg. Op basis van dit overzicht beslist het directeurenoverleg over eventuele vervolgmaatregelen wanneer de ontwikkelstatus daar aanleiding toe geeft. Met dit multidisciplinair oefenbeleidsplan zetten we (weer) een goede stap in de juiste (professionaliserings-)richting: middels de prestatie-indicatoren en HRO-succesbepalers weten we steeds beter waarheen we willen, waardoor we eveneens steeds beter in staat zijn vast te stellen waar we staan en wat de best next step is. Het oefenjaarplan wijst ons daarin elk jaar de weg. 13 Daarmee wordt invulling gegeven aan de in het ontwerpbesluit personeel veiligheidsregio genoemde procesmanager multidisciplinair oefenen (organisatie oefeningen) en evaluator multidisciplinair oefenen (reflecties).
18 18 Bijlage 1 Brondocumenten Belangrijke (bron)documenten aan de hand waarvan dit oefenbeleidsplan is (in)gericht zijn: Het convenant veiligheidsregio i.o. Het risicoprofiel Het resultaat van stap 1 en 2 van het ontwikkeltraject Meer Samen, Samen Meer Het visiedocument: Veerkracht in crisisparaatheid Het multidisciplinair werkplan : Crisismanagement maakt werk van de veiligheidsregio Het toetsingskader multidisciplinair opleiden en oefenen van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) Het werkboek Competentiegericht oefenen (NVBR)
Multidisciplinair Opleiden en Oefenen
Toetsingskader en positiebepalingssystematiek (definitieve versie) Inhoudsopgave Inleiding. Verdeling in oordeel, hoofdonderwerpen, onderwerpen, hoofd- en subaspecten. Banden voor positiebepaling. Prestatieniveaus.
Rampen- en Crisisbestrijding: Wat en wie moeten we trainen
Kenmerken van rampen- en crisisbestrijding Crisissen of rampen hebben een aantal gedeelde kenmerken die van grote invloed zijn op de wijze waarop ze bestreden worden en die tevens de voorbereiding erop
Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland
Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland Waarom een addendum? Het beleidsplan 2012-2015 is op 7 juli 2011 in een periode waarop de organisatie volop in ontwikkeling
Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s
Kennispublicatie Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s 1 Infopunt Veiligheid In 2006 heeft de toenmalige Veiligheidskoepel een landelijk Referentiekader GRIP opgesteld. De op 1 oktober 2010
AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD
AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD 2012 Inhoudsopgave Inleiding...2 Bedrijfsprocessen...2 Regionaal Beleidsteam...6 Gemeentelijk Beleidsteam...10 Regionaal Operationeel Team...12
De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen
De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen Welkom Veiligheidsregio NHN Wet veiligheidsregios Bezuinigingen Regionalisering brandweer Praktijk Veiligheidsregio Noord-Holland
Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen
Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen Samenvatting Drs. Bertruke Wein Drs. Rob Willems 2013 Radboud Universiteit Nijmegen/ITS Samenvatting Evaluaties van crisisoefeningen vanaf
Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing. Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs
Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs Bijlage: Organogram crisisorganisatie 04-06-2010 1 Inleiding De toets Basisscholing
1 De coördinatie van de inzet
1 De coördinatie van de inzet Zodra zich een incident voordoet of dreigt voor te doen, wordt de rampenbestrijdingsorganisatie via het proces van opschaling opgebouwd. Opschalen kan worden gedefinieerd
Voor de inhoud van het Regionaal Crisisplan en de aanpassingen, wordt u verwezen naar de bijlage.
Voorstel AGP 10 Aan : Algemeen Bestuur Datum : 3 november 2014 Bijlagen : 1 Steller : Christel Verschuren Onderwerp : Regionaal Crisisplan 2014 Algemene toelichting Aanleiding Voor u ligt het. Veiligheidsregio
5. Beschrijving per organisatie en
5. Beschrijving per organisatie en taken secties in de hoofdstructuur 5.1 In organieke zin worden binnen de hoofdstructuur het RBT, BT, ROT, CoPI de GMK/ CMK, de secties en de actiecentra onderscheiden.
Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen
AGENDAPUNT 2 Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen Vergadering 12 december 2014 Strategische Agenda Crisisbeheersing In Veiligheidsregio Groningen werken wij met acht crisispartners (Brandweer, Politie,
Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo)
Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo) Erratum Calamiteitencoördinator (CaCo) Dit erratum geeft invulling aan de huidige taakopvatting en werkwijze van de CaCo en dient
Introductie GRIP GRIP1 GRIP2 GRIP3 GRIP4 GRIP5 + GRIP RIJK
Risico- en crisisbeheersing Brandweer Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland (GMK) Introductie GRIP GRIP1 GRIP2 GRIP3 GRIP4 GRIP5 + GRIP RIJK Wie
Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland
Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Partijen A. De Veiligheidsregio s Twente, IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland
Doorontwikkeling Bevolkingszorg Zaanstreek- Waterland 2016
Doorontwikkeling Bevolkingszorg Zaanstreek- Waterland 2016 Inleiding Bevolkingszorg ten tijde van een crisis of calamiteit zet zich in voor die mensen die betrokken zijn en die niet in staat zijn zichzelf
Opleiding Liaison CoPI voor zorginstellingen
Opleiding Liaison CoPI voor zorginstellingen Uitgangspunten Opdracht Ontwikkelen van een opleiding om vertegenwoordigers van zorginstellingen toe te rusten als liaison in het CoPI. Pilot voor vijf Limburgse
Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen
Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen Verkorte versie Drs. Bertruke Wein Drs. Rob Willems 2013 Radboud Universiteit Nijmegen/ITS 2013 Radboud Universiteit Nijmegen/ITS. B.G.J.T.
Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BVJL11. Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord
Zaaknummer: BVJL11 Onderwerp Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord Collegevoorstel Inleiding Met de vaststelling van de Wet veiligheidsregio s heeft de veiligheidsregio Brabant-Noord de verplichting
Evaluatiebeleid Leren van incidenten
Bijlage A bij agendapunt 13: Herziening evaluatiebeleid [AB20170213-13] Evaluatiebeleid Leren van incidenten Documentnummer: 16.0022824 Versie vastgesteld door DB, d.d. 23-01-2017 Versie 1.0, 10 januari
Vakbekwaamheid crisisfunctionarissen. Plan van Aanpak
Vakbekwaamheid crisisfunctionarissen Plan van Aanpak Deelonderzoek van de Staat van de Rampenbestrijding 2019 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 4 2 Doel- en probleemstelling 5 2.1 Doel van het onderzoek 5 2.2
GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk
GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote, complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. Deze structuur beschrijft in vier fasen de organisatie
Kwalificatieprofiel. Hoofd Informatie GZ (HIN)
Kwalificatieprofiel Hoofd Informatie GZ (HIN) Inleiding Voortvloeiend uit de Wet veiligheidsregio s hebben de veiligheidsregio s in Nederland een aantal beleidsdocumenten vastgesteld, Het Regionaal Risicoprofiel,
Crisismodel GHOR. Landelijk model voor de invulling van het geneeskundige deel van het regionaal crisisplan. Versie 1.0 Datum 4 juni 2013
Crisismodel GHOR Landelijk model voor de invulling van het geneeskundige deel van het regionaal crisisplan. Versie 1.0 Datum 4 juni 2013 Status Definitief Besluit Raad DPG d.d. 26 april 2013 Beheer PGVN
Aan Regiegroep 17.02.2014. Aan Veiligheidsdirectie 27.02.2014. Goedkeuring Dagelijks bestuur 26.03.2014. Vaststelling Algemeen Bestuur 09.04.
