Radioactiviteit en Kernfysica. Inhoud:
|
|
|
- Bruno Willems
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Radioactiviteit en Kernfysica Inhoud:. Atoommodel Rutherford Bohr. Bouw van atoomkernen A. Samenstelling B. Standaardmodel C. LHC D. Isotopen E. Binding F. Energieniveaus 3. Energie en massa A. Bindingsenergie B. Massaverlies C. Bindingsenergie per nucleon D. Creatie en annihilatie 4. Radioactief verval 5. Tempo van verval A. Activiteit B. Halveringstijd C. Voorbeeld: 6 gram Thorium-3 6. Ioniserende straling A. Ioniserend en doordringend vermogen B. Röntgenstraling C. Effecten op de mens D. Achtergrondstraling 7. Detectie van ioniserende straling 8. Toepassing van ioniserende straling 9. Kernreacties A. Kunstmatig verval B. Kernsplijting C. Kernfusie
2 Atoommodel Rutherford Bohr (H3 + 4.) Rutherford heeft aangetoond (9) dat atomen een positief geladen kern met protonen hebben. Bohr heeft aangetoond (93) dat elektronen slechts in bepaalde schillen kunnen zitten; bij de overgang van de ene naar de andere schil verandert de energie van het atoom en wordt een foton uitgezonden / geabsorbeerd: E foton = E = h f Booratoom (B)
3 A Bouw van atoomkernen; samenstelling ( 4.) Een atoomkern is opgebouwd uit twee soorten kerndeeltjes (nucleonen): protonen en neutronen. Een proton heeft een positieve lading. De grootte van die lading bedraagt e =,6. 9 C (de elementairlading). Een neutron is elektrisch neutraal. Een proton en een neutron hebben een vrijwel even grote massa (BINAS 7). De algemene notatie voor een atoom(soort) én voor een kern(soort) is: X A Z. Z is het atoomnummer. Dit getal geeft het aantal protonen in de kern aan. Daarmee wordt de plaats bepaald van het betreffende element in het periodiek systeem. X is het scheikundige symbool voor dat element. A is het massagetal. Dit getal geeft het totaal aantal nucleonen aan; dus de som van het aantal protonen én het aantal neutronen. 63 Cu Voorbeeld: 9. Het atoom heeft 9 als atoomnummer en is dus koper (Cu). De kern van dit koperatoom bestaat uit 9 protonen en uit 63 9 = 34 neutronen. 3
4 B Bouw van atoomkernen; standaardmodel ( 4.) Barlaeusgymnasium Volgens het standaardmodel (± 975) bestaat alle materie uit leptonen en quarks. Protonen en neutronen zijn geen elementaire deeltjes, maar bestaan uit drie quarks. De eigenschappen van up quark en down quark (u en d) bepalen het proton en het neutron. Krachtdragende deeltjes zorgen voor: Gluonen voor de sterke kernkracht, die quarks bij elkaar houdt Fotonen voor de elektromagnetische kracht tussen geladen deeltjes Bosonen voor de zwakke kernkracht, die belangrijk is bij radioactief verval Gravitonen voor de gravitatiekracht. Naar het Higgsboson wordt koortsachtig gezocht (LHC CERN; Tevatron Fermilab). 4
5 C Bouw van atoomkernen; LHC 5
6 D Bouw van atoomkernen; isotopen ( 4.) Een element bestaat meestal uit twee of meer soorten atomen. Er is géén verschil in chemische eigenschappen, omdat deze atomen hetzelfde aantal elektronen (want hetzelfde aantal protonen) bezitten. Isotopen verschillen in massa, doordat het aantal neutronen verschilt. Een geschikte eenheid voor de massa van atomen is de atomaire massaeenheid u: u = / massa C 6 atoom =,66. 7 kg (BINAS 7). Voorbeeld: In de natuur komen van koper de isotopen Cu en Cu 9 voor. De massa van de koperisotopen is bij benadering resp. 63 u en 65 u. In BINAS 5 staat een isotopenlijst. Deze lijst is overigens niet compleet. Van waterstof komen in de natuur voor: bijna % H.,5 % H (deuterium of zwaar waterstof). Isotopen zijn uitsluitend te scheiden volgens methoden, die berusten op het verschil in massa; massaspectrometrie (som 8), ultracentrifuge, gasdiffusie. E Bouw van atoomkernen; binding De protonen in een atoomkern oefenen een afstotende elektrische kracht op elkaar uit. Daar staat tegenover dat de nucleonen (zowel protonen als neutronen) ook een aantrekkende kracht op elkaar uitoefenen (de sterke kernkracht, die werkt op de quarks). De sterke kernkracht werkt slechts op zeer kleine afstanden (uitsluitend op nucleonen, die elkaars naaste buren zijn). Voor kleine atoomkernen (bijvoorbeeld een 7 kern) is het aantal neutronen in de kern ongeveer gelijk aan het aantal protonen. Naarmate de atoomkern groter is, neemt de verhouding van het aantal neutronen tot het aantal protonen toe. Voor de grootste, nog stabiele, atoomkernen (bijvoorbeeld een kern) is die verhouding ongeveer 3 :. Blijkbaar is een neutronenoverschot noodzakelijk bij grotere atoomkernen. Dit komt doordat elektrische afstoting tussen alle protonen in de kern belangrijk is. Door de extra neutronen in de kern, zijn deze protonen verder bij elkaar vandaan, waardoor de onderlinge elektrische afstoting kleiner is. 35 Cl 8 8 Pb 6
7 F Bouw van atoomkernen; energieniveaus ( 4.3) Barlaeusgymnasium De inwendige energie van een atoomkern kan slechts bepaalde waarden hebben. Daardoor kan een atoomkern slechts in bepaalde toestanden bestaan: de grondtoestand en de aangeslagen toestanden van de kern. In een atoomkern in de grondtoestand zijn de protonen en de neutronen optimaal gemengd; in een aangeslagen toestand is de rangschikking ( menging ) van de nucleonen niet optimaal. Bij de overgang naar een lagere aangeslagen toestand (naar een betere menging van de nucleonen in de kern) wordt een foton uitgezonden. Omdat deze energieveranderingen groot zijn ( MeV ), is dit gammastraling. 3A Energie en massa; bindingsenergie ( 5.) De bindingsenergie van een kern kan op twee verschillende manieren worden gedefinieerd: De energie die nodig is om alle nucleonen van een kern te scheiden De energie die vrijkomt bij de vorming van de kern uit losse nucleonen. 3B Energie en massa; massaverlies ( 5.) De eenvoudigste kern met meer dan één nucleon is de deuteriumkern met een bindingsenergie van, MeV. Deze bindingsenergie is gemeten door deuterium te bestralen met gammastraling, waardoor de kern werd gesplitst: H + γ p n. + Met de beroemde formule van Einstein E = m c is deze bindingsenergie te berekenen, omdat bindingsenergie van een kern zich manifesteert in een equivalent verlies aan massa. Massabalans (in u): massa proton,776 massa neutron,8665 som:,594 massa deuteriumkern,4,549 =,3553 m =,388 u =,388 93,49 =,4 MeV. (BINAS 7: u =, kg = 93,49 MeV) H Een kern in een metastabiele aangeslagen toestand is een nucleaire isomeer. 7
