FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
|
|
|
- Regina de Kooker
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Oktober 2013 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen van privésector 1 Daling van het aantal arbeidsongevallen met 7,7 % in 2012 In 2012 zijn er in de privésector arbeidsongevallen gebeurd. Dat zijn er 7,7 % minder dan het jaar daarvoor. Vooral het aantal arbeidsplaatsongevallen ( ) is gedaald (-8,6 %). Het aantal arbeidsongevallen op de weg naar en van het werk (22 013) is status quo gebleven in vergelijking met Grafiek 1: De arbeidsongevallen op de arbeidsplaats van 1985 tot 2012 Grafiek 2: De arbeidsongevallen op de weg naar en van het werk van 1985 tot 2012 Uit de statistieken van 1985 tot 2012 (grafieken 1 en 2) kan worden afgeleid dat het aantal arbeidsongevallen op de arbeidsplaats daalt. Het aantal arbeidsplaatsongevallen is immers
2 Pagina 2 / 8 met 44,6 % gedaald sinds het begin van de geobserveerde periode, terwijl het aantal arbeidsongevallen op de weg naar en van het werk in diezelfde periode gestegen is met 9,2 %. Die gunstige evolutie in het aantal arbeidsplaatsongevallen doet vaak vragen rijzen. Weerspiegelt ze ook effectief een verbetering van de arbeidsomstandigheden en een daling van het ongevallenrisico? Hoe kan worden verklaard dat er sinds 1985 gemiddeld ongevallen zijn met een voorziene blijvende ongeschiktheid (BO), terwijl de andere ongevallen waarvan de ernst op het eerste gezicht minder erg is (gevallen zonder gevolg - GZG), tijdelijke ongeschiktheid (TO)) met bijna de helft zijn gedaald? Grafiek 3: Het aantal arbeidsplaatsongevallen van 1985 tot 2012 volgens de gevolgen van het ongeval (situatie op van het ongevalsjaar) In de analyse van de evolutie van de ongevallen moet worden rekening gehouden met de veranderingen in het industriële landschap sinds Zo zijn bijzonder gevaarlijke sectoren zoals de extractieve industrieën verdwenen en zijn de activiteiten van sectoren zoals de metallurgie en de textielproductie sterk verminderd. Tegelijkertijd zijn andere sectoren sterk gegroeid. Denken we daarbij aan die van de gezondheidszorg, de maatschappelijke dienstverlening en de diensten aan ondernemingen. Het tewerkstellingsvolume is verder gestegen. Aan de basis daarvan ligt de constante stijging van het aantal bedienden. Het aantal arbeiders is stabiel gebleven. 2 Beperkingen van de analyse van de chronologische reeks van de arbeidsongevallen Het is niet gemakkelijk om statistische arbeidsongevallengegevens te analyseren over zo'n lange periode. De manier waarop de gegevens worden verzameld is in de loop der jaren veranderd. Tot 1994 weerspiegelden de statistieken de situatie van de ongevalsregeling waarbij een jaar meer dan nu werd teruggegaan in de tijd. Dat had als gevolg dat we tot 1994 meer ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid ( en minder gevallen met voorziene BO) hebben kunnen registreren dan vanaf 1995 (grafiek 3). Sindsdien wordt de telling immers op van het ongevalsjaar gedaan om tegemoet te komen aan de vraag om de statistieken vroeger te publiceren.