Voorstel CONCEPT AGP 12 Aan : Algemeen Bestuur Datum : 9 april 2014 Bijlage : 1 Steller : Ruud Huveneers Onderwerp : Continuïteitsplan sleutelfunctionarissen hoofdstructuur Algemene toelichting De Veiligheidsregio
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 1 1 Niveaus in de incident- en crisismanagementorganisatie... 1 1.1 Operationeel niveau...
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement aa. Functie specialist opleiden en oefenen Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub aa. Besluit personeel veiligheidsregio
Operationele Regeling VRU
Operationele Regeling VRU Uitwerking van de Wet veiligheidsregio s over de organisatie en werking van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht. Vastgesteld
DE NIEUWE GHOR. 24 NOVEMBER 2011 Jan Woldman
DE NIEUWE GHOR 24 NOVEMBER 2011 Jan Woldman De GHOR komt in de pubertijd 13 jaar WAT NU? Andere omgeving Nieuwe Rector Nieuwe conrectrice De werelden van zorg en veiligheid Wetgeving Departement Sturing
Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland
Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Partijen A. Veiligheidsregio s Twente, IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Zuid
Crisisorganisatie uitgelegd
GRIP Snelle opschaling, vaste teams, eenhoofdige leiding Wat kan er gebeuren? KNOPPENMODEL Meer tijd voor opschaling, maatwerk in teams en functionarissen GRIP 4 / 5 STRATEGISCH OPERATIONEEL / TACTISCH
SAMENWERKING IN DE VEILIGHEIDSREGIO Uitwerking van criterium 8 uit het Slotdocument VGS-congres 2013
SAMENWERKING IN DE VEILIGHEIDSREGIO Uitwerking van criterium 8 uit het Slotdocument VGS-congres 2013 In het Slotdocument van het VGS-congres 2013 Gemeentesecretaris in Veiligheid staat een leidraad voor
KWALIFICATIEPROFIEL VOOR COMMANDANT VAN DIENST
KWALIFICATIEPROFIEL VOOR COMMANDANT VAN DIENST werkzaam bij de brandweer Status Dit kwalificatieprofiel is op 3 maart 2009 te Arnhem vastgesteld door de Deelprojectgroep Kwaliteitsinstrumenten van het
in samenwerking met de 21 gemeenten in de Regio Zuidoost-Brabant Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure
in samenwerking met de 21 gemeenten in de Regio Zuidoost-Brabant 2011 Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Helmond Laarbeek Nuenen
Zelfevaluatie-instrument. Handreiking evaluatie systeemoefeningen en GRIP 3/4-incidenten
Zelfevaluatie-instrument Handreiking evaluatie systeemoefeningen en GRIP 3/4-incidenten Inhoud Voorwoord 3 Algemeen 5 1.1 Inleiding 5 1.2 Beschrijving van de bijlagen op de website 7 1.3 Leeswijzer 9 1.4
Algemeen Bestuur. Veiligheidsregio Groningen. Agendapunt 10. 10 april 2015. Testrapport systeemtest
Agendapunt 10 Algemeen Bestuur Veiligheidsregio Groningen 10 april 2015 Testrapport systeemtest Tijdens de systeemtest op 21 november 2014 is een foto van de rampenbestrijdingsorganisatie in de Veiligheidsregio
TOETSINGSKADER STAAT VAN DE RAMPENBESTRIJDING
TOETSINGSKADER STAAT VAN DE RAMPENBESTRIJDING Versie Datum Opmerking Pagina Vastgesteld door 2.0 30 Augustus 2012 Toetskader in geheel aangepast i.h.k.v. de Wet veiligheidsregio s, Besluit veiligheidsregio
Algemeen Bestuur Veiligheidsregio Groningen
Agendapunt 7 Algemeen Bestuur Veiligheidsregio Groningen 4 december 2015 Beleidsplan Opleiden Trainen en Oefenen Voor u ligt het beleidsplan opleiden trainen en oefenen (OTO) 2016-2019 van de Veiligheidsregio
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente Autorisatie OPSTELLERS: Barrett,Annelies Voorde ten, Jaqueline BIJDRAGE IN DE
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP)
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Inleiding Een goede coördinatie tussen betrokken hulpdiensten is bij de bestrijding van complexe incidenten van groot belang. Het model voor
