Gebruikershandleiding
|
|
|
- Daniël van der Zee
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gebruikershandleiding
2 Inhoud Namen van dingen en hun functie...4 Paneel... 4 Zijpaneel... 7 Regelkaarten gebruiken?...8 Wat is een regelkaart?... 8 Regelkaarten en het huidige geheugen... 8 Van regelkaart wisselen... 9 Een regelkaart opslaan... 9 Van de computer een regelkaart ontvangen (Bulk ontvangst) Regelkaartgegevens op de computer opslaan (Bulk Transmit) De regelkaarten beveiligen PCR Editor gebruiken...14 De MIDI poorten instellen Windows gebruikers Mac OS X gebruikers Uitleg van de menu s Bestandsmenu (File) Bewerkingsmenu (Edit) Communicatiemenu (Communication) Opties menu (Options) Hulpmenu (Help) Keyboard sneltoetsen Uitleg van elk venster Hoofdvenster Venster voor bericht toewijzing PCR Editor gebruiken om MIDI berichten toe te wijzen Een MIDI bericht toewijzen De toegewezen MIDI berichten bekijken Gegevens tussen PCR Editor en de PCR uitwisselen Verzenden Ontvangen Een regelkaart op de computer opslaan Een regelkaart inladen Een geheugenset als regelkaart inladen Een geheugenset importeren Items voor parameterinstelling NO ASSIGN Channel Message System Realtime/F6 [F6/F8/FA/FB/FC/FF] System Ex. [F0...F7] Free Message [...] Tempo Spelen (Play functie) Ga uw gang en speel Handige functies voor uitvoeringen Het huidige kanaal (MIDI verzendkanaal) selecteren MIDI kanaal Geluiden selecteren (programmawijziging/bank) Programmawijziging Bankselectie De Lower en Upper geluiden selecteren Het Lower geluid selecteren Het Upper geluid selecteren Twee geluiden lagen (Dual) Twee geluiden gecombineerd spelen (Split) Uitvoeringsdynamiek toepassen (Velocity) Een vaste velocity aangeven (Key Velocity) De keyboardaanslag wijzigen (Velocity Curve) De huidige waarde van alle regelaars verzenden (Snapshot) De regelaarwaarden onhoorbaar maken (PRM MUTE) Als er noten blijven hangen (Panic)
3 Instellingen (Edit functie)...41 Op het PCR keyboard MIDI berichten toewijzen Noottoewijzing Aftertouch toewijzing Controlewijziging toewijzing Programmawijziging toewijzing Tempo toewijzen RPN/NRPN toewijzen Systeem exclusief toewijzing Handige functies Toewijzing kopiëren Een toewijzing annuleren (NO ASSIGN) Systeeminstellingen...68 Klokinstellingen F8 Clock aan/uit F8 Clock standaard tempo F8 Clock poortinstelling Keyboardinstellingen Keyboard Velocity Curve Keyboardpoortinstelling Keyboard Aftertouch Curve Pad settings Pad Velocity Curve Pad Aftertouch Curve MIDI instellingen MIDI I/F schakelaar MIDI Merge bestemming Geavanceerde driver schakelaar Regelkaartinstellingen Startup Memory Instellingen van de VALUE draai VALUE encoder Overige instellingen Dynamic Mapping/V-LINK H-activity aan/uit Factory Reset Probleemoplossing Problemen met aansluitingen De USB driver verwijderen Problemen tijdens gebruik van de PCR Appendix Twee MIDI poorten De PCR direct op een geluidsmodule aansluiten Regelkaartoverzicht MIDI implementatiekaart Belangrijkste specificaties Index Voordat u dit apparaat in gebruik neemt, raden wij u aan u de volgende secties zorgvuldig door te lezen: HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN en BELANGRIJKE OPMERKINGEN (los blad). In deze secties vindt u belangrijke informatie over het juiste gebruik van het apparaat. Daarnaast dient deze gebruikershandleiding in zijn geheel gelezen te worden, zodat u een goed beeld krijgt van alle mogelijkheden, die dit nieuwe apparaat te bieden heeft. Bewaar deze handleiding om er later aan te kunnen refereren. * Alle productnamen in dit document zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaren. Copyright 2007 ROLAND CORPORATION Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemming van ROLAND CORPORATION op generlei wijze gereproduceerd worden. 3
4 Namen van dingen en hun functie Paneel fig.panel-left.eps 1 Beeldvenster Hier wordt een variatie aan informatie, zoals de huidige toestand van het instrument, weergegeven Indicatie Alfanumerieke tekens DYNAMIC MAPPING USB DATA OUT HEX Samenvatting Als u een regelaar bedient, wordt de waarde van de parameter die aan de betreffende regelaar is toegewezen kort weergegeven. Bovendien wordt informatie als de MIDI kanalen en programmawijzigingen weergegeven. Deze licht op, als de DYNAMIC MAPPING functie actief is. Deze licht op, als de PCR via USB op de computer is aangesloten. Deze knippert, wanneer er via USB of de MIDI OUT een MIDI bericht wordt verzonden. Deze licht op wanneer de waarde in het beeldvenster hexadecimaal is. * Als u de PCR een aantal seconden niet gebruikt, dimt het beeldvenster. * De toelichtingen in deze handleiding bevatten afbeeldingen, die aanduiden wat het beeldvenster normaalgesproken zou moeten weergeven. Houd er echter rekening mee, dat het apparaat wellicht een nieuwere, uitgebreidere versie van het systeem kan bevatten, zodat hetgeen u in het beeldvenster ziet niet altijd exact overeen hoeft te komen met hetgeen in de handleiding staat DYNAMIC MAPPING] knop, [V-LINK] knop Als u op de [DYNAMIC MAPPING] knop drukt, wordt de DYNAMIC MAPPING of de V-LINK functie ingeschakeld. De functie van de [DYNAMIC MAPPING] knop wordt door de DYNAMIC MAP- PING/V-LINK systeeminstelling bepaald (p. 81). DYNAMIC MAPPING Dynamic Mapping is een uitgebreide functie voor toekomstig gebruik. Voor details verwijzen wij u graag naar de Roland website door. V-LINK V-LINK ( ) is een functie, met behulp waarvan muziek en beelden samen kunnen worden uitgevoerd. Door met behulp van MIDI twee of meer V-LINK compatibele apparaten op elkaar aan te sluiten kunt u op eenvoudige wijze van een 4
5 Namen van dingen en hun functie brede variatie aan visuele effecten, die aan de expressieve elementen van een muzikale uitvoering zijn verbonden, genieten. VALUE draaiknop Door aan de VALUE draaiknop te draaien kunt u de MIDI CHANNEL, PROGRAM CHANGE, CONTROL MAP of USER instelling wijzigen. In de Edit functie kunt u met behulp van deze draaiknop het te bewerken item selecteren. [MIDI CHANNEL] knop Nadat u de [MIDI CHANNEL] knop heeft ingedrukt, zodat deze oplicht, kunt u aan de VALUE draaiknop draaien om het kanaal te selecteren, waarop het keyboard berichten zal versturen. (-> Het huidige kanaal selecteren (MIDI verzendkanaal) (p. 33)) [PROGRAM CHANGE] knop Nadat u de [PROGRAM CHANGE] knop heeft ingedrukt, zodat deze oplicht, kunt u aan de VALUE draaiknop draaien om via het huidige kanaal een programmawijzigingbericht te versturen. (-> Geluiden selecteren (Programmawijziging/Bank) (p. 34)) [CONTROL MAP] knop Nadat u de [CONTROL MAP] knop heeft ingedrukt, zodat deze oplicht, kunt u aan de VALUE draaiknop draaien om tussen de regelkaarten in de PCR te schakelen. (-> Van regelkaart wisselen (p.9)) [USER] knop Nadat u de [USER] knop heeft ingedrukt, zodat deze oplicht, kunt u aan de VALUE draaiknop draaien om de waarde van een door de gebruiker toegewezen parameter te wijzigen. (->VALUE draaiknop instellingen (p. 80)) Controllers [L1] [L4] (knoppen) U kunt aan deze knoppen de gewenste MIDI berichten toewijzen. (-> Een MIDI bericht toewijzen (p. 20)) [AFTERTOUCH] knop Deze geeft aan of het keyboard wel (ON) of geen (OFF) naslagberichten zal versturen. [DUAL/SPLIT] knop Deze wisselt tussen de Dual functie en de Split functie (-> Twee geluiden lagen (Dual) (p. 37)) (-> Twee geluiden gecombineerd spelen (Split) (p. 37)) [LOWER] knop, [DATA] knop Gebruik deze knop, als u het Lower part wilt afspelen of instellen. Als de [LOWER] knop verlicht is, wordt via het kanaal, dat momenteel voor het Lower part is ingesteld, de gegevens van het keyboard (noten en naslag), de verbuigingshendel (toonverbuiging, modulatie), voetpedaalberichten en programmawijzigingberichten verzonden. (-> De Lower en Upper geluiden selecteren (p. 36)) [UPPER] knop, [CHK SUM] knop Gebruik deze knop, als u het Upper part wilt afspelen of instellen. Als de [UPPER] knop verlicht is, wordt via het kanaal, dat momenteel voor het Upper part is ingesteld, de gegevens van het keyboard (noten en naslag), de verbuigingshendel (toonverbuiging, modulatie), voetpedaalberichten en programmawijzigingberichten verzonden. (-> De Lower en Upper geluiden selecteren (p. 36)) [EDIT] knop Gebruik deze knop om aan de regelaars MIDI berichten toe te wijzen of systeeminstellingen te maken. (-> Op het PCR keyboard MIDI berichten toewijzen (p. 41)) ( Systeeminstellingen (p. 68) [PRM MUTE] knop, [ENTER] knop Gebruik deze om de uitvoer van het regelaarbericht onhoorbaar te maken. Als u zich niet in de Play functie bevindt, kunt u deze knop als [ENTER] knop gebruiken. OCTAVE [-]/[+] knoppen, [BACK] knop, [CANCEL] knop Gebruik deze knoppen om het octaaf van het keyboard te verhogen of verlagen. Als u zich niet in de Play functie bevindt, kunt u deze knop gebruiken als [BACK] knop, waarbij u naar de volgende instelling terugkeert, en als [CANCEL] knop, waarmee u de instelling annuleert. Verbuigingshendel, [BEND] en [MOD] regelaar Deze kunt u gebruiken om de toonhoogte aan te passen of vibrato toe te passen. U kunt aan deze regelaar tevens de gewenste MIDI berichten toewijzen. (-> Op het PCR keyboard MIDI berichten toewijzen (p. 41)) 5
6 Namen van dingen en hun functie fig.panel-top.eps Regelaars [R1]-[R9] (draaiknoppen) U kunt aan deze draaiknoppen de gewenste MIDI berichten toewijzen. (-> Een MIDI bericht toewijzen (p. 20)) Regelaars [A1]-[A9], [B1]-[B9] (pads) U kunt aan deze pads de gewenste MIDI berichten toewijzen. (-> Een MIDI bericht toewijzen (p. 20)) De kracht waarmee u deze regelaars indrukt, kan worden gebruikt om een bijbehorende velocity waarde of naslagwaarde te verzenden. Als u zich niet in de Play functie bevindt, kunt u deze knoppen als [0]-[9] en [A][F] knoppen gebruiken, met behulp waarvan u cijferwaarden kunt invoeren. [[DECIMAL] knop Als u zich niet in de Play functie bevindt, kunt u op deze knop drukken om naar de decimale invoerfunctie over te schakelen (p. 64). In de Play functie fungeert deze knop als een reguliere regelaar [A9] [HEX] knop Als u zich niet in de Play functie bevindt, kunt u op deze knop drukken om naar de hexadecimale invoerfunctie over te schakelen (p. 64). In de Play functie fungeert deze knop als een reguliere regelaar [B9]. Regelaars [H1], [H2] (crossfader) U kunt aan deze crossfader de gewenste MIDI berichten toewijzen. (-> Een MIDI bericht toewijzen (p. 20)) Regelaars [C1]-[C3] (knoppen) U kunt aan deze knoppen de gewenste MIDI berichten toewijzen. (-> Een MIDI bericht toewijzen (p. 20)) Regelaars [S1]-[S9] (schuiven) U kunt aan deze schuiven de gewenste MIDI berichten toewijzen. (-> Een MIDI bericht toewijzen (p. 20)) 6
7 Namen van dingen en hun functie Zijpaneel fig.panel-side.eps MIDI MERGE schakelaar Deze schakelt de Merge functie voor MIDI IN berichten in/uit. (-> MIDI Merge bestemming (p. 77)) MIDI IN/OUT aansluitingen Deze kunt u op de MIDI aansluitingen van andere MIDI apparaten aansluiten, zodat u MIDI berichten kunt verzenden en ontvangen. (-> MIDI instellingen (p. 76)) DC IN jack Op deze jack kunt u een los verkrijgbare adapter (p. 92) aansluiten. Neem contact op met uw leverancier, als u een adapter wilt aanschaffen. Power (stroom) schakelaar DC OFF USB USB aansluiting Stroomtoevoer ingeschakeld, bij gebruik van de adapter Stroomtoevoer uitgeschakeld Stroomtoevoer ingeschakeld, terwijl er een USB kabel is aangesloten. Als de PCR-300/500/800 door middel van een USB kabel op de computer is aangesloten, kunt de USB (d.w.z. de busvoeding) instelling gebruiken. De stroom wordt via de USB kabel door de computer geleverd. Als u de PCR op busvoeding wilt gebruiken, zet u de stroomschakelaar op de USB stand. * Bij sommige computers kan het zijn, dat de PCR niet op busvoeding kan draaien. Als dit het geval is, dient u de los verkrijgbare adapter te gebruiken (p. 92). Gebruik deze om de PCR door middel van een USB kabel op de computer aan te sluiten Regelaars [P1], [P2] (voetpedalen) Op deze jacks kunt u geschikte pedalen aansluiten, die u als regelaars kunt gebruiken. Hier kunt u een los verkrijgbare pedaalschakelaar (DP-2, BOSS FS- HOLD 5U) aansluiten, die u als hold pedaal kunt gebruiken. EXPRESSION U kunt aan deze regelaars de gewenste MIDI berichten toewijzen. (-> Een MIDI bericht toewijzen (p. 20)) * Gebruik alleen het aangegeven expressiepedaal. Door een willekeurig ander expressiepedaal te gebruiken riskeert u storingen en/of schade aan het apparaat. Veiligheidssleuf ( ) Hier kunt u een los verkrijgbaar expressiepedaal (EV-5, EV-7) op aansluiten, dat u kunt gebruiken om de toon of het volume in realtime te regelen. 7
8 Regelkaarten gebruiken Wat is een regelkaart? De PCR-300/500/800 bevat vijftig, volledig toewijsbare regelaars. U kunt aan elke willekeurige regelaar een willekeurig MIDI bericht toewijzen. De MIDI instellingen die aan de regelaars zijn toegewezen, worden als groep een regelkaart genoemd. Dit is hetzelfde, als wat op eerdere modellen uit de PCR serie een geheugenset werd genoemd. Voor details over hoe u aan regelaars MIDI berichten toewijst, verwijzen we u naar PCR Editor gebruiken (p. 14) of Op het PCR keyboard MIDI berichten toewijzen (p. 41). MIDI instellingen die aan de regelaars zijn toegewezen (d.w.z. de regelkaart), kunnen in het interne geheugen van de PCR of in DAW software op de computer worden opgeslagen. Door op eenvoudige wijze van regelkaart te wisselen kunt u een brede variatie aan toepassingen regelen. Van de Roland website kunt u tevens de meest recente regelkaarten downloaden, die u vervolgens in de PCR kunt inladen. Geheugensets en regelkaarten De geheugensets in eerdere modellen uit de PCR serie worden nu, op de PCR-300/ 500/800, regelkaarten genoemd. Met behulp van de PCR Editor versie 2 software, die met dit product is meegeleverd, kunt u geheugensets importeren en deze als regelkaarten gebruiken. Voor details zie PCR Editor gebruiken (p. 14). Regelkaarten en het huidige geheugen Over het geheugen van de PCR fig.currentmemory-e.eps Control maps SONAR Logic Cubase : : etc... Het interne geheugen van de PCR-300/500/800 bevat zestien regelkaarten. Om een regelkaart te kunnen gebruiken dient u deze naar een locatie te kopiëren, die het huidige geheugen wordt genoemd. Als u het apparaat uitzet, gaan alle eventuele wijzigingen in het huidige geheugen verloren. Zie Een regelkaart opslaan (p. 9), als u de wijzigingen die u in het huidige geheugen heeft gemaakt, wilt opslaan. Met behulp van het Opstartgeheugen (p. 79) kunt u aangeven, welke regelkaart bij het opstarten van het apparaat in het huidige geheugen dient te worden geladen. Current Memory 8
9 Regelkaarten gebruiken Van regelkaart wisselen Als de PCR-300/500/800 uit de fabriek wordt geleverd, bevat deze zestien regelkaarten. Door tussen deze regelkaarten te wisselen, kunt u op snelle wijze regelkaarten selecteren, die voor een brede variatie aan software geschikt zijn. Zie Regelkaartenoverzicht (p. 90) voor details over de geheugennummers van deze regelkaarten en hun fabrieksinstellingen. fig.h-memoryset.eps 1 Druk op de [CONTROL MAP] De [CONTROL MAP] knop licht op. Het beeldvenster geeft het huidig geselecteerde geheugennummer aan. Een regelkaart opslaan Als u de wijzigingen, die u in het huidige geheugen heeft aangebracht, wilt opslaan, slaat u de regelkaart met behulp van de onderstaande procedure op. U kunt de regelkaart in geheugennummer 1-F opslaan. U kunt deze niet in het geheugennummer 0 opslaan. * Als u de instellingen van het huidige geheugen heeft gewijzigd, en u de wijzigingen wilt bewaren, dient u ervoor te zorgen, dat de SAVE procedure volgt om ze op te slaan. fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2 Draai aan de [VALUE] draaischijf om het geheugennummer, dat u wilt opvragen, te selecteren. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT aan. fig.d-save.eps 2 Draai aan de VALUE draaiknop, zodat het beeldvenster SAVE aangeeft. U kunt ook door middel van de volgende methode van regelkaart wisselen. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT aan. 2. Druk op de [CONTROL MAP] Deze licht op, en het beeldvenster geeft het huidig geselecteerde geheugennummer aan. 3. Gebruik de [A1]-[A8], [B1]-[B8] regelaars of de VALUE draaiknop om het op te vragen geheugennummer in te voeren. 4. Druk op de [ENTER] fig.d-protect.eps 3 Druk op de [ENTER] * Als het beeldvenster PTC weergeeft, is de Protect instelling (beveiliging) ingeschakeld (ON), en kunt u geen gegevens in het geheugen opslaan. Schakel de Protect instelling uit (OFF), en herhaal de procedure vanaf stap 1. (-> De regelkaarten beveiligen (p. 13)) 4 Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1]-[A8], [B1]-[B8] regelaars om het geheugennummer 1 - F, waaronder u de regelkaart wilt opslaan, te selecteren. Het aangegeven geheugennummer knippert in het beeldvenster. 5 Druk op [ENTER] om de regelkaart op te slaan. * Als u op een andere dan de [ENTER] knop drukt, wordt de Save procedure geannuleerd. 9
10 Regelkaarten gebruiken Van de computer een regelkaart ontvangen (Bulk ontvangst) De PCR-300/500/800 kan in de vorm van een bulk dump regelkaartgegevens ontvangen. Als u de regelkaartgegevens, die met behulp van PCR Editor zijn gemaakt, in het huidige geheugen van de PCR wilt ontvangen, dient u PCR Editor zo in te stellen dat de PCR een bulk dump kan ontvangen. Als u wilt dat de PCR deze gegevens als berichten van de DAW software ontvangt, dient u het PCR keyboard zo in te stellen, dat deze een bulk dump kan ontvangen. Hier tonen we, hoe de instellingen op een PCR keyboard worden gemaakt om een Bulk Dump te ontvangen. Voor meer informatie over PCR Editor zie PCR Editor gebruiken (p. 14). Zie Gegevens uitwisselen tussen PCR Editor en de PCR (p. 22) voor details over hoe u een regelkaart van PCR Editor kunt ontvangen. 5 Gebruik de VALUE draaiknop of de regelaars om de ontvangstmethode te selecteren. Kies de methode, die voor de gegevens die u ontvangt, geschikt is. Regelaar Item Beeldvenster Uitleg [A1 (0)] SINGLE BULK [A2 (1)] ALL BULK Er wordt één regelkaart ontvangen. De ontvangen gegevens overschrijven het huidige geheugen. De geheugens 1-F worden niet beïnvloed. De gegevens van alle vijftien regelkaarten worden ontvangen. De ontvangen gegevens overschrijven de interne geheugens 1-F fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-rsbulk-wait.eps 6 Controleer of het beeldvenster de juiste keuze weergeeft, en druk op de [ENTER] Het meest rechter cijfer van het beeldvenster knippert, en de PCR wacht tot de bulk gegevens aankomen. Over het beeldvenster in de Bulk functie Ontvangen/Verzenden fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT aan. fig.d-bulk.eps 2 Draai aan de VALUE draaiknop, zodat het beeldvenster BULK aangeeft. fig.d-bulkr.eps 3 Druk op de [ENTER] In het beeldvenster knippert BLR (Bulk Receive, bulk ontvangst). Receive Transmit SINGLE BULK / ALL BULK SINGLE BULK ALL BULK Verzenden/Ontvangen/Wachten Wacht op Wacht op ontvangst verzenden (knippert) (knippert) Ontvangen Verzenden 4 Controleer of het beeldvenster BLR (bulk ontvangst) weergeeft, en druk vervolgens op de [ENTER] Als het beeldvenster BLT (Bulk Transmissie) aangeeft, gebruikt u de VALUE draaiknop om ervoor te zorgen, dat het BLR (bulk ontvangst) weergeeft. 10
11 Regelkaarten gebruiken 7 Gebruik de PCR Editor of de DAW software om de regelkaartgegevens te verzenden. Selecteer in PCR Editor of de DAW software EDIROL PCR als apparaat voor MIDI uitvoer. Voor details over hoe u deze instelling in de DAW software maakt, zie de handleiding van de DAW software. fig.d-end.eps 8 Als de PCR klaar is met het ontvangen van de regelkaartgegevens, geeft het beeldvenster END weer. Druk op de [ENTER] knop om de procedure te voltooien. Foutmelding Als de gegevens niet goed zijn ontvangen, knippert ERR in het beeldvenster. Als deze situatie zich voordoet, drukt u op de [CANCEL] knop, en voert u de procedure nogmaals, vanaf stap 1, uit. Voor meer informatie over PCR Editor zie PCR Editor gebruiken (p. 14). Zie Gegevens uitwisselen tussen PCR Editor en de PCR (p. 22) voor details over hoe u een regelkaart naar PCR Editor kunt versturen. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 11
12 Regelkaarten gebruiken Regelkaartgegevens op de computer opslaan (Bulk Transmit) De PCR-300/500/800 kan regelkaartgegevens in de vorm van een bulk dump naar de DAW software versturen. Om een regelkaart, die u op het PCR keyboard heeft bewerkt, naar PCR Editor of andere software te kunnen versturen, dient u de PCR zo in te stellen, dat hij de bulk gegevens verzendt. Voor meer informatie over PCR Editor zie PCR Editor gebruiken (p. 14). Zie Gegevens uitwisselen tussen PCR Editor en de PCR (p. 22) voor details over hoe u een regelkaart naar PCR Editor kunt versturen. fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Regelaar Item Beeldvenster Uitleg [A1 (0)] BULK RECEIVE Bulk gegevens ontvangen [A2 (1)] BULK TRANSMIT Bulk gegevens verzenden 5 Druk op de [ENTER] 6 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaars om het type verzending te selecteren. Kies het type gegevens, dat u wilt verzenden. Regelaar Item Beeldvenster Uitleg [A1 (0)] SINGLE BULK De regelkaartgegevens van het huidige geheugen worden verzonden. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT aan. fig.d-bulk.eps 2 Draai aan de VALUE draaiknop, zodat het beeldvenster BULK aangeeft. fig.d-bulkr.eps 3 Druk op de [ENTER] In het beeldvenster knippert BLR (Bulk Receive, bulk ontvangst). fig.d-bulkt.eps 4 Draai aan de VALUE draaiknop, zodat het beeldvenster BLT (Bulk Transmissie) weergeeft. Als alternatief kunt u in plaats van de VALUE draaiknop te gebruiken op regelaar [A2 (1)] drukken. [A2 (1)] ALL BULK fig.d-tsbulk-wait.eps 7 Controleer de indicatie in het beeldvenster en druk op de [ENTER] Het meest rechter cijfer van het beeldvenster knippert, en de PCR wacht tot de bulk gegevens worden verzonden. De gegevens van alle vijftien regelkaarten in het interne geheugen (geheugen 1-F) worden verzonden. 8 Zet PCR Editor of de DAW software in de opnamefunctie, en druk vervolgens op de [ENTER] knop van de PCR. Het verzenden van de gegevens begint. Selecteer in PCR Editor of de DAW software EDIROL PCR 2 als apparaat voor MIDI invoer. Voor details over hoe u deze instelling in de DAW software maakt, zie de handleiding van de DAW software. fig.d-end.eps 9 Als de PCR klaar is met het verzenden van de regelkaartgegevens, geeft het beeldvenster END weer. Druk op de [ENTER] knop om de procedure te voltooien. U dient tevens in de DAW software de opname te stoppen. 12
13 Regelkaarten gebruiken De regelkaarten beveiligen Door de Protect (beveiligings)instelling in te schakelen, kunt u de regelkaartgegevens zo beveiligen, dat ze niet per ongeluk overschreven kunnen worden. Hiermee schakelt u All Bulk ontvangst (p. 10) en Save (p. 9) procedures uit, zodat uw waardevolle gegevens niet overschreven kunnen worden. De Protect aan/uit instelling wordt zelfs na het uitzetten van de PCR onthouden. fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT aan. fig.d-protect.eps 2 Draai aan de VALUE draaiknop, zodat het beeldvenster PTC aangeeft. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster en druk vervolgens op de [ENTER] Het beeldvenster geeft de huidige beveiligingsstatus weer. Regelaar Item Beeldvenster Uitleg [A1 (0)] PROTECT OFF [A2 (1)] PROTECT ON Regelkaartgegevens in het interne geheugen kunnen worden overschreven. Regelkaartgegevens in het interne geheugen kunnen niet worden overschreven. 4 Draai aan de VALUE draaiknop om de gewenste instelling te kiezen, en druk op de [ENTER] 13