3 Pagina 3 / 8 Met de methode die tot 1994 werd toegepast, konden de resultaten weliswaar pas later worden gepubliceerd. Maar ze bood het voordeel dat onze kennis van de evolutie van de toestand van het slachtoffer juister was op het moment van de publicatie. De chronologische reeks die wordt voorgesteld in de jaarverslagen van het Fonds voor arbeidsongevallen geeft natuurlijk een indicatie van de algemene tendens in de evolutie van het risico. Aan die analyse zijn wel een aantal beperkingen verbonden. De jaarlijkse resultaten die door de jaren heen werden verkregen zijn immers niet altijd strikt vergelijkbaar. De diensten hebben zichzelf daarom tot doel gesteld om de evolutie van de arbeidsongevallen over een kortere periode ( ) te bekijken waarvoor ze het proces van de gegevensverzameling en de draagwijdte van de gegevens die in de gegevensbank van het Fonds worden opgenomen beheersen. Zij zullen vooral de belangrijkste activiteitssectoren analyseren, ofwel omdat het hoge aantal ongevallen in die sectoren voortvloeit uit het risico dat de werknemers er lopen, ofwel omdat het aantal werknemers in die sectoren bijzonder hoog is. 65 % van de ongevallen in 2012 is in die sectoren gebeurd. In tabel 1 (op bladzijde 7) vindt u de lijst met sectoren. Ook de evoluties van de ongevallen bij de bedienden en de arbeiders in elk van die sectoren zullen worden vergeleken om na te gaan of er de laatste jaren al dan niet een verschuiving heeft plaatsgevonden in de arbeidsongevallen van het ene beroepsstatuut naar het andere. Verder zal er in de sectoren ook een vergelijkende studie worden gedaan naar de leeftijd van de arbeiders en de grootte van de onderneming. De ongevalsstatistieken zullen uiteraard in verband worden gebracht met de tewerkstelling volgens elk van de criteria op basis van de informatie die door de RSZ wordt meegedeeld. 3 Evolutie van de arbeidsongevallen op de arbeidsplaats van 2000 tot methodologie Hoewel de periode relatief kort is, treden er verschillende moeilijkheden op bij de vergelijkende analyse van de verschillende jaarresultaten. 3.1 DE MOEILIJKHEDEN Bronnen StatB1-B2 EVA-stromen Nace Uitzendsector Nace van de gebruikende onderneming Nace van de uitzendarbeidssector Statuut Ontbrekend gegeven Inschrijvingsnummer bij de RSZ Letsel ARAB- E Europese nomenclatuur Twee verschillende manieren om ongevalsgegevens te verzamelen ( ; ) Tijdens de periode is de manier veranderd waarop de gegevens worden verzameld bij de verzekeringsondernemingen. In 2005 werd het EVA-project immers in gebruik genomen. Tot dan toe was het altijd de werkgever die alle gegevens, zoals de economische activiteit van de onderneming, via de verzekeringsonderneming doorgaf aan de gegevensbank van het Fonds. Er was geen enkele mogelijkheid om de authenticiteit ervan te controleren. Sinds 2005 deelt de autoriteit die de hoofdsector van elke werkgever bepaalt die gegevens mee. Dat is de RSZ. De diensten zouden de ongevalsgegevens van 2000 tot 2004 willen updaten door gegevens over het slachtoffer en de onderneming te halen uit de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ). Die gegevens worden immers opgeslagen in het datawarehouse Arbeidsmarkt en sociale bescherming van de KSZ. Om dat te doen hadden de diensten het
4 Pagina 4 / 8 INSZ van het slachtoffer en het RSZ-nummer van de werkgever nodig. Maar die update bleek onmogelijk omdat veel van de noodzakelijke gegevens om het slachtoffer en de werkgever te identificeren ontbraken in de gegevensbank van het Fonds vóór Twee verschillende nomenclaturen voor de economische activiteiten (NACE-Bel 1993: ; NACE-Bel 2008: ) De veranderingen die in 2003 werden aangebracht aan de nomenclatuur van de economische activiteiten zijn relatief klein en brengen geen gevolgen met zich mee voor de analyses in dit verslag rekening houdend met het niveau van de gebruikte code (NACE 2 posities). Met de herziening van 2008 werd de structuur van de code wel ingrijpend veranderd. De diensten hebben zich gebaseerd op de conversietabel tussen de twee nomenclaturen die de FOD Economie heeft opgesteld. Er moesten NACE-codes worden gegroepeerd om de continuïteit te garanderen van de analyse per activiteitssector gedurende de volledige geobserveerde periode. Het eenvoudigste voorbeeld daarvan is de bouwnijverheid. In de NACE van 1993 (NACE 45) bestond voor die sector slechts één code. In de nomenclatuur van 2008 heeft die sector 3 codes gekregen (NACE 41, 42 en 43). De informatie over de beroepscategorie, die in de gegevensbank van het Fonds zit, wordt meegedeeld door de werkgever via de verzekeringsonderneming gedurende de volledige geobserveerde periode. Maar tijdens de periode werd de activiteitssector van de gebruikende onderneming meegedeeld bij arbeidsongevallen van uitzendkrachten en niet die van de uitzendsector zelf. Bij de selectie voor het onderzoek naar de ongevallen naargelang de NACE werd daarmee rekening gehouden om te vermijden dat de arbeidsongevallen van uitzendkrachten zouden worden opgeteld bij de arbeidsongevallen van de werknemers uit de sector die wordt bestudeerd, terwijl het tewerkstellingsvolume van de uitzendkrachten in de sectoren die een beroep doen op hen niet gekend is Beroepsstatuut: beperking tot de periode Het doel van de studie is om de ongevallen te verdelen volgens hun kenmerken (activiteitssector en grootte van de onderneming, beroepsstatuut en leeftijd van het slachtoffer) naargelang het tewerkstellingsvolume dat met die kenmerken overeenkomt. Het is de RSZ die de tewerkstelling verdeelt volgens die variabelen op basis van de gegevens die de werkgevers meedelen via de DMFA. Om de verhouding te kennen tussen de ongevallen en de tewerkstelling moeten zo veel mogelijk variabelen worden gebruikt die op dezelfde manier worden gedefinieerd in de beide gegevensbanken. Daarom hebben de diensten niet de beroepscategorie, maar de onderwerping van het slachtoffer aan de RSZ gebruikt, een ander gegeven uit de gegevensbank van het Fonds. Op basis van die code doet de werkgever de DMFA aan de RSZ. Het gaat voornamelijk om arbeiders (code 015) en bedienden (code 495). Dat gegeven werd echter pas vanaf 2005 opgenomen in de gegevensbank van de arbeidsongevallen. Daarom wordt de evolutie van het aantal ongevallen op basis van dat criterium uitsluitend bekeken voor de periode Twee nomenclaturen voor het soort letsel ( ; ) Het soort letsel wordt gecodeerd op basis van tabel E van bijlage IV van het Koninklijk Besluit van betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk. In 2006 heeft die nomenclatuur plaatsgemaakt voor de Europese nomenclatuur (KB van ).
