Radioactiviteit enkele begrippen
|
|
|
- Dirk Geerts
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 044 1 Radioactiviteit enkele begrippen Na het ongeval in de kerncentrale in Tsjernobyl (USSR) op 26 april 1986 is gebleken dat er behoefte bestaat de kennis omtrent radioactiviteit voor een breder publiek toegankelijk te maken. In deze aflevering van de Chemische Feitelijkheden wordt onder andere een beschrijving gegeven van de stralingseenheden en -grootheden. Radioactiviteit Radioactiviteit is het vermogen van bepaalde instabiele atoomkernen om straling uit te zenden als gevolg van veranderingen die in deze kernen optreden, zonder dat er een invloed van buiten is. De instabiele kern verliest energie of massa en wordt daardoor, meestal stapsgewijs, stabiel. De kern zendt daarbij ioniserende straling uit. Radioactiviteit is een activiteit van de kern van een atoom. Dit blijkt doordat verwarming, druk, verandering van aggregatietoestand, chemische binding of bestraling met zichtbaar licht geen invloed heeft op het radioactieve proces in een stof. Ioniserende straling Ioniserende straling is een verzamelnaam voor een aantal fysische verschijnselen, waartoe hoogenergetische elektromagnetische golven en geladen en ongeladen kerndeeltjes met een hoge energie behoren. Bij wisselwerking van deze golven of deeltjes met materie treedt in die materie ionisatie op, dat wil zeggen één of meer elektronen van een atoom of molecuul komen vrij, terwijl een positief geladen ion achterblijft. Direct ioniserende straling bestaat uit geladen deeltjes, bijvoorbeeld
2 044 2 Radioactiviteit enkele begrippen elektronen, protonen, alfadeeltjes, die een zo hoge kinetische energie hebben dat ze bij interactie met een elektron in het bestraalde materiaal gemakkelijk voldoende energie kunnen overdragen om een ionisatie te veroorzaken. Indirect ioniserende straling bestaat uit ongeladen deeltjes of uit elektromagnetische straling met een korte golflengte. Ongeladen deeltjes, bijvoorbeeld neutronen, kunnen door interactie met kernen van atomen ioniserende deeltjes vormen. Elektromagnetische straling, bijvoorbeeld röntgenstraling en gammastraling, kan door interacties met elektronen tot produktie van snelle direct ioniserende elektronen leiden. Bronnen van ioniserende straling: heelal: kosmische straling, bestaande uit protonen, elektronen, heliumkernen en zware kernen; radioactieve stoffen: in de natuur voorkomende instabiele kernen die onder uitzending van ioniserende straling een ander radioactief element of een ander stabiel element vormen; ioniserende straling uitzendende toestellen: bijvoorbeeld röntgenbuizen. Belangrijke soorten straling Gammastraling: elektromagnetische straling die door een atoomkern wordt uitgezonden. De golflengte van gammastraling ligt in het traject van tot m. Röntgenstraling: elektromagnetische straling die ontstaat bij de afremming van versnelde elektronen. De golflengte van röntgenstraling ligt in het traject van 10-8 tot m. Alfastraling: heliumkernen bestaande uit 2 protonen en 2 neutronen; alfastraling wordt voornamelijk uitgezonden door zware instabiele kernen, zoals van uraan en radium. Neutronenstraling: neutronen ontstaan bij kernreacties, bijvoorbeeld bij het splijten van zware uraankernen. Betastraling: negatieve betastraling, elektronen, uitgezonden door
3 044 3 een atoomkern waarbij een neutron overgaat in een proton en positieve betastraling, positronen, uitgezonden door een atoomkern waarbij een proton overgaat in een neutron. Halveringstijd Het is niet met zekerheid te zeggen of er in een bepaalde atoomkern van een radioactieve stof op een bepaald moment een verandering, mutatie, optreedt. Wel is er een gelijke kans voor alle kernen van de stof dat dit gebeurt. Daarom neemt de activiteit van een radioactieve stof per tijdseenheid met een vaste fractie af. De halveringstijd geeft de tijd aan waarin de helft van het oorspronkelijk aantal kernen vervalt, en dus ook de tijd waarin de activiteit tot de helft afneemt. Na twee halveringstijden is nog een kwart van de oorspronkelijke activiteit over; na drie halveringstijden een achtste, enz. Voorbeeld: jood-131 heeft een halveringstijd van 8,04 dagen, cesium-137 heeft een halveringstijd van dagen (ca. 30 jaar). Naast de fysische halveringstijd, (T f ), kan nog de biologische halveringstijd, (T b ), worden onderscheiden. Bij inademing of slikken van een radioactieve stof zal die stof worden opgenomen in de normale stofwisseling van het individu. Uiteindelijk zal de stof worden uitgescheiden. Onder de biologische halveringstijd wordt de tijd verstaan waarin de helft van de opgenomen hoeveelheid radioactieve stof is verwijderd. De effectieve halveringstijd, (T eff ), als maat voor de werkelijke snelheid waarmee een radioactieve stof uit een lichaam of orgaan verdwijnt ten gevolge van mutaties en uitscheiding, wordt als volgt berekend: = + T eff T f T b Doordringingsvermogen Het doordringingsvermogen van straling is zowel in weefsel als in afschermingsmateriaal afhankelijk van de soort straling. Direct ioniserende straling heeft in vergelijking met indirect ioniserende straling in het algemeen een geringer doordringingsvermogen. Geladen deeltjes leggen in materie een bepaalde afstand (dracht) af, afhan-