8 3C Energie en massa; bindingsenergie per nucleon ( 5.) De bindingsenergie van een 56 Fe 6 kern is: Massabalans (in u): massa 6 protonen 6,776 = 6,89 massa 3 neutronen 3,8665 = 3,6 som: 56,449 massa 56 Fe 6 kern 55, ,549 = 55,97 m =,585 u =,585 93,49 = 49,3 MeV. De bindingsenergie is vanzelfsprekend groter naarmate de kern meer nucleonen bevat; een uraniumkern heeft een grotere bindingsenergie dan een ijzerkern. Om de binding van een kern te beoordelen is het daarom zinvoller om te kijken naar de bindingsenergie per nucleon. De bindingsenergie per nucleon van een 56 Fe 49, kern is: = 8,79 MeV. Het blijkt dat de bindingsenergie per nucleon zowel voor lichte als voor zware kernen kleiner is dan voor middelzware kernen. Er zijn dus twee processen mogelijk waarbij energie kan vrijkomen: door zware kernen te splijten (zie 9B) door lichte kernen te fuseren (zie 9C). 8
9 3D Energie en massa; creatie en annihilatie Barlaeusgymnasium Het feit dat massa en energie in elkaar kunnen worden omgezet wordt fraai bevestigd door de volgende processen: Creatie (paarvorming) Een γ-foton met voldoende energie kan overgaan in twee deeltjes (deeltje + antideeltje). Bijvoorbeeld de creatie van een elektron en een positron (= anti-elektron): γ e + e. Omdat het positron even zwaar is als het elektron, moet het foton minstens 8 3 ( 3,. ) =,64. J 3 E = m c = 9,. zijn. e Annihilatie (vernietiging) Een positron kan slechts uiterste korte tijd bestaan. Zodra het met een elektron botst, verdwijnen beide deeltjes. Er komt stralingsenergie vrij (twee of drie fotonen). 4 Radioactief verval ( 4.3) Niet alle kernen zijn stabiel. Als een kern instabiel is, vervalt het. Dit gebeurt spontaan. Bij dit natuurlijke (spontane) vervalproces komt energie vrij in de vorm van ioniserende straling (kernstraling). Bij natuurlijke vervalprocessen geldt: De totale lading voor en na het verval is gelijk. Het totaal aantal nucleonen voor en na het verval is gelijk. Er komt energie vrij: stralingsenergie (γ-fotonen) kinetische energie van de materie deeltjes. Er zijn vier oorzaken van instabiliteit:. het aantal neutronen in de kern is te hoog. het aantal neutronen in de kern is te laag 3. het aantal nucleonen in de kern is te hoog 4. de kern bevindt zich in een aangeslagen toestand.. Het aantal neutronen in de kern is te hoog: β straling Een neutron in de kern vervalt in een proton én een elektron. Het elektron wordt uitgezonden: β straling Voorbeeld: C N + e oftewel: C N + β Het elektron krijgt 56 kev kinetisch energie (BINAS 5). p + e + ν en een anti-elektronneutrino: e n 9
10 . Het aantal neutronen in de kern is te laag: β + straling óf K-vangst Mogelijkheid : Energie in de kern wordt omgezet in materie (creatie): er wordt een elektron positron (anti-elektron) paar gevormd. Het elektron vormt met een proton een neutron: p + e n. Het positron wordt uitgezonden: β + straling. Voorbeeld: C B e oftewel: C B β Het positron krijgt, MeV kinetisch energie (BINAS 5). Mogelijkheid : Een elektron uit de (binnenste) K-schil wordt door de kern ingevangen: K-vangst of electron-capture (E.C.). Het elektron vormt met een proton een neutron: p + e n. Het gat in de K-schil wordt opgevuld door elektronen die vanuit hogere schillen terugvallen; daarbij ontstaat (een spectrum van) röntgenstraling Voorbeeld: Fe + e Mn. 6 5 Er wordt röntgenstraling uitgezonden, kenmerkend voor mangaan. 3. Het aantal nucleonen in de kern is te hoog: α straling Twee protonen + twee neutronen samen (He-kern of α deeltje) schieten uit de kern. Voorbeeld: Rn 84 Po + He ofwel: 4 86 Rn 84 Po + α. Het α deeltje krijgt 6,4 MeV kinetisch energie (BINAS 5). 4. De kern bevindt zich in een aangeslagen toestand: γ straling Kernen verkeren vaak in een aangeslagen toestand als zij door een kernreactie of door radioactief verval zijn ontstaan 3. De kern gaat (meestal na zeer korte tijd) over in een lagere energietoestand (eventueel de grondtoestand). Er wordt γ straling uitgezonden. Uit het γ spectrum kunnen de verschillende energieniveaus van de kern worden afgeleid. 3 Meestal gaat α straling of β straling daarom gepaard met γ straling.
11 A = dn dt = λ N N( t) = N () e Barlaeusgymnasium 5A Tempo van verval; activiteit ( 4.4) Niet alle kernen zijn stabiel. Als een kern instabiel is (als de stof radioactief is), vervalt het. Instabiele kernen hebben een zekere kans om in een bepaalde periode (bijvoorbeeld de komende seconde) te vervallen 4. Bij zeer instabiele kernen is die kans zeer groot. Activiteit A is het aantal kernen dat per seconde vervalt: [A] = Bq = s. De activiteit is evenredig met het aantal (nog) aanwezige kernen N: λ t N(t): het aantal aanwezige kernen op tijdstip t N(): het beginaantal kernen λ: de vervalconstante van de stof De activiteit van een stof is groot als: De stof zeer instabiel is (λ groot is). Er zeer veel instabiele kernen aanwezig zijn, die dus nog kunnen vervallen. Bewijs: dn ( t) = λ dt N( t) t dn( t) = N( t ) t λ dt ln N ( t) = λ t + C ln N () = λ + C C = ln N() ln N( t) ln N() = λ t N( t) ln = λ t N() N( t) λ t = e N() 4 Wanneer een kern precies vervalt is dus niet te berekenen.