5 Pagina 5 / 8 Om de continuïteit van de analyse te garanderen gedurende de volledige geobserveerde periode moesten codes in de twee lijsten met de soorten letsels worden gegroepeerd. 3.2 DE ANALYSE: Ongevallen met voorziene blijvende ongeschiktheid: ernstige ongevallen? Zoals hierboven reeds gesteld rijzen er nog steeds vragen over de werkelijke toestand van het arbeidsongevallenrisico in België. Aan de basis daarvan liggen de verschillende evoluties van de ernstige ongevallen (met een voorziene blijvende ongeschiktheid), waarvan het aantal al tientallen jaren relatief stabiel gebleven is, en van de ongevallen (zonder of) met minder zware gevolgen (een tijdelijke ongeschiktheid) (grafiek 3). De definitie van ernstig ongeval zoals het hierboven werd beschreven werd reeds geanalyseerd door de diensten van het Fonds. Dat was onder meer zo in het jaarverslag van de ongevallen van 2010 en in de studie die in 2012 werd uitgevoerd (analyse van de arbeidsongevallen van 2005 tot situatie in oktober 2012). Daaruit is meermaals gebleken dat we voorzichtig moeten zijn bij het trekken van conclusies over dat type van ongevallen. Het staat immers absoluut niet vast dat het ongeval waarvoor de verzekeringsonderneming een blijvende ongeschiktheid heeft voorzien aan het einde van het ongevalsjaar effectief wordt geregeld met een erkenning van een blijvende ongeschiktheid. Vaak worden ongevallen pas na meerdere jaren bekrachtigd door het Fonds of gevonnist door de arbeidsrechtbank. Zo hebben we vastgesteld dat nauwelijks de helft van de ongevallen waarvoor er een blijvende ongeschiktheid werd voorzien definitief werd geregeld met een blijvende ongeschiktheid. Ernstige ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen De voorziening van een blijvende ongeschiktheid kan dan wel een indicator zijn voor de ernst van het ongeval, maar we moeten dat gegeven in zijn context zien en in het achterhoofd houden dat het gaat om een vroegtijdige medische prognose opdat de verzekeringsonderneming financiële reserves zou kunnen aanleggen. De duur van de tijdelijke ongeschiktheid die ten laste wordt genomen door de verzekeringsonderneming daarentegen is een objectief gegeven en kan ook dienen als maatstaf voor de ernst van het ongeval. Voor deze studie werd gekozen voor een ongeschiktheidsduur van meer dan 30 dagen, omdat het vermoeden van onderaangifte van dat type ongevallen op die manier grotendeels buiten beschouwing wordt gelaten. We zouden dat aantal dagen nog kunnen optrekken om de onzekerheid over de aangiftegraad te verkleinen, maar op die manier zou ook het aantal geobserveerde ongevallen dalen. Alleen de verloren dagen in het ongevalsjaar worden immers meegerekend. Dat zou het moeilijker maken om tendensen vast te stellen. Ook het soort letsel dat wordt gemeld in de aangifte kan een indicatie geven van de ernst van het ongeval. De analyse in 2012 over de arbeidsongevallen van 2005 tot 2007 die werden geregeld met een blijvende ongeschiktheid heeft aangetoond dat bepaalde letsels een groter risico vertoonden op blijvende ongeschiktheid. Het gaat daarbij voornamelijk over amputaties en breuken. In deze studie hebben de diensten zich geconcentreerd op het soort letsel door amputaties, enucleaties en breuken te onderscheiden van de andere letsels. Er werd voor dat type van letsels gekozen om drie redenen. Ten eerste hebben ze vaker dan andere letsels een blijvende ongeschiktheid tot gevolg. Ten tweede zijn ze duidelijk vast te stellen op het moment waarop het ongeval wordt aangegeven en tot slot zijn de specifieke codes om ze te beschrijven in de twee letselnomenclaturen gelijk ( : ).