4 044 4 Radioactiviteit enkele begrippen kelijk van hun energie en lading. Een alfadeeltje van 5 MeV heeft in weefsel slechts een dracht van ongeveer 40 µm. Elektronen van 2 MeV hebben in weefsel een dracht van ongeveer 1 cm. Indirect ioniserende straling wordt in beginsel exponentieel verzwakt. De halveringsdikte is gelijk aan 0,693/µ, waarin µ de lineaire verzwakkingscoëfficient van het materiaal is. Met toenemende dikte van het materiaal zal een steeds geringer deel van de straling worden doorgelaten. Voor gamma-, röntgen- en neutronenstraling is de doordringingsdiepte in weefsel in de orde van enige meters. Snelle neutronen worden effectief geabsorbeerd in waterstofhoudend materiaal. De halveringsdikte van water voor 15 MeV neutronen bedraagt circa 6 cm. Activiteit Onder de activiteit van een hoeveelheid radioactieve stof wordt verstaan het aantal kernmutaties dat per tijdseenheid plaatsvindt. De eenheid van activiteit, de becquerel (Bq), komt overeen met één kernmutatie per seconde. De oude eenheid is de curie (Ci). 1 Bq = 2,7x10-11 Ci. Opmerking: het gebruik van de oude eenheden is sedert januari 1986 in strijd met de IJkwet. Exposie Onder de exposie in een bepaald punt wordt verstaan de elektrische lading van één teken, dus positief of negatief, die de elektromagnetische straling per massa-eenheid lucht vrijmaakt. De eenheid van exposie is coulomb/kg lucht (C/kg lucht). De oude eenheid is de röntgen (R). 1 C/kg = 3876 R. Geabsorbeerde dosis Onder de geabsorbeerde dosis in een bepaald medium op een bepaalde plaats verstaat men de hoeveelheid stralingsenergie per eenheid van massa. De eenheid van geabsorbeerde dosis is de gray (Gy). 1 Gy = 1 J/kg. De oude eenheid is de rad. 1 Gy = 100 rad.
5 044 5 Stochastische effecten Onder stochastische effecten worden die effecten van de blootstelling aan straling verstaan waarvan de waarschijnlijkheid van optreden afhankelijk is van de dosis, maar waarvan de ernst van het effect niet wordt bepaald door de grootte van de dosis. Tot de stochastische effecten behoren het optreden van kanker en erfelijke afwijkingen. Een drempeldosis waar beneden het effect niet optreedt, wordt niet aangenomen. Niet-stochastische effecten Onder niet-stochastische effecten worden die effecten van blootstelling aan straling verstaan waarbij de ernst van het effect toeneemt naarmate de dosis groter is. De dosis-effect-relatie wordt gekenmerkt door het bestaan van een drempeldosis waar beneden het effect niet optreedt, of als niet schadelijk wordt ervaren. Voorbeelden van niet-stochastische effecten zijn: huiderytheem (roodheid van de huid), haaruitval, vertroebeling van de ooglens, tijdelijke en blijvende steriliteit. Kwaliteitsfactor Onder de kwaliteitsfactor wordt verstaan een gewichtsfactor aan een stralingssoort toegekend om het verschil in biologisch effect per eenheid van geabsorbeerde dosis tot uitdrukking te brengen. De kwaliteitsfactor, Q, voor fotonen en elektronen is 1 en voor neutronen en alfadeeltjes is Q = 25. Dosisequivalent Het dosisequivalent (H) is het produkt van de geabsorbeerde dosis (D), de kwaliteitsfactor (Q), en het produkt (N) van eventueel andere modificerende factoren (tot nu toe wordt N = 1 genomen), H = DQN. De eenheid van dosisequivalent is de sievert (Sv). De oude eenheid is de rem. 1 Sv = 100 rem.
6 044 6 Radioactiviteit enkele begrippen Effectief dosisequivalent Het effectief dosisequivalent (H E ), is het dosisequivalent, uniform over het gehele lichaam, dat hetzelfde risico op stochastische effecten oplevert als de dosisequivalentbijdragen van diverse organen of weefsels tezamen. Het wordt verkregen door de beschouwde dosisequivalenten, (H T ), met bijpassende weegfactoren (W T ) te vermenigvuldigen en daarna te sommeren. Weegfactoren H E = n W T H T i = 1 H E wordt in sievert (Sv) uitgedrukt De weegfactor W T voor een bepaald orgaan of weefsel T geeft aan de relatieve kans op een fataal stochastisch effect ten gevolge van de betreffende orgaandosis, in verhouding met het fatale stochastische risico ten gevolge van een totale lichaamsbestraling ter grootte van eenzelfde dosisequivalentwaarde. De weegfactoren die door de International Commission on Radiological Protection (ICRP) zijn voorgesteld, zijn: orgaan/weefsel W T geslachtsorgaan 0,25 borstklier 0,15 rood beenmerg 0,12 long 0,12 schildklier 0,03 botoppervlak 0,03 overige weefsels te zamen * 0,30 * W T = 0,06 voor de vijf overige organen of weefsels die de hoogste dosis krijgen.
