FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012
|
|
|
- Anita Wouters
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012 De arbeidsongevallen in de sector van de bouwnijverheid in 2011 Inleiding De dienst Gegevensbank van het Fonds voor arbeidsongevallen doet elk jaar een statistische studie over de arbeidsongevallen in de sector van de bouwnijverheid. De statistische tabellen van het verslag over de arbeidsongevallen van 2011 vindt u in de bijlage. In deze nota wordt de balans opgemaakt van de evolutie van de arbeidsongevallen, de werkgelegenheid en de frequentie- en ernstgraden in de sector van de bouwnijverheid. Net zoals vorig jaar ligt de nadruk op de arbeidsongevallen die het gevolg zijn van een val van hoogte. De vallen van hoogte zijn immers de belangrijkste oorzaak van de zware ongevallen, niet alleen in de bouwsector, maar ook in de hele privésector (25% van de arbeidsongevallen met een voorziene blijvende ongeschiktheid in 2011). In dit verslag wordt ook nagegaan of de graden die voor 2005, 2006 en 2007 werden berekend voor deze sector, nog steeds standhouden. Het merendeel van de ongevallen van deze drie jaren is ondertussen immers geregeld. De studies van het Fonds voor arbeidsongevallen over de activiteitssectoren zijn gebaseerd op de NACE-nomenclatuur en niet op de paritaire comités. Die informatie is immers niet over alle gevallen bekend, terwijl de NACE-code van de onderneming dat wel is. Voor 2,2 % van de arbeidsongevallen in de sector van de bouwnijverheid in 2011 hebben we geen informatie over het paritair comité, al was dit in 2010 nog 6 %. In de statistische tabellen in de bijlage zijn de arbeidsongevallen onderverdeeld volgens de paritaire comités (tabel 28 in de bijlage). De diensten zullen enkele tabellen volgens de paritaire comités in de bouwnijverheid voorstellen op de volgende vergadering van het technisch comité. Ter herinnering, vóór was de bouwsector samengesteld uit de ondernemingen van sector 45 van de NACE-BEL-code. Bij de hervorming van de NACE-BEL-code in 2008 werd die sector opgesplitst in de codes 41, 42 en 43. Definities Men verstaat onder: Gevolg van de ongevallen Zonder gevolg (Z.G.): elk ongeval zonder arbeidsongeschiktheid waarvoor de vergoeding uitsluitend bestaat uit de terugbetaling van de medische kosten en/of de betaling van het loonverlies voor de dag van het ongeval.
2 Tijdelijke ongeschiktheid (T.O.): elk ongeval dat een tijdelijke arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft maar waarvoor een genezing zonder restletsels wordt verwacht. Voorziene blijvende ongeschiktheid (V.B.O.): elk ongeval waarvoor de verzekeraar een provisie samenstelt voor blijvende letsels. Dat ongeval heeft al dan niet tot een periode van tijdelijke ongeschiktheid geleid. Dodelijk ongeval: elk ongeval dat de al dan niet onmiddellijke dood van het slachtoffer veroorzaakt. Frequentie- en ernstgraden Frequentiegraad (F.G.) : is gelijk aan het aantal ongevallen met minstens 1 dag ongeschiktheid of met dodelijke afloop, vermenigvuldigd met en gedeeld door het aantal uren blootstelling aan de risico's. Werkelijke ernstgraad (W.E.G.) : is gelijk aan het aantal werkelijk verloren kalenderdagen door arbeidsongeschiktheid, vermenigvuldigd met en gedeeld door het aantal uren blootstelling aan de risico s. Globale ernstgraad (G.E.G.) : is gelijk aan de som van het aantal werkelijk verloren kalenderdagen en het aantal forfaitaire dagen ongeschiktheid, vermenigvuldigd met en gedeeld door het aantal uren blootstelling aan de risico s. Voor de berekening van het aantal forfaitaire dagen wordt de som van de graden van ongeschiktheid vermenigvuldigd met 75 en het aantal dodelijke ongevallen met De Europese variabelen Het soort werk beschrijft de voornaamste aard van het werk of de taak (algemene activiteit) die het slachtoffer verricht ten tijde van het ongeval. De afwijkende gebeurtenis is de laatste, van de normale gang van zaken afwijkende gebeurtenis, die aanleiding gaf tot het ongeval. Het bij de afwijkende gebeurtenis betrokken voorwerp is het voornaamste bij de afwijkende gebeurtenis betrokken of daarmee verbonden voorwerp. Het contact de wijze van verwonding is het contact waardoor het slachtoffer gewond is. Evolutie van de arbeidsplaatsongevallen en de werkgelegenheid tussen 2001 en 2011 De gegevens over de bouwsector