6 Pagina 6 / 8 Met de studie wordt in de belangrijkste activiteitssectoren nagegaan hoe het aantal ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen tijdens het ongevalsjaar is geëvolueerd enerzijds en welke ongevallen de ernstigste letsels (amputaties, enucleaties en breuken) hebben veroorzaakt anderzijds. Over elke sector zal er een fiche worden gemaakt met de statistische resultaten van de analyse. De evolutie van het arbeidsongevalsrisico in de verwerkende nijverheden en de bouwnijverheid zal worden vergeleken met de evolutie van de tewerkstelling en de industriële productie-index die wordt berekend door de FOD Economie. Voor de andere sectoren, waarvoor er geen productie-index bestaat, zal er alleen een vergelijking worden gemaakt van de evolutie van de tewerkstelling. De evolutie van het risico volgens het beroepsstatuut (arbeider-bediende), de leeftijd van het slachtoffer en de grootte van de onderneming zullen ook worden geanalyseerd voor elke sector. Samengevat zal op elke sectorfiche de volgende informatie staan: 1. de frequentie- en ernstgraden van de sector voor de periode ; 2. het aantal ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen per voltijdse equivalenten van 2000 tot 2012; 3. het aantal ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen per soort letsel, per voltijdse equivalenten van 2000 tot 2012; 4. het aantal ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen per beroepsstatuut, per voltijdse equivalenten van 2005 tot 2012; 5. het aantal ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen naargelang de leeftijd van het slachtoffer, per voltijdse equivalenten van 2005 tot 2012; 6. het aantal ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen naargelang de grootte van de onderneming, per voltijdse equivalenten van 2005 tot 2012; 7. de evolutie van 2000 tot 2012 (2010: basis 100) van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad, van het aantal ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen (per 1000 VTE), van het aantal voltijdse equivalenten en, voor ondernemingen in de verwerkende industrie en de bouw, de industriële productieindex.
7 Pagina 7 / 8 Vaststellingen TAB. 1 - Evolutie van het aantal ongevallen met een ongeschiktheid van meer dan 30 dagen per VTE van 2000 tot Bouwnijverheid (NACE 41-30,2 32,7 30,1 27,5 27,0 26,3 26,6 25,9 25,9 24,0 22,8 22,9 20, ) Vervaardiging van nietmetaalhoudende 20,2 19,1 18,3 17,3 16,1 17,7 15,3 16,6 15,2 14,8 13,1 13,1 12,9 producten (NACE 23) Vervaardiging van metaal 16,3 16,8 16,2 14,3 14,6 13,6 13,2 12,9 13,3 12,7 11,9 11,3 10,2 (Nace ) Voedingsmiddelenindustrie 13,5 13,5 12,0 11,2 10,2 9,9 10,8 10,4 11,3 10,6 10,9 9,4 8,9 (NACE 10-11) Vervaardiging van 10,0 9,7 9,6 7,3 7,3 8,2 7,9 7,7 8,7 6,9 6,8 8,2 7,3 motorvoertuigen (NACE 29) Metallurgie (NACE 24) 11,9 11,2 10,9 10,6 10,0 9,2 9,8 9,5 10,1 7,3 8,2 7,9 6,4 Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (NACE ) Handel en reparatie motorvoertuigen (NACE 45) Accommodatie, eet- en drinkgelegenheden (NACE 55-56) Groot-/detailhandel (NACE 46-47) 5,9 5,3 5,5 5,1 5,5 6,2 6,6 5,9 7,2 7,4 7,4 6,2 6,3 11,6 11,8 11,0 9,0 9,4 8,2 8,3 7,7 8,3 7,6 7,3 7,0 6,2 8,6 9,0 8,7 7,4 7,4 6,9 7,0 6,6 7,1 7,0 6,9 6,5 6,0 7,4 8,1 7,4 6,6 6,8 6,3 6,4 5,9 5,8 5,7 5,7 5,7 4,8 In de grafieken in de bijgevoegde sectoriële fiches vindt u de statistieken van 2000 tot 2012 over de arbeidsplaatsongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van meer dan 30 dagen (tijdens het ongevalsjaar). Op basis daarvan stellen we het volgende vast: 1. De aantallen van de ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE zijn tussen 2000 en 2012 in het algemeen gedaald voor alle sectoren, met uitzondering van de sector van de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening ( ). Daarmee worden de tendensen bevestigd die reeds duidelijk waren geworden met de andere indicatoren voor het arbeidsongevallenrisico, namelijk de frequentie- en de ernstgraden. 2. Evolutie van de ongevallen met de ernstigste letsels (breuken, amputaties en enucleaties): a. De aantallen van dat type ongeval zijn in alle sectoren gedaald, met uitzondering van de sector van de vervaardiging van motorvoertuigen (29) en de sector van de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening ( ). Er moet worden opgemerkt dat de aantallen van dat type ongeval relatief laag zijn in die 2 sectoren. b. De hoogste aantallen van dat type ongeval vinden we in de sectoren van de bouwnijverheid ( ), de vervaardiging van producten van metaal ( ) en de vervaardiging van andere niet-metaalhoudende producten (23). 3. De ongevallen van de arbeiders en de bedienden zijn verder parallel geëvolueerd. Er heeft geen verschuiving plaatsgevonden van het ongevallenrisico van de arbeiders naar de bedienden. 4. Het ongevallenrisico is in alle leeftijdscategorieën gedaald, in elke activiteitssector, met uitzondering van de sector van de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. Daar is het ongevallenrisico het sterkst gestegen bij werknemers van 50 jaar en ouder.