7 044 7 Risicogetal Onder een risicogetal wordt verstaan de kans op het optreden van een bepaald stochastisch effect per eenheid van dosis (het incidentierisicogetal) of de kans op het overlijden van een door straling geïnduceerd stochastisch effect (het mortaliteitsrisicogetal). De mortaliteitsrisicogetallen voor radiologische werkers zoals gepubliceerd door de ICRP in publicatie 26 zijn: orgaan/weefsel risico per eenheid van dosis (Sv -1 ) borstklier, vrouw rood beenmerg long schildklier botoppervlak overige organen totaal man totaal vrouw Het mortaliteitsrisicogetal voor de long van 20 x 10-4 per Sv betekent dat bij blootstelling aan een dosisequivalent van 1 Sv de kans op het ontstaan van longkanker en het overlijden eraan 20 per bedraagt. De ICRP neemt aan dat het lineariteitsbeginsel geldt. Dit houdt in dat bij blootstelling aan een dosisequivalent van bijvoorbeeld 1 msv de kans op overlijden 20 per bedraagt (of 2 per ), en bij 50 msv (jaarlimietdosis, zie verder) 100 per De sterfte aan longkanker zal zich voordoen in de periode tot wel 40 jaar na de blootstelling. Vergelijk: de sterfte aan longkanker per jaar in Nederland bij mannen is circa 1 per 1000, hiervan is ongeveer 80% aan roken te wijten. Gemiddeld effectief dosisequivalent Hieronder wordt verstaan de som van de effectief-dosisequivalentwaarden van een groep aan straling blootgestelde individuen, gedeeld door het aantal. Het gemiddeld effectief dosisequivalent voor
8 044 8 Radioactiviteit enkele begrippen een lid van de Nederlandse bevolking is ongeveer 2 msv/jaar. Hiertoe dragen bij: natuurlijke stralingsbronnen, met inbegrip van de bijdrage door menselijk handelen: 1,5 msv medische blootstelling (vnl. diagnostiek): 0,4 msv neerslag van radioactieve stoffen (fallout van kernexplosies): 0,01-0,2 msv radioactief afval: 0,01 msv Tsjernobyl eerstkomende jaren: circa 0,06 msv Effecten van ioniserende straling op de mens: ICRP-aanbevelingen De ICRP heeft sinds de jaren dertig haar aanbevelingen voortdurend bijgesteld op grond van de verbeterde wetenschappelijke inzichten ten aanzien van de biologische effecten van straling en het gedrag van de elementen en hun verbindingen in de stofwisseling. De belangrijkste aspecten van de huidige aanbevelingen kunnen als volgt worden samengevat (ICRP, 1977): het beperken van de stralingsbelasting van de bevolking in het algemeen en van radiologische werkers in het bijzonder, is gebaseerd op drie basisprincipes: 1. rechtvaardiging: toepassing van straling of radioactiviteit mag alleen dan geschieden wanneer afweging van de vooren nadelen een aantoonbaar positiever uitslag heeft dan alternatieven; 2. de belasting moet zo laag zijn als redelijkerwijs mogelijk: als de toepassing gerechtvaardigd is, dient deze zodanig plaats te vinden dat de stralingsbelasting zo laag wordt gehouden als redelijkerwijs mogelijk is. Redelijkerwijs houdt in dat een verdere verlaging van het risico niet meer zinvol is met betrekking tot maatschappelijke en economische kosten ; 3. individuele dosislimieten: zelfs wanneer aan de eerste twee voorwaarden is voldaan, is het ongeoorloofd dat bepaalde dosislimieten worden overschreden. Voor radiologische werkers (in Nederland meer dan personen!) is deze dosislimiet 50 msv per jaar; voor zwangere vrouwen is er een extra dosislimiet, het dosisequivalent in de foetus mag
9 044 9 niet meer dan 5 msv bedragen. Voor de overige leden van de bevolking is de limiet 5 msv per jaar; voor langdurige blootstelling van meerdere jaren achtereen geldt een limiet van 1 msv per jaar. het maken van onderscheid tussen stochastische en niet-stochastische effecten. De ICRP-aanbevelingen voor niet-stochastische effecten zijn er op gericht niet-stochastische effecten te voorkomen. De aanbevelingen voor stochastische effecten zijn er op gericht het voorkomen te beperken tot een niveau dat toelaatbaar kan worden geacht. Voor het voorkomen van niet-stochastische effecten geldt voor radiologische werkers een dosislimiet van 0,5 Sv/jaar voor alle organen met uitzondering van de ooglens waarvoor een dosislimiet van 0,15 Sv/jaar is aanbevolen. Voor leden van de bevolking geldt voor niet-stochastische effecten een dosislimiet van een tiende van die voor radiologische werkers. naast uitwendige bestraling wordt grote aandacht besteed aan de inwendige besmetting, waarbij rekening wordt gehouden met het metabolische gedrag van de nucliden en de stralingsgevoeligheid van de verschillende organen. Gevolgen van Tsjernobyl Op 26 april 1986 vond er een ongeval in de kernenergiecentrale in Tsjernobyl plaats. Als gevolg daarvan zijn grote hoeveelheden radioactieve stoffen in het milieu terecht gekomen en over grote delen van Europa verspreid. In Nederland zijn voornamelijk jood-131 en cesium-134 en -137 terecht gekomen. Jood-131 vervalt via bêta- en gammastraling naar het niet-radioactieve edelgas xenon. Cesium vervalt via beta- en gammastraling naar het stabiele isotoop barium. In de eerste week van de besmetting leverde vooral jood-131 problemen op, omdat ongeveer tweederde van de gemeten radioactiviteit op rekening van het jood kwam. Door het fysische verval (halveringstijd 8,04 dagen) was de bijdrage na anderhalve maand minder dan 1%. De activiteit werd toen voornamelijk door cesium-134 en cesium-137 met halveringstijden van respectievelijk 753 dagen en