in de twee grafieken hieronder zijn gebaseerd op de NACE Rev.1 (2003) - code 45 voor de periode De gegevens voor de periode zijn gebaseerd op de NACE 2008-codes 41, 42 en 43. De nomenclaturen NACE 2003 en 2008 dekken elkaar niet volledig voor de sector van de bouwnijverheid. We merken hier op dat de arbeidsongevallen overkomen aan uitzendkrachten (nace-code werkgever ) niet zijn opgenomen in deze studie. Dit om twee redenen: ten eerste zou dit de vergelijkbaarheid van de cijfers van 2011 met cijfers van voorgaande jaren in het gedrang brengen, ten tweede is voor van de ongevallen overkomen aan uitzendkrachten in 2011 (geselecteerd op basis van de nace-code ) de inleensector onbekend, wat geen volledig beeld geeft voor deze groep van werknemers. We geven u wel mee dat er minstens 766 ongevallen aan uitzendkrachten zijn overkomen in de bouw, waarvan 194 zonder gevolg, 492 met een tijdelijke arbeidsongeschiktheid, 49 met een voorziene blijvende ongeschiktheid en een dodelijk ongeval. 2
3 Grafiek 1: Vergelijking van de evolutie van de werkgelegenheid en de arbeidsplaatsongevallen in de bouwsector en in de hele privésector 2001 tot 2011 Grafiek 1 toont de evolutie tussen 2001 en 2011 van de arbeidsplaatsongevallen, zonder onderscheid in de gevolgen ervan, en van het aantal voltijdse equivalenten voor de privésector in zijn geheel en voor de bouwsector. Toen na de crisis in 2008 de tewerkstelling in 2010 licht hernam, had dat niet dezelfde gevolgen op het aantal arbeidsongevallen in de beide sectoren. In de privésector was het aantal arbeidsongevallen gestegen, terwijl het in de bouwsector gedaald was. We zien voor 2011 dat de tewerkstelling in de bouwsector sterker is toegenomen dan in de privésector (5,3% vs. 2,4%). Op het niveau van de arbeidsongevallen was er een stijging van het aantal ongevallen in de bouwsector (+4,0%) tegenover een daling van het aantal ongevallen in de privésector (-2,1%). Grafiek 2: Vergelijking van de evolutie van de arbeidsongevallen en de ongevallen met blijvende restletsels in de bouwsector en de hele privésector arbeidsplaats tot ,00 105,00 100,00 95,00 90,00 85,00 80,00 75,00 70,00 65, aantal AO private sector aantal AO bouwsector aantal AO met VBO private sector aantal AO met VBO bouwsector 3
4 Het aantal arbeidsongevallen in de privésector in 2011 is gedaald tegenover 2010, ook wat de ongevallen met een voorziene blijvende ongeschiktheid betreft (-2,0%). In de bouwsector is het aantal arbeidsongevallen met een voorziene blijvende ongeschiktheid met 2,2% gestegen. Opdeling van de arbeidsplaatsongevallen in de bouwsector (NACE 41, 42 en 43) van 2009 tot 2011 naargelang hun gevolgen Tabel 1: Arbeidsongevallen in de bouwnijverheid 2009 tot 2011 Gevolgen van de ongevallen /2011 Zonder gevolg ,41% Tijdelijke ongeschiktheid ,78% Voorziene blijvende ongeschiktheid ,28% Dodelijk ,33% Totaal ,02% In de bouwnijverheid zijn er in arbeidsplaatsongevallen gebeurd. Dat is een stijging van 4,02% in vergelijking met Tegelijkertijd is de tewerkstelling met 5,3% gestegen, van VTE in 2010 naar VTE in (zie Tabel 4 in de bijlage) De tewerkstelling stijgt met 7,4% in sector 41 - Bouw van gebouwen en ontwikkeling van bouwprojecten ( VTE in 2011), zoals ze ook stijgt in sector 42 - Civieltechnische werken (+7,0%) ( VTE in 2011) én in sector 43 - Bijzondere bouwwerkzaamheden (+ 4,0%) ( VTE in 2011). Dit maakt dat sector 41 een 26% van de tewerkstelling in de bouw voor zijn rekening neemt, sector 42 een 14% en sector 43 het leeuwendeel: 60%. Omdat het aantal arbeidsongevallen gestegen is, maar ook de werkgelegenheid, is het effect op de frequentie- en ernstgraden eerder beperkt. Dat kunt u zien in de tabel hieronder. Tabel 2 - Graden in de bouwsector /2010 Frequentiegraad 52,27 49,72 49,25-0,95% Werkelijke ernstgraad 1,49 1,42 1,44 0,87% Globale ernstgraad 6,34 6,21 6,09-1,92% Als we de graden voor elk van de drie deelsectoren bekijken, dan zien we een verschil. Grafiek 3.a - Evolutie van de frequentiegraden tussen 2008 en 2011 (NACE 41, 42, 43) 4