14 PCR Editor gebruiken PCR Editor Ver. 2 is een toepassing die het mogelijk maakt om op de computer voor de EDIROL PCR serie regelkaartgegevens (die op eerdere modellen uit de PCR serie geheugensets worden genoemd) te maken. fig.controller.eps De PCR-300/500/800 heeft in totaal vijftig regelaars: [R1]-[R9], [S1]-[S9], [A1]-[A9], [B1]-[B9], [C1]-[C3], [L1]-[L4], [H1]-[H2], [P1]-[P2], [BEND], [MODE] en [AFTER- TOUCH]. U kunt zelf toewijzen welk MIDI bericht elke regelaar verzendt. Hoewel het mogelijk is om de MIDI bericht toewijzingen op de PCR zelf in te stellen (-> Op het PCR keyboard MIDI berichten toewijzen (p. 41)), is het het gemakkelijkst om PCR Editor te gebruiken, aangezien u hiermee op eenvoudige wijze, in een grafisch venster dat op het paneel van de PCR lijkt, berichten kunt toewijzen. De vijftig berichten die aan de regelaars zijn toegewezen, worden als groep een regelkaart genoemd. Met behulp van de PCR Editor Ver. 2 kunt u regelkaartgegevens bewerken en ze tussen de PCR en de computer uitwisselen. Daarnaast kunt u regelkaartinstellingen als SMF gegevens opslaan of inladen. De MIDI poorten instellen Om tussen PCR Editor en de PCR regelkaarten uit te kunnen wisselen, dient u aan te geven welke MIDI poorten PCR Editor hiervoor dient te gebruiken. * De onderstaande uitleg is bestemd voor wanneer de PCR via USB is aangesloten. Als u een MIDI aansluiting gebruikt, geeft u in plaats van EDIROL PCR 2 en EDIROL PCR aan op welke MIDI in en MIDI out poort de PCR is aangesloten. Wat zijn MIDI poorten? Ingaande poorten Ingaande poort EDIROL PCR MIDI IN EDIROL PCR 1 EDIROL PCR 2 Uitleg Ontvangt gegevens, die bij de MIDI IN aansluiting van de PCR binnenkomen. Ontvangt gegevens van de schuiven, draaiknoppen en knoppen van de PCR, die aan POORT 1 zijn toegewezen. Ontvangt gegevens van de schuiven, draaiknoppen en knoppen van de PCR, die aan POORT 2 zijn toegewezen. Als u bulk gegevens van de PCR ontvangt, kiest u als ingaande poort voor PCR 2. Ingaande poort Ingaande poort EDIROL PCR MIDI OUT EDIROL PCR Uitleg Verstuurt MIDI berichten naar het apparaat, dat op de MIDI OUT aansluiting van de PCR is aangesloten. Verstuurt MIDI berichten naar de PCR. Als u bulk gegevens naar de PCR verstuurt, kiest u als uitgaande poort voor PCR. Om een in PCR Editor gemaakte regelkaart naar de PCR te kunnen versturen, zodat deze kan worden gebruikt, dient u als uitgaande poort PCR te selecteren. De uitvoerbestemming voor de MIDI berichten, die tijdens het bedienen van de schuiven, draaiknoppen en knoppen worden verzonden, kan voor elke regelaar afzonderlijk worden ingesteld. Zie Twee MIDI poorten (p. 88) voor details. 14
15 PCR Editor gebruiken Windows gebruikers Als u PCR Editor nog niet op de computer heeft geïnstalleerd, installeert u het programma nu, volgens de beschrijving in de meegeleverde installatiegids. 1 Gebruik een USB kabel om de PCR op de computer aan te sluiten, en zet vervolgens de PCR aan. 2 Kies in Windows voor [Start]-[All Programs]-[PCR Editor V2] om PCR Editor op te starten. 3 Kies in PCR Editor voor [Options]-[MIDI apparaten]. fig.winmidiport-e.eps 4 Maak in het MIDI Devices dialoogvenster de apparaatinstellingen, zoals in de afbeelding is weergegeven. 5 Klik op [OK] om het dialoogvenster te sluiten. Mac OS X gebruikers Als u PCR Editor nog niet op de computer heeft geïnstalleerd, installeert u het programma nu, volgens de beschrijving in de meegeleverde installatiegids. 1 Gebruik een USB kabel om de PCR op de Mac aan te sluiten, en zet vervolgens de PCR aan. 2 In Mac Finder opent u de [Applications]-[PCR Editor V2] map, waarin u op PCR Editor V2 drukt, om zo PCR Editor op te starten. 3 Kies in PCR Editor voor [Options]-[MIDI apparaten]. fig.macmidiport-e.eps 4 Maak in het MIDI Devices dialoogvenster de apparaatinstellingen, zoals in de afbeelding is weergegeven. 5 Klik op [OK] om het dialoogvenster te sluiten. * Microsoft en Windows zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. * De vensterafbeeldingen in dit document zijn in overeenstemming met de richtlijnen van Microsoft Corporation gebruikt. * Windows staat officieel bekend als Microsoft Windows operating system. * Apple en Macintosh zijn geregistreerde handelsmerken van Apple Computer, Inc. * Mac OS is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. 15
16 PCR Editor gebruiken Uitleg van de menu s Bestandsmenu (File) Communicatiemenu (Communication) Menu New Open Save Save As Import Memory Set Export Assign List View Assign List Uitleg Maakt een nieuwe regelkaart aan. In de nieuwe regelkaart zijn alle regelaars op NO ASSIGN ingesteld. Laadt een in SMF formaat opgeslagen regelkaart in. Voor details zie Een regelkaart inladen (p. 23). Slaat de regelkaart die momenteel wordt bewerkt op, waarbij de oorspronkelijke SMF wordt overschreven. Slaat de regelkaart die momenteel wordt bewerkt in SMF formaat, met de door u aangegeven naam, op. Voor details zie Een regelkaart op de computer opslaan (p. 23), waarbij de oorspronkelijke SMF wordt overschreven. Laadt een geheugenset die in PCR Editor versie 1 is gemaakt als een versie 2 regelkaart in. Exporteert een overzicht in HTML-formaat van berichten, die aan elke regelaar van de regelkaart die momenteel wordt bewerkt, zijn toegewezen. * Het HTML bestand dat dit commando aanmaakt, kan niet door middel van [File]-[Open] worden ingeladen. Geeft een overzicht in HTML-formaat weer van alle berichten, die aan elke regelaar van de regelkaart die momenteel wordt bewerkt, zijn toegewezen. Transmit Receive Menu Opties menu (Options) Menu MIDI Devices Show Messages Uitleg Verzendt de regelkaart, die op dit moment wordt bewerkt, naar het huidige geheugen van het PCR keyboard. Voor details zie Gegevens tussen PCR Editor en de PCR uitwisselen (p. 22). Ontvangt het huidige geheugen van de PCR in PCR Editor. Voor details zie Gegevens tussen PCR Editor en de PCR uitwisselen (p. 22). Uitleg Bepaalt welke MIDI poorten er worden gebruikt om met het PCR keyboard te communiceren. Voor details zie De MIDI poorten instellen (p. 14). Geeft in het hoofdvenster van de PCR Editor weer welke MIDI berichtinstellingen er aan elke regelaar zijn toegewezen. Voor details zie De toegewezen MIDI berichten bekijken (p. 21). Bewerkingsmenu (Edit) Hulpmenu (Help) Menu Copy Paste NO ASSIGN Uitleg Kopieert de instelling van de geselecteerde regelaar naar het klembord. Plakt de instelling van het klembord op de geselecteerde regelaar. Stelt de toewijzing van de geselecteerde regelaar op NO ASSIGN in. Menu PCR Editor Help Uitleg Opent de online handleiding. 16
17 PCR Editor gebruiken Keyboard sneltoetsen In PCR Editor kunt u de volgende keyboard sneltoetsen gebruiken. Commando Windows Macintosh [File] [New] Ctrl + N Command + N [File] [Open] Ctrl + O Command + O [File] [Save] Ctrl + S Command + S [File] [Save As] Ctrl + Shift + S Command + Shift + S [File] [Exit] Alt + F4 Command + Q [Edit] [Copy] Ctrl + C Command + C [Edit] [Paste] Ctrl + V Command + V [Edit] [NO ASSIGN] Del Del Volgende regelaar Ctrl + F Command + F Vorige regelaar Ctrl + B Command + B * In sommige tekstvelden, zoals het Titelveld van het hoofdvenster, worden de [Edit]-[Copy] en [Edit]-[Paste] commando s voor tekstbewerking gebruikt. 17
18 PCR Editor gebruiken Uitleg van elk venster Hoofdvenster Venster voor bericht toewijzing fig.editormainwindow-e.eps fig.editormessagewindow1.epsfig.editormessagewindow2.eps * Welk items beschikbaar zijn hangt af van de regelaar en het type bericht dat u toewijst. 1 2 Titel Hier kunt u voor de regelkaart, die momenteel wordt bewerkt, een naam invoeren. U kunt alleen alfa-cijfertekens van één byte als regelkaartnaam invoeren. De naam die u hier invoert, wordt weergegeven als titel van het HTML bestand, dat door het [File]-[Export Assign List] commando wordt gemaakt. Regelaars Klik op de regelaar, waaraan u een MIDI bericht wilt toewijzen. Als u de muis over een regelaar beweegt (d.w.z. over een klikbaar gebied van de regelaar), verandert de muiscursor in de vorm. Als u de regelaar in deze toestand aanklikt, opent er een venster, waarin een bericht kan worden toegewezen. 1 2 Regelaar naam Geeft de naam van de regelaar, die u bewerkt, weer. Assign Message Hier kunt u selecteren welk type MIDI bericht u aan de regelaar wilt toewijzen. Menu NO ASSIGN Channel Message System Realtime/F6 System Ex Free Message Tempo Uitleg Annuleert de MIDI berichttoewijzing Wijst een kanaalbericht (CC, noot, etc) toe Wijst een systeem realtime bericht of F6 (Tune Request) toe Wijst een systeem exclusief bericht van maximaal vierentwintig bytes toe Wijst een MIDI bericht van maximaal vierentwintig bytes toe (het toewijzen van meerdere berichten is toegestaan) Wijst temporegeling toe 3 Velden voor berichttoewijzing Hier kunt u de waarde aangeven van elke parameter van het MIDI bericht, dat u in het Assign Message overzicht 2 heeft geselecteerd. Voor details over de parameters van elk MIDI bericht, zie Items voor parameterinstelling (p. 24). 18
19 PCR Editor gebruiken 4 Output Port Deze geeft de USB poort van de via USB aangesloten computer aan, waar het MIDI bericht naartoe wordt verzonden. OFF ON Mode Uitleg Geen dead zone (dode zone) dichtbij het midden. Dead zone (dode zone) dichtbij het midden. 5 Poort Port 1 Port 2 Port 1+2 Uitleg Het bericht wordt naar EDIROL PCR 1 verzonden. Het bericht wordt naar EDIROL PCR 2 verzonden. Het bericht wordt naar EDIROL PCR 1 en EDIROL PCR 2 verzonden. Button Mode Voor een regelaar van het knoptype geeft deze de knopfunctie aan. 8 Comment U kunt voor het toegewezen bericht een opmerking invoeren. Bij het invoeren van de opmerking kunnen alleen alfa-cijfertekens van één byte worden gebruikt. De opmerking die u hier invoert, wordt in de PARAMETER kolom van het HTML bestand, dat het [File]-[Export Assign List] commando genereert, weergegeven. * Opmerkingen kunnen alleen vanuit een SMF bestand, dat PCR Editor heeft opgeslagen, worden ingeladen. Mode Unlatch Latch Increase Uitleg Ingeschakeld, als de knop wordt ingedrukt; uitgeschakeld als de knop wordt losgelaten. Knop fungeert als wisselknop, waarbij de functie telkens wanneer de knop wordt ingedrukt wordt in of uitgeschakeld. Telkens wanneer u op de knop drukt, gaat de waarde met 1 omhoog (of met 1 omlaag, als de minimale waarde hoger is dan de maximale waarde). Als de waarde het maximale (minimale) niveau heeft bereikt, schakelt het over naar de minimale (maximale) waarde; ook wel wrap around genoemd. * Als het berichttype NOTE is, kunt u deze optie niet selecteren. Ingeschakeld, als de knop wordt ingedrukt; uitgeschakeld als de knop wordt losgelaten. 6 Aftertouch Mode Als de regelaar die momenteel wordt bewerkt [A1]-[A9] of [B1]-[B9] is, geeft deze parameter de naslaginstelling aan. Mode OFF Channel Pressure Polyphonic Key Pressure Uitleg Geen aftertouch. Op het aangegeven kanaal wordt kanaal aftertouch toegepast. Er wordt op een individueel nootnummer polifonische aftertouch toegepast. 7 Virtual Center Click Als de regelaar, die momenteel wordt bewerkt, [R1]-[R9] of [S1]-[S9] is, geeft deze parameter een virtuele middenklik weer (p. 65). 19
20 PCR Editor gebruiken PCR Editor gebruiken om MIDI berichten toe te wijzen Een MIDI bericht toewijzen Zo wijst u aan elke regelaar een MIDI bericht toe. fig.eh-assign.eps_81 1 Klik in het hoofdvenster op de regelaar, waaraan u een MIDI bericht wilt toewijzen. fig.eh-assigntype.eps_25 3 Stel in het gebied voor berichttoewijzing, op basis van het type MIDI bericht dat u heeft geselecteerd, de diverse parameters in. Voor details over de parameters zie Items voor parameterinstelling (p. 24). fig.eh-assignport.eps_25 4 Geef in het Output Port veld de uitgaande MIDI poort aan. fig.eh-assignmessage.eps_25 2 Gebruik in het venster voor berichttoewijzing het Assign Message veld om te selecteren, welk type MIDI bericht u wilt toewijzen. 5 Gebruik, indien gewenst, het Comment veld om een opmerking toe te voegen. 6 Klik op [OK]. 20
21 PCR Editor gebruiken De toegewezen MIDI berichten bekijken Weergave Betekenis Om de MIDI berichten, die u heeft toegewezen, te bekijken kunt u één van de volgende twee methoden gebruiken. Toewijzingenoverzicht Als u een overzicht van de toewijzingen voor de huidige regelkaart met behulp van uw browser wilt bekijken, kiest u voor [File]-[View Assign List]. Deze methode is handig voor wanneer u de regelkaartinstellingen in één oogopslag wilt kunnen zien. Als u het toewijzingenoverzicht als HTML bestand wilt opslaan, kiest u voor [File]- [Export Assign List]. Het Save As dialoogvenster verschijnt. Geef aan op welke bestemming u het bestand wilt opslaan, wijs een bestandsnaam toe en klik op [Save]. De toegewezen berichten bekijken Als u wilt dat de huidige instellingen in het hoofdvenster op elke regelaar worden weergegeven, kiest u voor [Options]-[Show Messages] en voegt u naast [Show Messages] een vinkteken toe. Deze methode geeft de huidige instellingen als volgt op eenvoudige wijze weer: fig.editorviewassign-e.eps NO ASSIGN (geen toewijzing) Noot Kanaaldruk Polifonische toetsdruk Controlewijziging Programmawijziging Programmawijziging (Min-Max) Bank Select + Programmawijziging Programmawijziging Dec Programmawijziging Inc RPN NRPN Encoder simulatie Systeem Realtime/F6 Systeem Ex. Vrij bericht Tempo De kleur van de indicatie geeft de Output Port instelling weer. Kleur Output Port Geel Poort 1 Licht blauw Poort 2 Licht groen Poort Roze NO ASSIGN (geen toewijzing) 21
22 PCR Editor gebruiken Gegevens tussen PCR Editor en de PCR uitwisselen Verzenden Als u PCR Editor heeft gebruikt om regelkaartinstellingen te maken en u deze op het PCR keyboard wilt gebruiken, dient u de regelkaart, die momenteel wordt bewerkt, volgens de onderstaande beschrijving naar het interne geheugen van de PCR te verzenden. * Als u deze gegevens verzendt, wordt het huidige geheugen van de PCR overschreven. Als u de instellingen van het huidige geheugen van de PCR wilt bewaren, dient u deze als één van de interne regelkaarten op te slaan. (-> Een regelkaart opslaan (p. 9)). fig.editort1-e.eps 1 Kies in de menubalk voor [Communication]- [Transmit]. Ontvangen Als u PCR Editor wilt gebruiken om een regelkaart in het huidige geheugen van het PCR keyboard te bewerken, dient u de regelkaart van het huidige geheugen van de PCR naar PCR Editor te versturen, zodat deze kan worden bewerkt. fig.editorr1-e.eps 1 Kies in de menubalk voor [Communication]- [Receive]. fig.editorr2-e.eps 2 Er verschijnt een bevestigingsdialoogvenster. Klik op [Continue]. fig.editort2-e.eps 2 Er verschijnt een bevestigingsdialoogvenster. Klik op [Continue]. fig.editort3-e.eps 3 Het Transmit Control Map dialoogvenster verschijnt. Stel, volgens de instructies van het dialoogvenster, de PCR zo in, dat deze op de te ontvangen bulk gegevens wacht. 4 Klik, als u klaar bent, op [Continue]. fig.editorr4-e.eps 5 Er verschijnt een dialoogvenster, dat aangeeft dat de gegevens worden verzonden. Zodra het dialoogvenster verdwijnt, is de verzending voltooid. 6 Het beeldvenster van de PCR geeft END aan. Druk op de [ENTER] knop van de PCR om naar de Play functie terug te keren. fig.editorr3-e.eps 3 Het Receive Control Map dialoogvenster verschijnt. Volg de instructies van het dialoogvenster, en verstuur de bulk gegevens vanaf de PCR. fig.editorr4-e.eps 4 Er verschijnt een dialoogvenster, dat aangeeft dat de gegevens worden verzonden. Zodra het dialoogvenster verdwijnt, is de verzending voltooid. 5 Het beeldvenster van de PCR geeft END aan. Druk op de [ENTER] knop van de PCR om naar de Play functie terug te keren. 22
23 PCR Editor gebruiken Een regelkaart op de computer opslaan U kunt een regelkaart, die u met behulp van PCR Editor heeft bewerkt, op de computer als SMF bestand opslaan. Daarnaast kunt u een dergelijk bestand ook van of naar het PCR keyboard verzenden. * De opmerkingen die voor de regelaars zijn ingevoerd, worden ook in de SMF opgeslagen. Als u een regelkaart als SMF bestand wilt opslaan, gaat u als volgt te werk: 1 Kies in de menubalk voor [File]-[Save As]. Als u wilt dat de instellingen het laatst geopende bestand overschrijven, kiest u voor [File]-[Save]. 2 Voer een bestandsnaam in en klik op [Save]. Een regelkaart inladen Een geheugenset als regelkaart inladen U kunt een geheugenset (SMF bestand), dat met een eerder model uit de PCR serie is gemaakt, als regelkaart voor de PCR-300/500/800 inladen. Een geheugenset importeren Regelaars die op eerdere modellen uit de PCR serie niet aanwezig zijn, worden op NO ASSIGN ingesteld. * U kunt geen SMF inladen, die geen PCR geheugensetgegevens van een eerder model uit de bevat. De SMF dient instellingen voor alle regelaars van het eerdere model uit de PCR serie te bevatten. 1 Kies in de menubalk voor [File]-[Import Memory Set]. 2 Geef aan welk SMF bestand u wilt inladen en klik op [Open]. U kunt regelkaartgegevens, die als SMF bestand zijn opgeslagen, inladen. * U kunt geen SMF inladen, die geen PCR regelkaartgegevens bevat. De SMF dient instellingen voor alle regelaars te bevatten. * De inhoud van het Comment veld kan alleen worden ingeladen, als het een SMF bestand betreft, dat door PCR Editor is opgeslagen. Zo laadt u een regelkaart uit een SMF bestand in. 1 Kies in de menubalk voor [File]-[Open]. 2 Geef aan welk SMF bestand u wilt inladen en klik op [Open]. 23
24 PCR Editor gebruiken Items voor parameterinstelling Welke instellingsitems in het venster voor berichttoewijzing worden weergegeven hangt af van het MIDI bericht, dat u heeft geselecteerd. Deze sectie geeft een toelichting op de instellingsitems van elk MIDI bericht. De parameterwaarden worden in decimale vorm aangeduid. * Binnen de toelichtingen staan hexadecimale waarden tussen vierkante haken [ ]. NO ASSIGN Wist eventuele berichttoewijzingen. Er wordt bij het bedienen van een regelaar, die op NO ASSIGN (geen toewijzing) is ingesteld, geen bericht verzonden. fig.editornoassign.eps_35 Channel Message Wijst een kanaalbericht toe. Gebruik het Type veld om het type bericht, dat u wilt toewijzen, te selecteren. Op basis van het geselecteerde bericht kunt u de volgende parameters instellen. Note [9n kk vv] Een nootbericht toewijzen. fig.editorchannelmessage.eps_35 Channel Pressure [Dn vv] Een kanaaldrukbericht toewijzen. fig.editorchpres.eps_35 NO ASSIGN geeft geen in te stellen parameters. U kunt de volgende parameters als nootbericht toewijzen. Item MIDI Channel Note Number Velocity AFT Mode Inhoud MIDI kanaal [n] Nootnummer [kk] Velocity [vv] Naslag U kunt de volgende parameters als Channel Pressure toewijzen. Item MIDI Channel Min Value Max Value Inhoud MIDI kanaal [n] Ondergrens [vv] van de kanaaldruk Bovengrens [vv] van de kanaaldruk 24
25 PCR Editor gebruiken Channel Message Polyphonic Key Pressure [An kk vv] Een polifonische toetsdrukbericht toewijzen. fig.editorpolykeypres.eps_35 Control Change [Bn cc vv] Een controlewijzigingbericht toewijzen. fig.editorcc.eps_35 Program Change [Cn pp] Een programmawijzigingbericht (met een vast programmanummer) toewijzen. fig.editorpc1.eps_35 U kunt de volgende parameters als Polyphonic Key Pressure toewijzen. Item MIDI Channel Note Number Min Value Max Value Inhoud MIDI kanaal [n] Nootnummer [kk] Ondergrens [vv] van de toetsdruk Bovengrens [vv] van de toetsdruk U kunt de volgende parameters als Control Change toewijzen. Item MIDI Channel Control Number Min Value Max Value Inhoud MIDI kanaal [n] Regelaarnummer [cc] Ondergrens [vv] van de regelwaarde Bovengrens [vv] van de regelwaarde U kunt de volgende parameters als Program Change toewijzen. Item MIDI Channel PC Number Inhoud MIDI kanaal [n] Programmanummer [pp] * Het bereik van het programmanummer [pp] is
26 PCR Editor gebruiken Channel Message Program Change (Min-Max) [Cn pp] Wijs een programmawijzigingbericht (met een variabel programmanummer) toe. fig.editorpc2.eps_35 Bank Select + Program Change [Bn 00 mm Bn 20 ll Cn pp] Een bankselectiebericht en programmawijzigingbericht toewijzen (alle waarden staan vast). fig.editorbankselect.eps_35 Program Change Dec De programmawijziging verlagingfunctie (PC DEC) toewijzen. Dit commando verzendt een programmawijzigingnummer, dat één lager is dan het programmawijzigingnummer, dat in de programmawijzigingfunctie van de PCR als laatst is verzonden. fig.editorpcdec.eps_35 U kunt de volgende parameters als Program Change (Min-Max) toewijzen. Item MIDI Channel Min Number Max Number Inhoud MIDI kanaal [n] Ondergrens van het programmanummer [pp]. Bovengrens van het programmanummer [pp]. * Het bereik van het programmanummer [pp] is U kunt de volgende parameters toewijzen als Bank Select + Program Change. Item MIDI Channel Bank MSB Bank LSB PC Number Inhoud MIDI kanaal [n] Banknummer MSB [mm] Banknummer LSB [ll] Programmanummer [pp] * Het bereik van het programmanummer [pp] is U kunt geen parameters als Program Change Dec toewijzen. 26
27 PCR Editor gebruiken Channel Message Program Change Inc De verhogingsfunctie (PC INC) wijziging toewijzen. Dit commando verzendt eenwijzigingnummer dat één hoger is dan het wijzigingnummer van de wijzigingfunctie, die als laatst is verzonden. fig.editorpcinc.eps_35 RPN [Bn 65 mm Bn 64 ll Bn 06 dm Bn 26 dl] Een geregistreerd parameternummer toewijzen fig.editorrpn.eps_35 NRPN [Bn 63 mm Bn 62 ll Bn 06 dm Bn 26 dl] Een niet geregistreerd parameternummer toewijzen fig.editornrpn.eps_35 U kunt de volgende parameters als RPN toewijzen. U kunt de volgende parameters als NRPN toewijzen. U kunt geen parameters als Program Change Inc toewijzen. Item MIDI Channel RPN MSB RPN LSB MSB Min Value MSB Max Value Inhoud MIDI kanaal [n] RPN parameternummer MSB [mm] RPN parameternummer LSB [ll] Ondergrens van data invoer MSB [dm] Bovengrens van data invoer MSB [dm] Item MIDI Channel NRPN MSB NRPN LSB MSB Min Value MSB Max Value Inhoud MIDI kanaal [n] NRPN parameternummer MSB [mm] NRPN parameternummer LSB [ll] Ondergrens van data invoer MSB [dm] Bovengrens van data invoer MSB [dm] * Het data invoer LSB [d] bereik staat vast tussen en kan niet worden gewijzigd. * Het data invoer LSB [d] bereik staat vast tussen en kan niet worden gewijzigd. 27
28 PCR Editor gebruiken Channel Message Encoder Simulate [Bn cc 41] [Bn cc 01] Een functie die een roterende encoder simuleert toewijzen. fig.editorencoder.eps_35 System Realtime/F6 [F6/F8/FA/FB/FC/FF] Een systeem realtime bericht of F6 [Tune Request] toewijzen. fig.editorsr.eps_35 U kunt de volgende parameters als Encoder Simulate toewijzen. Gebruik voor Systeem realtime/f6 berichten het Status veld om het bericht dat u wilt toewijzen te selecteren. Item Inhoud MIDI Channel MIDI kanaal [n] Control Number Regelaarnummer [cc] * U kunt deze functie aan knop toewijzen, maar dit heeft geen effect. F6 F8 FA FB FC FF Item Inhoud Tune Request (stemmingsverzoek) Timing clock Start Continue (doorgaan) Stop System reset (systeem reset) 28