12 5B Tempo van verval; halveringstijd ( 4.) Exponentiële afname wordt gekenmerkt door een constante halveringstijd t ½ (t h ). Er geldt: N( t) = N () ( ) t th Na t ½ is er nog 5, % van de oorspronkelijk aanwezige kernen: N(t) = ½ N() Na t ½ is er nog 5, % van de oorspronkelijk aanwezige kernen: N(t) = (½) N() Na 3 t ½ is er nog,5 % van de oorspronkelijk aanwezige kernen: N(t) = (½) 3 N() Na 4 t ½ is er nog 6,5 % van de oorspronkelijk aanwezige kernen: N(t) = (½) 4 N() etc. Een zeer instabiel stof wordt gekenmerkt door: Een grote vervalconstante λ Een kleine halveringstijd t h. Verband tussen λ en t h : Bewijs: e ln λ t = ( h ) t t t λ t h [ e ] = ln ( ) t ln ( ) λ t = λ t = λ t h t t h t ln ( ) t h = ln ( ) λ t h = ln Bepaling halveringstijd 4 C : 3 t = 7. jaar t = 5,7. jaar. Bestudeer:
13 5C Barlaeusgymnasium Tempo van verval; voorbeeld: 6 gram Thorium-3 In de natuur komt uitsluitend Het aantal 3 Th 3 Th 9 voor. 9 kernen in 6 gram is: N A = 6,. = 3,. of: ,66. 7 = 3,. 3 3 Th 9 is een α straler met t h = 4. 9 jaar: Th 88 Ra + 4 α Vervalreeks 3 9 Th Aantal 3 Th 9 kernen N (aantal Th-kernen) 3,E+3,5E+3,E+3,5E+3 Verval Thorium-3,E+3 5,E+,E+ E+ 9E+ 8E+ 7E+ 6E+ 5E+ 4E+ 3E+ E+ E+ E+ tijd (jaar) 3
14 Berekening activiteit 6 gram Th 3 9 : ln t Er geldt: A( t) N( t) = N( t) = λ h ln 3 4 A( ) = 3,. = 47. Bq ,5. Barlaeusgymnasium Bepaling activiteit 6 gram Th 3 9 : 3 N ( ) 3,. A( ) = = ( ) = 7 t,. 3, Bq Na hoeveel jaar is de activiteit van het thorium 5 gedaald tot 9,4. 3 Bq? A = A() 9,4. 4 t 9 ( th 4. ) = ( ) 3 t ( t) 47. =, = ln (,) = t ln (,5) ln (,) t = 4. = 79. ln,5 ( ) 9 jaar 5 Er wordt geen rekening gehouden met de radioactieve vervalproducten. 4
15 6A Ioniserende straling; doordringend vermogen ( ) Ioniserende straling kan atomen ioniseren. Het bezit (ruim) voldoende energie om elektronen uit de buitenste schillen van atomen weg te slaan, zodat er positieve ionen ontstaan. Daardoor kunnen biochemische processen (bijvoorbeeld in het menselijke lichaam door beschadiging van DNA en/of afbraak van eiwitten en/of mutatie = reproductie beschadigde cellen) ernstig verstoord worden. α en β straling zijn geladen deeltjes met een grote kinetische energie. Bij iedere botsing met een atoom geven zij een klein deel van hun kinetische energie af, waardoor het atoom wordt geïoniseerd. γ straling is elektromagnetische straling. Met de energie van de fotonen die worden geabsorbeerd, worden atomen geïoniseerd. Doordat α en β straling binnen een korte afstand met zeer veel atomen botsen, is hun doordringend vermogen 6 (dracht) gering. γ straling heeft een groot doordringend vermogen; er is een dikke loden plaat nodig om bijna alle fotonen te absorberen. Halveringsdikte d h (BINAS 8E) De hoeveelheid γ straling 7 dat een materiaal doorlaat, hangt af van: de energie van de straling het soort materiaal de dikte van het materiaal. x d I( x) = I() Er geldt: ( ) h 6 Positronen hebben geen doordringend vermogen: directe annihilatie met elektronen. 7 of röntgenstraling 5
16 6B Ioniserende straling; röntgenstraling ( 4.) Ook (harde) röntgenstraling heeft een ioniserende werking. Röntgenstraling ontstaat bij K-vangst en in een röntgenbuis. Bestudeer het artikel (inclusief de bijlessen en de opgaven): 6C Ioniserende straling; effecten op de mens ( 4.7) Bestraling: De bron van de ioniserende straling bevindt zich op (enige) afstand. Bescherming tegen α en β bestraling: bron afschermen. Bescherming tegen γ / röntgenstraling: bron afschermen (lood / beton) afstand bewaren ( kwadratenwet ) (lange) blootstelling vermijden. Besmetting: de bron van de ioniserende (α of β) straling is in/op het lichaam. Bescherming tegen besmetting: zorgvuldig beheer radioactieve stoffen. ALARA principe 8 : bestraling en besmetting worden zoveel als redelijkerwijs mogelijk is beperkt. Gezondheidseffecten ioniserende én niet-ioniserende straling: 8 ALARA = As Low As Reasonably Achievable 6
17 Gezondheidseffecten van ioniserende straling hangen af van: de soort straling de energie van de straling de intensiteit van de straling het lichaamsdeel dat wordt bestraald de leeftijd. Stralingsbelasting dient zoveel mogelijk te worden beperkt. Stralingsdosis D De hoeveelheid stralingsenergie die kg weefsel absorbeert. D = E abs m [ D ] = Gray = Gy = J/kg. Omdat bij gelijke stralingsdosis het ioniserend vermogen van α straling x zo groot is als van de andere soorten straling, is de stralingsweegfactor w R en de dosisequivalent H ingevoerd: E H = w R abs m = w R D [ H ] = Sievert = Sv = J/kg. soort straling weegfactor w R α β γ röntgen De dosisequivalent dient per jaar onder msv te zijn (BINAS 7G en 7H). 7
18 6D Ioniserende straling; achtergrondstraling ( 4.) Achtergrondstraling is de ioniserende straling die voortdurend aanwezig is. Natuurlijke achtergrondstraling: Ten gevolge van radioactieve isotopen in de bodem en in bouwmaterialen. Bijvoorbeeld: Radon (Rn) is een radioactief edelgas, dat o.a. ontstaat bij het verval van radium (Ra). Het komt van nature in de lucht voor. In (kruipruimtes van) woningen kan het gas zich ophopen. Door inademen van radon vindt besmetting plaats. Omdat radon een α straler is, is er dan sprake van stralingsbelasting van kwetsbaar longweefsel. Ten gevolge van kosmische straling uit het heelal. Protonen en heliumkernen met grote kinetische energie botsen (hoog) in de atmosfeer met vooral stikstof en zuurstofmoleculen. Het radioactieve koolstof-4 is een van de isotopen die zo ontstaan: 4 4 n + 7 N 6 C + p. Koolstof-4 is van belang bij dateringen van materialen van biologische oorsprong: Kunstmatige achtergrondstraling: Ten gevolge van het testen en gebruiken van kernwapens Ten gevolge van toepassing van en ongelukken met kernenergie. Radiologie: De moderne gezondheidszorg is verantwoordelijk voor een significant deel van de stralingsbelasting. Diagnose: het vaststellen van ziektebeelden Therapie: het behandelen van ziektebeelden. 8
19 7 Detectie van ioniserende straling: Boek 4.6 Badge Bellenvat Geigermüller teller Dradenkamer 8 Toepassing van ioniserende straling: Boek Radiodiagnose Röntgenfoto CT-scan 99 m Tracers; b.v. 43 Tc Radiotherapie Inwendige bestraling Uitwendige bestraling Industriële toepassingen 9
20 9 Kernreacties door het beschieten van atoomkernen ( 5.) Bij radioactief verval treedt een spontane kernreactie op, doordat de kern instabiel is. Kernreacties kunnen ook optreden door een atoomkern te beschieten, zodat er een deeltje (projectiel) de atoomkern binnendringt. In de kernfysica gebeurt dit beschieten met: 4 α, p, H De projectielen zijn positief geladen en worden dus door de atoomkern afgestoten. Om de atoomkern binnen te dringen moeten deze projectielen dus een zeer grote kinetische energie bezitten (deeltjesversnellers). n Neutronen ondervinden geen afstotende kracht van de atoomkern. Het blijkt dat de kinetische energie van de neutronen niet te groot mag zijn om een kernreactie te veroorzaken 9. Als het projectiel door de atoomkern wordt ingevangen, ontstaat een tussenkern. Er zijn vervolgens drie mogelijkheden:. De tussenkern vervalt (kunstmatig verval). Kernsplijting 3. Kernfusie. Er komt in ieder geval γ straling vrij, omdat de kernen in een aangeslagen toestand ontstaan. Bij de kernreacties wordt het γ foton (meestal) weggelaten. 9 Zie moderator bij kernsplijting
21 9A Kernreacties; kunstmatig verval Barlaeusgymnasium Ook nu geldt bij iedere kernreactie: De totale lading voor en na het verval is gelijk. Het totaal aantal nucleonen voor en na het verval is gelijk. In tegenstelling tot natuurlijk verval treedt kunstmatig verval niet spontaan op. Als er sprake is van massa-afname, komt er bij het vervalproces energie vrij. Als er sprake is van massatoename, is de hoeveelheid energie na de reactie kleiner dan ervoor. Voorbeelden: De eerste kunstmatige kernreactie; Rutherford N + α 8 O + 4 Het proton vliegt weg: protonstraling. De ontdekking van het neutron; Chadwick Be + α 6 C + Het neutron vliegt weg: neutronstraling. p n De productie van de eerste kunstmatige radioactieve stof; Joliot - Curie Al + α 5 P + De productie van de eerste transuraan ; 94 U + n Np Massabalans van deze reactie (in u): massa voor = massa 38 U n e 9 atoom + massa neutron massa 9 elektronen 39 massa na = massa 93 Np atoom + massa elektron massa 93 elektronen 39 m = massa Np atoom massa 9 U atoom massa neutron = 39,593 u 38,579 u,867 u =,653 u. Bij deze reactie neemt de massa af. Er komt,653 93,49 = 6,8 MeV energie vrij. Het elektron krijgt kinetische energie; hoeveel is niet te zeggen, omdat: Het neutron voor de reactie een onbekende hoeveelheid kinetische energie bezat. Er ook γ straling (met onbekende frequentie) vrijkomt. Zie boek bladzijde 5 voor een voorbeeld waarbij de massa toeneemt en de totale kinetische energie na de kernreactie dus kleiner is dan ervoor. N.B. Bij natuurlijk verval neemt de massa altijd af (komt er altijd energie vrij).