5 In de sector bouw van gebouwen - 41 worden een blijvend hogere frequentiegraad (56,44), werkelijke en globale ernstgraad (1,69 en 7,44) geregistreerd dan in de sectoren van de bijzondere bouwwerkzaamheden - 43 en de civieltechnische werken 42, al zijn de graden voor die laatste sector algemeen gestegen in Dat de globale ernstgraad voor de hele sector gedaald is, is enkel door een gevoelige daling van deze graad in de sector van de bijzondere bouwwerkzaamheden (nace 43). Grafiek 3.b - Evolutie van de werkelijke ernstgraden tussen 2008 en 2011 (NACE 41, 42, 43) Grafiek 3.c - Evolutie van de globale ernstgraden tussen 2008 en 2011 (NACE 41, 42, 43) De sub deelsector met de hoogste frequentiegraad van arbeidsongevallen (zie tabel 5 in de bijlagen) behoort wel nog steeds tot die laatste sector 43 en is de sector van de dakwerken (74,59). Samen met de algemene bouw van residentiële gebouwen (61,84) en de stukadoorswerken (61,21) voert deze deelsector de lijst aan van de hoogste frequentiegraden in de bouwsector (met uitzondering van enkele kleinere deelsectoren). Ook de sub deelsector met de hoogste globale ernstgraad is deze van de dakwerken (12,34), met enige voorsprong op de sector van de algemene bouw van andere nietresidentiële gebouwen (8,71) en de sectoren bouwrijp maken van terreinen (8,22) en bouw van autowegen en andere wegen (8,04) (met uitzondering van enkele kleinere deelsectoren). Welke sectoren hebben voor de daling in gemiddelde globale ernstgraad van sector 43 gezorgd (en bij uitbreiding van de hele bouwsector): schrijnwerk, elektrotechnische installatiewerken aan gebouwen en de stukadoorswerken, in combinatie met dalingen in verschillende andere ook kleinere- sectoren (zie tabel 6 in de bijlage). 5
6 Geslacht en leeftijd van het slachtoffer grootte van de onderneming Over het geslacht van de slachtoffers van arbeidsongevallen in de bouwsector kunnen we nog steeds heel kort zijn: 0,8% van de ongevallen overkwam een vrouwelijke werkneemster (zie tabel 8 in de bijlage). Wat de leeftijd van de slachtoffers betreft, is een vergelijking in absolute getallen moeilijk (zie tabel 9a in de bijlage). Daarom zijn met behulp van de uren blootstelling aan het risico die we bekomen van de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid ook voor deze subcategorieën de graden (frequentie-, ernst en globale ernstgraad) berekend (zie tabel 9b in de bijlage). In de grafieken 6.a/b/c ziet u de resultaten; de weergegeven deelsectoren zijn de statistisch meest relevante (meeste VTE in 2011). Grafiek 6.a: frequentiegraden volgens leeftijd van het slachtoffer Grafiek 6.b: werkelijke ernstgraden volgens de leeftijd van het slachtoffer Wat de frequentiegraad betreft zien we in elke deelsector, alsook in de gehele sector ( totaal ), het risico dalen naarmate de werknemer ouder wordt. De werkelijke ernstgraad geeft een meer gevarieerd beeld, al vertonen 6 van de 8 deelsectoren, alsook het gemiddelde van de hele sector, een licht stijgende lijn in het risico naarmate de werknemer ouder wordt. Eens 60 jaar en ouder verkleint het risico opmerkelijk. Wat de globale ernstgraad betreft (zie grafiek 6.c), die de voorziene blijvende ongeschiktheid en dodelijke ongevallen proportioneel in rekening brengt, zien we die stijgende lijn naarmate de werknemer ouder wordt ook, al is er variatie onder de verschillende deelsectoren. 6
7 Grafiek 6.c: globale ernstgraden volgens de leeftijd van het slachtoffer Ook voor de grootte van de onderneming van het slachtoffer is een vergelijking in absolute aantallen arbeidsongevallen moeilijk (zie tabel 10.a in de bijlage). We hebben dan ook hier de verschillende graden berekend (zie grafiek 7.a/b/c tabel 10.b in de bijlage). Grafiek 7.a: frequentiegraden volgens grootte van de onderneming Grafiek 7.b: werkelijke ernstgraden volgens grootte van de onderneming
8 Grafiek 7.c: globale ernstgraden volgens grootte van de onderneming We zien in deze drie grafieken variatie doorheen de verschillende deelsectoren. Om een idee te hebben welke richting het gemiddelde van de bouwsector uit gaat, is een trendlijn voor dit gemiddelde toegevoegd. De hele kleine ondernemingen (1-4 werknemers) hebben vaak een lagere frequentiegraad, waarna de ondernemingen tot 100 werknemers een gelijkaardige hogere frequentiegraad hebben, die dan weer afneemt voor de ondernemingen met meer dan 100 werknemers. Dit is een trend die we voor de werkelijke en globale ernstgraad ook zien, al is die minder uitgesproken voor de werkelijke ernstgraad (houdt rekening met het totaal aan dagen afwezigheid) en nog minder voor de globale ernstgraad (deze brengt ook de voorziene graden blijvende ongeschiktheid