29 PCR Editor gebruiken System Ex. [F0...F7] Een systeem exclusief bericht (System Ex.) toewijzen. U kunt maximaal vierentwintig bytes invoeren. fig.editorsysex.eps_35 U kunt de volgende parameters als System Ex. toewijzen. Item Veld voor berichtinvoer Data Type Min Value Max Value Inhoud U kunt een systeem exclusief bericht van maximaal vierentwintig bytes invoeren. Voer elke byte als hexadecimale waarde in, gescheiden door een spatie van één byte. Op de invoer zijn de volgende beperkingen van toepassing: * Het bericht dient met F0 te beginnen en met F7 te eindigen. * U kunt niet meer dan één exclusief bericht invoeren. * U kunt geen andere berichten dan exclusieve berichten invoeren. Met behulp van de speciale tekens die in Tabel 1: Speciale tekens die in het veld voor berichtinvoer worden gebruikt worden omschreven kunt u variabele gegevens of een checksum invoeren. Als u het speciale DT teken gebruikt, kiest u het Data Type veld om het type gegevens aan te geven. Als u in het veld voor berichtinvoer het speciale DT teken heeft gebruikt, kunt u deze parameter gebruiken om te bepalen welk type gegevens op de betreffende locatie wordt ingevoerd. Voor deze gegevens, zie Tabel 2: Type gegevens die u in het Data Type veld kunt aangeven. Bovengrens van de datawaarde. Ondergrens van de datawaarde. Tabel 1: Speciale tekens die in het veld voor berichtinvoer worden gebruikt Speciaal teken DT SS S1/S2?n?x Uitleg Invoeglocatie van gegevens Begin van de checksum berekening Invoeglocatie en type van de checksum Kanaal (? staat voor een willekeurige waarde tussen 0-7) Bloknummer (? staat voor een willekeurige waarde tussen 0-7) Details Als u de functie voor automatische checksum berekening gebruikt, kiest u dit speciale teken om aan te geven op welk punt de checksum berekening dient te beginnen. Als u voor de functie voor automatische checksum berekening kiest, gebruikt u dit speciale teken om het punt, waarop de checksum ingevoegd dient te worden en het type aan te geven. S1: Het meest gebruikelijke type, dat Roland en overige fabrikanten gebruiken. S2: Gebruik deze voor een andere methode dan S1. Als u in het exclusieve bericht een kanaalnummer wilt invoegen, gebruikt u dit speciale teken om de locatie en de vier hoogste bits (een vaste waarde van 0-7) aan te geven. In het kanaalgedeelte wordt het huidige kanaal van de PCR ingevoegd. Als u in het exclusieve bericht een GS bloknummer wilt invoegen, gebruikt u dit speciale teken om de locatie en de vier hoogste bits (een vaste waarde van 0-7) aan te geven. Het huidige kanaal van de PCR wordt in het bloknummer omgezet en vervolgens ingevoegd. Tabel 2: Type gegevens die u in het Data Type veld kunt aangeven Data type Data lengte Doel van de aangegeven Min Value / Max Value DT0: 7-bit 1 byte Geeft het bereik van de gegevens zelf aan (0-127) DT1: 4-bit/4-bit 2 bytes Geeft het bereik van de eerste byte aan (0-15) * De tweede byte staat vast op 0-15 DT2: 7-bit/7-bit (MSB/LSB) DT3: 7-bit/7-bit (LSB/MSB) DT4: 4-bit/ 4-bit/4-bit/4-bit 2 bytes 2 bytes 4 bytes Invoervoorbeeld Roland GS TVF CUTOFF FREQ Block number One byte F SS 40 1x 32 DATA SUM F7 Address Data Checksum Calculation range for checksum Geeft het bereik van de MSB aan (0-127) * De LSB staat vast op Geeft het bereik van de MSB aan (0-127) * De LSB staat vast op Bepaalt het wijzigingsbereik (0-255) tussen de negatieve richting (min) en de positieve richting (Max), waarbij het midden op 8000h ligt. 1. Voer in het veld voor berichtinvoer het volgende in. F SS 40 1X 32 DT S1 F7 2. Kies in het Data Type veld voor DT0. Geef bij Min Value 0 aan en bij Max Value
30 PCR Editor gebruiken Free Message [...] U kunt maximaal vierentwintig bytes invoeren. U kunt, indien gewenst, meer dan één MIDI bericht toewijzen. fig.editorfreemessage.eps_35 Tempo Temporegeling toewijzen voor het verzenden van MIDI Clock berichten. fig.editortempo.eps_35 U kunt de volgende parameters als Free Message toewijzen. Er zijn geen parameters om het Tempo aan te geven. Item Inhoud U kunt een MIDI bericht van maximaal vierentwintig bytes invoeren. Voer elke byte als hexadecimale waarde in, gescheiden door een spatie van één byte. Invulveld boodschap Datatype Min. waarde Max. waarde Op de invoer zijn de volgende beperkingen van toepassing: * U kunt geen checksum gebruiken. * U kunt als eerste byte geen speciaal teken gebruiken. Met behulp van de speciale tekens die in Tabel 1: Speciale tekens die in het veld voor berichtinvoer worden gebruikt (p. 29) worden omschreven kunt u variabele gegevens invoeren. Als u het speciale DT teken gebruikt, gebruikt u het Data Type veld om het type gegevens aan te geven. Als u in het veld voor berichtinvoer het speciale DT teken heeft gebruikt, kunt u deze parameter gebruiken om te bepalen welk type gegevens op de betreffende locatie wordt ingevoerd. Voor de typen gegevens die kunnen worden aangegeven, zie Tabel 2: Type gegevens die u in het Data Type veld kunt aangeven (p. 29). Bovengrens van de datawaarde. Ondergrens van de datawaarde. 30
31 PCR Editor gebruiken 31
32 Spelen (Play functie) Als u het keyboard van de PCR wilt bespelen of de regelaars wilt gebruiken om uw software of geluidsmodule te bedienen, gebruikt u de Play functie. In brede zin is de PCR met twee functies uitgerust. Mode Overzicht Hoe u selecteert Play functie Edit functie (p. 41) In deze functie bespeelt u het keyboard en bedient u de regelaars. Elke regelaar verzendt MIDI berichten. In deze functie kunt u aan elke regelaar MIDI berichten toewijzen, bulk gegevens verzenden of ontvangen of systeeminstellingen maken. Als u de PCR-300/500/800 aanzet, start deze in de Play functie op. Om vanuit de Edit functie (p. 41) naar de Play functie terug te keren, drukt u op de [EDIT] knop of de [CANCEL] In dit geval worden alle instellingen, die u niet heeft voltooid, geannuleerd. Als u het keyboard in de Play functie bespeelt, worden er noot berichten verzonden, zodat uw geluidsmodule geluid voortbrengt. Ga uw gang en speel Als u de stroom aanzet Als u de Edit functie verlaat Als u op de Edit knop drukt 1 Stel het huidige kanaal van de PCR in (MIDI verzendkanaal). Stel het MIDI verzendkanaal van de PCR zo, in dat het met het MIDI ontvangstkanaal van uw geluidsmodule overeenkomt. Voor het instellen van de MIDI kanaalinstelling volgt u de beschrijving onder Het huidige kanaal (MIDI verzendkanaal) selecteren (p. 33). 2 Selecteer vanaf de PCR een geluid van uw geluidsmodule. Voor het selecteren van geluiden volgt u de beschrijving onder Geluiden selecteren (programmawijziging/bank) (p. 34). 3 Bespeel het keyboard van de PCR. Als u klaar bent met instellen, kunt u het keyboard in de Play functie bespelen. Er worden MIDI berichten naar de applicatie verzonden. * Aangezien het keyboard van de PCR geen generator bevat, kan het zelfstandig geen geluid produceren. Handige functies voor uitvoeringen Hieronder leggen we een aantal functies uit, die voor uitvoeringen handig kunnen zijn. Doel De toonhoogte van de noot die momenteel wordt gespeeld aanpassen (toonverbuiging/ Pitch Bend) Op de huidig gespeelde noot wijzigingen toepassen (modulatie) Het octaaf verschuiven (Octave Shift Toonverbuigingseffect Omschrijving Als u de verbuigingshendel naar links of rechts beweegt, worden er toonverbuigingsberichten verzonden, zodat de huidige noot in toonhoogte varieert. * Het bereik van de toonverbuiging hangt van de instellingen van de geluidsmodule af. Als u de verbuigingshendel van u af duwt, worden er modulatieberichten (CC#01) verzonden, zodat er op het geluid een vibrato effect wordt toegepast. * De wijziging, die in het geluid plaatsvindt, hangt van de instellingen van de geluidsmodule af. U kunt op [OCTAVE -] of [OCTAVE +] drukken om de toonhoogte van het keyboard in stappen van één octaaf te verlagen of verhogen (Octave Shift). Gebruik deze functie als u het bereik van het keyboard omhoog of omlaag wilt verschuiven. Als u één maal op [OCTAVE -] drukt, gaat de toonhoogte één octaaf omlaag. Als u deze knop nogmaals indrukt, gaat de toonhoogte nog een octaaf omlaag. U kunt het octaaf tussen -4 (omlaag) en +5 (omhoog) verschuiven. Afhankelijk van de instelling van de octaafverschuiving, licht de [OCTAVE -] of [OCTAVE +] op. Als u [OCTAVE -] en [OCTAVE +] tegelijkertijd indrukt, wordt de Octave Shift instelling op 0 teruggezet, en keert het keyboard naar zijn normale toonbereik terug. U kunt tijdens het bespelen van het keyboard de verbuigingshendel naar links bewegen om de toonhoogte te verlagen of naar rechts om de toonhoogte te verhogen. Dit wordt het toonverbuigingseffect (Pitch Bend) genoemd. Als u de hendel van u af beweegt, past u vibrato toe. Dit wordt het modulatie effect genoemd. Als u de hendel naar links of rechts toepast, terwijl u hem ook van u af beweegt, worden beide effecten gelijktijdig toegepast. Modulatie effect fig.pitchbend-e.eps * Het bereik van de toonverbuiging hangt van de instellingen van de geluidsmodule af. * Als u aan de verbuigingshendel andere MIDI berichten toewijst, worden de toonverbuiging en modulatie effecten niet toegepast. 32
33 Spelen (Play functie) Het huidige kanaal (MIDI verzendkanaal) selecteren Zo kunt u het huidige kanaal aangeven. Dit wordt gebruikt om de gegevens, die u genereert door het keyboard te bespelen, alsmede overige uitvoeringsgegevens, te verzenden. Wat is het huidige kanaal? Het huidige kanaal is het MIDI verzendkanaal voor het keyboard en de verbuigingshendel. * Voor elke regelaar kunt u een afzonderlijk verzendkanaal instellen. Als echter de OMNI parameter is ingeschakeld, worden alle berichten via het huidige kanaal verzonden. Wat is OMNI Als u de OMNI instelling inschakelt, versturen alle regelaars hun gegevens altijd via het huidige kanaal, ongeacht welk MIDI verzendkanaal er voor elke afzonderlijke regelaar is aangegeven. Gebruik de volgende procedure om OMNI in te schakelen, als u wilt dat wijzigingen in het huidige kanaal de MIDI transmissiekanalen van de regelaars ook veranderen. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. MIDI kanaal Zo wijzigt u het huidige kanaal (MIDI verzendkanaal). fig.h-midi-ch.eps 1 Druk op de [MIDI CHANNEL] De [MIDI CHANNEL] knop licht op. Het beeldvenster geeft het huidige kanaal weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om het gewenste kanaalnummer aan te geven. Hiermee voltooit u de instelling van het huidige kanaal. U kunt het huidige kanaal ook op de volgende wijze wijzigen: 1. Druk op de [EDIT] knop zodat de [EDIT] knop oplicht. Het beeldvenster geeft EDT weer. 2. Druk op de [MIDI CHANNEL] De [MIDI CHANNEL] knop licht op, en het beeldvenster geeft de instelling van het huidige kanaal weer. 3. Gebruik regelaar [A1]-[A8] of [B1]-[B2] of de VALUE draaiknop, om het gewenste kanaalnummer aan te geven. 4. Druk op de [ENTER] 2. Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster OMNI aangeeft. 3. Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft de huidige instelling aan. Regelaar Item Beeldvenster Uitleg [A1 (0)] [A2 (1)] OMNI OFF OMNI ON Berichten worden verzonden naar het kanaal en de poort, die voor elke regelaar afzonderlijk zijn ingesteld. Berichten worden via het huidige kanaal naar de KEYBOARD PORT verzonden, ongeacht de kanaal en poortinstellingen van elke afzonderlijke regelaar. 4. Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1 (0)]-[A2 (1)] om voor de instelling On (aan) of Off (uit) te kiezen. 5. Druk op de [ENTER] De [EDIT] knop gaat uit, en u keert naar de Play functie terug. 33
34 Spelen (Play functie) Geluiden selecteren (programmawijziging/bank) Door programmawijzigingen te versturen, kunt u vanaf de PCR geluiden voor een geluidsmodule selecteren. Als u geluiden uit een andere bank wilt selecteren, dient u eerst middels de Bank functie een Bank Select bericht te versturen, zodat u van bank wisselt. Vervolgens verzendt u een programmawijzigingbericht. Het bankselectiebericht dient vóór de programmawijziging te worden verzonden. Programmawijziging en bankselectie Met behulp van MIDI kunt u programmawijzigingen en bankselectieberichten combineren, zodat u toegang krijgt tot meer dan 128 geluiden. Als u binnen dezelfde bank als het huidig geselecteerde geluid een ander geluid wilt selecteren, hoeft u slechts een programmawijzigingbericht te verzenden om van geluid te veranderen. Als u een geluid uit een andere bank wilt selecteren, dient u het geschikte banknummer en programmanummer te verzenden. Het banknummer wordt door middel van twee MIDI berichten verzonden; controlewijziging 0 (MSB) en controlewijziging 32 (LSB). Om het geluid ook daadwerkelijk te wijzigen, dient u de berichten in de volgende volgorde te versturen: het banknummer (MSB), het banknummer (LSB) en tot slot het programmanummer. Programmawijziging fig.h-pc.eps Zo verstuurt u via het huidige kanaal (p. 33) een programmawijziging. 1 Druk op de [PROGRAM CHANGE] De [PROGRAM CHANGE] knop licht op. Het beeldvenster geeft het programmawijzigingnummer weer dat als laatst is verzonden. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om het programmawijzigingnummer dat u wilt verzenden aan te geven. Het programmawijzigingbericht is nu verzonden. U kunt tevens op de volgende wijze een programmawijziging verzenden: 1. Druk op de [EDIT] knop zodat deze oplicht. In het Display staat EDIT. 2. Druk op de [PROGRAM CHANGE] Deze licht op en het beeldvenster geeft het meest recent verzonden programmawijzigingnummer weer. 3. Gebruik regelaar [A1]-[A8] en [B1]-[B8] of de VALUE draaiknop om het programmawijzigingnummer dat u wilt verzenden aan te geven. 4. Druk op de [ENTER] 34
35 Spelen (Play functie) Bankselectie Als u van banknummer wilt wisselen, dient u de systeeminstellingen voor Value Encoder zo in te stellen, dat [USER] aan BANK SELECT LSB of BANK SELECT MSB is toegewezen. * Voor details over hoe u deze instelling maakt, zie verderop in deze pagina of Instellingen van de VALUE draaiknop (p. 80). Als BANK SELECT LSB of BANK SELECT MSB aan de VALUE draaiknop is toegewezen, kunt u middels de volgende procedure bankselectie (MSB, LSB) berichten verzenden. fig.h-user.eps 1 Druk op de [USER] De [USER] knop licht op. Het beeldvenster geeft het laatst verzonden bankselectienummer weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om het bankselectienummer dat u wilt verzenden aan te geven. De bankselectie (MSB, LSB) gegevens zijn nu verzonden. Toewijzingen voor de VALUE draaiknop Zo wijst u BANK SELECT LSB of BANK SELECT MSB aan de [USER] knop van de VALUE draaiknop toe. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT aan. 2. Druk op de [USER] Deze licht op en het beeldvenster geeft de huidig toegewezen parameter weer. 3. Gebruik regelaar [A2], [A3] of de VALUE draaiknop om LSB of MSB te selecteren, en druk vervolgens op de [ENTER] De [EDIT] knop gaat uit, en u keert naar de Play functie terug. 35
36 Spelen (Play functie) De Lower en Upper geluiden selecteren Het PCR-300/500/800 keyboard kunt in twee delen verdelen Lower en Upper. Zo kunt u voor elk deel verschillende geluiden selecteren. Het Lower geluid selecteren Het gehele keyboard speelt het Lower geluid. fig.lower.eps_80 Het Upper geluid selecteren Het gehele keyboard speelt het Upper geluid. fig.upper.eps LOWER UPPER 1 Druk op de [LOWER] knop, zodat deze oplicht. 2 Druk op de [PROGRAM CHANGE] knop en draai aan de VALUE draai Het Lower geluid wordt gewijzigd. Als u het keyboard bespeelt, hoort u het geluid dat u voor het Lower deel heeft geselecteerd. 1 Druk op de [UPPER] knop, zodat deze oplicht. 2 Druk op de [PROGRAM CHANGE] knop en draai aan de VALUE draai Het Upper geluid wordt gewijzigd. Als u het keyboard bespeelt, hoort u het geluid dat u voor het Upper deel heeft geselecteerd. Lower en Upper Gebruik de [UPPER] knop en [LOWER] knop om tussen het Upper en Lower deel te schakelen. Als de [UPPER] knop is verlicht, worden via het kanaal dat momenteel voor het Upper deel is aangegeven uitvoeringsgegevens van het keyboard (noten en naslag), de verbuigingshendel (toonhoogte en modulatie) en het voetpedaal, evenals programmawijzigingberichten verzonden. Voor elk deel kunt u afzonderlijke Octave Shift instellingen maken. Deze worden tijdens uw uitvoering onthouden. * Als MIDI berichten aan de naslag of verbuigingshendel zijn toegewezen, worden deze via het toegewezen MIDI kanaal verzonden, dus niet via het huidige kanaal. 36
37 Spelen (Play functie) Twee geluiden lagen (Dual) Dual Met behulp van de Dual functie kunt u zowel het Lower als het Upper geluid op het gehele keyboard spelen. Het gehele keyboard speelt de Lower en Upper geluiden. fig.dual.eps_80 Twee geluiden gecombineerd spelen (Split) Split Met behulp van de Split functie kunt u tussen het Upper en Lower gebied een grens aangeven, en de Upper en Lower met uw rechter en linker hand afzonderlijk spelen. U kunt de gebieden voor het Lower geluid en het Upper geluid zo instellen, dat u ze met behulp van uw linker en rechter hand afzonderlijk spelen. fig.sprit.eps_80 UPPER LOWER 1 Druk meerdere malen op de [DUAL/SPLIT] knop, zodat deze oplicht. * Als u het Upper geluid wilt wijzigen, drukt u op de [UPPER] UPPER LOWER 1 Druk meerdere malen op de [DUAL/SPLIT] knop, zodat deze gaat knipperen. * Als u het Upper geluid wilt wijzigen, drukt u op de [UPPER] Het splitspunt instellen Zo bepaalt u het splitspunt, waarop de Upper en Lower gebieden van elkaar worden gescheiden. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2. Druk op de [SPLIT] knop, zodat deze oplicht. 3. Druk op de toets die u in het Upper gebied als meest linker toets wilt instellen. Het beeldvenster geeft de toets aan, die u heeft ingedrukt. 4. Druk op de [ENTER] Hiermee voltooit u de instelling van het splitspunt LOWER 3 UPPER 37
38 Spelen (Play functie) Uitvoeringsdynamiek toepassen (Velocity) Normaalgesproken varieert de velocity (aanslag) waarde van de verzonden noten op basis van hoe krachtig u het keyboard bespeelt. Indien gewenst kunt u ook een vaste velocity aangeven. Alle noten worden dan, ongeacht de kracht waarmee u het keyboard bespeelt, met deze waarde verzonden. Dit is handig wanneer u de gegevens op een vaste velocity in de DAW software wilt opnemen. Een vaste velocity aangeven (Key Velocity) Een vaste velocity aangeven (Key Velocity) Als u een vaste velocity wilt aangeven, dient u de VALUE ENCODER systeeminstelling van [USER] op Key Velocity in te stellen. * Voor details over deze instelling zie de beschrijving onderaan deze pagina of Instellingen van de VALUE draaiknop (p. 80). Als KEY VELOCITY aan de VALUE encoder is toegewezen, kunt u met behulp van de volgende procedure bankselectie (MSB, LSB) berichten verzenden. fig.h-user.eps 1 Druk op de [USER] De [USER] knop licht op. Het beeldvenster geeft de laatst verzonden velocity waarde weer. De keyboardaanslag wijzigen (Velocity Curve) Zie de systeeminstelling Keyboard Velocity Curve (p. 72). 2 Gebruik de VALUE draaiknop om de velocity waarde (tch, 1-127) die u wilt verzenden aan te geven. fig.d-tch.eps * Als het beeldvenster tch weergeeft, hangt de verzonden velocity af van de kracht, waarmee u het keyboard bespeelt. De VALUE draaiknop toewijzen Zo wijzigt u de [USER] knop toewijzing van de VALUE draaiknop in KEY VELOCITY. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2. Druk op de [USER] Deze licht op, en het beeldvenster geeft de huidig toegewezen parameter weer. 3. Gebruik de VALUE draaiknop om VEL te selecteren, en druk op de [ENTER] Hiermee voltooit u de instelling. U keert naar de Play functie terug. 38
39 Spelen (Play functie) De huidige waarde van alle regelaars verzenden (Snapshot) U kunt alle regelaars op de gewenste stand zetten, en hun toestand vervolgens als snapshot verzenden. Met behulp van de snapshot functie verzendt u in één handeling de huidige waarden van de regelaars [R1]-[R9], [S1]-[S9] en [H1]-[H2]. Dit is een handige manier om regelgegevens naar de DAW software te verzenden. U kunt deze functie gebruiken om de basisinstellingen aan het begin van uw song op te nemen. De regelaarwaarden onhoorbaar maken (PRM MUTE) U kunt alle regelaars onhoorbaar maken, zodat ze, zelfs als ze worden bewogen, geen MIDI berichten verzenden. Als een parameterwaarde zich ver van de huidige positie van een regelaar bevindt, kunt u een ongewenst plotseling verspringen van de waarde voorkomen door, voordat u de regelaar op een stand te zetten die dicht bij de huidige waarde zit, met behulp van de [PRM MUTE] knop de regelaars onhoorbaar te maken. Snapshot PRM MUTE fig.h-snap.eps 1 Druk gelijktijdig op de [PRM MUTE] knop en de OCTAVE [-] De [PRM MUTE] ([ENTER]) knop gaat knipperen. 2 Druk op de [ENTER] De [PRM MUTE] knop knippert een aantal keren. Hiermee is de verzending van de shapshot voltooid. fig.h-prmmute.eps 1 Druk op de [PRM MUTE] De [PRM MUTE] knop licht op, en het beeldvenster geeft P ON weer. fig.d-prmon.eps 2 Bedien de regelaars. Op dit moment worden er, bij het bewegen van de regelaars, geen MIDI berichten verzonden. fig.d-prmoff.eps 3 Druk nogmaals op de [PRM MUTE] De [PRM MUTE] knop gaat uit, en het beeldvenster geeft POFF weer. Als u de regelaars nu beweegt, worden er weer MIDI berichten verzonden. 39
40 Spelen (Play functie) Als er noten blijven hangen (Panic) Als u tijdens het bedienen van de PCR problemen tegenkomt, zoals noten die op uw geluidsmodule blijven hangen, of als er iets anders aan het geluid schort, kunt u het probleem verhelpen met behulp van de Panic functie. De Panic functie verzendt op alle kanalen All Sound Off, All Notes Off en Reset All Controllers berichten. Panic fig.h-panic.eps 1 Druk gelijktijdig op de [EDIT] knop en de [PRM MUTE] De [PRM MUTE] ([ENTER]) knop gaat knipperen. 2 Druk op de [ENTER] De [EDIT] knop en de [PRM MUTE] knop knipperen een aantal keren. Hiermee is de verzending van de Panic functie voltooid. 40
41 Instellingen (Edit functie) De PCR-300/500/800 heeft in totaal vijftig regelaars: [R1]-[R9], [S1]-[S9], [A1]-[A9], [B1]-[B9], [C1]-[C3], [L1]-[L4], [H1]-[H2], [P1]-[P2], [BEND], [MODE] en [AFTERTOUCH]. U kunt zelf vrij toewijzen welk MIDI bericht elke regelaar verzendt. Voor het maken van MIDI berichttoewijzingen dient u de Edit functie te gebruiken. Deze sectie legt uit, hoe u met behulp van het PCR keyboard MIDI berichten aan de regelaars toewijst. Als alternatief kunt u deze toewijzingen met behulp van PCR Editor maken. Voor details zie PCR Editor gebruiken Op het PCR keyboard MIDI berichten toewijzen De volgende functies kunnen aan de regelaars worden toegewezen: Functie Beeldvenster Zie Noot Noot toewijzing (p. 42) Naslag (aftertouch) Controlewijziging Programmawijziging RPN NRPN Systeem exclusief (Sys Ex.) Aftertouch toewijzing (p. 44) Controle wijziging toewijzing (p. 46) Programma wijziging toewijzing (p. 48) RPN/NRPN toewijzing (p. 53) RPN/NRPN toewijzing (p. 53) Systeem exclusief toewijzing (p. 55) Tempo Tempo toewijzing (p. 52) Geen toewijzing (No Assign) Een toewijzing annuleren (NO ASSIGN) (p. 67) Als u aan [AFTERTOUCH] een MIDI bericht wilt toewijzen, drukt u eerst op de [EDIT] knop en drukt u vervolgens krachtig op het keyboard, of drukt u op de [AFTERTOUCH] Als u de regelaar instellingen heeft gewijzigd en u uw wijzigingen wilt bewaren, slaat u de regelkaart op. Als u het instrument uitzet zonder ze op te slaan, gaan uw wijzigingen verloren. (-> Een regelkaart opslaan (p. 9)). U kunt een toegewezen bericht naar een andere regelaar kopiëren, of de toewijzing annuleren. Voor details zie Toewijzing kopiëren (p. 66) of Een toewijzing annuleren (NO ASSIGN) (p. 67). * Zie Systeem exclusief toewijzing (p. 55) als u een systeembericht van één byte (systeem realtime bericht, stemmingsverzoek) wilt toewijzen of een bericht van maximaal vierentwintig bytes zelf vrij wilt invoeren. Over eenvoudige bewerking en geavanceerde bewerking Voor andere toewijzingen dan Tempo en No Assign, biedt de PCR een eenvoudige en een geavanceerde bewerkingsmogelijkheid. Afhankelijk van wat u nodig heeft, kunt u voor eenvoudige of geavanceerde bewerking kiezen. Eenvoudige bewerking: U kunt op eenvoudige wijze MIDI berichten toewijzen en hoeft slechts een minimaal aantal stappen te doorlopen. Geavanceerde bewerking: U dient meer stappen te doorlopen, maar kunt meer parameters aangeven, zodat u meer geavanceerde MIDI berichten kunt toewijzen. 41