22 9B Kernreacties; kernsplijting ( 5.3) Barlaeusgymnasium Kernen van 9 U en 94 Pu kunnen splijten (splitsen) na vangst van een langzaam ( thermisch ) neutron. De totale massa van de brokstukken + de losse neutronen die vrijkomen is 36 4 kleiner dan de massa van de tussenkern 9 U of 94 Pu. Bij deze splijtingen komt dus energie vrij (kinetische energie van de brokstukken en de neutronen). Voorbeeld: 36 ( ) 9 U + n 9 U lichtere kernen + à 3 n 35 Het invallende neutron moet langzaam zijn, anders ontstaat de tussenkern niet. Het is niet te voorspellen welke lichtere kernen uit de tussenkern ontstaan. Er zijn veel mogelijkheden. De nieuw gevormde lichtere kernen krijgen een grote kinetische energie. Deze energie wordt overgedragen aan de omgeving: warmte. De vrijgekomen neutronen zijn snel. Deze neutronen moeten afgeremd worden om een nieuwe kernsplijting (en daarmee een kettingreactie) te kunnen veroorzaken. In een kerncentrale is sprake van een gecontroleerde kettingreactie; in een kernbom explodeert het aantal reacties. 38 U 9 splijt niet na het invangen van een neutron. Er ontstaat neptunium: 39 ( U 39 ) Np + + γ 38 U n e Zie:
23 Kern(splijtings)reactor In Nederland is een reactor in Borssele voor het opwekken van elektrische energie en een reactor in Petten voor de fabricage van isotopen. Splijtstof is het materiaal waarin kernsplijting plaatsvindt: 9 U en Pu In natuurlijk uranium zit slechts,7% 35 9 U. 35 Het verrijken van uranium is het vergroten van het percentage 9 U. 35 Verrijken is nodig, omdat uitsluitend de isotoop 9 U kan splitsen en gebeurt met toestellen die gebruik maken van het verschil in massa tussen 9 U en 9 U (b.v. ultracentrifuge). 35 Laag verrijkt uranium bevat (minstens) 3% 9 U. 35 Hoog verrijkt uranium (waarin het percentage 9 U aanzienlijk verder is verhoogd) kan in kernwapens worden toegepast. De internationale gemeenschap is bezorgd over het nucleaire programma in Iran; zie: Pu Ook 94 wordt als splijtstof gebruikt; zowel voor het opwekken van energie als in kernwapens. Het eerste kernwapen dat in oorlogstijd werd ingezet was de uraniumbom Little Boy, die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Verenigde Staten op 6 augustus 945 boven de Japanse stad Hiroshima tot ontploffing werd gebracht. Het vliegtuig waarmee de bom naar Hiroshima werd gevlogen heette Enola Gay. Op 9 augustus 945 werd Nagasaki aangevallen met een plutoniumbom: Fat Man. Er zijn plannen voor een tweede centrale: Soms wordt (ten onrechte) gesproken van brandstof; er is geen sprake van verbranding. 3
24 De splijtstofstaven raken na verloop van tijd verontreinigd met uiterst radioactieve splijtingsproducten. Bovendien neemt het percentage Splijtstofcyclus: 35 U 9 af. opwerken: Het (terug)winnen van uranium en plutonium uit gebruikt splijtstof om hergebruik mogelijk te maken. Plutonium ontstaat in de splijtstofstaven: Pu kan net als U 39 9 (op veel verschillende manieren) splijten: opslag radioactief afval: Deze regering ziet voldoende mogelijkheden om het radioactieve afval op een verantwoorde wijze op te slaan: 4
25 Moderator is de neutronenremmer die de snelle neutronen, die bij splijting van de tussenkern ontstaan, geschikt maakt om een nieuwe kern te splijten. Door de vele botsingen tegen de moderator (die bestaat uit lichte atomen; b.v. koolstof) verliezen de neutronen hun snelheid. Regelstaven bestaan uit materialen (zoals cadmium) die neutronen absorberen. Het aantal splijtingen en daarmee het vermogen van de centrale kan worden geregeld door de regelstaven meer of minder tussen het splijtstofmateriaal in te schuiven. Vermenigvuldigingsfactor k: k = De reactor werkt op constant vermogen. k > Het reactorvermogen stijgt, bijvoorbeeld als de reactor opstart. Het aantal splijtingen per seconde stijgt doordat de regelstaven minder ver tussen het splijtstofmateriaal worden geschoven. k < Het vermogen daalt, bijvoorbeeld als de reactor wordt stilgelegd. Het aantal splijtingen per seconde daalt doordat de regelstaven verder tussen het splijtstofmateriaal worden geschoven. Koelmiddel bevindt zich tussen de splijtstofstaven en geeft de warmte af via een warmtewisselaar af aan een tweede circuit. Daar volgt de keten: stoom turbine dynamo. Omhulsel van beton en staal dient als beveiliging tegen de hoge druk en tegen de vrijkomende ioniserende straling. 5
26 9C Kernreacties; kernfusie Kernfusie is het samengaan van twee lichte kernen. Een belangrijk voorbeeld is het samengaan van een deuteriumkern en een tritiumkern 3 : 3 4 H + H He + n Barlaeusgymnasium Bij deze fusiereactie is sprake van een relatief grote massa-afname; er komt veel energie vrij. Massabalans van deze reactie (in u): massa voor = massa H atoom + massa 3 H atoom massa elektronen 4 massa na = massa He atoom + massa neutron elektronen 4 m = massa He atoom + massa n massa atoom H massa 3 H atoom =,4 u + 3,65 u 4,63 u,8665 u =,89 u. Bij deze reactie neemt de massa af. Er komt,89 93,49 = 7,59 MeV energie vrij. Om twee lichte kernen te fuseren, moet eerst veel energie worden toegevoerd (beschikbaar zijn) om de elektrische afstoting tussen de positief geladen kernen te overwinnen. De kernen moeten daartoe een zeer grote snelheid hebben. Er moet dus een zeer hoge temperatuur zijn. De te fuseren deeltjes bevinden zich in de zogenaamde plasma fase 4. Om de kans op fuseren te vergroten, moet de dichtheid van de kernen groot zijn. Er moet dus sprake zijn van een zeer hoge druk. Om een reeks van fusiereacties mogelijk te maken, moeten beide omstandigheden bovendien gedurende enige tijd aanwezig blijven. Aan deze voorwaarden is voldaan in het inwendige van sterren zoals onze zon. Sinds 95 zijn er waterstofbommen (H-bom), die hun explosieve energie (vooral) halen uit de fusie van waterstof. Kernsplijting wordt daarbij gebruikt om een voldoende hoge temperatuur en druk te krijgen om het fusieproces op gang te brengen. 3 4 Tritium kan ontstaan door: reactie van lithium en neutron Li + n He H (kernreactor) N n 6 C + 3 reactie van stikstof en neutron + H (kosmische straling) In de natuurkunde wordt onder plasma een fase verstaan waarin de deeltjes van een gasvormige stof in meer of mindere mate geïoniseerd zijn. Vaak wordt plasma de vierde aggregatietoestand genoemd; naast vast, vloeibaar en gas. 6
