1. Inleidende bepalingen
|
|
|
- Frank van der Ven
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SPAREN EN BELEGGEN Wat is het werkelijke rendement? BART DE CLERCQ Vandaag de dag bieden de financiële instellingen een hele wirwar van inventieve spaar- en beleggingsproducten aan, waardoor de modale spaarder/belegger door de bomen het bos amper nog kan zien. Nochtans komt het er voor die spaarder/belegger op aan de diverse spaaren beleggingsproducten op een rationele manier te benaderen en die aan de hand van een objectief criterium met elkaar te vergelijken. Enkel dan is de spaarder/belegger in staat om rationele spaar- en beleggingsbeslissingen te nemen. Wat dit betreft, is het meest objectieve criterium om verscheidene spaar- en beleggingsproducten kritisch met elkaar te vergelijken het werkelijke rendement van die producten. Dit is het rendement van de spaar- en beleggingsproducten nadat is rekening gehouden met alle kosten en lasten die op die producten betrekking hebben. De bedoeling van deze module is dan ook het werkelijk rendement te bepalen van enkele courante spaar- en beleggingsvormen. 1. Inleidende bepalingen Wanneer een persoon spaart of belegt, dan betekent dit dat die persoon zijn/haar kapitaal ter beschikking stelt van iemand anders, meestal één of andere financiële instelling. Daardoor kan die persoon dat kapitaal niet meer voor andere productieve doeleinden aanwenden. Om die reden wenst de spaarder/belegger vergoed te worden wanneer die zijn/haar kapitaal ter beschikking stelt van iemand anders. Op het einde van de belegging wenst de spaarder/belegger dus een hoger bedrag terug te krijgen, namelijk het oorspronkelijk belegde kapitaal vermeerderd met een vergoeding voor de aanwending van dat kapitaal. Die vergoeding noemt men de interest. Stel bijvoorbeeld dat een persoon die een kapitaal van 1.000! "# %$ '& ( ( ( van ) * )) +, *-. /$ )$ 0&1( () 243" *- $ - 56 *56 *) +, $ - *$ 0&1( %. Zoals bekend bestaan er twee manieren waarop de interest van een belegging kan worden berekend: de enkelvoudige en de samengestelde interestberekening. Bij de enkelvoudige interestberekening wordt aangenomen dat de periodiek verworven interestbedragen zelf niet 1
2 rentegevend worden herbelegd, maar worden uitgekeerd aan de spaarder/belegger. Dat betekent dat er alleen interest op het oorspronkelijk belegde kapitaal wordt berekend. Hieruit volgt dat men elk jaar, op een kapitaal C belegd tegen een interestvoet i, het volgende interestbedrag ontvangt: I = C i Op een tijdslijn krijgen we het volgende beeld: n TIJD C.i C.i C.i C.i EUR n interestbetalingen De enkelvoudige interest I, d.i. het interestbedrag voortgebracht door een kapitaal C, belegd gedurende n periodes, tegen een interestvoet i, bedraagt dan: I = C i n De slotwaarde van die belegging C n, d.i. het totale bedrag waartoe het oorspronkelijk belegde kapitaal C na n perioden, tegen een interestvoet i, is aangegroeid, is dan gelijk aan: C n = C + I = C + C i n = C i n) Op een tijdslijn ziet dit er als volgt uit: n TIJD C.i C.i C.i in jaar 0 : C = in jaar 1 : C + C.i = in jaar 2 : C + C.i + C.i = in jaar 3 : C + C.i + C.i + C.i =... in jaar n : C + C.i + C.i + C.i C.i = Voorbeeld: n keer C.i C.(1+ 0.i) C.(1+ 1.i) C.(1+ 2.i) C.(1+ 3.i) C.(1+ n.i) Slotwaarde EUR Stel dat een persoon een bedrag van interestberekening, tegen een interestvoet van 10 %, gedurende 10 jaar. Na 10 jaar zal dat kapitaal zijn aangegroeid tot: ,10 10) =
3 Bij de enkelvoudige interestberekening wordt aangenomen dat de interest telkens uitgekeerd wordt aan het einde van elke periode en dat deze bedragen zelf niet rentegevend zijn. Bij de samengestelde interestberekening, daarentegen, wordt verondersteld dat de periodiek verworven interestbedragen aan het slot van elke periode zelf onmiddellijk en tegen dezelfde voorwaarden als het oorspronkelijk belegde kapitaal worden herbelegd en bijgevolg zelf ook interest gaan opbrengen. In dit geval zegt men dat de interesten worden gekapitaliseerd. De samengestelde interest I, d.i. het interestbedrag voortgebracht door een kapitaal C, belegd gedurende n periodes, tegen een interestvoet i, bedraagt dan: I = C n C De slotwaarde van die belegging C n, d.i. het totale bedrag waartoe het oorspronkelijk belegde kapitaal C na n perioden volgens de methode van de samengestelde interestberekening, tegen een interestvoet i, is aangegroeid, kan als volgt op een tijdslijn worden geïllustreerd: n TIJD C.i C 1.i C 2.i in jaar 0 : C in jaar 1 : C + C.i = C.(1 + i) = C 1 in jaar 2 : C 1 + C 1.i = C 1.(1 + i) = C.(1 + i).(1 + i) = C 2 in jaar 3 : C 2 + C 2.i = C 2.(1 + i) = C.(1 + i).(1 + i).(1 + i) = C 3... in jaar n : C n-1 + C n-1.i = C n-1.(1 + i) = C.(1 + i).(1 + i).....(1 + i) = C n C n-1.i = C.(1+ i) 0 = C.(1+ i) 1 = C.(1+ i) 2 = C.(1+ i) 3 = C.(1+ i) n EUR n keer Slotwaarde De slotwaarde van een kapitaal C, belegd volgens de methode van de samengestelde interestberekening tegen een interestvoet i gedurende n perioden bedraagt dus: Voorbeeld: n ( i) n C = C 1 + Stel dat een persoon een bedrag van samengestelde interestberekening, tegen een interestvoet van 10 %, gedurende 10 jaar. Na 10 jaar zal dat kapitaal zijn aangegroeid tot: ,10 ) 10 = 2.593,74 Als we de enkelvoudige en de samengestelde interestberekening even met elkaar vergelijken, dan is het duidelijk dat de slotwaarde van een kapitaal C belegd gedurende n perioden tegen 3
4 een interestvoet i volgens de methode van de samengestelde interestberekening hoger zal zijn dan wanneer dat kapitaal C volgens de methode van de enkelvoudige interestberekening zou zijn belegd. De reden hiervoor is evident. Bij de samengestelde interestberekening leveren de periodiek verworven interestbedragen immers zelf ook interest op, terwijl dat niet het geval is bij de enkelvoudige interestberekening (waar de periodiek verwerven interesten telkens worden uitgekeerd). Mathematisch is het bijgevolg ook zo dat de slotwaarde van een belegging volgens de enkelvoudige methode een lineaire functie is van de beleggingsduur n 1, terwijl de slotwaarde van een belegging volgens de samengestelde methode een exponentiële functie is van de beleggingsduur 2. Het werkelijke (bruto)rendement van een belegging volgens de samengestelde methode zal dan ook hoger zijn dan bij de enkelvoudige methode. Dit reële (bruto)rendement verkrijgt men door de oorspronkelijke storting van de belegging te vergelijken met het gerealiseerde slotkapitaal door de belegging en daaruit het rendement r volgens de samengestelde interestberekening te berekenen: n ( r) n C = C 1 + C zodat: = n n r 1. C In de financiële theorie noemt men dit reële rendement r het actuariële rendement (zie verder). Indien een bedrag C gedurende n jaar tegen een interestvoet i volgens de samengestelde methode wordt belegd, dan zal het werkelijke (bruto)rendement r van die belegging hoger zijn dan wanneer datzelfde bedrag C tegen dezelfde voorwaarde volgens de enkelvoudige methode zou zijn belegd, om de eenvoudige reden dat het slotkapitaal C s n bij de samengestelde methode hoger is dan het slotkapitaal C e n bij de enkelvoudige methode. Voorbeeld: Stel dat een persoon een bedrag van jaar. Na 10 jaar zal dat kapitaal volgens de methode van de enkelvoudige interestberekening zijn aangegroeid tot C e 10 = "!#$%& '()'()* (bruto)rendement van r = 10 1 = 7,18 %. Na 10 jaar zal dat kapitaal volgens de De slotwaarde stijgt rechtlijnig in functie van de beleggingsduur. 2 De slotwaarde stijgt versneld in functie van de beleggingsduur. 4
5 methode van de samengestelde interestberekening zijn aangegroeid tot C s 10 = 2.593,74!# 2.593,74 overeenkomt met een reëel (bruto)rendement van r = 10 1 = 10 % Tot nu toe hebben we het in feite enkel gehad over beleggingen waarbij een bepaald bedrag C gedurende een bepaalde periode wordt belegd, dus over beleggingen met één enkele initiële storting. Het is evenwel ook mogelijk dat een spaarder/belegger op regelmatige tijdstippen (bijvoorbeeld elk jaar, elk kwartaal of elke maand) een bepaald bedrag wenst te sparen of beleggen. In dat geval, indien we te maken hebben met een reeks stortingen die op regelmatige en vaste tijdstippen worden gedaan, spreekt men van een annuïteit. Wat ons dan in het bijzonder interesseert, is welk bedrag de spaarder/belegger dan na n jaar heeft bijeengespaard; met andere woorden, hoeveel bedraagt de slotwaarde of het slotkapitaal van een aantal periodieke stortingen die elk tegen eenzelfde interestvoet worden belegd? Voorbeeld: Stel dat een persoon op 25-jarige leeftijd start met pensioensparen, met de bedoeling elk jaar een bepaald bedrag (bv '(!# ( & interestvoet bv. 7 % bedraagt, dan kan men zich de vraag stellen welk eindkapitaal die persoon op 65-jarige leeftijd bijeengespaard heeft. Indien een persoon gedurende n jaar op het einde van elk jaar een bedrag A belegt tegen een jaarlijkse interestvoet i, dan kan de slotwaarde van die annuïteit (d.i. het totaal bijeengespaarde kapitaal na n jaar) als volgt worden berekend: n-1 n TIJD A A A... A A EUR op het einde van jaar n: A A.(1 + i) 1... A.(1+ i) n-3 A.(1+ i) n-2 A.(1+ i) n-1 De slotwaarde C n op het einde van jaar n is dan gelijk aan: 5
6 C n = A = A = A n 1 n 2 n 3 i) + A i) + A i) A i) n 1 n 2 n 3 1 i) + i) + i) i) + 1 [ ] n k= 1 i) k A = = A A i) i) i 0 n dit is een meetkundige reeks met reden (1 + i) n i) i) Voorbeeld: Stel dat een persoon gedurende 20 jaar elk jaar een bedrag van jaarlijkse interestvoet van 7,5 %. Na 20 jaar zal die persoon dan een totaal kapitaal hebben bijeengespaard van: ( 1,075) 20 1 C n = = ,70. 0,075 Merk op dat wanneer men meerdere stortingen per jaar verricht, bijvoorbeeld elke maand of elk kwartaal, men de jaarlijkse interestvoet dient om te zetten naar een interestvoet per deelperiode, bijvoorbeeld de maandelijkse of de trimestriële interestvoet. Deze omzetting geschiedt aan de hand van de volgende formule: ( 1 + ) = ( 1 ) DP i + i DP waarbij i = de interestvoet op jaarbasis i DP = de interestvoet per deelperiode DP = het aantal deelperioden in een jaar zodat de interestvoet per deelperiode gelijk is aan: i) 1 i DP = DP. Bij maandelijkse stortingen is de toepasselijke maandelijkse interestvoet dus gegeven door: ) 1 i = i 6