en de dodelijke ongevallen in rekening). Evolutie van de oorzaken en omstandigheden van de arbeidsongevallen in de bouwsector tussen 2010 en 2011 Hieronder vindt u een overzicht van de frequentie van de oorzaken en omstandigheden van de arbeidsongevallen in de bouwsector. Het zijn de variabelen waarmee het arbeidsongevalproces wordt beschreven in de Europese nomenclatuur. Meer gedetailleerde informatie vindt u in de tabellen in de bijlage (21-27). Over het algemeen blijven de resultaten van de verschillende jaren vergelijkbaar. De vallen van hoogte (rubriek 4 contact-wijze van verwonding ), waar wij de nadruk op willen leggen, zijn nog altijd de grootste oorzaak van arbeidsongevallen. 14,5% van de arbeidsongevallen in de bouwsector in 2011 waren het gevolg van een val van hoogte; 27,1% van de ongevallen met een voorziene blijvende ongeschiktheid of dodelijk waren door een val van hoogte. 1. Soort werk (2010; 2009) In afnemende volgorde van frequentie: Plaatsing, montage en demontage: 20% (20,3%; 18,4%) Renovatie: 15,6 % (15,1%; 18%) Nieuwbouw: 15,2 % (15%; 17%) 8
9 2. Afwijkende gebeurtenis (2010; 2009) In afnemende volgorde van frequentie: Ongecoördineerde beweging: 10,9 % (10,6%; 10,5%) Verlies van controle over een gehanteerd voorwerp: 9,7% (8,9%; 8,4%) Uitglijden, struikelen met val van persoon op gelijke hoogte: 9,5% (10%; 9,8%) Verlies van controle over een handgereedschap of over het met het gereedschap bewerkte materiaal: 9,1% (9,2%; 9,4%) Vallen van personen - van hoogte: 6,8% (6,3%; 6,6%) 3. Betrokken voorwerp (2010; 2009) In afnemende volgorde van frequentie: Materialen, voorwerpen, producten, onderdelen van machines, breukmateriaal, stof: 28,2% (28,4%; 30,8%) Gebouwen, constructies, oppervlakken - gelijkvloers: 15% (14,3%; 13,9%) Gebouwen, constructies, oppervlakken - in de hoogte: 11,1% (11,3%; 12,8%) Handgereedschap, niet gemotoriseerd: 8,8% (8,7 %; 8%) (00.00 Geen betrokken voorwerp of geen informatie: 6%) Mechanisch gereedschap, handbediend: 5% (5,3%; 5,4%) 4. Contact - wijze van verwonding (2010; 2009) In afnemende volgorde van frequentie: Verticale beweging, val: 14,5% (15,1%; 15,2%) Fysieke belasting van het bewegingsapparaat: 12,2% (11,8%; 11,1%) Contact met een snijdend voorwerp: 9,5% (9,6 %; 8,8%) (00 Onbekend: 9,2%) Stoot door vallend voorwerp: 8,8% (8,4 %; 8,2%) 5. Aard van het letsel (2010; 2009) In afnemende volgorde van frequentie: Oppervlakkige letsels: 22,0% (21,7%; 20,9%) Wonden en oppervlakkige letsels: 14,9% (10,1%; 8,3%) Verstuikingen en verrekkingen: 12,7% (11,1%; 11,8%) 6. Plaats van verwonding (2010; 2009) In afnemende volgorde van frequentie: Vingers: 18,5% (18,7%; 19%) Benen: 9,5% (9,7%; 6,5%) Hand: 9,3% (8,8%; 9,5%) Ogen: 8,6% (9%; 9%) 9
10 Vallen van hoogte in de bouwsector In absolute cijfers is het aantal vallen van hoogte quasi ongewijzigd. Het aandeel van dit soort ongevallen in het totale aantal arbeidsongevallen vertoont een dalende tendens. Tabel 3 - Evolutie van de arbeidsongevallen als gevolg van een val van hoogte, zonder onderscheid in de gevolgen ervan, Wijze van verwonding Verticale beweging, verplettering op/tegen (gevolg van een val) ,2% ,1% ,5% Andere wijzen van verwonding ,8% ,9% ,5% Totaal AO bouwsector ,0% ,0% ,0% Een val van hoogte heeft over het algemeen zware gevolgen voor het slachtoffer. Vallen van hoogte maken in 2011 een 27% uit van de arbeidsongevallen met een voorziene blijvende ongeschiktheid. Zoals we zien in grafiek 8 is de verdeling naargelang de gevolgen relatief constant gebleven in de loop van de laatste vier jaren, met uitzondering van de overlijdens in In dat jaar was bijna de helft van het aantal dodelijke ongevallen in de bouwsector het gevolg van een val van hoogte (13 van 28). Het aantal overlijdens als gevolg van een val van hoogte was 4 in 2009 en 2010, en 5 in Grafiek 8 - Verdeling in relatieve aandelen van de arbeidsongevallen als gevolg van een val van hoogte in de bouwsector naargelang hun gevolgen Grafiek 9 toont het soort oppervlak van waarop de vallen van hoogte gebeurd zijn in Enkel de arbeidsongevallen met een voorziene blijvende ongeschiktheid en met dodelijke afloop werden erin opgenomen. Het grootste deel van de vallen van hoogte in de bouwsector gebeurt vanaf het gelijkvloers, gevolgd door mobiele oppervlakken/hulpmiddelen (in tegenstelling tot vaste installaties, zoals loopbruggen, vaste ladders, ). 10