27 ITER is een internationaal onderzoeksproject om elektrische energie op te wekken in een kernfusiecentrale. Het is onduidelijk of / wanneer kernfusie voor de productie van elektriciteit mogelijk zal zijn. Een belangrijk technologisch probleem is de opsluiting van het plasma (bij een zeer hoge temperatuur en druk) in een magneetveld
28 Fusie in de zon De zon bestaat voor bijna 75 % 5 uit waterstof en voor bijna 5 % uit helium. In het inwendige van sterren is fusie mogelijk. De fusie van waterstof tot helium (proton-proton-cyclus) is in sterren zoals onze zon het belangrijkste: 4 Per saldo fuseren 4 p tot één He kern. Daarbij ontstaan ook twee e. 4 m = massa He atoom massa e + massa e 4 massa p = 4,63 u 4,776 u =,65 u. Bij deze proton-proton-cyclus neemt de massa af. Er komt,65 93,49 = 4,69 MeV energie vrij. De neutrino s hebben met de materie in de zon geen wisselwerking en vliegen de zon uit het heelal in. De hoge temperatuur in het inwendige van de zon is het gevolg van: De energie van de γ straling 4 De kinetische energie van de deeltjes die ontstaan: He, p en e De energie die ontstaat bij de annihilatie van e. 5 massa-percentages 8
Hoofdstuk 9: Radioactiviteit
Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige
5,5. Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli keer beoordeeld. Natuurkunde
Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli 2006 5,5 66 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Natuurkunde samenvatting hoofdstuk 3 ioniserende straling 3. 1 de bouw van de atoomkernen. * Atoom: - bestaat
Samenvatting H5 straling Natuurkunde
Samenvatting H5 straling Natuurkunde Deze samenvatting bevat: Een begrippenlijst van dikgedrukte woorden uit de tekst Belangrijke getallen en/of eenheden (Alle) Formules van het hoofdstuk (Handige) tabellen
Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 5 Straling Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 5.1 Straling en bronnen Eigenschappen van straling RA α γ β 1) Beweegt langs rechte lijnen vanuit een bron. ) Zwakker als ze verder
Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 5 Straling Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 5.1 Straling en bronnen Eigenschappen van straling RA α γ β 1) Beweegt langs rechte lijnen vanuit een bron. 2) Zwakker als ze verder
Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5
Uitwerkingen opgaven hodstuk 5 5.1 Kernreacties Opgave 1 a Zie BINAS tabel 40A. Krypton heeft symbool Kr en atoomnummer 36 krypton 81 = 81 36 Kr 81 0 81 De vergelijking voor de K-vangst is: 36Kr 1e 35X
1 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj Mieke Blaauw
1 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj 2018 Mieke Blaauw 2 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj 2018 1-3 Atoombouw en verval 4,5 Wisselwerking van straling met materie en afscherming 6-9 Röntgentoestellen,
Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries
Bestaand (les)materiaal Loran de Vries Database www.adrive.com Email: [email protected] ww: Natuurkunde4life NiNa lesmateriaal Leerlingenboekje in Word Docentenhandleiding Antwoorden op de opgaven
Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel.
H7: Radioactiviteit Als een bepaalde kern van een element te veel of te weinig neutronen heeft is het onstabiel. Daardoor gaan ze na een zekere tijd uit elkaar vallen, op die manier bereiken ze een stabiele
KERNEN & DEELTJES VWO
KERNEN & DEELTJES VWO Foton is een opgavenverzameling voor het nieuwe eindexamenprogramma natuurkunde. Foton is gratis te downloaden via natuurkundeuitgelegd.nl/foton Uitwerkingen van alle opgaven staan
1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm.
Domein F: Moderne fysica Subdomein: Atoomfysica 1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm. Bereken de energie van het foton in ev. E = h c/λ (1) E = (6,63 10-34 3 10 8 )/(589
Stabiliteit van atoomkernen
Stabiliteit van atoomkernen Wanneer is een atoomkern stabiel? Wat is een radioactieve stof? Wat doet een radioactieve stof? 1 Soorten ioniserende straling Alfa-straling of α-straling Bèta-straling of β-straling
Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme
Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme 2 Geschiedenis -500 vcr.: ατοµοσ ( atomos ) bij de Grieken (Democritos) 1803: verhandeling van Dalton over atomen 1869: voorstelling van 92
Inleiding stralingsfysica
Inleiding stralingsfysica Historie 1896: Henri Becquerel ontdekt het verschijnsel radioactiviteit 1895: Wilhelm Conrad Röntgen ontdekt Röntgenstraling RadioNucliden: Inleiding Stralingsfysica 1 Wat maakt
Begripsvragen: Radioactiviteit
Handboek natuurkundedidactiek Hoofdstuk 4: Leerstofdomeinen 4.2 Domeinspecifieke leerstofopbouw 4.2.6 Radioactiviteit Begripsvragen: Radioactiviteit 1 Meerkeuzevragen Ioniserende straling 1 [H/V] Op welke
Fysische grondslagen radioprotectie deel 1. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum
Fysische grondslagen radioprotectie deel 1 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum [email protected] Fysische grondslagen radioprotectie H1: INLEIDING H2: STRALING - RADIOACTIVITEIT
Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling
Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling Samenvatting door een scholier 1947 woorden 26 augustus 2006 6,5 102 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Natuurkunde overal Samenvatting Natuurkunde VWO
1 Welk van onderstaande schakelingen is geschikt om de remspanning te meten?
Domein F: Moderne Fysica Subdomein: Atoomfysica 1 Welk van onderstaande schakelingen is geschikt om de remspanning te meten? 2 Bekijk de volgende beweringen. 1 In een fotocel worden elektronen geëmitteerd
Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5
Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Meerkeuzevragen + bijbehorende antwoorden aansluitend op hoofdstuk 2 paragraaf 1 t/m 3, Kromlijnige bewegingen (Systematische Natuurkunde) Vraag 1 Bij een horizontale worp
Alfastraling bestaat uit positieve heliumkernen (2 protonen en 2 neutronen) met veel energie. Wordt gestopt door een blad papier.