8 Pagina 8 / 8 5. Evolutie van de indices van de ongevallen, de tewerkstelling en de industriële productie (grafiek 9 op de sectoriële fiche): a. Sectoren van de ondernemingen in de industrie en de bouwnijverheid i. In de sector van de bouwnijverheid ( ) is het aantal arbeidsongevallen vanaf 2001 continu gedaald, terwijl de tewerkstelling en de productie parallel gegroeid zijn. ii. In de sectoren van de vervaardiging van niet-metaalhoudende producten (23) en de vervaardiging van metaal ( ) en de metallurgie zien we een lichtjes andere evolutie. In die sectoren is de productie gestegen tot in 2008, terwijl de tewerkstelling stabiel gebleven is of gedaald is. Die 3 sectoren zijn getroffen door de crisis in Daarna heeft de groei hernomen, terwijl de tewerkstelling vanaf 2009 is gestagneerd. Het aantal arbeidsongevallen is dan weer in elk van de 3 sectoren bijna lineair gedaald (met een sterke daling in 2009 in de metallurgie). iii. In de sector van de vervaardiging van motorvoertuigen (29) is de tewerkstelling constant gedaald. De daling was sterker in 2009 en De productie-index is globaal genomen gestegen tot in 2006/2007. In 2009 is die plots gedaald. In de loop van 2010/2011 is hij opnieuw een beetje gestegen. Het aantal ongevallen is gedaald tot in 2004 en nadien volgde het de curve van de productie (gestegen tot in 2008, gedaald in 2009 en gestegen in 2010/2011). iv. In de sector van de vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken (10-11) is de productie de hele periode lang constant gestegen (zij het minder sterk in 2009), terwijl de tewerkstelling gelijk gebleven is. Het aantal ongevallen is globaal genomen dan wel gedaald tussen 2000 en 2012, maar niet lineair. Het aantal is gestegen tussen 2005 en 2010 en volgde daarmee de evolutie van de productie-index. Het aantal ongevallen is vervolgens in de loop van de laatste twee jaren sterk gedaald, in tegenstelling tot de productie-index die is blijven stijgen. b. Niet-industriële sectoren i. Het aantal ongevallen is in de loop van de periode in het algemeen gedaald in de sectoren van het verschaffen van accommodatie en maaltijden (55-56), de groot- en de detailhandel (46-47) en de handel in auto's (45), terwijl de tewerkstelling is gegroeid in de eerste 2 sectoren en is gestagneerd in de derde. ii. De tewerkstelling is de hele periode lang (met uitzondering van de terugval in 2010) gestegen in de sector van de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening ( ). Het aantal ongevallen is ook gestegen tot in In 2011 is het gedaald en in 2012 is het stabiel gebleven
9 Sector 1 : Bouwnijverheid (Nace 2003 : 45 ; Nace 2008 : ) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
10 Pagina 2 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
11 Pagina 3 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
12 Pagina 4 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de index van de industriële productie, van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
13 Pagina 5 / 40 Sector 2 : Vervaardiging van niet-metaalhoudende producten (Nace 2003 : 26 ; Nace 2008 : 23) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
14 Pagina 6 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
15 Pagina 7 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
16 Pagina 8 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de index van de industriële productie, van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
17 Pagina 9 / 40 Sector 3 : Vervaardiging van producten van metaal (Nace 2003 : ; Nace 2008 : ) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
18 Pagina 10 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
19 Pagina 11 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
20 Pagina 12 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de index van de industriële productie, van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
21 Pagina 13 / 40 Sector 4 : Vervaardiging van voedingsmiddelen (Nace 2003 : 15; Nace 2008 : 10-11) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
22 Pagina 14 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
23 Pagina 15 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
24 Pagina 16 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de index van de industriële productie, van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
25 Pagina 17 / 40 Sector 5 : Vervaardiging en assemblage van motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers (Nace 2003 : 34 ; Nace 2008 :29) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
26 Pagina 18 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie (
27 Pagina 19 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
28 Pagina 20 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de index van de industriële productie, van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