10 Radioactiviteit enkele begrippen 30,17 jaar, bepaald. De overheidsmaatregelen in mei 1986 (spinazieverbod, graasverbod, schildkliervernietiging) waren er op gericht besmetting met jood-131 te beperken. Het dosisequivalent (voornamelijk door jood-131-besmetting) in mei 1986 wordt geschat op 0,1 msv (10 mrem) voor éénjarige kinderen en op 0,06 msv (6 mrem) voor volwassenen. Het dosisequivalent als gevolg van de cesium-137 besmetting voor de periode na mei 1986 wordt geschat op 0,1 msv per jaar (10 mrem/j) voor éénjarige kinderen en 0,06 msv per jaar (6 mrem/j) voor volwassenen. In de regeling normen radioactiviteit van cesium in eet- en drinkwaren van juni 1986 wordt gesteld dat de maximale activiteit van cesium in melk, melkprodukten en peutervoeding de waarde van 370 Bq/kg niet mag overschrijden, voor overige eet- en drinkwaren is de norm 600 Bq/kg. Een activiteit van 10 Bq/l cesium in melk gedurende één jaar resulteert bij een opname van 0,54 l per dag gedurende één jaar door een éénjarige in een dosisequivalent van 0,018 msv per jaar (1,8 mrem/jaar). In juli 1986 was het gehalte van cesium-137 in koemelk gedaald van ongeveer 21 Bq/l op 4 mei tot waarden beneden 5 Bq/l. In september 1986 was de gemiddelde activiteit van cesium-134 en -137 respectievelijk 0,5 en 1,1 Bq/l. Literatuur Recommendations of the International Commission on Radiological Protection, ICRP Publication 26, Pergamon Press, Oxford, Annals of the ICRP, Vol. 1, no. 3 (1977). Gezondheidsraadrapport 1984/20. Advies inzake stralenbescherming in Nederland. De ICRP-aanbevelingen in de praktijk (1984). Gezondheidsraadrapport 1985/7. Advies inzake de wetenschappelijke onderbouwing van het stralingshygiënisch beleid op basis van de UNSCEAR-77, -82 en BEIR-rapporten (1985). Normstelling bij stralingshygiëne. Publicatie nr. 7 van de Nederlandse Vereniging voor Stralingshygiëne (1986). ICRU. The Quality Factor in Radiation Protection. Interna-
11 tional Commission on Radiation Units and Measurements. Report 40, Bethesda, Md, (1986). februari 1987 Dr. ir. H. B. Kal Radiobiologisch Instituut TNO. Rijswijk
Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e
13 Dosisbegrippen stralingsbescherming 1 13 Ioniserende straling ontvanger stralingsbron stralingsbundel zendt straling uit absorptie van energie dosis mogelijke biologische effecten 2 13 Ioniserende straling
5,5. Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli keer beoordeeld. Natuurkunde
Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli 2006 5,5 66 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Natuurkunde samenvatting hoofdstuk 3 ioniserende straling 3. 1 de bouw van de atoomkernen. * Atoom: - bestaat
Grootheden en eenheden TMS MR & VRS-d Stijn Laarakkers
Grootheden en eenheden TMS MR & VRS-d 2018 activiteit dosis Stijn Laarakkers Overzicht Wat is dosimetrie Indirect/direct ioniserend Exposie Geabsorbeerde dosis Equivalente dosis Effectieve dosis Inwendige
Ioniserende straling - samenvatting
Ioniserende straling - samenvatting Maak eerst zélf een samenvatting van de theorie over ioniserende straling. Zorg dat je samenvatting de volgende elementen bevat: Over straling: o een definitie van het
Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.
Uitwerkingen 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is evenveel negatief
Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 5 Straling Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 5.1 Straling en bronnen Eigenschappen van straling RA α γ β 1) Beweegt langs rechte lijnen vanuit een bron. 2) Zwakker als ze verder
Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling
Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling Samenvatting door een scholier 1947 woorden 26 augustus 2006 6,5 102 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Natuurkunde overal Samenvatting Natuurkunde VWO
Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel.
H7: Radioactiviteit Als een bepaalde kern van een element te veel of te weinig neutronen heeft is het onstabiel. Daardoor gaan ze na een zekere tijd uit elkaar vallen, op die manier bereiken ze een stabiele
Hoofdstuk 9: Radioactiviteit
Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige
Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 5 Straling Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 5.1 Straling en bronnen Eigenschappen van straling RA α γ β 1) Beweegt langs rechte lijnen vanuit een bron. ) Zwakker als ze verder
Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.
Uitwerkingen 1 Opgave 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Opgave 3 Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is
Samenvatting H5 straling Natuurkunde
Samenvatting H5 straling Natuurkunde Deze samenvatting bevat: Een begrippenlijst van dikgedrukte woorden uit de tekst Belangrijke getallen en/of eenheden (Alle) Formules van het hoofdstuk (Handige) tabellen
Straling. Onderdeel van het college Kernenergie
Straling Onderdeel van het college Kernenergie Tjeerd Ketel, 4 mei 2010 In 1946 ontworpen door Cyrill Orly van Berkeley (Radiation Lab) Nevelkamer met radioactiviteit, in dit geval geladen deeltjes vanuit
Fysische grondslagen radioprotectie deel 2. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum
Fysische grondslagen radioprotectie deel 2 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum [email protected] Fysische grondslagen radioprotectie H1: INLEIDING H2: STRALING - RADIOACTIVITEIT
Fysische grondslagen radioprotectie deel 1. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum
Fysische grondslagen radioprotectie deel 1 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum [email protected] Fysische grondslagen radioprotectie H1: INLEIDING H2: STRALING - RADIOACTIVITEIT
Samenvatting Natuurkunde Domein B2
Samenvatting Natuurkunde Domein B2 Samenvatting door R. 1964 woorden 2 mei 2017 7,1 4 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Domein B. Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2. Medische beeldvorming 1. Uitzending,
Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries
Bestaand (les)materiaal Loran de Vries Database www.adrive.com Email: [email protected] ww: Natuurkunde4life NiNa lesmateriaal Leerlingenboekje in Word Docentenhandleiding Antwoorden op de opgaven
Risico s en maatregelen bij stralingsongevallen
Risico s en maatregelen bij stralingsongevallen CBRN symposium 24 januari 2013 Dr. ir. C.H.L. (Chris) Peters Klinisch fysicus Coördinerend stralingsdeskundige JBZ Ioniserende straling Straling die in staat
Wisselwerking. van ioniserende straling met materie
Wisselwerking van ioniserende straling met materie Wisselwerkingsprocessen Energie afgifte en structuurverandering in ontvangende materie Aard van wisselwerking bepaalt het juiste afschermingsmateriaal
1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.