7 Bijgevolg is de slotwaarde C n bij maandelijkse stortingen van een bedrag M gedurende n jaar tegen een jaarlijks interestvoet i gegeven door: C n = M i ) 12 N 12 1 i 12 met = 12 i) 1 i. 12 Ook van een annuïteit met jaarlijkse stortingen (d.w.z. het aantal deelperioden per jaar = 1) of met maandelijkse (aantal deelperioden per jaar = 12) of trimestriële (aantal deelperioden per jaar = 4) stortingen van een bedrag X kan het werkelijk (bruto)rendement per deelperiode r DP worden bepaald door alle periodieke stortingen te vergelijken met het op het einde van de looptijd gerealiseerde slotkapitaal C n. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: C n = X ( + r ) DP N DP 1 1, r DP waarbij het werkelijke (bruto)rendement op jaarbasis r gelijk is aan: = ) 1 r DP DP r. 2. Situering van de module Sparen en beleggen Zoals in de aanhef werd gesuggereerd, gaan financiële instellingen soms inventief te werk in het aanbieden van spaar- en beleggingsproducten. Daarbij wordt steeds de nadruk gelegd op het mooie rendement dat met die producten kan worden gehaald. Dat het hierbij meestal slechts gaat om een nominaal brutorendement, beseffen spaarders/beleggers soms niet altijd. Pas in de kleine lettertjes van de financiële advertenties komt men te weten wat de kosten en lasten zijn van die spaar- en beleggingsproducten. Die kosten en lasten kunnen nochtans een sterke (negatieve) invloed uitoefenen op het werkelijke nettorendement van de spaar- en beleggingsinstrumenten. Evenwel is het op basis van dat reële rendement dat de diverse spaaren beleggingsvormen met elkaar dienen te worden vergeleken. Dat reële nettorendement is het objectieve criterium dat de spaarder/belegger toelaat rationele spaar- en beleggingsbeslissingen te nemen, teneinde het voor hem/haar meest rendabele product te kiezen. Daarom is het de bedoeling van deze module om voor enkele courante spaar- en beleggingsvormen het werkelijke rendement te berekenen, nadat is rekening gehouden met alle factoren die een negatieve invloed uitoefenen op dat rendement. Op die manier trachten we aan te tonen dat er inderdaad een belangrijke kloof kan bestaan tussen het geadverteerde 7
8 rendement en het werkelijke rendement van spaar- en beleggingsproducten. Het product met het hoogste geadverteerde rendement is niet noodzakelijk het meest rendabele product. Zoals gesteld, kunnen kosten en lasten een negatieve invloed uitoefenen op het reële rendement van spaar- en beleggingsproducten. Om welke kosten en lasten gaat het precies? Wat de kosten betreffen, kunnen drie categorieën worden onderscheiden. 3 De eerste categorie zijn de jaarlijkse beheerskosten van het spaar- of beleggingsinstrument. De jaarlijkse beheerskost is een bedrag dat de financiële instelling elk jaar aanrekent voor het beheren van het gespaarde of belegde kapitaal. Die beheerskost kan een vast bedrag per jaar zijn of een bepaald percentage van het beheerde (d.i. het belegde of gespaarde) kapitaal. Het gevolg van het aanrekenen van een dergelijke beheerskost is dat de jaarlijks verworven interest vermindert met het bedrag van de beheerskost, waardoor het werkelijke rendement uiteraard afneemt. Voorbeeld: Veronderstel dat een persoon een kapitaal belegd heeft van ( ( " 10 %. Op het einde van het jaar is dan een interest van 100 %!#% beheerskost van 10!# & # -verworven interest slechts 90 90!#& & '( ld tot = 9% De tweede kostencategorie betreft de instapkosten. Die kosten houden in dat de instelling een bedrag aanrekent om toe te treden tot het spaar- of beleggingsproduct. Dat bedrag is een bepaald gedeelte van de stortingen die dienen voor de opbouw van het kapitaal, en wordt gewoonlijk uitgedrukt als een percentage van het gestorte bedrag. Het gevolg van het aanrekenen van instapkosten is dat slechts het gedeelte van het gestorte bedrag na afhouding van de instapkosten, effectief wordt gespaard of belegd en dus slechts dat nettogedeelte interesten oplevert. Daardoor neemt opnieuw het reële rendement van het spaar- of beleggingsproduct af. Voorbeeld: Veronderstel dat een persoon een kapitaal belegt van "" van 10 %, en dat er instapkosten worden aangerekend ten belope van 2 % van het gestorte bedrag. Dat betekent dat slechts 980!# 3 Merk op dat financiële instellingen niet noodzakelijk al die kosten aanrekenen. Sommige instellingen rekenen zelfs helemaal geen kosten aan. 8
9 dan op die nettostorting een interest van 98! dat geval ( ) = 7,8% i. p. v.10 %. et werkelijk rendement bedraagt in De derde kostencategorie betreft de uitstapkosten. Die kosten houden in dat de instelling een bedrag aanrekent om uit te treden uit het spaar- of beleggingsproduct. Dat bedrag is een bepaald gedeelte van het kapitaal dat op het einde van de looptijd van het spaar- of beleggingsproduct bij uittrede wordt ingehouden, en wordt gewoonlijk uitgedrukt als een percentage van dat gerealiseerde slotkapitaal. Het gevolg van het aanrekenen van uitstapkosten is dat de tijdens het laatste jaar verworven interest vermindert met het bedrag van de uitstapkosten, waardoor het werkelijke rendement verder afneemt. Voorbeeld: Veronderstel dat een persoon een kapitaal belegd heeft van ( ( " stvoet van 10 %. Na één jaar wenst die persoon het verworven eindkapitaal uitgekeerd te krijgen. Stel dat er uitstapkosten worden aangerekend ten belope van 1 % van het gerealiseerde eindkapitaal. Na één jaar heeft die persoon een eindkapitaal verworven van & & ( & (!# ingehouden, zodat het uitgekeerde nettokapitaal % # '( '( werkelijk rendement overeen van = 8,9% i. p. v.10 % Het is duidelijk dat een combinatie van deze drie kostensoorten het werkelijk rendement van een belegging in sterke mate kan doen afnemen. Veronderstel, ter illustratie, dat een persoon gedurende één jaar een bedrag van n interestvoet van 10 %. Stel verder dat er voor die belegging een instapkost van 2 %, een jaarlijkse beheerskost van 10 $$ uitstapkost van 1 % wordt aangerekend. Dat betekent dat een bedrag van 980 afhouding van de instapkost) wordt belegd en na één jaar een interest van 98 $ 980 #!# $ & kapitaal van # &!# " & van 1 %, of 10,68 $ &* * * %!# uitgekeerd. Dit stemt overeen met een werkelijk rendement van 1.057, = 5,732% i. p. v.10 %. Merk evenwel op dat het effect van de instap- en uitstapkosten wordt afgezwakt naarmate de looptijd van de belegging langer is. Die kosten zijn immers éénmalig en kunnen dus worden gespreid over de langere looptijd, zodat het 9
10 effect van die kosten op het jaarlijkse rendement zwakker wordt naarmate de looptijd langer is. Naast de kosten die door de financiële instellingen kunnen worden aangerekend, kan het werkelijk rendement van spaar- en beleggingsinstrumenten ook worden beïnvloed door lasten. Hiermee bedoelen we de belastingen die de Staat heft over de inkomsten van spaar- en beleggingsinstrumenten. De belasting waar het hier over gaat, is de roerende voorheffing (RV). De roerende voorheffing is een belasting die wordt geheven over de zgn. roerende inkomsten. Dat zijn voornamelijk de inkomsten uit aandelen (aangeduid met de term dividenden ) en de inkomsten uit leningen (aangeduid met de term interesten ). In deze module gaan we het uitsluitend hebben over spaar- en beleggingsvormen met een bepaald rendement (zie verder). Dergelijke producten leveren interesten op (en geen dividenden). Bijgevolg hoeven we het hier dan ook alleen maar te hebben over de roerende voorheffing die van toepassing kan 4 zijn op interesten. Het tarief van de roerende voorheffing op interesten bedraagt, indien inderdaad roerende voorheffing wordt ingehouden, 15 %. Als er roerende voorheffing wordt toegepast, dan betekent dit dat 15 % van de verworven interest wordt ingehouden en wordt doorgestort naar de Fiscus, zodat slechts het nettodeel van de verworven interest wordt uitgekeerd aan de spaarder/belegger. Het evidente resultaat is dat het werkelijke rendement van het spaar- of beleggingsinstrument daardoor afneemt. Voorbeeld: Veronderstel dat een persoon een kapitaal belegd heeft van ( ( " 10 %. Op het einde van het jaar is dan een interest van 100 %!#% roerende voorheffing van 15 % wordt ingehouden, dan bedraagt de netto-verworven interest slechts 85 85!#%& &'( = 8,5 % Het werkelijke nettorendement van een spaar- of beleggingsproduct, nadat rekening is gehouden met alle eventuele kosten en lasten, kan vervolgens worden berekend door alle door de spaarder/belegger gedane stortingen te vergelijken met het werkelijke door hem/haar gerealiseerde slotkapitaal en door uit die vergelijking het actuariële rendement af te leiden. 4 Zoals we verder zullen zien, is niet op alle spaar- en beleggingsinstrumenten de roerende voorheffing van toepassing. 10
11 Op welke spaar- en beleggingsvormen richten we ons in deze module? Van welke spaar- en beleggingsvormen gaan we in deze module het werkelijke rendement evalueren? Welnu, in deze module gaan we het enkel hebben over spaar- en beleggingsvormen met een bepaald rendement. Dat wil zeggen dat we het niet gaan hebben over beleggingen in aandelen of over spaar- en beleggingsvormen die te maken hebben met aandelen, zoals beleggingsfondsen (BEVEK e.d.) en aandelenopties. Voor aandelengerelateerde spaar- en beleggingsvormen is het immers zo dat het nominale brutorendement niet op voorhand gekend is, zodat het ook niet mogelijk is om op voorhand het reële rendement na kosten en lasten te evalueren. Een tweede kenmerk van de spaar- en beleggingsvormen die we in deze module zullen behandelen, is dat het gaat op spaar- en beleggingsvormen op middellange tot lange termijn. Daarmee bedoelen we spaar- en beleggingsvormen met een looptijd van 5 à 10 jaar (middellange termijn) tot 10 à 20 jaar (lange termijn). Tenslotte nog een woordje over de methode van kapitaalopbouw. Op welke manier kan de spaarder/belegger een slotkapitaal opbouwen. Een eerste, eenvoudige manier is door éénmalig een bepaald bedrag te storten, dat jaarlijks interesten oplevert die ofwel worden uitgekeerd (cfr. de enkelvoudige interestberekening) ofwel worden gekapitaliseerd (cfr. de samengestelde interestberekening). Op het einde van de looptijd is het beginkapitaal (d.i. de éénmalige storting) dan tengevolge van de jaarlijkse interesten aangegroeid tot een uiteindelijk slotkapitaal. In dit geval spreekt men dus eerder van kapitaalsaangroei i.p.v. kapitaalopbouw. Een tweede manier van kapitaalopbouw is door periodiek (bv. elke maand, elk kwartaal, elk halfjaar of elk jaar) bedragen te storten die allemaal interest opleveren. In dat geval wordt de annuïteitenmethode gevolgd: door de periodieke stortingen die elk interesten opleveren wordt het slotkapitaal opgebouwd. Een derde methode van kapitaalopbouw is een combinatie van de vorige twee methoden: de spaarder/belegger kan aan het begin van de termijn een initiële storting doen, aangevuld met periodieke stortingen (bv. per maand). Concreet gaan we in deze module de volgende spaar- en beleggingsvormen behandelen: spaarrekening kasbon staatsbon verzekeringsbon spaar- of beleggingsverzekering 11