Toelichting Normenkader Gemeentelijke Processen
A.10 Bijlage 2 Toelichting Normenkader Gemeentelijke Processen 1. Inleiding Het normenkader Oranje Kolom is ontwikkeld in opdracht van het Dagelijks Bestuur (DB) van de Veiligheidsregio Hollands Midden
Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant. Opleiden, Bijscholen en Oefenen
Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant Opleiden, Bijscholen en Oefenen Jaarplan 2010 Vakbekwaamheid functionarissen Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (Brandweer en Gemeente) Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant
Voor 2014 zijn de volgende doelen en accenten opgenomen in het jaarprogramma:
Voorstel CONCEPT AGP 5 Aan : Algemeen Bestuur Datum : 6 november 2013 Bijlage : 1. Steller : P. de Vet Onderwerp : Jaarplan multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen 2014 Algemene toelichting Bijgaand
Regionaal Crisisplan 2012
Regionaal Crisisplan 2012 ------------- 2016 Colofon: Dit document is tot stand gekomen in opdracht van de veiligheidsdirectie van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Adres: Veiligheidsregio Midden-
Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio
Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub f Besluit personeel
Operationele Regeling VRU
Operationele Regeling VRU Uitwerking van de Wet veiligheidsregio s over de organisatie en werking van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht. Vastgesteld
Modeluitwerking Stappenplan
Modeluitwerking De modeluitwerking is opgesteld om crisispartners en veiligheidsregio s te ondersteunen bij het maken van afspraken om netcentrisch met elkaar te gaan samenwerken. Het bevat concrete vragen
WET. Toelichting N.v.t.
TOETSINGSKADER RADAR In de periode mei 2008 t/m december 2009 voert de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) het project RADAR uit. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet op de
Veiligheidsdirectie en Strategisch Overleg netwerkpartners
Veiligheidsdirectie en Strategisch Overleg netwerkpartners Inleiding. Met de doorontwikkeling van VRZ en de nieuwe gemeenschappelijke regeling kwam de vraag naar voren welke positie de Veiligheidsdirectie
Samenvatting. Regionaal Risicoprofiel Haaglanden. Regionaal Beleidsplan Haaglanden. Regionaal Crisisplan Haaglanden
Samenvatting Regionaal Risicoprofiel Haaglanden Regionaal Beleidsplan Haaglanden Regionaal Crisisplan Haaglanden t.b.v. multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing Risicoprofiel, Beleidsplan
GRIP en de flexibele toepassing ervan
GRIP en de flexibele toepassing ervan Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote of complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. De afkorting GRIP staat voor gecoördineerde regionale
2. Opleidingskader voor de opleiding Teamleider Preparatie nafase
2. Opleidingskader voor de opleiding Teamleider Preparatie nafase In het project GROOTER worden onder andere opleidingskaders ontwikkeld voor drie functiegerichte opleidingen voor Bevolkingszorg. In dit
Opleiding Officier van Dienst Bevolkingszorg. De praktijk is de leermeester van alle dingen (Julius Caesar)
Opleiding Officier van Dienst Bevolkingszorg De praktijk is de leermeester van alle dingen (Julius Caesar) Internet: www.bevolkingszorgacademie.nl BTW.nr: NL8207.01.713.B01 KvK: 05063931 Opleiding Officier
Veiligheidsregio Fryslân. Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012
Veiligheidsregio Fryslân Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012 Programma bijeenkomst 1. Risicoprofiel en uitval elektriciteitsvoorziening (VRF) 2. Impact stroomstoring (Liander) 3.