SO Straling 1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. 2 Waaruit bestaat de elektronenwolk van een atoom? Negatief geladen deeltjes, elektronen. 3 Wat bevindt zich
RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING
RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING Inleiding Aan het werken met radioactieve stoffen of ioniserende straling uitzendende toestellen zijn risico s verbonden. Het is bij de wet verplicht om personen
Fysische grondslagen radioprotectie deel 1. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum
Fysische grondslagen radioprotectie deel 1 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum [email protected] Fysische grondslagen radioprotectie Wat is straling? Radioactiviteit?
Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING
Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING NIRAS Brussel, 01-01-2001 1. Radioactiviteit en ioniserende straling Alles rondom ons
Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A)
Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Aan het einde van de repetitie vind je de lijst met elementen en twee tabellen met weegfactoren voor het berekenen van de equivalente en effectieve
Registratie-richtlijn
en IONISERENDE STRALING 1 (508: Ziekten veroorzaakt door ioniserende stralen) Beschrijving van de schadelijke invloed Inwendige bestraling wordt veroorzaakt door opname in het lichaam van positief geladen
Radioactiviteit. Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg 2012 APB Campus Vesta Brandweeropleiding
Radioactiviteit Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg [email protected] http://youtu.be/h3ym32m0rdq 1 Doel Bij een interventie in een omgeving waar er een kans is op ioniserende straling om veilig, accuraat
Basiskennis inzake radioactiviteit en basisprincipes van de stralingsbescherming
Basiskennis inzake radioactiviteit en basisprincipes van de stralingsbescherming Nucleair?? Radioactiviteit?? Ioniserende straling!! Wat is dat? Basisprincipes Waar komen we radioactiviteit/ioniserende
Hoofdstuk 1: Radioactiviteit
Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Inleiding Het is belangrijk iets te weten over wat we in de natuurkunde radioactiviteit noemen. Ongetwijfeld heb je, zonder er direct mee in aanraking te zijn geweest, er ergens
1 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj Mieke Blaauw
1 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj 2018 Mieke Blaauw 2 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj 2018 1-3 Atoombouw en verval 4,5 Wisselwerking van straling met materie en afscherming 6-9 Röntgentoestellen,
Samenvatting. Blootstelling
Samenvatting Blootstelling aan ioniserende straling levert risico s voor de gezondheid op. Daar is al veel over bekend, met name over de effecten van kortdurende blootstelling aan hoge doses. Veel lastiger
Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5
Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Meerkeuzevragen + bijbehorende antwoorden aansluitend op hoofdstuk 2 paragraaf 1 t/m 3, Kromlijnige bewegingen (Systematische Natuurkunde) Vraag 1 Bij een horizontale worp
Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme
Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme 2 Geschiedenis -500 vcr.: ατοµοσ ( atomos ) bij de Grieken (Democritos) 1803: verhandeling van Dalton over atomen 1869: voorstelling van 92
PROCEDURE V1. APR 2017
PROCEDURE V1. APR 2017 INLEIDING ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING Aan het werken met bronnen van ioniserende straling zijn risico s verbonden. Het is bij de wet verplicht om personen die handelingen
Inleiding stralingsfysica
Inleiding stralingsfysica Historie 1896: Henri Becquerel ontdekt het verschijnsel radioactiviteit 1895: Wilhelm Conrad Röntgen ontdekt Röntgenstraling RadioNucliden: Inleiding Stralingsfysica 1 Wat maakt
H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling
Stralingsbron en straling Straling? Bron Soorten straling: Licht Zichtbaarlicht (Kleuren violet tot rood) Infrarood (warmte straling) Ultraviolet (maakt je bruin/rood) Elektromagnetische straling Magnetron
1 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj Mieke Blaauw
1 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj 2018 2 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj 2018 1-3 Atoombouw en verval 4,5 Wisselwerking van straling met materie en afscherming 6-9 Röntgentoestellen,
Ioniserende straling. Straling en gezondheid. Sectie natuurkunde - Thijs Harleman 1
Ioniserende straling Straling en gezondheid Sectie natuurkunde - Thijs Harleman 1 Inleiding: Fukushima Het kernongeluk van Fukushima vond plaats in de kerncentrale Fukushima I in Japan, in de dagen volgend
Werken met radioactieve straling
Werken met radioactieve straling Wat is radioactieve straling? Radioactieve of ioniserende straling draagt energie. Die energie wordt vanuit een bron aan de omgeving overgedragen in de vorm van elektromagnetische
Stabiliteit van atoomkernen
Stabiliteit van atoomkernen Wanneer is een atoomkern stabiel? Wat is een radioactieve stof? Wat doet een radioactieve stof? 1 Soorten ioniserende straling Alfa-straling of α-straling Bèta-straling of β-straling
IONISERENDE STRALING. Deeltjes-straling
/stralingsbeschermingsdienst SBD 9673 Dictaat 98-10-26, niv. 5 A/B IONISERENDE STRALING Met de verzamelnaam straling bedoelen we vele verschillende verschijningsvormen van energie, die kunnen worden uitgezonden
natuurkunde havo 2017-I
Molybdeen-99 In Petten staat een kerncentrale waar isotopen voor medische toepassingen worden geproduceerd. Eén van de belangrijkste producten is molybdeen-99 (Mo-99). Mo-99 wordt geproduceerd door een
Straling valt dus buiten de lesstof van de cursus Basisveiligheid (B-VCA)!