12 3. Spaarrekening 3.1. Bepaling De spaarrekening, ook wel spaarboekje of depositoboekje genoemd, is een traditionele en populaire spaarformule. Ter illustratie, op dit moment houden alle Belgen samen meer dan 140 miljard EUR aan op spaarrekeningen, of gemiddeld zo n EUR per Belg. De spaarrekening is in essentie een spaarinstrument zonder termijn of zonder vervaldag. Dat betekent dat de spaarder zijn/haar geld te allen tijde en onmiddellijk kan opvragen. Daarom wordt de spaarrekening vaak beschouwd als een ideaal instrument voor tijdelijke beleggingen, in afwachting van een andere, meer definitieve belegging. De spaarrekening is bijzonder geschikt voor het sparen van geld dat niet bestemd is voor onmiddellijke uitgave, maar dient als appeltje voor de dorst of als een reserve dat snel ter beschikking moet zijn ingeval van onvoorziene uitgaven. In het opzet van deze module behandelen we de spaarrekening evenwel als een spaarinstrument op middellange termijn, voor het opbouwen van een kapitaal aan de hand van periodieke stortingen Rentevergoeding De rentevergoeding op een spaarrekening omvat twee elementen: een basisrente en een aangroei- en/of getrouwheidspremie. De basisrente wordt steeds toegepast op alle bedragen die op de spaarrekening staan. De aangroeipremie wordt toegepast op nieuwe stortingen, waarmee het uitstaande bedrag op de rekening aangroeit, en die gedurende ten minste zes opeenvolgende maanden op de spaarrekening blijven staan. De aangroeipremie is éénmalig: die premie wordt slechts éénmaal toegepast op nieuwe stortingen (op voorwaarde dat die bedragen minstens zes maanden onaangeroerd blijven). De getrouwheidspremie wordt toegepast op bedragen die gedurende ten minste twaalf opeenvolgende maanden, of gedurende ten minste elf opeenvolgende maanden in hetzelfde kalenderjaar, op de rekening behouden blijven. De getrouwheidspremie geldt niet voor bedragen die reeds recht hebben gegeven op de aangroeipremie. Beide premies zijn immers niet cumuleerbaar. Voor bedragen waarop de aangroeipremie is toegekend, begint de periode van twaalf maanden derhalve pas te lopen nadat de periode waarvoor de aangroeipremie is toegekend, is afgelopen. Merk op dat de getrouwheidspremie niet éénmalig, doch recurrent is. Indien een bedrag twaalf maanden op de spaarrekening blijft staan, dan is de getrouwheidspremie voor die periode verworven. 12
13 Indien dat bedrag daarna nog twaalf maanden blijft staan, dan is nogmaals een getrouwheidspremie verworven. De basisrente en premies worden éénmaal per jaar verrekend op 31/12 en gestort op de spaarrekening. Vanaf dat moment ondergaan de toegekende rente en premies hetzelfde regime als een nieuwe storting, en verwerven ze vanaf dat moment op hun beurt dus ook de basisrente en een aangroei- en/of getrouwheidspremie. 5 In de praktijk kunnen aangroei- en getrouwheidspremie op verschillende manieren worden berekend en met elkaar worden gecombineerd. Meer bepaald kunnen we vier dergelijke berekeningsmethoden identificeren: 1. Vaste aangroeiperiode van zes maanden Bij deze methode is de aangroeipremie op een nieuw storting verworven wanneer het gestorte bedrag zes maanden op de rekening blijft staan. Die aangroeipremie zal dan op de eerstvolgende 31/12 worden toegekend ten belope van zes maanden. Na die periode van zes maanden start dan de periode voor de getrouwheidspremie: blijft het bedrag na die eerste zes maanden nog twaalf maanden op de rekening staan, dan is voor dat bedrag de getrouwheidspremie verworven en zal die premie ten belope van twaalf maanden op de eerstvolgende 31/12 worden toegekend. Indien het bedrag na die eerste periode van twaalf maanden nogmaals twaalf maanden op de rekening blijft staan, dan zal opnieuw de getrouwheidspremie worden toegekend. De meeste grote banken, zoals Fortis, KBC, Dexia, ING, passen deze berekeningsmethode toe. Voorbeeld 1: Stel dat je op 1/1/20N0 een bedrag van $ $$ & # '( d.w.z. op 1/7/20N0 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die aangroeipremie wordt dan, ten belope van zes maanden, op 31/12/20N0 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na de periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/7/20N0, nog twaalf maanden op de rekening, d.w.z. tot 1/7/20N1, dan is op dat bedrag de getrouwheidspremie verworven. Die getrouwheidspremie wordt dan toegekend op 31/12/20N1. Blijft het bedrag na de eerste periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/7/20N1, nog eens twaalf maanden op de rekening staan, d.w.z. tot 1/7/20N2, dan is op het bedrag een tweede maal de getrouwheidspremie verworven, die op 31/12/20N2 op de rekening zal worden toegekend. Op een tijdslijn geeft dit het volgende beeld: 13
14 01/01/N0 01/07/N0 01/01/N1 01/07/N1 01/01/N2 AP GP GP Voorbeeld 2: Stel dat je op 1/5/20N0 een bedrag van $ $$ & # '( d.w.z. op 1/11/20N0 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die aangroeipremie wordt dan, ten belope van zes maanden, op 31/12/20N0 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na de periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/11/20N0, nog twaalf maanden op de rekening, d.w.z. tot 1/11/20N1, dan is op dat bedrag de getrouwheidspremie verworven. Die getrouwheidspremie wordt dan toegekend op 31/12/20N1. Blijft het bedrag na de eerste periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/11/20N1, nog eens twaalf maanden op de rekening staan, d.w.z. tot 1/11/20N2, dan is op het bedrag een tweede maal de getrouwheidspremie verworven, die op 31/12/20N2 op de rekening zal worden toegekend. 01/01/N0 01/05/N1 01/01/N1 01/01/N2 AP 01/11/N0 GP 01/11/N1 Voorbeeld 3: Stel dat je op 1/10/20N0 een bedrag van ( " " %& # '( nden, d.w.z. op 1/4/20N1 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die aangroeipremie wordt dan, ten belope van zes maanden, op 31/12/20N1 op de rekening toegekend. Merk dus op dat er op 31/12/20N0 geen premie wordt toegekend. Op dat moment staat het bedrag immers nog geen zes maanden op de rekening. Blijft het bedrag na de periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/4/20N1, nog twaalf maanden op de rekening, d.w.z. tot 1/4/20N2, dan is op dat bedrag de getrouwheidspremie verworven. Die getrouwheidspremie wordt dan toegekend op 31/12/20N2. Blijft het bedrag na de eerste periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/4/20N2, nog eens twaalf maanden op de rekening staan, d.w.z. tot 1/4/20N3, dan is op het bedrag een tweede maal de getrouwheidspremie verworven, die op 31/12/20N3 op de rekening zal worden toegekend. 5 Het principe van rentekapitalisatie is hier met andere woorden van toepassing. 14
15 01/01/N1 01/01/N2 01/01/N3 AP GP 01/10/N0 01/04/N1 01/04/N2 01/04/N3 2. Voortschrijdende aangroeiperiode In dit geval is de aangroeipremie op een nieuw storting verworven vanaf het moment dat het gestorte bedrag zes maanden op de rekening blijft staan. Die aangroeipremie loopt vervolgens door tot de eerstkomende 31/12. Op die 31/12 zal de aangroeipremie op het bedrag worden toegekend ten belope van de volledige periode tussen het tijdstip van de storting en de daaropvolgende 31/12. Na die aangroeiperiode, die dus steeds eindigt op 31/12 van een bepaald jaar, start de periode voor de getrouwheidspremie. Blijft het bedrag na de aangroeiperiode nog twaalf maanden (d.i. een volledig jaar) op de rekening staan, dan is voor dat bedrag de getrouwheidspremie verworven en zal die premie ten belope van twaalf maanden worden toegekend. Indien het bedrag na die eerste periode van twaalf maanden op de rekening blijft staan, dan zal de getrouwheidspremie verder worden toegekend tot het moment waarop het bedrag van de rekening wordt gehaald. Sommige kleinere banken, zoals Cortal, Rabobank, Mercator, VDK, passen deze berekeningsmethode toe. Voorbeeld 1: Stel dat je op 1/1/20N0 een bedrag van $ $$ & # '( d.w.z. op 1/7/20N0 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die aangroeipremie loopt vervolgens door tot 31/12/20N0 en wordt dan, ten belope van een volledig jaar, op 31/12/20N0 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na de periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N1, nog twaalf maanden op de rekening staan, d.w.z. tot 31/12/20N1, dan is op dat bedrag de getrouwheidspremie verworven. Die getrouwheidspremie wordt dan toegekend op 31/12/20N1. Blijft het bedrag na de eerste periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N2, op de rekening staan, dan wordt de getrouwheidspremie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 01/01/N0 01/07/N0 01/01/N1 01/07/N1 01/01/N2 AP GP Voorbeeld 2: 15
16 Stel dat je op 1/5/20N0 een bedrag van $ $$ & # '( d.w.z. op 1/11/20N0 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die aangroeipremie loopt vervolgens door tot 31/12/20N0 en wordt dan, ten belope van acht maanden, op 31/12/20N0 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na de periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N1, nog twaalf maanden op de rekening staan, d.w.z. tot 31/12/20N1, dan is op dat bedrag de getrouwheidspremie verworven. Die getrouwheidspremie wordt dan toegekend op 31/12/20N1. Blijft het bedrag na de eerste periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N2, op de rekening staan, dan wordt de getrouwheidspremie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 01/01/N0 01/05/N1 01/01/N1 01/01/N2 AP GP 01/11/N0 Voorbeeld 3: Stel dat je op 1/10/20N0 een bedrag van ( " " %& # '( d.w.z. op 1/4/20N1 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die aangroeipremie loopt vervolgens door tot 31/12/20N1 en wordt dan, ten belope van vijftien maanden, op 31/12/20N1 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na de periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N2, nog twaalf maanden op de rekening, d.w.z. tot 31/12/20N2, dan is op dat bedrag de getrouwheidspremie verworven. Die getrouwheidspremie wordt dan toegekend op 31/12/20N2. Blijft het bedrag na de eerste periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N3, op de rekening staan, dan wordt de getrouwheidspremie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 01/01/N1 01/01/N2 01/01/N3 01/10/N0 AP 01/04/N1 GP 3. Enkel getrouwheidspremie Sommige financiële instellingen bieden op hun spaarrekening enkel een getrouwheidspremie aan en geen aangroeipremie. Dit is bijvoorbeeld het geval bij Argenta, bij ABN AMRO, bij Deutsche Bank en bij Eural. In dit geval zal voor een nieuw storting de getrouwheidspremie verworven zijn vanaf het moment dat het gestorte bedrag twaalf maanden op de rekening blijft staan. Die getrouwheidspremie loopt vervolgens door tot de eerstkomende 31/12. Op die 31/12 zal de premie op het bedrag worden toegekend ten belope van de volledige periode 16