11 Grafiek 9 - Verdeling van de arbeidsplaatsongevallen met dodelijke afloop of een voorziene blijvende ongeschiktheid naargelang het betrokken oppervlak Frequentie-, ernst- en globale ernstgraad na de definitieve regeling van de ongevallen De graden die we jaarlijks berekenen voor het statistisch jaarverslag van de arbeidsongevallen, zijn gebaseerd op de gegevens zoals ze gekend zijn op 31 december van dat jaar. Echter, voor een aantal ongevallen is het aantal dagen afwezigheid door het ongeval nog niet volledig, aangezien de herstelperiode nog loopt. Het percentage blijvende ongeschiktheid wordt ingeschat door de verzekeringsmaatschappijen om reserves aan te leggen, maar deze zijn niet definitief. En dan zijn er nog de ongevallen die pas later worden aangegeven, verergeringen na een eerste regeling,... Verschillende factoren zorgen er dus voor dat de oorspronkelijk berekende frequentie-, ernsten globale ernstgraad niet nauwkeurig zijn. Echter, geven zij reeds een goede indicatie voor de definitieve graden? Om dit na te gaan zijn de graden voor 2005, 2006 en 2007 opnieuw berekend, met de ongevalsgegevens zoals ze 4 jaar later gekend waren: eind 2009, 2010 en De grafieken 10.a/b/c geven de vergelijking van de graden weer: de graden het jaar van het ongeval (jaar N) en dezelfde graden berekend vier jaar later (jaar N+4). 11
12 Grafiek 10.a Frequentiegraden , berekend jaar N en jaar N+4 Grafiek 10.b Ernstgraden , berekend jaar N en jaar N+4 Grafiek 10.c Globale ernstgraden , berekend jaar N en jaar N+4 Algemeen kunnen we hieruit afleiden dat: 1. het aantal ongevallen met gevolg uiteindelijk hoger ligt dan op 31 december van het jaar (betreft de frequentiegraad), 2. het aantal dagen arbeidsongeschiktheid ook hoger ligt dan op 31 december van het jaar (betreft de ernstgraad), 3. de percentages blijvende ongeschiktheid na regeling van het ongeval beduidend lager liggen dan op 31 december van het jaar (betreft de globale ernstgraad), 4. de indicatie die door de graden gegeven wordt net na het jaar van het ongeval, niet wordt tegengesproken door de graden 4 jaar later. Dit zien we algemeen voor de gehele privésector terugkomen (zie hieromtrent Doc.CTP 6/12/09 dat tijdens deze bijeenkomst voorgesteld wordt). 12
13 Besluit De bouwsector heeft in 2011 wat tewerkstelling betreft een versnelde groei getoond (5,3%), vergeleken met de privésector (2,4%). De arbeidsongevallen zijn ook toegenomen, al was dit met een kleiner percentage (4%).De ernstige en dodelijke arbeidsongevallen zijn met 2,2% toegenomen. De sterkere toename van tewerkstelling dan van arbeidsongevallen resulteerde in een (verdere) verlaging van de frequentie- en globale ernstgraad. Uitgesplitst naar de deelsectoren toe, blijkt dat zowel deelsector 41 - bouw van gebouwen - als 42 - civieltechnische werken voor de drie graden stabiele of hogere cijfers vertonen voor 2011 dan voor Deelsector 43 - bijzondere bouwwerkzaamheden (met 60% van de tewerkstelling in de bouwsector) blijkt verantwoordelijk voor de positieve evolutie wat de frequentie- en globale ernstgraad van de sector betreft. De dakwerken (43.910) blijven de sector met de hoogste frequentie- en globale ernstgraad, al vertoonden deze een lichte verbetering. Vooral de sectoren schrijnwerk en elektrotechnische installatiewerken aan gebouwen, zorgden voor de lichte graadverbetering van de bouwsector. Wat slachtofferkenmerken betreft, is het slachtoffer in de bouw in 99% van de gevallen een man (tabel 8 in de bijlage), in 90% van de gevallen een Belg (tabel 13 a/b in de bijlage) en in 58% van de gevallen een bouwvakker (tabel 12 a/b in de bijlage). De frequentiegraden volgens leeftijd van het slachtoffer geven een indicatie dat jongere werknemers vaker ongevallen overkomt, maar dat de ongevallen die ouderen overkomen ernstiger zijn. De frequentiegraden volgens grootte van de onderneming van het slachtoffer zijn divers doorheen de deelsectoren. De Europese ESAO-variabelen naar de oorzaken en omstandigheden van de arbeidsongevallen vertonen slechts kleine verschillen voor 2011 t.o.v Enigszins opmerkelijk is de doorgezette daling van de val van hoogte (15,2%, 15,1%, 2011: 14,5%), naast de opmars van fysieke belasting van het bewegingsapparaat (11,1%, 11,8%, 2011: 12,2%), bij contact-wijze verwonding. Wat de ongevallen met restletsel en de dodelijke ongevallen betreft, blijft vallen van hoogte echter met voorsprong de voornaamste contactwijze van verwonding. We besluiten tenslotte ook dat de graden berekend onmiddellijk na het jaar van het ongeval een goede richtingwijzer zijn voor de definitieve graden, die pas later berekend kunnen worden. Algemeen liggen de definitieve frequentie- en ernstgraden hoger dan de oorspronkelijk berekende graden. De globale ernstgraden liggen lager dan de definitief berekende graden; de voorziene percentages blijvende ongeschiktheden blijken hoger ingeschat dan de definitief geregelde percentages. 13