Samenvatting risicoprofiel, capaciteitenanalyse en beleidsplan
Samenvatting risicoprofiel, capaciteitenanalyse en beleidsplan Inleiding Conform de Wet Veiligheidsregio s (WVr) dient het bestuur van elke veiligheidsregio om de 4 jaar een regionaal beleidsplan op te
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s
Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement u. Functie officier van dienst Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio
Bijlage E: Observatievragen
Bijlage E: Observatievragen Inhoudsopgave Waarnemervragen Meldkamer (MK) Waarnemervragen Commando Plaats Inicident (CoPI) Waarnemervragen Regionaal Operationeel Team (ROT) Waarnemervragen Team Bevolkingszorg
Voorzitter Crisisbeleidsteam
- generieke - - Voorzitter Crisisbeleidsteam Naam: Reguliere functie: Crisisfunctie sinds: ROP-coördinator: Organisatie: Periode: Typering van de functie De voorzitter van het Crisisbeleidsteam is (in
Managementsamenvatting Referentiekader. Netcentrische crisisbeheersing
Achtergrond In de eindrapportage van het RADAR-onderzoek uit 2009 constateerde de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid dat het overgrote deel van de veiligheidsregio s op het gebied van informatiemanagement
Alle activiteiten zijn op maat te maken in overleg met de opdrachtgever. Ook kunt u activiteiten combineren.
Introduceren en in gebruik nemen Regionaal Crisisplan: Wij zijn gespecialiseerd in de rampenbestrijding en crisisbeheersing en uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen rondom het Regionaal CrisisPlan
Wat is competentiemanagement en hoe ga je ermee om? Welke resultaten zijn er te behalen? Welke valkuilen kom je tegen?
Competentiemanagement Wat is competentiemanagement en hoe ga je ermee om? Welke resultaten zijn er te behalen? Welke valkuilen kom je tegen? Vragen die door de praktijkervaringen van de afgelopen jaren
Kwalificatieprofiel. Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg (ACGZ)
Kwalificatieprofiel Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg (ACGZ) Inleiding Voortvloeiend uit de Wet veiligheidsregio s hebben de veiligheidsregio s in Nederland een aantal beleidsdocumenten vastgesteld,
Kennisprogramma Bevolkingszorg
Kennisprogramma Bevolkingszorg Stand van zaken Versie 13 februari 2018 Instituut Fysieke Veiligheid Expertisecentrum Postbus 7010 6801 HA Arnhem Kemperbergerweg 783, Arnhem www.ifv.nl [email protected] 026 355
Rapportage Systeemtest 2016
Rapportage Systeemtest 2016 De resultaten van de veiligheidsregio Fryslân 25-08-2016 Datum publicatie november 2016 Versie: 0.4 Contactpersonen: E. Leentvaar en S. Bastiaans INHOUDSOPGAVE Wat zegt de rapportage?...
Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. 1 Inhoud Processen per kolom / hulpdienst Netcentrisch werken GRIP-opschaling
Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail
Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen s, Politie en Art. 1 Doelen Partijen maken afspraken over: 1. organiseert bijeenkomsten voor de Doorlopend naar - Het vergroten
Kaders voor de GRIP in Groningen, Friesland en Drenthe
Kaders voor de GRIP in Groningen, Friesland en Drenthe Johan Haasjes Vakspecialist Expertise Veiligheidsregio Groningen Versie 1.5 16 april 2014 (definitief) Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 De opschalingsniveaus
Werkboek COMPETENTIEGERICHT OEFENEN
Werkboek COMPETENTIEGERICHT OEFENEN Versie 2006 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Doel van het Werkboek 9 1.2 Doelgroep 9 1.3 Opbouw van het Werkboek 10 1.4 Gebruik Werkboek 10 1.5 Status Werkboek 10 1.6 Invoering
Onderzoek Rampenbestrijding op Orde eind 2009. De veiligheidsregio s afzonderlijk bekeken
Onderzoek Rampenbestrijding op Orde eind 2009 De veiligheidsregio s afzonderlijk bekeken Onderzoek Rampenbestrijding op Orde eind 2009 De veiligheidsregio s afzonderlijk bekeken Maart 2010 Missie Inspectie
1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,.