17 tussen het tijdstip van de storting en de daaropvolgende 31/12. Blijft het bedrag na die eerste periode van de getrouwheidspremie op de rekening staan, dan zal de premie verder worden toegekend tot het moment waarop het bedrag van de rekening wordt gehaald. Voorbeeld 1: Stel dat je op 1/1/20N0 een bedrag van ( %& #!# maanden, d.w.z. op 31/12/20N0 zal de getrouwheidspremie op dat bedrag verworven zijn. Die premie wordt vervolgens, ten belope van een volledig jaar, op 31/12/20N0 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na de periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N1, op de rekening staan, dan wordt de getrouwheidspremie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 01/01/N0 01/01/N1 01/01/N2 GP Voorbeeld 2: Stel dat je op 1/5/20N0 een bedrag van ( %& #!# maanden, d.w.z. op 1/5/20N1 zal de getrouwheidspremie op dat bedrag verworven zijn. Die premie loopt vervolgens door tot 31/12/20N1 en wordt dan, ten belope van twintig maanden, op 31/12/20N1 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na de periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N2, op de rekening staan, dan wordt de getrouwheidspremie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 01/01/N0 01/05/N1 01/01/N1 01/01/N2 GP Voorbeeld 3: Stel dat je op 1/10/20N0 een bedrag van % &!# maanden, d.w.z. op 1/10/20N1 zal de getrouwheidspremie op dat bedrag verworven zijn. Die premie loopt vervolgens door tot 31/12/20N1 en wordt dan, ten belope van vijftien maanden, op 31/12/20N1 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na de periode van de getrouwheidspremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N2, op de rekening staan, dan wordt de getrouwheidspremie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 17
18 01/10/N0 01/01/N1 01/01/N2 01/01/N3 GP 4. Enkel aangroeipremie Sommige banken bieden op hun spaarrekening, daarentegen, enkel een aangroeipremie aan en geen getrouwheidspremie. Onder meer Finansbank en DHB Bank passen dit principe toe. In dit geval zal voor een nieuw storting de aangroeipremie verworven zijn vanaf het moment dat het gestorte bedrag zes maanden op de rekening blijft staan. De aangroeipremie loopt vervolgens door tot de eerstkomende 31/12. Op die 31/12 zal de premie op het bedrag worden toegekend ten belope van de volledige periode tussen het tijdstip van de storting en de daaropvolgende 31/12. Blijft het bedrag na die periode van de aangroeipremie op de rekening staan, dan zal de premie verder worden toegekend tot het moment waarop het bedrag van de rekening wordt gehaald. Voorbeeld 1: Stel dat je op 1/1/20N0 een bedrag van $ $$ & # '( d.w.z. op 1/7/20N0 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die premie loopt vervolgens door tot 31/12/20N0 en wordt dan, ten belope van een volledig jaar, op 31/12/20N0 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na die periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N1, op de rekening staan, dan wordt de aangroeipremie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 01/01/N0 01/07/N0 01/01/N1 01/01/N2 AP Voorbeeld 2: Stel dat je op 1/5/20N0 een bedrag van $ $$ & # '( d.w.z. op 1/11/20N0 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die premie loopt vervolgens door tot 31/12/20N0 en wordt dan, ten belope van acht maanden, op 31/12/20N0 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na die periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N1, op de rekening staan, dan wordt de premie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 18
19 01/01/N0 01/05/N1 01/01/N1 01/01/N2 AP 01/11/N0 Voorbeeld 3: Stel dat je op 1/10/20N0 een bedrag van ( " " %& # '( d.w.z. op 1/4/20N1 zal de aangroeipremie op dat bedrag verworven zijn. Die premie loopt vervolgens door tot 31/12/20N1 en wordt dan, ten belope van vijftien maanden, op 31/12/20N1 op de rekening toegekend. Blijft het bedrag na die periode van de aangroeipremie, d.w.z. vanaf 1/1/20N2, op de rekening staan, dan wordt de premie verlengd tot op het moment dat het bedrag van de rekening wordt afgehaald. 01/01/N1 01/01/N2 01/01/N3 AP 01/10/N0 01/04/N1 Merk op dat het uiteindelijk gerealiseerde slotkapitaal, en derhalve ook het reële rendement, bij kapitaalopbouw via een spaarrekening zal verschillen naargelang van de berekeningsmethode die wordt gehanteerd. Evenwel blijven die verschillen relatief gering. Als conclusie stellen we wel dat de eerste berekeningsmethode, met een vaste aangroeiperiode van zes maanden gevolgd door vaste getrouwheidsperioden van twaalf maanden, resulteert in het laagste slotkapitaal en dus in het laagste werkelijke rendement. Tenslotte wensen we de lezer aan te raden waakzaamheid aan de dag te leggen wanneer op een spaarrekening het percentage van de aangroeipremie hoger is dan het percentage van de getrouwheidspremie. De aangroeipremie is immers slechts éénmalig. Nadat die éénmalige premie is toegekend, neemt de lagere getrouwheidspremie over tot op het moment dat het geld van de spaarrekening wordt afgehaald. Stel bijvoorbeeld dat een persoon een bedrag van & ) een aangroeipremie van 1 % en een getrouwheidspremie van 0,25 % oplevert. Na zes maanden zal op dat gestorte bedrag van %'(!# # aangroeiperiode neemt echter de getrouwheidsperiode een aanvang en zal de lagere getrouwheidspremie van toepassing zijn. Wanneer, derhalve, het bedrag van vervolgens minstens twaalf maanden op de rekening behouden blijft, dan is op dat bedrag de 19
20 getrouwheidspremie van 0,25 %, of 2,50 %!# )) meer de aangroeipremie van 1 % Kosten en lasten Wat de kosten van een spaarrekening betreffen, rekenen de meeste financiële instellingen geen instapkosten aan: het openen van een spaarrekening is doorgaans gratis. De meeste financiële instellingen rekening evenmin jaarlijkse beheerskosten aan. Sommige banken rekenen evenwel een (bescheiden) vergoeding aan voor het beheer van de spaarrekening. Doorgaans zijn er op een spaarrekening ook geen uitstapkosten van toepassing. Nochtans rekenen sommige instellingen een kost aan voor het afsluiten van de spaarrekening. Wat de lasten van een spaarrekening betreffen, is de volgende fiscale regeling van toepassing. In België zijn de interesten op de zgn. gereglementeerde spaarrekeningen tot een bepaald bedrag vrijgesteld van roerende voorheffing. Voor 2004 is die drempel &!# deze drempel geïndexeerd). Dit betekent dat, wanneer de verworven interest in een bepaald jaar niet hoger is dan die drempel, er dat jaar geen roerende voorheffing wordt ingehouden. Zijn de interesten hoger dan die drempel, dan wordt enkel roerende voorheffing (naar rato van 15 %) ingehouden op het gedeelte van de interesten boven die drempel. Deze kosten en lasten hebben uiteraard een negatieve impact op het reële rendement van de spaarrekening Toepassing: de spaarrekening als instrument voor kapitaalopbouw Stel, bijvoorbeeld, dat een persoon op 1 januari van een bepaald jaar 20N0 een initieel bedrag van & ) & '( periodieke storting van 250 #' " " angroeipremie én de getrouwheidspremie 0,75 % bedragen, en dat de berekeningsmethode van de voortschrijdende aangroeiperiode wordt toegepast. Stel tenslotte dat er jaarlijks een beheerskost van 10! & 7,50 # & n kost van & werkelijke rendement, indien de looptijd 10 jaar bedraagt? 20
21 Vermits de volledige berekening van het effectief gerealiseerde slotkapitaal tamelijk ingewikkeld is, beperken we ons hier tot het schetsen van de voornaamste principes voor die berekening. Eerst en vooral zal elk jaar op de initiële storting de basisrente worden toegekend. Op die initiële storting zal ook eenmalig de aangroeipremie worden toegekend, gevolgd door de getrouwheidspremie die elk jaar zal worden toegekend tot op het einde van de looptijd. Op de periodieke stortingen zal ook elk jaar de basisrente, pro rata temporis, worden toegekend. De periodieke stortingen, met uitzondering van de laatste zes stortingen 6, zullen ook eenmalig een (voortschrijdende) aangroeipremie verwerven en elk jaar een getrouwheidspremie. Elk jaar zal, van de in dat jaar verworven interesten, de beheerskost worden afgehouden en zal, ingeval de drempel is overschreden, de roerende voorheffing van 15 % worden ingehouden op het gedeelte boven die drempel. Het op het einde van elk jaar opgebouwde kapitaal, na aftrek van de kosten en lasten, zal het volgende jaar telkens opnieuw basisrente verwerven. De op het einde van elk jaar verworven basisrente en premies, na aftrek van de kosten en lasten, ondergaan vanaf het moment van toekenning (en storting op de spaarrekening) hetzelfde regime als een nieuwe storting en verwerven dus ook eenmalig een aangroeipremie en elk jaar een getrouwheidspremie. Op het einde van de looptijd dient tenslotte de afsluitingskost te worden afgehouden, teneinde het uiteindelijk effectief opgebouwde slotkapitaal te verkrijgen. Het werkelijk nettorendement van deze spaarformule kan tenslotte worden berekend door de effectieve stortingen te vergelijken met het effectieve gerealiseerde slotkapitaal en door uit die vergelijking het actuariële rendement af te leiden. Dit gebeurt aan de hand van de volgende formule: R ) R 12 ) = Slotkapitaal. R Hierin is R 12 het reële rendement op maandbasis. Het reële rendement op jaarbasis R is dan gegeven door: 12 ) 1 R = R
22 In deze concrete toepassing met een eenmalige storting van periodieke storting van 250 )'( # % )!# & ,12!#!# van 5.082,12!# '( &'( '(!#& & & nettorendement van 2,69 %. 4. Kasbon 4.1. Bepaling Een kasbon is in feite een schuldbekentenis van de kredietnemer, d.i. de financiële instelling die de kasbon uitgeeft, ten opzichte van de kredietgever, d.i. de belegger die de kasbon koopt. Als een persoon een kasbon koopt bij een bank, dan heeft die persoon een schuldvordering op die bank. De bank op haar beurt heeft een schuld tegenover de koper van de kasbon. De uitgever van de kasbon, de financiële instelling, verklaart een bepaalde som te hebben ontvangen van de belegger en verbindt zich ertoe die som terug te betalen na een welbepaalde termijn, verhoogd met een vooraf bepaalde interest. 6 Die stortingen hebben op het einde van de looptijd geen zes maanden op de rekening gestaan. 22