29 Pagina 21 / 40 Sector 6 : Vervaardiging van metalen in primaire vorm (Nace 2003 : 27 ; Nace 2008 : 24) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
30 Pagina 22 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
31 Pagina 23 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
32 Pagina 24 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de index van de industriële productie, van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
33 Pagina 25 / 40 Sector 7 : Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (Nace 2003 : 85; Nace 2008 : ) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
34 Pagina 26 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
35 Pagina 27 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
36 Pagina 28 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
37 Pagina 29 / 40 Sector 8 : Groot- en detailhandel in en onderhoud en reparatie van motorvoertuigen en motorfietsen (Nace 2003 : 50 ; Nace 2008 : 45) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
38 Pagina 30 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
39 Pagina 31 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
40 Pagina 32 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
41 Pagina 33 / 40 Sector 9 : Accomodatie, eet- en drinkgelegenheden (Nace 2003 : 55 ; Nace 2008 : 55-56) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
42 Pagina 34 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
43 Pagina 35 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
44 Pagina 36 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
45 Pagina 37 / 40 Sector 10 : Groot- en detailhandel, met uitzondering van de handel in motorvoertuigen en motorfietsen (Nace 2003 :51-52 ; Nace 2008 : 46-47) Grafiek 1 : Frequentiegraad van 2000 tot 2012 Grafiek 2 : Werkelijke ernstgraad van 2000 tot 2012 Grafiek 3 : Globale ernstgraad van 2000 tot 2012
46 Pagina 38 / 40 Grafiek 4: Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, per VTE ( ) Grafiek 5 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens het letsel ( ) Grafiek 6 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de beroepscategorie ( )
47 Pagina 39 / 40 Grafiek 7 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de leeftijd van het slachtoffer ( ) Grafiek 8 : Aantal ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid per VTE, volgens de grootte van de onderneming ( )
48 Pagina 40 / 40 Grafiek 9 : Evolutie van 2000 tot 2012 van de tewerkstelling (VTE), van de graad van ongevallen met meer dan 30 dagen ongeschiktheid, van de frequentiegraad en de werkelijke ernstgraad (2010=100)
Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013
Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012 De arbeidsongevallen in de uitzendsector in 2011 1 Inleiding De arbeidsongevallen van uitzendkrachten kunnen worden geanalyseerd aan de hand van 3 selectiecriteria
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Juli 2014 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen van 2013 - Privésector 1 Aanpassing van de formule van de gevolgen van arbeidsongevallen 1.1 EVOLUTIE IN DE OVERDRACHT
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN 11/12/2007
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN 11/12/2007 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen in 2006 1 Inleiding De arbeidsongevallenaangifte vormt de basis voor de verzameling van de gegevens met betrekking tot
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Januari 2012 De arbeidsongevallen in de sector van de bouwnijverheid in 2010 Inleiding De dienst Gegevensbank van het Fonds voor arbeidsongevallen doet elk jaar een statistische
1. Aangiften : FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Statistisch verslag van de arbeidsongevallen van 2015 - privésector 1. Aangiften : In 2015 werden 157.242 aangiften genoteerd. Het betreft een verdere daling (-6,5% t.o.v.
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Juli 2008 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen in 2007 1 Inleiding Voor het opstellen van het jaarlijkse statistisch verslag van de arbeidsongevallen worden de gegevens
FONDS DES ACCIDENTS DU TRAVAIL
FONDS DES ACCIDENTS DU TRAVAIL Bijlage bij de nota - Houtsector 2008 Tabel 1 : Vergelijking van het jaarlijks tewerkstellingsvolume in voltijdse equivalenten (VTE) in de privésector en de houtsector -
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012 Analyse van de arbeidsongevallen tussen 2005 en 2007 - situatie in oktober 2012 Inleiding In 2011 werd er beslist om een jaarlijkse studiedag in te voeren die
Aantal ongevallen op de werkplek