BIJLAGE STRALING Deze bijlage is voor personen die de veiligheidscursus - Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden (VOL-VCA) volgen. - 'Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden' (VIL-VCU) volgen.
Stralingsveiligheid niveau 5
26-01-2011 1 Stralingsveiligheid niveau 5 René Heerlien, Mieke Blaauw 03-06-2015 26-01-2011 2 Meerdere bronnen ICRP-adviezen International Commission on Radiological Protection onafhankelijke commissie
H7+8 kort les.notebook June 05, 2018
H78 kort les.notebook June 05, 2018 Hoofdstuk 7 en Materie We gaan eens goed naar die stoffen kijken. We gaan steeds een niveau dieper. Stoffen bijv. limonade (mengsel) Hoofdstuk 8 Straling Moleculen water
6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie
Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie Opgave 1 a Zie figuur 6.1. Figuur 6.1 Als je met het vliegtuig gaat, ontvang je de meeste straling, omdat je je op een
RADIOACTIEF VERVAL. Vervalsnelheid
/stralingsbeschermingsdienst 8385-I dictaat september 2000 RADIOACTIEF VERVAL Voor een beperkt aantal van nature voorkomende kernsoorten en voor de meeste kunstmatig gevormde nucliden wijkt de neutron/proton
Examentraining 2015. Leerlingmateriaal
Examentraining 2015 Leerlingmateriaal Vak Natuurkunde Klas 5 havo Bloknummer Docent(en) Blok IV Medische beeldvorming (B2) WAN Domein B: Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2: Straling en gezondheid
Deze methoden worden vaak naar elkaar toegepast. Extraheren -> Filtreren -> Indampen.
Samenvatting door Lotte 2524 woorden 19 juni 2015 7,4 82 keer beoordeeld Vak NaSk 1 1 Stoffen gebruik je bij alles wat je doet. Veel van deze stoffen komen uit de natuur, deze zijn vaak niet zuiver maar
Radioactiviteit. Een paar gegevens:
Radioactiviteit Een paar gegevens: 1 MeV = 1,6 10 13 J. In de stralingshygiëne kent men aan -straling een weegfactor 20 toe; aan - en -straling een weegfactor 1. Plutonium-238 zendt -stralen uit. De halveringstijd
Effecten van ioniserende straling
Faculteit Bètawetenschappen Ioniserende Stralen Practicum Achtergrondinformatie Effecten van ioniserende straling Equivalente dosis Het biologisch effect van ioniserende straling of: de schade aan levend
Biologische effecten van ioniserende en niet-ioniserende straling
Inhoudsopgave 01 Ioniserende straling 1 011 Ioniserende elektromagnetische straling 2 012 Straling van radioactieve Deeltjes 3 013 Tijdsconstante en halveringstijd 7 02 Absorptie 9 021 De absorptiewet
Begripsvragen: Radioactiviteit
Handboek natuurkundedidactiek Hoofdstuk 4: Leerstofdomeinen 4.2 Domeinspecifieke leerstofopbouw 4.2.6 Radioactiviteit Begripsvragen: Radioactiviteit 1 Meerkeuzevragen Ioniserende straling 1 [H/V] Op welke
Gezondheids effecten. van ioniserende straling. Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e
Gezondheids effecten van ioniserende straling Ioniserende straling bron straling ontvanger zendt straling uit absorptie van energie:dosis mogelijke biologische effecten Opbouw van de celkern Celkern Cel
Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 / 4B. Dosimetrie, deel 1. introductie dosisbegrip. W.P. Moerman
Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 / 4B Dosimetrie, deel 1 introductie dosisbegrip W.P. Moerman Dosis Meestal: hoeveelheid werkzame stof Inhoud dag 1 dosis kerma exposie dag 2 equivalente dosis
Eindexamen natuurkunde havo I
Opgave 1 Lord of the Flies Lees eerst de tekst in het kader. Er bestaan twee soorten brillenglazen: - bolle (met een positieve sterkte) en - holle (met een negatieve sterkte). In de figuren hiernaast is
p na = p n,na + p p,na p n,na = m n v 3
Kernreactoren Opgave: Moderatorkeuze in een kernsplijtingscentrale a) Er is geen relevante externe resulterende kracht. Dat betekent dat er geen relevante stoot wordt uitgeoefend en de impuls van het systeem
1 Wet- en regelgeving niveau 5 new Mieke Blaauw
1 Wet- en regelgeving niveau 5 new 2018 Mieke Blaauw 2 Wet- en regelgeving niveau 5 new 2018 7e druk (2013) 1. Atoombouw en verval 2. Radioactieve bronnen, röntgenapparatuur en neutronen 3. Wisselwerking
Natuurkunde Hoofdstuk 12 & 13 VWO 5 / SE IV
Natuurkunde Hoofdstuk 12 & 13 VWO 5 / SE IV 12.1 Een deel van het elektromagnetische spectrum is infrarood, dit zit naast het zichtbare licht en wordt vaak warmtestraling genoemd. Alle voorwerpen zenden
- U zou geslaagd zijn als u voor het oefenexamen totaal 66 punten of meer behaalt (dus u moet minimaal 33 vragen juist beantwoorden).