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Januari 2012 De arbeidsongevallen in de sector van de bouwnijverheid in 2010 Inleiding De dienst Gegevensbank van het Fonds voor arbeidsongevallen doet elk jaar een statistische
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012 De arbeidsongevallen in de uitzendsector in 2011 1 Inleiding De arbeidsongevallen van uitzendkrachten kunnen worden geanalyseerd aan de hand van 3 selectiecriteria
1. Aangiften : FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Statistisch verslag van de arbeidsongevallen van 2015 - privésector 1. Aangiften : In 2015 werden 157.242 aangiften genoteerd. Het betreft een verdere daling (-6,5% t.o.v.
De arbeidsongevallen in de bouwsector
De arbeidsongevallen in de bouwsector Studievoormiddag van de Vaste Commissie Bouw 24.02.2015 Bernard Renneson Fonds voor arbeidsongevallen 1. Statistische gegevens op basis van de NACEcode en niet op
FONDS DES ACCIDENTS DU TRAVAIL
FONDS DES ACCIDENTS DU TRAVAIL Bijlage bij de nota - Houtsector 2008 Tabel 1 : Vergelijking van het jaarlijks tewerkstellingsvolume in voltijdse equivalenten (VTE) in de privésector en de houtsector -
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN 11/12/2007
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN 11/12/2007 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen in 2006 1 Inleiding De arbeidsongevallenaangifte vormt de basis voor de verzameling van de gegevens met betrekking tot
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN December 2012 Analyse van de arbeidsongevallen tussen 2005 en 2007 - situatie in oktober 2012 Inleiding In 2011 werd er beslist om een jaarlijkse studiedag in te voeren die
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Juli 2014 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen van 2013 - Privésector 1 Aanpassing van de formule van de gevolgen van arbeidsongevallen 1.1 EVOLUTIE IN DE OVERDRACHT
Analyse van de arbeidsongevallen in de houtsector 2002
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Analyse van de arbeidsongevallen in de houtsector 1 Inleiding De gegevensbank van het Fonds voor Arbeidsongevallen krijgt informatie van de verzekeringsondernemingen die haar
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUWSECTOR IN 2007 Onderzoek van de modelongevallen in de bouwsector en subsectoren installatie (NACE 453) en afwerking van gebouwen (NACE 454) Oktober
Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013
Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Juli 2008 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen in 2007 1 Inleiding Voor het opstellen van het jaarlijkse statistisch verslag van de arbeidsongevallen worden de gegevens
ANALYSE VAN DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE SECTOR
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN 1. Inleiding ANALYSE VAN DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE SECTOR VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN (NACE 15) - 2005 Januari 2008 Dit rapport werd opgemaakt op basis van
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Oktober 2013 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen van 2012 - privésector 1 Daling van het aantal arbeidsongevallen met 7,7 % in 2012 In 2012 zijn er in de privésector
DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE SECTOR
Pagina / 15 1 FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE SECTOR VAN DE VERZORGINGSINSTELLINGEN (ZIEKENHUIZEN, RUSTHUIZEN, PARAMEDISCHE ACTIVITEITEN EN THUISZORG) - 2007 Oktober 2008 1 Inleiding
Aantal ongevallen op de werkplek
Enkele cijfers: preventie-inspanningen en arbeidsongevallen 1. Preventie Elke dag werken duizenden mensen aan veiligheid op de werkvloer. Er werden naar schatting 2.000 personen opgeleid tot preventieadviseur