42 Instellingen (Edit functie) Noottoewijzing Zo wijst u aan een regelaar een nootbericht toe. Nootberichten worden in een uitvoering gebruikt, en kunnen tevens worden toegepast om DAW software te bedienen. Bewerking Regelaar Beeldvenster MIDI verzendkanaal Nootnummer Velocity Poort Knopfunctie Aftertouch Eenvoudige bewerking [A1 (0)] (00 7FH) 100 (64H) (vast) PORT1 (vast) Unlatch/Latch OFF (vast) Geavanceerde bewerking [A2 (1)] (00 7FH) (00 7FH) PORT1, PORT2, PORT1+2 Unlatch/Latch OFF, kanaaldruk, polifonische toetsdruk Eenvoudige bewerking (-> Geavanceerde bewerking 1 (p. 43)) fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Beweeg de regelaar waaraan u een nootbericht wilt toewijzen. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-note.eps 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster NT (Noottoewijzing) weergeeft. fig.d-noteedit0.eps 6 Draai aan de VALUE draaiknop of druk op de [A2 (1)] regelaar om voor eenvoudige bewerking de NT0 indicatie op te roepen. fig.d-channelselect.eps 7 Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft CH- - weer. * Het - - gedeelte geeft het huidig ingestelde kanaal weer. 8 Voer het MIDI verzendkanaal in. Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1 (0)]-[B2 (9)] regelaar om het gewenste kanaal aan te geven. fig.d-noteselect.eps 9 Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft N- - weer. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 10 Voer het nootnummer in. Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A8] of [B1]-[B8] om het gewenste nootnummer aan te geven. 11 Druk op de [ENTER] 12 Als u regelaar [A1]-[A9], [B1]-[B9], [C1]-[C3], [L1]-[L4], of [P1] gebruikt, geeft u de knopfunctie aan (p. 64). 5 Druk op de [ENTER] 42
43 Instellingen (Edit functie) Geavanceerde bewerking 1 Bij noottoewijzing in de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 kunt u, naast de items van de eenvoudige bewerking, tevens de velocity waarde invoeren. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2. Beweeg de regelaar waaraan u een nootbericht wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3. Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 4. Zorg ervoor, dat het beeldvenster NT (Noottoewijzing) weergeeft. 5. Druk op de [ENTER] 6. Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A1 (0)] regelaar om de NT1 indicatie op te roepen. 7. Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft CH- - weer. * Het - - gedeelte geeft het huidig ingestelde kanaal weer. 8. Voer het MIDI verzendkanaal in. 9. Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft N- - weer. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 10. Voer het nootnummer in. 12. Voer de velocity waarde in. Als de regelaar [A1]-[A9] of [B1]-[B9] is, zorgt het selecteren van 'tch' ervoor dat de verzonden velocity waarde overeenkomt met de kracht, waarmee u de pad indrukt. 13. Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft 'P- -' weer. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 14. Geef de uitgaande MIDI poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65). 15. Als u regelaar [A1]-[A9], [B1]-[B9], [C1]-[C3], [L1]-[L4], of [P1] gebruikt, geeft u de knopfunctie aan (p. 64). 16. Als de regelaar [A1]-[A9] of [B1]-[B9] is, geeft u de aftertouch instelling aan. AFTERTOUCH OFF CHANNEL PRESSURE POLYPHONIC KEY PRESSURE Aftertouch uitvoer is uitgeschakeld. Er worden kanaaldruk berichten verzonden. Er worden polifonische toetsdruk berichten verzonden. 11. Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft V- - - weer. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. * Als u aan [S1]-[S9], [R1]-[R9], of [P2] een noodbericht toewijst, zorgt het op de maximum stand zetten van de regelaar ervoor, dat er een nootbericht met de aangegeven velocity waarde wordt verzonden. Als u de regelaar iets van de maximum stand af verlaag, verzendt u een nootbericht met een velocity van 0. * Als u aan [A1]-[A9], [B1]-[B9], [C1]-[C3], [L1]-[L4] of [P1] een nootbericht toewijst, zorgt het inschakelen van de regelaar ervoor dat er een nootbericht met de aangegeven velocity waarde wordt verzonden. Als u de regelaar uitschakelt, verzendt u een nootbericht met een velocity van 0. 43
44 Instellingen (Edit functie) Aftertouch toewijzing Zo wijst u aan een regelaar een aftertouch toe. Bewerking Regelaar Beeldvenster Inhoud MIDI verzendkanaal Waardebereik Poort Knopfunctie Eenvoudige bewerking [A1 (0)] Kanaaldruk (00-FH) POORT1 (vast) Unlatch, Latch, Increase Geavanceerde bewerking 1 [A2 (1)] Kanaaldruk 1 16 U kunt een boven en ondergrens instellen POORT1, POORT2, POORT1+2 Unlatch, Latch, Increase Geavanceerde bewerking 2 [A3 (2)] Polifonische toetsdruk (00-FH) POORT1 (vast) Unlatch, Latch, Increase Geavanceerde bewerking 3 [A4 (3)] Polifonische toetsdruk 1 16 U kunt een boven en ondergrens instellen POORT1, POORT2, POORT1+2 Unlatch, Latch, Increase Eenvoudige bewerking (-> Geavanceerde bewerking 1 3 (p. 45)) fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-afteredit.eps 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster AT weergeeft. 5 Druk op de [ENTER] fig.d-afteredit0.eps 6 Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A1 (0)] regelaar om de AT0 indicatie (eenvoudige bewerking) op te roepen. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Beweeg de regelaar, waaraan u een aftertouch wilt toewijzen, iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-channelselect.eps 7 Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft CH- - weer. * Het - - gedeelte geeft het huidig ingestelde kanaal weer. 8 Voer het kanaal in. Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1 (0)]-[B2 (9)] regelaar om het gewenste kanaal aan te geven. 9 Druk op de [ENTER] 10 Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64). 44
45 Instellingen (Edit functie) Geavanceerde bewerking 1-3 Bij AFTERTOUCH toewijzing in de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 kunt u, naast de items van de eenvoudige bewerking, tevens de boven en ondergrens van de aftertouch gegevens invoeren. In de geavanceerde bewerkingsfunctie 2 en 3 kunt u bovendien ook in plaats van een kanaal noot aftertouch gegevens (polifonische toetsdruk) aangeven. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2. Beweeg de regelaar waaraan u een aftertouch wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3. Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 4. Draai aan de VALUE draaiknop om ervoor te zorgen, dat het beeldvenster AT weergeeft. 5. Druk op de [ENTER] 6. Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A2 (1)]-[A4 (3)] regelaar om de AT1, 'AT2' of 'AT3' indicatie op te roepen. 7. Druk op de [ENTER] 8. Voer het kanaal in. 9. Druk op de [ENTER] 10. Voer, als u de geavanceerde bewerkingsfunctie 2 of 3 gebruikt, een nootnummer in en druk op de [ENTER] 11. Geef, als u de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 of 3 gebruikt, een bovengrens en ondergrens aan; volg de beschrijving onder Het waardebereik (boven/ondergrens) aangeven (p. 45). 12. Geef, als u de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 of 3 gebruikt, de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65). 13. Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64). Het waardebereik (boven/ondergrens) aangeven Als u in de Edit functie met behulp van het PCR keyboard MIDI berichten toewijst, en u een functie heeft geselecteerd, waarbij het mogelijk is om het bereik van de waarde aan te geven, dient u de maximale en minimale waarde in te stellen. 1. Het beeldvenster dient er als volgt uit te zien. 2. Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A8] en [B1]-[B8] om de bovengrens aan te geven. 3. Druk op de [ENTER] 4. Het beeldvenster dient er als volgt uit te zien. 5. Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A8] en [B1]-[B8] om de ondergrens aan te geven. 6. Druk op de [ENTER] 45
46 Instellingen (Edit functie) Controlewijziging toewijzing Zo wijst u aan een regelaar een controlewijziging toe. Bewerking Regelaar Beeldvenster MIDI verzendkanaal Regelaarnummer Waardebereik Poort Knopfunctie Eenvoudige bewerking [A1 (0)] (00 7FH) (00 7FH) PORT1 (vast) Unlatch, Latch, Increase Geavanceerde bewerking 1 [A2 (1)] (00 7FH) U kunt een boven en ondergrens instellen PORT1, PORT2, PORT1+2 Unlatch, Latch, Increase Geavanceerde bewerking 2 [A3 (2)] (00 7FH) Simuleert een roterende encoder PORT1, PORT2, PORT1+2 Eenvoudige bewerking (-> Geavanceerde bewerking (p. 47)) fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-ccedit0.eps 6 Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A1 (0)] regelaar om de CC0 indicatie (eenvoudige bewerking) op te roepen. fig.d-channelselect.eps fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Beweeg de regelaar waaraan u een aftertouch wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-cc.eps 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster CC weergeeft. 5 Druk op de [ENTER] 7 Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft CH- - weer. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 8 Voer het kanaal in. Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1 (0)]-[B2 (9)] regelaar om het gewenste kanaal aan te geven. fig.d-noteselect.eps 9 Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft N- - weer. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 10 Voer het controlewijzigingnummer in. Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A8] of [B1]-[B8] om het gewenste controlewijziging nummer aan te geven. 11 Druk op de [ENTER] 12 Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie of virtuele middenklikinstellingen aan (p. 64). 46
47 Instellingen (Edit functie) Geavanceerde bewerking 1 In de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 voor controlewijziging toewijzing kunt u, naast de items van de eenvoudige bewerkingsfunctie, voor de controlewijziging gegevens tevens een boven en ondergrens instellen. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2. Beweeg de regelaar waaraan u een controlewijziging wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3. Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 4. Draai aan de VALUE draaiknop om ervoor te zorgen, dat het beeldvenster CC weergeeft. 5. Druk op de [ENTER] 6. Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A2 (1)] regelaar om de CC1 indicatie op te roepen. 7. Druk op de [ENTER] 8. Voer het kanaal in. 9. Druk op de [ENTER] 10. Voer het controlewijzigingnummer. 11. Druk op de [ENTER] 12. Geef het waardebereik aan (->Het waardebereik (boven/ondergrens) aangeven (p. 45)). 13. Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65). 14. Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie of virtuele middenklik instellingen aan (p. 64). Geavanceerde bewerking 2 In de geavanceerde bewerkingsfunctie 2 kunt u de functie van een typische roterende encoder simuleren. Als deze functie aan een regelaar is toegewezen, zorgt het naar rechts (of naar boven) bewegen van de regelaar ervoor, dat de middenpositie hetzelfde resultaat voortbrengt, als wanneer u de encoder met de klok mee zou draaien. Op gelijksoortige wijze zorgt het naar links (of naar beneden) draaien van de middenpositie voor een resultaat alsof u de encoder tegen de klok in draait. Naarmate de regelaarpositie verder van het midden af wordt bewogen, heeft dit eenzelfde resultaat als wanneer u de roterende encoder sneller zou draaien. U kunt deze geavanceerde bewerkingsfunctie 2 wel aan een knop toewijzen, maar deze heeft geen functie. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2. Beweeg de regelaar waaraan u een controlewijziging wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. 3. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 4. Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 5. Draai aan de VALUE draaiknop om ervoor te zorgen, dat het beeldvenster CC weergeeft. 6. Druk op de [ENTER] 7. Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A3 (2)] regelaar om de CC2 indicatie op te roepen. 8. Druk op de [ENTER] 9. Voer het kanaal in. 10. Druk op de [ENTER] 11. Voer het controlewijzigingnummer in en druk op de [ENTER] Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65). 47
48 Instellingen (Edit functie) Programmawijziging toewijzing Zo wijzigt u aan een regelaar een programmawijziging toe: Bewerking Regelaar Beeldvenster MIDI verzendkanaal Bank MSB Bank LSB Waardebereik Poort Eenvoudige bewerking [A1 (0)] (00 7FH) PORT 1 (vast) Geavanceerde bewerking 1 [A2 (1)] 1 16 U kunt een boven en ondergrens instellen PORT 1 (vast) Geavanceerde bewerking 2 [A3 (2)] (00 7FH) (00 7FH) (00 7FH) PORT 1, PORT 2, PORT 1+2 Geavanceerde bewerking 3 [A4 (3)] Huidig kanaal PC DEC PORT 1 (vast) Geavanceerde bewerking 4 [A5 (4)] Huidig kanaal PC INC PORT 1 (vast) Eenvoudige bewerking (-> Geavanceerde bewerking 1, 2 (p. 50), geavanceerde bewerking 3 en 4 (p. 51)). fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-pc.eps 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster PC weergeeft. 5 Druk op de [ENTER] fig.d-pcedit0.eps 6 Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A1 (0)] regelaar om de PC0 indicatie (eenvoudige bewerking) op te roepen. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Beweeg de regelaar, waaraan u een programmawijziging wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. fig.d-channelselect.eps 7 Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft CH- - weer. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 8 Voer het kanaal in. Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1 (0)]-[B2 (9)] regelaar om het gewenste kanaal aan te geven. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 48
49 Instellingen (Edit functie) fig.d-noteselect.eps 9 Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft N- - weer. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 10 Voer het programmanummer in. Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]- [A8] of [B1]-[B8] om het gewenste programmanummer aan te geven. 11 Druk op de [ENTER] Als u deze basis bewerkingsfunctie aan [R1]-[R9], [S1]-[S9] of [P2] heeft toegewezen, zorgt het op de maximum stand zetten van de regelaar ervoor, dat het aangegeven programmawijzigingbericht wordt verzonden. 49
50 Instellingen (Edit functie) Geavanceerde bewerking 1, 2 Bij programmawijziging toewijzing in de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 kunt u, naast de items van de eenvoudige bewerking, tevens de boven en ondergrens van het programmawijzigingbericht invoeren. In de geavanceerde bewerkingsfunctie 2 kunt u bovendien Bank LSB/MSB instellingen met de programmawijziging meesturen. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2. Beweeg de regelaar waaraan u een programmawijzigingbericht wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3. Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 4. Draai aan de VALUE draaiknop om ervoor te zorgen dat het beeldvenster PC weergeeft. 5. Druk op de [ENTER] Geavanceerde bewerking 1 - het waardebereik aangeven - 6. Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A2 (1)] regelaar om de PC1, indicatie op te roepen. 7. Druk op de [ENTER] 8. Voer het kanaal in. 9. Druk op de [ENTER] 10. Voer het waardebereik in (-> Het waardebereik (boven/ondergrens) aangeven (p. 45)). Geavanceerde functie 2 - een bankselectie verzenden - 6. Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A3 (2)] regelaar om de PC2, indicatie op te roepen. 7. Druk op de [ENTER] 8. Voer het kanaal in. 9. Druk op de [ENTER] 10. Voer de bankselectie MSB (CC#00) in. Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A8] en [B1]-[B8] om de gewenste MSB in te voeren. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 11. Druk op de [ENTER] 12. Voer de bankselectie LSB (CC#32) in. Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A8] en [B1]-[B8] om de gewenste LSB in te voeren. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 13. Druk op de [ENTER] 14. Voer het programmanummer in. 15. Druk op de [ENTER] 16. Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65). 50
51 Instellingen (Edit functie) Geavanceerde bewerking 3 en 4 Met behulp van de geavanceerde bewerkingsfunctie 3 kunt u aan een regelaar de programmawijziging verminderfunctie (PC DEC) toewijzen. Met behulp van de geavanceerde bewerkingsfunctie 4 kunt u aan een regelaar de programmawijziging vermeerderfunctie (PC INC) toewijzen. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2. Beweeg de regelaar waaraan u PC DEC of PC INC wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3. Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 4. Draai aan de VALUE draaiknop om ervoor te zorgen, dat het beeldvenster PC weergeeft. 5. Druk op de [ENTER] 6. Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A4 (3)] of [A5 (4)] regelaar om de PC3 of PC4, indicatie op te roepen. 7. Druk op de [ENTER] Programmawijziging verminderfunctie (PC DEC) Hiermee kunt u een programmawijziging verzenden met een waarde van één onder het laatst verzonden programmawijzigingnummer. Programmawijziging vermeerderfunctie (PC INC) Hiermee kunt u een programmawijziging verzenden met een waarde van één boven het laatst verzonden programmawijzigingnummer. De PC DEC en PC INC berichten worden net als de programmawijziging (p. 34) via het huidige kanaal (p. 33) verzonden. Het beeldvenster geeft de waarde die wordt verzonden weer. * Met laatst verzonden programmawijzigingnummer bedoelen we de waarde, die als laatste door de geavanceerde bewerkingsfunctie 3 en 4 of de programmawijzigingfuncties is verzonden (p. 34). * Programmawijzigingen die door de eenvoudige bewerkingsfunctie of de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 en 2 is verzonden, hebben geen effect op de PC DEC of PC INC waarde. 51
52 Instellingen (Edit functie) Tempo toewijzen U kunt een regelaar toewijzen, waarmee u de snelheid van de F8 Clock (20-250) kunt aanpassen. * Om een F8 Clock bericht te kunnen verzenden, dient de F8 Clock instelling te zijn ingeschakeld ( ON ) (-> F8 Clock aan/uit (p. 70)). fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Beweeg de regelaar, waaraan u het Tempo wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-tempo.eps 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster TMP weergeeft. 5 Druk op de [ENTER] 6 Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64). * Voor een knop geeft de On stand de maximale waarde (250) en de Off stand de minimale waarde (20) aan. 52
53 Instellingen (Edit functie) RPN/NRPN toewijzen U kunt aan een regelaar een RPN of NRPN toewijzen. Bewerking Regelaar Beeldvenster Bereik van data invoer MSB (CC#6) Bereik van data invoer LSB (CC#38) Poort Eenvoudige bewerking [A1 (0)] (00 7FH) Niet verzonden POORT 1 Geavanceerde bewerking [A2 (1)] U kunt een boven en ondergrens instellen (00 7FH) POORT 1, POORT 2, POORT 1+2 Eenvoudige bewerking (-> geavanceerde bewerking 1 (p. 54)). fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-rpnedit0.eps 6 Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A1 (0)] regelaar om de RP0 indicatie (eenvoudige bewerking) op te roepen. fig.d-channelselect.eps 7 Druk op de [ENTER] Het beeldvenster geeft CH- - weer. * Het - - gedeelte geeft het huidig ingestelde kanaal weer. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Beweeg de regelaar, waaraan u een RPN of NRPN bericht wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-rpn.eps 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster RP weergeeft. * Als u een NRPN wilt toewijzen, zorgt u ervoor dat NP verschijnt. De rest van de procedure is hetzelfde als bij RPN. 5 Druk op de [ENTER] 8 Voer het kanaal in. Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1 (0)]-[B2 (9)] regelaar om het gewenste kanaal aan te geven. 9 Druk op de [ENTER] fig.d-msbselect.eps 10 Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1 (0)]-[B2 (9)] regelaar om de gewenste RPN MSB (CC#101) of NRPN MSB (CC#99) te aan te geven. * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 11 Druk op de [ENTER] fig.d-lsbselect.eps 12 Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1 (0)]-[B2 (9)] regelaar om de gewenste RPN LSB (CC#100) of NRPN LSB (CC#98) te aan te geven. 13 Druk op de [ENTER] 14 Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64) of maak virtuele middenklik instellingen (p. 65). 53
54 Instellingen (Edit functie) Geavanceerde bewerking 1 Met behulp van de bewerkingsfunctie 1 voor RPN/NRPN kunt u, naast de instellingen, die onder de eenvoudige bewerkingsfunctie worden beschreven, de bovengrens en ondergrens van de data invoer MSB (CC#6) van het verzonden RPN/ NRPN bericht aangeven. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 2. Beweeg de regelaar waaraan u een RPN of NRPN bericht wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3. Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 4. Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster RP weergeeft. * Als u een NRPN wilt toewijzen, zorgt u ervoor dat NP verschijnt. De rest van de procedure is hetzelfde als bij RPN. 5. Druk op de [ENTER] 6. Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A2 (1)] regelaar om de RP1 indicatie (eenvoudige bewerking) op te roepen. 7. Druk op de [ENTER] 8. Voer het kanaal in. 9. Druk op de [ENTER] 10. Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1]-[A8] en [B1]-[B8] regelaars om de gewenste RPN MSB (CC#101) of NRPN MSB (CC#99) te aan te geven. 11. Druk op de [ENTER] 12. Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1]-[A8] en [B1]-[B8] regelaars om de gewenste RPN LSB (CC#100) of NRPN LSB (CC#98) te aan te geven. 13. Druk op de [ENTER] 14. Geef het bereik van de data invoer MSB (CC#6) aan. (-> Het waardebereik (boven/ondergrens) aangeven (p. 45)). 15. Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65)). 16. Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64) of maak virtuele middenklikinstellingen (p. 65). 54
55 Instellingen (Edit functie) Systeem exclusief toewijzing U kunt aan een regelaar een systeem exclusief bericht toewijzen. Met behulp van de geavanceerde bewerkingsfunctie 2 kunt u een systeembericht van één byte toewijzen (systeem realtime bericht, stemmingsverzoek). Met behulp van bewerkingsfunctie 3 en 4 kunt u vrij een bericht van maximaal vierentwintig bytes toewijzen. Bewerking Regelaar Beeldvenster Inhoud Waardebereik Voorwaarde einde bericht Opmerkingen/beperkingen Eenvoudige bewerking [A1 (0)] Sys Ex. Bericht Bereik van beginwaarden Voer F7 in Eerste byte staat vast op F0 Geavanceerde bewerking 1 [A2 (1)] Sys Ex. Bericht Kan worden aangegeven Voer F7 in Eerste byte staat vast op F0 Geavanceerde bewerking 2 [A3 (2)] 1-byte systeembericht [0-5, 7, 9, D, E], [DATA] en [CHECK- SUM] knoppen zijn niet beschikbaar. Geavanceerde bewerking 3 [A4 (3)] Een willekeurig MIDI bericht Bereik van beginwaarden Aangegeven aantal bytes [CHECKSUM] knop is niet beschikbaar. Geavanceerde bewerking 4 [A5 (4)] Een willekeurig MIDI bericht Kan worden aangegeven Aangegeven aantal bytes [CHECKSUM] knop is niet beschikbaar. Met behulp van systeem exclusief toewijzing kunt u de checksum automatisch berekenen of variabele gegevens of een kanaal/bloknummer in het bericht invoegen. Voor systeem exclusieve toewijzing is de invoerfunctie (p. 64) hexadecimaal. 55