23 De kasbon is een beleggingsinstrument op middellange termijn. Doorgaans bedraagt de looptijd van kasbons één tot vijf jaar. Sommige financiële instellingen bieden evenwel ook kasbons aan met een looptijd van tien jaar of meer. Bij de klassieke kasbon wordt elk jaar de nettointerest 7 uitgekeerd. De jaarlijkse rente wordt in dat geval niet toegevoegd aan de hoofdsom en wordt dus niet herbelegd of gekapitaliseerd. Hieruit volgt dat de methode van de enkelvoudige interestberekening van toepassing is op de klassieke kasbon. Een variant op de klassieke kasbon is de zgn. kapitalisatiebon. Bij een dergelijke kasbon wordt de jaarlijkse interest niet uitgekeerd, maar opnieuw belegd (gekapitaliseerd) tegen de basisinterestvoet van de kasbon. De jaarlijkse interesten worden in dit geval dus toegevoegd aan de hoofdsom en brengen op hun beurt ook weer interesten op. Op het einde van de looptijd ontvangt de belegger zijn aanvangskapitaal terug samen met de totale (gekapitaliseerde) interest, na afhouding van de roerende voorheffing (zie 4.3.). Op de kapitalisatiebon is met andere woorden de methode van de samengestelde interestberekening van toepassing Rentevergoeding De interestvoet van klassieke kasbons wordt vastgesteld bij de uitgifte ervan en blijft onveranderd gedurende de gehele looptijd. De interestvoet van kasbons hangt af van de looptijd ervan: hoe langer de looptijd, hoe hoger de rentevergoeding. Immers, hoe langer de bank over het geld kan beschikken, hoe productiever zij dat geld kan aanwenden, en dus hoe hoger de vergoeding die zij kan toekennen Kosten en lasten De banken rekenen voor kasbons geen kosten aan, noch bij intekening, noch bij renteuitkering, noch op de vervaldag. Wat de lasten betreffen, dient er op de interesten uit kasbons een roerende voorheffing van 15 % te worden betaald. Die belasting wordt ingehouden telkens er interest wordt uitgekeerd, zodat bij rente-uitkering de spaarder/belegger slechts het nettogedeelte van de interest ontvangt. Bij de klassieke kasbon met jaarlijkse rente-uitkering, zal er bijgevolg elk jaar roerende voorheffing worden ingehouden op de interest die dat jaar wordt toegekend. Bij de kapitalisatiebon worden de jaarlijkse interesten evenwel niet uitgekeerd doch gekapitaliseerd. 7 Na inhouding van de roerende voorheffing (zie verder 4.3). 23
24 Pas op het einde van de looptijd wordt de totale (gekapitaliseerde) interest uitgekeerd. Op dat moment zal dan de roerende voorheffing van 15 % over de volledige interest worden ingehouden Toepassing: de kasbon als beleggingsinstrument Stel dat een persoon een kasbon van & '( ' jaarlijkse rente-uitkering, en dat de toepasselijke interestvoet 3,25 % bedraagt. Over welk kapitaal beschikt die persoon dan na vijf jaar en welk reëel rendement werd daarbij gerealiseerd? Elk jaar zal een (bruto)interest van " jaar 15 % roerende voorheffing, of 12,1875!# " "%!# # & & & effectieve netto-uitgekeerde interest slechts 69,0625 % # ) derhalve een totaal kapitaal van: 5 0,85 3,25 %) , ,25 % = = 2.845,31 effectief zijn verworven. Hiermee stelt een werkelijk nettorendement overeen van 2,62 %: , ,62 %) = 2.845,31 zodat 2,62 % =
25 % Stel daarentegen dat die persoon diezelfde kasbon koopt, doch met kapitalisatie van de jaarlijkse interesten in plaats van met uitkering van de jaarlijkse interesten. In dat geval worden de jaarlijkse interesten van rentevoet, zodat na vijf jaar een (bruto)kapitaal van: ,25% ) 5 = 2.933,53 verworven is. Pas op de slotvervaldag zal de roerende voorheffing van 15 % op de totale verworven interest worden ingehouden, gelijk aan 15 % x (2.933, Uiteindelijk is na vijf jaar een effectief kapitaal van 2.933,53-65,03 verworven zijn. Dit stemt overeen met een reëel rendement van 2,79 %: , ,79 %) = 2.868,50 zodat 2,79 % = ! #" $ &% " $ 25
26 5. Staatsbon 5.1. Bepaling De staatsbon is een vastrentend effect, uitgegeven door de Belgische staat, met een jaarlijkse rente-uitkering, bedoeld voor niet-professionele beleggers. Het gaat om een beleggingsinstrument dat de Belgische staat sinds 1996 aanbiedt en dat grotendeels dezelfde kenmerken vertoont als een kasbon. Tot nu toe bestaan vier types staatsbons: de Staatsbon op 5 jaar: deze soort heeft een looptijd van vijf jaar met een vaste rentevoet gedurende de gehele looptijd. de Staatsbon op 8 jaar: deze soort heeft een looptijd van acht jaar met een vaste rentevoet gedurende de gehele looptijd. de Staatsbon 5/7: dit is een staatsbon op vijf jaar met een vaste rentevoet, die tot zeven jaar kan worden uitgebreid. Na vijf jaar heeft de belegger de mogelijkheid om zijn geld te recupereren of zijn staatsbon met dezelfde interest te verlengen voor twee jaar. de Staatsbon 3/5/7: dit is een staatsbon op zeven jaar met een herzienbare rentevoet, waarbij de belegger na het derde of na het vijfde jaar de terugbetaling kan vragen. Deze soort staatsbon levert gedurende de eerste drie jaar een vaste rentevoet op. De belegger kan vervolgens besluiten om zijn belegging te verlengen, telkens met twee jaar en tegen een steeds hogere rentevoet. Na drie jaar kan de belegger dus kiezen om zijn geld terug te krijgen of om de staatsbon met twee jaar te verlengen tegen een hogere rentevoet. Na vijf jaar kan de belegger opnieuw kiezen om zijn geld terug te krijgen of om de staatsbon opnieuw te verlengen met twee jaar tegen een nog hogere rentevoet. Na zeven jaar wordt de staatsbon hoedanook terugbetaald. Telkens wordt de rente jaarlijks uitgekeerd. Voorlopig is er geen kapitalisatie mogelijk. De Schatkist geeft viermaal per jaar staatsbons uit: in maart, juni, september en december.! Op 31 augustus 2004 stond er een totaal bedrag van ,69 rd Staatsbons. De meest recente uitgifte van staatsbons dateert van 4 september Toen werd enerzijds een Staatsbon op 5 jaar tegen een vaste rentevoet van 3,15 % uitgegeven en anderzijds een Staatsbon op 8 jaar tegen een vaste rentevoet van 3,65 %. Op de Staatsbon op 5 jaar werd voor een totaal bedrag van voor een totaal bedrag van % 26
27 5.2. Rentevergoeding De interestvoet op staatsbons is afhankelijk van het type staatsbon, en hangt af van de op het moment geldende marktrentevoeten en van de looptijd van de staatsbon. In principe is de rentevoet op staatsbons gelijklopend met die op kasbons Kosten en lasten Op de uitgifte of terugbetaling van de staatsbon zijn doorgaans geen kosten verschuldigd. Wel kunnen de financiële instellingen een kost aanrekenen voor het leveren van de staatsbon. Op de interesten van staatsbons is er roerende voorheffing (15 %) van toepassing. Die roerende voorheffing wordt elk jaar ingehouden op de rente die dat jaar wordt uitgekeerd Toepassing: de staatsbon als beleggingsinstrument Stel dat een persoon op 4 september 2004 voor een bedrag van een Staatsbon op 5 jaar tegen een interestvoet van 3,15 %. Elk jaar is derhalve een interest van ,81 % $$ slotkapitaal van %$ % %) = 2.834, ,69 overeenkomt met een werkelijk nettorendement van 5 1 = 2,54 %
28 Indien die persoon op 4 september had ingeschreven op de Staatsbon op 8 jaar tegen een rentevoet van 3,65 %, dan zou hij/zij na acht jaar beschikken over een kapitaal van ( ,85. 3,65 %) = 3.120, , = 1 2,81 %. Stel dat een persoon voor een bedrag van interestvoet van 3,60 %. Elk jaar zal dan een brutointerestbedrag van worden toegekend, waar 15 % roerende voorheffing, of 13,50 "$ $ jaar de belegger kiezen om zijn kapitaal terug te krijgen, in welk geval het reële rendement op vijf jaar 5 0,85 3,60 %) = ,89 % zou bedragen. % 28
29 Na vijf jaar kan de belegger evenwel ook beslissen om de staatsbon met twee jaar te verlengen. In dat geval zal de belegger na zeven jaar beschikken over een kapitaal van x ( ,85. 3,60 %) = 3.035,50 van 2,81 %. 29
30 Stel tenslotte dat voor een bedrag van een rentevoet op drie jaar van 3 %, een rentevoet van 3,50 % voor het vierde en vijfde jaar en een rentevoet van 4 % voor het zesde en zevende jaar. Gedurende de eerste drie jaar zou jaarlijks een brutointerest van voorheffing op wordt ingehouden. Tijdens het eventuele vierde en vijfde jaar zou een brutointerest van $ $ eventuele zesde en zevende jaar tenslotte zou een brutointerest van worden uitgekeerd (- 15 % RV). Na drie jaar zou het slotkapitaal 2.691,25-15 % RV). Tijdens het $$ Na vijf jaar zou het slotkapitaal
31 Na zeven jaar, tenslotte, zou het slotkapitaal 3.010,69 %: 31
32 6. Verzekeringsbon 6.1. Bepaling De verzekeringsbon is een beleggingsproduct op middellange termijn, waarbij een éénmalige storting wordt verricht en een vaste rentevoet wordt gegarandeerd gedurende een vaste looptijd. De interesten worden jaarlijks gekapitaliseerd tegen dezelfde gegarandeerde rentevoet. Een verzekeringsbon is in essentie een individueel levensverzekeringscontract op naam. De belegger sluit met de verzekeringsinstelling een levensverzekering af. Indien de verzekerde (d.i. de belegger) op de einddatum in leven is, keert de verzekeraar het geïnvesteerde bedrag uit verhoogd met een gegarandeerde interest. Bij overlijden van de belegger wordt een kapitaal uitgekeerd aan diens erfgenamen Rentevergoeding De rentevergoeding op een verzekeringsbon bestaat uit een gewaarborgde interestvoet, die gedurende de gehele looptijd gegarandeerd blijft. Die interestvoet is afhankelijk van de looptijd van de verzekeringsbon: hoe langer de looptijd, hoe hoger de rentevoet. De rente wordt jaarlijks berekend. Die rente wordt evenwel niet uitgekeerd tijdens de looptijd van de verzekeringsbon, maar wordt jaarlijks toegevoegd aan het geïnvesteerde kapitaal. Vanaf het volgende jaar brengt de rente op haar beurt rente op. Die kapitalisatie gebeurt tegen dezelfde gegarandeerde interestvoet Kosten en lasten Sommige instellingen rekenen de spaarder/belegger bij instappen kosten aan. Dergelijke instapkosten, die doorgaans als een percentage van het gestorte kapitaal worden uitgedrukt, hebben tot gevolg dat slechts het gedeelte van het gestorte kapitaal ná aftrek van de instapkosten effectief wordt belegd. De consequentie hiervan is uiteraard dat het reële rendement van de verzekeringsbon afneemt. De verzekeringsbon ontsnapt aan de roerende voorheffing indien aan de verzekeringsbon een overlijdensdekking van tenminste 130 % van het gestorte bedrag is gekoppeld (ongeacht de looptijd van de verzekeringsbon) of indien de verzekeringsbon een looptijd heeft van meer dan acht jaar (ongeacht het feit of er een overlijdensdekking is of niet). Dergelijke overlijdensdekking komt erop neer dat ingeval de belegger/verzekerde overlijdt tijdens de looptijd, er aan een door de belegger/verzekerde aangeduide begunstigde een bedrag gelijk 32
33 ! aan minstens 130 % van het gestorte kapitaal zal worden uitbetaald. Op die manier vertoont de verzekeringsbon minder de kenmerken van een zuivere belegging en meer de kenmerken van een levensverzekering. Om die reden staat de fiscale wetgever een vrijstelling van roerende voorheffing toe op de inkomsten uit dergelijke verzekeringsbons Toepassing: de verzekeringsbon als beleggingsinstrument Stel dat een persoon een bedrag van looptijd van 5 jaar en een gewaarborgde rentevoet van 3,50 %. Neem ook aan dat er instapkosten ten belope van 1 % van het gestorte bedrag, of 25 een nettobedrag van % kapitalisatie van de jaarlijkse interesten tegen dezelfde gewaarborgde rentevoet, een totaal kapitaal van $ 5 = 2.939, ,52 reëel rendement van 5 1 = 3,29 % % Merk op dat de brutorendementen van verzekeringsbons gelijklopend zijn met die van kasbons. Door het vermijden van de roerende voorheffing is het nettorendement van de verzekeringsbon evenwel hoger dan dat van de kasbon. 33