Technische Universiteit Delft Faculteit Technische Natuur Wetenschappen Reactor Instituut Delft Nationaal Centrum voor Stralingsveiligheid Afdeling Opleidingen Delft Oefenexamen 1, Stralingshygiëne deskundigheidsniveau
"Naar de kern van de materie" legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling.
Alles om ons heen is in zekere mate radioactief. Radioactiviteit is een volkomen natuurlijk verschijnsel. Zelfs ons lichaam is licht radioactief. De mens heeft het verschijnsel van de radioactiviteit dus
Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder
Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder Wat is het technische probleem? Er is een verstopping in de injectieput ontstaan, hierdoor kunnen er alleen nog maar kleine
Alfastraling bestaat uit positieve heliumkernen (2 protonen en 2 neutronen) met veel energie. Wordt gestopt door een blad papier.
Alfa -, bèta - en gammastraling Al in 1899 onderscheidde Ernest Rutherford bij de uraniumstraling "minstens twee" soorten: één die makkelijk wordt geabsorbeerd, voor het gemak de 'alfastraling' genoemd,
Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting
Subtitel (of naam of datum) Stralingsdeskundigheid Titel van presentatie niveau 3 Inwendige besmetting inwendige besmetting deel 1: inwendige besmetting voor dummies risicoanalyse: maximaal toe te passen
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kernfysica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Kernfysica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),
a Schrijf de eerste vier stappen op. b Waarom kunnen de β s die 234 Pa uitstoot, beter door een laagje plastic dringen dan de β s van
Toets v-08 Radioactiviteit 1 / 5 1 Protactinium 238 U vervalt in veel stappen tot 206 Pb. a Schrijf de eerste vier stappen op. b Waarom kunnen de β s die 234 Pa uitstoot, beter door een laagje plastic
PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica
PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica Wat zie je? PositronEmissieTomografie (PET) Nucleaire geneeskunde: basisprincipe Toepassing van nucleaire geneeskunde Vakgebieden
pag 1 / 13 SBD 03-10009-8&9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens
12 /stralingsbeschermingsdienst pag 1 / 13 SBD 03-10009-8&9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens Als het menselijke lichaam aan ioniserende straling wordt blootgesteld, wordt de
Toezichthouder Stralingsbescherming. Oefenvragen
Toezichthouder Stralingsbescherming tandartsen en orthodontisten basis Oefenvragen 21 oktober 2018 rijksuniversiteit groningen arbo- en milieudienst garp Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
21/05/2014. 3. Natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit 3.1 3.1. 3.1 Soorten radioactieve straling en transmutatieregels. (blijft onveranderd)
3. Natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit 3.1 Soorten radioactieve straling en transmutatieregels 3.2 Halveringstijd Detectiemethoden voor radioactieve straling 3.4 Oefeningen 3.1 Soorten radioactieve
NEDERLANDSE VERENIGING VOOR STRALINGSHYGIËNE. foniserende STRALiNG EN HET BEROEPSRISICO
NEDERLANDSE VERENIGING VOOR STRALINGSHYGIËNE foniserende STRALiNG EN HET BEROEPSRISICO VEEL GESTELDE VRAGEN NVS-PUBLICATIE NR 6 (1985) NEDERLANDSE VERENIGING VOOR STRALINGSHYGIËNE IONISERENDE STRALING
NATUURKUNDE. a) Bereken voor alle drie kleuren licht de energie van een foton in ev.
NATUURKUNDE KLAS 5, INHAALPROEFWERK H7, 02/12/10 Het proefwerk bestaat uit 2 opgaven met samen 32 punten. (NB. Je mag GEEN gebruik maken van de CALC-intersect-functie van je GRM!) Opgave 1: Kwiklamp (17
Fysische grondslagen radioprotectie deel 2. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum
Fysische grondslagen radioprotectie deel 2 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum [email protected] Fysische grondslagen radioprotectie H1: INLEIDING H2: STRALING - RADIOACTIVITEIT
1 Bouw van atomen. Theorie Radioactiviteit, Bouw van atomen, www.roelhendriks.eu
Radioactiviteit 1 Bouw van atomen 2 Chemische reacties en kernreacties 3 Alfa-, bèta- en gammaverval 4 Halveringstijd van radioactieve stoffen 5 Activiteit van een radioactieve bron 6 Kernstraling: doordringend
Scriptie Natuurkunde Rontgenstraling en mammografie
Scriptie Natuurkunde Rontgenstraling en mamm Scriptie door een scholier 1848 woorden 19 maart 2002 6,7 84 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Röntgenonderzoek Röntgenonderzoek is een term die valt binnen de
Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5
Uitwerkingen opgaven hodstuk 5 5.1 Kernreacties Opgave 1 a Zie BINAS tabel 40A. Krypton heeft symbool Kr en atoomnummer 36 krypton 81 = 81 36 Kr 81 0 81 De vergelijking voor de K-vangst is: 36Kr 1e 35X
Opgave 3 N-16 in een kerncentrale 2014 II
Opgave 3 N-16 in een kerncentrale 2014 II In de reactor binnen in het reactorgebouw van een kerncentrale komt warmte vrij door kernsplijtingen. Die warmte wordt afgevoerd door het water in het primaire
- KLAS 5. c) Bereken de snelheid waarmee een elektron vrijkomt als het groene licht op de Rbkathode
NATUURKUNDE - KLAS 5 PROEFWERK H7 --- 26/11/10 Het proefwerk bestaat uit 3 opgaven; totaal 32 punten. Opgave 1: gasontladingsbuis (4 p) In een gasontladingsbuis (zoals een TL-buis) zijn het gassen die
Radioactiviteit en risico s. Frits de Mul 2011
Radioactiviteit en risico s Frits de Mul 2011 1 131 I (I-131) - Isotoop van jodium (net als I-125, I-127. ) - Radioactief, vervalt naar ander nuclide (Xenon) - Zendt - -deeltjes (electronen) uit, - en
De energievallei van de nucliden als nieuw didactisch concept
De energievallei van de nucliden als nieuw didactisch concept - Kernfysica: van beschrijven naar begrijpen Rita Van Peteghem Coördinator Wetenschappen-Wisk. CNO (Centrum Nascholing Onderwijs) Universiteit
Radioactiviteit en Kernfysica. Inhoud:
Radioactiviteit en Kernfysica Inhoud:. Atoommodel Rutherford Bohr. Bouw van atoomkernen A. Samenstelling B. Standaardmodel C. LHC D. Isotopen E. Binding F. Energieniveaus 3. Energie en massa A. Bindingsenergie
Examen VWO. natuurkunde 1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.