56 Instellingen (Edit functie) Procedure voor systeem exclusief toewijzing fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. De eenvoudige bewerkingsfunctie of geavanceerde bewerkingsfunctie 1 gebruiken fig.d-f0.eps De eerste byte F0 van het systeem exclusief (de beginstatus) knippert. (Deze F0 byte kan niet worden gewijzigd). 8 Controleer of de weergave klopt, en druk op de [ENTER] fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Beweeg de regelaar waaraan u het systeem exclusief bericht wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-sysex.eps 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster SE weergeeft. 5 Druk op de [ENTER] fig.d-sysexedit0.eps 6 Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A1 (0)] regelaar om de SE0 indicatie op te roepen. Druk op de [ENTER] * Als u een geavanceerde bewerkingsfunctie wilt selecteren, drukt u één van de regelaars [A2 (1)] - [A5 (4)] in, zodat de SE1 - SE4 indicatie wordt weergegeven. 9 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A8] en [B1]-[B8] om de tweede byte in te voeren. 10 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 11 Voer de derde en volgende bytes op dezelfde wijze in. 12 Als u klaar bent met het invoeren van het bericht, gebruikt u de regelaars om als laatste F7 status (End of Exclusive (einde exclusief) de F en 7 in te voeren. 13 Druk op de [ENTER] Als u de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 gebruikt, geeft u de boven en ondergrens aan. (-> Het waardebereik (boven/ondergrens) aangeven (p. 45)). 14 Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65)). 15 Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64) of maak virtuele middenklikinstellingen (p. 65). 7 Druk op de [ENTER] U kunt nu verder gaan met de procedure voor eenvoudige bewerking/geavanceerde bewerking 1. Voor details over de expliciete opdrachten, kijkt u bij Voorbeelden van systeem exclusief toewijzing (p. 58). 56
57 Instellingen (Edit functie) De geavanceerde bewerkingsfunctie 2 gebruiken fig.d-f.eps Het beeldvenster geeft F- weer. * Het - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 8 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A7 (6)], [B1 (8)], [B3 (A)]-[B5 (C)] en [B8 (F)] om het systeem exclusief in te voeren. 9 Druk op de [ENTER] 10 Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65)). De geavanceerde bewerkingsfunctie 3 of 4 gebruiken fig.d-lsbselect.eps Het beeldvenster geeft L- - - weer. * Het gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 8 Gebruik de [A1]-[A8] en B12 regelaars om in de vorm van een decimaal cijfer aan te geven, hoeveel bytes u wilt voeren. 9 Druk op de [ENTER] 10 Gebruik de [A1]-[A8] en [B1]-[B8] regelaars om de eerste byte in te voeren. 11 Druk op de [ENTER] 12 Voer de tweede en volgende bytes op dezelfde wijze in. 13 Zodra u zoveel bytes heeft ingevoerd als u bij stap 8 had aangegeven, wordt er gecontroleerd of het bericht dat u heeft ingevoerd een geldig MIDI bericht is. Als er een probleem is, geeft het beeldvenster ERR weer. Druk op de [ENTER] knop; u keert naar stap 8 terug. Voer de waarden opnieuw in. 14 Als u de geavanceerde bewerkingsfunctie 4 gebruikt, geeft u de boven en ondergrens aan. (-> Het waardebereik (boven/ondergrens) aangeven (p. 45)). 15 Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65)). 16 Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64) of maak virtuele middenklikinstellingen (p. 65). 57
58 Instellingen (Edit functie) Voorbeelden van systeem exclusief toewijzing Een checksum aangeven (p. 58) De locatie van de gegevens aangeven (p. 59) Kanaal/blokgegevens invoeren (p. 60). Een checksum aangeven De PCR-300/500/800 kan binnen een systeem exclusief bericht automatisch een checksum berekenen, en het resultaat van deze berekening in het bericht invoegen. Om deze functie te gebruiken, volgt u de onderstaande procedure. Hiermee geeft u aan op welk locatie de checksum berekening dient te worden ingevoegd. U kunt tevens het soort checksum selecteren. Voor een specifiek voorbeeld, zie systeem exclusief toewijzing Bend Pitch Control (p. 63). fig.d-css.eps 1 Druk voor het invoeren van de byte, waarmee de checksum berekening begint, op de [CHK SUM] (checksum) Het beeldvenster geeft CSS (checksum start) weer. Als u nogmaals op de [CHK SUM] knop drukt, wordt CSS geannuleerd. 2 Druk op de [ENTER] Checksum types Er zijn twee soorten checksums: Van type wisselen fig.switch-cs12.eps Regelaar Beeldvenster Item Samenvatting [A1 (0)] [A2 (1)] [CHK SUM] [CHK SUM] CHECK SUM TYPE1 CHECK SUM TYPE2 [A2 (1)] De methode, waarvan Roland en de meeste andere fabrikanten gebruik maken. Andere methoden dan Type 1 [A1 (0)] 3 Blijf gegevens invoeren. fig.d-cs1.eps 4 Druk op de locatie waar u de checksum wilt invoegen op [CHK SUM] Het beeldvenster geeft CS1 (checksum type 1) weer. 5 Druk op de [ENTER] Als u naar Type 2 wilt omschakelen, drukt u na het indrukken van de [CHK SUM] knop in stap 4 op regelaar [A2]. Als u naar Type 1 wilt terugschakelen, drukt u op regelaar [A1]. U kunt de instelling tevens met behulp van de VALUE draaiknop wijzigen. 58
59 Instellingen (Edit functie) De locatie van de gegevens aangeven Zoals hieronder beschreven, kunt u de locatie en het type variabele gegevens die in het systeem exclusief bericht ingevoegd dienen te worden aangeven. In de eenvoudige bewerkingsfunctie en geavanceerde bewerkingsfunctie 3 is het bereik met datawaarden het standaard bereik. In de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 en geavanceerde bewerkingsfunctie 4 wordt dit bereik door de gebruiker bepaald. Voor een specifiek voorbeeld zie Master Volume (p. 62). 1 Druk op de locatie, waarop u de variabele gegevens wilt invoegen op de [DATA] Het beeldvenster geeft DT0 weer. 2 Gebruik pad [0]-[4] om het type gegevens te selecteren. Datanummer Datatype Standaard bereik Doel van de bereikinstelling Voorbeeld (aangegeven minimum en maximum waarde) DT0 7bit 00H 7FH Het databereik instellen (00H-7FH) (minimum 4H, maximum 45H) DT1 4bit/4bit 0H/0H FH/FH Het bereik van de eerste byte instellen (0H-FH) Tweede byte staat vast op 0-FH. 0/0 D/F (minimum 0H, maximum DH) DT2 7bit/7bit (MSB/LSB) 00H/00H 7FH/7FH Het bereik van de MSB instellen (00H-7FH) LSB staat vast op 00H-7FH. 23/00 68/7F (minimum 23H, maximum 68H) DT3 7bit/7bit (LSB/MSB) 00H/00H 7FH/7FH Het bereik van de MSB instellen (00H-7FH) LSB staat vast op 00H-7FH. 00/23 7F/68 (minimum 23H, maximum 68H) Het bereik van negatief en min 8000H max positief op 00H-FFH instellen, waarbij 8000H het DT4 4bit/4bit/4bit/4bit 7H/FH/0H/1H 8H/0H/FH/FH FF FF 7/F/0/2 8/0/5/0 (minimum FEH, maximum 50H) midden is. * In geval van DT1-DT4 (gegevens, die twee of meer bytes in beslag nemen), wordt er voor de volgende bytes automatisch een datagebied toegewezen, en geeft het beeldvenster -DT weer. (Dit kan niet worden gewijzigd). 3 Druk op de [ENTER] Als u DT1 tot en met DT4 heeft geselecteerd, geeft het beeldvenster -DT weer. 4 Druk op de [ENTER] 59
60 Instellingen (Edit functie) Kanaal/blokgegevens invoeren Als het systeem exclusief bericht een kanaal of GS bloknummer bevat, volgt u de onderstaande procedure om het type en de waarde van de hogere bits aan te geven. In de lagere bits wordt een kanaal of bloknummer dat met het huidige kanaal (p. 33) overeenstemt ingevoegd. Het bloknummer is niet een daadwerkelijk kanaal. Het stemt met de part van een GS geluidsmodule overeen. Op de PCR stemt dit nummer voor het gemak met het kanaal overeen. Voor een specifiek voorbeeld zie systeem exclusief toewijzing Bend Pitch Control (p. 63). Huidig kanaal CH A B C D E F BL A B C D E F 1 Druk op de locatie, waarop u het kanaal/bloknummer wilt invoegen meerdere malen op de [DATA] knop om voor het kanaal 0CH of voor het blok 0BL te selecteren. fig.chbl.eps_70 [DATA] [DATA] [DATA] [DATA] * Het - - gedeelte geeft de huidig ingestelde waarde weer. 2 Gebruik regelaar [A1]-[A8] om de waarde van de vier hogere bits in te voeren. In het beeldvenster verandert de 0 in de door u ingevoerde waarde. 3 Druk op de [ENTER] 60
61 Instellingen (Edit functie) Voorbeelden van systeem exclusief berichttoewijzingen GM2 System On (p. 61) Master Volume (p. 62) Bend Pitch Control (p. 63) Hier volgen enkele voorbeelden van systeem exclusief berichten: GM2 System On F0 7E 7F F7 Laten we met behulp van de eenvoudige bewerkingsfunctie een GM2 System On systeem exclusief bericht invoeren. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Beweeg de regelaar waaraan u het systeem exclusief bericht wilt toewijzen iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. 3 Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 4 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 5 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster SE weergeeft. 6 Druk op de [ENTER] 7 Draai aan de VALUE draaiknop of druk op de [A1 (0)] regelaar om de SE0 indicatie op te roepen. 8 Controleer of de weergave klopt, en druk vervolgens op de [ENTER] 12 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] Op dezelfde wijze voert u de vierde Byte 09 en de vijfde Byte 03 in. 13 Gebruik tenslotte de [B8 (F)] en [A8 (7)] regelaars om de eindstatus F7 in te voeren. U kunt de waarde ook wijzigen met behulp van de VALUE draai 14 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 15 Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65)). 16 Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64) of maak virtuele middenklikinstellingen (p. 65). Hiermee voltooit u de benodigde stappen om het GM2 System On bericht toe te wijzen. 9 Het beeldvenster geeft de eerste byte F0 (beginstatus) van het systeem exclusief bericht weer. (Dit kan niet worden gewijzigd). 10 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 11 Gebruik de [A8 (7)] en [B7 (E)] regelaars om de tweede byte 7E in te voeren. U kunt de waarde ook wijzigen met behulp van de VALUE draai 61
62 Instellingen (Edit functie) Master Volume F0 7F 7F vl vm F7 Aangezien het databereik van het Master Volume bericht F 7F is, en het niet nodig is om dit bereik aan te geven, kunt u voor de eenvoudige bewerkingsfunctie kiezen. Aangezien het dataformaat op volgorde van LSB MSB twee bytes is, kiest u bij het invoegen van de gegevens voor DT3 (p. 59). 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Beweeg de regelaar, waaraan u het systeem exclusief bericht wilt toewijzen, iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot het beeldvenster SE weergeeft. 5 Druk op de [ENTER] 6 Draai aan de VALUE draaiknop, of druk op de [A1 (0)] regelaar om de SE0 indicatie op te roepen. 7 Controleer of de weergave klopt, en druk vervolgens op de [ENTER] Het beeldvenster geeft de eerste byte F0 (beginstatus) van het systeem exclusief bericht weer. (Dit kan niet worden gewijzigd). Het beeldvenster geeft DT3 weer. 13 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] -DT weer. 14 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 15 Gebruik de [B8 (F)] en [A8 (7)] regelaars om de eindstatus F7 in te voeren. 16 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 17 Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65)). 18 Geeft de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64) of maak virtuele middenklikinstellingen (p. 65). Hiermee voltooit u de benodigde stappen om het Master Volume bericht toe te wijzen. 8 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 9 Gebruik de [A8 (7)] en [B8 (F)] regelaars om de tweede byte 7F in te voeren. 10 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 11 Voer op dezelfde wijze de derde byte 7F, vierde byte 04 en vijfde byte 01 in. 12 Aangezien de zesde byte het datagebied is, drukt u op de [DATA] knop, en drukt u vervolgens op regelaar [A4 (3)]. 62
63 Instellingen (Edit functie) Bend Pitch Control Het GS bericht Bend Pitch Control heeft een databereik van 40H-58H (0-24 halve tonen), dus u dient de geavanceerde bewerkingsfunctie 1 kiezen, waarmee u het gebied aan kunt geven. Aangezien het dataformaat één byte is, dient u bij het invoegen van de gegevens DT0 (p. 59) te selecteren. fig.checksum-e.eps Bloknummer F x 10 DATA SUM F7 Checksum calculation region 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. één byte Adres Data Checksum 2 Beweeg de regelaar, waaraan u het systeem exclusief bericht wilt toewijzen, iets. Als de regelaar een knop is, drukt u deze in. 3 Het beeldvenster geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer. 4 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 5 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop, tot het beeldvenster SE weergeeft. 6 Draai aan de VALUE draaiknop om de SE1 indicatie op te roepen. 7 Controleer of de weergave klopt, en druk vervolgens op de [ENTER] Het beeldvenster geeft de eerste byte F0 (beginstatus) van het systeem exclusief bericht weer. (Dit kan niet worden gewijzigd). 8 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 9 Gebruik de [A5 (4)] en [A2 (1)] regelaars om de tweede byte 41 in te voeren. Als alternatief kunt u de waarde met behulp van de VALUE draaiknop wijzigen. 10 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 11 Voer op dezelfde wijze de derde, vierde en vijfde byte in. 12 Aangezien het checksum gebied op de zesde byte begint, drukt u op de [CHK SUM] knop om het begin van het gebied voor checksum berekening aan te geven. In het beeldvenster begint CSS ( checksum start ) te knipperen. 13 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 14 Voer vervolgens de zesde byte in. 15 Aangezien de zevende byte 2 als hogere bits en het bloknummer als lagere bits heeft, drukt u drie keer op [DATA]. Het beeldvenster geeft 0BL weer. 16 Druk op pad [2] om voor de hogere bits 2 in te voeren. Het beeldvenster geeft 2BL weer. 17 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 18 Voer vervolgens de achtste byte in. 19 Aangezien de negende byte het datagebied is, drukt u op de [DATA] Het beeldvenster geeft DT0 weer. 20 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 21 Aangezien de checksum op de tiende byte wordt ingevoegd, drukt u op de [CHK SUM] knop om de locatie, waarop de checksum wordt ingevoegd aan te geven. In het beeldvenster knippert CS1 (checksum type 1). 22 Aangezien u bij de zesde byte DT3 heeft geselecteerd, wordt de zevende byte automatisch als datagebied toegewezen, en kan deze niet worden bewerkt. 23 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 24 Gebruik de [B8 (F)] en [A8 (7)] regelaars om de eindstatus F7 in te voeren. 25 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] 63
64 Instellingen (Edit functie) 26 Geef vervolgens 58 als bovengrens van het datagebied aan. 27 Druk op de [ENTER] 28 Geef 40 als ondergrens van het datagebied aan. 29 Geef de uitgaande poort aan. (-> Poortinstelling (p. 65)). 30 Geef de voor het regelaartype geschikte knopfunctie aan (p. 64) of maak virtuele middenklikinstellingen (p. 65). Hiermee voltooit u de benodigde stappen om het GS Bend Pitch Control bericht toe te wijzen. Instelling van de invoerfunctie Als u in andere functies dan de Play functie cijferwaarden invoert, dient u tussen de decimale en de hexadecimale invoerfunctie te kiezen. Druk op de [DECIMAL] knop, als u de decimale invoerfunctie wilt gebruiken, of druk op de [HEX] knop, als u de hexadecimale invoerfunctie wilt gebruiken. * Als u de PCR aanzet, start hij in de decimale invoerfunctie op. De decimale en hexadecimale waarden komen met het volgende overeen. Decimaal: Hexadecimaal : 00-7F Echter, voor MIDI kanalen en programmawijzigingen komen ze met het volgende overeen. Decimaal Hexadecimaal MIDI kanaal F Programmawijziging F Instelling van de knopfunctie Als u de bewerkingsfunctie gebruikt om op het PCR keyboard MIDI berichten toe te wijzen (p. 41), en u een bericht aan een knop toewijst, dient u de manier waarop de knop hoort te fungeren (knopfunctie) in te stellen. Als u een knop als regelaar gebruikt, wordt bij het inschakelen van de knop de maximale aangegeven waarde verzonden, terwijl bij het uitschakelen van de knop de minimale waarde wordt verzonden. 1. Draai aan de VALUE draaiknop om tussen de Unlatch, Latch of Increase functie te kiezen. Functie Beeldvenster Samenvatting Unlatch Latch Increase 2. Druk op de [ENTER] Als de knop wordt ingedrukt, gaat hij aan, en als hij wordt losgelaten gaat hij uit. De knop is verlicht, als hij wordt ingedrukt. De knop gaat telkens, wanneer u hem indrukt afwisselend aan of uit. De knop licht op, als er een On (aan) signaal wordt verzonden, en gaat uit, als er een Off (uit) signaal wordt verzonden. Telkens, wanneer u de knop indrukt, gaat de waarde met één omhoog. (Als de minimale waarde onder de maximale waarde ligt, gaat de waarde met één omlaag). Als de waarde het maximum (of minimum) bereikt, slaat hij om ( wrap around ) naar de minimale (of maximale) waarde. De knop is alleen verlicht wanneer u deze indrukt. 64
65 Instellingen (Edit functie) Virtuele middenklikinstelling Als u de bewerkingsfunctie gebruikt om op het PCR keyboard MIDI berichten toe te wijzen (p. 41), en u een bericht aan een draaiknop [R1]-[R9] of schuif [S1]-[S8] toewijst, dient u aan te geven of de virtuele middenklik is in of uitgeschakeld. 1. Draai aan de VALUE draaiknop om tussen aan of uit te kiezen. Functie Beeldvenster Samenvatting Poortinstelling Als u de bewerkingsfunctie gebruikt om op het PCR keyboard MIDI berichten toe te wijzen (p. 41), en u de geavanceerde bewerkingsfunctie heeft geselecteerd, dient u aan te geven welk bericht wordt verzonden. 1. Draai aan de VALUE draaiknop om de poort te selecteren. Poort Beeldvenster Samenvatting Uit De waarde wijzigt vloeiend van het minimum naar het maximum. PORT 1 Berichten worden naar EDIROL PCR 1 verzonden. Aan De waarde blijft op de middenwaarde (64), die zich in de buurt van het midden van het bereik van de regelaar bevindt. PORT 2 Berichten worden naar EDIROL PCR 2 verzonden De draaiknoppen en schuiven van de PCR hebben geen fysieke middenklik. Als u echter de virtuele middenklik functie inschakelt, kunt u het gebied in het middenbereik van de regelaar, waarvoor de middenwaarde wordt geproduceerd, verbreden. 2. Druk op de [ENTER] PORT 1+2 Berichten worden naar EDIROL PCR 1 en EDIROL PCR 2 verzonden. 2. Druk op de [ENTER] * Voor meer informatie over de poorten, zie Wat zijn MIDI poorten (p. 14). * Als u een PCR met een MIDI aansluiting gebruikt, wordt deze instelling genegeerd. 65
66 Instellingen (Edit functie) Handige functies Toewijzing kopiëren U kunt een aan een regelaar toegewezen bericht naar een andere regelaar kopiëren. Als u bijvoorbeeld aan meer dan één regelaar soortgelijke berichten wilt toewijzen, kunt u voor een grotere mate van efficiëntie het gewenste MIDI bericht aan één regelaar toewijzen en de toewijzing naar andere regelaars kopiëren. fig.h-edit.eps Als u een toegewezen bericht tussen regelaars van verschillende types kopieert (bijvoorbeeld tussen een knop en een draaiknop, kunnen de resultaten onverwacht uitpakken. Als er bijvoorbeeld een nootbericht, dat aan een pad is toegewezen, naar een draaiknop wordt gekopieerd, krijgt u niet het verwachte resultaat. Als een aan een draaiknop toegewezen roterende encoder naar een knop wordt gekopieerd, functioneert deze niet. Houd bij het kopiëren van MIDI berichttoewijzingen rekening met het regelaar type en de inhoud van het bericht. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. 6 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Selecteer de regelaar, waar u het bericht naartoe wilt kopiëren, en beweeg deze iets. Als het een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het regelaarnummer weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-copy.eps 4 Selecteer de regelaar, waarvan u het bericht wilt kopiëren, en beweeg deze iets. Als het een knop is, drukt u deze in. In het beeldvenster knippert COPY. fig.d-s1.eps 5 Druk op de [ENTER] Het regelaarnummer van de kopieerbron knippert in het beeldvenster. 66
67 Instellingen (Edit functie) Een toewijzing annuleren (NO ASSIGN) Zo annuleert u de toewijzing van het MIDI bericht aan een regelaar. Als u de toewijzing heeft geannuleerd, zorgt het bewegen van die regelaar er niet meer voor dat er een MIDI bericht wordt verzonden. * Als u de MIDI berichttoewijzing van de verbuiger, modulatie, aftertouch, hold (Pa1X) of epxression (P2) regelaar annuleert, keert de betreffende regelaar naar zijn oorspronkelijke regelfunctie terug. In dergelijke gevallen wordt het huidige kanaal als MIDI verzendkanaal gebruikt. fig.h-edit.eps 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. fig.d-edit.eps Het beeldvenster geeft EDIT weer. fig.d-r1.eps 2 Selecteer de regelaar, waarvan u de berichttoewijzing wilt annuleren, en beweeg deze iets. Als het een knop is, drukt u deze in. Het beeldvenster geeft het regelaarnummer weer. 3 Controleer de indicatie in het beeldvenster, en druk vervolgens op de [ENTER] fig.d-noassign.eps 4 Draai net zolang aan de VALUE draaiknop tot de NOA indicatie verschijnt. 5 Druk op de [ENTER] fig.d-yes.eps 6 In het beeldvenster knippert YES. Druk nogmaals op de [ENTER] 67
68 Systeeminstellingen Zo bepaalt u de systeeminstellingen van de PCR-300/500/800. Hieronder vindt u een overzicht van alle systeeminstellingen: Categorie Regelaar Beeldvenster Item Inhoud Fabrieksinstelling Procedure [A1 (0)] F8 CLOCK ON/OFF Geeft aan of er een F8 Clock wordt verzonden. OFF p. 70 Klok [A2 (1)] F8 CLOCK DEFAULT TEMPO Als de F8 Clock On/Off parameter is ingeschakeld, bepaalt deze de standaardwaarde van de F8 Clock. Nadat het instrument wordt uitgeschakeld, wordt dit tempo net zolang uitgevoerd, tot u de VALUE encoder, waaraan TEMPO is toegewezen, beweegt. 120 p. 70 [A3 (2)] F8 CLOCK PORT SET Bepaalt vanaf welke poort F8 Clock wordt verzonden, wanneer F8 Clock On/Off is ingeschakeld. PORT 1 p. 71 [A4 (3)] KEYBOARD VELOCITY CURVE Bepaalt de responscurve van de velocity, die wordt verzonden, wanneer u het keyboard bespeelt. 1-MEDIUM p. 72 Keyboard [A5 (4)] KEYBOARD PORT SET Bepaalt vanaf welke poort het keyboard en de verbuigingshendel uitvoeringsgegevens verzendt. PORT 1 p. 74 [A6 (5)] KEYBOARD AFTERTOUCH CURVE Bepaalt de responscurve van de keyboard aftertouch. 1 p. 74 [A7 (6)] PAD VELOCITY CURVE Bepaalt de responscurve van de velocity, die wordt verzonden, wanneer u een padregelaar [A1]-[A9] of [B1]-[B9] aanslaat. 1 p. 75 Pads [A8 (7)] PAD AFTERTOUCH CURVE Bepaalt de responscurve van de aftertouch, die wordt verzonden wanneer u een padregelaar [A1]-[A9] of [B1]-[B9] aanslaat. 1 p
69 Systeeminstellingen Categorie Regelaar Beeldvenster Item Inhoud Fabrieksinstelling Procedure [B1 (8)] MIDI I/F SWITCH Bepaalt of de MIDI aansluitingen, als MIDI interface worden gebruikt. ON p. 76 [B2 (9)] MIDI MERGE DESTINATION Bepaalt welke poort wordt gemengd, als de MIDI MERGE schakelaar is ingeschakeld. PORT 1 p. 77 MIDI [A2 (1)] + [A1 (0)] ADVANCED DRIVER SWITCH Schakelt de bedieningsfunctie van de driver. * Als u deze instelling wijzigt, zal deze verandering de volgende maal dat u de stroom weer aanzet, ngaan. ON p. 78 [A2 (1)] + [A2 (1)] USB UNIT NUMBER Deze instelling is voor toekomstige uitbreidingsfunctionaliteit bedoeld. Op dit moment is deze niet in gebruik. 0 Regelkaart [A2 (1)] + [A3 (2)] STARTUP MEMORY Bepaalt welke regelkaart bij het opstarten van de PCR wordt ingeladen. CONTROL MAP No. 0 p. 79 Regelaar [A2 (1)] + [A5 (4)] [A2 (1)] + [A6 (5)] VALUE ENCODER Bepaalt welke parameter de VALUE draaiknop verzendt. KEY VELOCITY p. 80 DYNAMIC MAPPING/ V-LINK Bepaalt de functie van de DYNAMIC MAPPING/V-LINK schakelaar. DYNAMIC MAPPING 0 p. 81 Overig [A2 (1)] + [A4 (3)] [A2 (1)] + [A7 (6)] H-ACTIVITY ON/OFF FACTORY RESET Schakel deze functie in, als u de PCR in combinatie met bepaalde toepassingen (zoals Pro Tools LE) gebruikt. Als deze optie is ingeschakeld (On), worden er vanaf PCR 2 op intervallen van ongeveer 500 ms F berichten verzonden. Hiermee zet u de instellingen van de PCR-300/500/800 op hun fabriekswaarden terug. OFF p. 81 p