34 7. Spaar- of beleggingsverzekering 7.1. Bepaling De spaar- of beleggingsverzekering met gewaarborgd rendement, ook wel Tak 21-product genoemd 8, is een combinatie van een beleggingsproduct met een levensverzekering. Een levensverzekering wordt in dit geval gebruikt als spaar- of beleggingsinstrument. Net als de verzekeringsbon betreft de spaar- of beleggingsverzekering in essentie een individueel levensverzekeringscontract op naam. De belegger sluit met de verzekeringsinstelling een levensverzekering af, waarbij een éénmalige premie wordt gestort of periodieke (bv. maandelijkse) premies. Die éénmalige premie of periodieke premies worden dan gekapitaliseerd. Indien de verzekerde (d.i. de belegger) op de einddatum in leven is, keert de verzekeraar het opgebouwde eindkapitaal uit. Bij overlijden van de belegger tijdens de looptijd wordt het tot dan toe opgebouwde kapitaal uitgekeerd aan een door de belegger aangeduide begunstigde. Een dergelijke spaar- of beleggingsverzekering is een product op lange termijn. Het is een ideaal instrument om bijvoorbeeld een pensioenkapitaal op te bouwen Vergoeding De jaarlijkse vergoeding op een spaar/beleggingsverzekering omvat twee elementen. Enerzijds is op elke storting een gewaarborgde rentevoet van toepassing. Die gegarandeerde interestvoet wordt anderzijds jaarlijks verhoogd met een (niet gegarandeerde, variabele) bonus, eveneens uitgedrukt als een percentage. Die bonus betreft een winstdeelname, d.i. een deel van de winst van de verzekeringsinstelling, die derhalve afhankelijk is van de resultaten van de verzekeraar en dus van jaar tot jaar kan verschillen Kosten en lasten Aan een belegging in een spaar/beleggingsverzekering zijn doorgaans diverse kosten verbonden. Een eerste kostensoort betreft de instapkosten. De meeste verzekeringsinstellingen houden instapkosten in op nieuwe stortingen, uitgedrukt als een percentage. Dergelijke kosten hebben tot gevolg dat slecht het gedeelte van de storting ná afhouding van de instapkosten effectief zal worden belegd en dus effectief zal bijdragen tot de opbouw van het eindkapitaal. 8 In het Koninklijk Besluit van 22 februari 1991 over de controle op de verzekeringsondernemingen wordt dit type van verzekering als 21 e opgenomen in de opsomming van alle soorten verzekeringen. 34
35 % Een tweede kostensoort betreft de beheerskost, die jaarlijks door de verzekeringsinstelling worden aangerekend voor het beheer van de belegde tegoeden. Verschillende methoden kunnen worden gehanteerd om de jaarlijkse beheerskost te berekenen. Sommige instellingen berekenen de beheerskost als een kapitalisatie van, bijvoorbeeld, 0,5 %. Het bedrag van de beheerskost van een bepaald jaar komt in dat geval overeen met het verschil tussen enerzijds het in dat jaar effectief opgebouwde kapitaal (tegen de effectief toegekende vergoeding) en anderzijds het kapitaal dat dat jaar zou zijn opgebouwd indien de vergoeding 0,5 % minder zou bedragen. Andere instellingen berekenen de beheerskost van een bepaald jaar als een bepaald percentage, bijvoorbeeld 0,5 %, van de op het einde van dat jaar opgebouwde reserve. Indien op het einde van een jaar in totaal een kapitaal van zou de beheerskost 0,5 % x $ stellen evenwel een plafond aan de jaarlijks aangerekende beheerskost. De beheerskost is in dat geval elk jaar maximaal gelijk aan dat plafond. Tenslotte rekenen sommige verzekeringsinstellingen ook uitstapkosten aan. Dat betekent dat, bij uitkering van het kapitaal, een gedeelte van dat kapitaal als kost wordt ingehouden door de verzekeringsinstelling. Soms zijn deze uitstapkosten degressief. Dat wil zeggen dat de kost lager wordt naarmate er later wordt uitgetreden. We merken evenwel op dat er door de meeste verzekeringsinstellingen doorgaans geen uitstapkosten meer worden aangerekend indien na meer dan vijf jaar het kapitaal wordt uitgekeerd. Wat de lasten van de spaar/beleggingsverzekering betreffen, is de volgende fiscale regeling van toepassing. Op de inkomsten uit een spaar/belegginsverzekering dient er geen roerende voorheffing te worden betaald indien de looptijd van de spaar/beleggingsverzekering meer dan acht jaar bedraagt 9. De redenering van de fiscale wetgever die achter deze belastingvrijstelling schuilt, is dat in dat geval de spaar/beleggingsverzekering als een instrument voor lange termijnsparen kan worden beschouwd. Aan de hand van een dergelijke langlopende beleggingsvorm kan de spaarder/belegger aan individueel pensioensparen doen. De fiscale wetgever wenst een dergelijke vorm van individueel pensioensparen aan te moedigen, en doet dit door, onder andere, een vrijstelling van roerende voorheffing toe te kennen indien de looptijd van de spaar/beleggingsverzekering meer dan acht jaar bedraagt. Indien de looptijd acht jaar of minder is, dan is op de inkomsten uit de spaar/beleggingsverzekering wel roerende voorheffing (15 %) verschuldigd. In dat geval 9 In principe volstaat een looptijd van acht jaar en één dag om de vrijstelling van roerende voorheffing te genieten. 35
36 wordt de voorheffing evenwel slechts berekend op een fictieve rentevoet van 4,75 % en niet op het effectief uitgekeerde slotkapitaal. De roerende voorheffing is dan enkel van toepassing op het verschil tussen enerzijds de totale stortingen en anderzijds het kapitaal dat zou zijn opgebouwd bij een kapitalisatie van die stortingen tegen 4,75 % Toepassing: de spaar/beleggingsverzekering als instrument voor kapitaalopbouw Veronderstel dat een persoon intekent op een spaar/beleggingsverzekering en in het begin van een bepaald jaar een éénmalig bedrag van van 250 $ % t 3 % bedraagt en dat de jaarlijkse bonus kan worden geraamd op 2,5 %. Stel verder dat op elke nieuwe storting een instapkost van 1 % van toepassing is en dat elk jaar een beheerskost wordt aangerekend die overeenkomt met een kapitalisatie van 0,5 %. Over welk slotkapitaal zal deze persoon dan beschikken na 20 jaar en welk reëel rendement correspondeert daarmee? Elk jaar zal het op het einde van het vorige jaar opgebouwde kapitaal (het eerste jaar is dit enkel de éénmalige storting) én de in dat jaar gedane periodieke stortingen, exclusief de aangerekende instapkosten, worden gekapitaliseerd tegen een totale vergoeding van 3 % + 2,5 % = 5,5 %. Op het einde van elk jaar zal vervolgens de beheerskost worden afgehouden, zodat het opgebouwde kapitaal verminderd met die beheerskost gedurende het volgende jaar opnieuw wordt gekapitaliseerd. Uiteindelijk zal deze persoon na twintig jaar een totaal kapitaal hebben opgebouwd van , ) 240 Hierin is R 12 = 0, %, zodat 240 R ) 1 12 R = ,43. R 12 0, %) 1 = 4,91 % R =
37 8. Conclusie Het blijkt dat diverse factoren, zoals kosten en lasten, een belangrijke impact kunnen hebben op het werkelijke rendement van spaar- en beleggingsinstrumenten. Het opzet van deze module was dan ook de deelnemer bewust te maken van de kloof die daardoor kan ontstaan tussen enerzijds het door de financiële instelling geafficheerde rendement van de aangeboden spaar- en beleggingsproducten en anderzijds het werkelijke rendement ervan. Het beleggingsproduct met het hoogste geafficheerde rendement is derhalve niet noodzakelijk het meest rendabele product, wanneer met alle aspecten rekening wordt gehouden. Aan de hand van deze module wensen we bij de deelnemer een reflex aan te wakkeren om voorbij het geadverteerde rendement van spaar- en beleggingsproducten te kijken en die producten te evalueren op basis van hun reële rendement door ook rekening te houden met alle kosten en lasten die op de spaar- en beleggingsproducten betrekking hebben. 37
F I N A N C I Ë L E I N F O F I C H E
F I N A N C I Ë L E I N F O F I C H E Argenta-Flexx 1 Deze financiële infofiche maakt integraal deel uit van de verzekeringsvoorwaarden T Y P E L E V E N S V E R Z E K E R I N G Levensverzekering met een
SPAREN OF BELEGGEN BIJ P&V Verzeker u van een aantrekkelijk rendement
SPAREN OF BIJ P&V Verzeker u van een aantrekkelijk rendement Welke beleggingsformules het best zijn aangepast aan uw doelstellingen, bespreekt u best met uw P&V adviseur. Hij helpt u graag verder bij het
FINANCIËLE INFOFICHE LEVENSVERZEKERING VOOR TAK 21
KBC-Life Capital Type Levensverzekering KBC-Life Capital 1 is een tak 21-beleggingsverzekering met een door de verzekeringsonderneming gegarandeerd rendement. Hoofdwaarborg: Uitkering van de reserve bij
SPAREN OF BELEGGEN BIJ P&V Verzeker u van een aantrekkelijk rendement
SPAREN OF BELEGGEN BIJ P&V Verzeker u van een aantrekkelijk rendement Welke beleggingsformules het best zijn aangepast aan uw doelstellingen, bespreekt u best met uw P&V adviseur. Hij helpt u graag verder
Financiële infofiche levensverzekering. Argenta-Flexx 1
Financiële infofiche levensverzekering Argenta-Flexx 1 Type levensverzekering Levensverzekering met een door Argenta Assuranties nv (hierna de verzekeraar ) gegarandeerd rendement (tak 21). Tak 21 levensverzekeringen
F I N A N C I Ë L E I N F O F I C H E
F I N A N C I Ë L E I N F O F I C H E Argenta-Flexx 1 Deze infofiche maakt integraal deel uit van de verzekeringsvoorwaarden T Y P E L E V E N S V E R Z E K E R I N G Levensverzekering met een door Argenta
CAPIPLAN 1. Type levensverzekering Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet (Tak 21). Waarborgen
CAPIPLAN 1 Type levensverzekering Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet (Tak 21). Waarborgen Hoofdwaarborg Bij leven van de verzekerde op de einddatum: Het contract waarborgt de betaling van de
CAPI 23 1. Type levensverzekering. Waarborgen
CAPI 23 1 Type levensverzekering Waarborgen Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet (Tak 21). Met betrekking tot de winstdeelname wordt dit gecombineerd met een rendement gekoppeld aan beleggingsfondsen
Capiplan. Type levensverzekering Levensverzekering van het type tak 21 Waarborgen
Capiplan Type levensverzekering Levensverzekering van het type tak 21 Waarborgen - In geval van leven van de verzekerde op de einddatum van het contract waarborgt het contract de betaling van de totale
Financiële infofiche levensverzekering voor tak 21
Financiële infofiche levensverzekering voor tak 21 Type levensverzekering Waarborgen Doelgroep Tak 21 Rendement isave Income 1 Het product isave Income is een levensverzekering met een gegarandeerde intrestvoet
CAPI 23 1 PENSIOENSPAREN, LANGE TERMIJNSPAREN EN NIET-FISCAAL SPAREN
CAPI 23 1 PENSIOENSPAREN, LANGE TERMIJNSPAREN EN NIET-FISCAAL SPAREN Type levensverzekering Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet op de premies gestort in het tak 21-gedeelte van het contract (Tak
RECORD PREMIUM 1 1. Levensverzekering met een eenmalige premie van het type tak 21, met een gegarandeerde rentevoet op de gestorte nettopremie².