ARBEIDSONGEVALLEN BIJ JONGE WERKNEMERS MAI 2006
Fonds voor Arbeidsongevallen Inleiding ARBEIDSONGEVALLEN BIJ JONGE WERKNEMERS MAI 26 De Europese statistieken inzake arbeidsongevallen die door Eurostat gepubliceerd werden, tonen aan dat de frequentiegraad
Arbeidsongevallen uitzendkrachten Hoofdstuk 2
Arbeidsongevallen uitzendkrachten 21 Hoofdstuk 2 2.1 Nationale cijfers 21 De gegevens werden verzameld via de rapporten van de verschillende uitzendbureaus en verwerkt door Preventie en Interim (PI). 2.1.1
onevenredig verzwaarde risico s
onevenredig verzwaarde risico s Sinds 2009 publiceert het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) de lijst van de ondernemingen behorend tot de meest onevenredig verzwaarde risico (OVR) in arbeidsongevallen
DE VEILIGHEIDSGRADEN VAN DE GRAFISCHE SECTOR 1999-2007
DE VEILIGHEIDSGRADEN VAN DE GRAFISCHE SECTOR 999-7 GLOBAAL Belgische ondernemingen NA CE CODE UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA NACE CODE. Drukkerijen en diensten in verband
STATISTISCH VERSLAG VAN DE
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN STATISTISCH VERSLAG VAN DE ARBEIDSONGEVALLEN IN DE PUBLIEKE SECTOR IN 2008 1 Inleiding In deze nota presenteren we de statistieken van de arbeidsongevallen overkomen in de
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN - 2005 BIJLAGE I : Algemeen overzicht Tabel 1 : Evolutie van het aantal werknemers (VTE) en van de ongevallen op de arbeidsplaats in de sector van de voedingsindustrie
Circulaire ARBEIDSWEGONGEVAL
art 7 ERNSTIG Welzijnswet 1996, art 94bis, 1 KB Welzijnsbeleid 1998, art 26, 4 ARBEIDSWEGONGEVAL Een ongeval van een werknemer is een arbeidsongeval (AO) als volgende voorwaarden zijn vervuld: een plotse
VERANTWOORDELIJKHEID INLENER EN UITZENDBUREAU HENDRIK DE LANGE, DIRECTEUR PREVENTIE EN INTERIM
Studienamiddag Leuven 22.10.2010 Arbeidsongevallen: verzoening tussen regelgeving en praktijk VERANTWOORDELIJKHEID INLENER EN UITZENDBUREAU HENDRIK DE LANGE, DIRECTEUR PREVENTIE EN INTERIM Uitzendkrachten
2.ARBEIDSONGEVALLEN VAN DE UITZENDKRACHTEN Resultaten van de jaarverslagen van de uitzendondernemingen 2001
2.ARBEIDSONGEVALLEN VAN DE UITZENDKRACHTEN 2001 2.1. Resultaten van de jaarverslagen van de uitzendondernemingen 2001 De gegevens betreffende de uitzendkrachten voor 2001 werden verzameld via de rapporten
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN De arbeidsongevallen in de bouwnijverheid in 2008 Analyse van de gevolgen van de vergrijzing en de globalisering op het ongevalsrisico in de bouwnijverheid Oktober 2009 1.
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN
FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Januari 2008 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen in de publieke sector in 2006 1 Inleiding In deze nota presenteren we de statistieken van de arbeidsongevallen overkomen
Bijlage bij nota Onderhoud : Tabellen
1 Bijlage bij nota Onderhoud 2008-2009: Tabellen Tabel 1 : Verdeling in absolute en relatieve frequentie van arbeidsongevallen bij onderhoudswerkzaamheden volgens hun gevolg in 2008 en 2009 Gevolgen van
RAPPORTAGE INCIDENTENANALYSE PERIODE 2012 TOT EN MET 2015 Q2
RAPPORTAGE INCIDENTENANALYSE PERIODE 212 TOT EN MET 215 Q2 Inhoud Inleiding... 2 1. Ongevallen zonder en met verzuim... 4 1.1.1 Vallen/struikelen/uitglijden, ongevallen zonder verzuim... 5 1.1.2 Vallen/struikelen/uitglijden,
Circulaire ARBEIDSONGEVALLEN
DEFINITIE art 7 DEFINITIE ERNSTIG Welzijnswet 1996 art 94bis, 1 Codex art I.6-2 DEFINITIE ARBEIDSWEGONGEVAL Een ongeval van een werknemer is een arbeidsongeval (AO) als volgende voorwaarden zijn vervuld:
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies [email protected] Inhoudstafel: 1
Samenvatting van de IMA-studie. Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid
1 Samenvatting van de IMA-studie Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid Het aantal arbeidsongeschikten alsook de betaalde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid
DE AUDIOVISUELE SECTOR CIJFERS OPLEIDINGSINSPANNINGEN
DE AUDIOVISUELE SECTOR CIJFERS 2013 OPLEIDINGSINSPANNINGEN INHOUDSOPGAVE I. INLEIDING... 2 II. SOCIALE BALANS... 3 III. ANALYSE VAN DE OPLEIDINGSINSPANNINGEN BINNEN HET PC 227... 5 1. REPRESENTATIVITEIT...