70 Systeeminstellingen Klokinstellingen F8 Clock aan/uit Zo geeft u aan of er een F8 Clock wordt verzonden. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY00 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1] en [A2] om de F8 Clock parameter in of uit te schakelen. Het beeldvenster geeft ON (aan) of OFF (uit) weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. F8 Clock standaard tempo Zo geeft u aan wat het basistempo van de F8 Clock is, wanneer F8 Clock is ingeschakeld. Nadat u het apparaat aanzet, wordt dit tempo net zolang verzonden, tot u de VALUE draaiknop, waaraan het Tempo is toegewezen, beweegt. (-> Tempo toewijzen (p. 52). 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY00 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop om het F8 Clock Default Tempo op een waarde tussen 20 en 250 in te stellen. Het beeldvenster geeft de door u ingestelde waarde weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. 70
71 Systeeminstellingen F8 Clock poortinstelling Zo geeft u aan vanaf welke poort het F8 Clock bericht wordt verzonden, wanneer F8 Clock On/Off is ingeschakeld. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY02 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A3] om de F8 Clock Port in te stellen. Het beeldvenster geeft de door u aangegeven poort weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. Regelaar Indicatie Instelling Samenvatting [A1 (0)] POORT 1 Het klokbericht wordt naar EDIROL PCR 1 verzonden. [A2 (1)] POORT 2 Het klokbericht wordt naar EDIROL PCR 2 verzonden. [A3 (2)] POORT 1+2 Het klokbericht wordt naar EDIROL PCR 1 en EDIROL PCR 2 verzonden. 71
72 Systeeminstellingen Keyboardinstellingen Keyboard Velocity Curve Zo geeft u aan hoe de verzonden velocity tijdens het bespelen van het keyboard op uw speelkracht reageert. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY03 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1]-[A8] en [B1]-[B4] regelaars om de gewenste Keyboard Velocity Curve in te stellen. Het beeldvenster geeft de door u aangegeven curve weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. Regelaar Indicatie Instelling Curve Type Keyboardgevoeligheid [A1 (0)] 1-LIGHT Zelfs als u het keyboard zacht bespeelt, kunt u hoge velocity waarden (volumes) voortbrengen. [A2 (1)] 1-MEDIUM 1 Dit zijn de meest gangbare velocity curven. Het volume reageert op de meest natuurlijke wijze op de kracht waarmee u het keyboard De keyboardgevoeligheid is normaal. [A3 (2)] 1-HEAVY bespeelt. U moet krachtiger spelen om hoge velocity waarden (volumes) te kunnen voortbren- gen. [A4 (3)] 2-LIGHT Zelfs als u het keyboard zacht bespeelt, kunt u hoge velocity waarden (volumes) voortbrengen. 2 Vergeleken met curve 1 zorgen deze curven voor een grotere volumewijziging in het zacht gespeelde notengebied. [A5 (4)] 2-MEDIUM De keyboardgevoeligheid is normaal. [A6 (5)] 2-HEAVY U moet krachtiger spelen om hoge velocity waarden (volumes) te kunnen voortbrengen. 72
73 Systeeminstellingen Regelaar Indicatie Instelling Curve Type Keyboardgevoeligheid [A7 (6)] 3-LIGHT Zelfs als u het keyboard zacht bespeelt, kunt u hoge velocity waarden (volumes) voortbrengen. 3 [A8 (7)] 3-MEDIUM Deze velocity curven genereren, in reactie op variaties op uw speelkracht, minder wijzigingen, zodat het voor u gemakkelijker De keyboardgevoeligheid is normaal. [B1 (8)] 3-HEAVY wordt om een consequent speelvolume U moet krachtiger spelen om hoge velocity waarden (volumes) te kunnen voortbrengen. aan te houden. [B2 (9)] 4-LIGHT Zelfs als u het keyboard zacht bespeelt, kunt u hoge velocity waarden (volumes) voortbrengen. 4 Vergeleken met curve 1 zorgen deze curven voor een grotere volumewijziging in het krachtiger gespeelde notengebied. [B3 (A)] 4-MEDIUM De keyboardgevoeligheid is normaal. [B4 (B)] 4-HEAVY U moet krachtiger spelen om hoge velocity waarden (volumes) te kunnen voortbrengen. 73
74 Systeeminstellingen Keyboardpoortinstelling Zo geeft u aan welke poort uitvoeringsgegevens van het keyboard en de verbuigingshendel verstuurt. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY04 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A3] om de gewenste Keyboard Port in te stellen. Het beeldvenster geeft de door u aangegeven poort weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. Regelaar Indicatie Instelling Samenvatting [A1 (0)] PORT 1 [A2 (1)] PORT 2 [A3 (2)] PORT 1+2 Berichten worden naar EDIROL PCR 1 verzonden. Berichten worden naar EDIROL PCR 2 verzonden. Berichten worden naar EDIROL PCR 1 en ED- IROL PCR 2 verzonden. Keyboard Aftertouch Curve Zo stelt u de aftertouch respons van het keyboard in. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY05 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A4] om de gewenste Keyboard Aftertouch Curve in te stellen. Het beeldvenster geeft de door u aangegeven poort weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. Regelaar Indicatie Instelling [A1 (0)] 1 [A2 (1)] 2 [A3 (2)] 3 [A4 (3)] 4 Curve type Effect Dit is de meest gangbare instelling. Deze geeft het meest natuurlijke verband tussen de druk, die u op het keyboard toepast, en de aftertouch gegevens die worden voortgebracht. Vergeleken met curve 1 zorgt deze instelling ervoor, dat er zelfs met lichte druk op het keyboard aftertouch gegevens worden voortgebracht. Deze curve genereert in reactie op de druk op het keyboard minder aftertouch wijzigingen, zodat het voor u gemakkelijker wordt om een consequenter te spelen. Vergeleken met curve 1 zorgt deze instelling ervoor, dat er bij krachtige druk op het keyboard aftertouch gegevens worden voortgebracht. 74
75 Systeeminstellingen Pad settings Pad Velocity Curve Zo geeft u aan hoe de verzonden velocity tijdens het bespelen van de padregelaars [A1]-[A9] en [B1]-[B9] op uw speelkracht reageert. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY06 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of de [A1]-[A4] regelaars om de gewenste Pad Velocity Curve in te stellen. Het beeldvenster geeft de door u aangegeven curve weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. Regelaar Indicatie Instelling [A1 (0)] 1 [A2 (1)] 2 [A3 (2)] 3 [A4 (3)] 4 Curve type Effect Dit is de meest gangbare instelling. Deze geeft het meest natuurlijke verband tussen de druk, waarmee u de pad aanslaat en de volumewijziging. Vergeleken met curve 1 zorgt deze instelling ervoor, dat er bij lichte padaanslag een grotere wijziging in volume optreedt. Deze curve genereert in reactie op de padaanslagen minder wijzigingen in volume, zodat het voor u gemakkelijker wordt om op een consequent volume te blijven spelen. Vergeleken met curve 1 zorgt deze instelling ervoor, dat er bij krachtige padaanslag een grotere wijziging in volume optreedt. Pad Aftertouch Curve Zo stelt u de aftertouch respons van de pads in. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY07 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A4] om de gewenste Pad Aftertouch Curve in te stellen. Het beeldvenster geeft de door u aangegeven instelling weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. Indicatie Regelaar Instelling [A1 (0)] 1 [A2 (1)] 2 [A3 (2)] 3 [A4 (3)] 4 Curve type Effect Dit is de meest gangbare instelling. Deze geeft het meest natuurlijke verband tussen de druk, die u op de pad toepast en de aftertouch gegevens die worden voortgebracht. Vergeleken met curve 1 zorgt deze instelling ervoor, dat er zelfs met lichte druk op de pad aftertouch gegevens worden voortgebracht. Deze curve genereert in reactie op de druk op de pad minder aftertouch wijzigingen, zodat het voor u gemakkelijker wordt om een consequenter te spelen. Vergeleken met curve 1 zorgt deze instelling ervoor, dat er bij krachtige druk op de pad aftertouch gegevens worden voortgebracht. 75
76 Systeeminstellingen MIDI instellingen MIDI I/F schakelaar Zo geeft u aan of de MIDI aansluitingen als MIDI interface worden gebruikt. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY08 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1] of [A2] om de gewenste MIDI I/F instelling aan te geven. Het beeldvenster geeft de door u aangegeven instelling weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. Regelaar Indicatie Instelling Samenvatting MIDI I/F MODE OFF [A1 (0)] OFF De MIDI berichten die het PCR keyboard ontvangt, worden niet vanaf de PCR verzonden. MIDI berichten worden tussen de PCR en de computer of tussen de PCR en het externe MIDI apparaat uitgewisseld. MIDI OUT device EDIROL PCR MIDI OUT EDIROL PCR MIDI IN device EDIROL PCR MIDI IN EDIROL PCR 1 EDIROL PCR 2 USB MIDI messages X Bulk reception X PORT 1 PORT 2 / Bulk transmission MIDI OUT MIDI IN [A2 (1)] ON De MIDI aansluitingen van het PCR keyboard fungeren als MIDI interface. MIDI berichten van de computer die via USB op de PCR is aangesloten, worden naar de geluidsmodule, die op de MIDI OUT aansluiting van de PCR is aangesloten, verzonden. MIDI berichten van het MIDI apparaat dat op de MIDI IN aansluiting van de PCR is aangesloten, worden naar de computer verzonden. MIDI OUT device EDIROL PCR MIDI OUT EDIROL PCR MIDI IN device EDIROL PCR MIDI IN EDIROL PCR 1 EDIROL PCR 2 MIDI I/F MODE ON USB MIDI messages Bulk reception PORT 1 PORT 2 / Bulk transmission MIDI OUT MIDI IN 76
77 Systeeminstellingen MIDI Merge bestemming De PCR-300/500/800 is met een MIDI MERGE schakelaar uitgerust. De MIDI Merge Destination instelling bepaalt welke poort wordt gemengd, wanneer de MIDI MERGE schakelaar is ingeschakeld (ON). De MIDI Merge functie is handig, wanneer u een andere externe MIDI controller dan de PCR op de MIDI IN aansluiting van de PCR heeft aangesloten. U kunt bijvoorbeeld een andere PCR aansluiten en de ene PCR gebruiken om de software synthesizer te bedienen, terwijl u de andere PCR gebruikt om de DAW software te bedienen. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. Regelaar Indicatie Instelling Samenvatting 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY09 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A3] om de gewenste MIDI merge bestemming in te stellen. Het beeldvenster geeft de door u aangegeven instelling weer. [A1 (0)] PORT 1 [A2 (1)] PORT 2 [A3 (2)] MIDI OUT Berichten van de MIDI IN worden met POORT 1 van de PCR gemengd. Berichten van de MIDI IN worden met POORT 2 van de PCR gemengd. Berichten van de MIDI IN worden met de MIDI OUT van de PCR gemengd. De MIDI MERGE schakelaar en de MIDI merge bestemming MIDI I/F MODE ON MIDI OUT apparaat EDIROL PCR MIDI OUT MIDI OUT EDIROL PCR Bulk ontvangst MIDI IN apparaat X EDIROL PCR MIDI IN EDIROL PCR 1 USB PORT 1 MIDI OUT PORT 1 OFF ON MIDI IN EDIROL PCR 2 MIDI berichten PORT 2 / Bulk transmissie PORT 2 PORT 2 ON MIDI MERGE schakelaar MIDI MERGE BESTEMMING In deze afbeelding is de MIDI MERGE schakelaar ingeschakeld (ON), en is de MIDI Merge bestemming op POORT 2 ingesteld, zodat de berichten die door de MIDI IN worden ontvangen, met de berichten van POORT 2 worden gemengd, en vervolgens naar de computer worden verzonden. * Als u de MIDI MERGE schakelaar inschakelt en u op de computer EDIROL PCR MIDI IN als MIDI IN heeft ingesteld, worden er geen berichten ontvangen. 77
78 Systeeminstellingen Geavanceerde driver schakelaar De ADVANCED DRIVER ON/OF werkt als volgt. We raden u aan om over het algemeen de ON instelling te gebruiken. * Wijzigingen die u in deze instelling maakt, zijn de volgende keer dat u het apparaat aanzet, van kracht. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY10 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1] of [A2] om het gewenste USB MIDI driver type in te stellen. Regelaar Indicatie Instelling Samenvatting [A1 (0)] OFF [A2 (1)] ON Kies voor deze instelling, als u de standaard MIDI driver van uw besturingssysteem wilt gebruiken. Kies voor deze instelling, als u door middel van FPT technologie MIDI verzending op hoge snelheid mogelijk wilt maken. We raden u aan, om over het algemeen deze instelling te gebruiken. * FPT - Fast Processing Technology (snelle verwerkingstechnologie) voor MIDI verzending. Deze maakt effectief gebruik van de USB bandbreedte, afhankelijk van de hoeveelheid MIDI gegevens die worden verzonden. Hiermee wordt een optimale verwerking van de MIDI gegevens gegarandeerd. 5 Druk op de [ENTER] knop om naar de Play functie terug te keren. 78
79 Systeeminstellingen Regelkaartinstellingen Startup Memory Zo geeft u aan welke regelkaart bij het aanzetten van de PCR-300/500/800 is geselecteerd. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY12 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1] of [A2] om CONTROL MAP No. 0 of LAST ACCESS MEMORY te selecteren. Regelaar Indicatie Instelling Samenvatting [A1 (0)] [A2 (1)] CONTROL MAP No. 0 LAST ACCESS MEMORY Bij het opstarten van de PCR wordt regelkaart 0 in het huidige geheugen (p. 8) geladen. Bij het opstarten van de PCR wordt de regelkaart, die u als laatst heeft opgevraagd of opgeslagen, in het huidige geheugen (p. 8) geladen. 5 Druk op de [ENTER] 79
80 Systeeminstellingen Instellingen van de VALUE draaiknop VALUE encoder Zo geeft u aan welke functie de VALUE draaiknop regelt, wanneer u de [USER] knop indrukt. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY14 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1]-[A5], om te selecteren welke parameter de VALUE draaiknop verzendt. 5 Druk op de [ENTER] Regelaar Indicatie Instelling Samenvatting Value range [A1 (0)] KEY VELOCITY De VALUE draaiknop bepaalt de vaste velocity waarde. De PCR registreert de kracht, waarmee u het keyboard bespeelt, en verzendt deze als velocity. Echter, als u deze functie gebruikt, wordt de velocity, ongeacht hoe krachtig u het keyboard bespeelt, als de vaste waarde die de VALUE draaiknop aangeeft, verzonden. Gebruik dit in gevallen waarbij u de dynamiek uit uw spel wilt verwijderen. tch, * Als u tch aangeeft, komen de verzonden velocity waarden met uw speelkracht op het keyboard overeen. [A2 (1)] BANK LSB De VALUE draaiknop geeft de bankselectie LSB (CC#32) aan [A3 (2)] BANK MSB De VALUE draaiknop geeft de bankselectie MSB (CC#00) aan [A4 (3)] CONTROL CHANGE De VALUE draaiknop geeft een controlewijziging aan [A5 (4)] TEMPO De VALUE draaiknop geeft het tempo van de F8 Clock aan Als alternatief voor de bovenstaande procedure kunt u deze instelling tevens middels de onderstaande procedure maken. 1. Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2. Druk op de [USER] Deze licht op en het beeldvenster geeft weer, welke parameter op dit moment is toegewezen. 3. Gebruik de VALUE draaiknop om de parameter te selecteren, die u wilt verzenden. 4. Druk op de [ENTER] Hiermee voltooit u de instelling. 80
81 Systeeminstellingen Overige instellingen Dynamic Mapping/V-LINK Zo bepaalt u de functie van de DYNAMIC MAPPING/V-LINK 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY15 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop of regelaar [A1] of [A2] om voor Dynamic Mapping of V-LINK te kiezen. Regelaar Indicatie Instelling Samenvatting [A1 (0)] [A2 (1)] * DYNAMIC MAPPING Dynamic Mapping is een uitbreidende functie voor toekomstig gebruik. Voor details verwijzen wij u naar de Roland website. 5 Druk op de [ENTER] DYNAMIC MAPPING 0 DYNAMIC MAPPING 1 De knop fungeert als DYNAMIC MAPPING aan/uit De knop fungeert als DYNAMIC MAPPING aan/uit : : : : [A2 (1)] + [A6 (5)] [A2 (1)] + [A7 (6)] DYNAMIC MAPPING 15 V-LINK De knop fungeert als DYNAMIC MAPPING aan/uit De knop fungeert als V-LINK aan/ uit H-activity aan/uit Schakel deze functie in, als u bepaalde toepassingen (zoals Pro Tools LE) gebruikt. Als u deze parameter inschakelt, worden er vanaf PCR 2 op intervallen van ongeveer 500 ms F berichten verzonden. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY13 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 Gebruik de VALUE draaiknop om de H-activity functie in of uit te schakelen. Het beeldvenster geeft ON of OFF weer. 5 Druk op de [ENTER] Factory Reset Zo brengt u de instellingen van het PCR keyboard terug naar de toestand van het moment, waarop het instrument uit de fabriek werd geleverd. 1 Druk op de [EDIT] knop, zodat deze oplicht. Het beeldvenster geeft EDIT weer. 2 Gebruik de VALUE draaiknop om SYS te selecteren, en druk op de [ENTER] 3 Gebruik de VALUE draaiknop om SY16 te selecteren, en druk op de [ENTER] 4 In het beeldvenster knippert RST. Druk op de [ENTER] 5 In het beeldvenster knippert YES. Druk op de [ENTER] 81
82 Probleemoplossing Als u problemen tegenkomt, raden we u aan om eerst dit hoofdstuk te lezen. Het bevat tips voor het oplossen van problemen. Problemen met aansluitingen Geen geluid Is de PCR goed aangesloten? Zorg ervoor, dat de PCR via een USB kabel op de USB aansluiting van de computer is aangesloten. Nadat u de USB aansluiting heeft gemaakt, kan het vijftien seconden of langer duren, voordat de computer de PCR herkent. Staat de stroomschakelaar van de PCR op de juiste stand? Zorg ervoor, dat de stroomschakelaar van de PCR op USB is ingesteld, als u USB busvoeding gebruikt of op DC, als u een adapter gebruikt. (-> Power (stroom) schakelaar (p. 7). Krijgt de computer of USB hub voldoende voeding? Als er te weinig stroomtoevoer naar de PCR plaatsvindt, kan de aansluiting niet worden gemaakt. Zorg ervoor, dat geen van de volgende gevallen van toepassing zijn. Als u een laptop gebruikt, die op zijn batterij draait, kan het functioneren bij sommige computers instabiel zijn. Sluit in dit geval een adapter op de computer aan. De instellingen voor het stroombeheer op de computer kunnen de voeding naar de USB beperken. Controleer de instellingen van de computer. In sommige gevallen kan de PCR niet met busgevoede hubs (USB hubs die geen stroomvoorziening hebben) worden gebruikt. Gebruik een zelfvoedende hub (een hub met een stroomvoorziening). Kan de driver niet installeren Is er wellicht een ander USB apparaat aangesloten? Alle andere USB apparaten dan een muis en keyboard dienen voor het installeren van de driver van de computer te zijn losgekoppeld. Zijn er wellicht andere applicaties of systeemprogramma s (zoals antivirusprogramma s) in gebruik? Als er andere programma s in gebruik zijn, is het mogelijk dat de installatie niet goed verloopt. Sluit voor het installeren van de driver alle overige programma s af. Is het stroombeheer van de computer uitgeschakeld? Als op de computer de instellingen voor stroombeheer of energiebesparing zijn ingeschakeld, dient u deze uit te schakelen. Zie de handleiding van de computer voor details. Heeft uw harde schijf voldoende vrije ruimte? Verwijder onbenodigde bestanden, zodat er meer ruimte vrijkomt. Nadat u onbenodigde bestanden heeft verwijderd, dient u de prullenbak te legen. Geeft de Device Manager Other Device, Unknown Device of een apparaat dat met een?/!/x wordt aangegeven weer? Als de driver niet juist is geïnstalleerd, kan de geïnstalleerde driver in een onvolledige toestand blijven. Verwijder de driver volgens de beschrijving onder De USB driver verwijderen (p. 84), en installeer de PCR driver vervolgens opnieuw, volgens de beschrijving onder Setup gids. 82
83 Probleemoplossing Hoewel u de driver al heeft geïnstalleerd, vraagt de computer om het driver bestand Heeft u de PCR wellicht op een andere USB aansluiting aangesloten dan de poort, waarmee u de driver heeft geïnstalleerd? Voor elke USB aansluiting, waarop u de PCR aansluit, dient de USB driver te zijn geïnstalleerd. Als u een USB hub gebruikt, of een computer met meer dan één aansluiting, dient u de PCR normaalgesproken op dezelfde USB aansluiting aan te sluiten, als waarop u de driver heeft geïnstalleerd. Als u de PCR op een andere USB aansluiting wilt aansluiten, dient u de USB driver als volgt te installeren. 1 Sluit de PCR op de computer aan. Windows XP gebruikers: 1. Het Found New Hardware Wizard dialoogvenster verschijnt. Als u gevraagd wordt of u met Windows Update verbinding wilt maken, kiest u voor No,.... Vervolgens klikt u op [Next]. 2. Kies voor Install the software automatically (recommended) en klik op [Next]. Als er een dialoogvenster met een! of X symbool verschijnt, klikt u op [Continue], zodat de installatieprocedure wordt voortgezet. Als u niet verder kunt met de procedure, klikt u op [OK] en installeert u de driver opnieuw. Windows 2000 gebruikers: Als er een dialoogvenster verschijnt met Unable to find digital signature, klikt u op [Yes] om door te gaan met de installatieprocedure. Als u niet verder kunt met de procedure, klikt u op [OK] en installeert u de driver opnieuw. 2 Het Found New Hardware Wizard dialoogvenster verschijnt. Klik op [Finish]. 3 Als het Change System Settings dialoogvenster verschijnt, klikt u op [Yes]. Windows start automatisch opnieuw op. Als u de installatie door middel van bovenstaande procedure niet kunt voltooien, installeert u de driver opnieuw. Los vel: Setup gids 83
84 Probleemoplossing De USB driver verwijderen Als u de USB driver niet door middel van de gegeven procedure kon installeren, is het mogelijk dat de computer de USB driver van de PCR niet juist heeft herkend. In dit geval dient u de foutief geïnstalleerde USB driver te verwijderen. Volg de onderstaande procedure om de USB driver te verwijderen, en installeer hem vervolgens opnieuw. Windows gebruikers 1 Koppel alle kabels van de computer, behalve het USB keyboard en USB muis (indien u deze gebruikt) los. Ontkoppel ook de PCR. Start de computer op, en log in met een gebruikeraccount met administratieve rechten. 2 Plaats de CD-ROM in de CD-ROM drive van de computer. 3 Kies voor [Start]-[My Computer], en selecteer de [DVD/CD-ROM] drive. 4 Selecteer de [DRIVER]-[XP2K] map. 5 Dubbelklik op het [UNINSTALL] icoon. 6 Volg de instructies, die verschijnen voor de verdere procedure voor het de-installeren. Mac OS X gebruikers 1 Start uw Mac op, terwijl de PCR is ontkoppeld. Zorg ervoor, dat alle USB kabels, behalve die van een USB keyboard en USB muis zijn losgekoppeld. 2 Plaats de CD-ROM in de CD-ROM drive van de computer. 3 Dubbelklik in de Driver map van de CD-ROM op PCR_Uninstaller. 4 Het beeldvenster geeft EDIROL PCR Driver will be deleted weer. Klik op [Uninstall]. Als er een andere melding wordt weergegeven, volgt u de instructies hiervan op. 5 Het beeldvenster vraagt u OK to delete the driver?. Klik op [OK]. 6 Er verschijnt een Authentication dialoogvenster. Voer het wachtwoord in, en klik op [OK]. 7 Het beeldvenster geeft Uninstallation completed weer. Klik op [Restart] om de Mac opnieuw op te starten. 84