RECORD PREMIUM 1 1 Type levensverzekering Waarborgen Levensverzekering met een eenmalige premie van het type tak 21, met een gegarandeerde rentevoet op de gestorte nettopremie². In geval van leven van
FINANCIELE INFORMATIEFICHE LEVENSVERZEKERING VOOR COMBINATIE VAN TAK 21 EN TAK 23 Onyx Portfolio 1
Type levensverzekering Een levensverzekering waarbij een gewaarborgd rendement (tak 21) gecombineerd kan worden met een rendement dat gekoppeld is aan beleggingsfondsen (tak 23). De verzekeringnemer bepaalt
Junior Plan 1. Type levensverzekering
Junior Plan 1 Type levensverzekering Waarborgen Doelgroep Levensverzekering waarvan de nettopremies (dit zijn de premies exclusief premietaksen, instapkosten en eventuele premies voor aanvullende waarborgen)
FINANCIËLE INFOFICHE
FINANCIËLE INFOFICHE RENT LIFE - RENT FIX - RENT TEMPO Ethias nv Uw verzekeringsagent 2517-707 07/15 OM MEER TE WETEN OVER DE RENTEFORMULES EN VOOR EEN GRATIS OFFERTE, INFORMEER U VANAF VANDAAG: > Bezoek
Top-Hat Plus Plan Capiplan of Capi 23 1
Top-Hat Plus Plan Capiplan of Capi 23 1 INDIVIDUELE PENSIOENTOEZEGGING (tak 21) Type levensverzekering Capiplan Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet op de premies gestort in het tak 21-gedeelte
Safe Return+ Laat uw belegging veilig groeien! 3,40 % in 2010! 1
Safe Return+ Laat uw belegging veilig groeien! 3,40 % in 2010! 1 Een vaste gewaarborgde rentevoet gedurende 8 jaar Met Safe Return+ kiest u voor de absolute zekerheid van een aantrekkelijk rendement op
Beleggingsverzekeringen
Kennisfiche Beleggingsverzekeringen Beleggingsverzekeringen zijn contracten die u aangaat met een verzekeringsmaatschappij, niet met een bank. Ze worden wel verkocht via banken. Een beleggingsverzekering
Top-Hat Plus Plan. Type levensverzekering Levensverzekering van het type tak 21. Waarborgen
Top-Hat Plus Plan Type levensverzekering Levensverzekering van het type tak 21. Waarborgen - In geval van leven van de verzekerde op de einddatum van het contract waarborgt het contract de betaling van
financiële infofiche Flexibel VAP Saving Plan geldig op 1 januari 2017
Type levensverzekering Doelgroep Contracterende partijen Waarborgen Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen, met gewaarborgde intrestvoet door de verzekeringsmaatschappij. Deze levensverzekering laat
Save Plan 1. (1) Deze Financiële infofiche levensverzekering beschrijft de productmodaliteiten die van toepassing zijn op 20/01/2013.
Save Plan 1 Type levensverzekering Waarborgen Doelgroep Levensverzekering waarvan de nettopremies (dit zijn de premies exclusief premietaksen, instapkosten en eventuele premies voor aanvullende waarborgen)
JEUGDPLAN Capi 23 1. Type levensverzekering
1/5 JEUGDPLAN Capi 23 1 Type levensverzekering Waarborgen Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet op de premies gestort in het tak 21-gedeelte van het contract (Tak 21). De winstdeelname wordt gestort
Save Plan 1. Type levensverzekering
Save Plan 1 Type levensverzekering Waarborgen Doelgroep Levensverzekering waarvan de nettopremies (dit zijn de premies exclusief premietaksen, instapkosten en eventuele premies voor aanvullende waarborgen)
JEUGDPLAN Capi 23 1. Type levensverzekering. Raadpleeg ook de afzonderlijke informatiefiche van het gekozen fonds. Waarborgen
JEUGDPLAN Capi 23 1 Type levensverzekering Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet op de premies gestort in het tak 21-gedeelte van het contract (Tak 21). De winstdeelname wordt gestort in het tak
FAQ Gereglementeerde spaarrekeningen
FAQ Gereglementeerde spaarrekeningen Antwerpen, 01 januari 2015 Gevoeligheid: Publiek ARGENTA SPAARBANK NV, BELGIËLEI 49-53, 2018 ANTWERPEN 2/8 - DIRECTIE PRODUCTMANAGEMENT 01-01-2015 Inhoud 1 Algemeen...
De belangrijkste risico s verbonden aan hypothecaire leningen met kapitaalopbouw waarbij een levensverzekering wordt afgesloten, zijn de volgende:
De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en de FOD Economie waarschuwen voor formules voor hypothecaire kredieten met kapitaalopbouw waarbij een levensverzekering wordt afgesloten De FSMA
CertiFlex: drie veilige en slimme spaarformules.
CertiFlex: drie veilige en slimme spaarformules. Uw Ethias-adviseur helpt u de formule te kiezen die het best bij u past. CERTIFLEX-8 CERTIFLEX PENSIOEN CERTIFLEX FISCAAL Integrale gvk Verzekeraar Ethias
Financiële infofiche levensverzekering voor tak 21
Financiële infofiche levensverzekering voor tak 21 Type levensverzekering Spaar- of beleggingsdoelstelling Waarborgen Doelgroep Tak 21 Rendement isave Life Income 1 Levensverzekering met een vaste rente-uitkering.
Uw appeltje voor de dorst www.argenta.be. Argenta Life Plan
Uw appeltje voor de dorst www.argenta.be Argenta Life Plan www.argenta.be Argenta Life Plan Rendement en zekerheid in één contract. Wilt u meer halen uit uw spaargeld? Hebt u de ruimte om verder te kijken
Managed Funds Balanced Fund 1
Managed Funds Balanced Fund 1 PENSIOENSPAREN, LANGE TERMIJNSPAREN EN NIET-FISCAAL SPAREN Type levensverzekering Levensverzekering met een rendement dat gekoppeld is aan beleggingsfondsen (tak 23). Waarborgen
CertiFlex: drie veilige en slimme spaarformules.
CertiFlex: drie veilige en slimme spaarformules. Uw Ethias-adviseur helpt u de formule te kiezen die het best bij u past. CERTIFLEX-8 CERTIFLEX PENSIOEN CERTIFLEX FISCAAL Integrale nv Verzekeraar Ethias
PENSIOENSPAREN ZO DOE JE HET
ZO DOE JE HET 1. WAT IS PENSIOENSPAREN? Wie aan pensioensparen doet, bouwt op individuele basis een extra pensioen op. Wat je spaart, kan je bovendien fiscaal in mindering brengen via de personenbelasting.
Flexirekening. De beleggingsverzekering met absolute veiligheid voor uw kapitaal.
Flexirekening. De beleggingsverzekering met absolute veiligheid voor uw kapitaal. Sta sterker. Flexirekening. De beleggingsverzekering op langere 1. Wat is de Flexirekening? De Flexirekening is een flexibele
Top-Hat Plus Plan Capiplan of Capi 23 1
Top-Hat Plus Plan Capiplan of Capi 23 1 INDIVIDUELE PENSIOENTOEZEGGING (tak 21) Type levensverzekering Capiplan Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet op de premies gestort in het tak 21-gedeelte
Junior Plan 1. Type levensverzekering
Junior Plan 1 Type levensverzekering Waarborgen Doelgroep Levensverzekering waarvan de nettopremies (dit zijn de premies exclusief premietaksen, instapkosten en eventuele premies voor aanvullende waarborgen)
SPAARREKENING MET DERDENBEDING
CENTRALE KREDIETVERLENING NV Uw vertrouwensspaarbank sedert 1956 Spaarbank van Belgische oorsprong Kredietinstelling erkend door NBB Deelnemer aan het Belgisch depositogarantiestelsel SPAARREKENING MET
Myriad TYPE LEVENSVERZEKERING
Myriad TYPE LEVENSVERZEKERING Levensverzekering die een, door de verzekeringsmaatschappij, gewaarborgd rendement (Tak 21) en een rendement gekoppeld aan beleggingsfondsen (Tak 23) combineert. WAARBORGEN
Post Optima Pension 1
Financiële infofiche Levensverzekeringen voor tak 21 Post Optima Pension 1 Type levensverzekering Individuele levensverzekering van onderworpen aan het Belgisch recht met gegarandeerde rentevoet (tak 21).
Financiële Informatiefiche voor fiscale levensverzekering
Financiële Informatiefiche voor fiscale levensverzekering Geldig vanaf 6/2/2015 DL Strategy Type Levensverzekering Levensverzekering met intrestvoet gewaarborgd door de verzekeringsmaatschappij (Tak 21).
Is een Tak 21 nog een goede belegging? MoneyTalk
Is een Tak 21 nog een goede belegging? MoneyTalk De Tak 21-beleggingsverzekeringen hebben in 2011 sterk geleden onder de eurocrisis en de terugval van de aandelenmarkten. Vooral de lage winstdeelnemingen
Gewaarborgde rentevoet. AG Safe+ Laat uw belegging veilig groeien
Gewaarborgde rentevoet AG Safe+ Laat uw belegging veilig groeien Een vaste, gewaarborgde rentevoet AG Safe+ is een individuele levensverzekering (tak 21) van AG Insurance. Ze is onderworpen aan Belgisch
F I N A N C I Ë L E A L G E B R A v o o r 5 d e s
1 Hotel-en Toerismeschool Spermalie Snaggaardstraat 15 8000 Brugge 050 33 52 19 050 33 90 79 F I N A N C I Ë L E A L G E B R A v o o r 5 d e s Deel 4 : gelijkwaardige rentevoeten oefenbundel Oefeningen
Waarop moet u letten als u een groepsverzekering wilt aangaan?