Artikel PM1 A.4 Bijlage 4 De Wet veiligheidsregio s wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een puntkomma, toegevoegd korpschef:
Stand van Zaken Doorontwikkeling Interne Organisatie
Stand van Zaken Doorontwikkeling Interne Organisatie Huisartsopleiding Leiden Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde PROF. DR. A.W.M. KRAMER 16 MAART 2016 DOCUMENTBEHEER Organisatie: Afdeling: Adres:
CRISISADVISERING VOOR PROFESSIONALS
TRAINING Crisisadvisering voor professionals Tweedaagse training voor crisisprofessionals en (beleids)ambtenaren CRISISADVISERING VOOR PROFESSIONALS crisisprofessionals en (beleids)ambtenaren Een ernstig
Meerjarig Beleidsplan Multi Opleiden en Oefenen
Meerjarig Beleidsplan Multi Opleiden en Oefenen 2017-2020 Datum: 14 november 2016 Versie: 1.0 Vastgesteld door: MOTO oefenbeleidsplan 2017-2020 - 1 - Inhoudsopgave Inleiding pag. 3 Hoofdstuk 1 Hoe beweegt
GRIP-teams en kernbezetting
GR P Wat is GRIP? GRIP is de afkorting van Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure en staat voor: het snel en multidisciplinair organiseren van de juiste mensen en middelen die nodig
B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord
B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord B2-0 Overzicht Samenvatting In dit deel is de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP) Noord-Holland Noord
Regionaal Crisisplan VRD
Regionaal Crisisplan VRD Veiligheidsregio Drenthe Datum: juli 2014 2/37 Inhoud 1. INLEIDING... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Wettelijk en procedureel kader regionale crisisbeheersing... 3 1.3 Definitie crisis...
Crisismanagement Groningen. Basismodule
Crisismanagement Groningen Basismodule Doel van de module Kennismaken met crisismanagement Groningen Inzicht krijgen in rollen en taken Beeld krijgen bij samenwerken in de crisis-organisatie Programma
Presterend Vermogen. Veiligheidsregio. September 2016 Project K&V Tijs van Lieshout
Presterend Veiligheidsregio September 2016 Project K&V Tijs van Lieshout VenJ is verantwoordelijk voor systeem 1. Strategie Nationale Veiligheid 2. Interdepartementaal stelsel Crisisbesluitvorming 3. Veiligheidsregio
Regionaal Crisisplan Haaglanden. Regionaal
Regionaal Crisisplan Haaglanden Regionaal Crisisplan Haaglanden Regionaal Crisisplan Haaglanden t.b.v. multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing Door: Brandweer Haaglanden GHOR Haaglanden
Systeemtest Rapportage op basis van toetsingskader
Systeemtest 2014 Rapportage op basis van toetsingskader Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Legenda 3 3 Totaaloverzicht 5 4 Invulling toetsingskader 6 4.1 Basisvereisten organisatie 6 4.2 Basisvereisten alarmering
Regionaal Crisisplan. Veiligheidsregio Haaglanden
1 Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Haaglanden Door: Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing Haaglanden Brandweer Haaglanden Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Haaglanden Politie Haaglanden
Kwaliteitstoets (potentiële) Dienstverleners Beschermd Wonen en Opvang 2015
Kwaliteitstoets (potentiële) Dienstverleners Beschermd Wonen en Opvang 2015 Doel en intentie Als onderdeel van de transformatie Beschermd Wonen en Opvang 2015 wordt in dit document beschreven op welke
Naar een beter werkbare crisisorganisatie in de regio Drenthe
Naar een beter werkbare crisisorganisatie in de regio Drenthe Projectgroep Verbetering oranje kolom: Fred Snoep, Leandros de Jong, Martin Nanninga, Jacob Habing, Erica Hoekstra, Linda van der Heide, Marten