Enkele cijfers: preventie-inspanningen en arbeidsongevallen 1. Preventie Elke dag werken duizenden mensen aan veiligheid op de werkvloer. Er werden naar schatting 2.000 personen opgeleid tot preventieadviseur
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012 De arbeidsongevallen in de sector van de bouwnijverheid in 2011 Inleiding De dienst Gegevensbank van het Fonds voor arbeidsongevallen doet elk jaar een statistische
ARBEIDSONGEVALLEN BIJ JONGE WERKNEMERS MAI 2006
Fonds voor Arbeidsongevallen Inleiding ARBEIDSONGEVALLEN BIJ JONGE WERKNEMERS MAI 26 De Europese statistieken inzake arbeidsongevallen die door Eurostat gepubliceerd werden, tonen aan dat de frequentiegraad
De arbeidsongevallen in de bouwsector
De arbeidsongevallen in de bouwsector Studievoormiddag van de Vaste Commissie Bouw 24.02.2015 Bernard Renneson Fonds voor arbeidsongevallen 1. Statistische gegevens op basis van de NACEcode en niet op
DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE SECTOR
Pagina / 15 1 FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE SECTOR VAN DE VERZORGINGSINSTELLINGEN (ZIEKENHUIZEN, RUSTHUIZEN, PARAMEDISCHE ACTIVITEITEN EN THUISZORG) - 2007 Oktober 2008 1 Inleiding
Arbeidsongevallen uitzendkrachten Hoofdstuk 2
Arbeidsongevallen uitzendkrachten 21 Hoofdstuk 2 2.1 Nationale cijfers 21 De gegevens werden verzameld via de rapporten van de verschillende uitzendbureaus en verwerkt door Preventie en Interim (PI). 2.1.1
onevenredig verzwaarde risico s
onevenredig verzwaarde risico s Sinds 2009 publiceert het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) de lijst van de ondernemingen behorend tot de meest onevenredig verzwaarde risico (OVR) in arbeidsongevallen
DE AUDIOVISUELE SECTOR CIJFERS OPLEIDINGSINSPANNINGEN
DE AUDIOVISUELE SECTOR CIJFERS 2013 OPLEIDINGSINSPANNINGEN INHOUDSOPGAVE I. INLEIDING... 2 II. SOCIALE BALANS... 3 III. ANALYSE VAN DE OPLEIDINGSINSPANNINGEN BINNEN HET PC 227... 5 1. REPRESENTATIVITEIT...
Analyse van de arbeidsongevallen in de houtsector 2002
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Analyse van de arbeidsongevallen in de houtsector 1 Inleiding De gegevensbank van het Fonds voor Arbeidsongevallen krijgt informatie van de verzekeringsondernemingen die haar
Sectoranalyse Horeca 2014
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2014 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen Omzet en investeringen 2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca
Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage
Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (2001), Statistiek van de aangesloten vennootschappen jaar 2000, 68 p. Begin juni
Sectoranalyse Horeca 2012
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2012 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie
Een arbeidsongeval aangeven met Publiato: step by step
Een arbeidsongeval aangeven met Publiato: step by step De gegevens in de aangifte zijn degene die voorkomen in de modelaangifte vastgelegd op basis van artikel 7 van het Koninklijk Besluit van 24 januari
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen
Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van 6 september 2004;
SCSZ/04/105 BERAADSLAGING NR 04/034 VAN 5 OKTOBER 2004 M.B.T. DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE KRUISPUNTBANK VAN DE SOCIALE ZEKERHEID AAN HET FOREM MET HET OOG OP DE EVALUATIE VAN HET PLAN FORMATION-INSERTION
De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Samenvatting rapport 2011
De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België Samenvatting rapport 2011 Hoe groot is de loonkloof? Daalt de loonkloof? De totale loonkloof Deeltijds werk Segregatie op de arbeidsmarkt Leeftijd Opleidingsniveau
Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009
Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies [email protected] Inhoudstafel: 1
Circulaire ARBEIDSWEGONGEVAL
art 7 ERNSTIG Welzijnswet 1996, art 94bis, 1 KB Welzijnsbeleid 1998, art 26, 4 ARBEIDSWEGONGEVAL Een ongeval van een werknemer is een arbeidsongeval (AO) als volgende voorwaarden zijn vervuld: een plotse
Aantal huisartsen en aantal FTE van huisartsen vanaf 2007 tot en met 2016
Aantal huisartsen en aantal FTE van huisartsen vanaf 2007 tot en met 2016 Werken er nu meer of minder huisartsen dan 10 jaar geleden en werken zij nu meer of minder FTE? LF.J. van der Velden & R.S. Batenburg,
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid"
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid" SCSZ/13/114 BERAADSLAGING NR. 13/050 VAN 7 MEI 2013 BETREFFENDE DE UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS TUSSEN HET
Structurele ondernemingsstatistieken
1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele
Samenvatting van de IMA-studie. Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid
1 Samenvatting van de IMA-studie Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid Het aantal arbeidsongeschikten alsook de betaalde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUWSECTOR IN 2007 Onderzoek van de modelongevallen in de bouwsector en subsectoren installatie (NACE 453) en afwerking van gebouwen (NACE 454) Oktober
LICHTE ONGEVALLEN Nota over de wetgeving
VL/NB Brussel, woensdag 23 april 2014 LICHTE ONGEVALLEN Nota over de wetgeving Twee nieuwe KB's bepalen de toepassingsmodaliteiten van het concept 'licht ongeval' in de reglementering betreffende arbeidsongevallen,
Aangifteprocedure voor arbeidsongevallen in de publieke sector (wet van 03.07.67)
Aangifteprocedure voor arbeidsongevallen in de publieke sector (wet van 03.07.67) 1. Welk ongeval moet aangegeven worden? Elk feit overkomen tijdens de uitoefening van de arbeidsovereenkomst of op de arbeidsweg
VERANTWOORDELIJKHEID INLENER EN UITZENDBUREAU HENDRIK DE LANGE, DIRECTEUR PREVENTIE EN INTERIM
Studienamiddag Leuven 22.10.2010 Arbeidsongevallen: verzoening tussen regelgeving en praktijk VERANTWOORDELIJKHEID INLENER EN UITZENDBUREAU HENDRIK DE LANGE, DIRECTEUR PREVENTIE EN INTERIM Uitzendkrachten
Fiche 3: tewerkstelling
ECONOMISCHE POSITIONERING VAN DE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE Fiche 3: tewerkstelling In de sector werken meer dan 29.400 personen; het volume van de tewerkstelling stijgt met een constant ritme van 3,7 %,
Circulaire ARBEIDSONGEVALLEN
DEFINITIE art 7 DEFINITIE ERNSTIG Welzijnswet 1996 art 94bis, 1 Codex art I.6-2 DEFINITIE ARBEIDSWEGONGEVAL Een ongeval van een werknemer is een arbeidsongeval (AO) als volgende voorwaarden zijn vervuld:
Fonds voor de medische ongevallen. 22 oktober Dr Mia Honinckx
Fonds voor de medische ongevallen 22 oktober Dr Mia Honinckx FMO: data opgericht bij wet van 31 maart 2010 operationeel sinds 1 september 2012 (=datum inwerkingtreding van de artikelen betreffende de procedure)
Evolutie van de schadefrequentie in de BA motorrijtuigen verzekering
Evolutie van de schadefrequentie 2006-2015 in de BA motorrijtuigen verzekering Inhoud 1. Aantal schadegevallen BA toerisme en zaken... 2 Schadefrequentie BA toerisme en zaken... 2 Schadefrequentie van
Aangifte van arbeidsongeval
Aangifte van arbeidsongeval Wet van 3 juli 1967 Uitgave 01/2002 Verzekeringsonderneming erkend onder het codenr. 0618 007/0236 04-04 Tel. (02)250 91 11 Fax (02)250 95 70 AANGIFTE VAN ARBEIDSONGEVAL Polisnummer
Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen
1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen
1. Federale verzekering. 2. De aangifte arbeidsongevallen. 3. Betrokkenheid van derden
Welkom 1. Federale verzekering 2. De aangifte arbeidsongevallen 3. Betrokkenheid van derden 1. Federale verzekering De Bouwverzekeraar bij uitstek Opgericht door13 bouwondernemers sector nog steeds in
Werkgelegenheidsonderzoek 2010
2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek
2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN
Integrale versie 2. METHODOLOGISCHE AANPASSINGEN In vergelijking met de vorig jaar gepubliceerde reeksen 2 over de kapitaalgoederenvoorraad (KGV) en de afschrijvingen zijn er drie methodologische aanpassingen
Economie. De conjunctuur
Economie De conjunctuur De Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie biedt onpartijdige statistische informatie. De informatie wordt conform de wet verspreid, meer bepaald voor wat betreft
Stuur dit formulier binnen de 8 dagen na het ongeval naar de verzekeraar, samen met het medisch attest van
Arbeidsongevallen Terug te sturen naar: Huysman Verzekeringen [email protected] 09/376.14.82 Nummer verzekeringscontract: Bijkomende onderverdeling van het polisnummer : Stuur dit formulier binnen de
Werkgelegenheid in Twente. Jaarbericht 2014
Werkgelegenheid in Twente Jaarbericht 214 Inhoudsopgave 1. Ontwikkeling werkzame personen en vestigingen (groei / afname) Ontwikkeling naar sectoren 2. Ontwikkeling naar sectoren Ontwikkeling naar branches
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs December 29 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Arbeidsmarktbarometer Onderwijs december
ARBEIDSONGEVALLEN VAN DE UITZENDKRACHTEN
ARBEIDSONGEVALLEN VAN DE UITZENDKRACHTEN IN 25 1 Nationale cijfers 25 De gegevens werden verzameld via de rapporten van de verschillende uitzendondernemingen en verwerkt door Preventie en Interim (PI).
Evolutie van de schadefrequentie 2003-2012 in de BA motorrijtuigen verzekering
Evolutie van de schadefrequentie 2003-2012 in de BA motorrijtuigen verzekering Inhoud 1. Aantal schadegevallen BA toerisme en zaken... 2 Schadefrequentie BA toerisme en zaken... 2 Schadefrequentie van
Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996
Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met