Inhoudstafel Deel 1. Waarop moet u letten als u een groepsverzekering wilt aangaan? 1. Waarom is een groepsverzekering interessant voor uzelf en voor uw vennootschap?... 1 1.1. Opbouw van een aanvullend
Aantrekkelijke gewaarborgde rentevoet gedurende 8 jaar! AG Safe+ Laat uw belegging veilig groeien!
Aantrekkelijke gewaarborgde rentevoet gedurende 8 jaar! AG Safe+ Laat uw belegging veilig groeien! Een vaste gewaarborgde rentevoet gedurende 8 jaar! AG Safe+ biedt u absolute zekerheid 1. Jaar na jaar
Argenta Life Plan. Uw appeltje voor de dorst
Argenta Life Plan Argenta Life Plan is een levensverzekering naar Belgisch recht aangeboden door Argenta Assuranties nv, met enerzijds een gegarandeerd rendement (tak 21-luik) en/of anderzijds een rendement
ING Lifelong Income 1
ING Lifelong Income 1 Type levensverzekering Levensverzekering (tak 23) van NN Insurance Belgium nv waarvan het rendement gekoppeld is aan beleggingsfondsen (beschreven verder in deze infofiche), waarbij
KBC-Life Alternative Selector
KBC-Life Alternative Investments KBC-Life Alternative Selector KBC-Life Alternative Investments 1 is een tak23-levensverzekering, waarvan het rendement verbonden is met beleggingsfondsen. Type levensverzekering
Groep Hesters Save 1. Type levensverzekering
Groep Hesters Save 1 Type levensverzekering Waarborgen Doelgroep Levensverzekering waarvan de nettopremies (dit zijn de premies exclusief premietaksen, instapkosten en eventuele premies voor aanvullende
Inhoudstafel. Deel I - Groepsverzekering of IPT. Voorwoord... 1. Inhoudstafel. 1. Schema... 5. 2. Algemeen... 6
Inhoudstafel Voorwoord.... 1 Deel I - Groepsverzekering of IPT 1. Schema.................................................... 5 2. Algemeen.................................................. 6 2.1. Waarom
Bijzondere voorwaarden geldend tussen Rabobank.be en particulier cliënteel
Bijzondere voorwaarden geldend tussen Rabobank.be en particulier cliënteel 1 BIJZONDERE VOORWAARDEN VOOR SPECIFIEKE PRODUCTEN OF DIENSTEN... 2 1.1 TERMINOLOGIE... 2 Art. 1. Terminologie... 2 1.2 REKENINGEN...
Financiële infofiche levensverzekering voor combinatie tak 21 en 23
cambio CAMBIO 1 TYPE LEVENSVERZEKERING WAARBORGEN Levensverzekering waarbij een gegarandeerd rendement (tak 21) gecombineerd wordt met een rendement dat gekoppeld is aan beleggingsfondsen (tak 23). Cambio
Financiële infofiche levensverzekering voor tak 21 tak 23
Financiële infofiche levensverzekering voor tak 21 tak 23 Type levensverzekering isave Invest 1 Het product isave Invest is een levensverzekering die een combinatie biedt van de volgende beleggingsvormen:
Argenta Spaarhypotheek
Argenta Spaarhypotheek De HYPOTHEEKVERZEKERING met HYPOTHEEKFONDS Informatiebrochure Argenta Spaarhypotheek Hypotheekverzekering met hypotheekfonds Argenta-Life Nederland N.V. 1 Wat is nu precies een Spaarhypotheek?
FINANCIËLE INFOFICHE LEVENSVERZEKERING VOOR TAK 23
_ FINANCIËLE INFOFICHE LEVENSVERZEKERING VOOR TAK 23 KBC-Life Privileged Portfolio KBC-Life Privileged Portfolio 1 is een tak23-levensverzekering zonder gewaarborgd rendement, waarvan het rendement verbonden
FINANCIËLE INFOFICHE LEVENSVERZEKERING VOOR TAK 23
Post Optima Invest gekoppeld aan het fonds Post Optima DOUBLE 1 Blootstelling van 100% van de netto geïnvesteerde premie via depot bij BNP Paribas Fortis Type levensverzekering Waarborgen Individuele levensverzekering
(Sociaal) VRIJ AANVULLEND PENSIOEN 1
(Sociaal) VRIJ AANVULLEND PENSIOEN 1 Type levensverzekering Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet (Tak 21). Mogelijkheid om te kiezen voor een formule waarbij dit met betrekking tot de winstdeelname
Hypotheekrecht en - vormen
Hypotheekrecht en - vormen Wat is een hypotheek? Een hypotheek is in theorie een zekerheidsrecht. Wanneer u een hypotheek afsluit, geeft u het recht van hypotheek aan de geldverstrekker. Dit recht van
Financiële infofiche levensverzekering voor combinatie Tak 21 en 23
Financiële infofiche levensverzekering voor combinatie Tak 21 en 23 CAMBIO 1 TYPE LEVENSVERZEKERING Levensverzekering waarbij een gegarandeerd rendement (tak 21) gecombineerd wordt met een rendement dat
CKV-SPAARREKENING MET DERDENBEDING
CENTRALE KREDIETVERLENING NV Uw vertrouwensspaarbank sedert 1956 CENTRALE KREDIETVERLENING NV (CKV) SPAARBANK VAN BELGISCHE OORSPRONG MANNEBEEKSTRAAT 33 8790 WAREGEM [email protected] BE0400.040.965 Kredietinstelling
FLEXIBEL PENSION SAVING met Home -clausule
Nu voordelig sparen voor uw toekomst! Flexibel Pension Saving is een tak 21-spaarverzekering met een gegarandeerde intrestvoet, mogelijk verhoogd met een variabele, niet-gegarandeerde, winstdeelname. Doelgroep
ING Life Personal Protected 1
ING Life Personal Protected 1 Type levensverzekering Levensverzekering (tak 23), behorende tot het productengamma Secure Invest van ING Life Belgium nv waarvan het rendement gekoppeld is aan beleggingsfondsen.
Life Cycle Plan 1. Aanvullende waarborg optioneel:
Life Cycle Plan 1 Type levensverzekering Levensverzekering waarvan het rendement verbonden is aan beleggingsfondsen (tak 23). Waarborgen - In geval van leven van de verzekerde (= verzekeringsnemer) op
(Sociaal) VRIJ AANVULLEND PENSIOEN 1
(Sociaal) VRIJ AANVULLEND PENSIOEN 1 Type levensverzekering Levensverzekering met gewaarborgde rentevoet (Tak 21). Mogelijkheid om te kiezen voor een formule waarbij dit met betrekking tot de winstdeelname
FINANCIËLE INFOFICHE LEVENSVERZEKERING VOOR TAK 23
KBC-Life Invest Plan KBC-Life Invest Plan 1 is een tak23-levensverzekering zonder gewaarborgd rendement, waarvan het rendement verbonden is met beleggingsfondsen. Type Levensverzekering Meer concreet heeft
Groep Hesters Invest 1
Groep Hesters Invest 1 Type levensverzekering Waarborgen Doelgroep Levensverzekering waarvan de nettopremie (dit is de premie exclusief premietaksen en instapkosten) geheel of gedeeltelijk belegd wordt
Financiële Informatiefiche voor fiscale levensverzekering
Financiële Informatiefiche voor fiscale levensverzekering Geldig vanaf 15/4/2016 DL Strategy Type Levensverzekering Levensverzekering met intrestvoet gewaarborgd door de verzekeringsmaatschappij (Tak 21).
financiële infofiche Flexibel VAP Saving Plan geldig op 20 november 2017
Type levensverzekering Doelgroep Spaardoelstelling Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen, met gewaarborgde intrestvoet door de verzekeraar. Deze levensverzekering laat toe om eventuele winstdelingen
Argenta Life Plan. Uw appeltje voor de dorst
Argenta Life Plan Argenta Life Plan is een levensverzekering naar Belgisch recht aangeboden door Argenta Assuranties nv, met enerzijds een gegarandeerd rendement (tak 21-luik) en/of anderzijds een rendement
TopPerformance Plan Beloon uw medewerkers optimaal door minder belastingen te betalen.
TopPerformance Plan Beloon uw medewerkers optimaal door minder belastingen te betalen. Voor elke bonus die u aan uw medewerkers geeft, betaalt u het drievoudige. Vindt u dat normaal? Om de groei en de
De financiële en bancaire aspecten van bewind
De financiële en bancaire aspecten van bewind Ilse VREVEN Personal Banker Regio Midden - Limburg Hasselt, 16 november 2018 Agenda 1. Economische context 2. MIFID II Wettelijke context 3. Mogelijke types
Fidea Flexinvest. Bij overlijden door ongeval: met een extra uitkering van één of tweemaal de uitkering overlijden
Fidea Flexinvest Type levensverzekering Fidea Flexinvest 1 is een tak23-levensverzekering zonder gewaarborgd rendement, waarvan het rendement verbonden is met beleggings. Meer concreet heeft men de keuze
Pensioensparen. Zo doe je het
Pensioensparen Zo doe je het 1. Wat is pensioensparen? Wie aan pensioensparen doet, bouwt op individuele basis een extra pensioen op. Wat je spaart, kan je bovendien fiscaal in mindering brengen via de
Financiële infofiche levensverzekering. Argenta Fund Plan Kap B4 1
Financiële infofiche levensverzekering Argenta Fund Plan Kap B4 1 Type levensverzekering Levensverzekering van Argenta Assuranties nv, Belgiëlei 49-53, 2018 Antwerpen (hierna afgekort Argenta ) waarvan
De fiscale begrotingsmaatregelen van de regering Di Rupo I: invloed op uw beleggingen
De fiscale begrotingsmaatregelen van de regering Di Rupo I: invloed op uw beleggingen Eind 2011 werd het begrotingsakkoord door de regering Di Rupo goedgekeurd. Een aantal van deze maatregelen hebben rechtstreeks
Financiële infofiche levensverzekering van tak 23 TwinStar Today 1
Financiële infofiche levensverzekering van tak 23 TwinStar Today 1 TYPE LEVENSVERZEKERING TwinStar Today is een levensverzekeringsproduct (tak 23) van AXA Belgium, waaraan verschillende interne beleggingsfondsen
Financiële infofiche levensverzekering voor tak 21 tak 23
Financiële infofiche levensverzekering voor tak 21 tak 23 Type levensverzekering isave ProVAPZ 1 Het product isave ProVAPZ is een levensverzekering waarbij de klant de keuze heeft tussen één van of een
KBC Home & Pension Plan
KBC Home & Pension Plan Type Levensverzekering Waarborgen Het KBC Home & Pension Plan is een tak 21 spaarverzekering met een door de verzekeraar gegarandeerd rendement Deze financiële informatiefiche beschrijft
De eenvoudigste manier voor een mooi aanvullend pensioen!
RIZIV-contract Arts en tandarts De eenvoudigste manier voor een mooi aanvullend pensioen! 2 RIZIV-contract voor artsen en tandartsen De eenvoudigste manier voor een mooi aanvullend pensioen! Als geconventioneerde
Regelmatig sparen, een eerste stap naar een zekere toekomst!
Globaal bruto rendement van 3% in 2013 op de premies For Kids 1 Regelmatig sparen, een eerste stap naar een zekere toekomst! For Kids De eerste stap naar een zekere toekomst! 1,50 % gewaarborgd 2 + eventuele