Ongevallen. Guy Linten preventieadviseur-coördinator Gemeenschappelijke preventiedienst
Ongevallen Guy Linten preventieadviseurcoördinator Gemeenschappelijke preventiedienst http://pro.go.be/gezondheidenpreventie/preventie Procedures: arbeidsongeval en ernstig arbeidsongeval Jaarverslag Jaarverslag
Stuur dit formulier binnen de 8 dagen na het ongeval naar de verzekeraar, samen met het medisch attest van
Arbeidsongevallen Terug te sturen naar: Huysman Verzekeringen [email protected] 09/376.14.82 Nummer verzekeringscontract: Bijkomende onderverdeling van het polisnummer : Stuur dit formulier binnen de
II. Het stelsel voor werknemers C. Statistieken 5. Arbeidsongevallen (FAO)
5. Arbeidsongevallen 5.0 Methodologische nota De tak arbeidsongevallen omvat twee stelsels (van financiering): het kapitalisatiestelsel en het repartitiestelsel. Enkel het repartitiestelsel behoort tot
LICHTE ONGEVALLEN Nota over de wetgeving
VL/NB Brussel, woensdag 23 april 2014 LICHTE ONGEVALLEN Nota over de wetgeving Twee nieuwe KB's bepalen de toepassingsmodaliteiten van het concept 'licht ongeval' in de reglementering betreffende arbeidsongevallen,
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs December 29 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Arbeidsmarktbarometer Onderwijs december
ARBEIDSONGEVALLEN Infosessies 1 11/2005
ARBEIDSONGEVALLEN Infosessies /2005 Overzicht van de scenario s Scenario : de aangifte van een arbeidsongeval Scenario 2: het maandelijks rapport Scenario 3: de werkhervatting Infosessies /2005 2 . De
ANALYSE ARBEIDSONGEVALLEN JOBSTUDENTEN- UITZENDKRACHTEN JULI, AUGUSTUS, SEPTEMBER 2007
ANALYSE ARBEIDSONGEVALLEN JOBSTUDENTEN- UITZENDKRACHTEN JULI, AUGUSTUS, SEPTEMBER 2007 Centrale Preventiedienst voor de Sector van de Uitzendarbeid Havenlaan 86C bus 302 1000 BRUSSEL 02/204.56.80 02/204.56.89
4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau
4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit
Aantal huisartsen en aantal FTE van huisartsen vanaf 2007 tot en met 2016
Aantal huisartsen en aantal FTE van huisartsen vanaf 2007 tot en met 2016 Werken er nu meer of minder huisartsen dan 10 jaar geleden en werken zij nu meer of minder FTE? LF.J. van der Velden & R.S. Batenburg,
Rimobo: een getuigenis uit de praktijk. B. Van Poppel Voorzitter navb-cnac constructiv
Rimobo: een getuigenis uit de praktijk B. Van Poppel Voorzitter navb-cnac constructiv Inhoud Van ongevallenpreventie naar werkbaar werk Sectorale initatieven Gebruik van RIMOBO p. 2 Van ongevallenpreventie
Centrale Preventiedienst voor de Sector van de Uitzendarbeid vzw Havenlaan 86C bus 302 1000 BRUSSEL 02/204.56.80 02/204.56.89 [email protected] www.p-i.
Jaarverslag 2006 Centrale Preventiedienst voor de Sector van de Uitzendarbeid vzw Havenlaan 86C bus 302 1000 BRUSSEL 02/204.56.80 02/204.56.89 [email protected] www.p-i.be 1/50 1. INTERNE WERKING... 4 1.1 Beheer...
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen
Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen
Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten
Evolutie van de schadefrequentie in de BA motorrijtuigen verzekering
Evolutie van de schadefrequentie in de BA motorrijtuigen verzekering Inhoud 1. Aantal schadegevallen BA toerisme en zaken... 2 Schadefrequentie BA toerisme en zaken... 2 Schadefrequentie van de schadegevallen
De kost van een arbeidsongeval
De kost van een arbeidsongeval Wim Fabeck, Safety Consultant AG Insurance 1 Inhoud Introductie De arbeidsongevallenwet 71 Directe kosten & indirecte kosten Casestudie Vragen Evolutie van de arbeidsongevallen
Factsheet Groothandel in Bloembollen Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2013
Factsheet Groothandel in Bloembollen 2014 Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2013 Colland Bestuursbureau, 31 oktober 2014 Pagina 2 27 Inhoudsopgave Toelichting