85 Probleemoplossing Problemen tijdens gebruik van de PCR Geluid wordt tijdens MIDI weergave onderbroken Heeft u er in Windows XP/2000 wellicht voor gezorgd, dat instellingen de voorkeur gegeven aan achtergrondverwerking? Om ervoor te zorgen, dat MIDI verwerking vloeiend verloopt, dient u de computer zo in te stellen, dat achtergrondverwerking de voorkeur geniet. Los vel: Setup gids Heeft u de USB kabel wellicht losgekoppeld en weer aangesloten? Sluit alle DAW software, die van de PCR gebruik maakt, af en zet vervolgens de PCR uit en weer aan. Als u busvoeding gebruikt, sluit u de PCR opnieuw aan. Is de computer wellicht op de standby toestand of slaapfunctie overgegaan? Nadat de computer weer functioneert, sluit u alle DAW software die van de PCR gebruik maakt, af en sluit u vervolgens de PCR opnieuw aan. Heeft u in het besturingssysteem de uitvoerbestemming voor MIDI gegevens aangegeven? Bij sommige software is het nodig om op de computer de uitvoerbestemming voor MIDI gegevens aan te geven. Zie de handleiding van de software voor details. Is de driver juist geïnstalleerd? Om de PCR te kunnen gebruiken dient de driver te zijn geïnstalleerd. Weergave of opname stopt halverwege, en hierna is afspelen of opnemen niet meer mogelijk Is er tijdens het gebruik van de PCR wellicht een zware procedure gestart, zoals het openen van de CD-ROM drive of het netwerk? Als er tijdens het gebruik van de PCR een zware opdracht wordt gegeven, is het mogelijk, dat het instrument niet meer goed functioneert. Indien dit het geval is, stopt u de weergave of opname, om deze vervolgens weer te starten. Als u nog steeds niet op normale wijze kunt afspelen of opnemen, sluit u alle software, die van de PCR gebruik maakt, af en sluit u de PCR opnieuw aan. Het besturingssysteem wordt instabiel Heeft u de computer wellicht opgestart, terwijl de PCR was aangesloten? Start de computer op, terwijl de PCR niet is aangesloten, en sluit de PCR vervolgens aan. Op een computer die van een USB keyboard gebruik maakt, kan het opstarten van de computer, terwijl de PCR is aangesloten, ervoor zorgen dat het systeem instabiel wordt. Los vel: Setup gids Gebruikt u wellicht meerdere programma s? Als u meerdere programma s tegelijk gebruikt, kunnen er eventueel foutmeldingen optreden. Indien dit het geval sluit u de software, die u niet gebruikt, af. Als een dergelijk programma na het afsluiten van het venster nog steeds in de taakbalk wordt weergegeven, is de software nog steeds in gebruik. Sluit alle onbenodigde software in de taakbalk af. 85
86 Probleemoplossing Tussen het bespelen van het keyboard en het voortbrengen van geluid door uw software synthesizer zit een vertraging Een software synthesizer genereert van nature geluid via de geluidskaart van de computer. Voordat het geluid van de software synthesizer daadwerkelijk door de geluidskaart wordt weergegeven, treedt er een vertraging op, wat latentie wordt genoemd. Voor alle combinaties van software synthesizers en geluidskaarten zal er een bepaalde hoeveelheid latentie optreden. Door echter de juiste combinatie van geluidskaart en sequencer software instellingen te gebruiken kunt u de latentie tot een minimale hoeveelheid beperken, waarbij deze geen problemen oplevert voor het daadwerkelijk gebruik van de instrumenten. Over het algemeen verminderen de volgende instellingen de latentie op effectieve wijze. Verklein de audio bufferomvang van de DAW software Verlaag de bufferomvang van de geluidskaart. Voor beide handelingen verwijzen we voor de specifieke procedure naar de handleiding van de sequencer software of geluidskaart. Stel de verbuiger en modulatie op NO ASSIGN in. Zie de beschrijving onder Een toewijzing annuleren (NO ASSIGN) (p. 67). Aftertouch wordt niet toegepast Op de PCR kunt u MIDI berichten aan de aftertouch regelaar toewijzen. Als dergelijke toewijzingen zijn gemaakt, wordt er geen aftertouch toegepast. Stel de aftertouch volgens de beschrijving onder Een toewijzing annuleren (NO ASSIGN) (p. 67) op No Assign in. Als u de PCR in combinatie met DAW software gebruikt, kunt u geen systeem exclusieve berichten naar een externe geluidsmodule verzenden U dient in de DAW software de juiste instellingen te maken, zodat de functie die ervoor zorgt, dat systeem exclusieve berichten naar de geluidsmodule worden verzonden, is ingeschakeld. Zie de handleiding van de software voor details. Verbuigingshendel past geen toonverbuiging of modulatie toe Op de PCR kunt u MIDI berichten aan de verbuiging en modulatieregelaars van de verbuigingshendel toewijzen. Als dergelijke toewijzingen zijn gemaakt, genereert de hendel geen toonverbuiging of modulatie. 86
87 Appendix 87
88 Twee MIDI poorten Als de PCR via USB op een computer is aangesloten, kan de PCR twee poorten voor MIDI uitvoer (POORT 1 en POORT 2) gebruiken. Elke regelaar van de PCR kan zo worden toegewezen, dat deze zijn MIDI berichten naar één van deze poorten verzendt. Voor details over hoe u deze toewijzingen maakt, zie PCR Editor gebruiken om MIDI berichten toe te wijzen (p. 20) of Op het PCR keyboard MIDI berichten toewijzen (p. 41). PCR PORT1 PCR 1 DAW software Track : Recorded on a track THRU Software synthesizer MIDI OUT MIDI sound module fig.midi-port1-e.eps_55 Als u DAW software gebruikt en u de alleen het deel van de geluidsmodule gebruikt dat het geluid produceert, kunnen de regelaars van de PCR dezelfde poort voor MIDI uitvoer gebruiken als het keyboard. Als de PCR in de standaard toestand staat, worden tevens de uitvoeringsgegevens vanaf POORT 1 verzonden, zodat u de regelaars ook aan POORT 1 kunt toewijzen. PORT2 PCR 2 PCR PORT1 DAW software Track PCR 1 : Recorded on a track Software synthesizer MIDI OUT fig.midi-port2-e.eps_55 Sommige DAW software heeft een ingaande poort, die wordt gebruikt om het mixer gedeelte van de DAW software te regelen. Aangezien de PCR twee poorten voor MIDI uitvoer heeft, kunt u één poort gebruiken om geluiden af te spelen en de geluidsmodule te bedienen, terwijl u met behulp van de andere poort de DAW software aanstuurt. PORT2 PCR 2 PCR PORT1 DAW software Track PCR 1 : Recorded on a track THRU Software synthesizer MIDI OUT MIDI sound module fig.midi-port3-e.eps_55 Als u bijvoorbeeld de [A1]-[A9] en [B1]-[B9] knoppen wilt gebruiken om op uw geluidsmodule van geluid te wisselen, en de [S1]-[S9] schuiven gebruikt om de volumefaders van de DAW software mixer te regelen, kunt u de regelaars als volgt aan de poorten voor MIDI uitvoer toewijzen. PORT2 PCR 2 [A1]-[A9] en [B1]-[B9] knoppen: POORT 1 [S1]-[S9] schuiven: POORT 2 * Voor details over hoe u de DAW software bedient, zie de handleiding van de DAW software. 88
89 De PCR direct op een geluidsmodule aansluiten U kunt de PCR direct op een MIDI geluidsmodule aansluiten en gebruiken om de geluidsmodule af te spelen en bedienen. Als u de PCR via USB op een computer aansluit, dient u een los verkrijgbare adapter (p. 92) te gebruiken. U kunt de juiste adapter bij uw leverancier aanschaffen. fig.midi-external-e.eps MIDI IN MIDI geluidsmodule (los verkrijgbaar) Adapter (los verkrijgbaar) DC IN MIDI OUT Zorg ervoor dat tijdens het aansluiten van uw apparatuur de stroomtoevoer is uitgeschakeld. 1 Gebruik een MIDI kabel om de MIDI OUT aansluiting van de PCR op de MIDI IN aansluiting van uw MIDI geluidsmodule aan te sluiten. 2 Sluit de adapter op de DC IN jack aan. 3 Zet de stroomschakelaar van de PCR op de DC om het instrument aan te zetten. Schakel tevens de stroomtoevoer op uw MIDI geluidsmodule in. 4 Stel het huidige kanaal van de PCR zo in, dat dit met het MIDI ontvangstkanaal van uw MIDI geluidsmodule overeenstemt. 5 Als u het keyboard bespeelt, brengt de MIDI geluidsmodule geluid voort. 89
90 Regelkaartoverzicht Als de PCR-300/500/800 vanuit de fabriek wordt geleverd, bevat hij zestien regelkaarten. Door tussen deze regelkaarten te wisselen, kunt u op snelle wijze regelkaarten selecteren, die voor een brede variatie aan software geschikt zijn. Zie Regelkaarten gebruiken (p. 8). U kunt tevens de meest recente regelkaarten van de Roland website downloaden en in de PCR inladen. Geheugennummer Fabrieksinstelling 0 DYNAMIC MAPPING 0 1 SONAER LEÅASONAR 5 (MCR-8 Mode3) 2 GarageBand 3 Cubase 3 SX (MCR-8 Mode4) 4 Logic 7 5 Logic 7 6 Logic 7 7 Logic 7 8 Logic 7 9 Logic 7 10 Logic 7 11 B4 II 12 B4 II 13 B4 II 14 GM 15 motion dive.tokyo 90
91 MIDI implementatiekaart Model: PCR-300/500/800 Versie : 1.00 Functie... Verzonden Herkend Opmerkingen Basic Channel Default Changed X X Mode Default Messages Altered Mode 3 OMNI ON/OFF, MONO, POLY ************** X X X Note Number : True Voice ************** X X Velocity Note ON Note OFF O (9n v=1 127) O (8n v=1 127), (9n v=0) X X Aftertouch Key s Ch s O O X X Pitch Bend O X Control Change O X Program Change : True # O (0 127) ************** X X System Exclusive O O System Common : Song Pos : Song Sel : Tune O O (0 127) O X X X System Real Time : Clock : Command O O X X Aux Message : All Sound Off : Reset All Controller : Local control : All Notes Off : Active Sense : Reset O *1 (120) O *1 (121) O O *1 (123) O O X X X X X X Notes *1 Verzonden als de Panic functie wordt uitgevoerd Mode 1 : OMNI ON, POLY Mode 3 : OMNI OFF, POLY Mode 2 : OMNI ON, MONO Mode 4 : OMNI OFF, MONO O : Ja X : Nee 91
92 Belangrijkste specificaties PCR-300/500/800: MIDI KEYBOARD CONTROLLER Keyboard PCR-300: 32 toetsen (met aanslaggevoeligheid en kanaal aftertouch) PCR-500: 49 toetsen (met aanslaggevoeligheid en kanaal aftertouch) PCR-800: 61 toetsen (met aanslaggevoeligheid en kanaal aftertouch) Regelaars Pads: [A1]-[A9], [B1]-[B9] Knoppen: [L1]-[L4], [C1]-[C3] Draaiknoppen: [R1]-[R9] Schuiven: [S1]-[S9] Crossfaders: [H1]-[H2] Voetpedalen: [P1], [P2] Verbuigingshendel: [BEND], [MOD] Keyboard naslag: [AFTERTOUCH] Beeldvenster 7 segmenten, 4 tekens (LED) Zijpaneel Power (stroom) schakelaar (USB Bus/OFF/DC IN) MIDI Merge schakelaar (ON/OFF) Aansluitingen Hold pedaal jack: 1/4 inch jack Expressiepedaal jack: 1/4 inch TRS jack MIDI aansluitingen (IN, OUT) USB aansluiting DC IN jack Stroomvoorziening DC 9 V (adapter) of USB busvoeding Stroomverbruik 300 ma (adapter) 300 ma (USB busvoeding) Afmetingen PCR-300:605,9 (L) x 250,8 (B) x 91,4 (H) mm PCR-500:838,9 (L) x 250,8 (B) x 91,4 (H) mm PCR-800:1001,9 (L) x 250,8 (B) x 91,4 (H) mm Gewicht PCR-300: 2,9 kg PCR-500: 3,8 kg PCR-800: 4,5 kg Accessoires PCR-300/500/800 CD-ROM USB kabel Setup gids Handleiding Roland software licentieovereenkomst Opties Adapter: PSB-120/PSB-230EU/PSB-230UK/PSB-240A Pedaalschakelaar: DP-2/DP-6 Expressiepedaal: EV-5, EV-7 * PSB-** is een set die uit de PSB-1U adapter en de bijbehorende stroomkabel bestaat. * In belang van productverbetering zijn de specificaties, het uiterlijk en/of de inhoud van dit apparaat, zonder berichtgeving van tevoren, aan wijzigingen onderhevig. 92
93 Index A Adapter... 89, 92 Advanced Driver schakelaar Aftertouch (naslag) Aftertouch toewijzen AFTERTOUCH knop... 5 Aftertouch functie ALL BULK B BACK... 5 BANK LSB BANK MSB Bankselectie Bankselect + Programmawijziging Beeldvenster... 4 Bend Pitch Control Bestandsmenu (File) Blokgegevens (Block Data) Bovengrens Boven/Ondergrens Bulkontvangst Bulktransmissie C CANCEL knop... 5 Channel (Kanaal)...60 Channel Message Channel Pressure...24 Checksum...58 CHK SUM...5 Clock (MIDI klok)...70 Comment (opmerking)...19 Communicatiemenu...16 CONTROL CHANGE...80 Controlewijziging...25 Controlewijziging toewijzen...46 CONTROL MAP knop...5 Crossfader...6 Curve Keyboard Aftertouch...74 Keyboard Velocity...72 Pad Aftertouch...75 Pad velocity...75 D DATA...5 DC...7 DC IN jack...7, 89 DECIMAL...6 Draaiknoppen...6 DUAL/SPLIT...5, 37 DYNAMIC MAPPING...4, 81 93
94 Index E EDIROL PCR EDIROL PCR EDIROL PCR EDIROL PCR MIDI IN EDIROL PCR MIDI OUT EDIT... 5 Edit menu Edit functie Eenvoudige bewerking Encoder simulatie ENTER... 5 F F F8 Clock Default Tempo F8 Clock aan/uit F8 Clock poortinstelling Factory Reset (Fabrieksinstellingen) File menu G Geavanceerde bewerking Geen toewijzing (NO ASSIGN)... 16, 18, 24, 67 Geheugenset... 8, 23 Geluiden selecteren GM2 System On H H-activity aan/uit...81 Hulpmenu (Help)...16 HEX knop...6 Huidig kanaal...33 Huidig geheugen...8 I INC (verhogen)...19, 64 Invoerfunctie...64 Invoerpoort...14 K Kanaal...60 Kanaalbericht Kanaaldruk...24 K KEY VELOCITY...80 Key Velocity (aanslaggevoeligheid)...38 keyboard...72 Keyboard Aftertouch Curve...74 Keyboard Poortinstelling...74 Keyboard sneltoetsen...17 Keyboard Velocity Curve...72 Knopfunctie...19, 64 Knoppen...6 Kopiëren
95 Index L Latch... 19, 64 LOWER knop... 5, 36 Lower geluid M Master Volume MIDI MIDI kanaal MIDI CHANNEL... 5 MIDI aansluiting... 7 MIDI I/F schakelaar MIDI MERGE schakelaar... 7, 77 MIDI berichten MIDI poort... 14, 88 MIDI geluidsmodule MIDI verzendkanaal Modulatie N NO ASSIGN... 16, 18, 24, 67 Note Note toewijzen NRPN... 27, 53 O OCTAVE knopen... 5, 32 Octaafverschuiving OMNI...33 OMNI OFF...33 OMNI ON...33 Ondergrens...45 Opstart geheugen...79 Optiemenu (Options)...16 P Pad Aftertouch Curve...75 Pad Velocity Curve...75 Pads...6, 75 Panic...40 PC DEC...51 PC INC...51 PCR Editor...14 Pitch Bend (toonverbuiging)...32 Play functie...32 Polifonische toetsdruk...25 Poort...65, 74 POORT POORT POORT Power (stroom) schakelaar...7 PRM MUTE...39 PRM MUTE knop...39 PROGRAM CHANGE...5 Programmawijziging , 51 Programmawijziging - Dec...26 Programmawijziging - Inc
96 Index Programmawijziging (Min-Max) Programmawijziging toewijzen R Regelaars...5-7, 18, 39 Regelkaart... 8, 23, 79 Beveiligen Inladen Ontvangen Opslaan... 9, 12, 13 Wisselen... 9 Regelkaartoverzicht RPN... 27, 53 S Schuiven... 6 SINGLE BULK Snapshot Split Splitspunt Sys Ex Systeem exclusief toewijzen Systeem exclusief bericht Systeeminstellingen Systeem Realtime bericht T TEMPO Tempo Tempo toewijzen...52 Titel...18 Twee geluiden Lagen...37 U Uitgaande poort...14, 19 Unlatch...19, 64 UPPER...5, 36 Upper geluid...36 USB...4, 7 USB aansluiting...7 USB driver...84 USER knop...5 V VALUE Encoder...80 VALUE draaiknop...5, 35, 38, 80 Veiligheidssleuf...7 Velocity...38, 75 Velocity Curve...38, 72 Verbuigingshendel...5, 32 Verhogen (increase)...19, 64 Virtuele middenklik...19, 65 V-LINK...4, 81 Vrij bericht...30 W Waardebereik
97 PCR keyboardinstellingen -> Het splitspunt instellen (p. 37) -> Een regelkaart opslaan (p. 9) -> Wat is OMNI (p. 33) -> De regelkaarten beveiligen (p. 13) -> Systeeminstellingen (p. 68) -> Een regelkaart van de computer ontvangen (Bulkontvangst) (p. 10) Regelkaartgegevens op de computer opslaan (Bulktransmissie) (p. 12) Edit functie NOTE ASSIGN -> p. 42 AFTERTOUCH ASSIGN -> p. 44 Controllers CONTROL CHANGE ASSIGN PROGRAM CHANGE ASSIGN -> p. 46 -> p. 48 RPN/NRPN ASSIGN RPN/NRPN ASSIGN -> p. 53 -> p. 53 : : Sys Ex. ASSIGN -> p. 55 TEMPO ASSIGN -> p. 52 Een toewijzing annuleren (NO ASSIGN) -> p. 67
98 Memo
99 Informatie Als u een reparatiedienst nodig heeft, belt u het dichtstbijzijnde EDIROL/Roland Service Centrum of erkend EDIROL/Roland distributeur in uw land, zoals hieronder getoond. EUROPE EDIROL (Europe) Ltd. Studio Power Road London W4 5PY U. K. TEL: +44 (0) FAX:+44 (0) Deutschland TEL: Italia TEL: NORTH AMERICA CANADA Roland Canada Ltd. (Head Office) 5480 Parkwood Way Richmond B. C., V6V 2M4 CANADA TEL: (604) Roland Canada Ltd. (Toronto Office) 170 Admiral Boulevard Mississauga On L5T 2N6 CANADA TEL: (905) U. S. A. Roland Corporation U.S S. Eastern Avenue Los Angeles, CA , U. S. A. TEL: (323) AFRICA EGYPT Al Fanny Trading Office 9, EBN Hagar A1 Askalany Street, ARD E1 Golf, Heliopolis, Cairo 11341, EGYPT TEL: REUNION Maison FO - YAM Marcel 25 Rue Jules Hermann, Chaudron - BP Ste Clotilde Cedex, REUNION ISLAND TEL: (0262) SOUTH AFRICA Paul Bothner(PTY)Ltd. Royal Cape Park, Unit 24 Londonderry Road, Ottery 7800 Cape Town, SOUTH AFRICA TEL: (021) ASIA CHINA Roland Shanghai Electronics Co.,Ltd. 5F. No.1500 Pingliang Road Shanghai , CHINA TEL: (021) Roland Shanghai Electronics Co.,Ltd. (BEIJING OFFICE) 10F. No.18 3 Section Anhuaxili Chaoyang District Beijing CHINA TEL: (010) HONG KONG Parsons Music Ltd. 8th Floor, Railway Plaza, 39 Chatham Road South, T.S.T, Kowloon, HONG KONG TEL: INDIA Rivera Digitec (India) Pvt. Ltd. 409, Nirman Kendra Mahalaxmi Flats Compound Off. Dr. Edwin Moses Road, Mumbai , INDIA TEL: (022) INDONESIA PT Citra IntiRama J1. Cideng Timur No. 15J-150 Jakarta Pusat INDONESIA TEL: (021) KOREA Cosmos Corporation , Seocho-Dong, Seocho Ku, Seoul, KOREA TEL: (02) MALAYSIA/ SINGAPORE Roland Asia Pacific Sdn. Bhd. 45-1, Block C2, Jalan PJU 1/39, Dataran Prima, Petaling Jaya, Selangor, MALAYSIA TEL: (03) PHILIPPINES G.A. Yupangco & Co. Inc. 339 Gil J. Puyat Avenue Makati, Metro Manila 1200, PHILIPPINES TEL: (02) TAIWAN ROLAND TAIWAN ENTERPRISE CO., LTD. Room 5, 9fl. No. 112 Chung Shan N.Road Sec.2, Taipei, TAIWAN, R.O.C. TEL: (02) THAILAND Theera Music Co., Ltd. 330 Soi Verng NakornKasem, New Road, Sumpantawongse, Bangkok 10100, THAILAND TEL: (02) AUSTRALIA/ NEW ZEALAND AUSTRALIA/ NEW ZEALAND Roland Corporation Australia Pty.,Ltd. 38 Campbell Avenue Dee Why West. NSW 2099 AUSTRALIA For Australia Tel: (02) For New Zealand Tel: (09) CENTRAL/LATIN AMERICA ARGENTINA Instrumentos Musicales S.A. Av.Santa Fe 2055 (1123) Buenos Aires ARGENTINA TEL: (011) BARBADOS A&B Music Supplies LTD 12 Webster Industrial Park Wildey, St.Michael, Barbados TEL: (246) BRAZIL Roland Brasil Ltda. Rua San Jose, 780 Sala B Parque Industrial San Jose Cotia - Sao Paulo - SP, BRAZIL TEL: (011) CHILE Comercial Fancy II S.A. Rut.: Nataniel Cox #739, 4th Floor Santiago - Centro, CHILE TEL: (02) COLOMBIA Centro Musical Ltda. Cra 43 B No 25 A 41 Bododega 9 Medellin, Colombia TEL: (574) CURACAO Zeelandia Music Center Inc. Orionweg 30 Curacao, Netherland Antilles TEL:(305) DOMINICAN REPUBLIC Instrumentos Fernando Giraldez Calle Proyecto Central No.3 Ens.La Esperilla Santo Domingo, Dominican Republic TEL:(809) ECUADOR Mas Musika Rumichaca 822 y Zaruma Guayaquil - Ecuador TEL:(593-4) GUATEMALA Casa Instrumental Calzada Roosevelt 34-01,zona 11 Ciudad de Guatemala Guatemala TEL:(502) HONDURAS Almacen Pajaro Azul S.A. de C.V. BO.Paz Barahona 3 Ave.11 Calle S.O San Pedro Sula, Honduras TEL: (504) MARTINIQUE Musique & Son Z.I.Les Mangle Le Lamantin Martinique F.W.I. TEL: Gigamusic SARL 10 Rte De La Folie Fort De France Martinique F.W.I. TEL: MEXICO Casa Veerkamp, s.a. de c.v. Av. Toluca No. 323, Col. Olivar de los Padres Mexico D.F. MEXICO TEL: (55) NICARAGUA Bansbach Instrumentos Musicales Nicaragua Altamira D Este Calle Principal de la Farmacia 5ta.Avenida 1 Cuadra al Lago.#503 Managua, Nicaragua TEL: (505) PERU Audionet Distribuciones Musicales SAC Juan Fanning 530 Miraflores Lima - Peru TEL: (511) TRINIDAD AMR Ltd Ground Floor Maritime Plaza Barataria Trinidad W.I. TEL: (868) URUGUAY Todo Musica S.A. Francisco Acuna de Figueroa 1771 C.P.: Montevideo, URUGUAY TEL: (02) VENEZUELA Instrumentos Musicales Allegro,C.A. Av.las industrias edf.guitar import #7 zona Industrial de Turumo Caracas, Venezuela TEL: (212) EUROPE AUSTRIA Roland Elektronische Musikinstrumente HmbH. Austrian Office Eduard-Bodem-Gasse 8, A-6020 Innsbruck, AUSTRIA TEL: (0512) BELGIUM/FRANCE/ HOLLAND/ LUXEMBOURG Roland Central Europe N.V. Houtstraat 3, B-2260, Oevel (Westerlo) BELGIUM TEL: (014) CROATIA ART-CENTAR Degenova 3. HR Zagreb TEL: (1) CZECH REP. CZECH REPUBLIC DISTRIBUTOR s.r.o Voct rova 247/16 CZ PRAHA 8, CZECH REP. TEL: (2) DENMARK Roland Scandinavia A/S Nordhavnsvej 7, Postbox 880, DK-2100 Copenhagen DENMARK TEL: FINLAND Roland Scandinavia As, Filial Finland Elannontie 5 FIN Vantaa, FINLAND TEL: (0) GERMANY Roland Elektronische Musikinstrumente HmbH. Oststrasse 96, Norderstedt, GERMANY TEL: (040) GREECE/CYPRUS STOLLAS S.A. Music Sound Light 155, New National Road Patras 26442, GREECE TEL: HUNGARY Roland East Europe Ltd. Warehouse Area DEPO Pf.83 H-2046 Torokbalint, HUNGARY TEL: (23) IRELAND Roland Ireland G2 Calmount Park, Calmount Avenue, Dublin 12 Republic of IRELAND TEL: (01) ITALY Roland Italy S. p. A. Viale delle Industrie 8, Arese, Milano, ITALY TEL: (02) NORWAY Roland Scandinavia Avd. Kontor Norge Lilleakerveien 2 Postboks 95 Lilleaker N-0216 Oslo NORWAY TEL: POLAND ROLAND POLSKA SP. Z O.O. UL. Gibraltarska 4. PL Warszawa POLAND TEL: (022) PORTUGAL Roland Iberia, S.L. Portugal Office Cais das Pedras, 8/9-1 Dto , Porto, PORTUGAL TEL: ROMANIA FBS LINES Piata Libertatii 1, Gheorgheni, ROMANIA TEL: (266) RUSSIA MuTek Dorozhnaya ul.3,korp Moscow, RUSSIA TEL: (095) SLOVAKIA DAN Acoustic s.r.o. Povazsk 18. SK Nov Z mky TEL: (035) SPAIN Roland Iberia, S.L. Paseo Garc a Faria, Barcelona SPAIN TEL: SWEDEN Roland Scandinavia A/S SWEDISH SALES OFFICE Danvik Center 28, 2 tr. S Nacka SWEDEN TEL: (0) SWITZERLAND Roland (Switzerland) AG Landstrasse 5, Postfach, CH-4452 Itingen, SWITZERLAND TEL: (061) UKRAINE EURHYTHMICS Ltd. P.O.Box: 37-a. Nedecey Str. 30 UA Mukachevo, UKRAINE TEL: (03131) UNITED KINGDOM Roland (U.K.) Ltd. Atlantic Close, Swansea Enterprise Park, SWANSEA SA7 9FJ, UNITED KINGDOM TEL: (01792) MIDDLE EAST BAHRAIN Moon Stores No.16, Bab Al Bahrain Avenue, P.O.Box 247, Manama 304, State of BAHRAIN TEL: IRAN MOCO INC. No.41 Nike St., Dr.Shariyati Ave., Roberoye Cerahe Mirdamad Tehran, IRAN TEL: (021) ISRAEL Halilit P. Greenspoon & Sons Ltd. 8 Retzif Ha aliya Hashnya St. Tel-Aviv-Yafo ISRAEL TEL: (03) JORDAN MUSIC HOUSE CO. LTD. FREDDY FOR MUSIC P. O. Box Amman JORDAN TEL: (06) KUWAIT EASA HUSAIN AL-YOUSIFI & SONS CO. Abdullah Salem Street, Safat, KUWAIT TEL: LEBANON Chahine S.A.L. Gerge Zeidan St., Chahine Bldg., Achrafieh, P.O.Box: Beirut, LEBANON TEL: (01) OMAN TALENTZ CENTRE L.L.C. Malatan House No.1 Al Noor Street, Ruwi SULTANATE OF OMAN TEL: QATAR Badie Studio & Stores P.O. Box 62, Doha, QATAR TEL: SAUDI ARABIA adawliah Universal Electronics APL Corniche Road, Aldossary Bldg., 1st Floor, Alkhobar, SAUDI ARABIA P.O.Box 2154, Alkhobar SAUDI ARABIA TEL: (03) SYRIA Technical Light & Sound Center Rawda, Abdul Qader Jazairi St. Bldg. No. 21, P.O.BOX 13520, Damascus, SYRIA TEL: (011) TURKEY ZUHAL DIS TICARET A.S. Galip Dede Cad. No.37 Beyoglu - Istanbul / TURKEY TEL: (0212) U.A.E. Zak Electronics & Musical Instruments Co. L.L.C. Zabeel Road, Al Sherooq Bldg., No. 14, Grand Floor, Dubai, U.A.E. TEL: (04)
100 MP
Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO
Wat u met de combinatie FC-300/GT-PRO kunt doen U kunt GT-PRO Patch wijzigingen aanbrengen. Nadat u gereed bent met Instellingen voor de FC-300 maken (Voorbereidingen voor het gebruik van de combinatie),
Evolution MK MIDI KEYBOARD HANDLEIDING
Evolution MK - 261 www.evolution.co.uk MIDI KEYBOARD HANDLEIDING 1. STROOMVOORZIENING 1-1 Geluideskaart als voedingsbron Gebruik de meegeleverde kabel, sluit de 5 poige plug aan op het MIDI toetsenbord
VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en GarageBand
About This Plug-in VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en is plug-in software die toelaat om de Cakewalk V-Studio 20 (hierna kortweg de VS-20 genoemd) te gebruiken met de muziekproductiesoftware Logic
MK MIDI KEYBOARD HANDLEIDING 1. STROOMVOORZIENING
KEYBOARD FOR COMPUTER MUSIC PITCH BEND MODULATION OF F ON MIN MA WHEEL ASSIGN. VEL. C UR VE BA NK L BA NK M RESET-A C G M -RESET CHANNEL PROGRAM ME MO RY 'POS ER OCTAVE MULTI DISPLAY 1 2 3 4 5 6 7 8 9
CN27 MIDI-handleiding MIDI instellingen
De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten onderling
Welkom bij de Picture Package Producer 2
Handleiding voor Picture Package Producer2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap
Welkom bij de Picture Package Producer 2. Picture Package Producer 2 starten en afsluiten. Stap 1: Beelden selecteren
Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap 2: Geselecteerde beelden controleren Stap 3: Voorbereidingen treffen om een korte
CN25 MIDI handleiding MIDI instellingen
De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten onderling
CN37 MIDI handleiding MIDI Settings (MIDI instellingen)
MIDI overzicht De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten
STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc.
STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE Rev D Firmware Version 1.20 Addendum 2013 Line 6, Inc. Inhoudsopgave Appendix D: Fader View... D 1 Fader View Werkbalk...D 2 Menu voor het toewijzen van Faders...D 3 Menu
LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY GEBRUIKSAANWIJZING
LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY DOWNLOADER Versie 1.1 GEBRUIKSAANWIJZING Inleiding Deze software Kan controleren of er nieuwe versies zijn van de gebruikte software. Indien er een nieuwe versie is,
Instellingen wijzigen met de display-aanpassing
Verscheidene instellingen Instellingen wijzigen met de display-aanpassing Het bewegende beeld veranderen Hiermee kunt u de helderheid van het display en de kleur van de knoppenverlichting aanpassen en
Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom
Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina
Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL
Innovative Growing Solutions Datalogger DL-1 software-versie: 1.xx Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL DL-1 Datalogger gebruikershandleiding Bedankt voor het aanschaffen van de TechGrow
Digitale camera Softwarehandleiding
EPSON digitale camera / Digitale camera Softwarehandleiding Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden
P-touch Transfer Manager gebruiken
P-touch Transfer Manager gebruiken Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
BIPAC 7100SG/7100G g ADSL Router. Snelle Start Gids
BIPAC 7100SG/7100G 802.11g ADSL Router Snelle Start Gids Billion BIPAC 7100SG/ 7100G 802.11g ADSL Router Voor meer gedetailleerde instructies over het configureren en gebruik van de 802.11g ADSL Router,
Overzicht van opties voor service en ondersteuning
Overzicht van opties voor service en ondersteuning QuickRestore Met Compaq QuickRestore kunt u uw systeem op elk gewenst moment terugzetten. QuickRestore biedt vijf typen opties voor terugzetten, die in
Remote Powercontrol for TCP/IP networks
Remote Powercontrol for TCP/IP networks Gebruikershandleiding 1. Opening instructies..... 1.1 Verbinding De IP Power Switch (IPPS) moet verbonden zijn met het lichtnet (230V) en het gewenste ethernet.
Handleiding Icespy MR software
Handleiding Icespy MR software Versie 4.40.04 Wij danken u voor de aanschaf van deze IceSpy producten en adviseren u om deze handleiding goed door te nemen. 2 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van de software...
TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING
LCD MONITOR TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING Versie 1.0 Modellen waarop dit van toepassing is (sinds januari 2016) PN-60TW3/PN-70TW3/PN-80TC3/PN-L603W/PN-L703W/PN-L803C (De verkrijgbaarheid
De VS-100 gebruiken om Logic Pro/Express of GarageBand te bedienen
De VS-100 gebruiken om Logic Pro/Express of GarageBand te bedienen De VS-100 is compatibel met muziekproductiesoftware van Apple, zoals Logic Pro/Express en GarageBand. Nadat u de betreffende VS-100 control
BIPAC-7100S / ADSL Modem/Router. Snelle Start Gids
BIPAC-7100S / 7100 ADSL Modem/Router Snelle Start Gids Billion BIPAC-7100S/7100 ADSL Modem/Router Voor meer gedetailleerde instructies aangaande het configureren en gebruik van de (Draadloze) ADSL Firewall
Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3
Badge it voor Windows 95/98/NT/2000/XP Inhoudsopgave 1. Installatie... 3 2. Start... 4 2.1. Nieuwe database maken... 5 2.2. De geselecteerde database openen... 5 2.3. De naam van de geselecteerde database
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de ipad SHARP CORPORATION 27 April, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... 4 3 Installatie en starten van de applicatie...
BIPAC 5102 / 5102S / 5102G
BIPAC 5102 / 5102S / 5102G (802.11g) ADSL2+ Modem/Router Snelle Start Gids Billion BIPAC 5102 / 5102S / 5102G ADSL2+ Modem/Router Voor meer gedetailleerde instructies over het configureren en gebruik
HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014
HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Systeemvereisten... 3 3. Installeren van de software... 4 4. Programma instellingen... 5 5. Importeren van een
Ladibug Document Camera Image Software Gebruikershandleiding
Ladibug Document Camera Image Software Gebruikershandleiding Inhoud 1. Introductie...2 2. Systeemvereisten...2 3. Ladibug installeren...3 4. Beginnen met de Ladibug te gebruiken...5 5. Bediening...6 5.1
2. Wanneer moet ik een afbeelding verkleinen?
Appendix B. Beeldmateriaal en Blackboard 1. Inleiding...1 2. Wanneer moet ik een afbeelding verkleinen?...1 3. Het formaat van een afbeelding wijzigen...2 4. Een afbeelding comprimeren...4 5. Een uitsnede
Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding
Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding Lees dit document voordat u Mac OS X installeert. Dit document bevat belangrijke informatie over de installatie van Mac OS X. Systeemvereisten
Beknopte handleiding SQ Vieuw software
Beknopte handleiding SQ Vieuw software Het startscherm met de verschillende opties: - Logger Set-up : het programmeren van de datalogger naar een gewenste configuratie - Download Data: het halen van data
Aanvullende handleiding
MUSIC SYNTHESIZER Aanvullende handleiding Inhoud Nieuwe functies in MODX versie 1.10... 2 Play/Rec... 3 Part Edit (Edit)... 4 Utility... 5 Dialoogvenster Control Assign... 6 Functie Panel Lock... 7 NL
Cijfers 1 t/m 4,8,16 hiermee kunt u van kanaal wisselen. Gebruik deze iconen om naar een split screen terug te gaan.
Inhoudsopgave 1. Belangrijke veiligheidsinstructies... 2 2. Mee geleverde producten voor de DVR... 2 3. Uitleg bedieningspaneel... 2 4. Uitleg afstandsbediening... 3 5. Aan de slag met de DVR... 3 5.1
Dossier Instellingen. Inhoudsopgave. Inleiding
Dossier Instellingen Inhoudsopgave Inleiding Dossier instellingen Dossier Meetinstrumenten Meetinstrumenten importeren Nieuwe meetinstrumenten importeren met bestaande meetinstrumenten Richtlijnen Richtlijnen
Head Pilot v Gebruikershandleiding
Head Pilot v1.1.3 Gebruikershandleiding Inhoud 1 Installatie... 4 2 Head Pilot Gebruiken... 7 2.2 Werkbalk presentatie... 7 2.3 Profielen beheren... 13 2.3.1 Maak een profiel... 13 2.3.2 Verwijder een
Volg de instructies op de website van Epson voor het downloaden en het installeren.
Message Broadcasting Message Broadcasting is een invoegtoepassing voor EasyMP Monitor. Beheerders kunnen de invoegtoepassing gebruiken om berichten of aankondigingen naar een of meer projectoren of alle
SP-1101W/SP-2101W Quick Installation Guide
SP-1101W/SP-2101W Quick Installation Guide 05-2014 / v1.0 1 I. Productinformatie I-1. Inhoud van de verpakking Smart Plug Switch Snelstartgids CD met snelle installatiegids I-2. Voorzijde Power LED Switch
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
BIPAC-711C2 / 710C2. ADSL Modem / Router. Snelle Start Gids
BIPAC-711C2 / 710C2 ADSL Modem / Router Snelle Start Gids Billion BIPAC-711C2/710C2 ADSL Modem / Router Voor meer gedetailleerde instructies over het configureren en gebruik van de ADSL Modem/Router,
Advies- en BegeleidingsCentrum voor het onderwijs in Amsterdam. Beeld en geluid. Onderdelen uit de workshop Werken met multimedia
Advies- en BegeleidingsCentrum voor het onderwijs in Amsterdam Beeld en geluid Onderdelen uit de workshop Werken met multimedia ABC Amsterdam OCA onderwijscomputercentrum maart 2002 Deze cursus is eigendom
Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding
Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding De Hanwell temperatuur / vochtigheid datalogger Hanwell Hanlog32USB software (W200) USB set up communicatie kabel Y055 Verschillende mogelijkheden: -starten
1 van 8 22-2-2012 20:43
1 van 8 22-2-2012 20:43 Garmin Basecamp is een gratis software programma van Garmin. Het vergelijkbaar met mapsource, echter met de nieuwe toestellen (oregon, dakota en gpsmap 62) heeft het een aantal
HANDLEIDING VAN DATARECORDER SOFTWARE (FOR WS-9010)
HANDLEIDING VAN DATARECORDER SOFTWARE (FOR WS-9010) Inleiding Dit Temperatuurstation en de bijbehorende software van de datarecorder vormen een kwalitatief hoogstaand dataverwerkingsysteem. Nadat u de
2 mei 2014. Remote Scan
2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5
De Deskline configurator Advanced handleiding
De Deskline configurator Advanced handleiding Deze handleiding is voor versie 1.2.3 en hoger Zorg dat er een USB2LIN is aangesloten op de computer ( Gebruik versie 1.66 en hoger ) Zorg dat er geen andere
Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE
Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE 16 Kanaals vrij te programmeren dimmer en schakel Controller DMX-512 DJ MINGLE DM-16 C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 C8 M MASTER A LEVEL SPEED AUDIO FADE TiME 6.99 Manual Midi Channel
Gebruikershandleiding Green Leaf Excel (2007) Tool Versie 1.2 (21 december 2010)
Gebruikershandleiding Green Leaf Excel (2007) Tool Versie 1.2 (21 december 2010) Inhoudsopgave 1 HANDLEIDING EXCEL TOOL... 3 2 TOEGEVOEGDE MENU OPTIES... 4 2.1 KEUZEOPTIE NIEUW... 6 2.2 HET INLEZEN VAN
VHOPE en bibliotheekbestanden voor VHOPE installeren
VHOPE en bibliotheekbestanden voor VHOPE installeren Stap 1, VHOPE installeren De toepassing VHOPE moet op de pc worden geïnstalleerd voordat u het materiaal op de USBgeheugenstick kunt gebruiken. Gebruikers
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding
Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie
Zorgmail handleiding. Inhoud
Inhoud 1. Beginnen met Zorgmail pag. 2 2. Het instellen van Zorgmail pag. 2 3. Het gebruik van Zorgmail m.b.t. Artsen pag. 3 4. Het aanpassen van de lay-out van Zorgmail pag. 4 5. Werken met Zorgmail pag.
draaimolen programmeren PC
Roboc@r draaimolen programmeren PC Draaimolen inleiding tot het programmeren Een draaimolen kom je in verschillende uitvoeringen tegen op dorpsfeesten en in pretparken. De eerste door een motor aangedreven
Nederlandse versie. Inleiding. Software installatie. MP502FM / MP504FM Sweex Black Onyx MP4 Player
MP502FM / MP504FM Sweex Black Onyx MP4 Player Inleiding Stel de Sweex Black Onyx MP4 Player niet bloot aan extreme temperaturen. Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of in de dichte nabijheid van
Uw gebruiksaanwijzing. NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1220726
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de NAVMAN F-SERIES DESKTOP F20 in de gebruikershandleiding
cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! WEBINTERFACE GEBRUIKERSHANDLEIDING
cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! WEBINTERFACE GEBRUIKERSHANDLEIDING BV Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de bestandsstructuur van uw
Het ExTERM openingsscherm zal verschijnen en het programma opent. ExTERM Version 2.0 7/11/05
Gebruikershandleiding ExTERM software voor Model RH520 vochtigheid/ temperatuur Chart recorder Introductie Gefeliciteerd met de aankoop van de ExTERM Model RH520 vochtigheid/ temperatuur Chart recorder
Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren
De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren Automatisch activeren via internet
Basis bediening van het scherm
Basis bediening van het scherm Het apparaat kan worden bedient met de meegeleverde muis aangesloten in de USB poort voor op het apparaat. Door te klikken op de knoppen en het gebruik van de scrol wheel
Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows)
Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Inhoudsopgave Installeren van het stuurprogramma... Pagina 1 Verwijderen van het stuurprogramma... Pagina 3 Problemen
BIPAC 7402G. 802.11g ADSL VPN Firewall Router. Snelle Start Gids
BIPAC 7402G 802.11g ADSL VPN Firewall Router LEDs aan de Voorzijde Voor meer gedetailleerde instructies over het configureren en gebruik van de 802.11g ADSL VPN Firewall Router, zie de online handleiding.
Met een mailing of massaverzending kunt u een groot aantal documenten verzenden naar gebruikelijke adressen, die in een gegevensbestand staan.
Een mailing verzorgen Met een mailing of massaverzending kunt u een groot aantal documenten verzenden naar gebruikelijke adressen, die in een gegevensbestand staan. Voor deze techniek zijn twee bestanden
Nl_Rhomba CLE.fm Page 29 Wednesday, January 7, 2004 2:02 PM. Nederlands Overzicht (zie afbeelding op buitenblad)
Nl_Rhomba CLE.fm Page 29 Wednesday, January 7, 2004 2:02 PM Aan de slag Nederlands Overzicht (zie afbeelding op buitenblad) 1. Microfoon 7. Knop (R) Sectie herhalen 2. LCD-schermen 8. De knop Aan/Uit en
Nero AG SecurDisc Viewer
Handleiding SecurDisc Nero AG SecurDisc Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van
Welkom bij de Picture Package DVD Viewer
Handleiding van de Picture Package DVD Viewer Welkom bij de Picture Package DVD Viewer Welkom bij de Picture Package DVD Viewer De Picture Package DVD Viewer starten en afsluiten Beelden bekijken Beelden
SPEECHMIKE TM 2.2 SOFTWARE HANDBOEK PHI
SPEECHMIKE TM 2.2 SOFTWARE HANDBOEK PHI SpeechMike Software handboek 2 COPYRIGHT 1997-2002 Philips Speech Processing. Alle rechten voorbehouden. Niets in deze handleiding mag in enige vorm of op enige
Snel aan de slag met de Mini Squirrel datalogger
Snel aan de slag met de Mini Squirrel datalogger Datalogger type: MS47 MS47 Mini Squirrel datalogger is een datalogger voor het controleren van het binnenklimaat op de volgende parameters: Relatieve vochtigheid,
PhPlist Gebruikers Handleiding
PhPlist Gebruikers Handleiding Auteur: Sander Duivenvoorden Bedrijf: Buildnet webservices E-mail: [email protected] Datum: 23-09-2008 Laatste wijziging: 17-10-2008 Versie: 1.1 1 Inleiding Het verzenden
Outlookkoppeling installeren
Outlookkoppeling installeren Voordat u de koppeling kunt installeren, moet outlook afgesloten zijn. Stappenplan Controleer of het bestand VbaProject.OTM aanwezig is. (zie 3.2) Controleer of de map X:\RADAR\PARAMETERS\
Versie: 0.2. Gebruikershandleiding XOPUS XML-editor
Versie: 0.2 Gebruikershandleiding XOPUS XML-editor Wijzigingsbeheer Versie Datum Omschrijving Auteur(s) 0.1 31-12-2012 Initiële versie Eric Wijnschenk 0.2 02-01-2013 Wijzigingen nav review Jeroen van Hemert
Handleiding Virtru. VIRTRU installeren KLIK HIER
Handleiding Virtru Wat is Virtru? Virtru is een gratis plug-in voor het beveiligd versturen van e-mails. Het e-mailbericht en zijn bijlagen worden op die manier versleuteld verstuurd, de inhoud hiervan
Snelstart Gids. Menustructuur. Opstarten en Afsluiten. Formatteren van Disk. 72xxHVI-ST Series DVR
Menustructuur De menustructuur van de DS-72xxHVI-ST Serie DVR is als volgt: Opstarten en Afsluiten Het juist opstarten en afsluiten is cruciaal voor de levensduur van uw DVR. Opstarten van uw DVR: 1. Plaats
Priva Blue ID Network scanner / Syslog Tool
Priva Blue ID Network scanner / Syslog Tool Versie 1.3.15.0 Bladzijde 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Introductie:... 3 Systeemeisen:... 4 Installeren op een SX100:... 5 De Werking:... 6 Scannen van
EnVivo EZ Converter. Gebruikershandleiding
EnVivo EZ Converter Gebruikershandleiding op met Teknihall support: 0900 400 2001 2 INHOUDSOPGAVE INTRODUCTIE... 4 OPMERKINGEN... 4 FUNCTIES... 5 SPECIFICATIES... 5 SYSTEEMEISEN... 5 INHOUD VAN DE VERPAKKING
Midi PDF Bladmuziek lezer
Inleiding. Ruim 20 ordners aan bladmuziek, meeste daarvan uitgeprint van een PDF. Even snel een nummer opzoeken wil dan ook niet, terwijl ik alles wel op alfabetische volgorde heb. Dat was het niet helemaal
Uw gebruiksaanwijzing. YAMAHA COMPUTER-RELATED OPERATIONS
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor YAMAHA COMPUTER-RELATED OPERATIONS. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie,
Memeo Instant Backup Introductiehandleiding. Stap 1: Maak uw gratis Memeo-account. Stap 2: Sluit een opslagapparaat aan op de pc
Inleiding Memeo Instant Backup is een eenvoudige oplossing voor een complexe digitale wereld. De Memeo Instant Backup maakt automatisch en continu back-ups van uw waardevolle bestanden op de vaste schijf
Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet
Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet Inloggen Surf naar www.instapinternet.nl of www.basisonline.nl. Vervolgens klikt u op de button Login links bovenin en vervolgens op Member Login. (Figuur
GTX-4 TEXTIELPRINTER Instructiehandleiding voor Macintosh
GTX-4 TEXTIELPRINTER Instructiehandleiding voor Macintosh Zorg ervoor dat deze handleiding wordt gelezen voorafgaand aan het gebruik van dit product. Houd deze handleiding op een veilige plaats voor toekomstig
mobile PhoneTools Gebruikershandleiding
mobile PhoneTools Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Vereisten...2 Voorafgaand aan de installatie...3 mobile PhoneTools installeren...4 Installatie en configuratie mobiele telefoon...5 On line registratie...7
Windows 98 en Windows ME
Windows 98 en Windows ME In dit onderwerp wordt het volgende besproken: Voorbereidende stappen op pagina 3-29 Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom op pagina 3-30 Andere installatiemethoden op pagina
Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0
Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0 Een uitgave van Dedicon Postbus 24 5360 AA GRAVE Tel.: (0486) 486 486 Fax: (0486) 476 535 1 Inhoudsopgave 1. Installatie... 3 2. De-installatie... 3 3. Starten
TAB13-201 XENTA 13c 13,3 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES
TAB13-201 XENTA 13c 13,3 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Page 1 of 9 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet naar Android 4.1.1 zullen alle gebruikersinstellingen,
INSTALLATIE HANDLEIDING
INSTALLATIE HANDLEIDING Powerwifi USB Router in combinatie met de Powerwifi USB buitenantenne INLEIDING De Powerwifi USB Router kan worden gebruikt in combinatie met de Powerwifi USB buitenantenne. Hierdoor
Voorraad. Handleiding en Gebruik Mobiele Scanner
Voorraad Handleiding en Gebruik Mobiele Scanner Handleiding mobiele scanner Installatie Stap 1 Installeer Optimizer vanaf de meegeleverde CD-rom. Stap 2 Sluit de mobiele scanner aan op uw PC. Stap 3 Start
Editor software gebruikershandleiding
Editor software gebruikershandleiding Over de VPC Editor software De VPC Editor Software (VPC Editor) is een gebruikerssoftware waarmee Touch Curves (curven in de aanslagdynamiek), Velocity Offset instellingen
Handleiding XML Leesprogramma versie 2.1, juli 2006
Handleiding XML Leesprogramma versie 2.1, juli 2006 Een uitgave van Dedicon Postbus 24 5360 AA GRAVE Tel.: (0486) 486 486 Fax: (0486) 476 535 E-mail: [email protected] 1 Inhoudsopgave 1.1 De-installatie...
Inhoud van de handleiding
BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen zich vertrouwd te maken met uw Bang & Olufsen-product. De Het bedie- referentiehandboeningshandleiding
Voer de bijgeleverde muis in een USB ingang voorop de recorder en controleer of het
1. Bediening met de muis Voer de bijgeleverde muis in een USB ingang voorop de recorder en controleer of het icoontje in beeld verschijnt. Beweeg uw muis om uw wachtwoord in het keypad in te voeren. Dat
HANDLEIDING NEDERLANDS ( 1 4 )
1 HANDLEIDING NEDERLANDS ( 1 4 ) ::: DMC2 Handleiding ::: Deze handleiding geeft uitleg hoe u de Numark DMC2 controller snel kunt aansluiten en bedienen. Neem svp een paar minuten de tijd om deze handleiding
BIPAC-7402 / 7402W (Draadloze )ADSL VPN Firewall Router met 3DES Accelerator Snelle Start Gids
BIPAC-7402 / 7402W (Draadloze )ADSL VPN Firewall Router met 3DES Accelerator Snelle Start Gids Billion BIPAC-7402 / 7402W (Draadloze) ADSL VPN Firewall Router met 3DES Accelerator Voor meer gedetailleerde
3.4 De Wizard voor het samenvoegen
3.4 De Wizard voor het samenvoegen Het hoofddocument kan een brief, maar kan ook een etiket of enveloppe zijn. Bij het samenvoegen van het hoofddocument met het gegevensbestand worden telkens de gegevens
Welkom bij de Picture Package DVD Viewer. De Picture Package DVD Viewer starten en afsluiten. Beelden bekijken. Beelden naar een computer kopiëren
Welkom bij de Picture Package DVD Viewer De Picture Package DVD Viewer starten en afsluiten Beelden bekijken Beelden naar een computer kopiëren Gekopieerde beelden bewerken Overbodige gedeelten van films
TAB10-201 XENTA 10ic 10 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES
TAB10-201 XENTA 10ic 10 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Page 1 of 10 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet naar Android 4.1.1 zullen alle gebruikersinstellingen,
Instructie voor een mail-merge VZVZ toestemmingsformulier in Word.
Instructie voor een mail-merge VZVZ toestemmingsformulier in Word. NB: Voor deze instructie is gebruik gemaakt van Office 2016 op een Windows 7 computer; de taal staat ingesteld op Nederlands. In grote
Korte handleiding GoTalk NOW voor ipad
Korte handleiding GoTalk NOW voor ipad 1 2 3 4 5 6 Als je de app opent zie je 7 knoppen: 1. GoTalk now logo: Als je hierop klikt kan je van de ene naar de andere ipad bladen overzetten (binnen een Wifi-netwerk).
CN35 MIDI handleiding MIDI Settings (MIDI instellingen)
MIDI overzicht De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten
Back-up en herstel Gebruikershandleiding
Back-up en herstel Gebruikershandleiding Copyright 2007-2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
Watcheye AIS op ipad
Watcheye AIS op ipad Deel uw NMEA / AIS informatie met uw ipad met tussenkomst van uw PC/Laptop. Het is mogelijk om de Watcheye AIS applicatie op uw ipad te koppelen met uw AIS, door de NMEA data die de