Alfa -, bèta - en gammastraling Al in 1899 onderscheidde Ernest Rutherford bij de uraniumstraling "minstens twee" soorten: één die makkelijk wordt geabsorbeerd, voor het gemak de 'alfastraling' genoemd,
Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.
Uitwerkingen 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is evenveel negatief
Samenvatting Natuurkunde Domein B2
Samenvatting Natuurkunde Domein B2 Samenvatting door R. 1964 woorden 2 mei 2017 7,1 4 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Domein B. Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2. Medische beeldvorming 1. Uitzending,
Werkstuk Natuurkunde Kernenergie
Werkstuk Natuurkunde Kernenergie Werkstuk door een scholier 1606 woorden 24 december 2003 5,8 121 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Onderzoeksvragen Wat is kernenergie? Bij een kernsplijtingsproces worden
Hoofdstuk 1: Radioactiviteit
Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Inleiding Het is belangrijk iets te weten over wat we in de natuurkunde radioactiviteit noemen. Ongetwijfeld heb je, zonder er direct mee in aanraking te zijn geweest, er ergens
Opgave 3 N-16 in een kerncentrale 2014 II
Opgave 3 N-16 in een kerncentrale 2014 II In de reactor binnen in het reactorgebouw van een kerncentrale komt warmte vrij door kernsplijtingen. Die warmte wordt afgevoerd door het water in het primaire
De energievallei van de nucliden als nieuw didactisch concept
De energievallei van de nucliden als nieuw didactisch concept - Kernfysica: van beschrijven naar begrijpen Rita Van Peteghem Coördinator Wetenschappen-Wisk. CNO (Centrum Nascholing Onderwijs) Universiteit
21/05/2014. 3. Natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit 3.1 3.1. 3.1 Soorten radioactieve straling en transmutatieregels. (blijft onveranderd)
3. Natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit 3.1 Soorten radioactieve straling en transmutatieregels 3.2 Halveringstijd Detectiemethoden voor radioactieve straling 3.4 Oefeningen 3.1 Soorten radioactieve
6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie
Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie Opgave 1 a Zie figuur 6.1. Figuur 6.1 Als je met het vliegtuig gaat, ontvang je de meeste straling, omdat je je op een
Fysische grondslagen radioprotectie deel 1. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum
Fysische grondslagen radioprotectie deel 1 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum [email protected] Fysische grondslagen radioprotectie Wat is straling? Radioactiviteit?
Examentraining 2015. Leerlingmateriaal
Examentraining 2015 Leerlingmateriaal Vak Natuurkunde Klas 5 havo Bloknummer Docent(en) Blok IV Medische beeldvorming (B2) WAN Domein B: Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2: Straling en gezondheid
Ioniserende straling - samenvatting
Ioniserende straling - samenvatting Maak eerst zélf een samenvatting van de theorie over ioniserende straling. Zorg dat je samenvatting de volgende elementen bevat: Over straling: o een definitie van het
Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING
Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING NIRAS Brussel, 01-01-2001 1. Radioactiviteit en ioniserende straling Alles rondom ons
Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e
13 Dosisbegrippen stralingsbescherming 1 13 Ioniserende straling ontvanger stralingsbron stralingsbundel zendt straling uit absorptie van energie dosis mogelijke biologische effecten 2 13 Ioniserende straling
2.3 Energie uit atoomkernen
2. Energie uit atoomkernen 2.1 Equivalentie van massa en energie 2.2 Energie per kerndeeltje in een kern 2.3 Energie uit atoomkernen 2.1 Equivalentie van massa en energie Einstein: massa kan worden omgezet
Straling. Onderdeel van het college Kernenergie
Straling Onderdeel van het college Kernenergie Tjeerd Ketel, 4 mei 2010 In 1946 ontworpen door Cyrill Orly van Berkeley (Radiation Lab) Nevelkamer met radioactiviteit, in dit geval geladen deeltjes vanuit
Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.
Uitwerkingen 1 Opgave 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Opgave 3 Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is
Kernenergie. FEW cursus: Uitdagingen. Jo van den Brand 6 december 2010
Kernenergie FEW cursus: Uitdagingen Jo van den Brand 6 december 2010 Inhoud Jo van den Brand [email protected] www.nikhef.nl/~jo Boek Giancoli Physics for Scientists and Engineers Week 1 Week 2 Werkcollege
Natuurkunde Hoofdstuk 12 & 13 VWO 5 / SE IV
Natuurkunde Hoofdstuk 12 & 13 VWO 5 / SE IV 12.1 Een deel van het elektromagnetische spectrum is infrarood, dit zit naast het zichtbare licht en wordt vaak warmtestraling genoemd. Alle voorwerpen zenden
1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.
SO Straling 1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. 2 Waaruit bestaat de elektronenwolk van een atoom? Negatief geladen deeltjes, elektronen. 3 Wat bevindt zich
RADIOACTIEF VERVAL. Vervalsnelheid
/stralingsbeschermingsdienst 8385-I dictaat september 2000 RADIOACTIEF VERVAL Voor een beperkt aantal van nature voorkomende kernsoorten en voor de meeste kunstmatig gevormde nucliden wijkt de neutron/proton
1 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj Mieke Blaauw
1 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj 2018 2 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj 2018 1-3 Atoombouw en verval 4,5 Wisselwerking van straling met materie en afscherming 6-9 Röntgentoestellen,
H7+8 kort les.notebook June 05, 2018
H78 kort les.notebook June 05, 2018 Hoofdstuk 7 en Materie We gaan eens goed naar die stoffen kijken. We gaan steeds een niveau dieper. Stoffen bijv. limonade (mengsel) Hoofdstuk 8 Straling Moleculen water
Wisselwerking. van ioniserende straling met materie
Wisselwerking van ioniserende straling met materie Wisselwerkingsprocessen Energie afgifte en structuurverandering in ontvangende materie Aard van wisselwerking bepaalt het juiste afschermingsmateriaal
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kernfysica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Kernfysica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),
p na = p n,na + p p,na p n,na = m n v 3
Kernreactoren Opgave: Moderatorkeuze in een kernsplijtingscentrale a) Er is geen relevante externe resulterende kracht. Dat betekent dat er geen relevante stoot wordt uitgeoefend en de impuls van het systeem
(a) Noem twee eigenschappen die quarks en leptonen met elkaar gemeen hebben.