Examen VWO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 12 In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij dit examen
ICRP International Commission on Radiological Protection
ICRP International Commission on Radiological Protection Hielke Freerk Boersma Cursus Stralingsdeskundige Niveau 3 10 februari 2015 Cursus stralingsdeskundigheid Niveau 3-2015 2 Overzicht Historie ICRP
Natuurkunde Klas 5 Utrecht Stedelijk Gymnasium 2014-2015 H10
Natuurkunde Klas 5 Utrecht Stedelijk Gymnasium 2014-2015 H10 Medische beeldvorming Waar gaan we het over hebben? Ioniserende straling Röntgenfotografie Nucleaire diagnostiek Overige technieken (CT-scan,
Wetenschappelijke Begrippen
Wetenschappelijke Begrippen Isotoop Als twee soorten atoomkernen hetzelfde aantal protonen heeft (en dus van hetzelfde element zijn), maar een ander aantal neutronen (en dus een andere massa), dan noemen
2 Van 1 liter vloeistof wordt door koken 1000 liter damp gemaakt.
Domein E: Materie en energie Subdomein: Energie 1 De dichtheid van een kubus P is 10 keer zo groot als de dichtheid van een kubus Q. De ribbe van kubus Q is 10 keer zo groot als de ribbe van kubus P. Hoe
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kernfysica. 4 november Brenda Casteleyn, PhD
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Kernfysica 4 november 2017 Brenda Casteleyn, PhD Met dank aan: Atheneum van Veurne, Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) 1. Inleiding Dit
Kernenergie. Comprendre beter begrijpen
Comprendre Oktober 2012 VOORWOORD INLEIDING... 6 BEELDVORMING ROND KERNENERGIE... 6 VOOR WIE IS DIT DOCUMENT BESTEMD?... 7 RADIOACTIVITEIT... 8 OORSPRONG VAN RADIOACTIVITEIT... 8 HET VERSCHIJNSEL RADIOACTIVITEIT...
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 7 + zonnestelsel en heelal
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 7 + zonnestelsel en heelal Samenvatting door C. 1741 woorden 24 juni 2016 1,4 1 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Nu voor straks Natuurkunde H7 + Zonnestelsel en
Uitwerkingen Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 13 december 2010
Embargo 3 december 00 Uitwerkingen Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 3 december 00 - - Embargo 3 december 00 Vraagstuk 37 Cs in wilde zwijnen Vraag 750 Bq na 5 dagen Volgens
1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm.
Domein F: Moderne fysica Subdomein: Atoomfysica 1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm. Bereken de energie van het foton in ev. E = h c/λ (1) E = (6,63 10-34 3 10 8 )/(589
Aandachtspunten voor het eindexamen natuurkunde vwo
Aandachtspunten voor het eindexamen natuurkunde vwo Algemeen Thuis: Oefen thuis met Binas. Geef belangrijke tabellen aan met (blanco) post-its. Neem thuis Binas nog eens door om te kijken waar wat staat.
Later heeft men ook nog een ongeladen deeltje met praktisch dezelfde massa als een proton ontdekt (1932). Dit deeltje heeft de naam neutron gekregen.
Atoombouw 1.1 onderwerpen: Elektrische structuur van de materie Atoommodel van Rutherford Elementaire deeltjes Massagetal en atoomnummer Ionen Lading Twee (met een metalen laagje bedekte) balletjes,, die
Leids Universitair Medisch Centrum
Leids Universitair Medisch Centrum Afdeling Radiologie drs. Simon van Dullemen stralingsdeskundige Stralingsrisico s: reëel of gezocht? Japan/Fukushima (2011) Aardbeving + tsunami veroorzaakte meer dan
STRALINGSHYGIËNE KERNMATERIEEL STRALINGSHYGIËNE VOOR DUMMY S [IONISERENDE STRALING EN HET WERKEN MET TRITIUM (LICHT)BRONNEN] Deel 2 BIJ HET OMGAAN MET
Deel 2 STRALINGSHYGIËNE BIJ HET OMGAAN MET KERNMATERIEEL [IONISERENDE STRALING EN HET WERKEN MET TRITIUM (LICHT)BRONNEN] Bevat informatie op het gebied van Stralingshygiëne voor een deskundigheid op niveau
Praktische stralingsbescherming
Praktische stralingsbescherming VRS-D/MR nj 2018 1-3 Atoombouw en verval 4,5 Wisselwerking van straling met materie en afscherming 6-9 Röntgentoestellen, ingekapselde bronnen 10 Grootheden en eenheden