Uitwerkingen HiSPARC Elementaire deeltjes C.G.N. van Veen 1 Hadronen Opdracht 1: Elementaire deeltjes worden onderverdeeld in quarks en leptonen. (a) Noem twee eigenschappen die quarks en leptonen met
De Zon. N.G. Schultheiss
1 De Zon N.G. Schultheiss 1 Inleiding Deze module is direct vanaf de derde of vierde klas te volgen en wordt vervolgd met de module De Broglie of de module Zonnewind. Figuur 1.1: Een schema voor kernfusie
a Schrijf de eerste vier stappen op. b Waarom kunnen de β s die 234 Pa uitstoot, beter door een laagje plastic dringen dan de β s van
Toets v-08 Radioactiviteit 1 / 5 1 Protactinium 238 U vervalt in veel stappen tot 206 Pb. a Schrijf de eerste vier stappen op. b Waarom kunnen de β s die 234 Pa uitstoot, beter door een laagje plastic
Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A)
Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Aan het einde van de repetitie vind je de lijst met elementen en twee tabellen met weegfactoren voor het berekenen van de equivalente en effectieve
Cursus Stralingsveiligheid Niveau M.A. Hofstee
Cursus Stralingsveiligheid Niveau 3 2015-2016 M.A. Hofstee N 2 (0) = A 2 (0)/λ 2 = 24*2250/0.0115 = 4680k 100000 10000 1000 100 Decays in 1 hour fit one fit two total 0 50 100 150 200 days A(t) = λn(0)exp(-λt)
H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling
Stralingsbron en straling Straling? Bron Soorten straling: Licht Zichtbaarlicht (Kleuren violet tot rood) Infrarood (warmte straling) Ultraviolet (maakt je bruin/rood) Elektromagnetische straling Magnetron
Ioniserende straling. Straling en gezondheid. Sectie natuurkunde - Thijs Harleman 1
Ioniserende straling Straling en gezondheid Sectie natuurkunde - Thijs Harleman 1 Inleiding: Fukushima Het kernongeluk van Fukushima vond plaats in de kerncentrale Fukushima I in Japan, in de dagen volgend
De correcte bewering aankruisen: WAAR FOUT
Warmte en straling De correcte bewering aankruisen: WAAR FOUT - Lichtgolven noemt men ook wel elektromagnetische golven. - Het zichtbaar lichtspectrum is een klein onderdeel van het E.M -spectrum - Rood
2 Van 1 liter vloeistof wordt door koken 1000 liter damp gemaakt.
Domein E: Materie en energie Subdomein: Energie 1 De dichtheid van een kubus P is 10 keer zo groot als de dichtheid van een kubus Q. De ribbe van kubus Q is 10 keer zo groot als de ribbe van kubus P. Hoe
Sterrenkunde Ruimte en tijd (3)
Sterrenkunde Ruimte en tijd (3) Zoals we in het vorige artikel konden lezen, concludeerde Hubble in 1929 tot de theorie van het uitdijende heelal. Dit uitdijen geschiedt met een snelheid die evenredig
Natuurkunde Klas 5 Utrecht Stedelijk Gymnasium 2014-2015 H10
Natuurkunde Klas 5 Utrecht Stedelijk Gymnasium 2014-2015 H10 Medische beeldvorming Waar gaan we het over hebben? Ioniserende straling Röntgenfotografie Nucleaire diagnostiek Overige technieken (CT-scan,
natuurkunde havo 2017-I
Molybdeen-99 In Petten staat een kerncentrale waar isotopen voor medische toepassingen worden geproduceerd. Eén van de belangrijkste producten is molybdeen-99 (Mo-99). Mo-99 wordt geproduceerd door een
Eindexamen natuurkunde havo I
Opgave 1 Lord of the Flies Lees eerst de tekst in het kader. Er bestaan twee soorten brillenglazen: - bolle (met een positieve sterkte) en - holle (met een negatieve sterkte). In de figuren hiernaast is
(a) Noem twee eigenschappen die quarks en leptonen met elkaar gemeen hebben.
Werkbladen HiSPARC Elementaire deeltjes C.G.N. van Veen 1 Hadronen Opdracht 1: Elementaire deeltjes worden onderverdeeld in quarks en leptonen. (a) Noem twee eigenschappen die quarks en leptonen met elkaar
- KLAS 5. c) Bereken de snelheid waarmee een elektron vrijkomt als het groene licht op de Rbkathode
NATUURKUNDE - KLAS 5 PROEFWERK H7 --- 26/11/10 Het proefwerk bestaat uit 3 opgaven; totaal 32 punten. Opgave 1: gasontladingsbuis (4 p) In een gasontladingsbuis (zoals een TL-buis) zijn het gassen die
( ) Opgave 27.1 a. b. Na drie keer bètaverval verandert. Na drie keer bètaverval verandert
Opgave 7. 5 40 94 9U+ 0n 55Cs+ 7Rb + 0n 40 40 Na drie keer bètaverval verandert 55 Cs in 58 Ce. 94 94 Na drie keer bètaverval verandert 7 Rb in 40 Zr. Bij elke kernsplijting komt energie vrij. Bij elke
Newton vwo deel 2 Uitwerkingen Hoofdstuk 21 Kernenergie 139
Newton vwo deel Uitwerkingen Hoofdstuk Kernenergie 39 Kernenergie Inleiding.Voorkennis Ioniserende straling a De instabiele kern van een atoom. b soort straling bestaat uit eigenschappen ioniserend vermogen
Kernenergie. De beroemde wet van Einstein luidt:
Lees h-08 Radioactiviteit 1 / 6 Kernenergie Energie en massa; massadefect Bij het verval van radioactieve kernen via α-, β- of γ-straling, komt spontaan energie vrij. Sommige kernen zijn niet stabiel,
Exact Periode 7 Radioactiviteit Druk
Exact Periode 7 Radioactiviteit Druk Exact periode 7 Radioactiviteit Druk Exact Periode 7 2 Natuurlijke radioactiviteit Met natuurlijke radioactiviteit wordt bedoeld: radioactiviteit die niet kunstmatig
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 7 + zonnestelsel en heelal
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 7 + zonnestelsel en heelal Samenvatting door C. 1741 woorden 24 juni 2016 1,4 1 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Nu voor straks Natuurkunde H7 + Zonnestelsel en
Naam: Klas: Toets Kernenergie (versie A)
Naam: Klas: Toets Kernenergie (versie A) Opgave 1 In een kernreactor komt energie vrij bij het splijten van zware kernen. In de figuur hiernaast is het principe van een kernreactor weergegeven. Er volgt
RadioACTIEFiTIJD. Een hedendaagse krant over radioactiviteit
RadioACTIEFiTIJD Een hedendaagse krant over radioactiviteit Soorten stralingen Kernenergie We hebben drie verschillende soorten stralingen. We beginnen met de alfastalen. Dit zijn eigenlijk helium-4deeltjes.
PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica
PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica Wat zie je? PositronEmissieTomografie (PET) Nucleaire geneeskunde: basisprincipe Toepassing van nucleaire geneeskunde Vakgebieden
gelijk aan het aantal protonen in de kern. hebben allemaal hetzelfde aantal protonen in de kern.
1 Atoombouw 1.1 Atoomnummer en massagetal Er bestaan vele miljoenen verschillende stoffen, die allemaal zijn opgebouwd uit ongeveer 100 verschillende atomen. Deze atomen zijn zelf ook weer opgebouwd uit
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN. Tentamen Stralingsfysica (3D100) d.d. 16 november 2004 van 14:00 17:00 uur
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Tentamen Stralingsfysica (3D) d.d. 6 november 4 van 4: 7: uur Vul de presentiekaart in blokletters in en onderteken deze. Gebruik van boek, aantekeningen of notebook is
Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAVO5 1
Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAO5 1 KeCo W.2. (A) In een bekerglas wordt 400 ml water geschonken met een begintemperatuur van 1 C. In het water wordt een dompelaar geplaatst met een vermogen van 90
Praktische opdracht Scheikunde Kernenergie
Praktische opdracht Scheikunde Kernenergie Praktische-opdracht door een scholier 2118 woorden 6 februari 2003 6,6 128 keer beoordeeld Vak Scheikunde Inleiding In dit literatuur onderzoek gaan we kijken
Samenvatting PMN. Golf en deeltje.
Samenvatting PMN Golf en deeltje. Het foto-elektrisch effect: Licht als energiepakketjes (deeltjes) Foton (ã) impuls: en energie Deeltje (m) impuls en energie en golflengte Zowel materie als golven (fotonen)
Radioactiviteit enkele begrippen
044 1 Radioactiviteit enkele begrippen Na het ongeval in de kerncentrale in Tsjernobyl (USSR) op 26 april 1986 is gebleken dat er behoefte bestaat de kennis omtrent radioactiviteit voor een breder publiek
Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media
Hoofdstuk 2 Atoombouw bladzijde 1 Opgave 1 Hoeveel protonen, neutronen en elektronen hebben de volgende atomen? 7 3Li 11 5B 16 8O 36 17Cl 27 13Al In het symbool A ZX geldt: n p e 7 3Li 4 3 3 A geeft het
Quantummechanica en Relativiteitsleer bij kosmische straling
Quantummechanica en sleer bij kosmische straling Niek Schultheiss 1/19 Krachten en krachtdragers Op kerndeeltjes werkt de zwaartekracht. Op kerndeeltjes werkt de elektromagnetische kracht. Kernen kunnen
Radioactiviteit. Een paar gegevens:
Radioactiviteit Een paar gegevens: 1 MeV = 1,6 10 13 J. In de stralingshygiëne kent men aan -straling een weegfactor 20 toe; aan - en -straling een weegfactor 1. Plutonium-238 zendt -stralen uit. De halveringstijd
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kernfysica. 4 november Brenda Casteleyn, PhD
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Kernfysica 4 november 2017 Brenda Casteleyn, PhD Met dank aan: Atheneum van Veurne, Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) 1. Inleiding Dit
de ionen in het magnetische veld van het afbuigdeel. Bereken hun snelheidsverhouding bij het binnenkomen van het afbuigdeel.
A B MASSASPECTROMETER In de ionenbron van een massaspectrometer ontstaan 12 C + - en 14 C + -ionen. Deze ionen komen met verwaarloosbare snelheid in het versnellingsgedeelte van het apparaat. Er heerst
IONISERENDE STRALING. Deeltjes-straling
/stralingsbeschermingsdienst SBD 9673 Dictaat 98-10-26, niv. 5 A/B IONISERENDE STRALING Met de verzamelnaam straling bedoelen we vele verschillende verschijningsvormen van energie, die kunnen worden uitgezonden
Elektromagnetische straling... 2 Licht als deeltje... 2
Inhoud Elektromagnetische straling... 2 Licht als deeltje... 2 Licht als deeltje... 2 Elektronenconfiguratie in een atoom... 3 Atomen in aangeslagen toestand... 4 Het foto-elektrisch effect... 7 Opgave:
Later heeft men ook nog een ongeladen deeltje met praktisch dezelfde massa als een proton ontdekt (1932). Dit deeltje heeft de naam neutron gekregen.
Atoombouw 1.1 onderwerpen: Elektrische structuur van de materie Atoommodel van Rutherford Elementaire deeltjes Massagetal en atoomnummer Ionen Lading Twee (met een metalen laagje bedekte) balletjes,, die
Aandachtspunten voor het eindexamen natuurkunde vwo
Aandachtspunten voor het eindexamen natuurkunde vwo Algemeen Thuis: Oefen thuis met Binas. Geef belangrijke tabellen aan met (blanco) post-its. Neem thuis Binas nog eens door om te kijken waar wat staat.
natuurlijke radioactiviteit Sytze Brandenburg sb/radsaf2003_2/1
natuurlijke radioactiviteit Sytze Brandenburg sb/radsaf2003_2/1 primordiale radionucliden nucliden gevormd in sterren voor ontstaan zonnestelsel leeftijd heelal 15 x 10 9 jaar leeftijd zonnestelsel 4.5
Deze methoden worden vaak naar elkaar toegepast. Extraheren -> Filtreren -> Indampen.
Samenvatting door Lotte 2524 woorden 19 juni 2015 7,4 82 keer beoordeeld Vak NaSk 1 1 Stoffen gebruik je bij alles wat je doet. Veel van deze stoffen komen uit de natuur, deze zijn vaak niet zuiver maar
Energieopwekking door kernsplijting in een kernreactor. Kerncentrale van Tihange(bij Hoei)
Energieopwekking door kernsplijting in een kernreactor Kerncentrale van Tihange(bij Hoei) 1 Benodigdheden Chemisch element: Uranium Uranium kent verschillende isotopen Definitie isotoop? 2 Benodigdheden
Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan
Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan Inhoudsopgave 1 Atoommodel... 1 Moleculen... 1 De ontwikkeling van het atoommodel... 1 Atoommodel van Bohr... 2 Indicatoren van atomen... 3 2 Periodiek
Wetenschappelijke Begrippen
Wetenschappelijke Begrippen Isotoop Als twee soorten atoomkernen hetzelfde aantal protonen heeft (en dus van hetzelfde element zijn), maar een ander aantal neutronen (en dus een andere massa), dan noemen
Fysische grondslagen radioprotectie deel 2. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum
Fysische grondslagen radioprotectie deel 2 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum [email protected] Fysische grondslagen radioprotectie H1: INLEIDING H2: STRALING - RADIOACTIVITEIT
introductie fysische achtergronden ioniserende straling Sytze Brandenburg sb/radsaf2003/1
introductie fysische achtergronden ioniserende straling Sytze Brandenburg sb/radsaf2003/1 ioniserende straling wat is het atoomfysica elementaire deeltjes fysica waar komt het vandaan atoomfysica kernfysica
Effecten van ioniserende straling
Faculteit Bètawetenschappen Ioniserende Stralen Practicum Achtergrondinformatie Effecten van ioniserende straling Equivalente dosis Het biologisch effect van ioniserende straling of: de schade aan levend
Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk. Let op dat je alle vragen beantwoordt.
Oefentoets schoolexamen 5 Vwo Natuurkunde Leerstof: Hoofdstukken 3, 5, 6 en 7 Tijdsduur: Versie: 90 minuten A Vragen: 20 Punten: Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk Opmerking: Let
Majorana Neutrino s en Donkere Materie
? = Majorana Neutrino s en Donkere Materie Patrick Decowski [email protected] Majorana mini-symposium bij de KNAW op 31 mei 2012 Elementaire Deeltjes Elementaire deeltjes en geen quasi-deeltjes! ;-) Waarom
1 Bouw van atomen. Theorie Radioactiviteit, Bouw van atomen, www.roelhendriks.eu
Radioactiviteit 1 Bouw van atomen 2 Chemische reacties en kernreacties 3 Alfa-, bèta- en gammaverval 4 Halveringstijd van radioactieve stoffen 5 Activiteit van een radioactieve bron 6 Kernstraling: doordringend
Elektromagnetische straling... 2 Licht als deeltje... 2
Inhoud Elektromagnetische straling... 2 Licht als deeltje... 2 Licht als deeltje... 2 Elektronenconfiguratie in een atoom... 3 Atomen in aangeslagen toestand... 4 Het foto-elektrisch effect... 7 Opgave:
2.1 Elementaire deeltjes
HiSPARC High-School Project on Astrophysics Research with Cosmics Interactie van kosmische straling en aardatmosfeer 2.1 Elementaire deeltjes Bij de botsing van een primair kosmisch deeltje met een zuurstof-
